2024-64b D24.315257 RES 2.0 RES 2.0
Tekst van het document
RES 2.0 Zeeland
Samenvatting Van RES 1.0 naar RES 2.0 In februari 2020 is de Regionale Energiestrategie (RES) 1.01 opgeleverd en sindsdien is er met toewijding en inzet vanuit de gemeenten, provincie en andere stakeholders gewerkt aan de verduurzaming van Zeeland. Echter de wereld is sinds de RES 1.0 veranderd: de grote mate van netcongestie en de fluctuerende gasprijzen vragen om versnelling in de aanpak. Ook op andere vlakken zien we veranderingen, zoals de sterke toename van opwek van hernieuwbare energie. Dit vraagt op onderdelen om herziening van de RES. In de RES 2.0 verschuift de focus van vooral grootschalige wind- en zonne-energie naar het integrale energiesysteem, waarvan elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit en andere sectoren integraal onderdeel uitmaken. De RES 2.0 richt zich voornamelijk op de realisatie van de gestelde ambities en doelstellingen van de verschillende thema’s. Hierbij ligt de focus op de trekker, het tijdspad en het beoogde resultaat, met als doel tot uitvoering te komen. Naar integraal, decentraal en gebiedsgericht We gaan in Zeeland aan de slag met het ontwikkelen van een slim, decentraal en integraal energiesysteem. Dit vraagt om stevige aanpassingen aan het huidige systeem.
Deze aanpassingen moeten zorgen dat energieopwek, -infrastructuur, -opslag en -conversie zo goed mogelijk aansluiten op de ontwikkelingen van de gebouwde omgeving en mobiliteit, onderdelen van de RES 2.0. Dit betekent dat we in Zeeland niet alleen kijken naar de opwek van energie, maar ook naar distributie, gebruik en opslag. Het betekent ook dat we de energietransitie op lokaal niveau willen organiseren, rekening houdend met de specifieke kenmerken en behoeften van verschillende gebieden. Dit vergt een nauwe en intensieve samenwerking tussen alle sectoren en instanties die betrokken zijn bij de energietransitie. Alleen door gezamenlijk afwegingen te maken en samen te werken kunnen we komen tot een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem. Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid De RES is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, waterschap, provincie en netbeheerders. In de RES 2.0 bouwen we voort op de brede steun, expertise en het netwerk van de RES 1.0. De uitvoering van en de gemaakte afspraken in de RES hebben directe invloed op Zeeuwse organisaties en inwoners, met zichtbare duurzame opwek, elektrisch vervoer en het gebruik van duurzame warmtebronnen. Daarom is betrokkenheid van de Zeeuwen cruciaal en vormen communicatie en participatie een belangrijk onderdeel van de RES.
Ook is er voldoende menskracht en kennis nodig; vandaar dat de kennisinstellingen ook zijn betrokken.
https://www.reszeeland.nl/res/res-1-0/
2
1
Doelstellingen RES 2.0 Het streven is om met de RES een evenredige en ambitieuze bijdrage te leveren aan het landelijke klimaatbeleid. Het kabinet heeft in 2022 het nationaal klimaatbeleid aangepast. Om 95% minder CO2 uit te stoten in 2050 ten op zichte van 1990. En heeft daarbij een nieuw landelijk CO2-doel gesteld: 55-60% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 19902 (voorheen 49%). Deze landelijke doelstelling omarmen we in Zeeland. Deze doelstelling is dan ook het startpunt voor deze RES 2.0. In de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit werken we vanuit de RES aan de verduurzaming van Zeeland om de doelstelling te halen. Doelstellingen: elektriciteit Voor elektriciteit is de doelstelling om 3,0 Terawattuur (TWh) aan hernieuwbare elektriciteit te realiseren, wat een bijdrage levert aan de landelijke doelstelling van 35 TWh voor opwek op land. Voor windenergie wordt in Zeeland gestreefd naar een opwekcapaciteit van 700 Megawatt (MW) voor 2030, waarvan reeds 601 MW is gerealiseerd. Voor zonne-energie is de gezamenlijke doelstelling 1000 MW in 2030, voornamelijk via zon op dak en zon op land, waarbij de voorkeur uitgaat naar zon op dak. Hiervan is al 245 MW zon op dak en 442 MW zon op land gerealiseerd (peildatum eind 2023).
Vanuit het programma elektriciteit gaan we aan de slag met het behalen van de doelstellingen door onder andere het behouden van het bestaande vermogen dat wordt opgewekt door wind vanaf 2030 en het voortzetten van het Loket zon op dak. Daarnaast gaan we slim om met de beschikbare elektriciteitsinfrastructuur in Zeeland door slimme oplossingen voor netcongestie te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan zon aansluiten achter de meter en cable pooling, waarbij wind en zon worden gecombineerd op een netaansluiting. Doelstellingen: gebouwde omgeving De ambitie voor de gebouwde omgeving in Zeeland is om in 2050 95% CO2reductie te realiseren ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling te behalen zijn er verschillende doelstellingen geformuleerd voor 2030. Voor woningen is de doelstelling om 32% van de woningen in Zeeland te isoleren, wat neerkomt op ongeveer 59.000 woningen. Voor utiliteitsbouw is de doelstelling om 11% van de gebouwen te isoleren naar minimaal label C, wat neerkomt op 5280 niet-woningen. De focus ligt hierbij op het aanpakken van de slechtste labels D, E, F en G. Overkoepelend is de doelstelling om in 2030 een halvering van het aardgasverbruik te realiseren ten opzichte van 1990. In de uitvoering van het programma gebouwde omgeving worden twee belangrijke lijnen gevolgd.
Ten eerste wordt er intensief gewerkt aan het realiseren van aanzienlijke energiebesparingen in particuliere woningen via het Nationaal Isolatie Programma (NIP), huurwoningen via woningcorporaties, bedrijven via een expertplatform en maatschappelijk vastgoed via het Klimaat Ontzorgingsprogramma (KlimOp). Ten tweede wordt er gestreefd naar een overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid
3
2
Doelstellingen: mobiliteit De ambitie voor mobiliteit in Zeeland is om in 2050 een ‘zero-emissie mobiliteitssysteem’ te realiseren. Om deze doelstelling te behalen, zijn verschillende subdoelstellingen opgesteld voor 2030. Voor het eigen wagenpark van (semi-)overheden wordt gestreefd naar een CO2-reductie van 55-60% in 2030 om tenminste te voldoen aan de doelstellingen van de Clean Vehicle Directive (CVD). Bedrijven en bedrijventerreinen gaan verduurzamen, waarbij minimaal één bedrijventerrein per gemeente wordt aangepakt. De laadinfrastructuur voor zowel personenvervoer als vrachtverkeer zal dekking moeten bieden in Zeeland in 2030, en er zal een netwerk voor alternatieve brandstoffen voor logistieke en bouwvoertuigen worden uitgerold in dezelfde periode. Om deze doelstellingen te behalen worden er voor mobiliteit op verschillende plekken acties uitgevoerd. (Semi-)overheden zullen als voorbeeld fungeren door over te stappen op zeroemissie mobiliteit, waarmee de markt voor Zero emissie-mobiliteit wordt gestimuleerd. Op bedrijventerreinen worden de bedrijven verduurzaamd en worden mogelijkheden onderzocht om opwek en vraag naar elektriciteit bij elkaar te brengen.
Ook inventariseren we vanuit de provincie gezamenlijk met de gemeenten de laadbehoefte en de daarvoor benodigde laadinfrastructuur zodat de provincie kan aangeven waar het elektriciteitsnet eventueel verzwaard moet worden.
4
Integraal energiesysteem De onderdelen elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit uit de RES 2.0 vormen puzzelstukjes van het grotere energiesysteem van Zeeland. Het energiesysteem van Zeeland maakt een transitie door van een traditioneel, centraal systeem dat vooral afhankelijk is van fossiele brandstoffen naar een duurzaam, meer decentraal en integraal systeem. De aanpassingen aan het energiesysteem in Zeeland zijn erop gericht dat energieopwekking, -infrastructuur, -opslag en -conversie optimaal aansluiten op de ontwikkelingen in de gebouwde omgeving, mobiliteit en andere thema’s die relevant zijn voor de RES. In Zeeland wordt overkoepelend gewerkt aan het energiesysteem onder aanvoering van de Zeeuwse Energieraad, via drie actielijnen: sneller bouwen, vergroten flexibele capaciteit en integraal programmeren. De provincie en belanghebbenden dragen vanuit de RES en andere trajecten bij aan deze verschillende actielijnen. De RES kent een sterk raakvlak met integraal programmeren. Bij het opstellen van de RES 2.0 is aansluiting gezocht met de contouren van de energievisie 2024. Deze RES 2.0 vormt vervolgens weer input voor de definitieve energievisie en het volgende Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK).
