RO-BP-618.148.30-1e Herziening Buitengebied Oost-herstelbesluit-totaal
Tekst van het document
Afbeelding 2.10: Huidige situatie Westerdijk 12 (bron: 2BIM Bouwkundig advies- en tekenbureau). Leimuiden, Bilderdam 39-40 De percelen en opstallen aan de Bilderdam 39 en 40 zijn in eigendom van de initiatiefnemers. De initiatiefnemers wonen zelf in de bedrijfswoning op nummer 39. Nummer 40 is planologisch gezien geen woning en wordt op dit moment gebruikt als bootopslag. Op het perceel is autobedrijf 'Jos van Tol' VOF gevestigd. Dit bedrijf bestaat uit een bedrijfsruimte, een spuiterij, stallingsgarage voor auto's en diverse bergruimten. Het perceel wordt ontsloten door de Bilderdam, langs het perceel loopt de Drecht. De panden zijn gelegen in een dorp wat gekenmerkt wordt door lintbebouwing. De kern Leimuiden ligt ten westen van de provinciale weg N207 en ten noorden van de stad Alphen aan den Rijn. De planlocatie geldt als buurtschap, gelegen op circa vier kilometer van de kern Leimuiden. Het gebied ligt midden in het Groene Hart. Het bedrijf wordt omgeven door woningen, bedrijven en gronden met een agrarische bestemming. De volgende afbeelding toont de huidige situatie.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
24
Afbeelding 2.11: Huidige situatie plangebied (bron: MD2A). Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 De locatie is gelegen in het bebouwingslint aan de westzijde van Hoogmade. De Van Klaverweijdeweg leidt in westelijke richting naar de A4. Op het perceel is de smederij en handelsonderneming Deckers gevestigd: een smederij, service‐specialist en verkooppunt (groothandel) voor uiteenlopende gereedschappen. Het bedrijf levert aan en werkt voor sloop‐, bouw‐ en restauratiebedrijven. De smederij is een familiebedrijf en bestaat als sinds 1860. Sinds 1988 is het bedrijf gevestigd aan de Van Klaverweijdeweg 17. Op het perceel zijn verschillende gebouwen aanwezig. Naast een bedrijfswoning (voormalige boerderij) gaat het hier onder andere om een werkplaats voor de smederij.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
25
Afbeelding 2.12: Huidige situatie op het perceel Van Klaverweijdeweg 17 (bron: Google Earth).
Leimuiden, Kerklaan 23w De locatie is gelegen op een (schier)eiland aan de zuidkant van de Ringvaart rond de Haarlemmermeer polder, tegenover het dorp Weteringbrug. Op korte afstand ten oosten van het plangebied ligt het dorp Leimuiden. Het perceel kent een omvang van circa 1.440 m2 bestaande uit grond en water. Het gebied is ingericht als tuin in de vorm van een grasveld met aangeplante bomen en struiken. Ten zuiden van het plangebied ligt een woonschip. Dit woonschip is mogelijk gemaakt in ‘Buitengebied Oost’ en maakt geen onderdeel uit van het plangebied. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de planlocatie.
Afbeelding 2.13: Huidige situatie op het perceel aan de Kerklaan 23w (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
26
Woubrugge, Oudendijkseweg 28 De locatie is gelegen aan de Oudendijkseweg. Deze smalle weg loopt vanaf de Wijde Aa in noordzuid richting en loopt in het zuiden dood ter hoogte van een agrarisch bedrijf. De weg dient dan ook vooral voor de ontsluiting van de aan de weg gelegen functies. Dit betreft zowel woningen als agrarische bedrijven in de vorm van veehouderijen en ook glastuinbouwbedrijven. Tussen de verschillende bouwpercelen aan de westzijde van de Oudendijkseweg is steeds een behoorlijke tussenruimte waardoor het landschap, gekenmerkt door de openheid en het slagenpatroon met lengtesloten, beleefd wordt. Op het perceel zelf zijn twee stallen en achter op het perceel twee kuilplaten en enkele bouwwerken, aanwezig.
Afbeelding 2.14: Huidige situatie op het perceel Oudendijkseweg 28 (bron: GoogleMaps). Omissie voorkeurstracé buisleidingen In 2012 is de Structuurvisie buisleidingen vastgesteld. In deze visie is een landelijk netwerk van leidingstroken aangewezen, waarbinnen in de toekomst ondergrondse buisleidingen van nationaal en internationaal belang aangelegd kunnen worden voor het transport van gevaarlijke stoffen. De visiekaart in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 vormt de basis voor de voorkeurstracés van het Rijk voor een hoofdstructuur van buisleidingenstroken. De voorkeurstracés zijn bij ministeriële regeling aangewezen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, 4e wijziging). Een van deze leidingstroken loopt in noord-zuid richting door het plangebied, ongeveer parallel aan de bestaande buisleidingenstrook. Bij definitieve planvorming moet inzicht worden gegeven in het PR en GR. In het voorgaande bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is op de verbeelding van het plan de ruimtelijke reservering voor het voorkeurstracé per abuis verschoven in noordelijke richting. De Structuurvisie Buisleidingen is sinds de vaststelling van het voorgaande bestemmingsplan niet herzien.
