Toelichting Verordening Sociaal Domein 2024
Tekst van het document
Artikel 62 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college kan de uitvoering van de wet, met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten van de cliënt, door aanbieders laten verrichten (artikel 2.11 lid 1, van de Wmo). Met het oog op gevallen waarin dit ten aanzien van een voorziening gebeurt, moeten bij verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 lid 1 van de Wmo). Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening dient te houden. Hiermee wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van de reële kostprijs voor de activiteiten die het college door aanbieders wil laten uitvoeren. Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet dat past bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten minste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen.
Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden. Artikel 65 Beschikkingstermijn schuldhulpverlening Vanaf 1 januari 2022 moet door de gemeenteraad zijn vastgelegd binnen welke termijn een beschikking voor schuldhulp wordt afgegeven. Toelichting 65a. Vroegsignalering schulden Sinds 1 januari 2021 is vroeg-signalering een wettelijke taak. Met dit artikel wordt deze wettelijke taak verankerd in de gemeentelijke regelgeving. Met de vaste lasten partners zijn afspraken gemaakt d.m.v. overeenkomsten. Om vroeg- signalering verder te versterken worden er steeds meer afspraken gemaakt met ook andere schuldeisers. De in de wet genoemde partners zijn dan ook niet limitatief. Artikel 64 Hardheidsclausule Dit artikel voorziet in een mogelijkheid voor het college om af te wijken van het bepaalde in de verordening als strikte toepassing van de verordening een onevenredige benadeling van betrokkene
tot gevolg heeft gelet op het doel van de regelgeving. In de Participatiewet is al voorzien in voldoende mogelijkheden om af te wijken van de hoofdregels.
Artikel 66 Meldingsregeling calamiteiten en geweld In artikel 3.4, eerste lid, van de Wmo is bepaald dat de aanbieder bij de toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet meteen melding doet van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden en van geweld bij de verstrekking van een voorziening. In artikel 6.1 van de wet is bepaald dat het college personen aanwijst die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. In aanvulling op het bovenstaande regelt artikel 65 van deze verordening dat er door het college een regeling wordt opgesteld over het doen van meldingen en dat de toezichthoudend ambtenaar deze meldingen onderzoekt en het college adviseert over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Overeenkomstig het vierde lid kan het college bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Hoofdstuk 9 Inspraak en clientenparticipatie Artikel 68 Cliëntenparticipatie Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 3 van de Wmo, artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 47 van de Participatiewet. In het eerste lid is verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening.
Op deze manier wordt gewaarborgd dat er eenzelfde inspraakprocedure geldt voor de diverse beleidsvelden binnen het sociaal domein. De inspraak geldt voor alle inwoners. Dit is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning. Met het derde lid wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. Artikel 69 Klachtenregeling De gemeente is op grond van de Algemene wet bestuursrecht in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn. In het eerste lid is een bepaling opgenomen over het gemeentelijke klachtrecht. Deze bepaling is niet verplicht op grond van deze wet en is hier opgenomen om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten te geven. Gelet op het van toepassing zijnde hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin een uitvoerige regeling over klachtbehandeling is gegeven, en ook het recht is neergelegd om na de afhandeling van de klacht de bevoegde ombudsman te vragen een onderzoek in te stellen, kan in deze verordening met de eenvoudige bepaling van het eerste lid in dit artikel worden volstaan.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 70 Citeertitel In het kader van de integrale benadering en de keuze om binnen de beleidsvelden van het sociaal domein één verordening vast te stellen, is gekozen voor een citeertitel, waaronder de drie beleidsvelden van de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet, te rangschikken zijn.