CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-618.148.30-1e Herziening Buitengebied Oost-herstelbesluit-totaal

Gemeenteraad 13 maart 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied Oost32.510 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Kaag en Braassem

Bestemmingsplan ‘‘1e herziening ‘Buitengebied Oost’” Vastgesteld (herstelbesluit)

13 maart 2023

Gemeente Kaag en Braassem

Bestemmingsplan ‘‘1e herziening ‘Buitengebied Oost’” Vastgesteld (herstelbesluit)

Inhoud: • • •

Toelichting Regels Geometrische plaatsbepaling (verbeelding)

werknummer: datum: bestand:

618.148.30 13 maart 2023 J:\618\148\30\3.projectresultaat\c. vaststelling

Procedureoverzicht Fase

Datum

Voorontwerp

20 september 2019

Ontwerp

4 juni 2020

Terinzagelegging

18 juni t/m 29 juli 2020

Vast te stellen

17 september 2020

Vastgesteld

26 oktober 2020

Vastgesteld (herstelbesluit)

13 maart 2023

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Vigerende plannen Planvorm Leeswijzer

1 1 2 3 3 3

2

Gebiedsbeschrijving

5

2.1 2.2 2.3 2.4

Verduidelijking Bestaande situatie Toekomstige situatie Strijdigheid met vigerend bestemmingsplan

5 17 28 37

3

Beleidskader

41

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

41 44 47

4

Omgevingstoets

48

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Algemeen Geluidhinder Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Flora en fauna Water Archeologie en cultuurhistorie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Luchthavenindelingbesluit Overige belemmeringen

48 48 51 59 69 75 79 89 95 99 99 101

5

Juridische planbeschrijving

102

5.1 5.2 5.3

Planvorm Toelichting op de regels Overig

102 102 107

6

Uitvoerbaarheid

109

6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

109 109 109

7

Procedure

111

7.1 7.2 7.3

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

111 111 112

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1:

Ruimtelijke onderbouwing Herenweg 15 en 17 Leimuiden, Buro SRO, d.d. 30 maart 2020 Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing Vriezekoop Noord 4b Leimuiden, Buro SRO, d.d. 30 maart 2020 Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing Westerdijk 60-61 Leimuiden, Van der Hoorn RO Visie, d.d. april 2019, gewijzigd augustus 2020 Bijlage 4: Ruimtelijke onderbouwing Willem van der Veldenweg 51 Leimuiden, Buro SRO, d.d. 31 augustus 2020 Bijlage 5: Ruimtelijke onderbouwing Herenweg 12 Rijnsaterwoude, Buro SRO, d.d. 31 augustus 2020 Bijlage 6: Ruimtelijke onderbouwing Van Klaverweijdeweg 10 Hoogmade, Buro SRO, d.d. 31 augustus 2020 Bijlage 7: Ruimtelijke onderbouwing Van Klaverweijdeweg 11 Hoogmade, Rho, d.d. 20 augustus 2020 Bijlage 8: Ruimtelijke onderbouwing Bilderdam 39-40 Leimuiden, Kubiek Ruimtelijke Plannen, d.d. 15 september 2020 Bijlage 9: Ruimtelijke onderbouwing (incl. onderzoeksrapporten) Van Klaverweijdeweg 17 Hoogmade, Rho, d.d. 20 augustus 2020 Bijlage 10: Ruimtelijke onderbouwing Molenkade (incl. onderzoeksrapporten) 2, 4 en 6 Leimuiden, KuiperCompagnons, d.d. 11 september 2020 Bijlage 11: Historisch bodemonderzoek naast Vriezekoop 4B te Leimuiden, Grondslag, d.d. 23 maart 2020 Bijlage 12: Verkennend bodemonderzoek Westerdijk 60 Leimuiden, Milieutechniek ZVS Eemnes BV, d.d.

21 november 2013 Bijlage 13: Verkennend bodemonderzoek Westerdijk 60-61 te Leimuiden, Milieutechniek ZVS Eemnes, d.d. 14 april 2020 Bijlage 14: Historisch vooronderzoek bodem Willem van der Veldenweg 51, Grondslag, d.d. 13 mei 2020 Bijlage 15: Historisch (bodem)onderzoek Herenweg 12, Waders Milieu BV, d.d. 13 mei 2020 Bijlage 16: Verkennend (asbest) bodemonderzoek van Klaverweijdeweg 10 Hoogmade, Inventerra, d.d. 26 maart 2019 Bijlage 17: Geluidbelasting wegverkeer en railverkeer Van Klaverweijdeweg 10 te Hoogmade, Adviesburo Van der Boom b.v., d.d. 5 februari 2019 Bijlage 18: Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek Van Klaverweijdeweg t.o. nr. 23 Hoogmade, Becker & Van de Graaf bv, d.d. 18 mei 2009 Bijlage 19: Diverse milieuonderzoeken ten behoeve van nieuwbouw Bilderdam 39-40, Kubiek Ruimtelijke Plannen, d.d. 15 september 2020 Bijlage 20: Ecologische quickscan perceel LMD02A2558 Leimuiden, Elsken Ecologie, d.d. 11 februari 2019 Bijlage 21: Akoestisch onderzoek Doespolderkade 1 en 2, KuiperCompagnons, d.d. 29 mei 2020 Bijlage 22: Onderzoek Geurhinder Veehouderijen plattelandswoning Doespolderkade 1-2 Hoogmade, De Roever Omgevingsadvies, d.d. 13 augustus 2020 Bijlage 23: Luchtkwaliteitsonderzoek plattelandswoning Doespolderkade 1-2 Hoogmade, De Roever Omgevingsadvies, d.d. 2 juni 2020

Bijlage 24: Ruimtelijke onderbouwing Oudendijkseweg 28 Woubrugge, Rho, d.d. 1 september 2020 Bijlage 25: Nota inspraak- en vooroverlegreacties, d.d. mei 2020 Bijlage 26: Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling, Omgevingsdienst West-Holland, d.d. 8 juli 2020 Bijlage 27: Nota van beantwoording zienswijzen, d.d. september 2020 Bijlage 28: Besluit Hogere Waarden, Van Klaverweijdeweg 10 en 11A Hoogmade

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Op 28 mei 2018 is het bestemmingsplan “Buitengebied Oost” vastgesteld. Dit plan biedt een juridisch-planologisch kader voor het oostelijk deel van het buitengebied van de gemeente Kaag en Braassem. Na vaststelling zijn door diverse particulieren kleinschalige initiatieven ingediend bij de gemeente. Deze initiatieven passen niet binnen het bestemmingsplan “Buitengebied Oost”. De gemeente heeft echter aangegeven, onder voorwaarden, welwillend tegenover de initiatieven te staan. Naast het mogelijk maken van de particuliere initiatieven kent deze herziening nog een ander doel. Het gebied, rondom de N207 en de N207 zelf, ten oosten van de kern Leimuiden kent momenteel geen actueel juridisch-planologisch kader. Voor deze gronden vigeert het bestemmingsplan ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’ uit 1999. Dit gebied dient te worden voorzien van een actueel juridisch-planologisch kader. In dit gebied wordt het huidige gebruik bestemd en is niet voorzien in ontwikkelingen. Ook ten noordwesten van de kern Woubrugge ligt een gebied waar momenteel geen actueel juridisch-planologisch kader voor is vastgesteld. Deze gronden zijn ook meegenomen in deze herziening. In dit gebied wordt het huidige gebruik bestemd en is niet voorzien in ontwikkelingen. Na vaststelling is gebleken dat op een aantal locaties de regelingen niet volstaan of voldoende duidelijk zijn.