Ook in de inmiddels geconsolideerde versie van de ministeriële regeling (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, versie van 1 januari 2019) is de locatie van deze ruimtelijke reservering ongewijzigd gebleven. Dat betekent dat de strook, in het voorgaande bestemmingsplan aangeduid als ‘Overige zone - voorkeurstracé buisleiding’, foutief is weergegeven op de verbeelding (afbeelding 2.15).
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
27
Afbeelding 2.15: Huidige, foutieve reservering op grond van bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ ten opzichte van de juiste reservering op grond van de Structuurvisie Buisleidingen en het Rarro (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Binnen het voorkeurstracé voor buisleidingen is niet toegestaan een omgevingsvergunning te verlenen waardoor nieuwe, voor de aanleg van buisleidingen belemmerende, activiteiten uitgevoerd kunnen worden. Het gaat hierbij om activiteiten zoals genoemd in Barro art. 2.9.2, 2e lid. Op de verbeelding is rekening gehouden met een voorkeurstracé van 70 m breed. Indien de opgenomen breedte leidt tot knelpunten is het, in overleg met het rijk, mogelijk om de strook te versmallen naar bijvoorbeeld 30 of 40 m.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
28
2.4
Toekomstige situatie In deze paragraaf wordt voor elke locatie uiteengezet wat de beoogde toekomstige situatie is. Leimuiden, Herenweg 15 en 17 De initiatiefnemer is van plan de kassen die in paragraaf 2.1 zijn genummerd als '3' te slopen dan wel te verwijderen. De bestaande (bedrijfs)woning inclusief aanbouw (nummer 17) ten noordoosten daarvan blijft behouden en zal planologisch gewijzigd worden van bedrijfswoning naar burgerwoning. De oppervlakte van de te verwijderen kassen bedraagt 6.890 m². Met het voorliggende bestemmingsplan wordt ook invulling gegeven aan de Ruimte voor ruimteregeling die als wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'. De Ruimte voor ruimteregeling biedt ruimte voor een extra woning. Deze woning wordt buiten het plangebied gerealiseerd en in een separate procedure juridischplanologisch mogelijk gemaakt. Het bouwrecht van deze compensatiewoning zal vastgelegd worden in een anterieure overeenkomst, zodat de initiatiefnemer daar binnen een gestelde periode nog aanspraak op kan maken zodra er een geschikte locatie is gevonden. De toekomstige inrichting van het perceel (zuidzijde van het plangebied) wordt akker- en/of grasland. Deze inrichting is passend in de Vriesekoopsche Polder, die zich kenmerkt door de aanwezigheid van open grasland.
Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b In de toekomstige situatie wenst de initiatiefnemer de gronden direct aan de westzijde van de woning aan de Vriezekoop Noord 4b te betrekken bij de huidige woonbestemming. Op deze manier worden er meer mogelijkheden gecreëerd voor het gebruik van een tuin. Daarbij geeft deze wijziging de mogelijkheid om de woning in de toekomst eventueel te verbouwen, uit te bouwen of te vervangen voor nieuwbouw met behoud van tuin. De beoogde woonbestemming in het plangebied zal gebruikt worden ten behoeve van een tuin. Met de wijziging wordt het grasland, waar in de huidige situatie schapen op lopen, verkleind. Er blijft nog een oppervlakte van circa 1.550 m² over met de bestemming Agrarisch waar de schapen gebruik van kunnen blijven maken. Navolgende afbeelding toont de beoogde planologische situatie.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
29
Afbeelding 2.16: Beoogde situatie (indicatief) in relatie tot het geldende bestemmingsplan en de kadastrale grenzen (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Het geel gekleurde vlak op de kaart zijn de gronden die gewijzigd dienen te worden naar de bestemming 'Wonen'. De nieuwe woonbestemming grenst aan de westzijde aan de bestaande woonbestemming, in het noorden wordt dezelfde grenslijn van de woonbestemming doorgetrokken. Aan de zuidzijde is de weg Vriezekoop Noord de grens. De oppervlakte van het plangebied is daarmee circa 495 m² (33 m x 15 m). Leimuiden, Westerdijk 60-61 Het voornemen bestaat om de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie’. Dit ten behoeve van de realisatie van maximaal zes verblijfsrecreatieve appartementen in de bestaande twee bedrijfsgebouwen. De bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ wordt in de toekomstige situatie gewijzigd naar een bouwvlak met een maximum bebouwd oppervlak van 25 m2 ten behoeve van een havenkantoor en receptie voor de ligplaatsen- en verblijfsrecreatieverhuur (inclusief opslag voor de uitgifte van sleutels, zwem- en reddingsvesten, stootwillen, waterdichte tonnetjes, koelboxen, visartikelen e.d.).
