CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-21d D23.287284 ontwerp ruimtelijke onderbouwing Bi 001083 RO01 ON01 Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente KapelleBij agendapunt: Ontwikkelen twee locaties voor flexwoningen22.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle Omgevingsvergunning Ontwerp adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte

COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle 001083 06-06-2023 ontwerp NL.IMRO.0678.001083-0001 Kapelle

Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens

Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Jessica Ocké en Raoul Lobbezoo +31(0)113 405 051

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

4 4 5 5

Hoofdstuk 2

Het project

6

Beschrijving project Juridische regeling

6 9

Beleidskader

11

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 12 14 15

Kwaliteit van de leefomgeving

17

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

17 17 18 18 19 22 26 26 27 28 28 28 31 31

Uitvoerbaarheid

32

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32 32

2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Juust

33

Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Stikstofberekening

34 60 141 153

2

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Toelichting

Juust

3

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Aan de Biezelingseweg in Kapelle is een braakliggend terrein gesitueerd. Het voornemen is om op deze locatie 27 flexwoningen te plaatsen voor een periode van 30 jaar ten behoeve van de huisvesting van starters, spoedzoekers en statushouders. In het geldende bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge' heeft het plangebied de bestemming 'Wonen - Uit te werken'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor ondere andere wonen in een woning. Echter mag op deze gronden uitsluitend worden gebouwd in overeenstemming met een in werking getreden uitwerkingsplan en met inachtneming van de in dat plan opgenomen regels. Hierdoor is de ontwikkeling in strijd met het geldende bestemmingsplan. De wens is om de beoogde ontwikkeling te vergunnen voor een periode van 30 jaar, hierdoor is het niet mogelijk om gebruik te maken van de regeling in het Besluit Omgevingsrecht (Bor) bijlage 2 artikel 4 lid 11 aangezien deze AMvB slechts van toepassing is voor het afwijken voor een periode van 10 jaar. De gemeente Kapelle heeft het plan aangemeld als innovatief experiment bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Op grond van artikel 6 van de Crisis- en Herstelwet is het mogelijk om af te wijken van wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo).

Ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen voor een activiteit waarbij voor een bepaalde termijn toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo, is het mogelijk om af te wijken van artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a van de Wabo. Het plan is opgenomen in de Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging en aanvulling van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche)) en is op 11 mei 2023 in werking getreden. De aanvraag moet voorzien worden van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document betreft deze ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Plangebied

Het plangebied bestaat uit een braakliggend terrein in de vorm van een grasveld en is gelegen aan de noordzijde van de kern Biezelinge, gesitueerd ten noorden van de Biezelingseweg en ten zuiden van de Ottertjes en de spoorlijn. Het plangebied bestaat uit een gedeelte van het kadastrale perceel bekend als gemeente Kapelle, sectie F, perceelnummer 1990 (circa 7.330 m2) en het gehele kadastrale perceel bekend als gemeente Kapelle, sectie F, perceelnummer 1307 (4.514 m2 ). Het volledige plangebied heeft een oppervlakte van circa 11.840 m².

Juust

4

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: Atlas van Zeeland, bewerking Juust)

1.3

Doel

Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is om inzichtelijk te maken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het initiatief niet strijdig is met de relevante wet- en regelgeving. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning bijgevoegd.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat, naast dit inleidend hoofdstuk, uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het initiatief nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader en in hoofdstuk vier worden de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Juust

5

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied bestaat volledig uit braakliggend terrein, bestaande uit een grasveld en een sloot. Het is aan de zuidzijde begrenst door de Christelijke Gereformeerde Kerk Biezelinge, bouwbedrijf Goetheer & Huissoon, de Biezelingsweg en twee woningen gelegen aan de Nieuwe Kerkstraat 59b en 61. Aan de oostzijde wordt het perceel begrensd door tuinen behorende bij de woningen aan de Nieuwe Kerkstraat en Noordstraat en door tuincentrum De Keijzer. Ten noorden van het plangebied zijn 10 tiny houses van BevelandWonen gelegen met daarnaast een geluidswal. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de algemene begraafplaats van Biezelinge.

Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied van de Biezelingseweg (bron: Google Maps)

2.1.2

Toekomstige situatie

Het initiatief ziet op het plaatsen van 27 tijdelijke flexwoningen met bijbehorende infrastructuur en parkeerplaatsen. Beveland Wonen plaatst de woningen, beheert deze en verzorgt de toewijzingen. De flexwoningen zijn bedoeld voor 3 doelgroepen, namelijk starters, spoedzoekers en statushouders. De beoogde verdeling is als volgt: starters bezetten minimaal 50% van de flexwoningen, spoedzoekers 20% en statushouders maximaal 30%. Statushouders zijn asielzoekers die beschikken over een verblijfsvergunning en dus onderdeel gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Onder spoedzoekers wordt verstaan: 'woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak, zoals bij tijdelijke huisvesting door herstructurering, gedwongen verkoop of personen in echtscheidingen of andere verbroken relaties'. De bestaande geluidswal aan de noordzijde wordt doorgetrokken voor het reduceren van de geluidsbelasting vanwege spoorweglawaai. Ten noorden van Goetheer & Huissoon wordt een geluidswal en een geluidsscherm geplaatst tegen het industrielawaai.

Juust

6

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 3 | Schets plangebied (bron: Archikon/Bouwgroep Peters) De flexwoningen worden in twee typen geplaatst, namelijk de PMC 12(Product Markt Combinatie) van circa 30m2 en de PMC13 van circa 45m2 . De PMC 12 woningen zijn geschikt voor 1 of 2 personen en bestaan uit een woonkamer/keuken, badkamer en slaapkamer. De PMC 13 woningen zijn geschikt voor maximaal 3 personen en bestaan uit een woonkamer/keuken, badkamer, twee slaapkamers en een berging. De flexwoningen beschikken over een tuin. De buitenbergingen worden geclusterd gesitueerd.

Juust

7

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 4 | Plattegrond flexwoningen PMC 12 en PMC 13 (bron: Beveland Wonen)

Afbeelding 5 | Impressie PMC 12 (bron: Beveland Wonen)

Juust

8

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 6 | Impressie PMC 13 (bron: Beveland Wonen) Verkeersontsluiting Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten op de Biezelingseweg. De flexwoningen worden in de vorm van een hofje geplaatst met een middenterrein. Parkeren vindt plaats in het hofje en naast de ontsluitingsweg. De flexwoningen zijn wel met de auto te bereiken om bijvoorbeeld boodschappen te (laten) bezorgen. Voor de toetsing van de aspecten verkeer en parkeren zie 4.11 Verkeer en parkeren. Tijdelijkheid Het betreft tijdelijke bebouwing voor een periode van maximaal 30 jaar. De mogelijkheid bestaat dat de flexwoningen naar behoefte verplaatst worden binnen de regio de Bevelanden.

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge' van de gemeente Kapelle. Dit bestemmingsplan is op 9 februari 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Wonen - Uit te werken' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (zie afbeelding 7). Het plaatsen van flexwoningen voor een periode van 30 jaar is niet toegestaan gezien het feit dat er geen uitwerkingsplan is opgesteld.

Juust

9

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 7 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

Juust

10

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen. De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor deze onderbouwing. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming.

Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het wijzigingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing aan de ladder is volgens artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht niet alleen nodig voor bestemmingsplannen maar ook voor omgevingsvergunningen die worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dit geval is er geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan, maar wordt wel artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo toegepast. Een toetsing aan de ladder is dus benodigd. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.

Op het gebied van woningbouw geeft jurisprudentie een constante lijn aan. Bouwplannen met ten hoogste 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 27 flexwoningen. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was. In de huidige situatie is er geen bebouwing aanwezig. Het

Juust

11

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

bebouwd oppervlak van de toekomstige situatie zal toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Er kan dus gesproken worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte moet in het kader van de ladder nader getoetst worden. In paragraaf 3.3 Regionaal beleid wordt nader ingegaan op de behoefte, daaruit blijkt dat er voldoende behoefte is aan flexwoningen in de gemeente Kapelle. Daarnaast ligt de locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zeeland De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: Doe meer met minder grond. Werk samen en deel kosten en baten. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030).

In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening, welke nog vastgesteld moet worden, is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Het onderhavige bouwplan sluit aan op de ambities uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Het plan past binnen bouwsteen Woningvoorraad omdat het voorziet in een kwalitatief en kwantitatief passende ontwikkeling. De Omgevingsvisie staat vaststelling van het plan niet in de weg. Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. De hierboven genoemde provinciale beleidsdocumenten staan de vaststelling van het plan niet in de weg.

Zeeuwse Woonagenda De Zeeuwse Woonagenda is een gezamenlijke leidraad van de Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland om de woonopgaven aan te pakken. Hierin zijn ambities en actielijnen geformuleerd die aansluiten bij de visie op wonen en passen binnen de integrale aanpak voor de toekomstige woningvoorraad. De visie op wonen is als volgt geformuleerd: "In 2040 hebben we in Zeeland een

Juust

12

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

toekomstbestendige woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit 100% aansluit bij de vraag". De ambities vloeien voort uit de belangrijkste opgaven en dienen als richtlijn voor actie. Het gaat om: 1. 2. 3.