Om deze reden zijn de locaties aan de Vriezekoop 30, A. de Graaflaan 31 en Westerdijk 2a meegenomen. Ook heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 18 maart 20201 het planologisch regime voor een vijftal locaties vernietigd. In dit bestemmingsplan worden deze locaties hersteld en van een nieuw planologisch regime voorzien. Ten slotte is geconstateerd dat de reservering van het voorkeurstracé buisleidingen, zoals door het Rijk is vastgesteld in het Rarro (2019) en de Structuurvisie Buisleidingen (2012), in het bestemmingsplan “Buitengebied Oost” per abuis is verschoven op de verbeelding. Het is wenselijk om de correcte locatie van de reservering op te nemen op de betreffende gronden. Voorliggend bestemmingsplan regelt de verplaatsing van de reservering voor het buisleidingentracé naar de correcte locatie op de verbeelding. Voorliggend bestemmingsplan betreft een eerste, partiële, herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied Oost” waarin de particuliere initiatieven mogelijk gemaakt worden. In dit plan wordt uiteengezet wat de initiatieven zijn, wordt de (milieukundige) onderbouwing per initiatief gegeven en wordt de haalbaarheid van de ontwikkelingen uiteengezet. Daarnaast voorziet de herziening in de actualisatie van het bestemmingsplan ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’ voor het gebied rondom de N207 en de N207 zelf.

Ook het gebied ten noordwesten van de kern Woubrugge wordt voorzien van een actueel juridisch-planologisch kader. Bovendien voorziet deze herziening nog in het verduidelijken van een aantal regelingen. Ten slotte repareert deze herziening het planologisch regime voor een aantal locaties waarover bovengenoemde uitspraak is gedaan.

1

201805604/1/R3 Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

2

Afbeelding 1.1: Globale ligging en begrenzing plangebied. 1.2

Ligging plangebied Het voorliggende plangebied valt uiteen in vierentwintig verschillende locaties c.q. deelgebieden, verspreid over het oostelijk deel van het buitengebied van de gemeente Kaag en Braassem. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: 1. Leimuiden, Herenweg 15 en 17 2. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b 3. Leimuiden, Westerdijk 60-61 4. Leimuiden, Molenkade 2 5. Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 6. Rijnsaterwoude, Herenweg 12 7. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 8. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 9. Leimuiden, Westerdijk 12 10. Leimuiden, Bilderdam 39-40 11. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 12. Leimuiden, Kerklaan 23w 13. Leimuiden, Vriezekoop 30 14. Woubrugge, A. de Graaflaan 31 15. Leimuiden, Westerdijk 2 16. Leimuiden, Westerdijk 2a 17. Hoogmade, Doespolderkade 3c Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

3

18. Hoogmade, Doespolderkade 2 19. Leimuiden, Vriezekoop 59w 20. Woubrugge, Oudendijkseweg 21b t/m z 21. Woubrugge, Oudendijkse Polder 22. Leimuiden, Leimuiden/N207 23. Woubrugge, Oudendijkseweg 28 24. Voorkeurstracé buisleidingen, diverse percelen ten oosten en zuiden van Hoogmade De ligging en globale begrenzing van de voorgenoemde locaties is weergegeven in afbeelding 1.1. Voor een verdere beschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2. 1.3

Vigerende plannen Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden gelden thans de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Oost’ en ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’. Deze plannen zijn op respectievelijk 28 mei 2018 en 28 april 1999 vastgesteld. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is door de gemeenteraad van Kaag en Braassem vastgesteld en het bestemmingsplan ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’ door de toenmalige gemeente Jacobswoude. Ter plaatse van het gebied ten noordwesten van de kern Woubrugge vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Woubrugge’ dat op 2 juli 1987 is vastgesteld door de toenmalige gemeente Woubrugge.

1.4

Planvorm Het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” valt uiteen in een ontwikkelgericht deel, een actualiserend deel en een herstellend en verduidelijkend deel. In het ontwikkelgerichte deel van het bestemmingsplan worden de ingediende initiatieven rechtstreeks mogelijk gemaakt. Voor het deel van de N207 en de omliggende gronden zijn de vigerende bestemmingen overgenomen en geactualiseerd. Dit geldt ook voor de gronden ten noordoosten van de kern Woubrugge. Voor de overige locaties is gekeken hoe de vigerende regelingen aangescherpt of verduidelijkt kunnen worden. Voor de bestemmingen en regels is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’. Voor de locaties, waarvan het bestemmingsplan door de Raad van State is vernietigd, is bepaald wat een passend juridisch-planologisch kader is. De bestemmingen zijn geometrisch bepaald2 en analoog verbeeld door middel van een verbeelding. Bij de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen verantwoord. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond.

1.5

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk twee ingegaan op de huidige en toekomstige situatie in de verschillende plangebied. In hoofdstuk drie komen de verschillende beleidskaders aan de orde op Rijksniveau, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk vier is verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. In hoofdstuk vijf is de juridische toelichting op het bestemmingsplan gegeven. Hoofdstuk zes gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan, dat in een

2

Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

4

economisch en maatschappelijk facet uiteengelegd wordt. Tevens wordt daarbij ingegaan op het aspect handhaving. Ten slotte wordt de bestemmingsplanprocedure in het laatste hoofdstuk nader toegelicht.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

5

2

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt voor elke locatie, beknopt, uiteengezet wat de bestaande en toekomstige situatie is. Daarnaast wordt voor elke locatie aangegeven wat de strijdigheid is met het vigerende bestemmingsplan. Een uitgebreidere beschrijving van deze punten is opgenomen in de separate ruimtelijke onderbouwingen die te raadplegen zijn als bijlagen 1 t/m 10 bij de toelichting. De locaties zijn in onderstaand hoofdstuk gerangschikt op type ontwikkeling. Deze rangschikking is toegepast om in het vervolg van de toelichting, met name bij de milieuaspecten (hoofdstuk 4) een duidelijke en consequente onderbouwing uiteen te kunnen zetten. Voor wat betreft het deel van de N207 en de omliggende gronden is de bestaande situatie tevens de toekomstige situatie. Het gaat hier alleen om het actualiseren van het vigerend plan. In dit deelgebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt en worden de gronden uitsluitend actualiserend bestemd. 2.1

Verduidelijking Een drietal locaties is meegenomen in deze herziening om regelingen te verduidelijken of herstellen van een aantal omissies. In deze paragraaf wordt voor deze locaties uiteengezet wat middels deze herziening wordt gewijzigd. Leimuiden, Vriezekoop 30 Op deze locatie is camping ‘de Drecht’ gevestigd. In het vigerende bestemmingsplan is de regeling omtrent de aanwezige aanduidingen ‘maximum aantal verblijfsrecreatieve onderkomens’ en ‘maximum aantal gebouwen’ niet duidelijk. In deze herziening wordt bijbehorende regeling aangescherpt om interpretatieverschillen te voorkomen. Woubrugge, A. de Graaflaan 31 In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is beoogd te regelen dat het houden van koeien zonder weidegang is toegestaan, mits het bestaand gebruik betreft. De regels zijn op dit punt enigszins onduidelijk. Daarom wordt in voorliggend bestemmingsplan hier meer duidelijkheid over gegeven, zodat het bedrijf gevestigd aan A. de Graaflaan 31 koeien kan houden zonder weidegang. Leimuiden, Westerdijk 2a Op het perceel aan de Westerdijk 2a is momenteel een bijgebouw gerealiseerd. Dit bijgebouw is in het vigerende bestemmingsplan niet voorzien van een passende aanduiding. In navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

6

Afbeelding 2.1: Vigerende bestemmingsplan Westerdijk 2a (plangebied is rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl). Om dit bijgebouw positief te bestemmen, is in deze herziening de aanduiding ‘bijgebouw’ opgenomen.

