2020-50a. D20.244723 ontwerpbestemmingsplan ontwerpbestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg)
Tekst van het document
Milieu-instrumentarium: lokaal geurbeleid
Met betrekking tot acceptabele geurhinder vanwege bedrijven wordt in het lokaal geurbeleid eerst het te bereiken doel vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld het voorkomen van uitbreiding van bestaande hinder en het voorkomen van nieuwe geurhinder vanwege bedrijven zijn. Het te bereiken doel wordt in het lokaal geurbeleid vertaald in normen en/of contouren.
De normen en/of contouren in het lokaal geurbeleid vormen het toetsingskader voor de omgevingsvergunning activiteit milieu. Uit deze toetsing blijkt of dat een nieuw bedrijf zich kan vestigen of dat een bestaand bedrijf een verandering van activiteiten kan doorvoeren. Indien vestiging of
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 24 van 46
verandering van activiteiten mogelijk is dan biedt het toetsingskader de basis voor de in de vergunning te stellen voorschriften.
Voor bedrijven zonder vergunningplicht vormen de normen en/of contouren in het lokaal geurbeleid het toetsingskader op basis waarvan indien nodig maatwerkvoorschriften kunnen worden opgelegd.
Voor bedrijven waarvoor in de NeR een zogenaamde 'Bijzondere Regeling' is vastgelegd wordt in het lokaal geurbeleid aangegeven hoe hiermee wordt omgegaan. Alleen dan blijft volgens de NeR toetsing aan de normen en/of contouren in het lokaal geurbeleid mogelijk.
Indien de verschillende soorten geuremissies dit mogelijk maken worden alle bedrijven en de vergunde situaties ('milieuruimte') in samenhang beoordeeld. Dit is vergelijkbaar met de geluidzone industrielawaai.
Samenhang ruimtelijk en milieu-instrumentarium Het is gebruikelijk dat zowel getoetst wordt aan het bestemmingsplan als aan het lokaal geurbeleid. Dit kan overeenkomstige of tegenstrijdige conclusies tot gevolg hebben.
Indien een bedrijf volgens het bestemmingsplan is toegestaan en past binnen het lokaal geurbeleid, dan kan het bedrijf zich vestigen met een omgevingsvergunning activiteit milieu.
Indien een bedrijf volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan (valt in te hoge categorie), maar wel past binnen het lokaal geurbeleid, dan kan het bedrijf zich vestigen door een binnenplanse afwijkingsprocedure (bestemmingsplan) en met een omgevingsvergunning activiteit milieu.
Indien een bedrijf volgens het bestemmingsplan is toegestaan, maar niet past binnen het lokaal geurbeleid, dan kan het bedrijf zich vestigen met maatwerkvoorschriften in de omgevingsvergunning milieu.
Indien een bedrijf volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan (valt in te hoge categorie), en niet past binnen het lokaal geurbeleid, dan kan het bedrijf zich vestigen door een binnenplanse afwijkingsprocedure (bestemmingsplan) en met maatwerkvoorschriften in de omgevingsvergunning activiteit milieu.
Dit is een systematiek die gebruikelijk is. Het is alleen bij geluid zo dat er via het bestemmingsplan toetsing aan de geluidzone plaatsvindt. Dit is door de specifieke regeling in de Wet geluidhinder. Die ontbreekt bij geurregelgeving.
Voor waarborging van een goed woon- en leefklimaat zijn zowel een bestemmingsplan als lokaal geurbeleid nodig. Conclusie Het bestemmingsplan en lokaal geurbeleid worden ingezet als instrumenten om te voorkomen dat geurhinder vanwege de zich nieuw te vestigen bedrijven ontstaat of toeneemt, zodat met name de omgevingsvergunningen activiteit milieu op maat kunnen worden opgesteld, en zodoende het woon- en leefklimaat door inzet van twee instrumenten kan worden gewaarborgd. Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 25 van 46
4.9. Externe veiligheid 4.9.1. Wettelijk kader Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt. Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening.
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten rondom buisleidingen. 4.9.2. Onderzoek externe veiligheid In het kader van voorliggend plan zijn de risico’s met betrekking externe veiligheid onderzocht door Adviesgroep AVIV BV. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapportage welke is opgenomen als bijlage bij deze toelichting (bijlage 5: Aviv, Externe Veiligheid / Smokkelhoek te Kapelle, project 204118, 2 april 2020). In de rapportage wordt ingegaan op alle in de omgeving van het plangebied gelegen risicobronnen en in hoeverre vanuit deze bronnen voorwaarden gelden ten aanzien van het PR en GR. In navolgende tabel zijn de bevindingen uit de rapportage beknopt weergegeven: Risicobron
PR
GR
Conclusie
Rijksweg, wegvak Ze43
geen PR 10-6-contour
GR>10% van oriëntatiewaarde (37%);
PR: geen belemmeringen;
Toename GR<10% (8,8%)
GR: beperkte verantwoording
GR<10% van oriëntatiewaarde (0,051%)
PR: geen belemmeringen;
Omleidingsroute stofcat. GF3 Hogedruk aardgasleiding
geen PR 10-6-contour
A513, Zebra
GR: geen belemmeringen
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 26 van 46
Risicobron
PR
GR
Conclusie
Hogedruk aardgasleiding
geen PR 10-6-contour
GR<10% van oriëntatiewaarde (5,4%)
PR: geen belemmeringen;
Toename GR>10% (42,1%)
GR: beperkte verantwoording
deels binnen PR 10-6-contour
GR<10% van oriëntatiewaarde (7,6%)
PR: buitenshowroom toegestaan;
Toename GR>10% (192,3%)
GR: beperkte verantwoording
GR<10% van oriëntatiewaarde (0,6%),
PR: buitenshowroom toegestaan;
Toename GR>10%
GR: geen belemmeringen
Buiten invloedsgebied
PR: geen belemmeringen;
A515, Zebra Hogedruk aardgasleiding A-667-04, Gasunie -6
Olietransportleiding
deels binnen PR 10 -contour
K1, Zeeland Refinery Propeenleiding
Buiten invloedsgebied
DOW
GR: geen belemmeringen
Hogedruk aardgasleiding
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
PR: geen belemmeringen;
A535, Gasunie
GR: geen belemmeringen
Spoorroute
Buiten invloedsgebied
Sloehaven-Roosendaal West
Binnen invloedsgebied
PR: geen belemmeringen;
stofcat. D4 (toxische vloeistoffen)
GR: beperkte verantwoording PR: geen belemmeringen;
Kanaal door Zuid-Beveland
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
Zeevaartroute Westerschelde
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
Ammoniakkoelinstallatie
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
Buiten invloedsgebied
GR: geen belemmeringen PR: geen belemmeringen; GR: geen belemmeringen PR: geen belemmeringen;
Farm Pack
GR: geen belemmeringen
Ammoniakkoelinstallatie
PR: geen belemmeringen;
FPZ Beheer BV
GR: geen belemmeringen
4.9.2.1. Plaatsgebonden risico Ten aanzien van het plaatsgebonden risico (PR) geldt dat een deel van de buitenshowroom is gelegen -6
binnen de 10 -contour rondom de olietransportleiding van Zeeland Refinery (K1), en dat een deel van de -6
buitenshowroom en een deel van het bouwvlak zijn gelegen binnen de 10 -contour rondom de hogedruk aardgasleiding van Gasunie (A-667-04).
PR 10-6-contour (rood) rondom olietransportleiding K1
PR 10-6-contour (rood) rondom aardgasleiding A-667-04
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 27 van 46
-6
Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geldt dat binnen de 10 -contour geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare bestemmingen -6
geldt de 10 -contour als richtwaarde. Dit betekent dat beperkt kwetsbare bestemmingen binnen deze contour zijn toegestaan mits dit voldoende kan worden gemotiveerd. Het Bevb geeft een niet-limitatieve opsomming van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten (Bevb art. 1). Deze opsomming van objecten geeft het bevoegd gezag de ruimte om voor niet-genoemde objecten een eigen afweging te maken. Binnen (het uit te breiden) bouwvlak kunnen bedrijfsgebouwen t.b.v. bedrijvigheid tot milieucategorie 4.1. worden gebouwd. Dergelijke bedrijfsgebouwen kunnen worden aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. De functie buitenshowroom wordt niet genoemd in het Bevb en wordt daarom volledigheidshalve eveneens beschouwd als zijnde een beperkt kwetsbaar object. In het bedrijfsgebouw, en ook ter plaatse van de buitenshowroom zullen doorgaans geen grote aantallen personen voor langere tijd aanwezig zijn. Het betreft immers bedrijvigheid zonder kantoor- of detailhandelsfunctie, waarbij de personele bezetting en het bezoekersaantal relatief laag zal zijn. De nieuwe functies worden bovendien mogelijk gemaakt ter plaatse van terreindelen waar op basis van het vigerend bestemmingsplan Smokkelhoek reeds vergelijkbare functies mogelijk zijn (bedrijvigheid tot cat. 4.1, parkeer-6
terrein). Omdat het gemiddelde aantal personen en de verblijfsduur binnen de 10 -contour niet wezenlijk verandert ten opzichte van het huidige planologisch regime, wordt de uitbreiding van het bouwvlak en het -6
mogelijk maken van een buitenshowroom binnen deze PR 10 -contour als toelaatbaar beschouwd. Vanuit het PR zijn er daarmee geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoering van voorliggen bestemmingsplan. 4.9.2.2. Groepsrisico Als gevolg van de functiewijzigingen kunnen in theorie meer personen zich gaan ophouden binnen het plangebied. In voorliggende situatie wordt hiertoe uitgegaan van een ‘worstcase-benadering’ waarbij in de huidige (planologische) situatie ‘geen’ personen zich bevinden binnen het plangebied, en waarbij het aantal personen in de nieuwe situatie als volgt is bepaald:
Uitbreiding bouwvlak: 1.489 m , waarvan 80% bebouwd in 3 bouwlagen;
Gemiddeld 1 persoon per 100m bebouwd vloeroppervlak totaal 36 personen;
Oppervlakte buitenshowroom: 2.411 m ;
Gemiddeld 1 persoon per 100m buitenshowroom totaal 24 personen;
Totale toename: 60 personen, alleen gedurende de dagperiode.
2
2
2
2
Als gevolg van deze 60 extra personen die zich gedurende de dagperiode kunnen ophouden binnen het plangebied is sprake van een (kleine) toename van het GR. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) moet bij dergelijke relatief kleine wijzigingen van het GR een beperkte verantwoording van het GR worden opgenomen in de toelichting bij het besluit (wanneer GR>10% van de oriëntatiewaarde en/of toename GR met meer dan 10% of bij
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 28 van 46
ligging binnen het invloedsgebied). Bij deze beperkte verantwoording wordt enkel ingegaan op de hoogte van het groepsrisico, de mogelijkheden tot bestrijding en beheersbaarheid van een ongeval en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Voor onderhavig plan zijn de volgende wijzigingen van het GR relevant: Risicobron
GR huidig en nieuw
Toename GR
(% van oriëntatiewaarde)
(nieuw t.o.v. huidig in %)
Rijksweg, wegvak Ze43
34% (huidig)
8,8%
Omleidingsroute stofcat. GF3
37% (nieuw)
Hogedruk aardgasleiding
3,8% (huidig)
A515 Zebra
5,4% (nieuw)
Hogedruk aardgasleiding
2,6% (huidig)
A-667-04 Gasunie
7,6% (nieuw)
Spoorroute
Ligging binnen het invloedsgebied
Sloehaven-Roosendaal West
voor stofcategorie D4 (>4.000 m.)
42,1%
192,3%
N.n.b.
(toxische vloeistoffen)
In het kader van voorliggend plan wordt de Veiligheidsregio om advies gevraagd met betrekking tot de te treffen maatregelen ten aanzien van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze maatregelen zullen bij de verdere uitwerking van de bouw- en inrichtingsplannen voor de afzonderlijke bedrijfskavels worden meegenomen, en in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning worden beoordeeld.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 29 van 46
4.9.3. Beperkte verantwoording groepsrisico 4.9.3.1. Scenario’s Als gevolg van ongevallen in de omgeving van het plangebied dient rekening te worden gehouden met de volgende scenario’s:
Als gevolg van het vervoer van brandbare gassen (GF3) over de Rijksweg: BLEVE-scenario;
Als gevolg van werkzaamheden ter plaatse van de hogedruk aardgasleidingen: fakkelbrand;
Als gevolg van een ongeval op het spoor met giftige vloeistoffen (D4): giftige wolk.
BLEVE-scenario Een BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistofgasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. De effecten van een BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk. Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk. Fakkelbrand Als gevolg van (graaf)werkzaamheden ter plaatse van hogedruk aardgasleidingen kan een breuk in de hogedruk aardgasleiding ontstaan: het aardgas stroomt onder hoge druk uit en het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. Het breken van de buisleiding gaat gepaard met een harde knal. De harde knal wordt veroorzaakt door een fysische explosie door de plotselinge uitzetting van het samengeperste gas dat vrijkomt. Deze explosie veroorzaakt een krater, waaruit het gas in verticale richting uitstroomt. Door de kracht waarmee het gas (tweezijdig) uitstroomt erodeert de krater verder. De uitstroming gaat gepaard met bulderend geraas. Het uitstromende gas ontsteekt direct met een fakkelbrand als gevolg.
De hittestraling van een fakkelbrand kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Giftige wolk Door een ongeval op het spoor breekt bij een ketelwagen gevuld met giftige vloeistoffen (zoals chloor of ammoniak) de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de giftige vloeistof vrijkomt. Alle vrijgekomen vloeistof verdampt direct en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. Het effect van een wolk ammoniak of chloor is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Hoewel ammoniak brandbaar is, vindt ontsteking alleen plaats onder specifieke omstandigheden én er is een sterke ontstekingsbron voor nodig. In dit scenario is brand onwaarschijnlijk. Ammoniak is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. Het tast de slijmvliezen en de ademhalingsorganen aan en irriteert zeer sterk de ogen. Inademing van ammoniak kan leiden tot onherstelbare schade aan de
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 30 van 46
longen. Bij inademing van hoge concentraties treedt verlamming van de ademhaling op en al snel verstikking. Dit beperkt de mogelijkheden om te vluchten uit een gebied waar aanwezigen worden blootgesteld aan ammoniak. Chloorgas tast de slijmvliezen van ogen en ademhalingsorganen aan en veroorzaakt daar lichte tot sterke prikkelingen, afhankelijk van de ingeademde gasconcentraties. Bij blootstelling aan hoge concentraties ontstaat krampachtige hoest, benauwdheid, gepaard gaand met een gevoel van verstikking, ademnood en tenslotte longontsteking en longbloeding (longoedeem). 4.9.3.2. Zelfredzaamheid Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Navolgend zijn voor de verschillende scenario’s de beste handelingsperspectieven beschreven: Handelingsperspectief BLEVE-scenario en fakkelbrand:
Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten.
Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.
Handelingsperspectief giftige wolk:
Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar de hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.
In de volgende tabel zijn maatregelen benoemd welke kunnen bijdragen aan het verhogen van de zelfredzaamheid in geval van optreden van de betreffende scenario’s. Maatregel
Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen
Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten.
Risicocommunicatie
Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied en het beste handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 31 van 46
Maatregel
Werking van de maatregel
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen
Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de hittestraling in geval van een BLEVE of fakkelbrand.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen
Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) BLEVE-gaswolkexplosie of fakkelbrand
De verzamelplaats dient in geval van een BLEVE of fakkelbrand dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen deze scenario’s.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een BLEVE-gaswolkexplosie, een fakkelbrand en een gifwolk.
Door te oefenen met het BLEVE-, fakkelbrand- en gifwolk-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.
4.9.3.3. Bestrijdbaarheid en beheersbaarheid BLEVE Een warme BLEVE kan onder bepaalde omstandigheden worden voorkomen door de tankwagen te koelen en de brand in de omgeving van de tankwagen te blussen. Het scenario koude BLEVE treedt direct op en is niet te voorkomen door de brandweer. Bestrijding van een dreigende warme BLEVE vereist een goede bereikbaarheid en veel bluswater bedoeld voor het koelen van de tankwagen. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). Noodzakelijk voor het voorkomen van een BLEVE is:
Tijdige aankomst brandweer;
Tijdige bereikbaarheid tankwagen;
Tijdige beschikbaarheid bluswater;
Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen.
Fakkelbrand De werkzaamheden van de brandweer zullen bij een fakkelbrand-incident met name gericht zijn op het voorkomen van uitbreiding van de brand. De leidingbeheerder dient de toevoer van het gas af te sluiten bij een incident, er zijn dus geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding. Giftige wolk Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaats-
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 32 van 46
vindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tankwagon, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. De volgende algemene maatregelen kunnen bijdragen aan een verbetering van de bestrijdbaarheid en beheersbaarheid van effecten bij een ongeval. Maatregel
Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen
Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen
Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten
Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater (bij BLEVE of fakkelbrand)
Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Maatregelen ter verbetering van de beheersbaarheid richten zich voor wat betreft externe veiligheid op de locatie waar de calamiteit plaatsvindt, dus bij de risicobron zelf (transportroute, spoorlijn, buisleiding). Omdat de risicobronnen voor de scenario’s een BLEVE (Rijksweg) en gifwolk (spoorlijn) zich buiten het plangebied bevinden is beheersbaarheid bij de bron in het kader van voorliggend bestemmingsplan niet relevant. De hogedruk aardgasleidingen liggen wel binnen onderhavig plangebied. Beheersbaarheid van ongevallen met buisleidingen is in voorliggend bestemmingsplan geborgd middels de regels welke op basis van de dubbelbestemming Leidingstrook gelden ten aanzien van uit te voeren (graaf)werkzaamheden en de inrichting van terrein.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 33 van 46
4.9.4. Advies Veiligheidsregio Zeeland Voorliggend plan en het onderzoek externe veiligheid (bijlage 5) zijn beoordeeld door de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Zij adviseert navolgende maatregelen teneinde de risico’s te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid te vergroten: BLEVE scenario Bij een BLEVE scenario komt er overdruk en hittestraling vrij. Overdruk De overdruk zal op deze afstand lichte, herstelbare schade veroorzaken, met enkel glasbreuk. Er ontstaat op deze afstand geen scherfwerking meer waardoor veel slachtoffers kunnen vallen. Maatregel:
de buitenmuren aan zowel de Rijkswegzijde als de zijkanten zo veel mogelijk uitvoeren als vlakke gevels. Dus geen openingen en nissen waar luchtdruk zich kan opbouwen.
Hittestraling De hittestraling zal separate branden veroorzaken. Maatregelen:
Voorzie de gebouwen van brandveilige gevels met geen (of zo weinig mogelijk) brandbare materialen. Dus geen houten gevels en bitumen dakbedekking.
Gebruik in de buitenmuren van gebouwen aan zijde van de Rijksweg en de zijkanten enkel ramen met beperkt glasoppervlak.
Gebruik in gebouwen aan de zijde van de Rijksweg en zijkanten geen stoffen gordijnen en stoffen vloerbedekking. Deze vatten achter ramen vlam.
Fakkelbrand scenario De positie van de toekomstige panden is zo dicht bij de leidingstrook, dat bij een incident er altijd slachtoffers zullen vallen. Enkel gevels zonder ramen en deuren zullen echt het veiligheidsniveau verhogen. U kunt alleen het aantal slachtoffers verminderen door middel van de volgende maatregelen:
In gebouwen aan de leidingzijde alleen functies met lage personendichtheden, dus serviceruimten, gangen, vergaderzalen, toiletten en geen ruimten voor hoge(re) personendichtheden.
Bluswater en bereikbaarheid Bereikbaarheid
De huidige infrastructuur die dient voor de bereikbaarheid van het nieuwe plan is voldoende.
De nieuw ter realiseren toegangsweg dient te voldoen aan de gestelde minimumeisen ten aanzien van maatvoering en belasting.
Realiseer bij de westelijke watergang een opstelplaats welke voldoet aan de daartoe gestelde minimale eisen.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 34 van 46
Primair bluswater
De bestaande brandkranen op bedrijventerrein Smokkelhoek liggen net binnen de daartoe gestelde afstanden. De capaciteit van deze brandkranen is voldoende. De huidige voorzieningen zijn afdoende.
Secundair bluswater
Ten behoeve van extra bluswater in geval van escalatie is het wenselijk dat er een secundaire bluswatervoorziening aanwezig is. Geadviseerd wordt de westelijke watergang geschikt te maken voor secundair bluswater, met inachtneming van de gestelde eisen ten aanzien van bereikbaarheid en beschikbaarheid.
Voornoemde maatregelen en adviezen van de VRZ moeten bij de verdere uitwerking van de bouw- en inrichtingsplannen in acht worden genomen en zullen in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning nader worden beoordeeld.
4.10. Luchtkwaliteit Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen, zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. Fijnstof (PM 2,5, PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn er:
Regels om de uitstoot (emissies) bij de bron te beperken: verontreinigende stoffen door de industriële en agrarische bedrijven en het gemotoriseerde verkeer.
Grenswaarden en regels voor een aanvaardbare luchtkwaliteit op leefniveau.
Luchtkwaliteitsregels hebben gevolgen voor het uitvoeren van (ruimtelijke) projecten. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden (Besluit NIBM). Eén van de elementen daarvan is dat projecten die ‘niet in betekenende mate bijdragen’ aan de concentraties, niet meer afzonderlijk getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Dan is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Volgens het Besluit NIBM draagt een project niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging als
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 35 van 46
wordt voldaan aan de voorwaarde dat het project of de activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof of stikstofdioxide. Dit komt overeen met een toename 3
van maximaal 1,2 µg/m voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De wet laat ook de mogelijkheid om geen gebruik te maken van de NIBM-systematiek, als aannemelijk is dat een project niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden en dus op die grond doorgang kan vinden (Wet milieubeheer art 5.16 lid 1 sub a). Deze methode kan worden gebruikt in situaties waar de achtergrondconcentraties laag zijn en het evident is dat de grenswaarden, als gevolg van het project, niet overschreden zullen worden. Omdat voorliggend bestemmingsplan een relatief klein plangebied betreft, en omdat mag worden aangenomen dat de ontwikkelingen die hiermee mogelijk worden gemaakt slechts een zeer beperkt effect zullen hebben op de luchtkwaliteit, is bepaald welke achtergrondconcentraties van fijn stof (PM2,5/PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van toepassing zijn, en hoe deze waarden zich verhouden tot de geldende grenswaarden. In onderstaande tabel zijn hiertoe de volgende gegevens opgenomen: betreffende parameter, jaargemiddelde achtergrondconcentratie ter plaatse van het plangebied (2017), jaargemiddelde grenswaarde op basis van de Wet milieubeheer, verhouding achtergrondconcentratie in relatie tot grenswaarde uitgedrukt in procenten. Parameter
Achtergrondconcentratie (I) 19,7 µg/m
3
PM10
16,3 µg/m
3
PM2,5
9,4 µg/m3
NO2
Grenswaarde (II)
Verhouding I : II
40 µg/m
3
49%
40 µg/m
3
41%
25 µg/m3
38%
Jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het plangebied in 2017 (bron: Atlas Leefomgeving, www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Uit de tabel blijkt dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden. Gezien de aard en omvang van de nieuwe ontwikkelingen die op basis van dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt (vergroten bouwvlak, buitenshowroom) is het dan ook zeer aannemelijk dat als gevolg van deze ontwikkelingen geen sprake zal zijn van een overschrijding van de grenswaarden. Ter volledigheid is tevens bepaald in hoeverre de verkeersgeneratie als gevolg van het plan van invloed is op de luchtkwaliteit. Hiertoe is gebruik gemaakt van de door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beschikbare gestelde rekenprogramma NIBM-tool (versie 2020). In dit rekenprogramma is de verkeersgeneratie van totaal 153,0 personenwagens en 35,9 vrachtwagens per weekdag ingevoerd (ingevoerd als totaal 189 extra voertuigbewegingen waarvan 19,0% vrachtverkeer).
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 36 van 46
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2020
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
189
Aandeel vrachtverkeer
19,0%
NO2 in μg/m3
0,40
PM10 in μg/m3
0,06
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Berekening effecten verkeer op luchtkwaliteit m.b.v. NIBM-tool
Uit de berekening blijkt dat de bijdrage van het verkeer aan de concentraties ‘niet in betekende mate’ is, en dat hiertoe geen nader onderzoek nodig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen bezwaar voor het mogelijk maken van de ontwikkelingen zoals beoogd met dit bestemmingsplan.
4.11. Kabels en leidingen In de zuidelijke strook van het plangebied, parallel aan de Rijksweg, liggen diverse planologisch relevante leidingen. Het betreft de volgende leidingen.
Gastransportleiding 16 inch, 66 bar (Gasunie - A-667-04 )
Gastransportleiding 48 inch, 80 bar (Zebra - A515)
Gastransportleiding 10 inch, 80 bar (Zebra - A513)
Olie pijpleiding 23,3 inch, 60 bar (Zeeland Refinery – K1)
Asbestcement waterleiding 900 mm (Evides)
2x stalen transportwaterleiding (Evides)
Deze leidingen zijn op basis van het bestemmingsplan Smokkelhoek planologisch beschermd middels de dubbelbestemming ‘Leiding-Leidingenstrook’ met bijbehorende regels. In voorliggend plan is deze planologische bescherming ongewijzigd overgenomen. Met betrekking tot voorliggend plan heeft afstemming plaatsgevonden met de betreffende leidingbeheerders. Namens Zebra, Zeeland Refinery en Evides voert DNWG het omgevingsbeheer uit voor deze leidingen. Ten aanzien van de voorgenomen activiteiten nabij de leidingen zijn door DNWG de volgende randvoorwaarden geformuleerd:
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 37 van 46
Het perceel is belast met zakelijk recht. Op basis van deze zakelijk rechten is het niet toegestaan zonder toestemming van de betreffende netbeheerder bouwwerken op te richten en/of bepaalde werkzaamheden te verrichten in de belemmerde strook. Dit in verband met de veiligheid en de zekerheidsstelling van de betreffende leidingen en de ongestoorde ligging.
De leidingen hebben een belemmerende strook van 5 meter ter weerszijden van uit de hartlijn van de betreffende leiding. Het is niet toegestaan werkzaamheden te verrichten binnen de belemmerende strook zonder voorafgaande schriftelijke correspondentie met de betreffende leidingbeheerder welke partijen in staat stelt voorafgaand de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen.
Specifiek met betrekking tot het beoogde gebruik als buitenshowroom worden de volgende aandachtspunten meegegeven:
Ten toon te stellen materialen zoals tegels plaatsen in rekken en ook schuttingdelen dienen vrij opgesteld te worden.
Indien sprake is van een fundering zal uit een onderzoek moeten blijken dat het in geen enkel geval gevolgen heeft voor de in nabijheid gelegen buisleidingen.
Indien het terrein (gedeeltelijk) wordt verhard dan wel een parkeerterrein wordt gerealiseerd moet gebruik worden gemaakt van klinkerverharding waarbij het volgende in acht moet worden genomen: o
Parkeren alleen ten behoeve van personenauto’s, waartoe maatregelen worden getroffen zoals aanbrengen van een portaal bij de in-/uitrit van maximaal 2,20 meter hoog ter voorkoming van (zwaar) vrachtverkeer en plaatsen bebording ‘uitsluitend voor personenauto’s’.
o
Toepassen schuine parkeervakken ten behoeve van betere spreiding van de asdruk boven de leidingen
o
(hemelwater) rioolleidingen kruisen op voldoende afstand van de buisleidingen ( min. 50 cm)
o
Indien nodig mitigerende maatregelen toepassen in de vorm van tempex platen (verdichtingsplaten) als basis voor de ondergrond.
o
Geen diep wortelende beplanting toepassen
Leidingexploitanten zullen, indien gewenst en nodig geacht, een DVGC onderzoek uitvoeren ter hoogte van de geprojecteerd locatie, ter controle van de leidingen.
Bij de uitvoering en graafwerkzaamheden zullen te zijner tijd extra voorwaarden worden meegegeven zoals mogelijk toezicht, uitzetten van leidingen, etc.
Indien zware (hulp)voertuigen de waterleiding gaan kruisen, dient de leiding beschermd te worden. Voor de bepaling van de zwaarte van de voertuigen alsmede de te nemen maatregelen dient vooraf contact te worden opgenomen met Evides.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 38 van 46
De toegang tot de buisleidingen dient te allen tijde vrij toegankelijk en bereikbaar te zijn, en er dient voldoende ruimte te blijven om werkzaamheden zoals onderhoud, inspecties etc. uit te kunnen voeren.
Voornoemde randvoorwaarden en uitgangspunten moeten bij toekomstige inrichting en gebruik van de betreffende terreindelen worden gerespecteerd. Hiertoe moet voor alle activiteiten binnen de belemmerende strook vooraf schriftelijke goedkeuring worden gevraagd bij de betreffende leidingbeheerders. Deze voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de leidingbeheerders is geborgd middels de regels van het bestemmingsplan. Op basis van deze regels is het niet toegestaan om ter plaatse van de dubbelbestemming ‘leidingstrook’ zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: o
Het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen;
o
het bodemverlagen, afgraven of ophogen van de gronden;
o
het beplanten van gronden met houtgewassen;
o
het indrijven van voorwerpen.
Deze werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de aanleg- en bouwwerkzaamheden en het beoogde gebruik van het terrein zal het bevoegd gezag hiertoe advies inwinnen bij de betreffende leidingbeheerders. Benodigde maatregelen in het kader van het leidingenbelang worden daarbij opgenomen als voorschrift bij de omgevingsvergunning.
4.12. Ruimtelijke inpassing Medio 2003 is in opdracht van de gemeente Kapelle door RBOI (tegenwoordig Rho – ‘Adviseurs voor leefruimte’) een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor bedrijventerrein Smokkelhoek (RBOI, beeldkwaliteitsplan Smokkelhoek, doc.nr. 708.005094.02, 12 juni 2003). Dit beeldkwaliteitsplan is er op gericht de ruimtelijk-visuele kwaliteit van het te ontwikkelen bedrijventerrein nader vast te leggen. Ter eerste toetsing aan het beeldkwaliteitsplan Smokkelhoek is voorliggend initiatief voorgelegd aan Rho. Beoordeeld is in hoeverre het plan aansluit bij de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan, en welke aandachtspunten gelden voor een goede ruimtelijke inpassing. Hiertoe is door Rho een memo opgesteld. Navolgend zijn de belangrijkste bevindingen uit deze memo weergegeven. De volledige memo is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. In het beeldkwaliteitsplan is een onderscheid gemaakt in een aantal deelgebieden. Onderhavig plangebied ligt in het deelgebied Het Front. Dit is de randzone langs de provinciale weg en de A58, met een leidingstrook, nieuwe ontsluitingsweg en een grote groene voorruimte, die ingericht mag worden ten behoeve van parkeren. Deze strook is vanwege de ligging beeldbepalend voor
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 39 van 46
Smokkelhoek, hier wordt dan ook de hoogste kwaliteitsambitie gelegd. In het beeldkwaliteitsplan is voor Het Front het volgende streefbeeld opgenomen: Streefbeeld
Strakke wandvorming
Uniforme inrichting voorterrein (leidingstrook)
Representatieve uitstraling (visitekaartje bedrijventerrein)
Gefilterde zichtlocatie naar Oude Rijksweg en A58
Bestaande bebouwing en nieuwbouw integreren tot samenhangend geheel
Inrichting openbare ruimte
Ruimte tussen parallelweg en Oude Rijksweg groen inkaderen met groene haagjes (1 m hoog). Eventueel benutten als gemeenschappelijk parkeerterrein.
Bomen aan buitenzijde van de weg
Voorruimte over minimaal 1/3 van perceelsbreedte groen.
Beplantingsstrook op zijdelingse perceelgrens tot minimaal achterkant representatieve bebouwing. Eventueel in combinatie met spijlenhek in donkere kleur.
Op het terrein in aansluiting op bebouwing/in het verlengde van de voorgevel ter afscherming van het bedrijfsperceel een spijlenhek tot maximaal 2,50 m.
Geen opslag op het voorterrein.
In-/uitrit streven naar 7 meter breed, maximaal 10 m.
Parkeren collectief.
Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling is door Rho het volgende advies gegeven: Op basis van het beeldkwaliteitsplan geldt voor de projectlocatie de hoogste beschermingswaarde. De locatie is gelegen in het deelgebied ‘Het front’ dat de hoogste kwaliteitsambitie heeft. Door de ligging langs de provinciale en rijksweg geldt dat de locatie in het zicht is gelegen en daarmee de uitstraling van het bedrijventerrein bepaalt. Bij de ontwikkeling moet hiermee rekening worden gehouden. Dit houdt in dat het voorterrein een representatieve uitstraling dient te hebben. Reguliere opslag op het terrein is onwenselijk. Echter, het gaat hier om de uitstalling van producten zoals schuttingdelen en tegels. Dit kan gezien worden als een buitenshowroom. Dit wordt inpasbaar geacht, indien bij de inrichting van het gebied rekening gehouden wordt met de volgende aspecten.
Uitstalling van de producten mag niet hoger dan 2 meter.
Aan de voorzijde is ten minste 1/3 van het perceel groen ingericht, bijvoorbeeld door middel van gras. Waarbij de verharding wordt begrensd door middel van een haag van circa 1 meter hoog. De haag aan de zuidzijde mag lager zijn, maar ten minste 0,5 m.
De afstand tot de zuidelijke perceelsgrens bedraagt ten minste 15 meter.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 40 van 46
Reclameborden zijn slechts in beperkte mate toegestaan, deze reclame moet in lijn zijn met reclame-uitingen op de gevels van gebouwen.
Deze aspecten ten aanzien van de ruimtelijke inpasbaarheid zijn integraal verwerkt in dit bestemmingsplan. Op de verbeelding is het terreindeel ten behoeve van de ‘buitenshowroom’ hiertoe begrensd op 15 meter vanuit de zuidelijke perceelsgrens en op 2/3 van de totale perceelsbreedte. In de regels zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de inrichting van het terrein. Specifiek voor onderhavig plangebied is het beeldkwaliteitsplan van 2003 verder uitgewerkt. Deze uitwerking van het beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit bij de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunning voor bouw en terreinaanleg binnen onderhavig plangebied. De uitwerking van het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting en e
maakt deel uit van voorliggend bestemmingsplan Smokkelhoek 1 herziening (Kloosterweg).
4.13. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet worden beoordeeld of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden dan geldt een m.e.r.-plicht. Onderhavig plan voorziet in een wijziging van de ter plaatse geldende bestemmingen binnen het bedrijventerrein Smokkelhoek, en kan daarmee worden aangemerkt als een ‘wijziging van een industrieterrein’ zoals bedoeld in categorie 11.3 van onderdeel D uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor deze categorie geldt een drempelwaarde van 75 hectare of meer. Het plangebied heeft een totaaloppervlakte van circa 1,5 hectare en ligt daarmee ruim onder de drempelwaarde. De drempelwaarden zijn echter indicatief. Dit betekent dat voor activiteiten die in onderdeel D van het Besluit m.e.r. benoemd staan, maar beneden de drempelwaarden vallen, toch moet worden nagegaan of er sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit moet worden nagegaan via de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Om de effecten op het milieu als gevolg van onderhavig plan inzichtelijk te maken is een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsnotitie opgesteld. Geconcludeerd wordt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu.
Op basis van de beoordelingsnotitie heeft het college van Burgemeester en Wethouders besloten dat het opstellen van een Milieueffectrapport (MER) voor onderhavig plan niet nodig is. Dit besluit is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 41 van 46
5.
Juridische planbeschrijving 5.1. Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen
In de Wet ruimtelijke ordening met het bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het Rijk. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
5.2. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie- en maatvoeringsaanduidingen worden aangegeven, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die is gebruikt als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
5.3. Regels 5.3.1. Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 42 van 46
5.3.2. Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, moeten worden gemeten. 5.3.3. Bestemmingsregels Bestemmingsregeling algemeen Binnen voorliggend plan zijn alle regels die gelden op basis van het bestemmingsplan Smokkelhoek, voor zover van toepassing, rechtstreeks overgenomen. Daarmee kan deze bestemmingsregeling op eenduidige wijze worden geïntegreerd binnen de op termijn te actualiseren planologische regeling (bestemmingsplan/omgevingsplan) voor het bedrijventerrein Smokkelhoek. Artikel 3 - Bedrijf Met uitzondering van de groenstrook rondom de buitenshowroom geldt voor het gehele plangebied de enkelbestemming ‘Bedrijf’. De regels ten behoeve van deze bestemming zijn overgenomen uit het bestemmingsplan Smokkelhoek. Middels aanduidingen is geregeld waar welke activiteiten zijn toegestaan. Ten behoeve van de ruimere gebruiksmogelijkheden van de gronden ter plaatse van de leidingstrook is in voorliggend plan de mogelijkheid voor een buitenshowroom toegevoegd.
Ter plaatse van de aanduiding buitenshowroom blijft eveneens het gebruik als parkeerterrein toegestaan. Artikel 4 – Groen Ter plaatse van de leidingstrook, niet zijnde het terreindeel ten behoeve van de buitenshowroom, blijft een groenbestemming gelden, waarbij de regels conform bestemmingsplan Smokkelhoek onverkort van toepassing zijn. Artikel 5 – Leiding – leidingstrook Ter borging van het leidingbelang is ter plaatse van de bestaande leidingenstrook overeenkomstig het bestemmingsplan Smokkelhoek de dubbelbestemming ‘Leiding – leidingstrook’ ongewijzigd overgenomen. Artikel 6 – Waarde – Archeologie – 2 Op basis van het bestemmingsplan Smokkelhoek geldt ter plaatse van een circa 2,50 meter brede strook langs de westelijke grens van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie – 2’. Deze dubbelbestemming is in voorliggend plan ongewijzigd overgenomen. Binnen de systematiek van het bestemmingsplan Smokkelhoek wordt onderscheid gemaakt naar ‘Waarde – archeologie -1’ en ‘Waarde archeologie – 2’. Het verschil tussen deze categorieën is gelegen in het oppervlak waarbij vrijstelling geldt voor archeologisch onderzoek voorafgaand aan verstorende activiteiten, zijnde respectievelijk 50 en 250
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 43 van 46
2
m . Binnen onderhavig plangebied komt alleen de archeologische verwachtingswaarde conform categorie 2
2 voor, waartoe een vrijstellingsoppervlak van 250 m geldt. Hoewel de categorie ‘waarde – archeologie – 1’ binnen voorliggend plan niet voorkomt, is er voor de eenduidigheid en vergelijkbaarheid met het bestemmingsplan Smokkelhoek voor gekozen om binnen voorliggend plan toch de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie – 2’ te hanteren. Aanduidingen Op basis van het bestemmingsplan Smokkelhoek gelden ter plaatse van voorliggend plangebied diverse aanduiding, zoals: ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’, ‘specifieke vorm van bedrijf – risicovolle inrichting uitgesloten’, ‘parkeerterrein’ en ‘ geluidzone – industrie’. Voornoemde aanduidingen en bijbehorende regels zijn ongewijzigd overgenomen in voorliggend plan. Ten behoeve van het mogelijk maken van een buitenshowroom is binnen de enkelbestemming Bedrijf aanvullend de functieaanduiding ‘buitenshowroom’ opgenomen, waartoe regels gelden ten aanzien van aanleg, gebruik en ruimtelijke inpassing. Maatvoering Ten opzichte van bestemmingsplan Smokkelhoek is in voorliggend plan het bouwvlak in zuidelijke richting uitgebreid tot aan de leidingstrook. Voor het bouwvlak blijft overeenkomstig bestemmingsplan Smokkelhoek een maximum bouwhoogte van 12 meter gelden. 5.3.4. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat een aantal bepalingen die op de bestemmingsregels zoals bedoeld in voorgaande paragraaf (5.3.3) van toepassing zijn.
Het betreffen de volgende bepalingen.
Anti-dubbeltelbepaling: hiermee wordt voorkomen dat gronden oneigenlijk worden gebruikt voor het optimaliseren van bouwmogelijkheden.
Algemene bouwregels: bestaande maten (uitgezonderd van de overgangsregels), overschrijding van bouwgrenzen, percentages. Met de regels inzake bestaande maten wordt voorkomen dat (ondergeschikte) afwijkingen onder het overgangsrecht komen te vallen. Voorts is het overschrijden van bouwgrenzen onder bepaalde omstandigheden (zoals erkers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen) toegestaan.
Algemene afwijkingsregels: In de regels zijn de gebruikelijke flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Zo is het mogelijk onder voorwaarden tot maximaal 10% af te wijken van de toegestane bouwhoogtes en bepaalde afstands- en oppervlakte maten.
Algemene wijzigingsregels: het overschrijden van bestemmingsgrenzen kan in veel gevallen plaatsvinden zonder dat hierdoor het belang van een goede ruimtelijke ordening wordt geschaad. Voor dit soort gevallen is derhalve in het plan een wijzigingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen. De overschrijding mag echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 44 van 46
5.3.5. Overgangs- en slotregels
Overgangsregels: de overgangsregels hebben tot doel de rechtstoestand te begeleiden van bouwwerken die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd en die afwijken van de bebouwingsbepalingen van het plan. Tevens is bepaald dat het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van het plan (rechtens) afwijkt van de in het onderhavige plan gegeven bestemming, kan worden voortgezet. Deze regels zijn opgenomen in het Bro en zijn op voorgeschreven wijze overgenomen.
Slotregel: dit artikel ten slotte geeft aan de naam waaronder de regels van het bestemmingsplan e
kunnen worden aangehaald ‘Regels van het bestemmingsplan Smokkelhoek 1 herziening (Kloosterweg)’.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 45 van 46
6.
Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op gronden welke geheel in eigendom zijn van de initiatiefnemer. Afhandeling van eventuele planschadeclaims is geregeld middels een exploitatieovereenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Kapelle. Aan voorliggend plan zijn voor de gemeente Kapelle geen kosten of financiële risico’s verbonden. 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bouwvlak en het mogelijk maken van een buitenshowroom op het bedrijventerrein Smokkelhoek. Het initiatief sluit goed aan op de beleidsuitgangspunten van Rijk, provincie en gemeente op het gebied van ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan alle wet- en regelgeving ten aanzien van de diverse milieuaspecten en draagt bij aan een optimaal ruimtegebruik van bestaande bedrijfsterreinen. Realisatie van het plan leidt niet tot beperkingen in de gebruiksmogelijkheden of rechten van omliggende bedrijven, omwonenden of overige belanghebbenden. 6.3. Conclusie Op basis van een integrale afweging van alle belangen wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belemmeringen die vaststelling van voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. De gemeente is derhalve bereid om medewerking te verlenen aan het initiatief.
NL.IMRO.0678.smokkelhoekHZ001.OW01 Toelichting ontwerp bestemmingsplan Smokkelhoek 1e herziening (Kloosterweg) SMA Zeeland B.V.- 23199006-OBP – 03-09-2020 46 van 46
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Rijksweg 5 te Kapelle Project 23170183 25 oktober 2017
Opdrachtgever:
Themis Ontwikkeling B.V. Heinkenszandseweg 22 4453 VG ‘S-HEERENHOEK
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
ir. B. Boomstra
Telefoon:
0113-352 222
Autorisatie:
ir. R. van de Woestijne 2001, 2002
Manager SMA Zeeland B.V. Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Postbus 25
E
info@smazeelandbv.nl
Rabobank Beveland 34.60.39.169
Heinkenszandseweg 22
4453 ZG ‘s-Heerenhoek
I
www.smazeelandbv.nl
4453 VG ‘s-Heerenhoek
T +31 113 352 222
NL24 RABO 0346 0391 69
F +31 113 352 208
KvK Middelburg 22038560
BIC RABONL2U
BTW nr. NL8044.04.070.B01
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ................................................................................................................................... 1 AANBEVELINGEN............................................................................................................................. 1 1. INLEIDING ......................................................................................................................................... 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL .............................................................................................................. 3 1.2. REFERENTIEKADER.................................................................................................................. 3 1.3. BETROUWBAARHEID ................................................................................................................ 4 2. VOORONDERZOEK........................................................................................................................... 6 2.1. LOCATIEBESCHRIJVING EN HISTORISCHE GEGEVENS ......................................................... 6 2.2. EERDER UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN OP DE LOCATIE ........................................ 7 2.3.
EERDER UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN IN OMGEVING ........................................... 7 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................. 7 2.5. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................ 8 3. VELDWERK ....................................................................................................................................... 9 3.1. UITVOERING VELDWERK.......................................................................................................... 9 3.2. RESULTATEN VELDWERK ........................................................................................................ 9 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ............................................................................................................ 10 4.1. ANALYSESTRATEGIE .............................................................................................................. 10 4.2. ANALYSERESULTATEN........................................................................................................... 11 4.3. INTERPRETATIE RESULTATEN............................................................................................... 12 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...............................................................................................
13 5.1. CONCLUSIES........................................................................................................................... 13 5.2. AANBEVELINGEN .................................................................................................................... 13 LITERATUURLIJST .............................................................................................................................. 14 BIJLAGE 1. OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2. SITUATIETEKENING BIJLAGE 3. BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4. TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5. ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6. HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7. FOTO’S
23170183
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Rijksweg 5 te Kapelle
Samenvatting Door Themis Ontwikkeling B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op een locatie gelegen aan de Rijksweg 5 te Kapelle. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van de betreffende locatie tot weg. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater).
Conclusies In de bovengrond zijn plaatselijk achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie en PAK aangetoond. In de ondergrond is een zeer geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor molybdeen aangetoond. In het grondwater is een natuurlijke, geringe streefwaarde-overschrijding voor molybdeen aangetroffen. Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypothese: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel gesproken te worden aangenomen. De onderzoekslocatie dient op basis van het aantreffen van puin(houdende) lagen te worden beschouwd als: verdacht voor verontreiniging van de bovengrond en puinfunderingslagen met asbest.