RO-BP-618.148.30-1e Herziening Buitengebied Oost-herstelbesluit_4sept2023-totaal
Tekst van het document
Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6-contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
52
overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te worden verantwoord. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden.
In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen.
Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 m dient in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zover het binnen het invloedsgebied van de transportroute is gelegen. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d.
Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
53
dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 4.3.2
Onderzoek Locatie
Toevoeging van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten?
Leimuiden, Herenweg 15 en Ja 17 Leimuiden, Vriezekoop Nee Noord 4b Leimuiden, Westerdijk 60 - Ja 61 Nee Leimuiden, Molenkade 2 Leimuiden, Willem van der Nee Veldenweg 51 Rijnsaterwoude, Herenweg Nee 12 Hoogmade, Van Ja Klaverweijdeweg 10 Hoogmade, Van Ja Klaverweijdeweg 11 Nee Leimuiden, Westerdijk 12 Leimuiden, Bilderdam 39-40 Ja Hoogmade, Van Ja Klaverweijdeweg 17 Nee Leimuiden, Kerklaan 23w Nee Woubrugge, Oudendijkseweg 28 Tabel 4.2: Overzicht toevoeging relevantie externe veiligheid.
Is er sprake van relevante inrichtingen of transport van gevaarlijk stoffen in de directe omgeving? Nee n.v.t. Ja n.v.t. n.v.t. n.v.t. Ja Ja n.v.t. Nee Ja n.v.t. n.v.t.
In tabel 4.2 is voor elke locatie aangegeven of voorzien is in de realisatie van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Indien dit niet het geval is, is een nadere onderbouwing formeel Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
54
gezien niet noodzakelijk. In veel gevallen is hier in de bijgevoegde onderbouwingen alsnog aandacht aan besteed. Indien sprake is van toevoeging van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten is gekeken of in de directe nabijheid van de locatie relevante risicobronnen of transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Als dit niet het geval is, bestaan voor de locatie geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid. Indien dit wel het geval is, wordt hieronder een nadere onderbouwing voor per locatie gegeven. Leimuiden, Westerdijk 60 – 61 Op de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, staan in de directe omgeving van de planlocatie geen risicovolle inrichtingen vermeld. Het plan ligt niet in het invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd. Ook ligt het niet in een invloedsgebied van een spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. LPG-tankstation Voor LPG-tankstations met een bovengronds LPG reservoir geldt een plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 van 120 meter. Binnen deze contour zijn (beperkt) kwetsbare objecten in principe niet toegestaan. Het dichtstbijzijnde tankstation waar ook LPG wordt verkocht, is Esso Fuelsco 4 B.V. aanwezig, gelegen op de locatie Provinciale weg nr. 20 te Leimuiden, op ca. 2,7 km van de planlocatie.
De planlocatie is niet binnen de grens van 120 meter vanaf het bovengrondse LPG-reservoir van Esso Felco 4 B.V. gelegen. Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor de PR=10-6-contour. N207 De locatie ligt in het effectgebied van de N207, op een afstand van ca 2.000 meter. Vanwege het transport van toxische vloeistoffen van categorie LT3/LT2/GF3 heeft de N207 een effectgebied van meer dan 4.000 meter. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen moet aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen aandacht worden besteed. Een nieuwe risicoberekening niet nodig omdat het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde/met minder dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Bij een incident met toxische stoffen kan een giftige gaswolk ontstaan die de locatie kan bereiken. Bij een dergelijke calamiteit zijn geen bijzondere voorzieningen nodig om de omvang van een ramp te beperken en om de aanwezige personen veiligheid te bieden. Het sluiten van ramen, deuren en ventilatieroosters, en zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen na alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NL-Alert, is daarvoor voldoende. Bij een incident met een LPG-tankwagen kan een BLEVE ontstaan.
De locatie is voldoende bereikbaar voor de hulpdiensten om de omvang van een ramp te beperken. De aanwezige personen kunnen zich in veiligheid brengen mits tijdig gewaarschuwd. De 10-6-contour ligt buiten het plangebied. Voldaan wordt aan de grenswaarde voor het PR en de planontwikkeling leidt niet tot een overschrijding van de oriënterende waarde voor het GR. De toename van het GR is verantwoord. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
55
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Daarnaast vindt in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen. Circa 280 meter ten noordwesten van het plangebied ligt het wegtraject de rijksweg A4 waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt van de volgende stofcategorieën: LF1, LF2, LT1, LT2 en LT3. Voor de laatstgenoemde stofcategorie, LT3 geldt een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar is 8 meter en bereikt dan ook niet het plangebied. Het invloedsgebied bedraagt zoals aangegeven meer dan 4 kilometer. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied. Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand ligt van de weg hoeven volgens het Basisnet in principe geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied en is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk.
Gezien de ruime afstand en omvang van de ontwikkeling zal het groepsrisico niet relevant toenemen. Daarom wordt volstaan met een beknopte verantwoording. Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol. Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een uitbreiding van een bedrijf. De aanwezige personen in het bedrijfswoning en in het bedrijf zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en ruime afstand tot de weg neemt het groepsrisico niet aanzienlijk toe. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
56
Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Daarnaast vindt in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen. Circa 725 meter ten noordwesten van het plangebied ligt de rijksweg A4 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt van de volgende stofcategorieën: LF1, LF2, LT1, LT2, LT3 en GF3. Voor de laatstgenoemde stofcategorie, LT3 geldt een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar is 8 meter en reikt dan ook niet over het plangebied. Het invloedsgebied bedraagt zoals aangegeven meer dan 4 kilometer. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied. Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand ligt van de weg hoeven volgens het Basisnet geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk. Gezien de ruime afstand en beperkte omvang van de ontwikkeling zal het groepsrisico niet relevant toenemen. Daarom wordt volstaan met een beknopte verantwoording.
Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol. Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van één woning in een bestaande woning. De aanwezige personen in woningen zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Advies veiligheidsregio: · Het plangebied is niet bereikbaar binnen de opkomsttijdzorgnorm van 8 minuten. Er is een overschrijding van drie tot vier minuten.
Vanwege deze overschrijding van de opkomsttijd adviseert de veiligheidsregio de ‘rookmelderdichtheid’ in de woningen te verhogen, zodat een beginnende brand sneller gedetecteerd wordt. · Een primaire bluswatervoorziening nabij de planlocatie is niet aanwezig. De veiligheidsregio adviseert op basis van de Praktijkrichtlijn Bluswatervoorziening om voor de primaire bluswatervoorziening een onbeperkte hoeveelheid bluswater aan te leggen met een minimale opbrengst van 30 m3 per uur. · Het transport van gevaarlijke stoffen over de A4 vindt op dusdanige afstand plaats dat enkel het advies gegeven wordt om de woningen te voorzien van afschakelbare ventilatie, die met 1 druk op de knop uit te schakelen is.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
57
Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en ruime afstand tot de weg neemt het groepsrisico niet toe. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied (met inachtneming van het advies van de veiligheidsregio) als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig met een externe werking op het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Daarnaast vindt in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen. Circa 350 meter ten noordwesten van het plangebied ligt het wegtraject de rijksweg A4 waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt van de volgende stofcategorieën: LF1, LF2, LT1, LT2 en LT3. Voor de laatstgenoemde stofcategorie, LT3 geldt een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar is 8 meter en bereikt dan ook niet het plangebied.
Het invloedsgebied bedraagt zoals aangegeven meer dan 4 kilometer. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied. Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand ligt van de weg hoeven volgens het Basisnet in principe geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied en is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk. Gezien de ruime afstand en omvang van de ontwikkeling zal het groepsrisico niet relevant toenemen. Daarom wordt volstaan met een beknopte verantwoording. Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol.
Zelfredzaamheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een uitbreiding van een bedrijf. De aanwezige personen in het bedrijfswoning en in het bedrijf zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en ruime afstand tot de weg Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
58
neemt het groepsrisico niet aanzienlijk toe. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Aanwezigheid leidingen In 2012 is de Structuurvisie Buisleidingen vastgesteld. In deze visie is een landelijk netwerk van leidingstroken aangewezen, waarbinnen in de toekomst ondergrondse buisleidingen van nationaal en internationaal belang aangelegd kunnen worden voor het transport van gevaarlijke stoffen. De visiekaart in de Structuurvisie buisleidingen vormt de basis voor de voorkeurstracés van het Rijk voor een hoofdstructuur van buisleidingenstroken. De voorkeurstracés zijn bij ministeriële regeling aangewezen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, geconsolideerde versie, 2019). Een van deze leidingstroken loopt in noord-zuid richting door het plangebied, ongeveer parallel aan de bestaande buisleidingenstrook. Bij definitieve planvorming moet inzicht worden gegeven in het PR en GR. In het gebied zijn zes leidingen gelegen, zoals te zien is op onderstaande uitsnede uit de Structuurvisie Buisleidingen.
Een kerosineleiding van DPO, een CO2-leiding van OCAP/NPM en de aardgastransportleidingen A-554, A-553, A-803 en W-517-01. De PR 10-6 contouren liggen niet buiten de leidingen met bijbehorende belemmeringenzone. Gezien de lage personendichtheden in het gebied, zal het GR in alle gevallen ruimschoots onder de oriënterende waarde zijn gelegen. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de gronden die in het voorgaande bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’ per abuis een onterechte aanduiding hebben gekregen voor de ruimtelijke reservering van het voorkeurstracé voor de buisleidingen, conform de Structuurvisie Buisleidingen en het Rarro (zie voorts hoofdstuk 2, Omissie voorkeurstracé buisleidingen). Ook de gronden waar deze reservering met voorliggend plan correct worden opgenomen, maken onderdeel uit van het plangebied. Deze gronden vallen grotendeels samen met de tracés van de voorgenoemde aanwezige leidingen. Deze bestaande leidingen zijn als zodanig bestemd in voorliggend plan. Conclusie Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk binnen de PR 10-6 contouren langs de verschillende risicovolle transportassen en inrichtingen. Ook worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die kunnen leiden tot een relevante toename van de personendichtheden in de zones van de risicobronnen.
