CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

198. Memo Veranderopgave Wet Inburgering, 12 oktober 2021 (inclusief bijlagen)

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken (LIS) 2 november 202110.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

**

Zaaknummer Documentnummer

MEMO Aan

:

Gemeenteraad

Van

:

C. de Jonge

Afdeling

:

KAP Beleid en Dienstverlening

Onderwerp

:

Veranderopgave Wet Inburgering

Behoort bij:

:

Datum

:

Besproken met:

:

12 oktober 2021

Geachte gemeenteraad, Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. Na tweemaal uitstel met een half jaar heeft het ministerie aangegeven dat deze startdatum ‘hard’ is. In deze memo gaan wij in op de uitgangspunten van de nieuwe wet en informeren wij u over hoe wij ons voorbereiden op de nieuwe wet. Nieuwe Wet Inburgering De nieuwe wet betreft een stelselwijziging en vervangt het huidige inburgeringssysteem. In het huidige stelsel zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Men moet namelijk zelf een inburgeringstraject inkopen bij een taalaanbieder naar keuze. Als men dit niet zelf kan betalen dan kunnen ze hiervoor een lening afsluiten bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Die overigens bij het succesvol afleggen van het inburgeringsexamen wordt kwijtgescholden. Waarom een nieuwe wet De afgelopen jaren hebben diverse onderzoeken uitgewezen dat dit systeem onvoldoende werkt: inburgeraars doen te lang over hun inburgeringstraject en daarbij worden ze niet geprikkeld om het hoogst haalbare taalniveau na te streven. Daarnaast wordt de verbinding met participatie onvoldoende gemaakt. Bovendien blijken inburgeraars kwetsbaar op een vrije markt waar fraude voorkomt door taalaanbieders die misbruik maken van de mogelijkheden die het huidige (leen)stelsel hen biedt.

Regie bij gemeenten In de nieuwe Wet Inburgering krijgen gemeenten een veel nadrukkelijkere rol bij de uitvoering van de wet. De regie op de wet komt namelijk bij gemeenten te liggen. Het Rijk wil met een nieuw stelsel bereiken dat alle nieuwkomers met een inburgeringsplicht zo snel mogelijk Nederlands leren spreken en schrijven op het voor hen hoogst haalbare niveau en kennis van de Nederlandse maatschappij hebben. Ook is het doel dat zij zo snel mogelijk – bij voorkeur via betaald werk – participeren, om zo volwaardig mee te kunnen doen in onze samenleving.

-1-

Het inburgeringsstelsel gaat uit van maatwerk en dualiteit (een combinatie van taal, leren en participatie). Het takenpakket van gemeenten wordt uitgebreid ten opzichte van het huidige stelsel. Concreet betekent het voor gemeenten dat zij verantwoordelijk worden voor het organiseren van het inburgeringsaanbod en de ondersteuning van inburgeraars. Hierbij wordt van de inburgeraar een inspanningsverplichting gevraagd. Gemeenten en inburgeraar zijn gezamenlijk verantwoordelijkheid om het inburgeringsproces succesvol af te ronden binnen de gestelde tijd. Een samenvatting van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe Wet Inburgering staat in één overzicht, zie bijlage 1. De nieuw Wet Inburgering is geen decentralisatie. Het Rijk stelt het beleid op en laat daarbij beperkte beleidsvrijheid voor gemeenten. Rol COA en DUO Naast gemeenten voeren ook organisaties als het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) en de DUO delen van de nieuwe wet uit. Het COA zorgt binnen de asielzoekerscentra voor een voorbereidend inburgeringsprogramma. DUO blijft bepalen of een persoon inburgeringsplichtig is, verzorgt de centrale inburgeringsexamens voor het taalonderwijs, verstrekt een lening aan gezinsmigranten en handhaaft indien een persoon niet binnen de gestelde inburgeringstermijn is ingeburgerd.

Zeeuwse samenwerking We zijn ons als gemeente aan het voorbereiden op de invoering van de nieuwe wet. Dit doen we gezamenlijk met de Zeeuwse gemeenten en op lokaal niveau met de Bevelandse gemeenten en afdeling WIZ. Op Zeeuwse schaal is er een ambtelijke kerngroep. Besluitvorming wordt bestuurlijk afgestemd binnen het samenwerkingsverband van OZO. Hiertoe is bestuurlijk op 19 juni 2019 het startschot gegeven door de Marsroute Veranderopgave Inburgering Zeeland (bijlage 2) vast te stellen en verschillende ambtelijke werkgroepen in te stellen. Op 7 april 2020 hebben de Zeeuwse portefeuillehouders Sociale Zaken de voorstellen van de werkgroepen 'Intake & Ontzorgen' en 'Taal & Werk(ervaring)' onderschreven.

Het college van B&W van gemeente Kapelle heeft hier op 16 juni 2020 mee ingestemd, met expliciete aandacht voor : a) het voorstel van de werkgroep 'Intake & Ontzorgen' om statushouders de eerste maand te laten 'landen' in de eigen gemeente en te betrekken bij het opstellen van het verplichte Persoonsplan Inburgering en Participatie (PIP); en de vijf maanden daarna in te zetten op intensieve taalles (ook informeel), empowerment, ontzorgen, maatschappelijke begeleiding, oriëntatie op de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt, en integratie in de eigen gemeente; b) het voorstel van de werkgroep 'Taal & Werk(ervaring)' om de tegemoetkomingen in reiskosten, kinderopvang, werkgeversvergoedingen e.d. voor statushouders gelijk te trekken in alle Zeeuwse gemeenten; c) het voorstel van de werkgroep 'Taal & Werk(ervaring)' om de drie leerroutes (B1-route, Onderwijsroute en Z-route) en vaktaal via de systematiek van overheidsopdracht per gemeente of subregio in de markt te zetten en dus niet Zeeuwsbreed aan te besteden. De keuze om de leerroutes en vaktaal per gemeente of subregio in de markt te zetten, is gemaakt omdat het gewijzigde inburgeringstelsel nieuw is. Het eerste jaar staat dus in het teken van ‘leren en ontdekken’ en zo nodig bijsturen. Ook kan er op deze manier gekozen worden voor regionale taalaanbieders waarmee reeds goede ervaringen zijn.

-2-

Om te streven naar vergelijkbare overeenkomsten met taalaanbieders in Zeeland, is door de werkgroep ‘Taal & Werk(ervaring)’ in december 2020 een concept inkoopadvies en inkoopovereenkomst opgeleverd. Deze kunnen gemeenten of subregio’s gebruiken tijdens de onderhandelingen met taalaanbieders in Zeeland. Lokale voorbereiding De uitvoering van de Wet Inburgering is belegd bij GR de Bevelanden. Op 31 mei 2021 heeft het Dagelijks Bestuur van GR de Bevelanden de hooflijnennotitie Veranderopgave Inburgering 2022 (bijlage 3) vastgesteld. De nieuwe Wet Inburgering bestaat grotendeels uit het uitvoeren van wettelijk vastgestelde taken. Er is op onderdelen ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheid. Het gaat dan vooral om onderdelen waar gemeenten ruimte hebben om integraal beleid te voeren: ▪ Start van de inburgering ▪ Leeronderdelen binnen nieuwe de nieuwe wet ▪ (Financieel) Ontzorgen / Maatschappelijke begeleiding ▪ Organisatie rondom leerroutes Deze krijgen deels vorm in de organisatie van de uitvoering en de afspraken met samenwerkingspartners en taalaanbieders. Bij de lokale voorbereidingen betrekken we ook onze samenwerkingspartners. Binnen het huidige inburgeringsstelsel werken we namelijk al samen met onder andere het welzijnswerk, maatschappelijk werk, Stichting Vluchtelingenwerk en het WSP (werkgeversservicepunt). De opgedane ervaringen nemen we mee in het nieuwe stelsel.

Veel onderwerpen worden bij het nieuwe inburgeringsstelstel al door de nieuwe wet zelf (en de daarop gebaseerde Besluit en Regeling) geregeld en bij het college van Burgemeester en Wethouders belegd. Hiervoor worden beleidsregels opgesteld. In beginsel heeft de gemeenteraad geen verordeningsplicht op grond van de nieuwe Wet Inburgering. Mocht blijken dat een verordening noodzakelijk is, dan zal de gemeenteraad daartoe opdracht worden gegeven (https://www.schulinck.nl/opinie/de-nieuwe-wet-inburgering-2021). Intrekken Verordening Wet Inburgering In 2007 is de Verordening Wet Inburgering gemeente Kapelle vastgesteld. Deze is gebaseerd op de oude wet en vanaf 2022 niet meer van toepassing. Deze trekken we per 1-1-2022 in. Financiën Voor de invoering van de nieuwe wet ontvangen gemeenten incidentele middelen (bijvoorbeeld voor scholing van medewerkers, uitbreiding van de huidige inburgeringssystemen en extra ondersteuning van de huidige groep inburgeraars). Voor de uitvoering van de nieuwe wet krijgen we vanuit het Rijk vanaf 1 januari 2022: - budget voor uitvoeringskosten (personeelskosten, ICT systemen, enz.); en - een specifieke uitkering voor programmakosten: de inburgeringsvoorzieningen, zoals taaltrajecten. De vraag is of deze budgetten voldoende zijn, waarbij vooral op het onderdeel onderwijsroute zich problemen voordoen.

Landelijk is hierover bestuurlijk overleg tussen de ministeries Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), onderwijs (OCW) en Financiën en gemeentekoepel VNG (https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/aanbesteding-wetinburgering-loopt-uit-op-fiasco.18503393.lynkx). -3-

Planning De planning tot 1 januari 2022 ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Wat Wanneer Werven en trainen personeel September – december 2021 Definitieve gunning leerroutes en ondertekening Oktober 2021 overeenkomsten Opstellen beleidsregels Oktober/november 2021 Inrichten werkenprocessen en cliëntvolgsysteem November/december 2021 Inwerkingtreding ‘Wet Inburgering 2021’ 1 januari 2022 Tot slot We hopen u met dit uitgebreide memo voldoende te hebben geïnformeerd over de komende wetswijziging op het gebied van inburgering. Voor meer achtergrondinformatie hebben we enkele bijlagen meegestuurd. Bijlagen: 1. Overzicht nieuw beleid Inburgering 2. Marsroute Veranderopgave Inburgering Zeeland 3. Hooflijnennotitie Veranderopgave Inburgering 2022

-4-

Bijlage 1

De nieuwe Wet Inburgering Bevelandse gemeenten Missie en visie De Bevelandse gemeenten maken werk van de nieuwe wet Inburgering zodat statushouders en gezinsmigranten vlot en zonder schulden integreren in onze samenleving, het liefst via stabiel en duurzaam werk. Met onze goed opgeleide procesregisseur inburgering en klantmanagers stellen we de individuele inburgeraar, en niet de regels, centraal. Hiervoor stellen we een individueel plan op, passend bij de capaciteiten en persoonlijke omstandigheden van de inburgeraar. We bieden geruime tijd intensieve maatschappelijke begeleiding en bouwen deze ondersteuning pas af als de inburgeraar voldoende zelfredzaam is.

Wat willen we bereiken? -

-

-

-

“Zachte landing”: de inburgeraar tijd geven om te wennen aan en kennis te maken met de nieuwe omgeving. Ontzorgen: inburgeraars voldoende ondersteunen met financiële en organisatorische zaken om schulden te voorkomen en zelfredzaamheid te bevorderen. Maatwerk: een persoonlijk plan (Plan, Inburgering en Participatie; PIP) afgestemd op de talenten van de inburgeraar en het bieden van een passende leerroute. Integraal: een PIP waarbij aandacht is voor en doelen zijn gesteld op alle relevante levensdomeinen. Motiveren: inburgeraars via intensieve maatschappelijke begeleiding motiveren om zo snel mogelijk te integreren in de lokale samenleving, het liefst via stabiel en duurzaam betaald werk. Activeren: inburgeraars coachen om zich te ontwikkelen zodat ze naar vermogen de regie op hun leven en financiën kunnen oppakken.

Doelgroepen: -

Statushouders Gezinsmigranten Overige migranten Ex-statushouders met een uitkering

Speerpunten: 1. Onze organisaties zijn tijdig klaar voor de uitvoering van deze nieuwe gemeentelijke taak (brede intake, PIP, financieel ontzorgen en maatschappelijke begeleiding). 2. Gezamenlijke (Bevelandse) inkoop van de verplichte leerroutes en modules binnen de nieuwe Wet Inburgering op basis van duurzaam, educatief partnerschap. 3. Participatie bevorderen door taal, werk, ondersteuning en begeleiding. 4. bij integratie. gezondheid, zelfredzaamheid en derenachterstanden/schulden zo vroeg mogelijk in beeld krijgen zodat we direct passende ondersteuning Hoe ziet onze werkwijze eruit? kunnen bieden en voorkomen dat geldproblemen verergeren. 5. Inwoners met schulden/betalingsproblemen op een effectieve manier Zachte landing ondersteunen naar een duurzaam schuldenvrije toekomst. - Inburgeraars krijgen de kans om te wennen aan de nieuwe omgeving. - We helpen de inburgeraar met het inrichten van de woning en noodzakelijke administratieve handelingen. - Er is aandacht voor cultuursensitieve aspecten en verwerking van ervaringen waarbij de eerste 6 maanden geen sollicitatieplicht geldt. - We zorgen voor een vrijwilliger en verzorgen een uitgebreide kennismaking binnen onze gemeente met relevante organisaties, plaatsen en verenigingen. Ontzorgen - We betalen minimaal 6 maanden de vaste lasten door voor de inburgeraar. - We bieden budgetcoaching totdat de inburgeraar zelfredzaam is.

- We helpen de inburgeraar met het invullen van noodzakelijke formulieren. Integraal en Maatwerk - We nemen een brede intake af waarbij alle levensdomeinen en de leerbaarheidstoets worden meegenomen. - We stellen binnen 10 weken een PIP (Plan, Inburgering en Participatie) op. In het PIP staan de leerroute, activiteiten en persoonlijke doelen benoemd. Activeren en motiveren - We bieden alle inburgeraars als traject een uitgebreid weekprogramma bestaande uit taal, (vrijwilligers)werk, stages, sport, cultuur en vrije tijd. - De inburgeraar, vrijwilliger, taalaanbieder en andere relevante partners (zoals het WSP en Vluchtelingenwerk) worden betrokken bij het opstellen van het weekprogramma. - We bewaken elke 8 weken de voortgang van het traject.

Beoogde maatschappelijke effecten -

Betere en snellere integratie en participatie in onze samenleving . Inburgeraars hebben een hoger taalniveau en vaker stabiel en duurzaam werk. Inburgeraars zijn zelfredzaam, weten de weg te vinden in de samenleving en ervaren minder vaak problemen. Minder maatschappelijke kosten .

Wijzigingen in inburgeringsstelsel -

-

Regie, voortgangsbewaking en handhaving m.b.t. de inburgering verschuiven van rijk naar gemeente. Gemeenten kopen inburgeringstrajecten in voor statushouders. Ontheffing van de inburgeringsplicht is niet meer mogelijk. De taaleis wordt verhoogd van A2 naar B1. Verplichte brede intake en persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Duale trajecten (combinatie van werken en leren).

Speerpunten in hulpaanbod 1. Brede intake en PIP - Leerbaarheidstoets - Professionele diagnose - Voorbereiding leerroute - Persoonlijk plan - Kennismakingsprogramma binnen gemeente - Administratieve ondersteuning 2. -

Ondersteunen en Begeleiden (Financieel) ontzorgen Maatschappelijke begeleiding (Budget)coaching Duidelijke voorlichting Vast aanspreekpunt

3. Inburgeringstraject - Passende leerroute voor het trainen van alle benodigde basisvaardigheden - Duaal traject met ondersteuning - Afgestemd, integraal weekprogramma - Vrijwilligers - Taalcoach - Begeleiding naar werk - Jobcoaching

Bijlage 2 Memo marsroute Veranderopgave Inburgering (VOI) Zeeland & Goeree-Overflakkee

Inleiding Vanaf het voornemen van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om een nieuwe Inburgeringswet te initiëren (1 juli 2018) bent u meegenomen in de hoofdlijnen ervan. In het VZG- overleg van 26 februari 2019 bent u vervolgens geïnformeerd over de opdracht van de coördinator statushouders in de Veranderopgave Inburgering. U is toen voorgesteld dat de coördinator samen met de Zeeuwse gemeenten de nieuwe Inburgeringswet zou voorbereiden en een marsroute zou bepalen. Hieronder wordt u geïnformeerd over deze marsroute. Om hiertoe te komen zijn de Zeeuwse gemeenten, Goeree-Overflakkee, stakeholders en de coördinator het afgelopen half jaar verschillende keren bij elkaar gekomen. Waarom een nieuwe wet? Uit evaluatie van Wet inburgering, die in 2013 van start ging, blijkt dat de huidige scheiding tussen participatie en inburgering niet effectief en doelmatig is1. Onder de huidige wetgeving is de inburgering de eigen verantwoordelijkheid van de statushouder (SH). Zij moeten zelf een inburgeringscursus selecteren en financieren deze met behulp van een lening bij DUO. Hierdoor is het voor gemeenten lastig om inzicht te krijgen in het verloop van de inburgering, om de kwaliteit van het inburgeringsonderwijs te waarborgen en om de begeleiding naar werk en opleiding af te stemmen op het inburgeringstraject.

Daarnaast is het systeem fraudegevoelig en eindigen veel inburgeringsplichtigen onder het niveau dat ze aan kunnen. De huidige wet schiet dus tekort. De nieuwe wet op hoofdlijnen In juli 2018 heeft minister Koolmees aangekondigd dat het inburgeringsstelsel aangepast wordt. In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten regie op de inburgering, waardoor de mogelijkheden voor het inrichten van een duaal traject van inburgeren én leren/werken worden vergroot. Uitgangspunt is dat iedereen op een zo hoog mogelijk niveau inburgert en naar eigen niveau zo goed mogelijk participeert in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. Naar verwachting gaat de nieuwe Wet Inburgering per januari 2021 in. Streven in de nieuwe wet is dat gemeenten een brede intake gaan afnemen die zowel gericht is op (arbeids)participatie als inburgering en dat zij de uitkomsten hiervan vastleggen in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Daarnaast worden gemeenten verantwoordelijk voor de inkoop van inburgeringscursussen bij door hen geselecteerde aanbieders. Er komen drie verschillende leerroutes: 1. de reguliere B1-route: algemeen voornemen is om de standaard taalnorm te verhogen van A.2 naar B1 en geen ontheffingen meer te verstrekken; 2. een onderwijsroute, gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma; 3.

een zelfredzaamheidsroute (Z-route), voor mensen voor wie de andere twee routes buiten bereik liggen. Ten slotte dienen statushouders in de beginperiode te worden ontzorgd. De meeste gemeenten hebben geen expertise meer in huis op het gebied van de inburgering sinds de wetswijziging van 2013. Met de invoering van de nieuwe inburgeringswet wordt de groep nieuwkomers waarvoor de gemeente verantwoordelijk is bovendien groter. Ligt voor gemeenten de focus nu op de integratie en (arbeids)participatie van uitkeringsgerechtigde statushouders2, na de invoering van de nieuwe inburgeringswet vallen naar alle waarschijnlijkheid alle inburgeringsplichtigen onder verantwoordelijkheid van de gemeenten, ook degenen die geen uitkering ontvangen. Denk hierbij aan nareizigers (= nareizende partner & familie van de statushouder) en huwelijksmigranten3 . Dat betekent substantieel meer werk voor gemeenten. 1

Inburgering: systeemwereld versus leefwereld, Evaluatie Wet inburgering 2013 (Significant, juni 2018). Asielzoekers die als vluchteling worden erkend, krijgen de vluchtelingenstatus. Zij worden ook wel vergunning- of statushouders genoemd. Statushouders krijgen een woonruimte toegewezen en mogen een opleiding volgen en werken in Nederland. Nagenoeg alle statushouders maken in eerste instantie gebruik van een Participatiewetuitkering om in hun levensonderhoud te voorzien en zijn zo in beeld van de gemeente. 3 Personen die naar Nederland komen om te trouwen met een al in Nederland wonende (autochtone) partner. Inburgering voor deze groep begint al buiten Nederland, doordat zij in het land van herkomst het basisexamen inburgering buitenland moeten afleggen. Eenmaal in Nederland dienen zij vervolgens het inburgeringsexamen te halen. Op dit moment vallen zij vaak buiten de scope van gemeenten omdat zij veelal deel uitmaken van een huishouden waar voldoende inkomen wordt vergaard. 2

1

Tegelijkertijd kan het goed nieuws zijn voor met name vrouwelijke nareizigers & huwelijksmigranten die nu vaak niet in beeld zijn bij gemeenten. Onder het huidige inburgeringsstelsel kunnen zij achter de spreekwoordelijke voordeur verdwijnen, geïsoleerd en niet geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Op dit moment is nog onduidelijk hoe Inburgerings- en Participatiewet zich tot elkaar gaan verhouden, evenals of organisaties als DUO en Blik op Werk (keurmerkverstrekker taalaanbieders) een rol krijgen in de uitvoering van de nieuwe Inburgeringswet.

Financiën Inmiddels heeft minister Koolmees een tussenstand VOI aan de kamer doen toekomen (d.d. 15 feb. 2019). Hieruit blijkt dat de ingangsdatum met een half jaar naar achteren is geschoven (1 januari 2021) én dat er door het kabinet zowel voor 2019 als voor 2020 middelen beschikbaar worden gesteld (20 mln per jaar) voor de zogenaamde ‘Ondertussengroep’. Hier wordt de groep van huidige inburgeraars onder verstaan, degenen dus die nog onder het oude inburgeringsregime vallen. Bijlage 1 laat zien dat het voor deze regio om bijna 1450 mensen gaat. De middelen zijn bedoeld voor gemeenten om deze groep in aanloop naar het nieuwe stelsel te begeleiden, ondersteuning te bieden en te activeren naar geschikt inburgeringsonderwijs. De impuls is ook bedoeld voor gemeenten om alvast toe te groeien naar de regierol op inburgering in het nieuwe stelsel. Bijlage 2. geeft inzicht in de hoeveelheid beschikbare middelen per gemeente in deze regio. De VNG heeft SZW 23 mei jl. verzocht de financiële gevolgen voor gemeenten na invoering van de wet in kaart te brengen. SZW heeft daar vooralsnog niet mee ingestemd.

Proces in de arbeidsmarktregio tot nu toe Om tijdig voor te kunnen sorteren op de nieuwe Wet inburgering (toen nog bedacht op 1 juli 2020), zijn in de 1e helft van januari individuele gesprekken gevoerd met Zeeuwse gemeenten over de Veranderopgave Inburgering en de situatie in hun gemeente. Deze informatie vormde input voor 3 plenaire sessies (29 januari, 5 februari en 5 maart) waarin de Zeeuwse gemeenten o.l.v. de coördinator statushouders van gedachten hebben gewisseld over wat zij inhoudelijk belangrijke aspecten vinden bij de hoofdthema’s van de wet, te weten: 1. Vroege en brede intake i.h.k.v. het Plan Inburgering & participatie (PIP); 2. Ontzorgen; 3. Ontwikkeling 3 leerroutes (B.1, Onderwijs en Z-route); 4. Ontwikkeling duale trajecten (inburgering én werk) i.h.k.v. het PIP. Verder is gesproken over óf en zo ja, hóe de Zeeuwse gemeenten zich willen samen voorbereiden op de wet. Vanaf de 4e plenaire sessie van 9 april jl. over de ‘Ondertussengroep’ is ook Goeree- Overflakkee aangesloten. Deze gemeente heeft namelijk aangegeven graag te willen optrekken met de Zeeuwse gemeenten v.w.b. de voorbereiding op de Veranderopgave Inburgering. Na overleg met Dhr. Van der Reest, wethouder centrumgemeente Goes, de Zeeuwse gemeenten, Divosa en de regiocoördinator van de arbeidsmarktregio Rijnmond, waartoe Goeree Overflakkee eigenlijk behoort, is dit verzoek gehonoreerd.

Afgesproken Werkwijze Informeren van de gemeenten over inhoud van de VOI én planvorming voor Zeeland gingen hand in hand in deze sessies. Goede voorbeelden van elders werden ingezet om met elkaar te discussiëren over de in Zeeland te hanteren uitgangspunten. De bijeenkomsten hebben geleid tot deze Marsroute VOI: voor ieder van de hoofdthema’s hebben de gemeenten aangegeven gezamenlijk het voorwerk te willen doen. Datzelfde geldt voor de Ondertussengroep. Dit vanuit het oogpunt van efficiency én Zeeuwse eenduidigheid richting inburgeraars. Na dit gezamenlijke voorwerk willen zij een keuze maken of zij ook in de vervolgactiviteiten samen willen optrekken (Zeeuws of subregionaal), of dat zij deze lokaal (dus iedere gemeente afzonderlijk) oppakken. Taakverdeling Tijdens de 3e plenaire bijeenkomst (5 mrt jl.) is afgesproken dat er 3 werkgroepen ingesteld worden om de VOI in Zeeuws verband voor te bereiden en een stakeholdersbijeenkomst te beleggen op 16 mei. Deze is voorbereid door de coördinator en de gemeenten Hulst, Middelburg, Tholen en GR De Bevelanden. Doel van laatstgenoemde bijeenkomst is om bij stakeholders kennis en ervaring op te halen en zo tot betere en gedragen planvorming te komen. Doel van de werkgroepen is om te komen tot een Zeeuwse basis op het genoemde onderdeel, die vervolgens samen of lokaal verder kan worden ingekleurd. De werkgroepen zijn: 2

✓ Werkgroep ‘De ondertussengroep’: Richt zich op het maken van plannen t.b.v. de huidige inburgeraars tot de ingangsdatum van de nieuwe inburgeringswet (1 jan. 2021). Op 9 april vond de gezamenlijke aftrap plaats. Looptijd werkgroep: 9 april t/m eind 2019, waarbij de nadruk ligt op 9 april tot aan zomerreces. Beoogde opleverdatum voor het VZG-overleg is 3 september 2019, zodat nog circa 1,5 jaar resteert om de ondertussengroep beter te begeleiden vanuit de gemeente en taalaanbieders dan dat nu gebeurt. De werkgroep bestaat uit: GR de Bevelanden, Middelburg, Goeree - Overflakkee en Terneuzen (vanaf juni). ✓ Werkgroep ‘Intake & ontzorgen’: Richt zich op een vroegtijdige en brede intake van inburgeraars i.h.k.v. het Plan Inburgering & Participatie (PIP). Het thema ‘Jongeren en opvoeding’ wordt in dit traject betrokken. Daarnaast richt deze werkgroep zich op het ontzorgen van statushouders in de beginperiode van huisvesting in een gemeente. Bij dit ontzorgen hoort ook een voorstel hoe SH te leren hun eigen financiële huishouding te doen. Deze werkgroep pakt dus de hoofdthema’s 1) en 2) van de nieuwe Inburgeringswet samen. Looptijd: na het zomerreces tot eind dec. 2019. De werkgroep bestaat uit: Tholen, Terneuzen, GR De Bevelanden, Middelburg en Vlissingen.

✓ Werkgroep ‘Taal & werk(ervaring)’: Richt zich op het voorbereiden van de 3 verplicht te ontwikkelen leerroutes voor inburgeraars en doet dit in samenhang met trajecten richting stage/werkervaringsplaats/dagbesteding/(vrijwilligers)werk. Deze werkgroep pakt dus de hoofdthema’s 3) en 4) samen. Looptijd: na het zomerreces tot eind dec. 2019. De werkgroep bestaat uit: Schouwen-Duivenland, Sluis, GR De Bevelanden en Middelburg. Voor de werkgroepen schrijft de coördinator statushouders een opdracht zodat iedere werkgroep op voorhand weet wat er moet worden opgeleverd. Elke werkgroep wordt getrokken door een aantal gemeenten en aangevuld met stakeholders die de gemeenten en coördinator raadzaam achten. De coördinator heeft een faciliterende en informerende rol en brengt de opbrengst van de werkgroepen naar de WAZ (ambtelijk) en het VZG-overleg (bestuurlijk). Vanuit ‘Aan de slag in Zeeland’, de arbeidsmarktregio, worden de coördinator en de werkgroepen ondersteund. De werkgroepen nemen onderstaande uitgangspunten als vertrekpunt. Deze werden opgehaald tijdens de eerdergenoemde sessies, in de individuele gesprekken die de coördinator SH medio januari 2019 voerde met de separate gemeenten en de stakeholdersbijeenkomst die op 16 mei jl. werd gehouden. Over de uitgangspunten bestaat brede consensus. Daarnaast hebben de sessies tal van (kleinere) aandachtspunten opgeleverd.

Deze vindt u terug in bijlage 3. Zij worden verwerkt in de opdracht aan de werkgroepen.

Inhoudelijke input op de hoofdthema’s Ten behoeve van de duidelijkheid wordt de opgehaalde informatie per hoofdthema van de nieuwe inburgeringswet weergegeven en niet per werkgroep. Rode draden in de marsroute zijn: maatwerk, cultuursensitiviteit, integraal werken, regievoering en aandacht voor vrouwelijke inburgeringsplichtigen.

1.Vroege en brede intake ihkv het Plan Inburgering & Participatie (PIP) Waar gaat het over Volgens de hoofdlijnenbrief van het Ministerie (juli 2018) van SZW moeten gemeenten zo vroeg mogelijk worden betrokken bij de inburgeraar die zich in hun gemeente gaat vestigen. Gemeenten gaan bij iedere inburgeraar een brede intake afnemen. Voor asielstatushouders geldt dat al begonnen wordt met de intake in het AZC na koppeling aan de gemeente. Er moet een doorlopende lijn worden gecreëerd vanuit het AZC naar de vestiging in de woongemeente, waarbij de tijd in het AZC optimaal wordt benut. Informatie vanuit het COA over individuele SH wordt alleen aan de gemeente verstrekt, niet aan derden. Uitgangspunt Zeeuwse gemeenten • Struikelblok om met dit verplichte onderdeel van de nieuwe Inburgeringswet aan de slag te gaan, is het ver weg gelegen zijn van 12 van de 14 AZC’s van waaruit statushouders momenteel aan Zeeland worden gekoppeld (Almere, Dronten etc). Alleen de AZC’s in Goes en Middelburg liggen in de regio. AZC Goes sluit november 2019 en Middelburg evalueert momenteel het huidige AZC. Pleidooi van Zeeland is om 3

• •

•

• •

AZC’s in de regio te houden en deze in te zetten voor opvang van de statushouders die gekoppeld zijn aan Zeeland. Uitgaande van de taakstellingscijfers van de afgelopen jaren zou een opvangcapaciteit van 500 mensen volstaan. In afwachting van bovenstaande is vooralsnog het uitgangspunt: Zodra een aan Zeeland gekoppelde SH in een Zeeuws AZC verblijft, kan er vroegtijdig een brede intake plaatsvinden en samen met de statushouder een PIP opgesteld worden. In de overige gevallen moet bezien worden wat mogelijk is. Het PIP is maatwerk en dynamisch, kan tussentijds worden bijgesteld en aangevuld. Er is aandacht voor alle leefgebieden, dus ook voor zaken als vrije tijd/sport en sociaal netwerk optuigen (bijv. aanhaken aan een Nederlands huishouden). Het moment waarop een start wordt gemaakt met vulling van het PIP moet in overleg met de casemanagers van het COA worden bepaald: statushouders moeten eerst kunnen landen. De één heeft daar meer tijd voor nodig dan de ander (o.a. door trauma door oorlog of vlucht, zorgen over achterblijvers, cultuurshock). Ook daarna kan het PIP bijgesteld worden op basis van nieuwe ontwikkelingen bij de SH of voortkomend uit casusoverleg van professionals en vrijwilligers die bij de SH zijn betrokken. Er wordt geïnvesteerd in de banden tussen COA en Zeeuwse gemeenten in het belang van individuele SH.

2. Ontzorgen Waar gaat het over Gemeenten krijgen de opdracht om SH de eerste periode een ontzorgend stelsel te bieden. Dit geldt voor alle gemeenten. Gemeenten betalen dan uit de bijstand de vaste lasten, zoals huur en energiekosten en de verplichte verzekeringen. De SH ontvangt wat resteert en ontvangt de toeslagen. De gemeente bepaalt als onderdeel van de PIP per asielstatushouder voor hoelang ontzorgen nodig is. Uitgangspunt Zeeuwse gemeenten • Een zekere periode van “ontzorgen” is nodig en gewenst, maar het moet maatwerk zijn wanneer je de statushouder loslaat. • Bij ontzorgen hoort niet alleen het inhouden van de vaste lasten maar ook het inregelen van kinderopvang, reiskostenvergoeding/vervoer om op studie/werk te komen e.d. • Ontzorgen heeft geen zin als je niet gelijktijdig SH leert om hun eigen financiële huishouding te doen. De te vormen werkgroep dient zich dus over beide aspecten te buigen.

3. Ontwikkeling 3 leerroutes: B.1, onderwijs- en Z-route Waar gaat het over Gemeenten gaan inburgeringstrajecten inkopen bij door hen geselecteerde aanbieders te weten de B1 route, de onderwijsroute en de Z-route. B.1 wordt de norm (ipv A.2 nu). Als blijkt dat na aanzienlijke inspanning en via objectieve toets, het B1 examen niet haalbaar is, kan teruggevallen worden op 1 of meerdere onderdelen van het examen op A2 niveau. De onderwijsroute is gericht op de onderwijspotentie van inburgeraars en het benutten daarvan. Een duurzaam perspectief op de arbeidsmarkt staat centraal en is vooral gericht op de groep tot 30 jaar. De Z-route is voor personen waarbij objectief is vastgesteld dat hun leervermogen dermate beperkt is, dat de reguliere examenroute geen optie is. Deze route richt zich met name op het bevorderen van de zelfredzaamheid in de Nederlandse samenleving. Gemeenten krijgen inburgeringsbudget van het Rijk en moeten garanderen dat er voldoende passend aanbod is voor de 3 leerroutes, dat dit aanbod inhoudelijk effectief en flexibel (i.c.m. werk) is en dat dit aanbod geënt is op de inburgerings- en participatiedoelstelling.

4

Uitgangspunt Zeeuwse gemeenten • In het programma van eisen voor formele taalaanbieders wordt opgenomen: ✓ Dat zij moeten samenwerken met informele taalaanbod dat vanuit de WEB-middelen beschikbaar is. De Zeeuwse gemeenten vinden het van het grootste belang dat inburgeraars zoveel mogelijk oefenmogelijkheden aangereikt krijgen zoals taalmaatjes, taalcafé’s en inloophuizen; ✓ 100% begrip (= aanschouwelijk maken wat je zegt met gebruik van concrete voorwerpen & beeldmateriaal. Er wordt pas verder gegaan met nieuwe leerstof als alles door de cursisten begrepen wordt.); ✓ Dat binnen de taalontwikkeling er een koppeling moet worden gemaakt met de praktijk; ✓ Behalve voor taalbegrip en woordenschat dient ook aandacht te zijn voor rekenen en digitale vaardigheden; ✓ Flexibiliteit in lesuren t.b.v. een goede koppeling met werk; ✓ Taallessen zowel klassikaal als individueel aangeboden moeten kunnen worden; ✓ Ontwikkel een voortraject op maat zodat SH kunnen doorstromen naar regulier onderwijs. • Er is in Zeeland vaktaal-aanbod in bepaalde branches (horeca, techniek, zorg etc.) zodat SH sneller in de branche van voorkeur aan de slag kunnen. • In iedere Zeeuwse gemeente is een totaalprogramma met een aantal programmalijnen voor de verschillende niveau’s van inburgering beschikbaar. Een programmalijn bestaat uit taal-/reken-/digitale vaardigheden, werknemersvaardigheden (bijv.

werkstage) en sociale vaardigheden (bijv. omgangsvormen in Nederland). Cultuursensitiviteit en positie van vrouwen worden hierin meegenomen. De doelgroep wordt betrokken bij het opstellen hiervan. • Tussentijds overstappen tussen leerroutes moet mogelijk zijn.

4. Duale trajecten inburgering & werk Waar gaat het over: Per inburgeringsplichtige nieuwkomer dient de gemeente een programma samen te stellen dat bestaat uit het leren van taal gecombineerd met (vrijwilligers)werk of studie. Dit is onderdeel van het eerder genoemde PIP. Gemeenten zullen dus slimme arrangementen van inburgeren en opleiding/werk moeten stimuleren zodat zowel aan de inburgerings- als aan de participatiedoelstelling wordt voldaan. Zowel de inburgeraar als de gemeente committeren zich aan de afspraken en gemeenten volgen de inburgeringsplichtigen in hun vorderingen. Er wordt gebruik gemaakt van de plichten en handhavingsinstrumenten die gelden op basis van de P-wet. Voor inburgeringsplichtigen die niet onder de P-wet vallen kijkt het Ministerie van SZW naar mogelijkheden voor gemeenten om te kunnen handhaven. Uitgangspunt Zeeuwse gemeenten • Een traject bieden dat recht doet aan inburgering en opleiding/werk maar waar ook de andere leefgebieden integraal worden meegenomen. Met oog voor maximale belastbaarheid van statushouders (bijvoorbeeld leer/werkweken van 32 uur) en op basis van individueel maatwerk. • Daar waar mogelijk moet op de werkvloer de verbinding gemaakt worden tussen inburgering en werk. In ieder geval bij de SW-bedrijven zou dat ingeregeld moeten worden & mogelijk ook bij grote werkgevers.

• Werktrajecten dragen bij aan integratie in de Nederlandse samenleving (heel solistische werkzaamheden of met alleen niet - Nederlands sprekende collega’s dragen hier minder aan bij). • In overheidsopdrachten zoals SROI worden statushouders meegenomen, conform het ‘Zeeuwse Beleidskader Social Return’ (mei 2019). • Ieder gemeente heeft een regievoerder op de statushouders. Dat kan de klantmanager, inburgeringsconsulent, casemanager zijn of nog iemand anders en mag variëren per gemeente. Als maar in iedere gemeente duidelijk is welke discipline regievoerder is. De regievoerder coördineert het overleg en samenwerking tussen de betrokken partijen rondom de SH. • Iedere werkgever heeft een vast aanpreekpunt bij het WSP en/of de gemeente en wordt door deze functionaris voorbereid op (verwachtingsmanagement, aandacht voor cultuurverschillen) en begeleid bij de plaatsing van statushouders (jobcoachen SH en ontzorgen werkgever). 5

•

•

Indien de nieuwe inburgeringswet hiervoor ruimte biedt, willen de gemeenten bij vestiging in de eigen gemeente inzetten op een voortraject waarin inburgeraars de kans krijgen zich te oriënteren op hun woonomgeving, de gemeente waarin ze zijn terecht gekomen, de bredere Nederlandse samenleving en plaatselijke werkgevers. Zo nodig krijgen SH een empowermenttraining aangeboden. Indien aan Zeeland gekoppelde SH zich in een Zeeuws AZC bevinden, kan na de voorinburgering door het COA (3 maanden) gestart worden met de officiële inburgering & (vrijwilligers)werk in afwachting van vestiging in de gemeente waaraan gekoppeld is.

5. De ondertussengroep Waar gaat het over SZW onderkent dat de voorgestelde wijzigingen voor een grote groep te laat komen. Gemeenten worden daarom financieel gefaciliteerd om werkwijzen te ontwikkelen die in lijn zijn met het huidige stelsel, maar ook recht doen aan het nieuwe stelsel. De middelen zijn bedoeld voor gemeenten om deze groep in aanloop naar het nieuwe stelsel te begeleiden, ondersteuning te bieden en te activeren naar geschikt inburgeringsonderwijs. De impuls is ook bedoeld voor gemeenten om alvast toe te groeien naar de regierol op inburgering in het nieuwe stelsel. Uitgangspunt Zeeuwse gemeenten • De beschikbare middelen moeten niet alleen ingezet worden voor extra taalaanbod, maar ook ten gunste komen aan randvoorwaardelijke zaken als voldoende (psychische) zorg, het bereiken van mensen uit de ondertussengroep die nu geïsoleerd thuis zitten, ontzorgen & voldoende tolkeninzet.

Ten slotte zijn er nog een aantal overkoepelende aandachtspunten: • Behalve met kosten t.b.v. regievoering en coördinatie gemeente (bijvoorbeeld inburgeringsconsulent, klantmanagers, jobhunters, jobcoach etc.) moet iedere gemeente ook rekening houden met middelen voor tolken en voor voldoende maatschappelijke begeleiding bij de voorbereiding van VOI. • Het niet vergoeden van reiskosten door de meeste Zeeuwse gemeenten en het niet kunnen studeren met behoud van uitkering is een fors obstakel in de duurzame uitstroom richting betaald werk op het niveau dat de statushouder aan kan (en Zeeland nodig heeft). Zowel vanuit statushouders, werkgevers als aanbieders wordt benadrukt dat verschillen in rechten en plichten tussen Zeeuwse statushouders vanuit verschillende gemeenten moeten worden vermeden. • Opgemerkt wordt dat veel werkgevers afhoudend zijn richting statushouders en statushouders op de werkvloer niet worden geaccepteerd. Ook willen sommige klanten (bijvoorbeeld in de zorg) niet geholpen worden door een SH. Op zowel de werkvloer en bij klanten is nog een cultuuromslag nodig. De politiek zou deze handschoen op kunnen nemen. • Aanbod op het terrein van gespecialiseerde (psychische) hulpverlening mist in deze regio.

Vanuit haar signaal- en voorlichtingsfunctie zou de GGD voorlichting over cultuursensitieve (psychische) zorg aan huisartsen, wijkteams en andere zorgverleners die regelmatig in contact komen met statushouders kunnen oppakken. Dat gebeurt op dit moment niet. • Februari jl. is een subsidie-aanvraag ingediend bij het AMIF (‘Nieuwe Zeeuwen’) t.b.v. meer financiële armslag voor Zeeuwse gemeenten in de begeleiding en arbeidstoeleiding van statushouders. Een aantal onderdelen van deze aanvraag passen goed in de nieuwe Inburgeringswet. Medio september wordt de uitslag verwacht. Mocht(en onderdelen van) de AMIF-aanvraag niet worden gehonoreerd, dan betekent dat dat er minder of geen ervaring opgedaan kan worden door de Zeeuwse gemeenten met deze goed bij de nieuwe Inburgeringswet passende onderdelen.

6

Doorkijkje verdere proces

Fase 1 Fase 2

3 sept. 2019 sept – dec. 2019

Fase 3

jan – mrt 2020

Fase 4

apr– dec 2020

Fase 5

1 jan 2021

Bespreking voorstel werkgroep Ondertussengroep in VZG overleg • Werkgroepen ‘Intake & Ontzorgenen ‘Taal& werk(ervaring)’ aan de slag • Uitrol voorstellen werkgroep Ondertussengroep • Zeeuwse afstemming over werkgroepopbrengsten: in fase 4 samen optrekken (Zeeuws dan wel subregionaal) of lokaal? • Bespreking voorstel werkgroepen in VZG-overleg (mrt/apr 2020) Uitrol werkgroepvoorstellen, zoals start eventuele aanbesteding leerroutes bij taalaanbieders en ROC Nieuwe Inburgeringswet van kracht

7

Bijlage 3

Veranderopgave Inburgering 2022

Nieuwe Wet Inburgering

1

Inhoud 1

LEESWIJZER HOOFDLIJNENNOTITIE ................................................................................................. 3

2

WAAROM EEN NIEUWE WET INBURGERING? ................................................................................ 3

3

HET NIEUWE INBURGERINGSSTELSEL – UITGANGSPUNT EN VISIE ................................................. 4

4

DOELGROEPEN ................................................................................................................................ 5

5

FINANCIËLE MIDDELEN VOOR DE INVOERING VAN DE WET INBURGERING .................................. 5

6

PLANNING EN TIJDSPAD .................................................................................................................. 5

7

ZEEUWSE SAMENWERKING IN KERNTEAM ..................................................................................... 5

8

WAT IS ER GEREALISEERD? .............................................................................................................. 6

9

WAT MOET ER NOG GEBEUREN? .................................................................................................... 6 BIJLAGE I EEN OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN VOOR NIEUWE TAKEN ....... 7 BIJLAGE II DE NIEUWE LEERROUTES .................................................................................................... 9 BIJLAGE III FINANCIËN \ (Ontvangen) rijksmiddelen per 1 januari 2021 ........................................... 11 BIJLAGE IV WAT MOET ER NOG GEBEUREN EN PLANNING ............................................................. 14 BIJLAGE V GEBRUIKTE AFKORTINGEN ............................................................................................... 15

2

Hoofdlijnennotitie GR De Veranderopgave Inburgering

Bevelanden

-

Gemeenten bereiden zich voor op de nieuwe Wet Inburgering. In deze nieuwe wet krijgen gemeenten de regie om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten doen, het liefst via betaald werk. De wet gaat op 1 januari 2022 in. Inmiddels is in de voorbereiding voor deze wet al veel gedaan. Deze notitie beschrijft op hoofdlijnen wat er ontwikkeld is en wat er nog gedaan moet worden.

1 LEESWIJZER HOOFDLIJNENNOTITIE In deze notitie wordt ingegaan op het waarom van nieuwe wetgeving en de veranderingen die de wet met zich meebrengt. Gevolgd door een omschrijving van de nieuwe taken, de verschillende taalroutes, financiën en de planning, deze onderdelen zijn verder uitgewerkt in de bijlagen I tot en met IV. Bijlage V is een lijst met gebruikte afkortingen en hun betekenis.

2 WAAROM EEN NIEUWE WET INBURGERING? Volgens de bestaande inburgeringswet van 2013 dient de nieuwkomer ‘zelfredzaam’ te zijn en wordt van hem – net als van Nederlanders- ‘actief burgerschap’ verwacht. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en integratie in de Nederlandse samenleving. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit grotendeels mislukt is. Dat de huidige wet aan revisie toe was bleek wel uit onder andere de geringe arbeidsdeelname. In de onderstaande punten wordt in een nutshell aangegeven het waarom van de noodzaak voor de ‘nieuwe Wet Inburgering‘ • De eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars werkt niet voldoende. • Er zijn relatief weinig mensen die het inburgeringsexamen A2-niveau (snel) halen. Een te grote groep haalt het helemaal niet en krijgt ontheffing. • Inburgeraars moeten zelf de inburgeringscursus regelen en een lening afsluiten om de cursus te bekostigen. Hierdoor komen mensen direct in de schulden. • De huidige financieringssystematiek lokt fraude uit. • Het aanbod van taalaanbieders is onoverzichtelijk en de inburgeraar kiest de snelste route naar het examen, vaak op een lager niveau dan mogelijk is. • Deze doelgroep heeft veelvuldig grote schuldenproblematiek wat invloed heeft op welbevinden, arbeidsparticipatie en in het geheel de kansen op succes. • Er is weinig arbeidsparticipatie binnen deze groep.

De combinatie van inburgeren en werk(trajecten) gaat moeizaam. Met de komst van de nieuwe wet krijgen de gemeenten de regie op de inburgering van nieuwkomers. De gemeente dient inburgeringsplichtigen een ‘persoonlijk Plan Inburgering en Participatie’ (PIP) aan te bieden en taaltrajecten in te kopen. Uitgangspunt is het doorlopen van een ‘duaal’ traject: werk en het leren van de taal moeten hand in hand gaan. Hierin trekken de nieuwe Wet Inburgering en de Participatiewet samen op.

3

3 HET NIEUWE INBURGERINGSSTELSEL UITGANGSPUNT EN VISIE

–

Op 1 januari 2022 treedt het nieuwe inburgeringsstelsel in werking. De gemeente is verantwoordelijk voor het inburgeringsproces van nieuwkomers - voor zover deze hiervan niet zijn uitgezonderd. De verplichting geldt voor asielstatushouders, gezins- en overige migranten. Vijf kernpunten die de strekking van het inburgeringsproces weergeven: -

Tijdige start van het inburgeren; Aandacht voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject; Dualiteit (het combineren van het leren van de taal en participatie door middel van arbeid in loondienst of verrichten van vrijwilligerswerk); Maatwerk (een passend inburgeringstraject, voor alle inburgeringsplichtigen); Focus op kwaliteit en het bewaken hiervan.

Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang asielzoekers in het AZC. Vanaf dag één starten in het AZC de taallessen en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. De regierol van gemeenten in deze doorlopende lijn begint met een brede intake. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk ontwikkelingsplan (PIP) opgenomen. De visie van het nieuwe wetsvoorstel – “iedereen doet mee, het liefst via betaald werk en daar moet de inburgering aan bijdragen” – sluit aan op het huidige beleid en de praktijk van GR De Bevelanden. Wij geloven in de mogelijkheden van de inburgeringsplichtigen en gaan daarvanuit. In onderstaand schema is weergegeven de uitwerking van de integrale aanpak in de nieuwe Wet Inburgering. Doel is een vlotte integratie in onze samenleving.

4

4 DOELGROEPEN De doelgroepen van de nieuwe Wet Inburgering zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning en die inburgeringsplichtig zijn. De drie doelgroepen zijn: vergunninghouders, gezinsmigranten en Turkse nieuwkomers De gemeente krijgt een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van deze doelgroepen. Het Rijk vindt het belangrijk dat migranten in het nieuwe inburgeringsstelsel meer steun en begeleiding kunnen krijgen dan nu het geval is. Prioriteit krijgen de verschillende leerroutes met de nadruk op het ontwikkelen van taalvaardigheid. Na het beschrijven van het Plan voor inburgering en participatie (PIP) is ‘de taal eigen maken’ een prioriteit voor het succesvol inburgeren. In onderstaande afbeelding zijn de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject schematisch weergegeven.

5 FINANCIËLE MIDDELEN VOOR DE INVOERING VAN DE WET INBURGERING Met het oog op invoering van de wet zijn verschillende geldstromen gerealiseerd om de implementatie en uitvoering mogelijk te maken. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. Een overzicht van alle financiële middelen wordt in bijlage III gegeven.

6 PLANNING EN TIJDSPAD De planning voor invoering van de nieuwe wet Inburgering loopt tot het laatste kwartaal van 2021. Vanaf 1 januari 2022 zal de wet worden uitgevoerd door de gemeenten en vanaf dat moment een wettelijke taak zijn.

7 ZEEUWSE SAMENWERKING IN KERNTEAM In het najaar van 2019 is een start gemaakt met de organisatie om de nieuwe wet Inburgering Zeeuws breed voor te bereiden. Vanaf de start zijn alle 13 Zeeuwse gemeenten betrokken bij de voorbereiding om deze wet op 1 januari 2022 uitvoering te gaan geven. Elke gemeente is vertegenwoordigd in het kernteam ‘Veranderopgave Inburgering’ welke maandelijks bij elkaar komt. Vanuit dit kernteam zijn een aantal werkgroepen samengesteld

5

die een onderdeel van de nieuw in te voeren wet voor hun rekening hebben genomen. Maandelijks worden de voortgang en de resultaten besproken. De beslispunten worden voorgelegd aan de VZG (tegenwoordig ‘bestuursvergaderingen OZO’).

8 WAT IS ER GEREALISEERD? In de voorbereiding richting de nieuwe Wet Inburgering is er inmiddels veel tot stand gebracht door het kernteam en de verschillende werkgroepen onder leiding van een provinciaal projectleider.. De werkgroepen hebben cruciale onderdelen uitgewerkt, zoals het ‘Persoonlijk plan Inburgering en Participatie’ (PIP), het ‘Participatieverklaringstraject’ (PVT), de ‘Module Arbeid en Participatie’ (MAP), en de verschillende routes die gevolgd kunnen worden bij de taalaanbieders. De resultaten van de werkgroepen zijn inmiddels in de bestuursvergaderingen van het Overleg Orgaan Zeeuwse Overheden (OZO) besproken.

9 WAT MOET ER NOG GEBEUREN? Hieronder een aantal vitale onderwerpen die komend jaar verder uitgewerkt moeten worden. In bijlage IV zijn alle onderdelen opgenomen in een planning en tijdspad (Q1 tot en met Q4 2021). Verordeningen en beleidsregels Naar verwachting zal de VNG ook in het kader van deze wet met modelverordeningen komen. Zoals dit meestal het geval is worden de verordening en beleidsregels in subregionaal verband opgepakt. We starten hiermee in het 1e kwartaal 2021. ICT De gegevens van de brede intake, PIP en MAP moeten worden vastgelegd in de systemen van de Suite. Hiertoe is uitbreiding noodzakelijk van de Centric-applicatie ‘suite4inburgering’. Met de Suite van Centric wordt nu volop gewerkt, uitbreiding door aankoop van de applicatie inburgering ligt voor de hand. Koppeling met DUO en IND Bij DUO vindt de centrale registratie van de inburgeringsresultaten plaats. Er komt een koppeling DUO / Centric, waarbij de gegevens vanuit DUO in Centric worden overgezet. Op dit moment kunnen wij DUO gegevens zien in een koppeling die DUO met Suwinet heeft. Het inburgeringsresultaat is medebepalend voor de IND om een permanente verblijfsvergunning te beoordelen. Naar verwachting zal de IND de informatie van DUO betrekken en niet rechtstreeks vanuit gemeenten. Financieel ontzorgen Intern zal het proces van ontzorgen nog moeten worden vormgegeven.

De bedoeling is dat de nieuwkomer gedurende een half jaar inzicht krijgt in zijn financiële huishouding. Taalaanbod Voor de gesprekken met de taalaanbieders is een ‘raamovereenkomst’ ontworpen. Deze overeenkomst kan door alle Zeeuwse gemeenten worden gebruikt en geeft de mogelijkheid om lokale wensen in de verschillende leerroutes op te nemen.

6

BIJLAGE I EEN OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN VOOR NIEUWE TAKEN

Brede intake (nieuw) Bij de brede intake wordt vroegtijdig een beeld gevormd van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtigen op het gebied van inburgering en participatie. In de brede intake moet verplicht gevraagd worden naar: leerbaarheid, motivatie/interesses, werknemersvaardigheden, opleiding, mate van zelfredzaamheid, praktische competenties, sociaal netwerk, digitale vaardigheden, fysieke- en mentale gezondheid, werkervaring en/of vrijwilligerswerk en gezinssituatie. Een vast onderdeel van de brede intake is de leerbaarheidstoets. Wij bepalen het moment waarop dit gebeurt. De toets wordt vooralsnog afgenomen door een onafhankelijke partij. Op termijn en onder voorwaarden kunnen gemeenten de leerbaarheidstoets zelf afnemen. De uitkomsten van de brede intake en de leerbaarheidstoets bepalen de leerroute die de inburgeraar gaat volgen. Hoe de leerbaarheidstoets moet worden afgenomen en de resultaten worden gewogen, is nu nog niet duidelijk. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) (nieuw) Na afronding van de brede intake stelt de gemeente, zoveel als mogelijk in afstemming met de inburgeringsplichtigen, binnen 10 weken het PIP op. Dit is altijd maatwerk en vertaald naar de einddoelen van de inburgering. In het PIP worden o.a. afspraken vastgelegd over de leerroutes, het financiële ontzorgen en zelfredzaamheid.

Doel is om uiteindelijk de aangescherpte werkwijze definitief te maken en in 2021 in het werkproces op te nemen. Participatieverklaringstraject (PVT) (aangepaste taak) Het participatieverklaringentraject is een bestaande taak en wordt nu uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. Via het participatieverklaringstraject maakt de inburgeraar kennis met de Nederlandse kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie. Denk hierbij aan gelijke rechten voor mannen en vrouwen, het recht om jezelf te ontplooien door onderwijs, het mogen kiezen van je partner en het recht om je eigen mening te uiten. Het PVT blijft onderdeel van de inburgering maar wordt in het nieuwe stelsel geïntensiveerd. De minimale duur is 12 uur. Een vast bestanddeel van het traject moet een excursie of activiteit zijn waarin aandacht is voor minimaal één van de kernwaarden. Het bestaande PVT wordt geëvalueerd en passen we aan met nieuwe elementen zodat deze in 2021 aan de nieuwe wet voldoet. Module arbeid en participatie (MAP) (nieuw) In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid om inburgeraars te begeleiden bij het oriënteren en participeren op de Nederlandse arbeidsmarkt. De oriëntatie is erop gericht om de competenties en arbeidskansen van de inburgeringsplichtigen op de (lokale) arbeidsmarkt in beeld te brengen en vaardigheden te leren over hoe men een baan vindt.

Gemeenten zijn verplicht hier een praktische invulling aan te geven Re-integratie (bestaand) De vijf gemeenten van GR de Bevelanden vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving, het liefst via betaald werk. Een groot deel van de vergunninghouders heeft ook recht op een uitkering. Hierdoor ontstaat er voor die doelgroep een samenloop met de Participatiewet. Bij de brede intake kijkt een consulent integraal naar de mogelijkheden van een inburgeraar en bepaalt samen met de klant welke leerroute gevolgd gaat worden. In het geval er dus sprake is van een uitkering kijkt de consulent ook naar de re-integratie mogelijkheden. Er vindt ook begeleiding richting (betaalde) arbeid plaats. Naast een beschikking uit de Participatiewet worden afspraken hierover ook vastgelegd in het PIP.

7

Maatschappelijke begeleiding (aangepaste taak) Maatschappelijke begeleiding is een bestaande taak en wordt nu uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit twee onderdelen. Eerste onderdeel is praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen (inkomen, afsluiten van contracten huur, gas, water licht en de zorgverzekering) en hulp na de huisvesting. Tweede onderdeel is voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving. Deze taak moet aan de hand van de nieuwe wet iets anders worden ingevuld. Het hoe is nog niet duidelijk. Dit moet nog landelijk in de lagere wetgeving beschreven worden. Maatschappelijke begeleiding is een breed begrip. Ook gezinsmigranten en Turkse nieuwkomers kunnen maatschappelijke begeleiding op diverse onderdelen nodig hebben. Een gemeentelijke consulent kan daar een rol in spelen en doorverwijzen naar andere relevante partijen. Hoe dit precies vorm kan krijgen moet in de komende periode onderzocht worden. Financiële zelfredzaamheid (bestaand) Financiële zelfredzaamheid betekent dat iemand weloverwogen keuzes maakt op een manier zodat zijn/haar financiën in balans zijn. Zowel op de korte als op de lange termijn. Daarvoor is het nodig dat zij/hij kennis heeft van het Nederlandse financiële systeem en van wat geld hier waard is.

Stimuleren van financiële zelfredzaamheid is een bestaande taak en wordt door Vluchtelingenwerk aangeboden. Financieel ontzorgen (nieuw en alleen voor de doelgroep vergunninghouders) Financieel ontzorgen betekent dat het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen wordt genomen. In deze nieuwe taak zijn gemeenten verplicht om alle bijstandsgerechtigde vergunninghouders 6 maanden te ontzorgen. Deze periode gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat. Het verplichte ontzorgen bestaat uit het vanuit de bijstandsuitkering betalen van: de huur, gas, water, stroom en de verplichte zorgverzekering. Deze onderdelen moeten in de periode na vestiging in de gemeente snel geregeld worden. Gemeenten mogen wel zelf weten hoe zij ontzorgen. Dat kan bijvoorbeeld via het direct uit de uitkering betalen van de vaste lasten of via het beheer van een budgetrekening. We moeten een keuze maken in hoe we willen ontzorgen.. En wie dit uitvoert. Kiezen we ervoor om de vaste lasten direct via de uitkering te betalen dan betekent dit een aanpassing in het administratieve proces. Bij financieel ontzorgen ontstaat een spanningsveld met financiële zelfredzaamheid. Dit omdat de bijstandsgerechtigde statushouder namelijk weinig zicht krijgt op de financiën wanneer de rekeningen automatisch betaald worden.

Men kan alleen financieel zelfredzaam worden als er ook voldoende aandacht uitgaat naar begeleiding en/of stimulering van financiële zelfredzaamheid. Naleving verplichtingen (nieuw) Gemeenten en DUO hebben beide een handhavende rol in het nieuwe stelsel. DUO stelt de inburgeringsplicht voor iedereen vast en handhaaft deze plicht. De gemeente handhaaft het PIP en het verloop van het inburgeringstraject en zet in op het behalen van de inburgeringsplicht binnen de daarvoor gestelde termijn. Deze taak is nieuw voor inburgering maar niet onbekend. We kennen namelijk al handhaving vanuit de Participatiewet. Gedurende het gehele inburgeringstraject monitoren wij tussentijds de ontwikkelingen en vorderingen van de uitvoering van het PIP. Met de inburgeringsplichtigen is periodiek contact om de voortgang van de inburgering op basis van het PIP te bespreken. Eventueel leggen wij een boete op bij het verwijtbaar niet nakomen van de verplichtingen.

8

BIJLAGE II DE NIEUWE LEERROUTES

Eén van de uitgangspunten is lokaal uitvoeren wat lokaal kan. Dit betekent dat we de (casus)regie en de duale component (participatie), de brede intake, PIP, voortgang en handhaving zelf uitvoeren. Bij het inrichten van de leerroutes is het belangrijk om in te zetten op een doorlopende leerlijn en duurzaam samen te werken met betrouwbare en flexibele partners. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de aanbesteding samen met de 13 Zeeuwse gemeenten opgepakt. Uiteindelijk wordt lokaal of (sub)regionaal ingekocht. B1-route Deze route is voor alle inburgeraars die taal niveau B1 kunnen halen. Volgens het ministerie van SZW stroomt 60% van de doelgroep in de B1 route in. Het doel van deze route is dat de inburgeraar zelfstandig kan participeren in de Nederlandse maatschappij. B1 is nodig voor een betere startpositie op de arbeidsmarkt. De B1-route bestaat uit een inburgeringscursus met taallessen en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). De taallessen zetten in op vier vaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Deze worden met een examen getoetst en centraal door DUO georganiseerd. De gemeenten zijn verplicht om een inburgeringscursus aan te bieden met het Blik op Werk-keurmerk. Inburgeren Bij het samenstellen van het cursusaanbod moeten we rekening houden met de verschillen tussen alle deelnemers.

Sommige inburgeraars kunnen snel het beoogde niveau en zelfs hoger halen, terwijl anderen het beoogde niveau niet halen of daar veel tijd voor nodig hebben. Het is daarom belangrijk om het cursusaanbod af te stemmen op verschillen in niveau, intensiteit en tijdstip. Ook het aanbieden van participatie-activiteiten in combinatie met taal is effectief en moet dus bij samenstelling rekening mee gehouden worden. Klassikaal les is een substantieel deel van het traject. De deelnemer doet veel zelf en op afstand (afstandsonderwijs). Verder onderzoeken we de combinatie van werken en toch de taal beter leren beheersen. Onderwijsroute Deze route is voor jonge inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn een opleiding in het Nederlandse onderwijs te volgen. Het doel van deze route is dat zij instromen in vervolgonderwijs op alle niveaus – van mbo tot hbo/wo. Onderdeel van de Onderwijsroute is een taalschakeltraject, een intensief traject om zo snel mogelijk niveau B1 of hoger te halen. Tegelijkertijd wordt de inburgeraar zo goed mogelijk voorbereid op instroom in het Nederlandse beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. Behalve voor het leren van de taal (ongeveer 1.000 uur) is er daarom aandacht voor rekenen, Engels en studievaardigheden (ongeveer 500 uur). Ook maken Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en loopbaanoriëntatie deel uit van het taalschakeltraject.

Een voltijds traject op relatief hoog leerniveau duurt gemiddeld anderhalf jaar. Omdat iedere inburgeraar een andere startpositie heeft en maatwerk belangrijk is, is het nodig om over de invulling van het taalschakeltraject met aanbieders in gesprek te gaan en afspraken te maken. Om doorstroom naar een bepaalde vervolgopleiding makkelijker te maken, is het bijvoorbeeld mogelijk een taalschakeltraject in te richten dat voorbereidt op een bepaalde vervolgopleiding. Landelijk wordt geadviseerd om te voorzien in meerdere instroommomenten per jaar. Inburgeraars komen immers het hele jaar door in de gemeente aan. Z-route De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Het gaat vaak om mensen die ook in hun land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad of om een andere reden een zeer lage leerbaarheid hebben. Op basis van de brede intake en leerbaarheidstoets wordt verwacht dat zij het niveau A2 niet binnen 3 jaar kunnen halen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10675969/1