Rekenkameronderzoek Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
Tekst van het document
De inzet op regionale binding is doelmatig. Na 2019 stijgt het aandeel structureel naar niveaus van 8–15% van de toewijzingen, met uitschieters tot 24%. De inzet is doeltreffend vanwege het structureel hoge aandeel toewijzingen. De inzet op jongeren is beperkt doelmatig. Het aantal actieve woningzoekenden jongeren is sinds 2019 bijna verdrievoudigd. Het aandeel van jongeren in de toewijzingen blijft steken op enkele procenten per kwartaal. Het is ook niet doeltreffend. Sinds 2019 is de slagingskans van jongeren alleen maar afgenomen, daarmee wordt het maatschappelijke doel om jongeren vaker te huisvesten feitelijk niet gerealiseerd. Voor ouderen geldt dat zij incidenteel profiteren van een groot aandeel toewijzingen, maar structurele patronen ontbreken. Hun kansen hangen sterk af van uitzonderlijke pieken, zoals in Q3 2021. De inzet is niet doelmatig. De inzet is beperkt doeltreffend: hoewel ouderen beleidsmatig als kansrijke doorstromers worden gezien, vertaalt dit zich niet in een stabiel en hoog aandeel toewijzingen. Samengevat: de doelmatigheid van het beleid is aantoonbaar toegenomen doordat instrumenten vaker worden ingezet en zichtbaar zijn in de data. De doeltreffendheid verschilt echter sterk per doelgroep.
Urgenten en jongeren blijven structureel onderbelicht en hebben nauwelijks baat bij het beleid, terwijl regionale binding aantoonbaar effect sorteert en ouderen slechts incidenteel voordeel ervaren.
5.3.2 Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem 2019 Om de werking van het lokaal maatwerkbeleid van Kaag en Braassem goed te beoordelen, kijken we naar het aantal woningtoewijzingen aan vijf groepen: doorstromers, zorgdoelgroepen, jongeren uit de gemeente, starters uit de gemeente en kandidaten met kernbinding. De regels lokaal maatwerk zijn op 25 november 2019 ingevoerd. We vergelijken daarom de periode vóór die datum met de periode erna. Belangrijk om te benadrukken is dat lokaal maatwerk een aanvullend instrument is naast de regionale huisvestingsverordening. Het loopt parallel aan de verordening, maar dient een andere beleidsdoelstelling: het lokaal oplossen van knelpunten die niet of onvoldoende in de verordening zijn geregeld. Daarom leggen we ook verbanden met vergelijkbare doelgroepen uit het bredere regionale beleid van Holland Rijnland. Zo toetsen we of lokaal maatwerk aanvullend werkt op regionaal beleid, of juist overlapt of onderbenut blijft. Methodologische disclaimer. Het totaal aantal toewijzingen betreft het werkelijke aantal toegewezen woningen in Kaag en Braassem. De afzonderlijke doelgroepen zijn gebaseerd op registraties binnen lokaal maatwerk. Omdat één woningzoekende onder meerdere labels kan vallen (bijvoorbeeld starter én kernbinding), kan een toewijzing in de brondata meer dan eens meetellen.
Hierdoor ligt de optelsom van de doelgroepen in sommige kwartalen hoger dan het totaal aantal toewijzingen. Om dit probleem van dubbeltellingen te ondervangen, hanteren we een tweestapsmethode: • Eerst analyseren we het totaal aantal toewijzingen op basis van lokaal maatwerk. Dit geeft inzicht in de feitelijke omvang van het instrument per kwartaal en laat zien hoeveel woningen daadwerkelijk via lokaal maatwerk zijn toegewezen. • Vervolgens berekenen we het relatieve aandeel van elke doelgroep binnen dit totaal. Hierdoor wordt zichtbaar welk deel van de lokaal toegewezen woningen naar doorstromers, zorgdoelgroepen, jongeren, starters of kandidaten met kernbinding is gegaan. Daarmee richten we ons voor dit beleidsstuk nadrukkelijk op de relatieve aandelen per doelgroep, en niet op de absolute aantallen. De absolute cijfers zijn namelijk niet in alle gevallen betrouwbaar vanwege registratietekortkomingen in de dataset. Door te focussen op de relatieve
34
35
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
verdeling voorkomen we dat dubbeltellingen of onvolledige registratie leiden tot een vertekend beeld van de beleidsinzet, terwijl de trends per doelgroep wél betrouwbaar in kaart kunnen worden gebracht.