De uitvoering van het bestemmingsplan zal dan ook geen gevolgen hebben voor de hoogte van het GR. De risicovolle leidingen en de correcte leidingstrook uit de Structuurvisie buisleidingen zijn met een belemmeringenstrook opgenomen op de verbeelding en in de regels. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er uit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Bij de uiteindelijke planvorming dient advies te worden gevraagd aan de VRR. 4.3.3
Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
59
4.4
Bedrijven en milieuzonering
4.4.1
Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Tabel 4.3: Richtafstanden volgens 'Bedrijven en milieuzonering 2009'. De milieucategorie leidt in combinatie met een omgevingstype (rustige woonwijk of gemengd gebied) tot een bijbehorende richtafstand. 4.4.2
Onderzoek Leimuiden, Herenweg 15 en 17 In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) wordt onderscheid gemaakt in niet-bindende richtafstanden voor de omgevingstypen 'gemengd gebied' en 'rustige woonwijk en rustig buitengebied'. Lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. In de omgeving van het plangebied, aan de Herenweg, komen naast de bestemming 'Wonen' diverse agrarische bestemmingen voor, waardoor deze omgeving wordt aangemerkt als een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verminderd, met uitzondering van het aspect gevaar. Het voorliggende plan maakt een gevoelige bestemming, namelijk een burgerwoning (Herenweg 17), mogelijk. Daarom is aan de hand van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' bepaald welke milieubelastende activiteiten in de omgeving toegestaan zijn. Deze zijn weergegeven in de navolgende tabel. Naam
Adres
SBI-code
Milieucategorie
Richtafstand in gemengd gebied
melkveehouderij
Herenweg 9
0141. 0142
3.2
50
Afstand tot woning (m) 154
glastuinbouwbedrijf
Herenweg 13a
011. 012.013
2
10
6.5
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
60
glastuinbouwbedrijf
Herenweg 19/19a
0141. 0142
2
10
25
Tabel 4.4: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van Herenweg 15 en 17. Uit de tabel blijkt dat aan de relevante richtafstanden wordt voldaan, behoudens de richtafstand tot het perceel Herenweg 13a. Dit perceel kent de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' met de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Uit raadpleging van het KvK handelsregister volgt dat er momenteel geen (agrarisch) bedrijf actief is. Uitgaande van de geldende bestemming is wel sprake van een richtafstand van 10 m van het agrarische perceel tot gevoelige objecten. De afstand tot de woning aan de Herenweg 17 betreft 6,5 m. Echter, in de directe omgeving van het bedrijf bevindt zich reeds een burgerwoning op kortere afstand tot de agrarische bestemming. De woning aan de Herenweg 9a grenst direct aan het agrarische perceel, waardoor deze maatgevend is voor eventuele agrarische bedrijfsvoering. Voorts bevinden de kassen zich op minimaal 14 m afstand tot de woning aan de Herenweg 17. Daarmee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 32.5 'afstand gevoelige objecten ten opzichte van kassen' van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'. Dit artikel stelt dat ten minste 10 m afstand in acht genomen dient te worden tussen kassen en gevoelige objecten indien het niet aaneengesloten woonbebouwing betreft en het een glastuinbouwbedrijf betreft dat voor 1 mei 1996 is opgericht.
De bebouwing aan de Herenweg 13a is volgens het BAG-register opgericht omstreeks 1970. Daarmee wordt voldaan aan de benodigde richtafstand en worden er geen belemmeringen voorzien ten aanzien van het woon- en leefklimaat van de als burgerwoning te bestemmen woning aan de Herenweg 17. De overige (agrarische) bedrijven in de omgeving die niet in de tabel zijn opgenomen zijn op een dusdanig grote afstand gelegen dat hinder en gevaar voor de woningen in het plangebied en beperkingen voor de bedrijfsvoering zijn uitgesloten. De paardenbak op het naastgelegen perceel maakt geen onderdeel uit van een inrichting en wordt als hobbymatig beschouwd (< 5 paarden). Derhalve is geen nadere toelichting voor het aspect geur benodigd. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van de woonbestemming. Er worden geen extra woningen, en daarmee geen geluidgevoelige functies, mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen gevolgen voor bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven. Immers, milieuzonering richt zich uitsluitend op de zonering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen).
De te hanteren richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De afstand van de woonbestemming tot de nabijgelegen agrarische bedrijven aan de Vriezekoop Noord 4b wordt als gevolg van de ontwikkeling 15 m kleiner. Onderstaande tabel toont het naastgelegen bedrijf waarbij de afstand tot het bedrijf verkleind wordt.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
61
Adres/ functie
SBI
Milieucategorie
richtafstand
Afstand tot plangebied 225 m
Vriezekoop 4/ 0150 3.2 100 m Vleesveehouderij en zoogkoeienbedrijf/ tuinbouw Tabel 4.5: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van Vriezekoop Noord 4b. Uit bovenstaande tabel blijkt dat er voldoende afstand wordt gehouden tot het naastgelegen agrarische bedrijf. Voor het betonbouwbedrijf gelegen aan de oostzijde van het plangebied geldt dat met de wijziging de afstand tussen de bestemming 'Wonen' en het betonbouwbedrijf aan de Vriezekoop 6 niet kleiner wordt. Leimuiden, Westerdijk 60 – 61 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van onder meer recreatiewoningen, welke als gevoelig object kunnen worden aangemerkt. Het plangebied kan worden getypeerd als gemengd gebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse bedrijven en woningen. In navolgende tabel zijn de relevante bedrijven en/of activiteiten in de buurt van het plangebied weergegeven. Bedrijf/ activiteit
Adres
Milieucategorie
Minimale gewenste afstand
Huidige afstand van de recreatieverblijven tot het plangebied Circa 15 meter
Niek Westerdijk 2 10 m Roumen 58 BJS Beheer Westerdijk 2 10 m Circa 50 meter B.V. 63 Tabel 4.6: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van Westerdijk 60 61. Bij wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ in de bestemming ‘Recreatie’ zal er vanuit milieuoogpunt een verbetering plaatsvinden door het vervallen van de bestemming ‘Bedrijf’ en de milieucategorie 4.1 ter plaatse, een milieucategorie die niet verenigbaar is met woningen in de directe nabijheid. Leimuiden, Molenkade 2 In de omgeving van het plangebied, zijn naast woningen, verschillende andere functies aanwezig, zoals bedrijven. Deze bedrijven mogen bedrijfsmatige activiteiten uitoefenen die vallen onder de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Hierbij hoort een maximale richtafstand van 30 meter. Het gebied is door de verschillende functies aan te merken als ‘gemengd gebied’. Voor een dergelijk gebied mogen de VNG-richtafstanden, zoals genomen in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de oorspronkelijke richtafstand). Daardoor wordt de maximale richtafstand van het bedrijf 10 meter. De feitelijke afstand van de grens van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ tot de rand van het plangebied bedraagt minder dan 10 meter. De richtafstand wordt niet gerespecteerd.
