CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-41c D23.292347 Bijlage 2 - Grensoverschrijdend risicop Bijlage 2 - Grensoverschrijdend risicoprofiel

Raadsvergadering 31 oktober 2023, gemeente KapelleBij agendapunt: Zienswijze verlengen Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland16.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

blad 31 van 55

voor kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen. Zgn. indirecte maatregelen zoals landbouw- en voedselmaatregelen zijn noodzakelijk in geheel Nederland en (delen van) België, waaronder het grensgebied).

Gevolg Impact criteria

Score

Beknopte motivatie

1.1

Aantasting integriteit grondgebied

E

Lange periode niet bruikbaar 1-4 weken, regionaal

2.1

Doden

C

16-40 doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

D

40-160 gewonden

2.3

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

M.n. evacuees, mindere kwaliteit van leven

3.1

Kosten

E

>2 miljard euro

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

D

Regionaal > 400km2

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

E

Groot gebied langere tijd >1 maand, <40.000 getroffenen

5.2

Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur

E

Bestuurlijke afstemming op alle schaalniveaus (zowel nationaal als internationaal) is van primair belang. Aantasting van het functioneren van het openbaar bestuur, de openbare orde en veiligheid en het functioneren van de politieke vertegenwoordigingen is reëel.

5.3

Sociaal psychologisch impact

E

Woede en angst >1 maand, <4.000 inwoners

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

0

n.v.t.

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 10 jaar

Score A

blad 32 van 55

4.4

Risicobeoordeling In dit hoofdstuk is met behulp van een risicodiagram en de impact per scenario de risicobeoordeling weergegeven.

4.4.1

Risicodiagram In het risicodiagram (figuur 4.8) zijn de relevante scenario's op een onderling vergelijkbare wijze afgebeeld. De scenario's met de grootste impact en waarschijnlijkheid staan rechtsboven in de figuur. Een kleine waarschijnlijkheid en impact leidt tot een plaats linksonder in het diagram. Zo staat het scenario “Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens)” rechtsboven in het diagram: de impact van het beschreven scenario is catastrofaal, de kans op het omschreven scenario is als waarschijnlijk beoordeeld.

Figuur 4.8: Risicodiagram (het risicodiagram kan niet los worden gezien van de scenariobeschrijvingen)

Het risicodiagram staat niet op zichzelf Het mag duidelijk zijn dat het risicodiagram alleen niet de basis kan en mag zijn voor het strategisch beleid van een regio. Het risicodiagram biedt een goede indicatie voor het risicobeeld in een regio. Het is echter niet meer dan het eindresultaat van alle hiervoor doorlopen stappen en keuzes. De positie van een scenario in het diagram is sterk afhankelijk van de omschrijving van het scenario. Het diagram zelf is samengesteld op basis van expert judgement en niet op basis van (kwantitatieve) risicoberekeningen. Het is dus geen wiskundig diagram, maar een verhoudingsdiagram. Een fictief voorbeeld is de omschrijving van het incident vervoer water met gevaarlijke stoffen. In dit geval is gekozen voor een incident met ammoniak. Men had ook kunnen kiezen voor een stof met een minder zwaar verloop, dan zal de positie in het diagram verschuiven naar rechts (grotere kans), en naar beneden (kleinere impact). Binnen het grensoverschrijdend risicoprofiel is doorgaans gekozen voor scenario's die forser zijn dan 'business as usual' en waarbij sprake is van een noodzaak voor multidisciplinaire inzet in zowel België als Nederland.

blad 33 van 55

4.4.2

Impact per scenario In onderstaande figuur (figuur 4.9) is per scenario de bijdrage aan de impact weergegeven, dit ter illustratie welke scenario's de hoogste impact hebben. In dit diagram is de kans dus niet weergegeven.

Figuur 4.9: Diagram met samengestelde impactcriteria per scenario Uit figuur 4.9 kan worden herleid wat de impact is van de verschillende criteria per scenario. Het blijkt dat respectievelijk de scenario’s “Kern incident”, “Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens)” en “Overstroming als gevolg van dijkbreuk" de grootste samengestelde impact hebben.

blad 34 van 55

5.

Aanbevelingen In de afgelopen periode is door de projectgroep gewerkt aan het opstellen van een grensoverschrijdend risicoprofiel. In het vorige hoofdstuk, hoofdstuk 4, zijn de bevindingen per doorlopen processtap beschreven. Op basis van deze bevindingen en de bijeenkomsten met de projectgroep, kunnen wij een aantal aanbevelingen formuleren om aan de slag te gaan met het risicoprofiel: • Het grensoverschrijdend risicoprofiel omschrijft de voor het grensgebied relevante scenario’s met een grensoverschrijdend karakter welke een crisis tot gevolg kunnen hebben. We adviseren om binnen de bestaande grensoverschrijdende veiligheidsoverleggen na te gaan of er behoefte is voor een nadere capaciteitenanalyse bij de diverse operationele disciplines. • Maak in de grensoverschrijdende veiligheidsoverleggen afspraken over hoe de samenwerking tussen Nederland en België verloopt op specifieke onderwerpen/projecten/incidenten. Bespreek in deze overleggen ook het vervolg van dit grensoverschrijdende risicoprofiel. • Het simuleren van een incident tijdens een rampenoefening of het bestuurlijk bespreken van ontwikkelingen ten aanzien van grensoverschrijdende risico’s: het draagt bij aan het gezamenlijke netwerk van de betrokken (hulp)diensten verbonden met rampenplanning / crisisbeheersing binnen de Belgische provincies en de Veiligheidsregio Zeeland.

