CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10a D23.291645 bodemkwaliteitskaart Kapelle 2023

Raadsvergadering 27 februari 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Nota bodembeheer Kapelle 202337.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

BKK Kapelle

25/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

-

wanneer geen boorpunten en geen rapportcontour beschikbaar zijn: het middelpunt van de locatiecontour.

Bij de nieuwe invoer sinds 2017 is de ligging van de geanalyseerde grond(meng)monsters in het algemeen gebaseerd op de ingetekende boorpunten. In Squit werden in het verleden alleen rapport- en locatiecontouren ingetekend. Bij de dataset uit 2009 is dus voor de coördinaten van de meetpunten uitgegaan van het middelpunt van het desbetreffende bodemonderzoek. In het algemeen is dit voldoende nauwkeurig, omdat in het algemeen het hele bodemonderzoek binnen dezelfde zone ligt. Voor enkele onderzoeken die in meerdere zones bleken te liggen is destijds op basis van het betreffende dossier nagegaan welke analyses op welke zone betrekking hebben (met name voor de boomgaardperiodes).

5.2

Selectie van representatieve gegevens voor de bodemkwaliteitskaart

Uitgangspunt in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 10) is, dat alle beschikbare gegevens worden meegerekend, tenzij wordt gemotiveerd waarom bepaalde gegevens niet representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Bij twijfel daarover moeten de gegevens wél worden meegerekend. Een aantal gegevens wordt op voorhand als niet representatief beschouwd. Hiervoor zijn dezelfde keuzes gemaakt als eerder gehanteerd in de voorgaande bodemkwaliteitskaart: onderzoekstypen gerelateerd aan saneringen (saneringsonderzoeken, saneringsplannen, saneringsevaluaties, BUS-meldingen) en waterbodemonderzoek monsters die alleen zijn geanalyseerd op minerale olie en niet op andere stoffen (regelmatig zijn dit lokale olieverontreinigingen. In ieder geval zijn dit vrijwel altijd plekken die verdacht zijn voor olieverontreiniging) Verder kunnen gegevens niet worden meegerekend in de volgende situaties: indien geen x- en y-coördinaten konden worden toegekend aan de analysegegevens; indien geen dieptetraject bij de geanalyseerde monsters is ingevoerd. Dit betreft in de dataset van de gemeente Kapelle slechts enkele monsters. In aanvulling hierop bevat bijlage 5 een tabel van rapporten met analyseresultaten die om overige redenen niet zijn meegerekend.

Zo zijn uit onderzoeken van wegbermen zowel de gegevens van de NEN5740-parameters als eventuele analyses van bestrijdingsmiddelen en PFAS niet meegerekend. Bij een aantal PFAS-analyses zijn de boven- en ondergrond gemengd (bijvoorbeeld monstername over dieptetraject 0-1,0 m-mv). Die gegevens zijn niet meegerekend bij het bepalen van de statistische kengetallen voor PFAS. Hetzelfde geldt voor enkele analyses van de bestrijdingsmiddelen.

BKK Kapelle

26/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Ouderdom van de gegevens Er is geen arbitrair onderscheid gemaakt op basis van de ouderdom van de gegevens. In de praktijk blijkt er bij bodemkwaliteitskaarten geen onderscheid te maken op basis van ouderdom van gegevens. Een uitzondering hierop betreft de situatie van recent opgehoogde gebieden waar de kwaliteit van het vroegere maaiveld afwijkt van het ophoogmateriaal. In dat geval is het van belang of het onderzoek is uitgevoerd vóór of na ophoging. Dergelijke situaties komen in de gemeente Kapelle echter niet voor.

Geschatte waarden voor lutum en organische stof (dataset 2009) In 2009 waren in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem bij veel onderzoeken geschatte waarden voor lutum en organische stof ingevoerd. In principe werd in het bodeminformatiesysteem aangevinkt dat het een geschatte waarde betreft. Geschatte waarden voor lutum en organische stof zijn niet meegerekend voor het bepalen van de bodemtypecorrectie. In de dataset uit 2009 kwamen bij verschillende onderzoeken dezelfde waarden voor lutum en organische stof bij meerdere monsters voor, zonder dat was aangevinkt dat het geschatte waarden betrof. In deze gevallen is destijds aangenomen, dat een deel van de waarden voor lutum en organische stof geschatte waarden betreft. Dit betekent, dat wanneer in één bodemonderzoek meerdere keren dezelfde waarden voor lutum en organische stof bij bovengrondmonsters waren ingevoerd, deze waarden slechts 1 x zijn meegerekend. Hetzelfde geldt voor de ondergrond. Op deze wijze zijn in de oude dataset uit 2009 voor 288 grondmonsters uit 59 bodemrapporten de ingevoerde lutum- en organische stof percentages buiten beschouwing gelaten. Tegenwoordig speelt dit niet meer, omdat in het standaardpakket van NEN5740 ook altijd de percentages lutum en organische stof bepaald worden.

BKK Kapelle

27/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6

BODEMKWALITEITSKAART

6.1

Zones in de bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle bestaat uit drie verschillende zone-indelingen, afhankelijk van de stofgroep: zones voor de NEN5740-parameters (inclusief arseen en chroom); zones voor bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) zones voor PFAS De begrenzingen van deze drie zone-indelingen komen niet met elkaar overeen, omdat de processen die aan deze zone-indelingen ten grondslag liggen verschillend zijn: de zones voor de NEN5740-parameters zijn primair gebaseerd op de ouderdom van de bebouwing; de zone-indeling voor de bestrijdingsmiddelen is gebaseerd op de verschillende boomgaardperiodes. Daarnaast blijkt dat DDT vroeger ook wel is toegepast in particuliere tuinen; voor PFAS is de zone-indeling gebaseerd op de invloed van seaspray vanuit de Westerschelde.

De statistische kengetallen van deze zones zijn opgenomen in de volgende bijlagen: NEN5740-parameters: bijlage 7 Bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins): bijlage 8 PFAS: bijlage 9 De zones zijn in de volgende bijlagen in kaart weergegeven: NEN5740-parameters: zone-indeling in bijlage 10 en ontgravingsklasse boven- en ondergrond in bijlage 11A en 11B Bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins): zone-indeling in bijlage 12 en ontgravingsklasse boven- en ondergrond in bijlage 13A en 13B PFAS: bijlage 14 De indeling in zones wordt nader toegelicht in de volgende paragrafen: NEN5740-parameters: paragraaf 6.2 bestrijdingsmiddelen: paragraaf 6.3 PFAS: paragraaf 6.4

BKK Kapelle

28/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Zones voor de NEN5740-parameters Zone A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 B1: Wijken 1940-1980 Kapelle B2: Wijken 1940-1980 overige kernen C: Vooroorlogse kernen D: Bedrijfsterrein Biezelinge (1960-heden) E: Kanaaldemping Wemeldinge

Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur

.

Zones voor de bestrijdingsmiddelen Zone

Boomgaardzone 1 Boomgaardzone 2 Vooroorlogse kernen Overig gebied

Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet niet aan klasse Industrie Industrie Industrie Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-1,0 m-mv) Industrie

Kwaliteitsklasse Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Landbouw/natuur

Industrie Industrie Landbouw/natuur

Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur

PFAS Zone

Overig Kapelle Aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Variabel tot boven toepassingswaarden voor wonen en industrie

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Voldoet aan Achtergrondwaarde

Lokaal afwijkende situaties Met nadruk wordt erop gewezen, dat in de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde achtergrondkwaliteit van grotere gebieden wordt vastgelegd. Plaatselijk kan de bodemkwaliteit hiervan afwijken, bijvoorbeeld in geval van verdachte locaties, wegbermen, boerenerven en bijmengingen van puin en koolas. Toepassen van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart is dus pas mogelijk, nadat eerst een vooronderzoek is uitgevoerd.

