2023-26a D23.285545 Concept programmabegroting 20230428 Concept programmabegroting 2024-2027 versie raden
Tekst van het document
2024
2025
2026
Jeugdhulp
131.983.312
131.983.312
131.983.312
131.983.312
Uitvoeringskosten
1.771.308
1.667.408
1.667.408
1.667.408
Taskforce Jeugd
317.800
317.800
317.800
317.800
134.072.420
133.968.520
133.968.520
133.968.520
Totaal
2027
Jeugdhulp Jeugdhulp bestaat uit een aantal onderdelen die hieronder worden toegelicht: • Zorg in natura wordt toegewezen door de gemeenten en gedeclareerd door de jeugdhulpaanbieders. Dat gebeurt op basis van p*q via het berichtenverkeer waardoor er veel data beschikbaar is. Toenemend gebruik van deze data heeft tot doel de voorspelbaarheid verder te vergroten per gemeente. Tot en met de begroting 2023 werd zorg in natura begroot op basis van de voorlopige kosten van het jaar t-2, per gemeente. De begroting 2024 is gemaakt op basis van een tijdreeksanalyse van de p*q-data over de jaren 2018 tot en met 2022. Per gemeente is per productcategorie een prognose gemaakt waarbij de ontwikkelingen uit de meest recente maanden zwaarder meetellen dan de oudere jaren. Doel van deze gewijzigde berekeningsmethode is betere voorspelbaarheid van de kosten van jeugdhulp. De indexatie voor 2023 en 2024 is niet gedaan op basis van de VZG-norm, maar op basis van de OVA-index die in de raamovereenkomsten staan, omdat dat met de contractpartijen is overeengekomen. OVA staat voor Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling. 20
•
•
• • • • • •
•
Voor 2023 is een index van 5,29% gebruikt en voor 2024 is de meest recente voorlopige OVA gebruikt, namelijk 4,74%, omdat er nog geen OVA voor 2024 is. Crisishulp jeugd wordt op basis van een vaste vergoeding uitgevoerd door Juvent en Emergis. Zij zorgen voor adequate en ambulante hulp bij acute crisissituaties en verzorgen daarvoor ook een bereikbaarheidsdienst buiten kantooruren voor de 13 gemeenten. Jeugdzorg Plus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf en/of voor hun omgeving. Almata voert dit uit voor de jeugdhulpregio’s West-BrabantWest, West-Brabant-Oost en Zeeland voor € 8,1 miljoen. De huisvesting kost € 809.650. Zeeland betaalt bij voorschot 35% van die gezamenlijke kosten, die aan het eind van het jaar worden verrekend naar de gerealiseerde werkelijke afname in de drie regio’s. Eind februari 2023 hebben de Zeeuwse colleges ingestemd met een structurele jaarlijkse bijdrage van € 185.000 voor een aanbieder van deze zorg. Besluitvorming over het continuïteitsplan heeft bij het opmaken van deze begroting nog niet plaatsgevonden. Persoonlijke verzorging is gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
Onderwijszorgarrangementen (OZA) voor Walcheren en Tholen lopen via IJZ. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten regelen dit buitenom IJZ en in de Oosterschelderegio wordt OZA momenteel opgezet. Pleegoudersupport ondersteunt pleegouders op basis van een subsidie. Perceel 5 en 7 betreft regionaal specialistisch collectief aanbod, dat beschikkingsvrij is en diensten voor uitvoering van lokale toegangstaken. Praktijkondersteuning huisartsen loopt via IJZ voor de Walcherse gemeenten. Kind in scheiding Zeeland (KisZ) betreft een subsidierelatie. Ouders en kinderen, maar ook naasten kunnen met hun vragen terecht bij KisZ. Dat geldt ook voor ondersteuning en advies aan professionals die vanuit het werkveld te maken krijgen met ouders en kinderen in een scheidingssituatie. Bij de fusie met Intervence heeft Jeugdbescherming West (JB West) aanvullende afspraken bedongen. Boven op de verwachte omzet van circa € 5,5 miljoen die in Zorg in natura is opgenomen zijn er hierdoor nog andere financiële verplichtingen aan JB West. Hiervan wordt € 300.000 (prijspeil 2022) ingezet voor caseloadverlichting Jeugdreclassering en Jeugdbescherming. Daarnaast wordt € 450.000 (prijspeil 2022) besteed aan kennis en innovatie.
Jeugdhulp
2024
2025
2026
2027
Zorg in natura
122.545.763
122.545.763
122.545.763
122.545.763
Crisishulp jeugd
3.422.514
3.422.514
3.422.514
3.422.514
Jeugdzorg Plus
3.459.958
3.459.958
3.459.958
3.459.958
Persoonlijke verzorging
329.145
329.145
329.145
329.145
Onderwijszorgarrangementen (OZA)
319.884
319.884
319.884
319.884
Pleegoudersupport
63.961
63.961
63.961
63.961
Perceel 5 en 7
599.927
599.927
599.927
599.927
Praktijkondersteuning huisartsen
56.642
56.642
56.642
56.642
Kind in scheiding Zeeland (KisZ)
358.412
358.412
358.412
358.412
Aanvullende afspraken met JB West
827.106
827.106
827.106
827.106
131.983.312
131.983.312
131.983.312
131.983.312
Totaal
21
Uitvoeringskosten Dit zijn de kosten van de uitvoeringsorganisatie IJZ. Het betreft o.a. de personeelskosten met een toegestane formatie van 13,78 fte, juridische adviezen, inhuur derden, accountantskosten, kosten voor ondersteuning door de GGD Zeeland, renteopbrengsten en kosten voor software. In 2024 is incidenteel € 103.900 opgenomen voor externe expertise en ondersteuning voor het doen van een aanbesteding, die van start kan na vaststelling van de Regiovisie door de gemeenteraden. Uitvoeringskosten
2024
2025
2026
2027
Uitvoeringskosten
1.771.308
1.667.408
1.667.408
1.667.408
Taskforce jeugd Onder regie van de Bestuurscommissie bouwt de Programmamanager sociaal domein verder aan de transformatie van de jeugdhulp in Zeeland. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de beleidsadviseurs van de 13 Zeeuwse gemeenten. De kosten bestaan uit personeelskosten en een werkbudget. Taskforce jeugd Taskforce jeugd
2024
2025
317.800
22
317.800
2026 317.800
2027 317.800
1.1.4. Overhead en kostentoerekening De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Overhead bestaat op hoofdlijnen uit: 1.1.4.1 Algemene kosten / Hiërarchisch leidinggevenden primair proces, 1.1.4.2 Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 1.1.4.3 P&O/HRM, met daarin ook het centraal opleidingsbudget en ziektevervanging 1.1.4.4. Communicatie 1.1.4.5 Informatievoorziening en automatisering (ICT); Documentatie Informatie Voorziening (DIV) 1.1.4.6 Facilitaire zaken en Huisvesting, Inkoop - (incl. aanbesteding en contractmanagement), Managementondersteuning primair proces 1.1.4.7 Bestuurszaken en Bestuur ondersteuning In de eerste begrotingswijziging 2023 (Basis op Orde) is aangegeven dat er kosten te verwachten zijn binnen bedrijfsvoering, die op het moment van opstellen van de begroting 2024 (Q1 2023) nog niet te kwantificeren zijn. Het gaat om kosten in verband met de implementatie WOO, WEP en WMEVB; de nieuwe archiefwet; BIO en NEN 7510 beheersing; Hotspots Corona en verdere verfijning van het MIS. Kosten die onvermijdelijk zijn wegens wettelijke verplichtingen. In de kwartaalrapportages voor de monitoring van de eerste begrotingswijziging 2023, wordt een specificatie van incidentele en structurele lasten opgenomen. 1.1.4.1.
Algemene kosten Binnen de algemene kosten vallen de kosten van alle leidinggevenden. Met de 1e begrotingswijziging 2023 – de Basis op Orde- is akkoord gekomen voor een lijnorganisatie met uitbreiding met onder andere managers AGZ en JGZ en een aantal teamregisseurs. Deze personele lasten vallen onder de algemene kosten. Vanuit de eerste begrotingswijziging 2023 is er ruimte gekomen voor twee tijdelijke projectleiders, voor de periode van twee jaar: april 2023-maart 2025. Deze incidentele lasten verklaren de wijziging in personele lasten. Daarnaast zijn er materieel kosten die niet direct aan één bedrijfsonderdeel toe te rekenen zijn. Denk aan kosten voor verzekering, accountantsdiensten, bankkosten et cetera. Het is het streven in 2023 een slag te maken waarbij een verdere verbijzondering naar andere posten binnen overhead plaatsvindt. Het zal dan gaan om (administratieve) wijzigingen die deze kosten zullen laten dalen, maar die elders dan weer terugkomen. Dit zal invloed hebben op de meerjarenraming (budgetneutraal). De opbrengsten bestaan uit de doorbelasting aan IJZ voor gebruik van de faciliteiten van GGD Zeeland.
