2024-47a D24.310553 RO zonnepark Zeeuwind 20240730 Onderbouwing BOPA zonnepark WAP
Tekst van het document
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit Zonnepark Willem-Annapolder Willem-Annapolder II BV 721094 | 3.0 30 juli 2024
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit
Projectnaam Zonnepark Willem-Annapolder
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Versienummer
Vestiging South East Asia
Datum
Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
3.0
30 juli 2024
Project nummer 721094
Opdrachtgever Willem-Annapolder II BV
Auteur Edo van Baars & Silke Mooiweer
Vestiging Vietnam 7th Floor, Serepok Building 56 Nguyen Dinh Chieu Street, Da Kao Ward, District 1 Ho Chi Minh City Vietnam
Nagekeken door Jorick Amsman
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten en aanbevelingen. Pondera is niet aansprakelijk voor schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Het project 2.1 2.2
3
Beleid
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19
20
Archeologie en cultuurhistorie _______________________________________________ 20 Beperkingsgebieden ______________________________________________________ 22 Bedrijven en milieuzonering _________________________________________________ 23 Bodem _________________________________________________________________ 25 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ___________________________________________ 26 Geluid __________________________________________________________________ 26 Geur ___________________________________________________________________ 27 Lichthinder ______________________________________________________________ 27 Luchtkwaliteit ____________________________________________________________ 29 M.e.r.-beoordeling ________________________________________________________ 30 Natuur _________________________________________________________________ 31 Omgevingsveiligheid ______________________________________________________ 35 Verkeer en parkeren ______________________________________________________ 36 Trillingen________________________________________________________________ 37 Water __________________________________________________________________ 38 Welstand en landschappelijke inpassing _______________________________________ 40 Gezondheid _____________________________________________________________ 42 Stikstof
_________________________________________________________________ 44 Conclusie Kwaliteit van de leefomgeving_______________________________________ 45
Participatie 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
12
Rijksbeleid ______________________________________________________________ 12 Provinciaal beleid _________________________________________________________ 14 Regionaal beleid _________________________________________________________ 14 Gemeentelijk beleid _______________________________________________________ 16 Conclusie _______________________________________________________________ 19
Kwaliteit van de leefomgeving
5
6
Uitgangspunten zonnepark __________________________________________________ 6 Juridisch kader ____________________________________________________________ 7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
3
Algemeen ________________________________________________________________ 3 Locatiekeuze _____________________________________________________________ 3 Behoefte _________________________________________________________________ 4 Leeswijzer _______________________________________________________________ 4
46
Communicatie ___________________________________________________________ 46 Procesparticipatie met (in)direct omwonenden __________________________________ 46 Financiële participatie en eigendom __________________________________________ 46 Werkgelegenheid _________________________________________________________ 47 Samenvatting ____________________________________________________________ 47
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024
6
Financiële haalbaarheid 6.1 6.2 6.3
7 8 9
48
Financiële beoordeling _____________________________________________________ 48 Kostenverhaal ___________________________________________________________ 48 Nadeelcompensatie _______________________________________________________ 49
Conclusie evenwichtige toedeling van functies Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan Bijlagen
50 51 52
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024
1 Inleiding 1.1 Algemeen Windpark Willem-Annapolder II BV (hierna: de initiatiefnemer) is voornemens een zonnepark te ontwikkelen, verbonden aan Windpark Willem-Annapolder. Dit zonnepark zal een bijdrage leveren aan de gemeentelijke, provinciale en rijks-doelstellingen voor zonne-energie. Het zonnepark heeft een totaaloppervlak is 10,6 ha en het totaal opgesteld vermogen is ca. 14 MW. Coöperatie Zeeuwind U.A. is de ontwikkelaar namens Windpark Willem-Annapolder II BV. Voor dit project wordt in een later stadium een separate project entiteit opgericht met de naam Zonnepark WillemAnnapolder BV. Het beoogde zonnepark kan niet worden gerealiseerd binnen het omgevingsplan van de gemeente Kapelle. Om de realisatie van dit zonnepark mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA = afwijking omgevingsplan) aangevraagd (artikel 5.1, lid 1 Omgevingswet). Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend: •
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl));
•
Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b van het Bkl.
Deze rapportage bevat een uiteenzetting en onderbouwing van alle relevante gevolgen van de aangevraagde activiteit voor de fysieke leefomgeving, dat de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteit ook uitvoerbaar is.
1.2 Locatiekeuze Het voorgenomen zonnepark ligt onder en rondom de windturbines van Windpark Willem-Annapolder, in de Willem-Annapolder dat gelegen is in de gemeente Kapelle, zie Figuur 1.1.
