Wijzigingsdocument Omgevingsvisie november 2021
Tekst van het document
Wijzigingsdocument Omgevingsvisie Gemeente Kaag en Braassem November 2021
In dit document zijn de wijzigingen op de Omgevingsvisie van Kaag en Braassem inzichtelijk gemaakt. Dit zijn de wijzigingen op de Omgevingsvisie die in oktober 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast zijn de gebiedsgerichte programma’s een toevoeging en verdere uitwerking van de Omgevingsvisie, deze programma’s zijn als bijlage toegevoegd aan dit wijzigingsdocument. De vastgestelde Omgevingsvisie kunt u hier vinden: publicatie op overheid.nl Ook zijn in dit document de voorgestelde wijzigingen meegenomen die voortkomen vanuit de inzageperiode en nota van beantwoording. Aan de hand van onderstaande pictogrammen is inzichtelijk gemaakt waar de wijzigingen vandaan komen en vervolgens is beschreven wat er wordt gewijzigd in de Omgevingsvisie. Huidige informatie/beleid kan/moet van een update worden voorzien Bij het opstellen van de gebiedsgerichte programma’s Taal- of stijlfout, kleine aanvulling, etc. Verdere uitwerking Omgevingsvisie Wijzigingen die voortkomen vanuit de inzageperiode van het wijzigingsdocument Omgevingsvisie
1
Waarom
Waar in de Omgevingsvisie Samenwerken in en aan Kaag en Braassem
Waar in het hoofdstuk Toevoegen aan specifieke uitgangspunten
Samenwerken in en aan Kaag en Braassem
Wijzigingen onder kopje regio
Wat wordt er gewijzigd Toevoegen: ‘Samenwerking werkt alleen als je elkaar kan vinden’ We Kijken[MvG1] naar (nieuwe) instrumenten die we inzetten om de samenwerking met inwoners en organisaties beter vorm te geven. Denk hierbij aan het Inwonerspanel, Openstad, Digitaal plein Kaag en Braassem, etc. we kijken per opgave/ project welke instrumenten het beste aansluiten bij de doelgroep. De volgende alinea: ‘Ook wij hebben met… t/m …. waar de samenwerking wordt voortgezet’, aanpassen in de volgende alinea: Ook wij hebben met veel omliggende gemeenten overlegd en samengewerkt. Zo hebben we in Holland Rijnland gewerkt aan de Regionale Omgevingsagenda. Holland Rijnland bestaat uit 13 gemeenten om ons heen: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. In de kern bespreekt de Regionale Omgevingsagenda hoe op een integrale wijze ruimtevragende functies en toekomstige opgaven een plek kunnen krijgen in onze regio. Een gezamenlijke visie helpt ons in de lobby met andere overheden zoals de provincie of het Rijk. Een ander voorbeeld van het gezamenlijk werken is dat we regionale opgaven goed in beeld hebben en de informatie van de verschillende onderwerpen als onderliggende kennis gebruikt kan worden voor ieders omgevingsvisie.
Omdat onze visie een groeidocument is, kan de informatie die we regionaal op doen worden gebruikt in de volgende Omgevingsvisie.
Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem
Pagina 19 > eerste alinea na de doelstellingen.
Ook de term ‘Hart van Holland’ in de laatste alinea aanpassen in ‘Holland Rijnland’. Schrappen van het woord ‘windturbines’ uit de opsomming en de volgende zin ‘komt die er niet, zoals nu gedeeltelijk het geval is, dan zijn de opties voor grootschalige opwek zeer beperkt en is de doelstelling een energieneutraal Kaag en Braassem niet langer realistisch’ aanpassen in ‘Tot op heden geeft de provincie Zuid-Holland geen toestemming voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit via windturbines in het Groene Hart. Hoewel er de komende periode nog aanvullend gezocht wordt naar de mogelijkheden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit, is doelstelling een energieneutraal Kaag en Braassem, op dit moment, niet realistisch.’
2
Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem
Pagina 19 > tweede alinea na de doelstellingen.
De volgende zin ‘hiervoor moet ruimte komen’ veranderen in ‘hiervoor moet sneller dan gedacht ruimte komen, mogelijk ook in Kaag en Braassem. De ontwikkelingen en groei gaan op het moment zo hard dat de kans dat andere opgaven zoals bijvoorbeeld woningbouw, op korte termijn in de knel kunnen komen vanwege de beperkte capaciteit van het net.’
Energie & Grondstoffen
Pagina 20 > meteen na de eerste zin.
Zin toevoegen na de eerste zin: ‘Deze RES is in 2021 officieel vastgesteld.’
Energie & Grondstoffen
Eventuele kleine tekstuele aanpassingen
Wonen in Kaag en Braassem
Inleiding p. 35
Inleiding (pagina 15) > verwijderen van het woord ‘ook’ in de tweede zin Inleiding (pagina 15) > de . van de derde zin veranderen in een : Achtergrond (pagina 16) > alle afzonderlijke zinnen in een opsomming zonder hoofdletter Rol gemeente Kaag en Braassem (pagina 17) > voor de opsomming een en dezelfde methode gebruiken (of een . en daarna een hoofdletter of een ; en dan geen hoofdletter Pagina 18 > ‘LED-verlichting’ vervangen door ‘ledverlichting’. Hier ‘evenredig’ aanvullen tot ‘evenredig aan de behoefte’.
Wonen in Kaag en Braassem
Onder ‘Passend in de omgeving’ p. 36
Dubbele aanhalingstekens wijzigen in enkele en extra enter achter ‘zoals:’ verwijderen.
Wonen in Kaag en Braassem
Onder ‘Rol gemeente Kaag en Braassem’ p. 37
In de eerste alinea ‘stimuleren om’ wijzigen in ‘stimuleren door’.