Algemene kosten
2024
2025
2026
2027
Personele kosten
1.217.600
1.073.600
1.025.400
1.025.400
Materiële lasten
269.000
269.000
269.000
269.000
Opbrengsten
-163.100
-163.100
-163.100
-163.100
1.1.4.2. Financiën De afdeling financiën heeft in 2023 een begin gemaakt met het verder professionaliseren (en automatiseren) van de boekhouding, wat de materiële kosten verklaart. De opbrengsten bestaan uit rentebaten die voortkomen uit de lening aan de GGE. Stichting GGE heeft het economisch eigendom van het gebouw aan de Westwal in Goes en is verantwoordelijk voor het onderhoud. Financiën
2024
2025
2026
2027
Personele kosten
353.700
353.700
353.700
353.700
Materiële lasten
17.200
17.200
17.200
17.200
Opbrengsten
-183.600
-183.600
-183.600
-183.600
23
1.1.4.3. HRM Vanuit de begrotingswijziging Basis op Orde is de HRM afdeling versterkt met onder andere een preventiemedewerker. Kosten voor werving & selectie blijven onverminderd hoog gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Het verder uitwerken van het functiegebouw hangt daarmee samen. Ook het uitbesteden van de loonadministratie is een terugkerende kostenpost. HRM voert het Hybride thuiswerkbeleid uit. Na een inhaalslag in 2023, is hiervoor jaarlijks een budget van 10.416 beschikbaar, wat opgenomen is in de materiële kosten van team HRM. In de begrotingswijziging Basis op Orde hebben we aangegeven dat we naast het ziekteverzuim korter dan 6 weken – wat we intern opvangen – maatregelen hebben genomen voor het opvangen van ouderschapsverlof en verzuim langer dan 6 weken. Deze gelden staan opgenomen onder ‘ziektevervanging Overhead’ en worden indien nodig administratief overgeboekt (met een MT-besluit) naar het organisatieonderdeel waar ze ingezet worden. Het gaat om de volgende (structurele) bedragen (zonder index uit 2023, prijspeil 2022): Ouderschapsverlof 23.198 Langdurend ziekteverzuim 303.114 HRM
2024
2025
2026
2027
Personele kosten
578.700
578.700
578.700
578.700
Ouderschapsverlof en langdurig ziekteverzuim (personele lasten) Materiële lasten
339.000
339.000
339.000
339.000
213.800
213.800
213.800
213.800
HRM is ook verantwoordelijk voor het centraal opleidingsbudget. Dit bestaat uit twee delen: een deel budget voor opleidingen behorend bij het beroep – verantwoord als materiële lasten, en een deel vervangingskosten voor Opleiden, Training en Oefenen van de crisisorganisatie, verantwoord als personele lasten. Centraal Opleidingsbudget
2024
2025
2026
2027
Personele kosten OTO
31.200
31.200
31.200
31.200
Materiële lasten
72.500
72.500
72.500
72.500
1.1.4.4. Communicatie De afdeling communicatie richt zich, naast de interne GGD organisatie, op externe doelgroepen én ondersteunt het primaire proces in uitingen naar buiten. In 2024 staat een ingrijpend herontwerp van de website gepland. Intern wordt gebruikgemaakt van de functionaliteiten van Embrace als middel voor communicatie en archivering. De kosten van deze software zijn flink gestegen. Communicatie Personele kosten
2024
2025
2026
2027
225.400
225.400
225.400
225.400
Materiële kosten
90.600
90.600
90.600
90.600
1.1.4.5. Informatievoorziening en automatisering Afdelingen ICT en Functioneel Beheer opereren elk op ieders eigen terrein. Waar de focus van ICT voornamelijk op licenties, hard- en software, beveiliging en ondersteuning rondom de (cloud)werkplek is gericht, opereert Functioneel Beheer op applicatie inhoudelijk en inzichtelijk terrein, met betrekking tot processen en workflows. Ook richten zij zich op de beschikbaarheid van managementinformatie en data-gedreven informatie. Het bedrijfsonderdeel is in 2023 geconfronteerd met flinke prijsstijgingen voor diensten en systemen die onmisbaar zijn om het werk (zowel in het primaire proces als voor sturing) uit te kunnen voeren. Niet meegaan in de hogere prijzen is geen optie. De afdeling ICT draagt hiernaast ook de afschrijvingskosten voor alle ICT toepassingen van de gehele organisatie.
24
Functioneel Beheer en ICT
2024
2025
2026
2027
Personele kosten functioneel beheer
272.100
272.100
272.100
272.100
Personele kosten ICT
499.000
499.000
499.000
499.000
Materiële kosten functioneel beheer
252.000
252.000
252.000
252.000
Materiële kosten ICT
871.100
871.100
871.100
871.100
1.1.4.6. Huisvesting, facilitaire zaken en inkoop Het team Huisvesting, Facilitair en Inkoop draagt de verantwoordelijkheid voor onderhoud aan en investeringen in alle GGD-locaties. Het kantoorpand aan de Westwal in Goes is hiervan een onderdeel. Huur en onderhoudskosten bepalen hier de materiële lasten. De kosten van de consultatiebureaus worden in het primaire proces verantwoord. In het kader van de verkenning naar samenwerking met VRZ en RUD is het onderzoek dat in 2016 is gestart naar huisvesting, in verband met ouderdom en staat van het gebouw aan de Westwal 37, tijdelijk ‘on hold’ gezet. Als gevolg hiervan zijn investeringen in het gebouw minimaal en is voornamelijk curatief onderhoud gepleegd bij storingen aan installaties. In 2022 is in verband met bedrijfszekerheid en gezondheidsrisico’s achterstallig onderhoud uitgevoerd dat onontkoombaar en onuitstelbaar was. Inkoop/contractmanagement is een functie die centraal voor de gehele organisatie wordt uitgevoerd. Naast het beste product (of dienst) tegen de meest voordeligste prijs afgezet tegen kwaliteit kunnen met het inkoopbeleid verschillende doelen nagestreefd worden. GGD zet hier sinds een paar jaar op in, niet alleen uit kostenoverweging, maar ook om de kwaliteit van de dienstverlening te borgen. Facilitair en huisvesting
2024
2025
2026
2027
Personele kosten
873.700
873.700
873.700
873.700
Materiële kosten
4.900
4.900
4.900
4.900
Materiële kosten huisvesting Westwal
566.000
566.000
566.000
566.000
1.1.4.7. Ondersteuning Bestuur en Directie Ondersteuning Bestuur en Directie (OBD) omvat een team wat breder ondersteunend werkt dan alleen voor bestuur en directie, maar waar ook beleidsmatige ondersteuning van de primaire taken onder valt, zowel in het Basis Taken Pakket als in projecten. Specialistische kennis (functionaris gegevensbescherming, juridische zaken) wordt ingehuurd en is opgenomen bij de materiële kosten. Ondersteuning bestuur en directie Personele kosten
2024
2025
2026
2027
1.256.300
1.256.300
1.256.300
1.256.300
Materiële kosten
213.900
213.900
213.900
213.900
Ondernemingsraad De Ondernemingsraad (OR) verdient een aparte plaats in de begroting. De OR is het medezeggenschapsorgaan van GGD Zeeland. Ze fungeert als belangenbehartiger, vertolker, spreekbuis en antenne in het belang van de medewerkers én van de organisatie, en is de gesprekspartner van de Directeur Publieke Gezondheid. Op deze manier draagt de OR bij aan het goed functioneren van de organisatie en het bereiken van haar doelstellingen. De ondernemingsraad voert haar taken uit op basis van de Wet op de Ondernemingsraden en is in 2022 in verband met de omvang van de organisatie (inclusief COVID) gegroeid naar 11 leden met daarnaast een ambtelijk secretaris. De bezetting is nu breder verdeeld over de organisatie waardoor de OR niet alleen op onderdelen maar ook GGD breed en meer toekomstgericht kan adviseren. De OR heeft daarom de intentie om deze zittingsperiode, in te zetten op het bereiken van een vooruitstrevende organisatie waar vakbekwame professionals werken in een positief werkklimaat. De OR hanteert ‘waarderend leiderschap’ als uitgangspunt bij de werkwijze.