Voorwoord Welke krant je ook openslaat of welke nieuwswebsite je ook bekijkt: je kunt er niet omheen dat de wereld en wijzelf de stap richting een groene en duurzame toekomst zetten. We zien meer warmtepompen, zonnepanelen op onze huizen en er rijden meer elektrische auto’s. Het goede nieuws is dat velen ervan overtuigd zijn dat dit allemaal nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen. Tegelijk zien we dat de uitdaging groter wordt. De krant staat vol over netcongestie. Onze inwoners voeren discussies over al dan niet terugleveren van energie. In alles herkennen we dat de energietransitie in een versnelling zit. Dit vraagt om een goede samenwerking en snel schakelen van ons als overheden. De RES wil dat schakelen vertalen in plannen en ambities die leiden tot voldoende opwek van schone en duurzame energie. Het is een strategie die om uitvoering vraagt. In de RES ligt de focus op elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit. Nieuw ten opzichte van de RES 1.0 is het hoofdstuk energiesysteem. Om hier invulling aan te geven hebben we in de RES 2.0 een samenvatting van de contouren van de Energievisie verwerkt. Daarnaast is de RES 2.0 beknopter beschreven en omvat het concrete acties om te komen tot de opgestelde ambities en doelstellingen. Ik wil graag mijn dank uitspreken richting alle organisaties en partijen die input aan de RES 2.0 hebben geleverd.
Dankzij jullie liggen er heldere, stevige doelen en kaders waarmee we met zijn allen aan de slag kunnen. Want dat moet écht onze volgende stap zijn. Bouwen aan een toekomstbestendig en duurzaam Zeeland.
5
Jo-Annes de Bat Voorzitter bestuurlijk kernteam RES Zeeland
Inleiding
7
1
Visie en strategie 1.1 Een verschuiving van de focus 1.2 Het energiesysteem van morgen
9 10 10
2
Ambitie en doelstellingen
14
2.1 2.2
Ambitie voor 2050 Doelstelling voor 2030
15 15
3
Maatregelen elektriciteit 3.1 Ambities en doelstellingen 3.2 Huidige stand van zaken 3.3 Windenergie 3.4 Zonne-energie 3.5 Energie uit water 3.6 Elektriciteitsinfrastructuur
18 19 20 20 22 24 25
4
Maatregelen gebouwde omgeving 4.1 Ambitie en doelstellingen 4.2 Huidige stand van zaken 4.3 Energiebesparing 4.5 Duurzame warmte
27 28 29 29 33
5
Maatregelen mobiliteit 5.1 Ambitie en doelstellingen 5.2 Huidige stand van zaken 5.3 Maatregelen 5.4 Maatregelen bedrijven(terreinen) 5.5 Laadinfrastructuur 5.6 Netbewust laden
39 40 41 42 43 44 45
6
Een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem 6.1 De Energieraad van Zeeland 6.2 De drie actielijnen van Energieraad 6.3 Veiligheid binnen de energietransitie 6.4 De Zeeuwse Energievisie
46 47 48 50 50
6
Inhoudsopgave
7
Andere relevante thema’s 7.1 Industrie 7.2 Landbouw 7.3 Waterstof 7.4 Kernenergie
55 56 57 58 61
8
Maatschappelijke betrokkenheid 8.1 Communicatie 8.2 Participatie
61 62 64
9
Organisatie en samenwerking 9.1 De gemaakte afspraken 9.2 De RES in relatie tot andere programma’s
67 69 71
10 Financiën
72
11
Monitoring
75
12 Vooruitblikken
77
13 Afkortingenlijst
79
14 Randvoorwaarden uitvoering RES 2.0 14.1 Netcongestie 14.2 Beleid & wetgeving 14.3 Financiële randvoorwaarden
81 82 82 83
15 Bijlagen A t/m H
84
7
7
Inleiding Naar 2030 en verder Zeeland was in oktober 2020 de eerste regio in Nederland met een vastgestelde Regionale Energie Strategie (RES) 1.0.3 Sindsdien zijn in Zeeland flinke stappen gezet en is hard gewerkt aan de doelstellingen uit de RES 1.0. Met deze RES 2.0 zet Zeeland concrete, aanvullende stappen richting een duurzaam Zeeland in 2030 én daarna. We hanteren een praktische aanpak richting de RES 2.0 en bouwen voort op eerdere afspraken en successen. De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid een overgang naar een duurzaam energiesysteem te bewerkstelligen. Deze RES 2.0 beschrijft de strategie die Zeeland hanteert om de regionale energiedoelstellingen te behalen in 2030 en geeft op onderdelen alvast een vooruitblik naar 20504. De focus ligt op de onderdelen elektriciteit, gebouwde omgeving en mobiliteit. Ook is de RES een manier om de samenwerking tussen alle stakeholders te organiseren, zoals lokale overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers, en om samen te komen tot gedragen keuzes. De RES 1.0 bevatte veel afspraken met een langetermijnperspectief. Het grootste deel van de RES 1.0 is nog altijd actueel. Deze afspraken vormen de basis voor deze RES 2.0. Tegelijkertijd is de wereld ook veranderd: de schaarste op het elektriciteitsnet is toegenomen.
Netcongestie speelt een grote rol en de fluctuerende gasprijzen vragen om versnelling in de aanpak. Ook op andere vlakken zien we veranderingen, zoals de sterke toename van opwek van hernieuwbare energie. Dit is aanleiding geweest om te starten met de herziening van de RES. In de RES 2.0 verschuift de focus van vooral grootschalige wind- en zonneenergie naar een integraal energiesysteem, dat alle energiedragers (zoals elektriciteit, warmte en duurzame gassen) met alle sectoren verbindt. Gebouwde omgeving, mobiliteit en andere sectoren maken hier dus - net als opwek - integraal onderdeel van uit. Veel plekken in de provincie hebben in de toekomst niet de beschikking over zware elektriciteits-, waterstof- of warmteinfrastructuur. Dit vraagt om slimme decentrale energiesystemen, waarbij opwek, vraag en opslag in samenhang worden bezien. Een nieuwe aanpak is
https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/sites/default/files/2020-04/res-1.0.pdf Een herijking van de RES is een programma in de zin van de Omgevingswet en is plan-m.e.r.-plichtig als deze kaderstellend is voor m.e.r.-plichtige of m.e.r.beoordelingsplichtige besluiten. De Zeeuwse RES 2.0 is een herziening van de eerste RES en wijst ten aanzien van wind geen zoekgebieden aan, maar bevat een bundeling van de lopende vergunningprocedures en de verleende vergunningen. In die procedures is of wordt een project-mer-procedure doorlopen. Daardoor is de herziening van de RES en daarmee de RES 2.0 niet plan-m.e.r.-plichtig. Ook zou het doorlopen van een plan-m.e.r.-procedure geen toegevoegde waarde hebben. 3
8
4
nodig ten opzichte van de RES 1.0 waarbij, naast grootschalige opwek, ook meer slimme, decentrale projecten in kernen en buurten integraal worden opgepakt. Participatie en lokaal eigenaarschap zijn daarbij belangrijke sleutelbegrippen. De RES 2.0 belicht de strategische kernpunten met betrekking tot duurzame opwek en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en mobiliteit. De uitvoeringsagenda (zie bijlage A, B, C en D) schetst de concrete maatregelen die hierbij horen. Met als doel, gedragen door de Zeeuwse no-nonsense mentaliteit, gezamenlijk te bouwen aan het duurzame energiesysteem van de toekomst. Hierbij zoeken we actief de verbinding met de circulaire economie (het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen bij materiaalgebruik voor de energietransitie en hergebruik van grondstoffen) en andere belangrijke opgaven.
9
We realiseren de RES als samenwerking van gemeenten, waterschap, provincie, netbeheerders, bedrijven, maatschappelijke organisaties. Deze aanpak heeft in de RES 1.0 geleid tot een breed gedragen RES, inbreng van veel expertise en een sterk netwerk van partijen dat inmiddels ook gezamenlijk druk aan de slag is met de uitvoering. In de RES 2.0 bouwen we voort op deze aanpak.
