2023-23b D23.284910 Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2024
Tekst van het document
Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de Wet Fido twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. Kortlopende schulden - kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal.
Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2024 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte
2024 € 43.704.110 8,20% € 3.583.737 €0 € 3.583.737
25
Langlopende schulden – renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal.
Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2024
Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000
Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020
Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804
Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm
2024 € 43.704.110 20% € 8.740.822
2025 € 44.551.010 20% € 8.910.202
2026 € 46.091.765 20% € 9.218.353
2027 € 46.518.987 20% € 9.303.797
Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
2024 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 8.740.822 € 6.857.018 €0
2025 €0 € 2.083.804 € 2.083.804 € 8.910.202 € 6.826.398 €0
2026 €0 € 3.359.000 € 3.359.000 € 9.218.353 € 5.859.353 €0
2027 €0 € 4.209.000 € 4.209.000 € 9.303.797 € 5.094.797 €0
Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2022
2023
2024
2025
2026
2027
Liquide middelen 1/1
6.922.209
3.337.765
-2.596.147
-2.760.074
-2.795.279
Investeringsplan Afschrijvingen
-3.312.394 3.148.390
-9.384.174 3.074.766
-14.394.198 3.613.875
-9.405.882 4.380.081
-7.372.422 4.742.503
Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel
-1.586.636 0 0
-290.700 0 0
-49.800 0 0
-150.600 0 0
-11.400 0 0
Aflossingen bestaande leningen Aflossingen nieuwe leningen
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804 -250.000
-1.833.804 -1.525.000
-1.833.804 -2.375.000
6.922.209
3.337.765
-5.096.147
-15.510.074
-11.295.279
-9.645.402
0
0
2.500.000
12.750.000
8.500.000
6.750.000
6.922.209
3.337.765
-2.596.147
-2.760.074
-2.795.279
-2.895.402
1,5% 4%
0 0 280.800 280.800
19.500 50.000 257.700 327.200
40.200 350.000 234.800 625.000
41.700 739.500 211.700 992.900
42.800 966.500 188.700 1.198.000
Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente (kort) over financieringsbehoefte Rente (lang) over financieringsbehoefte Rente over lopende leningen Totaal
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2023 t/m 2027. 26
Renteschema 2024 (taakveld treasury) Renteschema 2024: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
€ € €
328.300 328.300
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-/-
€
-
-/-
€
-
+/+
€
-
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
+/+ +/+
€ € €
328.300
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
€
328.300
€
-
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury
27
1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • •
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waarrdering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer Betekenis x≥ 2,0 A Uitstekend 1,4 ≤ x < 2,0 B Ruim Voldoende 1,0 ≤ x < 1,4 C Voldoende 0,8 ≤ x < 1,0 D Matig 0,6 ≤ x < 0,8 E Onvoldoende x < 0,6 F Ruim onvoldoende Op basis van de concept-jaarrekening 2022 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2022 een verwacht saldo van € 602.143. De jaarrekening 2022 is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet vastgesteld en kan nog wijzigen.
28
De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee in 2024 naar verwachting: • • • •
Algemene reserve Onttrekking begroting 2023 (na wijz.) Onttrekking begroting 2024 Post onvoorzien Totaal
€ 794.566 -/- € 262.000 -/- € 200.000 € 50.000 € 382.566
Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kansklassen van 90% tot 10%. Risico’s
01
02
03
04
Zeer hoog risico (90%) In de begroting 2024 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 3,9 %. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% is meegenomen als risico. In de begroting 2023 en 2024 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,9% en 2,4% (VZG-norm). De werkelijke prijsstijging in 2023 en 2024 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,5% is meegenomen als risico. De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55+ medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. De incidentele meerkosten kunnen vooralsnog opgevangen worden uit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 26%. Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR waardoor loonheffing verschuldigd is over het bedrag van de overschrijding.
Kans op optreden in 2024
Impact 2024 (€)
Benodigde weerstandscapaciteit 2024 (€)
90%
240.000
216.000
90%
170.000
153.000
90%
120.000
108.000
90%
70.000
63.000
29
05
06
07
08
09
10 11
12
13
Hoog risico (70%) Er is de afgelopen jaren sprake van hogere onderhoudskosten van brandweermaterieel en materiaal dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Dit nadeel wordt elk jaar nog als incidenteel beschouwd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In de begroting 2024 is het budget opnieuw tijdelijk verhoogd, waardoor de impact lager wordt ingeschat dan op basis van het kostenniveau in de periode 2018 t/m 2022 zou worden verwacht. De ECB heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd om de inflatie te beteugelen. Het risico bestaat op verdere verhoging van de rente. Dit risico is van toepassing op de meerjarenraming, waarin rekening is gehouden met een rente van 4%. Er is pas een financieringsbehoefte vanaf 2025. Gemiddeld risico (50%) Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden Uitval (bijv. door ziekte) in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht met als gevolg tijdelijke inhuur.