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
30
Afbeelding 2.17: Ligging plangebied ten opzichte van nabijgelegen bebouwing (bron: Google). Leimuiden, Molenkade 2 In de toekomstige situatie krijgen de percelen 4181, 4151, 4150, 3839 en 3040 volledig de woonbestemming. Daarnaast wijzigt de bestemming op perceel 3709 en 3710 ‘Agrarisch met waarden landschapswaarden’ naar ‘Wonen’ waarbij geen bouwvlak toegekend wordt. Ook mag er op deze percelen geen buitenopslag of -stalling plaats vinden. Dit is middels een aanduiding in deze herziening geregeld. Op perceel 3711 zal westelijk van de woning een veranda worden gerealiseerd. Aan de zuidoostkant van de woning wordt tevens een garage gebouwd. Het totale oppervlak aan Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
31
bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 200 m2. Opgenomen wordt dat de maximale inhoudsmaat van hoofdgebouw en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 1.110 m3. Deze maxima worden door twee maatvoeringsaanduidingen geregeld. Ook dit perceel krijgt volledig de woonbestemming. In navolgende afbeelding is de nieuwe beoogde situatie weergegeven.
Afbeelding 2.18: Beoogde situatie Molenkade 2 (bron: PDOK). Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 In de toekomstige situatie wenst de initiatiefnemer de gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied te betrekken bij de woonbestemming van het perceel Willem van der Veldenweg 51, het noordoostelijke deel van het plangebied. De initiatiefnemer wil daarbinnen een bijbehorend bouwwerk realiseren in de vorm van een berging / stalling. Daarvoor zal de bestaande portacabin worden verwijderd en komt de bestaande buitenopslag te vervallen. Initiatiefnemer is verzamelaar en liefhebber van Peterbilttrucks. De nieuwe berging zal dan ook dienst doen als stalling van Peterbiltvrachtwagens en trailers. Vanwege de omvang van de trucks is het noodzakelijk om de berging te voorzien van een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5,0 m en 6,5 m. De omvang van de berging is 200 m², waarvan de voorzijde enkel een overkapping betreft (circa 50 m²). Daarmee is de werkelijke omvang van de berging 150 m². Navolgende afbeeldingen tonen de beoogde situatie.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
32
Afbeelding 2.19: Impressie beoogde situatie (bron: Buro SRO, 27 maart 2019).
Afbeelding 2.20: Impressie doorsnede (bron: Buro SRO, 27 maart 2019). Rijnsaterwoude, Herenweg 12 In de toekomstige situatie wenst de initiatiefnemer de gronden aan de oostzijde van de huidige bestemming ‘Wonen’ met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ te betrekken bij de woonbestemming. De initiatiefnemer wil de mogelijkheid hebben om in de toekomst eventueel bijbehorende bouwwerken te realiseren. Tevens worden de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' niet meer gebruikt voor agrarische doeleinden. Het is dan ook wenselijk om deze gronden te betrekken bij de woonbestemming aan de westelijke zijde van het plangebied. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 De initiatiefnemer is voornemens een bedrijfswoning te realiseren. Deze bedrijfswoning is voorzien aan de zijde van de Van Klaverweijdeweg, ten westen van de bestaande schuur/machineloods. Op deze locatie is een watergang gelegen. Om de beoogde bedrijfswoning te kunnen bouwen zal deze watergang over een lengte van circa 22 m gedempt moeten worden. Deze demping zal elders gecompenseerd worden. De bedrijfswoning is buiten de beschermingszone van de waterkering voorzien. De beoogde bedrijfswoning bevindt zich gedeeltelijk buiten het bouwvlak zoals dat is opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Om die reden wordt het bouwvlak aan de westzijde vergroot.
Teneinde tot een logisch bouwvlak te komen wordt het bouwvlak ook aan de zuidwestzijde Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
33
vergroot. Aan de oost- en zuidoostzijde wordt het bouwvlak verkleind. Het beoogde bouwvlak heeft een oppervlak van 0,7988 ha, terwijl het bouwvlak in het geldende bestemmingplan een oppervlak van 0,7574 ha heeft. Daarmee wordt het bouwvlak met 414 m² vergroot. De navolgende afbeelding toont de positie van de beoogde woning (groene arcering). Hierop zijn ook het bouwvlak zoals dat is opgenomen in het geldende bestemmingsplan (rode lijn), het beoogde bouwvlak (blauwe lijn) en de beschermingszone van de waterkering weergegeven.
Afbeelding 2.21: Huidige en toekomstige bouwvlak, positie bedrijfswoning en beschermingszone waterkering (bron: Buro SRO, 31 januari 2019). Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 Het perceel is al generaties lang, 150 jaar, in het bezit bij de familie. Heel lang is het perceel in gebruik geweest als melkveehouderij met kaasmakerij. Op dit moment is het perceel in gebruik als woonperceel en voor het kantoor van Pact3D, het ontwerp‐ en ontwikkelbedrijf van vader en zoon. De familie wenst van het vrijstaande kantoorgebouw een woning te maken zodat verschillende generaties uit de familie op het perceel kunnen wonen en zodat men, in de toekomst, als familie de zorg voor elkaar kan dragen. Het bebouwd oppervlak neemt niet toe, omdat gebruik wordt gemaakt van het bestaande gebouw. De beschikbare kantoorruimte neemt af, maar de kantoorruimte in de voormalige boerderij biedt voldoende ruimte voor het familiebedrijf. De gemeente heeft aangegeven positief tegenover het initiatief te staan, omdat er sprake is van een zorgwoning waar behoefte aan is binnen de gemeente. Als voorwaarde stelt de gemeente dat de oude schuren worden gesloopt en dat de maximaal toegestane vloeroppervlakte voor kantoren in het bestemmingsplan wordt teruggebracht. Deze voorwaarden zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
34
Leimuiden, Westerdijk 12 De eigenaar van de woning aan de Westerdijk 12 is voornemens om ten noorden van de parkeervoorziening een erfafscheiding, in de vorm een privacy-scherm, van circa 13 meter lang en 2 meter hoog te realiseren. Dit scherm verbindt twee bijgebouwen en zorgt voor afscherming van het deel van het perceel dat aan de Westerdijk is gelegen. Op onderstaande afbeelding is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven.