Wonen in Kaag en Braassem
Onder ‘Woningbouwplannen richten op de behoefte’ p. 38
•
Punt 1 van de opsomming in de tweede alinea aanvullen naar: ‘bijvoorbeeld zorg-/ seniorenwoningen (levensloopbestendig) en goedkope koop- of (sociale) huurwoningen (Regionale Woonagenda, 2018), maar ook middeldure huur- en betaalbare koopwoningen (t.b.v. jongeren/starters/middeninkomens);’
•
Derde alinea wijzigen naar: ‘We hebben met de regio Holland Rijnland afspraken gemaakt omtrent sociale woningbouw. 25% van het totale woningbouwprogramma per gemeente dient zodoende te bestaan uit sociale huurwoningen. Wij hebben zelf de doelstelling gesteld om 30% van de totale bouwproductie per jaar uit te voeren als sociale woningbouw: 25% sociale huur en 5% sociale koop. Die 5% sociale koop is eventueel in te wisselen voor 20% betaalbare koop (tot €250.000). Echter, vanwege de vele eisen/voorwaarden omtrent
3
(de toewijzing van) sociale woningbouw is het realiseren van sociale woningbouw binnen kleine woningbouwontwikkelingen (11 woningen of minder) ruimtelijk niet wenselijk of door regelgeving onmogelijk. Daarom wordt bij dergelijke plannen het percentage sociale woningbouw ‘afgekocht’ door de verschuldigde bijdrage te storten in het sociale vereveningsfonds. Met dit geld kan het fonds sociale woningbouwprojecten faciliteren door bijvoorbeeld grond te kopen of corporaties te helpen tot een sluitende exploitatie te komen. Bij woningbouwontwikkelingen van 12 woningen of meer is het percentage sociale woningbouw een harde eis en kan dit niet worden ‘afgekocht’. Het bouwen van huurwoningen gebeurt meestal in samenwerking met de woningcorporaties. De bouwplanning van sociale huurwoningen leggen we daarom vast in prestatieafspraken met die corporaties. Voor sociale woningen geldt de Doelgroepenverordening. Die geeft bijvoorbeeld aan dat de koopen huurwoningen toegewezen worden aan inwoners uit Kaag en Braassem met een beperkt inkomen en bepaalt dat deze respectievelijk minimaal tien en twintig jaar voor de juiste doelgroep(en) beschikbaar blijven.’ •
Wonen in Kaag en Braassem
Onder ‘Wat (is passend in de omgeving)?’ p. 42
In de vierde alinea tussen ‘netvlies.’ en ‘Wat’ de volgende tekst invoegen: ‘Zodra een woning als levensloopbestendig wordt aangevraagd, nemen we voorwaarden (o.a. drempelloos en brede deurkozijnen) hiervoor op in de vergunning. Daarnaast is ook het woningtype tiny house in opkomst. Als gemeente staan we positief tegenover dit woonconcept, al zullen we deze woonvorm niet snel zelf realiseren. Het is aan initiatiefnemers zelf om over te gaan op realisatie op een eigen stuk grond.’ In de tweede alinea: • ‘(hoger dan vier lagen)’ aanvullen tot ‘(hoger dan vier lagen dan wel 12/13 meter)’; • ‘als landmark of’ verwijderen; • Na ‘openbare ruimte.’ de volgende zin toevoegen: ‘Begin 2021 is de ‘Visie op hoogbouw en inbreiden/uitbreiden’ voor de hele gemeente vastgesteld, waarin dieper ingegaan wordt op wat wij als gemeente
4
verstaan onder hoogbouw en hierin komen ook alle aspecten waar aan getoetst zal worden aan de orde.’ Wonen in Kaag en Braassem
Onder ‘Nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van een gebied’ p. 43
Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem
Onder ‘Een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven zijn en blijven’ p. 47 Onder ‘Glastuinbouw’ p. 48
Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem Sociaal Kaag en Braassem
Onder ‘Schiphol’ p. 49
Sociaal Kaag en Braassem
Onder ‘Kaag en Braassem blijven profileren als recreatiegemeente’ p. 52 Bij ‘wat willen we bereiken?’ onder opgave ‘Bevorderen en beschermen van de gezondheid van onze inwoners’. Bij ‘wat willen we bereiken?’ onder opgave ‘het bieden van een goede basis en gelijke kansen voor kinderen’.
In de tweede alinea: • ‘lijstje van karakteristieke panden’ aanvullen tot ‘lijstje van karakteristieke panden (voorheen gemeentelijke monumenten)’; • ‘aangemerkt zijn als beschermd dorpsgezicht’ wijzigen in ‘aangemerkt zijn als karakteristiek gebied (voorheen beschermd dorpsgezicht)’. • In de eerste alinea ‘ondernemen’ wijzigen in ‘ondernemers’. • In de derde alinea ‘Zo is detailhandel’ wijzigen in ‘Detailhandel’. •
In de eerste alinea ‘uit het straatbeeld verdwijnen.’ aanvullen tot ‘uit het straatbeeld verdwijnen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de ruimte voor ruimte-regeling.’ • Na ‘vervolgstappen.’ de volgende tekst invoegen: ‘Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden voor percelen binnen het duurzame glastuinbouwgebied zonder toekomstperspectief. We gaan het gesprek aan met de provincie, de LTO en de Greenport om te kijken of we op dergelijke percelen die aan de woonkern grenzen bijvoorbeeld woningbouw (voor de juiste doelgroep) kunnen realiseren.’ De laatste zin van de eerste alinea wijzigen in: ‘Met de A4 en A44 heeft onze gemeente goede verkeersverbindingen met Schiphol, wat ook kansen biedt aan ondernemers in de (verblijfs)recreatieve/toeristische sector.’ • Tussen ‘uitgebreid’ en ‘Er’ een punt invoegen. • Extra enter toevoegen tussen ‘schaadt.’ en ‘Algehele’. ‘Volwassen’ aanpassen in ‘inwoners’ in onderstaande 2 passages: o een afname van het aantal volwassenen dat rookt; o een afname van het aantal volwassenen met overgewicht; Toevoegen van het volgende voorbeeld onder de doelstelling: ‘Kinderen moeten in een veilige omgeving kunnen opgroeien en een goede start kunnen maken in hun leven/ Daarom zetten we in op:’ o Integrale samenwerking en preventieve inzet rond de eerste 1000 dagen van een kind.
5
Gebiedstypen
Onder ‘Buitengebied’ p. 75
Extra spatie tussen ‘(aquathermie) en de bodem’ verwijderen.
Gebiedstypen
Kaart op p.76
De arcering agrarisch lint hoort niet bij de Groenwegh.Zie ook tekst pagina 82.
Gebiedstypen
Onder ‘Veenweide’ p. 77
Toevoegen van volgende uitgangspunt: Binnen het gebied is er ruimte voor dagrecreatie. Hiermee worden activiteiten bedoeld die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes die plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. Het voorbeeld ‘zelfstandige horeca’ weghalen bij het vierde uitgangspunt.
Gebiedstypen
Onder ‘Agrarische linten’ p. 78
Bij het eerste uitgangspunt ‘voornamelijk binnen de agrarische linten’ verwijderen.
Gebiedstypen
Onder ‘Specifieke uitgangspunten’ p. 78
Gebiedstypen
Onder ‘Wijde Aa zone’ p.79
Gebiedstypen
Onder ‘Wijde Aa zone’ p. 79
Punt 2 van de opsomming in de tweede alinea aanvullen naar: ‘Planologisch wordt er daarom, waar mogelijk, ruimte geboden op het gebied van geur, geluid, mestopslag en dierenverblijven. Dit mag echter niet ten koste gaan van het woon- en leefklimaat van omliggende woningen.’ Toevoegen van volgende uitgangspunt: Binnen het gebied is er ruimte voor dagrecreatie. Hiermee worden activiteiten bedoeld die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes die plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. Hier ‘verbindings-zone’ wijzigen in ‘verbindingszone’.
Gebiedstypen
Onder ‘Drechtzone’ p. 80
Gebiedstypen
Onder ‘Wat willen we bereiken?’ p. 81
• •
Hier ‘bebouwingslint’ wijzigen in ‘lint’. De zin ‘Het saneren van (agrarische) bedrijfsbestemmingen die incidenteel het lint onderbreken ten behoeve van kleinschalige woningbouw (bijv. ruimte voor ruimte) of natuurontwikkeling is wenselijk.’ als apart, derde punt van de opsomming maken. Bij het laatste punt van de opsomming de volgende zin toevoegen: ‘De opbrengsten van de recreatie worden vervolgens gebruikt om de natuur te onderhouden.’