BKK Kapelle

29/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6.2

Toelichting op de zones voor de NEN5740-parameters

6.2.1

Zone A: Buitengebied en woonwijken vanaf 1980

In de zone ´A: Buitengebied en woonwijken vanaf 1980´ is het buitengebied samengevoegd met alle woonwijken, die zijn aangelegd na 1980. Kleine ‘enclaves’ in Kapelle zijn niet in deze zone opgenomen maar bij de zone ‘B1 Wijken 1940-1980 Kapelle’ gevoegd. Zowel de boven- als ondergrond van de zone ´A: Buitengebied en woonwijken vanaf 1980´ worden ingedeeld in kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Dit stemt overeen met de voorgaande bodemkwaliteitskaarten.

6.2.2

Zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle

In de voorgaande bodemkwaliteitskaart waren alle woonwijken die zijn aangelegd in de periode 19401980 samengevoegd in de zone ‘B: Wijken 1940-1980’. Bij de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart in 2023 is deze zone gesplitst in twee zones: zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle; zone B2: Wijken 1940-1980 overige kernen. Net als bij de vorige bodemkwaliteitskaart zijn de gegevens van de wijken uit deze periode afzonderlijk bekeken. In het dorp Kapelle is daarbij onderscheid gemaakt in het gedeelte ten oosten van de Biezelingsestraat en de bebouwing uit deze periode ten westen van de Biezelingsestraat. De woonwijk ten oosten van de Biezelingsestraat is overwegend in de jaren 70 van de vorige eeuw aangelegd. Voor de bovengrond zijn hier inmiddels circa 50 waarnemingen beschikbaar. Op basis van deze gegevens voldoet de bovengrond van deze wijk gemiddeld aan klasse Landbouw/natuur. Voor de bebouwing uit de periode 1940-1980 ten westen van de Biezelingsestraat zijn 18 waarnemingen van de bovengrond beschikbaar. Ook hier voldoet de bovengrond gemiddeld aan klasse Landbouw/natuur. Alle wijken uit de periode 1940-1980 in het dorp Kapelle zijn daarom samengevoegd in de zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle. Zowel de boven- als ondergrond van deze zone worden ingedeeld in kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Een aandachtsgebied binnen deze zone vormt het voormalige veilingterrein in Kapelle.

Inmiddels zijn in dit gebied nieuwbouwwoningen gebouwd. Ter plaatse van de bouwkavels zijn bodemonderzoeken uitgevoerd, op basis waarvan vervolgens enkele saneringen zijn uitgevoerd. Op de hele voormalige veilinglocatie zijn verhoogde PAK-gehalten aangetoond. Verschillende bodemonderzoeken van het veilingterrein zijn als niet representatief uitgesloten van de statistische berekeningen. Mogelijk vinden deze verhoogde gehalten hun oorsprong in het bouwrijp maken voor de uitbreiding van de veiling halverwege de vorige eeuw, aangezien deze PAK-gehalten verspreid over de hele veilinglocatie voorkomen. Het gebied is te klein om apart te zoneren, maar bij de nog niet onderzochte terreindelen dient men alert te zijn op de mogelijke aanwezigheid van verhoogde PAKgehalten.

BKK Kapelle

30/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Minder dan 20 waarnemingen barium, kobalt, molybdeen en PCB in de ondergrond In de ondergrond van de zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle zijn voor barium, kobalt, molybdeen en PCB 13 waarnemingen beschikbaar. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten hanteert een minimum van 20 waarnemingen per zone, waarbij voor de stoffen barium, kobalt, molybdeen en PCB’s een afwijkende regeling geldt. Tot 1 juli 2008 werd bij bodemonderzoek niet standaard op deze stoffen geanalyseerd. Bij minder dan 20 waarnemingen kobalt, molybdeen of PCB 10 in een zone mag men zich volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten baseren op de totale dataset van het bodembeheergebied, mits voor het totale bodembeheergebied minimaal 30 waarnemingen beschikbaar zijn. In totaal zijn voor deze stoffen meer dan 500 waarnemingen beschikbaar. Binnen de gemeente Kapelle worden voor kobalt en molybdeen zelden gehalten boven de Achtergrondwaarde aangetoond. In de zones met voldoende gegevens ( >20 waarnemingen) geldt voor kobalt en molybdeen het volgende: het gemiddelde voor kobalt en molybdeen voldoet steeds aan de Achtergrondwaarde de 95-percentielwaarde voor kobalt voldoet vrijwel altijd aan de Achtergrondwaarde molybdeen wordt zelden boven de detectiegrens aangetoond. De 90-percentielwaarde voor molybdeen voldoet vrijwel altijd aan de Achtergrondwaarde.

In twee zones is de 95percentielwaarde iets hoger dan de Achtergrondwaarde (maar lager dan 2x Achtergrondwaarde). Afgezien van 1 bovengrondmonster zijn voor PCB in de zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Zie tevens de algemene toelichting op PCB verderop. Op grond van het voorgaande valt niet te verwachten dat meer waarnemingen voor barium, kobalt, molybdeen en PCB’s tot een andere classificatie leiden van de ondergrond van de zone ‘B1: Wijken 1940-1980 Kapelle’.

6.2.3

Zone B2: Wijken 1940-1980 overige kernen

De zone ‘B2: Wijken 1940-1980 overige kernen’ bevat de wijken die in de periode 1940-1980 zijn aangelegd in Wemeldinge, Biezelinge en Schore. De bovengrond van deze zone is net als in de voorgaande bodemkwaliteitskaart ingedeeld in klasse Wonen. De ondergrond voldoet aan klasse Landbouw/natuur. In Wemeldinge valt de bovengrond van de wijken uit de periode 1940-1980 tezamen gemiddeld in klasse Wonen. Hetzelfde geldt voor Biezelinge. Al deze wijken zijn derhalve samengevoegd in de zone B2: Wijken 1940-1980 overige kernen. Een deel van de bovengrondmonsters in deze zone voldoet aan de Achtergrondwaarde, maar dit geldt niet algemeen. Bij twijfel tussen klasse Landbouw/natuur en klasse Wonen is gekozen voor klasse Wonen. Voor barium geldt geen minimum aantal waarnemingen, omdat de normen voor barium voor onbepaalde tijd zijn ingetrokken. 10

BKK Kapelle

31/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

In deze zone is een aantal kleinere niet-aaneengesloten deelgebieden samengevoegd. In sommige deelgebieden zijn geen onderzoeksgegevens beschikbaar (de wijk in Schore en een deelgebied bij de Abdijstraat in Biezelinge). Er is voor gekozen om ook deze wijken op te nemen in deze zone.

6.2.4

Zone C: Vooroorlogse kernen

In de zone ‘C vooroorlogse kernen’ zijn de vooroorlogse kernen van Kapelle, Biezelinge, Wemeldinge en Schore samengevoegd. De gegevens zijn ook per kern afzonderlijk bekeken, maar dit geeft geen aanleiding om een nadere onderverdeling te maken. De begrenzing van de zone C: Vooroorlogse kernen is aangescherpt ten opzichte van de voorgaande bodemkwaliteitskaart. De bovengrond van deze zone is ingedeeld in klasse Industrie. De ondergrond van deze zone valt gemiddeld in klasse Wonen.

6.2.5

Zone D: Bedrijfsterrein Biezelinge 1960-heden

Het bedrijfsterrein ten oosten van Biezelinge is opgenomen in een aparte zone ‘D Bedrijfsterrein Biezelinge 1960-heden’. Zowel de boven- als ondergrond van deze zone voldoen gemiddeld aan klasse Landbouw/natuur. Het oudste deel van het bedrijfsterrein (het gedeelte uit de periode 1960-1980) is bij het maken van de vorige bodemkwaliteitskaart in 2011 ook afzonderlijk doorgerekend. Op basis van 17 waarnemingen van het ‘oude’ stoffenpakket bleek voor dit oudste deel de 95-percentielwaarde voor alle stoffen nog te voldoen aan de Achtergrondwaarde, zodat er binnen het bedrijfsterrein geen onderscheid is gemaakt in ouderdom van de bedrijven. Er zijn sindsdien in dit oudste deel geen nieuwe gegevens bijgekomen.