Afbeelding 2.22: Toekomstige situatie Westerdijk 12 (bron: 2BIM Bouwkundig advies- en tekenbureau). Leimuiden, Bilderdam 39-40 In de toekomstige situatie wenst de initiatiefnemer op Bilderdam nummer 40 drie levensloopbestendige woningen te realiseren. Hiervoor wordt een groot deel van de bestaande bedrijfsopstallen gesloopt. De percelen van de woningen krijgen een grootte van 334 tot 439 m2. De woningen beslaan een begane grond, één verdieping en een vliering. De nokrichting van deze woningen wordt een kwartslag gedraaid, wat ervoor zorgt dat er meer lucht tussen de woningen ontstaat en de woningen en de percelen ieder een eigen karakter krijgen. Woning 1 en 2 hebben een serre op het westen. Woning 3 heeft een serre aan de waterzijde onder een doorgetrokken kap. De woning op nummer 39 zal gehandhaafd blijven en enkel omgezet worden van bedrijfswoning naar burgerwoning. Wel zal er verbouwd en uitgebreid worden, om de woning de laten voldoen aan de huidige standaarden. De woningen sluiten goed aan bij de andere woningen die zich al in de omgeving bevinden en worden gasloos gebouwd. In afbeelding 2.23 zijn de huidige en toekomstige situatie van het perceel weergegeven.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
35
Afbeelding 2.23: Huidige situatie (links) en toekomstige situatie (rechts ) aan de Bilderdam 39-40 te Leimuiden (bron: MD2A). Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 Het bedrijf is al generaties in het bezit bij de familie. Een gezonde bedrijfsvoering vraagt met het oog op de toekomst ook voldoende uitbreidingsmogelijkheden. Gelet op schaalvergroting en een veranderende bedrijfsvoering is een uitbreiding van circa 300 m2 bebouwd oppervlak gewenst. Hierbij wordt gedacht aan uitbreiding van de bestaande werkplaats in de noordoosthoek van het perceel. Op het perceel is volgens het geldende bestemmingsplan nu 890 m2 aan bebouwd oppervlak toegestaan. Dat komt ongeveer overeen met de oppervlakte die nu aanwezig is en betekent dus dat er geen uitbreiding meer kan plaatsvinden. Voor het voortbestaan van het bedrijf is dat zeer ongewenst. Het voornemen bestaat om het bebouwd oppervlak te vergroten naar circa 1.200 m2. Leimuiden, Kerklaan 23w In de toekomstige situatie wordt het bestaande bijgebouw (van circa 15 m2) verwijderd en een nieuw bijgebouw (van circa 10 m2) gerealiseerd. Daarnaast worden de gronden, behorend bij het zuidelijke woonschip, heringericht. Hiervoor wordt aan de zuidzijde van het perceel in totaal 90 m2 grond afgegraven. De afgegraven grond wordt verplaatst naar de oever aan de noordwestzijde.
In navolgende afbeelding wordt een impressie van de toekomstige situatie weergegeven.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
36
Afbeelding 2.24: Voorgenomen activiteiten en indeling plangebied (bron: brief aanvrager, 28 februari 2019). Woubrugge, Oudendijkseweg 28 Het bedrijf en de aanwezige gebouwen zijn al jaren aanwezig op het perceel. Het melkveebedrijf beschikt over 48 melkkoeien en 5 stuks jongvee. De gemeente heeft aangegeven het wenselijk te vinden om een agrarisch bouwvlak toe te kennen aan het perceel onder de voorwaarden dat: · het passend is binnen het provinciale beleid; · het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar is; · de onherroepelijke Natuurbeschermingswet vergunning overlegd wordt en de maximale mogelijkheden van deze vergunning worden overgenomen in het nieuw op te stellen bestemmingsplan; · de mogelijkheid voor een agrarische bedrijfswoning wordt uitgesloten. Het bestemmingsplan wordt daarmee in overeenstemming gebracht met de bestaande situatie. De gewenste aanpassing van het bestemmingsplan betreft uitsluitend het opnemen van een bouwvlak rondom het bestaande bedrijfsperceel op de verbeelding van het bestemmingsplan. Omissie voorkeurstracé buisleidingen Ten tijde van de vaststelling van het voorgaande bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is per abuis een onjuiste locatie weergegeven van de ruimtelijke reservering voor het voorkeurstracé buisleidingen.
