2023-41c D23.292347 Bijlage 2 - Grensoverschrijdend risicop Bijlage 2 - Grensoverschrijdend risicoprofiel
Tekst van het document
Grensoverschrijdend risicoprofiel Zeeland, West-Vlaanderen, OostVlaanderen, Antwerpen
projectnummer 0471689.100 definitief revisie 1 11 mei 2023
www.anteagroup.nl
Grensoverschrijdend risicoprofiel Zeeland, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen projectnummer 0471689.100 definitief revisie 1 11 mei 2023
Auteurs Adviesgroep SAVE
Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zeeland Postbus 8016 4330 EA MIDDELBURG
Colofon Projectgroep Monique Berrevoets-Steenbakker Amanda Jansen Met tekstbijdragen van de kernprojectgroep: Arno timmerman VRZ (projectleiding) Patrick Simpelaar VRZ Marcel Matthijse VRZ Anne Martens West-Vlaanderen Elke Allaert Oost-Vlaanderen Gerd van Cauwenberghe Antwerpen Evi Devis Antwerpen
datum 11 mei 2023
beschrijving Definitief
vrijgave M. Berrevoets
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Wat is een risicoprofiel? Doel van het risicoprofiel Uitvoering project Leeswijzer
5 5 6 6
2.
Ligging en typering van de regio
7
2.1
Gebiedskenmerken
7
3.
Proces
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5
Processchema 'Handreiking Regionaal Risicoprofiel' Risico-inventarisatie Risicobeeld en risicoduiding Risicoanalyse Impact Waarschijnlijkheid Risicoprofiel
13 13 14 14 14 16 16
4.
Resultaten per processtap
17
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2
Risico-inventarisatie Risicobeeld en risicoduiding Thema’s, crisistypen en incidenttypen Overzicht crisistypen en scenario’s Risicoanalyse Risicobeeld Maatschappelijk thema 1: Natuurlijke omgeving Maatschappelijk thema 3: Technologische omgeving Risicobeoordeling Risicodiagram Impact per scenario
17 17 17 17 18 18 18 26 33 33 34
5.
Aanbevelingen
35
Bijlage 1: Risicobeeld
36
Bijlage 2: Toelichting op verschillende impactcriteria
46
Bijlage 3: Leden (brede) projectgroep
54
Samenvatting In opdracht van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) is een grensoverschrijdend risicoprofiel voor de grensregio opgesteld. Dit betreft provincie Zeeland in Nederland en de aangrenzende Belgische provincies (WestVlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Het risicoprofiel heeft als doel om inzicht te verkrijgen in de aanwezige risico’s met een grensoverschrijdend karakter, de bestuurders in staat te stellen hieraan gerelateerde besluiten gerichter te laten nemen, de basis voor risicocommunicatie naar de burger te verbeteren en het onderling uitwisselen van kennis over processen en werkwijzen te faciliteren. De leden van de multidisciplinaire projectgroep hebben in gezamenlijkheid een selectie gemaakt van relevante crisis- en incidenttypen voor de grensregio. Uitgangspunten hierbij zijn dat er sprake moet zijn van ten eerste een duidelijk bron- en effectgebied in de grensregio en ten tweede een aantasting van de fysieke veiligheid. Voor elk geselecteerde crisistype is vervolgens een grensoverschrijdend scenario uitgewerkt. Hierbij is gelet op een goede spreiding over de maatschappelijke thema’s en het verkrijgen van een goed en volledig beeld van de aanwezige risico’s. Dit heeft geresulteerd in vijf diverse scenario’s.
1) Overstroming als gevolg van een dijkbreuk, 2) Storm- en windhozen veroorzaken een incident op zee, 3) Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens), 4) Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen – binnenwater en 5) Kernincident. Vervolgens zijn in de risicoanalyse deze scenario’s uitgewerkt met de projectgroep door een inschatting te maken van de impact en waarschijnlijkheid per scenario. In het risicodiagram (onderstaande figuur 1.1) zijn de scenario's op een onderling vergelijkbare wijze afgebeeld. De scenario's met de grootste impact en waarschijnlijkheid staan rechtsboven in de figuur. Een kleine waarschijnlijkheid en impact leidt tot een plaats linksonder in het diagram.
Figuur 1.1: Risicodiagram (het risicodiagram kan niet los worden gezien van de scenariobeschrijvingen) Het mag duidelijk zijn dat het risicodiagram alleen niet de basis kan en mag zijn voor het strategisch beleid van een regio. Het risicodiagram biedt een goede indicatie voor het risicobeeld van de grensregio, maar is sterk afhankelijk van de omschrijving van het scenario.
blad 4 van 55
1.
Inleiding In dit hoofdstuk worden aanleiding en achtergrond van het grensoverschrijdend risicoprofiel behandeld.
1.1
Wat is een risicoprofiel? Een grensoverschrijdend risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een regio aanwezige grensoverschrijdende risico's. In Nederland bestaat de wettelijke verplichting voor een veiligheidsregio om te beschikken over een regionaal risicoprofiel. Het bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland heeft aangegeven dat zij graag een grensoverschrijdend risicoprofiel wenst voor het grensgebied Zeeland-België. Dit betreft de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de aangrenzende Belgische provincies (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Voor dit grensoverschrijdende risicoprofiel is de opzet van een regionaal risicoprofiel conform de in Nederland voorgeschreven werkwijze als methode gekozen. De risico-inventarisatie omvat een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich daardoor kunnen voordoen met een impact in de grensregio. In de risicoanalyse worden de geïnventariseerde gegevens nader beoordeeld, vergeleken en geïnterpreteerd binnen de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de aangrenzende Belgische provincies (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen).
Op basis van de conclusies uit het grensoverschrijdend risicoprofiel kunnen de besturen van VRZ en de aangrenzende Belgische provincies strategische beleidskeuzes maken over de ambities voor de risico- en crisisbeheersing en de inspanningen voor onderlinge afstemming en verdere samenwerking. Dit heeft primair betrekking op de vaste diensten, maar ook zullen in het kader van multidisciplinaire taken afspraken gemaakt kunnen worden met overige partners waaronder defensie (België en Nederland), waterschappen (België en Nederland), civiele bescherming (België) en beheerders van vitale infrastructuur (België en Nederland).
1.2
Doel van het risicoprofiel Een complexe samenleving als de West-Europese moet adequaat kunnen inspringen op vele soorten veiligheidsrisico's. Ordeverstoringen, overstromingen en treinongevallen, maar bijvoorbeeld ook infectieziekten en uitval van nutsvoorzieningen vormen een continue bedreiging van de vitale belangen in de samenleving. Om deze bedreigingen het hoofd te bieden moeten overheidsinstanties, bedrijfsleven en de burger nauw samenwerken. Elke regio herbergt specifieke risico's waarvoor gericht beleid van de overheid en haar partners nodig kan zijn. Het risicoprofiel is bedoeld om het (strategisch) beleid van een regio te relateren aan de daadwerkelijke aanwezige risico's. Het doel van het risicoprofiel is: 1. inzicht krijgen in de aanwezige risico's; 2. de besturen van de regio in staat stellen afgewogen keuzes te maken over het voorkomen en beperken van deze risico's; 3. de besturen van de regio in staat stellen afgewogen keuzes te maken over de operationele prestaties van de crisisbeheersingsorganisatie ten opzichte van de risico's; 4. de basis voor risicocommunicatie naar de burger over de specifieke risico's en handelingsperspectieven om de zelfredzaamheid van de burgers te vergroten; 5. het uitwisselen van kennis over elkaars processen en werkwijzen.