Door personeel uit verschillende lagen van de diensten regelmatig met elkaar in contact te laten komen wordt het gevoel van een ‘grensoverschrijdende regio’ versterkt.

blad 35 van 55

Bijlage 1: Risicobeeld 1

Maatschappelijk thema Natuurlijke omgeving

Crisistype 1

Overstromingen

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

1 Overstroming vanuit zee 2 Overstroming door hoge rivierwaterstanden 3 Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Ja

Toelichting (evt. bronnen) In het profiel van VRZ is een scenario opgenomen dat uitgaat van een kans op overstroming in een groot gedeelte (81.565 hectare) van Zeeland omdat het onder de zeespiegel ligt. De impact van een (grote) overstroming is enorm. In een overstroomd gebied zullen gebouwen en vitale infrastructuur worden verwoest. Daarnaast zal een deel van het gebied levensgevaarlijk zijn vanwege de waterstanden die zullen optreden. Een groot deel van de Zeeuwse bevolking zal getroffen worden. Niet alleen degene binnen het overstroomde gebied maar ook in die delen van Zeeland die niet overstromen zullen gevolgen merkbaar zijn. Dergelijke incidenten kunnen grensoverschrijdende gevolgen hebben. Binnen de provincie Zeeland is een deel van de polder in de omgeving van Rilland aangewezen als vastgesteld overstromingsgebied, welke gebruikt kan worden bij extreme rivierafvoeren uit Brabant en Limburg. De gevolgen van een overstroming voor de veelal aanwezige vitale (elektrische) infrastructuur en de mogelijke grensoverschrijdende risico’s, dienen nader onderzocht te worden. Ook in Oost-Vlaanderen bestaat de kans op een overstroming door de zee. In Vlaanderen ligt 15 % van het oppervlak minder dan 5 meter boven het gemiddelde zeeniveau. De Belgische kustlijn is ook de meest bebouwde van Europa.

Een overstroming door hoge rivierwaterstanden met grensoverschrijdende gevolgen alleen wordt (door VRZ) niet realistisch geacht, aangezien in de provincie Zeeland geen rivieren aanwezig zijn. In de provincie Antwerpen bestaat er een mogelijke kans op een overstroming van de Schelde, welke gevolgen kan hebben in de nabije omgeving. In slechts enkele gemeenten bedreigt overstroming in het huidig klimaat meer dan 5 % van de gebouwen, met daarbij naast Antwerpen (6 %) vooral enkele kleinere gemeenten als Sint-Martens-Latem (13 %), Damme (11 %) en Rotselaar (7 %). Desondanks dat Damme op de grens met Zeeland ligt, is een grensoverschrijdend risico niet te verwachten.

blad 36 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype 2

Natuurbranden

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

1 Bosbrand 2 Heide, (hoog)veen- en duinbranden

Nee

3

Extreme weersomstandigheden

1 2 3 4

Koude golf, sneeuw en ijzel Hitte golf Storm en windhozen Aanhoudende laaghangende mist

Ja

Toelichting (evt. bronnen) In het grensgebied bevinden zich een aantal natuurgebieden die een minimale (aaneengesloten) grootte hebben van 100 hectare, namelijk het Axelse bos en het waterwingebied Sint Jansteen In Nederland. Deze laatste is grensoverschrijdend. De volgende natuurgebieden (bossen) bevinden zich in de grensregio in Oost-Vlaanderen: Kloosterbos in Wachtebeke, Heidebos in Moerbeke – Wachtebeke en het Stropersbos in Sint-Gillis-Waas. Op de grens tussen Nederland en België, ligt ook nog het Zwingebied. Hier is de kans kleiner dat de brand zich verspreidt tot over de grens, rookoverlast kan daarentegen wel grensoverschrijdend zijn. Wanneer in de laatste jaren een brand in de grensoverschrijdende natuurgebieden is ontstaan, was deze goed te bestrijden waardoor deze niet hebben geleid tot een crisis. Om deze reden is natuurbrand niet relevant voor dit risicoprofiel. In het risicoprofiel van VRZ is gekozen om het incidenttype koudegolf, hittegolf en storm & windhozen nader uit te werken, omdat deze relevant zijn. Ook in de provincie Antwerpen zijn deze risico’s mogelijk, maar niet lokaliseerbaar. BASF/de Scheldelaan kan hier mogelijk een risico vormen. Bij extreme meteorologische omstandigheden (zoals extreme kou, hitte of storm) zijn effecten op de infrastructuur te verwachten die een verstoring van het dagelijks leven tot gevolg kunnen hebben.

Zij zorgen voor een ontwrichting van het maatschappelijk verkeer. Extreme kou, ijzel en sneeuw kunnen leiden tot gevolgrisico’s, waaronder bijvoorbeeld uitval van de ICT- en telecommunicatie. Een hittegolf kan effect hebben op de watervoorziening en mogelijk ook voor de landbouw (beperking sproeiwater), maar dit wordt niet als grensoverschrijdend risico gezien. Voor dit grensoverschrijdend risicoprofiel is door de vier grensregio’s bediscussieerd dat met name het incidenttype storm & windhozen leidt tot een gevarieerde hulpvraag. Reden hiervan is dat dit het meest herkennende incidenttype is en dat het bij dit crisistype vooral gaat om de impact en de gevarieerde hulpvraag. Het weerstype is hier niet relevant.

blad 37 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

4 Aardbevingen

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

1 Aardbeving Nee

5 Plagen

1 Ongedierte

Nee

6 Dierziekten

1 Ziektegolf

Ja

2

Gebouwde omgeving

1

Branden in kwetsbare objecten

1 Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen 2 Grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie

Nee

Toelichting (evt. bronnen) Het is wel de verwachting dat extreme weersomstandigheden in de toekomst zullen toenemen, als gevolg van klimaatverandering. Daardoor neemt naar verwachting de frequentie en vorm van incidenten in de toekomst toe. Daarbij wordt wel verondersteld dat een koude golf, sneeuw en ijzel juist minder frequent zal voorvallen. In het profiel van VRZ wordt het volgende beschreven over aardbevingen: “Aardbevingen hebben in Zeeland nog niet plaatsgevonden en zijn in de toekomst ook niet te verwachten. Wel hebben we in Zeeland in het verleden schokken gevoeld als gevolg van aardbevingen in België. De laatste keer was in 1995 toen een aardbeving plaatsvond in het Belgische Bergen (4,8 op de schaal van Richter).” In het profiel van VRZ is gesteld dat rekening moet worden gehouden met het meer voorkomen van de Processierups. De impact van ongedierte kan verschillen van (lokale) overlast van bijvoorbeeld de eikenprocessierups tot wijdverspreide schade door toedoen van muizen of ratten aan akkers en landerijen. Ook de muskusrat kan voor grote gevolgen zorgen ten aanzien van dijken. Voor dit crisistype is geen scenario uitgewerkt omdat geen sprake zal zijn van een crisissituatie. Bovendien heeft ieder land zijn eigen procedures m.b.t. ongedierte.

