2023-23b D23.284910 Programmabegroting 2024 Programmabegroting 2024
Tekst van het document
Programmabegroting 2024
14 april 2023
Voorwoord ‘Samen zorgen voor een veilig Zeeland’ is onze missie. Veiligheidsregio Zeeland maakt zich sterk voor de veiligheid van de Zeeuwse samenleving.. In 2024 blijven we inzetten op een toekomstbestendige brandweerzorg en voorbereide crisisorganisatie, zoals voorgelegd in ons meerjarenbeleidsplan. In de voorliggende begroting werken we verder uit hoe we invulling geven aan onze ambities. De afgelopen jaren hebben we met verschillende crises te maken gehad: de klimaatcrisis, de Covid19 pandemie en effecten van de oorlog in Oekraïne. De verwachting is dat dit de komende jaren zeker niet minder wordt en een grotere behoefte ontstaat aan coördinatie door veiligheidsregio's als uitvoeringsinstantie. De komende jaren werken we, in lijn met de Contourennota, toe naar één goed functionerend landelijk dekkend stelsel van crisisbeheersing. De verhoging van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) door het Rijk geeft ruimte om hier invulling aan te geven. Deze middelen zijn bestemd voor de verdere doorontwikkeling van crisisbeheersing en de opgave op voor informatie-gestuurd werken en informatieveiligheid. In 2022 zijn we gestart met het programma Brandweerzorg 2030. Ons beleid is gericht op het in stand houden van de brandweerzorg, gebaseerd op vrijwilligheid, met overdag ondersteuning vanuit vier werklocaties.
De beschikbaarheid van vrijwilligers, opleidingsmogelijkheden, dagdienstbeschikbaarheid, materieel en huisvesting zijn hierbij essentieel. Vrijwilligheid vormt de basis van onze repressieve brandweerzorg, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten. Maar de beschikbaarheid van de vrijwilligers daalt en de periode die een brandweervrouw/man verbonden blijft aan de organisatie wordt korter. Hiermee staat het model van vrijwilligheid onder druk. Dit vraagt heroriëntatie op de wijze waarop onze brandweerzorg is ingericht. Voor nu zijn werving en opleiding van vrijwilligers een kritieke factor voor het in stand houden van het huidige model op basis van vrijwilligheid. In toenemende mate is doorlopend werven en opleiden van officieren voor de operationele leiding van de brandweer een uitdaging. Door vergrijzing en verloop is de komende jaren extra inspanning nodig om deze functies in te vullen. De voltijdsopleiding tot brandweerofficier is hiervoor een belangrijk middel. Met de begroting 2024 waarin een extra beroep gedaan wordt op de gemeenten , bieden we een sluitende begroting aan. De stijgende lonen en prijzen, meer opleidingen voor brandweervrijwilligers en meer officiersopleidingen leiden tot oplopende kosten voor gemeenten om de huidige dienstverlening in stand te houden.
Voor wat betreft de gestegen kosten van de in 2023 afgesloten CAO is voor 2023 reeds een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien. Met het oog op de looptijd van de CAO zal ook voor 2024 de vraag aan de orde komen of de geformuleerde VZG norm toereikend zal zijn, vooralsnog is hier wel van uit gegaan. Ook laat de meerjarenraming financiële tekorten zien als gevolg van oplopende kapitaallasten. Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat de financiële positie van de VRZ onder druk staat. In de komende periode zal verder verkend worden hoe deze ontwikkeling opgelost kan worden. In voorliggend stuk lichten we dit nader toe.
Edith van der Reijden, Directeur/Commandant Brandweer bij Veiligheidsregio Zeeland
2
Inhoud
Voorwoord .............................................................................................................................................................. 1 Inhoud ..................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting ................................................................................................................................ 4 Deel 1.1: Het programmaplan ......................................................................................................................... 5 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ .............................................................................. 5 1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ ......................................................................................... 12 1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering .................................................................................................................. 14 1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................... 15 1.1.5 Onvoorzien ...........................................................................................................................................
20 Deel 1.2: De paragrafen ................................................................................................................................ 21 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................. 21 1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 24 1.2.3 Paragraaf Financiering.......................................................................................................................... 25 1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................... 28 1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen .............................................................................................................. 32 Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming ...................................................................................... 33 Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting ................................................................................................ 34 Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...........................................................................
38 2.2.1 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming .............................................................. 38 2.2.2 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming ............................................. 38 2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming ...................... 39 2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 ............ 40 2.2.5 Incidentele lasten per programma ....................................................................................................... 42 Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie ..................................................................................................... 44 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027 ................................................................................... 44 2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo ............................................................................................................ 46 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2023 t/m 2027 ............................................................. 47 2.3.4 Investeringsplan 2023 t/m 2027 ..........................................................................................................
51 Deel 2.4: Overzicht van baten en lasten per taakveld .................................................................................. 54
3
Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting
4
Deel 1.1: Het programmaplan 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ Wat willen we bereiken? De brandweer heeft als doel te stimuleren dat minder branden, slachtoffers en schade ontstaan. Dan doen we door risico's te beperken en bij incidenten en zo adequaat mogelijke inspanning te leveren. De taken van de brandweer zijn beschreven in de Wet veiligheidsregio's. In ons meerjarenbeleidsplan 2022-2025 is een start gemaakt met een visie op de Brandweerzorg naar de toekomst. Dit is noodzakelijk door meerdere (complexe) ontwikkelingen vanuit nieuwe wetgeving, landelijk beleid, inzichten in de staat van de huidige brandweerzorg en ontwikkelingen als veilige energietransitie. Voor het programma toekomstbestendige brandweer hebben we vier speerpunten:
1. Speerpunt 1: Brandveiligheid Met adviseren, toezichthouden en handhaven proberen we (ongevallen bij) brand(gevaar) te voorkomen of te beperken. In lijn met de visie van Brandweer Nederland, focussen we meer op het verkleinen van de kans op branden en ongevallen, waardoor ook de impact ervan minder wordt. Zo is de incidentbestrijding beter in staat effectief en doelmatig het nog bestaande restrisico af te dekken. Hiervoor maken we een uitvoeringsplan. We motiveren de samenleving en proberen risicovol gedrag te beïnvloeden met voorlichting, adviezen en aanwijzingen vanuit Brandveilig Leven en via het platform Zeeland Veilig. Hierbij werken we nauw samen met onze veiligheidspartners. Samen met de Zeeuwse gemeenten maken we de levering van bluswater toekomstbestendig en stellen we een regionaal bluswaterbeleid op.