2.2

Uitspraak Raad van State Op 18 maart 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan met betrekking tot het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ dat op 28 mei 2018 is vastgesteld. Voor vijf locaties is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ vernietigd en dient een nieuw besluit genomen te worden. In deze herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ wordt aan deze verplichting invulling gegeven. Hieronder wordt uiteengezet wat de inhoud van het beroep was en hoe hiermee om is gegaan. Leimuiden, Westerdijk 2 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is aan een deel van het perceel de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – categorie 4’ toegekend. Aan de rest van het perceel is de bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘bijgebouw’ gegeven. In beroep heeft appellant aangegeven het niet eens te zijn met de bestemming van de garage als bijgebouw omdat, deze hoort bij de recreatiewoning. Volgens de appellant had de garage ook de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ moeten krijgen. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

7

In deze herziening wordt deze locatie voorzien van een passend planologisch regime waarbij ook de garage wordt bestemd wordt als ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – categorie 4’ is vergroot en is nu ook opgenomen op de garage. Ten slotte is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak’ opgenomen en is dit afgestemd op het feitelijke vloeroppervlak van 155 m2. Hoogmade, Doespolderkade 3c en 3d Regeling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ van 28 mei 2018 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ is aan het perceel, waar MWS een bedrijf exploiteert voor de reparatie van en groothandel in machines en apparaten voor industrie en handel, de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend. Het zuidelijk deel van het perceel heeft tevens de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – lasbedrijf’. Beroepen en uitspraak Raad van State van 18 maart 2020 MWS is het niet eens met de planregeling voor haar bedrijfsterrein. In de eerste plaats voert zij aan dat de legaal bestaande en vergunde bedrijfsactiviteiten ten onrechte niet als zodanig zijn bestemd. Dit geldt in het bijzonder voor reparatiewerkzaamheden aan machines en apparaten en voor de laswerkzaamheden. De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – lasbedrijf’ is volgens MWS ten onrechte alleen aan het zuidelijke deel van de loods en het perceel toegekend.

Daardoor is bovendien onduidelijk welke activiteiten op het noordelijke deel mogen worden verricht. Verder stelt MWS dat het begrip "lasbedrijf" niet is gedefinieerd en dat de beperking dat "lasactiviteiten op de bedrijfslocatie enkel 20% van alle bedrijfsactiviteiten mogen behelzen" in artikel 6, lid 6.1, onder t, van de planregels niet duidelijk is. MWS betoogt daarnaast dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat de bedrijfsactiviteiten op het moment van de vaststelling van het vorige plan in 2008 nog onder milieucategorie 2 vielen en inmiddels onder milieucategorie 3.2 vallen. Volgens MWS is de aard van de bedrijfsactiviteiten sinds 2005 niet gewijzigd; de vergunde activiteiten vallen en vielen volgens haar onder milieucategorie 3.1. Naar aanleiding van het beroep van MWS heeft de Raad van State de planregeling in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ vernietigd. Nieuwe regeling ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 Om recht te doen aan de legaal bestaande en vergunde bedrijfsactiviteiten wordt in deze herziening een maatbestemming opgenomen voor dit bedrijf. Voor het gehele perceel wordt de bestemming ‘Bedrijf’ opgenomen en in de regels wordt opgenomen dat deze gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 2. Ook krijgt het gehele perceel de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – lasbedrijf’.

Op deze manier is het gehele perceel bestemd voor het bedrijf van MWS en mogen op het noordelijke deel van het perceel ook activiteiten ten behoeve van het lasbedrijf plaatsvinden, zoals opslag et cetera. In het noordelijk deel van het plangebied wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf uitgesloten – las- en metaalbewerkingsactiviteiten’ opgenomen. Conform de vrijstelling uit het verleden worden dergelijke activiteiten alleen in het zuidelijk deel van het perceel toegestaan. De definitie ‘lasactiviteiten (ondergeschikt)’ wordt geschrapt en de definitie ‘mobiel lasbedrijf’ wordt aangepast. Die luidt na de vaststelling op 26 oktober 2020 als volgt: “een bedrijf waarvan de werkzaamheden (metaalbewerkingsactiviteiten) hoofdzakelijk plaatsvinden op locatie bij de klant.”

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

8

Beroepen en tussenuitspraak Raad van State van 9 november 2022 Ook tegen de bestemmingsregeling van het bestemmingplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 werd door MWS beroep aangetekend. Met een tussenuitspraak heeft de Raad van State de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld de gebrekkige definiëring te herstellen. Volgens MWS impliceert de begripsomschrijving dat het grootste gedeelte van de werkzaamheden op het perceel van de klant plaatsvindt en niet op het bedrijfsperceel. MWS stelt dat in de loods wel degelijk reparatiewerkzaamheden worden verricht. Hoe die werkzaamheden zich verhouden tot de werkzaamheden op het perceel van de klant, hangt af van de aard en de omvang van het werkaanbod. Volgens MWS is niet duidelijk op welke wijze moet worden vastgesteld dat de werkzaamheden hoofdzakelijk plaatsvinden op locatie bij de klant. De Raad van State volgt MWS in het oordeel dat de begripsomschrijving in strijd met de vereiste rechtszekerheid is vastgesteld. Die maakt onvoldoende duidelijk wanneer werkzaamheden hoofdzakelijk plaatsvinden op locatie. Dit kan bijvoorbeeld worden beoordeeld aan de hand van het aantal uur dat per dag, per week of per maand op het bedrijfsperceel van MWS wordt gewerkt, met daartegenover het aantal uur dat bij de klant wordt gewerkt.

Hoofdzakelijk zou echter ook betrekking kunnen hebben op de aard van de werkzaamheden, waarbij alleen de lichtere laswerkzaamheden op het bedrijfsperceel van MWS worden uitgevoerd. Aangepaste begripsomschrijving ‘1e herziening Buitengebied Oost’ 13 maart 2023 Naar aanleiding van de tussenuitspraak wordt de begripsomschrijving aangepast. Het uitgangspunt blijft dat het gehele perceel bestemd wordt voor het bedrijf van MWS en dat op het noordelijke deel van het perceel geen las- en overige metaalbewerkingsactiviteiten mogen worden verricht. Het is van belang een maatbestemming op te nemen om te voorkomen dat in de toekomst een bedrijf met andere aard en impact op de omgeving zich op het perceel kan vestigen. In de regelingen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ van 28 mei 2018 en in het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 is de voorwaarde opgenomen dat de toegelaten bedrijven hun werkzaamheden deels op locatie bij de klant verrichten. Dit is ingegeven door de wens een maatbestemming op te nemen voor de bedrijfsactiviteiten van MWS, dat ook reparatiewerkzaamheden uitvoert op locatie bij de klant en daarmee duiding te geven aan het mobiele karakter van het bedrijf. De tussenuitspraak maakt duidelijk dat het ‘mobiele’ karakter van het bedrijf geen goede basis is voor een bestemmingsomschrijving.

Dat wordt daarom niet langer opgenomen in de specifieke bestemmingsomschrijving. Wel wordt nauwkeuriger aangesloten bij de aard van het bedrijf. Het perceel is voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – lasbedrijf’, waar de gronden tevens zijn bestemd voor een mobiel lasbedrijf, dat in artikel 1 wordt gedefinieerd als: “een werkplaats voor het repareren en opslaan van machines, uitrustingsstukken en apparaten voor de bouwnijverheid alsmede een groothandel en verhuurbedrijf in machines, uitrustingsstukken en apparaten voor de bouwnijverheid”. Op die manier wordt enerzijds recht gedaan aan de huidige werkzaamheden van MWS en anderzijds aan de in het verleden verleende vrijstelling. Hoogmade, Doespolderkade 2 Regeling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ van 28 mei 2018 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ heeft het perceel aan de Doespolderkade 2 twee bestemmingen. Aan het noordelijke deel van het perceel is de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

9

plattelandswoning’ toegekend. De rest van het perceel heeft de bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. Beroepen en uitspraak Raad van State van 18 maart 2020 De ene appellant (eigenaar van de woning) is van mening dat het gehele perceel een reguliere woonbestemming had moeten krijgen, omdat de gebruiksmogelijkheden te veel worden beperkt. Daarnaast biedt de bestemming als plattelandswoning, voor een deel van het perceel, te weinig bescherming tegen hinder van het naastgelegen agrarische bedrijf. De andere appellant (exploitant melkveehouderij en kaasmakerij) is van mening dat de gemeenteraad geen burgerwoning had mogen toestaan. De exploitant vreest hierdoor beperkingen voor haar bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden. Door de Raad van State is geoordeeld dat de keuze, om het zuidelijke deel van het perceel en het woongebouw een andere bestemming te geven dan het noordelijke deel, niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast bieden de planregels te weinig zekerheid dat in het zuidelijk deel van het gebouw geen vormen van gebruik zijn toegestaan die tot gevolg hebben dat sprake is van een geurgevoelig object.

Daarnaast is de Raad van State van oordeel dat het toekennen van de bestemming ‘Wonen’ aan het gehele perceel of het noordelijke deel mogelijk tot te veel beperkingen leidt voor de bedrijfsvoering van het bedrijf van de exploitant. Gelet hierop lijkt een bestemming als plattelandswoning voor het gehele perceel vooralsnog de meest geschikte oplossing om aan de belangen van beide partijen recht te doen. De gemeenteraad heeft echter niet voldoende onderzoek gedaan naar het woon- en leefklimaat bij de woning. Onderzoek bij ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 In het kader van deze herziening is onderzoek gedaan naar het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Door De Roever Omgevingsadvies is onderzoek gedaan naar de aspecten geur en luchtkwaliteit. Deze onderzoeken zijn te raadplegen in bijlage 22 en 23 van de toelichting. Uit het geuronderzoek blijkt dat ter plaatse van de woning aan de Doespolderkade 2 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de veehouderij niet in haar belangen wordt geschaad. Ook ten aanzien van de achtergrondbelasting kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit geldt zowel voor de huidige situatie als de reeds vergunde (maar nog niet gerealiseerde) situatie.

Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de veehouderij niet in betekenende mate (NIBM) van invloed is op de luchtkwaliteit ter plaatse van de plattelandswoning. Ter plaatse van de plattelandswoning wordt ruimschoots voldaan aan de in de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Door KuiperCompagnons is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de geluiduitstraling van het op Doespolderkade 1 gevestigde bedrijf “V.O.F. Kaasboerderij Van Leeuwen” in relatie tot de nabijgelegen woning Doespolderkade 2 te Hoogmade. Dit volledige onderzoek is te raadplegen in bijlage 21 van het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’ d.d. 26 oktober 2020. Hieronder worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

10

Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het zuidelijk deel van de woning Doespolderkade 2 niet zonder meer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor dit gedeelte dient de vestiging van geluidsgevoelige functies, zoals wonen, in beginsel te worden uitgesloten. Voor het noordelijk deel van de woning Doespolderkade 2 wordt geconcludeerd dat redelijkerwijs wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ook wanneer rekening gehouden wordt met een toekomstige representatieve invulling van de maximaal planologische mogelijkheden. Om te borgen dat Van Leeuwen niet onevenredig wordt belemmerd, wordt geadviseerd het noordelijk deel als plattelandswoning te bestemmen. Om recht te doen aan de belangen van beide partijen is het perceel in deze herziening bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’. Daarmee is sprake van een plattelandswoning. Het zuidelijk deel van de woning is daarnaast voorzien van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. Met deze bestemmingsregeling wordt het meeste recht gedaan aan de belangen van de bewoners en de exploitant van het bedrijf.

Mochten de bewoners het zuidelijk deel van de woning toch willen gebruiken ten behoeve van geluidsgevoelige functies, dan moeten maatregelen getroffen worden om in de woning een aanvaardbaar binnenklimaat te realiseren. Omdat maatregelen aan de bron en in de overdracht niet uitvoerbaar zijn, resteren maatregelen aan de gevel. Gezien de geluidbelasting die ter plaatse van de gevel kan optreden, is het ongewenst dat de gevel voorzien is van te openen delen. Om deze reden wordt de aanwezigheid van te openen delen uitgesloten. Daarnaast is een minimale eis aan de geluidwering van de gevel gesteld. Bij de initiële vaststelling van dit bestemmingsplan op 26 oktober 2020 is besloten dat de geluidreductie minimaal 45 dB moet zijn. Gelet op de te verwachten piekgeluidbelastingen op de gevel wordt met deze geluidwering in de woning een aanvaardbare binnenwaarde van maximaal 45 dB gerealiseerd. Omdat sprake blijft van een plattelandswoning worden de belangen van de veehouderij niet geschaad. Beroepen en tussenuitspraak Raad van State van 9 november 2022 Ook tegen de bestemmingsregeling van het bestemmingplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 werd door bovengenoemde partijen beroep aangetekend. Met een tussenuitspraak heeft de Raad van State de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld de gebrekkige motivering te herstellen.

Het beroep van de exploitant van de melkveehouderij en de kaasmakerij is ongegrond bevonden. De gekozen bestemmingsregeling is naar het oordeel van de Raad van State voldoende gemotiveerd en ook anderszins in overeenstemming met het recht, in zoverre die regeling ziet op de belangen van de exploitant van de melkveehouderij en kaasmakerij. De eigenaar van de woning meent dat de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ met de bijbehorende regeling overbodig is en voor zover de gemeenteraad het noodzakelijk acht om geluidwerende maatregelen te eisen, de eis aan de geluidwering gebaseerd is op een norm voor burgerwoningen, die niet van toepassing is op plattelandswoningen. De Raad van State is van oordeel dat het bestemmingsplan op dit punt niet deugdelijk gemotiveerd is. Aanvullende motivering ‘1e herziening Buitengebied Oost’ 13 maart 2023 Naast de eis dat de gevel geen te openen delen mag bevatten, wordt geëist dat de geluidwering van de gevel een minimale waarde heeft. Deze waarde moet dusdanig worden vastgesteld, dat Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

11

gelet op de te verwachten geluidbelastingen van de gevel een aanvaardbare binnenwaarde wordt gerealiseerd. Om te beoordelen wat in dit geval aanvaardbaar is, heeft de gemeenteraad de volgende zaken in overweging genomen. Volgens de milieuwetgeving gelden bij hoge geluidbelastingen op de gevel normen voor de geluidniveaus binnen in geluidsgevoelige ruimten. Voor de gezondheid en het welzijn van bewoners wordt bij piekgeluiden een maximale waarde van 45 dB aanvaardbaar geacht. Deze waarden zijn op grond van wetenschappelijk onderzoek tot stand gekomen en wil het gemeentebestuur als uitgangspunt hanteren voor het bepalen van een aanvaardbare binnenwaarde en daarmee van de eis aan de geluidwering van de gevel. Volgens de wet zijn deze milieunormen niet van toepassing op plattelandswoningen. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid om bewoning in voormalige agrarische bedrijfswoningen toe te staan, zonder dat het agrarische bedrijf waartoe de woning voorheen behoorde, direct wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Dit kan alleen als de gemeente van oordeel is dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en rond de voormalige agrarische bedrijfswoning. In dat geval wordt die woning bestemd als plattelandswoning. Hierbij kan worden gesteld dat bij een plattelandswoning een lagere mate van bescherming tegen milieuhinder hoort dan bij een reguliere woning.

Andere belangen van de fysieke leefomgeving kunnen daardoor zwaarder meewegen. Bij deze afweging is de zeer specifieke situatie op het betrokken perceel bepalend. Het zuidelijke gedeelte van het gebouw wordt op dit moment – op zijn minst gedeeltelijk – reeds bewoond. Zoals hierboven toegelicht acht het gemeentebestuur een geluidsgevoelige functie als wonen op het zuidelijke gedeelte van het perceel niet zonder meer toelaatbaar. Omdat het gaat om een bestaande situatie, voorziet het bestemmingsplan in een mogelijkheid om het gehele gebouw te gebruiken voor geluidsgevoelige functies. Het wordt daarbij aanvaardbaar geacht dat het maximale geluidniveau binnen in geluidsgevoelige ruimten hoger ligt dan normaal, omdat het gaat om een plattelandswoning. Met deze regeling beoogt het gemeentebestuur een verbetering van de huidige situatie. Een maximale binnenwaarde van 45 dB resulteert in een geluidwering van de gevel van minstens 45 dB, uitgaande van 90 dB piekgeluidbelasting op de gevel. Het realiseren van een dergelijke geluidwering betekent zeer grote bouwkundige investeringen, waardoor de kans groot is dat geen initiatief genomen wordt tot het treffen van dergelijke bouwkundige maatregelen. Er treedt dan geen verbetering van de situatie op.

Daarom wordt naar aanleiding van de tussenuitspraak van 9 november 2022 nadrukkelijk een belang toegekend aan de economische uitvoerbaarheid van de bouwkundige maatregelen. Dit heeft tot gevolg dat in dit geval niet een maximale binnenwaarde van 45 dB, maar van 55 dB bij piekgeluiden aanvaardbaar wordt geacht. Door bij nader inzien te eisen dat de geluidwering een minimale waarde van 35 dB heeft, wordt voorzien in een economisch uitvoerbare regeling. Daarmee wordt een reële mogelijkheid geboden aan de bewoners om ook het zuidelijke deel van het gebouw te gebruiken voor geluidgevoelige functies. Dit geeft de beste garanties dat het woon- en leefklimaat ter plekke verbetert. Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat het oordeel over de aanvaardbare binnenwaarde in het kader van het woon- en leefklimaat geen gevolgen heeft voor de exploitant van de melkveehouderij en kaasmakerij. Door de bestemming als plattelandswoning zijn de milieunormen waaraan de exploitant zich moet houden, niet van toepassing op deze woning.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

12

Leimuiden. Vriezekoop 59w In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ kent het woonschip de bestemming ‘Water’. In het beroep is aangegeven dat de appellant het hier niet meer eens is en is van mening dat het woonschip de bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ had moeten krijgen. De Afdeling heeft het beroep gegrond verklaard en gesteld dat de gemeenteraad niet zomaar de bestemming ‘Water’ had toe mogen kennen. De woonboot op Vriezekoop 59w is in het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude (2008) positief bestemd. Echter, bij deze keuze heeft geen ruimtelijke afweging plaatsgevonden. Toentertijd gaf de provincie de woonbootvergunningen af. Bij de Vriezekoop 59w was aan de destijds zittende gebruiker ook een woonbootvergunning van de provincie afgegeven. De provincie hanteerde destijds voor dergelijke vergunningen eveneens een uitsterfbeleid, maar dit beleid hield in dat een woonbootvergunning bij verkoop op naam van de volgende eigenaar werd gezet en ook toestemming werd gegeven voor het vervangen van de boot. Dit beleid zag dan ook in de praktijk niet goed toe op het uitsterven van een dergelijke situatie. Vanwege deze werkwijze van de provincie is de locatie in het verleden positief bestemd. Achteraf bezien zou het beter zijn geweest als deze locatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht of een uitsterfregeling was gebracht.

In kwestie is sprake van een bestemming welke niet wordt verwezenlijkt (binnen de bestemming wordt al jarenlang niet gewoond) en op basis van nieuwe inzichten niet (langer) in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Een positieve bestemming van de woonboot leidt in kwestie tot verrommeling van landschap. Woonboten in de Drecht zijn ten tijde van het opnemen van vaststelling van het vorige bestemmingsplan landschappelijk ook niet wenselijk geweest. Dit wordt nog eens bevestigd door het feit dat dit de enige woonboot in de wijde omgeving is die parallel aan de Drecht ligt. Woonboten die niet in een lint van woonboten/bebouwing zijn gelegen zijn in beginsel ruimtelijk onwenselijk en zeker in een kwetsbaar gebied als de Drechtoevers. De reden van positieve bestemming was slechts vanwege het ‘uitsterfbeleid’ van de provincie. De provincie heeft heden met betrekking tot de Drecht geen bevoegdheid meer, deze is overgeheveld aan de gemeente (eigenaar van het water). Naar aanleiding van een civiel ontruimingsvonnis heeft de gebruiker van de ligplaats de woonboot inmiddels verwijderd. In dit bestemmingsplan heeft de locatie Vriezekoop 59w dan ook de bestemming Water.

Woubrugge, Oudendijkseweg 21b t/m z Regeling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ van 28 mei 2018 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ hebben de recreatiewoningen de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – categorie 4’. Er is niet voorzien in persoonsgebonden overgangsrecht. Beroepen en uitspraak Raad van State van 18 maart 2020 De appellanten zijn het niet eens met deze toegekende bestemming en zijn van mening dat de bestemming ‘Wonen’ aan hun percelen had moeten worden toegekend. De Afdeling stelt voorop dat in dit geval sprake is van bestaand illegaal gebruik van de recreatiewoningen als woning. Een woonbestemming voor de recreatiewoningen moet in zo'n geval worden beschouwd als een planologisch nieuwe functie. Naar het oordeel van de Afdeling Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

13

heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk is om 20 in planologisch opzicht nieuwe woningen mogelijk te maken op deze plaats, gelet op het beleid inzake verblijfsrecreatie, de Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie van de gemeente, artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro en de fysieke ongeschiktheid van de recreatiewoningen als reguliere woning. Bovendien betekent het enkele feit dat het illegale gebruik al meer dan 20 jaar plaatsvindt, anders dan de appellanten betogen, niet dat de bewoners aanspraak kunnen maken op een woonbestemming. Gelet hierop heeft de raad in redelijkheid kunnen besluiten om geen woonbestemming toe te kennen aan de recreatiewoningen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad bij de vaststelling van het plan echter onvoldoende onderzocht of voor de illegale permanente bewoning van de recreatiewoningen persoonsgebonden overgangsrecht in het plan moet worden opgenomen. Aangezien aan twee appellanten een persoonsgebonden gedoogbeschikking is verleend, is er in elk geval voor deze bewoners geen zicht op beëindiging van de permanente bewoning van hun recreatiewoning. Het was onzorgvuldig dat voor deze twee bewoners geen persoonsgebonden overgangsrecht in het bestemmingsplan is opgenomen.

Voor de overige appellanten heeft de gemeenteraad ten onrechte niet op individueel niveau onderzocht of handhavend optreden tegen de permanente bewoning nog mogelijk is. Ook heeft de gemeente niet onderzocht of er andere omstandigheden zijn, die aanleiding zouden moeten geven tot het opnemen van persoonsgebonden overgangsrecht. De Raad van State heeft op basis van bovenstaande overwegingen het bestemmingsplan ter plaatse van de recreatiewoningen aan de Oudendijkseweg vernietigd. Nieuwe regeling ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 Voor een viertal recreatiewoningen is in het verleden aan de bewoners een gedoogbeschikking verleend voor het permanent bewonen van hun recreatiewoningen. Voor deze personen is persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen in de overgangsregels in dit plan. De personen voor wie dit geldt, zijn opgenomen in bijlage 3 bij de regels. Vervolgens heeft de raad per bewoner gekeken vanaf welke datum zij de recreatiewoning zijn gaan bewonen. De mensen die voor de peildatum van 14 maart 2007 hun recreatiewoning permanent bewonen, komen in aanmerking voor persoonsgebonden overgangsrecht. Op die datum werd de beleidsnotitie "op weg naar een recreatief gebruik van recreatieverblijven" gepubliceerd in het huis-aan-huisblad. Vanaf dat moment was niet langer sprake van passief gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen.

Aangezien uit het onderzoek niet is gebleken dat er bewoners zijn die al voor de peildatum de recreatiewoning bewoonden, is in het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’ van 26 oktober 2020 verder geen persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen. Beroepen en tussenuitspraak Raad van State van 9 november 2022 Door een aantal bewoners is wederom beroep aangetekend tegen het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’. Zij menen dat de gemeente niet had mogen uitgaan van de peildatum, omdat de gemeente de bewoners nooit heeft geïnformeerd dat permanente bewoning verboden is. Zij wijzen erop dat de gemeenteraad ten onrechte niet heeft meegewogen dat handhavend optreden tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. De Raad van State oordeelt dat niet op individueel niveau onderzocht is of er naast de duur van de permanente bewoning andere omstandigheden zijn die aanleiding zouden geven om voor de betreffende appellanten persoonsgebonden overgangsrecht in het plan op te nemen. Ook andere

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

14

(persoonlijke) omstandigheden kunnen een rol spelen bij de vraag of handhavend optreden nog wel mogelijk is. Aanvullend persoonsgebonden overgangsrecht ‘1e herziening Buitengebied Oost’ 13 maart 2023 Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de gemeente alsnog geïnventariseerd of er bewoners zijn met andere (persoonlijke) omstandigheden, die aanleiding zouden kunnen geven om ook voor hen persoonsgebonden overgangsrecht op te nemen. Deze inventarisatie is als volgt tot stand gekomen. In het kader van een eerder handhavingstraject zijn de persoonlijke omstandigheden van de bewoners al eens geïnventariseerd. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden in december 2020/januari 2021. Voor de volledigheid heeft er in januari 2023 wederom een inventarisatie plaatsgevonden door middel van het versturen van een brief met de vraag of de persoonlijke omstandigheden zijn gewijzigd ten opzichte van de situatie zoals die was in december 2020/januari 2021. Daarnaast is er een objectief toetsingskader opgesteld om te kunnen komen tot een oordeel of een persoon in aanmerking komt voor persoonsgebonden overgangsrecht. Dit toetsingskader ziet er als volgt uit: 1. De bewoner in het verleden een persoonsgebonden gedoogbeschikking of omgevingsvergunning heeft ontvangen.

Wanneer er onder het voorheen vigerende bestemmingsplan een persoonsgebonden gedoogbeschikking of omgevingsvergunning is afgegeven, doorkruist de vaststelling van een nieuw bestemmingplan die persoonsgebonden gedoogbeschikking/omgevingsvergunning niet. Dit betekent dat ook na inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan dit gebruik door de bewoners kan worden voortgezet. Dit betekent dat de raad gehouden is voor deze gevallen persoonsgebonden overgangsrecht op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Naast het bestaan van een persoonsgebonden gedoogbeschikking of omgevingsvergunning, zal het nieuwe bestemmingsplan de betreffende gebruiker onder het persoonsgebonden overgangsrecht opnemen. Dit volgt uit vaste rechtspraak (onder meer ECLI:NL:RVS:2005:AU5397 en ECLI:NL:RVS:2014:3919). Bij vaststelling van het bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied Oost zijn alle locaties waarbinnen een persoonsgebonden gedoogbeschikking of een omgevingsvergunning is afgegeven geïnventariseerd en onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht. Na vaststelling van het bestemmingsplan maar voordat de zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State plaatsvond, heeft nog één persoon woonachtig op de Oudendijkseweg een brief ontvangen met de toezegging dat er niet handhavend zal worden opgetreden vanwege de voor hem aanwezig zijnde persoonlijke omstandigheden.

Gezien deze brief en het vertrouwen dat deze brief wekt, alsmede de omstandigheid dat niet aannemelijk is dat de illegale permanente bewoning van deze persoon tijdens de planperiode zal worden beëindigd, zal bij het toepassen van de bestuurlijke lus ook deze persoon onder het persoonlijke overgangsrecht worden gebracht. 2. De bewoner reeds in de recreatiewoning woonachtig is voor 14 maart 2007 en deze onafgebroken permanent bewoond heeft. In het Beleid handhaving permanente bewoning van recreatiewoningen is de peildatum 14 maart 2007 opgenomen als uiterste datum om in aanmerking te komen voor persoonsgebonden overgangsrecht. Bewoners die kunnen aantonen reeds voor 14 maart 2007 woonachtig te zijn in een recreatiewoning en de permanente bewoning onafgebroken hebben voortgezet, komen in aanmerking voor persoonsgebonden overgangsrecht. Voor meer informatie wordt verwezen naar voormelde beleidsnota.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

15

3. Er sprake is van handhaving dat een ‘onbillijkheid van overwegende aard’ tot gevolg heeft (gebaseerd op eerdere besluitvorming college van burgemeester en wethouders). De raad kan overgaan tot het opnemen van persoonsgebonden overgangsrecht in gevallen waarin het bestaande gebruik, gelet op artikel 3.2.2, vierde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), niet onder de werking van het algemene overgangsrecht zou vallen en handhavend optreden tot een ‘onbillijkheid van overwegende aard’ als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Bro zou leiden. Het college heeft naar aanleiding van lopende dossiers de lijn uitgezet niet te willen handhaven in gevallen waarin sprake is van de navolgende cumulatieve omstandigheden: o psychische/medische aandoening; en o aard van de situatie is aan te merken als zeer ernstig; en o ernst van de situatie is blijvend; en o situatie kan onderbouwd worden door middel van bewijsstukken; en o recreatiewoning dient als oplossing voor psychische/medische situatie. Indien wordt voldaan aan alle hierboven genoemde omstandigheden, wordt de bewoner medegedeeld dat op de permanente bewoning niet wordt gehandhaafd. In dat geval ontstaat er een situatie zoals hiervoor genoemd en wordt bij het eerstvolgende bestemmingsplan de locatie onder persoonsgebonden overgangsrecht gebracht.

Bovengenoemde omstandigheden zijn geformuleerd op basis van de rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2018:3598). 4. Er sprake is van handhaving dat een ‘onbillijkheid van overwegende aard’ tot gevolg heeft (gebaseerd op jurisprudentie). In de rechtspraak zijn verder een aantal situaties geschetst waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State handhaving als onbillijk heeft aangemerkt. Voorbeeld van zo’n ‘onbillijkheid’ is de situatie waarin een recreatiewoning al tientallen jaren wordt gebruikt voor permanente bewoning, zonder dat daar handhavend tegen is opgetreden. In die gevallen zou het onbillijk zijn om zonder een vorm van overgangsrecht het gebruik niet langer toe te staan, zo volgt uit (onder meer) een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:3271). Daarnaast kan van een ‘onbillijkheid van overwegende aard’ sprake zijn wanneer het bewonen van de recreatiewoning niet in strijd is met milieuwetgeving, de recreatiewoning beschikt over een eigen ontsluiting op de openbare weg en de ruimtelijke invloed op het landschap en de omgeving beperkt is. Ook de gevorderde leeftijd van de betrokkene kan een rol spelen (ECLI:NL:RVS:2017:2147).

Op grond van de rechtspraak worden de navolgende omstandigheden die ertoe nopen maatwerk toe te passen om te beoordelen of er sprake is van een geval van een onbillijkheid van overwegende aard gehanteerd om te bepalen of het onbillijk van overwegende aard is om zonder een vorm van overgangsrecht op het gebruik te handhaven: o hoge leeftijd (in beginsel hoger dan 70 jaar); en o langdurig woonachtig in de recreatiewoning (in ieder geval langer dan 10 jaar); en o permanente bewoning is ruimtelijk overwegend minder bezwaarlijk; en o de recreatiewoning is bouwkundig geschikt voor permanente bewoning; en o er is gedurende de tijd van bewoning niet actief gehandhaafd door onder meer het toezenden van een waarschuwingsbrief. Indien aan alle voorwaarden (cumulatief) wordt voldaan, dan kan door persoonlijke omstandigheden van de bewoner het een onbillijkheid van overwegende aard zijn om zonder een vorm van overgangsrecht op het gebruik te handhaven. De toetsing of hiervan sprake is betreft maatwerk en is voorbehouden aan de gemeenteraad.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

16

De door de bewoners aan de gemeente aangeleverde persoonlijke omstandigheden – die volgens hen maken dat zij in aanmerking komen voor persoonsgebonden overgangsrecht – zijn langs dit toetsingskader gelegd. Hieruit is gebleken dat er voor twee bewoners persoonlijke omstandigheden zijn die maken dat zij ook in aanmerking komen om onder persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen te worden in het bestemmingsplan. Voor twee bewoners zijn de omstandigheden dusdanig dat de gemeente het onbillijk vindt om voor deze personen het standaardovergangsrecht te laten gelden. Bijlage 3 is daarom aangevuld met twee personen voor wie alsnog persoonsgebonden overgangsrecht wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel Bij het nemen van een besluit, is het goed om te realiseren wat de risico’s (zouden kunnen) zijn. Zo zou het kunnen zijn dat de appellanten (bewoners van Bungalowpark Oudendijk) een beroep doen op het vertrouwens- en/of rechtszekerheidsbeginsel. Onderstaand een toelichting waarom deze beginselen niet geschonden zijn. Op 25 november 2021 is aan negen bewoners van recreatiewoningen aan de Oudendijkseweg 21 te Woubrugge een last onder dwangsom opgelegd, opdat de permanente bewoning van de recreatiewoningen zou worden beëindigd. Tegen dit besluit hebben de bewoners bezwaar ingediend.

Op 6 april 2022 heeft een hoorzitting bij de adviescommissie voor bezwaarschriften plaatsgevonden. Op 20 juni 2022 heeft de commissie geadviseerd om de besluiten te herroepen. Op 13 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de eerdere besluiten ingetrokken, aangezien de thema’s die de commissie noemt in haar advies (zoals persoonlijke omstandigheden en de begunstigingstermijn) een nadere oriëntatie vragen. De intrekkingsbesluiten hebben niet tot gevolg dat toekomstige handhaving in strijd zou zijn met de beginselen van vertrouwen en rechtszekerheid. Immers is voor gewekt vertrouwen een toezegging nodig, welke is toe te rekenen aan het bestuursorgaan, waarbij honorering van dat gewekte vertrouwen zich niet verzet tegen zwaarder wegende belangen (ECLI:NL:RVS:2019:1694). Het intrekkingsbesluit is niet aan te merken als een toezegging dat er niet gehandhaafd gaat worden, aangezien duidelijk is opgenomen dat de handhavingsprocedure voor nu is beëindigd. Deze passage laat zien dat de mogelijkheid blijft bestaan dat in de toekomst weer gehandhaafd gaat worden. Daarmee hangt samen dat tevens het rechtszekerheidsbeginsel niet zou worden geschonden door toekomstige handhaving. In de intrekkingsbesluiten is opgenomen dat permanente bewoning van de recreatiewoning in de situatie van de bewoners niet is toegestaan op basis van het geldende beleid.

Hierbij wordt geduid op de Beleidsnotitie handhaving permanente bewoning recreatiewoningen 2021 en het artikel 13.3 van het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied Oost’. Verder heeft een gesprek met de bewoners plaatsgevonden over de genoemde thema’s en daarmee is uitvoering gegeven aan de toezegging in de brief omtrent het intrekkingsbesluit. In die gesprekken is bovendien aangegeven dat handhaving op een later moment in het proces nog steeds tot de mogelijkheden behoort. Gelet op het bovenstaande is toekomstige handhaving niet in strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Aanvullend verdient opgemerkt te worden dat er momenteel een nadere oriëntatie plaatsvindt van de thema’s genoemd in het intrekkingsbesluit. Hier is een gemeentebreed vitaliteitsonderzoek op de recreatieparken onderdeel van. De nieuwe visie op recreatie die momenteel wordt geformuleerd legt een basis voor toekomstige handhaving.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

17

2.3

Bestaande situatie Leimuiden, Herenweg 15 en 17 Het plangebied betreft een perceel dat is ingericht ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf. Het perceel voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen van een glastuinbouwbedrijf en is niet meer in gebruik als zodanig. In het plangebied zijn verschillende opstallen aanwezig, te weten een (bedrijfs)woning aan de Herenweg 17, kassen en een schuur. Op de navolgende afbeelding is de huidige situatie in het gebied weergegeven en zijn de bestaande (bedrijfs)woning, schuur en kassen genummerd welke in onderstaande tabel worden toegelicht.

Afbeelding 2.2: Huidige situatie Herenweg 15 en 17 (bron: GoogleMaps). Nummer 1 2 3

Omschrijving (bedrijfs)woning inclusief aanbouw Schuur Kassen

Oppervlakte (m2) 148 340 6.890

Het plangebied wordt direct ontsloten op de Herenweg. Via de Herenweg zijn de kernen Leimuiden (westzijde), Calslagen en Kudelstaart (oostzijde) te bereiken. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b In de huidige situatie worden de gronden van het gehele kadastrale perceel gebruikt ten behoeve van een schapenweide. De bijbehorende woning aan de Vriezekoop Noord 4b staat op een dijk en beschikt over een tuin aan de voorzijde en een tuin direct achter het huis. Aan de achterzijde van het huis lopen de gronden stijl naar beneden. Deze gronden zijn dan ook niet geschikt voor het gebruik als tuin, waardoor de woning slechts beschikt over een relatief kleine tuin aan de voorzijde van de woning. Ten oosten van het plangebied is een betonbouwbedrijf gevestigd. De gronden ten noorden van het plangebied zijn bestemd voor agrarische doeleinden. Navolgende afbeelding toont de huidige situatie van het plangebied en de woning met tuin aan de Vriezekoop Noord 4b.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

18

Afbeelding 2.3: Globale begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Leimuiden, Westerdijk 60-61 Op de locatie aan de Westerdijk 60-61 zijn twee bestaande bedrijfsgebouwen gevestigd ten behoeve van de bedrijfsvoering van WeCo B.V. Ter plaatse van de Heiligegeestlaan 46 zijn ligplaatsen voor boten gesitueerd. Op de locatie aan de Heiligegeestlaan 46 is tevens een bijgebouw langs het Braassemermeer aanwezig. Op navolgende afbeelding is de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

19

Afbeelding 2.4: Globale begrenzing plangebied (bron: GoogleMaps). Leimuiden, Molenkade 2 Het plangebied bevindt zich in de kern Leimuiden. Het plangebied bestaat uit de Molenkade 2, 4 en 6. Ten noorden van de percelen is de Molenkade gelegen. Ten oosten van de percelen is de Willem van der Veldenweg gelegen. De navolgende afbeelding geeft de ligging van de planlocatie weer.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

20

Afbeelding 2.5: Ligging plangebied (bron: OpenStreetMap). Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 De woning aan de Willem van der Veldenweg 51 betreft de zuidelijke woning van een twee-ondereen-kapwoning. De woning beschikt over aan- en uitbouwen aan de westzijde en een tuin aan de zuidzijde. De woning beschikt over een inhoudsmaat van 475 m³, inclusief aan- en uitbouwen. De woning wordt ontsloten vanaf het zuidelijke deel van het perceel. Het zuidelijk deel van het perceel is deels ingericht als oprit en voorzien van verharding voor opslag. In de zuidwestelijke hoek is een portacabin aanwezig. Het geheel is voorzien van diverse groenelementen als hagen en bomen. Het plangebied ligt aan een dijk. De dijk is deels bij de tuin gevoegd en als zodanig ingericht. De gronden achter het plangebied zijn in gebruik voor agrarische doeleinden. De volgende afbeelding betreft een plattegrond van de huidige situatie.

Afbeelding 2.6: Plattegrond huidige situatie (bron: Buro SRO, 27 maart 2019). Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

21

Rijnsaterwoude, Herenweg 12 Op de locatie is een woning gelegen. In de oorspronkelijke situatie lag achter de woning een sloot die de tuin en de achterliggende dijk van elkaar scheidde. Inmiddels is de sloot, in overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland, gedempt. De achterliggende dijk is daardoor bij de achtertuin gevoegd en als zodanig in gebruik genomen. De dijk heeft in de huidige situatie nog een agrarische bestemming. Ten noordwesten van het plangebied, aan de overzijde van de Herenweg, bevindt zich een jachthaven. Aan de noordoostzijde is een grote loods gesitueerd welk dient als stalling voor jachten. Ten zuiden van het plangebied zijn in de lintbebouwing voornamelijk woningen gesitueerd. De gronden ten oosten van het plangebied, achter de lintbebouwing, zijn in gebruik voor agrarische doeleinden.

Afbeelding 2.7: Huidige situatie perceel Herenweg 12 (bron: GoogleMaps). Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 Op de locatie is sinds 1976 een melkveehouderij gevestigd. Bij dit bedrijf is momenteel geen bedrijfswoning aanwezig. Het betreft een melkveehouderij met circa 80 melkkoeien en circa 25 stuks jongvee. Op het perceel zijn een ligboxenstal en een schuur/machineloods gesitueerd. Deze ligboxenstal is in 2009 gebouwd. Verder zijn er kuilplaten/sleufsilo's en een mestsilo aanwezig. Aan de oost-, zuid- en westzijde van het erf zijn watergangen gelegen. Het perceel wordt ontsloten via de inrit langs de Voorwetering, die ten oosten van het plangebied aansluit op de Van Klaverweijdeweg.

Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

22

Afbeelding 2.8: Huidige situatie perceel Van Klaverweijdeweg 10 (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 De locatie is gelegen in het bebouwingslint aan de westzijde van Hoogmade. De Van Klaverweijdeweg leidt in westelijke richting naar de A4. Op het perceel zijn verschillende gebouwen aanwezig. Het betreft allereerst de voormalige boerderij met aan de zijkant een klein stenen gebouwtje met rieten dak (voormalige karnmolen). De voormalige boerderij is in gebruik als woonhuis aan de voorzijde en als kantoorruimte aan de achterzijde (in de voormalige koestal). Tevens is er een vrijstaand kantoorgebouwtje aanwezig achter op het perceel (noordoostzijde). Verder is een, geheel op authentieke wijze gebouwde, voormalige hooiberg aanwezig en tot slot een drietal oude schuren achter op het perceel (noordwestzijde). Op navolgende afbeelding zijn de op het perceel aanwezige gebouwen omcirkeld.

Afbeelding 2.9: Huidige situatie op het perceel Van Klaverweijdeweg 11 (bron: Google Earth). Leimuiden, Westerdijk 12 Op de locatie aan de Westerdijk 12 is een vrijstaande woning gelegen. De voorgevel van de woning is nu gesitueerd aan de kant van de Westerdijk, daar waar de voorgevels van de meeste Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 13 maart 2023

23

omliggende woningen juist gelegen zijn aan de kant van de Wetering. De woning bestaat uit een hoofdgebouw met diverse aanbouwen en een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een veranda. Aan de noordoostzijde van de woning is een parkeervoorziening gerealiseerd. Het perceel kent aan de oostelijke zijde een open karakter waardoor vrij zicht op het perceel bestaat. Op navolgende afbeelding is de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=7e63d70b-5b56-44e8-b443-2b437b477a27