CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10a D23.291645 bodemkwaliteitskaart Kapelle 2023

Raadsvergadering 27 februari 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Nota bodembeheer Kapelle 202337.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

MARMOS bodemmanagement

INHOUDSOPGAVE 0.

Samenvatting

1

1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Wettelijk kader Relatie met toekomstige Omgevingswet Bestuurlijke vaststelling en geldigheid

4 4 5 6 8

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Normering en klasse-indeling volgens Besluit bodemkwaliteit Introductie Normen voor toepassingen op de landbodem Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit Handelingskader voor PFAS

10 10 10 12 14

3. 3.1 3.2 3.3

Werkwijze Bodemkwaliteitskaart uit 2011 als basis Berekening van statistische kengetallen Stoffenpakket

16 16 16 18

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Onderscheidende kenmerken Mogelijk onderscheidende kenmerken voor de zone-indeling Geologie en bodemopbouw Ouderdom bebouwing en ophooglagen Voormalige boomgaarden Seaspray

19 19 20 20 21 23

5. 5.1 5.2

Verantwoording dataset bodemanalyses Herkomst gegevens Representatieve gegevens voor de bodemkwaliteitskaart

24 24 26

6. 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5

Zone-indeling en statistiek Zones in de bodemkwaliteitskaart Toelichting op de zones voor de NEN5740-parameters Zone A: Buitengebied en woonwijken vanaf 1980 Zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle Zone B2: Wijken 1940-1980 overige kernen Zone C: Vooroorlogse kernen Zone D: Bedrijfsterrein Biezelinge 1960-heden Zone E: Kanaaldemping Wemeldinge PCB Toelichting op de zones voor de bestrijdingsmiddelen Toelichting op de zone-indeling voor PFAS Verhoogde PFAS-gehalten langs de Westerschelde Zone PFAS overig Kapelle Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

28 28 30 30 30 31 32 32 32 33 33 36 36 40 40

Literatuur BKK Kapelle

41

MARMOS bodemmanagement

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7A: Bijlage 7-B1: Bijlage 7-B2: Bijlage 7C: Bijlage 7D: Bijlage 7E: Bijlage 8A: Bijlage 8B: Bijlage 8C: Bijlage 8D: Bijlage 9A: Bijlage 9B: Bijlage 9C: Bijlage 9D: Bijlage 9E: Bijlage 9F: Bijlage 9G: Bijlage 9H: Bijlage 9 I: Bijlage 10: Bijlage 11A: Bijlage 11B: Bijlage 12: Bijlage 13A: Bijlage 13B: Bijlage 14:

BKK Kapelle

Begrenzing bodembeheergebied Bodemopbouw volgens Stiboka-kaart Bebouwingsgeschiedenis Ligging voormalige boomgaarden Niet representatieve rapporten / analyses Normering Regeling bodemkwaliteit Statistische kengetallen zone A: buitengebied en wijken vanaf 1980 Statistische kengetallen zone B1: wijken 1940-1980 Kapelle Statistische kengetallen zone B2: wijken 1940-1980 overige kernen Statistische kengetallen zone C: vooroorlogse kernen Statistische kengetallen zone D: Bedrijfsterrein Biezelinge (1960-heden) Statistische kengetallen zone E: Kanaaldemping Wemeldinge Statistische kengetallen bestrijdingsmiddelen voor verschillende boomgaardperiodes Statistische kengetallen bestrijdingsmiddelen boomgaardzone 1 en boomgaardzone 2 Statistische kengetallen bestrijdingsmiddelen zone Vooroorlogse kernen Statistische kengetallen bestrijdingsmiddelen zone Overig gebied Maximale meetwaarden PFOS in Westerscheldedijk tussen Belgische grens en Sloegebied Overzichtstabel meetwaarden PFOS en PFOA uit raaien langs Westerschelde (tussen Belgische grens en Sloegebied) Statistische kengetallen PFAS buitentalud en kruin Westerscheldedijk Statistische kengetallen PFAS binnentalud Westerscheldedijk Bandbreedte gegevens PFOS en PFOA uit raaien in strook van 500 meter langs Westerscheldedijk Statistische kengetallen PFAS strook langs Westerscheldedijk, oostelijk deel vanaf Belgische grens t/m Schoorse

Zeedijk Statistische kengetallen PFAS strook langs Westerscheldedijk, westelijk deel vanaf Sloegebied t/m Willem Annapolder Statistische kengetallen PFAS ondergrond strook langs Westerscheldedijk, vanaf Belgische grens tot Sloegebied Statistische kengetallen zone PFAS overig Kapelle Zones bodemkwaliteitskaart NEN5740-parameters Ontgravingsklasse bovengrond NEN5740-parameters Ontgravingsklasse ondergrond NEN5740-parameters Zones bodemkwaliteitskaart bestrijdingsmiddelen Ontgravingsklasse bovengrond bestrijdingsmiddelen Ontgravingsklasse ondergrond bestrijdingsmiddelen Zones bodemkwaliteitskaart PFAS

MARMOS bodemmanagement

0

SAMENVATTING

De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle bestaat uit drie verschillende zone-indelingen, afhankelijk van de stofgroep: zones voor de NEN5740-parameters (inclusief arseen en chroom); zones voor bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) zones voor PFAS De begrenzingen van deze drie zone-indelingen komen niet met elkaar overeen, omdat de processen die aan deze zone-indelingen ten grondslag liggen verschillend zijn.

Zones voor de NEN5740-parameters Zone A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 B1: Wijken 1940-1980 Kapelle B2: Wijken 1940-1980 overige kernen C: Vooroorlogse kernen D: Bedrijfsterrein Biezelinge (1960-heden) E: Kanaaldemping Wemeldinge

Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur

.

Zones voor de bestrijdingsmiddelen Zone

Boomgaardzone 1 Boomgaardzone 2 Vooroorlogse kernen Overig gebied

Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet niet aan klasse Industrie Industrie Industrie Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-1,0 m-mv) Industrie

Kwaliteitsklasse Ondergrond (1,0-2,0 m-mv) Landbouw/natuur

Industrie Industrie Landbouw/natuur

Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur

PFAS Zone

Overig Kapelle Aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde

BKK Kapelle

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Variabel tot boven toepassingswaarden voor wonen en industrie

1/41

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Voldoet aan Achtergrondwaarde

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Wijzigingen ten opzichte van de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2011 NEN5740-parameters In de nieuwe bodemkwaliteitskaart is als terminologie kwaliteitsklasse Landbouw/natuur gebruikt in plaats van kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde, in aansluiting op de toekomstige terminologie onder de Omgevingswet. De kaart met de ouderdom van de bebouwing is nagelopen en op een aantal plaatsen verbeterd met behulp van beter beschikbare digitale bronnen. Dit leidt ook op een aantal plaatsen tot aanpassing van zonegrenzen, met name voor de zone C: Vooroorlogse kernen. De oude zone B: Wijken 1940-1980 is opgesplitst in 2 zones: zone B1: Wijken 1940-1980 Kapelle (bovengrond kwaliteitsklasse Landbouw/natuur) zone B2: Wijken 1940-1980 overige kernen (bovengrond net als in de vorige bodemkwaliteitskaart kwaliteitsklasse Wonen) De classificatie van de ondergrond van de zone C: Vooroorlogse kernen is gewijzigd (klasse Wonen in plaats van klasse Landbouw/natuur) De begrenzing van de bodemkwaliteitskaart is aangepast aan het gebied waarvoor niet de gemeente maar Rijkswaterstaat bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Dit betreft specifiek de zone E: Kanaaldemping Wemeldinge.