Figuur 1.1 Beoogde locatie zonnepark
1.3 Behoefte Globaal gezegd komt de behoefte aan hernieuwbare elektriciteit voort uit de wens om mondiale opwarming tegen te gaan. Dit hebben landen afgesproken in het Akkoord van Parijs, zie ook paragraaf 3.1.1. Deze behoefte aan hernieuwbare elektriciteit is verankerd in rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In de RES Zeeland is afgesproken dat voor 2030 zon op land een indicatief vermogen van 500 MW moet zijn gerealiseerd (in de Voortgangsupdate RES 2023 wordt zelfs 600 MW genoemd). Uitgaande van 500 MW en de gemeentelijke doelstelling 6% van de Zeeuwse opgave binnen de RES te realiseren, betekent dat een opgave van 30 MW opwekvermogen voor Kapelle in 2030 (bij 600 MW is dat 36MW). In Bouwsteen Elektriciteit 1 staat dat Kapelle relatief groter aandeel op zich neemt van de regionale opgave dan verhoudingsgewijs ‘noodzakelijk’ is. Er wordt beschreven dat het redelijk is dat Kapelle een groter aandeel van de regionale opgave realiseert omdat niet alle Zeeuwse gemeenten een aansluitmogelijkheid op het hoogspanningsnet hebben, dat Kapelle wel heeft.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt project besproken en met welke juridische kaders deze te maken heeft, zoals het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader t.a.v. de energietransitie geschetst en hoe het planvoornemen een bijdrage kan leveren aan de gestelde beleidsdoelen. In hoofdstuk 4 wordt per (milieu)effect getoetst of deze voldoet aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 4
hoofdstuk 5 wordt de participatie (zowel qua proces als financieel) aanpak toegelicht. Hoofdstuk 6 gaat over de financiële haalbaarheid behandeld. De onderbouwing wordt afgesloten met een conclusie in hoofdstuk 7 of het projectvoornemen voldoet aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en in hoofdstuk 8 een voorstel hoe het initiatief op te nemen in het omgevingsplan.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 5
2 Het project Het projectgebied ligt in de Nieuwlandpolder, waar de Willem-Annapolder onder valt. Deze polder kent een grootschalig karakter. Het wordt omringd door dijken en heeft daarmee een natuurlijke buffer richting de omgeving. De functie van de grond in het projectgebied is agrarisch. In de omgeving van het beoogde zonnepark is een kassencomplex en een rioolwaterzuiveringsinstallatie aanwezig. Tevens staan er momenteel aan de westkant van polder 10 windturbines, deze worden vervangen door 4 grotere, modernere (Windpark Willem-Annapolder). Aan de oostkant van de polder worden twee turbines geplaatst: Windpark Landmanslust. In het gebied zijn beperkt woningen aanwezig waarvan de meeste bedrijfswoningen zijn. Het projectgebied wordt omsloten door diverse wegen. Ook zijn er in de omgeving verschillende dijken te vinden door de ligging dicht bij de Westerschelde. Verder zijn er in de nabije omgeving enkele natuurgebieden aanwezig, zoals Natura2000-gebied Westerschelde en een NNN-gebied. Zie de locatie van de beoogde inrichting in Figuur 2.1. Figuur 2.1 Beoogd zonnepark
2.1 Uitgangspunten zonnepark De belangrijkste kenmerken van het zonnepark zijn hieronder weergegeven: •
De zonnepanelen zullen worden gemonteerd op stellages, ook wel ‘tafels’ genoemd. De tafels worden in de bodem verankerd middels enkele (schroef)palen van maximaal 5m diep, zodat slechts op enkele plekken beperkte ontgraving nodig is. De palen zijn eenvoudig na de exploitatieperiode te verwijderen, Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 6
omdat het (schroef)palen zijn, zodat de grond voor andere doeleinden naderhand kan worden gebruikt; •
De tafels en palen zijn van staal (de kleur zal zwart, antraciet of grijs worden);
•
De zonnepanelen worden op tafels geïnstalleerd, in oost-west opstelling, zie de situatietekening in bijlage ;
•
De panelen zullen niet hoger dan 2,5 meter boven maaiveld uitsteken;
•
Er blijft een ruimte tussen de panelenrijen van 2 tot 4 m om schaduwwerking onderling te voorkomen en onderhoud te kunnen uitvoeren;
•
Voor de beveiliging van het zonnepark wordt voor het overgrote deel gebruik gemaakt van een natuurlijke barrière in de vorm van aangeplante hagen. Rondom het gehele zonnepark wordt een hekwerk geplaatst dat voor zover mogelijk in de hagen zal worden geïntegreerd. De hoogte van het hekwerk is maximaal 2 meter;
•
Het zonnepark wordt beveiligd d.m.v. cameratoezicht;
•
Om de opgewekte elektriciteit geschikt te maken voor teruglevering aan het landelijke elektriciteitsnet worden 7 transformatorhuisjes gerealiseerd. Het uitgangspunt is dat de kleurstelling zo neutraal mogelijk is;
•
Het zonnepark zal de aansluiting op het (reeds gerealiseerde) inkoopstation Willem Annapolder delen met Windpark Willem Annapolder. Het gezamenlijk gebruik van de kabel wordt ‘cable pooling’ genoemd. Het zorgt voor een meer stabiele elektriciteitsleverantie bij een combinatie van een zon- en windpark: immers waait het vaak op momenten dat de zon niet schijnt en vice versa. In het geval dat zowel de windturbines als de zonnepanelen veel energie opwekken, kan de initiatiefnemer de opwek van zon en wind in balans brengen en maximaliseren. Tevens reduceert het maatschappelijke kosten omdat de netbeheerder niet een extra kabel hoeft aan te leggen.
2.2 Juridisch kader 2.2.1 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Het planvoornemen past niet in het geldende omgevingsplan, zie een toelichting hierop in hoofdstuk 2.2.2. Er kan door middel van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit van worden afgeweken. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (ook wel BOPA genoemd) gelden de beoordelingsregels van afdeling 8.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend: •
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl));
•
Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b van het Bkl.
De grondslag voor deze beoordelingsregels ligt in artikel 5.18 juncto artikel 5.21 Omgevingswet (hierna: Ow). Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ in de Ow volgt het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op. Voor de BOPA bevat de Omgevingsregeling (Or) het volgende specifieke aanvraagvereiste: •
Aanvrager verstrekt de gegevens die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 7
Reikwijdte fysieke leefomgeving Uit artikel 1.2 Ow volgt welke activiteiten in elk geval tot de fysieke leefomgeving behoren. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. En als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in ieder geval aangemerkt gevolgen die kunnen voortvloeien uit: •
Het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan;
•
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
•
Activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt;
•
Het nalaten van activiteiten.
En ook gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving. De lijst in artikel 1.2 Ow is niet uitputtend. Naast de in dit artikel genoemde onderwerpen behoren ook onderwerpen als duurzaamheid en klimaatadaptatie, gezondheid, veiligheid, natuurlijke hulpbronnen, milieu, drinkwatervoorziening en welstand tot de fysieke leefomgeving.