1
Visie en strategie
Op dit moment gebruiken we in Nederland vooral energie afkomstig van fossiele brandstoffen, zoals aardolie, aardgas en kolen. Deze energie wordt vanuit een paar centrale plekken door het hele land getransporteerd, naar daar waar het op dat moment nodig is. Maar het huidige systeem van energievoorziening is aan het veranderen. Er vindt een transitie plaats van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen,
10
zoals zonne-energie en windenergie.
1.1 Een verschuiving van de focus Een belangrijk focuspunt binnen de RES 1.0 was het realiseren van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Inmiddels loopt het energiesysteem in Zeeland, net als in de rest van Nederland, tegen de grenzen van maximale belasting aan. Dit zorgt ervoor dat de focus in de RES 2.0 verschuift. Van grootschalige opwek van wind- en zonne-energie naar een slim, decentraal en integraal energiesysteem. Om dat te kunnen realiseren moeten we grote aanpassingen maken aan het huidige energiesysteem. Of anders gezegd: we gaan bouwen aan een energiesysteem dat er anders uitziet dan het energiesysteem van vandaag.
1.2 Het energiesysteem van morgen We gaan van A naar B. Van het energiesysteem van vandaag naar het energiesysteem van morgen. Dit vraagt om een andere manier van denken en doen; met de taal en de principes van vandaag kom je er niet. Daarom gebruiken we de vijf principes van De Wereld van B5, ontwikkeld door het Nationaal Programma RES. Deze principes geven richting aan een gewenste toekomst voor een meer integraal energiesysteem in Zeeland. Ze worden hieronder verder toegelicht. De vijf principes van ‘De wereld van B’
Alles draait om toegang tot energie Brede en rechtvaardige toegang tot energie is cruciaal voor een goed werkende samenleving. Waarbij rechtvaardige toegang tot energie betekent dat alle inwoners een gelijke kans hebben op het krijgen van betrouwbare en betaalbare energiebronnen.
https://www.regionale-energiestrategie.nl/energiesysteem/dewereldvanb/default.aspx
11
5
Alles draagt bij aan balans Zon en wind leveren lokaal steeds meer elektriciteit. Deze elektriciteit is alleen moeilijk te sturen en onvoorspelbaar. De zon schijnt soms fel en regelmatig ook niet. Ook waait het niet altijd (even hard). Terwijl wij wel altijd elektriciteit nodig hebben. Daarom is het belangrijk om te zoeken naar een balans. Dit doen we zoveel mogelijk lokaal ofwel decentraal, direct bij de bron. Decentrale netwerken dragen bij aan een goede balans.
Lokaal eigenaarschap en samenwerking De energievoorziening ontwikkelt zich van vooral een centraal systeem naar een systeem dat ook lokaal georganiseerd wordt. Vraag en aanbod komen daardoor dicht bij elkaar. Om ervoor te zorgen dat de voor- en nadelen van deze energietransitie eerlijk verdeeld worden, is lokale samenwerking en lokaal eigenaarschap heel belangrijk.
Het elektriciteitsnet is gedistribueerd
12
Doordat duurzame, decentrale energie overal aanwezig is, gebeurt alles overal. Het elektriciteitsnet is niet langer een brede snelweg die via provinciale en gemeentelijke wegen energie levert aan huis. Het lijkt meer op een netwerk van heel veel kleine en grote wegen met vertakkingen, die op punten samenkomen.
Maatschappelijke veerkracht Vroeger kwam energie (zowel warmte als elektriciteit) uit kolen- en gascentrales op industrieterreinen die we niet direct zagen. Zonneparken en windmolens zijn veel meer zichtbaar in het landschap. Duurzame energie voegt zich samen met de lokale leefomgeving. Dit vraagt om goede landschappelijke inpassing. We onderzoeken samen hoe we verschillende functies en opgaven, zoals woningbouw en landbouw, handig kunnen combineren. Daarbij houden we rekening met de landschappelijke kwaliteiten, biodiversiteit, water en bodem en de fijne leefomgeving van Zeeland.
13
In de RES 2.0 is er aandacht voor het realiseren van een energiesysteem dat meer integraal, decentraal en gebiedsgericht is. Dit betekent dat we in Zeeland niet alleen kijken naar de opwek van energie, maar ook naar distributie, gebruik en opslag. Het betekent ook dat we de energietransitie op lokaal niveau willen organiseren. Hierbij is ook een goede landschappelijke inpassing van groot belang. Waarbij we rekening houden met de specifieke kenmerken en behoeften van verschillende gebieden. Hiervoor is een nauwe samenwerking nodig tussen alle sectoren en instanties die betrokken zijn bij de energietransitie. Alleen door samen te werken en samen keuzes te maken, komen we tot een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem.
2
Ambitie en doelstellingen
In Zeeland stellen we de koers vast met een blik op de toekomst. Waarbij we de horizon van 2030 in het oog houden, maar ook vooruitkijken naar de lange termijn van 2050. In de RES hebben we specifieke doelstellingen vastgesteld voor verschillende thema’s. Deze dragen bij aan de overkoepelende Zeeuwse
14
ambitie voor 2050.
2.1 Ambitie voor 2050 De Zeeuwse ambitie voor 2050 is om 95% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Deze ambitie is gelijk aan de landelijke ambitie.
2.2 Doelstelling voor 2030 We willen als RES Zeeland een evenredige en ambitieuze bijdrage leveren aan het landelijke klimaatbeleid. Het kabinet heeft in 2022 het nationaal klimaatbeleid aangepast om uiterlijk in 2050 95% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 19906. Ook heeft het een nieuw landelijk CO2-doel gesteld: Nu het landelijk CO2-doel
Voorheen het landelijk CO2-doel
55-60% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990
49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990
Deze landelijke doelstelling omarmen we in Zeeland. Het is daarom ook het startpunt voor deze RES 2.0, waarin we de vertaling maken naar de Zeeuwse situatie.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid
15
6
Gebouwde omgeving Ambitie & doelstelling Nederland
Ambitie Zeeland 2050 Doelstellingen Zeeland 2030
Elektriciteit
Mobiliteit
CO2-reductie 95% in 2050 CO2-reductie 55-60% in 2030
CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050
CO2-neutrale elektriciteitssysteem in 2050
Zero-emissie mobiliteitssysteem in 2050
59000 woningen isoleren in 2030
3,0 TWh duurzame opwek in 2030
Dekkend laadnetwerk personenvervoer in 2030
5280 niet-woningen label C in 2030
700 MW wind
50% minder aardgasverbruik in 2030 ten opzichte van 1990.
1000 MW zon
Aansluiten doelstellingen ’clean vehicle directive’ Bedrijventerreinen ondersteunen
16
Figuur 1: Ambities en doelstellingen RES 2.0 per sector.
Ambities, doelstellingen en resultaten Een korte uitleg wat deze drie begrippen betekenen in de RES 2.0 Ambities beschrijven de langetermijnvisie voor Zeeland. Het beschrijft wat we voor 2050 willen bereiken. Ze zijn de stip op de horizon waar we naartoe bewegen. Een voorbeeld van een ambitie is: 95% minder CO2 uitstoten in 2050 ten opzichte van 1990. Om de ambities waar te kunnen maken, is meer nodig dan vastgelegd in deze RES 2.0. Er zijn ook activiteiten nodig van andere partijen of bijvoorbeeld bepaalde maatregelen binnen de landbouw- en industriesector. Doelstellingen zijn concrete uitwerkingen van de ambities. Het beschrijft wat we voor 2030 in Zeeland willen bereiken. Gespecificeerd op de onderwerpen uit de RES 2.0: elektriciteit, mobiliteit en gebouwde omgeving. De activiteiten uit de RES 2.0 zijn gericht op deze doelstellingen. Maar om de doelstellingen daadwerkelijk te halen, zijn er ook activiteiten nodig van partijen die de RES niet medeondertekenen. Denk hierbij aan initiatiefnemers voor wind- en zonprojecten en vastgoedeigenaren.
17
Resultaten zijn de uitkomsten van de activiteiten die provincie, waterschap, gemeenten en netbeheerders zelf oppakken. Deze resultaten leveren een bijdrage aan de doelstellingen en ambities voor de RES 2.0. De activiteiten en resultaten zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma.
3
Maatregelen elektriciteit
De energietransitie is in volle gang. Dit betekent dat fossiele bronnen van elektriciteit worden vervangen door duurzame elektriciteit afkomstig van bijvoorbeeld wind, zon en water. Elektriciteit heeft dan ook een grote rol in de RES 2.0. Om deze rol concreet te maken, streven we diverse ambities en doelstellingen na. Ook nemen we maatregelen om deze ambities
18
en doelen waar te maken.
3.1 Ambities en doelstellingen
Doelstelling elektriciteit In de RES 1.0 is de Zeeuwse doelstelling vastgesteld op 3,0 terawattuur (TWh). Hiermee dragen we bij aan de landelijke doelstelling van 35 TWh voor opwek op land. In de RES 2.0 verandert de Zeeuwse doelstelling niet. Deze blijft 3,0 TWh.
Subdoelstelling wind Voor windenergie is het doel om 700 megawatt (MW) op te wekken in 2030.
Subdoelstelling zonne-energie Voor zonne-energie is de gezamenlijke doelstelling 1000 MW op te wekken in 2030. Vooral met zon op dak en eventueel aanvullend met zon op land.
19
Waarom houden we (voorlopig) vast aan onze doelstelling van 3,0 TWh? Op basis van het Klimaatakkoord hadden 30 RES-regio’s in Nederland de gezamenlijke opdracht om gezamenlijk 35 TWh aan grootschalige, duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. Op basis van deze gezamenlijke opdracht hebben alle regio’s een bod gedaan. Het Zeeuwse bod bedroeg 3,0 TWh. Alles bij elkaar opgeteld kwam de gezamenlijke ambitie van de RES-regio’s uit op 55 TWh. Flink hoger dan de doelstelling van 35 TWh. De focus ligt nu op het realiseren van deze gezamenlijke ambitie. Mogelijk volgt er later wel nog een aanvullende doelstelling voor 2030/2035 of 2050. In 2030 is de energietransitie namelijk niet klaar. Wanneer daar meer over bekend is, maken we in Zeeland de overweging of dit leidt tot een aanpassing van ons bod.
3.2 Huidige stand van zaken Op provinciaal en gemeentelijk niveau biedt het (ruimtelijk) beleid voldoende ruimte om de gewenste Zeeuwse doelstelling van 3,0 TWh voor elektriciteit te bereiken. Het ruimtelijk beleid wordt op provinciaal niveau op hoofdlijnen uitgewerkt en op gemeentelijk niveau verder in detail uitgewerkt. Naast de grootschalige projecten voor wind- en zonne-energie is er in Zeeland ook aandacht voor kleine projecten. Zoals kleine zonneparken nabij kernen, waarbij inwoners en ondernemers samen, deels, of helemaal, eigenaar zijn. Om wind- en zonprojecten beter in te passen in de omgeving is aandacht voor ruimtelijke kwaliteit nodig. Daaronder valt ook het natuurinclusief ontwikkelen van energieprojecten om zo het effect van deze projecten op de omgeving te verminderen.
3.3 Windenergie 3.3.1 Doelstelling en stand van zaken De Zeeuwse doelstelling voor windenergie is 700 MW (2,10 TWh) in 2030. Daarvan is eind 2023 601 MW (1,85 TWh) gerealiseerd. Dit is ook terug te zien in de onderstaande figuur uit de Regionale Klimaatmonitor. Verder worden de nodige projecten voorbereid die waarschijnlijk binnenkort van start gaan. We lopen dus goed op schema voor de realisatie van onze doelstelling voor windenergie. CO2 besparing wind op land (kton)
602,02
Opwek wind op land in TWh
1,85
0,00
1,85
2,10
Figuur 2: Doelstelling windenergie 2030 en vermogen wind eind 2023, uit de RES monitor7. https://app.powerbi.com/view?r=eyJrIjoiY2Y0YjFhNzQtNDhjZS00YWRkLWJiMWMtNmRmNWU0Y2VkYTYyIiwidCI6Ijc1NTFhYmI2LWE3 MzItNDEyOC05MmM5LTk0OGI4ODg2NjQ0ZSIsImMiOjl9
20
7
3.3.2 Windenergie tot en met 2030 De bestaande concentratielocaties voor windturbines, gebieden die bestemd zijn om grote aantallen windturbines te plaatsen, bieden voldoende extra ruimte om de benodigde windturbines te realiseren. En zo de doelstelling voor 2030 te behalen. En als het nodig is geeft ‘Het Omgevingsplan Zeeland 20188’ ruimte om extra locaties toe te voegen.
3.3.3 Windenergie na 2030 We verwachten dat we de doelstelling van 700 MW in 2030 gaan halen. Daarom kunnen we alvast vooruitkijken naar de periode na 2030. De focus verschuift dan vooral naar het handhaven van het opgestelde vermogen. Want als er meer vermogen aan windturbines verdwijnt dan er nieuw bijkomt, halen we alsnog onze Zeeuwse doelstellingen niet. Repowering, het vernieuwen en moderniseren van bestaande windturbines, speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer we oudere turbines vervangen door modernere en efficiëntere modellen, kunnen we het vermogen op peil houden en de energieopwek optimaliseren. Naast de doelstelling voor grootschalige opwek kunnen ook kleine windturbines (beperkt) bijdragen aan de energietransitie. Het provinciale omgevingsbeleid biedt hier ruimte voor. Het is aan alle gemeenten afzonderlijk om hier beleid voor op te stellen. Het uitvoeringsprogramma voor windenergie staat in bijlage A.
https://www.commissiemer.nl/projectdocumenten/00003879.pdf
21
8
3.4 Zonne-energie 3.4.1 Doelstelling en stand van zaken De Zeeuwse doelstelling voor zonne-energie is 1000 MW (0,8 TWh) in 2030. Daarvan is eind 2023 al 687 MW (0,54 TWh) gerealiseerd, waarvan 442 MW (0,35 TWh) op land en 245 MW (0,20 TWh) op dak. Dit is ook zichtbaar in de RES monitor9. Daarmee lopen we goed op schema voor de realisatie van het doel.
3.4.2. Zon op dak tot en met 2030 Het realiseren van zonne-energie op daken is voornamelijk iets dat inwoners en bedrijven zelf ondernemen. De provincie en gemeenten hebben hierop minder invloed dan de Rijksoverheid. Via regelingen, subsidies, saldering en via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarin de eisen voor de geschiktheid van daken staan, heeft het Rijk invloed op de groei van zon op dak. Het loket Zon op Dak Voor zon op dak zijn er in Zeeland nog voldoende groeimogelijkheden. Hierbij moet echter wel rekening worden gehouden met het feit dat netcongestie een beperkende rol kan spelen. Voor de realisatie van zon op dak heeft de provincie samen met de gemeenten en netbeheerder Stedin het loket Zon op Dak opgericht. Om zo gebouweigenaren te ontzorgen en te helpen om zonnepanelen op het dak te realiseren. Gebouweigenaren in gebieden waar geen netcongestie is voor teruglevering, worden actief aangeschreven om gebruik te maken van het loket. Zodra een gebouweigenaar interesse heeft, ondersteunt het loket de gebouweigenaar bij het onderzoeken van de technische en financiële haalbaarheid voor het plaatsen van zonnepanelen. Daarna blijft het loket ook betrokken bij de volgende stappen in het proces, tot aan de daadwerkelijke installatie. Andere paden om zonne-energie duurzaam te laten groeien De RES onderzoekt ook andere manieren om zonne-energie te realiseren.
Bijvoorbeeld zonnepanelen boven parkeerterreinen (Solar Carports) en op grote waterbassins. Dit biedt de mogelijkheid om duurzame energie op te wekken, de landschappelijke impact te beperken, én de ruimte meervoudig te benutten.
https://app.powerbi.com/view?r=eyJrIjoiY2Y0YjFhNzQtNDhjZS00YWRkLWJiMWMtNmRmNWU0Y2VkYTYyIiwidCI6Ijc1NTFhYmI2LWE3MzItNDEyOC05Mm M5LTk0OGI4ODg2NjQ0ZSIsImMiOjl9
22
9
Op 6 juli 2023 verstuurde minister Jetten van Klimaat en Energie zijn tweede ‘zonnebrief’10 naar de Tweede Kamer. Hierin zet hij de uitdagingen voor de opwek van zonne-energie in Nederland uiteen. Ook beschrijft hij welke randvoorwaarden nodig zijn om zonne-energie duurzaam te laten groeien. De randvoorwaarden in de bestaande bouw zijn: het verplichten van het plaatsen van zonnepanelen voor utiliteitsgebouwen, met een oppervlakte van meer dan 250 m². De randvoorwaarden voor de nieuwbouw zijn: het ontwikkelen van nieuwe standaarden, in lijn met de de herziene richtlijn voor eisen energieprestaties van gebouwen (EPBD).
3.4.3 Zon op land en water tot en met 2030 In het Omgevingsplan Zeeland 201811 is het zonbeleid vastgesteld. Het uitgangspunt van het zonbeleid is: zonne-energie zoveel mogelijk op dak realiseren. Zon op land en zon op water zijn een aanvulling daarop. Het streven is om de ruimte zorgvuldig en efficiënt in te richten en te focussen op meervoudig ruimtegebruik. Daarom is gekozen voor een opzet waarbij zonne-energie op land zoveel mogelijk wordt gecombineerd met al bestaande infrastructuur of bebouwing, zoals windturbines, glastuinbouw of bedrijventerreinen. Goede landschappelijke inpassing is hierbij belangrijk. Ook wordt ingezet op zon-opwater. Het provinciaal beleid voor zonne-energie op land en water is op hoofdlijnen opgesteld. De uitwerking op projectniveau vindt door de gemeenten plaats. Er is geen vooraf vastgestelde opgave per gemeente, gemeenten dragen naar mogelijkheden bij aan de realisatie van de 1000 MW (0,8 TWh) zonne-energie. Het gerealiseerde vermogen zonne-energie op land is eind 2023 ongeveer 442 MW (0,35 TWh). Bij het inpassen wordt er ook rekening gehouden met de beschikbare netcapaciteit. De verwachting is dat buiten de projecten die momenteel in de pijplijn zitten, zeer beperkt nieuwe grootschalige zon op veldprojecten zullen worden gerealiseerd.
10 11
https://open.overheid.nl/documenten/f5e579da-c9ce-4ce2-aad1-425968367b04/file https://www.commissiemer.nl/projectdocumenten/00003879.pdf
23
Ook is er (beperkte) potentie voor het realiseren van zon op water in de provincie Zeeland. Het realiseren van zon op niet-natuurlijke wateren zoals waterbassins en depots heeft de voorkeur. Op dit moment is de realisatie van zon op water nog beperkt. Dit geeft reden om een inventarisatie uit te voeren van de mogelijkheden voor de realisatie van zon op water in Zeeland.
3.4.4 Zonne-energie na 2030 Naar verwachting zal het geplaatste vermogen aan zonne-energie op dak, land en water boven de 1000 MW (0,8 TWh) in Zeeland uitgroeien. Deze groei wordt mogelijk gemaakt door technologische ontwikkelingen, zoals panelen met een groter vermogen per paneel, evenals een verbeterde benutting van de potentie in de bebouwde omgeving.
3.5 Energie uit water Zeeland heeft een unieke positie als het gaat om energie uit water: de Zeeuwse Delta biedt veel kansen voor energieopwekking. In Zeeland willen we, vanuit de provincie, dan ook inzetten op het realiseren van energie uit water. Bijvoorbeeld door middel van getijdenenergie, energie uit zoet en zout water en warmte uit water (aquathermie). Er zijn in Zeeland al verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke technieken voor getijdenenergie. Ook wat de kosteneffectiviteit en impact op biodiversiteit is van deze technieken12. We hebben een positieve houding ten aanzien van de doorontwikkeling van deze technieken na 2030.
https://www.zeeland.nl/energie-en-klimaat/energie-uit-water
24
12
3.6 Elektriciteitsinfrastructuur Op 19 juli 2023 kondigde netbeheerder TenneT aan dat er in Zeeland tijdelijk een stop komt op nieuwe aanvragen van grootverbruikers die een aansluiting willen of hun bestaande aansluiting willen verzwaren. Net als op veel andere plaatsen in Nederland, loopt het elektriciteitsnet in Zeeland aan tegen de grenzen van maximale belasting, waardoor netcongestie ontstaat13. In heel Zeeland is er sprake van afname-congestie, ontstaan door hoge belasting van het netwerk door de snel toegenomen vraag naar elektriciteit. Daarnaast is op meerdere plekken in Zeeland ook sprake van congestie voor teruglevering14, door de grote hoeveelheid elektriciteit die op piekmomenten wordt teruggevoerd naar het netwerk. De congestie speelt voornamelijk op het Zeeuwse hoogspanningsnet, maar ook het midden- en laagspanningsnet raken steeds voller, waardoor er behoefte is aan een efficiënter en slimmer energiesysteem. Dit helpt de hoeveelheid nieuwe energie-infrastructuur verkleinen. Daarmee zijn ook benodigde investeringen kleiner, en is de landschappelijke impact beperkter.
3.6.1 Congestiemanagement Vanwege de netschaarste in Zeeland heeft TenneT een congestiemanagementonderzoek uitgevoerd. Met het congestieonderzoek onderzoekt TenneT de verwachte transportschaarste in het 150kV-netwerk van Zeeland en de mogelijkheden voor congestiemanagement. De congestie varieert per regio en duurt op sommige locaties tot ongeveer 2035. TenneT zal flexibiliteit contracteren voor congestiemanagement en benadrukt de noodzaak van verdere netuitbreidingen en regelbaar vermogen om toekomstige congestieproblemen aan te pakken. De netcongestie heeft nog geen direct effect op de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Daarnaast is de verwachting dat het effect op de doelstelling van 3,0 TWh uit de RES beperkt is, omdat de meeste projecten al zijn gerealiseerd of in de pijplijn zitten.
3.6.2 Buurtaanpak
13 14
https://www.stedin.net/zakelijk/energietransitie/beschikbare-netcapaciteit/congestie-en-congestiemanagement/zeeland https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/
25
De verduurzaming van de gebouwde omgeving en de autonome groei van zonnepanelen op daken en warmtepompen in de gebouwde omgeving vragen om een verzwaring van het midden- en laagspanningsnet. Daarnaast is er op meerdere plekken in Zeeland congestie voor teruglevering afgekondigd, wat
de urgentie voor deze verzwaring verhoogt. De regionale netbeheerder Stedin neemt het initiatief om het midden- en laagspanningsnet te verzwaren om zo de groei van elektriciteitsverbruik en de uitbreiding van zonnepanelen op daken te faciliteren. De netbeheerder gaat, samen met de gemeenten in Zeeland, via de samenwerking Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven (AZON) en Management Overleg Overheden en netwerkbedrijven (MOZON), aan de slag om te bepalen welke gebieden als eerste moeten worden aangepakt voor het verzwaren van het midden- en laagspanningsnet (Zie Uitvoeringsprogramma in bijlage A). Dit zal onder andere gebaseerd worden op de uitkomsten van de energievisie en het provinciaal MIEK (pMIEK) (zie hoofdstuk energiesysteem op pagina 46).
Netcongestie Netcongestie ontstaat als de vraag naar transport van elektriciteit, zowel bij de aanbieder als de afnemer, groter is dan de transportcapaciteit van het net. Dat houdt in dat de maximale hoeveelheid elektriciteit die over het net verplaatst kan worden bereikt is. Als er sprake is van netcongestie kunnen er geen nieuwe aansluitingen meer worden gerealiseerd, voor bijvoorbeeld bedrijven en industrie. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen fysieke en administratieve netcongestie: • Fysieke netcongestie doet zich voor wanneer er onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is om alle opgewekte stroom te transporteren naar de locaties waar deze nodig is. • Administratieve netcongestie oftewel overdimensionering doet zich voor wanneer er weliswaar fysieke ruimte beschikbaar is op de netten, maar deze al gereserveerd is voor klanten die capaciteit hebben gereserveerd. Veel klanten hebben meer capaciteit toegewezen gekregen dan ze daadwerkelijk nodig hebben. Klanten reserveren bijvoorbeeld meer capaciteit omdat ze denken dat ze het in de toekomst nodig hebben. Stedin heeft een reflectie op dit thema gegeven in relatie tot de RES 2.0, deze is te vinden in bijlage H.
26
Congestiemanagement Met congestiemanagement onderzoeken netbeheerders of er in het congestiegebied partijen zijn die de mogelijkheid hebben om te schuiven met de vraag naar elektriciteit. Met deze partijen worden afspraken gemaakt. Over bijvoorbeeld tijdelijk minder elektriciteit verbruiken of het leveren op momenten dat het netwerk zwaar wordt belast.
4
Maatregelen gebouwde omgeving
De gebouwde omgeving bestaat uit woningen en utiliteitsbouw. Onder utiliteitsbouw vallen alle gebouwen die geen woonbestemming hebben, zoals kantoren en scholen. Het verduurzamen van de Zeeuwse gebouwde omgeving speelt een grote rol bij het behalen van de klimaatdoelen. Het is dus
27
belangrijk dat we hier aandacht aan besteden.
4.1 Ambitie en doelstellingen De ambitie voor de gebouwde omgeving ligt in lijn met de landelijke ambitie en luidt als volgt:
“De ambitie is om in 2050 95% CO2-neutraal te zijn in de Zeeuwse gebouwde omgeving.”15
Om dit te bereiken, streven we binnen de RES 2.0 drie doelstellingen na: Doelstelling woningen
Doelstelling utiliteitsbouw
Doelstelling warmte
32%
11%
50%
van de woningen in Zeeland isoleren voor 2030. Dit zijn in totaal 59.000 woningen, vooral met labels D, E, F en G. Van deze woningen is het doel om 25.000 woningen via het NIP te isoleren.
minder aardgasverbruik van de gebouwen in in 2030 ten opzichte Zeeland naar minimaal label C isoleren. Dit zijn van 1990. in totaal 5280 gebouwen, vooral met labels D, E, F en G.
De doelstelling van 2045 uit het Zeeuwse Energieakkoord voor de gebouwde omgeving wordt hiermee losgelaten. We sluiten aan bij de nationale doelstelling voor 2050. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR475891
28
15
4.2 Huidige stand van zaken Uit de Klimaatmonitor blijkt dat de CO2-uitstoot van de Zeeuwse gebouwde omgeving van 1990 tot en met 2020 met 7% is gedaald (zie tabel hieronder16). Dit betekent dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving moet versnellen om bovenstaande doelstellingen te halen. Daarom nemen we maatregelen als het gaat om energiebesparing en duurzame warmte. Voor de maatregelen die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma voor de gebouwde omgeving, is een CO2-impact analyse17 uitgevoerd. Deze analyse biedt inzicht in de bijdrage van de maatregelen uit het Uitvoeringsprogramma Gebouwde Omgeving aan de doelstelling van een 55-60% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Met een verwachte daling van 43%, die we met de huidige uitvoeringsagenda nog enkele procenten kunnen verhogen, is de prognose dat we de doelstelling niet zullen halen. In de komende periode zullen we nader onderzoeken hoe we de resterende opgave kunnen invullen.
CO2-emissie in (Mton)
1990
2020
CO2-reductie
0,86
0,80
7%
Tabel 1: CO2-uitstoot Zeeuwse gebouwde omgeving
4.3 Energiebesparing Energiebesparing is een belangrijk onderwerp in de Zeeuwse gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving in Zeeland is als volgt verdeeld:
16 17
58% particuliere woningen 30% huurwoningen 10% bedrijven (commerciële dienstverlening) 2% maatschappelijk vastgoed (publieke dienstverlening)
https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot https://www.reszeeland.nl/app/uploads/2024/04/Quickscan-CO2-reductie-Programma-gebouwde-omgeving.pdf
29
• • • •
4.3.1 Maatregelen particuliere woningen Het goed isoleren van huizen verlaagt het energieverbruik en de energiekosten. Daarom kwam de rijksoverheid met het Nationale Isolatieprogramma (NIP). Dit is een meerjarig programma om gemeenten te helpen bij het isoleren van particuliere woningen. In oktober 2023 ging het NIP van start. Het doel is om 25.000 woningen via het NIP te isoleren. Hierbij gaat het om het toepassen van minimaal één isolatiemaatregel, zoals vloerisolatie. Om het NIP uit te voeren, is er via het programma Gebouwde Omgeving van de RES een collectief aanbod ontwikkeld. Hier zijn vrijwel alle Zeeuwse gemeenten bij aangesloten. Vanuit het collectieve aanbod is een projectteam opgezet dat zich bezighoudt met het implementeren van het NIP in alle gemeenten. Gemeenten bepalen zelf welke wijken hier het eerst voor in aanmerking komen. Elke gemeente heeft daarbij de keuze uit drie modules:
1. Ontzorgingsaanpak 2. Subsidie voor isolatie door aannemer 3. Doe het zelf-subsidie
Het succes van het NIP valt of staat met het mobiliseren van bewoners, die ook zelf bereid moeten zijn om te investeren in hun woning. De hoogte van de energieprijs is hiervoor zeer bepalend. Ook doen gemeenten en provincie hun uiterste best om te voldoen aan de eisen die de Wet Natuurbeheer stelt aan de isolatie van woningen. Daarnaast besteden de gemeenten een deel van de middelen die zij ontvangen voor Energiearmoede aan de isolatie van woningen. Hiervoor zijn onder meer Isolatieteams opgericht, die kleine energiebesparende maatregelen doorvoeren. Deze teams geven ook coaching en advies over het verminderen van energieverbruik. Door het opstellen van de Uitvoeringsplannen van de gemeenten krijgen bewoners duidelijkheid voor welke warmtebron gekozen wordt, zodat zij hierop kunnen anticiperen. Voor meer informatie over de inhoud van deze uitvoeringsplannen, verwijzen we naar pagina 34.
30
Verder kiezen particulieren steeds vaker zelf al voor een (hybride) warmtepomp. Ook weten zij de landelijke subsidieregeling Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) hiervoor steeds beter te vinden. Net als de financieringsmogelijkheden van het Warmtefonds.
4.3.2 Maatregelen huurwoningen Woningcorporaties spelen, gezien hun positie op de woningmarkt, een belangrijke rol in het verduurzamen van Zeeuwse huurwoningen. Woningcorporaties hebben hier zelf afspraken met het Rijk over gemaakt, als onderdeel van het Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving uit 2022. Vanuit de RES hebben we hier beperkte invloed op. Wel faciliteren we afstemming en kennisuitwisseling tussen woningcorporaties en andere betrokken partijen en sectoren in de gebouwde omgeving. Hierin is ook de omgang met ‘gespikkeld bezit’ belangrijk. Dit zijn particuliere woningen in gebieden met veel corporatiebezit. In de afstemmingsoverleggen met corporaties maken gemeenten aanvullende afspraken over de verduurzaming van hun vastgoed. Verder is de private huurmarkt een uitdagende sector met betrekking tot energiebesparing. Er wordt op dit moment maar beperkt gebruikgemaakt van de beschikbare nationale subsidies voor verduurzaming van particuliere huurwoningen. Het Programma Gebouwde Omgeving gaat in kaart brengen hoe groot dit probleem in Zeeland is. Afhankelijk van de uitkomsten, wordt een plan van aanpak gemaakt.
4.3.3 Maatregelen bedrijven Om bedrijven te helpen met verduurzamen is ten tijde van de RES 1.0 het Expertplatform Bedrijven opgericht. Dit is in samenwerking met Impuls Zeeland18. Het platform breiden we steeds verder uit met nog meer mogelijkheden voor bedrijven om duurzame maatregelen te nemen. In 2024 is het platform ondergebracht bij Impuls Zeeland. Vanuit het Rijk is er vanaf 2024 een subsidieregeling (Specifieke Uitkering (SPUK) Bedrijfsmatig Vastgoed) voor provincies om aan de slag te gaan met verduurzaming van bedrijventerreinen en midden- en kleine ondernemers.
18 19
https://www.impulszeeland.nl/projecten/regionale-energietransitie-zeeuws-energieakkoord https://www.zeeland.nl/toekomstbestendig-ondernemen-zeeland/home
31
Tenslotte is er het online portaal ‘Toekomstbestendig Ondernemen van de provincie Zeeland19.’ Dit portaal wijst ondernemers de weg bij het verduurzamen van bedrijventerreinen en maatschappelijk vastgoed. Het is een hulpmiddel om deze groepen verder op weg te helpen en te inspireren.