Een toekomstbestendige woningvoorraad Kwalitatief complementaire woningbouw Innovatieve en fexibele woonvormen

De ambities zijn verder uitgewerkt en voorzien van concrete actielijnen. In die actielijnen werken gemeenten en provincie vanuit een concreet stappenplan aan acties richting de gestelde doelen. Deze ambities en actielijnen hangen sterk met elkaar samen en laten zich het best vertalen in een schematische afbeelding. Zie afbeelding 8.

Afbeelding 8 | Schematische afbeelding ambities en actielijnen (bron: Zeeuwse Woonagenda) Het plan past binnen de Zeeuwse Woonagenda omdat het voorziet in innovatieve en flexibele woonvormen die kwalitatief goed aansluiten bij de bestaande vraag naar woningen voor starters, spoedzoekers en statushouders. Zeeuwse Woondeal Het Rijk heeft de provincies en gemeenten gevraagd om met woningbouwplannen te komen in de vorm van zogenaamde woondeals. Die woondeals geven regionale invulling aan de nationale woningbouwambities. De Zeeuwse Woondeal is de uitwerking van het provinciale bod dat in 2022 is vormgegeven in afstemming met de Zeeuwse gemeenten. De woondeal is 6 maart 2023 ondertekend door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en vertegenwoordigers namens de colleges van GS en B&W van de Zeeuwse gemeenten. De hoofdlijnen van de Woondeal Zeeland zijn als volgt: streven naar 16.500 extra woningen in Zeeland in de periode t/m 2030; het streven is 2/3e van die woningen in de categorie ‘betaalbaar’ te realiseren; elke gemeente neemt een eerlijk deel van de regionale opgave op zich; de gemeente Kapelle heeft een aandeel van 700 woningen. Om de behoefte en ambitie van het aantal flexwoningen in beeld te brengen heeft de werkgroep Flexwonen van de Zeeuwse woonagenda een behoefteonderzoek laten doen naar flexwonen, specifiek spoedzoekers, starters en statushouders.

Op basis van alle vraag en aanbodgegevens hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met gemeenten, corporaties en marktpartijen. Tijdens deze gesprekken is het realiteitsgehalte van de nieuwbouwplannen besproken, en onder welke voorwaarden het realistisch is. Uit het 'Onderzoek flexwonen voor Zeeuwse starters' uitgevoerd door STEC blijkt dat er in Zeeland behoefte is aan 275 tot 375 flexwoningen voor spoedzoekers en 190 tot 420 flexwoningen voor statushouders. De behoefte voor flexwonen voor starters op de Bevelanden tussen de 70 en 95 woningen ligt. In de gemeente Kapelle worden er in de eerste fase 51 flexwoningen geplaatst, waarvan 27 in Kapelle en 24 in Wemeldinge.

Juust

13

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Om de woningmarkt toegankelijk te maken voor starters en jongeren worden in de regio De Bevelanden flexwoningen in het sociaal huursegment gerealiseerd. Uitgangspunt is dat circa 50% van de te plaatsen flexwoningen beschikbaar wordt gesteld aan woningzoekenden tot 35 jaar die voor het eerst zelfstandig een woning betrekken. De taakstelling bepaalt de omvang van de te huisvesten statushouders. Statushouders worden opgevangen in de reguliere woningen en aangevuld met flexwoningen. Elke gemeente in de regio De Bevelanden huisvest op grond van de Zeeuwse afspraken asielketen alleenstaande minderjarige. De Bevelandse gemeenten willen de woningvoorraad voorzien van een flexibele schil en realiseren daarvoor in de periode 2023-2028 450 flexwoningen in de regio, met name bedoeld voor starters, jongeren, statushouders, vluchtelingen en andere 'spoedzoekers'. Het voorgenomen plan maakt onderdeel uit van de 450 flexwoningen zoals is opgenomen in de Zeeuwse Woondeal. Het plan komt voort uit het beleid en sluit daarmee aan op de vraag en behoeftes binnen de provincie, regio en gemeente.