6.2.6

Zone E: Kanaaldemping Wemeldinge

De zone ‘E Kanaaldemping Wemeldinge’ betreft een opgehoogd gebied, waarvan de bodemkwaliteit mogelijk zou kunnen afwijken van de rest van de gemeente. Dit gebied is daarom opgenomen in een aparte zone. In de vorige bodemkwaliteitskaart zijn zowel de boven- als ondergrond van deze zone ingedeeld in klasse Landbouw/natuur. Dit was voor de bovengrond op basis van 22 waarnemingen van het oude stoffenpakket en voor de ondergrond op basis van 14 waarnemingen. Voor barium, kobalt, molybdeen en PCB waren weinig gegevens beschikbaar. De meetwaarden van deze stoffen voldeden allemaal aan de Achtergrondwaarde. Voor deze stoffen geldt dezelfde onderbouwing dat deze niet klassebepalend zijn als hiervoor opgenomen in paragraaf 6.2.2. Sinds het opstellen van de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2011 zijn er in deze zone geen nieuwe gegevens bijgekomen.

BKK Kapelle

32/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Het noordelijke deel van de oorspronkelijke zone valt binnen het gebied waarvoor niet de gemeente maar Rijkswaterstaat bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. De begrenzing van de zone is bij de actualisatie in 2023 hierop aangepast. Bijlage 7E bevat de statistische kengetallen op basis van alleen de gegevens binnen het gebied waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Voor de ingekrompen zone zijn ook in de bovengrond minder dan 20 waarnemingen beschikbaar. Er wordt voor gekozen om de classificatie van de oorspronkelijke zone te handhaven.

6.2.7

PCB

In alle zones is bij meer dan 80% van de monsters geen gehalte PCB boven de detectiegrens aangetoond. De Regeling bodemkwaliteit schrijft voor, dat (om het gemiddelde te berekenen) waardes beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij de sommatie van somparameters zoals de 7 PCB’s moet volgens de Regeling bodemkwaliteit elke afzonderlijke PCB beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij lage humuspercentages leidt dit tot rekenwaardes die hoger zijn dan de Achtergrondwaarde voor PCB’s , hoewel geen enkele individuele PCB boven de detectiegrens is aangetoond. In de meeste zones leidt dit ertoe, dat het rekenkundig gemiddelde voor PCB in bijlage 7 iets hoger is dan de Achtergrondwaarde, hoewel zelden gehalten boven de Achtergrondwaarde zijn aangetoond. Dit heeft overigens geen consequenties voor de classificatie van de zones. Op grond van de statistische verdeling en gegevens uit AW2000 leidt de 0,7 factor bij de sommatie van PCB’s tot een overschatting van deze somparameter (lit. 24). Een correctiefactor lager dan 0,3 geeft voor waarnemingen beneden de detectiegrens een realistischer schatting van de werkelijke gehaltes.

6.3

Toelichting op de zones voor de bestrijdingsmiddelen

DDD, DDE, DDT in (voormalige) boomgaarden Voor de zonering van de boomgaarden is onderscheid gemaakt in verschillende boomgaardperiodes zoals beschreven in paragraaf 4.4 en in kaart weergegeven in bijlage 4. Per rapport met analyses op DDD, DDE en DDT is aan de hand van de digitale topografische kaarten bepaald binnen welke boomgaardperiode de analyses op de bestrijdingsmiddelen zijn uitgevoerd. Wanneer binnen een rapportcontour meerdere boomgaardperiodes voorkomen is op basis van de boorpunten uit het bodemrapport nagegaan tot welke boomgaardperiode het betreffende monster moet worden gerekend. In enkele gevallen liggen de boringen van een mengmonster in verschillende boomgaardperiodes. Deze mengmonsters zijn verder buiten beschouwing gelaten. Bijlage 8A bevat de statistische kengetallen voor DDD, DDE, DDT en drins voor de verschillende boomgaardperiodes. De hoogste DDT-gehalten zijn aangetroffen in boomgaarden die zowel op de topografische kaart uit 1936 als de topografische kaart uit 1960 staan (boomgaardperiode 2). Hier voldoet het gemiddelde voor DDT in de bovengrond niet aan de maximale waarde voor industrie. De

BKK Kapelle

33/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

gehalten DDE liggen voor boomgaardperiode een factor 2 hoger dan bij de overige boomgaardperiodes. In de overige boomgaardperiodes liggen de rekenkundig gemiddelden voor DDE en DDT in de bovengrond tussen de maximale waarden voor wonen en de maximale waarden voor industrie. In de bodemkwaliteitskaart is voor de bestrijdingsmiddelen derhalve onderscheid gemaakt in de volgende boomgaardzones: Zonenaam Boomgaardperiodes (volgens topografische kaarten) Boomgaardzone 1 2: Boomgaard in 1936 EN 1958 Boomgaardzone 2 1: Boomgaard in 1936, NIET in 1958 3: Boomgaard in 1958, NIET in 1936 4: Boomgaard niet eerder dan in 1966 4b: Boomgaard niet eerder dan in 1975 In de voorgaande bodemkwaliteitskaarten uit 2004 en 2011 is dezelfde onderverdeling gemaakt. De statistische kengetallen voor deze boomgaardzones zijn opgenomen in bijlage 8B. In de eerdere bodemkwaliteitskaart van het buitengebied (lit. 18) en de voorgaande bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele uit 2009 (lit. 25) is gekeken naar verschillen in uitkomsten tussen de dieptetrajecten 0-30 cm, 30-50 cm en 0-50 cm. Hierbij bleek het dieptetraject 30-50 cm gemiddeld iets schoner te zijn dan het dieptetraject 0-30 cm. Verder bleek het nauwelijks verschil uit te maken of de berekeningen werden uitgevoerd voor het dieptetraject 0-30 cm of 0-50 cm. Ditzelfde beeld komt naar voren in de dataset van Kapelle uit 2022.

Er is daarom voor gekozen om geen nader onderscheid te maken binnen het dieptetraject 0-50 cm.

DDD, DDE en DDT in particuliere tuinen voor 1960 DDT blijkt in het verleden ook te zijn toegepast in particuliere tuinen. In verschillende bodemonderzoeken in de vooroorlogse kernen zijn verhoogde gehalten DDD, DDE en DDT aangetoond. Bijlage 8A bevat daarom ook de statistische kengetallen voor deze stoffen in de vooroorlogse kernen. Op grond daarvan zijn de vooroorlogse kernen ook voor de bestrijdingsmiddelen als aparte zone opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. De statistische kengetallen van de bestrijdingsmiddelen voor de zone Vooroorlogse kernen zijn opgenomen in bijlage 8C. De gehalten in deze zone zijn vergelijkbaar met de gehalten in boomgaardzone 2: de rekenkundig gemiddelden voor DDE en DDT in de bovengrond liggen tussen de maximale waarden voor wonen en de maximale waarden voor industrie.

Zonering van de ondergrond Voor de ondergrond zijn beduidend minder gegevens van bestrijdingsmiddelen beschikbaar dan voor de bovengrond. In voorkomende gevallen is de ondergrond geanalyseerd vanwege hoge gehalten in de bovengrond.

BKK Kapelle

34/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Een deel van de gegevens voor de ondergrond heeft betrekking op het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Daarnaast is de onderkant van een deel van de analyses op bestrijdingsmiddelen 2,0 m-mv (vaak monsters met dieptetraject 0,5-2,0 m-mv). De laatste pagina van bijlage 8A bevat de statistische kengetallen voor DDD, DDE en DDT voor de dieptetrajecten 0,5-1,0 m-mv en 1,0-2,0 m-mv11. De gehalten in het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv zijn duidelijk lager dan de gehalten in het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Daarbij is er geen wezenlijk verschil tussen boomgaardzone 1 en boomgaardzone 2. Voor de ondergrond van de boomgaardzones is daarom nader onderscheid gemaakt in deze dieptetrajecten. Daarbij zijn boomgaardzone 1 en boomgaardzone 2 voor de ondergrond samengevoegd. In het dieptetraject 0,5-1,0 zijn nog regelmatig verhoogde gehalten DDE en DDT gemeten. Dit dieptetraject wordt daarom voor de bestrijdingsmiddelen ingedeeld in klasse industrie. Daarbij wordt opgemerkt dat dit gebaseerd is op een beperkt aantal waarnemingen (13 monsters). In de zone vooroorlogse kernen zijn 6 ondergrondmonsters beschikbaar, allen van het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Deze voldoen in het algemeen voor de bestrijdingsmiddelen aan de Achtergrondwaarde.