Bestrijdingsmiddelen De boomgaarden zijn in 2022 opnieuw ingetekend op basis van digitale scans van oude topografische kaarten. Hierdoor zijn de begrenzingen van de boomgaardzones verbeterd. Verder zijn de zones met voormalige boomgaarden als volgt hernoemd: Boomgaardzone 1 (was zone Boomgaard in 1936 EN 1960) Boomgaardzone 2 (was zone Overige boomgaardperiodes t/m 1980) DDT blijkt in het verleden ook te zijn gebruikt in particuliere tuinen. Nieuw in de bodemkwaliteitskaart van 2023 is daarom dat de vooroorlogse kernen ook voor de bestrijdingsmiddelen opgenomen zijn in een aparte zone. In de vorige bodemkwaliteitskaart waren voor de bestrijdingsmiddelen weinig gegevens voor de ondergrond (dieper dan 0,5 m-mv) beschikbaar. Inmiddels zijn hiervoor meer gegevens beschikbaar. Voor de bestrijdingsmiddelen is de ondergrond opgesplitst in twee dieptetrajecten: 0,5-1,0 m-mv en 1,0-2,0 m-mv.

BKK Kapelle

2/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

PFAS Voor PFAS is in 2020 een afzonderlijke regionale bodemkwaliteitskaart gemaakt. Voorliggend rapport vervangt de regionale bodemkwaliteitskaart uit 2020. De gehalten PFAS worden met name bepaald door depositie van seaspray vanuit de Westerschelde. Daarom is een strook van 500 meter langs de Westerschelde in de bodemkwaliteitskaart aangemerkt als ‘Aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde’. In voorliggende bodemkwaliteitskaart zijn de PFASgegevens uit deze strook voor de gemeenten Reimerswaal, Kapelle en Borsele tezamen bekeken, vanaf de Belgische grens tot het Sloegebied. Binnen deze strook komen uiteenlopende gehalten voor. De PFAS-gehalten zijn het hoogst in het buitentalud en de kruin van de dijk, met op de meeste plaatsen PFOS-gehalten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader voor PFAS. Daarbij is geen oostwest trend zichtbaar. Eerder lijkt er een verband met de aan- of afwezigheid van schorren en slikken voor de dijk. Verder zijn de hoogste gehalten gemeten in dijkgedeelten met een expositie op het zuidwesten. Ook in de strook achter de dijk zijn hogere gehalten PFOS en in mindere mate PFOA gemeten. In deze strook zijn in het oostelijke deel van Zuid-Beveland (tot en met de Schoorse Zeedijk in de gemeente Kapelle) de PFOS gehalten hoger dan in het westelijke deel van Zuid-Beveland.

Buiten deze strook voldoen de PFAS-gehalten in de rest van de gemeente Kapelle in het algemeen aan de landelijke achtergrondwaarden. De eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart ten behoeve van de dijkversterking Hansweert blijft ongewijzigd van kracht. Voorliggend rapport heeft voor PFAS dus geen betrekking op het gebied dat is opgenomen in de bodemkwaliteitskaart voor de dijkversterking die op 18 oktober 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld.

BKK Kapelle

3/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Op 14 februari 2012 heeft de gemeenteraad van Kapelle een Nota bodembeheer (lit. 1) inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaart (lit. 2) vastgesteld. Artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat tenminste eenmaal in de tien jaar wordt overwogen of het gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer aanpassing behoeft. In 2017 is de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle geëvalueerd (lit. 3). Hieruit kwamen geen wijzigingen naar voren in de classificatie of begrenzing van zones. Op basis daarvan heeft de gemeente vervolgens de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart van de bodemkwaliteitskaart uit 2011 ongewijzigd verlengd. In 2020 is een regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS opgesteld, samen met de andere Bevelandse gemeenten en de gemeente Tholen (lit. 4). In 2022 was het tien jaar geleden sinds de gemeenteraad de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer heeft vastgesteld. Dit vormt de aanleiding om zowel de bodemkwaliteitskaart als de nota bodembeheer van de gemeente Kapelle te actualiseren. Voor u ligt de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van de gemeente Kapelle. Daarbij is tevens de bodemkwaliteitskaart voor PFAS voor de Bevelandse gemeenten langs de Westerschelde geactualiseerd en geïntegreerd in voorliggend rapport.

In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in een aantal zones met een vergelijkbare milieu-hygiënische kwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. Binnen bepaalde randvoorwaarden kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als milieu-hygiënische verklaring. Hierdoor is bij grondverzet minder onderzoek nodig en hoeven minder vaak partijkeuringen te worden uitgevoerd om bij werkzaamheden vrijgekomen grond weer elders te kunnen toepassen. De nota bodembeheer bevat de gemeentelijke regels voor grondverzet binnen en tussen zones, als lokale uitwerking van de regelgeving uit het landelijke Besluit bodemkwaliteit.

Relatie met andere bodemkwaliteitskaarten in de gemeente Kapelle In de komende jaren wordt een dijkversterking uitgevoerd bij Hansweert. De dijkversterking Hansweert betreft een dijktraject van ruim 5 kilometer dat deels in de gemeente Kapelle en deels in de gemeente Reimerswaal ligt. Voor deze dijkversterking is een projectspecifieke bodemkwaliteitskaart opgesteld, inclusief lokale normen voor PFAS (lokale maximale waarden, LMW) (lit. 5). Deze is op 18 oktober 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Kapelle en is tevens vastgesteld door de gemeenteraad van Reimerswaal en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

BKK Kapelle

4/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Verder is er een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de provincie Zeeland. Deze is in 2020 geactualiseerd (lit. 6) en bevat binnen de gemeente Kapelle de bermen van de wegen die in beheer zijn van het waterschap of de provincie, alsmede de wegen in het buitengebied die worden beheerd door de gemeente Kapelle. Tot slot is ook de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Scheldestromen in 2020 geactualiseerd (lit. 7).

1.2

Wettelijk kader

Besluit bodemkwaliteit en Regeling bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (lit. 8) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (lit. 9) zijn in 2008 in werking getreden. Deze vormen het wettelijke kader voor hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie. In het Besluit bodemkwaliteit zijn generieke regels opgenomen, waarbij de normen voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk zijn van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De normering en klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit worden toegelicht in hoofdstuk 2. Het Besluit bodemkwaliteit bevat de mogelijkheid om op grond van de lokale situatie gebiedsspecifiek beleid vast te stellen. Ook dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 2.

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Bodemkwaliteitskaarten dienen te worden opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 10) en bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit. Bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit vormt vooral een samenvatting van hetgeen uitgebreider is beschreven in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Bijlage M bevat voor het opstellen van de kaart geen aanvullende voorschriften die niet zijn opgenomen in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten beschrijft het opstellen van een bodemkwaliteitskaart aan de hand van acht procesmatige stappen: 1. definitiefase, programma van eisen 2. identificatie van onderscheidende kenmerken 3. voorbewerken beschikbare informatie 4. indelen beheergebied in deelgebieden 5. evaluatie gebiedsindeling op basis van beschikbare informatie 6. verzamelen van aanvullende informatie 7. karakteriseren van de bodemkwaliteit per bodemkwaliteitszone 8. resultaten weergeven in (water)bodemkwaliteitskaart Over de status van deze acht stappen schrijft de Richtlijn, dat het in de praktijk niet noodzakelijk is om het stappenplan één op één te volgen maar dat het wel noodzakelijk is dat de elementen hiervan terugkomen in de eigen werkwijze.

BKK Kapelle

5/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

In de Regeling bodemkwaliteit is vastgelegd, dat in een bodemkwaliteitskaart tenminste de stoffen worden opgenomen uit het standaardpakket uit de NEN5740 (lit. 11). De algemene werkwijze bij het opstellen van een bodemkwaliteitskaart komt op het volgende neer: In een bodemkwaliteitskaart wordt een gebied ingedeeld in één of meer zones met een milieuhygiënisch vergelijkbare algemene bodemkwaliteit. Gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare diffuse bodemkwaliteit. Dit betekent dat de indeling in zones gebeurt op basis van algemene historische gegevens (onderscheidende kenmerken) zoals bodemopbouw, (voormalig) landgebruik en ouderdom van woonwijken en bedrijfsterreinen. Allereerst worden de belangrijkste historische gegevens zoals ouderdom van woonwijken en de eventuele aanwezigheid van ophooglagen in kaart gebracht. Vervolgens worden de analyseresultaten van binnen de zones uitgevoerde bodemonderzoeken geanalyseerd. Per zone worden verschillende statistische kengetallen berekend voor verschillende stoffen. Op basis van deze berekeningen en het ruimtelijke patroon van de waarnemingen wordt de zone-indeling getoetst en zo nodig bijgesteld. Er wordt gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze gegevens als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen worden gelaten.

De uiteindelijke indeling in zones is dus een combinatie van historische informatie en statistische bewerkingen. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden de zones geclassificeerd op basis van het rekenkundig gemiddelde.

1.3

Relatie met toekomstige Omgevingswet

Het omgevingsrecht in Nederland wordt ingrijpend herzien. Diverse sectorale wet- en regelgeving over de leefomgeving wordt samengebracht in de Omgevingswet met vier bijbehorende AmvB’s en één Ministeriële regeling. De huidige Wet bodembescherming verdwijnt en wordt in beknoptere vorm opgenomen in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt alle gemeentelijke regelgeving voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in één omgevingsplan. Er bestaan op termijn – na een overgangsperiode – dus geen afzonderlijke bestemmingsplannen, nota’s bodembeheer e.d. meer. Het in werking treden van de Omgevingswet is enkele malen uitgesteld. Na instemming van de Eerste en Tweede Kamer is inaart 2023 het Koninkljik Besluit (KB) ondertekend dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt.

BKK Kapelle

6/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Aanvullingsspoor bodem De onderwerpen bodem, natuur, geluid en grondeigendom waren nog niet meegenomen in het oorspronkelijke wetsvoorstel van de Omgevingswet dat door het parlement is aangenomen op 1 juli 2015 (Tweede Kamer) respectievelijk 22 maart 2016 (Eerste Kamer). Deze vier onderwerpen zijn opgenomen in vier Aanvullingswetten die vervolgens ook zijn aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Onder deze Aanvullingswetten hangen Aanvullingsbesluiten en Aanvullingsregelingen, waaronder het Aanvullingsbesluit bodem en de Aanvullingsregeling bodem. Het Aanvullingsbesluit bodem is op 25 februari 2021 bekendgemaakt in het Staatsblad (lit. 12). Het Aanvullingsbesluit bodem is tweeledig: enerzijds bevat het Aanvullingsbesluit artikelen die worden toegevoegd aan de 4 OmgevingswetAmvB’s, met name aan het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL); anderzijds bevat het Aanvullingsbesluit een geheel nieuw, gedeeltelijk herschreven Besluit bodemkwaliteit. Het BAL bevat meerdere verwijzingen naar het Besluit bodemkwaliteit. De Regeling bodemkwaliteit uit 2007 wordt onder de Omgevingswet vervangen door de nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) die op 19 januari 2023 bekendgemaakt is in de Staatscourant (lit. 13).

Vrijwel alles wat nu volgens het Besluit bodemkwaliteit als gebiedsspecifiek beleid kan worden vastgesteld, is straks onder de Omgevingswet ook mogelijk in de vorm van maatwerkregels in het omgevingsplan. Er is één uitzondering op het voorgaande, namelijk bij het vaststellen van Lokale maximale waarden (LMW) die hoger zijn dan de interventiewaarde. In de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn geen vereisten meer opgenomen over hoe een bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld en wordt dus niet meer verwezen naar de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Dit vanuit de filosofie van de Omgevingswet dat decentrale overheden goed in staat zijn om aan hun verantwoordelijk-heden de juiste vorm en inhoud te geven. Gedetailleerde instructies hoe andere overheden taken of bevoegdheden moeten uitoefenen zijn daarom in de nieuwe Regeling bodemkwaliteit geschrapt.

BKK Kapelle

7/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Actualisatie: onder het ‘oude’ recht (en valt daarna onder overgangsrecht) Voorliggende actualisatie van de bodemkwaliteitskaart vindt nog plaats onder het ‘oude’ recht van het Besluit bodemkwaliteit. Bij het in werking treden van de Omgevingswet vallen de bodemfunctiekaart, de verschillende bodemkwaliteitskaarten en het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer onder het overgangsrecht en komen daarmee automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Gemeenten hebben tot en met 2029 de tijd om alles uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan over te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan1. In dit rapport is aangesloten op de toekomstige terminologie onder de Omgevingswet: bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (in plaats van Achtergrondwaarde) bodemfunctieklasse Landbouw/natuur (het huidige Besluit bodemkwaliteit benoemt strikt genomen alleen de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie)

1.4

Bestuurlijke vaststelling en geldigheid

Het vaststellen van een bodemkwaliteitskaart met regels voor grondverzet volgens het generieke beleid is een bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders. Het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid is een bevoegdheid van de gemeenteraad, waarvoor een openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd. De nota bodembeheer uit 2012 bevat gebiedsspecifiek beleid, dat in het algemeen beleidsneutraal met hier en daar aangepaste kaarten - wordt voortgezet in de nieuwe nota bodembeheer. Deze bodemkwaliteitskaart wordt daarom samen met het gebiedsspecifieke beleid vastgesteld door de gemeenteraad van Kapelle. Zoals hiervoor al vermeld vallen bij het in werking treden van de Omgevingswet de verschillende bodemkwaliteitskaarten, de bodemfunctiekaart en de nota bodembeheer onder het overgangsrecht en komen daarmee automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Vervolgens dienen deze op termijn te worden overgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Per 1 januari 2016 is de Regeling bodemkwaliteit gewijzigd. Bij deze wijziging is expliciet in de Regeling bodemkwaliteit opgenomen, dat een bodemkwaliteitskaart een geldigheidsduur heeft van maximaal 5 jaar. De geldigheidsduur kan (na evaluatie) worden verlengd.

Onder de Omgevingswet is in de Regeling bodemkwaliteit 2022 geen geldigheidstermijn voor bodemkwaliteitskaarten meer opgenomen.

Strikt genomen moet deze datum nog in een Koninklijk besluit worden vastgesteld. De Memorie van toelichting van de Invoeringswet Omgevingswet vermeldt het voornemen om bij Koninklijk besluit als datum 1 januari 2029 vast te stellen. Later is afgesproken dat dit eind 2029 zal zijn. 1

BKK Kapelle

8/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Begrenzing bodembeheergebied Deze bodemkwaliteitskaart heeft alleen betrekking op de landbodem waarvoor de gemeente Kapelle het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Op grond van artikel 3 van het Besluit bodemkwaliteit is voor toepassingen van grond en bagger in oppervlaktewaterlichamen de beheerder het bevoegd gezag. De Waterregeling (lit. 14) bevat kaarten met de begrenzing van de gebieden waar Rijkswaterstaat vergunningverlener is in het kader van de Waterwet en in het verlengde daarvan het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Onder de Omgevingswet is deze begrenzing opgenomen in de Omgevingsregeling. Bijlage 1 bevat de begrenzing van het bodembeheergebied waarvoor de gemeente Kapelle het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, gebaseerd op de kaartbijlagen van de Waterregeling.