Een ziektegolf in de grensregio is van invloed op het optreden van de verschillende hulpdiensten, bijvoorbeeld wanneer een inzet moet plaatsvinden in of rond besmet gebied. Indien de dierziekte overdraagbaar is op de mens (en dan vervolgens ook overdraagbaar van mens op mens) is sprake van een epidemie of infectieziekte. Om verspreiding naar het buurland te voorkomen, is het waardevol zicht te hebben op de haarden waar ziektegoven (door dierziekten) kunnen ontstaan. Dit belang heeft een grensoverschrijdend karakter. De kans dat een brand in een kwetsbaar object (veel personen; lage zelfredzaamheid) een grensoverschrijdend karakter zal kennen is verwaarloosbaar klein. Zo bevinden zich in de grensstreek maar een beperkt aantal kernen op de landsgrens.

blad 38 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

2

3

Technologische omgeving

1

Instorting in grote gebouwen en kunstwerken Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

3 Grote brand in bijzonder hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing 4 Brand in dichte binnensteden 1 Instorting door explosie 2 Instorting door gebreken constructie of fundering 1 Incident vervoer weg

Nee

2 Incident vervoer water 3 Incident spoorvervoer 4 Incident transport buisleidingen 5 Incident stationaire inrichting

Ja

Toelichting (evt. bronnen)

Voor instorting in grote gebouwen en kunstwerken geldt het bovenstaande ook. Infrastructurele kunstwerken worden beschouwd onder het thema vitale infrastructuur. Bij dit crisistype is de locatie (weg, spoor, etc.) niet relevant. Het gaat om de impact en waarschijnlijkheid bij het vrijkomen van brandbare/explosieve stoffen. Voor de verschillende transportmodaliteiten en stationaire inrichtingen is het mogelijk dat een incident grensoverschrijdende gevolgen heeft. Een dergelijk incident vindt plaats rond de landsgrens of heeft een invloedsgebied aan beide zijden van de grens. In de provincies Antwerpen (BE) en Oost-Vlaanderen (BE) en in het oostelijk deel van ZeeuwsVlaanderen (NL) bevinden zich gebieden met een hoge concentratie Seveso-bedrijven. Dit zijn inrichtingen met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. In West-Vlaanderen bevindt zich een LNG terminal op 9,8 kilometer van de grens. Wanneer een zwaar ongeval op deze terminal plaatsvindt, zijn geen grensoverschrijdende effecten te verwachten. De Westerschelde, het kanaal Gent-Terneuzen en het Schelde Rijn-kanaal zijn vaarroutes voor het transport van gevaarlijke stoffen die zowel door Vlaanderen als Nederland lopen. Ongevallen op deze routes kunnen grensoverschrijdende effecten hebben.

Desondanks dat de Scheldelaan geen rechtstreekse verbinding vormt tussen Zeeland en de Belgische provincies, wordt hier wel een mogelijk risico gevormd gezien de verkeersimpact als gevolg van een ongeval op de weg. Er zijn een aantal grensoverschrijdende buisleidingen tussen Antwerpen/Oost-Vlaanderen en Zeeland.

2

Incidenten met giftige stof in open lucht

1 Incident vervoer weg 2 Incident vervoer water 3 Incident spoorvervoer

Ja

Bij dit crisistype is de locatie (weg, spoor, etc.) niet relevant. Het gaat om de impact en waarschijnlijkheid bij het vrijkomen van toxische stoffen. In de provincies Antwerpen (BE) en Oost-Vlaanderen (BE) en in het oostelijk deel

blad 39 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

4 Incident transport buisleidingen 5 Incident stationaire inrichting

Toelichting (evt. bronnen) van Zeeuws-Vlaanderen (NL) bevinden zich gebieden met een concentratie Seveso-bedrijven. Dit zijn, net als de BRZO-bedrijven, inrichtingen met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. De Westerschelde, het kanaal GentTerneuzen en het Schelde Rijn-kanaal zijn vaarroutes voor het transport van gevaarlijke stoffen die zowel door Vlaanderen als Nederland lopen. Ongevallen op deze routes kunnen grensoverschrijdende effecten hebben. Desondanks dat de Scheldelaan geen rechtstreekse verbinding vormt tussen Zeeland en de Belgische provincies, wordt hier wel een mogelijk risico gevormd gezien de verkeersimpact als gevolg van een ongeval op de weg. Ook zijn er een aantal grensoverschrijdende transportroutes van gevaarlijke stoffen via de weg en via het spoor. Daarnaast is verspreiding van giftige stoffen ook mogelijk via het water. Denk daarbij aan de recent ontstane crisis rondom PFAS, maar ook aan schepen die giftige stoffen kunnen lekken in het water. Dit kan leiden tot crisissituaties met een grensoverschrijdend karakter. Omdat er geen sprake is van een acute crisis, wordt dit niet in een separaat scenario uitgewerkt. Er is een keuze gemaakt om dit crisistype samen te behandelen met het crisistype “Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht”.

3

Kernincidenten

1 Incident A-objecten: centrales 2 Incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend 3 Incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal 4 Incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal 5 Incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse i

Zowel incidenten met A-objecten, als met B-objecten kunnen in de grensregio voorkomen. De kerncentrale van Doel (provincie OostVlaanderen) ligt op korte afstand van de grensgebied. Te Zeeland ligt de kerncentrale Borssele waarvan de effecten bij een incident ook het grensgebied raken. Daarnaast vindt transport van gebruikte splijtstof van kerncentrale Borssele naar Frankrijk over het spoor plaats. Ja

blad 40 van 55

Maatschappelijk thema

4

Vitale infrastructuur en voorzieningen

Crisistype

1

Verstoring energievoorziening

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

6 Incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse ii 7 Incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen 8 Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal 1 Uitval olievoorziening 2 Uitval gasvoorziening 3 Uitval elektriciteitsvoorziening