3.3

Regionaal beleid

Regionale woningmarktafspraken Sinds 2013 maken de vijf gemeenten op De Bevelanden afspraken over het wonen in de regio. In de vorm van de Agenda Wonen in De Bevelanden 2025 zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de woningcorporaties. In 2020 zijn de woningmarktafspraken geactualiseerd in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030'. De basis voor deze woningmarktafspraken is de Woonvisie De Bevelanden 2019-2023, hierin is een visie opgenomen op het wonen in de regio. Deze visie is vertaald naar een aantal algemene, ruimtelijke en programmatische uitgangspunten. Van toepassing op voorgenomen ontwikkeling is het ruimtelijk uitgangspunt 'inbreiden voor uitbreiden'. Uitbreiding is alleen mogelijk als inbreiden niet wenselijk en/of mogelijk is en er wel aantoonbaar behoefte is. Voor woningen die door nieuwbouw aan de woningvoorraad worden toegevoegd geldt dat deze zoveel mogelijk levensbestendig (nultreden) en aanpasbaar aan de woonvoorkeur van meerdere doelgroepen moet zijn. Het plan voorziet in 27 flexwoningen. Het plan zet hierdoor in op het toevoegen van passend product voor meerdere doelgroepen (starters, spoedzoekers en statushouders) en is tevens aan te merken als een binnenstedelijk inbreidingsproject.

Het plan voldoet hiermee aan de woningmarktafspraken. Regionale Woonvisie 2019 Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. 2.

3.

4.

5.

Juust

De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen

14

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Het plan levert een bijdrage aan de ambities voor duurzame en toekomstbestendige woningen te realiseren. Ook voorziet het plan in een woningaanbod voor meerdere doelgroepen, zoals starters, spoedzoekers en statushouders. Het is een woonvorm die momenteel nog niet wordt aangeboden binnen de gemeente Kapelle en is daarmee een waardevolle toevoeging aan de bestaande woningvoorraad.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2012-2030 Op 26 maart 2013 is door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle de Structuurvisie 2012-2030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. De gemeentelijke ambities zijn gericht op: behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangewezen als 'Behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen'.

Juust

15

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 9| Structuurvisiekaart gemeente Kapelle Hierover is het volgende gemeld: Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving.Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden). De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) is nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). Naast de uitbreidingslocaties zullen ook inbreidingslocaties worden benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. Het behoud en de versterking van structureel groen krijgt aandacht in een daartoe op te stellen beleidsplan.

Het plaatsen van de flexwoningen op het perceel aan de Biezelingseweg past binnen de structuurvisie zoals hierboven beschreven. Er is sprake van een inbreidingslocatie die wordt benut, met woningen die aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve vraag.

Juust

16

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1

van

de

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Op het perceel ligt, conform het bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge' (2010), de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie - 1’. Archeologisch onderzoek is nodig wanneer een bouwwerk en de fundering dieper komen te liggen dan 30 cm beneden maaiveld en/of een oppervlakte betreft van meer dan 100 m². In 2006 heeft ADC in opdracht van de gemeente Kapelle archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (zie bijlage 1). In het plangebied zijn 26 grondboringen uitgevoerd met als doel het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische indicatoren, de mate van verstoring en de bodemopbouw. Archeologische indicatoren zijn bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, houtskool, verbrande klei, (on)verbrand bot en andere insluitsels die van nature niet in de bodem voorkomen.

Daarnaast kunnen bodemverkleuringen, bijvoorbeeld veroorzaakt door fosfaatverbindingen, een indicatie vormen voor bewoning in het verleden. De opbouw van het profiel in de boringen is als volgt. Tussen 3,2 m –mv en gemiddeld 0,9 m-mv bevindt zich matig tot zwak siltig, ijzerhoudend, kalkrijk geelgrijs zand. Daarboven bevindt zich een licht tot sterk zandig, grijsbruin kalkloos, ijzerhoudend kleipakket. In het booronderzoek zijn, behoudens enkele puinspikkels in de bouwvoor van enkele boringen, een brokje baksteen in de bouwvoor van boring 22 en een brokje natuursteen in de bouwvoor van boring 20, geen indicatoren gevonden die wijzen op archeologische sporen in de bodem. In het plangebied zijn geen archeologische waarden aangetroffen en kunnen dus geen waarden verstoord worden. Er is geadviseerd om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Tot slot dient opgemerkt dat in die delen waar geen vervolgonderzoek is geadviseerd, toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn, die in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016).

Juust

17

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Om te beoordelen of de afstanden tussen de milieubelastende activiteit en de milieugevoelige functies acceptabel is, kan worden aangesloten bij de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'. Ten zuiden van het plangebied is een bouwbedrijf gesitueerd. Ten noordoosten van het plangebied is een tuincentrum met opslag van consumentenvuurwerk gesitueerd. Ten zuidwesten van het plangebied is een kerk gesitueerd met aangrenzend een begraafplaats.

Op basis van de aanwezigheid van het bouwbedrijf, het tuincentrum, de kerk, begraafplaats en de spoorweg ten noorden van het plangebied kan er gesteld worden dat er sprake is van gemengd gebied zoals is omschreven in de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de onderstaande opsomming zijn de bedrijven en milieubelastende activiteiten die in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen benoemd. Voor een bouwbedrijf met categorie 3.1 geldt een richtafstand van 30 meter binnen gemengd gebied, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 10 meter tot de flexwoningen wordt er niet voldaan aan de richtafstand. In paragraaf 4.6.3 wordt verder ingegaan op het aspect inrichtingslawaai. Voor een tuincentrum met opslag van consumentenvuurwerk geldt een richtafstand van 10 meter binnen gemengd gebied, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 15 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand. Voor een kerk geldt een richtafstand van 0 meter binnen gemengd gebied, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 10 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand. Voor een begraafplaats geldt een richtafstand van 0 meter binnen gemengd gebied, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 10 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand.

Ondanks dat er voldaan wordt aan de richtafstand ten opzichte van het bouwbedrijf, is er in opdracht van de gemeente Kapelle een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar inrichtingslawaai van het bouwbedrijf. Dit aspect wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6. Gelet op bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er wordt voldaan aan de richtafstanden. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt op basis van het bovenstaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Bodem

Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. In maart 2023 is door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd (zie bijlage 2). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: De boven- en de ondergrond tot 2,5 m -mv (maximale boordiepte) bestaat uit klei met in de diepere bodemlagen zand. De grondwaterstand varieert van 1,05 – 1,10 m-mv (opname datum 9 maart 2023). In grondmengmonster MM3bg is een lichte verontreiniging (overschrijding achtergrondwaarde) aangetoond met lood en bestrijdingsmiddelen. De overige van de geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de overige grondmengmonsters MM1bg, MM2bg, MM4og en MM5og zijn geen van de geanalyseerde parameters uit het standaard NEN 5740 grondpakket in een verhoogd

Juust

18

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

gehalte aangetoond. In het grondwater uit peilbuis P1 (filterstelling 1,5 – 2,5 m –mv) is een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) aangetoond voor de parameter tetrachlooretheen. De overige geanalyseerde parameters worden niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. In het grondwater uit peilbuis P2 (filterstelling 1,5 – 2,5 m –mv) wordt geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht" dient op basis van de resultaten verworpen te worden. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag voor de omgevingsvergunning activiteit bouwen en de voorgenomen (nieuw) bouwplannen. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken. Indien in het kader van de nieuwbouw grond moet worden afgevoerd moet rekening gehouden worden met het volgende: In het onderhavige rapport is geen onderzoek naar PFAS en/of GenX gedaan. Voor toepassingen van grond buiten de gemeente Kapelle gelden mogelijk andere beleidsregels, benodigde bewijsmiddelen en/of milieuhygiënische verklaringen (zoals een partijkeuring met AP04 onderzoek). Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van een gesloten grondbalans.

4.5

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en het Basisnet. Twee begrippen staan in dit beleidsveld van de externe veiligheid centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgevonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. In het relevante beleid- en wetgevingskader geldt het PR met de risicocontour van de kans één op een miljoen per jaar (kans 10-6 per jaar) als grenswaarde voor kwetsbare objecten. Vanwege de definiëring als grenswaarde kan hiervan niet worden afgeweken.

Voor beperkt kwetsbare objecten werkt deze norm slechts als een richtwaarde. Van een richtwaarde kan na een uitgebreide motivering eventueel worden afgeweken. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de kans van één op de honderdduizend per jaar (kans 10-5 per jaar) als grenswaarde. Kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar zich kwetsbare en/of grote groepen personen (kunnen) bevinden. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar dat doorgaans niet het geval is. Ook belangrijke infrastructuur, zoals een belangrijke verbindingsweg, kan als beperkt kwetsbaar object worden aangemerkt. Een limitatieve opsomming van (beperkt) kwetsbare objecten, wordt in de wetgeving niet gegeven. Het bevoegd gezag heeft daarom een zekere mate van beoordelingsvrijheid over wat zij in een specifieke situatie als kwetsbaar object beschouwt. Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Het GR is niet genormeerd. Hiervoor geldt enkel een oriënterende waarde waarboven een afweging gemaakt moet worden over de aanvaardbaarheid van de risico's. Het GR wordt enkel bepaald voor het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het GR.

Veelal wordt hiervoor het gebied gebruikt dat is gelegen binnen de 10-8 -contour van het PR (het gebied dat wordt getroffen door een ongeval met een

Juust

19

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

kans van één op honderd miljoen per jaar). Aangezien sommige ongevalscenario's ook bij (nog) kleinere ongevalkansen nog tot dodelijke slachtoffers kunnen leiden, wordt in die gevallen het gebied gebruikt waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden (de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens). Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes Per 1 april 2015 zijn de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In de wet is het Basisnet juridisch verankerd. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) beoogd om duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten en de daarbij behorende maximale omvang van de risico's die dat transport mag veroorzaken. Het Bevt vormt het toetsingskader voor ruimtelijke plannen voor het vervoer over de weg, het spoor en het water. Op basis van het Bevt gelden de volgende normen: De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De ligging ervan is te vinden in de bijlagen bij de Regeling Basisnet.

Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van een route die is aangewezen in het Bevt. Daarbij geldt dat het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: 1. het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of, 2. het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt of, 3. de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Bij het mogelijk maken van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gemotiveerd moet worden waarom deze objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. In het basisnet worden de transportroutes onderverdeeld in twee type routes: basisnetroutes en overige routes. De spoorlijn Vlissingen – Bergen op Zoom betreft een basisnetroute. Voor de basisnetroutes heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu een 'begrensde risicoruimte' toegekend, ook wel de basisnetafstand of het PR-plafond genoemd. Voor zowel de overige als basisnetroutes geldt de PR10-6 contour als wettelijke norm. In deze contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten, zoals ziekenhuizen en woonbebouwing, liggen. Voor bestaande basisnetroutes wordt de hoogte van het groepsrisico (GR) gereguleerd door het toepassen van het GR-plafond.

Bij vervoer over het spoor volgt het GR-plafond de PR 10-7 en de PR 10-8 contouren. Toetsing Risicovolle inrichtingen Op het perceel Noordstraat 59 is een tuincentrum aanwezig. Hier vindt opslag en verkoop van consumentenvuurwerk plaats. In bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit is aangegeven, dat bij een inrichting waarin in totaal niet meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, gemeten vanaf de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats in voorwaartse richting, tot een beperkt kwetsbaar object of kwetsbaar object en een geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object een veiligheidsafstand van ten minste 8 meter in acht dient te worden genomen. Het plangebied is op een grotere afstand dan 8 meter van de inrichting gelegen. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg De Rijksweg A58 en de Provinciale weg N289 zijn aangewezen als route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een aantal stoffen mag namelijk niet door de Vlaketunnel worden vervoerd en moet daarom de mogelijkheid hebben om ter hoogte van Kapelle de A58 te verlaten en later te vervolgen. Conform de risicokaart is er geen plaatsgebonden risicocontour en bedraagt het groepsrisicoplafond voor de A58 25 meter en voor de N289 19 meter. Het plangebied ligt ruim buiten deze afstanden. Het transport van gevaarlijke stoffen over deze wegen vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor

Juust

20

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Over de spoorlijn Vlissingen – Bergen op Zoom vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats, bestaande uit brandbare, explosieve en toxische stoffen. Dit brengt risico's met zich mee. Bij een ongeval tijdens het transport kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen met schadelijk of zelfs dodelijke gevolgen voor mens en milieu. Bijvoorbeeld een explosie, een brand of het vrijkomen van een gifwolk. Conform Basisnet Spoor bedraagt de PR-contour 0 meter en is er geen Plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Wel ligt het plangebied binnen een zone van 200 meter van het spoor. Binnen deze zone zullen woningen worden gebouwd. Op de risicokaart is nabij het plangebied de spoorlijn Vlissingen – Bergen op Zoom als risicobron aangegeven als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen.

Afbeelding 10 | Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Gelet op de ligging binnen de zone van 200 meter van het spoor dient er een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden. Zelfredzaamheid Deze beoogde doelgroep voor de woningen zijn starters, spoedzoekers en statushouders. De bewoners in het gebied zullen daardoor voornamelijk bestaan uit personen die in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. In het plangebied worden geen voorzieningen gerealiseerd voor personen met een lage zelfredzaamheid (zoals in ziekenhuizen, verpleeghuizen en kinderdagverblijven). Er is sprake van laagbouw, die gemakkelijker is te ontvluchten dan hoogbouw. Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via de Biezelingseweg. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”.

Uit bovengenoemde handreiking volgt dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor ook in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is. Het plangebied wordt ontsloten door de Biezelingseweg. De locatie is zowel vanuit westelijke als oostelijke richtingen bereikbaar voor hulpdiensten, via de Dijkwelseweg en de Noordstraat. Gelet op bovenstaande zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen.

Juust

21

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afweging De gemeente is zich bewust van de risico's, maar omdat langs het spoor een geluidswal van 2,5 meter hoogte ten opzichte van het spoor en 3,5 meter ten opzichte van het plangebied en een scherm van 1,1 meter wordt geplaatst en de bewoners in het plangebied hoofdzakelijk zelfredzaam zijn, acht het college van burgemeester en wethouders het groepsrisico aanvaardbaar. Op basis van het bovenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.

