2024-10b D23.291646 NotaBodembeheerKapelle2023ontwerp25082023
Tekst van het document
Inhoudsopgave Voorwoord
3
ARTIKELEN
5
Paragraaf 1: Algemeen Artikel 1 (werkingsgebied) Artikel 2 (bodemfunctiekaart)
5 5
Paragraaf 2: Normen voor het toepassen van grond en baggerspecie Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Artikel 4 (toepassingskaarten) Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse landbouw/natuur) Artikel 6 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse wonen) Artikel 7 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse industrie) Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Artikel 11 (toepassingsnormen PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal) Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel) Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland)
5 5 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 9
Slotbepalingen Artikel 16 (bodemkwaliteitskaart en LMW dijkversterking Hansweert blijven van kracht) Artikel 17 (intrekken nota bodembeheer uit 2009) Artikel 18 (in werking treden en citeertitel)
9 9 9
TOELICHTING
10
ALGEMEEN
10
ARTIKELSGEWIJS
15
Paragraaf 1: Algemeen Artikel 1 (werkingsgebied) Artikel 2 (bodemfunctiekaart)
15 15
Paragraaf 2: Normen voor het toepassen van grond en baggerspecie Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Artikel 4 (toepassingskaarten) Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse landbouw/natuur) Artikel 6 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse wonen) Artikel 7 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse industrie) Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Artikel 11 (toepassingsnormen PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal)
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
1
16 17 19 21 22 23 25 26 28 28 29
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel) Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland)
30 30
BIJLAGEN Bijlage 1: Bodemfunctiekaart Bijlage 2A: Toepassingskaart NEN5740-parameters (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 2B: Toepassingskaart NEN5740-parameters (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 3A: Toepassingskaart bestrijdingsmiddelen (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 3B: Toepassingskaart bestrijdingsmiddelen (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 4A: Toepassingskaart PFAS (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 4B: Toepassingskaart PFAS (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 5: Toepassingskaart (gezoneerde wegbermen) Bijlage 6: Maximum percentage bodemvreemd materiaal Bijlage 7: Grondstromenmatrix voor het gebruik van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
2
ontwerp, 25 augustus 2023
Voorwoord Op 14 februari 2012 heeft de gemeenteraad van Kapelle een Nota bodembeheer inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat tenminste eenmaal in de tien jaar wordt overwogen of het gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer aanpassing behoeft. Inmiddels is het tien jaar geleden sinds de gemeenteraad de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer heeft vastgesteld. Dit vormt de aanleiding om zowel de bodemkwaliteitskaart als de nota bodembeheer van de gemeente Kapelle te actualiseren. Voorliggende Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 vervangt de nota bodembeheer uit 2012. Tegelijk is ook de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle geactualiseerd. De Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 wordt vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij de openbare voorbereidingsprocedure wordt gevolgd conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De nota bodembeheer bevat de lokale uitwerking van de milieu-hygiënische regelgeving voor het toepassen van grond en baggerspecie uit het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Het in 2012 vastgestelde lokale beleid (in de terminologie van het Besluit bodemkwaliteit: gebiedsspecifiek beleid; lokale maximale waarden) wordt in het algemeen beleidsneutraal voortgezet.
Een aanpassing ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2012 is het herkomstgebied waarvoor de verschillende lokale maximale waarden gelden. Deze gelden in voorliggende nota voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland, Reimerswaal en Tholen) in plaats van alleen voor de gemeente Kapelle. Op 18 oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Kapelle een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart inclusief lokale maximale waarden vastgesteld voor het grondverzet bij de dijkversterking bij Hansweert. Deze blijven ongewijzigd van kracht. Nieuw ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2012 is het opnemen van normering voor de stofgroep PFAS in verschillende situaties. De normering voor PFAS bouwt voort op een aantal in 2020 regionaal afgestemde keuzes. Daarnaast vormen de hogere PFAS-gehalten langs de Westerschelde aanleiding om specifieke normen vast te stellen voor een strook van 200 meter langs de Westerschelde, zoals eerder al gedaan is in de bodemkwaliteitskaart voor de dijkversterking bij Hansweert. In de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 zijn verder de normen voor het toepassen van grond en baggerspecie geïntegreerd die eerdere zijn opgenomen in de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de provincie Zeeland.
In de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 is het gebiedsspecifieke beleid vervat in een aantal artikelen met regelgeving, voorzien van een artikelgewijze toelichting. Uitleg over landelijke regelgeving en procedures is tot een minimum beperkt. Met deze opzet wordt ingespeeld op de vorm van het toekomstige omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
3
ontwerp, 25 augustus 2023
Bij het in werking treden van de Omgevingswet (1 januari 2024) vallen de bodemfunctiekaart, de verschillende bodemkwaliteitskaarten en het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer onder het overgangsrecht. De bodemfunctiekaart en het gebiedsspecifiek beleid worden daarmee automatisch onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
4
ontwerp, 25 augustus 2023
NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE KAPELLE 2023 PARAGRAAF 1: ALGEMEEN Artikel 1 (werkingsgebied) Deze nota heeft betrekking op het gebied waar de gemeente Kapelle bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit.
Artikel 2 (bodemfunctiekaart) De bodemfunctiekaart van de gemeente Kapelle is weergegeven in bijlage 1
PARAGRAAF 2: NORMEN VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGERSPECIE Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Het bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen bestaat uit de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen.