Niet in kunnen vullen van vacatures op de krappe arbeidsmarkt voor diverse functies en daarvoor duurdere inhuur Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( € 180.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. In de begroting 2024 zijn extra leergangen opgenomen. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat. Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2024. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend. In de begroting is een prijsstijging van 20% verwerkt. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat. Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens trainingen en incidenten in het verleden.
Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens oefeningen en trainingen is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade (post Borssele). Deze aansprakelijkheid maar ook
70%
200.000
140.000
70%
Nvt in 2024
Nvt in 2024
50%
100.000
50.000
50%
150.000
75.000
50%
150.000
75.000
50%
200.000
100.000
50%
180.000
90.000
50%
250.000
125.000
50%
PM
PM
30
14
15 16
17
18
19
20 21
de causaliteit en omvang dient nog te worden vastgesteld. Laag risico (30%) Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel (tunneltraining) vanaf 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkomst afgesloten tot en met 2023. In 2025 moet de tunnel tolvrij zijn. De NV Westerscheldetunnel blijft tot 2033 de beheersorganisatie van de tunnel, onafhankelijk van de tol. Zeer Laag risico (10%) Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing van overige wetgeving Langdurige gripsituatie i.v.m. bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid-19 in 2020/2021 Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd Claims agv wetgeving zoals de AVG De bewaker van de avg is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid om boetes op te leggen (tot ca. 4% jaaromzet) Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer) teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen (>15 jr. voor zware voertuigen en >8 jr voor dienstvoertuigen).
Dit brengt het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ, restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat Totaal
30%
75.000
22.500
10%
1.000.000
100.000
10%
250.000
25.000
10%
250.000
25.000
10%
50.000
5.000
10%
100.000
10.000
10%
75.000
7.500
10%
100.000
10.000
1.400.000
Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van de stand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit kan de ratio weerstandsvermogen 2024 worden bepaald: Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2024 is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
€ 382.566 € 1.400.000
= 0,27
Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ in de begroting 2024 als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief vermogen. VRZ zal in contact treden met de toezichthouder om de ontstane situatie te bespreken. 31
In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2024 een maximale reserve van 5 % van € 43.704.110 = € 2.185.205. Verloop van de kengetallen Begroting 2024 Kengetallen: Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2022 2023 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 56,19% 58,29% 56,19% 58,29% 8,23% 3,40% 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt
Begroting 2024-2027 2024 2025 2026 2027 Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 75,34% 102,03% 114,17% 120,88% 75,34% 102,03% 114,17% 120,88% 2,35% 1,59% 1,07% 0,99% 0 0 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt
De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote neemt naar verwachting toe. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 ‘’Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027’ voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.
1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.
32
Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming
33
Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 t/m 2027 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2024’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2025. Loon- en prijscompensatie Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2023 de VZG-richtlijn van 2,7% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,1% (2/3) en prijsbijstelling van 1,9% (1/3). Op 14 maart 2023 heeft de VZG, gelet op de uitzonderlijke (inflatie)situatie, deze richtlijn bijgesteld naar 7,2%, gebaseerd op een loonbijstelling van 7,9% (2/3) en prijsbijstelling van 5,9% (1/3). Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 3,4% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2,4% (1/3). Loonbijstelling Bijstelling VZG-richtlijn 2023 VZG-richtlijn 2024
+ 4,8% + 3,9 %
Prijsbijstelling
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling
+ 4,0 % + 2,4 %
+ 4,5% + 3,4 %
De raming van de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2023 en 2024 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. In zowel 2023 als 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000, samen € 200.000. Loonkosten Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende CAR-UWO-tabellen per 1 april 2022 en de werkgeverspremies per 1 januari 2023, verhoogd met de afgesproken loonstijging volgens de VZG-richtlijn 2023 van 3,1 % (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,8% naar 7,9%. In tegenstelling tot eerdere jaren hebben Veiligheidsregio’s een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Op 28 februari 2023 is een principeakkoord bereikt over een nieuwe CAO met een looptijd tot 1 mei 2024. Werkgevers en vakbonden leggen het akkoord voor aan hun achterbannen. De belangrijkste afspraken in dit akkoord (die de begroting 2024 beïnvloeden) zijn per 1-1-2023: -
-
een salarisstijging van € 100 bruto per maand per fte. De uitzonderlijk hoge inflatie raakt de lagere inkomens harder dan hogere inkomens. Werkgevers en vakbonden spreken in caoonderhandelingen daarom steeds vaker naast of in plaats van een procentuele loonsverhoging ook een vast bedrag af. De lagere loonschalen gaan er hierdoor 3% tot 4% op vooruit. Voor de hogere loonschalen is dat procentueel minder. vervolgens een salarisstijging van 5,5% een verhoging van het IKB met 1,58%; een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer van € 0,11/km tot een maximum van 45 km enkele reis; medewerkers die volgens afspraak thuis werken, ontvangen een vergoeding van € 3 per dag; voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,3%; 34
Het effect op de begroting van de CAO ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 (samen 9,2% tot 1 mei 2024) is berekend op € 722.000 in 2023 tot € 272.000 in 2024. De meerkosten ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 van 9,2% doen zich vooral voor bij de lagere loonschalen (€ 100 bruto + 5,5% + 1,58% = 10% tot 11%) en als gevolg van de vergoedingen voor thuiswerken en reiskosten woon-werkverkeer. Vanaf 2024 is de VZG-richtlijn 2024 van 3,9% toegepast. De CAO loopt tot 1 mei 2024. Er ontstaat pas op een later moment duidelijkheid over de werkelijke loonkostenontwikkeling vanaf 1 mei 2024. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 17,05%: dat is de optelsom van 6,75% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Het IKB wordt per 1-1-2023 verhoogd met 1,58%. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal.