Figuur 6: Toewijzingen verdeeld over doelgroepen uit de Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem 2019, periode 2019-2024 in kwartalen 120
113 101
100 80 60
105
83
76
40
63
60
59 47
69 59
65
66
65
50
56
49 33
38
56 45 34 25
20 0
Doorstromers
Zorgdoelgroepen
Jongeren uit de gemeente
Starters uit de gemeente
Kernbinding
Totaal aantal toewijzingen
Bron: Toewijzingsdataset woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025).
A. Doorstromers Doorstromers krijgen wisselend aandeel toewijzingen, met enkele pieken Het aandeel toewijzingen aan doorstromers laat tussen 2019 en 2024 een gemengd beeld zien. In de eerste twee kwartalen van 2019 zijn er nog geen toewijzingen op basis van dit criterium (0%). Vanaf Q3 2019 komt het aandeel op gang met 4% en stijgt dit in Q4 naar 11%. In de jaren daarna blijft het aandeel doorgaans bescheiden, met waarden rond de 7–15% per kwartaal. Alleen in enkele kwartalen is sprake van duidelijke uitschieters, zoals 27% in Q1 2023 en 21% in Q4 2024. Een structureel hoog aandeel doorstromers in de verdeling is daarmee niet vast te stellen; het beeld wordt vooral bepaald door incidentele pieken. Doelgroep doorstromers blijft relatief stabiel aanwezig De instroom van nieuwe actieve woningzoekende doorstromers varieert in de periode 2019–2024 meestal tussen de 12 en 32 personen per kwartaal. Zie figuur 7 op de volgende bladzijde. Vanaf 2023 zien we een lichte toename, met een uitschieter naar 46 nieuwe doorstromers in Q3 2024. Het totaal aantal actieve woningzoekende doorstromers beweegt doorgaans rond de 50 tot 60 personen per kwartaal, met enkele uitersten naar beneden (bijvoorbeeld 21 in Q4 2024) en naar boven (83 in Q2 2023). De omvang van de doelgroep is daarmee relatief stabiel, zonder structurele groei of afname.
Doelmatigheid en doeltreffendheid: beperkt ondanks incidentele successen De inzet van lokaal maatwerk levert voor doorstromers incidenteel een groot aandeel op, maar structureel blijft hun positie in de verdeling bescheiden. Dit wijst erop dat de doelmatigheid van het beleid beperkt is: de beschikbare beleidsruimte wordt niet consistent benut om doorstromers
41
36
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
een substantieel aandeel te geven. De doeltreffendheid is eveneens wisselend. Hoewel doorstromers beleidsmatig juist als sleutelgroep voor doorstroming worden gezien, blijkt hun feitelijke kans op toewijzing afhankelijk van enkele uitzonderlijke kwartalen. De beoogde beleidsdoelstelling van structurele bevordering van doorstroming wordt daarmee slechts ten dele waargemaakt.
Figuur 7: Aantal actief woningzoekende doorstromers, 2019-2024 160 140 120 100
83
80 60
56 53 50 53
40 20 0
12
24 23
45
32 29 29
63
55 39 17
24
32
52 56
66 46
48 49 50 52
23 20 18 19
Nieuwe woningzoekende doorstromers
30 14
22 24
58 28 32
65 48
58 42 43 46 41 36 21
16 18
Actieve woningzoekende doorstromers
Bron: Woningzoekendenbestand woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025). De actieve woningzoekenden zijn gebaseerd op het veld ‘Eerste reactiedatum’ in het woningzoekendenbestand. Voor elk jaar is geteld hoeveel unieke woningzoekenden in dat jaar voor het eerst actief hebben gereageerd op een woningaanbod. Daarbij is alleen gekeken naar woningzoekenden met een geldige reactiedatum tussen 2019 en 2024. Deze groep is een indicatie van de jaarlijkse instroom op de woningmarkt in Kaag en Braassem.