Gezien het beperkte aantal waarnemingen is veiligheidshalve ervoor gekozen om voor de ondergrond van de zone vooroorlogse kernen dezelfde classificatie over te nemen van de beide boomgaardzones. In het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv worden in het algemeen geen verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen gemeten. Dieper dan 1,0 m-mv voldoet de ondergrond in de hele gemeente voor de bestrijdingsmiddelen aan klasse Landbouw/natuur.

Drins Bijlage 8A bevat ook de statistische kengetallen voor drins (som aldrin, dieldrin, endrin). Voor drins is bij alle boomgaardperiodes in meer dan de helft van de gevallen geen gehalte drins boven de detectiegrens aangetoond. In een deel van de monsters wordt wel een gehalte drins boven de detectiegrens aangetoond. Het rekenkundig gemiddelde is in verschillende boomgaardperiodes hoger dan de Achtergrondwaarde, maar daarbij speelt mee dat gehalten beneden de detectiegrens volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten bij de bepaling van het gemiddelde moeten worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Een deel van de detectiegrenzen in de dataset is hoger dan de Achtergrondwaarde. Voor zover wel gehalten boven de detectiegrens zijn gemeten betreft dit met name dieldrin. Aldrin en endrin zijn zelden boven de detectiegrens aangetoond. Drins zijn niet klassebepalend in de bodemkwaliteitskaart.

Dieptetraject 1,0-2,0 m-mv is inclusief de monsters die zijn geanalyseerd over het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv 11

BKK Kapelle

35/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Overige bestrijdingsmiddelen De dataset van de gemeente Kapelle bevat naast DDD, DDE, DDT en drins ook analysegegevens voor een aantal andere bestrijdingsmiddelen. Meestal worden voor deze andere bestrijdingsmiddelen geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Volledigheidshalve zijn in de bijlagen 8B t/m 8D ook de statistische kengetallen opgenomen voor deze overige bestrijdingsmiddelen. Voor de overige bestrijdingsmiddelen is vrijwel altijd bij meer dan 95% van de monsters geen gehalte boven de detectiegrens aangetoond. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat voor het berekenen van het gemiddelde de waarden beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Mede door de bodemtypecorrectie zijn de detectiegrenzen van een aantal bestrijdingsmiddelen hoger dan de Achtergrondwaarde (en hoger dan de maximale waarde voor Wonen). Dit levert berekende gemiddelden op die niet aan klasse landbouw/natuur of klasse wonen voldoen, terwijl er vrijwel geen gehalten bovende detectiegrens zijn aangetoond. Deze gemiddelden zijn in bijlage 8B t/m 8D grijs gemarkeerd.

6.4

Toelichting op de zone-indeling voor PFAS

6.4.1

Verhoogde PFAS-gehalten langs de Westerschelde

In de hele Westerscheldedijk vanaf de Belgische grens tot het Sloegebied komen verhoogde PFASgehalten voor, met name PFOS en PFOA. Ook in een strook direct langs de dijk zijn hogere PFAS-gehalten gemeten. Deze paragraaf beschrijft de PFAS-gehalten in een strook van 500 meter langs de Westerschelde in de gemeenten Reimerswaal, Kapelle en Borsele tezamen, inclusief de gehalten in de dijk.

Onderzoeken van 19 raaien langs de Westerschelde tussen de Belgische grens en het Sloegebied In het najaar van 2022 heeft waterschap Scheldestromen op 19 plaatsen tussen de Belgische grens en het Sloegebied het dwarsprofiel van de Westerscheldedijk laten onderzoeken op PFAS (lit. 22)12. In dit hele traject heeft het onderste deel van het buitentalud een steenbekleding, in het algemeen tot aan een fiets- annex onderhoudspad. Op een dwarsprofiel van een eerdere dijkversterking ten westen van Hansweert eind jaren 50 is te zien dat dit pad de oude kruin van de dijk was ten tijde van de watersnoodramp (lit. 26). Boven dit pad is het dijktalud onverhard. Op deze 19 locaties zijn raaien van het dwarsprofiel van de dijk als volgt bemonsterd: A: onderaan het onverharde deel van het buitentalud; B: halverwege het onverharde deel van het buitentalud (alleen bredere taluds raaien 15 t/m 19); C: midden op de kruin van de dijk; D: halverwege het binnentalud (met uitzondering van raai 01) E: onderaan het binnentalud

12

Aanvullend zijn de monsters ook onderzocht op de NEN5740-parameters.

BKK Kapelle

36/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Bijlage 9A toont de ligging van deze 19 locaties met per raai het hoogst gemeten gehalte PFOS. Er is gecontroleerd in hoeverre gegevens van de dwarsprofielen beïnvloed kunnen zijn door recente dijkversterkingen. Het waterschap heeft daarvoor oude bestekken in haar archief nagezocht: raai 05: binnenwaartse dijkversterking in 2009 raai 06: zowel binnen- als buitenwaarste versterking in 2015 raai 08: binnenwaartse dijkversterking in 2009 raai 11, 12 en 13: bestek Deltaversterking uit 1986 (zowel binnen- als buitendijks versterkt) raai 14: versterking buitenbeloop en kruinverhoging in 2011 raai 15: bestek Deltaversterking uit 1983 (zowel binnen- als buitendijks versterkt)

In maart 2023 hebben de gemeenten Reimerswaal, Kapelle en Borsele ter hoogte van deze 19 raaien de strook van 500 meter landinwaarts langs de Westerschelde laten onderzoeken op PFAS (lit. 23). Daarbij is in principe om de 100 meter een boring uitgevoerd (F, G, H, J, K), gerekend vanaf de buitenkruin van de dijk (tevens de grens van het bodembeheergebied van de gemeenten). Per raai is bij de boring het dichtst bij de dijk ook een ondergrondmonster (0,5-1,0 m-mv) geanalyseerd op PFAS. Enkele boringen konden niet worden uitgevoerd vanwege de toegankelijkheid van locaties. Ook vielen enkele boorlocaties af vanwege waterpartijen zoals de Spuikom bij Bath. Soms zijn boringen lateraal verplaatst ten opzichte van de raai naar een geschiktere plek, waarbij wel de juiste afstand ten opzichte van de dijk aangehouden is. Bijlage 9B bevat een overzichtstabel van de meetgegevens van PFOS en PFOA uit de bovengrond (0-0,5 m-mv) van de 19 onderzochte raaien. In deze bijlage zijn ook de gegevens vermeld uit de onderzoeken ten behoeve van de dijkversterking bij Hansweert. (lit. 5). In december 2021 zijn bij Hansweert 2 raaien onderzocht op PFAS met een interval van 75 meter. De tabel in bijlage 9B bevat daarvan de meetwaarden die het best corresponderen met de intervallen van 100 meter uit het onderzoek van maart 2023.

Onderzoeksresultaten van de 19 dwarsprofielen van de Westerscheldedijk De belangrijkste parameter is PFOS (som lineair+vertakt). Vrijwel overal zijn in (een deel van) het dwarsprofiel gehalten PFOS gemeten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader voor PFAS (oftewel hoger dan 3,0 µg/kgds), tot maximaal 25 µg/kgds. Er zijn echter geen gedeelten naar voren gekomen met hogere PFAS-gehalten dan de maximaal gemeten gehalten uit de onderzoeken die eerder ten behoeve van de dijkversterking bij Hansweert zijn uitgevoerd. Vrijwel overal zijn in (een deel van) het dwarsprofiel ook gehalten PFOA boven de landelijke achtergrondwaarde gemeten. De gehalten PFOA zijn in het algemeen lager dan de gehalten PFOS en op een enkel monster na zijn voor PFOA geen gehalten gemeten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het handelingskader (7 µg/kgds). Ook een aantal andere PFAS is in veel monsters boven de detectiegrens van 0,1 µg/kgds aangetoond, met name PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA en PFHxS. Deze meetwaarden zijn beduidend lager dan de gehalten PFOS en PFOA (tot maximaal 1,2 µg/kgds PFPeA in het buitentalud van raai 7).