Om deze omissie te herstellen wordt met dit bestemmingsplan het voorkeurstracé over de gehele lengte binnen het plangebied verplaatst, conform de contour uit de Structuurvisie buisleidingen. Dit heeft als gevolg dat zowel de gronden van het foutieve tracé, als de gronden van het juiste tracé worden opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Op de gronden van het foutieve tracé wordt de gebiedsaanduiding ‘Overige zone - voorkeurstracé buisleiding’ verwijderd. Alle overige bestemmingen op de betreffende gronden blijven ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
37
Op de gronden waar de juiste locatie van de ruimtelijke reservering voor het tracé van toepassing is, wordt de ‘Overige zone - voorkeurstracé buisleiding’ opgenomen op de verbeelding. De betreffende percelen de contour voor het voorkeurstracé wordt opgenomen, worden met de vaststelling van voorliggend plan niet meer beperkt dan in de huidige situatie het geval is. De ligging van dit voorkeurstracé is immers reeds vastgesteld door hogere bestuursorganen, door middel van het Rarro en de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. 2.5
Strijdigheid met vigerend bestemmingsplan In deze paragraaf wordt voor elke locatie uiteengezet wat de strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan is. Leimuiden, Herenweg 15 en 17 Het plangebied is voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' is de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf toegestaan. Aan de noordzijde is het plangebied voorzien van een bouwvlak. Per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan. Het voorgenomen plan bestaat uit het omzetten van de bedrijfswoning aan de Herenweg 17 naar een burgerwoning en de toepassing van de Ruimte voor ruimteregeling waardoor de bouw van een compensatiewoning mogelijk is. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Met de wijzigingsbevoegdheid van artikel 4.7.5 (Ruimte voor ruimteregeling) kan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' gewijzigd worden naar 'Wonen' ten behoeve van de bouw van ten hoogste 3 extra woningen in ruil voor de sloop van alle op het bouwvlak aanwezige bedrijfsbebouwing. De wijzigingsbevoegdheid en de bijbehorende voorwaarden (a t/m f) worden in toelichting paragraaf 3.4.1 toegelicht. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b De gronden van het plangebied hebben in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.
Het gehele plangebied is tevens voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het geldende bestemmingsplan verzet zich tegen eventuele toekomstige bouw van bijbehorende bouwwerken van de woning aan de Vriezekoop Noord 4b in Leimuiden..
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
38
Leimuiden, Westerdijk 60-61 Het realiseren van verblijfsrecreatieve appartementen ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ is niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast is voorzien in de realisatie van een havenkantoor en receptie buiten de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Het bouwen van dergelijke bebouwing buiten de aanduiding is ook strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Leimuiden, Molenkade 2 In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oost” uit 2018 hebben de gronden van de initiatiefnemers op dit moment een woon- of een agrarische bestemming. De gronden ter plaatse van het plangebied hebben de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waterstaat - Waterkering’. Het gebruik van de gronden is in strijd met artikel 4.1 van de bij dit bestemmingsplan behorende regels, omdat ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ geen bijgebouwen mogen worden opgericht en deze gronden niet als tuin gebruikt mogen worden. De regels uit het bestemmingsplan “Buitengebied Oost” laten geen ruimte voor het toestaan van afwijking. Daarom is besloten de bestemming van de gronden middels een herziening van het bestemmingsplan te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’. Ook zijn de planologische mogelijkheden tot bijbouwen grotendeels uitgeput.
Om een garage en overkapping te realiseren zal de maximale oppervlakte aan bijgebouwen worden verhoogd van naar 200 m2 en de maximale inhoudsmaat van hoofdgebouw en bijgebouwen tezamen zal verhoogd worden van 750 m3 naar 1.110 m3. Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 Het deel van het perceel waar de ontwikkeling betrekking op heeft, is voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Tevens gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Het geldende bestemmingsplan verzet zich tegen de bouw van een vrijstaand bijgebouw aan de zuidzijde en als onderdeel van het woonperceel aan de Willem van der Veldenweg 51. Rijnsaterwoude, Herenweg 12 De gronden van het plangebied vallen gedeeltelijk binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'. Het noordoostelijke gedeelte en het noordwestelijke gedeelte van het plangebied valt buiten het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' en maakt onderdeel uit van het geldende bestemmingsplan ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’. Daarnaast valt een klein gedeelte in het zuidelijke deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan 'Herenweg 12a/14 te Rijnsaterwoude'. De oostelijke strook van de gronden in het plangebied hebben in de geldende bestemmingsplannen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.
De westzijde van het plangebied beschikt reeds over een woonbestemming met uitzondering van de meest westelijke strook met de bestemming ‘Water’. Het gehele plangebied is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en het overgrote deel beschikt over de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
39
De geldende bestemmingsplannen verzetten zich tegen eventuele toekomstige bouw van bijbehorende bouwwerken op de achterzijde van het perceel aan de Herenweg 12 in Rijnsaterwoude. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 De gronden in dit deelgebied hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Er is een bouwvlak met de aanduiding 'wonen uitgesloten' opgenomen. Het plangebied is voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Een deel van het plangebied is verder voorzien van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 400 m'. Het geldende bestemmingsplan staat de realisatie van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' en buiten het bouwvlak niet toe. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘voormalig agrarisch bedrijfscomplex met als nevenfunctie kantoor’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐1'. Voor het hele perceel is een bouwvlak opgenomen. Het bestemmingsplan staat ter plaatse één woning toe met diverse nevenfuncties, waaronder de bestemming kantoor met een maximum vloeroppervlak van 400 m2.
