Wijzigingsdocument Omgevingsvisie november 2021
Tekst van het document
• Aangetoond wordt dat de ontwikkeling bijdraagt aan de opgave omtrent het lozen van afvalwater.
26
• • •
Aangetoond wordt dat de ontwikkeling bijdraagt aan de opgave van een circulaire economie. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling rekening houdt met de bereikbaarheid en mobiliteit op een bedrijventerrein. Per geval beoordelen: ‘past het initiatief qua aard en omvang in de bestaande omgeving’.
Eventuele randvoorwaarden • Bij het (her)ontwikkelen van bedrijventerreinen wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik, om bovenstaande opgaven zo goed mogelijk te koppelen en hieraan bij te dragen. • Bij het (her)ontwikkelen van een bedrijventerrein zal rekening gehouden moeten worden met het inpassen in het omliggende landschap en eventuele natuurwaarden. • Biomassa wordt niet opgemerkt als duurzaam warmtealternatief (met andere woorden: geen houtkachels, verbrandingsovens, etc.). Uitgesloten activiteiten • Wanneer enkel en alleen het gebruik van duurzame energie wordt toestaan, dan zijn bepaalde activiteiten uitgesloten waarbij nu gas of een andere fossiele brandstof wordt gebruikt (alle processen die een hoge temperatuur vragen zoals crematoria, etc.). Afbakening van de locatie • Deze uitgangspunten en voorwaarden gelden voor zowel nieuwe als bestaande bedrijventerreinen (dus nieuwe ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen).
27
Kernen De gemeente bestaat uit 11 kernen, iedere kern heeft zijn eigen identiteit en karakteristieken. Het gezamenlijke uitgangspunt binnen alle kernen is een passende woning voor iedereen. Als het gaat om woningbouw dan zien we mogelijkheden voor ontwikkeling aan de randen van de kernen en hoogbouw, waarbij rekening wordt gehouden met open en landschappelijke karakter van het buitengebied. Binnen de kernen is er ruimte voor standplaatsen en kramen en bieden we ruimte voor recreatie, zoals het toestaan van horeca in de kernen.
28
Woningbouw Onderwerp/activiteit Woningen en woningbouw. Manier van sturen De manier van sturen bij bestaande woningen is gesloten. De manier van sturen bij woningbouw ontwikkelingen is een combinatienorm. Daarin dient de ontwikkeling bij te dragen aan de algemene doelstellingen binnen de kernen. Het uitgangspunt is het sturen op een goed woon- en leefklimaat, en dus maximale normen opnemen omtrent geluid, geur, trillingen, etc. die daar bij passen. Manier van toetsen Woningen: • Bestaande, legaal aanwezige (aantal) woningen bestemmen. • Werken met bouwvlakken. • Bestaande goot- en nokhoogtes leidend. • Maximale oppervlakte en/of volume opnemen. Woningbouw: • Per geval beoordelen: ‘past het initiatief qua aard en omvang in de bestaande omgeving’. • Op basis van de algemene doelstellingen van het gebiedstype randvoorwaarden en toetsingscriteria meegeven. • Geldt ook voor hoogbouwinitiatieven. Eventuele randvoorwaarden Een initiatief moet bijdragen aan de gestelde gebiedsdoelstellingen. Randvoorwaarde daarbij is dat het initiatief landschappelijk goed ingepast wordt en de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft of bij voorkeur zelfs verbetert. Uitgesloten activiteiten N.v.t. Afbakening van de locatie • Woongebied/Kern gebaseerd op de contour van bestaand stads- en dorpsgebied (BSD, provincie Zuid-Holland).
• Gebied ‘Woningbouw’ conform contour ‘Kernen’ uit Omgevingsvisie en/of op specifieke locaties waarvan we weten dat hier in de toekomst gebouwd gaat worden. • Overgangszone waar kern en buitengebied in elkaar overlopen en dus ook waar de normen qua bijvoorbeeld geluid en geur iets ruimer zijn, maar niet zo ruim als in het echte buitengebied.
Karakteristieke panden en gebieden Onderwerp/activiteit Karakteristieke panden (voorheen gemeentelijke monumenten) en gebieden (voorheen beschermde dorpsgezichten). Manier van sturen De manier van sturen is zowel open als gesloten. 29
Manier van toetsen Open: • Per geval beoordelen: ‘past het initiatief qua aard en omvang in de bestaande omgeving’. • Op basis van de algemene doelstellingen van het gebiedstype randvoorwaarden en toetsingscriteria meegeven. Gesloten: • Vergunningplicht als er iets wordt gesloopt van enige omvang. Bijvoorbeeld bij de herindeling van gevelopeningen of het plaatsen van een dakkapel wel, maar bij het plaatsen van zonnepanelen of het vervangen van een kozijn of voegwerk in dezelfde stijl niet. Eventuele randvoorwaarden Een initiatief mag geen afbreuk doen aan de beschermwaardige kenmerken van een karakteristiek pand of gebied. Afbakening van de locatie Aanduidingen opnemen op basis van lijst karakteristieke panden en gebieden. Panden: • Voor de karakteristieke panden gaat het alleen om de panden zelf zoals aangewezen. Eventuele bijgebouwen dienen buiten beschouwing gelaten te worden in het ‘karakteristieke’, tenzij deze expliciet zijn aangewezen of deel uitmaken van het geheel. Gebieden: • Vooral het aangezicht/straatbeeld en niet per se het achtererfgebied. Voor achtererfgebied een paar essentiële voorwaarden opnemen, maar niet zo zwaar als een beschermd gebied. Dit kan per karakteristiek gebied verschillen.
Horeca Onderwerp/activiteit Horeca-activiteiten. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm, met een afgebakend kader met voorwaarden voor horeca (categorieën) in de kernen en buitengebied. We sturen op maatwerk wat betreft locaties en voorwaarden voor (enkele) locaties in het buitengebied. Manier van toetsen • Aangetoond wordt dat de ontwikkeling/activiteit voldoet aan de aspecten van openbare orde. • Aangetoond wordt dat de ontwikkeling en activiteit voldoet aan de voorwaarde behorend bij de locatie en fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan de locatie en milieu, volgens bestemmingsplan/omgevingsplan. Eventuele randvoorwaarden • Categorieën en type horecabedrijven: commercieel en para commercieel/zelfstandig en ondergeschikt. • Op eigen inwoners geconcentreerd of op recreatie en/of agrarisch gerelateerd. 30
• •
Aantal horecabedrijven (totaal, per locatie, per categorie, per soort). Omgeving horecabedrijven; aspecten openbare orde zoals parkeren, milieu (o.a. geluid), etc.
Uitgesloten activiteiten • Zware horeca (discotheken) in de kernen. • Zelfstandige horeca bij agrarische bedrijven. Afbakening locatie: • Zones/subgebied voor de zware horeca. • Maximale geluidsniveaus. Aantal keer per mogelijkheid afwijken (nu 9 keer). • Omgeving horecabedrijven (parkeren, milieu (o.a. geluid en geur) en brandveiligheid). Toelichting • Uitgaan van het huidige aanbod horecabedrijven.
Standplaatsen en kramen Onderwerp/activiteit Standplaatsen (in de openbare ruimte en vanaf bedrijventerreinen) en venten. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm met voorwaarden voor markten, vaste en bedrijfsgebonden standplaatsen. We sturen op maatwerk voor wat betreft locaties en voorwaarden voor incidentele en seizoensgebonden standplaatsen. Daarnaast het vrij houden van venten (vergunningsvrij). Manier van toetsen • Rekening houdend met huidige standplaatsen; • Huidige locaties standplaatsen (weekmarkt, vast, incidenteel en seizoensgebonden). • Aangetoond wordt dat de ontwikkeling en activiteit voldoet aan de voorwaarde behorend bij de locatie en fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan de locatie en milieu. Eventuele randvoorwaarden • Aanvulling op huidig aanbod winkeliers (economische belangen niet meewegen). • Incidentele standplaatsen: toeristisch/seizoensgebonden product. • Aantal standplaatsen (totaal, per locatie, per categorie). • Vanaf bedrijventerrein: bedrijfsgebonden producten. • Soorten kramen (welstand, grootte, milieu (geur en geluid) en brandveiligheid). Met name bij viskramen, oliebollenkramen en snackwagens is de locatie van belang. • Omgeving standplaats (parkeren, brandveiligheid, geur en andere milieuaspecten). • Venten: ijs, koffie en eventuele snacks. Uitgesloten activiteiten • Nieuwe weekmarkt op een nieuwe locatie.
• Nieuwe weekmarkt en vaste standplaatsen met producten voor incidentele, seizoensgebonden standplaatsen en venten. Afbakening locatie: • Voor weekmarkten en vaste standplaatsen gaan we uit van het huidige aanbod. 31
Evenementen Onderwerp/activiteit Evenementen, zowel groot- als kleinschalig. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm voor wat betreft locaties en voorwaarden voor grootschalige/risicovolle evenementen 1. Sturen op maatwerk wat betreft locaties en voorwaarden voor kleinschalige/reguliere en meldingsplichtige evenementen. Manier van toetsen • Aangetoond op de evenementenkalender. • Nagaan risico-classificatie. • Er wordt voldaan aan het bestemmingsplan/omgevingsplan wat betreft fysieke leefomgeving (o.a. locatie, milieu) en evenementenbeleid qua aspecten openbare orde. Eventuele randvoorwaarden • Jaarlijks terugkerend en incidenteel. • Soort evenement: commercieel en niet-commercieel/ lokaal, regionaal en landelijk/ recreatieve evenementen. • Aantal evenementen (totaal, per locatie, per categorie, per soort). • Omgeving evenementen (aspecten openbare orde zoals parkeren, brandveiligheid en milieu). • In het kader van een speciale gelegenheid evenement toestaan. • Maximale geluidsniveaus. • Periode in het jaar, duur en tijdstippen. Uitgesloten activiteiten • Evenementen als circussen in de kernen en motorcross in het buitengebied. • Evenementen met een landelijk karakter (groter dan gericht op gemeente/regio).
Afbakening locatie: • Op bepaalde locaties grootschalige risicovolle evenementen toestaan (enkele locaties binnen de kernen en op weilanden (privéterrein)). • Zones/sub-gebied.
Bedrijvigheid in de kernen Onderwerp/activiteit Bedrijvigheid in de kernen. Met bedrijfsactiviteiten worden activiteiten bedoeld die zich richten op het bedrijfsmatig voorbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan instaleren en /of herstellen van goederen. Detailhandel, horeca en zelfstandige kantoren worden hier niet bedoeld met bedrijfsactiviteiten. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm. Nieuwe bedrijvigheid centraal in de kernen wordt niet toegestaan, sturen op maatwerk wat betreft mogelijke locaties aan de randen van de kernen. Huidige bedrijvigheid mag blijven bestaan, uitbreiding van bestaande bedrijvigheid wordt met maatwerk beoordeeld.
32
Manier van toetsen • Per geval beoordelen: ‘past het initiatief qua aard en omvang in de bestaande omgeving’. • Aangetoond wordt dat de ontwikkeling en activiteit voldoet aan de voorwaarden behorend bij de locatie en fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan de locatie en milieu. • Op basis van de algemene doelstellingen van het gebiedstype randvoorwaarden en toetsingscriteria meegeven. Eventuele randvoorwaarden • Impact op omgeving van bedrijvigheid (zoals parkeren, brandveiligheid en milieu). Uitgesloten activiteiten • Nieuwe bedrijvigheid centraal in de kernen. Afbakening locatie • Nieuwe bedrijvigheid is met maatwerk mogelijk aan de randen van de kernen.
33
Glastuinbouw In de glastuinbouwgebieden van onze gemeente zijn er verschillende opgaven en speelt de vraag hoe we daar mee om willen gaan richting de toekomst. Op verschillende niveaus wordt hier over gedacht en gesproken. Zo zullen er vanuit de gemeente binnenkort gesprekken met belanghebbenden worden georganiseerd om de opgaven verder te verkennen en bespreken. Er zal een apart traject gevoerd worden voor glastuinbouw, de uitkomsten daarvan zullen op een later moment worden toegevoegd aan het gebiedsgerichte programma. Zodoende zijn de vraagstukken rondom de glastuinbouw nog niet opgenomen in dit stuk.
34
Achtergrondinformatie In deze achtergrondinformatie worden enkele begrippen nader toegelicht.
Evenementen Bij de gebiedstypen veenweide en droogmakerijen is aangegeven dat evenementen zijn toegestaan die passen bij de schaal en aard van het gebied. In onze gemeente worden door onze inwoners een aantal evenementen jaarlijks georganiseerd, zoals bijvoorbeeld tentfeesten. Dergelijke evenementen blijven, afhankelijk van de geldende regelgeving, in principe mogelijk. Vaste evenementenlocaties in het buitengebied zijn niet nodig, er wordt per geval getoetst. Evenementen vinden in verschillende vormen plaats, van klein tot groot. Om te bepalen hoe kleinschalig of grootschalig een evenement wordt aangemerkt, wordt gekeken naar welke risico’s een evenement met zich meebrengt. Daarbij wordt gekeken naar soort evenement, duur, tijdstip, locatie, bereikbaarheid, doelgroep, aantal bezoekers, aanwezigheid risico-objecten (o.a. bouwwerken, milieuaspecten, brandveiligheid). Op basis van een risico-inventarisatie worden evenementen onderverdeeld in de categorieën: Melding, A-, B- of C-evenement. Evenementen waar geen tot weinig risico aan verbonden is, kunnen met een melding met vergunningsvrije voorwaarden worden afgedaan (bijv. straatbarbecues). A- en B-evenementen waar enig risico aan verbonden is, kunnen worden afgedaan met een vergunning met standaard voorschriften (bijv. hardloopwedstrijd, springkussenfestival en braderie).
Aan C-evenementen zitten de nodige risico’s, daarbij dient doormiddel van een vergunning en specifieke voorschriften maatwerk plaats te vinden (bijv. Veense Kermis en tentfeest). Voor deze laatste categorie is het met name van belang dat een evenementenlocatie daarvoor geschikt is om de genoemde risico’s te ondervangen.
Biodiversiteit Biodiversiteit is een ruim begrip. Kort samengevat is het de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen en de interacties daartussen. Aangezien dit overduidelijk te maken heeft met de fysieke leefomgeving, is het mogelijk om in een omgevingsplan regels te stellen die de biodiversiteit bevorderen. Dat kunnen allerlei verschillende soorten regels zijn. Bijvoorbeeld het verbieden van hoge beplanting in een weidevogelgebied. Of het verplichten om bijzondere houtwallen in stand te houden of deze te realiseren. Het is ook goed denkbaar om te regelen dat nieuwe initiatieven alleen mogelijk zijn als deze aantoonbaar een positieve bijdrage leveren aan biodiversiteit. Zo kunnen biodiversiteit en andere activiteiten zoals recreatie of bijvoorbeeld agrarische activiteiten elkaar versterken. Om te bepalen welke regels waar passend zijn, is het belangrijk om in beeld te hebben wat de doelstellingen van de gemeente zijn op het gebied van biodiversiteit en wat haalbaar is. Dat is per gebied verschillend. In een woonwijk als Braassemerland ga je logischerwijs anders om met biodiversiteit dan in het bijzondere gebied rond de Wijde Aa. Daarom zal bij de voorbereiding van het omgevingsplan per gebied moeten worden bepaald welke ambities de gemeente heeft op het gebied van biodiversiteit.
We brengen de komende tijd in kaart wat er zich qua biodiversiteit waar in de gemeente bevindt en welke kansen en uitdagingen daar liggen. Deze gegevens worden in samenspraak met natuurliefhebbers en biologen uit de omgeving verder uitgewerkt en op basis van die bevindingen zullen we de raad informeren en voorstellen doen. Hierbij is nog van belang dat de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om via het omgevingsplan financiële bijdragen te vragen voor verbetering van de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor aanpassing van de inrichting van het landelijk gebied voor verbetering van de landschappelijke waarden of voor de aanleg of verandering van aangewezen gebieden voor de bescherming van de natuur. Dit is nieuw ten opzichte van de Wet ruimtelijke 35
ordening. Bovendien worden er veel eisen aan gesteld. Uit onderzoek zal moeten blijken of deze mogelijkheden zich in Kaag en Braassem voordoen. Bij de voorbereiding van het omgevingsplan zal hiermee rekening worden gehouden.
Waterkwaliteit Inwoners en gebruikers vinden bruikbaar en beleefbaar water (inclusief recreatie) van groot belang. Het zorgen voor schoon en gezond water voor mens en natuur, nu en in de toekomst, is een kerntaak van het Hoogheemraadschap Rijnland. Onze gemeente heeft veel water en polders, waarbij de waterkwaliteit belangrijk is. Samen met Rijnland zal worden gekeken hoe dit ingepast kan worden in het Omgevingsplan.
Milieucategorieën Een bedrijf kan zich ergens vestigen als het bedrijf past binnen de milieucategorie die in het bestemmingsplan is vastgelegd. Nadat het bedrijf zich heeft gevestigd, moet het voldoen aan milieuregels. Bijvoorbeeld voor hoeveel geur of geluid het bedrijf mag veroorzaken. Die milieuregels staan niet in het bestemmingsplan. Die regels staan in de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit. Die regels zijn in het hele land hetzelfde. Dit wordt onder de Omgevingswet anders. De milieucategorieën bestaan straks niet meer. In plaats daarvan krijgt de gemeente de opdracht om zelf in het omgevingsplan de milieuregels te stellen. De landelijke milieuregels komen grotendeels te vervallen. De gemeente mag in het omgevingsplan zelf bepalen hoeveel geluid, geur, etc. een bedrijf in een bepaald gebied mag maken. Met die regels zorgt de gemeente er voor dat gevoelige gebouwen (zoals woningen) niet met meer hinder kunnen worden geconfronteerd dan wat de gemeente aanvaardbaar vindt. Omdat de gemeente zelf op deze milieuregels kan sturen, komt de noodzaak om per perceel te bepalen welk soort bedrijf zich mag vestigen voor een groot deel te vervallen. Want; ieder bedrijf moet zich aan de milieuregels houden. Een bedrijf dat meer geluid of geur veroorzaakt dan de gemeente in een bepaald gebied toestaat, kan zich daar dus eenvoudigweg niet vestigen.
Het bovenstaande neemt niet overigens niet weg dat in een omgevingsplan nog steeds beperkingen kunnen worden opgeworpen voor bepaalde soorten bedrijvigheid. Maar dat kan alleen als dat rechtstreeks relevant is voor de fysieke leefomgeving. Denk aan activiteiten die veel verkeer genereren of veel parkeervraag. Dergelijke activiteiten zijn vanwege hun invloed op de fysieke leefomgeving niet overal passend.
Bodemdaling Er zijn verschillende soorten bodemdaling. In onze gemeente hebben we met name te maken met bodemdaling door grond die inklinkt als gevolg van veenoxidatie en bodemdaling door (nieuwe) bebouwing. In het veenweidegebied daalt de bodem vooral door veenoxidatie. Daar komt een grote hoeveelheid CO2 bij vrij. In de droogmakerijen daalt de bodem met name vanwege bebouwing. Per gebied zal voornamelijk om die reden de aanpak om bodemdaling tegen te gaan verschillen. Bodemdaling kan versneld worden door intensief gebruik van de grond waardoor deze meer en vaker wordt blootgesteld aan zuurstof, of doordat de bodem extra wordt belast vanwege kunstmatige ophoging met zand of ander zwaar ophoogmateriaal. Het in de toekomst gebruiken van lichtere landbouwvoertuigen, vormen van landbouw waarbij het grondwaterpeil niet verlaagd hoeft te worden en de grond minder vaak in contact komt met zuurstof, het gebruik van lichtere ophogingsmaterialen en lichter bouwmateriaal, dragen bij aan het verminderen van bodemdaling. Verder kunnen innovatieve technieken, zoals wellicht drainage in combinatie met andere maatregelen, in de toekomst een rol spelen bij het tegengaan van bodemdaling. 36