2.2.2 Toetsing aan bestemmingsplan (tijdelijk deel omgevingsplan) Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeentelijke bestemmingsplannen op gegaan in één gemeentelijk omgevingsplan. Deze voormalige bestemmingsplannen staan nu nog in het tijdelijk deel van het omgevingsplan en moeten nog worden omgezet naar het stramien van de Omgevingswet. De gemeente heeft hier tot 2032 de tijd voor. Zo lang er nog sprake is van een tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt dus ook hier nog de terminologie van het bestemmingsplan gebruikt met bijvoorbeeld ‘(dubbel)bestemmingen’, die in een definitief deel van het omgevingsplan niet meer zullen bestaan. In het projectgebied gelden de regels uit het ’Bestemmingsplan Windpark Willem-Annapolder’. Een zonnepark is hier volgens het omgevingsplan niet toegestaan. De volgende bestemmingen en bijbehorende regels gelden ter plaatse: •
Enkelbestemming ‘Agrarisch’: art 3.1, lid a regelt dat de gronden bestemd zijn voor grondgebonden agrarische bedrijven en volgens art 3.1, lid c zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen toegestaan, zoals groen, sloten en watergangen, natuurvriendelijke oevers, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Onder nutsvoorzieningen wordt verstaan o.a. transformatorhuisjes, transformatorkasten, inkoopstation, schakelhuisjes. Er is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Daarom wordt een omgevingsvergunning aangevraagd om hiervan af te wijken. Hiervoor is een Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, dat onderhavig document betreft. Buiten het bouwvlak zijn terreinafscheidingen toegestaan (art. 3.2.1) en de maximale bouwhoogte is 3m voor bouwwerken, geen gebouw zijnde (art. 3.2.2.). Art 3.3.1 geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid heeft hiervan van af te wijken naar maximaal 6m, echter geldt dat alleen voor agrarische veldschuren. De bouwhoogte van de pv-panelen is maximaal 2,5m en van een standaard transformatorhuisje maximaal 2,5m. Het hekwerk is 2m hoog.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 8
•
Dubbelbestemming ‘Archeologie – 6’: bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen maximaal 2m hoog worden. Er mogen geen grondwerkzaamheden dieper dan 40cm worden uitgevoerd (art. 36.3.1, lid 1), echter kan hier van worden afgeweken wanneer archeologisch onderzoek is uitgevoerd (art. 36.3.2, lid 4). Dit onderzoek is reeds uitgevoerd, is overlegd aan het bevoegd gezag wat de archeologische waarden vaststelt (art 9.2., lid b, sub 1). Uit het rapport moet blijken dat de archeologische waarden niet worden geschaad door de bouwactiviteiten of mogelijke schade kan worden voorkomen (art 9.2., lid b, sub 2). Het onderzoek is reeds uitgevoerd en hieruit blijkt dat gezien de vastgestelde lage archeologische waarde, de kans op schade uitgesloten is.
•
Gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone – windturbine’: art. 11.2, lid a staat beperkt kwetsbare objecten toe. Een zonnepark valt niet binnen de planologische definitie van een (beperkt) kwetsbaar object.
•
Gebiedsaanduiding ‘overige zone – parkinfrastructuur’: deze gronden zijn bestemd voor toegangs- en onderhoudswegen ten behoeve van de windturbines, alsmede kabels en leidingen, niet zijnde hoogspanningsleidingen. En bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen zoals bermsloten, bruggen en duikers (art. 11.3, lid a en b). De toegangsweg zal worden gedeeld met de windturbine van Windpark Willem-Annapolder, het wind- en zonnepark zijn van dezelfde eigenaar. De toegangsweg zal worden gebruikt voor aanleg, inspectie en onderhoud van het zonnepark.
Figuur 2.2 Uitsnede voormalig Bestemmingsplan Willem-Annapolder
2.2.3 Milieubelastende activiteit (mba) Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan waarvoor rijksregels gelden. Een zonnepark is geen milieubelastende activiteit op basis van het Bal.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 9
2.2.4 Bevoegd gezag en procedure Bij grondgebonden zonneparken zijn gemeenten bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Zonneparken met een omvang vanaf 50 MW kunnen vallen onder de Rijkscoördinatieregeling. Er is geen tussenstap waarbij provincies bevoegd gezag zijn bij de vergunningverlening voor zonneparken. De gemeente Kapelle is bevoegd gezag aangezien het zonnepark kleiner is dan 50 MW. Ze heeft gekozen om de reguliere procedure (volgens afdeling 3.4 Awb) te volgen, deze kent een beslistermijn van 8 weken. Vaststellingsprocedure De aanvraag voor de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing (met de mogelijkheid voor bezwaar, beroep bij rechtbank en beroeps bij RvS). De beslistermijn is acht weken. Met eventueel verlenging van 6 weken. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht. Verzwaard adviesrecht gemeenteraad De gemeenteraad kan zichzelf met een raadsbesluit als adviseur aanwijzen voor omgevingsvergunningen voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (artikel 4.21 Ob). In tegenstelling tot andere gevallen van advisering, is hier sprake van 'bindend advies'.
Burgemeester en wethouders moeten het advies in acht nemen bij besluitvorming over de omgevingsvergunning (zie artikel 16.15b Ow), daarom wordt dit ook wel het verzwaard adviesrecht van de raad genoemd. De gemeenteraad van Kapelle heeft op 29-11-2022 een lijst vastgesteld met gevallen waarin verzwaard adviesrecht geldt. In art. 1, onder 1.12 staat het aangewezen geval ‘het realiseren of uitbreiden van een middelgroot en/of grootschalig zon-op-land-initiatief en/of een opstelling van één of meerdere windturbines met een tiphoogte van meer dan 25m’. De gemeente Kapelle hanteert bij zonneparken van 5 tot maximaal 25 hectare de categorie grootschalig. De gemeenteraad heeft dus een verzwaard adviesrecht.
Bezwaar/ Beroep in reguliere procedure De aanvraag omgevingsvergunning, de bijlagen, deze onderbouwing en een eventueel advies van de gemeenteraad zijn allen onderdeel van de omgevingsvergunning. De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar moet ingediend worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In bijlage 2 artikel 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan besluiten opgenomen waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 10
2.2.5 Participatie In de participatienota van de gemeente Kapelle1 wordt het plan voor participatie binnen de gemeente besproken. Deze nota is vastgesteld in 2022 met het oog op de omgevingswet, waar participatie een belangrijk onderdeel van is. In deze nota omschrijft de gemeente hun plan om aan de norm voor participatie te voldoen en op wat voor manier de gemeente de inwoners en organisaties willen gaan betrekken in een vroeg stadium van een initiatief, plan of activiteit. De initiatiefnemer is in het voorbereidende stadium van het project al gestart met participatie. De participatieaanpak wordt nader toegelicht in hoofdstuk 5.
1
Participatienota gemeente Kapelle, link: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR686763 Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 11
3 Beleid 3.1 Rijksbeleid Het rijksbeleid voor duurzame energie, en specifiek voor windenergie, heeft zich in eerste instantie altijd gericht op doelen in 2020. Het doel voor 2020 is vervolgens verlengd tot 2023 maar nu is vooral het doel voor 2030 in beeld. In deze paragraaf worden zowel de doelstellingen voor 2020, de verlenging tot 2023, als de doelstelling voor 2030 en daarna behandeld zoals deze chronologisch in tijd zijn gesteld. Want hoewel 2020 en 2023 al bereikt zijn, zijn de doelen voor 2020, met verlenging tot en met 2023, en onderliggende beleidsstukken nog steeds van belang voor de horizon waar nu op gericht wordt.
3.1.1 Nationale Klimaatwet Om conform het Klimaatakkoord van Parijs de wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken heeft Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet vastgesteld. In de Klimaatwet staan drie doelen: •
Een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;
•
Een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;
•
100% Broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.
Ter uitvoering van de Klimaatwet heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op 1 april 2020 het Klimaatplan vastgesteld. Dit Klimaatplan bevat de hoofdlijnen van het nationale klimaatbeleid voor de komende 10 jaar (2021-2030). Daarnaast gaat het Klimaatplan, conform de Klimaatwet, in op de laatste wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, internationale beleidsontwikkelingen en de economische gevolgen. De inhoud van het Klimaatplan is voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat in juni 2019 tot stand is gekomen met betrokkenheid van meer dan 100 maatschappelijke (publieke en private) partijen. In het klimaatakkoord staan afspraken tussen de overheid en vijf betrokken sectoren (elektriciteit, industrie, bebouwde omgeving, landbouw en transport). Deze afspraken moeten er voor zorgen dat in 2050 de doelen, zoals opgenomen in de Klimaatwet worden gehaald. Afspraken over de opwek van duurzame energie, waaronder zonne-energie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk ‘Elektriciteit’. Zo is afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Voor wind en zon op land is afgesproken dat in 2030 minimaal 35 TWh geproduceerd moet worden.
Het beoogde zonnepark draagt bij aan deze doelstelling voor 2030.
3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het instrument van de omgevingsvisie van het Rijk onder de nieuwe Omgevingswet. De NOVI is, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 11 september 2020 door het Rijk vastgesteld. De strategisch relevante delen van de voorganger van de NOVI, de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR, maart 2012), zijn opgegaan in de NOVI. De NOVI is gericht op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu door (a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Klimaatadaptie Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 12
en de energietransitie vormen een van de vier prioriteiten van de NOVI, naast een duurzaam en economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale strategische beleidskeuzes te formuleren en hanteert daarbij als afwegingsprincipes dat combinaties van functies voor enkelvoudige functies gaan, dat kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan en dat afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Op 26 oktober 2023 zijn er middels een Kamerbrief aanscherpingen op de voorkeursvolgorde zon bekend gemaakt. Deze aanscherpingen moeten voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond, gelegd worden wanneer dit niet nodig is.
Het wordt hierdoor moeilijker om zonprojecten op landbouw- en natuurgronden te realiseren. Ondanks deze aanscherpingen is onderhavig initiatief nog steeds mogelijk, omdat het gaat om een cable pooling project aangezien het zonnepark aansluit op de aansluiting van het reeds in ontwikkeling zijnde windpark Willem-Annapolder. In de Kamerbrief worden namelijk uitzonderingen gemaakt voor zonneparken met een lage netimpact, waarvan sprake is als het zonnepark achter één aansluiting zit, dat hier het geval is. Zonnepark Willem-Annapolder past dan ook binnen de voorkeursvolgorde uit de ontwerp-NOVI en tevens binnen de aanscherpingen hierop. Het plangebied is namelijk, naast de agrarische functie, ook in gebruik door windmolens. Tevens bevindt het plangebied zich naast een RWZI. Zoals in de ontwerp-NOVI is beschreven ligt de voorkeur in het landelijk gebied bij gronden met een slimme functiecombinatie.
Nationaal Plan Energiesystemen (NPE) Ons energiesysteem van de toekomst moet betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam zijn. Om klimaatverandering een halt toe te roepen, dient het energiesysteem ver voor 2050 klimaatneutraal te zijn. Bovendien geldt: hoe sneller wij dit duurzame energiesysteem realiseren, des te meer opties we hebben voor de transformatie van onze samenleving en economie. Om duidelijkheid te geven over hoe we daar komen heeft de ministerraad in december 2023 het definitieve Nationaal Plan Energiesysteem vastgesteld. Het Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050. In dit plan geeft het kabinet aan hoe we kunnen bouwen, besparen, verdelen en verbinden voor een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem - nu en in de toekomst. Het kabinet maakt hiervoor vijf richtinggevende keuzes: •
Maximaal aanbod: maximale inzet op aanbod van duurzame energie en energie infrastructuur;
•
Energiebesparing: besparen als belangrijke hoeksteen van het energiebeleid;
•
Slim inzetten energie en infrastructuur: Schaarse energie en infrastructuur worden ingezet waar dit het meest nodig is vanuit systeemperspectief;
•
Internationale samenwerking: sterke internationale samenwerking en maximaal verbonden energiesysteem;
•
Samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en initiatief.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 13
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De realisatie van een zonnepark betreft geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl, derhalve is de Ladder hiervoor niet van toepassing. Dit wordt bevestigd door jurisprudentie: in de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 is duidelijk gemaakt welke functies onder ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ vallen. Hieruit vloeit voort dat functies als zonneparken en transformatorhuisjes hier niet onder vallen.
3.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het provinciaal ruimtelijk beleid besproken voor de aanleg van een zonnepark op deze locatie. Dit ruimtelijk beleid wordt als toetsingskader gebruikt voor de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. Provincie Zeeland heeft gekozen voor een aanpak waarbij plannen voor zonneparken eerst goed onderzocht worden. Het zuinig gebruiken van de ruimte staat voorop. De provincie ondersteunt de volgende vormen van zonne-energie: •
Het plaatsen van zonnepanelen op daken;
•
Het aanleggen van zonneparken binnen de grenzen van bestaand bebouwd gebied, bestaande bedrijventerreinen en zeehaventerreinen in Zeeland;
•
Het ontwikkelen van plannen door agrariërs voor eigen gebruik op agrarisch bouwvlak.
Op grond van het derde punt is in de Willem-Annapolder een zonnepark mogelijk. Het plangebied bevindt zich onder en rondom de turbines van windpark Willem-Annapolder. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een rioolwaterzuiveringsinstallatie en een zeedijk, ten oosten een groot bedrijf dat opereert in de glastuinbouw. De polder is voor een groot deel reeds bebouwd en kent al meerdere grootschalige ontwikkelingen, een zonnepark sluit hier goed bij aan. Het gebied heeft de aanduiding 'energielandschap' van de gemeente Kapelle waar ook andere duurzaamheidsprojecten bij elkaar komen.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 RES regio Zeeland In het Klimaatakkoord, de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015), is afgesproken dat we met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In een Regionale Energie Strategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. Het Klimaatakkoord brengt dus een opdracht aan de regio’s met zich mee. De RES 1.0 is in februari 2020 gepubliceerd, in oktober 2020 hebben alle Zeeuwse overheden dit document vastgesteld. De gemeente Kapelle maakt samen met de andere Zeeuwse gemeenten deel uit van de RES regio Zeeland. De RES regio Zeeland heeft de ambitie om in 2030 tenminste 11 PJ (3 TWh) aan opwekking Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 14
hernieuwbare elektriciteit te realiseren. In een tabel wordt per energiebron een indicatief vermogen aangegeven dat moet worden opgewekt om 11 PJ aan duurzame energie te realiseren. Het aandeel zon op land, waar het beoogde zonnepark Willem-Annapolder onder valt, zou 500 MW aan indicatief vermogen moeten kennen in 2030 (in de RES voortgangsupdate 2022 wordt zelfs gesproken van 600 MW). Voor een volledig CO2-neutrale energievoorziening in 2050 is de hele grove inschatting gemaakt dat er 13 PJ aan zonne-energie (zowel op dak als op land) benodigd is. Eind 2022 (laatste RES voortgangsupdate) stond er 190 MW aan opgesteld vermogen aan zonne-energie op dak en 255 MW aan opgesteld vermogen aan grondgebonden zonneparken. Wat betreft opwek op land zit de RES Zeeland op 73% van haar doelstelling in 2030. Het zonnepark Willem-Annapolder draagt bij aan het realiseren van de doelstelling in 20302. Zoals te zien in onderstaande figuur heeft de RES regio Zeeland een zonneladder opgesteld. Projecten kunnen aan deze ladder, die bestaat uit drie ‘treden’ worden getoetst. Deze ladder kent een voorkeur voor zonnepanelen op daken, vervolgens komen zonneparken binnen bestaand gebied, zonneparken buiten stedelijk gebied kennen de laagste rang. Figuur 3.1 Zonneladder RES regio Zeeland
Bron: RES 1.0 Zeeland
Het zonnepark Willem-Annapolder valt binnen trede 3 van de zonneladder, door de ligging bij een concentratiegebied van het nabijgelegen windpark. Zoals beschreven onder de paragraaf ‘Provincie’,
2
RES Zeeland (2023): Voortgangsrapportage RES Zeeland 2023 Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 15
bevindt het plangebied zich onder en rondom de turbines van windpark Willem-Annapolder. Ook ligt er een rioolwaterzuiveringsinstallatie en een glastuinbouwbedrijf op korte afstand van het plangebied.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie 2012-2030 Op 26 maart 2013 heeft de gemeente Kapelle de Structuurvisie voor de periode 2012 tot 2030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het hoofddoel is behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente. In het voormalig Leefomgevingsplan 2010-2014, en tevens opgenomen in de Structuurvisie, staat de duurzaamheidsambitie van de gemeente Kapelle als volgt verwoord: "De gemeente wil haar huidige en toekomstige inwoners een gezond, veilig en prettig woon-, werk- en leefmilieu bieden. Om dit te realiseren wordt in de eerste plaats de kwaliteit van de leefomgeving beschermd en waar mogelijk verbeterd. In de tweede plaats wil de gemeente een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling".
3.4.2 Addendum Structuurvisie 2012-2030 De gemeente Kapelle ziet voor komende periode een opgave ten aanzien van woningbouw, bedrijventerrein en energielandschap. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, moet de Structuurvisie worden aangevuld. Om te zorgen dat de visie strookt met de laatste ruimtelijke inzichten en behoeften is op 21 september 2021 het ‘Addendum Structuurvisie 2012-2030’ vastgesteld.
Energielandschap Op grond van het tweede deel van de Bouwsteen Elektriciteit zoals die door de gemeenteraad op 13 juli 2021 is vastgesteld is in de Willem-Annapolder een grootschalig zonnepark mogelijk. De actuele klimaatdoelstellingen en de in de Willem-Annapolder aanwezige infrastructuur en (geplande) voorzieningen zoals windmolens, kassen en bedrijvigheid maken deze locatie geschikt voor de realisering van een zonnepark. Aan de toegedachte functies in de Willem-Annapolder (gebied omsloten door de Populierendijk en Hooidijk aan de westzijde, de ’s-Gravenpolderse Oudedijk aan de noordzijde, de Langeweg aan de oostzijde en de Weg langs de Zeedijk aan de zuidzijde) wordt dan ook een energielandschap toegevoegd. Binnen deze ontwikkeling zal ook ruimte zijn voor verkeer en waterstaatswerken.
Figuur 3.2 De Willem-Annapolder als energielandschap
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 16
Bron: Gemeente Kapelle Addendum Structuurvisie 2012-2030
De beoogde locaties van het zonnepark liggen binnen het aangewezen energielandschap en passen daarom in het gemeentelijk beleid.