Aangezien het bedrijf al grenst aan de huidige woonbestemming van de Molenkade 2 worden er op het gebied van ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmeringen verwacht. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
62
Leimuiden, Willem van der Veldenweg 51 De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van de woonbestemming en de realisatie van een berging / stalling binnen deze uit te breiden woonbestemming. Er worden geen extra woningen, en daarmee geen geluidgevoelige functies, mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen gevolgen voor bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven. Immers, milieuzonering richt zich uitsluitend op de zonering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen). De te hanteren richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De afstand van de woonbestemming tot de nabijgelegen agrarische bedrijven aan de Willem van der Veldenweg 8 en 12 wordt als gevolg van de ontwikkeling niet kleiner. De woonbestemming komt wel circa 2 m dichter tot het perceel aan de Willem van der Veldenweg 47. Desondanks zal navolgend de afstand tot de omliggende bedrijven inzichtelijk gemaakt worden tot de uiterste grens van de (nieuwe) woonbestemming. Vanwege de ligging aan het lint Willem van der Veldenweg kan het plangebied en de omgeving worden getypeerd als 'gemengd gebied'.
Zoals in de VNG publicatie (editie 2009) staat vermeld, kan bij het type gemengd gebied de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Adres
Functie
SBI
Milieucategorie
Richtafstand Afstand gemengd tot plangebied (m) gebied (m)
Verschil t.o.v. huidige situatie (m)
Willem van der Veldenweg 8 Willem van der Veldenweg 12 Willem van der Veldenweg 47
Melkveehouderij
0141, 0142
3.2
50
15
-
Agrarisch met waarden landschapswaard en Agrarisch met waarden landschapswaard en. Functieaanduiding: sierteelt
0141, 0142
3.2
50
20
-
011, 012, 013
2
10
0
-
Tabel 4.7: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van Willem van der Veldenweg 51. De richtafstand tussen de beoogde woonbestemming en omliggende bedrijven wordt in geen geval kleiner dan de afstand tussen de huidige woonbestemming en omliggende bedrijven. Er wordt daarmee geen belemmering verwacht ten aan zien van milieuzonering. Op het perceel aan de Willem van der veldenweg 47 is de functieaanduiding 'sierteelt' aanwezig. Dit adres staat echter niet ingeschreven bij de KvK, is niet opgenomen in het bedrijfsinformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland en is bovendien van een beperkte omvang, waardoor deze niet als volwaardig agrarisch bedrijf kan worden gezien, maar Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
63
eerder hobbymatig. Desondanks wordt nader ingegaan op het aspect 'spuitzone'. Immers, op deze gronden kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Spuitzone In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen wettelijke eisen voor de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en gevoelige bestemmingen. Uit jurisprudentie (uitspraak van 23 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP3436) blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een afstand van 50 m tussen een gevoelige functie en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt redelijk acht. De vuistregel van 50 m betreft geen minimaal aan te houden afstand. Het is mogelijk om gemotiveerd van deze afstand af te wijken. Hierbij dient de afstand dusdanig te zijn, zodat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de gevoelige functie. De ABRvS geeft in haar uitspraak van 31 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2373) aan dat het mogelijk is om bij vollegrondsteelt van gewassen, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, af te wijken van de vuistregel van 50 m.
Bij dergelijke vollegrondsteelt worden gewasbeschermingsmiddelen, in tegenstelling tot boom- en fruitteelt, op een zodanige wijze gebruikt dat daarbij nauwelijks een spuitnevel ontstaat die de omgeving negatief kan beïnvloeden. Bij de betreffende uitspraak wordt een afstand van 9,5 m voldoende geacht, mede omdat het woonerf is afgeschermd door een heg, die eventuele resten van gewasbeschermingsmiddelen zal tegenhouden. Daarbij is in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd dat het gebruik van de gronden ten behoeve van boom- en fruitteelt, waarbij een afstand van 50 m aangehouden moeten worden, niet toegestaan is. In artikel 3.78a van het Activiteitenbesluit milieubeheer, dat op 1 januari 2018 in werking is getreden, is bepaald dat bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen en op braakliggend land in de open lucht een techniek wordt gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek. Daarmee gelden strengere normen dan waarvan de ABRvS in haar uitspraken is uitgegaan. Sierteelt Sierteelt is niet te vergelijken met akkerbouw en evenmin met fruitteelt of een boomgaard. Dit omdat boomkwekers zeer weinig gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, anders dan bij fruitteelt.
Het voor 'Wonen' te bestemmen perceel wordt gescheiden middels een watergang van het agrarische perceel met de aanduiding 'sierteelt'. Volgens de regelgeving mag geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater kunnen komen. Door middel van een spuitvrije zone en toepassingseisen van de chemische middelen kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet via de sloten bij het woonperceel kan komen. Bovendien is de aanwezigheid van de naastgelegen woning een aanleiding om aan te nemen dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat en sierteeltbedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt worden. Ten slotte is er de mogelijkheid om een groenblijvende haag te realiseren als afscherming van het woonperceel. Deze haag heeft een driftreducerende werking en heeft een positieve invloed op het woon- en leefklimaat.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
64
Het aspect bedrijven en milieuzonering, inclusief de aanwezige spuitzone, vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Rijnsaterwoude, Herenweg 12 De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van de woonbestemming. Er worden geen extra woningen, en daarmee geen geluidgevoelige functies, mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen gevolgen voor bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven. Immers, milieuzonering richt zich uitsluitend op de zonering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen). De te hanteren richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De afstand van de woonbestemming tot de nabijgelegen agrarische bedrijven en de jachthaven aan de Herenweg 57 wordt als gevolg van de ontwikkeling niet kleiner. De woonbestemming zal wel circa 6 m dichter tot de stalling van de jachthaven komen te liggen. Desondanks zal navolgend de afstand tot de omliggende bedrijven inzichtelijk gemaakt worden tot de uiterste grens van de (nieuwe) woonbestemming.
Bedrijven die dichter bij de beoogde woonbestemming liggen dan de huidige woonbestemming worden getoetst in onderstaande tabel. Adres/ functie
SBI
Milieucategorie
richtafstand
Afstand tot plangebied
Herenweg 10a/ stalling 52109 2 30 m 42 m jachten Tabel 4.8: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van Herenweg 12. De voorgenomen ontwikkeling ziet op de uitbreiding van de woonbestemming. Er worden geen extra woningen, en daarmee geen geluidgevoelige functies, mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen gevolgen voor bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven. Immers, milieuzonering richt zich uitsluitend op de zonering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen). De te hanteren richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De afstand van de woonbestemming tot de nabijgelegen agrarische bedrijven en de jachthaven aan de Herenweg 57 wordt als gevolg van de ontwikkeling niet kleiner. De woonbestemming zal wel circa 6 m dichter tot de stalling van de jachthaven komen te liggen. Desondanks zal navolgend de afstand tot de omliggende bedrijven inzichtelijk gemaakt worden tot de uiterste grens van de (nieuwe) woonbestemming. Bedrijven die dichter bij de beoogde woonbestemming liggen dan de huidige woonbestemming worden getoetst in onderstaande tabel.
Gezien het voorgaande zijn er geen belemmeringen voor een goed woon- en leefklimaat en worden milieubelastende activiteiten in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt als gevolg van de ontwikkeling. Er dient geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect milieuzonering en het plan uitvoerbaar is. Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
65
Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 10 In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) wordt onderscheid gemaakt in niet-bindende richtafstanden voor de omgevingstypen 'gemengd gebied' en 'rustige woonwijk en rustig buitengebied'. Lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. In de omgeving van het plangebied, aan de Van Klaverweijdeweg, komt relatief veel bedrijvigheid voor, waardoor deze wordt aangemerkt als een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verminderd, met uitzondering van het aspect gevaar. Het voorgenomen heeft betrekking op de realisatie van een bedrijfswoning. Deze zal als bedrijfswoning bij de melkveehouderij fungeren. Deze bedrijfswoning geniet geen bescherming ten opzichte van de melkveehouderij. Er dient wel beoordeeld te worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat vanwege de aanwezigheid van milieubelastende activiteiten in de omgeving en of deze milieubelastende activiteiten als gevolg van de bedrijfswoning worden beperkt in hun mogelijkheden. Derhalve is aan de hand van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' bepaald welke milieubelastende activiteiten in de omgeving toegestaan zijn. Deze zijn weergegeven in de navolgende tabel.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
66
Activiteit
Aannemersbedrijf Timmerwerkfabriek bedrijf van ten hoogste milieucategorie 2 aannemersbedrijf voor sloopwerkzaamheden fokken en houden van rundvee bedrijf van ten hoogste milieucategorie 2 smederij, lasinrichting en bankwerkerij
Adres
SBI-code Milieucatego Richtafsta Afstand tot rie nd in beoogde gemengd bouwvlak (m) gebied (m) (1) Van 41, 42, 43 3.2 50 42 Klaverweijdewe (2) g 25a -162 Van onbekend 2 10 35 Klaverweijdewe g 23 Boskade 6-7c 41, 42, 43 3.1 10 22 (2) Boskade 9a 0141, 3.2 50 115 0142 Boskade 10 onbekend 2 10 115 Van 255, 331 3.2 Klaverweijdewe (B) g 17
50
135
(1) Uitgaande van een worstcasescenario wordt de afstand van milieubelastende activiteiten gemeten tot het beoogde bouwvlak, terwijl de beoogde bedrijfswoning op grotere afstand van milieubelastende activiteiten gebouwd zal worden.
Tabel 4.9: Overzicht relevante inrichtingen/bestemmingen in de omgeving van de Van Klaverweijdeweg 10. Uit de tabel blijkt dat er, met uitzondering van het bedrijf aan de Van Klaverweijdeweg 25, voldaan wordt aan de relevante richtafstanden van milieubelastende activiteiten in de omgeving. Aan de Van Klaverweijdeweg 25 is volgens het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' een bouw-/aannemersbedrijf met een maximaal bebouwd oppervlak van 2.300 m² toegestaan. In de feitelijke situatie is hier volgens het bedrijfsinformatiesysteem van de Omgevingsdienst WestHolland een timmerwerkfabriek gevestigd. Beide typen bedrijven zijn activiteiten van milieucategorie 3.2, met in gemengd gebied een richtafstand van 50 m voor geluid. Aan de richtafstand wordt niet voldaan. Derhalve dient het aspect geluid nader beschouwd te worden. Het bedrijf aan de Van Klaverweijdeweg 25 kan gezien worden als een bouwbedrijf dat gespecialiseerd is in molens en monumenten. Op de bedrijfslocatie worden onderdelen voor molens en monumenten gemaakt. Deze worden op locatie gemonteerd. De productie van onderdelen op de bedrijfslocatie vindt hoofdzakelijk in de bedrijfsgebouwen plaats. Op het achterterrein (noordwestzijde) worden materieel en materialen zoals hout opgeslagen. Aan de zijde van het plangebied bevindt zich het bijbehorende kantoor. Verder ligt er aan de zijde van de weg een groenstrook/gazon.
De afstand van het deel van het bedrijfsperceel waar geluid producerende activiteiten plaats vinden tot plangebied bedraagt minimaal 65 m. Daarbij zal de bedrijfsbebouwing een afschermende werking hebben. Daarnaast is de verwachting dat geluidhinder van het bedrijf ondergeschikt zal zijn aan wegverkeerslawaai. Het bedrijf aan de Van Klaverweijdeweg 25 vormt daarmee geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde bedrijfswoning. Mede gezien de aanwezigheid van woningen van derden op een kleinere afstand, is het uitgesloten dat het bedrijf beperkt wordt in zijn mogelijkheden.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
67
Melkveehouderij Van Klaverweijdeweg 10 In het voorgenomen plan wordt het bouwvlak aan de zuidwest- en westzijde en vergroot. Aan de overige zijden blijft het bouwvlak gelijk of wordt dit verkleind. De betreffende melkveehouderij (SBI 0141, 0142, milieucategorie 3.2) heeft een richtafstand van 50 m in gemengd gebied. De minimale afstand tot gevoelige bestemmingen aan de zijden van de vergroting van het bouwvlak (zuidwesten west) bedraagt 65 m. Dit betreft de ligplaatsen aan de oostzijde van de Boskade, ten westen van het bouwvlak. Daarmee wordt ook in de toekomstige situatie voldaan aan de relevante richtafstand ten aanzien van deze gevoelige bestemmingen en is er sprake van een goed woonen leefklimaat. Conclusie Gezien het voorgaande zijn er geen belemmeringen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde bedrijfswoning en worden milieubelastende activiteiten in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt als gevolg van de ontwikkeling. Verder vormt de vormverandering en beperkte vergroting van het bouwvlak geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige bestemmingen in de omgeving. Er dient geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect milieuzonering en het plan uitvoerbaar is.
Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 11 Het plan betreft een toevoeging van een extra woning binnen de bestaande bebouwing en kan daarom gecategoriseerd worden als een milieugevoelige ontwikkeling. Dit betekent dat de richtafstanden tot omliggende milieubelastende functies in acht moeten worden genomen. Gezien de ligging tussen de vele agrarische gronden, vele woningen en enkele (agrarische) bedrijven kan het type gebied omschreven worden als rustige woonwijk/buitengebied. In de directe nabijheid van het plan liggen woningen en bedrijven. Voor woningen onderling, zijnde milieugevoelige functies, gelden geen richtafstanden. Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft het grondgebonden veehouderijbedrijf gelegen aan de Van Klaverweijdeweg 15. Voor dit type bedrijven gelden vaste afstanden vanuit het Activiteitenbesluit. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt in het buitengebied een vaste afstand van 50 meter. De afstand van het plangebied tot het veehouderijbedrijf is circa 110 meter waarmee aan de vaste afstandseis uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Daarnaast zijn in de nabije omgeving geen milieubelastende bedrijven of functies aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure.
Leimuiden, Westerdijk 12 Voorgenomen ontwikkeling voorzien niet in de realisatie van een nieuw gevoelig object maar zien alleen toe op de uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden binnen een bestaande woonbestemming. Omliggende bedrijven worden door de voorgenomen ontwikkeling niet beperkt in de bedrijfsvoering en ook het woon- en leefklimaat wordt niet aangetast. Leimuiden, Bilderdam 39-40 De voorgenomen ontwikkeling ziet op de realisatie van drie woningen met een bestemmingswijziging. Er worden met de ontwikkeling gevoelige functies mogelijk gemaakt. Bewoning wordt niet gezien als een milieubelastende functie, waardoor de functiewijziging geen hinder zal veroorzaken voor omliggende gevoelige functies in het kader van milieuzonering. De omgeving van het plangebied kan gekarakteriseerd worden als gemengd gebied, gelet op de Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
68
afwisseling van bestemmingen zoals ‘Wonen’, ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’. Op 30 meter afstand van het plangebied bevindt zich autobedrijf Boon. Een autobedrijf valt onder milieucategorie 2. De afstand tot de woningen is groter dan de richtafstand van 10 meter. Er is geen belemmering voor de functiewijziging naar de bestemming ‘Wonen’. Op 40 meter afstand bevindt zich het staalconstructiebedrijf Van Tol. Dit bedrijf valt onder milieucategorie 3.1, maar de afstand tot het plangebied bedraagt meer dan de richtafstand van 30 meter. Er kan worden gesteld dat er geen belemmeringen zijn voor de functiewijziging naar wonen en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hoogmade, Van Klaverweijdeweg 17 De beoogde ontwikkeling bestaat uit intensivering van het huidige perceel waarbij het bebouwingsoppervlak wordt vergroot. De begrenzing van de bedrijfsbestemming en de toegestane bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Oost wijzigen niet. Op korte afstand van het bedrijf liggen woonbestemmingen. Reeds in de huidige bedrijfsvoering dient hier rekening mee gehouden te worden. Voor omliggende woningen wijzigt er niets aangezien het bedrijf nu ook al overal binnen het bouwvlak mag bouwen. Het bedrijf moet voldoen aan milieuvoorschriften zoals vermeld in haar vergunning of aan de milieuregels zoals vermeld in het Activiteitenbesluit.
Bij uitbreiding van het bedrijf moet in het milieuspoor aangetoond worden dat wordt voldaan aan de geldende milieunormen. Hiermee is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen geborgd. Leimuiden, Kerklaan 23w Voorliggende herziening voorziet niet in de toevoeging van nieuwe woningen. Het woonschip, waarvan de bewoners gebruik maken van deze locatie, is reeds mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’. Met deze herziening wordt geen bedrijvigheid mogelijk gemaakt. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. Woubrugge, Oudendijkseweg 28 In de nabijheid van het agrarisch bedrijf zijn verschillende woonbestemmingen geprojecteerd. De dichtstbijzijnde woonbestemming ligt op circa 15 meter van het perceel aan de overzijde van de weg. De naastgelegen woonbestemming ligt op circa 45 meter van het bedrijf. Voor grondgebonden veehouderijen gelden vaste afstanden vanuit het Activiteitenbesluit. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt in het buitengebied een vaste afstand van 50 meter. De afstand tot de dichtstbijzijnde woonbestemmingen is weliswaar kleiner dan 50 meter, maar de bestaande situatie wijzigt niet en in het kader van de melding Activiteitenbesluit uit 2015 (zie paragraaf 2.2.) is reeds aangetoond dat het bedrijf past binnen de kaders van het Activiteitenbesluit.
Er zijn vanuit het aspect Bedrijven en milieuzonering dan ook geen belemmeringen voor het toekennen van het bouwvlak.
4.4.3
Conclusie Gezien het voorgaande zijn er geen belemmeringen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde gevoelige objecten en worden bestaande bedrijven en inrichtingen in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt als gevolg van de ontwikkelingen. Er dient geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect milieuzonering en de plannen uitvoerbaar zijn.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
69
4.5
Bodem
4.5.1
Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder gevoelig bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk.
4.5.2
Onderzoek Leimuiden, Herenweg 15 en 17 De gronden op de achterzijde van het perceel (zuidzijde van het plangebied) houden de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. De gronden rondom de bestaande (bedrijfs)woning blijven in gebruik ten behoeve van het bestaande gebruik (wonen). De verharding rondom de bestaande (bedrijfs)woning wordt niet verwijderd en hier vinden geen bodemingrepen plaats. Een verkennend bodemonderzoek is in het kader van de eerste herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' niet vereist. Omdat het bij het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer nodig is de eindsituatie vast te leggen en eventuele ontstane verontreinigingen moeten worden verwijderd, is het niet nodig het onderzoek al uit te voeren in de bestemmingsplanfase. De compensatiewoning wordt gerealiseerd buiten het plangebied en buiten deze procedure om. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de compensatiewoning zal de bodemgesteldheid inzichtelijk worden gemaakt. Er dient geconcludeerd te worden dat het plan uitvoerbaar is voor het aspect bodem. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4b Het voorgenomen plan betreft een wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Dit betreft een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik.
Derhalve is het nodig om met een vooronderzoek conform NEN 5725 vast te stellen of er belemmeringen te verwachten zijn. Uit het uitgevoerde historisch onderzoek (Grondslag, 32760, 23 maart 2020) blijkt dat op basis van de huidige- en historische gegevens als bronlocatie een gedempte sloot te herleiden is. In huidige situatie (weiland), alsmede in de toekomstige situatie (wonen met tuin), zijn er met betrekking tot bodemverontreiniging geen risico’s te verwachten. Derhalve is in het kader van de bestemmingswijziging geen aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. Indien sprake is van Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
70
grondverzet en/of nieuwbouw binnen de contour van de voormalige watergang, dient voorafgaand aan de werkzaamheden alsnog de milieuhygiënische situatie van het dempingsmateriaal (bodem/asbest) te worden vastgelegd. Leimuiden, Westerdijk 60 – 61 Ten behoeve van de bouw van de huidige twee bedrijfsgebouwen is destijds een bodemonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek uit 2013 (‘Milieutechniek ZVS Eemnes BV.’, kenmerk: BO13302, d.d. 21/11/2013, zie bijlage 12) is gebleken dat er geen milieutechnische belemmeringen voor de bouw waren. In de periode maart – april 2020 heeft Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (‘Milieutechniek ZVS Eemnes BV.’, kenmerk: BO20092, d.d. 14/04/2020, zie bijlage 13) In deze onderzoeken zijn de locatie van de recreatieappartementen, het perceel aan de overzijde van de Westerdijk 60-61 waar ligplaatsen zijn beoogd alsmede het zuidoostelijk gelegen terrein voor toekomstig parkeren onderzocht. De zandige bovengrond van de locatie van de recreatieappartementen, met (zwakke) bijmenging aan puin, is licht verontreinigd bevonden met enkele zware metalen en PAK. Ook in de zandige ondergrond komt PAK in licht verhoogde mate voor. Op het terrein komt lokaal een puinverharding voor. Gezien het feit dat ter plaatse meer dan 50% bodemvreemd materiaal aanwezig is, is dit formeel geen bodem meer. In het puin is geen asbest aangetoond.
In het grondwater zijn lichte overschrijdingen aan barium, zink en minerale olie geconstateerd. Van barium is bekend dat deze vaker (van nature) in verhoogde mate wordt aangetroffen. Minerale olie kan gerelateerd zijn aan de in het verleende aangetoonde matige verontreiniging in de bovengrond en het gevolg van uitloging. Echter, deze is in e grond zintuigluik en analytisch niet (meer) bevestigd. Het gehalte in het grondwater geeft geen aanleiding voor een nader onderzoek. De (zandige) bovengrond van het met stelcon verharde parkeerterrein (100 m²) is niet verontreinigd bevonden. De circa 287 m² met stelcon en beton verharde terrein aan de overzijde van de weg is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie en/of PCB’s. Deze lichte verhogingen komen zowel in de boven- als de ondergrond voor, doch even geen aanleiding voor nader onderzoek. In het grondwater zijn molybdeen en naftaleen in lichte mate vastgesteld. Hoewel de watermonstername belucht is uitgevoerd, is er mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de resultaten van de grond geen aanleiding om het grondwater nader te onderzoeken.
Uit het onderzoek is gebleken dat bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het realiseren van zes verblijfsrecreatieve appartementen in de twee bedrijfsgebouwen op het perceel Westerdijk 60-61 te Leimuiden, en het vergroten van het bouwvlak op de locatie langs het Braassemermeer naar ca. 25 m² (conform de reeds aanwezige bebouwing) ten behoeve van het havenkantoor en receptie voor de ligplaatsen- en verblijfsrecreatieverhuur.
Bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied Oost” Toelichting Vastgesteld (herstelbesluit), 4 september 2023
71
Leimuiden, Molenkade 2 Het voorgenomen plan betreft een wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming op twee percelen. Dit betreft een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik. Om deze reden is een verkennend bodemonderzoek (Terra, 19-056, 28 februari 2019, zie bijlage 10). Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante bodeminformatie over de locatie door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de omgevingsdienst West Holland middels archiefonderzoek. Op basis van het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocaties geen direct belastende bronnen of verdachte activiteiten worden verwacht. In het kader van het bestemmingsplan ‘Molenkade 2’, vastgesteld in 2011, is destijds een bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit voorgaande bodemonderzoek uit 2007 (‘Klijn Bodemonderzoek B.V.’, kenmerk: 712239, d.d. 23/11/2007) zijn ter plaatse van beide locaties (A en B) enkel verhogingen ten opzichte van de achtergrond- en streefwaarde aangetroffen. Verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde, respectievelijk de streefwaarde worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoeken en geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. Vermoedelijk betreffen dit standaard verhoogde waarden die in de omgeving voorkomen.
De locaties zijn op basis van de informatie uit het voorafgaande bodemonderzoek niet direct verdacht op het aantreffen van puin in de bodem omdat in de boorstaten in 2007 geen puin is aangetroffen. Op verzoek van de omgevingsdienst wordt momenteel een aanvullend onderzoek (conform NEN 5740, gecombineerd met een vooronderzoek NEN 5725) en asbest in bodemonderzoek (conform NEN5707) uitgevoerd. Het plangebied is ten opzichte van de het eerdere onderzoek namelijk vergroot en de omgevingsdienst is van mening dat de toekomstige wijze van bestemmen gevoeliger is waardoor meer inzicht in de bodemkwaliteit is vereist. Naar aanleiding van de opmerking van de omgevingsdienst zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat verhogingen zijn aangetroffen. Deze verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde, respectievelijke de streefwaarde, worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoeken en geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. Op basis van deze onderzoeken zijn er geen belemmeringen met betrekking het huidige en/of toekomstige gebruik van de locatie. Aan het woonhuis vast worden een garage en een overkapping gerealiseerd. Dit deel van het perceel heeft al de woonbestemming. Hiermee is deze ontwikkeling milieu-hygiënisch gemotiveerd.