Op basis van het Implementatieplan Bouwsteen ‘verplichtend karakter’ (WNRA) is rekening gehouden met meerkosten voor piketfunctionarissen als gevolg van het omzetten van vrijwillige aanstellingen naar parttime beroepsaanstellingen. Inflatie Voor de prijsontwikkeling is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2023 van 1,9% (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,0% naar 5,9% en de VZG-richtlijn 2024 van 2,4%. In 2022 bedroeg de VZGrichtlijn 1,5%. Net als andere organisaties hebben we te maken met de effecten van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en schaarste op de arbeidsmarkt. De financiële gevolgen hiervan voor de begroting zijn groot. De prijzen voor energie, brandstof en andere zaken zijn harder gestegen dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen opgenomen. De CPI-index laat ultimo 2022 een prijsstijging zien van 10%. VRZ heeft veel mededelingen ontvangen van leveranciers met prijsverhogingen vanaf 1-1-2023 (+/- 10%). Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen, die in veel gevallen nog moet worden doorberekend in de prijzen. Een prijsontwikkeling van 10% of meer is fors hoger dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen 2022 en 2023 is opgenomen. Omdat er momenteel veel onzekerheden zijn over de prijsontwikkelingen, o.a.
voor energie, volgt VRZ de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 (5,9%) en de VZG-richtlijn 2024 (2,4%). In de bestuursrapportage 2023 en de jaarrekening zal meer duidelijk worden over de werkelijke effecten van de inflatie op het kostenniveau van VRZ vanaf 2023. Door de prijsstijgingen van onder andere energie, grondstoffen, chips, chassis en andere halffabricaten, is het inmiddels onvermijdelijk geworden dat de geraamde investeringsbudgetten niet meer toereikend zijn voor de vervangingsopgave. In het investeringsplan is in afwijking van de VZGrichtlijnen rekening gehouden met een prijsstijging van 15% in 2023 en 20% in 2024 om te komen tot een meer reëel vervangingsplan.
35
Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2024 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2022 en het investeringsplan 2023 t/m 2027. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ. a. b. c. d. e.
f.
g.
h. i. j. k. l.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), motorspuitaanhangers, tankwagens, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeetapparatuur, CO-meetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; maximaal 7 jaar: personenauto’s,
warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, blushelmen, -laarzen en -handschoenen, paxtassen/AED’s; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons niet: gronden en terreinen.
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is voorlopig rekening gehouden met een rente van 4%. De kapitaalmarktrente loopt momenteel op. De Europese Centrale Bank heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd. Het percentage is daarom verhoogd ten opzichte van het percentage in de begroting 2023 van 2%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%.