B. Zorgdoelgroepen Zorgdoelgroepen blijven structureel op marginaal niveau Het aandeel toewijzingen aan zorgdoelgroepen blijft in de gehele periode 2019–2024 zeer laag. In de meeste kwartalen gaat het om 0–2% van de toewijzingen, met incidenteel een lichte uitschieter naar 4% in Q4 2024. Een structurele stijging of verbreding van dit aandeel is niet zichtbaar. Daarmee blijven zorgdoelgroepen, ondanks hun beleidsmatige status als aandachtsgroep, in de cijfers nauwelijks vertegenwoordigd. Aangezien hier wel voldoende aanbod voor is, is een mogelijke verklaring hiervoor dat de uitstromers in centrumgemeenten belanden. Doelmatigheid en doeltreffendheid: beleidsruimte blijft grotendeels onbenut De beleidsruimte die beschikbaar is voor zorgdoelgroepen wordt slechts in beperkte mate benut. Dit wijst op een lage doelmatigheid: de instrumenten zijn formeel aanwezig, maar vertalen zich nauwelijks in feitelijke toewijzingen. De doeltreffendheid is evenmin aantoonbaar. Hoewel deze doelgroep nadrukkelijk is benoemd in zowel de regionale verordening als het lokaal maatwerk, leidt dit in de praktijk niet tot een herkenbare verbetering van hun huisvestingskansen.
37
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
C. Jongeren uit de gemeente Jongeren uit de gemeente komen pas vanaf 2021 beperkt in beeld Voor jongeren (t/m 27 jaar) uit Kaag en Braassem blijven de eerste twee jaar na invoering van lokaal maatwerk nagenoeg leeg: in 2019 en 2020 gaat het om hooguit 0–1% van de toewijzingen. Vanaf 2021 komt er langzaam beweging, met aandelen van 3–5% in 2021 en incidenteel iets hoger daarna. In 2023 en 2024 liggen de percentages doorgaans tussen de 1% en 4%. Dit betekent dat jongeren uit de gemeente wel een plek in het systeem hebben gekregen, maar slechts mondjesmaat. Doelmatigheid en doeltreffendheid: inzet zichtbaar maar beperkte opbrengst Het lokaal maatwerk voor jongeren wordt sinds 2021 toegepast en levert daarmee enige doelmatigheid op: het instrument wordt daadwerkelijk ingezet. De doeltreffendheid blijft echter beperkt. Ondanks de aanwezigheid van jongeren in de cijfers en de formele prioritering van deze groep, is hun aandeel klein en ontbreekt een duidelijke groeilijn. Het beleid geeft jongeren daarmee wel toegang, maar niet op een schaal die hun kansen wezenlijk vergroot. D. Starters uit de gemeente Starters uit de gemeente worden vanaf 2020 beter bediend In 2019 zijn starters uit de gemeente nog vrijwel afwezig in de cijfers. Vanaf 2020 wordt het instrument zichtbaar ingezet en schommelt het aandeel in de jaren daarna doorgaans tussen de 2% en 6% per kwartaal.
In 2023 en 2024 neemt dit aandeel verder toe, met uitschieters tot 7% in Q3 2023 en 6% in Q4 2024. Daarmee zijn starters structureel onderdeel geworden van de lokale toewijzingspraktijk.
Tabel 4: Aantal actief woningzoekende starters 160 140
127
120 100 80 60
106 92
84 59
40 20
66
24
98 93
75 72 72
49 36
22
91
34 39 33 29 34
51
36 40
90 86
24
83
92
97 97
145 138 125 115 105
32 27 30 36 37 35 27 32
48
56 56 61
0
Nieuwe woningzoekende starters
Actieve woningzoekende starters
Bron: Woningzoekendenbestand woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025). De actieve woningzoekenden zijn gebaseerd op het veld ‘Eerste reactiedatum’ in het woningzoekendenbestand. Voor elk jaar is geteld hoeveel unieke woningzoekenden in dat jaar voor het eerst actief hebben gereageerd op een woningaanbod. Daarbij is alleen gekeken naar woningzoekenden met een geldige reactiedatum tussen 2019 en 2024. Deze groep is een indicatie van de jaarlijkse instroom op de woningmarkt in Kaag en Braassem.
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
Doelmatigheid en doeltreffendheid: beleid vult leemte in regionale verdeling De doelmatigheid is hoog, omdat starters (die destijds in de regionale systematiek nauwelijks prioriteit krijgen) via lokaal maatwerk wel degelijk toegang tot woningen krijgen. Ook de doeltreffendheid is zichtbaar: deze doelgroep profiteert van een beleidsinzet die elders niet beschikbaar is, waardoor hun feitelijke kansen binnen de gemeente toenemen. Het lokaal maatwerk sluit hier dus direct aan bij een lokaal knelpunt en vervult een aanvullende rol naast de regionale verordening. E. Kernbinding Kernbinding ontwikkelt zich tot stevig lokaal instrument Kernbinding speelt vanaf 2019 nog nauwelijks een rol, maar wordt vanaf 2021 steeds vaker toegepast. Het aandeel stijgt dan tot 7–10% van de toewijzingen, met een duidelijke piek in Q1 2023 (13%). Ook in 2024 blijft het instrument zichtbaar, met aandelen van 5–9% in verschillende kwartalen. Daarmee is kernbinding in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een consistent toegepast criterium. Doelmatigheid en doeltreffendheid: actief ingezet en lokaal effectief De doelmatigheid van kernbinding is hoog: de gemeente benut deze ruimte nadrukkelijk en structureel. De doeltreffendheid is eveneens zichtbaar. Door lokaal voorrang te geven aan kandidaten met kernbinding worden woningzoekenden uit de dorpen vaker in hun eigen kern gehuisvest.
De regeling sluit daarmee duidelijk aan op de lokale woonbehoefte en levert aantoonbaar effect op.
Welke resultaten levert het beleid doelmatig op? En hoe doeltreffend is de inzet? De werking van lokaal maatwerk in Kaag en Braassem verschilt sterk per doelgroep en blijkt in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte woningen. Doorstromers, starters en kandidaten met kernbinding profiteren aantoonbaar in kwartalen waarin passend aanbod beschikbaar is, maar hun aandeel blijft wisselend. Dit wijst op een zekere doelmatigheid – de beleidsruimte wordt benut – maar de doeltreffendheid is niet structureel. Voor zorgdoelgroepen en jongeren uit de gemeente is het beeld nog beperkter. Bij zorgdoelgroepen speelt naast het ontbreken van zorggeschikte woningen ook mee dat huisvesting vaak via andere routes loopt en daardoor niet zichtbaar is in de cijfers. Jongeren krijgen slechts incidenteel toegang via lokaal maatwerk en blijven regionaal bovendien een van de minst kansrijke groepen, waardoor het beoogde effect nauwelijks wordt gerealiseerd. In vergelijking met de regionale huisvestingsverordening is lokaal maatwerk daarmee kwetsbaarder. Ook de verordening kent specifieke doelgroepen en labels, maar functioneert breder en kan woningen blijven verdelen, ook bij minder nieuwbouw. Lokaal maatwerk daarentegen is nauwer gedefinieerd en kan in de praktijk geheel stilvallen als er geen doelgroepspecifiek aanbod beschikbaar is.
Dat maakt de doelmatigheid en doeltreffendheid van lokaal maatwerk minder stabiel en sterk aanbodafhankelijk.
38
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
5.3.3 Huisvestingsplan bijzondere doelgroepen Het Huisvestingsplan Bijzondere Doelgroepen van Kaag en Braassem vormt een toekomstkader: het is een beleidsafspraak tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties, en geen verordening. Daarmee is het richtinggevend en bindend voor de betrokken partijen, maar juridisch minder zwaar dan bijvoorbeeld de regionale huisvestingsverordening. In dit onderzoek toetsen we niet of het plan zelf al wordt uitgevoerd, maar kijken we terug naar de periode 2019–2024. Daarbij analyseren we welk aandeel van de woningtoewijzingen in Kaag en Braassem is gegaan naar statushouders en naar de bredere categorie contingenten bijzondere doelgroepen. Deze analyse geeft inzicht in de mate waarin de huisvesting van kwetsbare groepen beslag legt op de sociale huurvoorraad, en of dit leidt tot verdringing van andere woningzoekenden of juist past binnen de beschikbare ruimte. Uitsplitsing enkel mogelijk naar contingenten en statushouders Het huisvestingsplan bijzondere doelgroepen benoemt meerdere aandachtsgroepen, zoals cliënten uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en spoedzoekers. In de dataset vallen deze groepen echter onder de contingentenregeling bijzondere doelgroepen en zijn zij niet afzonderlijk zichtbaar. Alleen statushouders worden apart geregistreerd.
In de analyse kunnen we daarom uitsluitend de cijfers over statushouders expliciet tonen; de overige doelgroepen worden meegenomen binnen de bredere categorie contingenten.
Figuur 8: Toewijzingen verdeeld over doelgroepen 120 100 80 60 40 20 0
Statushouders
Contingenten
Totaal aantal toewijzingen
Bron: Toewijzingsdataset woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025).
Taakstelling statushouders op koers in 2022, achterstand in 2021, 2023 en 2024 In 2019 en 2020 zijn wel plaatsingen gerealiseerd (15 en 23), maar de bijbehorende taakstelling is niet beschikbaar. Over de jaren met bekende taakstelling (2021–2024) is het beeld gemengd: 2021 blijft achter (18/38), 2022 is op koers (39/38), 2023 en 2024 lopen fors achter (25/62 en 14/62). Cumulatief is in 2021–2024 96 van 200 gerealiseerd (48%), met een restopgave van 104. Dit beeld vraagt wel om nuancering. De achterstand in de taakstelling voor statushouders komt vooral door lange wachttijden bij nareizigers. Bij gezinshereniging krijgt de statushouder direct een passende eengezinswoning toegewezen, maar het kan tot ongeveer twee jaar duren voordat het gezin daadwerkelijk arriveert. Als alle nareizigers nu zouden doorstromen, liggen de taakstellingen voor de komende twee jaar binnen bereik. Met het huidige woningaanbod is het echter niet haalbaar om de taakstelling te halen wanneer vooral alleenstaanden worden gehuisvest en nareizigers slechts mondjesmaat arriveren. Dit vraagt om sturing op timing en woningtypologie.
39
40
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
Figuur 9: Huisvesting statushouders 80
62
60 38
40
23
15
20
38
62
39 25
18
14
0 2019
2020
2021 Taakstelling
2022
2023
2024
Statushouders
Bron: Toewijzingsdataset woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025).
Contingenten: aandeel loopt op, realisatie blijft achter Het aandeel dat Kaag en Braassem volgens regionale afspraken moet huisvesten stijgt van 29 per jaar in 2019–2021 naar 30 in 2022, 36 in 2023 en 42 in 2024. De feitelijke plaatsingen blijven laag en volatiel: 7, 9, 4, 10, 2 en 8 per jaar. Daarmee schommelt de benutting tussen circa 6% (2023) en 33% (2022) en komt over 2019–2024 uit op 40 van 195 plekken (ongeveer 21%). Het instrument blijft dus structureel onderbenut terwijl de verplichting oploopt
Figuur 10: Huisvesting contingenten 50 40 30 20 10
30
29
29
29
7
9
2019
2020
42
36
10
4
8
2
0 2021
Aandeel contingenten voor Kaag en Braassem
2022
2023
2024
Gehuisveste contingenten Kaag en Braassem
Bron: Toewijzingsdataset woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025).
Welke resultaten levert het beleid doelmatig op? En hoe doeltreffend is de inzet? Voor statushouders blijft Kaag en Braassem cumulatief achter op de taakstelling: in 2021–2024 zijn 96 van 200 plaatsen gerealiseerd (48%), met een restopgave van 104. Alleen 2022 ligt op koers (39/38); 2021, 2023 en 2024 blijven fors achter (18/38, 25/62, 14/62). Voor contingenten loopt de regionale verplichting op (29 → 42 per jaar), terwijl de realisatie over 2019–2024 beperkt blijft tot 40 van 195 plekken (≈21%). De doelmatigheid is laag: de output blijft structureel onder de gemaakte afspraken, vooral bij contingenten. De doeltreffendheid is daarmee beperkt: kwetsbare groepen profiteren minder dan beoogd, ondanks dat het beslag op de sociale voorraad in absolute zin klein blijft. Alleen waar ritme, passend aanbod en strakke ketenregie samenkomen (zoals in 2022) wordt het beoogde resultaat gehaald.
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
5.4 In hoeverre voldoet het huidige beleid aan de wettelijke vereisten (rechtmatigheid) voor huisvesting en gelijke behandeling? Juridisch kader en gelijke behandeling De regionale verordening borgt gelijke kansen via kenbare, algemene criteria en een openbaar aanbodsysteem. Ook past Kaag en Braassem begrensd lokaal maatwerk en doelgroeplabels toe. Dat is juridisch verdedigbaar zolang de criteria functioneel, proportioneel en tijdelijk zijn en de hoofdregel (inschrijftijd) leidend blijft. In de praktijk wordt aan die voorwaarden voldaan. Anticiperen op nieuwe wetgeving: Wet versterking regie volkshuisvesting De nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) introduceert landelijk urgentiegroepen en aandachtsgroepen met aangescherpte voorrangsregels. Deze bepalingen zijn nog niet in werking, maar Kaag en Braassem anticipeert er al op door doelgroepen en spreiding te organiseren. Dat vooruitlopen is juridisch verdedigbaar (binnen de regionale verordening) en maatschappelijk logisch gezien de urgentie, mits zorgvuldig gemotiveerd en proportioneel toegepast. Volkshuisvestingsprogramma (VHP) als verplicht anker Het volkshuisvestingsprogramma (VHP) wordt verplicht en vormt straks het toetsbaar, integraal kader voor aantallen, segmenten, doelgroepen, locaties en tempo.
Zolang het VHP ontbreekt, is het lastiger om woningbouw- en programmadoelen juridisch eenduidig te onderbouwen en om keuzes over spreiding en begeleiding consistent te toetsen. Advies: versnel vaststelling, met een heldere programmeringsparagraaf en een monitoringscyclus die rechtmatigheid en gelijkebehandelingsaspecten periodiek toetst. 100% lokale eerste toewijzing bij nieuwbouw: gecorrigeerd De eerdere keuze om nieuwbouw bij eerste toewijzing 100% lokaal toe te wijzen staat op gespannen voet met gelijke behandeling en regionale toegankelijkheid. Deze praktijk is beëindigd/gecorrigeerd en vervalt per 1 januari 2026. Tot die datum geldt een begrensde toepassing binnen de regionale kaders; daarmee is het juridische risico beperkt en aflopend. Signalen uit de uitvoering Praktijkervaring ondersteunt het beeld van rechtmatigheid. Er zijn geen klachten, meldingen of procedures bekend tegen gemeente of corporaties. Het proces is uitlegbaar (openbaar aanbod, vaste rangorde), uitzonderingen worden gemotiveerd en de toepassing van labels en maatwerk is transparant richting woningzoekenden.
Conclusie De regionale huisvestingsverordening borgt gelijke behandeling via kenbare, algemene criteria en een openbaar aanbodsysteem, met inschrijftijd als hoofdregel. Binnen deze ruggengraat past Kaag en Braassem begrensd lokaal maatwerk en doelgroeplabels toe; zolang criteria functioneel, proportioneel en tijdelijk zijn, is dit juridisch verdedigbaar en in de praktijk wordt daaraan voldaan. De Wvrv introduceert landelijk urgentie en aandachtsgroepen; bepalingen zijn nog niet in werking, maar de gemeente anticipeert hierop binnen de regionale kaders. Het VHP wordt verplicht en zal het toetsbaar integrale kader vormen voor aantallen, segmenten, doelgroepen, locaties en tempo; zolang dit ontbreekt is eenduidige juridische onderbouwing lastiger. De eerdere 100 procent lokale eerste toewijzing bij nieuwbouw is beëindigd en vervalt per 1 januari 2026, tot die datum beperkt toegepast. Uit de uitvoering zijn geen klachten, meldingen of procedures bekend; proces en uitzonderingen zijn uitlegbaar en transparant.
41
Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem
Colofon Datum: 1 april 2026 Projectnummer: 24.309 Opdrachtgever: Rekenkamer Kaag en Braassem Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Luuk Lentferink & Saïd Ibrahim Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
42