Artikel 4 (toepassingskaarten) 1. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor de parameters uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, alsmede arseen en chroom aan de bodemkwaliteitsklassen zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 2A voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 2B voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen 2. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor DDD, DDE, DDT en drins aan de waarden zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 3A voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 3B voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen 3. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor de stofgroep PFAS aan de waarden zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 4A voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 4B voor grond en baggerspecie afkomstig uit regio Bevelanden en Tholen 4. In afwijking van het eerste lid voldoen grond en baggerspecie die worden toegepast in gezoneerde wegbermen aan de toepassingsnormen die in kaart zijn weergegeven in bijlage 5
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
5
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse landbouw/natuur) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse landbouw/natuur voldoet tot een diepte van 2,0 m-mv aan de volgende waarden: a. DDD: maximale waarde voor wonen b. DDE: 0,75 mg/kgds (omgerekend naar standaardbodem) c. DDT: 0,65 mg/kgds (omgerekend naar standaardbodem) d. Drins (som aldrin, dieldrin, endrin): maximale waarde voor wonen 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. de Willem Annapolder b. gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland
Artikel 6 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse wonen) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse wonen voldoet tot een diepte van 2,0 m-mv aan de volgende waarden: a. voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, arseen, chroom, DDD en drins (som aldrin, dieldrin en endrin): de maximale waarden voor wonen b. DDE: maximale waarde voor industrie c. DDT: maximale waarde voor industrie d. voor overige genormeerde stoffen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit: maximale waarden voor wonen 2. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse wonen voldoet voor de stofgroep PFAS tot een diepte van 1,0 m-mv aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds
Artikel 7 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse industrie) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse industrie voldoet tot een diepte van 2,0 m-mv aan de volgende waarden: a. voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, arseen, chroom, DDD en drins (som aldrin, dieldrin en endrin): de maximale waarden voor industrie b. DDE: maximale waarde voor industrie c. DDT: maximale waarde voor industrie d. voor overige genormeerde stoffen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit: maximale waarden voor industrie 2. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse industrie voldoet voor de stofgroep PFAS tot een diepte van 1,0 m-mv aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
6
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) 1. Voor het toepassen van grond en baggerspecie in de zones ‘A: voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ uit de bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland gelden de in dit artikel opgenomen toepassingsnormen. 2. Gezoneerde bermgrond uit de in het eerste lid vermelde bodemkwaliteitskaart voldoet voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, aan de maximale waarden voor industrie. 3. Gezoneerde bermgrond uit de in het eerste lid vermelde bodemkwaliteitskaart voldoet voor de stofgroep PFAS aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds 4. In afwijking van het derde lid voldoet bermgrond afkomstig uit een strook van 200 meter langs de Westerschelde, die binnen diezelfde strook weer wordt toegepast voor PFOS aan de waarde die is vermeld in artikel 10. 5. Grond afkomstig van buiten de wegbermketen voldoet aan de toepassingsnormen zoals die gelden voor het omliggende gebied. 6. In afwijking van het vijfde lid voldoet grond afkomstig van buiten de wegbermketen voor PAK en minerale olie aan de maximale waarde voor wonen, indien op grond van dat lid voor deze stoffen een lagere waarde zou gelden.
Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) 1. Tenzij in deze paragraaf anders bepaald gelden voor de stofgroep PFAS de volgende toepassingsnormen: a. PFOA (som): 1,9 µg/kgds b. PFOS (som): 1,4 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 1,4 µg/kgds 2. Voor de stofgroep PFAS wordt geen bodemtypecorrectie toegepast
Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast in een strook van 200 meter langs de Westerschelde, gerekend vanaf de buitenkruin van de dijk, voldoet voor de stofgroep PFAS tot een diepte van 1,0 m-mv aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 15,0 µg/kgds
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
7
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 11 (toepassingsnormen voor PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) 1. Voor het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen voor PFAS de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor PFOS voor het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen binnen een strook van 200 meter langs de Westerschelde de waarde zoals vermeld in artikel 10.
Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die worden toegepast in de afdeklaag van een grootschalige bodemtoepassing voldoen voor PFAS aan de waarden die voor de toepassingslocatie op grond van artikel 6, 7, 9 dan wel 10 gelden voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv 2. Grond en baggerspecie die boven de grondwaterspiegel in de kern van een grootschalige bodemtoepassing worden toegepast voldoen voor PFAS aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds
Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal) 1. In bijlage 6 is in kaart weergegeven hoeveel gewichtsprocent bodemvreemd materiaal toe te passen grond en baggerspecie maximaal mag bevatten voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft. 2. Grond en baggerspecie bevatten maximaal 5% bodemvreemd materiaal wanneer deze worden toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse landbouw/natuur 3. Het tweede lid geldt niet voor: a. het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen b. grootschalige bodemtoepassingen 4. Het derde lid vervalt bij het in werking treden van de Omgevingswet
Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel) 1. Bijlage 7 bevat een grondstromenmatrix waarin is weergegeven in welke situaties de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart als grondslag kan dienen voor een milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van bij ontgraving vrijkomende grond. 2. Grond die wordt ontgraven uit een strook van 500 meter langs de Westerschelde dient altijd te worden geanalyseerd op PFAS wanneer deze buiten deze strook van 500 meter wordt toegepast.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
8
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland) 1. De gemeente Kapelle aanvaardt alle rechtsgeldige bodemkwaliteitskaarten die zijn vastgesteld door andere bestuursorganen binnen Zeeland. 2. Het eerste lid geldt ook voor nieuwe bodemkwaliteitskaarten die door andere bestuursorganen in Zeeland worden vastgesteld.
SLOTBEPALINGEN Artikel 15 (bodemkwaliteitskaart en LMW dijkversterking Hansweert blijven van kracht) Voor grondverzet binnen het gebied dat is opgenomen in de bodemkwaliteitskaart ten behoeve van de dijkversterking Hansweert, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Kapelle van 18 oktober 2022, gelden de lokale maximale waarden en bijbehorende regels zoals opgenomen in die bodemkwaliteitskaart.
Artikel 16 (intrekken nota bodembeheer uit 2012) De Nota bodembeheer voor de landbodem van de Gemeente Kapelle uit 2012 wordt ingetrokken.
Artikel 17 (in werking treden en citeertitel) 1. Deze nota treedt in werking direct nadat de bestuurlijke vaststelling hiervan door de gemeenteraad onherroepelijk is. 2. Deze nota wordt aangehaald als Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
9
ontwerp, 25 augustus 2023
Toelichting Algemeen Actualisatie nota bodembeheer 10 jaar na vaststelling Op 14 februari 2012 heeft de gemeenteraad van Kapelle een Nota bodembeheer inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In die nota bodembeheer is een maximale geldigheid van 10 jaar opgenomen. Dit laatste op grond van artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit, waarin staat: overweegt
het bestuursorgaan, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46, ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre een aldaar bedoeld besluit herziening behoeft. De Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 vervangt de nota bodembeheer uit 2012. Tegelijk is ook de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle geactualiseerd1. Deze wordt in voorliggende nota aangeduid als ‘de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart’. De nota bodembeheer bevat de lokale uitwerking van de milieu-hygiënische regelgeving voor het toepassen van grond en baggerspecie uit het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Gedeeltelijk volgt de gemeente Kapelle de algemene regels uit de landelijke regelgeving, het zogeheten ‘generieke toetsingskader’ uit het Besluit bodemkwaliteit. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2012 afhankelijk van de bodemfunctieklasse gebiedsspecifiek beleid vastgesteld. Ruimere lokale maximale waarden (LMW) dan de generieke landelijke normen gelden alleen voor het toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het eigen bodembeheergebied. Dit laatste vanwege het in de landelijke regelgeving opgenomen principe van standstill op gebiedsniveau. In 2012 was het bodembeheergebied gedefinieerd als de gemeente Kapelle.