4.3.4 Maatregelen maatschappelijk vastgoed Voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, loopt het Klimaatontzorgingsprogramma (KlimOp) van het Rijk. Het doel van het programma is om de achterstand in te lopen op het gebied van verduurzaming van dit soort vastgoed. Denk hierbij aan buurthuizen, scholen en kinderopvang en zorginstellingen. Eigenaren van maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed kunnen via het programma gratis energieadvies aanvragen20. Het Rijk heeft de middelen voor het programma KlimOp medio 2024 aangevuld. Zeeland zal de komende jaren doorgaan met het KlimOp-initiatief. Maatschappelijke organisaties hebben een voorbeeldfunctie binnen onze maatschappij. Ook als het gaat om het verduurzamen van hun vastgoed. De subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) helpt hierbij. In de praktijk blijkt dat de vraag groter is dan het aanbod. Hierdoor kan slechts een deel van het vastgoed verduurzaamd worden. Voor de volledige uitvoeringsagenda voor energiebesparing verwijzen we door naar bijlage B.
20 21
https://www.zeeland.nl/onderwerpen/energie-en-klimaat/klimop https://www.zeeland.nl/zeeuwse-omgeving/ambitie-3-een-duurzame-en-innovatieve-economie
32
Circulaire economie Een circulaire economie is erop gericht om zo weinig mogelijk afval en verspilling te creëren. Bijvoorbeeld door minder grondstoffen te gebruiken of juist te hergebruiken. De verduurzaming van de gebouwde omgeving heeft een grote samenhang met deze circulaire economie. Voor het isoleren van gebouwen en het plaatsen van zonnepanelen worden namelijk veel materialen gebruikt. Landelijk is beleid opgesteld voor circulaire economie in onder andere de gebouwde omgeving. Op basis van het landelijke beleid stellen Zeeuwse gemeenten samen het Zeeland-brede beleid op voor circulaire economie in de bouw en gebouwde omgeving, infrastructuur en openbare werken, afval en grondstoffen en inkoop en consumptie21. Het beleid en acties wat hieruit voortkomt draagt bij aan de doelstellingen van de RES 2.0.
4.5 Duurzame warmte Energiebesparing in de gebouwde omgeving alleen is niet voldoende om de doelstellingen te behalen. Ook de versnelling in het vervangen van aardgas door duurzame warmte is hard nodig. Hier nemen we dan ook maatregelen voor.
4.5.1 Opstellen uitvoeringsplan gemeenten Het is van belang dat gemeenten versneld werken aan het aardgasvrij maken van woningen en wijken. De afspraken hieronder zijn gebaseerd op de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)22, die nog in behandeling is. In deze wet staat dat het in 2036 voor alle wijken duidelijk moet zijn op welke duurzame warmtebron zij zullen overgaan. Om voor 2036 voor alle wijken duidelijkheid te hebben, spreken de RES-partners het volgende af:
1. Uiterlijk 2030 hebben de 13 Zeeuwse gemeenten voor minimaal de helft van alle wijken/kernen in beeld welke wijken/kernen wanneer op welke warmtebron over kunnen gaan. 2. Uiterlijk 2030 zijn gemeenten gestart met het daadwerkelijk aardgas vrijmaken van minimaal één bestaande wijk/kern.
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2023/06/28/wetsvoorstel-wet-gemeentelijke-instrumenten-warmtetransitie-wgiw-ingediend.
33
22
Uitvoeringsplan gemeenten In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten elke vijf jaar een Transitievisie warmte vaststellen. Het uitvoeringsplan is een concretisering hiervan. Het plan beschrijft van één of meerdere buurten of wijken op welk duurzaam alternatief ze overgaan en per wanneer. Ook beschrijft het welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt een totaaloverzicht van de stappen die diverse partijen zetten. Bijvoorbeeld voor de isolatie-aanpak of hoe ze het gekozen alternatief voor aardgas voor een buurt of wijk realiseren.
Voor het verduurzamen van de warmte in wijken zijn er verschillende oplossingen: individuele oplossingen waarbinnen all-electric de voornaamste oplossing zal zijn, collectieve oplossingen en het ontwikkelen van regionale warmtenetten. We lichten ze hieronder toe.
4.5.2 Individuele oplossingen Een groot deel van Zeeland zal vanwege de uitgestrekte bebouwing overgaan op individuele oplossingen. De overstap van een cv-ketel naar een hybride of all-electric warmtepomp staat hierin centraal. Hybride warmtepompen zullen zeker in de overgangsperiode richting een volledige duurzame warmtebron een belangrijke rol spelen. Het toenemende aantal warmtepompen leidt tot een hoger elektriciteitsverbruik. Dit is een uitdaging door het volle stroomnet. Het is dus belangrijk om rekening te houden met de mogelijkheden van het elektriciteitsnet en netcongestie. Ook een ander duurzaam alternatief voor een cv-ketel is uiteraard mogelijk23. De individuele oplossingen kunnen ook collectief worden opgepakt en uitgevoerd in de gebouwde omgeving. Groen gas, een duurzaam alternatief voor gewoon aardgas, gebruiken we alleen als het écht niet anders kan. Dit ligt in lijn met de brief Verduurzaming van de gebouwde omgeving van demissionair minister De Jonge24. Dit geldt bijvoorbeeld voor oude binnensteden waar veel monumentale panden zijn en geen ruimte in de ondergrond is voor een warmtenet. Zo’n omgeving is vaak aangewezen op hoge temperatuur warmte.
24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/05/23/qena-hybride-warmtepomp-standaard-in-2026 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/brieven/2023/07/20/getekende-brief-verduurzaming-van-de-gebouwde-omgeving
34
23
4.5.3 Collectieve oplossingen Zeeland bestaat, naast de stedelijke gebieden, uit zo’n honderd dorpen. In deze kleine kernen liggen kansen voor de ontwikkeling van kleine, zeer lokale, collectieve warmtenetten. Deze warmtenetten kunnen gebruikmaken van diverse duurzame bronnen. Denk aan aquathermie, zonthermie, lokale restwarmte, ondiepe geothermie of een combinatie van deze bronnen. Naar de potentie van deze bronnen is onderzoek gedaan. De uitkomsten hiervan staan op pagina 38. Op dit moment worden al collectieve oplossingen in Zeeland onderzocht. Zo wordt in de Panoramabuurt in Vlissingen onderzocht of de wijk aardgasvrij is te maken door middel van een lokaal warmtenet, met als bronnen Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), Warmte Koude Opslag (WKO) en restwarmte als onderdeel van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)25. Daarnaast willen we pilotprojecten starten in wijken waar veel particuliere woningbouw staat en inwonerscollectieven een belangrijke rol kunnen spelen. Hierbij willen we gebruikmaken van alternatieve warmtebronnen zoals zonthermie of aquathermie. Het doel is om zo praktijkervaring op te doen met de ontwikkeling van duurzame warmtenetten in Zeeland.
4.5.4 Regionale warmtenetten In de stedelijke gebieden die dicht bij industrie met restwarmte liggen, zijn er kansen om grote warmtenetten te ontwikkelen. Sinds de RES 1.0 zijn er twee gebieden naar boven gekomen waar kansen liggen: Zeeuws-Vlaanderen en Midden-Zeeland. Zo kan in Zeeuws-Vlaanderen de restwarmte van grote industriële bedrijven worden gebruikt. Smart Delta Resources heeft in 2024 een masterplan voor de Kanaalzone gemaakt en onderzoekt nu met NetVerder hoe de industrie elkaars restwarmte kan benutten, met in een latere fase mogelijk ook uitkoppeling naar de gebouwde omgeving (zie het figuur hiernaast).26
25 26
https://www.aardgasvrijewijken.nl/proeftuinen+op+de+kaart/panoramabuurt+vlissingen/default.aspx https://www.zeeland.nl/sites/default/files/2023-04/PMIEK%20Zeeland%202023%20-%20definitief%20vDT.pdf
35
Figuur 3: Warmtenet Terneuzen.
Verder wordt in Midden-Zeeland, delen van de gemeenten Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes en Kapelle onderzocht of de ontwikkeling van een groot warmtenet een optie zou kunnen zijn. In deze gemeenten worden de mogelijkheden van het gebruik van restwarmte onderzocht. Sinds begin 2024 loopt er een verdiepende haalbaarheidsstudie waaruit zal blijken voor welke gemeenten het technisch en financieel haalbaar is.