Het bestuur van VRZ en de vertegenwoordigers van Belgische provincies, zullen de bevindingen uit het grensoverschrijdend risicoprofiel betrekken bij hun toekomstige beleidsvorming.
blad 5 van 55
1.3
Uitvoering project Het grensoverschrijdend risicoprofiel is opgesteld in opdracht van de Veiligheidsregio Zeeland. Het risicoprofiel is opgesteld met betrokkenheid van een multidisciplinaire projectgroep. Een overzicht van de deelnemers is opgenomen in bijlage 3. Antea Group/SAVE heeft in het project een bijdrage geleverd door als discussieleider en penvoerder op te treden. In een aantal overlegmomenten is het grensoverschrijdend risicoprofiel vervolgens in gezamenlijk overleg tot stand gekomen.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding, achtergrond en betrokken partijen beschreven. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ligging en typering van de regio. In hoofdstuk 3 staat de gevolgde methode centraal. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten per processtap weergegeven. Deze stappen leiden tot een risicodiagram, waarin impact en waarschijnlijkheid van de relevante scenario's op een onderling vergelijkbare wijze zijn weergegeven. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 aanbevelingen beschreven.
blad 6 van 55
2.
Ligging en typering van de regio
2.1
Gebiedskenmerken Voor de risico-inventarisatie wordt een gebied van 15 km vanaf de betreffende regio- en landsgrenzen gehanteerd (figuur 2.1). Deze reikwijdte is conform het Verdrag van Helsinki1. De gemeenten in de grensregio die zich in deze 15-kilometerzone bevinden staan in onderstaande tabel (tabel 2.1). Dit zijn niet alleen de grensgemeenten. Voor het afbakenen van de grensregio zijn gemakshalve de gemeentegrenzen gebruikt (aan land), hoewel in werkelijkheid soms slechts een deel van de gemeenten in de 15 km-zone ligt. Hierbij zijn de gemeente Borssele en Vlissingen achterwege gelaten omdat slechts een heel klein deel van deze gemeenten in de 15 km-zone ligt en er een groot water (de Westerschelde) tussen zit. Tabel 2.1. Overzicht van grensgemeenten en overige gemeenten die binnen de 15-km zone liggen. België – Provincie Antwerpen, West-Vlaanderen, OostVlaanderen
Nederland - VRZ Grensgemeenten
Overige gemeenten in zone
Grensgemeenten
Overige gemeenten in zone
Sluis
Knokke-Heist
Blankenberge
Terneuzen
Damme
Zuienkerke
Hulst
Maldegem
Brugge
Reimerswaal
Sint-Laureins
Oostkamp
Assenede
Beernem
Zelzate
Aalter
Moerbeke
Eelko
Wachtbeke
Kaprijke
Stekene
Lievegem
Sint-Gillis-Waas
Evergem
Beveren
Gent
Antwerpen
Destelbergen Lochristi Laarne Lokeren Berlare Zele Sint-Niklaas Waasmunster Hamme Temse Kruibeke Zwijndrecht
1
Het Verdrag van Helsinki heeft als doel het beschermen van de mens en het milieu tegen industriële ongevallen die grensoverschrijdende gevolgen kunnen hebben en het bevorderen van actieve internationale samenwerking tussen de verdragspartijen bij het voorkomen en de bestrijding van dergelijke ongevallen. Op 6 april 2006 is het Verdrag door België bekrachtigd, en vervolgens is het op 26 juli 2006 door Nederland bekrachtigd.
blad 7 van 55
De grensegio kent een divers karakter met zowel stedelijke, industriële als landelijke gebieden. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de gebiedskenmerken verder gespecificeerd.
Figuur 2.1. Overzichtskaart grensoverschrijdende regio Grensoverschrijdende natuurgebieden In het grensgebied bevinden zich een aantal natuurgebieden die een minimale (aaneengesloten) grootte hebben van 100 hectare, namelijk het Axelse bos en het waterwingebied Sint Jansteen In Nederland. Deze laatste is grensoverschrijdend. De volgende natuurgebieden (bossen) bevinden zich in de grensregio in Oost-Vlaanderen: Kloosterbos in Wachtebeke, Heidebos in Moerbeke – Wachtebeke en het Stropersbos in Sint-Gillis-Waas. Op de grens tussen Nederland en België ligt ook nog het Zwingebied. Grensoverschrijdend transport over (snel)wegen Er bevinden zich geen Rijkssnelwegen in het grensoverschrijdende gebied. Wel zijn er een aantal drukke provinciale (en gemeentelijke wegen) – Terneuzen – Kapellebrug N290 (NL) – N403 (BE) – Heinekenszand – Zelzate N62 (NL) – N423 (BE) – Terneuzen – Zelzate (via Sas van Gent) N252 (NL) – N474 (BE) – Draaiburg – Maldegem N251 (NL) – N410 (BE) – Schoondijke-Knokke-Heist N253 (NL) – N376 (BE) Desondanks dat de Scheldelaan geen rechtstreekse verbinding vormt tussen Zeeland en de Belgische provincies, wordt hier wel een mogelijk risico gevormd gezien de verkeersimpact als gevolg van een ongeval op de weg.
Grensoverschrijdend transport over het water De Westerschelde, het kanaal Gent-Terneuzen en het Schelde Rijn-kanaal zijn vaarroutes voor het transport van gevaarlijke stoffen die zowel door Vlaanderen als Nederland lopen.
blad 8 van 55
Figuur 2.2. Overzichtskaart vaarroutes in de grensregio
blad 9 van 55
Grensoverschrijdend transport over spoorwegen Het spoortraject tussen Nederland en België binnen de 4 grensregio’s betreft uitsluitend een goederentraject, te weten de spoorlijn tussen Terneuzen – Sluiskil - Sas van Gent – Gent (Be). Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
Figuur 2.3. Overzichtskaart spoorlijn in de grensregio Grensoverschrijdend transport door buisleidingen Door het grensgebied lopen verschillende buisleidingen. Een deel hiervan is onderdeel van de buisleidingenstraat. Dit is een tracé van 73 km dat de industriecomplexen van Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen en Antwerpen met elkaar verbindt.2 Met circa 1.400 kilometer aan leidingen en zo'n 5.000 kilometer aan kabels, is de leidingenstraat verantwoordelijk voor een groot deel van het ondergronds transport in Nederland. Ruim één derde van de jaarlijkse import vanuit Rotterdam vindt haar weg door de straat. De leidingenstraat vervoert allerlei typen vloeistoffen, water en gassen. Denk hierbij aan oliën, koolwaterstoffen, chemische halffabricaten, industriële gassen, aardgas en industriewater. Daarnaast lopen verschillende vormen van datatransport via de straat. Industrie In de provincies Antwerpen (BE) en Oost-Vlaanderen (BE) en in het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen (NL) bevinden zich gebieden met een hoge concentratie Seveso-bedrijven. Dit zijn inrichtingen met een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen. In West-Vlaanderen bevindt zich een LNG-terminal op 9,8 kilometer van de grens.
Voor de risico’s vanuit de industrie wordt conform de systematiek van het regionaal risicoprofiel gekeken naar een crisis als gevolg van een acuut incident waarbij gevaarlijke stoffen zijn vrijkomen. Dat wil zeggen dat er geen scenario’s worden uitgewerkt waarbij sprake is van een geconstateerde aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in het milieu als gevolg van een langdurige uitstoot van gevaarlijke stoffen bij een reguliere 2
Bron: LSNed
blad 10 van 55
procesvoering bij bedrijven. We noemen als voorbeeld de in het grensgebied Zeeland-België de geconstateerde PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) stoffen. Alhoewel dit als crisis kan worden gekenmerkt met een grensoverschrijdend effect, betreft het geen acuut scenario waarbij van de hulpdiensten in het grensgebied een acute inzet wordt verwacht.
Figuur 2.4. Seveso bedrijven in en rond Zeeland binnen de 15 km contour (Verdrag van Helsinki, bron Risicoprofiel VRZ).
blad 11 van 55
Figuur 2.5. Invloedsgebieden Seveso bedrijven Zeeland en Consultatiegebieden3 Sevesobedrijven België. Tevens hebben de grensregio’s onderling tabellen uitgewisseld, met daarin de contouren van de risicobedrijven. Deze informatie wordt niet opgenomen in de bijlage, want bevat bedrijfsgevoelige informatie. Kerncentrales Nabij de grensregio (<10 kilometer) ligt de kerncentrale van Doel (KCD). Dit is een Belgische kerncentrale met vier drukwaterreactoren. De kerncentrale is gelegen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, aan de Schelde, nabij Doel en is eigendom van het energiebedrijf Electrabel. Een andere kerncentrale bevindt zich in Borssele, welke is gelegen nabij de Westerschelde in de provincie Zeeland (Nederland)
3
De contouren van de consultatiegebieden in de Belgische provincies zijn van de bron GEO-punt (https://www.geopunt.be/). Daarbij geeft men de volgende omschrijving van een consultatiegebied: “Sevesoinrichtingen zijn inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun bedrijfsterrein die vallen onder het toepassingsgebied van de Seveso-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De consultatiezones geven de maximale afstanden weer tot waar de effecten van de Seveso-inrichtingen reiken en waarbinnen (ontwikkelingen in) de omgeving ook een impact kunnen hebben op de Seveso-inrichtingen. Concreet is dit de zone vanaf de grens van de Seveso-inrichting waarbinnen plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen ter advies aan het Team Externe Veiligheid moeten voorgelegd worden.”
blad 12 van 55
3.
Proces In dit hoofdstuk worden de verschillende processtappen benoemd die zijn gemaakt bij de ontwikkeling van het grensoverschrijdend risicoprofiel. Hierbij is de ‘Handreiking Regionaal Risicoprofiel’ een belangrijke leidraad geweest. De resultaten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
3.1
Processchema 'Handreiking Regionaal Risicoprofiel' Als leidraad voor het ontwikkelen van het grensoverschrijdende risicoprofiel is de Nederlandse Handreiking Regionaal Risicoprofiel gehanteerd. Deze richtlijn omschrijft een aantal processtappen. Deze processtappen zijn weergegeven in figuur 3.1. Daar waar relevant is door de werkgroep de methodiek passend gemaakt voor het grensoverschrijdende risicoprofiel. Voor het grensoverschrijdende risicoprofiel zijn de roodomrande processtappen gevolgd. De processtappen zijn door middel van een aantal bijeenkomsten doorlopen met de projectgroep grensoverschrijdend risicoprofiel. De processtappen komen in dit hoofdstuk kort aan de orde.
Figuur 3.1. Processtappen Regionaal Risicoprofiel volgens de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Rood omrand zijn de gevolgde stappen t.b.v. het grensoverschrijdende risicoprofiel.
3.2
Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de maatschappelijke thema’s die zijn benoemd in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel: 1. Natuurlijke omgeving 2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen 5. Verkeer en vervoer 6. Gezondheid 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving
blad 13 van 55
De volgende criteria zijn gebruikt om te komen tot de geselecteerde crisistypen in het rapport: er is duidelijk sprake van een bron- en effectgebied binnen de beschreven grensregio en er is sprake van aantasting van de fysieke veiligheid. Deze maatschappelijke thema's zijn verder uitgewerkt in crisistypen en incidenttypen. Hierbij zijn de risicovolle situaties van binnen en buiten de grensregio beschouwd.
3.3
Risicobeeld en risicoduiding Als resultaat van de risico-inventarisatie is een selectie ontstaan met crisistypen/ incidenttypen die relevant zijn voor de grensregio en verder uitgewerkt moeten worden (zie 4.3). Op basis van aanvullende informatie is een risicobeeld opgesteld. In dit risicobeeld wordt de context van de risico's uitgewerkt. Zodoende kan er beter worden beoordeeld in welke mate de risico's bepalend zijn in het risicoprofiel. Het risicobeeld vormt samen met de risico-inventarisatie de basis voor de risicoanalyse. Bijlage 1 bevat het definitieve risicobeeld.
3.4
Risicoanalyse Scenario’s Alle risico's uit de inventarisatie en het risicobeeld worden uitgewerkt in realistische scenario's. In deze scenario's wordt een beeld geschetst van een aantal effecten (zoals aantal doden/gewonden, schade aan economie, ecologie) met bijbehorende waarschijnlijkheid van een dergelijke ramp of crisis.
3.4.1
Impact De scenario’s worden vervolgens in de projectgroep beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid per tien jaar. De impactcriteria die zijn beoordeeld staan opgesomd in tabel 3.1 en worden gescoord in een bereik van Beperkt gevolg (A) tot Catastrofaal gevolg (E). De waarschijnlijkheid van de in deze risicoprofiel omschreven scenario’s wordt gescoord in een bereik van Zeer onwaarschijnlijk (A, kans <0,05%) tot zeer waarschijnlijk (E, kans 50-100%). Tabel 3.1. Opsomming van getoetste impactcriteria Vitale belangen
Impactcriteria
1.Territoriale veiligheid 2. Fysieke veiligheid
1.1 2.1 2.2 2.3 3.1 4.1
3. Economische veiligheid 4. Ecologische veiligheid 5. Sociale en politieke stabiliteit
5.1 5.2 5.3
Aantasting van de integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring van het dagelijks leven Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Sociaalpsychologisch impact
Op basis van deze beoordeling wordt een risicodiagram opgesteld. Dit risicodiagram is vooral een indicatief overzicht van de relevante dreigingen (uitgewerkt tot scenario's), op een onderling vergelijkbare wijze. Het risicodiagram moet echter altijd bezien worden tegen het licht van de scenariokeuzes en is onlosmakelijk verbonden met de totale rapportage. De definitie van de individuele impactcriteria moet eenduidig zijn. De individuele impactcriteria worden dan voor alle potentiële incidentscenario's op dezelfde manier gemeten. Voor elk van de vijf criteria geldt dat de impact meetbaar wordt gemaakt op basis van een indeling naar vijf klassen: A – B – C – D – E (tabel 3.2).
blad 14 van 55
Tabel 3.2.
Klasse-indeling toetsing impactcriteria
Klasse A B C D E
Omvang gevolg Beperkt gevolg Aanzienlijk gevolg Ernstig gevolg Zeer ernstig gevolg Catastrofaal gevolg
Iedere klasse wordt gekenmerkt door een brandbreedte (bijv. 4 tot 40 doden). Er is in alle gevallen naar gestreefd de verhouding tussen de opeenvolgende klassen gelijk te houden. De gehanteerde indeling sluit aan op de Handreiking. Hieronder zullen nu de criteria kort worden beschreven. In bijlage 2 "Impactcriteria" kunt u een uitgebreidere uitleg van de criteria vinden. Criterium 1.1: "Aantasting van de integriteit van het grondgebied" "Het feitelijke of functionele verlies van, dan wel het buiten gebruik zijn van delen van de regio." Onder functioneel verlies wordt vooral verstaan het verlies van het gebruik van gebouwen, woningen, infrastructuur, wegen en grond. Voorbeelden van bedreigingoorzaken zijn: buiten oevers treden rivier, terroristische aanslag, uitbraak van dierziekten, chemische/biologische/nucleaire besmetting. Criterium 2.1/2: "Doden en gewonden incl.
chronisch zieken" Doden: "Dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar." Gewonden: "Letselgevallen behorend tot categorie T1 en T2, en personen met langdurige of blijvende gezondheidsproblemen zoals ademhalingsklachten, ernstige verbrandingen of huidaandoeningen, gehoorbeschadiging, lijden aan oorlogssyndroom." Chronisch zieken: "Personen die gedurende lange periode (> 1 jaar) beperkingen ondervinden: medische zorg nodig hebben, niet of gedeeltelijk kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, belemmering ervaren in het sociale functioneren." Criterium 2.3: "Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)" "Blootstelling aan extreme weers- en klimaatomstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, drinkwater, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoeften." Criterium 3.1: "Kosten" "Euro's in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten." Criterium 4.1: "Langdurige aantasting van het milieu en natuur (flora en fauna)" "Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreiniging van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten." Criterium 5.1: "Verstoring van het
dagelijks leven" "De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijk verkeer wordt belemmerd". Criterium 5.2 "Aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur" "De aantasting van het functioneren van de Belgische en Nederlandse overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid." Criterium 5.3 "Sociaal psychologische impact: woede en angst" "Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media-aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar)."
blad 15 van 55
3.4.2
Waarschijnlijkheid De term waarschijnlijkheid wordt gedefinieerd als "de kans dat een scenario binnen de komende vier jaar zal plaatsvinden". Optioneel kan echter voor bepaalde onderwerpen ook een andere tijdshorizon worden bekeken. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt primair bepaald door de oorzaak. Het is om deze reden belangrijk dat het incidentscenario een goede beschrijving geeft van de oorzaak. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt secundair bepaald door het gevolg (impact) van het incidentscenario. Bijvoorbeeld een explosie met 100 doden heeft een lagere waarschijnlijkheid dan een explosie zonder doden.
3.5
Risicoprofiel Alle uitgewerkte scenario's met daarin de impact en waarschijnlijkheid vormen het grensoverschrijdend risicoprofiel. In dit rapport zijn de risico's met de impact en waarschijnlijkheid uitgewerkt in een matrix, zodat in één oogopslag indicatief duidelijk wordt welke maatgevende scenario’s in de grensregio voorkomen en hoe groot het risico hiervan is.
blad 16 van 55
4.
Resultaten per processtap
4.1
Risico-inventarisatie In de eerste inventarisatie is met behulp van de leden van de projectgroep een selectie gemaakt van crisistypen die voor de grensoverschrijdende regio relevant zijn (zie tabel 4.1). Hierbij is gekeken naar een duidelijk bronen effectgebied in de grensregio. Daarnaast moet er sprake zijn van aantasting van de fysieke veiligheid én is voor de bestrijding de inzet van beide grensregio’s nodig. In het risicobeeld (Bijlage 1) is een overzicht opgenomen van alle beschouwde crisistypen en incidenttypen en is met motivatie aangegeven welke wel en welke niet relevant bleken voor het grensoverschrijdende risicoprofiel. In tabel 4.1 (paragraaf 4.2.2) is een opsomming te zien van de geselecteerde crisistypen en de uitgewerkte scenario’s.
4.2
Risicobeeld en risicoduiding In het risicobeeld komt de vraag naar voren welke soorten branden, rampen en crisis zich binnen de grensregio (en de omliggende gebieden) kunnen voordoen. Samen met de risico-inventarisatie vormt dit risicobeeld de basis voor de keuze van incidentscenario's. In tabel 4.1 (paragraaf 4.2.2) zijn de voor de grensregio relevant geachte crisistypen en incidenttypen weergegeven. Op basis van deze crisistypen en de aanverwante incidenttypen zijn (incident)scenario's opgesteld.
4.2.1
Thema’s, crisistypen en incidenttypen Een scenario wordt gedefinieerd als een mogelijk verloop van een incident, of - meer precies - een verwacht karakteristiek verloop van een incidenttype vanaf de basisoorzaken tot en met de einduitkomst. Bij de scenariokeuze is gelet op een goede spreiding over de maatschappelijke thema's en de crisistypen, en het verkrijgen van een goed en volledig beeld van de grensoverschrijdende risico’s. Dit met als hoger doel dat alle soorten impacts en daarmee alle soorten capaciteiten aan bod komen en er dus geen witte vlekken (hiaten) ontstaan. Het reële gehalte van het scenario, statistische onderbouwing (voor zover beschikbaar) en reeds bestaande aandacht voor een scenario zijn hierbij betrokken.
4.2.2
Overzicht crisistypen en scenario’s In onderstaande tabel (tabel 4.1) zijn de in het gezamenlijk overleg geselecteerde crisistypen en scenario's weergegeven. Tabel 4.1. Selectie van relevante crisistypen per maatschappelijk thema met daarbij nader uitgewerkte scenario's Maatschappelijk thema 1. Natuurlijke omgeving
3. Technologische omgeving
Crisistypen en Scenario's 1.1 Overstromingen • Scenario Overstroming a.g.v. dijkbreuk 1.3 Zeer extreem weer • Scenario Zeer extreem weer 1.6 Dierziekten • Scenario Ziektegolf door besmettelijke ziekte (dier op mens) 3.1 Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht • Scenario Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen 3.2 Incidenten met giftige stof in open lucht • Samengevoegd met scenario 3.1
blad 17 van 55
Maatschappelijk thema
6. Gezondheid
Crisistypen en Scenario's 3.3 Kernincidenten • Scenario Verspreiding radioactieve stoffen 6.2 Ziektegolf • Samengevoegd met scenario 1.6
De keuze voor deze scenario's betekent niet dat andere verschijningsvormen niet op kunnen treden of relevant kunnen zijn voor de grensoverschrijdende regio. Op basis van de inventarisatie is bepaald welke risico´s in de grensregio aanwezig zijn met een grensoverschrijdend karakter en die kunnen leiden tot een crisis in het grensgebied. Voor deze risico´s zijn scenario´s uitgewerkt. Voor enkele scenario’s is uitgegaan van ergst denkbare scenario’s en de gevolgen voor de grensregio. Tevens is ervoor gekozen om de scenario’s generiek en vanuit de gevolgen te benaderen. De gevolgen dienen bestreden te worden, de aanleiding of oorzaak is voor de bestrijding minder relevant. Een voorbeeld is de impact bij zeer extreem weer (storm en windhozen, regengolf, hittegolf, koudegolf en droogte). Dit betekent echter niet dat de overige denkbare scenario's nooit aan bod zullen komen.
4.3
Risicoanalyse In de risicoanalyse zijn vervolgens de in tabel 4.1 vermelde scenario's uitgewerkt op basis van het risicobeeld en de risicoduiding. Op basis van de opgestelde scenario’s heeft de projectgroep impact en waarschijnlijkheid per omschreven scenario ingeschat. Deze inschatting is per scenario weergegeven in het risicobeeld en vormt de basis voor het risicodiagram (§ 4.4.1).
4.3.1
Risicobeeld Het risicobeeld voor het grondgebied van de grensregio vormt het uitgangspunt voor de risico-inventarisatie. In het risicobeeld zijn een 3-tal maatschappelijke thema’s als relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel bevonden. In deze risico-inventarisatie worden per maatschappelijk thema de verschillende relevante crisistypen nader uitgewerkt aan de hand van scenario’s. De crisistypen zijn hierbij gesorteerd op basis van de drie maatschappelijke thema’s. Het maatschappelijke thema “Gezondheid” is hierbij geïntegreerd in het maatschappelijke thema “Natuurlijke omgeving” en het scenario “Ziektegolf door besmettelijke ziekte (dier op mens)”. Deze wordt dus niet separaat beschreven.
4.3.2
Maatschappelijk thema 1: Natuurlijke omgeving Binnen het maatschappelijk thema “Natuurlijke omgeving” zijn de volgende crisistypen beschouwd: 1. Overstromingen 2. Natuurbranden 3. Zeer extreem weer 4. Aardbevingen 5. Plagen 6. Dierziekten De crisistypen 1, 3 en 6 zijn relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. In de volgende paragrafen zijn de incidenttypen 1, 3 en 6 als scenario uitgewerkt.
4.3.2.1 Overstroming als gevolg van een dijkbreuk Inleiding
blad 18 van 55
De Vlaamse Waterweg heeft in opdracht van de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken een studie uitgevoerd betreffende wat de gevolgen zouden zijn indien er in Vlaanderen een waterbom zou vallen, zoals vorig jaar in Wallonië4. Uit deze studie blijkt dat de regio rond Gent bijzonder kwetsbaar is omdat het water van twee grote rivierbekkens, de Leie en de Bovenschelde, er samenkomt in de Ringvaart en dat kan bij zware neerslag voor grote overstromingen zorgen. Dit rapport gaat uit 2 neerslagscenario’s: • Het eerste scenario: de kleine waterbom, simuleert een neerslaghoeveelheid van ongeveer 107mm binnen een periode van 48 uur. • Het tweede scenario: de grote waterbom, simuleert een neerslaghoeveelheid van ongeveer 230mm binnen een periode van 48 uur.5 Uit het kaartmateriaal beschikbaar op waterinfo.be blijkt dat er ook in de grensregio gebieden getroffen kunnen worden.6
Figuur 4.1. Locaties Neerslag met zeespiegelstijging Binnen het crisistype overstromingen zijn de volgende incidenttypen beschouwd: 1. Overstromingen vanuit zee 2. Overstromingen door hoge rivierwaterstanden 3. Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Het incidenttype vollopen van een polder/dijkdoorbraak wordt verder uitgewerkt. Context Het begrip “overstroming” heeft betrekking op rivieren, kust, meren én de grootschalige gevolgen van een overstroming in termen van mensenlevens en schade. Overstromingen kunnen het gevolg zijn van een combinatie van natuurlijke oorzaken (storm en/of overvloedige regenval in combinatie met een hoge waterstand) en menselijk of technisch falen. Factoren die regionaal bepalend zijn: • Hoogteligging 4
Wat-als-simulatie Vlaanderen met neerslag juli 2021, De Vlaamse Waterweg RAPPORT 9 februari 2022 - versie 3.0 5 https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/bekkens/bekken-gentse-kanalen/in-de-kijker/regio-van-gent-zeerkwetsbaar-bij-waterbom 6 www.waterinfo.be
blad 19 van 55
• • •
Bevolkingsspreiding Overstromingsdiepte / stroomsnelheden / stijgsnelheden Keteneffecten
We spreken van een overstroming als er een bres in een waterkering ontstaat en/of er over een grote lengte dusdanig grote hoeveelheden water over een kering lopen dat de instroom niet kan worden gestopt met noodmaatregelen. Het tijdsverloop van een hoogwatergolf en de plaats van een eventuele dijkdoorbraak worden gekenmerkt door onzekerheid. Oorzaak Er is een hevige regenval boven de provincie Oost-Vlaanderen (waterbom) van meer dan 230mm binnen een periode van 48 uur. Hierdoor staat de Gentse binnenstad onder water, maar ook aan de grens met Zeeland, meer bepaald in het Belgisch-Nederlands grensdorp Overslag bereikt het water een kritiek punt. De aangelegde dijken staan onder druk. De brandweer vreest voor dijkbreuken. Dit kan ervoor zorgen dat het dorp Overslag in Oost-Vlaanderen en Zeeland onder water komt te staan. Ook de polders worden bedreigd. Incident Door een dijkbreuk ter hoogte van het Belgisch-Nederlands grensdorp Overslag zijn de inwoners van het polderdorp bedreigd, dit zowel in Oost-Vlaanderen als in Zeeland. De inwoners dienen te worden geëvacueerd. Gevolg Aantasting integriteit grondgebied Het bedreigde gebied in Overslag beperkt zich tot het deel van Wachtebeke ten noorden van de E34. Het Zeeuws Vlaamse Overslag heeft ca 100 woningen en hoort bij gemeente Terneuzen en heeft een oppervlakte van 14 ha.
De gebieden direct achter een bres worden met hoge snelheid door het water overstroomd. In het gebied dat na de dijkdoorbraak onder water is komen te staan, zal het nog maanden duren voordat het water weer weggepompt is, de grond en woningen zijn opgedroogd, vitale voorzieningen zijn hersteld en bewoners kunnen terugkeren naar hun huizen. In gebieden waar weinig water is blijven staan, is het herstel van het dagelijks leven sneller mogelijk. Doden, ernstig gewonden en chronisch zieken, lichamelijk lijden Het betreft een dunbevolkt gebied. In Overslag (Oost-Vlaanderen) wonen er circa. 895 inwoners. Het ZeeuwsVlaamse Overslag kende op 1 januari 2022 circa 247 inwoners. Deze berekening is uitgevoerd aan de hand van een bouwblokkenkaart. De stad Gent telt circa 260.000 inwoners, waarvan circa 20.000 in de binnenstad. Het aantal overleden als gevolg van de overstroming wordt geschat op maximaal 0,5% van het inwonersaantal van het getroffen gebied. Gedurende meerdere dagen zal de hulpverlening slechts in beperkte mate mogelijk zijn, en in de getroffen gebieden moet rekening worden gehouden met drie dagen zelfredzaamheid. Daarnaast raken mensen ook ziek of gewond door andere oorzaken dan de overstroming, vinden er zoals iedere dag ongevallen plaats en zullen er ook mensen overlijden aan andere oorzaken dan de ramp. Kosten De kosten bij een overstroming zijn hoog tot extreem hoog.
Zodra preventieve maatregelen (evacuatie, sluiting bedrijvigheid, transportstop) worden genomen t.a.v. de dreigende overstroming, zal maatschappelijke schade ontstaan. Daarbij komen nog de materiële schade die door de storm en het water ontstaan en de -soms onherstelbare- gevolgschade in m.n. de economische ketens. Langdurige aantasting natuur en milieu De overstroming heeft ingrijpende gevolgen voor het milieu in het getroffen gebied. Het gebied zal niet meer leefbaar zijn voor een groot deel van de flora en fauna die zich in dat gebied bevond. Er bevindt zich geen chemische industrie in het gebied. Milieuschade is wel een aandachtspunt voor de landbouw / veeteeltsector in het gebied.
blad 20 van 55
Verstoring van het dagelijks leven Een grootschalige overstroming, eveneens als de dreiging daarvan, brengt het maatschappelijk leven een tot meerdere weken tot stilstand. De nutsvoorzieningen in de huizen moet worden hersteld, sommige huizen zijn onbewoonbaar of de inwoners kunnen niet meer voorzien in hun basisbehoeften. Voor lange tijd moet er ondersteuning worden voorzien voor de getroffen inwoners. Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur Wanneer de waterbom verschillende gemeenten treft in Oost-Vlaanderen, dan kan de gouverneur de provinciale fase afkondigen. Tijdens een provinciale fase, ondersteunt/ ondersteunen de betrokken burgemeester(s) de beleidscoördinatie van de gouverneur, op het grondgebied van hun gemeente, door het uitvoeren van de beslissingen genomen door de gouverneur en door het nemen van de aanvullende beslissingen die noodzakelijk zijn, in overleg met de gouverneur. Er is overleg en afstemming met de provincie Zeeland. Bij een waterbom waarbij meerdere provincies getroffen zijn zal de federale fase worden afgekondigd.
Wanneer de federale fase wordt afgekondigd door de minister van Binnenlandse Zaken ondersteunt de gouverneur, samen met de betrokken burgemeester(s) de beleidscoördinatie van de Minister, op zijn grondgebied, door het uitvoeren van de beslissingen van de Minister en door het nemen van aanvullende beslissingen die zich opdringen, in overleg met de Minister. De bevoegde overheid die de beleidscoördinatie van de noodsituatie op zich heeft genomen, waakt over de coherentie van het globale nazorgbeleid op haar grondgebied. Sociaal psychologische impact Er wordt een PSCC (psychosociale coördinatiecomité) bijeen geroepen door de psychosociale managers om een overdracht van informatie te voorzien tussen de actoren van de acute fase en de nazorgfase. De nazorg is een gemeenschapsbevoegdheid en wordt gecoördineerd door de Vlaamse coördinator nazorg van slachtoffers van collectieve noodsituaties en terreuraanslagen. In de nazorgfase zorgt de coördinator ervoor dat de slachtoffers proactief gecontacteerd worden, en bijgestaan worden waar nodig. Daarvoor wordt er gewerkt met drie kernpartners (afhankelijk van de noden kunnen er nog andere samenwerkingen georganiseerd worden): • De diensten slachtofferonthaal van de Justitiehuizen; • De diensten slachtofferhulp van de Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW); • De Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg.