6
Gebiedstypen
Gebiedstypen
Onder ‘Kernen’ p. 89
•
Onder ‘Centrum dorps’ p. 89
• • • •
Dorpsperspectief Roelofarendsveen/Oude Wetering
Tekst + kaartje
•
• • Dorpsperspectief Leimuiden
Tekst + kaartje
•
Dorpsperspectief Woubrugge
Tekst + kaartje
• •
•
• Dorpsperspectief Hoogmade
Tekst + kaartje
•
Na de laatste zin van de tweede alinea de volgende zin toevoegen: ‘Begin 2021 is de ‘Visie op hoogbouw en inbreiden/uitbreiden’ voor de hele gemeente vastgesteld, waarin alle aspecten aan bod komen waar een initiatief voor uitbreiding aan getoetst zal worden.’ In de derde alinea ‘Batenhof’ wijzigen naar ‘Batehof’. Extra enter toevoegen tussen ‘gebied.’ en ‘Wat’. ‘vanaf vijf bouwlagen’ aanvullen tot ‘vanaf vijf bouwlagen dan wel 12/13 meter’; ‘beschermde dorpsgezichten’ wijzigen naar ‘karakteristieke gebieden (voorheen beschermde dorpsgezichten)’. Zin wijzigen naar: ‘Voor dit gebied is met alle betrokken partijen hard gewerkt aan een “masterplan” waarin de nieuwe, toekomstbestendige indeling is vormgegeven. Hierbij is o.a. nagedacht over de toekomst van De Tweesprong en de mogelijkheden om een nieuw Integraal Kindcentrum (IKC) een plek in dit gebied te geven.’ ‘Masterplan’ wijzigen in ‘masterplan’ en ‘opgestemde’ wijzigen in ‘opgestelde’. Icoon Braassemboulevard wat verplaatsen naar boven/het noord(oost)en. Zin wijzigen naar: ‘Daarnaast is er een IKC gerealiseerd en wordt er hard gewerkt aan een impuls voor het dorpshart.’ Icoon ‘Ontwikkeling Integraal Kindcentrum’ verwijderen. Zin wijzigen naar: ‘De concrete woningbouwplannen aan de A.
de Graaflaan en langs de Elzenlaan (sociale woningbouw Van Egmond-terrein) zijn inmiddels gerealiseerd of in ieder geval in uitvoering.’ Tussen ‘komen.’ en ‘Ten’ de volgende zin invoegen: ‘Deze zal gerealiseerd worden op de huidige locatie van De Kinderkring en de locatie van Esselyckerwoude komt daarmee in aanmerking voor herontwikkeling.’ Linker icoon ‘Zoekgebied Integraal Kindcentrum’ verwijderen en tekst in legenda wijzigen naar ‘Ontwikkeling Integraal Kindcentrum’. Zin wijzigen naar: ‘Zo zijn er bijvoorbeeld tien sociale woningen gerealiseerd ten noorden van de brede school en wordt Hoogmadese Wetering ontwikkeld.’ en de extra spatie tussen ‘ontwikkeld.’ en ‘De’ verwijderen.
7
•
Zin wijzigen naar: ‘Na het afbranden van een deel van de OLV Geboortekerk aan de Kerkstraat is er nagedacht over een mogelijke nieuwe invulling van de locatie. Inmiddels is er besloten dat de kerktoren herbouwd zal worden en zijn er enkele woningen voorzien in de pastorie.’ • De extra enters tussen de twee alinea’s verwijderen en aan het einde de volgende zin invoegen: ‘Het wordt wenselijk geacht om de laatste (agrarische) bedrijfsbestemmingen in en rondom de kern te wijzigen naar bijvoorbeeld woningbouw.’ • Icoon ‘Nadenken over invulling kerklocatie’ wijzigen in ‘Herbouw OLV Geboortekerk’. Icoon zelf ook aanpassen. • Icoon ‘Ontwikkeling Integraal Kindcentrum’ verwijderen. Tekst bij icoon woningbouw wijzigen naar ‘Potentiële woningbouwontwikkeling’.
Dorpsperspectief Rijpwetering/Oud Ade
Kaartje
Dorpsperspectief Kaag
Tekst + kaartje
Dorpsperspectief Nieuwe Wetering
Tekst
Dorpsperspectief Bilderdam
Kaartje
Icoon ‘Saneren laatste (agrarische) bedrijfspercelen’ verplaatsen naar beneden, aan de linkerkant strak tegen het icoon ‘Aanlegplaatsen’ aan.
Bijlage Omgevingsvisie
n.v.t.
Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem
Onder specifieke uitgangspunt ‘een goede, schone en gezonde luchtkwaliteit’ op pag. 33.
Aan de hand van de gebiedsgerichte programma’s hebben de verschillende gebiedstypen een verdere uitwerking gekregen. Deze zijn te vinden in bijlage 1. In de tweede alinea worden na het woord ‘behouden’ de volgende woorden toegevoegd: ‘en te streven naar verbetering’. Dat levert onderstaande zinssnede op: ‘De opgave voor de lange termijn is tot een evenwichtige ontwikkeling te komen van luchthaven en omgeving. Belangrijk is om de balans te
•
Zin wijzigen naar: ‘Echter, van een brug en/of een rondweg op het eiland is op dit moment geen sprake.’ • Tekst wijzigen naar: ‘Op dit moment zijn er vier (potentiële) woningbouwontwikkelingen bekend: Julianalaan 55, 55a en 57, herontwikkeling van Hotel Orion (Julianalaan 19-19a), Julianalaan 68-70 en herontwikkeling van de voormalige camping (Irenelaan 3a). Deze ontwikkelingen bevinden zich elk in een verschillend stadium. In overleg met de initiatiefnemers brengen we de plannen in procedure.’ • Tekst bij icoon wijzigen naar ‘‘Potentiële woningbouwontwikkeling’ en zo’n icoon toevoegen op locatie Hotel Orion. Zin wijzigen naar: ‘Met de komst van een hospice is een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan.’
8
behouden en te streven naar verbetering tussen leefbaarheid voor inwoners en het behoud van het internationale netwerk op Schiphol.’ Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem
Onder specifieke uitgangspunt ‘een goede, schone en gezonde luchtkwaliteit’ op pag. 33
Gebiedstypen
Onder ‘Kagerplassen-gebied’ op pag. 81
Gebiedsgerichte programma’s
Onder gebiedstype ‘Droogmakerijen’
Achter de laatste zin onder dit uitgangspunt wordt de volgende zin toegevoegd: ‘De gemeente draagt dit standpunt actief uit richting het ministerie en Schiphol’. Onder het kopje ‘wat willen we bereiken’ passen we de volgende zin aan: ‘Het karakteristieke landschap van het kagerplassen-gebied behouden met extra aandacht voor (het herstellen van) de biodiversiteit.’ Deze zin wordt aangepast naar: ‘Het karakteristieke landschap inclusief de bijbehorende cultuurhistorische waarden van het Kagerplassen-gebied behouden met extra aandacht voor (het herstellen van) de biodiversiteit.’ Het begrip integrale landschapsvernieuwing wordt uit de zin “versnippering van de ruimtelijke eenheid wordt voorkomen door droogmakerijen als geheel te behandelen, bijvoorbeeld door per polder prioriteit te geven aan landschapsbehoud, integrale landschapsvernieuwing of waterberging” gehaald.
