2022-16a. Ontwerpbestemmingsplan Abdijstraat 2 Kapelle
Tekst van het document
200 m2
105,3 mvt/etmaal per 100 m2
verkeersgeneratie weekdag 211 mvt/etmaal
verkeersgeneratie werkdag 254 mvt/etmaal
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de detailhandel permanent worden gesloten en zullen er 10 seniorenwoningen worden gerealiseerd. De seniorenwoningen behoren tot het middensegment koop. In tabel 4.6.3 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling uitgerekend. Hierin sluit het kencijfer aan bij koop, appartement, midden. Dit kencijfer betreft gemiddeld 6 per woning.
36/343
Tabel 4.6.3 Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie functie programma Kencijfer CROW verkeersgeneratie verkeersgeneratie weekdag werkdag seniorenwoningen 10 woningen 6 mvt/etmaal per 60 mvt/etmaal 66 mvt/etmaal woning B&B (3* hotel) 2 kamers 6,8 mvt/etmaal per 2,7 mvt/ etmaal* 2,7 mvb/etmaal* 10 kamers Lunchroom 100 m² 42 mvt/ etmaal 42 mvt/ etmaal Totaal 104,7 mtv/ etmaal 110,7 mvt/ etmaal * Voor de B&B is een twee maal zo grote verkeersgeneratie per dag aangehouden vanwege de aanwezigheid van 2 parkeerplaatsen in plaats van de 1 plaats die op basis van de kengetallen van uit de CROW publicatie noodzakelijk zijn bij een 3* hotel. 4.6.4 Verkeersveiligheid De wegen rondom het plangebied hebben een relatief hoge capaciteit maar worden niet overschreden omdat er een afname is waardoor het niet zal leiden tot knelpunten op het omliggende wegennet. Als gevolg van de ontwikkeling blijft de verkeersveiligheid gewaarborgd. 4.6.5 Conclusie De ontsluiting van het projectgebied is goed voor de verschillende vervoersmiddelen. Er is een verkeersafname, dit levert dusdanig geen toename op die leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte is berekend voor de ontwikkeling en wordt volledig op eigen terrein voorzien. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling niet in de weg.
4.7
Bedrijven en milieuhinder
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.
Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar
37/343
aanleiding toe geeft. Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en de bedrijfsvoering te kunnen maken, is voor dit plan gebruikgemaakt van de systematiek uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. In de VNG-publicatie is tevens de mogelijkheid opgenomen te werken met een Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging.
Bedrijven die genoemd zijn in deze staat kunnen in een functiemengingsgebied direct naast gevoelige functies aanwezig zijn, zonder dat er richtafstanden in acht genomen moeten worden. Toetsing Ten zuiden van de beoogde ontwikkeling wordt een supermarkt ontwikkeld. De woningen zullen zich op 10 meter van de supermarkt bevinden. Met de ontwikkeling zal sprake zijn van een gemengd gebied. De woningen zullen buiten de richtafstand van de supermarkt worden gerealiseerd. Op basis hiervan wordt milieuhinder geen belemmering geacht voor de beoogde oprichting van de woningen. Daarnaast vindt het laden en lossen en het parkeren aan de andere zijde van het gebouw plaats waardoor geluidsbelasting verder beperkt wordt. Ten oosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Smokkelhoek. Hier zijn bedrijven uit categorie 3.1, 3.2, 4.1 en 4,2 uit de staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein' behorende bij het bestemmingsplan Smokkelhoek toegestaan. De bedrijven uit categorie 4.1 en 4.2 liggen op een afstand van ruim 600 meter tot het plangebied, dit is ruim buiten de richtafstand van respectievelijk 100 en 200 meter in gemengd gebied. Het dichtstbijzijnde bedrijf met categorie 3.2 ligt op een afstand van 160 meter van het plangebied, ruim boven de richtafstand van 50 meter.
Dichtstbijzijnde bedrijf uit categorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied, ligt op ruim 70 meter van de beoogde woningen en dus ruim buiten de richtafstand. Op basis hiervan wordt milieuhinder geen belemmering geacht voor de beoogde oprichting van de woningen. Omdat het plangebied binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Smokkelhoek ligt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.8). De beoogde wijziging van de Agrarische gronden naar woonbestemming, zonder bouwvlak levert eveneens geen belemmering op voor naastgelegen supermarkt. Hier is immers geen woning of andere gevoelige functie mogelijk. Conclusie
38/343
Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.8
Geluid
Het aspect geluid kan betrekking hebben op: wegverkeerslawaai; industrielawaai; inrichtingslawaai. Er is geen sprake van een geluidhinder producerend bedrijf binnen de richtafstand van de woningen. Het aspect inrichtingslawaai is daarom niet relevant. Op de aspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai wordt hierna ingegaan. 4.8.1 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Woningen worden door de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) als geluidgevoelige functie aangemerkt. Indien in een bestemmingsplan nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wgh akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidzone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. Indien er sprake is van een geluidproducerende functie moet aangetoond worden dat voldaan wordt aan wettelijke geluidseisen. Eventueel dient dit aangetoond te worden door middel van akoestisch onderzoek en zijn geluidwerende maatregelen nodig. Onderzoek Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) aangewezen als geluidgevoelige objecten. Hiervoor dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden indien deze liggen binnen de geluidzone van wettelijk gezoneerde (spoor) wegen. Dit is hier niet het geval.