4.5.5 Regionaal warmtebedrijf Per 1 januari 2025 treedt de Wet collectieve warmtevoorzieningen (Wcw) vermoedelijk in werking. In deze wet staat waarschijnlijk dat een warmtebedrijf voor minimaal 51% in publieke handen moet zijn, bijvoorbeeld in eigendom van gemeenten en/of provincie. Dit betekent dat gemeenten en provincies meer regie krijgen bij de ontwikkeling van warmtenetten in de gebouwde omgeving.
36
Wanneer er concreet een slag wordt gemaakt met het realiseren van warmtenetten in de provincie dan zal er onderzocht worden of en hoe we in Zeeland de kennis en de uitvoering voor warmtenetten kunnen samenbrengen in een regionaal warmtebedrijf. Hierbij zal er ook onderzoek gedaan worden of een regionaal warmtebedrijf de gemeente kan ontzorgen.
4.5.6 Onderzoek alternatieve warmtebronnen Om aardgasvrije wijken te realiseren, zijn alternatieve warmtebronnen nodig. In de Regionale Structuur Warmte (RSW) 202127 is onderzoek gedaan naar de potentie van alternatieve warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. Sindsdien zijn er voor enkele bronnen nieuwe inzichten opgedaan. De belangrijkste conclusies staan in de tabel hieronder. In 2024 en 2025 zal het programma Gebouwde omgeving in nauw overleg met de gemeenten uitvoerig onderzoek laten doen naar warmtebronnen, zodat gemeenten een goed gefundeerde keuze kunnen maken. Mede op basis hiervan zal de RSW een update krijgen, omdat dat de basis is voor het opstellen van de gemeentelijke Warmteplannen. Bron Conclusie Een groot deel van Zeeland gaat over op warmtevoorziening via individuele allelectric warmtepompen. Dit geldt met name voor dunbevolkte gebieden met weinig warmtebronnen. Netschaarste is hierbij een belangrijk aandachtspunt, al geldt dat op dit moment niet voor kleinverbruikersaansluitingen.
Restwarmte
Een aantal grote Zeeuwse bedrijven heeft veel restwarmte over. Het gaat dan meestal om temperaturen variërend van ongeveer 40 tot 70 graden. Uit onderzoek blijkt dat de theoretische potentie voor restwarmte groot is. Zo’n 100.000 Zeeuwse huishoudens kunnen we ermee verwarmen. De lange transportleidingen en de relatief lage woningdichtheid, vormen een uitdaging. Op termijn zetten we in op volledig duurzame restwarmte. Fossiele restwarmte kan in de transitiefase naar volledig duurzaam mogelijk tijdelijk worden benut.
Zonthermie
Zeeland heeft relatief veel zonne-uren ten opzichte van de rest van Nederland. Er zijn dus mogelijkheden om deze zonne-energie in te zetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving via zon op dak en zonthermievelden. Dit is in combinatie met Warmte Koude Opslag (WKO). Bij WKO wordt warmte in de zomer opgeslagen in de bodem om er ‘s winters mee te verwarmen.
https://storymaps.arcgis.com/stories/99217bbdcb7c47cd90f7dff9562d9c4f
37
27
Elektriciteit (all-electric)
Aquathermie
Zeeland is een waterrijke provincie. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) biedt dus kansen. Hierbij wordt warmte uit oppervlaktewater gehaald met een warmtewisselaar en/of een warmtepomp.
Geothermie
Geothermie is het gebruiken van aardwarmte uit diepe lagen in de grond. Diepe en ultradiepe geothermie lijken op basis van de huidige data niet kansrijk in Zeeland. Wel is er potentie voor ondiepe geothermie. Hier wordt op dit moment onderzoek naar gedaan in Zeeland.
Elektriciteit (power-to-heat)
Overschotten van door wind en zon opgewekte energie kunnen opgeslagen worden om ze vervolgens om te zetten in warmte op het moment dat dit nodig is. Dit gebeurt nog niet op grote schaal. Power-to-heat biedt wel mogelijkheden voor de lange termijn.
Duurzame en hernieuwbare gassen
Deze bron is, net als de landelijke lijn, alleen een optie voor de wijken/kernen waarvoor écht geen alternatief is.28 Waterstof zien we niet als optie voor de gebouwde omgeving. Dit komt door de beperkte beschikbaarheid, het ontbreken van de benodigde infrastructuur en de hoge vraag vanuit andere sectoren.
Biomassa
Het verbranden van biomassa is vooral vanuit het oogpunt van duurzaamheid niet geschikt voor de gebouwde omgeving.
Tabel 2: Conclusies Regionale Structuur Warmte 2021.
Voor de volledige uitvoeringsagenda voor duurzame warmte verwijzen we door naar bijlage B.
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/brieven/2023/07/20/getekende-brief-verduurzaming-van-de-gebouwde-omgeving
38
28
5
Maatregelen mobiliteit
Verkeer en vervoer zorgen voor zo’n 30% van de CO2-emissie in Nederland29. De transitie naar duurzame mobiliteit is daarom een belangrijk onderdeel van klimaatbeleid én de RES 2.0. Met duurzame mobiliteit bedoelen we manieren van vervoer die weinig tot geen CO2 uitstoten. We richten ons daarbij primair op duurzame mobiliteit over de weg. Vliegverkeer en scheepvaart maken geen onderdeel uit van de RES. https://www.crow.nl/duurzame-mobiliteit/home/ruimte-voor-klimaat-en-energie/co2-uitstoot-verkeer-groeit
39
29
5.1 Ambitie en doelstellingen De ambitie voor mobiliteit luidt als volgt:
“De ambitie is om in 2050 een ‘zero-emissie mobiliteitssysteem’ te realiseren.”
Om dit te bereiken, streven we binnen de RES 2.0 drie doelstellingen na: Doelstelling vervoer (semi-)overheden
Doelstelling bedrijven(terreinen)
Doelstelling laadinfrastructuur
•
•
•
(Starten met) het verduurzamen van minimaal één bedrijventerrein per gemeente in 2024.
•
Het uitrollen van een dekkend laadwerk voor personenvervoer en vrachtverkeer in Zeeland in 2030. Het uitrollen van een netwerk voor alternatieve brandstoffen voor logistieke en bouwvoertuigen in Zeeland in 2030.
40
•
Streven naar een CO2-reductie van 55 - 60% in 2030. Voldoen aan de doelstelling vanuit de Clean Vehicle Directive (CVD). Dit geldt voor het eigen wagenpark, inclusief vervoer over water.
5.2 Huidige stand van zaken Op diverse plekken in Zeeland wordt gewerkt aan het verduurzamen van de mobiliteit. Zo nam het aantal elektrische personenauto’s en bedrijfswagens de afgelopen jaren toe. Ook het aantal publieke en semi-publieke laadpunten stijgt. In de tabel hieronder staat een overzicht van de precieze aantallen. Om deze aantallen te verhogen en bovenstaande ambitie waar te maken, zijn maatregelen nodig. Aantal in 2023 Elektrische (Batterij electric vehicles, BEV) personenauto’s
5.451 (2,7% van alle personenauto’s)
Elektrische (BEV) bedrijfswagens
334 (1,1% van alle bedrijfswagens)
Publieke reguliere laadpunten
1.114
Publieke snellaadpunten
77
Semi-publieke laadpunten
2.174
41
Tabel 3: Elektrische mobiliteit Zeeland 2023.
5.3 Maatregelen 5.3.1 Visie op Duurzame Mobiliteit Technische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dit zorgt voor kansen binnen mobiliteit. Door nieuwe ontwikkelingen kunnen steeds meer zeroemissievoertuigen gerealiseerd worden. Zero-emissievoertuigen stoten geen vervuilende uitlaatgassen uit. Om in te spelen op deze veranderingen, is het belangrijk dat Zeeuwse overheden een visie op Duurzame Mobiliteit ontwikkelen. In deze visie beschrijven gemeenten welke ontwikkelingen zij verwachten. Hierin staan ook de duurzame doelen die ze nastreven voor verschillende vervoermiddelen. Voor een aantal onderwerpen is het van belang om een gezamenlijke visie te hebben op de schaal van Zeeland. Denk aan het aanbieden van logistieke laad- en/of tankfaciliteiten. De gezamenlijke visie ontwikkelen we mede via de RES.