BKK Kapelle

9/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

2

NORMERING EN KLASSE-INDELING VOLGENS BESLUIT BODEMKWALITEIT

2.1

Introductie

Het Besluit bodemkwaliteit kent afzonderlijke normen voor toepassingen van grond en bagger op de landbodem en toepassingen in oppervlaktewater. De verschillende normen per stof zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn alleen de normen voor het toepassen van grond op de landbodem van belang. Deze worden toegelicht in paragraaf 2.2. Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid; Gebiedsspecifiek beleid Dit onderscheid wordt toegelicht in paragraaf 2.3.

2.2

Normen voor toepassingen op de landbodem

In de Regeling bodemkwaliteit zijn de landelijke Achtergrondwaarden vastgelegd. Deze gelden als toetsingskader om te bepalen of grond “schoon” is. Wettelijk gezien mogen geen strengere normen worden gesteld dan de Achtergrondwaarden. Het Besluit bodemkwaliteit relateert het beleid voor het toepassen van grond en bagger aan zowel de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daartoe zijn de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ geïntroduceerd. Daarnaast zijn er bodemkwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ met bijbehorende maximale waarden. In de terminologie van de Omgevingswet worden grond en bagger die aan de Achtergrondwaarden voldoen ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Vooruitlopend hierop wordt in dit rapport ook de term bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur gehanteerd. Indeling in bodemkwaliteitsklassen: Indeling Indeling in in bodemkwaliteitsklassen bodemkwaliteitsklassen (landbodem) (landbodem)

Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur Wonen Industrie (schoon)

Achtergrondwaarde

BKK Kapelle

Maximale Maximale waarden waarden voor voor wonen wonen

10/41

Niet toepasbaar

Maximale waarden waarden voor industrie

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Voor toepassingen op de landbodem gelden derhalve de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW) Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN) Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE) Voor veel stoffen is MaxINDUSTRIE gelijk aan de interventiewaarde. Met name voor veel organische verbindingen waaronder minerale olie, PCB’s en diverse bestrijdingsmiddelen is Max INDUSTRIE lager dan de interventiewaarde.

Toetsingsregels In de Regeling bodemkwaliteit zijn voor de Achtergrondwaarden en de ‘Maximale waarden voor wonen’ (MaxWONEN) toetsingsregels opgenomen, waarbij een beperkt aantal stoffen in geringe mate de norm mag overschrijden. Deze toetsingsregels zijn afhankelijk gesteld van het aantal geanalyseerde stoffen. Voor de ‘Maximale waarde voor industrie’ (MaxINDUSTRIE) geldt geen toetsingsregel. De toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde geldt zowel voor de ontvangende bodem als voor de toe te passen grond. Toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters)2:

Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan de Achtergrondwaarde, mits niet hoger dan 2 x Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxWONEN Grond voldoet aan de Achtergrondwaarde wanneer de grond voldoet aan voornoemde toetsingsregel. De toetsingsregel voor MaxWONEN geldt alleen voor de beoordeling van de ontvangende bodem en mag niet worden toegepast om de kwaliteit van een partij hergebruiksgrond te bepalen. Toetsingsregel voor MaxWONEN (bij 7 t/m 15 parameters):

Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan MaxWONEN, mits niet hoger dan MaxWONEN + Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxINDUSTRIE De toetsingsregels gelden ook bij de classificatie van zones in een bodemkwaliteitskaart.

Voor nikkel geldt een afwijkende regel. Voor nikkel geldt als bovengrens van de toetsingsregel 2 x Achtergrondwaarde en niet de lagere MaxWONEN. 2

BKK Kapelle

11/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

2.3

Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid Gebiedsspecifiek beleid

Generiek beleid In het Besluit bodemkwaliteit is het beleid voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk gesteld van zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse * Generieke toepassingseis Landbouw/natuur Landbouw/natuur (Overig) Achtergrondwaarde Landbouw/natuur Wonen Achtergrondwaarde Landbouw/natuur Industrie Achtergrondwaarde Wonen Landbouw/natuur (Overig) Achtergrondwaarde Wonen Wonen MaxWONEN Wonen Industrie MaxWONEN Industrie Landbouw/natuur (Overig) Achtergrondwaarde Industrie Wonen MaxWONEN Industrie Industrie MaxINDUSTRIE * Het huidige Besluit bodemkwaliteit kent strikt genomen alleen de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. De terminologie onder de Omgevingswet bevat tevens de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. Voorbeeld 1: Wanneer de bodemkwaliteit van een industrieterrein voldoet aan de Achtergrondwaarde, dan geldt als toepassingseis dat de toe te passen grond ook aan de Achtergrondwaarde dient te voldoen. Voorbeeld 2: Wanneer de bodemkwaliteit van een oud stadscentrum niet voldoet aan Max WONEN, (maar bijv. wel aan MaxINDUSTRIE), dan geldt als toepassingseis MaxWONEN.

Gebiedsspecifiek beleid Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeenten besluiten om af te wijken van het ‘generieke beleid’ en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale Maximale Waarden’ (LMW) vast. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. Onder de Omgevingswet wordt de terminologie als volgt: Lokale maximale waarden → Lokale waarden Gebiedsspecifiek beleid → Maatwerkregels

BKK Kapelle

12/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Uitgangspunt is hierbij dat tenminste sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. Standstill op gebiedsniveau houdt in dat verhoogde LMW alleen gelden voor grond en bagger die afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied. Het gebiedsspecifiek beleid moet worden onderbouwd op basis van o.a. de milieu-hygiënische risico’s. Dit gebeurt met behulp van de risicotoolbox. In dit model wordt gekeken naar zowel de humane als de ecologische risico’s. Verder is bij gebiedsspecifiek beleid een bodemkwaliteitskaart verplicht.

Voorwaarden voor gebiedsspecifiek beleid Een besluit van de gemeenteraad om gebiedsspecifiek beleid te voeren bevat volgens artikel 47 van het Besluit bodemkwaliteit: Een bodemkwaliteitskaart (inclusief begrenzing van het bodembeheergebied en de kwaliteit van de bodem) en een kaart met de functies van de bodem; De Lokale Maximale Waarden (LMW); Een motivering aan de hand van de LMW in relatie tot de kwaliteit van de bodem, de maatschappelijke noodzaak van die waarden en een beschrijving van de gevolgen voor de bodemkwaliteit in het beheergebied. Laatstgenoemde beschrijving vindt plaats met behulp van de risicotoolbox. Overige voorwaarden: Er wordt uitgegaan van standstill op het niveau van een bodembeheergebied. Met andere woorden: in de Nota bodembeheer wordt het herkomstgebied van grond en bagger vastgelegd waarvoor de LMW gelden. Het Besluit bodemkwaliteit definieert een bodembeheergebied als: een aaneengesloten door de gemeente afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten. Hogere LMW dan de generieke toepassingsnormen gelden dus alleen voor grond en bagger die afkomstig is uit het herkomstgebied dat is vastgesteld als bodembeheergebied; Het besluit om gebiedsspecifiek beleid te voeren wordt voorbereid conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht3 en staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Binnen 10 jaar wordt overwogen of het besluit tot gebiedsspecifiek beleid aanpassing behoeft.