2. Speerpunt 2: Incidentbestrijding We houden de repressieve brandweerorganisatie in stand met minimaal behoud van de huidige kwaliteit. We baseren ons zo veel mogelijk op vrijwilligheid en zijn geworteld in de samenleving. Landelijk staat de vrijwilligheid onder druk, ook in onze regio is dat het geval. Zie hiervoor het rapport ‘Vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland (2021)’. Naar aanleiding van dit rapport besteden we veel aandacht aan het verbeteren van de werving en het behoud van vrijwilligers en betrekken we de vrijwilligers hierbij. Dit komt tot uiting in de ‘Uitvoeringsagenda Vrijwilligheid’. Het ontwikkelen van nieuwe brandveiligheidsconcepten leidt tot andere vormen van incidentbestrijding. Met behoud van de huidige kwaliteit van de brandweerzorg sluiten we aan bij deze ontwikkelingen vanuit Brandweer Nederland. Als basis voor de incidentbestrijding implementeren we een nieuw dekkingsplan vanuit het landelijk project Gebiedsgerichte Opkomsttijden dat voorziet in een landelijke uniforme werkwijze. We sluiten aan bij de landelijke werkwijze Grootschalig Specialistisch Brandweeroptreden en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen.
5
We vertalen de ontwikkeling vanuit de energietransitie naar de Zeeuwse situatie. Die betekenen immers nieuwe kansen en risico’s waaraan we ons moeten aanpassen.
3. Speerpunt 3: Leren en ontwikkelen We kijken hoe we de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel kunnen vertalen naar ons beleid. We voeren incident-evaluaties en brandonderzoek uit. Deze analyses gebruiken we om het kwaliteitsniveau te bewaken, passende inzet te bepalen op het terrein van voorbereiding, repressie, vakbekwaamheid en veiligheid en bij te stellen waar nodig.
4. Speerpunt 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering Digitale innovaties bieden veel kansen voor de brandweer. We willen onze operationele informatievoorziening verbeteren door meer inzicht in risico’s en informatie bij brandweeroptreden en digitale scholing voor ons operationeel personeel. We willen in 2024 informatiegestuurde veiligheid verder vertalen naar de brandweerprocessen, bijvoorbeeld door op basis van Business Intelligence te sturen op effectieve inzet van brandweereenheden.
Wat gaan we hiervoor doen? Speerpunt 1: Brandveiligheid In het voorkomen van branden en incidenten ontwikkelen de werkzaamheden van risicobeheersing zich steeds meer van regelgericht naar risicogericht. Dit volgt de landelijke verschuiving van repressie naar pro-actie en preventie. Voorlichting op het gebied van brandveiligheid is hierin een belangrijk onderdeel. Veranderende wetgeving We leveren een actieve bijdrage en sluiten in onze advisering aan bij de uitvoering van de veranderende kaders in wetgeving met betrekking tot omgevingsveiligheid. De Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsbevordering voor het bouwen (Wkb) zijn naar verwachting vanaf 1 januari 2024 van kracht. Dit heeft gevolgen voor de onze adviesfunctie en toezichtrol. Door de invoering van deze wetten verwachten we minder adviseringen en een verschuiving naar meer controles en toezicht op brandveilig bouwen en brandveilig gebruik. Energietransitie We vergroten onze kennis op het gebied van ontwikkelingen op het gebied van de regionale energie transitie. Dit brengt nieuwe vraagstukken op het gebied van externe- en omgevingsveiligheid met zicht mee, denk hierbij aan het bunkeren en overslaan van vloeibaar aardgas (LNG), een groene ammoniak hub, de aanleg van zonneparken en de bouw van kernenergiecentrales. We vertalen deze nieuwe ontwikkelingen naar onze reguliere adviezen en werkwijzen.
Deze risico’s en activiteiten brengen meer adviesaanvragen met zich mee. Het effect deze ontwikkeling is voor de begroting 2024 op dit moment nog lastig in te schatten. Monitoren Regionaal risicoprofiel en grensoverschrijdend risicoprofiel We volgen regionale, landelijke en internationale ontwikkelingen en bij het signaleren van nieuwe (grensoverschrijdende) risico's analyseren we de impact voor brandweerzorg en crisisbeheersing. Deze input draagt bij aan de realisatie van een dynamisch regionaal risicoprofiel.
6
Controles op (brand)veiligheid op basis van risico’s We houden toezicht op het brandveilig gebruik van gebouwen en terreinen waaronder evenementenlocaties middels een meerjarenplanning. We werken conform de werkwijze van risicoen informatiegericht controleren. Dit betekent dat we tijdens controles die punten controleren die essentieel zijn voor de brandveiligheid en waarvoor specifieke expertise vanuit de brandweer noodzakelijk is. Met deze werkwijze richten we ons bij controles enerzijds op die zaken met reële risico’s, anderzijds vergroten we het brandveiligheidsbewustzijn bij de gebruikers. De resultaten uit de controles worden overgedragen aan de gemeenten voor juridische opvolging in geval van blijvende overtredingen. Advisering op het gebied van (brand)veiligheid en brandveilig gebruik We geven veiligheidsadviezen aan de gemeenten als bevoegd gezag. In de jaarlijkse planning maken we een raming van het aantal adviezen op basis van resultaten van voorgaande jaren. We verrichten taken op het gebied van; Ontbranding van vuurwerk en evenementenveiligheid - Beoordelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de activiteiten bouwen en brandveilig gebruik, alsmede gebruiksmeldingen op brandveiligheid en toetsen aan geldende wet- en regelgeving. - Beoordelen van ingediende Programma’s van Eisen (PVE), Uitgangspuntendocumenten (UPD), BHV-plannen en Ontruimingsplannen.
- Adviseren in omgevings- en bouwplannen, toename van het aantal i.r.t. de veilige energie - Advisering in evenementen en op de ontbrandingstoestemmingen vuurwerk en opslaglocaties vuurwerk. - Bijdragen in nieuwe ontwikkelingen zoals het Keurmerk Veilig Ondernemen (voor winkelgebieden KVO-W en bedrijventerreinen KVO-B) Advisering op omgevingsveiligheid en fysieke leefomgeving - Integraal adviseren op inpassingsplannen, bestemmingsplannen, omgevingsvisies en plannen, omgevingsvergunningen en structuurvisies, advisering over bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswaterwinning is hier onderdeel van. We geven samen GGD en RUD afgestemde adviezen aan de verantwoordelijke overheden. Advisering en inspecties industriële veiligheid (Brzo, Bevi) - Adviseren en uitvoeren van inspecties bij Brzo-bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde, deze vallen onder de werking van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo, 2015). Dit doen we i.s.m. de provincie als bevoegd gezag, Omgevingsdienst DCMR en de Nederlandse Arbeidsinspectie. - Beoordelen van de wettelijk verplichte veiligheidsrapportages Brzo-bedrijven en participeren in het uitvoeren van incidentenonderzoek bij Brzo-bedrijven.
- Adviseren en uitvoeren van inspecties bij risicovolle bedrijven waar gevaarlijke stoffen staan opgeslagen, maar die niet onder het regime van de Brzo vallen. Deze vallen onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). - Actualiseren en controleren jaarlijks een aantal bedrijfsbrandweeraanwijzingen op basis van artikel 31 Wvr. - Participeren en adviseren van de industrie, waarbij de risico’s en maatregelen bij nieuwe energiedragers worden beoordeeld. Voorbeelden hiervan zijn plannen voor waterstofproductie en transport, kernenergie, elektrische opslagsystemen en hoogspanningsstations en -leidingen.
7
Adequate risicocommunicatie We zetten in op het verhogen van de zelfredzaamheid van de inwoners en bedrijven in Zeeland met betrekking tot brandweerzorg in Zeeland. Door preventieve activiteiten en maatregelen vergroten we de kennis en eigen preventieve mogelijk- en verantwoordelijkheden van inwoners en bedrijven. We breiden onze voorlichting uit naar brancheorganisaties zoals architecten, projectontwikkelaars, verzekeraars. Binnen de pilot ‘Brandweer in de wijk’ Vlissingen is een ‘wijkbrandweerman/-vrouw’ actief in delen van de binnenstad. Deze anticipeert op en geeft voorlichting over (brand)risico’s en zelfredzaamheid. Zeelandveilig.nl staat samen met het portal en verbonden sociale media centraal in de informatieverstrekking over fysieke veiligheid in Zeeland en geeft antwoorden op vragen en zorgen van inwoners en bezoekers. Overheden, crisispartners, betrokken organisaties en bedrijven delen de content waardoor inwoners en bezoekers in Zeeland via meerdere kanalen worden bereikt. Samen met gemeenten en bedrijven zorgen voor voldoende bluswatervoorzieningen De colleges van burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening.
Middels een aantal samenhangende deelproducten (interregionale adviesleidraad bluswatervoorziening en bereikbaarheid, bluswaterregeling, procesanalyse bluswater en het Zeeuws bluswaterbeleid) adviseren we en wordt uitvoering gegeven aan het bluswaterbeleid, passend binnen de visie van de Omgevingswet.
Speerpunt 2: Incidentbestrijding Beschikbaarheid van (brandweer)middelen volgens dekkingsplan We beschikken over 64 brandweerposten, op basis van vrijwilligers. Begin 2023 hadden we 1.137 vrijwilligers. Op vier locaties hebben we een dagdienstbezetting tijdens kantooruren. In de periode 2017-2022 stopten gemiddeld 70 vrijwilligers per jaar. We verwachten dat het verloop de komende jaren toeneemt. Oorzaken hiervoor zijn bijvoorbeeld vergrijzing en afname werkgelegenheid in het gebied van de post. De impact van de uitstroom is groot. In veel gevallen hebben vrijwilligers namelijk meer dan één functie ontwikkeld over de tijd. Een nieuwe manschap heeft is na twee jaar opgeleid voor één functie en moet dan nog een andere opleiding volgen om meerdere functies uit te voeren. De tijdige beschikbaarheid van voldoende vrijwillig personeel is een kwetsbare factor, met name overdag. Aan de hand van het dekkingsplan (2023) signaleren we kwetsbaarheden in de brandweerzorg. We bepalen de ernst daarvan en beoordelen samen met gemeenten welke maatregelen nodig zijn. Keuzes zijn risicobeheersende of operationele maatregelen. Vakbekwaam worden en blijven Werven en opleiden van vrijwilligers zijn cruciaal bij het in stand houden van vrijwilligheid.
Op basis van een analyse van in- en uitstroom verwachten we dat in 2024 en de daaropvolgende jaren structureel behoefte is aan twee extra manschap-opleidingen, een stijging van 50% ten opzichte van 2022, mogelijk oplopend naar tijdelijk 4 extra manschap-opleidingen in 2027. Daarnaast zijn extra opleidingen nodig voor bevelvoerders en specialistische functies. De verhoogde opleidingsbehoefte voor instandhouding vraagt een structurele verhoging van ons opleidingsbudget. De kosten voor de verhoging van de opleidingscapaciteit worden geraamd op € 550.000 per jaar. Nadat brandweermedewerkers vakbekwaam zijn, moeten ze ook vakbekwaam blijven. Dit doen we door oefeningen aan te bieden in een reguliere oefencyclus en met een aantal verplichte oefenitems. 8
Voorzien in operationele leiding We moeten voorzien in operationele leiding en expertise, zowel voor de brandweer als voor crisisbeheersing. Bij deze piketfunctionarissen is dezelfde problematiek zichtbaar als bij de vrijwilligers. Door de huidige leeftijdsopbouw verwachten we een grotere uitstroom in de komende jaren. Deze functies zijn niet eenvoudig in te vullen; het behalen van de benodigde opleiding vergt tijd. Een kandidaat met de geschikte vooropleiding (bevelvoerder) vraagt minimaal twee tot drie jaar tijd om door te groeien naar de rol van Officier van Dienst. Piketfunctionarissen 2023 2028 Operationeel personeel 40 45 Vacatures 5* 15* Percentage ≥50 jaar 45% 64% *) Bestaat uit openstaande vacatures en vacatures op basis van start werving bij de leeftijd van 60 jaar
Een meer strategische aanpak van het invullen van komende vacatures is noodzakelijk om de sleutelfuncties op Hbo-niveau in te blijven vullen. Daarom leiden we versneld officieren op door deelname aan de landelijke voltijdsofficiersopleiding bij het NIPV. We werven gemiddeld één persoon per jaar op voor deze voltijdsopleiding om deze medewerker na de opleiding in te laten stromen op een formatieplaats binnen onze organisatie. De kosten hiervoor zijn geraamd op € 180.000 per jaar, structureel. In verband met de start van dit traject in 2024 is voor 2024 een bedrag van € 90.000 geraamd. Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden De paraatheid van de brandweerposten is een aandachtspunt. Met name in de dagsituatie (tijdens kantoortijden) staat de paraatheid op sommige locaties onder druk. We willen de paraatheid in de toekomst verbeteren. Het dekkingsplan op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden (2023) geeft de mogelijkheid een programmatische aanpak te ontwikkelen op brandweerzorg. Ook in 2024 wordt hieraan gewerkt. Specialistische teams We zijn voorbereid op specifieke risico's als tunnelbrand, natuurbrand, incidenten met gevaarlijke stoffen, chemische industrie, industriële brand, scheepsbrand, waterongevallen en hoogte- en diepteongevallen. Hiervoor hebben we specialistische teams en functionarissen opgeleid.
In lijn met landelijk beleid geven we in 2024 extra aandacht aan industriële brandbestrijding. Operationeel houden en verbeteren van de Meldkamer De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening ligt bij het bestuur van veiligheidsregio’s. De Veiligheidsregio’s Zeeland en Midden-West-Brabant maken hiervoor gezamenlijk gebruik van één bovenregionale meldkamer te Bergen op Zoom. Het einddoel is nog niet bereikt. Processen moeten verder worden geoptimaliseerd en in gezamenlijkheid worden ingeregeld, samenwerking moet worden verbeterd en veel aspecten op inhoudelijk vlak vragen om verdieping.
Speerpunt 3: Leren en ontwikkelen Brandonderzoek Brandonderzoek vergroot het inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van brand en levert daarmee een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. De focus ligt op de volgende speerpunten: • Uitvoeren van de 100% inventarisatie en registratie van woningbranden.
9
•
Uitvoeren van brandonderzoek bij alle branden met slachtoffers en branden in bijzondere gebouwen als woon- zorginstellingen, penitentiaire inrichtingen, kinderdagverblijven, hotels en parkeergarages.
Incident-evaluaties Komende jaren gaan we meer investeren in kennisregie en kennisoverdracht, binnen de brandweer en andere onderdelen van onze organisatie. Na verschillende grote incidenten die hebben plaatsgevonden in Zeeland is gebleken dat goed evalueren en hieruit opgedane kennis breed te verspreiden en toe te passen, van groot belang is. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en gekend in de resultaten.
Speerpunt 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering De brandweer is in toenemende mate afhankelijk van goede informatie, zowel in de voorbereiding op de taak als tijdens de taakuitvoering. Nieuwe informatiebronnen, slim combineren en ontsluiten van informatiebronnen van binnen en buiten de organisatie zijn nodig om goed voorbereid te zijn én om de toekomstontwikkeling te kunnen maken. Hierbij valt te denken aan databronnen risicogericht, gericht op klimaat, transport, toerisme, alsmede gericht op het efficiënt functioneren van de brandweer zelf. Naast de doorontwikkeling van systemen vraagt dit ook een andere benadering en investering in medewerkers. Werkzaamheden verschuiven van slechts fysieke voorbereiding en uitvoering naar ontsluiten, combineren en analyseren van data. Dit vraagt van de organisatie een investering in kennis en competenties. Informatiemanagement We krijgen steeds beter en nauwkeuriger inzicht in (nieuwe) risico’s in Zeeland, ontwikkelingen in de maatschappij en prestaties van de brandweer. Hieruit kunnen we analyses maken en trends ontdekken. Hierdoor kunnen we nog meer risicogericht te werk gaan en de brandweerzorg beter afstemmen op de behoefte en maatschappelijke ontwikkelingen. Komende jaren wordt hierop verder geïnvesteerd.
Informatie dashboards We ontwikkelen Brandweer dashboards op verschillende brandweerniveau’s: post- , gemeentelijk- , cluster- en corporate-niveau. Door slim data te combineren van onder andere operationele prestaties, personeelsinformatie, -ontwikkeling en financiën, maken we nuttige informatieproducten. Hiermee kunnen we o.b.v. gevalideerde informatie beleid voor de toekomst ontwikkelen en kunnen de juiste besluiten worden genomen voor een toekomstbestendige brandweer. Operationele Informatievoorziening (DBK / Bluswater) We verzamelen data van specifieke risicovolle objecten en objecten met extra voorzieningen die tijdens een inzet door de brandweer wordt gebruikt. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met Risicobeheersing, om enerzijds waardevolle informatie te ontsluiten en anderzijds gebouwinspecties efficiënter uit te voeren. Diverse informatiestromen worden ontsloten, verrijkt, verbeterd en samen real-time ontsloten voor brandweereenheden. Voorbeelden hiervan zijn actuele informatie over bluswatervoorzieningen, verkeer op weg en water, evenementen etc. Informatieproducten worden continu doorontwikkeld en afgestemd op de behoefte, voorbeelden hiervan zijn de nieuwe incidentviewer inclusief het gebruik van de meest nauwkeurige globale 360° visualisaties op straatniveau zodat brandweereenheden maximaal worden ondersteund tijdens hun werkzaamheden.
10
Dynamisch alarmeren Door de introductie van Dynamisch Alarmeren kunnen we flexibel anticiperen op actuele ontwikkelingen en daarbij altijd de snelste brandweerzorg bieden bij een incident. Op basis van de real-time locaties van voertuigen, de status van deze eenheden en uitruktijden kunnen in relatie tot de locatie van het incident de snelste eenheden ingezet worden. Met deze implementatie kan in eigen beheer, zonder tussenkomst van de meldkamer, het alarmeringsproces maximaal worden afgestemd op de behoefte in Zeeland. Dit biedt veel extra mogelijkheden bijvoorbeeld tijdens het zomerseizoen of grote evenementen.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Toekomstbestendige brandweerzorg
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 Totaal Lasten 28.150.720 28.375.853 29.314.918 29.762.245 Totaal Baten -561.000 -561.000 -561.000 -561.000 Saldo van baten en lasten 27.589.720 27.814.853 28.753.918 29.201.245 Mutaties reserves -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 Eindtotaal 27.299.020 27.765.053 28.738.318 29.189.845 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
11
1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ In de ontwikkeling van crises waarmee we de afgelopen jaren zijn geconfronteerd zien we een bepaalde ontwikkeling. Deze ontwikkeling manifesteert zich op het type, aard, omvang en duur van de crisis. In dat licht heeft het Ministerie van J&V extra gelden ter beschikking gesteld aan Veiligheidsregio’s om zich op die veranderde wereld aan te passen en voor te breiden. De ‘Contourennota Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’ van het Ministerie van J&V schetst de vernieuwing van de organisatiestructuur en samenwerking van vaste veiligheidspartners als de veiligheidsregio’s, gemeenten, Openbaar Ministerie (OM) en politie bij risico’s en crises. Daarnaast gaat deze in op de veranderingen in de brandweerzorg. Deze uitdaging hebben we als VRZ in dit programma als volgt opgepakt. Vanuit de te bereiken effecten nemen we u mee in de activiteiten die we daarvoor gaan inzetten en de middelen die we daarvoor in willen zetten. De scope van deze activiteiten loopt van 2023 tot en met 2026.
Wat willen we bereiken? • • • •
Aan de hand van een met onze partners opgesteld actueel risicobeeld hebben we 24/7 inzicht in de ontwikkeling van risico’s en zijn we in staat hierop te acteren Onafhankelijk van het type, omvang en aard van een crisis zijn we in staat als crisisorganisatie adequaat te handelen. De samenwerkende crisispartners zijn voorbereid en geoefend in geval van optredende crises. De kwaliteit van ons optreden verbeteren we continu door stelselmatige evaluatie en bijstelling.
Wat gaan we hiervoor doen? Bovenstaande resultaten zullen we gaan realiseren op basis van het opgestelde uitvoeringsplan.
12
Risicoanalyse en Preparatie • Ontwikkelen van een dynamisch regionaal risicoprofiel • Het opstellen en door ontwikkelen van crisisplannen • Realiseren van de digitale toegankelijkheid 24/7 van de benodigde plannen en informatie • Het vergroten van de oefenactiviteiten (MOTO) met onze crisispartners Informatie gestuurde veiligheid • Realiseren van een 24-7 informatiepositie op kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten/crises die permanent ondersteunt bij het proces van risicomonitoring • Realiseren samenwerkingsplatform crisispartners • Realiseren van de aansluiting op het Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2) • Het voldoen aan de aansluitingscriteria voor een vitale infrastructuur • Vergroten de weerbaarheid en het uithoudingsvermogen van de samenleving door risico- en crisiscommunicatie in alle fasen van preparatie t/m nafase. Flexibele crisisorganisatie • Voorzien in operationele leiding (officiersopleidingen). • Materieel, logistiek en personele voorwaarden creëren voor de crisisorganisatie in relatie tot de omvang , duur en soort van de crisis. • Verbeteringen aanbrengen in de huidige werkprocessen en sturingslijnen binnen crisisbeheersing • De samenwerking met de interne disciplines van bedrijfsvoering te verbeteren • Proactief investeren in het (internationale) netwerk en de samenwerking met onze veiligheidspartners.
Kwaliteit crisisorganisatie • Implementeren van een kwaliteitssysteem, volgens landelijk opgestelde kwaliteitsnormen • Het stelselmatig evalueren van de inzet en oefeningen, met als doel het sluiten van de leercirkel.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Voorbereide crisisorganisatie
Begroting: Begroting: 2024 2025 Totaal Lasten 5.958.163 6.480.222 Totaal Baten -18.700 -18.700 Totaal Saldo van baten en lasten 5.939.463 6.461.522 Mutaties reserves 0 0 Eindtotaal 5.939.463 6.461.522 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Begroting: 2026 6.837.197 -18.700 6.818.497 0 6.818.497
Begroting: 2027 6.863.840 -18.700 6.845.140 0 6.845.140
13
1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering Volgens BBV, art. 8.1c wordt in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV-)definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Hiërarchisch leidinggevenden primair proces 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 3. P&O / HRM 4. Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) 5. Interne en externe communicatie 6. Juridische zaken 7. Bestuurszaken en Bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT) 9. Facilitaire zaken en Huisvesting 10.Documentaire Informatie Voorziening (DIV) 11.Managementondersteuning primair proces
Wat gaat het kosten: (programma)budget? Overhead / bedrijfsvoering
Begroting: Begroting: 2024 2025 Totaal Lasten 9.625.227 9.724.935 Saldo van baten en lasten 9.625.227 9.724.935 Mutaties reserves 0 0 Eindtotaal 9.625.227 9.724.935 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Begroting: 2026 9.969.650 9.969.650 -135.000 9.834.650
Begroting: 2027 9.922.902 9.922.902 0 9.922.902
14
1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: (programma)budget? Algemene dekkingsmiddelen
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 Totaal Lasten -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 Totaal Baten -42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 Saldo van baten en lasten -42.913.710 -44.001.510 -45.441.465 -46.007.887 Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal -42.913.710 -44.001.510 -45.441.465 -46.007.887 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Toelichting Lasten 110 Salarissen en sociale lasten Er zijn voordelen opgenomen op de lasten in verband met vacatureruimte gedurende het jaar (natuurlijk verloop).
Baten Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) Het in de begroting 2024 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2022 van het Ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2024 bedraagt € 6.844.749. De BDURcirculaires van het Rijk zijn opgesteld in ‘constante prijzen’. In de begroting 2023 is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2023 en 2024 worden uitgekeerd. Deze zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. Voor zowel 2023 als 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000, samen € 200.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2023 daarmee € 7.044.749. In de decembercirculaire 2022 heeft de toekenning plaatsgevonden van extra middelen voor een bedrag van € 1.743.340 in 2024 (oplopend naar € 2.538.548 in 2026) voor de verdere doorontwikkeling van crisisbeheersing en de daarmee gepaard gaande opgave op het gebied van informatie-gestuurd werken en informatieveiligheid. De besteding van deze middelen is aan deze voorwaarden gebonden, waarbij dit niet mag leiden tot een verlaging van de gemeentelijk bijdragen voor dit doel.
Gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2023, omdat bij de vaststelling van de begroting 2023 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming 2024 t/m 2027, behorende bij de begroting 2023.
15
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage VRZ
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
Programmabegroting 2023 Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2023 Structurele bijdrage Bevolkingszorg op basis van begroting 2023
29.006.152 167.000
30.638.333 235.183
30.638.333 223.183
30.638.333 223.183
30.638.333 223.183
30.638.333 223.183
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg), basis 2023
29.173.152
30.873.516
30.861.516
30.861.516
30.861.516
30.861.516
1.305.277 7.515
1.305.277 7.515
1.305.277 7.515
1.305.277 7.515
1.305.277 7.515
VZG-richtlijn 2024 (+ 3,4% samengesteld, loon 3,9% en prijs 2,4% Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg
1.086.062 8.252
1.086.062 8.252
1.086.062 8.252
1.086.062 8.252
Oplopende kapitaallasten t.o.v. begrotingsniveau van € 3,8 mln.
0
442.175
1.576.281
2.142.703
33.268.621
33.710.796
34.844.902
35.411.324
1. Extra loonbijstelling vanwege CAO, looptijd 1-1-2023 tot 1-5-2024 2. Extra prijsbijstelling als gevolg van inflatie 2022/2023 3. Extra repressieve opleidingen brandweervrijwilligers 4. Voorzien in operationele leiding 5. Correctie voorfinanciering Baseline Informatiebeveiliging (BIO) - begroting 2023
303.000 0 550.000 90.000 -155.000
303.000 0 550.000 180.000 -155.000
303.000 0 550.000 180.000 -155.000
303.000 0 550.000 180.000 -155.000
Totaal mutaties bovenop VZG-richtlijn 2024
788.000
878.000
878.000
878.000
Bijstelling VZG-richtlijn 2023 (+ 4,5% samengesteld, loon + 4,8% en prijs + 4,0% Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg) 2024
29.173.152
32.186.308
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)
29.173.152
32.186.308
34.056.621
34.588.796
35.722.902
36.289.324
Maatwerk Correctie gemeente Schouwen-Duiveland
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
Correctie gemeente Veere 1)
0
33.133
33.133
33.133
Correctie gemeente Sluis 1) 2)
0
33.133
33.133
33.133
34.045.621
34.644.062
35.778.168
36.344.590
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)
29.162.152
32.175.308
1) Leveri ng bl us wa ter-ta nkwa gens wordt ni et meer voorzi en i n 2023, ma a r i n 2024. 1e a fs chri jvi ng vi ndt da n pl a a ts i n 2025. 2) Formeel i s er nog geen bes l ui t genomen door het col l ege va n B&W va n de gemeente s l ui s over de a a ns cha f va n een wa terwa gen door VRZ
Bijstelling VZG-richtlijn 2023 (+ 4,5%, structureel) € 1.312.792 Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2023 de VZG-richtlijn van 2,7% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,1% (2/3) en prijsbijstelling van 1,9% (1/3). Op 14 maart 2023 heeft de VZG, gelet op de uitzonderlijke (inflatie)situatie, deze richtlijn bijgesteld naar 7,2%, gebaseerd op een loonbijstelling van 7,9% (2/3) en prijsbijstelling van 5,9% (1/3). VZG-richtlijn 2024 (+ 3,4%, structureel) € 1.094.313 Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 3,4% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2,4% (1/3) De nieuwe cao loopt tot 1 mei 2024. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonkostenontwikkeling vanaf 1 mei 2024. CAO Veiligheidsregio’s 1-1-2023 t/m 1-5-2023 (structureel) € 303.000 In tegenstelling tot eerdere jaren hebben Veiligheidsregio’s een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Op 28 februari 2023 is een principeakkoord bereikt over een nieuwe CAO met een looptijd tot 1 mei 2024.
Werkgevers en vakbonden leggen het akkoord voor aan hun achterbannen. De belangrijkste afspraken in dit akkoord (die de begroting 2024 beïnvloeden) zijn per 1-1-2023: -
een salarisstijging van € 100 bruto per maand per fte. De uitzonderlijk hoge inflatie raakt de lagere inkomens harder dan hogere inkomens. Werkgevers en vakbonden spreken in caoonderhandelingen daarom steeds vaker naast of in plaats van een procentuele loonsverhoging ook een vast bedrag af. De lagere loonschalen gaan er hierdoor 3% tot 4% op vooruit. Voor de hogere loonschalen is dat procentueel minder. 16
-
vervolgens een salarisstijging van 5,5% een verhoging van het IKB met 1,58%; een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer van € 0,11/km tot een maximum van 45 km enkele reis; medewerkers die volgens afspraak thuis werken, ontvangen een vergoeding van € 3 per dag; voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,3%;
Het effect op de begroting van de CAO ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 (samen 9,2% tot 1 mei 2024) is berekend op € 303.000 in 2024. De meerkosten ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 van 9,2% doen zich vooral voor bij de lagere loonschalen (€ 100 bruto + 5,5% + 1,58% = 10% tot 11%) en als gevolg van de vergoedingen voor thuiswerken en reiskosten woon-werkverkeer. Prijsontwikkelingen in 2022, 2023 en 2024 Conform VZG-richtlijn Voor de prijsontwikkeling is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2023 van 1,9% (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,0% naar 5,9% en de VZG-richtlijn 2024 van 2,4%. In 2022 bedroeg de VZGrichtlijn 1,5%. Net als andere organisaties hebben we te maken met de effecten van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en schaarste op de arbeidsmarkt. De financiële gevolgen hiervan voor de begroting zijn groot. De prijzen voor energie, brandstof en andere zaken zijn harder gestegen dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen opgenomen. De CPI-index laat ultimo 2022 een prijsstijging zien van 10%. VRZ heeft veel mededelingen ontvangen van leveranciers met prijsverhogingen vanaf 1-1-2023 (+/- 10%). Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen, die in veel gevallen nog moet worden doorberekend in de prijzen.
Een prijsontwikkeling van 10% of meer is fors hoger dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen 2022 en 2023 is opgenomen. Omdat er momenteel veel onzekerheden zijn over de prijsontwikkelingen, o.a. voor energie, volgt VRZ de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 (5,9%) en de VZG-richtlijn 2024 (2,4%). In de bestuursrapportage 2023 en de jaarrekening 2023 zal meer duidelijk worden over de werkelijke effecten van de inflatie op het kostenniveau van VRZ vanaf 2023. Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen vanaf 2025 In de begroting 2023 was nog een verhoging voorzien in 2024 voor oplopende kapitaallasten. Door aanpassingen in de planning zijn de kapitaallasten in 2024 lager, waardoor er geen verhoging nodig is. In de meerjarenraming 2025 t/m 2027 wordt de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd. Vanaf 2025 wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 442.175 geprognotiseerd samenhangend met oplopende kapitaallasten. Het effect bedraagt in de jaarschijf 2027 ten opzichte van de jaarschijf 2024 € 2.142.703. Extra repressieve opleidingen brandweervrijwilligers (structureel) € 550.000 Uitgangspunt is dat vrijwilligheid de basis van de repressieve brandweerzorg vormt, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten.
Zowel de beschikbaarheid van de vrijwilligers als de tijd dat een brandweervrouw/man verbonden blijft aan de organisatie is gedaald. Het feit dat dit model onder de druk staat vraagt heroriëntatie op de wijze waarop de huidige brandweerzorg is ingericht. Dit is de kern van het programma brandweer 2030. Voor nu zijn werving en opleiding van vrijwilligers een kritieke succesfactor bij het in stand houden van het huidige model op basis van vrijwilligheid. Op basis van een analyse van in- en uitstroom is de verwachting dat in 2024 en de daaropvolgende jaren behoefte is aan 2 extra manschap-opleidingen structureel, een stijging van 50 % t.o.v. 2022, mogelijk oplopend naar tijdelijk 4 extra manschap-opleidingen in 2027. Daarnaast zijn extra opleidingen nodig voor bevelvoerder en specialismen om ook deze 17
brandweerfuncties in stand te houden. De verhoogde opleidingsbehoefte voor instandhouding vraagt een structurele verhoging van ons opleidingsbudget. De kosten voor de verhoging van de opleidingscapaciteit worden geraamd op € 550.000 per jaar. Voorzien in operationele leiding (structureel) € 90.000 oplopend naar € 180.000 In toenemende mate is het structureel werven en opleiden van officieren voor de operationele leiding van de brandweer een uitdaging. Het gaat hierbij onder andere om de functionarissen Officier van Dienst en Hoofd Officier van Dienst. Ook voor specialistische functies, zoals Adviseur Gevaarlijke Stoffen is de spoeling dun. Door vergrijzing en verloop is de komende jaren structureel extra inspanning nodig om deze functies duurzaam te borgen. De voltijdsopleiding tot brandweerofficier is een belangrijk middel om dit te realiseren. We gaan gemiddeld 1 persoon per jaar werven voor deze voltijdsopleiding om deze medewerker na de opleiding in te laten instromen op een formatieplaats binnen onze organisatie. Bij de resultaatbestemming 2021 was hiervoor een incidentele reservering opgenomen, nu blijkt dat deze inspanning structureel nodig is. De kosten hiervoor zijn geraamd op circa € 180.000 per jaar, structureel. In verband met de start van dit traject medio 2024 is voor 2024 een bedrag van € 90.000 geraamd.
Implementatie Baseline informatiebeveiliging (BIO) € -155.000 In de begroting 2023 is de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 155.000 voor implementatie van de Baseline informatiebeveiliging (BIO). Inmiddels zijn voor dit doel extra middelen ontvangen via de BDUR. De verhoging hiervoor in 2023 wordt beschouwd als een voorfinanciering en is gecorrigeerd vanaf 2024. Verdeling gemeentelijke bijdrage 2024 (inclusief Bevolkingszorg) De verdeling van de gemeentelijke bijdrage 2024 is gebaseerd op de Gemeenschappelijke Regeling VRZ 2021 (artikel 27), die op 1 maart 2022 in werking is getreden. De herijking van de verdeling van het Gemeentefonds is hierin meegenomen. Bij de uitvoering hebben wij geconstateerd dat de verdeling van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023 een onverwachte afwijking laat zien ten opzichte van de verdeling in 2024. Dit zorgt er voor dat sommige gemeenten te veel en sommige gemeenten te weinig hebben betaald. Het Dagelijks Bestuur zal in een extra vergadering de ontstane situatie bespreken om te komen tot een procesvoorstel. Vergelijking gemeentelijke bijdrage 2023 en 2024 (inclusief bevolkingszorg) Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2023 Gemeente VRZ
2024 VRZ
Verschil VRZ
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
1.910.385 2.917.356 2.012.489 847.346 3.322.172 926.536 1.595.775 3.028.453 2.511.111 4.472.271 1.991.858 2.098.941 3.227.823
1.920.415 3.247.637 2.163.734 993.257 3.832.235 1.045.816 1.768.650 3.452.046 2.823.556 4.572.007 2.246.747 2.455.124 3.524.399
10.030 330.281 151.244 145.911 510.062 119.281 172.875 423.593 312.445 99.735 254.889 356.183 296.576
Totaal
30.862.516
34.045.621
3.183.105
18
Prognose gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2023 Gemeente VRZ
2024 VRZ
2025 VRZ
2026 VRZ
2027 VRZ
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
1.910.385 2.917.356 2.012.489 847.346 3.322.172 926.536 1.595.775 3.028.453 2.511.111 4.472.271 1.991.858 2.098.941 3.227.823
1.920.415 3.247.637 2.163.734 993.257 3.832.235 1.045.816 1.768.650 3.452.046 2.823.556 4.572.007 2.246.747 2.455.124 3.524.399
1.949.184 3.297.205 2.195.718 1.008.319 3.893.365 1.063.815 1.795.608 3.507.047 2.903.127 4.639.672 2.280.446 2.529.378 3.581.177
2.010.491 3.402.840 2.263.880 1.040.418 4.023.639 1.102.172 1.853.059 3.624.259 3.002.089 4.783.874 2.352.262 2.617.009 3.702.175
2.041.111 3.455.599 2.297.923 1.056.450 4.088.704 1.121.330 1.881.752 3.682.800 3.051.515 4.855.894 2.388.130 2.660.776 3.762.606
Totaal
30.862.516
34.045.621
34.644.062
35.778.168
36.344.590
3.183.105
3.781.546
4.915.652
5.482.074
Verschil met 2023
Specificatie gemeentelijke bijdrage 2024 t/m 2027 Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
VRZ
2024 Bevolkingszorg Maatwerk
1.906.262 3.223.544 2.146.878 985.296 3.801.734 1.041.001 1.754.435 3.441.953 2.809.354 4.538.407 2.230.376 2.441.639 3.496.793
14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606
33.817.672
238.950
-11.000
-11.000
2025 Bevolkingszorg Maatwerk
VRZ totaal
VRZ
1.920.415 3.247.637 2.163.734 993.257 3.832.235 1.045.816 1.768.650 3.452.046 2.823.556 4.572.007 2.246.747 2.455.124 3.524.399
1.935.030 3.273.112 2.178.863 1.000.358 3.862.864 1.059.000 1.781.393 3.496.955 2.855.792 4.606.073 2.264.075 2.482.759 3.553.570
14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606
34.045.621
34.349.847
238.950
-11.000 33.133
33.133
55.266
VRZ totaal 1.949.184 3.297.205 2.195.718 1.008.319 3.893.365 1.063.815 1.795.608 3.507.047 2.903.127 4.639.672 2.280.446 2.529.378 3.581.177 34.644.062
19
Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
VRZ
2026 Bevolkingszorg Maatwerk VRZ totaal
1.996.338 3.378.747 2.247.025 1.032.457 3.993.138 1.097.357 1.838.844 3.614.167 2.954.754 4.750.275 2.335.891 2.570.391 3.674.568
14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606
35.483.953
238.950
-11.000 33.133
33.133
55.266
VRZ
2027 Bevolkingszorg Maatwerk
VRZ totaal
2.010.491 3.402.840 2.263.880 1.040.418 4.023.639 1.102.172 1.853.059 3.624.259 3.002.089 4.783.874 2.352.262 2.617.009 3.702.175
2.026.957 3.431.505 2.281.068 1.048.489 4.058.203 1.116.514 1.867.537 3.672.708 3.004.180 4.822.295 2.371.759 2.614.158 3.735.000
14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606
35.778.168
36.050.375
238.950
55.266
36.344.590
Begroting: 2024 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2025 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2026 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2027 50.000 50.000 0 50.000
-11.000 33.133
33.133
2.041.111 3.455.599 2.297.923 1.056.450 4.088.704 1.121.330 1.881.752 3.682.800 3.051.515 4.855.894 2.388.130 2.660.776 3.762.606
1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Onvoorzien Totaal Lasten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Eindtotaal
Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
20
Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Exploitatie Onderhoud materieel en -materiaal Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra Totaal
Realisatie 2022
Begroting 2023 na 1e wijziging
Programma begroting 2024
1.381.063
989.241 197.000
1.056.300 317.500
42.555 1.423.618
0 1.186.241
0 1.373.800
Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. In 2024 worden (net als in 2023) lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Het vertrek van de Politie uit het naastgelegen pand, de verhuizing van de meldkamer naar Bergen op Zoom, de heroriëntatie van crisisbeheersing en het verminderd gebruik van kantoorwerkplekken maken dat de situatie opnieuw bekeken moet worden. Een bestuurlijke verkenner heeft gerapporteerd over mogelijke gezamenlijke huisvesting met de GGD en RUD. Op basis van de resultaten moeten nadere keuzes gemaakt worden. In het kader van dit onderzoek is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk ‘on hold’ gezet.
Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Dit betekent ook dat investeringen in het gebouw minimaal zijn en er voornamelijk curatief onderhoud wordt gepleegd. In de reserve Meldkamer is een bedrag van € 135.000 gereserveerd om de voormalige vleugel van de meldkamer te verbouwen. Hiervoor zijn middelen ontvangen van het Rijk.
21
Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Exploitatie Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ Investeringsplan Aanpassing Segeerssingel 10 (corridor) Totaal
Realisatie 2022
Begroting 2023 na 1e wijziging
Programma begroting 2024
59.426
81.400
83.400
16.683 0
0 0
5.100 0
0 76.109
115.000 196.400
0 88.500
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘om-niet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte.
Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Het is nu aan gemeenten samen met VRZ om dit op te pakken en daarmee de voorbeeldrol van maatschappelijk vastgoed in de energietransitie in te vullen.
22
Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Exploitatie Gebruikersonderhoud brandweerposten Eigenaarsonderhoud Stadsgewest Vlissingen-Middelburg1 Frictiekosten nieuwe kazerne Heinkenszand Frictiekosten nieuwe kazerne Goes-West Investeringsplan Vervanging inventaris brandweerposten Inventaris nieuwe kazerne Zierikzee Inventaris nieuwe kazerne Goes-West Inventaris nieuwe kazerne Heinkenszand Inventaris nieuwe kazerne Kloosterzande Energiebesparende maatregelen Totaal
Realisatie 2022
Begroting 2023 na 1e wijziging
Programma begroting 2024
230.579 72.583
129.000 73.400
187.200 75.200
0 0
0 0
1.300 2.600
25.000 0 0 0 0 0 328.162
28.750 0 0 69.000 69.000 12.800 391.950
30.000 90.000 78.000 0 0 0 464.300
1
Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
23
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is een aantal thema’s opgenomen voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. De thema’s zijn gestart en krijgen in 2024 een vervolg. Mens en Organisatie In toenemende mate is de vervulling van vacatures een uitdaging. Voor zowel de operationele functies en piketten als ook de kantoorfuncties wordt de invulling van vacatures in een krapper wordende arbeidsmarkt een uitdaging. In 2023 hopen we het strategisch personeelsplan en een nieuw wervingsbeleid opgesteld te hebben waardoor we in 2024 gerichter met dit vraagstuk aan de slag kunnen. Ook de modernisering van ons arbeidsvoorwaardenpakket is daarbij van groot belang. Vooralsnog worden deze zaken binnen de begroting opgepakt. De inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor de veiligheidsregio’s is op dit moment nog onduidelijk. De effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn voor de vrijwilligers zijn voor VRZ vooralsnog beperkt. Hoe de kosten voor de andere veiligheidsregio’s verdeeld worden is nog onduidelijk. Informatiegestuurde organisatie Bij een organisatie waarin informatie een steeds belangrijker rol speelt in de uitvoering van brandweer- en crisisbeheersingsprocessen is de doorontwikkeling van de digitale omgeving een steeds belangrijker en voorwaardenscheppende factor.
Het creëren van de juiste infrastructuur en applicatielandschap is een doorlopend proces. Door een efficiëntere inrichting van onze bedrijfsvoering kunnen kostenstijgingen worden opgevangen. Informatieveiligheid In 2024 wordt de veiligheidsregio’s naar verwachting aangemerkt als vitaal. Dit betekent dat het beveiligingsniveau verder omhoog moet en dat onder andere de BIO referentiewaarde naar 4 moet worden gebracht. De kosten die hiermee samenhangen, worden gedekt door de extra middelen die het Rijk voor dat doel beschikbaar stelt. De overige hiermee samenhangende kosten zijn nog in onderzoek. De aansluiting tussen de regio’s en het Rijk op het gebied van informatie-uitwisseling wordt door het Rijk georganiseerd, waarbij de kosten vanuit de extra BDUR-middelen worden gedekt. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling De stijging van de energiekosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne heeft in 2022 geleid tot overschrijding op de begrotingsbedragen voor gas- en elektriciteit en brandstof. We verwachten dat deze trend zich in 2024 (deels) voortzet. Deze kostenverhogingen werken door in alle andere producten die VRZ afneemt. Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen. Duurzaamheid De door de Rijksoverheid geformuleerde ambities zijn vertaald in een Regionale Energiestrategie. VRZ zet als overheidslichaam de benodigde stappen in lijn hiermee.
De kosten van deze transitie manifesteren zich op diverse onderdelen. Voor de planvorming en coördinatie is extra capaciteit noodzakelijk. Samenwerking Op basis van de schaalgrootte van de organisatie is samenwerking uit een oogpunt van continuïteit en kwaliteit noodzakelijk. Gesprekken hierover met Zeeuwse partners, zoals GGD en RUD, maar ook met andere veiligheidsregio’s worden gecontinueerd. Het perspectief hierbij is meer gericht op kwaliteitsverbetering en continuïteit dan op financieel voordeel. 24
1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF).