CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-OP-623.136.40 Motivering TAM-omgevingsplan Bedrijventerrein Drechthoek ll (2025-12-10)

Gemeenteraad 2 februari 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: TAM-omgevingsplan ‘Bedrijventerrein Drechthoek II, Leimuiden’28.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

59 Naast de bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers wordt ook het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd. Middels een doorlopend trottoir naar de bushalte aan de N207 zullen alle bedrijfspercelen binnen 10 minuten bereikbaar zijn.

5.14.3 Verkeersgeneratie en -afwikkeling Verkeersgeneratie Met het oog op de beoogde ontwikkeling, heeft Mobycon de verwachte verkeersgeneratie van het bedrijventerrein in beeld gebracht. De bijbehorende notitie is opgenomen in bijlage 8. Hierin is de verkeersgeneratie berekend aan de hand van de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. Daarbij is gebruik gemaakt van de kencijfers voor werkgebieden. De CROW-publicatie onderscheidt verschillende categorieën werkmilieus. Het bedrijventerrein Drechthoek II komt het meest overeen met type II ‘hoogwaardig bedrijvenpark’. Het kencijfer voor de verkeersgeneratie van een hoogwaardig bedrijvenpark bedraagt 208 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal per netto hectare. Uitgangspunt voor de berekening voor Drechthoek II is een netto oppervlakte van de uitgeefbare kavels van 39.165 m 2, circa 3,9 hectare. Hieruit volgt een verkeersgeneratie van (3,9165 * 208 =) 815 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Verkeerskundig gezien is niet het weekdagetmaal, maar het werkdagetmaal relevant. CROW schrijft hierbij een omrekenfactor van 1,33 voor. De verkeersgeneratie per werkdagetmaal bedraagt zodoende (815 * 1,33 =) 1.086 motorvoertuigbewegingen. De verwachte verkeersgeneratie in motorvoertuigbewegingen bestaat voor 83,7% uit personenauto’s (licht verkeer) en voor 16,3% uit vrachtverkeer (middelzwaar/zwaar verkeer).

Van het zware verkeer bestaat 48% uit lichte vrachtauto’s (middelzwaar verkeer) en 52% uit zware vrachtauto’s (zwaar verkeer). Verkeersmodel Met de berekende verkeersgeneratie als input heeft Royal HaskoningDHV de verkeersafwikkeling modelmatig doorgerekend. Daartoe zijn de toekomstige wegstructuur en intensiteiten toegevoegd aan het regionale verkeersmodel Holland-Rijnland (VMHR 1.0, voor het prognosejaar 2040min). De daarbij gehanteerde uitgangspunten zijn beknopt samengevat in de notitie in bijlage 9. Verkeersafwikkeling – prognosejaar 2040 (‘plan 2040 minimum’) Op basis van de verkeersgeneratie en modelberekeningen heeft Goudappel vervolgens een afwikkelingsberekening uitgevoerd, voor het kruispunt N207 – Burgemeester Bakhuizenlaan (zie bijlage 10). Op basis daarvan is geanalyseerd wat voor dit kruispunt het effect is van de planontwikkeling met extra verkeer voor de maatgevende ochtend- en avondspitsperiode in het prognosejaar 2040. Daartoe is de situatie met planontwikkeling afgezet tegen de referentievariant. De gehanteerde uitgangspunten zijn in het rapport beschreven. Uit de rekenresultaten volgt dat in de referentievariant het kruispunt de intensiteiten in beide spitsperioden goed kan verwerken. De berekende cyclustijd ligt rond de 90 seconden. In de ochtend wordt de streefwaarde van 90 seconden voor een bestaande VRI-kruising behaald, in de avond niet.