Wel is het nodig om in het kader van een goede ruimtelijke ordening het akoestische klimaat te beoordelen ten gevolge van de niet gezoneerde 30 km/uur wegen. Het gaat hierbij om de Abdijstraat. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd naar wegverkeerslawaai in het kader van een goede ruimtelijke ordening, om het akoestische woon- en leefklimaat in beeld te brengen. Resultaten Als gevolg van het wegverkeer op de Abdijstraat wordt de richtwaarde van 48 dB gering overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 50 dB, inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Maatregelen Geconcludeerd wordt dat het toepassen van geluidreducerende maatregelen niet doeltreffend of redelijkerwijs niet mogelijk zijn vanwege overwegende bezwaren van verkeerskundige-, vervoerskundige-, stedenbouwkundige- of financiële aard. Het laten vaststellen van een hogere waarde is niet aan de orde omdat het regime van de Wet geluidhinder niet van toepassing is.
39/343
Conclusie wegverkeerslawaai Geconcludeerd wordt dat de woningen in een aanvaardbaar akoestisch klimaat kunnen worden gerealiseerd. Indien aan de binnenwaarde van 33 dB uit het bouwbesluit zal worden voldaan. 4.8.2 Industrielawaai Toetsingskader Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Onderzoek De locatie ligt binnen de geluidszone van het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek. Door de RUD Zeeland is onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai van het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek. In bijlage 10 zijn de rekenresulaten weergegeven van de geluidsbelasting van het industrieterrein op de beoogde en bestaande woning(en).
Hieruit blijkt dat er een geringe overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB op de bovenverdieping van een aantal van de nieuwe woningen en bestaande woning. Er zal een hogere waarde vastgesteld moeten worden voor de woningen. 4.8.3
Cumulatie
Van cumulatie in de zin van de Wet geluidhinder is alleen sprake in het geval de voorkeursgrenswaarde van meerdere te onderscheiden geluidbronnen wordt overschreden, bijvoorbeeld wegverkeerslawaai en industrielawaai. Cumulatie vanwege wegverkeerslawaai is wettelijk niet voorgeschreven omdat sprake is van een 30 km weg (Abdijstraat). Vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is het onderzoek naar cumulatie uitgevoerd. Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting is rekening gehouden met wegverkeerslawaai van de Abdijstraat en industrielawaai van industrieterrein Smokkelhoek : Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de gecumuleerde geluidbelasting beoordelen. In tabel 4.8.1 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Tabel 4.8.1: kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidkwaliteit Lden [dB] <45 zeer goed 46-50 goed 51-55 redelijk
40/343
56-60 61-65 >65
matig slecht zeer slecht
Voor deze beoordeling is de gecumuleerde geluidbelasting Lcum berekend volgens de methode van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Hierbij is het geluid afkomstig van het wegverkeer (zonder aftrek) gecumuleerd met railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De rekenresultaten voor de gecumuleerde geluidbelasting zijn opgenomen in bijlage 11. In tabel 4.8.2 is een samenvatting opgenomen. Tabel 6.2: samenvatting rekenresultaten gecumuleerde geluidbelasting Lden [dB] geluidkwaliteit <45 zeer goed 46-50 goed 51-55 redelijk 56-60 matig 61-65 slecht >65 zeer slecht
Aantal woningen 0 3 7 0 0 0
Beoordeling Van de 10 onderzochte woningen vallen er 3 in de klasse 'goed' en 7 in de klasse 'redelijk'. De gecumuleerde geluidbelasting wordt met name bepaald door industrielawaai. Conclusie Er zal een hogere waarde verleend moeten worden voor de nieuwe woningen. Daarnaast zal bij de uitvoering rekening gehouden moeten worden met de geluidsbelasting door voldoende isolerende maatregelen te treffen. Bij voorkeur worden slaapkamers aan de geluidluwe zijde gesitueerd.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.9.1 weergegeven.
41/343
Tabel 4.9.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van ) stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³
NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. Toetsing en conclusie In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het aspect luchtkwaliteit te worden onderzocht. De beoogde ontwikkeling (woningen) behoort tot een vaste categorie waarvan vooraf bekend is dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan hoe het met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is gesteld. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde voor luchtkwaliteit relevante weg is de Rijksweg A58 (zie figuur 4.9.1).