Voor PFAS gold tijdelijk een uitzondering: gebiedsspecifiek beleid voor PFAS kon tot 1 januari 2021 door het College van B&W worden vastgesteld waarbij geen openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht hoeft te worden gevolgd. 3

BKK Kapelle

13/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

2.4

Handelingskader voor PFAS

Op 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief verstuurd met het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, gevolgd door geactualiseerde versies d.d. 29 november 2019 en 2 juli 2020. Op 13 december 2021 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een nieuwe versie van het Handelingskader PFAS4 aan de Tweede Kamer toegezonden (lit. 15). Volgens het tijdelijk handelingskader moeten initiatiefnemers, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden in Nederland zijn, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven. Eind juni 2020 heeft het RIVM het onderzoek naar de landelijke achtergrondwaarden van PFAS in de Nederlandse bodem afgerond (lit. 16). Deze zijn als definitieve achtergrondwaarden opgenomen in een nieuwe versie van het tijdelijk handelingskader PFAS (lit. 17), dat op 3 juli 2020 door de Staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat is toegezonden aan de Tweede Kamer. Deze definitieve landelijke achtergrondwaarden zijn als volgt: PFOA (som lineair + vertakt): 1,9 μg/kgds PFOS (som lineair + vertakt): 1,4 μg/kgds De overige PFAS zijn in het onderzoek van het RIVM zelden boven de detectiegrens aangetoond.

In het tijdelijk handelingskader is opgenomen dat voornoemde achtergrondwaarde van PFOS (1,4 μg/kgds) ook als toepassingswaarde kan gelden voor de overige PFAS. Voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie vermeldt het tijdelijk handelingskader de volgende toepassingswaarden (ook wel aangeduid als de 3/7/3/3 waarden): voor alle individuele PFAS: 3 μg/kgds. met uitzondering van PFOA voor PFOA: 7 μg/kgds Verder bevat het tijdelijk handelingskader voorlopige toepassingswaarden voor een aantal andere situaties. Aanvankelijk was in het tijdelijk handelingskader5 opgenomen, dat deze 3/7/3/3 waarden gelden voor toepassingen op de landbodem boven grondwaterniveau (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij gebieden met een hoge grondwaterstand). In versie december 2021 van het handelingskader is het onderscheid boven en onder grondwaterniveau niet meer opgenomen. Voor het overige bevat het handelingskader van december 2021 – ten opzichte van de voorgaande versie d.d. 2 juli 2020 - geen inhoudelijke wijzigingen die relevant zijn voor toepassingen op de landbodem.

4 5

Zonder voorvoegsel ‘tijdelijk’ of ‘definitief’ Alle versies van het tijdelijk handelingskader t/m de versie van 2 juli 2020.

BKK Kapelle

14/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Het tijdelijk handelingskader voor PFAS en de hierin opgenomen toepassingswaarden waaronder de voorlopige achtergrondwaarden hebben echter nog niet de formele status van regelgeving. Dit is pas het geval na opname van deze voorlopige achtergrondwaarden en overige toetsingswaarden in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en bekendmaking hiervan in de Staatscourant. Volgens de begeleidende Kamerbrief wordt op basis van de versie uit december 2021 van het Handelingkader voor PFAS het traject van deze wettelijk verankering gestart.

BKK Kapelle

15/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

3

WERKWIJZE

3.1

Bodemkwaliteitskaart uit 2011 als basis

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 10). In een bodemkwaliteitskaart wordt een gebied ingedeeld in één of meer zones met een milieuhygiënisch vergelijkbare algemene bodemkwaliteit. Gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare diffuse bodemkwaliteit. De indeling in zones is dus gebaseerd op de interpretatie van meetgegevens (analyseresultaten uit bodemonderzoeken) in combinatie met algemene historische gegevens (onderscheidende kenmerken) van het gebied. De zones zijn geclassificeerd door per stof een aantal statistische kengetallen te berekenen. De bodemkwaliteitskaart uit 2011 is een combinatie van een zone-indeling voor de stoffen uit het NEN5740-stoffenpakket en een zone-indeling voor de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins: de zone-indeling voor de NEN5740-parameters is met name gebaseerd op de ouderdom van de bebouwing; de zone-indeling voor de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins is gebaseerd op de ligging en ouderdom van (voormalige) boomgaarden. Deze indeling bouwde voort op een eerdere bodemkwaliteitskaart uit 2004 (lit. 18). De (mogelijk) onderscheidende kenmerken zijn verder beschreven in hoofdstuk 4 en in kaart weergegeven in bijlage 2 t/m 4.

De tekst uit hoofdstuk 4 is nagenoeg identiek aan de tekst uit hoofdstuk 3 van de bodemkwaliteitskaart uit 2011, aangevuld met een paragraaf over seaspray. De boomgaarden zijn in 2022 opnieuw ingetekend. Verder is de kaart met de ouderdom van de bebouwing op enkele plekken verbeterd. Bij de actualisatie in 2022 (en bij de evaluatie in 2017) is gekeken welke gegevens nieuw zijn ingevoerd in het bodeminformatiesysteem sinds het opstellen van de bodemkwaliteitskaart uit 2011. Deze nieuwe gegevens zijn eerst afzonderlijk bekeken: in hoeverre bevestigen deze de bestaande indeling en classificatie van de zones? Waar dit niet direct het geval was, is nader ingezoomd. Vervolgens zijn de nieuwe gegevens samengevoegd met de oude dataset. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op deze totale dataset. De verantwoording van de dataset (herkomst van de gegevens en selectie van representatieve gegevens) is opgenomen in hoofdstuk 4. Bij de selectie van representatieve gegevens zijn dezelfde keuzes gemaakt als eerder bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart uit 2011 (en bij de evaluatie uit 2017).

3.2

Berekening van statistische kengetallen

Op basis van de beschikbare analyseresultaten is voor elke zone een aantal statistische kengetallen berekend (diverse percentielwaarden, gemiddelde, lognormaal gemiddelde). Deze statistische kengetallen zijn opgenomen in bijlage 7 t/m 9.

BKK Kapelle

16/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Een percentielwaarde is een statistische maat hoeveel procent van de waarnemingen onder een bepaalde waarde liggen. Zo is de 50-percentielwaarde oftewel de mediaan het getal waarbij de helft van de waarnemingen lager is en de helft van de waarnemingen hoger. De 95-percentielwaarde voor een stof in een bepaalde zone is het getal waarbij in 95% van de representatieve monsters een lagere concentratie van die stof is gemeten. 5% van de representatieve monsters heeft in die zone een hogere concentratie dan de 95-percentielwaarde. Voor het berekenen van percentielwaarden bestaan in de literatuur verschillende formules. In de Regeling bodemkwaliteit is voor de 95-percentielwaarde voorgeschreven op welke wijze deze dient te worden berekend. Deze berekeningswijze is gehanteerd voor alle percentielwaarden. De kengetallen zijn apart berekend voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) en voor de ondergrond (0,5-2,0 mmv). Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde zijn meetwaarden lager dan de detectiegrens vervangen door 0,7 x detectiegrens. Voor het onderscheid tussen boven- en ondergrond is uitgegaan van het volgende: bovengrond = dieptetraject 0,0-0,5 m-mv; D1+D2 > 0 en D1+D2 <=1,0 ondergrond = dieptetraject 0,5-2,0 m-mv; D1+D2 >1,0 en D1+D2 <=4,0

D1 = bovenkant monster D2 = onderkant monster Deze dieptetrajecten sluiten aan bij de dieptetrajecten die meestal worden gehanteerd in verkennend bodemonderzoek. De ondergrondmonsters in de dataset bestaan voor een belangrijk deel uit mengmonsters van het dieptetraject van circa 0,5 – 2,0 m-mv. Voor de bestrijdingsmiddelen geven de data aanleiding om de ondergrond op te splitsen in de dieptetrajecten 0,5-1,0 m-mv en 1,0-2,0 m-mv. De Achtergrondwaarden en de maximale waarden voor wonen en industrie zijn voor veel stoffen afhankelijk van het bodemtype (percentages lutum en organische stof). Om de getallen gemakkelijk met elkaar te kunnen vergelijken, zijn alle statistische kengetallen in bijlage 7 en 8 omgerekend naar standaardbodem (lutum=25%, humus=10%). Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kengetal.