Nee

2

3

Verstoring drinkwatervoorziening

1 Uitval drinkwatervoorziening 2 Problemen waterinname 3 Verontreiniging in drinkwaternet

Nee

1 Uitval rioleringssysteem

Nee

Toelichting (evt. bronnen)

In het risicoprofiel van VRZ staat beschreven dat uitval van elektriciteitsvoorzieningen gevolgen kan hebben, variërend van maatschappelijke ontwrichting tot fysieke gevolgen voor kwetsbare groepen binnen de samenleving. Vaak blijft de uitval van elektriciteit beperkt tot wijken, dorpen en soms enkele gemeenten. Zelden worden er grote landsdelen getroffen, daarnaast is de uitval van elektriciteit vaak van korte duur. Echter is de bouw van een nieuw 380kV-hoogspanningsstation bij Rilland bijna afgerond. Het station is een belangrijke schakel in de verbinding met België en maakt transport van elektriciteit mogelijk tussen beide landen. Vooralsnog hebben de 4 regio’s in het grensgebied besloten dat dit crisistype voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel geen nadere uitwerking behoeft De uitval van olie- en gasvoorzieningen komt maar zelden voor. De kans dat impact van verstoring van energievoorziening grensoverschrijdend is, is zeer klein. Verstoring van gasvoorziening kan ook buiten invloedsgebied van Nederland en België liggen, bijvoorbeeld vanwege een oorlog. Dit scenario wordt niet meegenomen. Uitval van de drinkwatervoorziening kan een behoorlijke impact hebben op de samenleving wanneer het van langere duur is. De drinkwatervoorzieningen in Nederland en België functioneren vrij van elkaar, dit scenario hoeft dus niet te worden opgenomen in het risicobeeld.

blad 41 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

2 Uitval afvalwaterzuivering

Verstoring van rioolwaterafvoeren en afvalwaterzuivering heeft vooral impact op het verslechteren van het oppervlaktewater. Ook zaken als verslechtering van het (water)milieu en gezondheidsrisico’s voor mens en dier zijn risico’s van een verstoring in de rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering.

Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering

4

5

Verstoring telecommunicatie en ICT

Verstoring afvalverwerking

1 Uitval voorziening voor spraak- en datacommunicatie

Nee

1 Uitval afvalverwerking Nee

6

Verstoring voedselvoorziening

1 Uitval distributie

Nee

5

Verkeer en vervoer

1

2

Luchtvaartincidenten

Incidenten op of onder water

1 Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein 2 Incident vliegtoestel bij vliegshows

1 Incident waterrecreatie en pleziervaart

Toelichting (evt. bronnen)

Nee

Nee

Hiervoor geldt dat dit te bestrijden is met multidisciplinaire afspraken en afstemming en hoeft daarom in het kader van het grensoverschrijdend risicoprofiel niet als crisis te worden beschouwd. In het risicoprofiel van VRZ is gesteld dat de uitval van spraak- en datacommunicatievoorzieningen een relevant risico kunnen vormen voor de grensregio. De mate waarin de netwerken van beide regio’s met elkaar verbonden zijn is beperkt, hierdoor is de kans op grensoverschrijdende crisissituatie ten gevolge van uitval van de voorzieningen nihil. Uitval van afvalverwerking is zeer hinderlijk, maar daar de verwerking van afval in Nederland en België vrij van elkaar functioneren, hoeft dit scenario dus niet te worden opgenomen in het risicobeeld De voedselvoorziening kan mogelijk uitvallen als gevolg van natuurrampen, beregening met besmet water, muizenplagen of besmetting door vraatdieren. Een andere mogelijkheid is een moedwillige verstoring, zoals een staking. Gezien de tijdelijke aard is het niet waarschijnlijk dat een voedselcrisis ontstaat. Daarnaast wordt gezien de geografische spreiding van voedseldistributiecentra in Nederland en België geen acute grensoverschrijdende crisissituatie voorzien. Het zweefvliegveld bij Axel en het veld voor ultra lichte vliegtuigen bij Sluis bevinden zich op relatief korte afstand van de Belgische grens.

De impact van een incident bij start of landing op of rond een luchtvaartterrein evenals een incident met een vliegtoestel bij vliegshows zal een lokaal karakter kennen. Afgezien van de maatschappelijke/bestuurlijke prioriteit die een dergelijk incident zal kennen zullen grensoverschrijdende gevolgen niet relevant zijn. Het Deltawaterengebied vormt de internationale toegangsroute naar de havens van Antwerpen en North Seaport (Sloegebied, Terneuzen en Gent).

blad 42 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

2 Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) 3 Incident op ruim water 4 Grootschalig duikincident 3

Verkeersincidenten op land

1 Incident wegverkeer 2 Incident treinverkeer Nee

4

6

Gezondheid

1

2

Incidenten in tunnels

Bedreiging volksgezondheid

Ziektegolf

1 Incident in treintunnels en ondergrondse stations 2 Incident in wegtunnels 3 Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse station 1 Besmettingsgevaar via contactmedia 2 Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen 3 Besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland 4 Besmettelijkheidgevaar in eigen regio 1 Ziektegolf besmettelijke ziekte

Nee

Nee

Ja

Toelichting (evt. bronnen) Het is mogelijk (maar onwaarschijnlijk) dat een groot incident in het Deltawaterengebied een stremming voor overige scheepvaart tot gevolg kan hebben. In dit geval kunnen de havens van Antwerpen en North Seaport mogelijke hinder ondervinden en kan een grensoverschrijdend effect ontstaan. Vooralsnog hebben de 4 regio’s in het grensgebied besloten dat dit crisistype voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel geen nadere uitwerking behoeft. Bij dit crisistype gaat het om een botsing tussen voertuigen op het land of op het spoor, zonder dat hier specifiek gevaar is van gevaarlijke stoffen (dat scenario is ondergebracht bij de technologische omgeving). Daar het spoortraject tussen Nederland en België in dit grensgebied uitsluitend goederen betreft, is een spoorincident niet van toepassing. Er kan wel sprake zijn van een groot incident op een hoofdweg tussen België en Nederland. De twee landen hebben afspraken met elkaar gemaakt over burenhulp indien noodzakelijk. Het is onwaarschijnlijk dat dit leidt tot een grensoverschrijdende crisis. Tunnels zijn in het directe grensgebied van VRZ en de Belgische omliggende provincies niet aanwezig. Ook incidenten in tram-, metro- en ondergrondse stations komen niet voor.