BKK Kapelle

37/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

De gehalten zijn in het buitentalud en de kruin van de dijk beduidend hoger dan in het binnentalud. Er is een grote variatie aan meetwaarden binnen hetzelfde dwarsprofiel. Meestal heeft boring A (onderkant onverhard deel buitentalud) de hoogste meetwaarde PFOS. Maar er is ook een aantal raaien met op de kruin (boring C) de hoogste meetwaarde en soms is de hoogste meetwaarde juist afkomstig uit het binnentalud. Er is gemiddeld geen groot verschil tussen boring A (voet buitentalud) en boring C (kruin). Ook is er gemiddeld geen wezenlijk verschil tussen boring D (halverwege het binnentalud) en boring E (voet binnentalud). De gehalten PFOS zijn gemiddeld in het buitentalud (boring A) een factor 2 à 3 hoger dan in het binnentalud (boringen D en E). Het gehalte PFOA is in het buitentalud gemiddeld 1,5 x zo hoog als in het binnentalud. Geografisch is er geen sprake van een duidelijke trend stroomopwaarts of stroomafwaarts. Er lijkt eerder een verband te zijn met de aan- of afwezigheid van schorren en slikken. De lagere PFAS-gehalten zijn vooral gemeten op plekken waar schorren en slikken voor de dijk liggen. Ook de expositie van de dijk speelt een rol. De hoogste PFOS-gehalten zijn gemeten in dijkgedeelten met een expositie op het zuidwesten.

Bij Hansweert heeft zuidwestenwind een relatief lange strijklengte, maar ook bij Waarde (raai 07) zijn gehalten PFOS tot 25 µg/kgds gemeten, terwijl de zuidwestenwind hier een veel kortere strijklengte heeft. Mogelijk speelt het een rol, dat zuidwestenwind de meest voorkomende windrichting is en vooral bij regen de meest voorkomende windrichting is. Bij droog weer kan een groter deel van de PFAS-deeltjes zich naar hogere luchtlagen verplaatsen. Bij regen wordt een deel van de PFAS met de regendruppels meegenomen naar het landoppervlak. Bijlage 9C bevat de statistische kengetallen van PFAS voor het buitentalud en de kruin van de dijk (boringen A, B en C). Bijlage 9D bevat de statistische kengetallen van PFAS voor het binnentalud (boringen D en E). Onderaan deze tabellen is voor PFOS een vergelijking gemaakt tussen de raaien in de gemeente Reimerswaal en de raaien in de gemeente Borsele. In beide gemeenten komen dijkgedeelten met hogere en lagere PFAS-gehalten voor, maar de PFOS-gehalten hebben in beide gemeenten een vergelijkbare bandbreedte.

Onderzoeksresultaten uit de strook van 500 meter langs de Westerscheldedijk Bijlage 9E bevat een overzicht van de bandbreedte aan gehalten PFOS en PFOA uit de boringen die om de 100 meter vanaf de buitenkruin van de dijk zijn geplaatst. In deze tabel zijn ook de twee raaien meegenomen die in december 2021 bij Hansweert zijn onderzocht. In deze strook van 500 meter langs de dijk blijken in het oostelijke deel hogere gehalten PFOS voor te komen dan in het westelijke deel. De grens is daarbij gelegd bij de Langeweg in de gemeente Kapelle, waar de dijk een scherpe knik maakt. Oostelijk van de Langeweg ligt de op het zuidwesten gerichte Schoorse Zeedijk. Westelijk van de Langeweg ligt de op het zuidoosten gerichte Zeedijk langs de Willem Annapolder. Dit komt overeen met het beeld dat al naar voren kwam in de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen uit 2020. In de hele gemeente Reimerswaal komen iets hogere gehalten PFOS voor dan in de rest van Zuid-Beveland.

BKK Kapelle

38/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Per saldo nemen de gehalten PFOS af met de afstand vanaf de dijk, met name in het eerste deel vanaf de dijk. In de tabellen in bijlage 9E zijn zowel het gemiddelde als de mediaan vermeld, omdat op enkele plekken uitschieters naar boven het beeld vertekenen. De spreiding in de meetgegevens maakt het lastig om een harde zonegrens in te tekenen. Daarom is deze strook van 500 meter in de kaart in bijlage 14 weergegeven als ‘aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde’. Binnen deze strook komen gedeelten voor waar de PFAS-gehalten vergelijkbaar zijn met de rest van de gemeente, maar vooral in de dijk en direct langs de dijk komen hogere gehalten voor. Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens wordt een strook van 500 meter een veilige marge geacht. Bijlage 9F en 9G bevatten de statistische kengetallen van PFAS in de bovengrond van het oostelijke, respectievelijk westelijke deel van deze strook langs de Westerschelde. Naast de gegevens uit het in maart 2023 uitgevoerde onderzoek zijn hierbij ook de gegevens meegerekend die verder binnen deze strook beschikbaar zijn uit het bodeminformatiesysteem en enkele meetpunten uit het onderzoek dat ten behoeve van de eerdere regionale bodemkwaliteitskaart uit 2020 is uitgevoerd.

Ondergrond van de strook langs de Westerschelde Bijlage 9H bevat de statistische kengetallen van PFAS voor de ondergrondmonsters van de 19 raaien uit de boringen die het dichtst bij de Westerscheldedijk liggen (vanaf de Belgische grens tot het Sloegebied). In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn de PFAS-gehalten beduidend lager dan in de bovengrond. In het algemeen zijn in de ondergrond geen gehalten boven de landelijke achtergrondwaarden gemeten. Een uitzondering vormt boring 17F, waar in het ondergrondmonster 2,8 µg/kgds PFOS en 2,0 µg/kgds PFOA is gemeten. Het bovengrondmonster is hier juist schoner (0,2 µg/kgds PFOS en < 0,1 µg/kgds PFOA). In de boorstaat van deze boring is vermeld ‘mogelijk opgevoerde bovenlaag, zat zintuiglijk geen o.s. in’. Vermoedelijk betreft het ondergrondmonster van boring 17F met verhoogde PFAS-gehalten dus een oorspronkelijke maaiveld. Een tweede uitzondering is boring 2F (PFOS 4,8 µg/kgds). Hiervoor is geen duidelijke verklaring. Afgezien van voornoemde twee monsters zijn in de ondergrond geen hogere gehalten gemeten dan 0,5 µg/kgds PFOS en 0,7 µg/kgds PFOA.

7H-perfluorheptaanzuur De monsters uit het onderzoek uit maart 2023 zijn op een uitgebreider pakket onderzocht dan de in de bijlagen met statistische kengetallen vermelde PFAS van de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019. Bij 12 monsters is 7H-perfluorheptaanzuur (HPFHpA) boven de detectiegrens (voor HPFHpA in het algemeen 0,4 µg/kgds) aangetoond, tot maximaal 2,0 µg/kgds. Deze 12 monsters (waarvan 2 ondergrondmonsters) zijn afkomstig uit de raaien 10, 15, 16 en 19. Er is geen verband tussen de gehalten HPFHpA enerzijds en de gehalten PFOS of PFOA anderzijds. Bij de meeste van deze 12 monsters is geen gehalte PFOS of PFOA boven de landelijke achtergrondwaarde gemeten.

BKK Kapelle

39/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

De oorzaak van deze verhoogde meetwaarden HPFHpA is onduidelijk. Wel valt op dat het merendeel van deze monsters afkomstig is van grasland (natuurgebied). De overige negen extra onderzochte PFAS zijn nooit boven de detectiegrens aangetoond.