Wel heeft het kruispunt in beide perioden nog ruimte voordat de grens van maximaal 120 seconden cyclustijd wordt overschreden. In de planvariant neemt de cyclustijd in de ochtendspits lichtelijk toe van 87 tot 95 seconden. Dit blijft ver onder de maximum cyclustijd van 120 seconden. Van de maatgevende conflictgroep voor deze variant is voor één richting (03) het verkeersaanbod duidelijk gestegen ten opzichte van de referentievariant. De overige richtingen kennen geen of kleine verschillen. Richting 03 krijgt dan ook een langere groentijd, dit is een mogelijke verklaring TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

60 voor de enigszins gestegen cyclustijd. Daarnaast zit in de ochtendspits een busrichting in de maatgevende conflictgroep. Omdat de bus niet in elke cyclus aanwezig is zal vaker een cyclustijd met 83 seconden voorkomen. In de avondspits neemt de cyclustijd lichtelijk toe ten opzichte van de referentievariant van 95 naar 98 seconden. Dit is hoger dan de ochtendspits, maar valt nog onder de 120 seconden maximum cyclustijd. Daarom verloopt de afwikkeling op dit kruispunt nog soepel, zelfs als het verkeersaanbod enigszins zou verhogen. Het kruispunt heeft in de ochtendspits en avondspits een restcapaciteit van 10%. Uit de berekeningen blijkt verder dat qua wachtrijlengtes, in de spitsperioden bij enkele richtingen op de gemeentelijke wegen (richtingnummering 04, 05 maar ook 10 en 11) blokkades kunnen optreden. Dit kan leiden tot matige tot ernstige verkeershinder. Overige toenames in wachtrijlengte leveren geen blokkadevorming op. Naast deze toenames zijn ook veel gelijke of afgenomen wachtrijlengtes waargenomen, waardoor er verder weinig ernstige hinder wordt geïntroduceerd door de nieuw berekende intensiteiten.

Verkeersafwikkeling – maximum planvariant 2040 (‘plan 2040 maximum’) Naar aanleiding van de hierboven beschreven onderzoeksresultaten inzake de verkeersafwikkeling op het kruispunt Burgemeester Bakhuizenlaan – N207 heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de provincie. Daaruit is naar voren gekomen dat het, in het kader van een ‘worst case’-beschouwing, ook gewenst is om de afwikkeling te berekenen op basis van een maximum planvariant (‘plan 2040 max’). De resultaten hiervan zijn opgenomen als bijlage 12 bij deze motivering. De conclusies wijken niet erg af van het onderzoek met de ‘2040 min’-variant; zie onderstaande tabel. Bovendien zijn de berekende toenamen in deze worst-case variant niet (enkel) het gevolg van Drechthoek II, maar het gevolg van de insluiting van alle zachte plannen (plannen zonder formele planologische status) in de berekeningen. ochtendspitsuur

avondspitsuur

Referentie 2040 min

87

95

Plan 2040 min

95

98

Plan 2040 max

96

113

Tabel 5.2: cyclustijden VRI kruispunt Burgemeester Bakhuizenlaan – N207 in de onderzochte scenario’s (bron: Goudappel, november 2025).

De cyclustijden liggen boven 90 seconden. De provincie streeft naar cyclustijden op of onder de 90 seconden, maar dit is voor dit ingewikkelde kruispunt met voetgangers, fietsers, HOV-banen met prioriteit en een zeer hoge verkeersintensiteit, een vrijwel onmogelijke opgave. Dit geldt met name aan de west- en oostkant van het kruispunt. De problemen zijn reeds aanwezig, ook zonder de ontwikkeling van Drechthoek II. Bovendien ligt de cyclustijd in de ochtendspits slechts enkele seconden boven de streefwaarde, en wordt die verhoogd door bussen. Zonder bussen verlaagt de cyclustijd naar 90 seconden. De meeste cycli hebben geen bussen, dus het grootste deel van de ochtend ligt de cyclustijd niet boven de streefwaarde. De conclusie is dat de verschillen in de onderzochte scenario’s klein zijn en dat de problemen reeds aanwezig zijn, ook zonder de ontwikkeling van Drechthoek. Dit is bekend, en er zijn wensen voor een ongelijkvloerse kruising, maar daarover zijn nog geen definitieve afspraken gemaakt tussen de gemeente en de provincie. Dit zal verder onderzocht moeten worden.

5.14.4 Parkeren Voor wat betreft parkeren hanteert de gemeente Kaag en Braassem de ‘Nota parkeernormen 2018’ als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Hierin zijn per gebied en per functie parkeernormen vastgelegd.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

61

Voorliggend plangebied ligt in het buitengebied, volgens de gebiedsindeling van de Nota parkeernormen 2018. In bijlage 2 bij de nota zijn de parkeernormen opgenomen voor onder meer de functie werken. Daarbij is onderscheid gemaakt in verschillende typen werkfuncties, waarvoor verschillende parkeernormen gelden. Aan de hand van deze parkeernormen is in het stedenbouwkundig plan al een voorlopige parkeerberekening en parkeeroplossing uitgewerkt. Op basis van een voorlopig programma is een parkeerbalans opgesteld, waaruit de verwachte parkeerbehoefte volgt. Daarmee is een proefverkaveling uitgewerkt met een mogelijke invulling van de benodigde parkeerplaatsen en -terreinen in het plangebied, te zien in afbeelding 5.5.

Afbeelding 5.5: Conceptinvulling parkeren Drechthoek ll (bron: AW Groep, juni 2025).

Uitgangspunt in de parkeeroplossing is dat de kaveleigenaren het parkeren zo veel mogelijk oplossen op eigen terrein, aan de voorzijde van de bedrijfskavels of geclusterd langs de wegen. Dat sluit aan bij het uitgangspunt van de Nota parkeernormen. Bestaande parkeerplaatsen worden zo veel mogelijk behouden, waar die door de inrichting van het gebied verloren gaan worden die gecompenseerd. Door parkeerplaatsen langs de weg te clusteren in blokken van vier, kunnen ze ook gebruikt worden als vrachtwagenparkeerplaats. Verder wordt in de openbare ruimte voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers. Door de menging van verschillende bedrijfstypen kan de parkeerbehoefte variëren tussen bedrijven. De parkeernormen hangen af van het type bedrijf. In de voorlopige parkeerbalans is bijvoorbeeld voor bedrijfsverzamelgebouwen het bruto vloeroppervlak ingeschat op basis van de verbeelde bebouwde oppervlakten. Bij de andere bedrijfskavels is het weergegeven bebouwd oppervlak meegerekend als bruto vloeroppervlak (arbeidsextensieve vorm). Bij een invulling met meer arbeidsintensieve bedrijvigheid, zal de kaveleigenaar meer ruimte moeten creëren voor het parkeren. Uit de conceptuitwerking van de parkeeroplossing blijkt dat met het plan de parkeerbehoefte goed kan worden ingevuld, en dat er ook bij andere typen bedrijven voldoende ruimte is voor het parkeren.

Uiteindelijk is het aan de kaveleigenaren om hieraan op eigen terrein invulling te geven, dan wel te zorgen voor een collectieve invulling met andere perceeleigenaren.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

62

In deze omgevingsplanwijziging is een regeling voor parkeren opgenomen. De basisregel is een zorgplicht, die stelt dat degene die een bouwactiviteit of gebruiksactiviteit verricht verplicht is om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daaraan wordt in ieder geval voldaan als er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is (oftewel, buiten het eigen terrein geen parkeergelegenheid nodig is). Het bevoegd gezag kan dit nader invullen door een maatwerkvoorschrift te stellen of een voorschrift aan een omgevingsvergunning te verbinden. Daarbij moet de geldende Nota parkeernormen in acht genomen worden. Met die beleidsregels geeft het college invulling aan zijn bevoegdheid tot het stellen van maatwerk- of vergunningvoorschriften.

5.14.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft voor wat betreft het aspect mobiliteit geen negatieve invloed op het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit aspect draagt op zichzelf daarom bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.15 Overige aspecten 5.15.1 Inleiding Naast de hiervoor beschreven omgevingsaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.

5.15.2 Luchthaven Schiphol Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Het plangebied van deze wijziging bevindt zich op circa 7,5 km afstand van Schiphol. De locatie valt binnen het beperkingengebied van de luchthaven Schiphol, zoals aangewezen in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB-S). Voor dit beperkingengebied zijn in het LIB-S regels opgenomen omtrent de functie en het gebruik van locaties in de omgeving van de luchthaven. In deze paragraaf is het plan getoetst aan de eisen uit het LIB-S. Geluid en externe veiligheid (bijlage 3) Op de kaart in bijlage 3 bij het LIB-S valt het plangebied net binnen het beperkingengebied geluidgevoelige gebouwen (nummer 4) en het afwegingsgebied geluid en EV (nummer 5). Het plangebied ligt niet binnen een sloopzone vanwege geluid of externe veiligheid of binnen een beperkingengebied kwetsbare objecten. Op de met nummer 4 aangewezen locaties gelden beperkingen voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen (artikel 2.2.1c). Deze wijziging voorziet enkel in bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw, namelijk de twee bestaande woningen. De (her)bouwmogelijkheden bieden enkel ruimte voor een nieuw geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw.

Op de met nummer 5 aangewezen locaties zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan, en wordt in een omgevingsplan gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijk gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 2.2.1d). Motivering bouwen binnen afwegingsgebied externe veiligheid (LIB-S, bijlage 3, nummer 5) Deze omgevingsplanwijziging staat geen nieuwe woningbouwlocaties toe. Met de ontwikkeling wordt het agrarisch gebied omgevormd tot een bedrijventerrein, waardoor het aantal aanwezigen in het plangebied TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

63 toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. In het geval van een incident zal het aantal slachtoffers in het gebied daarom toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Desondanks wordt de ontwikkeling toch als aanvaardbaar gezien vanwege de volgende redenen: • De functie ‘bedrijventerrein’ past goed in het gebied. Een bedrijventerrein heeft doorgaans een laag aanwezigheidspercentage. In bijvoorbeeld een woonwijk of kantorenpark worden veel hogere personendichtheden bereikt. • In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. • Het plangebied ligt ver van de PR 10-6 contour vandaan, waardoor de kans op een vliegtuigongeval relatief zeer klein is. • Het bedrijventerrein wordt aan alle zijden begrensd door wegen, waardoor vanuit het plangebied in alle richtingen gevlucht kan worden. • Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte zal rekening worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. De wegenstructuur in en rond het plangebied dient te voldoen aan de door de brandweer gestelde minimumeisen betreffende uitvoering en inrichting. In de directe omgeving van het plangebied is de brandweerpost Leimuiden aanwezig.

• De aanwezigheid van effectieve bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. • De nieuwbouw dient te voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Aanwezigen in gebouwen zijn daardoor goed beschermd tegen hittestraling in het geval een vliegtuig in de nabije omgeving neerstort. • Het plangebied is gelegen binnen het bereik van het Waarschuwings- en Alarmerings Systeem (WASpalen) en daarnaast biedt NL-Alert de mogelijkheid om aanwezigen in het gebied te informeren hoe te handelen. Toetshoogtes (bijlage 4 en 4a) Op de kaart in bijlage 4 en 4a zijn respectievelijk maatgevende toetshoogtes en toetshoogtes in verband met radar opgenomen. Ter plaatse van het plangebied is een toetshoogte van 130 tot 140 m NAP aangewezen, en een toetshoogte voor radar van 60 tot 80 m NAP. Deze wijziging staat geen gebouwen of andere objecten toe die reiken tot de aangewezen toetshoogten. De maximale bouwhoogten binnen dit plan zijn ruimschoots lager dan 60 m NAP. De ontwikkeling vormt zodoende geen belemmering voor het functioneren van de luchthaven. Vogels, windturbines en lasers (bijlage 5 en 6) Het plangebied ligt buiten de zone waar beperkingen gelden voor vogelaantrekkende werking van activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 5 van het LIB-S.

Het plangebied valt binnen de toetszone voor windturbines en laserinstallaties, zoals opgenomen in bijlage 6 van het LIB-S. Binnen het plangebied worden geen windturbines of laserinstallaties mogelijk gemaakt, waardoor niet getoetst hoeft te worden aan de speciale eisen die gelden voor deze objecten. Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland Hiernaast valt het plangebied ook binnen de in de omgevingsverordening van Zuid-Holland aangewezen ‘LiB-5 contour Schiphol’ (paragraaf 7.3.6). Binnen deze contour gelden beperkingen voor het toelaten van nieuwe woningen in een omgevingsplan. Deze wijziging voorziet enkel in het omzetten van de bestaande agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen. De mogelijkheid die dit plan biedt tot eventuele herbouw van deze woningen, valt bovendien binnen het in de verordening aangewezen ‘gebied binnen de bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003 binnen de LiB-5 contour Schiphol’. Deze wijziging voldoet zodoende aan de provinciale instructieregels.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

64 5.15.3 Energie-infrastructuur en overige aspecten Het plangebied bevindt zich niet in de aanwezigheid van straalpaden of andere beschermingszones. Binnen het plangebied lopen daarnaast geen planologisch relevante kabels of (hoogspannings-)leidingen. Ook is in en rondom het plangebied geen sprake van overige omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling relevant of mogelijk een belemmering zijn.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

65

6

Financiële en maatschappelijke haalbaarheid 6.1

Kostenverhaal

Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds-)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. Die activiteiten zijn aangegeven in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Indien de wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a. anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1. een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit; of 2. via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft; b. via regels over kostenverhaal in het omgevingsplan. Die regels hebben in ieder geval betrekking op het verhalen van kosten (gekoppeld aan een kostenverhaalsgebied). Net als in een exploitatieplan (onder de Wro) kunnen in dit verband ook regels worden opgenomen over fasering van en koppelingen tussen werkzaamheden en/of activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën (artikel 5.161c Bkl). In het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan moet de keuze voor een van de opties voor het kostenverhaal gemotiveerd worden (in de motivering). Het kostenverhaal dient te worden verzekerd voor elke wijziging van het omgevingsplan.

Met dit plan is sprake van kostenverhaalplichtige activiteiten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Met deze overeenkomst is anderszins in het kostenverhaal voorzien. Daardoor is het opstellen van kostenverhaalsregels niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan.

6.2

Participatie

Tijdens de planvorming en in voorbereiding op deze omgevingsplanwijziging zijn op verschillende momenten omwonenden en andere belanghebbenden betrokken. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de plannen gepresenteerd en is ruimte geboden aan belanghebbenden om hun belangen en input kenbaar te maken. Hieronder volgt een beknopt overzicht van het participatietraject. In bijlage 15 bij deze motivering is het volledige verslag van het participatietraject opgenomen. Op 12 december 2023 hebben het projectteam Drechthoek ll en de gemeente de plannen voor het bedrijventerrein Drechthoek ll in een informatiebijeenkomst toegelicht aan de omwonenden en omliggende bedrijven uit de omgeving van Leimuiden. Aan de hand van visualisaties hebben de participanten de gelegenheid gekregen vragen te stellen aan de aanwezige experts en consulatie. Over het algemeen waren de aanwezige participanten te spreken over het plan en hebben zij vertrouwen in dat er een mooi bedrijventerrein gerealiseerd zal worden. Wel zijn enkele aandachtspunten aangegeven, met name over de verkeerssituatie en verkeersveiligheid. Op 24 april 2024 heeft een projectenmarkt plaatsgevonden in Leimuiden, over bouwprojecten in de gemeente. Daaruit bleek veel interesse voor het project bij lokale ondernemers. Omwonenden hebben onder meer de verkeersdruk als aandachtspunt aangegeven.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