Het realiseren van de extra woning in het bestaande kantoorgebouwtje is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Leimuiden, Westerdijk 12 In de huidige situatie is de voorgevel van de woning gelegen aan de weg kant van de Westerdijk en niet aan de waterkant van de Oude Wetering. Het geldende bestemmingsplan verzet zich tegen het realiseren van een erfafscheiding van maximaal twee meter voor de voorgevel. Het voorgenomen bestemmingsplan maakt dat de voorgevel wordt omgedraaid en bebouwing en erfafscheiding aan de weg kant van de Westerdijk mogelijk wordt. Leimuiden, Bilderdam 39-40 Het plangebied heeft in de huidige situatie de bestemming ‘Bedrijf‘. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Op de locatie is tevens de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf autoreparatiebedrijf/spuiterij' van toepassing, waardoor op de gronden tevens een autoreparatiebedrijf/spuiterij en autoplaatwerkerij zijn toegestaan. Op het perceel mag maximaal 850 m2 worden bebouwd. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat Waterkering', waarmee de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en de nabijgelegen waterkering. Binnen deze bestemming zijn geen woningen toegestaan.
Ook zal in de toekomstige situatie minimaal 1.000 m2 worden bebouwd en zijn geen toereikende bouwvlakken aanwezig, waardoor het plan in strijd is met het maximum bebouwd oppervlak zoals bepaald in het vigerende plan.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
40
Het geldende bestemmingsplan laat de bouw van de beoogde woningen op het perceel van de Bilderdam 39 en 40 in Leimuiden niet toe. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 Het deelgebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijfsmederij’. Voor het hele perceel is een bouwvlak opgenomen. Het bestemmingsplan staat ter plaatse een maximum bebouwd oppervlak van 890 m2 toe. Het bedrijf wil circa 1.200 m2 aan bebouwd oppervlak realiseren. Dit is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Leimuiden, Kerklaan 23w Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemmingen ‘Water’ en ‘Natuur’. In de toekomstige situatie is voorzien in het afgraven van de grond in het zuidelijk deel van het plangebied. Deze grond wordt verplaatst naar het noordwesten van het plangebied binnen de bestemming ‘Water’. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet direct toegestaan om binnen die bestemming grond aan te brengen. Woubrugge, Oudendijkseweg 28 Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch met Waarden‐ landschapswaarden’. Ter plaatse zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf, in de vorm van een grondgebonden veehouderij.
Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde (met uitzondering van erf‐ en terreinafscheidingen), zijn echter uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Een dergelijk bouwvlak is niet opgenomen voor de Oudendijkseweg 28. Omissie voorkeurstracé buisleidingen Het plangebied omvat de gronden die behoren tot zowel de foutieve, als correcte ligging van het gereserveerde voorkeurstracé voor de buisleiding. Deze bestemmingen blijven ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Uitsluitend de ligging van de gebiedsaanduiding ‘Overige zone – voorkeurstracé buisleiding’ wordt op de betreffende gronden verwijderd, dan wel van toepassing verklaard.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
41
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ontwerp juni 2019 Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Ook verandert het klimaat en moet zorgvuldiger worden omgegaan met energiebronnen en grondstoffen. In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Ontwerp van de NOVI is in juni 2019 verschenen. De vaststelling staat gepland voor het voorjaar 2020. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven.
Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid.
Naast de noodzakelijke ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming van economische activiteiten en werkgelegenheid in de economische centra die een nationale betekenis hebben, is voldoende ruimte op de juiste plaats voor elke regio van belang. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Een zorgvuldige raming Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
42
van ruimtebehoefte- en aanbod is van groot belang. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe.
Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma’s. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio’s wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. De SVIR is niet specifiek van toepassing op de verschillende deelgebieden en staat voorgenomen ontwikkelingen hierdoor niet in de weg.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
43
Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). De voorgenomen ontwikkelingen in de deelgebieden raken niet aan één of meerdere van de nationale belangen. Het Barro is dan ook niet specifiek van toepassing op het plangebied.
Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan.
Voorgenomen ontwikkelingen zijn allemaal van een zodanige omvang dat deze niet als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ aangemerkt kunnen worden. Voorgenomen ontwikkelingen voldoen hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor wat betreft het deel van de N207 en de omliggende gronden kan worden gesteld dat überhaupt geen sprake is van ontwikkeling.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
44
3.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het Programma Ruimte en het Programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; 2. De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; 3. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; 4. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
45
Afbeelding 3.1: Ruimtelijke hoofdstructuur (bron: Visie ruimte en mobiliteit, Provincie ZuidHolland, 30 mei 2018). Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: · · · · · ·
Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
46
beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’; ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft twaalf provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Programma ruimte Het Programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld.
Het Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk een uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, Groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Voorliggende herziening van bovengenoemd bestemmingsplan voorziet slechts in ontwikkelingen met een beperkte omvang en de actualiserende bestemming van het huidig gebruik van een aantal gronden. Deze ontwikkelingen sluiten grotendeels aan bij de huidige toegewezen bestemmingen en/of de toegewezen bestemmingen in de omgeving. In grote mate gaat het om ontwikkelingen die ondergeschikt zijn aan het huidige gebruik of de bestemming. Deze herziening maakt dan ook geen drastisch andere ontwikkelingen mogelijk dan in het vigerende plan. Om deze reden hoeft hiervoor geen nieuwe beleidsafweging plaats te vinden op provinciaal niveau. Desalniettemin is deze beleidsafweging onderdeel van de verschillende ruimtelijke onderbouwingen. Kortheidshalve wordt voor een beleidsmatige afweging dan ook verwezen naar deze onderbouwingen en het vigerende bestemmingsplan. De beleidsafweging in de diverse ruimtelijke onderbouwingen gaat nog wel uit van het voorgaande beleid.
Dit beleid heeft echter als uitgangspunt voor het nieuwe omgevingsbeleid gediend en is op de voor dit bestemmingsplan relevante onderwerpen gelijkluidend.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
47
3.3
Gemeentelijk beleid In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ heeft de beleidsmatige afweging op gemeentelijk niveau grotendeels reeds plaatsgevonden voor de ontwikkelingen in dit plan. Het gaat hier om de bestemmingslegging in het vigerende bestemmingsplan. In het kader van dat plan is geconcludeerd dat de toegewezen functies passend zijn op de verschillende locaties. Voorliggende herziening van bovengenoemd bestemmingsplan voorziet slechts in ontwikkelingen met een beperkte omvang en de actualiserende bestemming van het huidig gebruik van een aantal gronden. Deze ontwikkelingen sluiten grotendeels aan bij de huidige toegewezen bestemmingen en/of de toegewezen bestemmingen in de omgeving. In grote mate gaat het om ontwikkelingen die ondergeschikt zijn aan het huidige gebruik of de bestemming. Deze herziening maakt dan ook geen drastisch andere ontwikkelingen mogelijk dan in het vigerende plan. Om deze reden hoeft hiervoor geen nieuw beleidsafweging plaats te vinden op gemeentelijk niveau. Desalniettemin is deze beleidsafweging onderdeel van de verschillende ruimtelijke onderbouwingen. Kortheidshalve wordt voor een beleidsmatige afweging dan ook verwezen naar deze onderbouwingen en het vigerende bestemmingsplan.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
48
4
4.1
Omgevingstoets
Algemeen In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende moet borgen. In dit hoofdstuk is het deel van de N207 en de omliggende gronden als mede de locaties aan de Vriezekoop 30, Doespolderkade 3c, A. de Graaflaan 31 en de Westerdijk 2a en de omliggende gronden buiten beschouwing gelaten. Omdat op deze gronden niet voorzien is in ontwikkelingen bestaan ook geen onderzoeksverplichtingen ten aanzien van deze deelgebieden.
4.2
Geluidhinder
4.2.1
Kader Wegverkeerslawaai Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Alvorens geluidgevoelige objecten - zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Normstelling Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag de geluidsbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde niet overschrijden. Daarnaast worden in het Bouwbesluit 2012 eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering. Dit betreffen eisen aan de geluidwering van de gevel zodat deze zodanig wordt geconstrueerd dat voldaan wordt aan de maximale binnenwaarde van 33 dB.
Voor een bedgebied (verblijfsgebied waarin bedden aanwezig zijn) is de waarde van de karakteristieke geluidwering 5 dB hoger. Dit betekent dat de binnenwaarde in het bedgebied niet hoger mag zijn dan 28 dB. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 km/h bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze - strikt formeel gezien - niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk dat deze wegen mee worden genomen in de afweging. Railverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van spoorwegen (en ook van tram en metro) en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
49
4.2.2
Onderzoek Locatie
Toevoeging van nieuwe geluidsgevoelige objecten? Nee Nee Nee Nee Nee
Hogere waarde noodzakelijk? N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Leimuiden, Herenweg 15 en 17 Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b Leimuiden, Westerdijk 60 - 61 Leimuiden, Molenkade 2 Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 Nee N.v.t. Rijnsaterwoude, Herenweg 12 Hoogmade, Van Klaverweijdeweg Ja, onderzoek in kader Wgh Ja noodzakelijk 10 Hoogmade, Van Klaverweijdeweg Ja, onderzoek in kader Wgh Ja noodzakelijk 11 Nee N.v.t. Leimuiden, Westerdijk 12 Ja Nee Leimuiden, Bilderdam 39-40 N.v.t. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg Nee 17 Nee N.v.t. Leimuiden, Kerklaan 23w Nee N.v.t. Woubrugge, Oudendijkseweg 28 Tabel 4.1: Overzicht toevoeging nieuwe geluidsgevoelige objecten per locatie.
