RO-BP-618.152.10 BP 1e herziening Oud Ade - Rijpwetering
Tekst van het document
Gemeente Kaag en Braassem Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering” Vaststelling
29 maart 2021
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering”
Inhoud: - Toelichting - Regels - Verbeelding
werknummer: 618.152.10 datum: 29 maart 2021 bestand: J:\618\152\10\3 Projectresultaat IMRO-code: NL.IMRO.1884.BP1EHEROUDADERIJPW-VAS1 behandeld door: mr. R. Begheyn KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Kaag en Braassem Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering” Toelichting
29 maart 2021
Inhoudsopgave van de toelichting 1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging plangebied Vigerende plannen Planvorm Leeswijzer
3 4 4 8 8
2
Gebiedsbeschrijving
9
2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
9 12
3
Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
15 16 18
4
Omgevingstoets
21
4.1 4.2 4.3 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Algemeen Geluidhinder Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Flora en fauna Water Archeologie en cultuurhistorie Geurhinder Overige belemmeringen
21 21 23 25 27 28 29 33 38 43 44
5
Juridische planbeschrijving
45
5.1 5.2 5.3
Planvorm Toelichting op de regels Overig
45 45 48
6
Uitvoerbaarheid
49
6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving
49 49 49
7
Procedure
51
7.1 7.2 7.3
Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase
51 51 51
2
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, HGOadvies, d.d. 6 oktober 2019 Verkennend en nader bodemonderzoek, Lankelma, d.d. 2 juli 2019 Ecologisch onderzoek, Van der Goes en Groot, d.d. 14 november 2018 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, d.d. 8 november 2018 Omgevingsvergunning Pastoor van der Plaatstraat 85, BuroSRO, d.d. 5 januari 2021
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op 25 januari 2018 is door de gemeenteraad van Kaag en Braassem het bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan had als doel om de kernen Oud en Ade en Rijpwetering van een actueel juridisch-planologisch kader te voorzien. In dit plan zijn de bestaande rechten uit voorgaande plannen gecontinueerd. Daarnaast zijn de in het plangebied gerealiseerde (en vergunde) bouwplannen, waarvoor door middel van afwijkingsprocedures, postzegelbestemmingsplannen en/of wijzigingsplannen onherroepelijk medewerking is verleend, integraal in het bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’ opgenomen. Door het integreren van de verschillende postzegelplannen is een uniforme regeling voor beide kernen ontstaan. In dit bestemmingsplan is een beperkt aantal zaken niet goed geregeld. Middels deze herziening wordt dit hersteld. In aanvulling daarop wordt er in dit bestemmingsplan tevens een kleinschalig ruimtelijk initiatief (omzetten van een bedrijfswoning) mogelijk gemaakt.
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
4
1.2
Ligging plangebied Het voorliggende plangebied valt uiteen in drie verschillende locaties c.q. deelgebieden, verspreid over de kernen Oude Ade en Rijpwetering. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Pastoor van der Plaatstraat 37, Rijpwetering Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering Kolk 5, Oude Ade Pastoor van der Plaatstraat 85, Rijpwetering
Afbeelding 1.2: nummering en globale ligging deellocaties.
De ligging en globale begrenzing van de voorgenoemde locaties is weergegeven in de afbeeldingen 1.1 en 1.2. Voor een verdere beschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2. 1.3
Vigerende plannen Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden geldt het bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’ dat op 25 januari 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. Pastoor van der Plaatstraat 37, Rijpwetering In afbeelding 1.3 is de vigerende situatie voor de locatie aan de Pastoor van der Plaatstraat 37 weergegeven. De gronden zijn bestemd als ‘Wonen – 2’. Daarnaast kennen de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Op de percelen is een bouwvlak opgenomen, daarnaast zijn de bouwaanduidingen ‘twee-aaneen’ en ‘vrijstaand’ opgenomen, als mede een maximum aantal wooneenheden van 5 voor het noordelijk deel en 3 voor het zuidelijk deel. Deze Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
5
locatie is meegenomen in deze herziening om de aanduiding met het maximum aantal wooneenheden logischer aan te laten sluiten op de eigendomsgrenzen.
Afbeelding 1.3: Vigerende situatie locatie Pastoor van der Plaatstraat 37.
Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering In afbeelding 1.4 is de vigerende situatie voor de locatie aan de Pastoor van der Plaatstraat 36 weergegeven. De gronden zijn bestemd als ‘Wonen – 2’. Daarnaast kennen de gronden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. Op de percelen is een bouwvlak opgenomen, daarnaast zijn de bouwaanduidingen ‘vrijstaand’ en ‘bijgebouwen’ opgenomen, als mede een maximum aantal wooneenheden van 4. Op deze locatie zijn 5 woningen gesitueerd, één meer dan is toegestaan. Daarnaast bestaat de wens om op het perceel, achter de bestaande woning, een nieuwe woning te realiseren. Dit komt neer op een totaal van 6 woningen, daar waar er 4 zijn toegestaan. Dit dient hersteld en mogelijk gemaakt te worden en om deze reden is deze locatie meegenomen in deze herziening.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
6
Afbeelding 1.4: Vigerende situatie locatie Pastoor van der Plaatstraat 36.
Kolk 5, Oude Ade In afbeelding 1.5 is de vigerende situatie voor de locatie aan de Kolk 5 weergegeven. De gronden zijn bestemd als ‘Wonen – 1’. Daarnaast kennen de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Op deze gronden is de functieaanduiding ‘garagebox’ opgenomen en is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering’ opgenomen. De garagebox is in de feitelijke situatie groter dan de functieaanduiding toelaat. Dit dient hersteld te worden.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
7
Afbeelding 1.5: Vigerende situatie locatie Kolk 5.
Pastoor van der Plaatstraat 85, Rijpwetering In afbeelding 1.6 is de vigerende situatie voor de locatie aan de Pastoor van der Plaatstraat 85 weergegeven. De gronden zijn bestemd als ‘Bedrijf. Daarnaast kennen de gronden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. Op de percelen is een bouwvlak opgenomen, alsmede de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. De gronden van het plangebied beschikken volgens het geldende bestemmingsplan over de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 3'. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bedrijfsbestemming te wijzigen naar de bestemmingen 'Centrum', 'Wonen' - 1, 'Tuin', 'Verkeer' en 'Groen'. Echter mag de bestemming uitsluitend gewijzigd worden indien de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en het gehele bedrijfsperceel wordt gewijzigd. Dit is met het voorliggende initiatief niet het geval, waardoor geen gebruik gemaakt kan worden van deze wijzigingsbevoegdheid. Om de bedrijfswoning om te kunnen zetten naar een burgerwoning zonder het gehele bedrijfsperceel te wijzigen is deze locatie meegenomen in deze herziening.
Afbeelding 1.6: Vigerende situatie locatie Pastoor van der Plaatstraat 85 Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
8
1.4
Planvorm Het bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” is een bestemmingsplan dat gericht is op aanbrengen van een aantal kleine correcties. In het vigerende bestemmingsplan zijn een aantal zaken niet goed geregeld. Omdat juist te bestemmen, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan bestaat uit bestemmingen en regels. Voor de bestemmingen en regels is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’. De bestemmingen zijn geometrisch bepaald 1 en analoog verbeeld door middel van een verbeelding. Bij de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen verantwoord. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk twee ingegaan op de ruimtelijke structuur van het plangebied en de omgeving. In hoofdstuk drie komen de verschillende beleidskaders aan de orde op Rijksniveau, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk vier is verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. In hoofdstuk zes is de juridische toelichting op het bestemmingsplan gegeven. Hoofdstuk zeven gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan, dat in een economisch en maatschappelijk facet uiteengelegd wordt. Tevens wordt daarbij ingegaan op het aspect handhaving. Ten slotte wordt de bestemmingsplanprocedure in het laatste hoofdstuk nader toegelicht.
1 Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking
van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald. Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
9
2 2.1
Gebiedsbeschrijving Bestaande situatie Pastoor van der Plaatstraat 37, Rijpwetering Dit deelgebied is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat in Rijpwetering en wordt begrensd door: • De Pastoor van der Plaatstraat in het westen; • Woonpercelen aan zowel de noord- als zuidzijde; • Water aan de oostelijke zijde. De locatie is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat, één van de belangrijkste ontsluitingswegen van Rijpwetering. De locatie ligt in centraal in het dorp In het plangebied zijn 8 bestaande woningen met diverse bijgebouwen gelegen. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op deze locatie weergegeven.
Afbeelding 2.1: globale begrenzing deelgebied Pastoor van der Plaatstraat 37, Rijpwetering
Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering Dit deelgebied is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat in Rijpwetering en wordt begrensd door: • De Pastoor van der Plaatstraat in het westen; • (Agrarische) bedrijvigheid aan zowel de noord- als zuidzijde; • De Rijpwetering aan de oostelijke zijde.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
10
De locatie is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat in het zuiden van het dorp. In het plangebied zijn 5 bestaande woningen met diverse bijgebouwen gelegen. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie op deze locatie weergegeven.
Afbeelding 2.2: globale begrenzing deelgebied Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering
Afbeelding 2.3: vogelvlucht bestaande situatie Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
11
Kolk 5, Oude Ade Dit deelgebied is gelegen aan de Kolk in Oud Ade en wordt globaal begrensd door: • Woonpercelen aan de noord- en westzijde; • Openbare ruimte aan de zuidzijde; • De Kolk aan de oostelijke zijde. De locatie is gelegen aan de Kolk in een woonbuurt in het oosten van het dorp. In het plangebied is een garagebox gelegen. In afbeelding 2.4 is de huidige situatie op deze locatie weergegeven.
Afbeelding 2.4: globale begrenzing deelgebied Kolk 5, Oud Ade.
Pastoor van der Plaatstraat 85, Rijpwetering Dit deelgebied is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat in Rijpwetering en wordt begrensd door: • De Pastoor van der Plaatstraat in het westen; • Woonpercelen aan zowel de noord- als zuidzijde; • Bedrijfsbestemming (indoorgolfbaan) met daarachter water aan de oostelijke zijde.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
12
Afbeelding 2.5: globale begrenzing deelgebied Pastoor van der Plaatstraat 85, Rijpwetering
De locatie is gelegen aan de Pastoor van der Plaatstraat. Aan het bebouwingslint van de Pastoor van der Plaatstraat bevinden zich voornamelijk woningen en bedrijven. De gronden achter het bebouwingslint zijn voornamelijk bestemd voor agrarisch gebruik. In de huidige situatie betreft de planlocatie een bedrijfswoning met daarachter een aantal opstallen. Op het achtergelegen perceel is een bedrijf gevestigd die volgens het geldende bestemmingsplan over een maximale milieucategorie van 2 mag beschikken. In afbeelding 2.5 is de huidige situatie op deze locatie weergegeven. 2.2
Toekomstige situatie Pastoor van der Plaatstraat 37, Rijpwetering Op deze locatie verandert alleen de situatie op het gebied van de maatvoering met betrekking tot het maximum aantal wooneenheden. In de huidige situatie is het zo dat in het noordelijk deel maximaal 5 woningen zijn toegestaan en in het zuidelijk deel maximaal 3. In de toekomstige situatie wordt dit maatvoeringsvereiste anders vorm gegeven. De grens van hiervan wordt gelegd op de eigendomsgrens van de woning aan de Pastoor van der Plaatstraat nummer 37. Hierdoor ontstaat een logischere begrenzing. Daarnaast wordt het aantal woningen gelijk getrokken. In de toekomstige situatie zijn er in zowel het noordelijk als het zuidelijk deel 4 woningen mogelijk. Het aantal woningen neemt hiermee dan ook niet toe. Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering In de huidige situatie zijn op deze locatie maximaal 4 woningen toegestaan. In de feitelijke situatie zijn er 5 woningen aanwezig. In de toekomstige situatie zullen alle bijgebouwen op het perceel gesloopt worden, in totaal ca. 410 m2. Hiervoor in de plaats zal één woning worden teruggebouwd. De woning krijgt een oppervlakte van ca. 110 m 2 en zal haaks op de weg komen te liggen. De woning valt grotendeels weg achter de bestaande woning (zie afbeelding 2.5). De bestaande woningen nr.
38 en 38a krijgen een verbeterd uitzicht door de vervanging van de oude schuren door een nieuwe woning. In het bestemmingsplan wordt het toegestane aantal woningen verhoogd tot 6.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
13
Afbeelding 2.6: Nieuwe situatie Pastoor van der Plaatstraat 36, Rijpwetering.
Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid verkeer die wordt gegenereerd in de oude en nieuwe situatie, zijn de kencijfers van het CROW gebruikt (publicatie 317). Uitgegaan is van het gebiedstype ‘buitengebied, niet stedelijk’. Toegestane situatie Bestemmingsplan Feitelijke situatie Toekomstige situatie
Generatie 7,8 per woning 7,8 per woning 7,8 per woning
Programma 4 5 6
Totaal 31,2 39 46.8
Uit voorgaande blijkt dat het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de feitelijke situatie iets zal toenemen. De bestaande ontsluiting is toereikend voor deze toename. De ontwikkeling is daarom vanuit het verkeersaspect aanvaardbaar. Parkeren De gemeente Kaag en Braassem heeft een eigen Nota parkeernormen. Het doel van de ‘Nota parkeernormen 2018’ is om voor de gehele gemeente - per gebied en per functie - de parkeernormen voor de komende jaren vast te leggen. Tevens is aangegeven op welke wijze de parkeernormen gehanteerd dienen te worden. Het hanteren van deze normen heeft als doel te waarborgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen (woningen, bedrijven, sport, recreatie, enzovoort) in Kaag en Braassem.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
14
Het benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de Nota parkeernormen is: Functie Vrijstaande woning
Norm rest bebouwde kom Min. 1,9 – max 2,7
Programma
Totaal
1
Max. 2,7
Op het erf van de nieuwe woning is voldoende ruimte om minimaal 2 en zelfs 3 parkeerplaatsen te realiseren. De bestaande vijf woningen hebben al voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Kolk 5, Oude Ade In de huidige situatie is de functieaanduiding ‘garagebox’ kleiner dan de garagebox feitelijk is. Om dit te herstellen, wordt de aanduiding in overeenstemming gebracht met de feitelijke begrenzing van de garagebox. Pastoor van der Plaatstraat 85, Rijpwetering In de toekomstige situatie worden de gronden van het plangebied voorzien van een woonbestemming, waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. De woning blijft volgens de huidige situatie behouden. Er vinden geen bouwwerkzaamheden plaats. Het initiatief voorziet enkel in een bestemmingswijziging. Voor dit initiatief is reeds een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking aangevraagd, waarvoor een ruimtelijke onderbouwing inclusief benodigde onderzoeken is opgesteld. Deze ruimtelijke onderbouwing is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
15
3 3.1
Beleidskader Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL)11. Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
16
Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. Voorliggende bestemminsplan voorziet slechts in de correctie van een aantal situaties zoals vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’. Met deze herziening wordt slechts één woning toegevoegd, wordt een bedrijfswoning naar een burgerwoning omgezet en vindt een herschikking in de verdeling plaats. Hierdoor voorziet voorliggend bestemmingsplan niet in een stedelijke ontwikkeling. Een laddertoets is daarom niet noodzakelijk. 3.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het Programma Ruimte en het Programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; 2. De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; 3. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; 4. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
17
Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: • • • • • •
Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
18
Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’; ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft twaalf provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Programma ruimte Het Programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie.
Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk een uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Voorliggende herziening van bovengenoemd bestemmingsplan voorziet slechts in het herstellen van een aantal kleine omissies uit het vigerende bestemmingsplan ‘Oud Ade en Rijpwetering’. De toekomstige situatie sluit aan bij de huidige toegewezen bestemmingen en/of de toegewezen bestemmingen in de omgeving. Deze herziening maakt dan ook geen drastisch andere ontwikkelingen mogelijk dan in het vigerende plan. Om deze reden hoeft hiervoor geen nieuw beleidsafweging plaats te vinden op provinciaal niveau. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Kaag en Braassem De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 26 oktober 2020 de Omgevingsvisie Kaag en Braassem vastgesteld. In deze brede visie verbindt de gemeente de fysieke leefomgeving en het sociale domein aan elkaar. Met de omgevingsvisie wil de gemeente borgen wat goed gaat en inzetten op verdere vernieuwing en ontwikkeling waar dit nodig is. Per onderwerp zijn opgaven weergegeven en is aangegeven met welke doelen de gemeente deze opgaven wil bereiken. Verder is de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld, met bijbehorende kenmerken en waarden. Het plangebied bevindt zich binnen het gebiedstype ‘Kernen’. De gemeente Kaag en Braassem bestaat uit 11 kernen. De kernen zijn de gebieden binnen de gemeente waar onder andere veel ruimte is voor winkels, horeca, sport en wonen. Iedere kern heeft een eigen identiteit met eigen karakteristieken. Deze zijn per kern benoemd en uitgewerkt in de dorpsperspectieven. Daarnaast worden de kernen onderverdeeld in centrum dorps en landelijk dorps. Het plangebied behoort tot landelijk dorps. Onder het sub-gebiedstype landelijk dorps vallen de kernen Hoogmade, Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
19
Rijpwetering, Oud Ade, Kaag, Nieuwe Wetering, Rijnsaterwoude en Bilderdam. Uitgangspunt is hier dat ontwikkelingen omtrent woningbouw en voorzieningen zullen moeten passen binnen de aard en schaal van de omgeving en zullen dus kleinschaliger zijn dan de ontwikkelingen binnen het sub-gebiedstype centrum dorps. Dit betekent niet dat er geen ontwikkelingen mogelijk zijn binnen deze kernen. Dorpsperspectief Rijpwetering/Oud Ade Oud Ade en Rijpwetering zijn twee kerkdorpen met elk een eigen karakter. In de afgelopen decennia hebben zij belangrijke maatschappelijke voorzieningen met elkaar gedeeld. Rijpwetering-Noord en de zuidrand van Oud Ade worden gezien als potentiële uitbreidinglocaties voor woningbouw. Bij het bouwen van nieuwe woningen is het van belang dat alle doelgroepen die een huis zoeken worden bediend. De lokale economie van de dorpen is te versterken door de agrarische oorsprong en recreatie met elkaar in verbinding te brengen. Daarnaast is er aandacht voor enkele verkeerssituaties om deze te verbeteren of nieuwe recreatieve routes te creëren. Voorliggend bestemmingsplan heeft een actualiserend karakter en maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Voor toekomstige ontwikkelingen geldt dat er dient te worden aangesloten bij de uitgangspunten uit de omgevingsvisie en dat een zorgvuldige inpassing gewenst is.
Binnen het voorliggende plangebied wenst de gemeente op termijn een Integraal Kindcentrum (IKC) te ontwikkelen. Voorliggend bestemmingsplan heeft een actualiserend karakter en voorziet dan ook niet in de ontwikkeling van een IKC. Hiervoor zal te zijner tijd een afzonderlijke planologische procedure worden opgestart. Gelet op het voorgaande is het voorliggende bestemmingsplan niet in strijd met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. Het voorliggende bestemmingsplan maakt één nieuwe woning mogelijk aan de Pastoor van der Plaatstraat 35. De Pastoor van der Plaatstraat is een karakteristiek lint met aan beide zijden bebouwing. De bebouwing aan de westzijde, waar het onderhavige perceel ligt, heeft een meer open karakter dan de bebouwing aan de oostzijde. Tussen de bebouwing door zijn er doorzichten op het aangrenzende poldergebied. Door de huidige bebouwing op het perceel is er geen zicht mogelijk op het achtergelegen poldergebied. Met de sloop van de bebouwing ontstaat er meer openheid. Weliswaar wordt deze openheid opgevuld door de nieuwe woning, maar door deze meer te laten passen in de omgeving levert dit een kwaliteitsverbetering op. Dit past bij de strategische keuzes die de gemeente Kaag en Braassem maakt in het versterken van bestaande woonmilieus en kleinschalige herstructureringen binnen de bestaande woonomgeving.
Gelet op het voorgaande is het voorliggende bestemmingsplan niet in strijd met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.3.2
Nota inbreidingslocaties Op 7 februari 2011 is de Nota inbreidingslocaties vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. De ‘nota Inbreidingslocaties’ heeft als doel om een ruimtelijk beleidskader te bieden aan woningbouwinitiatieven binnen de rode contour. Hierdoor worden deze uniform en transparant beoordeeld. Er wordt in de nota een beschrijving gegeven van de bestaande stedenbouwkundige situatie en kwaliteiten binnen elke kern. Uitgangspunt is om nieuwe initiatieven aansluiting te laten vinden bij deze bestaande situatie en kwaliteiten. Hiervoor wordt een afwegingskader gegeven, waardoor ruimtelijke beslissingen gemotiveerd kunnen worden Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
20
genomen. Dit leidt tot een duurzame ruimtelijk/functionele ontwikkeling van de locaties zelf en de kern als geheel. De nota geeft geen kant en klaar antwoord op de wenselijkheid van een initiatief, maar geeft wel een indicatie. De beschreven gebiedskenmerken en samenhangende waardeoordelen gelden als basis voor het verdere onderhandelings- en ontwerptraject bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het kader biedt de gemeente enerzijds houvast om te kunnen sturen op kwaliteit, maar zorgt anderzijds ook voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op (markt)ontwikkelingen. Vanwege de beperkte uitbreidingsmogelijkheden in de dorpskernen zijn kleine locaties (inbreidingslocaties) van belang om in de lokale behoefte te kunnen voorzien. Dit betekent uiteraard niet dat alle onbebouwde of in onbruik geraakte ruimte binnen de kernen moet worden gebruikt voor het realiseren van nieuwe woningen, winkels en bedrijfsruimten. Om voldoende houvast te bieden bij het beoordelen van initiatieven is in de Nota Inbreidingslocaties voor elke kern een beschrijving gemaakt waarin de bestaande karakteristiek is verwoord. De nota biedt enerzijds houvast om te kunnen sturen op kwaliteit, maar zorgt anderzijds ook voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op ontwikkelingen.
Het uiteindelijke doel van de Nota Inbreidingslocaties is om de behandeling van inbreidingsinitiatieven op een transparante manier te laten verlopen en om de initiatieven uiteindelijk te laten leiden tot een duurzame ruimtelijke/functionele ontwikkeling van de locatie zelf en het dorp als geheel. De Nota inbreidingslocaties heeft betrekking op kleinschalige, zelfstandige ontwikkelingen. Bij deze zelfstandige ontwikkeling moet sprake zijn van sloop en nieuwbouw (transformatie) of het bebouwen van onbebouwde ruimte, niet passend binnen het geldende bestemmingsplan maar wel binnen de rode contouren van de kernen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de sloop van voormalig agrarische bijgebouwen en het toevoegen van één woning op deze plek mogelijk. Het bestemmingsplan sluit hiermee aan op de doelen die gesteld zijn in de Nota inbreidingslocaties. De overige aanpassingen in het bestemmingsplan maken geen nieuwe ruimtelijke initiatieven mogelijk en zijn dan ook niet in strijd met de Nota inbreidingslocaties. 4.3.3
Welstandsnota De raad van Kaag en Braassem heeft ervoor gekozen om voor de cultuurhistorisch waardevolle gebieden welstandsbeleid op te stellen. Het gaat dan om de beschermde dorpsgezichten, de monumenten en de omliggende percelen van monumenten. In de welstandsnota zijn deze gebieden en objecten beschreven. Op de welstandskaart staan de percelen aangeduid waarvoor een welstandstoets geldt. De rest van de gemeente is welstandsluw. Welstandsluw betekent dat een eventuele excessenregeling wel van toepassing is. De excessenregeling maakt het mogelijk een bouwwerk dat “in ernstige strijd is met redelijke eisen van welstand” alsnog aan een welstandstoets onderhevig te laten zijn. Burgemeesters en wethouders kunnen de eigenaar van een bouwwerk aanschrijven om deze strijdigheid op te heffen. Voorliggend bestemmingsplan maakt de toevoeging van één woning mogelijk. De woning aan de Pastoor van der Plaatstraat 36 zal qua maat en uitstraling passen in het gebied. Omdat het gebied welstandsluw is hoeft geen welstandstoets te worden uitgevoerd.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
21
4 4.1
Omgevingstoets Algemeen In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende moet borgen.
4.2
Geluidhinder
4.2.1
Kader Wegverkeerslawaai Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Alvorens geluidgevoelige objecten - zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Normstelling Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag de geluidsbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde niet overschrijden. Daarnaast worden in het Bouwbesluit 2012 eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering. Dit betreffen eisen aan de geluidwering van de gevel zodat deze zodanig wordt geconstrueerd dat voldaan wordt aan de maximale binnenwaarde van 33 dB.
Voor een bedgebied (verblijfsgebied waarin bedden aanwezig zijn) is de waarde van de karakteristieke geluidwering 5 dB hoger. Dit betekent dat de binnenwaarde in het bedgebied niet hoger mag zijn dan 28 dB. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 km/h bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze - strikt formeel gezien - niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk dat deze wegen mee worden genomen in de afweging. Railverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van spoorwegen (en ook van tram en metro) en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit.
4.2.2
Onderzoek De Wet geluidhinder verlangt inzicht in de akoestische effecten bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen. Binnen het voorliggende plangebied zijn diverse geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) aanwezig, alsmede enkele ontsluitingswegen. In het voorliggende bestemmingsplan wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt er één bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Deze woning ligt niet in binnen de onderzoekszone van de N445. Tevens bevindt de woning zich niet binnen de onderzoekszone Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
22
van een spoor. Om die reden is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai en railverkeerlawaai niet noodzakelijk. Voor de ontwikkeling aan de Pastoor van der Plaatstraat 36 is akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGOadvies. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze toelichting. Het akoestisch onderzoek maakt de geluidsbelasting op de woning ten gevolge van de relevante wegen in de omgeving inzichtelijk. De relevante wegen betreffen de Pastoor van der Plaatstraat, de provinciale weg N445 en de Zuidweg. De Pastoor van der Plaatstraat heeft een 30 km/h regime. De provinciale weg N445 heeft een 80 km/h regime, de Zuidweg een 50 km/h regime. Doel van het onderzoek is het berekende geluidsniveau op de nieuw te realiseren woning te beoordelen in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) en de ‘goede ruimtelijke ordening’. Het toetsingskader van de Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen met een 30 km/h regime. In dit onderzoek betreft de wettelijke toetsing Wgh de geluidbelasting ten gevolge van de provinciale weg N445 en de Zuidweg. Alle wegen (tezamen) worden wel getoetst in het kader van de ‘goede ruimtelijke ordening’. Ten behoeve van het onderzoek zijn de in onderstaande tabel genoemde maximale gevelbelastingen berekend ten gevolge van de onderzochte wegen (incl. Art. 110g Wgh).