6.4.2

Zone PFAS overig Kapelle

In de rest van de gemeente (buiten de hiervoor beschreven strook langs de Westerschelde) zijn zelden gehalten PFAS boven de landelijke achtergrondwaarden aangetoond. Bijlage 9-I bevat de statistische kengetallen van de zone PFAS overig Kapelle. Deze zone voldoet aan de achtergrondwaarden uit het Handelingskader voor PFAS (boven- en ondergrond).

6.5

Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

De indeling van de zones uit de bodemkwaliteitskaart in verschillende bodemkwaliteitsklasses is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de verschillende stoffen. De concentraties van de verschillende stoffen hebben een zekere spreiding en een deel van de waarnemingen in een zone voldoet niet aan de bodemkwaliteitsklasse waarin de zone is ingedeeld. De meeste partijen grond die binnen een zone vrijkomen voldoen derhalve aan betreffende bodemkwaliteitsklasse, maar af en toe kan het vrij grondverzet ertoe leiden dat een partij grond wordt toegepast die niet aan de toepassingseis van een zone voldoet. Gemiddeld leidt dit niet tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Het grondverzet levert geen ‘nieuwe’ verontreiniging op, maar betreft een verplaatsing van al in het milieu aanwezige verontreiniging. Het grondverzet mag er echter niet toe leiden dat op de toepassingslocatie dusdanige milieuhygiënische risico’s ontstaan, dat volgens de Wet bodembescherming een spoedige sanering noodzakelijk zou zijn. Om de kans op dit laatste te minimaliseren is in artikel 4.3.5, lid 3c van de Regeling bodemkwaliteit een toetsing opgenomen van de 95-percentielwaarde van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond.

Op basis van de 95-percentielwaarde wordt getoetst of vrij grondverzet op de toepassingslocatie volgens de Wet bodembescherming kan leiden tot een noodzaak tot spoedige sanering. Een locatie kan in principe alleen spoedeisend zijn wanneer de interventiewaarde wordt overschreden. Voor deze risicobeoordeling is een standaardbeoordeling uitgewerkt in het computerprogramma Sanscrit (raadpleegbaar via www.risicotoolbox.nl). In de volgende zones is de 95-percentielwaarde voor één van de stoffen hoger dan de interventiewaarde: boomgaardzone 1: DDE en DDT in de bovengrond boomgaardzone 2: DDT in de bovengrond

BKK Kapelle

40/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26.

Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 1 december 2011. Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 1 december 2011. Evaluatie bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 15 november 2017. Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. Bodemkwaliteitskaart en lokale maximale waarden dijkversterking Hansweert (PRJ1013H); Marmos Bodemmanagement, 22 juni 2022. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. Waterbodemkwaliteitskaart beheergebied waterschap Scheldestromen 2020; Marmos Bodemmanagement, 17 juni 2020. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007, inclusief wijzigingsblad d.d. 1 januari 2016. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2021, nr. 98, 25 februari 2021.

Regeling bodemkwaliteit 2022; Staatscourant, nr. 1338, 19 januari 2023. Regeling houdend regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterregeling); Staatscourant, 17 december 2009. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021), bijlage bij Kamerbrief van 13 december 2021 (IENW/BSK-2021/335279) Achtergrondwaarden perfluoralkylstoffen (PFAS) in de Nederlandse landbodem; A. Wintersen et al., RIVM-briefrapport 2020-0100, 2020. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle en buitengebied gemeentes Goes, Reimerswaal en NoordBeveland; Marmos Bodemmanagement; 10 december 2004. Geologische kaarten van Zeeland, 1:250.000. RGD, 1996. Geologische kaart van Nederland 1:50.000, Blad Beveland. RGD, 1978. Pilotproject boomgaarden Zeeland – Gebruik gewasbeschermingsmiddelen 1945-1980 – Historie boomgaarden Zeeland. CONCEPT; DLV Plant BV, marktgroep fruitteelt, Boxtel, april 2003. PFAS onderzoek in de Westerscheldedijk (noordoever); ATKB, 20221599/rap02, 20 januari 2023. Briefrapport bodemonderzoek PFAS Westerscheldedijk Zuid-Beveland; SMA Zeeland BV, 5 april 2023.

Evaluatie van het nieuwe stoffenpakket NEN5740 in relatie tot bodemkwaliteitskaarten in Zeeland; Marmos Bodemmanagement, 29 november 2010. Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009. B. De werken langs de Westerschelde, de kust van Zeeuwsch-Vlaanderen en Walcheren Verbetering van de zeedijk van het waterschap "De Breede Watering bewesten Yerseke" op ZuidBeveland; Driemaandelijks bericht van de Deltawerken, nr. 9, blz 48-50, augustus 1959.

BKK Kapelle

41/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

Bevoegd gezag in het kader van Besluit bodemkwaliteit gemeente Kapelle Rijkswaterstaat

Wemeldinge Wemeldinge

Kapelle Kapelle

Biezelinge Biezelinge

Schore Schore

SCHAAL:

1:30.000 (op A3)

DATUM: 30-03-2022

BIJLAGE:

1

Begrenzing bodembeheergebied

PROJECT:

P21-02

Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Kapelle

Wemeldinge Wemeldinge

Kapelle Kapelle

Biezelinge Biezelinge

Schore Schore

SCHAAL:

1:30.000 (op A3)

DATUM: 30-03-2022

BIJLAGE:

2

Bodemopbouw volgens Stiboka-kaart

PROJECT:

P21-02

Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Kapelle

Bodemopbouw bovenste 120 cm, gegeneraliseerd op basis van Stiboka-kaart Klei Lichte klei Lichte zavel Zavel Zware zavel Ophooglaag Dijk Bebouwing (niet gekarteerd)

SCHAAL:

1:30.000 (op A3)

DATUM: 02-11-2022

BIJLAGE:

3

Bebouwingsgeschiedenis

PROJECT:

P21-02

Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Kapelle

Ouderdom bebouwing voor 1940 1940 - 1960 1960 - 1980 1980 - heden

SCHAAL:

1:30.000 (op A3)

DATUM: 25-05-2022

Ouderdom (voormalige) boomgaarden gebaseerd op oude topografische kaarten

BIJLAGE:

4

Ligging (voormalige) boomgaarden

PROJECT:

P21-02

Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Kapelle

boomgaard in 1936, niet in 1960 (boomgaardperiode 1) boomgaard in 1936 EN in 1960 (boomgaardperiode 2) boomgaard in 1960, niet in 1936 (boomgaardperiode 3) boomgaard (niet eerder dan) in 1970 (boomgaardperiode 4) boomgaard (niet eerder dan) in 1984 (boomgaardperiode 4b)

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 5: NIET REPRESENTATIEVE RAPPORTEN/ANALYSES In aanvulling op onderstaande lijst zijn de volgende analysegegevens niet meegenomen bij de statistische berekeningen: - alle analyses uit rapporten met onderzoekstypes SO (saneringsonderzoek), SP (saneringsplan), SE (saneringsevaluatie) - alle individuele olie-analyses (monsters die alleen zijn geanalyseerd op minerale olie)

A buitengebied en woonwijken vanaf 1980

Zone

Rapportcode (NZ0678 + …) 45 139 142 143 149 153 420

naam / adres rapport

Plaats

Danielstraat 6 Willem Annapolder Postweg 30 Postweg 30 Willem Annapolder Hillewerfweg Stelhoekweg 3

Wemeldinge Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle Wemeldinge

433

Stationsstraat

Kapelle

715 716 725 764

Oostweg 1 Oostweg 1 Werkweg Vlaketunnel Zaaidijk ong.

Kapelle Kapelle Schore Kapelle

779

Vroonlandseweg

Kapelle

807

Binnendijk

Wemeldinge

818 1686

Biezelingseweg Hillewerfweg

Kapelle Kapelle

1707

Binnendijk

Wemeldinge

1710 1711

Stelhoekweg 1 Stelhoekweg 1

Wemeldinge Wemeldinge

1716

Korte Eeweg

Wemeldinge

1731 1734 1736

Langeweg Noordweg / Zwaaksweg Kitskinderscheweg

Schore Kapelle Kapelle

BKK gemeente Kapelle

Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend Lokale verontreiniging lood/zink tpv werkplaats/metaalopslag; gesaneerd bij herontwikkeling Stortplaats (9 monsters buiten dataset BKK) PAK-verontreiniging door kooldeeltjes (1 monster buiten dataset BKK: boring 5) Saneringsevaluatie (niet als onderzoekstype vermeld in Squit) Nader onderzoek lokale PAK-verontreiniging Verhoogde PAK-concentratie op erf uitsplitsing mengmonster op lood (bij oude boerderij) op vervallen (5 monsters) onderzoek spoortunnel, hoge loodgehaltes gerelateerd aan spoortalud (onderzoek op grens van zone A, zone B1 en zone C) Lokale PAK-verontreiniging t.p.v. oude boerderij in buitengebied Separate PAK-analyses n.a.v. voorgaand onderzoek, t.p.v. oude boerderij in buitengebied 1 monster van sterk puinhoudende laag niet meegerekend (BG boring 62, analysenr 198) partijkeuring van laag onder (vh. teerhoudende) asfaltweg, verhoogde PAK-gehalten Onderzoek met analyses op OCB's. Analyseresultaten echter niet bruikbaar omdat monsters van 0100 cm-mv bij elkaar zijn gemengd Onvolledig onderzoeksrapport, opgenomen in bijlage van saneringsevaluatie.

Vrijwel alleen separate zinkanalyses, hele rapport niet meegerekend PAK-verontreiniging wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg PAK-verontreinging wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg Deellocaties 2, 5, 6 niet meegerekend (onder asfaltverharding / wegberm asfaltweg): MM05, MM11 t/m MM17 en alle separate PAK (+ olie) analyses PAK-verontreiniging voorheen teerhoudende asfaltweg (wegberm + onder weg) PAK-verontreiniging voorheen teerhoudende asfaltweg (wegberm + onder weg) Dubbele invoer NEN5740-parameters, staan ook bij rapnr 70306515 (1716 is inmiddels verwijderd uit Nazca). PFAS wel meegerekend (staan niet bij 70306515) voormalige stortplaats (PFAS wel meegerekend) Onderzoek van wegbermen, deels met PAK-verontreiniging vh. teerhoudende asfaltweg PAK-verontreiniging in wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg

1

7 april 2023

Marmos . Bodemmanagement

C: Vooroorl . kernen

B2: Wijken 1940-1980 overige

B1: Wijken 1940-1980 Kapelle

A buitengebied en woonwijken vanaf 1980

Zone

Rapportcode (NZ0678 + …) 1745 1765 1769

Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend Dubbel ingevoerd, analyseresultaten staan al bij rapportnr 812 PAK-verontreiniging in wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg PAK-verontreiniging in wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg PAK-verontreiniging op locatie die in 1905 al bebouwd was, bodemvreemde bijmengingen, niet representatief voor zone PAK-verontreiniging wegberm voorheen teerhoudende asfaltweg dubbel ingevoerd (=rapnr 298) Nader onderzoek puin- en koolashoudende laag boerenerf Onderzoekstype briefrapport volgens Nazca, betreft saneringsevaluatie Dubbel ingevoerd, analyses staan al bij rapnr 1715

naam / adres rapport

Plaats

Biezelingseweg ’s-Gravenspolderse Oudedijk Zwaakseweg

Kapelle Kapelle Wemeldinge

Binnendijk 3

Wemeldinge

Stelhoekweg De Klinker Molenweg 12 Oostelijke Kanaalweg 18 Choorhoek

Wemeldinge Biezelinge Schore Wemeldinge Wemeldinge

186

Stationssingel 6

Kapelle

301

Vroonlandseweg 60

Kapelle

669 670 730 731 734 735 825

Jagtlust 2 Jagtlust 2 Stationsstraat 51/52 Stationsstraat 51/52 Stationsstraat Stationsstraat Stationsstraat

Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle Kapelle

1685

Vroonlandseweg 45

Kapelle

1688

Langegracht

Kapelle

744

Bierweg 1C

Wemeldinge

748 Bierweg 1C 1740 Dorpsplein 6 NZ070306348 Dorpsplein 6

Wemeldinge Wemeldinge Wemeldinge

Aanvullend onderzoek op eerder aangetroffen verhoogde kopergehalten, waarschijnlijk gerelateerd aan koolas MM02 niet meegerekend vanwege hoge detectiegrens PCB7 (< 0,35 mg/kgds) MM01 niet meegerekend vanwege lokale olieverontreiniging Lokale olieverontreiniging (PFAS wel meegerekend)

Kapelle Wemeldinge Wemeldinge

Lokale olieverontreiniging Nader onderzoek lokale verontreiniging lood en zink tpv werkplaats Lokale verontreiniging lood en zink in ondergrond

1777 NZ066407694 NZ070303305 NZ070303323 NZ070306421 NZ070306462

94 158 652

BKK gemeente Kapelle

De Klinker 21 Danielstraat 6 Danielstraat 6

invoerfouten kwik en zink Lokaal verhoogde PAK-gehaltes door bijmenging puin/kolengruis; alle individuele PAK-analyses (uitsplitsing mengmonster) op vervallen Lokale PCB-verontreiniging vm. verffabriek Spaarstroom Nader onderzoek PCB-verontreiniging lokale PAK-verontreinigingen vm veiling, MM1, MM2 en MM7 niet meegerekend Nader onderzoek lokale PAK-verontreinigingen vm veiling Nader onderzoek lokale PAK-verontreinigingen vm veiling Nader onderzoek lokale PAK-verontreinigingen vm veiling Partijkeuring van grond met asfaltbijmenging (en daardoor verhoogde PAK-gehalten) 4 monsters uit dataset Nazca niet meegerekend (monsternamen beginnend met MMDP): deze zijn niet terug te vinden in pdf bodemrapport Uitsplitsing mengmonster op koper niet meegerekend

2

7 april 2023

Marmos . Bodemmanagement

D: bedr.terrein Biezelinge (1960-heden)

C: Vooroorlogse kernen

Zone

Rapportcode (NZ0678 + …)

naam / adres rapport

Plaats

658

Biezelingsestraat 59

Kapelle

Westelijke Kanaalweg 47 Stationsstraat Jufferswegje 35 Dijkwelsestraat 70 Hertenkamp Ooststraat 34 De klinker 58

Wemeldinge Kapelle Kapelle Kapelle Wemeldinge Kapelle Kapelle

Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend Evidente invoerfout: Molybdeen=4150 betreft vmdl minerale olie want nadien sanering olieverontr. uitgevoerd uitsplitsing van het mengmonster op zink en PAK niet meegerekend (3 deelmonsters) PAK-verontreinigingen vm. veiling Dubbel ingevoerd (=rapnr 705) monster "MM kern" niet meegerekend vanwege lokale olieverontreiniging uitsplitsing mengmonster op zink (3 deelmonsters) niet meegerekend uitsplitsing mengmonster op lood (4 deelmonsters) niet meegerekend Dubbel ingevoerd, analyses staan al bij rapportnr 19

190

Rijksweg 3a

Biezelinge

Bedrijfslocatie, PAK-verontreiniging door puin en slakken in toplaag

218

Middenweg 6

Biezelinge

Saneringsevaluatie (niet als onderzoekstype vermeld in Squit)

Biezelinge

Nader onderzoek lokale PFAS-verontreiniging (onderzoek-ID 211053)

719 736 739 1687 1696 1741 NZ070306324

NZ070306471 Handelsweg ong.

BKK gemeente Kapelle

3

7 april 2023

Marmos . Bodemmanagement

Bijlage 6: Normering Regeling bodemkwaliteit Normen per stof voor standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof), in mg/kgds

stofnaam Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) som PCB's minerale olie DDD DDE DDT drins (som)

voormalige Streefwaarde 29 0,8 100 36 0,3 85 35 140 160 9 3 1 0,02 50 0,01 (som) 0,01 (som) 0,01 (som) 0,005

Achtergrondwaarde 20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 0,02 190 0,02 0,1 0,2 0,015

Bovengrens toetsingsregel 27 1,2 62 54 0,3 100 70 200 30 3 3 0,04 190 0,04 0,13 0,2 0,03

maximale waarde wonen 27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 0,04 190 0,84 0,13 0,2 0,04

Bovengrens toetsingsregel 47 1,8 117 94 0,98 260 74 340 50 89,5 8,3 0,06 380 0,86 0,23 0,4 0,055

maximale waarde industrie 76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 0,5 500 34 1,3 1 0,14

Interventiewaarde 76 13 180 / 78 190 36 / 4 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 1 5000 34 2,3 1,7 4

A

B C 15 0,4 0,4 0,4 0,007 0,021 50 2 0 15 0,6 0,6 0,2 0,0034 0,0017 50 1 1 10 1 0 50 3 1,5 30 5 0 2 0,28 0 n.v.t. (geen bodemtypecorrectie)

Toetsingsregel achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan AW, mits niet hoger dan 2 x AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie wonen (nikkel: afwijkende toetsingsregel) Toetsingsregel maximale waarde wonen (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan maximale waarde wonen, mits niet hoger dan maximale waarde wonen + AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie industrie

Formule bodemtypecorrectie metalen:

Formule bodemtypecorrectie organische verbindingen:

Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) / { {A + B x %lutum(y) + C x %humus(y)} / {A + 25 x B + 10 xC} }

Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) x { 10 / %humus(y) }

Bij een percentage lutum of organische stof lager dan 2% wordt een minimumpercentage van 2% gehanteerd. Bij PAK(10) wordt bij een percentage organische stof lager dan 10% geen bodemtypecorrectie toegepast. Voor organische verbindingen wordt bij een percentage organische stof hoger dan 30% een maximumpercentage van 30% gehanteerd.

Interventiewaarden uit Circulaire bodemsanering (Staatscourant 2013, 16675)

Voor chroom gelden aparte interventiewaarden voor chroom III en chroom IV Voor kwik gelden aparte interventiewaarden voor anorganisch en organisch kwik

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 7A: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE A: BUITENGEBIED EN WIJKEN VANAF 1980 BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus

NORMERING (standaardbodem)

Aantal

Rekenkundig gemiddelde

Lognormaal gemiddelde

P25

P50

P75

P80

P90

349 511 348 516 491 502 491 495 146 147 147 493 490 193 422 532

14,69 0,46 40,80 27,19 0,12 47,03 18,81 92,94 50,64 8,65 0,94 1,52 74,46 0,021 13,63 2,85

13,75 0,40 36,94 21,98 0,10 34,83 17,21 81,74 42,23 8,31 0,89 0,55 54,81 0,014 11,47 2,57

<det <det 28,48 14,46 <det 24,29 14,37 63,26 <det 6,96 <det <det <det <det 8,50 2,10

10,74 <det 37,54 20,61 0,07 31,96 17,78 76,50 36,33 8,20 <det 0,42 <det <det 12,40 2,60

17,46 0,25 49,19 33,27 0,12 48,59 22,22 100,04 61,60 9,90 <det 1,40 <det <det 17,00 3,30

20,15 0,33 53,46 36,16 0,13 54,98 23,70 109,16 66,33 10,49 <det 1,71 <det <det 18,60 3,50

22,83 0,57 64,72 50,63 0,18 72,75 29,63 140,65 90,03 11,36 <det 4,20 105,19 0,018 23,00 4,19

P95

Bodemtype correctie

Achtergrondwaarde

Max.waarde Wonen

Max.waarde Industrie

25,52 0,71 68,60 69,43 0,24 99,73 32,59 176,54 118,65 13,73 0,28 6,78 187,76 0,018 27,00 5,00

0,74 0,71 0,77 0,69 0,83 0,78 0,68 0,68 0,63 0,65 1,00 1,00 0,29 0,29 1,00 1,00

20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02

27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04

76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5

Achtergrondwaarde

Max.waarde Wonen

Max.waarde Industrie

20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02

27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04

76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5

ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus

eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %

NORMERING (standaardbodem)

Aantal

Rekenkundig gemiddelde

Lognormaal gemiddelde

P25

P50

P75

P80

P90

P95

Bodemtype correctie

283 375 281 375 375 375 374 377 95 96 96 312 355 96 306 309

12,87 0,38 38,25 11,85 0,09 19,21 17,87 56,78 37,33 8,39 0,99 1,23 95,53 0,032 12,71 1,88

11,96 0,35 34,55 9,30 0,06 14,92 15,84 48,40 32,30 7,82 0,94 0,19 65,75 0,020 10,50 1,49

<det <det 26,52 <det <det <det 12,02 35,33 <det 6,27 <det <det <det <det 7,80 0,90

5,83 <det 35,80 8,01 <det 9,06 16,95 52,23 <det 8,09 <det <det <det <det 12,00 1,60

15,27 <det 49,06 12,54 <det 21,02 23,11 66,05 38,10 10,52 <det 0,02 <det <det 16,90 2,10

16,66 <det 50,78 13,60 <det 22,33 24,01 70,66 39,76 10,68 <det 0,10 <det <det 18,00 2,40

19,44 <det 57,01 16,62 0,07 36,78 27,65 86,02 56,72 12,55 0,60 0,69 <det <det 21,85 3,02

20,83 0,20 63,64 24,17 0,12 51,62 32,36 108,14 70,57 13,92 0,96 2,40 125,00 0,021 25,00 4,38

0,72 0,68 0,75 0,66 0,82 0,76 0,65 0,65 0,60 0,62 1,00 1,00 0,20 0,20 1,00 1,00

eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %

Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental

BKK gemeente Kapelle

27 oktober 2022

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 7-B1: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE B1: WIJKEN 1940-1980 KAPELLE BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus

NORMERING (standaardbodem)

Aantal

Rekenkundig gemiddelde

Lognormaal gemiddelde

P25

P50

P75

P80

P90

43 67 43 68 67 67 67 67 32 32 32 66 67 32 67 68

14,14 0,42 32,48 38,68 0,13 45,27 15,84 88,72 43,79 7,53 0,67 1,40 118,25 0,020 11,70 2,33

13,08 0,38 29,86 26,26 0,10 34,63 14,30 76,25 39,86 7,31 0,61 0,57 73,33 0,019 9,99 1,98

<det <det 25,21 13,53 <det 21,24 13,55 61,64 <det 6,82 <det 0,18 <det <det 9,90 1,50

11,96 <det 31,34 29,21 0,07 35,85 16,13 77,44 44,66 7,25 <det 0,53 <det <det 11,60 2,10

16,89 0,35 40,87 51,51 0,16 51,11 19,36 94,04 54,74 8,53 0,55 1,55 <det <det 13,15 3,00

18,57 0,40 42,24 57,81 0,19 54,43 19,36 101,15 56,05 8,53 0,57 1,60 <det <det 15,00 3,30

21,11 0,59 49,32 68,57 0,25 93,20 20,97 140,98 57,80 9,01 0,69 3,05 152,26 <det 17,00 3,83

P95

Bodemtype correctie

Achtergrondwaarde

Max.waarde Wonen

Max.waarde Industrie

23,64 0,76 55,72 93,10 0,29 138,07 23,71 189,65 62,71 10,54 1,10 6,35 275,70 <det 20,00 4,43

0,71 0,68 0,73 0,65 0,81 0,75 0,62 0,63 0,57 0,59 1,00 1,00 0,23 0,23 1,00 1,00

20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02

27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04

76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5

Achtergrondwaarde

Max.waarde Wonen

Max.waarde Industrie

20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02

27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,04

76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5

ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus

eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %

NORMERING (standaardbodem)

Aantal

Rekenkundig gemiddelde

Lognormaal gemiddelde

P25

P50

P75

P80

P90

P95

Bodemtype correctie

31 43 31 43 43 43 43 43 13 13 13 32 43 13 40 41

11,21 0,41 31,97 15,76 0,09 35,96 15,06 60,16 31,50 8,01 0,69 0,89 87,74 0,022 12,06 1,56

10,08 0,36 28,62 12,17 0,07 23,87 13,62 48,77 27,55 7,80 0,65 0,26 74,53 0,020 10,45 1,31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13814462/1