25
OR
2024
2025
2026
2027
Personele kosten
113.700
113.700
113.700
113.700
Materiële kosten
500
500
500
500
26
1.1.5. Algemene dekkingsmiddelen De paragraaf Algemene dekkingsmiddelen toont, conform artikel 8 BBV, welke middelen gebruikt worden om de doelen te realiseren, naast de middelen die een rechtstreeks verband houden met de uitgaven. We maken hier een onderscheid tussen GGD (inclusief Veilig Thuis) en IJZ GGD Zeeland Als uitgangspunt is de programmabegroting 2023 genomen, verhoogd met de 1e begrotingswijziging 2023 GGD (Basis op Orde). Incidentele middelen (vanuit de 1e begrotingswijzing (Basis op Orde)) waren voor 2023 materieel 71.850 (24.000 voor materiële wijzigingen in het primaire proces en 47.850 voor materiële wijzigingen in de bedrijfsvoering) en personeel 134.546 voor de inzet van twee projectmanagers. :
Bij het samenstellen van de begroting 2024 en verder, is in eerste instantie gewerkt met de oorspronkelijke VZG indexering. Medio maart 2023 werd bekend dat deze voor 2023 gewijzigd wordt, wat zal moeten leiden tot een begrotingswijziging voor 2023. Vanuit de begeleidingscommissie kwam de vraag te specificeren wat de verhoging in de begroting was als gevolg van de ophoging van de norm, en welk deel de facto door GGD extra gevraagd wordt. Met onderstaande uiteenzetting laten we zien hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen.
Begrotingsjaar 2023 Totaal begrotingsjaar 2022 eindsaldo
GGD structureel 16.687.931
GGD incidenteel
GGD totaal 16.687.931
Totaal begrotingsjaar 2023 beginsaldo Programmabegroting 2023-2026 VZG index + 2,7%
16.687.931
16.687.931
449.538
449.538
Programmabegroting 2023-2026 VZG index +4.5% = 7.2% (het meerdere bovenop de oorspronkelijke indexering)
751.993
751.993
1
17.889.462
17.889.462
A
Programmabegroting 2023-2026 meerkosten t.o.v. VZG richtlijn Programmabegroting 2023-2026 inkomsten derving MRU bus TBC
513.973
513.973
105.645
105.645
Begrotingswijziging 2022 nr. 5 Prenataal huisbezoek (mutatie t.o.v. 2022)
63.984
63.984
Nieuwe VZG index over de 3 voorgaande bedragen
42.219
42.219
732.821
732.821
18.622.283
18.622.283
Totaal begrotingsjaar 2023 excl. begrotingswijzigingen Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD loonkosten (prijspeil 2022 + 3,1% ) Af: Fasering invullen vacatures GGD op orde 2023 (prijspeil 2022 + 3,1%)
27
2.455.627
179.390
2.635.017
-157.124
-44.844
-201.968
2 B A+B
Som: Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD loonkosten incl. fasering vacatures (prijspeil 2022 + 3,1%) Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD materiele kosten (prijspeil 2022) Subtotaal begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD op orde Begrotingswijziging 2023 nr. 2 Nu niet zwanger (prijspeil 2022) Subtotaal mutaties 2023 (begrotingswijziging 2023 nr. 1 en 2) Programmabegroting 2023-2026 VZG index van 3,1% -> 7,2% (over C) Programmabegroting 2023-2026 VZG index 7,2% (over BW nr. 1 mat kn + BW nr. 2) – over D en E
134.546
2.433.049
142.550
71.850
214.400
2.441.053
206.396
2.647.449
90.500
90.500
2.531.553
206.396
2.737.949
C
94.239
5.516
99.755
3
16.780
5.173
21.953
4
2.642.571
217.086
2.859.657
21.264.855
217.086
21.481.940
42.530
434
42.964
21.307.384
217.520
21.524.904
Subtotaal begrotingswijzigingen incl. indexering Totaal generaal 2023 De VZG norm 2023 (7.2%) is gebaseerd op een verdeling looncomponent / materieel component van 2/3e – 1/3e. Voor GGD Zeeland geldt dat er deze verhouding 78%-22% is. Met deze verhouding zou de VZG norm voor de GGD 7,4% moeten zijn. Het verschil van 0.2% vraagt de GGD op te nemen in de gemeentelijke bijdrage (0.2 % van het totaal generaal 2023) Totaal begrotingsjaar 2023
2.298.503
C+3+ 4 5
Totaal gevolgen ophoging VZG norm 2023: Conform ledenbrief VZG 15 maart 2023; ophogen indexeringsnorm VZG 2023 Verhoogde indexering op beginsaldo begrotingsjaar 2023
751.993
(1)
VZG index over begrotingswijzigingen besloten voorafgaand aan 2023
42.219
(2)
VZG index over GGD Basis op orde loonkosten
99.755
(3)
VZG index over GGD Basis op orde materiele kosten / NNZ
21.953
(4)
Totaal door verhoging VZG norm
915.920
Extra gevraagde bijdrage 2023, gevraagd bij begroting 2024 – besluit AB verwacht september 2023 Aangepaste normering VZG norm wegens andere P/M verhouding 2023
28
42.964
(5)
Begrotingsjaar 2024 Totaal begrotingsjaar 2023 eindsaldo Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD loonkosten (2 project leiders t/m 2025-Q1) Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD loonkosten (fasering 2023 n.v.t in 2024) (prijspeil 2022 + 3,1% plus meerkosten van 7.2%) Begrotingswijziging 2022 nr. 5 Prenataal huisbezoek (mutatie t.o.v. 2023) Subtotaal VZG norm 3,4 % Veilig Thuis: CZW indexeert vergoeding 2022 (1.687.537) niet. GGD vraagt indexering daarvan via de gemeentelijke bijdragen met ingang van 2024 (verhoging 2023 hierin wel opgenomen) Aanvullende Diensten in primaire begroting 2023 opgenomen voor 502.699 – te hoog. Formatie 3,17 fte gebaseerd op omzet 273.514, waarover ook afspraken met gemeenten zijn gemaakt. Voorgesteld wordt om dit bedrag structureel te dekken door verhoging van de gemeentelijke bijdrage Subtotaal begroting 2024 VZG norm 2024 3,4% is gebaseerd op looncomponent 2/3e deel en materieel 1/3e deel. De primaire begroting 2023 aangevuld met de BW GGD op orde laat voor 2023 een verhouding zien van78%-22%. Op basis van deze verhouding zou de VZG norm uit moeten komen op 3,6% Het verschil van 0,2% vraagt de GGD op te nemen in de gemeentelijke bijdrage Totaal begrotingsjaar 2024
*
GGD structureel 21.307.384
GGD incidenteel
GGD totaal 21.307.384
179.390
179.390
163.566
163.566
25.595
25.595
21.496.545
179.390
21.675.935
730.883
6.099
736.982
*
183.010
6 183.010 7
229.185
229.185
22.639.623
185.489
22.825.103
45.279
22.684.902
45.279
185.489
8
9
22.870.382
Uitgangspunt is dat de aangepaste normering wegens andere P/M verhouding voor 2023 gehonoreerd wordt
VZG norm 2024 3.4% Ophoging met VZG norm 2024
736.982
(6)
Extra gevraagde bijdrage 2024, gevraagd bij begroting 2024 – besluit AB verwacht september 2023 Bijdrage CZW indexering via gemeentelijke bijdrage
183.010
(7)
Te hoog begrote opbrengsten aanvullende diensten
229.185
(8)
Aangepaste normering VZG norm wegens andere P/M verhouding 2024
45.279
(9)
29
GGD GGD structureel incidenteel
Standenregister gemeentelijke bijdrage Begrotingsjaar 2025 Totaal begrotingsjaar 2025 beginsaldo Begrotingswijziging 2023 nr. 1 GGD loonkosten (2 project leiders t/m 2025-Q1) Begrotingswijziging 2022 nr. 5 Prenataal huisbezoek (mutatie t.o.v. 2024) Ophoging VZG norm 2025: 0 % Totaal begrotingsjaar 2025 Totaal begrotingsjaar 2026 beginsaldo Begrotingswijziging 2022 nr. 5 Prenataal huisbezoek (mutatie t.o.v. 2024) Ophoging VZG norm 2025: 0 % Totaal begrotingsjaar 2026
Totaal begrotingsjaar 2027 beginsaldo Begrotingswijziging 2022 nr. 5 Prenataal huisbezoek (mutatie t.o.v. 2024) Ophoging VZG norm 2025: 0 % Totaal begrotingsjaar 2027
22.684.902
46.372
40.950 22.725.852 22.725.852
46.372 46.372
22.725.852 22.725.852 22.725.852
-
22.725.852 22.725.852 22.725.852
-
-
-
Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Ook voor IJZ is de programmabegroting 2023 het uitgangspunt. Er zijn geen begrotingswijzigingen 2023 voor IJZ, maar wel een structurele doorwerking voor 2023 en verder vanuit de 8e begrotingswijziging (n.a.v. de bestuursrapportage 2022). Het begrote bedrag van IJZ kent twee indexaties. De zorg-in-natura kosten voor 2024 zijn geïndexeerd op basis van de voorlopige OVA-index voor 2023 van 4,74%. Voor de uitvoeringskosten en voor Taskforce jeugd is de VZG-norm voor 2024 van 3,4% gebruikt. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Primaire begroting 2023 (AB 8-7-22)
2023
2024
2025
2026
121.597.186
121.597.186
121.597.186
121.597.186
Zienswijze begroting 2023 (AB 8-7-22)
721.767
699.301
839.086
983.065
8e bw. 2022 (struct.) (AB 16-12-2022)
4.130.243
4.523.027
4.523.027
4.523.027
7.252.906
7.009.221
6.865.242
126.449.196
134.072.420
133.968.520
133.968.520
Volume, VZG- en OVA-indexatie Totaal
Verdeling over inwoneraantal De Algemene dekkingsmiddelen komen vanuit de dertien Zeeuwse gemeenten. Afhankelijk van het bestedingsdoel, wordt er een verdeelsleutel gemaakt naar totaal aantal inwoners, naar inwoners in de leeftijdsgroep 0 tot 19 jaar of naar het macro budget.