In tabel 4.1 is voor elke locatie aangegeven of voorzien is in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Bij de locaties waar geen nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegevoegd zijn reeds gevoelige objecten toegestaan of voorzien de ontwikkelingen hier niet in. Voor deze locaties is onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder niet benodigd en bestaan geen belemmeringen op het gebied van geluid. Voor de locaties waar wél geluidgevoelige objecten worden toegevoegd is hierna een aanvullende onderbouwing opgenomen. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 Voor het juridisch-planologisch mogelijk maken van de beoogde bedrijfswoning, die een geluidgevoelige object in het kader van de Wgh is, is een akoestisch onderzoek vereist wanneer zij geprojecteerd zijn binnen de onderzoekszone van een (spoor)weg of een geluidgezoneerd industrieterrein. De beoogde bedrijfswoning bevindt zich binnen de onderzoekszone van de HSL, A4 en Van Klaverweijdeweg. Een akoestisch onderzoek wegverkeer en railverkeer is daarmee vereist. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeer en railverkeer (Adviesburo Van der Boom, 19-023r1, 5 februari 2019, zie bijlage 17) blijkt dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Van Klaverweijdeweg op de noordgevel ten hoogste 49 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op de woning overschreden.
De maximale hogere waarde van 53 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de A4 bedraagt op de noordgevel ten hoogste 51 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op de woning overschreden. De maximale hogere waarde van 53 dB wordt niet overschreden.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
50
De hoogste geluidbelasting door railverkeer bedraagt 49 dB op de noordgevel. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt daardoor niet overschreden. Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron ligt niet voor de hand uit financiële overwegingen. Afscherming van alle woonlagen is landschappelijk ongewenst en niet effectief, omdat het scherm moet worden onderbroken door de toegang naar het perceel. Voor de woning dient een hogere waarde te worden verleend van 49 dB voor wegverkeer op de Van Klaverweijdeweg en van 51 dB door wegverkeer op de A4. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex artikel 110-g Wgh. De hoogste geluidbelasting op de gevels van de woning bedraagt 58 dB zonder aftrek. De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt dan 25 dB. Geluidwerende voorzieningen zijn noodzakelijk voor gevels met een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek. Voor de geveldelen met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek zijn geen voorzieningen noodzakelijk. De benodigde karakteristieke geluidwering GA;k bedraagt dan 20 dB, Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor deze locatie dienen hogere waarden te worden vastgesteld.
Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 Voor het juridisch-planologisch mogelijk maken van de beoogde woning, die een geluidgevoelig object in het kader van de Wgh is, is een akoestisch onderzoek vereist wanneer zij geprojecteerd is binnen de onderzoekszone van een (spoor)weg of een geluidgezoneerd industrieterrein. Spoorwegen en geluidgezoneerde industrieterreinen ontbreken in de omgeving van het plangebied. De wegen in de omgeving (A4 en de Van Klaverweijdeweg) zijn wegen met een wettelijke onderzoekszone. Daarom is een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeer (Rho, 18 februari 2019, zie bijlage 7) blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de A4 hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en bedraagt 51 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren zijn niet mogelijk. Het laten vaststellen van een hogere waarde is nodig. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de (niet)gezoneerde Van Klaverweijdeweg is lager dan 48 dB. Er wordt voldaan aan de normen van de Wet geluidhinder. Uit het akoestisch onderzoek blijkt ook dat de geluidbelasting op het pand bedraagt, als gevolg van railverkeer, op de hoogst belaste gevel 55 dB. Deze geluidwaarde is gelijk aan de voorkeursgrenswaarde. Er wordt voldaan aan de normen van de Wet geluidhinder.
Het pand voldoet aan de criteria en de voorwaarden van het ontheffingsbeleid. Leimuiden, Bilderdam 39-40 Voor het juridisch-planologisch mogelijk maken van de beoogde woningen, welke zijn aan te merken als een geluidgevoelig object in het kader van de Wgh, is een akoestisch onderzoek vereist wanneer zij geprojecteerd zijn binnen de onderzoekszone van een (spoor)weg of een geluidgezoneerd industrieterrein. De bouwkavel is gelegen binnen de zone van de volgende 60 km/uur-wegen: de Bilderdam, de Generaal van Merleweg, de Vriezekoop Zuid, de Vriezekoop Noord en de Bilderdammerlaan.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023
51
Op de Bilderdam geldt op enkele gedeelten een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze gedeelten van de weg hebben op grond van de Wet geluidhinder geen zone. In het kader van een zorgvuldige ruimtelijke ordening zijn deze 30 km/uur-gedeelten echter wel meegenomen in het onderzoek. De 30 km/uur-gedeelten dienen ook meegenomen te worden bij het bepalen van de cumulatieve geluidsbelasting, die nodig is bij het bepalen van de geluidwering van de gevels van de woningen. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeer (AV-Consulting B.V., 16 september 2020, bijlage 19) blijkt dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van de afzonderlijke wegen (na aftrek op grond van art. 110 Wgh). Het wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de bouw van de woningen. Er hoeft geen hogere grenswaarde te worden aangevraagd. Om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen zal er een geluidsscherm worden geplaatst met een hoogte van 1,5 meter en een lengte van circa 14 meter op de zuidelijke erfgrens van het te bebouwen perceel op de wegrand van de Vriezekoop Zuid. 4.2.3
Conclusie Voor de meeste locaties geldt dat geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden toegevoegd en dat toetsing aan de Wet geluidhinder niet benodigd is. Voor de locaties aan de Van Klaverweijdeweg 10 en 11 is het verlenen van hogere waarden benodigd. Het een ontwerpbesluit hogere waarden is als bijlage 28 bij het bestemmingsplan gevoegd.
4.3
Externe veiligheid
4.3.1
Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.
Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6-contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben