CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Richtnota Kaag en Braassem 2023-2026

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Richtnota 202314.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Diverse programma’s De bijstelling die hier is weergegeven onder de diverse programma’s betreft de bijstelling als gevolg van de geactualiseerde investeringsstaat (zie figuur 1 in de Richtnota) en de mutaties op de stelposten voor focus met Ambitie voor uitbreiding Kaskade/Kiem en KC Noord (zie figuur 3 in de Richtnota).

pagina 35 van 46

Bijlage III

Risico-inventarisatie

pagina 36 van 46

Risico-inventarisatie Overzicht risico’s met financiële consequenties Categorieën risico’s met financiële consequenties: Omschrijving risico per categorie

bedragen* € 1000

Kans Risico klasse

Risico (kans x gevolg)

Gevolg Raming schade

Incidenteel Incidenteel

Totaal risico's Financieel 1 Wmo

50%

2 Reguliere jeugdhulp 3 JB/ JR en gesloten jeugdhulp

50%

2023

2024

2025

2026

165

83

0

pm

pm

pm

pm

70

51

pm

pm

pm

50

0

25

25

25

25

pm

pm

pm

4 Ict 5.1. Kunstwerken - Noorderhemweg

0

160

160

pm

5.2. Kunstwerken - Contructieve veiligheid bruggen Floraweg

pm

pm

pm

pm

pm

6. Wethouders pensioenen

pm

0

0

0

0

7 Wethouders wachtgeld

pm

85

60

60

0

8 Openbaar groen

90%

150

135

135

135

135

9a. Areaal uitbreiding en prijsstijgingen IBOR wegen

80%

164

131

131

131

131

pm

pm

pm

pm

0

0

0

0

pm

pm

pm

pm

9b wegen en dijkwegen 9c Grietpolderweg

50%

1.047

524

9d Leimuiden - Vriezenweg en Vriezenkoop Noord 10 Implementatie omgevingswet

0

0

0

0

11. Maatregelen Covid

2.400

1.087

pm

pm

pm

pm

12. Oorlog Oekraïne en opvang vluchtelingen

pm

pm

pm

pm

13. Winstwaarschuwing grondexploitaties

pm

pm

pm

pm

135

135

135

135

73

0

0

0

635

645

645

426

Verbonden partijen 14 Algemeen

50%

270

135

15 De Tweesprong

Gekwantificeerde risico's

1.898

Toelichting op de risico’s 1. Wmo Wmo incidenteel risico De Wmo betreft een openeinderegeling. Dit betekent dat wij als gemeente maatschappelijke ondersteuning moeten bieden, ook als het budget op is. Een aantal grote woningaanpassingen kan bijvoorbeeld extra lasten met zich meebrengen. Omdat het onzeker is wanneer inwoners meer dan verwacht een beroep doen op een dergelijke woningaanpassing, is ervoor gekozen hiervoor een risico op te nemen in de risicoparagraaf. Een aanvraag voor een grote woningaanpassing staat op zichzelf en heeft geen structureel effect, maar heeft mogelijk een incidenteel effect op de algemene reserve. Op basis van ervaringscijfers van voorgaande jaren achten wij het verantwoord om dit risico incidenteel in te schatten op € 165.000 met een kans van 50%. Wmo structureel risico Invoering abonnementstarief Wmo Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdrage aan Wmo-voorzieningen, in plaats van een inkomensafhankelijke bijdrage, is sinds 1 januari 2020 definitief van kracht. Dat heeft een aanzuigende werking, met name een toenemende vraag naar huishoudelijke hulp van mensen die dit nu zelf geregeld hebben en een toenemende vraag naar (duurdere) hulpmiddelen.

pagina 37 van 46

In 2019, 2020 en 2021 ziet onze uitvoeringsorganisatie Participe het aantal afgegeven beschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning, vervoer- en woonvoorzieningen toenemen. Hierbij is het lastig om te beoordelen of dit wordt veroorzaakt door alleen het abonnementstarief of dat hier ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen, zoals bijvoorbeeld vergrijzing. 2. Reguliere jeugdhulp We hebben een overeenkomst met GO! voor jeugd voor het bieden van toegang tot jeugdhulp, ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. Deze overeenkomst loopt tot en met 2023. GO! voor jeugd ontvangt van ons een lumpsumbedrag voor het uitvoeren van deze taken. Het is echter mogelijk dat de kosten in 2023 zullen toenemen en wel om de volgende redenen: 1. Hogere indexatie We hanteren, op dringend verzoek van de VNG en het ministerie, de OVA-indexatie voor de loonkosten. Voor 2023 hebben we vooralsnog gerekend met een indexatie van 2%. Het risico bestaat echter dat de indexatie voor 2023, gelet op de ontwikkelingen binnen jeugdzorg waaronder de onlangs gemaakte CAO-afspraken, hoger uitvalt. We schatten de kans dat een extra loonindexatie van 1,5% plaatsvindt, in op 90%. Dit betekent een risico van € 51.152. 2. Hogere uitvoeringslasten Binnen de jeugdzorg is landelijk sprake van een forse schaarste aan personeel.

Dit zal in onze gemeente mogelijk worden verergerd door de aflopende overeenkomst met GO! voor jeugd. Dit betekent dat (mogelijk) ook gebruik gemaakt moet worden van inhuur van zelfstandigen, een extra beroep op onderaannemers en/of op vrijgevestigden tegen hogere kosten. Het risico op hogere uitvoeringslasten kunnen we echter niet kwantificeren in kans en geld. 3. Extra kosten door Covid-19 Het risico bestaat dat de coronapandemie weer opnieuw oplaait en er weer sprake zal zijn van langdurige lockdowns. Daarmee bestaat er ook een risico dat het beroep op jeugdhulp en het aantal crisissituaties (verder) toeneemt. De kans dat de coronapandemie weer opnieuw oplaait kunnen we moeilijk kwantificeren evenals de extra kosten als dit plaatsvindt. 4. Binnengekomen facturen na aflopen overeenkomst met GO! De overeenkomst met GO! loopt eind 2023 af. Het is echter mogelijk dat in 2024 bij GO! of bij de gemeente nog facturen over 2023 (of eerdere jaren) binnenkomen vanuit de landelijk ingekochte jeugdzorg. Wij proberen dit tot een minimum te beperken en zullen bij aanbieders aandringen om ofwel in 2023 ofwel zo vroeg mogelijk in 2024 de facturen in te dienen. De kans dat er echter op een later moment toch facturen worden ingediend, schatten wij in op 70% kans bij een bedrag van € 100k. Dit maakt het risico € 70.000 incidenteel.

Hoger budget jeugdhulp vanaf 2024 In 2022 en 2023 wordt de organisatie van de jeugdhulp vanaf 2024 voorbereid. Het is op dit moment nog niet bekend hoe het proces (aanbesteding, subsidie of op andere wijze) wordt vormgegeven en hoe een mogelijke opdracht eruit gaat zien. Dit is onder andere afhankelijk van welke jeugdhulp we verplicht regionaal moeten gaan inkopen. Het risico bestaat echter wel dat de kosten voor ambulante jeugdhulp, jeugdhulp met verblijf en de toegang tot deze pagina 38 van 46

vormen van jeugdhulp zullen toenemen. Dit is echter afhankelijk van de wijze van organiseren, de omvang van de opdracht en de wijze van bekostigen. Dit is op dit moment niet duidelijk. We verwachten hier in 2022 wel een beter beeld van te hebben. Dat betekent dat we het risico op dit moment niet kunnen kwantificeren. 3. JB/JR en gesloten jeugdhulp De zorg verband houdende met jeugdbescherming/jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp wordt regionaal ingekocht op niveau van Holland Rijnland. Voor deze vormen van jeugdhulp geldt een wettelijke (boven)regionale samenwerking. Dit betreft een openeinderegeling. De kosten worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Voor 2023 geldt dat de realisatie van het jaar 2021 per gemeente de basis voor de verdeelsleutel is. De kosten kunnen met name bij gesloten jeugdhulp fluctueren omdat dit een relatief dure vorm van jeugdhulp is. In 2022 hebben de gemeenten binnen Holland Rijnland besloten om de tarieven voor de gecertificeerde instellingen (jeugdbescherming) te harmoniseren. Dit leidt tot een kostenverhoging. Daarnaast is er sprake van een indexatie van de tarieven voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp van 1,13% boven op de gebruikelijke indexatie i.v.m. Ova. Het is goed mogelijk dat in 2023 wederom een indexatie zal plaatsvinden. Structurele kosten voor 2022 bedragen circa € 10.000.

De kans dat dit in 2023 ook gebeurt is zeer groot. Het woonplaatsbeginsel (zie risico reguliere jeugdhulp) kan ook voor de regio Holland Rijnland een verschuiving betekenen van de verdeling van de kosten. Er zijn nog teveel onduidelijkheden om dit effect te kwantificeren. Dit wordt in de loop van 2022 helder. Met deze verhoging achten wij het verantwoord om het risico te handhaven op € 50.000 met eens kans van 50% dat zich dit voordoet. Ten slotte is er sprake van liquiditeitsproblemen van een jeugdhulporganisatie die gesloten jeugdhulp verzorgt voor jeugdigen uit onze regio en daarmee ook voor jeugdigen uit onze gemeente. Momenteel wordt gewerkt aan een herstelplan en liquiditeitssteun op basis van landelijke regels. Wat dit voor onze gemeente betekent is nog niet helder. Op de begroting van de SOZ (Serviceorganisatie Zorg, opvolger van de TWO Holland Rijnland) is dit nog een pm-post. 4. ICT ICT - CIO Office De BVO Rijn en Braassem (BVO) verzorgt de uitvoering van onze ICT. Om de BVO opdrachten en kaders mee te geven over welke ICT de gemeentes nodig hebben, is door de gemeente Alphen aan den Rijn besloten om tot oprichting van het CIO Office over te gaan. Het CIO Office is als het ware een “strategische denktank” op ICT-gebied. De inzet van het CIO Office draagt bij aan een uniform applicatielandschap.

De gemeente Kaag en Braassem is nu in gesprek met de gemeente Alphen aan den Rijn om te onderzoeken of en hoe wij aan kunnen sluiten bij het CIO Office. De voorwaarden en kosten maken ook onderdeel uit van het gesprek. De verwachting is dat aansluiting door de gemeente Kaag en Braassem bij het CIO Office noodzakelijk is. Dit om de BVO goed haar werk te kunnen laten doen, ook voor ons. Daarnaast zorgt een uniform applicatielandschap voor schaalvoordeel en kostenbesparing.

pagina 39 van 46

De financiële impact is nog niet duidelijk. De totale kosten van het CIO Office bedragen op dit moment ca. € 750.000. Het is nog niet duidelijk in welke omvang de gemeente Kaag en Braassem van het CIO Office gebruik gaat maken. Ook is nog niet duidelijk of én zo ja, in welke mate de gemeente Kaag en Braassem kosten in rekening gebracht gaat krijgen van het CIO Office. Vandaar dat hiervoor in 2023 e.v. een pm-post is opgenomen in de risicoparagraaf. Wel duidelijk is dat de rol en het budget van de Chief Information Security Officer (CISO) en het budget voor de securitykosten voor 2022 uit de BVO-begroting zijn gehaald. De CISO en security zijn onderdeel van de CIO Office en hebben een totaal budget van € 180.000 voor de beide deelnemers. Voor de gemeente Kaag en Braassem betekent dit dat € 36.000 naar de gemeentelijke begroting is teruggevloeid ter dekking van deze CISO- en securitykosten. Deze verschuiving van de BVO naar de CIO Office heeft geen budgettaire gevolgen. Op dit moment bedraagt de verdeling van de kosten van de BVO-begroting 80/20. De kosten van de CISO (€ 100.000) zullen naar verwachting ook in deze verhouding worden doorbelast. Daarmee komen we op een hogere last in onze begroting van € 20.000. Van de overige diensten die bij de CIO Office zijn geraamd voor € 650.000 zullen wij naar verhouding minder gebruik maken.

Deze extra lasten schatten wij nu in op 50% * 20/80 verdeling op € 650.000 = € 65.000. Daarmee komt het totaal geraamde effect voor de extra ICT-lasten op € 85.000. Dit is exclusief de effecten die vanaf 2024 kunnen optreden door het wijzigen van de verdeelsleutels, zoals hierna toegelicht. ICT - kostenverdeling Op dit moment bedraagt de verdeling van de kosten van de BVO-begroting 80/20. In 2023 zal verder worden onderzocht wat een eerlijke verdeling is van de kosten over de gemeenten Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Wat de uitkomst van dit onderzoek zal zijn, is nog niet bekend. Dit kan positief voor ons uitvallen, maar ook negatief. Vanwege deze onbekende verandering is een pm-post opgenomen. 5.1 Kunstwerken - Noorderhemweg Uit de inspectie van 2018 komt naar voren dat in 2022/2023 onderhoud nodig is aan de Noorderhemweg. De omvang van de onderhoud bedraagt naar verwachting ca € 1,5 miljoen en maakt dat de constructie weer 20 tot 30 jaar mee kan gaan. Ook is een globale berekening gemaakt van de kosten bij vervanging. Deze is een factor 2 tot 3 groter dan het onderhoud, maar dan heeft de brug een levensduur van ca. 100 jaar. De werkzaamheden moeten binnen ca. 10 jaar gebeuren. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan de inrichting van het project Braassemerland.

Uit de inrichting van Braassemerland komt naar voren dat er mogelijk verkeer afgewikkeld dient te worden over de Noorderhemweg. Bij inbreiding van het Braassemerland bestaat er het risico dat de Noorderhemweg verbreed dient te worden. Dan zal de omvang van de investering, afhankelijk van de keuze, liggen op 4 tot 6 keer de omvang van groot onderhoud. Voor een raadsvoorstel is het noodzakelijk te weten wat Braassemerland straks nodig heeft, zodat het juiste budget kan worden aangevraagd. De raad is hierover geïnformeerd via een brief. Nadat er meer duidelijkheid is over de noodzaak tot verbreding van Braassemerland wordt een raadsvoorstel aan de raad gepresenteerd. Op dit moment wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten kosten voor groot onderhoud voor de Noorderhemwegbrug. De inschattingen lopen sterk uiteen, afhankelijk van de (noodzakelijke) variant waarvoor wordt gekozen. In de risicoparagraaf van de pagina 40 van 46

begroting 2022 hebben wij u hierover geïnformeerd. Op verzoek van uw raad hebben wij toen ook een inschatting gemaakt van de financiële effecten van dit risico op de begroting. De inschatting van de financiële effecten zijn gewijzigd ten opzichte van de situatie bij de begroting 2022: Onafhankelijk van de keuze die wordt gemaakt, zullen we te maken krijgen met een extra kostenpost van minimaal € 2 miljoen aan noodzakelijk groot onderhoud. Deze post wordt als incidenteel risico opgenomen voor dit volledige bedrag. Op dit moment is nog niet bekend wanneer dit onderhoud plaats gaat vinden. Als door uw raad niet wordt gekozen voor deze variant, maar voor één van de twee andere varianten, dan ontstaat de kans dat de brug binnen 10 jaar moet worden vervangen. Dit zal niet van de een op de andere dag gebeuren. Er is een kans dat in 2024 en/of 2025 gestart zal worden met de voorbereiding. De voorbereidingskosten hebben we geraamd op 10% van het investeringsbedrag van zo’n € 4 miljoen (boven op de € 2 miljoen). De kans dat deze voorbereidingskosten al in 2024 en/of 2025 plaats gaan vinden, wordt ingeschat op 40%. 40% * 10% * € 4 miljoen komt op een kwantificering van € 160.000 in 2024 en 2025. 5.2 Kunstwerken - Constructieve veiligheid bruggen Floraweg In het beheerplan kunstwerken 2021/2024 is het onderzoek naar de constructieve veiligheid van diverse kunstwerken benoemd.

De eerste kunstwerken (bruggen Floraweg) zijn onderzocht en dit leidt tot het nemen van maatregelen van gewichtsbeperking met als uiteindelijke noodzaak het herstellen/vervangen van kunstwerken. Voor de komende jaren staan diverse onderzoeken gepland. Dit kan leiden tot extra noodzakelijke investeringskredieten voor het vervangen van diverse kunstwerken binnen de gemeente Kaag en Braassem. De twee bruggen in de Floraweg hebben een vervangingswaarde van ca. € 500k - € 750k wat mogelijk leidt tot extra kapitaallasten op het onderdeel kunstwerken. 6. Wethouderspensioenen De pensioenverplichting die een gemeente heeft voor ( ex-) wethouders wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de op dat moment geldende rentestand. De steeds lagere rentestand in de afgelopen jaren leidde tot extra noodzakelijke stortingen om het APPAfonds op peil te houden voor toekomstige pensioenverplichtingen. Op dit moment stijgt de rente weer, wat een gunstig effect heeft op de waarde van de pensioenen. Daarnaast verandert in 2022 de samenstelling van het college. Daarmee wijzigt het aantal deelnemende wethouders in het APPA-fonds en de daarbij behorende toekomstige verplichtingen voor de gemeente Kaag en Braassem. Hoewel het een risico is dat zich steeds weer zal voordoen, is het financiële effect steeds incidenteel. 7.

Wethouders – wachtgeld Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 vinden er mogelijk wisselingen plaats binnen het college van burgemeester en wethouders. Bij wisselingen bestaat een risico dat de huidige wethouders aanspraak maken op wachtgeld. Deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Op dit moment is onbekend wat de samenstelling van het college zal zijn en wat dit dus betekent voor de zittende wethouders en de mate waarin vanaf 2022 aanspraak zal worden gemaakt op wachtgeld. Uitgaande van een bezetting van 3,5 wethouder is in de risicoparagraaf nu rekening gehouden met de kosten van in totaal één fulltime wethouder, zijnde 80% van de salarislast van een fulltime wethouder in het eerste jaar. Daarna is er nog twee jaar sprake van 70% doorbetaling.

pagina 41 van 46

8. Openbaar groen Begin 2020 is het IBOR 2020-2024 vastgesteld. Het nieuwe IBOR is grotendeels ongewijzigd vastgesteld. De beschikbare budgetten zijn na vaststelling structureel opgehoogd met € 32.000. Daarnaast is het budget in 2020, 2021 en 2022 incidenteel opgehoogd vanuit Focus met Ambitie met € 100.000. Daarmee was het budget in 2020 en 2021 toereikend en heeft dit risico zich niet voorgedaan. In de voor u liggende Richtnota zijn de prijsstijgingen voor beschoeiingen (hout) en beplanting verwerkt. Omdat het areaal is gegroeid ten opzichte van het IBOR 2020-2024 is het risico voor 2023 e.v. niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2022 en blijft daarmee op € 136.000 met een kans van 90%. 9a. Wegen, areaaluitbreiding en prijsstijgingen IBOR wegen - Het extra areaal dat door ontwikkelingen naar ons toe komt is niet volledig bekend aangezien dat afhankelijk is van anterieure overeenkomsten. Daarbij is het moment waarop de overdracht plaats gaat vinden niet in beeld. - In het IBOR hebben we die planningen beter bij elkaar gebracht, maar een deel is pas later bekend als gevolg van de afspraken tussen partijen. - Op dit moment worden we geconfronteerd met een ongekend hoge inflatie op de onderhoudskosten voor wegen.

- Door uitbreiding van het areaal en de ongekend hoge inflatie en het niet synchroon meestijgen van budgetten kan er in verhouding minder onderhoud worden uitgevoerd. Hoewel de budgetten voor wegen en groen als gevolg van de prijsstijgingen wel zijn bijgesteld in deze Richtnota, blijft het risico op nog grotere prijsstijgingen en het risico als gevolg van extra areaal ten opzichte van het IBOR bestaan. Aangezien de markt zo in beweging is, juist op de onderwerpen grondstoffen, brandstof, en arbeid hebben we dit risico voor 5% van het totale IBOR-budget, gebaseerd op de vastgestelde begroting 2022, opgenomen met een kans van 80%: 80% * 5% * 3,271 miljoen = € 131.000. 9b. Wegen en dijkwegen - Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft diverse projecten gestart die ook op onze wegen van invloed zijn. Deze zaten niet in onze planningen aangezien ze voor ons niet zelfstandig een probleem zijn. - Het verzwaren en uitvoeren van onderhoud aan keringen tekent zich onder andere door zetting af op wegen op en nabij keringen. Door de diversiteit van de grondsamenstelling en het afwijken van aangeleverde meerjarenplannen kunnen we de hieruit voortvloeiende kosten niet kwantificeren. - Door schaalvergroting van bedrijven gelegen aan ondergeschikte wegen gaat de kwaliteit van deze wegen harder achteruit dan voorzien.

- Bij onderhoud en reconstructies wordt er vaak door bijvoorbeeld participatie besloten de wegen anders in te richten. Wat hogere kosten met zich mee brengt in aanleg maar met name voor beheer en onderhoud. - De klimaatsverandering tekent zich af op wegen met name op keringen. Vorig jaar hebben we dat kunnen zien door de extreme droogte. - Algemeen. Veel wegen zijn aangelegd op een fundering van hoogovenslakken. Diktes en milieuhygiënische kwaliteit hiervan variëren sterk waardoor de financiële consequenties bij reconstructie en onderhoud sterk uiteenlopen. 9c. Grietpolderweg In het Dorpshart Leimuiden worden door Smit’s Bouwbedrijf (SBB) eengezinswoningen, appartementen, commerciële ruimten en een dorpshaven gerealiseerd. Voor de realisatie en pagina 42 van 46

bereikbaarheid van de haven is er in de Grietpolderweg een brug gerealiseerd. De Grietpolderweg moet aansluiten op deze brug en moet hiervoor deels opgebroken en opnieuw opgebouwd worden. De ontwikkelaar draagt de weg en de brug, inclusief openbare ruimte rondom woningen, na realisatie over aan de gemeente. De Grietpolderweg is gelegen op een veendijk van het hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Om de weg te laten aansluiten op de nieuw gerealiseerde brug moeten er grondlichamen (taluds) aangebracht worden waarop de weg kan worden aangelegd. Uit berekeningen is gebleken dat de aannames die bij het opstellen van het ontwerp en aannemingscontract zijn bepaald, niet overeenkomen met de daadwerkelijke situatie. De weg zal, als deze conform het oorspronkelijke ontwerp wordt gerealiseerd, een ongewenst grote zetting krijgen (samendrukken van de grond door voorbelasting). Door deze zetting is het ongewenst om de weg aan te leggen omdat dit kan leiden tot een onveilige situatie. Tussen SBB, HHR en gemeente is er een geschil ontstaan wie verantwoordelijk is voor de ontstane situatie en het herstel daarvan. Na een lange periode van overleg en onderzoeken zijn SBB en de gemeente tot een overeenkomst gekomen waarin in eerste instantie de kosten 50/50 verdeeld worden.

Daarnaast is er de afspraak gemaakt dat de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te Utrecht zich over de zaak zal moeten buigen en uitspraak zal moeten doen over wie er aansprakelijk is en wie de kosten zal moeten dragen. Er bestaat een risico dat de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen SBB in het gelijk stelt en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de totale kosten. Inmiddels heeft SBB de opdracht verstrekt aan Strukton, waarmee er een optimalisatie (versnelling) in het werk is doorgevoerd. Volgens de laatste kostenopgave bedragen de kosten op dit moment ca. € 1.054.000. De definitieve kosten zijn op dit moment nog niet bekend, deze zullen snel volgen. Partijen hebben samen met hun juridisch adviseurs het juridisch traject verder opgestart en de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te Utrecht zal zich over de zaak buigen en een uitspraak te doen over wie er aansprakelijk is en wie de kosten zal moeten dragen. Wij kunnen in het meeste negatieve scenario het bedrag ter grootte van ca. € 1.054.000 dekken uit het begrotingsresultaat 2022 of uit de algemene reserve als het in 2023 of later tot een uitspraak komt. 9d. Leimuiden, Vriezenweg en Vriezekoop-Noord De Vriezenweg en Vriezekoop-Noord zijn aan het einde van hun technische levensduur en daarom aan vervanging toe.

Omdat er onder deze wegen geen riool aanwezig is, vallen de kosten voor een vervanging 100% ten laste van de onderhoudsinvesteringen voor wegen. Hoewel er nog geen concrete indicatie van de te verwachten kosten is, is het wel aannemelijk dat de kosten voor deze wegen boven het in het IBOR beschikbaar gestelde vervangingsbudget uitkomen. Daarom zullen er naar verwachting aparte kredieten moeten worden aangevraagd voor de vervanging van deze wegen. Beide wegen worden momenteel onderzocht en er wordt een indicatieve kostenraming gemaakt. Ten tijde van het opstellen van deze Richtnota zijn er noodreparaties aan de weg verricht om de veiligheid te borgen. Zodra de kostenraming van de investering bekend is en tot vervanging over kan worden gegaan, zullen wij u een kredietvoorstel ter vaststelling aanbieden. 10. Implementatie Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet betekent een volledige herziening van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. De regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden gebundeld. De wet zou medio 2019 in werking treden, maar is o.a. als gevolg van de coronacrisis en andere tegenvallers meerdere keren uitgesteld. Momenteel is de pagina 43 van 46

verwachting dat de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking treedt. Naast de brede herziening van de regelgeving vraagt de Omgevingswet ook om een andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Integraal werken en meer ruimte voor initiatieven zijn belangrijke uitgangspunten. Ondanks het uitstel gaat Kaag en Braassem door op de ingeslagen weg met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Er staat inmiddels een stevig fundament waarop de komende tijd verder wordt gebouwd. De rijksoverheid betaalt de investeringskosten die samenhangen met de wet zoals de centrale digitale voorzieningen. Gemeenten moeten zelf de kosten dragen voor de transitie naar het werken met de nieuwe wetgeving. De omslag in wetgeving vraagt om een zorgvuldige voorbereiding in de gemeente. Dat geldt voor de aanpassing van (digitale) systemen, het voorbereiden van de nieuwe visie, plannen en vergunningstrajecten en om verandering in houding en dienstverlening. De VNG heeft een rekenmodel ontworpen waarmee gemeenten een eerste indicatie kunnen krijgen van kosten voor de invoering van de Omgevingswet. Het model werkt op basis van gemeentegrootte en omvat de visie- en planvorming, de instrumenten, dienstverlening, werkprocessen, opleidingen en de informatiearchitectuur. De uitkomsten zijn in deze fase slechts indicatief op te vatten.

De doorrekening voor Kaag en Braassem resulteert in een bedrag van € 2,4 miljoen voor de invoeringskosten tot en met 2024. Afhankelijk van de concrete veranderopgave in Kaag en Braassem zijn de invoeringskosten en exploitatielasten op een later moment meer exact in beeld te brengen. Vooralsnog nemen we dit bedrag op als een risicoreservering onder aftrek van de werkelijke bestede bedragen van 2017-2021 (€ 812.806, inclusief het extra bedrag voor ICT). In de begroting 2022 is een raming opgenomen van € 200.000. In de Richtnota wordt voor 2023 voorgesteld om een bedrag van € 300.000 bij de begroting 2023 beschikbaar te stellen. Gebaseerd op het rekenmodel worden de overige implementatiekosten voor 2024 e.v. nog ingeschat op € 1.087.194. In het raadsvoorstel bij deze Richtnota stelt ons college voor om een budget van € 300.000 beschikbaar te stellen voor 2023. Indien uw raad hiermee instemt, kan het restant gereserveerde bedrag naar beneden worden bijgesteld tot € 1.087.000. 11. Maatregelen Covid De uitbraak van de wereldwijde pandemie in 2020 heeft een enorme impact gehad op onze samenleving. Ten tijde van het opstellen van deze Richtnota zijn alle maatregelen die verband hielden met het voorkomen of beheersen van een verdere verspreiding van het virus opgeheven. Het virus zelf is echter nog niet weg.

Het is onbekend wat de impact zal zijn van varianten die op dit moment of later nog gaan optreden. Wat betekenen deze varianten voor de zorgvraag en moet onze regering of moeten organisaties opnieuw maatregelen gaan treffen en zo ja, in welke mate en op welk terrein? Wat betekenen deze maatregelen voor onze gemeenschap, voor onze inwoners, voor de verenigingen en bedrijven binnen onze gemeente? Bedrijven in met name de horecasector hebben te maken gehad met enorme omzetverliezen. Ook verenigingen hebben minder inkomsten gehad door de beperkende maatregelen. Wat doet dit met de kosten voor de uitvoering van de BBZ en bijstand voor zelfstandigen en eventuele extra bijdragen aan verenigingen? Verder zien we dat inwoners klachten hebben als gevolg van longcovid en vangen we signalen op van mentale klachten. Wat doet dit met de kosten voor de (geestelijke) gezondheidszorg? We zien nu veel onzekerheden en onduidelijkheden. In deze paragraaf bezien wij het risico vooral vanuit de mogelijke impact op onze begroting. Uw raad heeft vorig jaar een reserve Covid ingesteld. Bij de jaarrekening heeft u een uitgebreide verantwoording ontvangen over pagina 44 van 46

de ontvangsten van het rijk en de kosten die wij in verband met Covid hebben gehad. Mochten er weer maatregelen gaan komen en mochten deze leiden tot extra kosten, dan hebben wij in onze reserve Covid momenteel € 417.000 beschikbaar om deze extra kosten op te kunnen vangen. 12. Oorlog Oekraïne en opvang vluchtelingen De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners en Russen die momenteel in Nederland verblijven, risico's voor digitale veiligheid en economische sancties voor Russische bedrijven. Uiteraard via het nieuws, maar concreet via de VNG en het ministerie van Justitie en Veiligheid worden wij als gemeente op de hoogte gehouden van ontwikkelingen en uit te voeren regelingen. Het kabinet heeft gesteld dat het de kosten vergoedt die gemeenten (zullen) maken en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan. Samen met partners binnen en buiten het rijk (waaronder de VNG en een aantal gemeenten) werkt het kabinet aan financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten. De VNG pleitte voor een compensatie op declaratiebasis. Het kabinet heeft besloten te werken met een hybride financieringssystematiek.

Het vertrekpunt van de financiering is: normkosten (een vast bedrag per gerealiseerde plek per dag) waar mogelijk, feitelijke kosten waar nodig. Het normbedrag hiervoor is op dit moment vastgesteld op € 700 per week per gerealiseerde opvangplaats. Het ministerie van JenV ontwikkelt hiervoor een ministeriële regeling in afstemming met de VNG. De normkosten worden gemonitord zodat duidelijk wordt of de voorziene vergoeding volstaat of naar boven moet worden bijgesteld. Hoe de te ontwikkelen ministeriële regeling voor ons uitpakt is nog niet bekend. Inmiddels bedragen de kosten voor gebruik en inrichting van de opvanglocatie ruim € 155.000 en bedragen de kosten voor onder andere schoonmaak, maaltijden en beveiliging op dit moment ruim € 67.000. Totaal ruim € 222.000. Verder is er begonnen met het uitbetalen van leefgeld. In de genoemde kosten zijn ook kosten voor huur van slaapmaterialen opgenomen die al voor een half jaar zijn betaald. Aan de andere kant zijn er verplichtingen aangegaan voor schoonmaak en beveiliging die per week worden geboekt, maar ook direct opzegbaar zijn. Naast bovenstaande kosten hebben we een eigen risico van de opstalverzekering van het voormalig Rabobankgebouw en deze bedraagt maximaal € 100.000 per gebeurtenis per jaar. We hebben geprobeerd dit door de Rabobank of elders (via een landelijke voorziening) te verzekeren, maar dat is niet gelukt.

Het Rijk gaat ervan uit dat dergelijke kosten binnen het normbedrag kunnen worden opgevangen. Onze melding van het bestaan van dit eigen risico wordt bij het definitief bepalen van het normbedrag meegewogen. Indien er sprake is van schade aan het gebouw, dan wel de reeds aanwezige inventaris van de Rabobank, dan moeten we een onafhankelijke expert inschakelen om de schade in kaart te laten brengen. Naast de kosten voor de opvang van vluchtelingen heeft de oorlog ook economische effecten. Dit kan ook effecten gaan hebben op de werkgelegenheid of zoals hierboven aangegeven op de digitale veiligheid en eventuele kosten die dit tot gevolg kan hebben. Wat de effecten op de langere termijn zijn, is op dit moment nog niet in te schatten.

pagina 45 van 46

13. Winstwaarschuwing grondexploitaties Onze grondexploitaties zijn ten behoeve van de juiste waardering op de balans in onze jaarrekening geactualiseerd per 1 januari 2022. Daarna zijn er begin 2022 onder andere als gevolg van de oorlog in Oekraïne, ontwikkelingen op het gebied van inflatie en rentestijging. Deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de bouwkosten die aannemers in rekening brengen en de mogelijke verkoopprijzen van koopwoningen. In de actualisatieberekeningen van onze grondexploitaties zijn deze ontwikkelingen nog niet meegenomen omdat het ontwikkelingen na balansdatum zijn. Een uitzondering is de geprognosticeerde winstname op het project voormalig gemeentehuis Rijnsaterwoude. In de berekening van de winst is een aanvullende afslag op de winstberekening genomen als gevolg van het toegenomen risico[profiel. Voor onze begroting 2023 zullen wij de impact van de risico’s van begin 2022 ook voor de andere grondexploitaties, middels scenario’s, in kaart brengen en de mogelijke effecten op de waardering inzichtelijk maken. 14. Verbonden partijen - algemeen In de afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen dat wij als gemeente werden geconfronteerd met structurele begrotingswijzigingen bij onze verbonden partijen door uitbreiding van taken of andere oorzaken, die een grotere impact hadden op onze begroting dan de afgesproken indexatie.

Met name als dit om structurele zaken gaat, hebben de verbonden partijen hiervoor onvoldoende reserves om deze toegenomen kosten te dekken. Wij hebben hiervoor in de Richtnota 2023 een risicoreservering opgenomen van 3% van de totale bijdragen aan de verbonden partijen. De totale bijdragen aan de verbonden partijen bedraagt in de Richtnota 2023 ongeveer € 9 mln en met een kans van 50% dat een verhoging zich in deze mate bij alle partijen voordoet, is dit gekwantificeerd op € 135.000 structureel. 15. De Tweesprong - structureel aflopend risico In de afgelopen jaren is een risicoreservering opgenomen voor de gemeentelijke B.V. De Tweesprong. De risicoreservering heeft betrekking op het exploitatietekort waarvoor de gemeente contractueel het risico draagt. Het bedrag is gebaseerd op de trend van toenemende kosten en dalende inkomsten van de afgelopen jaren. Alhoewel wij de situatie intern, met de komst van de nieuwe directeur, de afgelopen periode zien stabiliseren en wij daarom ook verwachten dat deze de komende periode verder zal stabiliseren verwachten wij een blijvend risico. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de ondergrens van de voorziening 'nog te besteden exploitatiebijdrage' is bereikt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de financiële gevolgen - voor zover wij die nu kunnen inschatten - die Covid-19 met zich mee brengt.

In 2020 viel het tekort op de exploitatie enorm mee door extra gelden voor de Tweesprong vanuit het Rijk. Voor 2021 is het voorlopig resultaat € 392k negatief. De Tweesprong heeft verschillende vergoedingen aangevraagd waarop nog een definitieve beschikking moet worden ontvangen. Het totaal van de nog niet verwerkte aanvragen bedraagt € 718k. Als (een deel van) deze vergoedingen word(t)en toegekend, dan kan het jaarrekeningresultaat omslaan van een negatief naar een positief jaarrekeningresultaat. Hoe Covid zich gaat ontwikkelen in de komende winter en wat hier eventueel de gevolgen van kunnen zijn voor de Tweesprong in 2022/2023 is nog erg moeilijk te voorspellen. Met de komst van de nieuwe directeur is bij het gekwantificeerde risico uitgegaan van een verdere verbetering en stabilisering van de bedrijfsvoering bij de Tweesprong. In deze risico-inschatting hebben vanwege alle compensatieregelingen in de afgelopen jaren het risico als gevolg van Covid buiten beschouwing gelaten. pagina 46 van 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=40818569-51d2-4338-83d1-1b7bade510d0