36
Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
37
Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 43.704.110 44.551.010 46.091.765 46.518.987 25.806.282 25.874.282 25.924.982 26.042.593 158.600 158.600 158.600 158.600 260.600 37.800 37.800 37.800 12.737.244 12.904.035 13.264.184 13.011.673 851.580 847.380 843.180 838.880 486.738 486.738 486.738 486.738 328.300 628.300 996.200 1.200.200 3.074.766 3.613.875 4.380.081 4.742.503 -43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -285.000 -285.000 -285.000 -285.000 -8.788.089 -9.277.448 -9.583.297 -9.583.297 -34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 0 0 0 0
2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 43.704.110 44.551.010 46.091.765 46.518.987 28.150.720 28.375.853 29.314.918 29.762.245 5.958.163 6.480.222 6.837.197 6.863.840 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587 -561.000 -561.000 -561.000 -561.000 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 0 0 0 0 -42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 0 0 0 0 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 0
0
0
0
38
2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 27.589.720 27.814.853 28.753.918 29.201.245 28.150.720 28.375.853 29.314.918 29.762.245 16.150.850 16.125.650 16.120.350 16.154.161 147.600 147.600 147.600 147.600 222.800 0 0 0 7.721.374 7.393.806 7.318.106 7.195.595 614.100 609.900 605.700 601.400 245.238 245.238 245.238 245.238 289.400 572.100 914.800 1.114.900 2.759.358 3.281.559 3.963.124 4.303.351 -561.000 -561.000 -561.000 -561.000 -285.000 -285.000 -285.000 -285.000 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 5.939.463 6.461.522 6.818.497 6.845.140 5.958.163 6.480.222 6.837.197 6.863.840 3.209.983 3.241.983 3.252.183 3.265.483 32.600 32.600 32.600 32.600 2.267.947 2.757.306 3.063.155 3.063.155 237.480 237.480 237.480 237.480 179.000 179.000 179.000 179.000 2.900 3.600 4.200 6.000 28.253 28.253 68.579 80.122 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 6.525.449 6.586.649 6.632.449 6.702.949 11.000 11.000 11.000 11.000 5.200 5.200 5.200 5.200 2.697.923 2.702.923 2.832.923 2.702.923 62.500 62.500 62.500 62.500 36.000 52.600 77.200 79.300 287.155 304.063 348.378 359.030 -42.913.710 -44.001.510 -45.441.465 -46.007.887 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 -8.788.089
-9.277.448 -9.583.297 -9.583.297 -34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 1.050.000 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 0 0 -135.000 0 0 0 -135.000 0 0 0 -135.000 0 0 0 0 0
39
2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 Er is geen overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers per programma omdat de programmaindeling in de programmabegroting 2023 is gewijzigd ten opzichte van die in de jaarrekening 2022. Aanvullend is een overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers uit de programmabegroting 2023, de 1e begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024.
Jaarrekening: Programma 2022 Begroting: (concept) * 2023 Saldo van baten en lasten 1.689.036 Lasten 39.316.595 110 Salarissen en sociale lasten 22.980.825 210 Belastingen 152.296 351 Ingeleend personeel 283.464 380 Overige goederen en diensten 10.477.583 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 870.604 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 420.932 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 0 510 Rente 327.564 720 Mutaties voorzieningen 337.312 730 Afschrijvingen 3.466.015 Baten -37.627.560 352 Uitgeleend personeel -98.784 360 Huren -850 380 Overige goederen en diensten -1.030.081 431 Inkomensoverdrachten - Rijk -7.023.670 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten -29.162.152 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 1.000 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden -306.000 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen -2.732 510 Rente -4.291 Mutaties Reserves -1.075.305 Lasten 430.338 710 Mutaties reserves 430.338 Baten -1.505.643 710 Mutaties reserves -1.505.643 Eindtotaal 613.731 *) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
525.400 38.750.877 23.603.600 150.900 275.400 9.981.291 720.500 410.800 97.500 280.800 0 3.230.086 -38.225.477 -17.700 0 -269.700 -6.799.561 -30.862.516 0 -276.000 0 0 -525.400 0 0 -525.400 -525.400 0
Programma Begroting: 2024 290.700 43.704.110 25.806.282 158.600 260.600 12.737.244 851.580 486.738 0 328.300 0 3.074.766 -43.413.410 -18.700 0 -285.000 -8.788.089 -34.045.621 0 -276.000 0 0 -290.700 0 0 -290.700 -290.700 0