De berekende waarden op de woning overschrijden de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai (48 dB). De maximale hogere grenswaarden worden niet overschreden. Voor de nieuw te realiseren woning dient een hogere grenswaarden te worden vastgesteld. In onderstaande tabel zijn de maximaal berekende gevelbelastingen per weg weergegeven.
Tabel 1: Berekende gevelbelastingen Pastoor van der Plaatstraat 36
Uit de berekeningen blijkt dat de woning in het bezit is van een geluidsluwe achtergevel. De maximale gevelbelasting op de achtergevel bedraagt 46 dB ten gevolge van de N445. Cumulatief bedraagt deze 48 dB, hiermee wordt voldaan aan de eisen van de Beleidsregel Hogere waarden van de Omgevingsdienst West-Holland. Afweging maatregelen Gelet op het feit dat er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai zijn akoestische maatregelen overwogen. Deze blijken om meerdere redenen niet toepasbaar. Gevelisolatie De maximaal benodigde gevelisolatie op basis van de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen bedraagt 19 dB. Deze gevelisolatie voldoet aan de wettelijk voorgeschreven isolatie-eis van 20 dB. Hiervoor dient geen nader onderzoek plaats te vinden.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
23
4.2.3
Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat, vanwege de geluidbelasting van de N445, een hogere grenswaarde dient te worden vastgesteld, zie tabel 1. Daarnaast zijn de berekende geluidsniveaus getoetst aan het aspect ‘Goede ruimtelijke ordening’. Hier wordt aan voldaan. De woning is vanuit het aspect geluidhinder daarom mogelijk. Voor de overige deelgebieden hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd en kan gesteld worden dat het aspect geluid geen belemmeringen veroorzaakt.
4.3
Externe veiligheid
4.3.1
Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.
Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te worden verantwoord. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken.
Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
24
bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen.
Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 m dient in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zover het binnen het invloedsgebied van de transportroute is gelegen. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b.
het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
25
risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 4.3.2
Onderzoek Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. In het plan zelf worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. Voorliggend plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van externe veiligheid.
4.3.3
Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1
Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Tabel 4.2: richtafstanden volgens 'Bedrijven en milieuzonering 2009'
De milieucategorie leidt in combinatie met een omgevingstype (rustige woonwijk of gemengd gebied) tot een bijbehorende richtafstand. 4.5.2
Onderzoek en conclusie De VNG brochure is van toepassing op nieuwe situaties. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in het toedelen van nieuwe bestemmingen maar borduurt voort op de huidige bestemmingen en voorziet slechts in de toevoeging van één woning, het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en het herstellen van een aantal kleine omissies. Ten aanzien van de realisatie van één nieuwe woning aan de Pastoor van der Plaatstraat 36 is advies gevraagd aan de GGD Hollands Midden. De woning wordt op meer dan 50 meter van het emissiepunt van de naastgelegen melkveehouderij gerealiseerd, en voldoet dus aan de richtlijnen uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De GGD hanteert een algemene richtlijn van 250 meter. Aangezien het een enkele woning betreft, zal het effect op de volksgezondheid klein zijn. Voor de toekomstige bewoners geldt dat zij een hoger risico hebben op luchtwegklachten. Het advies van de GGD luidt om de toekomstige bewoners hierover te informeren. Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
26
Doordat de bedrijfswoning aan de Pastoor van der Plaatstraat 85 voorzien wordt van een woonbestemming moet in beeld gebracht worden of de bedrijven in de omgeving niet worden belemmerd. De planlocatie bevindt zich aan een bebouwingslint met woningen en bedrijven. Tevens bestaat het landschap achter de lintbebouwing voornamelijk uit agrarische gronden. Vanwege de diversiteit aan bestemmingen rond de planlocatie kan de omgeving aangemerkt worden als 'gemengd gebied'. Zoals in de VNG publicatie staat vermeld, kan bij het type gemengd gebied de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Op het perceel achter de woning zijn bedrijfsactiviteiten tot maximaal milieucategorie 2 toegestaan. In een gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 10 m. Tussen de woning en de bedrijfsbebouwing zit een afstand van ca. 27 m. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. Het achtergelegen bedrijf is bereikbaar via een inrit naast de woning. Direct naast de bedrijfsbebouwing en de inrit bevinden zich in de huidige situatie al woningen die als maatgevend gezien kunnen worden. Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat het achtergelegen bedrijf niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering vanwege de functiewijziging. Het achterliggende bedrijf (indoor golfbaan) heeft 2 simulatoren. Maximaal 4 personen per simulator kunnen tegelijk aanwezig zijn.
Daarmee zijn er maximaal 8 klanten per uur aanwezig op locatie. Een gedeelte van de klanten zal gezamenlijk komen. Hiervoor is een aanname gedaan van circa 25%. De wisselingen zullen per heel uur plaatsvinden. Daarmee rijden op het hele uur, bij het komen en gaan van bezoekers, 12 auto's langs. De gevel van de woning nr. 85 heeft aan de zijde van de inrit op de begane grond 2 ramen. Beide ramen kunnen niet open. Daarmee is de gevel aan te merken als een zogenaamde 'dove gevel'. Op basis van het aantal auto's per wisseling (worst case benadering) en het 'dove' karakter van de gevel kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon en leefklimaat op locatie. Tevens zijn achter de lintbebouwing agrarische gronden en bedrijven aanwezig. Deze agrarische bedrijven beschikken over de milieucategorie 2, waarbij in een gemengd gebied een richtafstand van 10 m geldt. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf bevindt zich op een afstand van ca. 50 m van de woning. Hiermee wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Op Pastoor van der Plaatstraat 79 is een veehouderij gevestigd. Tussen de veehouderij en de her te bestemmen woning ligt nog een woonbestemming. De herbestemming van de bedrijfswoning is daarom niet van invloed op de agrarische geurhindersituatie. De woning houdt dezelfde agrarische geurbelasting als (in het verleden) de bedrijfswoning.
Geurhinder vormt geen belemmering voor het plan. Voor de overige deelgebieden hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd. Gelet op het voorgaande leidt het aspect bedrijven en milieuzonering niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Toekomstige bewoners worden op de hoogte gebracht van het advies van de GGD.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
27
4.6
Bodem
4.6.1
Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.
4.6.2
Onderzoek Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het herstellen van een aantal omissies, de sloop van voormalige agrarische gebouwen, het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en de toevoeging van één woning. Door het bureau Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is in juli 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Pastoor van der Plaatstraat 36. Uit dit onderzoek bleek aanvullend onderzoek noodzakelijk, dit is uitgevoerd in juli 2019. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze toelichting. Uit het onderzoek komen de volgende aanbevelingen naar voren: • de verontreiniging met koper, lood en zink binnen de perceelsgrenzen is afgeperkt; • uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van het middengedeelte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging met koper, lood en zink. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • indien men graafwerkzaamheden ter plaatse wil uitvoeren, dient men dit vooraf middels een plan van aanpak/saneringsplan/BUS melding kenbaar te maken aan het bevoegd gezag;. Het bevoegd gezag dient in te stemmen, alvorens men mag aanvangen met de voorgenomen werkzaamheden.
4.6.3
Conclusie Voor de locatie aan de Pastoor van der Plaatstraat 36 is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd in de uitgevoerde onderzoeken. In het kader van de bestemmingsplanwijziging zijn geen aanvullende procedures meer noodzakelijk. Voordat de woning zal worden gebouwd zal nog nader (fijnmazig) onderzoek worden uitgevoerd naar de exacte grote van het verontreinigde gebied. Mocht het verontreinigde gebied groter zijn dan 25 m3 dan is een BUS melding nodig. Mocht het gebied echter kleiner zijn dan is geen BUS melding nodig. Voor de overige deelgebieden hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd en kan gesteld worden dat het aspect bodem geen belemmeringen veroorzaakt.
Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
28
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5)de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m 3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.
Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.
4.7.2
Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het slopen van voormalige agrarische bebouwing en het bouwen van één woning. Deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project, waardoor een onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) Voor de volledigheid zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (N445, Leidseweg, en de Pastoor van der Plaatstraat) de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021
29
PM2,5 bepaald. In afbeelding 4.1 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020.
Afbeelding 4.1: overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool).
Uit de monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied respectievelijk niet meer dan 16,7 µg/m3, 19,2 µg/m3 en 11,3 µg/m3 bedragen. Dat betekent dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10 ) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen verder zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. 4.7.3
Conclusie Omdat het voorliggende bestemmingsplan slechts voorziet in het slopen van voormalige agrarische bebouwing, het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en het bouwen van één woning is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet benodigd. Wel zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde normen uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Een overschrijding van de grenswaarden is dan ook niet te verwachten.
4.8
Flora en fauna
4.8.1
Kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te Bestemmingsplan “1e herziening ‘Oud Ade en Rijpwetering’” Toelichting Vaststelling d.d. 29 maart 2021