De coördinator zorgt ervoor dat de contactgegevens van de mensen bij de juiste CAW terecht komen en dat de communicatie en de informatie gestroomlijnd zijn. Er wordt ook bekeken of er nood is aan een bijkomende brede communicatieverspreiding rond het aanbod (indien er bijvoorbeeld slachtoffers zijn die niet opgenomen zijn op de lijst).
blad 21 van 55
Overstroming Impact criteria
Score
Beknopte motivatie
1.1
Aantasting integriteit grondgebied
D
1-4 weken, regionaal
2.1
Doden
D
plm 100 doden
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
Dhoog
160-400 gewonden
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
C
<40.000, 2/6 dagen
3.1
Kosten
E
>2 miljard (Binnenstad Gent)
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
B
Lokaal 4-10km2
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
E
<40.000 getroffenen, 1 maand of langer
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
D
3 factoren (aantasting van het openbaar bestuur (enkel bezig met crisisbeheer); aantasting van het functioneren van het financiële stelsel; aantasting van de openbare orde en veiligheid), weken.
5.3
Sociaal psychologisch impact
E
>4.000, 1 tot 4 weken, vluchtgedrag, afwijkend koopgedrag, uiten van publieke woede.
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
D
4 of meer indicatoren (eerste 2, laatste 2)
Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 10 jaar
Score C
4.3.2.2 Storm- en windhozen veroorzaken een incident op zee Inleiding Binnen het maatschappelijk thema “Natuurlijke omgeving, crisistype ‘extreme weersomstandigheden’ kan een onderscheid worden gemaakt tussen de volgende incidenttypen: – Koudegolf, sneeuw en ijzel – Hitte golf – Storm en windhozen – Aanhoudende laaghangende mist Deze incidenttypen zijn relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. Er is gekozen voor uitwerking van het incidenttype ‘Storm en windhozen”, waarbij een scenario op zee is uitgewerkt. Context Ten gevolge van de klimaatveranderingen komen er meer en zwaardere stormen voor. Deze kunnen niet enkel op land, maar ook op zee grote gevolgen hebben. Oorzaak De Noordzee is een van de drukst bevaren zeeën ter wereld. Jaarlijks wordt meer dan 200 miljoen ton goederen vervoerd op het Belgische deel van Noordzee alleen al. Heel wat van deze goederen worden gecatalogeerd als gevaarlijk of verontreinigend. Bovendien bevat dit gebied de toegangsgeulen tot de Vlaamse en de Zeeuwse havens, wat eveneens een bijzondere aandacht vereist om het verkeer vlot en veilig te laten verlopen. Bovendien wordt het gebied meer en meer ingenomen door windmolenparken, zandwinninggebieden etc. De windmolenparken van België en Nederland grenzen aan elkaar. Ongevallen op zee als gevolg van storm en of windhozen zijn niet uit te sluiten.
Er moet rekening gehouden worden met een mogelijk grote impact (zowel op menselijk, materieel als milieuvlak). In de hiernavolgende afbeelding staat weergegeven waar zich nabij het grensgebied Zeeland-België windparken op zee bevinden.
blad 22 van 55
Figuur 4.2. Locaties waar windturbines op zee in de toekomst zijn toegestaan. Donkerblauw zijn de aangewezen windenergie gebieden van Nederland. In lichtblauw de aangewezen windturbineparken van België. Incident Het incident gebeurde in de marge van de aangekondigde storm Eunice. Storm Eunice was een intense extratropische cycloon die op 18 februari 2022 over Europa trok. Het KMI heeft voor deze storm code oranje uitgegeven voor de kust, West-Vlaanderen (en Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Er werden windstoten tot 130 km/u gemeten langs de Belgische kust. Op basis van objectieve criteria werd beslist om geen code rood uit te geven voor de kust en West-Vlaanderen. Officieel wordt in België van een storm gesproken vanaf een waarneming van minstens 9 Beaufort in minstens één station (op zee of op land) dat behoort tot het Belgisch territorium. Dit betekent dat de wind gemiddeld over 10 minuten en op een hoogte van 10 m boven het maaiveld een snelheid bereikt van minstens 75 km/u. Bij rukwinden spreken we dus niet altijd over een storm. Op 18 februari 2022 werden we gewaarschuwd door het KMI voor windkracht 10 aan land en mogelijks 11 op zee. Er zijn pieken mogelijk tot 130-140 km/uur en mogelijk meer op zee. De storm werd nipt niet als een ‘code rood’ ingeschaald door het KMI.
De tanker Maersk Nimbus, met 30.000 ton brandbare lading aan boord, lag al driftend te wachten om beloodst te worden. Door een zware windhoos werd het schip van zijn plaats weggeslagen en kwam in het windmolenpark terecht. Ten gevolge van de storm had het schip onvoldoende motorkracht om er zelfstandig weg te varen en moest voor anker gaan op amper 60 meter afstand van een windmolen. Er waren 18 bemanningsleden aan boord. De tanker Maersk Nimbus lag op 60 meter boven het C-Power-windmolenpark op twee ankers (zonder extra marge). Wanneer een tanker van dergelijke grootte tegen een windmolen terecht zou komen knakt die af voor de veiligheid van de windmolen. Mocht de windmolen op het schip terecht gekomen zijn had dit voor een zeer
blad 23 van 55
zwaar incident gezorgd. Dit was een potentieel zeer gevaarlijke situatie. – omwille van de positie nabij de windmolens – omdat er 30.000 ton brandbaar materiaal aanwezig was wat voor een grote milieuramp kan zorgen – omdat er 18 mensen aan boord waren. In dit scenario gaan we ervan uit dat alle 18 opvarenden zwaargewond of dood zijn als gevolg van de aanvaring dan wel de hiernavolgende vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Vanwege het vrijkomen van een vloeistofplas met gevaarlijke stoffen is er zware milieuschade in water en aan de kust. Om de tanker te kunnen wegslepen was een zeesleper noodzakelijk. Vermits deze in België niet voorhanden was werd beroep gedaan op Nederland. De tanker is bij het wegslepen tot op 30 meter van de windmolen genaderd en ook dat was opnieuw een gevaarlijke situatie. Niet alleen was er voor dit incident hulp nodig vanuit het grensgebied, de schade had zich evengoed kunnen voordoen in Nederlandse wateren. Storm- en windhozen Impact criteria
Score
Beknopte motivatie
1.1
Aantasting integriteit grondgebied
B
Gemeentelijk, 2-6 dagen. Olievervuiling (water en land, luchtverontreiniging.
2.1
Doden
C
18 opvarenden zwaargewond of dood.
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
C
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0
3.1
Kosten
C
< 200 miljoen. Materieel, gezondheid, financiën, bestrijdingskosten en herstel.
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
C
Gemeentelijk gebied, verontreinigingen.
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
0
n.v.t.
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
A
1 indicator: Aantasting openbare orde en veiligheid.
5.3
Sociaal psychologisch impact
A
Met name publieke woede
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
0
n.v.t.
Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 10 jaar
Score B
4.3.2.3 Ziektegolf door besmettelijke ziekte (overgang van dier op mens) Inleiding Binnen het maatschappelijk thema "Natuurlijke omgeving" is het crisistype ‘Dierziekten’ als relevant beschouwd, met als incidenttype een ziektegolf door een dierziekte overdraagbaar op mens. Eveneens is binnen het maatschappelijk thema "Gezondheid" het crisistype ‘Ziektegolf’ als relevant beschouwd. Hierbij zijn de volgende incidenttypen relevant voor het grensoverschrijdend risicoprofiel: 1. Incidenttype ziektegolf besmettelijke ziekte 2. Incidenttype ziektegolf niet besmettelijke ziekte.
blad 24 van 55
Er is in dit risicoprofiel voor gekozen om bij het crisistype “Dierziekten” het incidenttype ziektegolf verder uit te werken, waarbij sprake is van een besmettelijke ziekte overdraagbaar op mens. Context Er zijn veel infectieziekten die dieren op elkaar kunnen overbrengen. Een klein deel van de infectieziekten van dieren is besmettelijk voor de mens. Dit zijn de zoönosen. Er zijn vele varianten van zoönosen; per zoönosen verschilt de impact. De afgelopen jaren hebben zich verschillende zoönosen voorgedaan. Corona is hiervan een actueel voorbeeld, zie de uitbraak in Nederland België vanaf 2020, en waarbij de gevolgen op dit moment nog steeds merkbaar zijn. Het wordt zeer voorstelbaar geacht dat zich in de (nabije) toekomst weer een zoönose voordoet. Vanwege de grotere impact en waarschijnlijkheid, is voor dit scenario gekozen voor de Coronapandemie. Bij zoönose zijn een aantal specifieke partijen betrokken. Voor Nederland betreft dit o.a.