66

Op 24 juni 2024 heeft overleg plaatsgevonden met de verkeerscommissie Leimuiden. Daarin is onder meer aandacht gevraagd voor de fietsoversteek. Verder vond de verkeerscommissie het ontwerp helder en verkeersveilig. Op 13 november 2024 is een informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Daarin is onder meer gestemd over de nieuwe inrichting van de Burgemeester Bakhuizenlaan. Ook zijn nog enkele aandachtspunten aangegeven, zoals de hoogteaccenten en inrichting van het pocketpark. Daarnaast hebben tussendoor diverse (keukentafel)gesprekken met omwonenden plaatsgevonden. Daarin zijn onder meer de aangepaste plannen, nieuwe onderzoeksresultaten en aandachtspunten vanuit de omwonenden besproken. In algemene zin heeft het projectteam hiermee gewerkt aan het ophalen van alle belangen die geraakt worden door de komst van Drechthoek II. Deze input vanuit de belanghebbenden is verwerkt in de plannen. Voor wat betreft participatie is er één punt dat niet volledig opgelost kan worden. De nieuwe weg vanuit Drechthoek II moet ergens aansluiten op de Burgemeester Bakhuizenlaan. De locatie van een dergelijke aansluiting is altijd vervelend voor de direct aanwonenden. In dit kader worden aanvullende maatregelen genomen om de aansluiting zo goed mogelijk in te passen en zo de aantasting van het woongenot te beperken.

Verder zullen in het vervolg de omwonenden en bedrijven op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen.

6.3

Formele procedure van de omgevingsplanwijziging

6.3.1 Ontwerp-omgevingsplanwijziging Op 28 augustus 2025 heeft de publicatie van de terinzagelegging van het ontwerp-wijzigingsbesluit in het gemeenteblad gestaan. Het ontwerp van deze omgevingsplanwijziging heeft vervolgens met ingang van donderdag 28 augustus 2025 gedurende zes weken – dus tot en met woensdag 8 oktober 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vijf zienswijzen op het ontwerp ingebracht: één vanuit de provincie Zuid-Holland en vier vanuit particulieren. De ingekomen zienswijzen zijn in de als bijlage 13 bij deze motivering opgenomen ‘Nota van beantwoording zienswijzen’ samengevat en door de gemeente van een beantwoording voorzien. Per (onderdeel van de) zienswijze is ook aangegeven of dit heeft geleid tot een aanpassing in het plan. In hoofdzaak hebben de zienswijzen niet geleid tot wijzigingen in het plan. Wel is ambtshalve een wijziging doorgevoerd voor wat betreft de mogelijkheden voor kleinschalig kamperen bij de twee bestaande woningen in het plangebied. Ook is de motivering op onderdelen aangevuld en aangepast. De exacte wijzigingen zijn opgenomen in de ‘Nota van Wijzigingen’ die als bijlage 14 bij deze motivering is opgenomen.

6.3.2 Vaststelling omgevingsplanwijziging De gemeenteraad ontvangt van het college het raadsvoorstel voor het vaststellen van de omgevingsplanwijziging met daarbij de Nota van beantwoording zienswijzen en Nota van Wijzigingen. Op 19 januari 2026 wordt een hoorzitting gehouden, waarbij degenen die een zienswijze hebben ingediend, de gelegenheid krijgen om in te spreken indien men het niet eens is met de reactie in de Nota van beantwoording Zienswijzen. De raad beslist in de vergadering van 2 februari 2026 omtrent de vaststelling van het plan, met inachtneming van de zienswijzen en het verloop van de hoorzitting. Het vastgestelde besluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad en gepubliceerd op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

67

Na de vaststelling kunnen belanghebbenden gedurende zes weken na bekendmaking beroep instellen bij de afdeling bestuursrechtspraak in eerste en enige aanleg.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek ll Motivering Vaststelling – 2 februari 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=7dc5fbf0-f439-4c49-a177-1d328b57588c