De incidenttypen zoals omschreven bij dit crisistype kunnen voorkomen in de grensregio, maar hebben naar waarschijnlijkheid geen grensoverschrijdend karakter. Wel heeft COVID-19 ons geleerd dat grenzen gesloten kunnen worden om besmettingsgevaar van andere landen te voorkomen, zo ook tussen België en Nederland.

Een epidemie/grootschalige uitbraak van een infectieziekte in de grensregio laat zich niet leiden door de landsgrens en zal een

blad 43 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

2 Ziektegolf niet besmettelijke ziekte

7

Sociaalmaatschappelijke omgeving

1

2

3

Paniek in menigten

Verstoring openbare orde

EXTRA

1 Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties 1 Rel rondom demonstraties en andere manifestaties 2 Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden 3 Maatschappelijke onrust en buurtrellen 1 Dreiging terrorisme

Toelichting (evt. bronnen) grensoverschrijdend karakter kennen. Er zijn, op directieniveau, afspraken tussen de twee landen gemaakt om medische hulp op te vangen. Er is een keuze gemaakt wel een incidenttype met besmettelijke ziekte uit te werken, dit wordt gedaan onder crisistype dierziekten – besmettelijke ziekte overdraagbaar op en tussen mensen

Nee

Nee

Nee

2 Ramp op afstand

Nee

Er vinden niet met terugkerende regelmaat evenementen plaats op of direct bij de landsgrens. De gemeenschappelijke factor bij dit crisistype is de onrust bij een grote groep personen. Rond de landsgrens kan bijvoorbeeld een demonstratie plaatsvinden gerelateerd aan internationaal nucleair transport. Een dergelijk scenario met grensoverschrijdende gevolgen is echter niet waarschijnlijk. In aanvulling op de landelijke handreiking regionaal risicoprofiel is gekozen om in Zeeland het crisistype terrorisme/ernstige criminaliteit extra op te nemen in het risicoprofiel. Dit wordt ten eerste gedaan om dit crisistype onder de aandacht te brengen/ te houden in Zeeland. Ten tweede speelt mee dat, door dit soort incidenten te (be)noemen, een gedegen afweging gemaakt kan worden of het wel/ niet/ minder relevant is voor de veiligheidsregio. Er zijn momenteel geen goede indicatoren en toekomstverwachtingen te geven op regionale schaal. Omdat de verwachting is dat een dergelijk grote crisis met grensoverschrijdend karakter door de landelijke overheden zal worden opgepakt, achten we dit vooralsnog niet relevant om uit te werken voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel. Incidenten buiten de grensregio met (grote) impact op het dagelijks leven van de eigen bevolking, bijvoorbeeld een bus- of vliegtuigongeluk in het buitenland vragen multidisciplinaire inzet vanuit meerdere landen.

Omdat de verwachting is dat een dergelijk grote crisis met grensoverschrijdend karakter door de landelijke overheden zal worden opgepakt, achten we dit vooralsnog niet relevant om uit te werken voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel.

blad 44 van 55

Maatschappelijk thema

Crisistype

Incidenttype

Voorstel: opnemen?

3 Persoon verward gedrag Nee

Toelichting (evt. bronnen) Eveneens in aanvulling op de landelijke handreiking regionaal risicoprofiel is gekozen om in Zeeland het crisistype persoon verward gedrag op te nemen in het risicoprofiel. We achten het niet waarschijnlijk dat dit tot een crisis met grensoverschrijdend karakter zal leiden.

blad 45 van 55

Bijlage 2: Toelichting op verschillende impactcriteria Inleiding De in dit memo voorgestelde werkwijze sluit zo veel mogelijk aan bij de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Ter wille van de zelfstandige leesbaarheid van de nu voorliggende rapportage en de noodzaak tot enkele aanpassingen op regionaal niveau besteden we eerst aandacht aan de uitgangspunten van de nationale methode. Algemene uitgangspunten In het Programma Nationale Veiligheid wordt bij de beschrijving van de impact van de scenario's uitgegaan van vijf hoofdbelangen met daaronder één tot drie subbelangen. Vitale belangen en impactcriteria 1. Territoriale veiligheid 1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied 2. Fysieke veiligheid 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3. Economische veiligheid 3.1 Kosten 4. Ecologische veiligheid 4.1 Langdurige aantasting van het milieu en de natuur (flora en fauna) 5. Sociale en politieke stabiliteit 5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.2 Aantasting positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 Sociaal-psychologische impact 6. Veiligheid van cultureel erfgoed 6.1 Aantasting van cultureel erfgoed Figuur 1. Impactcriteria gebaseerd op de landelijke Handreiking (2009) Definitie van de criteria De definitie van de individuele impactcriteria moet eenduidig zijn.

De individuele impactcriteria worden dan voor alle potentiële incidentscenario's op dezelfde manier gemeten. Voor elk van de vijf criteria geldt dat de impact meetbaar wordt gemaakt op basis van een indeling naar vijf klassen: A – B – C – D – E. Iedere klasse wordt gekenmerkt door een brandbreedte (bijv. 4 tot 40 doden). Er is in alle gevallen naar gestreefd de verhouding tussen de opeenvolgende klassen gelijk te houden. De gehanteerde indeling sluit aan op de Handreiking. Klasse Omvang gevolg A Beperkt gevolg B Aanzienlijk gevolg C Ernstig gevolg D Zeer ernstig gevolg E Catastrofaal gevolg Figuur 2. De impactcriteria - definitie, scorematrices Op de volgende pagina’s is een verdere toelichting per impactcriterium opgenomen.

blad 46 van 55

Criterium 1.1: "Aantasting van de integriteit van het grondgebied" "Het feitelijke of functionele verlies van, danwel het buiten gebruik zijn van, delen van de regio" Onder functioneel verlies wordt vooral verstaan het verlies van het gebruik van gebouwen, woningen, infrastructuur, wegen en grond. Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: buiten oevers treden rivier, terroristische aanslag, uitbraak van dierziekten, chemische/biologische/nucleaire besmetting. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • de oppervlakte van het bedreigde of aangetaste gebied (geografische afbakening); • de tijdsduur gedurende welke het gebied wordt bedreigd of aangetast; • de bevolkingsdichtheid van het betreffende gebied. De scorematrix is opgenomen in de volgende figuur oppervlakte → wijk, dorp lokaal gemeentelijk max 4 km2 4-40 km2 40-400 km2 (<0,25% opp.) (0,25 – 2,5% opp.) (2,5-25% opp.) tijdsduur  2-6 dagen A A B 1-4 weken A B C 1 tot 6 maanden B C D ½ jaar of langer C D E Figuur 3. Scorematrix Aantasting van de integriteit van het grondgebied

regionaal >400 km2 (> 25% opp.) C D E E

Criterium 2.1/2: "Doden en gewonden incl. chronisch zieken" Doden: "Dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar" Gewonden: "Letselgevallen behorend tot categorie T1 en T2, en personen met langdurige of blijvende gezondheidsproblemen zoals ademhalingsklachten, ernstige verbrandingen of huidaandoeningen, gehoorbeschadiging, lijden aan oorlogssyndroom". Chronisch zieken: "Personen die gedurende lange periode (> 1 jaar) beperkingen ondervinden: medische zorg nodig hebben, niet of gedeeltelijk kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, belemmering ervaren in het sociale functioneren". Slachtoffers behorend tot categorie T1 of T2 hebben onmiddellijk medische hulp nodig en behandeling dient binnen 2 uur aan te vangen (T1) danwel moeten continu gemonitord worden en behandeling binnen 6 uur (T2). Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: ongeluk in chemische fabriek, grootscheepse dijkdoorbraak, terroristische aanslag, uitbraak van een epidemie, grootschalige onlusten. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • het aantal doden als gevolg van het incident; • het tijdstip van overlijden. • het aantal chronisch zieken en ernstig gewonden. De scorematrix voor doden is opgenomen in de figuur 4.

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen mensen die direct komen te overlijden (hier aangeduid als binnen 1 jaar) en mensen die uitgesteld komen te overlijden. De scorematrix voor gewonden en chronisch zieken volgt in figuur 5. aantal → 1 tijdstip  Direct overlijden A (binnen 1 jaar) Vervroegd overlijden A (van 1-20 jaar) Figuur 4. Scorematrix doden aantal → Figuur 5.

1

A Scorematrix gewonden

2-4

4-16

16-40

40-160

160-400

> 400

B

C

C hoog

D

D hoog

E

A

B

C

C hoog

D

D hoog

2-4

4-16

16-40

40-160

160-400

> 400

B

C

C hoog

D

D hoog

E

blad 47 van 55

Criterium 2.3: "Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)" "Blootstelling aan extreme weers- en klimaatomstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, drinkwater, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoeften" Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • aantal getroffenen; • tijdsduur. De scorematrix voor Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) is opgenomen in figuur 6. aantal → < 400 < 4.000 < 40.000 > 40.000 tijdsduur  2-6 dagen A B C D 1-4 weken B C D E 1 maand of langer C D E E Figuur 6. Scorematrix primaire levensbehoeften

Criterium 3.1: "Kosten" "Euro's in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten" Voorbeelden van incidenten zijn: grootschalige vluchtelingenstromen, pandemie met massale uitval arbeidskrachten, besmettelijke dierziekten (mond en klauwzeer), grootschalige uitval betalingssystemen. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • materiële schade en kosten; • gezondheidsschade en kosten; • financiële schade en kosten; • kosten van bestrijding, hulpverlening en herstel. De impact wordt gebaseerd op de totaal geleden schade in geld; de schades in de afzonderlijke categorieën 1 t/m 4 worden opgeteld. De scorematrix voor kosten is opgenomen in de volgende figuur. Kosten in € 1. 2. 3. 4.

< 2 miljoen

< 20 miljoen

<200 miljoen

<2 miljard

> 2 miljard

A

B

C

D

E

materiële schade gezondheid schade financiële schade bestrijdingskosten en herstel

Economische schade totaal Figuur 7.

Scorematrix kosten

Criterium 4.1: "Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna)" "Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreiniging van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten" Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: incidenten waarbij grote hoeveelheden (eco)toxische stoffen in het milieu vrijkomen, zoals een ongeluk in een chemische fabriek of in een kernreactor, een olieramp op de Noordzee, of een gewapend conflict met gebruik van NBC-wapens, incidenten die het gevolg zijn van klimaatverandering zoals verstoringen in het beheer van oppervlaktewater (overstromingen) en de gevolgen daarvan (zoals verzilting van de bodem), noodweer (tornado's). Aantasting van de ecologische veiligheid wordt gemeten aan de hand van de aantasting van het milieu in algemene zin. Als indicator voor het meten van de impact wordt gehanteerd: • de absolute oppervlakte van het getroffen gebied.

blad 48 van 55

oppervlakte →

Figuur 8.

wijk, dorp max 4 km2 (<0,25% opp.)

lokaal 4-40 km2 (0,25–2,5% opp.)

gemeentelijk 40-400 km2 (2,5-25% opp.)

regionaal >400 km2 (> 25% opp.)

A

B

C

D

Scorematrix milieu in algemene zin

Criterium 5.1: "Verstoring van het dagelijks leven" "De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijk verkeer wordt belemmerd" Voorbeelden van bedreigingsoorzaken zijn: aantasting van vitale infrastructuur zoals uitval van elektriciteit, massale sterfte onder bevolking door pandemie, bezetting, grootschalige onlusten, dijkdoorbraak, terroristische aanslag, grootschalige instroom van vluchtelingen. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • geen onderwijs kunnen volgen; • niet naar het werk kunnen gaan; • geen gebruik kunnen maken van maatschappelijke voorzieningen als die voor sport, cultuur of gezondheidszorg; • verminderde bereikbaarheid door blokkade van wegen en uitval van openbaar vervoer; • niet kunnen doen van noodzakelijke aankopen wegens winkelsluiting. De genoemde indicatoren worden gewaardeerd op basis van: • aantal getroffenen; • tijdsduur; • aantal indicatoren. De scorematrix voor verstoring dagelijks leven is opgenomen in de volgende figuur. aantal → < 400 < 4.000 < 40.000 getroffenen getroffenen getroffenen tijdsduur 

>40.000 getroffenen

1-2 dagen A A B C 3 dagen tot 1 week A B C D 1 week tot 1 maand B C D E 1 maand of langer C D E E Figuur 9. Scorematrix Verstoring van het dagelijks leven. Het resultaat van de impactscore wordt gecorrigeerd op basis van het aantal indicatoren dat van toepassing is: • ingeval maximaal 1 indicator van toepassing is, dan -1 (bijv. D wordt C); • ingeval tenminste 3 indicatoren van toepassing zijn, dan +1 (bijv. B wordt C).

blad 49 van 55

Criterium 5.2 "Aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur" "De aantasting van het functioneren van de landelijke overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid, en haar instituties en/of de aantasting van rechten en vrijheden en andere kernwaarden verbonden aan de Nederlandse/Belgische democratie en vastgelegd in de grondwet" Dit criterium betreft de verstoring van het wezen (d.w.z. democratische rechten en vrijheden), het karakter (de algemeen-Westerse en christelijke-joodse-humanistische kenmerken/normen/ waarden), en het functioneren (institutionele processen en beleids-, bestuurs- en uitvoeringsorganisaties) van de democratie Nederland/België. Voorbeelden van bedreigingoorzaken: verstoring van de demografische opbouw van de samenleving, verstoring van de sociale cohesie door achterstellingen, ontstaan van parallelle samenleving, aanslag op het Binnenhof, bezetting door een vreemde mogendheid, publieke haatcampagnes, oproepen tot en/of andere uitingen van antidemocratische activiteiten en/of opvattingen. In de landelijke Handreiking voor het Regionaal Risicoprofiel is de hiervoor gaande tekst vrijwel letterlijk overgenomen.

Als indicatoren voor het meten van de impact worden de volgende zes gehanteerd: • aantasting van het functioneren van de politieke vertegenwoordiging; • aantasting van het openbaar bestuur; • aantasting van het functioneren van het financiële stelsel; • aantasting van de openbare orde en veiligheid; • aantasting van vrijheden en/of rechten (godsdienst, meningsuiting, vereniging, kiesrecht, etc.) • aantasting van geaccepteerde Nederlandse/Belgische waarden en normen zoals gebruikelijk in het maatschappelijke verkeer dan wel vastgelegd in wetgeving. Aantasting van de integriteit is een vorm van aantasting van het functioneren • De klassenindeling wordt vervolgens gebaseerd op: • aantal indicatoren dat van toepassing is; • de tijdsduur; • de omvang waarmee een indicator is aangetast.

aantal indic.→ tijdsduur  Dagen Weken Maanden 1 of meer jaren

max. 1 uit 6 indicatoren

max. 2 uit 6 indicatoren

>=3 uit 6 indicatoren

A B C D

B C D E

C D E E

Aantal indicatoren Aantal indicatoren > 50% aangetast Figuur 10. Score-matrixen Aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur Het resultaat van de impactscore wordt gecorrigeerd op basis van de mate van aantasting van de indicator: indien een indicator voor meer dan 50% wordt aangetast, dan 1+ (bijv. C wordt D).

blad 50 van 55

Criterium 5.3 "Sociaal psychologische impact: woede en angst" "Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar)" Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: terroristische aanslag, politieke moord, ontvoering, gijzeling of aanslag op politieke leiders, leden van het Koninklijk Huis, dominantie van een ondemocratische politieke partij, staatsgreep, ontploffing kerncentrale, pandemie met massale sterfte. Indicatoren voor publieke angst: Aantal mensen dat: • openbare ruimten mijdt (ook het openbaar vervoer), vermijdingsgedrag vertoont (b.v. niet meer vliegen, niet meer uit huis durft), niet meer gaan werken, kinderen thuis houdt; • vluchtgedrag vertoont; • afwijkend koopgedrag vertoont (hamsteren, plunderen als wanhoopsdaad); • zijn geld van de bank haalt of andere afwijkende financiële handelingen verricht; • gestigmatiseerd wordt (daders, slachtoffers); • onverstandige besluiten neemt t.a.v. de eigen gezondheid (overmatig risicogedrag m.b.t. gebruik alcohol, drugs, roken e.d).

Indicatoren voor publieke woede: • Aantal mensen dat: • zich mobiliseert/protesteert tegen zondebok: de overheid; • zich mobiliseert/protesteert tegen zondebok: persoon, organisatie of onderneming; • meedoet aan rellen, vernielingen; • uitingen van onvrede via de media doet. De klassenindeling wordt bepaald door het aantal betrokkenen en naar de tijdsduur van de betrokkenheid en is aangegeven in de volgende tabel. De belangrijkste indicator (hoogste impact) voor respectievelijk angst en woede is afzonderlijk bepalend voor de score. aantal tijdsduur 1 tot 2 dagen 3 dagen tot 1 week 1 tot 4 weken 1 maand of langer

Figuur 11.

< 40 inwoners A A B C

< 400 inwoners A B C D

< 4.000 inwoners B C D E

> 4.000 inwoners C D E E

Scorematrix Sociaal psychologische impact: woede en angst.

blad 51 van 55

Criterium 6.1 "Aantasting cultureel erfgoed" "De beschadiging, vernietiging of verdwijning van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden in het heden die de samenleving om redenen van o.a. collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren" Het betreft materiële (zichtbare en tastbare) sporen die een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen en vaak al een beschermde status genieten. Hieronder vallen voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten (d.w.z. panden en complexen van bedrijf en techniek, religie, bewoning, bestuur en beheer, e.d.), herdenkingstekens, straatmeubilair, stads- en dorpsgezichten, landschappen (d.w.z. begrensde grondoppervlakten). Hoewel veelal verbonden aan materiële sporen worden immateriële sporen zoals verhalen, gewoonten en gebruiken, uitingen van folklore niet in het criterium meegenomen. Deze elementen van cultureel erfgoed zijn aan mensen verbonden en aantasting van mensen en hun functioneren komt in andere criteria al tot uiting. De vastlegging ervan valt echter onder materiële sporen (bijv. archieven). N.B. Waardering van de financiële schade (bijv. beveiligings- en herstelkosten, waardevermindering in financiële termen) geschiedt onder criterium 3.1.

Met criterium 6.1 wordt het zuivere feit van de aantasting (beschadiging, vernietiging of verdwijning) beschouwd. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: • er is sprake van uniciteit, d.w.z. het object is de enige of één van de weinige overgebleven representant(en) van een soort of type; • er is sprake van aantasting van de identiteit, d.w.z. de betekenis en gevoel van eigenwaarde die de samenleving of een gemeenschap ontleent aan het object; • er is sprake van aantasting van de harmonie en/of waarde en/of samenhang van een groter geheel door de aantasting van het object als deel van dat geheel; • er zijn beperkte mogelijkheden tot restauratie; • het betreft bronmateriaal, d.w.z. het verklarende en/of inspirerende begin of uitgangspunt voor een stroming, school, cultureel begrensde groep, e.d. aantal indic. →

Figuur 12.

max. 1 indicator

max. 2 indicatoren

max. 3 indicatoren

4 of meer indicat.

A

B

C

D

Scorematrix aantasting cultureel erfgoed

Het resultaat van de impactscore wordt gecorrigeerd op basis van de mate van aantasting van een indicator. Daarbij kan de verzekerde waarde medebepalend zijn, hoewel deze niet altijd is of kan worden vastgesteld. Ook bepalend kan de omvang van de toeristische en/of wetenschappelijke interesse zijn, of een opneming in de officiële lijst van monumenten of werelderfgoed. Deze aspecten worden echter in feite bepaald door één of meer van de genoemde indicatoren. Indien minstens één indicator voor meer dan 50% wordt aangetast, dan +1 (bijv. C wordt D).

blad 52 van 55

Waarschijnlijkheid De term waarschijnlijkheid wordt gedefinieerd als "de kans dat een scenario binnen de komende tien jaar zal plaatsvinden". Voor het bepalen van de waarschijnlijkheid wordt een indeling in vijf klassen gehanteerd (klassen A t/m E). De indeling is overeenkomstig de gekozen principes voor de impactbepaling. Klasse A representeert een incidentscenario dat als zeer onwaarschijnlijk wordt gekwalificeerd, klasse E representeert een incidentscenario dat als zeer waarschijnlijk wordt gekwalificeerd. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt primair bepaald door de oorzaak. Het is om deze reden belangrijk dat het incidentscenario een goede beschrijving geeft van de oorzaak. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt secundair bepaald door het gevolg (impact) van het incidentscenario. Bijvoorbeeld een explosie met 100 doden heeft een lagere waarschijnlijkheid dan een explosie zonder doden. Voor alle incidentscenario's geldt, dat bij het bepalen van de waarschijnlijkheid in meer of mindere mate gebruikgemaakt zal worden van onvolledige gegevens/informatie.

Dit betekent dat afhankelijk van het soort incident gebruikgemaakt wordt van één of meerdere van de onderstaande informatiebronnen: • historische (analoge) gebeurtenissen, casuïstiek; • statistiek, zo nodig in combinatie met probabilistische modelberekeningen; • faalgegevens in combinatie met netwerkanalyses/beslisbomen; • strategieën en actoranalyses; • expertmeningen. Indeling in waarschijnlijkheidsklassen Voor het inschatten van de waarschijnlijkheid geldt de volgende verdeling in hoofdklassen (tabel 3.3). Tabel 3.3:

Klasse-indeling waarschijnlijkheid

Klasse

% waarschijnlijkheid

Kwalitatieve omschrijving

A B C D E

< 0,05 0,05 – 0,5 0,5 – 5 5 – 50 50 - 100

zeer onwaarschijnlijk onwaarschijnlijk mogelijk waarschijnlijk zeer waarschijnlijk

De gekozen schaalindeling is bepaald door twee factoren: • De incidentscenario's zullen voor het merendeel clusteren in het lagere gedeelte van de waarschijnlijkheidsschaal. om nog onderscheid te realiseren tussen deze 'lage kans' gebeurtenissen wordt een logaritmische schaal gebruikt met als gevolg dat dit deel van de schaal wordt 'uitgerekt'. de absolute afstand bij de overgang van klasse A naar B naar C naar E neemt steeds met een factor 10 toe. • Het verschil tussen de klassen (op basis van een factor 10) geeft ook een mate van robuustheid met betrekking tot de kansschatting die recht doet aan de onnauwkeurigheid van de kansschatting. in slechts een beperkt aantal van de scenario's zal gebruik gemaakt kunnen worden van betrouwbare statistische gegevens. Men zal in vele gevallen gebruik moeten maken van onvolledige gegevens gecombineerd met expertmeningen.

blad 53 van 55

datum 11 mei 2023 projectnummer 0471689.100 betreft Grensoverschrijdend risicoprofiel

Bijlage 3: Leden (brede) projectgroep Kerngroep Arno timmerman VRZ (projectleiding) Patrick Simpelaar VRZ Marcel Matthijsse VRZ Anne Martens West-Vlaanderen Elke Allaert Oost-Vlaanderen Gerd van Cauwenberghe Antwerpen Evi Devis Antwerpen Monique Berrevoets-Steenbakker Antea Group Amanda Jansen Antea Group Brede projectgroep Alle leden kerngroep David Kaljouw Wendy de Kam De heer Neve Ismay de Ridder Willem Pentury Han Clarijs Peter van Beek Colin van Winkelen Marcel Matthijsse Henk Dalfsen Niek Lucas Nele Desplenter Bastiaan Ruijs Joachim Hertog Celine de Meulemeester Inge de Jongh Gert van Passel

Zie bovenstaand (Elke niet aanwezig op 17 oktober) VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ VRZ West-Vlaanderen West-Vlaanderen West-Vlaanderen Antwerpen Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen

blad 54 van 55

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout T. +31 (0) 570 663 969 E. monique.berrevoets@anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13375768/1