30
GGD totaal 22.684.902 46.372 40.950 22.772.225 22.772.225 22.725.852 22.725.852 22.725.852
22.725.852 22.725.852 22.725.852
Onderdeel
Taakveld
Verdeelsleutel
WPG
7.1 Volksgezondheid (WPG collectief)
inwoner
Gem projecten
7.1 Volksgezondheid (WPG collectief)
inwoner
Verwijsindex
7.1 Volksgezondheid (WPG collectief)
inwoner
BDU*uniform Rijksvaccinatieprogramma (AB 14-1218)
7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ, RVP)
0-19 jr.
7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ, RVP)
0-19 jr.
BDU* maatwerk
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
inwoner
Toezicht WMO
6.6 Maatwerkvoorzieningen
inwoner
MBO ziekteverzuim
4.3 Onderwijsbeleid en leerling zaken
0-19 jr.
Veilig Thuis
6.2 Wijkteams
macro
Veilig Thuis radarfunctie (AB 14-12-18) 6.2 Wijkteams
0-19 jr.
Veilig Thuis (AB 20-12-19)
Macro
6.2 Wijkteams
* BDU staat voor brede doeluitkering. Het is een financieringsprogramma vanuit de rijksoverheid dat voor diverse onderwerpen wordt gebruikt.
We gaan hierbij uit van de volgende inwoneraantallen (bron: waarstaatjegemeente.nl, opgehaald maart 2023):
Zeeland: Borsele Zeeland: Goes Zeeland: Hulst Zeeland: Kapelle Zeeland: Middelburg Zeeland: Noord-Beveland Zeeland: Reimerswaal Zeeland: SchouwenDuiveland Zeeland: Sluis Zeeland: Terneuzen Zeeland: Tholen Zeeland: Veere Zeeland: Vlissingen Totaal (Programmabegroting 2024-2027)
inwoner 22.847 38.950 27.533 13.020 49.199
inwoner % 5,91% 10,07% 7,12% 3,37% 12,72%
leeftijd 0-19 jaar 5.128 7.802 4.964 3.117 10.738
0-19 jaar % 6,48% 9,85% 6,27% 3,94% 13,56%
gem macrobudget 2015 t/m 2018 % 5,63% 9,83% 6,44% 2,68% 16,01%
7.668 22.920
1,98% 5.93
1.228 6.138
1,55% 7.75
2,22% 6,03%
24.152 23.141 54.501 26.401 21.850 44.585
8.83 5.98 14.09 6.83 5.65 11.53
6.433 3.907 10.285 6.387 4.441 8.602
8.13 4.93 12.99 8.07 5.61 10,87%
7,41% 4,59% 15,02% 7,46% 3,95% 12,73%
386.767
100,00%
79.170
100,00%
100,00%
Verdeling over taakvelden De programmalijnen van GGD Zeeland komen niet een op een overeen met de taakvelden zoals gemeenten die kennen. Het meest in het oog springend is het taakveld 7.1 Volksgezondheid, waarvan de GGD taken uitvoert binnen alle programmalijnen. Het is hiermee niet mogelijk een directe lijn te leggen tussen taken en middelen.
31
Taakveld
Programmalijn GGD
Omschrijving naar gemeenten
0.4 Overhead
1.1.4 Overhead en kostentoerekening
Niet gespecificeerd
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams
1.1.1.3 Sociale veiligheid
6.6 Maatwerkvoorzieningen 7.1 Volksgezondheid
1.1.1.1 Fysieke Veiligheid en bescherming 1.1.1.1 Fysieke Veiligheid en bescherming 1.1.1.2 Gezondheid in de wijk 1.1.1.3 Sociale veiligheid 1.1.4 Overhead en kostentoerekening
Bijdrage 2023 t/m 2026 nieuw ** 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Bijdrage 2023 t/m 2026 nieuw ** 6.2 Wijkteams (Veilig Thuis) Bijdrage 2023 (P) Toezicht WMO 6.6 Maatwerkvoorzieningen Gem projecten 7.1 Volksgezondheid (WPG Collectief)_WPG Bijdrage 2023 t/m 2026 nieuw ** 7.1 Volksgezondheid (BDU JGZ, RVP) Begrotingswijziging 2022-5: Prenataal huisbezoek Begrotingswijziging 2023-1: GGD op orde structureel WPG Begrotingswijziging 2023-1: GGD op orde structureel overhead Begrotingswijziging 2023-2: NNZ
1.1.2 Veilig Thuis
1.1.6. Onvoorzien en Vennootschapsbelasting De post onvoorzien bedraagt jaarlijks € 15.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven. Vennootschapsbelasting (VpB) is alleen verschuldigd over de activiteiten in de programmalijn Sociale Veiligheid en wordt voor 2024 ingeschat op € 6.600.
32
1.2.
DE PARAGRAFEN
1.2.1. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Met kapitaalgoederen worden voor de GGD alle materiële duurzame productiemiddelen bedoeld. GGD Zeeland heeft geen immateriële vaste activa. Investeringen; afschrijvingstermijnen en vervanging GGD Zeeland houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. In 2022 is een begin gemaakt met het verder detailleren van benodigde herinvesteringen om zo te komen tot een realistisch meerjarig investeringsplan. Kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven; de afschrijvingstermijnen zijn vermeld in de financiële verordening. Hierop zijn geen wijzigingen gepland. Onderhoud gebouw Westwal Goes Van het gebouw aan de Westwal in Goes heeft de GGD het juridisch eigendom. De Stichting GGE heeft het economisch eigendom. De GGE is verantwoordelijk voor het onderhoud en heeft in verband hiermee een bestemmingsreserve onderhoud gevormd. In 2022 is, conform besluitvorming eind 2021, onderhoud gepleegd aan het gebouw aan de Westwal dat onuitstelbaar en onontkoombaar was. In 2023 wordt een bestuurlijke verkenning uitgevoerd naar huisvesting GGD/RUD/VRZ. De uitkomst hiervan wordt voor de zomer verwacht.
1.2.2. Paragraaf Bedrijfsvoering Met de eerste begrotingswijziging 2023 zijn we afgestapt van zelforganiserende teams en zijn we (weer) gaan werken volgens het model van een lijnorganisatie. Teamregisseurs begeleiden het primaire proces en vormen de schakel tussen het primaire proces, management en bedrijfsbureau. Zo willen we de bedrijfsvoering GGD breed verbeteren. Hierbij staan effectiviteit, efficiency én voorspelbaarheid centraal. Het doel is beter in control te komen, waarbij we aandacht blijven houden voor een goede balans tussen (hoeveelheid) taken van de GGD en de beschikbare middelen (waaronder menskracht en financiële middelen) om aan de opdracht van onze gemeenten te voldoen. Het opnieuw opzetten van een lijnorganisatie is hier een belangrijk onderdeel van en hét aandachtspunt voor de gehele komende (meerjarige) beleidsperiode. Op basis daarvan hebben wij voor de aankomende periode de volgende speerpunten centraal staan: -
duurzame inzetbaarheid van medewerkers; blijvende aandacht voor verbeteringen in de P&C-cyclus inclusief afstemming hiervan op de behoeften van de interne en externe partners (gemeenten, w.o. de gemeenteraden).