4.6.1

Railverkeerslawaai

Door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing is een berekening uitgevoerd voor de geluidsbelasting van de spoorweg ten opzichte van de flexwoningen. Voor de berekening is uitgegaan van het verlengen van de bestaande geluidswal op 1,0 meter boven NAP met een hoogte van 2,0 meter (zie afbeelding 12).

Afbeelding 11 | Berekening geluidsbelasting op 1,5 meter hoogte zonder verlengde geluidswal (bron: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing)

Juust

22

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 12 | Berekening geluidsbelasting op 1,5 meter hoogte met verlengde geluidswal van 2 meter hoog (bron: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing) De maximale hoogte van de beoogde woningen blijft onder de 4,5 meter, de woningen zullen niet beschikken over een verdieping. De maximale geluidsbelasting op 1,5 hoogte blijft onder de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Gelet op bovenstaande berekening kan geconcludeerd worden dat er met het verlengen van de bestaande geluidswal een goed woon- en leefklimaat ontstaat.

4.6.2

Wegverkeerslawaai

In de Wet geluidhinder is bepaald dat zich langs alle wegen een geluidszone bevindt, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. De breedte van deze geluidszone hangt af van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen of buiten de bebouwde kom). Het plangebied is niet gesitueerd binnen de geluidszone van wegen die in het kader van de Wgh zoneringsplichting zijn. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is daarom niet benodigd.

4.6.3

Inrichtingslawaai

In paragraaf 4.3 van deze toelichting wordt in het kader van bedrijven en milieuzonering is aangegeven dat er niet voldaan wordt aan de richtafstanden ten opzichte van aspect geluid met betrekking tot omliggende bedrijven. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is er door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de invloed van het bouwbedrijf Goetheer & Huissoon op het plangebied (zie bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt dat zowel de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus ter plaatse van de geprojecteerde woningen significant hoger zijn dan de richtwaarden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde in een gemengd gebied wordt met maximaal 12 dB in de dag- en 10 dB in de avondperiode overschreden. In de nachtperiode is er geen sprake van een overschrijding. De richtwaarde voor het maximale geluidniveau van 70 dB(A) in de dag-, 65 dB(A) in avond- en 60 dB(A) in de nachtperiode in een gemengd gebied wordt met maximaal 20 dB in de dag- en 15 dB in de nachtperiode overschreden. Omdat het plan voorziet in tijdelijke woningen, kan bestuurlijk overwogen worden om 5 dB hogere richtwaarden toelaatbaar te achten. Uit de rekenresultaten blijkt dat daar evenmin aan voldaan kan

Juust

23

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

worden. Maatregelen Om de bedrijfsvoering van de inrichting niet te belemmeren, kan ter reductie van de geluidbelasting op het plangebied een scherm op de erfgrens van de inrichting gerealiseerd worden. Indien een scherm met een hoogte van 2,25 m over een lengte van 25 m opgericht wordt, als aangeduid, bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op een hoogte van 1,5 m in het plangebied ten hoogste 54 dB(A) in de dag-, 42 dB(A) in de avond- en 31 dB(A) in de nachtperiode.

Juust

24

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 13 | Beoogd geluidsscherm rondom bouwbedrijf Goetheer en Huissoon (bron: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing) Na het treffen van de genoemde maatregel bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op het plangebied op een beoordelingshoogte van 1,5 m ten hoogste 5 dB meer dan de richtwaarden voor een gemengd gebied. Indien het bedoelde scherm opgericht wordt, bedraagt het maximale geluidniveau op een hoogte van 1,5 m in het plangebied ten hoogste 72 dB(A) in de dag- en 65 dB(A) in de nachtperiode. Na het

Juust

25

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

treffen van de genoemde maatregel bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op het plangebied op een beoordelingshoogte van 1,5 m in de dagperiode ten hoogste 4 dB meer dan de richtwaarde voor een gemengd gebied. Om het bedrijf Goetheer & Huissoon BV niet te belemmeren en ter plaatse van de tijdelijke woningen te voldoen aan een redelijke goede ruimtelijke ordening, worden de volgende maatregelen getroffen: de tijdelijke woningen dienen over maximaal één bouwlaag te beschikken; een verhoging van de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidniveau van 5 dB toelaatbaar te achten; een scherm op te richten met een hoogte van 2,25 m en een lengte van 25 m. een geluidwal van 2,5 m hoog op te richten. Gelet op bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de toename aan NO2 en PM10 inzichtelijk gemaakt aan de hand van de NIBM tool. In paragraaf 4.11 is de verkeersgeneratie van het project inzichtelijk gemaakt. Deze wordt geschat op gemiddeld 141 motorvoertuigen per etmaal. De NIBM tool laat zien dat deze verkeerstoename niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Juust

26

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Afbeelding 15 | NIBM-tool (bron: Infomil) Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen op circa 2 kilometer van het Natura 2000-gebied 'Westerschelde en Saeftinghe', op een afstand van circa 2 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' en op circa 3,6 kilometer van het Natura 2000-gebied 'Oosterschelde'. De ontwikkeling betreft de realisatie van 27 flexwoningen. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Voor dit plan is de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (Bijlage 4). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.

Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Het plangebied is braakliggend en uit een recente luchtfoto (2022) blijkt dat het plangebied wordt onderhouden. Voor zover bekend worden er geen bomen gekapt of watergangen gedempt. Een quickscan Wet natuurbescherming is om deze reden niet benodigd.

Juust

27

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

4.10

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waarop te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen. Als er op verdachte locaties werkzaamheden gepland staan, moet men eerst op zoek naar de mogelijke explosieven. Volgens de provinciale explosievenkaart ligt het plangebied niet in een aandachtsgebied voor niet-gesprongen explosieven. Het aspect NGE vomt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

4.11

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De gemeente Kapelle beschikt niet over een eigen parkeerbeleid. De parkeerbehoefte kan worden bepaald op basis van de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 381). In dit geval is er sprake van een locatie waarbij de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' is. De locatie ligt in een gebied dat aangemerkt kan worden als 'rest bebouwde kom'. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte kan aansluiting worden gevonden bij de categorie 'kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)'. In het voorliggende plan zijn 2 (type PMC12) of 3 (type PMC 13) bewoners per woning mogelijk. De bandbreedte voor kamerverhuur ligt tussen 0,6 en 0,8 parkeerplaatsen per woning. Gelet op de aanwezigheid van de PMC 13 woningen wordt uitgegaan van de bovengrens van de bandbreedte, namelijk 0,8 parkeerplaatsen per woning inclusief bezoekersparkeren. Indien we uitgaan van 0,8 parkeerplaatsen per woning dan zijn er voor het plan 22 (afgerond) parkeerplaatsen nodig. Het plan voorziet in 25 parkeerplaatsen en voorziet daarmee in voldoende parkeerplaatsen.

Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is eveneens uitgegaan van de kenmerken 'weinig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. De verkeersgeneratie bedraagt tussen 1,8 en 2,4 voertuigbewegingen per woning per etmaal. Ook hier wordt om de redenen zoals benoemd onder parkeren uitgegaan van de bovengrens van de bandbreedte, namelijk 2,4. De totale verkeersgeneratie voor het plangebied komt daarmee op 65 voertuigbewegingen per etmaal. Het verkeer wordt ontsloten op de Biezelingseweg.

4.12

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Zie onderstaand tabel voor de verdere uitwerking van de watertoets. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied lig niet in en niet in de nabijheid van Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening een waterkering. houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Juust

28

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Door de ontwikkeling zal meer verhard dakoppervlak en meer dichte bodemverharding worden gerealiseerd. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd en is er ongeveer 200 m2 verhard. In de nieuwe situatie zal er naar verwachting 1152 m2 aan dakoppervlak en 750 m2 aan dichte bodemverharding aanwezig zijn. In totaal wordt er 1702 m² aan verhard oppervlakte toegevoegd. Derhalve zal 1702 x 0,075 = 127,65 m³ aan wateropvang gerealiseerd moeten worden. De wateropvang wordt gerealiseerd door het verbreden van de bestaande watergang binnen het plangebied.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Afvoer van afvalwater zal gebeuren middels een Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ aansluiting op een persleiding riolering, deze zal RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. aangelegd worden in het plangebied. Hemelwater kan Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in binnen het plangebied opgevangen worden en verband met de reductie van hydraulische belasting van infiltreren in de bodem. de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. Er wordt eventuele grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen voorkomen door het realiseren van de waterberging. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Juust

29

Flexwonen Biezelingseweg Kapelle

Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit zal als gevolg van de Behoud of realisatie van een goede ontwikkeling niet verslechteren. Er worden duurzame, grondwaterkwaliteit. Denk aan niet uitloogbare materialen toegepast. grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zijn geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit Behoud of realisatie van goede te verwachten. oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en volksgezondheid. plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er zal geen bodemdaling optreden als gevolg van de Voorkomen van maatregelen die (extra) voorgenomen ontwikkeling. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en wateren en natte natuur niet aangetast. natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Rekening wordt gehouden met de regels van de Keur Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden voor wat betreft de ruimte en bereikbaarheid voor worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12913620/1