In de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 is als bodembeheergebied gekozen voor de regio Bevelanden en Tholen (de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen). In het Besluit bodemkwaliteit zijn de generieke normen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem afhankelijk gesteld van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De kwaliteit van de bodem is vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart. Het gaat daarbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van gebieden (zones), afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De functie (bodemfunctieklasse) van de bodem is vastgelegd in de bodemfunctiekaart. Deze komt in grote lijnen overeen met de kaart die was opgenomen in bijlage 3 van de nota bodembeheer uit 2012. De combinatie van de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctiekaart levert de toepassingskaart op: een kaart waarin is weergegeven waar welke toepassingseisen volgens het generieke beleidskader gelden voor het toepassen van grond en baggerspecie. Dit zijn de normen die gelden voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen. De toepassingskaarten voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen zijn in voorliggende nota bodembeheer primair gebaseerd op de bodemfunctiekaart.
Daarbij zijn aparte toepassingskaarten gemaakt per stofgroep (NEN5740-parameters, bestrijdingsmiddelen die in oude boomgaarden worden aangetroffen en PFAS). Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle – actualisatie 2023; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 1
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
10
ontwerp, 25 augustus 2023
Aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid In paragraaf 4.1 van de nota bodembeheer uit 2012 is de aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid als volgt verwoord: Grondverzet heeft binnen de gemeente Kapelle overwegend een kleinschalig karakter. Projecten worden in het algemeen met een gesloten grondbalans uitgevoerd. Er zijn geen gebieden met een grote vraag naar grond van elders of een overschot aan vrijkomende grond. Binnen de gemeente komt ter plaatse van voormalige boomgaarden grond en bagger vrij, die op grond van de gehaltes DDD, DDE en DDT de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft. Daarnaast komt in de oudste delen van de bebouwde kernen grond vrij, die de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft. Binnen het generieke kader zijn er nauwelijks mogelijkheden om deze grond weer binnen de gemeente nuttig toe te passen (zie figuur 6). Zelfs bij projecten met een gesloten grondbalans kan een knelpunt ontstaan, omdat de grond niet voldoet aan de generieke toepassingseis van de ontvangende bodem. Op bedrijfsterreinen kan ter plaatse van voormalige boomgaarden volgens het generieke kader wel grond van klasse industrie worden toegepast vanwege de verhoogde gehaltes bestrijdingsmiddelen in de voormalige boomgaarden.
Binnen het generieke kader betekent dit, dat grond die op deze plaatsen wordt toegepast ook voor andere stoffen getoetst wordt aan MaxINDUSTRIE, ook al komt er verder binnen dit bedrijfsterrein geen verontreiniging met deze andere stoffen voor. Binnen hetzelfde bedrijfsterrein gelden volgens het generieke kader niet alleen voor de bestrijdingsmiddelen, maar ook voor alle overige stoffen verschillende toepassingseisen. Het generieke kader uit het Besluit bodemkwaliteit past niet volledig bij de lokale situatie van de gemeente Kapelle (…) Met deze keuzes zijn er meer mogelijkheden om vrijkomende licht en matig verontreinigde grond nuttig te hergebruiken binnen de gemeente, zonder dat dit tot onacceptabele risico’s leidt voor het betreffende gebruik van de bodem. Op gebiedsniveau leidt dit niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit. De verontreinigingen zijn al in het milieu aanwezig en worden door het grondverzet enkel verplaatst. Een goede afstemming van vraag en aanbod van hergebruiksgrond leidt tot lagere kosten. Daarnaast is gekozen voor eenduidigheid in het beleid. Het voorgaande geldt nog steeds.
In aanvulling hierop is het wenselijk om een lokaal normenkader voor PFAS vast te stellen: omdat er nog geen normering voor PFAS is opgenomen in de landelijke regelgeving (het landelijke Handelingskader voor PFAS heeft geen juridische status maar betreft advieswaarden die worden aangemerkt als invulling van de zorgplicht); en vanwege de hogere PFAS-gehalten die langs de Westerschelde aangetroffen worden.
Beleidsneutrale voortzetting van gebiedsspecifiek beleid In principe wordt het gebiedsspecifieke beleid uit 2012 beleidsneutraal voortgezet. Een aanpassing ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2012 is het herkomstgebied waarvoor de verschillende lokale maximale waarden gelden. Deze gelden in voorliggende nota voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland, Reimerswaal en Tholen) in plaats van alleen voor de gemeente Kapelle.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
11
ontwerp, 25 augustus 2023
Samengevat zijn in artikel 5 t/m 7 van deze nota bodembeheer de volgende lokale maximale waarden (LMW) vastgelegd: Gebied LMW Bodemfunctieklasse Landbouw/natuur DDD: MaxWONEN met uitzondering van Natuurnetwerk Nederland DDE: 0,75 mg/kgds (standaardbodem) (NNN) en Willem Annapolder DDT: 0,65 mg/kgds (standaardbodem) Drins (som): MaxWONEN Bodemfunctieklasse Wonen DDE: MaxINDUSTRIE DDT: MaxINDUSTRIE Overige stoffen waaronder DDD en de NEN5740parameters: MaxWONEN Bodemfunctieklasse Industrie Alle stoffen: MaxINDUSTRIE MaxWONEN = Maximale waarden voor wonen MaxINDUSTRIE = Maximale waarden voor industrie Verder is in artikel 13 vastgelegd dat grond en baggerspecie die worden toegepast op een locatie met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur maximaal 5% bodemvreemd materiaal mogen bevatten (in plaats van de landelijke norm van 20%). Een bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel (milieu-hygiënische verklaring) worden gebruikt wanneer sprake is van een lokaal afwijkende situatie, bijvoorbeeld een locatie die historisch verdacht is voor bodemverontreiniging vanwege een puntbron. Daarom was in de nota bodembeheer uit 2012 opgenomen dat bij het gebruik van de bodemkwaliteitskaart eerst een historisch onderzoek wordt uitgevoerd van zowel de herkomst- als de toepassingslocatie.
Onder de Omgevingswet is het uitvoeren van voorafgaand bodemonderzoek expliciet geborgd via algemene regels die zijn opgenomen in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), met verwijzing naar NEN5725. Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet gelden deze algemene regels en vervalt de noodzaak om dit op gemeentelijk niveau vast te leggen. In voorliggende nota is dit daarom niet meer expliciet opgeschreven, maar uiteraard moet ook tot het in werking treden van de Omgevingswet nog steeds een controle worden gedaan of geen sprake is van een uitzonderingssituatie.