Minimum aantal waarnemingen per deelgebied / zone Verschillende deelgebieden met dezelfde kwaliteitsklasse zijn samengevoegd tot zones. Hierbij is apart onderscheid gemaakt tussen zones op basis van de NEN5740-parameters en zones op basis van bestrijdingsmiddelen. Strikt genomen dienen volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten per niet aaneengesloten deelgebied minimaal 3 meetgegevens beschikbaar te zijn. Verder schrijft de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten een minimum van 20 waarnemingen per zone voor. In de zone-indeling speelt de ligging van voormalige boomgaarden een belangrijke rol. Deze voormalige boomgaarden beslaan niet overal grote aaneengesloten gebieden maar liggen deels verspreid over de gemeente, zodat de vereiste van 3 meetgegevens per deelgebied niet goed aansluit bij de situatie van de gemeente Kapelle.

BKK Kapelle

17/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Daarnaast is ervoor gekozen om enkele kleine deelgebieden uit bepaalde bebouwingsperiodes toch in zones samen te voegen, ook als er voor het betreffende deelgebied geen of weinig waarnemingen beschikbaar zijn. Deze situaties worden toegelicht in paragraaf 6.2.

Betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat, dat in een bodemkwaliteitskaart naast het gemiddelde tevens de betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde dienen te worden vermeld. Deze betrouwbaarheidsintervallen worden bepaald op basis van het gemiddelde en de standaarddeviatie. Ter voldoening hieraan waren in de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2011 de bovenzijde van het het 80%-, 90%- en 95%-betrouwbaarheidsinterval opgenomen (bijlage 15 van de vorige bodemkwaliteitskaart). Beleidsmatig hebben deze echter verder geen functie en ook de statistische betekenis van deze betrouwbaarheidsintervallen is beperkt. In de statistiek geldt als voorwaarde om gebruik te mogen maken van gemiddelde en standaardafwijking, dat de gegevens een normale verdeling moeten hebben. Meestal wordt hieraan niet voldaan. De percentielwaarden vormen een betere indicatie van de bandbreedte aan voorkomende concentraties dan de betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde. In voorliggende actualisatie zijn geen betrouwbaarheidsintervallen meer berekend.

3.3

Stoffenpakket

In de Regeling bodemkwaliteit is vastgelegd, dat in een bodemkwaliteitskaart tenminste de stoffen worden opgenomen uit het standaardpakket uit de NEN5740 (lit. 11). Het huidige stoffenpakket bestaat uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som-PAK, minerale olie, somPCB’s, lutum en organische stof. Onder de Omgevingswet is dit stoffenpakket opgenomen in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022 als ‘standaardonderzoekspakket, variant A’. De stoffen arseen en chroom zijn sinds 1 juli 2008 niet meer opgenomen in het standaard stoffenpakket voor verkennend bodemonderzoek. Formeel hoeven deze stoffen niet meer te worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Voor deze stoffen zijn wel veel gegevens beschikbaar. Volledigheidshalve zijn ook arseen en chroom opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Op Zuid-Beveland zijn van oudsher veel boomgaarden. Na de tweede wereldoorlog werd in boomgaarden het bestrijdingsmiddel DDT toegepast. In (voormalige) boomgaarden uit die tijd worden nog altijd verhoogde gehalten DDD, DDE en DDT aangetroffen. Ook drins zijn regelmatig verhoogd aangetoond. Daarom zijn in de bodemkwaliteitskaart van Kapelle (en in de bodemkwaliteitskaarten van de overige Zuid-Bevelandse gemeenten) ook DDD, DDE, DDT en drins opgenomen.

Voor PFAS is in 2020 een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart van de regio Bevelanden en Tholen opgesteld (lit. 4). Sindsdien zijn veel nieuwe PFAS-gegevens beschikbaar gekomen. Uit die nieuwe gegevens blijkt, dat hogere PFAS-gehalten met name langs de Westerschelde worden gemeten. Daarom is de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS geactualiseerd voor de Bevelandse gemeenten die langs de Westerschelde liggen. Die actualisatie voor PFAS is opgenomen in voorliggend rapport (zie paragraaf 6.4).

BKK Kapelle

18/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

4

ONDERSCHEIDENDE KENMERKEN

4.1

Mogelijk relevante onderscheidende kenmerken

De historische gegevens zijn in 2011 vrijwel ongewijzigd overgenomen uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2004 (lit. 18). De kaart met de bebouwingsgeschiedenis is destijds aangevuld met enkele recente wijken. Ook in 2023 is op enkele plekken nieuwe bebouwing toegevoegd. In de voorgaande bodemkwaliteitskaarten wordt de zone-indeling binnen de gemeente Kapelle bepaald door de volgende onderscheidende kernmerken: ouderdom van woonwijken en bedrijfsterreinen (paragraaf 4.3); aanwezigheid van ophooglagen (paragraaf 4.3); voormalige boomgaarden (paragraaf 4.4). De natuurlijke bodemopbouw (paragraaf 4.2) bleek in de voorgaande bodemkwaliteitskaarten geen bepalende factor voor de zone-indeling. Inpolderingen na 1850 kunnen diffuus verontreinigd zijn als gevolg van de afzetting van verontreinigd slib. Binnen de gemeente Kapelle komen geen recente inpolderingen voor. Verder zijn bij de Watersnoodramp in 1953 geen delen van de gemeente overstroomd. Overigens is tot dusverre in andere gemeentes geen verschil gevonden tussen al of niet in 1953 overstroomde gebieden. Sinds het opstellen van de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS in 2020 zijn steeds meer meetgegevens beschikbaar gekomen. Hieruit blijkt, dat de hoogste PFAS-gehalten op Zuid-Beveland worden aangetroffen langs de Westerschelde. Dit wordt veroorzaakt door een proces dat bekend staat als seaspray (paragraaf 4.5).

In de gemeente Kapelle liggen geen waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden.

Lokale verontreinigingen De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt expliciet, dat in de bodemkwaliteitskaart een kaartlaag moet worden opgenomen van bekende en verwachte lokale verontreinigingen. Hiervoor mag worden volstaan met een lijst gebaseerd op het landsdekkend beeld bodemkwaliteit (LDB). De informatie over verdachte en verontreinigde locaties wordt bijgehouden in het bodeminformatiesysteem. Om deze reden is geen aparte lijst of kaart met deze locaties opgenomen in de rapportage van de bodemkwaliteitskaart. In plaats daarvan wordt verwezen naar het bodeminformatiesysteem voor de meest actuele gegevens.

BKK Kapelle

19/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

4.2

Geologie en bodemopbouw (lit. 19 en 20)

Aan het eind van de laatste IJstijd (ca. 10.000 jaar geleden) begon het jongste geologische tijdperk, het Holoceen. De kustlijn lag toen westelijker dan tegenwoordig. Gedurende het Holoceen steeg de temperatuur op aarde en steeg de zeespiegel als gevolg van het afsmelten van de ijskappen. In het begin van het Holoceen ontstond langs de toenmalige kust een kwelzone, waar zich veen ging vormen. Deze veenlaag, het Basisveen, werd door het verder stijgende zeespiegelniveau overstroomd en bijna overal in Noord- en Zuid-Beveland is het Basisveen gedurende het Holoceen verdwenen door erosie. De afzettingen, die door de zee zijn afgezet tijdens de eerste periode van zeespiegelstijging tot ca. 5000 jaar geleden, worden de Afzettingen van Calais genoemd. In het grootste deel van Noord-Beveland zijn de Afzettingen van Calais in de ondergrond terug te vinden als een kleilaag boven een zandpakket. Hetzelfde geldt voor een groot gedeelte van Zuid-Beveland. De zeespiegel steeg gedurende het Holoceen niet geleidelijk. Tussen 5000 en 2000 jaar geleden stagneerde de zeespiegelstijging. Er ontstonden strandwallen, de zogenaamde ‘oude strandwallen’. Achter deze strandwallen ontstond een slecht ontwaterd, moerassig gebied. In dit moerassige gebied werd een dik pakket veen gevormd, het zogenaamde Hollandveen.