40
Overzicht met vergelijkende cijfers per programma begroting 2023
Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Baten 710 Mutaties reserves
Programma Begroting: 2023
Begroting 2023 na 1e wijziging
Programma Begroting: 2024
525.400 25.224.923 25.770.623 14.733.500 141.500 239.300 6.429.841 720.500 206.600 97.500 250.600 2.951.282 -545.700 -269.700 -276.000 3.962.563 3.980.263 2.954.400 31.100 803.000 0 167.300 800 23.663 -17.700 -17.700 9.139.991 9.139.991 6.055.700 9.400 5.000 2.748.450 36.900 29.400 255.141 -37.852.077 -190.000 -140.000 -50.000 -37.662.077 -6.799.561 -30.862.516 50.000 50.000 50.000 -525.400 -390.400 -390.400 -390.400 0 0 0
1.659.238 26.288.562 26.850.062 14.878.516 145.500 162.200 7.634.596 685.465 225.438 0 250.600 2.867.747 -561.500 -285.500 -276.000 5.598.790 5.616.490 2.954.400 31.100 2.265.508 172.400 167.300 800 24.982 -17.700 -17.700 9.079.812 9.079.812 6.171.900 9.400 5.000 2.571.550 36.900 29.400 255.662 -39.357.926 -168.755 -140.000 -28.755 -39.189.171 -8.326.655 -30.862.516 50.000 50.000 50.000 -1.659.238 -1.586.636 -1.586.636 -1.586.636 -55.602 -55.602 -55.602
290.700 27.589.720 28.150.720 16.150.850 147.600 222.800 7.721.374 614.100 245.238 0 289.400 2.759.358 -561.000 -285.000 -276.000 5.939.463 5.958.163 3.209.983 32.600 2.267.947 237.480 179.000 2.900 28.253 -18.700 -18.700 9.625.227 9.625.227 6.525.449 11.000 5.200 2.697.923 62.500 36.000 287.155 -42.913.710 -80.000 -80.000 0 -42.833.710 -8.788.089 -34.045.621 50.000 50.000 50.000 -290.700 -290.700 -290.700 -290.700 0 0 0
41
Programma Begroting: 2023 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting 2023 na 1e wijziging
-135.000 -135.000 -135.000 0
Programma Begroting: 2024
-17.000 -17.000 -17.000 0
0 0 0 0
2.2.5 Incidentele lasten per programma Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. In onderstaand overzicht is er in 2024 sprake van structureel evenwicht. Tegenover als incidenteel aangemerkte baten staan voldoende als incidenteel aangemerkte lasten, met andere woorden de structurele lasten zijn lager dan de structurele baten. In 2024 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan in eerdere begrotingen opgenomen (€ 3,8 mln.). De ontstane financiële ruimte in 2024 mag daarom alleen voor incidentele zaken worden uitgegeven, immers vanaf 2025 is volgens de ramingen de ruimte weer nodig voor dekking van de oplopende kapitaallasten. De meerjarenraming laat oplopende personeelslasten zien als gevolg van de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Om deze lasten in de toekomst te kunnen dekken zijn sommige lasten in eerdere jaren als incidenteel opgenomen. Deze moeten worden afgebouwd.
Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Baten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 380 Overige goederen en diensten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 975.000 206.100 216.400 -22.900 925.000 156.100 31.400 -72.900 238.700 222.800 523.700 14.800
37.500 0 183.000 10.600
0 0 100.000 6.400
0 0 0 2.100
-75.000 0
-75.000 0
-75.000 135.000
-75.000 0
0 50.000
0 50.000
135.000 50.000
0 50.000
50.000 -281.500 -281.500
50.000 -40.600 -40.600
50.000 -141.400 -6.400
50.000 -2.200 -2.200
-281.500 0
-40.600 0
-6.400 -135.000
-2.200 0
0 693.500
0 165.500
-135.000 75.000
0 -25.100
42
In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd. Andere incidentele lasten worden hieronder toegelicht: Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal Er is in 2022 (net als in 2018 , 2019 , 2020 en 2021) meer onderhoud uitgevoerd dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Deze nadelen zijn in de jaarrekeningen als incidenteel gekwalificeerd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In 2024 is € 317.500 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. In 2025 en 2026 is respectievelijk € 83.000 en € 100.000 opgenomen. Informatie gestuurd werken Voor verdieping/inbedding/integratie van het materieelbeheersysteem in het datawarehouse is € 31.000 incidenteel opgenomen in 2024. Uitrol operationele uniform In de periode 2023 t/m 2025 zal het nieuwe operationele (brandweer)uniform gefaseerd worden uitgerold. In 2024 en 2025 is hiervoor incidenteel € 100.000 extra opgenomen conform de planning. Inkoopondersteuning Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa (zie paragraaf 2.3.4 Investeringsplan 2023 t/m 2027). Voor ondersteuning bij het voorbereiden van Europese aanbestedingen en andere inkooptrajecten is in 2024 € 102.800 opgenomen.
Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2024 alleen de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Deze bijdrage is opgenomen in de risicoparagraaf met een laag risico. Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Onvoorzien De post onvoorzien van € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
43
Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027 Activa Omschrijving Activa
Eind 2022 *
Eind 2023
Eind 2024
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen
23.423.466 23.587.470 29.896.878 40.677.201 45.703.002 48.332.921 0 3.312.394 9.384.174 14.394.198 9.405.882 7.372.422 0 -3.148.390 -3.074.766 -3.613.875 -4.380.081 -4.742.503
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Schatkistbankieren Verwachte mutatie
1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 6.911.160 6.911.160 3.254.114 -2.679.798 -2.843.725 -2.878.930 0 -3.657.046 -5.933.912 -163.927 -35.205 -100.023
Overige overlopende activa
536.778
536.778
536.778
536.778
536.778
536.778
Liquide middelen
11.049
11.049
11.049
11.049
11.049
11.049
Totaal vlottende activa
8.475.414
4.818.368 -1.115.544 -1.279.471 -1.314.676 -1.414.699
Totaal activa
31.898.880 28.405.838 28.781.334 39.397.730 44.388.326 46.918.222
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
44
Passiva Omschrijving Passiva
Eind 2022 *
Eind 2023
Eind 2024
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
1.408.296 1.831.358
532.566 434.120
332.566 343.420
332.566 293.620
332.566 143.020
332.566 131.720
2.625.924
966.686
675.986
626.186
475.586
464.286
337.312
337.312
337.312
337.312
337.312
337.312
Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Financieringsbehoefte
-613.730
23.774.118 21.940.314 20.106.510 20.522.706 29.913.902 34.205.098 0 2.500.000 12.750.000 8.500.000 6.750.000 0 24.111.430 22.277.626 22.943.822 33.610.018 38.751.214 41.292.410
Totaal vaste passiva passiva Vlottende schulden met een vlottende Netto rentetypische looptijd korter dan Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva
26.737.354 23.244.312 23.619.808 34.236.204 39.226.800 41.756.696
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
4.428.573
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
683.486 49.467
Totaal vlottende passiva
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
5.161.526
Totaal passiva
31.898.880 28.405.838 28.781.334 39.397.730 44.388.326 46.918.222
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Toelichting De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 23,4 mln. eind 2022 naar circa € 48,3 mln. eind 2027. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 23,7 mln. eind 2022 naar circa € 41,6 mln. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2022 nog € 6,9 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.
45
2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo Omschrijving
2023 x € 1000,-
2024 x € 1000,-
2025 x € 1000,-
2026 x € 1000,-
2027 x € 1000,-
Volgens gewijzigde begroting 2023
Volgens begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-1.659
-291
-50
-151
-11
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
164
6.309
10.780
5.025
2.629
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -1.823
-6.600
-10.830
-5.176
-2.640
Berekend EMU-saldo
46
2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2023 t/m 2027 Na de 1e begrotingswijziging 2023 zijn de volgende toevoegingen en onttrekkingen opgenomen in de begroting 2023 en 2024. Algemene reserve Begroting 2024-2027 B2023 na wijz
B2024
B2025
B2026
B2027
Algemene reserve Saldo aan het begin van het jaar *) Onttrekkingen Programmamanagement brandweer 2030 Frictiekosten brandweerpost Heinkenszand Frictiekosten brandweerpost Goes-West Schuimblusproblematiek fase 2 en 3 Saldo aan het eind van het jaar Totaal algemene reserve
€ 794.566 € 262.000 € 200.000 €0 €0 € 62.000 € 532.566
€ 200.000 € 200.000
€0
€0
€0
€ 332.566
€ 332.566
€ 332.566
€ 332.566
B2024
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Bestemmingsreserves B2023 na wijz Reserve Transitie Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Extra kosten hoofdstructuur brw. Kwaliteitsslag ITR Kwaliteitszorg/organisatiescan
€ 77.799 € 77.799 € 36.825 € 23.974 € 17.000 €0
Saldo aan het eind van het jaar
B2023 na wijz Reserve Vernieuwing Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Visie op brandweerzorg DBK en geo-informatie Arbo-processen Brandweer (PvA RIE) Extra kosten hoofdstructuur brandweer Incidentele kosten MOTO-beleidsplan
€0
Saldo aan het eind van het jaar
B2023 na wijz Reserve Meldkamer Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Frictiekosten: woon-werkvekeer BoZ Frictiekosten: meerjarige kwaliteitsslag OCB incl procesaansluitingen brw. Frictiekosten: Verbouwing GMZ Dekking structurele desintegratiekosten Saldo aan het eind van het jaar
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2024
€ 58.462 € 58.462 € 8.411 € 6.548 € 11.867 € 15.001 € 16.635
€ 486.665 € 221.065 € 17.000 € 137.365 €0 € 66.700 € 265.600
B2027
B2027
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
B2024
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
€ 81.500 € 14.800
€ 40.600 € 10.600
€ 66.700
€ 30.000
€ 184.100
€ 143.500
€ 141.400 € 6.400
B2027
€ 2.100 € 2.100
€ 135.000
€ 2.100
€0
47
B2023 na wijz Reserve Crisisorganisatie Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Programma Vakbekwaamheid hoofdstructuur crisisbeheersing Implementatie Leidraad Grootschalig brandweeroptreden
€ 79.498 € 79.498 € 38.967 € 40.531 €0
Saldo aan het eind van het jaar
B2023 na wijz Reserve uitgestelde activiteiten Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Schuimblusproblematiek fase 1 Dienstkleding
€0
B2023 na wijz Reserve Impulsgelden operationele leiding brandweer Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Voltijdsofficiersopleidingen
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2027
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2027
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2024
€ 430.338 € 430.338 € 280.338 € 150.000 €0
Saldo aan het eind van het jaar
B2023 na wijz Reserve dekking afschrijving Saldo aan het begin van het jaar
€0
B2024
B2023 na wijz
Onttrekkingen Maritieme Veiligheid Algemeen Maritieme Veiligheid Vakbekwaamheid
€0
€ 276.820 € 276.820 € 276.820
Saldo aan het eind van het jaar
Reserve Maritieme Veiligheid Saldo aan het begin van het jaar
B2027
€0
B2024
€ 244.055 € 244.055 € 90.055 € 154.000
Saldo aan het eind van het jaar
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2024
B2027
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
B2024
Begroting 2024-2027 B2025 B2026
B2027
€ 177.720 € 9.200
€ 9.200
€ 9.200
€ 9.200
€ 9.200
€ 5.600 € 3.600
€ 5.600 € 3.600
€ 5.600 € 3.600
€ 5.600 € 3.600
€ 5.600 € 3.600
Saldo aan het eind van het jaar
168.520
159.320
150.120
140.920
131.720
Totaal bestemmingsreserves aan het begin van het jaar Totaal toevoegingen bestemmingsreserves Totaal onttrekkingen bestemmingsreserves Totaal bestemmingsreserves aan het eind van het jaar
€ 1.831.357 €0 € 1.397.237 € 434.120
€ 434.120 €0 € 90.700 € 343.420
€ 343.420 €0 € 49.800 € 293.620
€ 293.620 €0 € 150.600 € 143.020
€ 143.020 €0 € 11.300 € 131.720
Totaal reserves aan het begin van het jaar Totaal toevoegingen reserves Totaal onttrekkingen reserves Totaal reserves aan het eind van het jaar
€ 2.625.923 €0 € 1.659.237 € 966.686
€ 966.686 €0 € 290.700 € 675.986
€ 675.986 €0 € 49.800 € 626.186
€ 626.186 €0 € 150.600 € 475.586
€ 475.586 €0 € 11.300 € 464.286
Onttrekkingen Reserve afschrijving brandweer Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Stromenweg Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Borssele
48
Algemene reserve Programma-management Brandweerzorg 2030 De capaciteit om de aansturing van het programma Brandweerzorg 2030 ten uitvoer te brengen wordt intern gevonden. Dit heeft als consequentie dat er andere functies vrij komen, die opnieuw (deels) ingevuld moeten worden. Deze kosten kunnen niet binnen de bestaande structurele begroting worden opgelost. Financiële dekking voor de jaren 2022 t/m 2024 (samen € 600.000) wordt gerealiseerd uit de algemene reserve. Reserve Meldkamer (Operationeel Centrum Brandweer, OCB) Reiskosten woon-werkverkeer Er is sprake van tijdelijke reiskosten woon-werkverkeer in de periode 2020-2027. De komende jaren kan hierdoor nog sprake zijn van hogere kosten. Aanpassing Segeerssingel 10 Middelburg Medio 2020 is de Meldkamer Zeeland-Brabant gehuisvest in Bergen op Zoom. Een vleugel van de Segeerssingel 10 staat sindsdien leeg. In de reserve Meldkamer is een bedrag van € 135.000 gereserveerd om deze vleugel te verbouwen (zie ook paragraaf onderhoud kapitaalgoederen). Desintegratiekosten De loonkosten van één medewerker worden tot aan pensionering incidenteel gedekt uit de reserve meldkamer. De kosten bedragen € 230.100 in de periode 2022 t/m 2025. Meerjarige kwaliteitsslag meldkamer incl.
procesaansluitingen VRZ (incidenteel) Ter voorbereiding op de ontvlechting van de meldkamerfunctie binnen de VRZ en het samen met VR MWB vormgeven van een nieuwe meldkamer is een bestemmingsreserve gecreëerd. Het einddoel is nog niet bereikt. Processen moeten verder worden geoptimaliseerd en in gezamenlijkheid worden ingeregeld, samenwerking moet worden verbeterd en veel aspecten op inhoudelijk vlak vragen om verdieping. Langs een aantal sporen wordt een verbetering voorgesteld om het gewenste niveau te bereiken. Proces melding & alarmering De processen melding & alarmering behoeven actualisatie en zijn momenteel onvoldoende beschreven en vastgesteld. De aansluiting bij OCB en MWB vraagt ook na reorganisatie van brandweer MWB om hernieuwde aandacht. Implementatie dynamisch alarmeren Om de beheersactiviteit te beheersen en anderzijds flexibel te zijn in de wijze waarop het dekkingsplan wordt doorvertaald naar alarmering en inrichting van meldkamersystemen is het belangrijk om systemen nieuw in te regelen. Daarnaast heeft brandweer MWB het initiatief genomen om te starten met ‘dynamisch alarmeren’. Dit systeem en werkwijze voorziet in de behoefte om dynamisch om te gaan met paraatheid in de regio zonder daarbij extra beheerlast te creëren. GROS-alarmeringen Veelvuldig verlopen grensoverschrijdende alarmeringen niet naar behoren.
Ook Brandweer Middenen West-Brabant investeert in verbetering hiervan. Om in gezamenlijkheid een verbetering te realiseren wordt projectmatig gewerkt aan een nieuwe grensoverschrijdende alarmeringsregeling. Samenwerking - relatie - verhoudingen verbeteren De samenwerking tussen meldkamer, werkveld en ondersteunende afdeling kan worden verbeterd. Het is hard nodig hierin te investeren met begrip voor de verschillende bloedgroepen en culturen. 49
Voorgesteld wordt om programmatisch te werken aan verbetering van de samenwerking gespreid over twee jaar. Reserve dekking afschrijving De kazernes Middelburg Stromenweg (€ 140.000) en Borssele (€ 90.000) zijn verbouwd, samen voor circa € 230.000. De afschrijvingslasten van € 9.200 per jaar worden uit deze reserve gedekt.
50
2.3.4 Investeringsplan 2023 t/m 2027 Afschrijvingstermijnen en vervanging VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. Er is een onderscheid tussen investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. Alle investeringen van VRZ zijn van economisch nut. Op het investeringsplan staan alleen vervangingsinvesteringen en geen uitbreidingsinvesteringen. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ en in de uitgangspunten voor de begroting. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde moet er soms vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging soms worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid.
Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien om zo de operationele sterkte op peil te houden. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen binnen de brandweer gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. De kapitaallasten zullen daarmee oplopen. De verwachting in de begroting 2023 was dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zouden stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.
Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln. Na indexatie in de begroting 2024 met 2,4% conform de VZG-richtlijn is dat € 3,8 mln. Het meerjarig investeringsplan in de programmabegroting 2023 is opgesteld in verwachte prijzen 2022. Door de forse prijsstijgingen van o.a. energie, grondstoffen, chips en halffabricaten die momenteel aan de orde zijn, zullen de geraamde investeringsbudgetten niet meer toereikend zijn. Ook de kapitaalmarktrente loopt momenteel op. De ECB heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd om de inflatie te beteugelen. De rekenrente voor de financieringsbehoefte in de VRZ-begroting is momenteel 2%. De 10-jaars marktrente is inmiddels tot 4% gestegen en zal, gelet op de inflatie, naar verwachting nog verder stijgen, waardoor bijstelling van deze rekenrente noodzakelijk is geworden.
51
De volgende correcties zijn uitgevoerd om tot een meer reëel plan te komen: 1. Correctie voor prijsinflatie voor de uit te voeren investeringen in 2023: 15%. 2. Correctie voor prijsinflatie voor de uit te voeren investeringen vanaf 2024: 20%. 3. Verhoging rekenrente financieringsbehoefte van 2% naar 4% We ontvangen signalen van producenten en leveranciers dat levertijden flink oplopen. Deze ontwikkeling heeft invloed op de haalbaarheid van de huidige investeringsplanning. De investeringsplanning is gecontroleerd op haalbaarheid in de tijd. Veel projecten zijn om verschillende redenen (intern en extern) naar achteren verschoven in de tijd, ook uit de jaarschijf 2023, met als gevolg dat het kapitaallastenniveau vanaf 2024 onder het structurele begrotingsniveau kan blijven van € 3,8 mln. De gemeentelijke bijdrage voor 2024 hoeft hiervoor (in tegenstelling tot eerdere berichten) niet verhoogd te worden. Door de inflatie en de oplopende rente zullen op termijn de kapitaallasten oplopen van structureel ca, € 5,5 mln. (zie begroting 2023) naar ca. € 7 mln.
€ 8.000.000
€ 7.000.000
Nieuw
€ 6.000.000
Oud € 5.000.000
€ 4.000.000
€ 3.000.000
€ 2.000.000
52
MIP, prijsniveau begroting 2023/2024 Prijzen 2022 gecorrigeerd met 15% in 2023 en 20% vanaf 2024
2023 Na wijz.
2024
Bedrijfsvoering Hardware ICT Hardware McMain Telefoons Precom-schermen Inventaris kazernes Inventaris nieuwe kazernes Ipads op de voertuigen Ipads ROL Brandweer Energiebesparende maatregelen Verbouwing Segeerssingel 10 Studio MOTO Conferentiesysteem
201.250 28.750 28.750 28.750 138.000 6.831 2.277 14.720 115.000 -
210.000 30.000 30.000 30.000 168.000 46.728 26.136 -
210.000 36.000 30.000 30.000 30.000 1.584 7.128 664.656 42.000 18.000
210.000 30.000 30.000 30.000 31.680 2.376 -
210.000 30.000 30.000 30.000 27.720 28.512 180.000 -