3.4.3 Duurzaamheidsagenda gemeente Kapelle De gemeente Kapelle onderschrijft het belang van het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. De gemeentelijke ambities en doelen op het gebied van klimaat en duurzaamheid zijn vastgelegd in een visie: de Duurzaamheidsagenda. De Duurzaamheidsagenda bestaat uit zeven onderdelen (bouwstenen). Het opwekken van duurzame elektriciteit door een zonnepark valt onder de Bouwsteen Elektriciteit. Hieraan toetst het bevoegd gezag onderhavige ontwikkeling.
Bouwsteen Elektriciteit deel 1 Elektriciteit kan uit verschillende hernieuwbare bronnen worden opgewekt. Wat betreft zonne-energie is er binnen de gemeente Kapelle potentie voor zowel zon op dak als zon op land. Een steeds breder geaccepteerde notitie is de Constructieve Zonneladder van de Natuur- en Milieufederaties. Ook de Zeeuwse Milieufederatie ondersteunt deze notitie. In de notitie wordt ingezet op een energievoorziening die drievoudig duurzaam is, namelijk: 1.
Energiebesparing en opwekking van duurzame energie volgens een strakke routekaart om
2.
tijdig het doel van energieneutraliteit te bereiken; Zorgvuldige inpassing in natuur, landschap en leefomgeving;
3.
Participatie: betrokkenheid omwonenden en andere stakeholders in planvorming, eerlijke verdeling van lusten en lasten en streven naar (minimaal) 50% lokaal eigendom.
Daarnaast wordt een stappenplan benoemd om tot beleid te komen. Onderdeel van deze stappen is het opstellen van een zonneladder waar de volgende opsomming voor wordt gedaan:
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 17
Figuur 3.3 Gemeentelijke zonneladder
Uitsnede uit ‘De constructieve zonneladder” van de Natuur- en Milieufederaties
Het plangebied is in te schalen in trede 2 van de zonneladder omdat het perceel binnen een windenergieconcentratiegebied ligt. In het document Bouwsteen Elektriciteit deel 2 (Kapelle, 2021) worden de verschillende zoekgebieden voor het opwekken van duurzame energie beschreven. Eén van de zeven gebieden waarbinnen gezocht kan worden naar mogelijkheden voor duurzame energie betreft grootschalige infrastructuur. Tevens ligt het perceel in de nabijheid van infrastructurele werken als windturbines, een RWZI en een groot glastuinbouwbedrijf. Glastuinbouw sluit qua verschijningsvorm meer aan bij bedrijventerrein dan agrarische bebouwing. In de ‘Bouwsteen Elektriciteit deel 1’ wordt ook ingegaan op de ambitiebepaling tot 2030. De gemeente Kapelle ziet voor zichzelf de opgave om 6% van de Zeeuwse opgave te realiseren binnen de gemeentegrenzen. Voor Zeeland is de RES-ambitie wat betreft zon op land gesteld op 500 MW. Dit betekent een opgave van 30 MW voor de gemeente Kapelle. Dit zonnepark kan een grote bijdrage leveren aan de opgave van 30 MW zon op land in de gemeente Kapelle.
Bouwsteen Elektriciteit deel 2 Op 13 juli 2021 is de Bouwsteen Elektriciteit deel 2 vastgesteld door de gemeenteraad van Kapelle. In dit deel van de Bouwsteen Elektriciteit zijn de criteria voor opweksystemen van hernieuwbare energie uitgewerkt. Zon op land initiatieven worden ingedeeld in de volgende categorieën: tuinopstelling, klein, middel en groot. Grootschalige zon op land initiatieven hebben een minimale omvang van 5 hectare en maximale omvang van 25 hectare, onderhavig zonnepark valt onder de 25 ha (in totaal: 10,6 ha). Verder zijn grootschalige initiatieven alleen toegestaan in de Willem-Annapolder. Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 18
Expliciet wordt benoemd in Bouwsteen Elektriciteit deel 2 (p. 28) dat zon op land projecten in de gehele Willem-Annapolder kansrijk zijn.
3.5 Conclusie In zowel het Europese, landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid staat het bevorderen van duurzame energie hoog op de agenda. Om de beoogde klimaatdoelen te halen, zal er meer hernieuwbare energie opgewekt moeten worden. Hierbij wordt in sommige gevallen ook speciale aandacht gegeven aan zonneenergie, en in het specifiek het aanleggen van zonneparken. Het aanleggen van een zonnepark in de gemeente Kapelle in de Willem-Annapolder draagt dus bij aan de gewenste verduurzaming op basis van het beleid op de verschillende niveaus.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 19
4 Kwaliteit van de leefomgeving In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving.
4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1 Toetsingskader De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet.40 Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt straks op grond van de Omgevingswet. Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: •
Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten;
•
Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand;
•
Aantasting van de omgeving van een beschermend monument;
•
Aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen;
•
Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
4.1.2 Onderzoek Archeologie Voor het aspect archeologie is de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. Deze kaart geeft aan welke gebieden een hoge, middelhoge, lage of zeer lage trefkans op archeologisch waardevolle resten in de bodem hebben en waar zich archeologische monumenten (terreinen) bevinden. Terreinen die aangeduid zijn als archeologische monument kennen geen instandhoudingsplicht, maar wel regels voor een wijziging of aanpassing. Zo is er voor het verstoren van een archeologisch Rijksmonument (ook onder
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 20
water) altijd een monumentenvergunning nodig. Bijvoorbeeld wanneer er bouwplannen zijn of plannen om het monument opnieuw in te richten. Figuur 4.1 geeft weer wat de trefkans is voor het vinden van archeologische resten in het gebied. Hoe donkerder de kleur rood des te groter is de kans op een archeologische vondst. Het perceel van het beoogde zonnepark kent een lichte kleur, wat staat voor een lage kans op een archeologische vondst. De onderstaande figuur geeft ook de locaties weer waar archeologische monumenten aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied. Figuur 4.1 Archeologie
De gemeente Kapelle heeft bij monde van de archeoloog aangegeven dat er geen aanvullend archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Omdat dat reeds is uitgevoerd t.b.v. de aanleg van Windpark Willem-Annapolder (ArcheoPro, juni 2020). Volgens dat onderzoek heeft de Willem-Annapolder lange tijd buitendijks gelegen. Er zijn (dieprijkende) afzettingen van het Laagpakket van Walcheren aanwezig, en historische aanwijzingen voor bewoning ontbreken.
Cultuurhistorie Voor cultuurhistorie is gekeken naar de aanwezigheid van rijksmonumenten en rijks beschermde dorpsen stadsgezichten in en rondom het plangebied. Beiden zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Er liggen twee rijksmonumenten op ruim 2km afstand van het plangebied.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 21
Er is geen wettelijk vastgestelde afstand om aan te houden voor rijksmonumenten, ook bestaat hier geen adviesafstand voor. De bescherming als rijksmonument kent ook geen externe werking. Gezien de afstand tot de percelen en de ligging achter de dijk heeft het zonnepark geen effect op de rijksmonumenten. Figuur 4.2 Cultuurhistorie
4.1.3 Conclusie Gelet op de resultaten van de reeds uitgevoerde archeologische onderzoek geldt een vrijstelling voor bodemwerkzaamheden. De gemeente Kapelle neemt in de vergunning behorend bij het zonnepark de voorwaarde op dat toevalsvondsten dienen te worden gemeld.
4.2 Beperkingsgebieden 4.2.1 Toetsingskader Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. (Maatschappelijk belangrijke) werken of objecten zijn bijvoorbeeld: autowegen, spoorwegen, luchthavens, waterstaatswerken (zoals rivieren, de Noordzee, waterbergingsgebieden en waterkeringen), mijnbouwinstallaties op zee.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 22
4.2.2 Onderzoek Het enige werk dat in de buurt ligt, is een primaire waterkering. Echter ligt het projectvoornemen niet in het beperkingsgebied van dit waterstaatswerk, zie onderstaande figuur. De Franseweg aan de oostkant van het projectgebied is kleine verkeersweg, het waterschap houdt een strook van 1m aan. Het project houdt een strook van 25m vrij aan de oostkant, waardoor hier ruim aan wordt voldaan. Figuur 4.3 Waterkeringen – waterschap Scheldestromen
4.2.3 Conclusie Het zonnepark ligt niet in een beperkingengebied, daarmee is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.3.1 Toetsingskader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet worden bekeken of met het voorliggende initiatief geen geluidsproducerende functie wordt toegelaten die zorgt voor mogelijke overlast voor nabijgelegen functies. De VNG heeft inzake bedrijven en milieuzonering richtafstanden voorgeschreven voor geur, stof, geluid en gevaar ten behoeve van ruimtelijke ordening. De geluidsafstand is in deze leidend omdat deze het grootst is. Zonneparken zijn niet expliciet opgenomen. Alleen de transformatorgebouwen produceren geluid. Voor transformatorgebouwen met een vermogen minder dan 10 MVA geldt voor het voorkomen van
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 23
geluidhinder een richtafstand van 30m. Transformatorgebouwen met een vermogen tot 100 MVA geldt een minimale richtafstand van 50m aan te houden tot aan geluidsgevoelige objecten (zoals woningen).
4.3.2 Onderzoek Het bronvermogen van de beoogde transformatorgebouwen is nog niet bekend, maar waarschijnlijk wordt het niet meer dan 10 MVA. Hier is worst case uitgegaan van een vermogen tussen de 10 – 100 MVA, en dus een richtafstand van 50m. Het zonnepark en de bijbehorende transformatorgebouwen bevinden zich niet binnen de 50m-zone van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten. Zoals te zien in Figuur 4.4 wordt ruimschoots voldaan aan de afstand van 50m ten aanzien van de transformatorgebouwen. Figuur 4.4 Geluidgevoelige object rondom het project van 50 meter.
4.3.3 Conclusie Uit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonnepark sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 24
4.4 Bodem 4.4.1 Toetsingskader De algemene regels die ten behoeve van bodemkwaliteit gelden zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als instructieregels die gemeenten in hun omgevingsplannen moeten betrekken. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89k Bkl). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onder andere: •
Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal);
•
Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4).
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.
4.4.2 Onderzoek Volgens de Bodemkwaliteitskaart Kapelle (2011) heeft de bodem (dat lichte klei betreft) van het projectgebied een kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. Dat betekent dat de bodem niet vervuild is en geschikt is voor elk bodemgebruik.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 25
Echter kunnen er binnen de zone risicopunten aanwezig zijn, bijvoorbeeld: voormalige boerenerven, veedrinkputten, sloten, stortplaatsen e.d. Een vooronderzoek NEN 5725 voor het gebied kan aantonen of dergelijke risicopunten aanwezig zijn. Als er gegraven wordt moet een melding milieubelastende activiteit graven gedaan worden. Hiervoor is zogenaamd voorafgaand onderzoek nodig, waarvan een vooronderzoek NEN 5725 onderdeel vanuit maakt. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de realisatie van het zonnepark vanuit het aspect bodemkwaliteit. Er is daarom sprake in deze van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.5 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Voor het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie geldt geen specifiek toetsingskader. Het zonnepark draagt bij aan duurzaamheid aangezien er duurzame c.q. hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt. Hierdoor hoeft er minder elektriciteit m.b.v. fossiele bronnen te worden opgewekt. In het kader van klimaatadaptatie zijn hagen opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan, dat kan bijdragen aan een verbetering van de ecologische waarden in de Willem-Annapolder. Het hemelwater, dat op de pv-panelen valt, wordt vertraagd afgevoerd. Het vertraagd afvoeren is een principe dat het waterschap ook voorstaat om te voorkomen dat in korte tijd regenwater versneld wordt afgevoerd. Door klimaatveranderingen komen er steeds meer piekbuien voor, dat bij te snelle waterafvoer kan leiden tot wateroverlast.