Deze veenlaag is in het grootste deel van Noord-Beveland enkele meters onder het maaiveld terug te vinden. In de gemeente Kapelle zijn de Afzettingen van Calais en het Hollandveen bij een tweede periode van zeespiegelstijging geërodeerd in een strook die van Wemeldinge naar Kapelle loopt (globaal het gebied met lichte zavel in de bovengrond in bijlage 2). Overal in de gemeente bestaat de bovengrond uit afzettingen die in de afgelopen 2000 jaar door de zee zijn afgezet (Afzettingen van Duinkerke). In de afgelopen eeuwen is Zuid-Beveland geleidelijk ingepolderd. De huidige bodemopbouw is weergegeven in bijlage 2. De kaart in bijlage 2 is gebaseerd op een digitaal bestand van de Stibokabodemkaart. De classificatie in de Stiboka-kaart is gericht op de bovenste 120 cm van de bodem. De samenstelling van de bovengrond op Zuid-Beveland loopt uiteen van lichte zavel tot klei. Door verschillen in afzettingen tussen geulen en platen is de bovengrond op de ene plaats zandiger dan op de andere plaats. Op enkele plaatsen bestaat de bovengrond uit zand. Verder wordt ten westen van Yerseke binnen 120 cm –mv veen aangetroffen. Gezien het grillige patroon van vroegere kreken en platen, is nader onderscheid in zones met verschillende bodemopbouw ook op Zuid-Beveland niet zinvol.

4.3

Ouderdom bebouwing en ophooglagen

Bijlage 3 toont de ouderdom van de wijken in de bebouwde kernen van de gemeente Kapelle. Deze kaart is gebaseerd op topografische kaarten en de vermelding van bouwjaren in de BAG (Basisadministratie adressen en gebouwen). Naar mate wijken ouder zijn, is er een grotere kans op diffuse verontreiniging als gevolg van menselijk handelen. Oude dorpskernen en stadscentra zijn in het algemeen diffuus verontreinigd met koper, lood, zink en PAK.

BKK Kapelle

20/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

In wijken die na 1980 zijn aangelegd, wordt de diffuse bodemkwaliteit in het algemeen bepaald door het landgebruik vóór aanleg van desbetreffende wijk. Indien het gebied bij aanleg van de wijk is opgehoogd, bepaalt de aard van de ophooglaag de diffuse bodemkwaliteit. Bij Wemeldinge is het Kanaal door Zuid-Beveland verlegd. Hierbij is de oude monding van het Kanaal door Zuid-Beveland grotendeels gedempt. Voor het overige zijn in de gemeente Kapelle geen wijken opgehoogd met van elders aangevoerde grond bij het bouwrijp maken van de nieuwe wijk.

4.4

Voormalige boomgaarden

Een specifiek aandachtspunt vormen (voormalige) boomgaarden. In (voormalige) boomgaarden worden regelmatig verhoogde concentraties DDT gemeten, soms zelfs tot boven de interventiewaarde. Oude boomgaarden zijn derhalve een bepalende factor in de voorgaande bodemkwaliteitskaart. Uit historisch onderzoek naar de toepassingspraktijk van gewasbeschermingsmiddelen in de Zeeuwse fruitteelt (lit. 21) blijkt het volgende: DDT werd geïntroduceerd na de tweede wereldoorlog. De intensiteit van de toepassing van DDT was het hoogst in de periode 1950 – 1955. In de periode 1950 – 1955 werd in de fruitteelt twee keer zo veel DDT toegepast als in de periode 1955 – 1960. Vanaf 1960 daalde de toepassing van DDT verder. Als gevolg van de toepassing van DDT nam namelijk de fruitspint toe, doordat DDT ook ‘nuttige’ insecten en roofmijten doodde. Daarnaast kwamen andere middelen zoals azinfos-methyl op de markt, die een betere bescherming tegen bladrollers en fruitrot gaven. In 1973 werd de toepassing van DDT in Nederland verboden. Naar mate een boomgaard langer in gebruik is, is cumulatief meer DDT op de bodem terecht gekomen. Naast de periode van boomgaardbezetting is ook de duur van boomgaardbezetting van belang. Er is geen historisch onderscheid te maken in de mate van toepassing van DDT in appelboomgaarden danwel perenboomgaarden.

In verschillende onderzoeken is een verband tussen periode van boomgaardbezetting en DDTconcentraties bevestigd. Verder blijkt er een duidelijk verschil te bestaan tussen DDT-concentraties in het dieptetraject 0-30 cm-mv en het dieptetraject 30-50 cm-mv (lit. 18). Bij het opstellen van een bodemkwaliteitskaart is een uitputtende inventarisatie van exacte start- en eindjaren van boomgaarden ondoenlijk. Wel geven de topografische kaarten uit verschillende periodes een aantal momentopnames over de aanwezigheid van boomgaarden.

BKK Kapelle

21/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Op basis van de informatie uit topografische kaarten kunnen voormalige boomgaarden in verschillende klasses worden ingedeeld. Maatgevend is met name, of volgens de topografische kaart uit 1936 en/of de topografische kaart uit 19606 een boomgaard aanwezig was: Boomgaardperiode 1: Boomgaard 1936 2: Boomgaard in 1936 en 1960 3: Boomgaard 1960 4: Boomgaard vanaf 1970 4b: Boomgaard vanaf 1980 5: nooit boomgaard

Boomgaard in 1936 JA

Boomgaard in 1960 NEE

Boomgaard in 1970 Ja of nee

Boomgaard in 1980 Ja of nee

JA

JA

Ja of nee

Ja of nee

NEE

JA

Ja of nee

Ja of nee

NEE

NEE

JA

Ja of nee

NEE

NEE

NEE

JA

NEE

NEE

NEE

NEE

Boomgaarden die na 1980 zijn aangelegd zijn buiten beschouwing gelaten. In de eerdere bodemkwaliteitskaart uit 2004 zijn de (voormalige) boomgaarden in de gemeentes Goes, Kapelle en Reimerswaal ingedeeld in 4 verschillende zones op basis van bovenstaande indeling in boomgaardperiodes. In de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart van Kapelle uit 2011 vormt boomgaardperiode 2 een aparte zone en zijn de boomgaardperiodes 1, 3, 4 en 4b samengevoegd tot één zone. In bijlage 4 zijn de voormalige boomgaarden van de gemeente Kapelle op basis van oude topografische kaarten ingedeeld in bovenstaande categorieën. Oorspronkelijk waren deze in 2002 ingetekend op basis van papieren kaarten. Wanneer hierop ver ingezoomd werd sloten vlakken niet altijd mooi aan. Tegenwoordig zijn digitale informatiebronnen beter beschikbaar. Bij de actualisatie in 2023 zijn de boomgaarden in bijlage 4 opnieuw ingetekend op basis van digitale scans van de topografische kaarten. Daarbij wordt opgemerkt dat het nooit mogelijk is om deze op de meter nauwkeurig in te tekenen, met name wanneer de huidige kadastrale percelen en waterhuishouding niet meer overeenkomt met de vroegere verkaveling.

6

Jaar van verkenning

BKK Kapelle

22/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

4.5

Seaspray

In 2020 is een regionale bodemkwaliteitskaart PFAS gemaakt van de regio Bevelanden en Tholen (lit. 4). Deze kaart heeft betrekking op de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen. In die bodemkwaliteitskaart uit 2020 bleek al, dat in de gemeente Reimerswaal iets hogere PFASgehalten aangetroffen werden dan in de rest van Zeeland, zonder dat op dat moment de oorzaak daarvan duidelijk was. Sinds het opstellen van de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen is – met name bij onderzoeken ten behoeve van de dijkversterking bij Hansweert - gebleken dat langs de Westerschelde verhoogde PFAS-gehalten voorkomen, tot boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het handelingskader voor PFAS. De oorzaak hiervan is een proces dat bekend staat als seaspray. Fijne druppeltjes komen in de lucht, bijvoorbeeld als gevolg van turbulentie door golfslag. Deze druppeltjes nemen de verontreiniging – in dit geval PFAS – met zich mee en slaan langs de kust neer op het landoppervlak. Uit de bodemkwaliteitskaart die ten behoeve van de dijkversterking Hansweert is opgesteld (lit.

5) blijkt onder andere het volgende: in het dijklichaam langs de Westerschelde zijn de gehalten PFOS en PFOA beduidend hoger dan in de dijk langs het Kanaal door Zuid-Beveland; langs de Westerschelde zijn de gehalten PFOS en PFOA in het buitentalud duidelijk hoger dan in het binnentalud van de dijk.

BKK Kapelle

23/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

5

VERANTWOORDING DATASET

5.1

Herkomst van de gegevens

In 2011 is de bodemkwaliteitskaart opgesteld op basis van de gegevens zoals deze waren opgenomen in het toenmalige bodeminformatiesysteem van de gemeente Kapelle (Squit7). Destijds was de bodemkwaliteitskaart gebaseerd op exports uit Squit van 17 december 2009. De dataset was destijds aangevuld met enkele gegevens uit andere bronnen, die eerder waren gebruikt voor de bodemkwaliteitskaart uit 2004 ((lit. 18). Inmiddels is de gemeente Kapelle samen met de provincie en de overige Zeeuwse gemeenten overgestapt op het gezamenlijke bodeminformatiesysteem Nazca-i. Daarbij hebben enkele conversies en wijzigingen van de datastructuur plaatsgevonden. De data worden niet meer intern bij de gemeente opgeslagen, maar extern bij de softwareleverancier. Via internet zijn de gegevens in Nazca-i te raadplegen. Op 24 oktober 2022 zijn relevante gegevensbestanden met behulp van de in Nazca-i beschikbare exportfunctionaliteit uit het systeem gehaald: een zipbestand met GIS-bestanden (shapefiles) voor heel Zeeland met o.a. boorpunten en locatie- en onderzoekscontouren. een aantal selecties uit het menuscherm raadplegen/selecteren en rapporteren. Hier is in het hoofdmenu van Nazca-i onder locatiegegevens/adres een voorselectie gemaakt op basis van gemeentenaam=Kapelle. De export van 24 oktober 2022 betreft de invoer t/m Nazcacode NZ067801796 (onderzoek ID 217655).

De Nazca-code is gebruikt als unieke identificatie van de bodemrapporten (zonder het voorvoegsel NZ0678), omdat deze codering overeenkomt met de eerdere codering uit Squit8. Een beperkt deel van de rapporten heeft een afwijkende gemeentecode in de Nazcacode (bijvoorbeeld NZ070306515, deze is in de dataset opgenomen als rapportnummer 70306515). Op basis van deze export is nagegaan welke gegevens sinds de evaluatie uit 2016 zijn toegevoegd aan het bodeminformatiesysteem. Op deze gegevens is een kwaliteitscontrole uitgevoerd (ontbrekende dieptetrajecten, gekke invoerwaarden etc.). Enkele gegevens zijn nagezocht in de pdf-bestanden van de bodemrapporten en verbeterd in de dataset. De nieuwe invoer is eerst afzonderlijk bekeken en vervolgens samengevoegd met de dataset waarmee in 2017 de evaluatie van de bodemkwaliteitskaart is uitgevoerd 9.

Vroegere naam: Strabis In Squit begonnen de rapportcodes met “AA”. Bijvoorbeeld AA067800429 is nu NZ067800429 9 Bij die evaluatie was de dataset uit 2009 aangevuld met de nieuwe gegevens van een export uit Nazca-i d.d. 21 maart 2017 7 8

BKK Kapelle

24/41

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

PFAS Het voorgaande heeft betrekking op de data van de NEN5740-parameters en de bestrijdingsmiddelen. Voor PFAS is op 30 maart 2023 de meest actuele dataset geëxporteerd. Dit betreft de invoer t/m onderzoek ID 219286. Bij PFAS is de onderzoek ID als unieke identificatie gebruikt, doordat voor PFAS een regionale bodemkwaliteitskaart met meerdere gemeenten gemaakt is. Verder zijn de gegevens gebruikt uit het bodemonderzoek dat eind 2019 is uitgevoerd ten behoeve van de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen. In aanvulling hierop zijn de volgende PFAS-onderzoeken meegenomen die langs de Westerschelde zijn uitgevoerd tussen de Belgische grens en het Sloegebied: onderzoek uitgevoerd in opdracht van waterschap Scheldestromen in het najaar van 2022, waarbij in 19 raaien het binnen- en buitentalud en de kruin van de Westerscheldedijk zijn onderzocht op PFAS (en tevens op de NEN5740-parameters) (lit. 22); onderzoek naar PFAS dat de gemeenten Borsele, Kapelle en Reimerswaal in maart 2023 in een strook van 500 meter langs de Westerschelde hebben laten uitvoeren ter hoogte van diezelfde 19 raaien (lit. 23).

Tot slot zijn enkele gegevens meegenomen uit onderzoek dat in december 2021 en juni 2022 is uitgevoerd in Hansweert: twee raaien die in december 2021 zijn onderzocht (ter hoogte van het sportpark in Hansweert en ter hoogte van de Steenweg in de gemeente Kapelle); 5 meetpunten direct ten noorden van het voormalig slibdepot in Hansweert.

Somparameters PAK en PCB PAK en PCB zijn somparameters. Deels bevat de dataset alleen de 10 individuele PAK, respectievelijk de 7 individuele PCB. Deels bevat de dataset alleen een somparameter. Verder zijn voor een deel zowel de individuele waarden als een somparameter beschikbaar. In eerste instantie zijn de somparameters voor PAK en PCB bepaald op basis van de individuele componenten. Bij de nieuwe invoer sinds de evaluatie uit 2017 zijn nagenoeg altijd de individuele componenten beschikbaar. Indien de dataset alleen de somparameter bevat dan is daarvan uitgegaan. Dit geldt met name voor de dataset uit 2009, omdat het vroeger niet mogelijk was om deze individuele componenten in te voeren in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem.

x- en y-coördinaten Aan de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn op de volgende wijze x- en y-coördinaten toegekend: indien de boorpunten van de geanalyseerde (meng)monsters zijn ingetekend: het gemiddelde van de x- en y-coördinaten van de deelmonsters uit desbetreffend mengmonster. Daarbij is een controle gedaan op evident verkeerd ingetekende boorpunten (ver buiten de onderzoekslocatie). wanneer geen boorpunten zijn ingetekend: het middelpunt van de rapportcontour;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13814462/1