CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.1884.BPZWARTEWEG8-VAS1

Gemeenteraad 18 maart 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Zwarteweg 8, Oud Ade.21.049 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Boerenzwaluw -

In het projectgebied zijn geen nesten van de boerenzwaluw vastgesteld.

Rugstreeppad -

In en rond (<500m) het projectgebied is de aanwezigheid van rugstreeppad uitgesloten.

Met betrekking tot overige soorten wordt opgemerkt: -

Algemene broedvogels zoals kauwen en houtduif zijn aangetroffen, hiervoor geldt dat er buiten het broedseizoen gewerkt moet worden. Er dient een ecologische werkprotocol opgesteld te worden waarin de mitigerende maatregelen omschreven worden. Voor alle soorten geldt de Zorgplicht, als men zich houdt aan het ecologisch werkprotocol wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen voor niet onderzochte soorten.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 49 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade Samenvattend: Bij het realiseren van het voorgenomen herstructureringsproject en het daarbij uitvoeren van de geplande sloop van gebouwen 1, 4 en 5 wordt een overtreding van de Wet natuurbescherming begaan in verband met de aanwezige mussenverblijven. Hiervoor dient een ontheffing te worden aangevraagd middels een aanvraag voorzien van een volledige motivatie en een bijbehorend mitigatieen activiteitenplan. Er dient een ecologische werkprotocol opgesteld te worden waarin de mitigerende maatregelen omschreven worden. Ontheffing Wnb instandhouding

artikel 3.3 lid 4:

Alternatievenafweging – Wettelijk belang – Gunstige staat van

Een conceptaanvraag ontheffing Wnb wordt binnenkort ingediend bij het bevoegd gezag Wet natuurbescherming, de Omgevingsdienst Haaglanden. T.b.v. deze ontheffingsaanvraag is een Mitigatieen Compensatieplan Huismus voor het projectgebied opgesteld. (De Aquanoom B.V., 31 augustus 2023 (Zie bijlage 7 bij deze toelichting). In dit plan wordt ingegaan op de aspecten: alternatievenafweging, wettelijk belang en gunstige staat van instandhouding. Alternatievenafweging Gezien de aard van de geplande werkzaamheden (sloop) is er geen alternatieve oplossing mogelijk. Echter worden de werkzaamheden zo gepland dat negatieve effecten geminimaliseerd worden op basis van de Zorgplicht (Artikel 1.1 Wnb) en het Kennisdocument Huismus van BIJ12. Wettelijk belang De voorgenomen werkzaamheden dienen het wettelijk belang “in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid” en “ter bescherming van flora en fauna”. Omdat er geen onderhoud meer gepleegd wordt aan de stallen kan verwacht worden dat deze achteruitgegaan en uiteindelijk in verval kunnen raken. Gezien de directe ligging aan de openbaar toegankelijke weg kan het verval gevolgen hebben voor de openbare veiligheid. Het verval van de stallen zal nadelige gevolgen hebben voor de huismus.

Met de huidige klimaatverandering en de warmere zomers zullen de nestlocaties steeds ongeschikter worden omdat de warmte niet uit de afgesloten stallen weg kan, met als gevolg dat jongen het broedseizoen niet overleven. Tijdens de winter zijn geen koeien meer aanwezig waardoor de stallen te koud worden. Hierdoor zal de populatie van de huismussen achteruit gaan en zoeken deze elders een verblijfplaats, waardoor er druk komt de staan op de lokale populatie. Gunstige staat van instandhouding De voorgenomen werkzaamheden mogen niet leiden tot een verslechtering van de gunstige staat van instandhouding van de huismus. In de nieuwe situatie worden permanente verblijfplaatsen gerealiseerd, direct aangrenzend aan het projectgebied. Deze verblijfplaatsen zijn huismusvriendelijker en robuuster dan de huidige verblijfplaatsen. Door het verwijderen van de schuren komt er meer oppervlakte beschikbaar welke in het nieuwe plan een groene natuur-inclusieve bestemming krijgt. Hierdoor komt er in de nieuwe situatie meer foerageergebied beschikbaar en blijft het gebied beschikbaar voor de huismus. De (lokale) staat van instandhouding is zodoende gunstig te noemen.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 50 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade Maatregelen i.v.m. bescherming en instandhouding Ten alle tijden is de algemene zorgplicht van toepassing. Activiteiten welke verstorend zijn voor broedende vogels, zoals rooi- en sloopwerkzaamheden, dienen ten alle tijden buiten de broedperiode gestart te worden. Voordat gestart wordt met verstorende activiteiten, moet worden vastgesteld dat er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen. De initiatiefnemer van de gewenste herontwikkeling heeft aangeven positief te staan tegenover bouwkundige maatregelen, natuur-inclusief bouwen, waarmee de ecologische structuren in de omgeving versterkt kunnen worden, zoals: 1. Voor vleermuizen: het aanbrengen van open stootvoegen, het plaatsen van vleermuiskasten, het inmetselen van vleermuisstenen. 2. Voor huismussen: het uitvoeren van de in het mitigatie- en compensatieplan genoemde maatregelen 3.

Voor huismussen en zwaluwen: het realiseren, plaatsen en/of inbouwen van nestkasten en overige verblijfsplaatsen voor de genoemde soorten (natuur-inclusief bouwen). Conclusie: Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voordat de geplande sloop van de gebouwen kan plaatsvinden i.v.m. de aanwezigheid van huismussenverblijven in die te slopen gebouwen. Uit het opgestelde mitigatie- en compensatieplan blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn om maatregelen te treffen om de gunstige staat van instandhouding van de mussenpopulatie te handhaven én te vergroten. Er is aldus duidelijk zicht op het verkrijgen van een ontheffing Wnb. Om nieuwbouw na sloop te kunnen plegen zal een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Door het vroegtijdig indienen en verkrijgen van de ontheffing zal het niet noodzakelijk zijn om daarbij een vergunningsaanvraag voor de activiteit ‘handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten’ aan te haken. In haar advies d.d. 18 september 2023 heeft de Omgevingsdienst West-Nederland deze toelichting geaccordeerd.

6.3.4 Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is opgenomen in hoofdstuk 4 Wnb. Houtopstanden als genoemd in 4.1 mogen niet geveld worden zonder voorafgaande melding bij de provincie. Herplant is hierbij verplicht. Specifiek voor dit plan Binnen het plangebied wordt een aantal bomen gekapt. In de nieuwe situatie zal een (groter) aantal bomen op andere posities worden geplant. De te kappen bomen maken geen onderdeel uit van een houtopstand van meer dan 1.000 m2 of van meer dan 20 bomen in een rij. Het onderdeel Houtopstanden uit de Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 51 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade

6.4 Archeologie Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals-)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'.

Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeenteraad van de gemeente Kaag en Braassem heeft op 23 mei 2011 de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart vastgesteld. In dit beleid is de verwachting en archeologische bescherming in kaart gebracht en onderbouwd.

Erfgoedverordening De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 12 december 2016 de gemeentelijke Erfgoedverordening vastgesteld. In de Erfgoedverordening zijn de lokale regels en procedures voor de omgang met monumenten en archeologie vastgelegd. De gemeente is als bevoegd gezag voor (rijks-) monumenten en archeologie het eerste aanspreekpunt voor vraagstukken over gebouwd en ondergronds erfgoed. Specifiek voor dit plan. Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat het zuidelijke en oostelijke deel van het plangebied is gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Dat deel van het plangebied heeft binnen het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Deze dubbelbestemming schrijft voor dat op deze gronden gebouwd mag worden onder voorwaarde van de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 34.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; ruimte maken - ruimte laten

pagina 52 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwplan met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. De nieuwbouw betreft in totaal een oppervlakte van 725 m2 (‘boerderij’ 389 m2 + 2 woning van 168m2) en valt dus binnen de grens van 2.500 m2 waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Overigens wordt ook één van de twee woningen gebouwd t.p.v. een te verwijderen stal met een mestkelder, waar de grond al sterk geroerd is. Voorts wordt een groot deel van de verharding weggenomen en de grond ter plekke opgehoogd met schone grond. Het aspect archeologie vormt aldus geen belemmering voor uitvoering van het voorliggend plan.

6.5 Cultuurhistorie MoMo, afkorting van Modernisering Monumentenzorg, is sinds 2009 een veelgebruikte beleidsterm in de Nederlandse ruimtelijke ordening en de monumentenzorg, met name op het gemeentelijk niveau waar het geformuleerde beleid de meeste implicaties kreeg. Het doel van de MoMo was een aantal veranderingen door te voeren in de monumentenzorg, namelijk het stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken, het belang van cultuurhistorie laten meewegen in de ruimtelijke ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de administratieve lastendruk. Als gevolg van de MoMo zijn het Besluit ruimtelijke ordening en de Monumentenwet op 1 januari 2012 aangepast. Belangrijkste gevolg is de plicht voor gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Specifiek voor dit plan Op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied West (zie illustratie 4.3 in paragraaf 4.3.3 gemeentelijk beleid) wordt geen van de panden binnen het plangebied aangeduid als monument, met uitzondering van het toilethuisje aan de Oude Ade.

In hoofdstuk 4, onder 4.2.2 Provinciaal beleid is artikel 6.9 van de omgevingsverordening Zuid-Holland beschreven: “Een bestemmingsplan voor een locatie binnen Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan.“ In het voorliggende plan blijft het oorspronkelijk agrarisch karakter van de locatie behouden en de ruimtelijke kwaliteit en de gebruikswaarde ervan worden verbeterd. Nader cultuurhistorisch onderzoek is niet noodzakelijk.

6.6 Verkeer en parkeren Verkeer en parkeren is een wezenlijk onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aangetoond te worden dat een plan voorziet in voldoende parkeermogelijkheden. Hierbij geldt doorgaans dat de omgeving niet nadelig belast mag worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 53 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade Op 29 november 2014 zijn de Woningwet en het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waardoor het parkeren voortaan in bestemmingsplannen moet worden geregeld. Deze ontwikkeling vormde aanleiding om een parkeernormennota voor de gehele gemeente Kaag en Braassem op te stellen. Het doel van de ‘Nota parkeernormen 2018’ is om voor de gehele gemeente - per gebied en per functie - de parkeernormen voor de komende jaren vast te leggen. Tevens is aangegeven op welke wijze de parkeernormen gehanteerd dienen te worden. Het hanteren van deze normen heeft als doel te waarborgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen (woningen, bedrijven, sport, recreatie, enzovoort) in Kaag en Braassem.

Specifiek voor dit plan Verkeer Door de toekomstige bewoners van het voorliggende plan zal gebruik gemaakt worden van de reeds aanwezige infrastructuur (Zwarteweg). Aangezien het een beperkte toename van verkeersbewegingen betreft is deze geschikt voor de toename van het autoverkeer als gevolg van het onderhavige initiatief.

Parkeren Het voorliggende plan ligt in het buitengebied. Voor de geplande woningen gelden de volgende parkeernormen: • •

Vrijstaand Tussenwoning/Hoekwoning

min. 2 min. 1,6

max. 2,8 parkeerplaatsen max. 2,4 parkeerplaatsen

Bij de woningen worden meer parkeerplaatsen aangebracht dan gevraagd in de norm: in ieder geval 3 parkeerplaatsen per woning. Op enkele plekken in de vorm van langsparkeren op eigen terrein met voldoende manoeuvreerruimte om in- en uit- te parkeren. Daarnaast zal in de verharding nog wat ruimte aanwezig zijn om sporadisch nog wat extra plekken te kunnen benutten. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro)) dient door de gemeente een exploitatieplan te worden opgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, dit om verhaal van de plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien (o.a.): het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Specifiek voor dit plan De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het plan. In deze overeenkomst wordt onder andere de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. Vanuit het plan vloeien voor rekening van de gemeente geen overige kosten of risico’s voort. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 54 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een voorontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2.2 Participatie De gemeente heeft als verplichtende voorwaarde opgelegd dat aan de voorkant van het ontwikkelingsproces omwonenden geïnformeerd en geconsulteerd worden. Van de reacties dient verslag gedaan te worden in de ruimtelijke onderbouwing bij het bestemmingsplan, inclusief welke invloed de reacties op het plan hebben. Specifiek voor dit plan. Initiatiefnemer heeft de meest betrokken omwonenden gedurende de afgelopen twee jaar met enige regelmaat mondeling geïnformeerd over het initiatief. Als een laatste en officiële informatieronde zijn eind augustus 2023 aan de bewoners/eigenaars van Zwarteweg 4 t/m 14 en Vrouw Vennepolder 1 en 3 de volgende documenten overhandigd: De plattegrond van het totaalplan (illustratie 3.4), de verbeelding van het bestemmingsplan (de tekening) en een beknopte schriftelijke toelichting op het plan. Alle geïnformeerde buren hebben een reactie gegeven. Daarbij waren de reacties overwegend positief. Men verwacht een verbetering van de ruimtelijke en architectonische situatie en wenst de initiatiefnemers veel succes met de realisering van het project. Door een viertal buren werd vragen gesteld over het toekomstig gebruik van het totale perceel m.b.t. overpad en parkeren. In de huidige situatie bestaat er overpad naar de panden aan de overzijde van de Vaarsloot en naar de boerderij op Vrouw Vennepolder 1 en 3.

In de toekomstige situatie zal dat overpad blijven bestaan. De initiatiefnemer heeft door de jaren heen toegelaten dat een aantal buren en hun bezoekers, vaak zonder daar expliciet toestemming voor te vragen, hun auto’s op het terrein voor de huidige stallen parkeren. In het nieuwe plan worden door de initiatiefnemer geen parkeerplaatsen gerealiseerd voor deze derden. Er is zeker wel nagedacht over een mogelijkheid deze buren ter wille te zijn. Desgewenst is de initiatiefnemer bereid een stuk van zijn perceel, direct gelegen naast Zwarteweg 7, middels verkoop aan de buren ter beschikking te stellen, opdat zij daar zelf een parkeergelegenheid kunnen realiseren. (illustratie 7.1) Hierover is eind september 2023 met de betreffende buren een gesprek gevoerd. Deze konden zich goed in dit voorstel vinden.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 55 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade

illustratie 7-1 Aanduiding plek waar buren eventueel een parkeerplek voor zichzelf kunnen realiseren

M.b.t. het vervolg van de totale ontwikkeling wordt men graag op de hoogte gehouden van de verdere planning van het project i.v.m. bouwverkeer, het doorlopend bestaan van overpad en dergelijke. Dat is natuurlijk toegezegd.

7.2.3 Overleg artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 Bro stelt: Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Specifiek voor dit plan. Bij de eerste uitwerking van het totaalplan is gedurende een lange periode (augustus 2021 tot/met augustus 2022) overleg gevoerd met de provincie over de conceptplannen. In grote lijnen zijn de daaruit voortkomende opmerkingen en adviezen verwerkt. Het 1e concept-ontwerpbestemmingplan is door de gemeente voorgelegd aan: het Hoogheemraadschap van Rijnland en de omgevingsdienst West-Holland. Alle opmerkingen en aanvullingen, gevraagd in de adviezen van de omgevingsdienst dd 17 april 2023, 31 juli 2023 en 18 september 2023 zijn verwerkt in deze toelichting. Dit is eveneens gebeurd met het op 24 april 2023 verkregen advies van het hoogheemraadschap.

7.2.4 Zienswijzen Vanaf donderdag 2 november 2023 tot en met woensdag 13 december 2023 lag het ontwerpbestemmingsplan ‘Zwarteweg 8 Oud Ade’ voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage in het gemeentehuis. Tevens was het plan op de website www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen kenbaar gemaakt. In de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 8) worden de ingediende zienswijzen verwoord en inhoudelijk behandeld. Naar aanleiding van één van de zienswijzen is aan de regels het artikel 4.3 ‘Afwijken van de bouwregels’ met de paragraaf 4.3.1 ‘Specifiek beeldbepalende bouwregels’ toegevoegd. ruimte maken - ruimte laten

pagina 56 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade

8 Juridische planbeschrijving 8.1 Algemeen Het bestemmingsplan ‘Zwarteweg 8 Oude Ade’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van woningbouw. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan heeft het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied West” als basis gefunctioneerd. De mate van gedetailleerdheid van dat bestemmingsplan is overgenomen. De regelgeving is grotendeels gekopieerd. De niet van toepassing zijnde begrippen, aanduidingen, afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden etc. zijn niet meegenomen in de planregels. Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. In de planregels worden de aan deze bestemmingen gekoppelde bouwregels en regels betreffende het gebruik beschreven.

De toelichting op het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt desondanks een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. De toelichting is tevens belangrijk voor een correcte interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

8.1.1 Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding is voor alle gronden een bestemming weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

8.1.2 Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 8.1.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen.

Hoofdstuk 1 – Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten.

ruimte maken - ruimte laten

pagina 57 van 58

Bestemmingsplan Zwarteweg 8 Oud Ade Hoofdstuk 2 – Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 8.1.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen.

Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelregel; • algemene bouwregels; • algemene gebruiksregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.

Hoofdstuk 4 – Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

8.1.3 Wijze van bestemmen In het voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen weergegeven, waarbij de regels voor zover van toepassing, zoveel mogelijk eensluidend zijn overgenomen vanuit het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ gemeente Kaag en Braassem (NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VAS2) vastgesteld op 17 juni 2013: Artikel 3 Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde – Archeologie -1 Artikel 6 Waterstaat – Waterkering

9 Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

8.

Advies Dorp, Stad & Land Verkennend bodem- en asbestonderzoek Aanvullend bodemonderzoek Onderzoek stikstofdepositie Quickscan Wet Natuurbeheer Soortgericht onderzoek vleermuizen, enz. Mitigatie- en compensatieplan huismus Nota van beantwoording zienswijzen

ruimte maken - ruimte laten

12 mei 2023 28 nov 2022 24 feb 2023 25 aug 2023 07 nov 2022 15 sep 2023 30 aug 2023

pagina 58 van 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=cd5cbb5d-6db0-46b7-8457-5969b76412ee