4.6 Geluid 4.6.1 Toetsingskader De mate waarin geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Omgevingswet. De meeste direct werkende regels staan echter in het omgevingsplan van de gemeente. De kern van deze wet- en regelgeving is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden de volgende gebouwen beschermd (artikel 3.21 Bkl): •
Woningen;
•
Onderwijsgebouwen;
•
Gebouwen met een gezondheidszorgfunctie (bijv. ziekenhuizen);
•
Gebouwen met een kinderopvangfunctie (bijv. kinderdagverblijven).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Bkl worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 26
4.6.2 Onderzoek Zonnevelden produceren geen relevant geluid. Alleen de bijbehorende transformatoren (>10 MVA) kunnen overdag zorgen voor (enig) zoemend geluid. Geluidsbelasting door omvormers is zeer minimaal en het fysieke bereik verwaarloosbaar. In de Handreiking milieuzonering wordt een afstand van 50m tot geluidgevoelige objecten geadviseerd. In Figuur 4.5 zijn de gevoelige objecten inclusief een contour van 50m getekend. De gevoelige objecten liggen op een dusdanige afstand dat de contour niet over de percelen voor het zonnepark reikt. Figuur 4.5 Gevoelige objecten
4.6.3 Conclusie Uit het oogpunt van geluidshinder zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonnepark sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.7 Geur Het zonnepark is geen geurgevoelige functie of object. Daarmee hoeft op basis van de Bkl geen toetsing plaats te vinden aan mogelijk aanwezige emissies van waterzuiveringen, landbouwdieren, en overige agrarische activiteiten. Tijdens de gebruiksfase van het zonnepark worden geen geur veroorzakende stoffen uitgescheiden naar het milieu, het veroorzaakt geen geurhinder.
4.8 Lichthinder 4.8.1 Toetsingskader Een mogelijk ruimtelijk effect van zonnepanelen op de omgeving is de reflectie van zonlicht. De meeste inkomende zonnestralen die op zonnepanelen terecht komen worden geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 27
Echter, omdat de bovenste laag van de panelen van glas zijn gemaakt, zal een deel van het zonlicht ook worden gereflecteerd. Deze schittering op omliggende objecten komt vooral voor bij zonsopgang en zonsondergang, wanneer de zon haaks op de panelen staat. Het licht dat op een zonnepaneel valt, wordt in één specifieke richting weerkaatst omdat een zonnepaneel een glad oppervlak heeft. Dit reduceert de aantal invalshoeken waarbij overlast ervaren kan worden van het licht.
4.8.2 Onderzoek Onderzoek bij een ander grootschalig zonnepark heeft uitgewezen dat de reflectie van zonnepanelen lager is dan het achtergrondlicht van de zon zelf3. In ditzelfde onderzoek wordt ook aangegeven dat de hoeveelheid lichtreflectie op een zonnepark lager is dan de reflectie van (vlak) water. Dit komt onder meer doordat moderne zonnepanelen zijn voorzien van anti-reflectieve coatings, die de lichtreflectie beperken en daarmee het rendement vergroten. Dat is ook het geval voor de panelen bij het beoogde zonnepark. De oriëntatie van de panelen speelt een belangrijke rol. Bij oriëntatie van de panelen in de richting van bijvoorbeeld omliggende woningen of passerend verkeer, kan schittering als hinderlijk worden ervaren. De stand van de zon en de oriëntatie van de panelen bepalen de voornaamste schitteringsrichting. In onderhavig zonnepark worden de panelen onder een lichte hoek geplaatst van 12 graden, waardoor enige reflectie gedurende de dag voornamelijk in verticale richting is en daardoor minimale overlast geeft voor omwonenden of passanten. Zie Figuur 4.6. Figuur 4.6 Reflectiepatroon van zonnepanelen onder een hoek van 10 graden, vergelijkbaar met de panelen in onderhavig zonnepark.
Bron: QING Engineering
Bovendien is dit zonnepark omgeven door hagen, kruidrijke zones en een natuurlijke oever waardoor het zicht van buitenaf op het zonnepark vrijwel volledig wordt geblokkeerd4. Er is geen sprake van hinderlijke lichtschittering, omdat er geen wegen en woningen in de directe omgeving liggen.
Delta N.V. (2014). Zonnepark Ceresweg – Wegbeeldanalyse Oesterdam (N659). Bron: https://repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2015-16053/1/Bijlage/exb-2015-16053.pdf 4 Zoals te zien in bijlage 3 worden er hagen gerealiseerd langs twee zijden van het zonnepark. 3
Onderbouwing buitenplanse omgevingsactiviteit 721094| Zonnepark Willem-Annapolder | 3.0 | 30-7-2024 Pagina 28
Om bovengenoemde redenen is hinder op omwonenden of passanten door lichtschittering geheel afwezig of verwaarloosbaar.
4.8.3 Conclusie Uit het oogpunt van schittering zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. Daarmee is voor de realisatie van het zonnepark sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.9 Luchtkwaliteit 4.9.1 Toetsingskader Paragraaf 5.1.4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt de monitoring van de kwaliteit van de buitenlucht. Volgens artikel 5.53 en 5.54 vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien de te verwachten uitstoot van zowel NO2 en PM10 lager is dan 1,2 µg/m3. Het project draagt in dit geval niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging en blijft binnen de NIBM-grens van 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit kan op twee manieren aannemelijk gemaakt worden: •
Aangetoond moet worden dat een project binnen de getalsmatige grenzen van een vooraf aangewezen categorie blijft. Onder deze categorieën vallen onder andere kantoren, woonwijken, en het telen van gewassen.
•
Dat op een andere manier aannemelijk gemaakt kan worden dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Dit kan soms middels een kwalitatieve beschrijving, maar ook met het gebruik van de NIBM-tool. Hiermee kan eenvoudig worden berekend of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
4.9.2 Onderzoek Bouwfase De bouwfase zal naar schatting 5 maanden ofwel 100 werkdagen in beslag nemen met daarin 3558 ritten, dat betekent een toevoeging van 35,5 ritten per etmaal. Van de 3558 ritten betreffen er 1.138 ritten middelzwaar en zwaar vrachtverkeer, ofwel 31,9% van het totaal aantal ritten tijdens de bouwfase. Uit de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer in niet betekende mate is, zie onderstaande figuur. Figuur 4.7 Export NIBM-tool