9
Bijlage 1: Gebiedsgerichte programma’s
November 2021 Gemeente Kaag en Braassem
Inhoud De programma’s en manieren van sturen .............................................................................12 Buitengebied ........................................................................................................................13 Buitengebied – Veenweidegebied .................................................................................14 Buitengebied – Droogmakerijen ....................................................................................16 Buitengebied – Kagerplassen ........................................................................................18 Buitengebied – Agrarische linten ...................................................................................19 Buitengebied – Wijde Aa zone.......................................................................................21 Buitengebied – Drechtzone ...........................................................................................22 Nieuwe (agrarische) bedrijfswoningen ...........................................................................23 Bedrijventerreinen ................................................................................................................24 Milieucategorieën ..........................................................................................................25 Grootschalige detailhandel
............................................................................................25 Bedrijfswoningen ...........................................................................................................25 (Her)ontwikkelen bedrijventerreinen ..............................................................................26 Kernen .................................................................................................................................28 Woningbouw .................................................................................................................29 Karakteristieke panden en gebieden .............................................................................29 Horeca ..........................................................................................................................30 Standplaatsen en kramen..............................................................................................31 Evenementen ................................................................................................................32 Bedrijvigheid in de kernen .............................................................................................32 Glastuinbouw .......................................................................................................................34 Achtergrondinformatie
..........................................................................................................35 Evenementen ................................................................................................................35 Biodiversiteit ..................................................................................................................35 Waterkwaliteit ................................................................................................................36 Milieucategorieën ..........................................................................................................36 Bodemdaling .................................................................................................................36
De programma’s en manieren van sturen In dit document vindt u een uitwerking van de gebiedsgerichte programma’s. De gebieden die in deze programma’s worden uitgewerkt zijn gebaseerd op de gebiedstype die in de Omgevingsvisie zijn benoemd. Per gebiedstype zijn de meest belangrijke onderwerpen en activiteiten op hoofdlijnen benoemd. Aanvullend daarop is ook een eerste invulling gegeven aan de mogelijkheden binnen deze gebieden. Het gebiedsprogramma geeft de Omgevingsvisie verder vorm en geeft richting naar het Omgevingsplan. Een van de onderdelen van het gebiedsgerichte programma is om inzichtelijk te maken hoe er wordt gestuurd in een gebied of bij een onderwerp. Hieronder zijn de definities weergegeven van de verschillende normen zoals die in de programma’s worden gebruikt. Gesloten norm Als er een gesloten norm wordt gebruikt dan bestaat het toetsingskader uit meetbare normen. Een gemeente maakt hiervan gebruik omdat zij grip wil houden op de precieze voorwaarden waaronder een bepaalde activiteit in de fysieke leefomgeving wordt verricht. Er is een aanleiding om dit te vatten in meetbare begrippen of er is geen andere mogelijkheid (denk aan sommige milieunormen). Hierbij kan gedacht worden een maximale bouwhoogte en voorgeschreven afmetingen zoals die veel voorkomen in bestemmingsplannen.
Open norm Als er een open norm wordt gebruikt, dan geeft het toetsingskader ruimte voor de toetsers/gemeente. Daarmee laat een gemeente over het algemeen meer ruimte in de beoordeling. Omdat er misschien minder noodzaak is om dit aspect te toetsen aan ‘harde’ cijfers of omdat er bewust wordt gekozen dit onderdeel los te laten en aan de markt over te laten. ‘’Nieuwe woningen in het buitengebied passen binnen de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige structuur’’ is een voorbeeld van een open norm die ruimte laat voor interpretatie maar die niet per se alles toestaat. Combinatie/Combinatienorm Er kan ook voor een combinatie worden gekozen tussen open en gesloten. Dan geldt dat er bij het formuleren van de norm wel ruimte wordt gelaten voor een afweging/interpretatie per initiatief, maar dat er bijvoorbeeld wel een boven- of ondergrens (in cijfers) wordt meegegeven. Hoe wil je als gemeente sturen? Het kiezen voor een open of voor een gesloten norm zegt niet direct iets over of je streng of minder streng toetst. Een open norm kan ook streng zijn en een gesloten norm kan best veel ruimte laten. De keuze voor een open of gesloten norm sluit aan op de gekozen sturingsfilosofie van de gemeente.
12
Buitengebied De gemeente bestaat voor veruit het grootste deel uit wat men noemt, buitengebied. Het is een uitgestrekt gebied, dat vanwege deze grootte, is opgedeeld in verschillende sub-gebieden. De groene uitstraling van het gebied is kenmerkend. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en activiteiten per sub-gebiedstype beschreven. De lijsten met genoemde activiteiten (later in dit document) voor het veenweidegebied en de droogmakerijen zijn hetzelfde. In beide sub-gebieden zijn dezelfde activiteiten toegestaan, maar de mate waarin (het schaalniveau) is anders. Het veenweidegebied is landschappelijk waardevoller dan de droogmakerijen en in die zin minder geschikt voor grootschalige activiteiten. Daarom staat er in het overzicht van activiteiten bij het veenweidegebied de volgende toevoeging: “Hoofddoel: Beschermen van de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit en activiteiten die daar binnen zijn toegestaan.” Het verschil tussen beide gebieden is dus vooral de schaal van de activiteiten, waarbij kleinschalige activiteiten beter in het veenweidegebied passen om zo het landschap te beschermen. Die bescherming vindt zijn oorsprong verder in de waardering van het open landschap.
Omdat droogmakerijen voornamelijk agrarisch productielandschap zijn, leent het veenweidegebied zich meer voor recreatie/toerisme (extensief: wandelen/fietsen/varen, molens etc.) en wordt het open landschap daar nadrukkelijker beleefd, waardoor kleinschalige activiteiten er voor de hand liggen.
13
Buitengebied – Veenweidegebied Het veenweidegebied kenmerkt zich door grillige verkaveling met verspreide bebouwing, linten, ingeklonken veen en water. Het gebied heeft een recreatieve waarde en er liggen kansen voor (het herstel van) de biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling door veenoxidatie. Het is noodzakelijk om het nemen van technische (innovatieve) maatregelen tegen bodemdaling mogelijk te maken om (jonge) boeren een toekomstperspectief te geven. (Neven)activiteiten zijn toegestaan, mits de landschappelijke structuur en kwaliteit van het veenweidegebied op zijn minst gelijk blijft. Bij voorkeur leveren (neven)activiteiten een bijdrage aan de biodiversiteit, het tegengaan van bodemdaling en/of recreatieve waarde. Dit kan direct door de (neven)activiteit zelf, of indirect door elders die bijdrage in te vullen. De gemeente staat positief tegenover nieuwe vormen van landbouw en wil hierin, waar mogelijk, ruimte geven. Typering gebied – basis voor het toetsingskader Het veenweidegebied in Kaag en Braassem wordt gekenmerkt door grillige, blokvormige verkaveling met verspreide bebouwing en een zeer waterrijk karakter. Vermoedelijk liggen hier de oudste veenontginningen van het Groene Hart (circa 8 e eeuw). In de polder liggen brede poldersloten en boezemwateren tussen dijken.
Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van het veenweidegebied op zijn minst gelijk blijft. Deze landschappelijke structuur en kwaliteit wordt kwalitatief beschreven. Activiteiten in het gebied Hoofddoel: Beschermen van de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit en activiteiten die daar binnen zijn toegestaan. Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Het uitoefenen van agrarische bedrijven. • Bedrijfswoningen en plattelandswoningen. • Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven; bijvoorbeeld veearts, kinderboerderij, verhuur van kano’s, roeiboten of fietsen, boerderijwinkel, bed & breakfast, poldersport, etc. • Vervolgfunctie van agrarische bedrijven; bijvoorbeeld paardenstalling, zorgboerderij, tentoonstellingsruimte, kampeerboerderij, etc. • Dagrecreatie; activiteiten die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag.
• Kleinschalige of ondersteunde horeca, zoals bijvoorbeeld een koffie-/theehuis of een dagzaak. • Evenementen1 die passen bij de aard en schaal van het gebied (gericht op gemeente/regio en hooguit een paar keer per jaar; hieronder vallen bijvoorbeeld de jaarlijkse tentfeesten). • Innemen van een standplaats voor bijvoorbeeld het verkopen van ijsjes.
1
In de achtergrondinformatie wordt een toelichting gegeven op de verschillende categorieën van evenementen.
14
Uitgesloten activiteiten • Nieuwe HMC bedrijven (hogere milieucategorieën, vanaf categorie 4.2). • Zelfstandige kantoren. • Zelfstandige detailhandel. • Grootschalige vormen van horeca, bijvoorbeeld een discotheek. • Activiteiten die bodemdaling versterken. • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen Landschappelijk toetsingskader: • Handhaven en versterken van het specifieke karakter van de blokverkaveling door het in stand houden en beleefbaar houden van bestaande sloten en specifieke blokvorm van de kavels. • Het waterrijke, meer kleinschalige karakter en de minder draagkrachtige bodem vragen om een terughoudende en subtielere omgang met de landschappelijke kenmerken (in vergelijking met de droogmakerijen zonder restveen). Schaalvergroting ligt hier minder voor de hand, maar zal altijd per geval bekeken worden. Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet wenselijk. • Watergangen dienen waar mogelijk te worden voorzien van ecologisch interessante oevers om de biodiversiteit2 te verhogen. • Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot verdichting van het open landschap. Het aanbrengen van bijvoorbeeld hoog opgaande beplanting of nieuwe bebouwing buiten bestaande erven is niet gewenst.
• Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Naast het landschappelijke toetsingskader toetsen we de activiteiten aan de doelstellingen die voor dit gebied zijn opgesteld op het gebied van bodemdaling, biodiversiteit en natuur. Voor het veenweidegebied is aangegeven dat bodemdaling zoveel mogelijk dient te worden tegengegaan. De natuur en de biodiversiteit staan onder druk en dienen daarom zoveel mogelijk beschermd en waar mogelijk hersteld te worden. Bij (nieuwe) (neven)activiteiten in het gebied dient hier rekening mee te worden gehouden. Dit zal per geval worden beoordeeld, waarbij gekeken wordt in hoeverre dit direct in de activiteit zelf is verwerkt of er indirect een positieve bijdrage kan worden geleverd. Er kan een verdienmodel ontstaan voor grondeigenaren waarin natuur en landbouw samengaan. •
• •
2
Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten dienen in principe geen negatieve effecten te hebben op de aanwezige natuur en biodiversiteit en bodemdaling niet te bevorderen. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten (als alternatief verdienmodel) die bodemdaling (door veenoxidatie) tegengaan mogen in principe doorgang vinden. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten/ontwikkelingen die een positieve impact hebben op de gekozen doelsoorten in het veenweidegebied en de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit, mogen in principe doorgang vinden.
Het begrip biodiversiteit en de mogelijkheden wordt verder toegelicht in de achtergrondinformatie.
15
Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking. Dit zal per geval worden beoordeeld. Afbakening van de locatie • Veenweidegebied.
Buitengebied – Droogmakerijen De droogmakerijen kenmerken zich door de grootschalige open polders, met begrenzing door ringdijken- en vaarten. Het is een visueel open landschap met basisverkaveling. Elke droogmakerij heeft een eigen ordening, maat en kavelgrootte. Het gebied heeft een recreatieve waarde en er liggen kansen om de natuur en biodiversiteit te herstellen en/of te vergroten. Bij voorkeur leveren (neven)activiteiten hieraan een positieve bijdrage. Dit kan direct door de (neven)activiteit zelf, of indirect door elders die bijdrage in te vullen. Meer recreatieve verbindingen in het gebied zijn gewenst. Typering gebied – basis voor het toetsingskader De droogmakerijen zijn grootschalige open polders, ontstaan uit natuurlijke meren en verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open, grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte/breedte-verhouding zijn uniek. Een aantal droogmakerijen is niet geheel uitgeveend.
Ten opzichte van de droogmakerij met klei als ondergrond is het veenweidegebied met veen in de ondergrond waterrijker, vaak kleinschaliger van opzet (vooral de kavelmaat) en is de bodem minder draagkrachtig. Dit is terug te zien in het gebruik en het beeld van de droogmakerijen. Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van de droogmakerij op zijn minst gelijk blijft. Deze landschappelijke structuur en kwaliteit wordt kwalitatief beschreven. Activiteiten in het gebied Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Het uitoefenen van agrarische bedrijven. • Bedrijfswoningen en plattelandswoningen. • Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven; bijvoorbeeld veearts, kinderboerderij, verhuur van kano’s, roeiboten of fietsen, boerderijwinkel, bed & breakfast, poldersport, etc. • Vervolgfunctie van agrarische bedrijven; bijvoorbeeld paardenstalling, zorgboerderij, tentoonstellingsruimte, kampeerboerderij, etc. • Dagrecreatie; activiteiten die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. • Kleinschalige of ondersteunde horeca, zoals bijvoorbeeld een koffie-/theehuis of een dagzaak.
16
• •
Evenementen1 die passen bij de aard en schaal van het gebied (hieronder vallen bijvoorbeeld de jaarlijkse tentfeesten). Innemen van een standplaats voor bijvoorbeeld het verkopen van ijsjes.
Uitgesloten activiteiten • Nieuwe HMC-bedrijven (hogere milieucategorieën, vanaf categorie 4.2). • Zelfstandige kantoren. • Zelfstandige detailhandel. • Grootschalige vormen van horeca, bijvoorbeeld een discotheek. • Activiteiten die bodemdaling versterken. • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen Landschappelijk toetsingskader: • Respecteren en versterken van de samenhang tussen alle onderdelen van het droogmakerijlandschap: kavelstructuur, wegen, waterlopen en – waar van toepassing – de molens. Bij nieuwe ontwikkelingen vormen de bestaande ruimtelijke eenheden van de droogmakerijen de leidraad. Versnippering van de ruimtelijke eenheid wordt voorkomen door droogmakerijen als geheel te behandelen, bijvoorbeeld door per polder prioriteit te geven aan landschapsbehoud of waterberging. • Behoud van de (ring)dijk en/of -vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. • Er is ruimte voor nieuwe functies, mits deze bijdragen aan een duurzame waterhuishouding, natuurontwikkeling en/of recreatieve aantrekkelijkheid.
• Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij en worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, binnen de strakke verkaveling, grootschalig, met groene omzoming, behoud van zeer ruime doorzichten met ingetogen gebruik van kleur en gebiedseigen beplanting. • De landbouw is drager van de landschappelijke kwaliteiten. Schaalvergroting is passend bij deze droogmakerijen. Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet wenselijk. Behoud van de eenvoudige, rechte structuur van de polderwegen haaks op de hoofdontsluiting is wenselijk. Polderwegen dienen passend van aard, maat en schaal te zijn en doorkruising van bestaande slotenpatronen dient vermeden te worden. • Watergangen dienen waar mogelijk te worden voorzien van ecologisch interessante oevers om de biodiversiteit2 te verhogen. • Nieuwe eenvoudige recreatieve verbindingen door het gebied zijn gewenst. Naast het landschappelijke toetsingskader toetsen we de activiteiten aan de doelstellingen die voor dit gebied zijn opgesteld op het gebied van bodemdaling, biodiversiteit en natuur. De natuur en de biodiversiteit staan onder druk en dienen daarom zoveel mogelijk beschermd en waar mogelijk hersteld te worden. Bij (nieuwe) (neven)activiteiten in het gebied dient hier rekening mee te worden gehouden.
Dit zal per geval worden beoordeeld, waarbij gekeken wordt in hoeverre dit direct in de activiteit zelf is verwerkt of er indirect een positieve bijdrage kan worden geleverd. Er kan een verdienmodel ontstaan voor grondeigenaren waarin natuur en landbouw samengaan. •
•
Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten dienen in principe geen negatieve effecten te hebben op de aanwezige natuur en biodiversiteit en bodemdaling niet te bevorderen. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten (als alternatief verdienmodel) die bodemdaling tegengaan mogen in principe doorgang vinden. 17
•
Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten/ontwikkelingen die een positieve impact hebben op de gekozen doelsoorten in de droogmakerijen en de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit, mogen in principe doorgang vinden.
Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking. Dit zal per geval worden beoordeeld.
Afbakening van de locatie • Droogmakerijen.
Buitengebied – Kagerplassen De Kagerplassen kenmerken zich door de verschillende veenmeren met een netwerk van kleinere watergangen. Er is onregelmatige verkaveling die blokvormig is. Het is een druk recreatiegebied. Activiteiten zijn mogelijk in het gebied, mits de structuur en kwaliteit van het Kagerplassen-gebied niet worden geschaad. Bij voorkeur leveren activiteiten een bijdrage aan de landschappelijke waarden van het gebied. Typering gebied – basis voor het toetsingskader Het gebied de Kagerplassen is een samenhang van natuurlijke veenmeren, die omzoomd worden door een netwerk van kleine rietsloten en vaarten. Het gebied strekt zich uit over verschillende gemeenten. In onze gemeente vallen de wateren Kever, Spijkerboor, Sever, Koppoel, Kleipoel, Hanepoel en het Vennemeer onder het Kagerplassen-gebied. Het unieke aan dit gebied is de onregelmatige verkaveling van de veenweidepolders en een groot aantal molens. In tegenstelling tot andere veenweidegebieden in Zuid-Holland zijn de kavels niet lang en smal, maar blokvormig. Dit duidt op een ontginning uit de vroege middeleeuwen, waarmee dit gebied de oudste veenontginning in het Groene Hart zou zijn. De vele brede poldersloten, bekade boezemwateren en het grote aantal vaak nog functionerende molens herinneren aan de problemen die men hier gehad heeft met de afwatering.
Het Kagerplassen-gebied is een gebied met twee gezichten, want er wordt op dit moment ook al veel gerecreëerd. Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van het Kagerplassen-gebied niet geschaad wordt en op zijn minst gelijk blijft. Bij voorkeur levert de activiteit juist zelfs een bijdrage aan (de versterking van) deze waarden van het gebied. Activiteiten in het gebied Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Dagrecreatie binnen de extensieve recreatiegebieden. Activiteiten die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. • Verblijfsrecreatie binnen de intensieve recreatiezones.
18
Uitgesloten activiteiten • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen Landschappelijk toetsingskader: • Behouden en versterken van de kwaliteiten en de samenhang hiertussen (veenmeren, onregelmatig verkavelde veenweidepolders, waterlopen, kades en molens). • In stand houden van de markante hoogteverschillen tussen de veenstromen en het ingeklonken veenweidegebied. • In stand houden van de gave vroegmiddeleeuwse blokvormige verkaveling. • Experimenteren met natuurinclusieve recreatie, waarbij we recreatieve ontwikkelingen stimuleren die aansluiten bij de cultuurhistorische geschiedenis en geen afbreuk doen aan de landschappelijke waarden. De opbrengsten uit de recreatie (kunnen) worden gebruikt om de natuur te onderhouden. Naast het landschappelijke toetsingskader toetsen we de activiteiten aan de doelstellingen die voor dit gebied zijn opgesteld op het gebied van bodemdaling, biodiversiteit en natuur. De natuur en de biodiversiteit staan onder druk en dienen daarom zoveel mogelijk beschermd en waar mogelijk hersteld te worden. Het gebied is gevoelig voor bodemdaling. Bij (nieuwe) (neven)activiteiten in het gebied dient hier rekening mee te worden gehouden.
Dit zal per geval worden beoordeeld, waarbij gekeken wordt in hoeverre dit direct in de activiteit zelf is verwerkt of er indirect een positieve bijdrage kan worden geleverd. •
• •
Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten dienen in principe geen negatieve effecten te hebben op de aanwezige natuur en biodiversiteit en bodemdaling niet te bevorderen. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten (als alternatief verdienmodel) die bodemdaling tegengaan mogen in principe doorgang vinden. Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten/ontwikkelingen die een positieve impact hebben op de gekozen doelsoorten in de droogmakerijen en de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit2, mogen in principe doorgang vinden.
Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking. Dit zal per geval worden beoordeeld. Afbakening van de locatie • Kagerplassen-gebied (contour kroonjuweel provincie Zuid-Holland); werkingsgebied binnen het veenweidegebied. Een deel van het gebied intensief en een ander deel extensief. • •
Extensief: de Kleipoel, de Hanepoel, Spijkerboor, Sever en Kever. Intensief: Kaag-eiland, de Koppoel en het Vennemeer.
Buitengebied – Agrarische linten De agrarische linten kenmerken zich in het buitengebied door een dichtere bebouwing. Er is een mix van functies aanwezig. Nieuwe (niet-agrarische) bedrijfsactiviteiten zijn binnen deze
19
linten niet wenselijk en moeten zoveel mogelijk op bedrijventerreinen gerealiseerd worden. Activiteiten horen de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit niet te schaden. Typering gebied – basis voor het toetsingskader In het buitengebied zijn er enkele linten door de jaren heen ontstaan, die zich onderscheiden van het open landschap door een hogere bebouwingsdichtheid. De agrarische linten worden gekenmerkt door een mix van functies. Naast de agrarische activiteiten kennen ze ook woon, bedrijfs- en recreatieve bestemmingen. Er is dus sprake van het beter benutten van de bebouwde ruimte en functiemenging (het combineren van stedelijke functies met recreatieve en groene functies). Er wordt bij uitstek in deze linten gestreefd naar een verweving van functies. Voor (agrarische) bedrijven die gaan stoppen geldt dat er verschillende mogelijkheden zijn; hierbij valt te denken aan de ruimte voor ruimte-regeling of vervolgfuncties binnen de bestaande opstallen. Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van de agrarische linten niet geschaad wordt en op zijn minst gelijk blijft. Bij voorkeur levert de activiteit juist zelfs een bijdrage aan (de versterking van) deze waarden van het gebied.
Activiteiten in het gebied Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Het uitoefenen van agrarische bedrijven. • Bedrijfswoningen, plattelandswoningen en incidenteel een burgerwoning. Uitgesloten activiteiten • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen • Uitgangspunt is dat bestaande bedrijvigheid niet beperkt mag worden. Nieuwe (nietagrarische) bedrijfsactiviteiten zijn binnen deze linten, net als in het gehele buitengebied, niet wenselijk en moeten zoveel mogelijk op de bedrijventerreinen gerealiseerd worden. • Versterking/verbetering van de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit 2 wordt ook gezien als ruimtelijke kwaliteitswinst. • Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten (als alternatief verdienmodel) die bodemdaling tegengaan mogen in principe doorgang vinden. • Nieuwe recreatieve of agrarische (neven)activiteiten dienen in principe geen negatieve effecten te hebben op de aanwezige natuur en biodiversiteit en bodemdaling niet te bevorderen. Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking. Dit zal per geval worden beoordeeld.
Afbakening van de locatie • De agrarische linten; werkingsgebieden binnen het veenweidegebied en de droogmakerijen: Ofwegen, Van Klaverweijdeweg, Zuidweg, Willem van der Veldenweg, Herenweg en Boekhorsterweg.
20
Buitengebied – Wijde Aa zone De Wijde Aa zone kenmerkt zich door de loop van een lang recreatielint tussen verschillende kernen. Het is een doorgaande recreatieroute, rondom de route zijn voorzieningen als horeca. Het gebied heeft een belangrijke functie als ecologische verbindingszone. Er is daarom (extra) ruimte voor natuurontwikkeling. Er is geen ruimte voor activiteiten die de natuur en biodiversiteit schaden. Het gebruik is extensief. Typering gebied – basis voor het toetsingskader Vanaf Leiderdorp tot aan Nieuwkoop loopt een lang recreatielint waarbij de verbinding tussen water en land voorop staat. Dit lint loopt langs de zuidoever van de Does, de Kromme Does, de Wijde Aa, het Braassemermeer en de Leidsche Vaart. Het is een doorgaande recreatieroute voor fietsers en wandelaars, met bijbehorende voorzieningen. Zo zijn er horecagelegenheden in de dorpen. Een groot deel van de Wijde Aa zone is aangemerkt als NatuurNetwerk Nederland en heeft daardoor een belangrijke functie als ecologische verbindingszone. Binnen de Wijde Aa zone is dan ook (extra) ruimte voor natuur(ontwikkeling). Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van de Wijde Aa zone niet geschaad wordt en op zijn minst gelijk blijft.
Bij voorkeur levert de activiteit juist zelfs een bijdrage aan (de versterking van) deze waarden van het gebied. Activiteiten in het gebied Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Activiteiten die bijdragen aan het beschermen van de natuurwaarden. • Dagrecreatie; activiteiten die gericht zijn op ontspanning in de vrije tijd, zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag. Uitgesloten activiteiten • Activiteiten die de natuurwaarde en bijbehorende ecologische waarden kunnen schaden. • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen • In principe is er geen ruimte voor ontwikkelingen in bestaande ecologische verbindingszones die een negatieve impact hebben op de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit2. • Activiteiten die een bijdrage leveren aan (de versterking van) de waarden van het gebied kunnen mogelijk doorgang vinden. Dit wordt per geval beoordeeld. • Activiteiten die een bijdrage leveren aan de natuur en biodiversiteit in het gebied kunnen mogelijk doorgang vinden. Dit wordt per geval beoordeeld. Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking.
Dit zal per geval worden beoordeeld. Afbakening van de locatie • Wijde Aa zone; werkingsgebied binnen het veenweidegebied en de droogmakerijen. • Beperkingengebieden: NatuurNetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied. 21
Buitengebied – Drechtzone De Drechtzone kenmerkt zich door een gebied met een hoge natuurwaarde. Het is een lang lint met woningen op het bovenland en agrarische bedrijven in de polder. Het is bovendien een recreatieve route. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van het gebied niet worden geschaad. Activiteiten met een bijdrage aan het beschermen van natuurwaarden bovenaan de dijk zijn in principe mogelijk. Typering gebied – basis voor het toetsingskader De Drechtzone is een langgerekt lint met een hoge natuurwaarde. Verspreid langs het lint staan woningen op het bovenland afgewisseld met agrarische bedrijven in de polder. Het is een recreatieve route voor fietsers, wandelaars en watersporters. Veel van de gronden bovenaan de dijk herbergen natuurwaarden. De agrarische bedrijven (zowel akkerbouw als veeteelt) onderlangs de dijk hebben vooral een agrarische functie, maar incidenteel hebben zij ook een recreatieve functie. Zo zijn er bed & breakfasts, worden consumpties of streekproducten verkocht in een boerenlandwinkel of kampeermogelijkheden aangeboden. Manier van sturen De manier van sturen is open. Activiteiten zijn toegestaan, mits de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van de Drechtzone niet geschaad wordt en op zijn minst gelijk blijft.
Bij voorkeur levert de activiteit juist zelfs een bijdrage aan (de versterking van) deze waarden van het gebied. Activiteiten in het gebied Toegestane activiteiten • Alle legaal aanwezige bestaande activiteiten. • Activiteiten die bijdragen aan het beschermen van de natuurwaarden bovenaan de dijk. Uitgesloten activiteiten • Bovenaan de dijk zijn alle activiteiten die niet zijn gericht op natuur(behoud) buiten de aanduiding ‘Kernen’ uitgesloten. • Activiteiten die direct conflicteren met de gebiedsvisie, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Manier van toetsen • Er is beperkt ruimte voor recreatie met aandacht voor het behouden van flora en fauna. • Er is geen ruimte voor ontwikkelingen in bestaande ecologische verbindingszones die een negatieve impact hebben op de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit en natuur. Eventuele randvoorwaarden • Bij nieuwe recreatieve en agrarische (neven)activiteiten dient rekening te worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking. Dit zal per geval worden beoordeeld. Afbakening van de locatie • Drechtzone; werkingsgebied binnen de droogmakerijen.
22
Nieuwe (agrarische) bedrijfswoningen Als het gaat om het toestaan van nieuwe agrarische bedrijfswoningen wordt gekeken naar de volwaardigheid van het bedrijf. Bij het beoordelen of een bedrijf een volwaardig agrarisch bedrijf betreft wordt altijd advies ingewonnen bij de agrarische beoordelingscommissie (ABC). De definitie van volwaardig agrarisch bedrijf die deze commissie hanteert sluit aan bij de definitie die de provincie Zuid-Holland hanteert, namelijk: ‘agrarisch bedrijf dat naar aard, omvang en redelijkerwijs te verwachten continuïteit en gelet op de arbeidsbehoefte als zodanig moet worden aangemerkt; de omvang omvat ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen’. Naast volwaardigheid wordt er ook gekeken naar de doelmatigheid en noodzakelijkheid. De praktijk leert dat vaak niet voldoende kan worden aangetoond dat deze noodzaak aanwezig is. Ondanks dat er in het programma is gekozen voor een positieve formulering (ja, mits), zal naar verwachting in de praktijk vaak de conclusie zijn dat de bedrijfswoning niet gerealiseerd kan worden. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm, omdat er wordt getoetst aan zowel kwalitatieve en kwantitatieve normen. Manier van toetsen Een nieuwe agrarische bedrijfswoning is toegestaan, mits; • het een volwaardig agrarisch bedrijf betreft.
Hiervan is sprake als het agrarische bedrijf naar aard, omvang en redelijkerwijs te verwachten continuïteit en gelet op de arbeidsbehoefte als zodanig moet worden aangemerkt; de omvang omvat ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen. • de noodzakelijkheid en doelmatigheid van de woning aangetoond kan worden. Om de noodzakelijkheid en doelmatigheid aan te tonen zal de initiatiefnemer inzicht moeten geven in de bedrijfsvoering. Aangetoond moet worden dat permanente aanwezigheid een reëel belang dient, bijvoorbeeld als anders de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt of alleen op die manier calamiteiten kunnen worden voorkomen. Eventuele randvoorwaarden • Bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegestaan. Uitgesloten activiteiten • Bedrijfswoningen mogen niet gesplist worden in meerdere zelfstandige wooneenheden. • Bedrijfswoningen mogen niet bewoond worden door derden. • De bedrijfswoning mag geen belemmering vormen voor omliggende (agrarische) bedrijven. • Niet-agrarische bedrijfswoningen worden in principe uitgesloten in het buitengebied. Afbakening van de locatie • Bovenstaande geldt voor het hele buitengebied.
23
Bedrijventerreinen In de gemeente zijn de volgende bedrijventerreinen aanwezig: Veenderveld, De Lasso Noord en Zuid en Drechthoek. Het is van belang om op deze terreinen een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven te zijn en blijven. Bedrijfsactiviteiten staan dan ook centraal op deze terreinen, zonder dat dit het goede woon- en leefklimaat van de nabijgelegen kernen schaadt. Bedrijfswoningen worden in principe dan ook niet toegestaan. Wanneer nieuwe bedrijventerreinen worden ontwikkeld stellen we voorwaarden om andere opgaven te koppelen, denk hierbij aan toepassingen voor het versterken van de biodiversiteit of een bijdrage aan de duurzaamheidsopgave.
24
Milieucategorieën Onderwerp/activiteit Inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft tot gevolg dat de voorheen in bestemmingplannen vastgelegde toegestane milieucategorieën als toetsingskader wegvallen en er nieuwe sturings- en beoordelingsinstrumenten voor in de plaats moeten komen3. Dit zal in de nadere uitwerking op basis van maatwerk en in het omgevingsplan op te nemen verplichtende voorwaarden vorm krijgen. Manier van sturen De manier van sturen is gesloten. Vastgehouden wordt om de bestaande milieucategorieën, die in de bestemmingsplannen zijn vastgelegd, zo goed mogelijk over te nemen in de nog op te stellen milieuregels van het Omgevingsplan. Manier van toetsen De manier van toetsen zal, bij het opstellen van de milieuregels voor het Omgevingsplan, zoveel mogelijk worden ingericht als de bestaande milieucategorieën. Bij het toetsen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan geur, geluid en trillingen.
Grootschalige detailhandel Onderwerp/activiteit Vestiging van nieuwe grootschalige detailhandel (zoals auto’s, boten, caravans, keukens, tuincentra, meubelbedrijven) wordt als onwenselijk beschouwd aangezien de toegevoegde waarde van nieuwe grootschalige detailhandel voor de bedrijventerreinen er in principe niet is. Manier van sturen De manier van sturen is gesloten. Vestiging van (nieuwe) grootschalige detailhandel is niet toegestaan op de bedrijventerreinen in de gemeente, om op deze manier een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven te zijn en blijven. Mocht er, in een enkel en lokaal geval toch een initiatief zijn, dan zal er onderzocht worden in hoeverre het mogelijk is. Het betreft hier maatwerk.
Bedrijfswoningen Onderwerp/activiteit Het toestaan van nieuwe bedrijfswoningen binnen een bedrijventerrein. Legaal bestaande bedrijfswoningen behouden hun rechten, zoals bijvoorbeeld op het Veenderveld. Manier van sturen De manier van sturen is een combinatienorm. Bedrijfswoningen zijn toegestaan als de noodzakelijkheid en doelmatigheid van de woning wordt aangetoond, zodat het bedrijventerrein een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven blijft. Manier van toetsen • Om te beoordelen of een bedrijfswoning is toegestaan moet worden gekeken naar de vraag of de bedrijfswoning noodzakelijk is en dat het een doelmatige bedrijfsvoering dient. 3
In de achtergrondinformatie wordt een verdere toelichting gegeven op de wijzigingen m.b.t. de milieucategorieën in de Omgevingswet.
25
•
Om dit aan te kunnen tonen zal er door de initiatiefnemer inzicht moeten worden gegeven in de bedrijfsvoering. Aangetoond moet worden dat permanente aanwezigheid een reëel belang dient, bijvoorbeeld als anders de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt of alleen op deze manier calamiteiten kunnen worden voorkomen.
Eventuele randvoorwaarden • Per bedrijf is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Uitgesloten activiteiten • Bedrijfswoningen mogen niet gesplist worden in meerdere zelfstandige wooneenheden. Hiermee voorkom je wildgroei van woningen op je bedrijventerreinen die er mogelijk voor kunnen zorgen dat de bedrijfsactiviteiten gehinderd worden. • Bedrijfswoningen mogen niet bewoond worden door derden. Hiermee wordt bedoeld dat een bedrijfswoning alleen bewoond mag worden door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvestiging daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming en het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein. Zo wordt voorkomen dat er personen komen wonen die geen binding hebben met de bedrijfsactiviteit. • De bedrijfswoning mag geen belemmering vormen voor andere bedrijven op het bedrijventerrein. Hiermee voorkom je dat de doelstelling van het gebied zoals opgenomen in de visie wordt gehinderd. Afbakening van de locatie • Geldt voor het gehele gebiedstype bedrijventerrein.
(Her)ontwikkelen bedrijventerreinen Onderwerp/activiteit Het (her)ontwikkelen van bedrijventerreinen in relatie tot andere opgaven. Manier van sturen De manier van sturen is open. Er wordt meer gestuurd op een aantal voorwaarden bij het (her)ontwikkelen van bedrijventerreinen. Het primaire doel binnen de bedrijventerreinen is het aantrekkelijk zijn en blijven voor bedrijven. Echter bij het (her)ontwikkelen van bedrijventerreinen zien we ook de noodzaak om andere opgaven op te nemen. Manier van toetsen • De ontwikkeling draagt bij aan de doelstelling van het zijn en blijven van een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven. • Aangetoond wordt dat onderzocht is hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de opgave van energietransitie. Als de ontwikkeling geen bijdrage levert aan deze opgave, wordt gemotiveerd waarom het niet haalbaar is om een bijdrage te leveren. • Aangetoond wordt dat onderzocht is hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de opgave van bodemdaling. Als de ontwikkeling geen bijdrage levert aan deze opgave, wordt gemotiveerd waarom het niet haalbaar is om een bijdrage te leveren. • Aangetoond wordt dat onderzocht is hoe de ontwikkeling bijdraagt aan de opgave van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Als de ontwikkeling geen bijdrage levert aan deze opgave, wordt gemotiveerd waarom het niet haalbaar is om een bijdrage te leveren.