7: • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) • Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) • Algemene Inspectiedienst (AID) • Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) Voor België betreft dit: • Overlegcomité waar zowel federale als regionale ministers in verzameld werden • FOD Volksgezondheid • Coronacommissariaat • Regionale ministeries van Welzijn, zorg en gezondheid • Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse Gemeenschap Oorzaak Doordat mensen steeds meer reizen, kunnen ziekten uit andere landen mee teruggenomen worden. Door het veranderende klimaat kunnen vectoren (‘transporteurs’), die ziekten van (wilde) dieren naar mensen overbrengen zich vestigen en uitbreiden. Door deze veranderingen kunnen er nieuwe ziektes bijkomen. Het virus SARS-CoV-2 veroorzaakt de ziekte COVID-19. Deze ziekte kan luchtwegklachten en koorts veroorzaken en in ernstige gevallen ademhalingsproblemen. Het virus wordt verspreid door druppeltjes, bijvoorbeeld door hoesten, niezen, zingen of praten. Als andere mensen deze druppeltjes inademen of via de handen in de mond, neus of ogen krijgen, kunnen zij besmet raken met het virus. Incident De aanpak van een dergelijke crisis vergt vaak een regionale tot bovenregionale aanpak, de strategische aansturing zal op landelijk niveau plaatsvinden (vanuit Brussel en Den Haag).
De operationele uitwisseling van gegevens is hierbij echter tevens van belang, hiermee wordt de regionale aansturing op de bestrijding vormgegeven. Het gaat dan met name over de volgende elementen: • Regio en omvang van de schutkring (of andere maatregelen) in beide landen. • Afgesloten grensovergangen en wijze van afsluiten Gevolg Een grootschalige uitbraak van Covid-19 zorgt voor zeer veel lichamelijk schade. De impact van een dergelijke crisis heeft vooral betrekking op de Volksgezondheid en de Economie. Het aantal slachtoffers hangt af van de genomen maatregelen. Er is sprake van ca 25000 dodelijke slachtoffers in België alleen al als gevolg van de
7
Zie ook Bestuurlijke Netwerkkaarten en de bevoegdhedenschema’s Crisisbeheersing: Bestuurlijke netwerkkaarten - Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (nipv.nl). NB dit geldt voor alle crisistypen.
blad 25 van 55
pandemie, in Nederland is dit aantal ca 22.500 8. In het grensgebied is dit circa 14.000 (gebaseerd op de landelijke percentages t.o.v. het aantal inwoners in deze gebieden. Het aantal is mede afhankelijk van de maatregelen die genomen worden om de uitbreiding- en duur van de besmetting in te dammen. De aanpak richt zich grotendeels op een massale preventie en op de grootschalige vaccinatie, maar omhelst ook voorzorgsmaatregelen, gaande van eenvoudige maatregelen, handen ontsmetten, mondmasker dragen tot quarantainemaatregelen en lockdowns. De aanpak van de crisis wordt vanuit de landelijke overheden aangestuurd. De regio-specifieke afstemming komt hierbij op de tweede plaats, waardoor dit binnen de regio tot afstemmingsproblemen komt. Wanneer een lockdown wordt afgekondigd in het ene land en niet in het andere land hebben mensen de neiging om over de grens op restaurant te gaan etc. Delen van de regio (indien nodig grensoverschrijdend) waar besmetting plaats kan vinden kunnen worden afgesloten. De schade bij een grootschalige uitbraak loopt in de miljarden euro’s. Ziektegolf door besmettelijke dierziekte Impact criteria
Beknopte motivatie
Aantasting integriteit grondgebied
0
n.v.t.
2.1
Doden
E
Circa 14.000 dodelijke slachtoffers in grensgebied
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
E
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0
3.1
Kosten
E
>2 miljard.
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
0
N.v.t.
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
E
Al deze indicatoren zijn van toepassing geweest voor > 40.000 getroffenen en voor 1 maand of langer.
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
E
Meerdere indicatoren voor 1 of meer jaren (functioneren politieke vertegenwoordiging, openbaar bestuur, financiële stelsel, openbare orde en veiligheid, vrijheden en/of rechten.
5.3
Sociaal psychologisch impact
E
>4.000 inwoners voor 1 maand of langer
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
0
n.v.t.
Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 10 jaar
4.3.3
Score
1.1
Score D
Maatschappelijk thema 3: Technologische omgeving Binnen het maatschappelijk thema “Technologische omgeving” zijn de volgende crisistypen beschouwd: 1. Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht 2. Incidenten met giftige stof in open lucht 3. Kernincidenten De crisistypen 1 en 2 hebben wij samengevoegd in dit risicoprofiel. Dit betekent dat crisistypen 1 en 3 relevant zijn voor het grensoverschrijdend risicoprofiel. In de volgende paragrafen is een incidenttype als scenario uitgewerkt.
8
Bron: RIVM
blad 26 van 55
4.3.3.1 Incident vervoer water met gevaarlijke stoffen - binnenwater Inleiding Binnen het maatschappelijk thema "Technologische omgeving”, onder crisistype “Incidenten met giftige stof in open lucht” is het incidenttype Incident vervoer water verder uitgewerkt. Transporten van giftige en explosieve stoffen per schip vinden dagelijks plaats over de Westerschelde (van Vlissingen naar Antwerpen en visa versa), maar ook over het kanaal van Terneuzen naar Gent. Een incident met een schip op het kanaal in de grensstreek wordt verder uitgewerkt, aangezien de mogelijke grensoverschrijdende gevolgen in geval van vrijkomen toxische stoffen reëel zijn. Context Voor scheepstransporten met ammoniak en ontvlambare gassen langs de Westerschelde is het risico gekwantificeerd in termen van plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (voor Vlissingen, Terneuzen en Hansweert). De basis voor deze berekening was het vaststellen van een uitgebreide groep mogelijke lekkage scenario’s. Deze scenario’s verschillen per aanvaring, locatie van de lekkage (boven of onder waterlijn), scheepstype, scheepsgrootte en eigenschappen van de lekkende stof. In deze studie is een geactualiseerd en verbeterd energiemodel toegepast.
Door middel van dit energiemodel werd het mogelijk om gedetailleerde lekkagefrequenties te berekenen voor alle ammoniak en ontvlambare vloeibare gassen lekkages (inclusief butaan als vergelijkbare stof voor class GF2, propaan en ethyleen als vergelijkbare stof voor GF3). De analyse van mogelijke consequenties van een aanvaring met aanzienlijke schade aan een ammoniak tanker is gebaseerd op resultaten van een gedetailleerde uitstroomstudie uitgevoerd door TNO. In een apart rapport is de theoretische basis van de uitstroom, vermenging en verdamping van ammoniak gepresenteerd. De conclusie van het TNO-rapport is dat ongeveer 20% van de weggelekte ammoniak zal verdampen en het overige deel zal vermengen met het water van de Westerschelde of het kanaal. Met deze resultaten heeft DNV een effectmodel van de verdampte ammoniak opgezet. Dit model heeft als basis een (neutraal) gas. Oorzaak Aanvaring van twee schepen door black-out van één van de schepen of van de sleepboten die het schip moeten manoeuvreren. Incident Op het kanaal van Terneuzen naar Gent vindt ter hoogte van Sas van Gent in de buurt van het bedrijf Rosier (kunstmestproducent) een aanvaring plaats tussen een tanker geladen met ammoniak en een containerschip. Het containerschip boort zich met de neus in de zijkant van de tanker.
Door de aanvaring ontstaat er in de zijkant van de tanker een gat van ongeveer 7 bij 5 meter boven de waterlijn. Op het containerschip vallen een aantal containers tegen elkaar met een op dat moment nog onbekende inhoud, aan de stuurboordzijde vallen enkele containers overboord eveneens met een op dat moment onbekende inhoud. De schade op het containerschip bestaat uit schade aan de neus, maar er is geen sprake van lekkage (het schip maakt geen water). De ammoniak tanker heeft grote schade opgelopen aan de bakboordzijde en er is sprake van een grote lekkage van ammoniak boven de waterlijn. De beide schepen komen stil te liggen op de plaats, zoals in onderstaand figuur is weergegeven.
blad 27 van 55
Figuur 4.3. Contouren incident. DISCLAIMER: De effectafstanden die horen bij de rampscenario’s, dienen binnen de juiste context geïnterpreteerd te worden. Afhankelijk van het weer, de vrijgekomen hoeveelheid gevaarlijke stoffen en de aard van het incident, zal het schadegebied af kunnen wijken van de op deze kaart gepresenteerde effectafstanden. Het is aan de crisisorganisatie om deze effectafstanden passend af te bakenen en de juiste maatregelen te treffen.
Gevolg
De gevolgen van het ontsnappen van de toxische stof ammoniak door de aanvaring van de schepen zijn ontleend aan het rapport TNO ‘Afweging groepsrisico Westerschelde’. De effecten zijn in figuur 4.4 weergegeven. Voor het te scoren scenario is gekozen voor faalscenario LPR-WL-1100NH3, waarbij 4086 ton ammoniak door de lekkage vrijkomt in 7 min. De 1% letaliteit grens bij weerklasse F1,5 is hierbij 2333 m.
Figuur 4.4. Ammoniak effectafstanden.
blad 28 van 55
In de figuren staan de resultaten van de slachtofferberekening in de rapportage ‘Kijk uit op de Westerschelde’, GGD Zeeland d.d. 31-32014’ voor een incident met gevaarlijke stoffen ter hoogte van Vlissingen. Deze gegevens zijn eveneens te gebruiken voor een dergelijk scenario ter hoogte van Sas van Gent. Bij noordelijke windrichting zullen de effecten van de toxische wolk grensoverschrijdend zijn. Getoond worden de slachtoffer-berekeningen indien er na 10 seconden gereageerd wordt nadat men de twee schepen heeft zien en/of horen botsen (en de geur nog niet waarneembaar is) uitgesplitst naar gedragskeuze (blijven, schuilen en vluchten). Dit wordt de lange Figuur 4.5. Vlissingen lange reactietijd (sc 1). reactietijd genoemd. Wanneer de personen pas beginnen te vluchten 10 seconden nádat zij de ammoniakgeur waarnemen is alleen schuilen een goede maatregel, hoewel er in dat geval ook nog dodelijke slachtoffers voorkomen. Het vluchtgedrag heeft geen positief effect op het aantal slachtoffers: doordat men langer wacht met vluchten is men al aan zoveel ammoniak blootgesteld, dat het effect gelijk is aan blijven kijken. Indien men snel in actie komt (circa 10 seconden na de scheepsbotsing) is vluchten een optie om het aantal dodelijke slachtoffers te beperken. Hierbij is hardlopen effectiever dan wandelen, ondanks het feit dat men sneller ademhaalt en dus meer ammoniak inhaleert.
Dwars op de wind vluchten is het meest effectief, zelfs effectiever Figuur 4.6. Vlissingen korte reactietijd (sc 2 & 3). dan schuilen. Bij het hardlopend vluchten, dwars op de wind vallen helemaal geen slachtoffers. De stremming van het kanaal Terneuzen-Gent zal door het incident en de berging van schepen minimaal 3 dagen duren. Een incident vervoer water met gevaarlijke stoffen kan in deze regio leiden tot ongeveer 181 doden of gewonden in Nederland én België (van de 14.156 inwoners). In Nederland vallen mogelijk 72 doden of gewonden (van 5713) en in België 106 (van 8443 inwoners). Incident vervoer met gevaarlijke stoffen Impact criteria
Score
Beknopte motivatie
1.1
Aantasting integriteit grondgebied
B
Gemeentelijk, 2-6 dagen
2.1
Doden
D
181 doden of gewonden
2.2
Ernstig gewonden en chronische zieken
D
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0
N.v.t.
3.1
Kosten
C
< 200 miljoen. Materieel, gezondheid, financiën, bestrijdingskosten en herstel.
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
C
Schade aan aquatisch milieu
5.1
Verstoring van het dagelijkse leven
C
Men moet schuilen
blad 29 van 55
Incident vervoer met gevaarlijke stoffen Impact criteria
Score
5.2
Aantasting lokaal en regionaal openbaar bestuur
5.3
Sociaal psychologisch impact
E (NL), A (BE)
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
0
Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 10 jaar
A
Beknopte motivatie Aantasting openbare orde en veiligheid In NL meer dan 1 week woede of angst. In België minder onrust. Zie bijvoorbeeld nasleep treinincident Wetteren versus industriebrand Moerdijk N.v.t.
Score A
blad 30 van 55
4.3.3.2 Kernincident Inleiding Conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden onder het incidenttype Kernincidenten acht incidenttypen onderscheiden. In deze paragraaf is één scenario uitgewerkt met een grensoverschrijdend karakter. In het gebied dat onderdeel is van dit grensoverschrijdende risicoprofiel bevinden zich twee kerncentrales: Borssele en Doel. De kans dat zich een incident voordoet wordt voor beide centrales gelijkgesteld. Alhoewel het effectgebied in beide gevallen gelijk zal zijn, is de centrale te Doel in het grensgebied Nederland-België gelegen, en zal dus een grotere impact hebben op het grensgebied. Zie ook de preparatiezones in figuur 4.6. Derhalve is gekozen voor uitwerking van een nucleair scenario voor Doel, waarbij is vastgesteld aan te haken bij het scenario van het risicoprofiel van de VRZ.
Context Onder kernongevallen worden verstaan ongevallen met nucleaire installaties of radioactieve bronnen en vervoersongevallen met radioactief materiaal. Een kernongeval kan nucleaire straling in een groot gebied tot gevolg hebben. Op het Belgische grondgebied van de grensregio bevindt zich in Mol/Dessel nucleaire industrie. Verder bevindt kernenergiecentrale Doel (Oost-Vlaanderen) zich op korte afstand van de grensregio (figuur 4.7).
Blauw: Evacuatie – schuilen Groen: Jodium predistributie Overig gebied: Jodium profylaxe beschikbaar
Figuur 4.7: Kerncentrales in de omgeving van de grensregio (Borssele en Doel) met preparatiezones
Oorzaak Falen van de reactor-koelsystemen
Scenario Nucleair preparatiescenario Borssele en Doel STC-CON1. (bron: Maatscenario uit het Algemeen Rampbestrijdingsplan Stralingsincidenten Kernenergiecentrales Borssele en Doel) Uit de kerncentrale in Borssele of in Doel ontstaat door een keten van gebeurtenissen een lozing van radioactief materiaal. Door uitval van de primaire reactorkoeling smelten de brandstofstaven gedeeltelijk. Radioactieve stoffen komen terecht in het koelsysteem en passeren vervolgens een aantal barriers binnen de kerncentrale. Bij een ongeval in Doel zijn voor het Nederlands grondgebied dezelfde maatregelafstanden als voor een ongeval in kerncentrale Borssele opgenomen. De ongevalsontwikkeling en de maatregelafstanden bij een maatscenario in de kerncentrale Borssele zijn: 24 uur nadat de koeling faalde leidt dit tot de lozing van een grote hoeveelheid radioactief materiaal in de omgeving. De lozing zou ongeveer 4 uur kunnen duren. Ter bescherming van de bevolking wordt het gebied binnen 5 kilometer rondom de kerncentrale met voorrang geëvacueerd en een verdere evacuatie zal binnen 10 km worden uitgevoerd. In het gebied tot 20 kilometer benedenwinds van de centrale dient binnenshuis te worden geschuild. In zgn. benedenwindse sectoren wordt geadviseerd dat aanwezige bevolking < 40 jaar en zwangere vrouwen, jodiumtabletten innemen, idem voor de zone tot 100km