Hiervoor wordt geïnvesteerd in digitale, realtime informatievoorziening, met daarin managementinformatie op elk operationeel niveau. Informatiebeveiliging is daarbij cruciaal. Op dit onderwerp zoeken we de samenwerking met andere uitvoeringsinstellingen (VRZ en RUD). Inhuur derden Derden in de vorm van inhuur wordt in een tweetal situaties gedaan. Enerzijds is er de incidentele vraag naar specialistische kennis (bijvoorbeeld juridisch of fiscaal); het is doelmatiger om hiervoor in te huren. In het primaire proces wordt van diensten van derden gebruikgemaakt als dit strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer reguliere vacatures niet kunnen worden ingevuld of sprake is van urgente capaciteitsbehoefte. De post inhuur derden wordt daarmee zo veel mogelijk benut voor onontkoombare situaties. Strategische Personeelsplanning en Duurzame Inzetbaarheid Ons personeel is ons belangrijkste kapitaal: door strategische personeelsplanning (SPP) willen we anticiperen op de opbouw van het personeelsbestand en structurele tekorten in bepaalde functies, waaronder artsen, oplossen. In 2020 is gestart met strategische personeelsplanning door aan te sluiten bij het Deltaplan, waarin zorg- en welzijnsorganisaties samenwerken aan behoud en toestroom van personeel in deze sector. We nemen 33
deel aan gezamenlijk uitstroomonderzoek, regionale activiteiten voor vitale medewerkers en zoeken de samenwerking op het terrein van arbeidsmarktcommunicatie. Vanaf 2023 pakken we dit intern verder op als project, zodat we als organisatie beter kunnen anticiperen en reageren op veranderingen in de vraag naar arbeid en aansluiten bij regionale oplossingen. Doel hiervan is zodanig georganiseerd te zijn dat de taken uitgevoerd kunnen blijven worden die nodig zijn om de doelstellingen van GGD Zeeland te behalen. Inzet personeel Voor 2024 staat de volgende formatie begroot: Programmalijn Fysieke veiligheid en bescherming Gezondheid in de wijk Sociale Veiligheid Veilig Thuis Overhead Subtotaal GGD Zeeland Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Totaal
Aantal fte 35.74 112.13 5.37 32.56 64.63 250,43 13,78 261.24
Opmerkingen Dit is exclusief de additionele capaciteit bij JGZ
Waarvan 2 fte incidenteel 1/4/2023-31/3/2025
Rechtmatigheidsverantwoording Ook de GR moet een rechtmatigheidsverantwoording afgeven. In het AB is besloten dat de GR een basis ambitieniveau (niveau 1) heeft voor de jaren 2023 tot en met 2025, waarbij we als verantwoordingsgrens 3% van het lastentotaal inclusief dotaties aan reserves hanteren, en indien relevant, afwijkingen vanaf 1% in de paragraaf bedrijfsvoering toelichten indien het bestuurlijk relevante onderwerpen betreft.
De commissie BADO heeft in hun notitie van maart 2020 het basale ambitieniveau als eerste stap benoemd in het groeimodel van rechtmatigheidsverantwoording. In 2023 heeft de GGD, mede door het accorderen van de 1e begrotingswijzing 2023 de eerste stappen in dit proces gezet.
34
1.2.3. Paragraaf Financiering De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido, 2001). De treasuryfunctie heeft tot doel tegen gunstige condities en tegen zo laag mogelijke kosten te voorzien in de benodigde financieringsmiddelen en daarbij risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en te beperken. In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s. De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF, 2013) bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van gemeenschappelijke regelingen niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal, met een minimum van 300.000,-. De uitkomst is verwerkt onder het onderdeel Kengetallen in paragraaf 1.2.4. Paragraaf Weerstands- vermogen en risicobeheersing Renterisiconorm GGD Zeeland heeft geen leningen met een looptijd van 1 jaar of langer, zodat geen toetsing plaatsvindt op de renterisiconorm.
1.2.4. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Met deze paragraaf voldoen we ook aan de eisen van het BBV (artikelen 9 en 26). • • •
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit een inventarisatie van de risico’s 1) het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s 1)
1) Risico’s moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn. We nemen alleen die risico's op die het benodigde weerstandsvermogen met 25.000 of meer beïnvloeden. Weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als ‘de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken’. Het geeft aan in welke mate de GGD in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn, en de risico’s. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die GGD Zeeland loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om deze te bepalen is het noodzakelijk om de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen.
Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Daarnaast zal niet ieder risico zich maximaal voordoen. Tot slot is een aantal risico’s qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten.
35
Voor 2024 zijn de volgende significante risico's benoemd: Risico 1. DUMO budget Veilig Thuis
2. Incidentele subsidie VT
3. Verplicht eigen risicodrager
4. Claims niet voldoen wetgeving (AVG, Archiefwet) 5. Beschikbaarheid arbeidskrachten/ kosten inhuur
6. Medisch beroepsrisico
Toelichting Vanaf 2025 worden de middelen uit de Decentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang (budget Vlissingen) door gedecentraliseerd naar alle Zeeuwse gemeenten. Vanuit dit budget (middels een subsidie via het CZW Bureau) wordt Veilig Thuis nu (prijspeil 2022) voor ca 1.687.500.000 (=53% van totale financiering CZW + gemeenten) gefinancierd. Gemeenten dienen opnieuw te beslissen op welke wijze zij de diensten vanaf 2025 willen financieren. Indien de financiering stopt is het risico dat de bedrijfsvoering en dienstverlening bij Veilig Thuis niet kan worden voortgezet en dat daarbij personeel moet afvloeien met bijbehorende kosten. Onderdeel van de financiering door het CZW Bureau/centrumgemeente Vlissingen is een (nu nog) incidentele subsidie van € 571.600,- voor de versterking van Veilig Thuis. Deze subsidie wordt steeds als incidenteel benoemd. Als deze niet (tijdig) wordt omgezet in een structurele financiering loopt de reguliere bedrijfsvoering gevaar. De schaarste op de arbeidsmarkt en de lange inwerkperiode maakt het noodzakelijk personeel langere contracten te bieden dan een jaar. Dit effect op de bedrijfsvoering geeft het risico dat de wachtlijsten oplopen als gevolg van de voortzetting van het hoge aantal meldingen en de toegenomen adviesvragen.
Bij oplopende wachtlijsten moeten medewerkers meer tijd investeren om het zicht op de veiligheid te behouden, daarnaast duurt het langer voordat meldingen van burgers en professionals kunnen worden opgepakt. Het blijft onvoorspelbaar wat er in deze periode met een gezin kan gebeuren. Daarmee ontstaat een risico op mogelijke claims, advocaat- en tuchtrechtkosten en onveilige situaties binnen gezinnen. Dat laatste is niet te kwantificeren in euro's. Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt GGD de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dit risico 10% lager ingeschat dan voorheen. Claims als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. AVG) of extra onvoorzienbare kosten als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. Archiefwet). Door de basis verder op orde te brengen zou dit risico in de komende jaren aanzienlijk moeten verminderen. Beschikbaarheid arbeidskrachten en uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht en krapte op de arbeidsmarkt, leiden tot hogere kosten in verband met inhuur van extern personeel. Vanuit de eerste begrotingswijziging 2023 is een budget beschikbaar gekomen voor ziektevervanging waardoor dit risico wat lager ingeschat kan worden.
Medisch beroepsrisico kosten juridische bijstand. Gezien het risico op incidenten (COVID-19) was deze som verhoogd. Die is nu weer naar beneden bijgesteld. Wel is de kans verhoogd door een veranderde maatschappelijke moraal.
7. Juridische procedures
Risico op (juridische) procedures, onder meer bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing overige wetgeving.
8. WNRA
Invoering WNRA in 2020 waardoor in voorkomende gevallen een transitievergoeding verschuldigd is bij ontslag.
9. Prijsstijgingen beoogde investeringen
Het meerjarig Investeringsplan is opgesteld op basis van prijzen in 2022. Door de prijsstijgingen van onder meer grondstoffen, halfgeleiders, chips en halffabricaten, is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet afdoende zijn. Deze prijsstijgingen worden veroorzaakt door
36
marktverstoringen. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor onder druk komen te staan en hoger zijn dan nu berekend. Gerekend is met een investeringslast van gemiddeld 400.000,-. 10. Cyberattack/ uitval ICT
Ransomware of een andere externe aanval op de ICT-infrastructuur met financiële schade en langdurige uitval van diensten tot gevolg.
11. CAO stijging/ VRZ
In de begroting 2024 is uitgegaan van een loonstijging van 3,4%; de VZG-norm. De werkelijke loonkostenstijging als gevolg van CAO vanaf 2024 of een wijziging van pensioenpremie zal hiervan afwijken. Een nadelig verschil van 1% over €20.902.640 (het begrotingstotaal) is meegenomen als risico.
12. FG-diensten en wetgeving artsen
De continuïteit van de Forensisch Geneeskundige (FG) diensten is met ingang van februari 2022 onder druk komen te staan wegens vertrek van twee van de drie FG artsen en een sterk jarenlang tekort op deze arbeidsmarkt. Sinds 2021 wordt (in samenwerking met andere GGD'en en GGD/GHOR Nederland) onderzocht hoe de bezetting op peil gebracht kan worden (Zebralim, huisartsen, artsen in opleiding). Met de politie was een contract afgesloten voor (niet wettelijke) dienstverlening op FG gebied. Door het personeelstekort kon de GGD niet voldoen aan de daarin genoemde afspraken en is het contract opgezegd vanaf januari 2022. Indien er geen contractverlenging met de politie mogelijk is waarbij GGD aan de genoemde voorwaarden kan voldoen, verricht GGD alleen de wettelijke taak gemeentelijke lijkschouw. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdragen. Nieuwe wetgeving met nieuwe taken voor onze artsen, zoals bijvoorbeeld het elektronisch voorschrijf systeem, kan verhoging van structurele lasten met zich meebrengen.
13. IJZ: overnamen jeugdhulpaanbieders
Inkooporganisatie jeugd: Een faillissement/ overname van jeugdhulpaanbieder(s) kan leiden tot aanzienlijke kosten voor deelnemende gemeenten IJZ, in het geval er geen alternatieve aanbieders zijn.
14. IJZ: jeugdwet open einde regeling
Inkooporganisatie Jeugd: De jeugdwet is een open-einde regeling waarbij de toegang door gemeenten wordt beheerd en beheersing van de hoogte van deze kosten buiten de invloedssfeer van inkooporganisatie Jeugd ligt.
15. IJZ: juridische procedures
Inkooporganisatie jeugd: Juridische procedures bij aanbestedingsdocumenten en maatwerkovereenkomsten IJZ.
16. Gezonde Schoolaanpak
De Gezonde School-aanpak biedt scholen handvatten bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en het welzijn van leerlingen. Dit is een van de belangrijkste pijlers binnen het preventieve aanbod (advisering op gebied van gezondheid) vanuit de GGD. Het is van belang dat dit aanbod doorloopt zodat expertise en draagvlak behouden blijft. Vanaf juli 2022 is de financiering voor randvoorwaardelijke werkzaamheden t.b.v. de Gezonde-school aanpak (deels) vervallen. Dit betekent dat de inzet vanuit landelijke financiering niet volledig kostendekkend is voor het schooljaar 2022 en 2023 (en daarmee ook voor 2024). Dit is afhankelijk van het aantal scholen dat deelneemt en het aantal uren dat scholen afnemen van de GGD. De eigen investering vanuit de GGD voor de Gezonde School-aanpak zal op basis van huidige inzichten maximaal tussen € 30.000 - € 59.000 per jaar zijn. Parallel wordt gewerkt aan een voorstel voor structurele borging van de Gezonde School binnen het takenpakket van de JGZ (deze leidt mogelijk tot een begrotingswijziging).
37
17. Wijziging prijsindex jeugdhulp
Voor de kosten van gecontracteerde jeugdhulp wordt niet gerekend met de VZG-norm, maar met de OVA-index. In de concept begroting 2024 is gerekend met een prijsindex van 5,29% voor 2023 en 4,74% voor 2024. De OVA voor 2023 is definitief geworden, kort voor verzending naar de gemeenten. De financiële gevolgen hiervan worden meegenomen in de Bestuursrapportage 2023. Het OVA-percentage voor 2024 is nog voorlopig en kan nog afwijken. Een hogere OVA-index leidt tot hogere tarieven van jeugdhulpaanbieders.
18. Wijziging rijksbeleid
Ten tijde van het opstellen van deze begroting wordt landelijk gewerkt aan een hervormingsagenda jeugd die gaat leiden tot landelijke beleidswijzigingen. Zo is bijvoorbeeld de verwachting dat jeugdhulp verblijf zal afnemen en dat ambulante jeugdhulp (daardoor) zal toenemen. Het is nog onduidelijk hoe deze verwachte wijzigingen van rijksbeleid in financiële zin zullen uitpakken.
Bovengenoemde risico's zijn als volgt gekwantificeerd: Nr.
Verkorte omschrijving
Kans
1.
DUMO budget Veilig Thuis
10%
1.687.500
168.750
2.
Incidentele subsidie VT
5%
571.600
28.580
3.
Verplicht eigen risicodrager
40%
100.000
40.000
4.
Claims niet voldoen wetgeving (AVG, Archiefwet)
50%
500.000
250.000
5.
Beschikbaarheid arbeidskrachten/ kosten inhuur
40%
600.000
240.000
6.
Medisch beroepsrisico
20%
150.000
30.000
7.
Juridische procedures
20%
200.000
40.000
8.
WNRA
50%
75.000
37.500
9.
Prijsstijgingen beoogde investeringen
90%
40.000
36.000
10.
Cyberattack/ uitval ICT
10%
500.000
50.000
11.
CAO stijging/ VRZ
70%
209.026
146.300
12.
FG-diensten
75%
34.000
25.500
13.
IJZ: overnamen jeugdhulpaanbieders
5%
5.000.000
250.000
14.
IJZ: jeugdwet open einde regeling
25%
8.000.000
2.000.000
15.
IJZ: juridische procedures
5%
1.000.000
50.000
16.
Gezonde School-aanpak
90%
44.500
40.050
17.
Wijziging prijsindex 2024 jeugdhulp
50%
1.260.000
630.000
18.
Wijziging rijksbeleid
5%
1.000.000
50.000
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Impact
Benodigd
4.112.680
38
Beschikbare weerstandscapaciteit Voor de begroting 2024 is het uitgangspunt dat de algemene reserve en overige reserves van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland eind 2022 een restantsaldo zullen hebben van: Eigen vermogen geconsolideerd
31-12-2022
Algemene Reserve
475.942
Bestemmingsreserves
3.689.086
Nog te bestemmen resultaat Totaal eigen vermogen
713.875 4.878.903
Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: geeft de verhouding weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bedraagt: 4.112.680/4.878.903 = 0,84 Kengetallen De minister van Binnenlandse Zaken heeft in mei 2015 besloten dat kengetallen deel uitmaken van de paragraaf Weerstandsvermogen. Provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen dienen vanaf 2015 in deze paragraaf inzicht te geven in de volgende kengetallen: -
Netto schuldquote; Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie (niet van toepassing voor GGD Zeeland); Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor GGD Zeeland).
Kengetallen Solvabiliteit Liquiditeit ratio Netto schuld quote Netto schuld quote gecorrigeerd Ruimte kasgeldlimiet (omvang kostenbegroting) bedragen x 1.000
31-122021 6% 0,9% 0,5% -1,3%
31-122022 18% 1,1% 3,1% 1,2%
31-122023 17% 1,1% 2,9% 1,1%
31-122024 17% 1,1% 2,7% 0,9%
31-122025 17% 1,0% 2,6% 0,8%
31-122026 17% 1,0% 2,6% 0,8%
31-122027 17% 1,1% 2,6% 0,8%
8.914
13.054
13.506
14.092
14.095
14.044
14.112
Toelichting: • Solvabiliteitsratio: geeft aan in welke mate we aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit de baten en lasten (exclusief mutatie reserves) In het VNG-rapport Houdbare gemeentefinanciën worden de volgende labels gehanteerd voor het begrip solvabiliteitsratio:
39
Solvabiliteitsratio <20% >20% en <30% >30%
het bezit is zeer zwaar belast met schulden(het signaal staat op rood) het signaal staat op oranje het signaal staat op groen
• De liquiditeit ratio laat zien of tegenover de korte termijnschulden (vlottende passiva) voldoende vlottende activa (vorderingen) en liquide middelen staan. Een ratio van 1,5 wordt over het algemeen beschouwd als financieel gezond. • Netto schuldquote: deze indicator toont de verhouding van de netto schulden tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig. • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekt leningen deze indicator toont de verhouding van de netto schulden gecorrigeerd voor verstrekte leningen tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig. • Structurele exploitatieruimte: een getal gelijk aan of groter dan 0 betekent dat de structurele baten groot genoeg zijn om de structurele lasten te dekken.
1.2.5. Paragraaf Verbonden partijen Verbonden Partijen zijn in het Besluit ‘Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente (c.q. Gemeenschappelijke Regeling) een bestuurlijk en financieel belang heeft. GGD Zeeland had slechts één verbonden partij, Stichting Inkoopbureau West Brabant (een inkoopcombinatie). Vanuit de 1e begrotingswijziging 2023 is besloten dat we de inkoop volledig in eigen hand gaan nemen. GGD Zeeland heeft daarmee geen verbonden partijen meer met ingang van 2024.
40
2. FINANCIELE BEGROTING EN MEERJARENRAMING
41
2.1. Uitgangspunten voor de begroting De meerjarenraming 2024-2027 in deze begroting wordt in constante prijzen geraamd, dat wil zeggen dat de baten en lasten niet meerjarig worden geïndexeerd. Hierop zijn enkele uitzonderingen en onderdelen die nadere toelichting verdienen. Deze worden hieronder benoemd. Loonkosten Loonkosten worden begroot op basis van formatie. Dit is met name structurele formatie. Incidentele formatie komt vooral voor bij projecten. De loonkosten 2024 (voor beide organisatie onderdelen IJZ en GGD) zijn als volgt tot stand gekomen: 1. P * Q: formatie maal gemiddelde loonkosten per januari 2023 van de goedgekeurde begroting 2023; rekening houdend met de in januari 2023 bekende periodieke verhogingen en bekende aanpassingen in premies. 2. De uitkomst onder 1 is in eerste instantie verhoogd met 3,9%; de VZG-richtlijn voor het opstellen van de personeelslasten in de begroting 2024. 3. Tijdens het samenstellen van de begroting is een principeakkoord bereikt over de CAO voor 2023. Deze CAO voorziet in onder andere een verhoging van de thuiswerkvergoeding, een vaste loonsverhoging (240 euro) en een procentuele (2%). 4. De VZG heeft in maart 2023 de VZG-norm 2023 aangepast tot 7,2%. De norm voor 2024 is ongewijzigd gebleven op 3,4%. 5.
Omdat de begroting 2024 in maart nagenoeg gereed was, zijn de hogere VZG-norm (punt 4) alsmede de hogere personeelslasten (punt 3) in de cijfers in één bedrag verwerkt en niet uitgesplitst per programma(lijn). Verhouding Personele lasten/ materiele lasten In de primaire begroting 2023 is het totaal van de kosten (inclusief begrotingswijzigingen) € 26.333.948. Het aandeel directe loonkosten daarin (salarissen, inhuur en kosten ziektevervanging) is €20.533.118. Dit levert een verhouding personele lasten/ materiele lasten op van 78% / 22%. Materiële lasten Het totale materiële budget voor de begroting 2024 is in eerste instantie bepaald door de goedgekeurde primaire begroting 2023 aangevuld met de door het AB goedgekeurde begrotingswijzigingen 2023 te verhogen met 2,4%; de VZG- richtlijn voor het opstellen van de begroting 2024. Daarna is per post de afweging gemaakt of de werkelijke uitgaven 2022/2023 en ontwikkelingen voor 2024 aanpassing tot een hoger of lager bedrag noodzaken en indien nodig, is de post aangepast. Afschrijvingen Tot en met begroting 2023 werden de afschrijvingslasten gebaseerd op de staat van activa. In 2022 is een inhoudelijke verbeterslag gemaakt waar het gaat om het meerjarig investeringsplan. Dit heeft gevolgen voor de afschrijvingen.
De geldende afschrijvingstermijnen zijn ongewijzigd gebleven en gehanteerd zoals ze genoemd zijn in de financiële verordening. In 2022 is voor het doen van een groot aantal investeringen toestemming verkregen na accordering van de bestuursrapportage 2022, medio december. Hierdoor zijn een aantal investeringen doorgeschoven naar 2023. Afschrijvingslasten starten in het eerste jaar na het jaar waarin de investering plaatsgevonden heeft. Latere investering heeft daarmee gevolgen voor de afschrijvingen van de jaren erna. Afschrijvingslasten zijn in de exploitatie toegerekend aan de afdelingen waarop de gedane investeringen betrekking hebben. In de reguliere investeringen is de herinvestering in de MRU bus niet meegenomen. Deze bus, die in 2024 zijn laatste afschrijvingsjaar heeft, zou in 2025 vervangen kunnen worden. In de staat van activa is een bedrag van €506.298,- opgenomen. In de eerste Begrotingswijziging 2023 is aangegeven dat er een business case moet worden gemaakt om te kijken of, en zo ja tot welke hoogte, deze investering noodzakelijk is. Hiervoor is in 2023 een bedrag van €15.000,- vrijgemaakt. Het opstellen van deze business case moet ten tijde van het opstellen van de begroting nog plaatsvinden.
42
Gezien de hoogte van de herinvestering – en de daarbij behorende afschrijvingslasten behorende bij een afschrijvingstermijn van 10 jaar – en de vraag of dit bedrag in zijn geheel noodzakelijk is, is de herinvestering in de MRU bus niet in het meerjarig vooruitzicht opgenomen.
Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt 15.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: VPB). In principe vallen de activiteiten met betrekking tot Forensische Geneeskunde en PMR onder de VPB-plicht. Voor 2024 wordt de VpB geraamd op 6.600.
43
2.2. Totaaloverzicht van baten en lasten Totaaloverzicht GGD per programma, inclusief meerjarenraming. Negatieve bedragen zijn baten en positieve bedragen zijn lasten. Voor dit overzicht worden de artikelen 17 en 27 BBV gevolgd. 2024
2025
2026
2027
Baten
-2.315.600
-2.315.600
-2.315.600
-2.315.600
Personele lasten
3.131.600
3.131.600
3.131.600
3.131.600
Materiële lasten
736.000
686.000
686.000
686.000
1.552.000
1.502.000
1.502.000
1.502.000
-536.500
-536.500
-536.500
-536.500
10.499.800
10.499.800
10.499.800
10.499.800
1.1.1.1 Fysieke veiligheid en bescherming
Saldo Fysieke veiligheid en bescherming 1.1.1.2 Gezondheid in de wijk Baten Personele lasten Materiële lasten
1.051.500
991.500
991.500
991.500
Saldo gezondheid in de wijk
11.014.800
10.954.800
10.954.800
10.954.800
Baten
-1.330.700
-1.330.700
-1.330.700
-1.330.700
Personele lasten
1.156.300
1.156.300
1.156.300
1.156.300
Materiële lasten
65.900
65.900
65.900
65.900
-108.500
-108.500
-108.500
-108.500
Baten
-1.687.000
-1.687.000
-1.687.000
-1.687.000
Personele lasten
2.851.800
2.851.800
2.851.800
2.851.800
Materiële lasten
58.300
58.300
58.300
58.300
Saldo Veilig Thuis
1.223.100
1.223.100
1.223.100
1.223.100
-134.072.420
-133.968.520
-133.968.520
-133.968.520
Personele lasten
1.488.828
1.488.828
1.488.828
1.488.828
Materiële lasten
132.583.592
132.479.692
132.479.692
132.479.692
0
0
0
0
-346.700
-346.700
-346.700
-346.700
1.214.648**
1.214.648
1.214.648
1.214.648
Personele lasten regulier
5.760.400
5.616.400
5.568.200
5.568.200
Materiële lasten
2.571.500
2.571.500
2.571.500
2.571.500
Saldo Overhead
9.199.848
9.055.848
9.007.648
9.007.648
Dekkingsmiddelen structureel
-22.684.903
-22.725.853
-22.725.853
-22.725.853
Dekkingsmiddelen incidenteel
-185.489
-46.372
-22.870.392
-22.772.225
-22725.853
-22.725.853
Onvoorzien
15.000
15.000
15.000
15.000
Geraamde vennootschapsbelasting
6.600
6.600
6.600
6.600
Saldo Onvoorzien
21.600
21.600
21.600
21.600
Totaal saldo van Baten en lasten
32.456
-123.377
-125.205
-125.205
1.1.1.3 Sociale veiligheid
Saldo Sociale veiligheid 1.1.2 Veilig thuis
1.1.3 Inkoop Jeugdhulp Zeeland Baten
Saldo inkoop Jeugdhulp Zeeland 1.1.4 Overhead Baten Personele lasten CAO verhoging
1.1.5 Algemene dekkingsmiddelen
Saldo Algemene dekkingsmiddelen 1.1.6 Onvoorzien en VPB
44
2024
2025
2026
2027
-123.377
-125.205
-125.205
-
-
-
-
Totaal mutatie reserves
-90.000
0
0
0
Geraamd resultaat
-90.000
-123.377
-125.205
-125.205
Onzekerheidsfactor CAO ***
-32.456
Totaal saldo van Baten en lasten
0
Beoogde mutaties reserves 1.1.1.1 Fysieke veiligheid en bescherming 1.1.1.2 Gezondheid in de wijk
-90.000 *
1.1.1.3 Sociale veiligheid 1.1.2 Veilig thuis 1.1.3 Inkoop Jeugdhulp Zeeland 1.1.4 Overhead
* ** ***
Onttrekking uit de algemene reserve voor het uitvoeren van de gezondheidsmonitoren ophoging salariskosten i.v.m. CAO stijging 2023 opgenomen als één totaalbedrag onder overhead. Zal later worden gesplitst in programmalijnen. het bedrag van de stijging CAO is een indicatie, gemaakt op basis van beperkte gegevens. Hier zit een grote onzekerheidsfactor in. Deze onzekerheidsfactor is gebruikt om het exploitatieresultaat voor 2024 sluitend te maken.
Onderscheid incidentele en structurele baten en lasten Baten in de taakvelden zijn structureel van aard; lasten volgen de baten. Vaak gaat het om subsidies en andere (rijks-) bijdragen die jaarlijks terugkeren, maar in omvang kunnen variëren. Voor 2024 zijn de volgende posten incidenteel van aard: Lasten uitvoering gezondheidsmonitoren (programmalijn Gezondheid in de wijk); deze lasten zijn in 2024 € 140.200 en in latere jaren € 90.000 minder: € 50.200. Deze monitoren worden maar eens in de vier jaar uitgevoerd. -
de kosten van de projectleiders (2 fte, startend in april 2023; twee jaar en daarmee heel 2024 doorlopend).
2.2.1. Toelichting op het overzicht van baten en lasten BATEN Omschrijving Publieke gezondheid Veilig Thuis Inkoop Jeugdhulp Zeeland
Realisatie 2022 -5.466.266
Geraamd 2023 (G) -4.056.098
Geraamd 2024 -4.182.800
-1.772.836
-1.727.982
-1.687.000
-124.658.421
-126.449.196
-134.072.420
Overhead Algemene dekkingsmiddelen
-261.227
-672.744
-346.700
-17.359.603
-20.559.020
-22.870.392
-149.518.353
-153.465.040
-163.159.312
Onvoorzien Totaal baten
De geraamde algemene dekkingsmiddelen 2023 zijn nog exclusief de ophoging van de VZG norm die bij het opstellen van de begroting nog niet formeel was.
45
LASTEN Omschrijving Publieke gezondheid Veilig Thuis Inkoop Jeugdhulp Zeeland Overhead *
Realisatie 2022 14.987.538
Geraamd 2023(G) 15.166.112
Geraamd 2024 16.641.100
2.505.957
2.877.516
2.910.100
124.658.421
126.449.196
134.072.420
6.811.571
9.005.848
9.546.548
-14.263
20.468
21.600
Onvoorzien en VpB Onzekerheidsfactor CAO Totaal lasten
-32.456 148.949.224
153.519.140
163.159.312
Saldo van baten lasten
-569.129
54.100
-
Mutatie reserves
-144.747
-
-90.000
Exploitatie resultaat
-713.876
54.100
-90.000
*
ophoging salariskosten i.v.m. CAO stijging 2023 opgenomen als één totaalbedrag onder overhead. Zal later worden gesplitst in programmalijnen.
In 2023 presenteerde de GGD een sluitende primaire begroting. In december 2022 is er akkoord gekomen op een substantiële begrotingswijziging waarmee we een noodzakelijke structurele en deels incidentele bijdrage vroegen om daarmee ‘de basis op orde’ te krijgen. Deze gewijzigde begroting is hierboven als referentie opgenomen. We gaven aan dat ons primaire proces spaak liep, bedrijfsvoering te kwetsbaar was geworden en we ons niet meer als goed werkgever konden gedragen. Om dit tij te keren zijn we in 2023 teruggekeerd naar een lijnorganisatie, het versterken van het primaire proces waar we ‘onder waakvlamniveau’ waren gekomen en hebben we het bedrijfsbureau sterker neergezet. ‘Grip’ en ‘in control komen en blijven’ zijn in 2023 – en dus ook bij het opstellen van deze begroting – taken waar we voor staan. De organisatieonderdelen ‘Veilig Thuis’ en ‘Jeugdgezondheidszorg’ zijn in de eerste begrotingswijziging 2023 buiten scope gebleven. De focus lag op de knelpunten: de Algemene Gezondheidszorg en bedrijfsvoering. Vanaf 2025 wordt ingezet op het verder door ontwikkelen van de begroting, met name om nog meer inzicht te kunnen verschaffen.
46
2.2.2. Begrotingsresultaat 2024 - 2027 Programma Publieke gezondheid Dit programma bestaat uit drie programmalijnen. Fysieke Veiligheid en Bescherming De programmalijn Fysieke Veiligheid en Bescherming kent een relatief groot aantal taken die (geheel of gedeeltelijk) niet vallen onder het Basis Taken Pakket, maar die door subsidies of andere bijdragen ook opbrengsten genereren, of die zelfs geheel als markttaak te benoemen zijn. Het gaat hierbij voor een deel om incidentele gelden, waar we bij voorkeur ook medewerkers tijdelijk op inzetten. De krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat we dat steeds minder gemakkelijk met tijdelijke contracten kunnen invullen en we onze toevlucht moeten nemen tot (duurdere) inhuur. Daarnaast vallen in deze programmalijn kosten en opbrengsten die we niet van te voren kunnen ramen, en die vaak wel een bijdrage kunnen leveren aan de organisatie als geheel, bijvoorbeeld rijkssubsidies voor de opvang van vluchtelingen en asielzoekers en tegemoetkoming voor COVID-19 of Monkeypox. Voor deze onverwachte en onvoorspelbare taken is niet begroot.
Begroting 2023 Begroting 2024 Verschil
Baten -2.016.167 -2.315.600 -299.433
Lasten 3.342.179 3.867.600 525.421
Uit de vergelijking tussen 2023 en 2024 blijkt dat de baten weliswaar stijgen (mede door een kwaliteitsimpuls vanuit de eerste begrotingswijziging) maar geen gelijke tred houden met de stijging van de lasten. In 2023 wordt verder onderzocht op welke wijze de baten (w.o. markttaken) nog meer kunnen bijdragen aan de dekking van de uitgaven. Gezondheid in de wijk Het grootste gedeelte van de programmalijn Gezondheid in de wijk wordt uitgevoerd voor werkzaamheden die vallen onder het Basistakenpakket (BTP). Zoals ook in de beleidsbegroting is aangegeven, is daar voor 2023 en verder gebruikgemaakt van het formatie calculatie model (FCM). Dit model geeft aan welke formatie nodig is om aan de wettelijke taken te voldoen. Doordat de formatiecijfers ieder jaar worden herijkt op basis van veranderende demografische cijfers (bevolkingsgroei in Zeeland, waaronder instroom vluchtelingen uit Oekraïne) en intern capaciteitsverlies – waar o.a. het percentage ziekteverzuim, ouderschapsverlof en zwangerschapsverlof op van invloed is) lijkt dit voor 2024 op basis van nu bekende data een stijging in de capaciteit te vragen ten opzichte van de begroting 2023 (deze lijn was ook al waarneembaar in het jaar 2022 - zie ook de bestuursrapportage 2022. Nb. De wijze van financiering voor de Oekraïense vluchtelingen staat voor zowel 2023 als 2024 nog niet vast.