Integratie van wegbermen en PFAS in één nota bodembeheer Er is sinds 2013 een afzonderlijke nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen in de provincie Zeeland. In 2020 is deze geactualiseerd2. Het gebiedsspecifieke beleid hieruit is geïntegreerd in de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023. Voor de stofgroep PFAS is in 2020 in eerste instantie een regionale bodemkwaliteitskaart gemaakt, samen met de gemeenten Borsele, Goes, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen3. Voor de gemeente Kapelle is de bodemkwaliteitskaart voor PFAS in 2023 geactualiseerd en geïntegreerd in de nieuwe gemeentelijke bodemkwaliteitskaart.
Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. 3 Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. 2
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
12
ontwerp, 25 augustus 2023
Aanleiding voor deze regionale bodemkwaliteitskaart was het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. De eerste versie hiervan is op 8 juli 2019 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat toegezonden aan de Tweede Kamer. Het tijdelijk handelingskader is vervolgens enkele malen geactualiseerd. De regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 bevat een aantal regionaal afgestemde beleidskeuzes voor de te hanteren toepassingsnormen voor PFAS. Grotendeels zijn deze regionale beleidskeuzes ongewijzigd geïntegreerd in de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023. Daarnaast vormen de hogere PFAS-gehalten langs de Westerschelde aanleiding om specifieke normen vast te stellen voor een strook langs de Westerschelde, zoals eerder al gedaan is in de bodemkwaliteitskaart voor de dijkversterking bij Hansweert.
Bodemkwaliteitskaart en lokale maximale waarden dijkversterking Hansweert blijven ongewijzigd van kracht Op 18 oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Kapelle een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart inclusief lokale maximale waarden vastgesteld ten behoeve van het grondverzet bij de dijkversterking bij Hansweert. Deze blijven ongewijzigd van kracht.
Risicotoolbox Een voorwaarde voor het vaststellen van lokale maximale waarden (LMW) is, dat de gevolgen van deze waarden worden beoordeeld met behulp van de risicotoolbox (www.risicotoolbox.nl). Dit instrument is ontwikkeld om te bepalen welke risico’s de LMW met zich meebrengen bij een bepaald terreingebruik. Voor de NEN5740-parameters en de bestrijdingsmiddelen was de toepassing van de risicotoolbox opgenomen in hoofdstuk 6 van de in 2012 vastgestelde bodemkwaliteitskaart 4. Dit hoofdstuk is nog steeds actueel. Volledigheidshalve is voornoemde toepassing van de risicotoolbox ongewijzigd overgenomen in een afzonderlijke notitie5. In die notitie wordt tevens aandacht besteed aan relevante door het RIVM afgeleide risiconormen voor PFAS. De stofgroep PFAS is nog niet opgenomen in de risicotoolbox.
Overgangsrecht Omgevingswet Het omgevingsrecht in Nederland wordt ingrijpend herzien. Diverse sectorale wet- en regelgeving over de leefomgeving wordt samengebracht in de Omgevingswet met vier bijbehorende AmvB’s en één Ministeriële regeling. De huidige Wet bodembescherming verdwijnt en wordt in beknoptere vorm opgenomen in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt alle gemeentelijke regelgeving voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in één omgevingsplan. Er bestaan op termijn – na een overgangsperiode – dus geen afzonderlijke bestemmingsplannen, nota’s bodembeheer e.d. meer. Bij het in werking treden van de Omgevingswet heeft de gemeente van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bodemkwaliteitskaart Gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 1 december 2011 Risicobeoordeling bij bodemkwaliteitskaart en Lokale Maximale Waarden (LMW) gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 4 5
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
13
ontwerp, 25 augustus 2023
Het in werking treden van de Omgevingswet is enkele malen uitgesteld. Na instemming van de Eerste en Tweede Kamer is in maart 2023 het Koninklijk Besluit (KB) ondertekend dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. Bij het in werking treden van de Omgevingswet vallen de bodemfunctiekaart, de verschillende bodemkwaliteitskaarten en het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer onder het overgangsrecht en komen daarmee automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bevat verder een aantal zogeheten bruidsschatregels. Voor het eind van de overgangsperiode van het tijdelijk deel van het omgevingsplan moet de gemeente over de regels uit de bruidsschat een afweging maken: behouden, aanpassen of schrappen. De bruidsschat bevat ook enkele regels over bodem en ondergrond, namelijk over: het aanleggen en gebruiken van gesloten bodemenergiesystemen; bouwen op verontreinigde bodem; nazorg na saneren van de bodem; kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (≤ 25 m3); historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. De weging van de bruidsschatregels is in een later stadium voorzien.
Beknopter format: artikelen met bijbehorende toelichting De nota bodembeheer beschrijft binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit de voorwaarden voor het grond- en baggerverzet binnen de gemeente Kapelle. De nota bodembeheer uit 2012 bevatte uitgebreide beschrijvingen van algemeen geldende landelijke regelgeving en de lokale uitwerking daarvan op basis van de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctiekaart. Zoals hiervoor al vermeld komt het gebiedsspecifiek beleid uit de nota bodembeheer volgens het overgangsrecht automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op termijn moet dit worden overgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Onderdelen uit de nota bodembeheer die meer dienen als beleidsregels of als uitleg van landelijke regelgeving, passen niet in het omgevingsplan. In de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 is het gebiedsspecifieke beleid vervat in een aantal artikelen met regelgeving, voorzien van een artikelgewijze toelichting. Uitleg over landelijke regelgeving en procedures is tot een minimum beperkt. Met deze opzet wordt ervoor gekozen om in te spelen op de vorm van het toekomstige omgevingsplan. Des te minder inspanning kost het in de toekomst om de regels over te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
14
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikelsgewijs
PARAGRAAF 1: ALGEMEEN Artikel 1 (werkingsgebied) De gemeente is in principe het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit voor toepassingen op de landbodem. Uitzondering zijn inrichtingen waarvoor een ander bestuursorgaan de omgevingsvergunning verleent. De in bijlage 1 t/m 6 opgenomen kaarten hebben betrekking op het gebied waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Voor toepassingen in oppervlaktewaterlichamen is de waterbeheerder het bevoegd gezag. De Waterregeling bevat kaarten met de begrenzing van de gebieden waar Rijkswaterstaat vergunningverlener is in het kader van de Waterwet en in het verlengde daarvan het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Onder de Omgevingswet wordt deze begrenzing opgenomen in de Omgevingsregeling. Op grond van voornoemde begrenzing valt het vroegere sluizencomplex ten noorden van de Bonzijweg in Wemeldinge buiten het gebied waar de gemeente het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit, zodat de regels uit voorliggende nota bodembeheer niet gelden voor het vroegere sluizencomplex.
Artikel 2 (bodemfunctiekaart) Gemeenten zijn volgens het Besluit bodemkwaliteit verplicht om een bodemfunctiekaart vast te stellen. Deze verplichting blijft bestaan onder de Omgevingswet. De bodemfunctiekaart is van belang om te bepalen welke normen gelden voor het toepassen van grond en baggerspecie en welke terugsaneerwaarden gelden bij bodemsaneringen. In een bodemfunctiekaart wordt een gemeente ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: Landbouw/natuur Wonen Industrie De bodemfunctiekaart van de gemeente Kapelle is weergegeven in bijlage 1. In het algemeen is deze ongewijzigd overgenomen uit bijlage 3 van de nota bodembeheer uit 2012. Op enkele plekken is deze geactualiseerd door aan locaties met recente woningbouw de bodemfunctieklasse wonen toe te kennen. Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet maakt de bodemfunctiekaart van rechtswege deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
15
ontwerp, 25 augustus 2023
PARAGRAAF 2: NORMEN VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGERSPECIE De regels uit deze paragraaf vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Dit betekent dat bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet de artikelen 3 t/m 14 van rechtswege onderdeel worden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Het Besluit bodemkwaliteit maakt onderscheid in: generiek beleid (met toepassingsnormen volgens landelijke regelgeving) gebiedsspecifiek beleid (waarbij als toepassingsnormen lokale maximale waarden worden vastgesteld) Het Besluit bodemkwaliteit gaat uit van standstill op gebiedsniveau. Dit betekent dat hogere lokale maximale waarden (LMW) dan de generieke toepassingsnormen alleen gelden voor grond en bagger afkomstig uit hetzelfde aangewezen bodembeheergebied. In de nota bodembeheer uit 2012 was als bodembeheergebied voor dergelijke hogere LMW uitgegaan van de gemeente Kapelle. Bij de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 was er voor PFAS al voor gekozen om bij grondverzet binnen en tussen de gemeenten in de regio Bevelanden en Tholen in het algemeen dezelfde toepassingsnormen te hanteren. In de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023 wordt deze lijn doorgetrokken naar de overige stofgroepen waarvoor LMW zijn vastgesteld, zodat meer regionaal grondverzet mogelijk is en minder vrijkomende grond uit het gebied afgevoerd moet worden. In artikel 3 is vastgelegd dat de regio Bevelanden en Tholen bestaat uit de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen, zodat niet iedere keer alle gemeentenamen herhaald hoeven te worden.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
16
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 4 (toepassingskaarten)
Generieke toepassingsnormen volgens landelijke regelgeving In het Besluit bodemkwaliteit (en in de toekomst onder de Omgevingswet) zijn de regels voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk gesteld van zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse * Generieke toepassingseis Landbouw/natuur Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Klasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Klasse Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Wonen Wonen Klasse Wonen Wonen Industrie Klasse Wonen Industrie Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Industrie Wonen Klasse Wonen Industrie Industrie Klasse Industrie * Het huidige Besluit bodemkwaliteit kent strikt genomen alleen de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. De terminologie onder de Omgevingswet bevat tevens de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. De bodemkwaliteitsklasse is vastgelegd in een bodemkwaliteitskaart. De bodemfunctieklasse is vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De toepassingskaarten vormen de combinatie van deze twee kaarten, aangevuld met lokaal beleid.
Voorbeeld 1: Wanneer de gemiddelde bodemkwaliteit van een industrieterrein voldoet aan klasse Landbouw/natuur, dan geldt volgens het generieke beleidskader als toepassingseis dat de toe te passen grond ook aan klasse Landbouw/natuur dient te voldoen. Voorbeeld 2: Wanneer de gemiddelde bodemkwaliteit van een oud stadscentrum niet voldoet aan klasse Wonen (maar bijvoorbeeld wel aan klasse Industrie), dan geldt volgens het generieke beleidskader als toepassingseis klasse Wonen.
Mogelijkheid voor lokaal maatwerk: gebiedsspecifiek beleid Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeenten besluiten om af te wijken van het ‘generieke beleid’ en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale Maximale Waarden’ (LMW) vast voor één of meer stoffen. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. Onder de Omgevingswet worden deze in het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) aangeduid als ‘Lokale waarden’, die worden opgenomen in een maatwerkregel in het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
17
ontwerp, 25 augustus 2023
Het Besluit bodemkwaliteit gaat uit van standstill op gebiedsniveau. Dit betekent dat hogere lokale maximale waarden dan de generieke toepassingsnormen alleen gelden voor grond en bagger afkomstig uit hetzelfde aangewezen bodembeheergebied. In artikel 3 is het bodembeheergebied gedefinieerd als de regio Bevelanden en Tholen. De lokale maximale waarden die zijn opgenomen in de artikelen 5, 6 en 7 gelden dus alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen. In bijlage 2 t/m 4 is daarom onderscheid gemaakt in toepassingskaarten voor grond en bagger afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen en grond en bagger afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen.
Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle en algemene toepassingskaarten per stofgroep De algemene bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle is in 2022/2023 geactualiseerd6. In de bodemkwaliteitskaart is de gemeente ingedeeld in een aantal zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat daarbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle bestaat uit drie verschillende zone-indelingen, afhankelijk van de stofgroep: zones voor de NEN5740-parameters (inclusief arseen en chroom) 7; zones voor bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) zones voor PFAS De begrenzingen van deze drie zone-indelingen komen niet met elkaar overeen, omdat de processen die aan deze zone-indelingen ten grondslag liggen verschillend zijn. In het verlengde hiervan zijn per stofgroep verschillende keuzes gemaakt voor het vaststellen van lokale maximale waarden en zijn in bijlage 2 t/m 4 toepassingskaarten per stofgroep opgenomen. De toepassingskaarten voor grond en bagger afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen geven in principe de landelijke generieke toepassingseisen weer. Daarbij zijn echter de NEN5740-parameters (aangevuld met arseen en chroom) enerzijds en de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins anderzijds apart beschouwd.
Oftewel: geen hogere toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen vanwege hogere generieke toepassingsnormen voor de NEN5740-parameters en vice versa. In de bodemkwaliteitskaart is onderscheid gemaakt in de dieptetrajecten 0-0,5 m-mv en 0,5-2,0 m-mv. Deze dieptetrajecten sluiten aan bij wat in milieu-hygiënisch bodemonderzoek wordt aangemerkt als de bovengrond en de ondergrond.
Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle – Actualisatie 2023; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 7 Het standaard stoffenpakket uit de NEN5740, versie januari 2009 bestaat uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som-PAK, minerale olie, som-PCB’s, lutum en organische stof. Onder de Omgevingswet is ditzelfde stoffenpakket als het Standaardonderzoekspakket, variant A opgenomen in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022 In aanvulling hierop zijn in de bodemkwaliteitskaart ook de beschikbare gegevens van arseen en chroom meegenomen. Deze twee metalen maakten tot 2009 deel uit van het stoffenpakket van de NEN5740. 6
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
18
ontwerp, 25 augustus 2023
In 2012 is de beleidskeuze gemaakt om in het gebiedsspecifieke beleid voor het hele dieptetraject 0-2,0 m-mv dezelfde toepassingseisen te hanteren. Deze keuze is voortgezet in het gebiedsspecifieke beleid uit de artikelen 5, 6 en 7. Voor PFAS bevatten de artikelen 6, 7 en 10 toepassingsnormen voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv (zie toelichting bij artikel 6). Voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen is op een aantal plaatsen de toepassingseis klasse Wonen in het dieptetraject 0-0,5 m-mv en klasse Landbouw/natuur in het dieptetraject 0,5-2,0 m.mv. Dit komt doordat hier de bovengrond in de bodemkwaliteitskaart is ingedeeld in de kwaliteitsklasse Wonen, terwijl de ondergrond volgens de bodemkwaliteitskaart voldoet aan klasse Landbouw/natuur. Dieper dan 2,0 m-mv mag alleen grond en baggerspecie worden toegepast die aan klasse Landbouw/natuur voldoet. Overigens vinden de meeste toepassingen plaats op het maaiveld of in de bovengrond.
Bodemkwaliteitskaart en toepassingskaart wegbermen Bij het onderhoud van de wegbermen in Zeeland vindt veel grondverzet plaats. Het gaat daarbij in principe om een gesloten systeem: bermgrond komt bij werkzaamheden op de ene plek vrij en wordt later weer als aanvulmateriaal in een andere wegberm toegepast. Sinds 2005 wordt voor dit grondverzet een provinciebrede bodemkwaliteitskaart van de wegbermen gebruikt. Hiermee hoeft de milieuhygiënische kwaliteit niet voor elke partij bermgrond afzonderlijk te worden vastgesteld. De actuele versie van de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen8 heeft betrekking op de bermen van de verharde wegen van de volgende wegbeheerders: waterschap Scheldestromen; provincie Zeeland; gemeentes (alleen de wegen in het buitengebied van 9 van de 13 gemeenten waaronder Kapelle). Veel bermgrond is verontreinigd als gevolg van het gebruik van teerhoudend asfalt in het verleden. Om vrijkomende bermgrond weer in wegbermen te kunnen toepassen zijn in 2013 lokale maximale waarden vastgesteld. Hierop heeft in 2020 een herziening plaatsgevonden. De herziene lokale maximale waarden zijn overgenomen in artikel 8 en in kaart weergegeven in de toepassingskaart voor de gezoneerde wegbermen in bijlage 5.
Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse landbouw/natuur) Dit artikel heeft alleen betrekking op de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins. In de nota bodembeheer uit 2012 waren de gebiedsspecifieke toepassingseisen voor zowel de NEN5740-parameters als de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins gerelateerd aan de functie van de bodem volgens de bodemfunctiekaart. Deze keuzes zijn ongewijzigd overgenomen in de Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. 8
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
19
ontwerp, 25 augustus 2023
Vanwege de lappendeken aan voormalige boomgaarden binnen de gemeente is ervoor gekozen om voor de bestrijdingsmiddelen geen rekening te houden met de exacte zonegrenzen van de boomgaardzones uit de bodemkwaliteitskaart. In plaats daarvan zijn afzonderlijke lokale maximale waarden (LMW) vastgelegd voor respectievelijk de bodemfunctieklassen landbouw/natuur (artikel 5), wonen (artikel 6) en industrie (artikel 7).
DDD
DDE
DDT
Drins
Functie: Landbouw/natuur (met uitzondering van NNN en Willem Annapolder) MaxWONEN (In de praktijk zijn gehaltes DDD altijd beduidend lager dan MaxWONEN. DDD is met deze LMW nooit een bepalende stof voor het niet kunnen toepassen van grond. Voordeel: eenduidigheid) 0,75 mg/kgds (Grond afkomstig uit Boomgaardzone 2 voldoet hier in het algemeen aan. Een deel van de grond afkomstig uit Boomgaardzone 1 voldoet hier niet aan, maar na keuring zal de meeste grond uit laatstgenoemde zone wel toepasbaar zijn) 0,65 mg/kgds (De P80 voor Boomgaardzone 2 voldoet hieraan. Grond afkomstig uit Boomgaardzone 1 voldoet hier in veel gevallen niet aan. Na keuring zal iets meer dan de helft van de grond uit laatstgenoemde zone wel toepasbaar zijn).
MaxWONEN (Meestal worden drins niet boven detectiegrens aangetoond en meetwaarden zijn zelden hoger dan MaxWONEN
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
Functie: Wonen
Functie: Industrie
MaxWONEN (sluit aan bij keuze NEN5740-parameters)
MaxINDUSTRIE (sluit aan bij keuze NEN5740parameters)
MaxINDUSTRIE (Vanuit oogpunt van risico’s zijn er geen bezwaren voor deze LMW. Met deze LMW is grond afkomstig uit beide boomgaardzones in de meeste gevallen toepasbaar binnen de functie wonen. In beide boomgaardzones voldoet de P80 hier nog aan) MaxINDUSTRIE (Vanuit oogpunt van risico’s zijn er geen bezwaren voor deze LMW. Met deze LMW is grond afkomstig uit boomgaardzone 2 in de meeste gevallen toepasbaar binnen de functie wonen. Grond afkomstig uit Boomgaardzone 1 voldoet hier in veel gevallen niet aan. Na keuring zal iets meer dan de helft van de grond uit laatstgenoemde zone wel toepasbaar zijn). MaxWONEN (sluit aan bij keuze NEN5740-parameters)
MaxINDUSTRIE (sluit aan bij keuze NEN5740parameters. In beide boomgaardzones voldoet de P80 hier nog aan)
20
MaxINDUSTRIE (sluit aan bij keuze NEN5740parameters. Met deze LMW is grond afkomstig uit boomgaardzone 2 in de meeste gevallen toepasbaar binnen de functie industrie. Grond afkomstig uit Boomgaardzone 1 voldoet hier in veel gevallen niet aan. Na keuring zal iets meer dan de helft van de grond uit laatstgenoemde zone wel toepasbaar zijn). MaxINDUSTRIE (sluit aan bij keuze NEN5740parameters)
ontwerp, 25 augustus 2023
Met deze LMW wordt het mogelijk gemaakt om grond die vrijkomt ter plaatse van voormalige boomgaarden elders binnen de gemeente nuttig toe te passen. Zonder deze LMW zijn de toepassingsmogelijkheden voor boomgaardgrond zeer beperkt. De LMW van 0,75 mg/kgds voor DDE en 0,65 mg/kgds voor DDT betreffen de waarden bij standaardbodem (10% organische stof). Voor de toetsing aan deze waarden worden gehalten op de gebruikelijke wijze omgerekend naar standaardbodem. De LMW voor DDD, DDE, DDT en drins gelden niet voor de volgende delen van de gemeente: binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in het deel van de Willem Annapolder met de functie ‘landbouw/natuur’ Globaal komt dit overeen met de gebieden in de gemeente waar zich weinig voormalige boomgaarden bevinden. In de toepassingskaart uit bijlage 3B is uitgegaan van de actuele begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Op een aantal plekken wijkt deze af van de in de nota bodembeheer uit 2012 gehanteerde grenzen uit de Ecologische Hoofdstructuur. Met de voor de functie ‘landbouw/natuur’ gekozen LMW zal iets minder dan de helft van de boomgaardgrond uit Boomgaardzone 1 na keuring niet toepasbaar blijken te zijn. Ongeveer een derde van de oppervlakte van de functie ‘wonen’ ligt in Boomgaardzone 1.
Bij de functie ‘wonen’ is derhalve gekozen voor MaxINDUSTRIE als LMW (= respectievelijk 1,3 mg/kgds voor DDE en 1,0 mg/kgds voor DDT bij standaardbodem). Dit verruimt de hoeveelheid boomgaardgrond die in het gebied met functie ‘wonen’ kan worden toegepast.. Vanuit oogpunt van risico’s zijn er geen bezwaren voor deze LMW.
Artikel 6 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse wonen) Met uitzondering van DDE en DDT gelden bij bodemfunctieklasse wonen voor alle stoffen als toepassingsnorm de Maximale waarden voor wonen. Voor DDE en DDT gelden bij de bodemfunctieklasse wonen als LMW de Maximale waarden voor industrie. Dit is hiervoor al toegelicht bij artikel 5. In paragraaf 4.4 van de oude nota bodembeheer uit 2012 is in eerste instantie voor de NEN5740parameters de gebiedsspecifieke keuze gemaakt om bij de functie ‘wonen’ altijd te toetsen aan de Maximale waarden voor wonen. Volgens het generieke beleid gelden in een deel van de woonwijken als toepassingseis de Maximale waarden voor wonen en in een ander deel van de woonwijken de Achtergrondwaarden. De gemeente heeft in 2012 gekozen voor een eenduidig toetsingskader voor alle woonwijken. In recente woonwijken kan dit tot leiden tot enige verslechtering van de bodemkwaliteit, maar de bodem blijft duurzaam geschikt voor de functie wonen. Vervolgens is in 2012 in diezelfde paragraaf de keuze gemaakt om dit ook te laten gelden voor andere stoffen, ook als die niet zijn opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Ook voor andere stoffen geldt dat bij de Maximale waarden voor wonen nog steeds sprake van een duurzaam geschikte bodem. Het eerste lid van artikel 6 is dus een ongewijzigde voortzetting van het in 2012 vastgestelde beleid.
Om de onderliggende keuzes inzichtelijk te houden zijn de onderdelen a. en d. niet samengevoegd.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
21
ontwerp, 25 augustus 2023
PFAS De toepassingsnormen voor PFAS uit dit artikel zijn ongewijzigd overgenomen uit de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen uit 2020. Onderstaande toelichting is (geredigeerd) overgenomen uit paragraaf 4.3 van voornoemd rapport. Het tijdelijk handelingskader vermeldt als toepassingswaarden voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor de overige PFAS (ook wel aangeduid als de 3/7/3 waarden). Deze hebben nu nog niet de status van Maximale waarden voor wonen of industrie. Naar verwachting worden op termijn wel Maximale waarden voor wonen of industrie opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Naar verwachting zullen die in dat geval gelijk zijn aan deze 3/7/3 waarden dan wel ruimer zijn dan deze waarden. In de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 is ervoor gekozen om de toepassingsnormen aan te laten sluiten bij de toepassingsnormen zoals die in de gemeentelijke nota’s bodembeheer zijn vastgelegd voor de stoffen uit het NEN5740-pakket. Afhankelijk daarvan worden de 3/7/3 waarden uit het tijdelijk handelingskader als norm gehanteerd in plaats van de landelijke achtergrondwaarden uit artikel 9. In regionaal verband is afgesproken dat de 3/7/3 normen in dat geval ook gelden voor grondverzet tussen de gemeenten in de regio Bevelanden en Tholen.
Volgens het tijdelijk handelingskader d.d. 2 juli 2020 gelden de 3/7/3 waarden alleen voor toepassingen boven de grondwaterspiegel (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij een hoge grondwaterstand). De grondwaterstand is niet constant en daardoor in de praktijk lastig te hanteren als criterium. De 3/7/3 waarden gelden daarom voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv, ongeacht de werkelijke grondwaterstand. In het handelingskader voor PFAS versie december 2021 is voornoemd onderscheid tussen boven en onder de grondwaterspiegel losgelaten. Er is echter vooralsnog geen aanleiding om dit in de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen gemaakte onderscheid te herzien. Voor het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv en dieper dan 2,0 m-mv gelden dus altijd de achtergrondwaarden zoals opgenomen in artikel 9.
Artikel 7 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklasse industrie) Bij bodemfunctieklasse industrie gelden voor alle stoffen als toepassingsnorm de Maximale waarden voor industrie. Dit is een ongewijzigde voortzetting van het in 2012 vastgestelde beleid, behalve dat dit nu geldt voor grond en bagger afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen (in plaats van alleen uit de gemeente Kapelle). Zie ook de toelichtingen bij artikel 5 over de bestrijdingsmiddelen en bij artikel 6 over PFAS. In paragraaf 4.4 van de oude nota bodembeheer uit 2012 is in eerste instantie voor de NEN5740parameters de gebiedsspecifieke keuze gemaakt om bij de functie ‘industrie’ altijd te toetsen aan de Maximale waarden voor industrie. Vervolgens is in 2012 in diezelfde paragraaf de keuze gemaakt om dit ook te laten gelden voor andere stoffen, ook als die niet zijn opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Ook voor andere stoffen geldt dat bij de Maximale waarden voor industrie nog steeds sprake van een duurzaam geschikte bodem.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
22
ontwerp, 25 augustus 2023
Met deze keuze wordt ruimte geboden voor de afzet van grond met kwaliteitsklasse industrie (bijvoorbeeld grond afkomstig uit de oudste delen van de kernen). Het terreingebruik op de bedrijfsterreinen is relatief ongevoelig. De kans op blootstelling aan verontreinigingen is laag. De bodem blijft duurzaam geschikt voor de functie ‘industrie’. Er worden voor de bedrijfsterreinen geen functiewijzigingen verwacht.
Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Het bodembeheergebied voor de wegbermen bestaat uit de gezoneerde wegbermen in de provincie Zeeland. Onderstaande toelichting is geredigeerd overgenomen uit paragraaf 4.4 van de nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen in Zeeland uit 2020. Voor de gezoneerde wegbermen gelden in de gemeente Kapelle de volgende toepassingseisen (exclusief PFAS): Zone Ontgravingsklasse Toepassingseis voor Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond overige grond en bagger Industrie MaxINDUSTRIE Achtergrondwaarde, A: Voorheen met uitzondering van: teerhoudende PAK-totaal: MaxWONEN asfaltwegen Minerale olie: MaxWONEN Industrie MaxINDUSTRIE Achtergrondwaarde, B: Niet teerhoudende met uitzondering van: bitumineuze wegen PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN C: Elementenwegen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde MaxWONEN = Maximale waarden voor wonen MaxINDUSTRIE = Maximale waarden voor industrie
Voor PFAS gelden in de gezoneerde wegbermen de volgende toepassingseisen (*): Zone Toepassingseis voor gezoneerde Toepassingseis voor overige grond en bermgrond bagger A: Voorheen PFOA (som): 7 μg/kgds Toepassingsnormen zoals door de teerhoudende PFOS (som): 3 μg/kgds gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied asfaltwegen Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds PFOA (som): 7 μg/kgds Toepassingsnormen zoals door de B: Niet teerhoudende PFOS (som): 3 μg/kgds gemeente vastgesteld voor het bitumineuze wegen omliggende gebied Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds Toepassingsnormen zoals door de Toepassingsnormen zoals door de C: Elementenwegen gemeente vastgesteld voor het gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied omliggende gebied (*) met uitzondering van de strook langs de Westerschelde waarvoor de normen uit artikel 10 gelden.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
23
ontwerp, 25 augustus 2023
Aan de gekozen toepassingseisen liggen de volgende overwegingen ten grondslag: de mogelijkheid behouden om al of niet gekeurde bermgrond in bermen te kunnen blijven toepassen; per saldo geen verdere verslechtering van de wegbermen; een alternatief creëren voor het gebruik van schone grond bij een lokaal tekort aan bermgrond (toepassing van schone grond is niet duurzaam, omdat belasting vanuit de omgeving en interactie in de bermgrondketen ervoor zorgt dat deze schone grond licht verontreinigd raakt). In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde gelden voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ verschillende toepassingseisen, afhankelijk van of er sprake is van het toepassen van bermgrond dan wel grond die van buiten de bermgrondketen afkomstig is. De classificatie van de zone ‘C: Elementenwegen’ op basis van het rekenkundig gemiddelde voldoet aan de Achtergrondwaarde. Voor deze zone geldt in de hele provincie als generieke toepassingseis klasse Landbouw/natuur.
Toelichting op de Lokale Maximale Waarden (LMW) Het grondverzet in de wegbermen vormt in beginsel een gesloten systeem: bij werkzaamheden vrijgekomen bermgrond blijft binnen de keten van wegbermen. Om deze reden wordt in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde onderscheid gemaakt tussen bermgrond, die na tijdelijke opslag weer elders in een wegberm wordt toegepast en de import en export van grond in en uit de keten van bermgrond. Voor het opnieuw in een berm toepassen van grond uit gezoneerde bermen (ongeacht de herkomstzone) gelden voor de zone ‘A: Voorheen teerhoudende wegen’ in de hele provincie als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE). Dit geldt voor alle in de bodemkwaliteitskaart wegbermen opgenomen stoffen. Als gevolg van de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit wijkt de ontgravingsklasse (klasse industrie) van de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ af van de toepassingsklasse (klasse wonen). Hierdoor is hergebruik van bermgrond binnen dezelfde zone volgens het landelijke, generieke beleidskader niet meer mogelijk. De gemeenten ten noorden van de Westerschelde kiezen ervoor om in deze zone voor bermgrond de toepassingsnorm te laten aansluiten bij de ontgravingsklasse en dus voor gezoneerde bermgrond ook in deze zone als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) vast te stellen.
Dit geldt voor alle in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. Dit is een wijziging ten opzichte van de nota bodembeheer van de wegbermen uit 2013. Destijds voldeed de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ aan de Achtergrondwaarde en waren voor deze zone geen lokale maximale waarden vastgesteld. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde geldt voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen een strengere toepassingseis. Voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen is in 2013 de beleidskeuze gemaakt dat voor PAK en minerale olie als toepassingseis MaxWONEN geldt en de Achtergrondwaarde voor de overige stoffen. Bij de overige stoffen wordt nog wel de toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit gehanteerd.
Nota bodembeheer gemeente Kapelle 2023
24
ontwerp, 25 augustus 2023
Voor PAK bedraagt MaxWONEN 6,8 mg/kgds. Voor minerale olie is MaxWONEN gelijk aan de Achtergrondwaarde (190 mg/kgds). Feitelijk geldt voor grond van buiten de bermketen dus alleen voor PAK een lokale maximale waarde. De hiervoor beschreven toepassingseisen gelden ongeacht de bodemfunctieklasse zoals deze voor de omgeving van de wegberm is vastgelegd in de gemeentelijke bodemfunctiekaarten. Voorwaarde voor het vaststellen van deze LMW is, dat met behulp van de risicotoolbox wordt nagegaan wat de gevolgen van deze LMW zijn voor de bodemkwaliteit. De toepassing van de risicotoolbox is opgenomen in bijlage 15 van de nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen in de provincie Zeeland. De conclusie van de risicotoolbox is, dat deze LMW geen risico’s opleveren: de bodem blijft duurzaam geschikt voor het betreffende bodemgebruik. Op de LMW wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De toepassingseis voor gezoneerde bermgrond in de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ bedraagt 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor PFOS en de overige PFAS. Deze waarden sluiten aan bij de toepassingseisen voor PFAS die de gemeente hanteert voor gebieden waar de toepassingseisen voor de NEN5740-stoffen klasse Wonen of klasse Industrie zijn.
Met deze toepassingseis voor PFAS blijft het gesloten systeem van uitwisseling van bermgrond mogelijk. In het vierde lid van dit artikel is opgenomen dat het voorgaande niet geldt binnen een strook langs de Westerschelde. In deze strook gelden voor (berm)grond afkomstig uit diezelfde strook de ruimere PFASnormen uit artikel 10.