Hieruit blijkt dat zowel in 2020 als in 2030 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 4.9.2 Tabel 4.9.2 Toetsing aan grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof grenswaarde maximale waarden in jaar 2020 stikstofdioxide (NO2) 40 µg/m³ 21,9 µg/m³ fijn stof (PM10) 40 µg/m³ 17,3 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 6,1 µg/m³ 50 µg/m³ Fijn stof (PM2,5) 25 µg/m³ 10,1 µg/m³
42/343
maximale waarden in jaar 2030 14,1 µg/m³ 15,0 µg/m³ 6,0 µg/m³ 8,0 µg/m³
Figuur 4.9.1 Luchtkwaliteit ten opzichte van het projectgebied (bron: NSL-monitoringstool)
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het
43/343
GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken.
Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Onderzoek Risicovolle inrichtingen Ten oosten van het plangebied ligt Coroos Conserven. Op dit terrein bevinden zich twee LPG vulstations. Eén ten noorden van het terrein en één ten zuiden.
Het noordelijk vulpunt ligt op een afstand van circa 210 meter tot het plangebied. Het zuidelijk vulpunt ligt op een afstand van circa 460 meter. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van deze inrichtingen. Uit het rapport van de risicokaart hebben de LPG vulstations beide een invloedsgebied van 425 meter. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van het noordelijke LPG vulstation. In het rapport van de risicokaart is het GR gegeven (zie figuur 4.10.1) hieruit blijkt dat in de huidige situatie het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. Gezien de afstand en de omvang van de ontwikkeling zal het groepsrisico als gevolg van het beoogde plan beperkt toenemen en is een overschrijding
44/343
van de oriëntatiewaarde uitgesloten. Gezien de ligging binnen het invloedsgebied is een beknopte verantwoording van het groepsrisico gegeven.
Figuur 4.10.1 Groupsrisico Curve Coroos Conserven (bron: risicokaart.nl) Vervoer gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig die van invloed hebben op de externe veiligheid van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 500 meter ligt de Omleidingsroute Vlaketunnel (A58): Oude Rijksweg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van 19 meter. Het invloedsgebied van deze weg is 355 meter waar het plangebied buiten valt. Ook ligt ten zuiden van het plangebied op een afstand van 580 meter de A58 waarover gevaarlijke stoffen vervoerd wordt. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour en het plasbrantaandachtsgebied van deze transportroute. Het invloedsgebied is 880 meter waar het plangebied binnen valt. Doordat het plangebied verder dan 200 meter ligt van de transportroute is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. Ten noorden van het plangebied op een afstand van 280 meter ligt een spoorroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied valt buiten de PR 10-6 contour. Het spoortraject heeft een invloedsgebied van 4 kilometer waar het plangebied binnen valt. Gezien de afstand is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk.
Door de ligging binnen het invloedsgebied is hieronder een beknopte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Verantwoording groepsrisico In het kader van het wettelijk vooroverleg zal voor de verantwoording aanvullend advies gevraagd worden aan de veiligheidsregio. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen.
45/343
Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering ten allen tijde een belangrijke rol. De planlocaties wordt ontsloten via de Abdijstraat in noordelijke en zuidelijke richting. De Abdijstraat is een doorgaande weg waarmee het plangebied snel aangesloten is op het regionale wegennet. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan bijvoorbeeld via meerdere aanvalswegen een mogelijke brand geblust worden. Daarnaast kan via de Abdijstraat de Hoofdstraat bereikt worden en in noordelijke, zuidelijke en westelijke richting van de bronnen af worden gevlucht. Zelfredzaamheid Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het noordelijk LPG vulstation van Coroos Conserveren, het spoor (stofcategoriën A, B2 en D4) en de weg (stofcategorie: LT 2). Gezien de afstand tot de risicobronnen zijn de maatgevende scenario's BLEVE (m.b.t. de LPG-vulstation en de spoorlijn) en een gifwolk (m.b.t. het spoor en de weg). Zelfredzaamheid in beide scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen.
Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. Het advies is om de bewoners vooraf te informeren over de externe veiligheidsrisico's en de juiste handelingsperspectieven bij de incidenten. Bij een BLEVE en een toxische wolk is het handelsperspectief schuilen. Dit betekent schuilen in een gebouw, alle ramen en deuren sluiten en de mechanische ventilatie uitschakelen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Ter plaatse van het plangebied worden 10 seniorenwoningen gerealiseerd. Dit zijn woningen voor zelfstandige ouderen. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Voor aanwezige ouderen die verminderd zelfredzaam zijn wordt ervan uitgegaan dat zij het handelingsperspectief schuilen kunnen uitvoeren. Voor woningfunctie voor verminderd zelfredzamen geldt een opkomsttijd van een basisbrandweereenheid van 6 minuten. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Coroos Conserven, de A58 en een spoortraject.
Vanwege de ligging, locatie en omvang van het plan vormt het groepsrisico geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in of nabij het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig die een belemmering vormen.
4.11 Duurzaamheid Toetsingskader
46/343
Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe gebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hierbij kan op verschillende manieren omgegaan worden met energie zuinigheid. Toetsing en conclusie Voor alle nieuwbouw geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Per 1 juli 2018 is het daarnaast verplicht gasloos te bouwen. De beoogde woning wordt bijna energieneutraal en wordt zonder gasaansluiting gebouwd.
4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: a. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; b. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; c. defensiebrandstoffen; d. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen of hoogspanningslijnen aanwezig.
Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan.
47/343
Hoofdstuk 5
5.1
Toelichting op de juridische regeling
Wettelijk kader
In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling (verbeelding en planregels) is het volgende van belang. 5.2.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt met bestemmingen en dubbelbestemmingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. Naast enkelbestemmingen die met een kleur worden aangeduid, is er een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1, deze is op de verbeelding herkenbaar aan arceringen. 5.2.2 Regels De regels zijn opgedeeld in hoofdstukken, volgens de bepalingen uit SBVP2012: Hoofdstuk 1 (inleidende regels): hierin worden de in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels): hierin worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; Hoofdstuk 3 (algemene regels): dit hoofdstuk bevat regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals algemene afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheden, de anti-dubbeltelbepaling et cetera; Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregel): dit hoofdstuk geeft het overgangsrecht weer voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing. Tevens is de titel van het plan opgenomen.
De artikelen in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn als volgt opgebouwd: bestemmingsomschrijving: hier wordt aangegeven welk gebruik binnen de bestemming is toegestaan; bouwregels: deze zijn onderverdeeld in de toelaatbaarheid van bouwwerken, bouwhoogte, oppervlakte en inhoud; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: beschreven wordt of voor het uitvoeren van specifieke werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afgraven of ophogen van grond, werkzaamheden aan beschermde stoepen. Niet ieder bestemmingsartikel hoeft al deze elementen te bevatten. Dat is afhankelijk van de aard van de
48/343
bestemming. Alle bestemmingsartikelen bevatten in ieder geval een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
5.3
Gehanteerde bestemmingen
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gehanteerde bestemmingen en wat binnen deze bestemmingen is toegestaan met betrekking tot bouwen en gebruik. Artikel 3 Recreatie - Volkstuin De bestemming 'Recreatie - Volkstuin' is opgenomen ten behoeve van de bestaande volkstuinen aan de westzijde van het plangebied. Artikel 4 Wonen De schuur aan de westzijde van het plangebied is voorzien van de bestemming 'Wonen'. Ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding - 1 zijn aan- uit en bijgebouwen met een oppervlakte van maximaal 120 m² toegestaan. De maximale bouwhoogte is 5 meter en de maximale goothoogte 3,5 meter. Artikel 5 Woongebied De gronden ter plaatse va het perceel aan de Abdijstraat met de seniorenwoningen, de bestaande woning, de Bed & Breakfast en de lunchroom zijn voorzien van de bestemming 'Woongebied'. Ter plaatse van de functieaanduiding 'bed & breakfast' is logies, ontbijt en lichte horeca toegestaan. De goot- en bouwhoogte zijn afgeleid van reguliere hoogtematen zoals opgenomen langs vergelijkbare wegen rondom het plangebied. Voorts is in een regeling opgenomen zoals die gebruikelijk is voor woonpercelen in Kapelle/Biezelinge. Artikel 6 Waarde - Archeologie - 1 Om de aanwezige archeologische waarden bij toekomstige bodemingrepen te waarborgen is een archeologische dubbelbestemming opgenomen.
Voor bepaalde ingrepen is afhankelijk van de oppervlakte en de mate van verticale bodemverstoring een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk. Voor 'Waarde - Archeologie - 1' geldt dat bodemingrepen dieper dan 40 cm en groter dan 250 m² niet zijn toegestaan zonder dat is aangetoond dat er geen archeologische waarden worden verstoord.
49/343
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is bepaald dat in de toelichting op het bestemmingsplan in ieder geval 'de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan' moeten zijn opgenomen. Dit volgt uit artikel 3.1.6 Bro. Het gaat daarbij over de financiële uitvoerbaarheid, waaronder de vraag of voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het plan te realiseren.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Het ontwerpbestemmingsplan Abdijstraat 2 Kapelle met planidentificatie NL.IMRO.0678.kapbiezHZ015-OW01 zal met bijbehorende onderliggende stukken gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage liggen. Tijdens de termijn van terinzagelegging heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het bestemmingsplan. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met rijks- en provinciale diensten, etc. Dit plan wordt toegestuurd aan: provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen. Veiligheidsregio Zeeland
50/343
Bijlagen toelichting
51/343
52/343
Bijlage 1
53/343
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ABDIJSTRAAT 2 BIEZELINGE Gemeente Kapelle 12 januari 2022
1/24
DATUM KENMERK
12 januari 2022 20210869_0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Ing. J.A. van Broekhoven
OPDRACHTGEVER Gemeente Kapelle PROJECTNUMMER AUTEUR Rho adviseurs STATUS Definitief
2/24
INHOUD 1.
2.
3.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 4
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en kenmerken van het project
6
2.1 2.2
Plaats van het project Kenmerken van het project
6 10
Kenmerken van de milieueffecten
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
13 13 14 14 16 16 17 18 18 18
Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Cumulatie Mitigerende maatregelen
4. Conclusie Bijlagen Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 – Onderzoek stikstof Bijlage 3 – Quickscan flora en fauna
3/24
20 21 21 22 23 24
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan de Abdijstraat in Biezelinge is op dit moment de winkel 'De Fruitschuur' gevestigd. Deze winkel zal binnen afzienbare tijd permanent worden gesloten. De initiatiefnemers willen op deze locatie de huidige winkel transformeren tot een woning met bed & breakfast (B&B) en lunchroom. Op het restant van het kavel worden 10 seniorenwoningen gerealiseerd. Daarnaast heeft de eigenaar van de woning op Ganshoekweg 13 het voornemen een deel van het aan de zuidzijde van zijn woning grenzende perceel bij zijn tuin te betrekken en hier een bijgebouw te bouwen. In het geldende bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' heeft de locatie de bestemmingen 'Detailhandel' en 'Agrarisch'. Het beoogde project past niet binnen deze bestemming. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken is met de gemeente Kapelle overeengekomen een nieuw bestemmingsplan op te stellen. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D 11.2).
Het beoogde project heeft betrekking op het realiseren van 10 seniorenwoningen, de transformatie van een winkel tot een woning en het bouwen van een bijgebouw en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waar dit document in voorziet.
1.2
Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • • •
de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).
Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is. Bij de beoordelingsbeslissing wordt gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;
4/24
• •
5/24
licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het plangebied ligt in het zuiden van Biezelinge in de gemeente Kapelle. De locatie ligt tussen de Abdijstraat, de Ganshoekweg en de Schotjeweg. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de kern van Biezelinge waar woningen aanwezig zijn. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan agrarische percelen waar het voornemen bestaat detailhandel te realiseren. De oostgrens van het plangebied wordt gevormd door de Abdijstraat. Aan de andere zijde van de Abdijstraat staat een rij woningen die grenst aan het industrieterrein Smokkelhoek. Het plangebied ligt binnen de geluidszone van het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek. In de huidige situatie is binnen het plangebied de winkel ‘De Fruitschuur’ gevestigd, een verkooppunt waar een breed assortiment groenten, aardappelen en fruit wordt verkocht. Aan de westkant zijn een tweetal volkstuintjes aanwezig. De gronden tussen de volkstuintjes en de bebouwing behorende bij de 'Fruitschuur' zijn deels ingericht als boomgaard en deels verhard, op de verharding is een afdak aanwezig. De ligging van het plangebied is op figuur 2.1 weergegeven.
Figuur 2.1: Ligging plangebied Biezelinge (bron: Google Maps)
6/24
Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Ten zuiden van het plangebied, op een afstand van circa 1.400 m, ligt het Natura 2000-gebied 'Westerschelde & Seaftinghe'. Op een afstand van circa 1.800 ten noordoosten van het plangebied bevindt zich het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' (zie figuur 2.2).
Figuur 2.2: Ligging plangebied (rode omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: provincie Zeeland) Natuurnetwerk Zeeland Het plangebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Het meest dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNZ ligt op ongeveer 350 meter ten zuiden van het plangebied. Dit is het gebied 'weetje bij Biezelinge'. Op circa 450 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich het NNZ gebied 'Smokkelhoek'. De geplande activiteit ligt op geruime afstand van beide gebieden (zie figuur 2.3).
7/24
Figuur 2.3: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzicht van Natuurnetwerk Zeeland (bron: Provincie Zeeland) Stilte- en milieubeschermingsgebieden Het plangebied is niet gelegen binnen of in de nabijheid van stiltegebieden, milieubeschermingsgebieden, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.4). Cultuurhistorische en archeologische waarden Op het perceel van Abdijstraat 2 is een bouwhistorisch object aanwezig, namelijk een historische boerderij, bestaande uit een woonhuis en schuur uit circa 1920-1940, met twee moderne schuren en een schuurtje uit dezelfde periode (zie figuur 2.5). In de omliggende omgeving bevinden zich op ruime afstand nog een historische boerderij, rijksmonument en meerdere gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst staan. In het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' opgenomen. In deze bestemming is bepaald dat archeologisch onderzoek en advies niet nodig zijn indien de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer dan 100 m2 bedraagt of als het gaat om een bodemverstoring die niet dieper reikt dan 30 cm. Er is een inventariserend archeologisch onderzoek gedaan. Hieruit is, kort samengevat, naar voren gekomen dat in de ondergrond van het plangebied (Laagpakket van Wormer) nog archeologische waarden uit het Neolithicum aanwezig kunnen zijn.
De top van het veenpakket en het Laagpakket van Walcheren zijn niet intact en daarom worden op deze niveaus geen archeologische waarden verwacht. De top van het Laagpakket van Wormer ligt op 350 tot 470 cm –mv (2,66 tot 4,14 m – NAP). In
8/24
het humeuze pakket in de bovengrond zijn baksteenfragmenten gevonden. Deze fragmenten zijn waarschijnlijk in het plangebied terecht gekomen als gevolg van het landgebruik van de 19e en de 20e eeuw, boomgaard en later als boerenerf. De baksteenfragmenten worden daarom niet als archeologische indicatoren beschouwd.
Figuur 2.4: Ligging plangebied ten opzichte van stiltegebieden en milieubeschermingsgebieden (bron: Provincie Zeeland)
Figuur 2.5: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart (in rood Abdijstraat 2) (bron: provincie Zeeland) 9/24
2.2
Kenmerken van het project
In de beoogde situatie worden ter plaatse van de Abdijstraat 2, 10 seniorenwoningen gebouwd. De reeds aanwezige woning en de schuur blijven gehandhaafd. Hierin zal naast de woning een Bed & Breakfast en lunchroom komen. Om dit te kunnen realiseren worden de overige opstallen gesloopt (zie figuur 2.6). Aan de westzijde van het plangebied wordt een schuur gebouwd, en is bedoeld voor privé gebruik.
Figuur 2.6: De te slopen en te handhaven bebouwing (bron: Kort Geytenbeek Architecten) De 10 seniorenwoningen zijn opgedeeld in twee volumes. Aan de noordzijde van het plangebied worden 4 woningen gebouwd en westzijde worden 6 woningen gebouwd. De 4 woningen aan de noordzijde zijn éénlaagse woningen met twee slaapkamers, een woonkamer/keuken en een badkamer. De 6 woningen aan de oostzijde zijn tweelaagse woningen. Aan de achterzijde hebben de 6 woningen ieder een eigen berging met daarnaast een gemeenschappelijk erf. Op het plangebied zijn 21 parkeerplaatsen beschikbaar (de beoogde situatie is weergegeven in figuur 2.7).
10/24
Figuur 2.7: De beoogde situatie (bron: Kort Geytenbeek Architecten) Verkeer en parkeren Het beoogde project wordt ontsloten door en ligt aan de Abdijstraat in het zuidoosten van Biezelinge. Vlakbij ligt bedrijventerrein Smokkelhoek. De Abdijstraat is een erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De Abdijstraat gaat in noordelijke richting over in de Juffertjeswegje en Noordstraat via de spoorwegovergang naar Kapelle. Dit zijn beide erftoegangswegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In zuidelijke richting gaat de Abdijstraat over in de Smokkelhoekweg richting de N289. De Smokkelhoekweg is een erftoegangsweg met een uitstraling van een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De N289 is provinciale weg en een belangrijke gebiedsontsluitingsweg (80 km/uur) om de rijksweg A58 en de kernen Schore en Hansweert te bereiken. In de huidige situatie ligt in het plangebied kruidenierszaak De Fruitschuur B.V., een verkooppunt van groenten, aardappelen en fruit. De verkeersgeneratie vanwege deze kruidenierszaak is berekend op 254 mvt/etmaal. Met het verdwijnen van de kruidenierszaak, vervalt ook de hiermee gepaard gaande verkeerbewegingen. Hiervoor in de plaats komen de verkeersbewegingen die samenhangen met het nieuwe plan. Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend.
Deze is voor de komst van de seniorenwoningen, B&B en lunchroom berekend op 104,7 mvt/etmaal. Binnen het plangebied worden 21 parkeerplaatsen gerealiseerd; 19 parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het perceel, twee voor de eigen woning. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Cumulatie met andere projecten Op de locatie direct ten zuiden van het plangebied, worden twee gebouwen gerealiseerd. Aan de noordzijde komt het gebouw voor Aldi aan de zuidzijde komt het gebouw waarin de Action en de Fruitshop zullen worden gevestigd. Naast deze
11/24
ontwikkeling zijn voor zover bekend geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
12/24
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.
3.1
Verkeer
Met het verdwijnen van de winkel ‘De Fruitschuur , die in de huidige situatie is gelegen binnen het plangebied, verdwijnen ook de verkeersbewegingen die met deze winkel samenhangen (254 mvt/etmaal). Hiervoor in de plaats komen de seniorenwoningen, B&B en lunchroom die zorgen voor een verkeersgeneratie van 110,7 mvt/etmaal. Gelet hierop is sprake van een verkeersafname en knelpunten in de verkeersontwikkeling en met betrekking tot de verkeersveiligheid zijn dan ook niet voorzien. Met de 21 parkeerplaatsen die zullen worden gerealiseerd, wordt in de parkeerbehoefte op het maatgevende moment (16) voorzien. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.2
Geluid
Wegverkeerslawaai Gelet op de afname van de verkeersomvang, zijn relevante negatieve uitstralingseffecten vanwege het plan naar de omgeving uitgesloten. Aangezien het bestemmingsplan nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk maakt (seniorenwoningen), is akoestisch onderzoek verricht naar wegverkeerslawaai om het akoestische woon- en leefklimaat in beeld te brengen, zie bijlage 1. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de Abdijstraat, de richtwaarde van 48 dB licht wordt overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 50 dB, inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Industrielawaai Het plan is gelegen binnen de geluidszone van het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek. Door de RUD Zeeland is onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai van het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek. Uit de rekenresultaten van de geluidsbelasting van het industrieterrein op de beoogde en bestaande woning(en) blijkt dat er een geringe overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB op de bovenverdieping van een aantal van de nieuwe woningen en bestaande woning. Er zal een hogere waarde vastgesteld moeten worden voor de woningen. Cumulatie Tevens is de cumulatieve geluidsbelasting bepaald waarbij rekening is gehouden met wegverkeerslawaai van de Abdijstraat en industrielawaai van industrieterrein Smokkelhoek.
Van de 10 onderzochte woningen vallen er 3 in de klasse 'goed' en 7 in de klasse 'redelijk'. De gecumuleerde geluidbelasting wordt met name bepaald door industrielawaai. Bij de uitvoering van het plan zal rekening gehouden moeten worden met de geluidbelasting vanwege verkeer en industrie door het treffen van isolerende maatregelen en mogelijk het situeren van slaapkamers aan de geluidluwe zijde. Met de te treffen maatregelen is voor alle woningen sprake van een aanvaardbare akoestisch situatie. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
13/24
3.3
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling (woningen) behoort tot een categorie van gevallen die in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is aangewezen als een categorie die in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen (bijlage 3A, voorschrift 3A.2: Aangewezen ingevolge artikel 4, eerste lid, worden woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat). Met behulp van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort, is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald. Geconcludeerd wordt dat zowel in 2020 als in 2030 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 3.3.1. Tabel 3.3.1: Toetsing aan grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof
grenswaarde
maximale waarden in jaar maximale waarden 2020 in jaar 2030
stikstofdioxide (NO2)
40 µg/m³
21,9 µg/m³
14,1 µg/m³
fijn stof (PM10)
40 µg/m³
17,3 µg/m³
15,0 µg/m³
max. 35 keer p.j. meer 6,1 µg/m³ dan 50 µg/m³
6,0 µg/m³
25 µg/m³
8,0 µg/m³
Fijn stof (PM2,5)
10,1 µg/m³
De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie ligt voor PM10 op 20 µg/m³ en voor PM2.5 op 10 µg/m³. Aan deze advieswaarden wordt voldaan. Binnen het plangebied is sprake van een aanvaardbare luchtkwaliteit.
3.4
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
Risicovolle inrichtingen Ten oosten van het plangebied ligt Coroos Conserven. Op dit terrein bevinden zich twee bovengrondse LPG vulstations (met een totaal jaarverbruik van maximaal 430 m3/jaar); één ten noorden van het terrein en één ten zuiden. Het vulpunt van het noordelijke vulstation ligt op een afstand van circa 210 meter tot het plangebied. Het vulpunt van het zuidelijke vulstation ligt op een afstand van circa 460 meter. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6-contour van deze stations (zie figuur 3.1).
14/24
Figuur 3.1: Plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van de PR 10-6-contouren van de LPG-vulstations (blauw omcirkeld) Volgens de risicokaart hebben de LPG vulstations beide een invloedsgebied van 425 meter. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van het noordelijke LPG vulstation. In het rapport van de risicokaart is het groepsrisico (GR) gegeven (zie figuur 3.2). Hieruit blijkt dat in de huidige situatie het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. Gezien de afstand en de omvang van de ontwikkeling zal het groepsrisico als gevolg van het beoogde plan beperkt toenemen en is een overschrijding van de oriëntatiewaarde uitgesloten. Een significant negatief effect op het groepsrisico is uitgesloten.
Figuur 3.2: Groepsrisicocurve Coroos Conserven (bron: risicokaart.nl) Vervoer gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig die van invloed zijn op de externe veiligheid van het plangebied. Het plangebied valt buiten het invloedsgebied van de Omleidingsroute Vlaketunnel (A58): Oude Rijksweg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied valt wel binnen het invloedsgebied van de A58 en de spoorroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Doordat het plangebied verder dan 200 meter ligt van deze transportroutes is er geen significant negatief effect op het groepsrisico.
15/24
Tot slot wordt opgemerkt dat met het plan geen risicobronnen worden gecreëerd. Ook in zoverre is er geen significant negatief effect op de risico’s op zware ongevallen. Risico’s op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal het bebouwde oppervlak afnemen ten opzichte van de huidige bebou-wing en zal verharding plaatsmaken voor groen. Compensatie door extra waterberging is niet noodzakelijk. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatverandering niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt (al dan niet na het treffen van mitigerende maatregelen) voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.
3.5
Bodem en water
Op 16 juni 2021 is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. Hierbij zijn op de onderzoekslocatie verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geconstateerd maar deze geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader onderzoek. De bodem is geschikt voor de beoogde functies. Gelet op de nieuwe functies binnen het plangebied (seniorenwoningen, B&B en lunchroom), wordt verontreiniging van bodem en grondwater door deze functies niet verwacht. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling voor bodem en grondwater kunnen daarmee worden uitgesloten. Het plangebied ligt volgens de Legger Waterkeringen niet binnen de kern- en beschermingszone van een waterkering zodat het project geen negatieve invloed heeft op de waterveiligheid in de omgeving. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal het bebouwde oppervlak afnemen ten opzichte van de huidige bebouwing. De opstallen worden namelijk allemaal gesloopt. De woning en de cultuurhistorische schuur blijven gehandhaafd. De verharding zal plaatsmaken voor groen. Aanleg van een extra waterberging voor de 10 woningen is niet noodzakelijk vanwege de overmaat van waterbergingen in de omgeving van het plangebied. Het ingezamelde afvalwater zal worden afgevoerd naar de bestaande vrij vervalriolering in de Abdijstraat.
Ook het hemelwater van de daken, het erf en de wegen zal via oppervlakkige afstroming worden afgevoerd naar de vrij vervalriolering in de Abdijstraat. Significant negatieve effecten op de waterkwaliteit als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.
3.6
Ecologie
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied of gebieden die zijn begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (verwezen wordt naar paragraaf 2.1). De geplande activiteit ligt op geruime afstand van deze gebieden. In zoverre zijn geen negatieve effecten te verwachten op beschermde gebieden. Wel zal de gebruiksfase van het plan vanwege verkeersbewegingen leiden tot stikstofemissie. Gelet hierop zijn met het rekenmodel Aerius (versie 2020) stikstofberekeningen uitgevoerd om de mogelijke stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden te bepalen. Op de locatie direct ten zuiden van het plangebied, worden twee gebouwen gerealiseerd. Aan de noordzijde komt het gebouw voor Aldi aan de zuidzijde komt het gebouw waarin de Action en de Fruitshop zullen worden gevestigd. Aangezien dit
16/24
plan ook mogelijk gevolgen heeft voor de stikstofdepositie, is de cumulatieve stikstofdepositie van beide projecten in beeld gebracht. Het stikstofonderzoek is als bijlage 3 aangehecht. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (2020) voor de stikstofdepositie blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr, ook indien wordt gekeken naar de cumulatieve stikstofdepositie vanwege beide projecten. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Om mogelijke effecten van het plan op beschermde soorten in kaart te brengen, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 4. De conclusies van deze quickscan kunnen als volgt worden samengevat: Vleermuizen In de te transformeren en/of te slopen opstallen bevinden zich geen openingen waar gebouwbewonende vleermuissoorten gebruik van kunnen maken. Er is tevens geen sprake van een belangrijke functie van het plangebied als vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing zijn niet nodig.
Vogels met een vaste verblijfplaats Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten of andere sporen van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats of andere broedvogelsoorten aangetroffen in het plangebied. De aanwezige bebouwing is niet geschikt als vaste rust- en/of verblijfplaats voor de Huismus en de Gierzwaluw. Het kan daarom met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen leiden tot verstoring en/of vernietiging van vaste nest- en rustplaatsen van deze soorten. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing zijn niet nodig. Grondgebonden zoogdieren De te slopen opstallen beschikt niet over openingen waar marterachtigen of andere grondgebonden zoogdieren gebruik van zouden kunnen maken. Het kan daarom met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen leiden tot verstoring of vernietiging van vaste verblijf- of rustplaatsen van soorten uit deze groep. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verplichtingen. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing zijn niet nodig.
Gelet op het voorgaande worden geen significant negatieve effecten op beschermde soorten verwacht als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer zich dient te houden aan de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming die geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde).
3.7
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 2.5 is te zien dat er op het perceel van Abdijstraat 2 een bouwhistorisch object aanwezig is, namelijk een historische boerderij. De feitelijke bebouwing van de woning zal niet veranderen waardoor er geen invloed is op de cultuurhistorische waarde. De schuur kent weinig cultuurhistorisch waarde meer aangezien de schuur in de loop der jaren meerdere malen is verbouwd tot
17/24
verkooppunt van fruit-, planten- en diervoeder. De transitie van de schuur tot lunchroom met een B&B op de verdieping, zal leiden tot minimale aanpassingen van de bestaande schuur. In de omliggende omgeving bevinden zich op ruime afstand nog een historische boerderij, rijksmonument en meerdere gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op deze cultuurhistorische waardevolle objecten. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. Archeologie In het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' opgenomen. In deze bestemming is bepaald dat archeologisch onderzoek en advies niet nodig zijn indien de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer dan 100 m2 bedraagt of als het gaat om een bodemverstoring die niet dieper reikt dan 30 cm. De beoogde ontwikkeling overschrijd beide normen. Voorafgaand aan de aanleg van de seniorenwoningen zal archeologisch onderzoek worden uitgevoerd om de mogelijkheid van archeologische resten ter plaatse uit te sluiten.