TOE Leimuiden, Tuinderij 25 juni 2021
Tekst van het document
Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland
Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft de veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Voor voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Tuinderij Leimuiden Ontwerp kaderstellend. Het voorkómen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. In het Waterbeheersplan (WBP5) geeft Rijnland richting aan het waterbeheer in de periode 2016-2021. Dit is een uitwerking van het coalitieakkoord (2015), waarin het bestuur van Rijnland de koers voor de komende jaren heeft uitgezet. In maart 2016 is het WBP5 vastgesteld. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Keur en beleidsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: • • • •
waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden.
Maar ook aan: • •
onttrekken en lozen van grondwater; aanbrengen van verhard oppervlak.
Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij horende uitvoeringsregels. De Keur gaat uit van een “ja, tenzij” benadering; handelingen met een klein risico vallen onder de zorgplicht en kunnen zonder vergunning of melding worden uitgevoerd. Voor handelingen met een groter risico of in expliciet benoemde situaties zijn er algemene regels met voorwaarden van kracht of is een watervergunning vereist. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Hemelwater Indien een toename van het verhard oppervlak plaats vindt, dient de initiatiefnemer een oppervlak ter grootte van minimaal 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak te reserveren voor extra open water. Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem. In overleg met het hoogheemraadschap is het mogelijk om de compensatie-eis voor verhard oppervlak te verminderen door alternatieve maatregelen toe te passen. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater.
Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het Hoogheemraadschap van Rijnland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Uit de beoordeling is gebleken dat de normale procedure van toepassing is (bijlage 6). Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt daarom voor advies toegezonden naar het Hoogheemraadschap. Het plangebied is in de huidige situatie volledig onverhard. Hemelwater wordt op de bestaande watergangen rondom het plangebied afgevoerd. Het afvalwater wordt via een gescheiden systeem op het bestaande riool aangesloten. 6.2.3
Conclusie
Op de ontwikkeling is de normale procedure van toepassing. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt daarom voor advies toegezonden naar het Hoogheemraadschap. Deze paragraaf wordt te zijner tijd aangevuld met het advies van het Hoogheemraadschap.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het wijzigingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Specifiek voor het peil geldt de volgende definitie: 1.25 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld voor het begin van de bouw.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Tuinderij Leimuiden Ontwerp Gelet op de ligging van het pand tegen het dijklichaam wordt uitgegaan van de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld. Op onderstaande afbeelding is dit met de blauwe lijn aangegeven.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming;
In paragraaf 7.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
• Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. • Algemene bouwregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven met betrekking tot ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. • Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor strijdig gebruik en parkeren. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
• Algemene procedureregels (Artikel 12) In dit artikel worden algemene procedureregels, in het geval van het toepassen van de algemene wijzigingsbevoegdheid omschreven. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Groen (Artikel 3) De gronden aan de zijde van de Raadhuisstraat en Tuinderij hebben deze bestemming gekregen. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, wandel- en fietspaden en speelvoorzieningen. Daarnaast is binnen deze bestemming een terras van maximaal 125 m2 toegestaan. Verder is ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ een parkeerterrein ten behoeve van de woonzorginstelling toegestaan. Maatschappelijk (Artikel 4) De gronden ter plaatse van de bebouwing en het achterliggende erf zijn voorzien van een maatschappelijke bestemming.
Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor wonen in een woonzorgvoorziening en daarbij behorende dagbesteding. Hieraan ondergeschikt zijn tuinen, erven en terreinen, wegen, paden en bermen, waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan. Het hoofdgebouw dient binnen het aangeven bouwvlak te worden gebouwd. De maximale bouwhoogte bedraagt 13 meter. Bijbehorende bouwwerken dienen ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ te worden gebouwd. Waarde – Archeologie – 3 (Artikel 5) Deze dubbelbestemming is opgenomen overeenkomstig het ontwerpbestemmingsplan ‘1e herziening , Buitengebied Oost’. De gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor bodemingrepen tot 2.500 m2 en niet dieper dan 30 cm beneden maaiveld geldt een vrijstelling van de onderzoeksplicht. Waterstaat – Waterkering (Artikel 6) Deze dubbelbestemming is opgenomen overeenkomstig het ontwerpbestemmingsplan ‘1e herziening , Buitengebied Oost’. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - primair bestemd voor de waterkering.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd zal een overeenkomst worden gesloten omtrent het kostenverhaal. Deze paragraaf wordt te zijner tijd aangevuld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 9
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het hoogheemraadschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Zuid-Holland
Het plan zal aan de provincie Zuid-Holland worden voorgelegd in het kader van het wettelijk vooroverleg. 9.1.3
Hoogheemraadschap van Rijnland
Het plan zal aan het Hoogheemraadschap van Rijnland worden voorgelegd in het kader van het wettelijk vooroverleg. 9.1.4
Veiligheidsregio Hollands Midden
Het plan is voor vooroverleg toegezonden naar de Veiligheidsregio Hollands Midden. De veiligheidsregio Hollands Midden heeft geadviseerd over de ontwikkeling. Het volledige advies is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. In paragraaf 5.4.2 van deze toelichtings is reeds ingegaan op dit advies, hiernaar wordt verwezen.
9.2
Inspraak
Gelet op de aard en omvang van het project is een voorontwerpbestemmingsplan achterwege gelaten. Initiatiefnemer Dagelijks Leven heeft een algemene informatieavond georganiseerd. Als gevolg daarvan is er samen met de gemeente Kaag en Braasem een informatieavond georganiseerd voor direct omwonenden.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf zal worden ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 2
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 3
Advies Veiligheidsregio Hollands Midden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 4 Akoestisch onderzoek zwembad
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 5
Stikstofdepositieberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Tuinderij Leimuiden Ontwerp
Bijlage 6
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57