CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem.12.105 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem Rekenkameronderzoek gemeente Kaag en Braassem 1 april 2026

2

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

4 4 5

Aanleiding en onderzoeksvragen Onze aanpak Leeswijzer

Conclusies

6

Conclusie 1: Aanbod bepaalt de ruimte voor het toewijzingsbeleid Conclusie 2: Ondanks uitbreiding woningaanbod is vraag naar sociale huurwoningen structureel groter dan aanbod Conclusie 3: Druk op sociale segment grootste knelpunt om toewijzingsbeleid effectief uit te voeren Conclusie 4: Beleidsmatige keuzes en doelen kunnen nog beter vastgelegd worden Conclusie 5: Structurele monitoring ontbreekt waardoor inzichten ontbreken en effecten nauwelijks gevolgd kunnen worden

7

Aanbevelingen Aanbeveling 1: Zet in op uitbreiding van het sociale huuraanbod en de borging in nieuwbouwplannen Aanbeveling 2: Benut daarnaast de potentie bestaande voorraad voor uitbreiding (sociale) woningvoorraad Aanbeveling 3: Stel een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma op met concrete doelen en programmering Aanbeveling 4: Werk samen met corporaties aan structurele monitoring van het toewijzingsbeleid Bestuurlijke reactie Nawoord rekenkamer

4.

5.

7 8 8 8

10 11 11 12 13 14 17

Inrichting toewijzingsbeleid en inzet voor doelgroepen

18

4.1 4.2 4.3

19 22 23

Tijdlijn woonbeleid Overeenkomsten en verschillen tussen regionaal en lokaal beleid Wat betekent dit voor de gemeente Kaag en Braassem?

Onderzoeksresultaten

24

5.1 5.2 5.3 5.4

25 25 28

Methodologie Algemene bevindingen Doelgroepen centraal: wie kreeg daadwerkelijk een woning? In hoeverre voldoet het huidige beleid aan de wettelijke vereisten (rechtmatigheid) voor huisvesting en gelijke behandeling?

41

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

1. Inleiding

3

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

1.1 Aanleiding en onderzoeksvragen Aanleiding De druk op de woningmarkt is de laatste jaren toegenomen. Ook voor de komende jaren laten de prognoses zien dat de druk niet zal afnemen. Vaak zien gemeenten dat bepaalde doelgroepen daardoor steeds moeilijker de woningmarkt kunnen betreden. Maar ook voor groepen die al positie hebben op de woningmarkt is het lastig om door te stromen. Dit is ook het geval in de gemeente Kaag en Braassem. Daarom heeft de Rekenkamer Kaag en Braassem onderzoek gedaan naar het woonbeleid rondom de huisvesting van specifieke doelgroepen. De focus ligt op de huisvesting van jongeren, starters, ouderen, arbeidsmigranten, asielzoekers én zes specifiek benoemde bijzondere doelgroepen 1. Het onderzoek moet dienen om inzicht te krijgen in de effectiviteit van het huidige beleid in het tegemoet komen aan de huisvestingsbehoeften van deze doelgroepen. Het onderzoek behoeft aandacht voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw. Onderzoeksvragen Het gaat in eerste instantie om de procesmatige effectiviteit, waarbij de volgende vraag centraal staat: worden de doelstellingen zoals deze in het woonbeleid rondom de huisvesting van jongeren, starters, senioren, arbeidsmigranten, asielzoekers en de zes bijzondere doelgroepen 2 gehaald? Daarnaast onderzoeken we de maatschappelijke effectiviteit van de toewijzing en huisvesting van al deze doelgroepen.

Belangrijk hierbij is aandacht te schenken aan de effectiviteit van het beschikbare instrumentarium, nu gemeenten met de Huisvestingswet 2024 een grotere beleidsvrijheid hebben gekregen. Daarmee kunnen zij voorrang geven aan lokaal gebonden inwoners of bepaalde beroepsgroepen. Het onderzoek richt zich op de beleidsmatige en instrumentele aspecten van het toewijzings- en huisvestingsbeleid en hoe doeltreffend en doelmatig dit ingezet is en kan worden.

1.2 Onze aanpak Voor dit onderzoek hanteren we de volgende hoofdvraag:

Is het woonbeleid van de gemeente Kaag en Braassem voor de huisvesting van doelgroepen doeltreffend en doelmatig? Met andere woorden: Draagt het beleid bij aan de daadwerkelijke huisvesting van doelgroepen? Bevordert het beleid sociale inclusie? En worden middelen efficiënt ingezet?

Daarbij zijn er zes deelvragen geformuleerd: 1 Hoe is het toewijzingsbeleid van Kaag en Braassem ingericht? In algemene zin en voor de specifieke doelgroepen uit het woonbeleid. 2 Welke inzet wordt gepleegd om de doelgroepen uit het woonbeleid (passend) te huisvesten? Dit gaat over instrumenten, maar ook over het bouwen van woningen. 3 In hoeverre voldoet het huidige beleid aan de wettelijke vereisten (rechtmatigheid) voor huisvesting en gelijke behandeling? 4 Welke resultaten levert het beleid op (doelmatig)? En hoe effectief (doeltreffend) is de inzet? 5 Welke knelpunten en uitdagingen worden gesignaleerd? 6 Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd om het beleid te verbeteren?

1

Het gaat om inwoners met ernstige psychische problemen, inwoners met een (licht) verstandelijke beperking, de ‘tussen wal en schip groep’, dak- en thuislozen, ex-gedetineerden en statushouders. 2 Zie hierboven.

4

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Om deze vragen te beantwoorden, hebben we deskresearch verricht naar gemeentelijk beleid rondom (de uitvoering van) de huisvesting van doelgroepen en relevante raadstukken. Ook hebben we een data-analyse uitgevoerd op de aangeleverde data door woningcorporaties. Daarnaast zijn er diepte-interviews gehouden met de gemeente zelf en de woningcorporaties in Kaag en Braassem.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 leest u de belangrijkste conclusies over de doeltreffendheid van het huisvestingsbeleid van doelgroepen in de gemeente Kaag en Braassem. In hoofdstuk 3 staan onze aanbevelingen. In het daaropvolgende hoofdstuk (4) wordt uitgebreid stilgestaan bij de tijdlijn van het toewijzingsbeleid van Kaag en Braassem in de periode 2019 - 2025. Vervolgens gaat hoofdstuk 5 in op de resultaten van dit beleid, waarbij met behulp van corporatiegegevens over woningzoekenden en toewijzingen een beeld wordt geschetst van de effectiviteit van dit beleid. Ook wordt geëvalueerd in hoeverre de nieuwbouw is benut voor de toewijzing aan doelgroepen.

5

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

2. Conclusies

6

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Conclusie 1: Aanbod bepaalt de ruimte voor het toewijzingsbeleid Toewijzingsresultaten bewegen direct mee met sociaal en passend aanbod De gemeente kan het toewijzingsbeleid alleen effectief uitvoeren als er voldoende sociaal en passend aanbod beschikbaar is. Het beleid verdeelt schaarste, maar het aanbod bepaalt hoeveel woningen er überhaupt te verdelen zijn. Sturing op sociale huur vormt daarom een noodzakelijke randvoorwaarde om de kansen van woningzoekenden te vergroten. De analyse laat zien dat de piek in toewijzingen in 2022 vooral samenhangt met gericht aanbod in het sociale segment. In 2022 stijgt het aantal toewijzingen naar 300, de hoogste waarde in de reeks. De analyse benadrukt dat niet het totale woningaanbod doorslaggevend is, maar het aandeel dat daadwerkelijk als sociaal te labelen is. Dit patroon onderstreept de aanbodafhankelijkheid van de uitvoering. De terugval in 2024 laat dezelfde logica zien aan de andere kant. In 2024 worden slechts 29 woningen opgeleverd en geen enkele daarvan valt in de sociale huursector. Het aantal toewijzingen valt dat jaar terug naar 167. Beleidsafspraken bestaan dan nog steeds, maar zonder nieuwe sociale huurwoningen kan het systeem minder toewijzen.

Conclusie 2: Ondanks uitbreiding woningaanbod is vraag naar sociale huurwoningen structureel groter dan aanbod De afgelopen jaren zijn er door nieuwbouw van woningen jaarlijks gemiddeld 250 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad in Kaag en Braassem. Dit was voldoende om in de lokale (en regionale) opgave te voorzien. Zie onderstaand tekstkader. Het aandeel sociale huur in de nieuwbouw bleef achter bij de aangescherpte regionale afspraak Tot 2023 sloot het gerealiseerde aandeel sociale huur binnen de nieuwbouw aan op de regionale afspraak (25% sociale huur). Vanaf 2023 geldt de afspraak dat van alle nieuwbouw 30% een sociale huurwoning is. Dit percentage werd in de jaren daarna niet gehaald. Tegelijk steeg het aantal woningzoekenden in de sociale huur in de afgelopen jaren fors. Dit ondanks dat er meer sociale huurwoningen aan de voorraad zijn toegevoegd.

In periode 2022 t/m 2024 zijn jaarlijks circa 250 woningen aan voorraad toegevoegd Uit het rapport ‘Woningmarktonderzoek Kaag en Braassem’ uit mei 2023 blijkt dat er om de groei van het aantal huishoudens op te vangen 1.090 nieuwe woningen nodig zijn tussen 2022 en 2030. Zo’n 130 tot 140 woningen per jaar. Uit hetzelfde onderzoek blijkt een beperkte vraag naar sociale huurwoningen: circa 85 sociale huurwoningen In de periode 2022 – 2030. Daarnaast is er een extra lokale opgave om de regionale woningtekorten in te lopen. In de regio Holland Rijnland bedroeg het woningtekort naar schatting 4,0%, ofwel bijna 10.500 woningen. In Kaag en Braassem ging het – uitgaande van een tekort van 4,0% – om 490 woningen. Het betreft zo’n 60 tot 65 woningen in de periode 2022-2030. Daarmee moeten er jaarlijks 190 tot 205 woningen worden toegevoegd om in de behoefte te kunnen voorzien. In de periode 2022 t/m 2024 zijn er jaarlijks 250 woningen toegevoegd. Daarmee is er in absolute aantallen voldoende gebouwd om te voorzien in de behoefte uit het woningmarktonderzoek Kaag en Braassem (2023).

7

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Conclusie 3: Druk op sociale segment grootste knelpunt om toewijzingsbeleid effectief uit te voeren Er zijn structureel meer actief woningzoekenden dan beschikbare sociale huurwoningen in Kaag en Braassem. Die schaarste vormt de dagelijkse realiteit waarbinnen het toewijzingsbeleid moet werken. Het huidige toewijzingsbeleid kan de schaarste vooral verdelen, niet oplossen. De schaarste in het sociale segment is structureel en groeit Het aantal actief woningzoekenden neemt in de onderzoeksperiode toe en bereikt in 2024 een nieuw hoogtepunt. Het systeem telt in 2024 in totaal 755 actieve woningzoekenden. In datzelfde jaar stromen 408 woningzoekenden nieuw in als actief reagerende woningzoekende. Het toewijzingsbeleid herverdeelt schaarste en verschuift kansen tussen groepen Het toewijzingsbeleid in Kaag en Braassem is er op gericht om aangewezen doelgroepen met voorrang aan een sociale huurwoning te helpen. Het gaat telkens om herverdeling van de schaarste, met meer kansen voor een kleine groep en minder kansen voor de ander. Vooral reguliere woningzoekenden zien hun kansen afnemen ten opzichte van doelgroepen die via beleid voorrang krijgen.

Conclusie 4: Beleidsmatige keuzes en doelen kunnen nog beter vastgelegd worden Kaag en Braassem heeft veel beleid en instrumenten, maar mist een volkshuisvestingsprogramma waarin keuzes, doelen en uitvoering samenkomen. Zolang dat anker ontbreekt, blijft het lastig om scherp te sturen op aantallen, segmenten en doelgroepen. Daarbij speelt mee dat het instrumentarium deels lokaal en deels regionaal is ingericht. De gemeente heeft op onderdelen eigen sturingsruimte, maar is voor de woonruimteverdeling ook gebonden aan regionale kaders en afspraken. In paragraaf 4.2 wordt dit onderscheid nader toegelicht. Het ontbreken van een samenhangend kader maakt het lastiger om scherp te zien waar de gemeente zelf kan sturen en waar zij afhankelijk is van regionale besluitvorming. De gemeente stuurt nu met meerdere sporen tegelijk, waardoor keuzes versnipperd raken en uitvoering afhankelijk blijft van losse besluiten De regionale huisvestingsverordening vormt de basis van de woonruimteverdeling, met inschrijftijd als hoofdregel en een openbaar aanbodsysteem. Binnen die basis gebruikt Kaag en Braassem lokale speelruimte via regels voor lokaal maatwerk en labels, en via prestatieafspraken met corporaties. In de Omgevingsvisie van de gemeente Kaag en Braassem worden de hoofdlijnen geschetst voor het woonbeleid voor de komende jaren.

Ingezet wordt op woningbouwplannen gericht op behoefte, doorstroming bevorderen en huisvesting van specifieke/bijzondere doelgroepen realiseren. Verder zijn landelijke en regionale uitgangspunten zoals 30% sociale huur genoemd in de Omgevingsvisie. Dit zijn duidelijke beleidsaccenten, maar zonder één samenhangend kader blijven aantallen, tempo en spelregels per instrument minder scherp vastgelegd

Conclusie 5: Structurele monitoring ontbreekt waardoor inzichten ontbreken en effecten nauwelijks gevolgd kunnen worden De gemeente houdt vooral aantallen bij De monitoring richt zich sterk op gerealiseerde aantallen woningen. De gemeente brengt kwalitatieve kenmerken minder scherp en minder consequent in beeld. Het blijft daardoor

8

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

onduidelijk welke typen woningen daadwerkelijk zijn toegevoegd en of deze woningen passen bij de beleidsdoelen voor bijvoorbeeld ouderen en mensen met een zorgvraag. We zien dit terug bij zorgdoelgroepen. De beschikbare informatie laat niet goed zien of er zorggeschikte woningen zijn toegevoegd en in welke mate zorgdoelgroepen via de reguliere toewijzing aan bod komen. Een deel van de huisvesting loopt bovendien via andere routes, waardoor het in overzichten niet zichtbaar wordt. Door de beperkte monitoring blijft onduidelijk of het beleid de juiste mensen bereikt De gemeente kan nu onvoldoende systematisch volgen of woningzoekenden binnen een jaar passend worden gehuisvest. De gemeente kan ook onvoldoende volgen welk effect labels en lokaal maatwerk hebben op slaagkansen per doelgroep. Dit speelt extra bij groepen die deels buiten beeld vallen. Urgenten kunnen bijvoorbeeld ook buiten de gemeente een woning krijgen binnen de regionale systematiek, terwijl dat in de lokale cijfers niet terugkom. Bij bijzondere doelgroepen speelt bovendien dat de registratie de meeste aandachtsgroepen niet apart laat zien. De cijfers maken alleen statushouders afzonderlijk zichtbaar. De overige groepen vallen samen onder contingenten. Dit beperkt het zicht op wie precies wordt geholpen en waar eventuele knelpunten ontstaan.

9

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

3. Aanbevelingen

10

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Aanbeveling 1: Zet in op uitbreiding van het sociale huuraanbod en de borging in nieuwbouwplannen Het aanbod bepaalt de ruimte voor het toewijzingsbeleid (conclusie 1). Zonder voldoende sociale huurwoningen kan het systeem niet toewijzen, ongeacht de beleidsafspraken die er liggen. Tegelijk is de vraag naar sociale huur structureel groter dan het aanbod (conclusie 2) en vormt de druk op het sociale segment het grootste knelpunt om het toewijzingsbeleid effectief uit te voeren (conclusie 3). Uitbreiding van het sociale huuraanbod is daarom de belangrijkste voorwaarde om de overige knelpunten te verkleinen Stuur op samenstelling in nieuwbouw, niet alleen op ‘voldoende bouwen’ Zet sociale huur expliciet centraal in de woningbouwprogrammering. Borg daarom de realisatie van 30% sociale huur in nieuwbouw en maak dit hard op projectniveau. Plannen dragen alleen bij aan het oplossen van de druk op sociale huur als zij het vereiste aandeel sociale huur bevatten. Voorkom dat het doel ‘voldoende bouwen’ de aandacht afleidt van het segment waar de schaarste zit.

Vertaal dit direct naar een jaarlijks minimumaantal sociale huurwoningen dat Kaag en Braassem wil toevoegen, zodat de norm niet abstract blijft Stuur ook op woningtypen die de druk echt verlagen Neem in de programmering expliciet op dat een deel van de sociale toevoeging moet bestaan uit kleine, zelfstandige woningen en waar passend gelijkvloerse woningen. Juist deze typen ondersteunen starters, alleenstaanden en diverse aandachtsgroepen, en maken doorstroming realistischer. Als de gemeente alleen op percentage stuurt en niet op woningtype, blijft de schaarste in de meest gevraagde categorieën bestaan en neemt de druk op toewijzing onvoldoende af.

Aanbeveling 2: Benut daarnaast de potentie bestaande voorraad voor uitbreiding (sociale) woningvoorraad Vanaf 2023 geldt in gemeente Kaag en Braassem de afspraak dat van alle nieuwbouw 30% een sociale huurwoning is. Dit percentage werd in de jaren daarna niet gehaald (conclusie 2). Daarbij hoeft de uitbreiding van het aanbod (aanbeveling 1) niet enkel gericht te zijn op nieuwbouw. Ook de bestaande woningvoorraad biedt hiervoor kansen. Maak de bestaande voorraad een volwaardige uitvoeringslijn naast nieuwbouw Werk het benutten van de bestaande voorraad uit als een concreet uitvoeringspakket, niet als algemene ambitie. Geef aan welke maatregelen Kaag en Braassem actief wil toepassen, zoals splitsen, optoppen, aanplakken, uitplinten en transformatie van leegstaand of onderbenut vastgoed, en leg daarbij randvoorwaarden vast voor kwaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing. Organiseer een heldere gemeentelijke werkwijze waarmee kansrijke initiatieven sneller door het proces kunnen, zodat de uitvoering niet afhankelijk wordt van losse individuele trajecten. Potentie binnen bestaande voorraad is groot: 2/3 huishoudens woont in een te grote woning Door vergrijzing en huishoudensverdunning woont twee derde van alle huishoudens nu in een te grote woning. De bestaande voorraad kan dus nog veel beter benut worden.

Vorig jaar werd 20% van de nieuwe woningen in de bestaande voorraad toegevoegd. Benut deze kansen. Het beter benutten van bestaande woningen zorgt voor meer passende huisvesting en bevordert doorstroming. Ouderen verhuizen echter nauwelijks. Een vaak genoemde reden daarvoor is dat ze niet weg willen uit hun sociale netwerk. Om ouderen in beweging te krijgen is het aanbieden van passend aanbod van voorzieningen in de buurt en de bestaande woonplek dus belangrijk. Nieuwbouw is alleen niet altijd mogelijk. Zet daarom in op de doorstroming van ouderen door de bestaande voorraad beter te benutten via transformatie, splitsen, achtertuinen benutten en het

11

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

optoppen, aanplakken of uitplinten van panden. De groep ouderen is namelijk een grote groep die steeds groter wordt. Ook met een lage verhuisgeneigdheid kan het in beweging krijgen van deze doelgroep dus veel impact hebben op de woningmarkt.

Tabel 1: Beter benutten mogelijk op woning-, pand- en kavelniveau Woningniveau

Pandniveau

Kavelniveau

• Woningdelen

• Transformatie

• Aanplakken

• Splitsen

• Optoppen

• Wonen op het

• Uitplinten

achtererf

• Leegstand

Hoe aan de slag met beter benutten? • •

Breng de potentie van beter benutten in beeld. Zorg ervoor dat u deze potentie in beeld heeft. Dit geeft focus en richting voor de uitvoering. Stel een visie op met verdieping naar wijken. Om effectief met de juiste ingrepen aan de slag te gaan, is het essentieel om een brede visie te ontwikkelen op het thema beter benutten. Op de middellange en lange termijn biedt goed geformuleerd en verankerd beleid een stabiele basis voor een gebiedsgerichte aanpak op lager schaalniveau. Dit maakt het ook mogelijk om koppelkansen met bijvoorbeeld verkeer en verduurzaming sneller te realiseren.

Aanbeveling 3: Stel een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma op met concrete doelen en programmering De gemeente Kaag en Braassem beschikt nog niet over een Volkshuisvestingsprogramma. (conclusie 4). Dit is vanaf inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting (naar verwachting 2027) een verplichting. Borg beleidsmatige keuzes en doelen in het volkshuisvestingsprogramma Neem de belangrijkste beleidskeuzes en doelen op in een volkshuisvestingsprogramma, zodat sturing niet versnipperd blijft over afzonderlijke documenten en losse besluiten. Het programma moet de vaste plek worden waar de gemeente vastlegt wat zij wil bereiken en hoe zij dat in de praktijk gaat organiseren, inclusief de verdeling naar segmenten en doelgroepen. Maak in het volkshuisvestingsprogramma ook expliciet welke instrumenten lokaal inzetbaar zijn en welke binnen het regionale kader vallen (zie paragraaf 4.2). Dit helpt om realistisch te programmeren en verwachtingen richting raad en inwoners te onderbouwen.

12

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Gebruik het volkshuisvestingsprogramma als uitwerking van de omgevingsvisie, met focus op uitvoering en regie Werk in het programma het woonbeleid uit de omgevingsvisie uit naar concrete uitvoering. Beschrijf daarbij de omvang en samenstelling van de woningvoorraad, de huidige en verwachte woonbehoefte en de specifieke woonbehoeften van doelgroepen zoals starters en ouderen. Daarmee krijgt het beleid een uitvoeringsgerichte vertaling die houvast biedt.

Aanbeveling 4: Werk samen met corporaties aan structurele monitoring van het toewijzingsbeleid Zonder gezamenlijke monitoring blijft onduidelijk of het toewijzingsbeleid de beoogde doelen haalt Structurele monitoring ontbreekt nu waardoor inzichten ontbreken en effecten nauwelijks gevolgd kunnen worden (conclusie 5). Richt de monitoring zo in dat gemeente Kaag en Braassem niet alleen kan terugkijken op aantallen verhuringen, maar vooral kan volgen of instrumenten zoals lokaal maatwerk ook echt leiden tot het beoogde effect, zoals doorstroming, passendheid en het bereiken van de juiste doelgroepen. In de lokale regels is lokaal maatwerk gekoppeld aan doelen zoals doorstroming en passendheid, met een bandbreedte voor inzet. Daarnaast laat het collegebesluit over lokaal maatwerk bij Braassemerland 3B zien dat de gemeente dit instrument ook bewust inzet bij concrete projecten. Juist daarom is het nodig om structureel te meten wat deze inzet oplevert, en wat dit betekent voor kansen van andere woningzoekenden. Leg concrete doelen voor het toewijzingsbeleid vast om monitoring mogelijk te maken Werk per label en maatwerkroute uit welk probleem ermee wordt opgelost, voor wie het bedoeld is en welke uitkomst de gemeente redelijk vindt, bijvoorbeeld in termen van slaagkans of wachttijd.

Zorg dat dit niet alleen intern bekend is, maar ook bestuurlijk is vastgesteld, zodat het beleid uitlegbaar is richting inwoners en raad. Het effect van een instrument is pas goed te beoordelen als vooraf duidelijk is wat het moet doen.

13

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Bestuurlijke reactie

14

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

15

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

16

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Nawoord rekenkamer De bestuurlijke reactie van het college geeft de rekenkamer geen aanleiding tot een aanvullende reactie.

17

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

4. Inrichting

toewijzingsbeleid en inzet voor doelgroepen

18

4.1 Tijdlijn woonbeleid

In deze tijdlijn beschrijven we kort de belangrijkste stukken die samen het toewijzingsbeleid van Kaag en Braassem vormden in de periode 2019 - 2025. Per stuk benoemen we steeds: op wie het beleid zich richt (doelgroepen), welke instrumenten worden ingezet, en wat regionaal vastligt versus waar lokale ruimte is.

2019

Huisvestingsverordening Holland Rijnland

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

2019-2021

Meerjarige prestatieafspraken

2024

2023

2021-2024

Wijziging Holland Rijnland verordening

2022

Wijziging Holland Rijnland verordening

Huisvestingsverordening Holland Rijnland (nieuw)

2024

Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2.0

Meerjarige prestatieafspraken (actueel)

2025-2028

2019 – Huisvestingsverordening Holland Rijnland • Doelgroepen Alle woningzoekenden in de sociale huursector, met expliciete aandacht voor urgenten, jongeren, ouderen, mantelzorgers en woningzoekenden met regionale binding. • Instrumenten/acties Regionaal inschrijfsysteem, toewijzingen primair gericht op inschrijftijd, urgenties en passendheid-eisen. Corporaties en (onder voorwaarden) particuliere verhuurders vallen onder het regime. • Regionaal vs. lokaal Regionaal zijn er basisregels over de verdeling en transparantie. Lokaal krijgen gemeenten beleidsruimte voor maatwerk binnen de regionale kaders. 2019-2021 – Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem • Doelgroepen Doorstromers, zorgdoelgroepen, inwoners uit kleine kernen, jongeren/starters. Bij nieuwbouw kan bij eerste toewijzing volledig lokaal worden toegewezen. • Instrumenten/acties Lokaal voorrang geven binnen maximaal 25% van vrijkomende sociale huur. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om woningen per doelgroep te labelen. • Regionaal vs. lokaal Dit beleidsstuk is een lokale voortzetting van de regionale huisvestingsverordening met accent op doorstroming, leefbaarheid en zorg.

2021-2024 – Meerjarige prestatieafspraken (initiële set en bijstelling 2023-2024) • Doelgroepen Bijzondere doelgroepen (statushouders, dak- en thuislozen, ex-gedetineerden, mensen met psychische of verstandelijke beperking, uitstroom uit instellingen, ‘tussen wal en schip’groep), jongeren/starters, en senioren. • Instrumenten/acties 100% lokale toewijzing bij eerste toewijzing van nieuwbouw afzonderlijk bepaald door college van burgermeester en wethouder, spreiding bijzondere doelgroepen over kernen en lokaal maatwerk in de bestaande woningvoorraad. • Regionaal vs. lokaal Dit zijn afspraken tussen gemeente, corporatie en huurdersorganisaties. De lokale invulling binnen de regionale regels. 2022 – Wijziging HR-verordening • Doelgroepen Toevoeging woonwagen(standplaatsen) en verduidelijking inschrijving: één actieve inschrijving mogelijk in plaats van meerdere. • Instrumenten/acties Particuliere verhuurders krijgen meer mogelijkheden om mee te doen (vanaf 10+ sociale woningen), regionaal register van woonwagenstandplaatsen en een aangescherpte uitvoeringsovereenkomst. • Regionaal vs. lokaal Deze wijziging verstevigt vooral de regionale uitvoeringsbasis. Lokale ruimte blijft bestaan en intact. 2023 – Wijziging HR-verordening • Doelgroepen Verduidelijking van de huishoudensdefinitie.

Mogelijkheid toegevoegd om afspraken te maken met particuliere verhuurders voor urgenten en bijzondere doelgroepen.

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

•

•

Instrumenten/acties Introductie drie-partijenovereenkomst (huurder-verhuurder-zorg/begeleiding), expliciete regels over inschrijving bij tijdelijke contracten. Regionaal vs. lokaal Regionale precisering wat leidt tot lokale flexibiliteit.

2024 – Huisvestingsverordening Holland Rijnland (nieuwe verordening) • Doelgroepen Naast reguliere doelgroep nu ook expliciete doelgroep labels mogelijk in het systeem (bijv. senioren, starters, zorgdoelgroepen en grote gezinnen). • Instrumenten/acties Introductie drie-partijenovereenkomst (huurder-verhuurder-zorg/begeleiding), expliciete regels over inschrijving bij tijdelijke contracten. • Regionaal vs. lokaal Sterker regionaal beleid dan voorheen, maar lokaal maatwerk als hefboom voor specifieke opgaven blijft bestaan. 2024 – Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2.0 • Doelgroepen Brede blik met nadruk op bijzondere doelgroepen en arbeidsmigranten (buiten reguliere voorraad). • Instrumenten/acties Inzet van flexwoningen, kamergewijze verhuur, alternatieve woonvormen en sturen op humane huisvesting arbeidsmigranten via werkgevers/uitzendorganisaties. • Regionaal vs. lokaal Visie geeft lokale koers en ambities. Uitvoering sluit aan op regionale afspraken en taakstellingen. 2025-2028 Meerjarige prestatieafspraken (actueel) • Doelgroepen Statushouders (verdeling 60% WYwonen / 40% Woondiensten Aarwoude), bijzondere doelgroepen (met begeleiding en spreiding) en middeninkomens (via middenhuur). • Instrumenten/acties Inzet van flexwoningen en alternatieve woonvormen. Ontwikkeling woonzorgvisie, actieve inzet bij lokaal maatwerk, plan van aanpak formuleren voor • Regionaal vs.

lokaal Visie geeft lokale koers en ambities. Uitvoering sluit aan op regionale afspraken en taakstellingen.

21

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

4.2 Overeenkomsten en verschillen tussen regionaal en lokaal beleid Leeswijzer: dit onderdeel beschrijft het beleidskader en de beleidsvoornemens. Waar effecten of uitkomsten worden genoemd, betreft het beoogde effecten. Of dit in de praktijk ook zo uitpakt, wordt later in dit rapport onderbouwd met cijfers. 4.2.1 Regionale basis en lokale speelruimte De Huisvestingsverordening Holland Rijnland vormt sinds 2019 het vaste beleidskader: inschrijftijd is het uitgangspunt, urgenties gaan voor, passendheidseisen bewaken doelmatigheid en het aanbod loopt via een openbaar digitaal systeem. In 2022 en 2023 zijn beleidswijzigingen en verfijningen doorgevoerd (o.a. betrokkenheid van particuliere verhuurders met 10+ sociale woningen, register voor standplaatsen, driepartijenovereenkomst bij wonen met begeleiding), en per 1 januari 2024 geactualiseerd zonder de kern te wijzigen. Binnen die regionale borging kan Kaag en Braassem lokale speelruimte benutten zoals vastgelegd in de Regels Lokaal Maatwerk (25% lokaal toewijzen; voorgenomen 30% vanaf 2026) en in prestatieafspraken die accenten beogen te leggen op doorstroming, spreiding en leefbaarheid in de kernen. Het beoogde resultaat is één transparant systeem met ruimte om lokaal gericht te sturen waar de druk en de maatschappelijke opbrengst naar verwachting het grootst zijn.

4.2.2 Doelgroepfocus: wat is overal hetzelfde en waar zit de nuance? Over alle beleidsteksten heen is de hoofdboodschap constant: eerlijke, transparante toewijzing met structurele voorrang voor urgente situaties en passendheid voor elk huishouden. De lokale nuance zit in de fijnmazige beleidsbenadering per doelgroep. Het beleid beoogt jongeren en starters extra toegang te geven via kleinere, betaalbare woningen en labeling; voor senioren en doorstromers is voorgenomen gericht te prikkelen om verhuisketens op gang te brengen. Bijzondere doelgroepen worden in het beleid expliciet georganiseerd en beoogd evenwichtig te spreiden over de kernen (bijv. statushouders, waarvoor als beleidsafspraak een 60/40-verdeling geldt tussen WYwonen en Woondiensten Aarwoude; mensen met psychische of verstandelijke beperkingen met ambulante begeleiding; dak- en thuislozen in prikkelarme woonsettings). Voor arbeidsmigranten is de beleidslijn dat zij buiten de reguliere sociale voorraad en primair onder verantwoordelijkheid van werkgevers/uitzendorganisaties worden gehuisvest, om verdringing binnen de sociale voorraad te beperken. 4.2.3 Instrumentarium: mix van vaste spelregels en maatwerkknoppen Het instrumentarium combineert in het beleid vaste regionale spelregels met lokale sturingsknoppen.

Regionaal gelden inschrijftijd (bij gelijk: loting), urgenties en passendheid; corporaties mogen een beperkt deel (15%) corporatie-intern of via loting toewijzen binnen duidelijke grenzen. Lokaal is afgesproken/voorgenomen om gerichte prioritering toe te passen via maatwerk (25%, stijgend naar 30%), met in de periode 2021–2024 als beleidskeuze een 100% lokale eerste toewijzing bij nieuwbouw. Voor 2025–2028 is daarnaast een beleidsmatige begrensde vrije ruimte tot 15% voorzien om acute knelpunten snel te adresseren. De gereedschapskist wordt verder beleidsmatig verbreed met flexwoningen en alternatieve woonvormen (friendscontracten, woningdelen, hospitaverhuur), en met zorg-en-wonen-afspraken zoals driepartijenovereenkomsten en expliciete spreidingsprincipes per kern. Zo beoogt het systeem zowel voorspelbaar als wendbaar te zijn. 4.2.4 Beoogde doorwerking in de uitvoering De beoogde doorwerking kent twee lijnen: beweging creëren en druk verdelen. Nieuwbouw zou moeten fungeren als motor voor verhuisketens, waarbij voorrang voor huishoudens die een corporatiewoning achterlaten naar verwachting de uitstroom binnen de sociale voorraad

22

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

vergroot. Een doelgericht middenhuursegment is bedoeld als opstap voor huishoudens die vastzitten tussen sociale huur en koop, zodat sociale huur naar verwachting vrijkomt voor instroom. Tegelijkertijd beoogt het beleid bijzondere doelgroepen evenwichtig over de kernen te spreiden en hen met passende begeleiding in de wijk te laten landen. Dit alles wordt voornemens verder te borgen met een plan van aanpak doorstroming en een woonzorgvisie (vaststelling december 2025), zodat vraag, aanbod en ondersteuning beter op elkaar aansluiten en het reginale systeem lokaal maximaal kán renderen.

4.3 Wat betekent dit voor de gemeente Kaag en Braassem? 4.3.1 Een systeem, twee lagen Kaag en Braassem stuurt binnen één regionaal geborgd systeem met een duidelijke lokale laag erbovenop. De Huisvestingsverordening Holland Rijnland bepaalt de basis van transparante, voorspelbare toewijzing via inschrijftijd, urgenties en passendheid. De gemeente legt daar een eigen accent op door lokaal maatwerk gericht in te zetten waar de maatschappelijke opbrengst het grootst is: versnellen van doorstroming, borgen van leefbaarheid in kernen en het spreiden en begeleiden van bijzondere doelgroepen. Zo ontstaat een consistent sturingsbeeld: regionaal eenduidig, lokaal effectief. 4.3.2 Consistente lijn in de tijd Sinds 2019 blijft de kern van het systeem stabiel: inschrijftijd als hoofdrangorde met voorrang voor urgenties. Tegelijk groeit de mogelijkheid om lokaal te differentiëren. Het aandeel lokaal maatwerk neemt toe van 25 naar 30 procent in 2026, terwijl instrumenten voor spreiding, begeleiding en samenwerking met zorg en corporaties zijn verfijnd. Die evolutie maakt het beleid wendbaarder zonder de regionale transparantie en rechtvaardigheid uit het oog te verliezen. 4.3.3 Richtinggevend voor uitvoering De uitvoeringsopgave draait om beweging creëren waar het meeste telt.

Nieuwbouw en een doelgericht middenhuursegment zetten verhuisketens in gang, met prioriteit voor huishoudens die een corporatiewoning achterlaten. Flexibele woonvormen vergroten de directe slagkracht en beperken verdringing, terwijl spreiding en begeleiding zorgen voor een goede landing van bijzondere doelgroepen in alle kernen. De komende jaren worden deze lijnen verankerd met een plan van aanpak doorstroming en een woonzorgvisie, zodat vraag, aanbod en ondersteuning structureel beter op elkaar aansluiten.

23

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

5. Onderzoeksresultaten

24

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

5.1 Methodologie Verantwoording onderzoek Bronnen en gebruikte data In deze paragraaf analyseren we de ontwikkeling van het aantal woningtoewijzingen dat door de woningcorporaties in de gemeente Kaag en Braassem is gerealiseerd in de periode 2019 tot en met 2024. Voor deze analyse is gebruikgemaakt van het aanbodbestand (alle toewijzingen), zoals aangeleverd door de corporaties. Dit bestand bevat gegevens over alle toewijzingen van sociale huurwoningen binnen de gemeentegrenzen, inclusief informatie over de toegewezen woning, datum van toewijzing en kenmerken van de huurder. Beperkingen in de dataset Bij de interpretatie van de resultaten is rekening gehouden met enkele beperkingen in de dataset. Niet in alle gevallen zijn bijvoorbeeld velden volledig ingevuld (zoals reden van voorrang, exacte datum van oplevering bij nieuwbouw of specifieke doelgroepindeling). Dit kan leiden tot een lichte onderschatting of overschatting van bepaalde aantallen. Waar relevant benoemen we deze onvolledigheden in de betreffende paragrafen en duiden we wat dit betekent voor de interpretatie. Doel van de analyse Het aantal woningtoewijzingen vormt een belangrijke indicator voor de mate waarin het gevoerde woon- en toewijzingsbeleid in de praktijk effect heeft.

Door in te zoomen op de jaarlijkse schommelingen in het totaal aantal toewijzingen, ontstaat een eerste beeld van de werking van het systeem: waar neemt het aantal toewijzingen toe, waar valt het terug, en welke beleidsmatige of contextuele ontwikkelingen hangen daarmee samen? Opzet en vervolg We beginnen in paragraaf 5.2 met een overzicht van de algemene lijnen: hoeveel woningen zijn er jaarlijks toegewezen en welke ontwikkelingen in beleid en uitvoering lijken daarbij een rol te spelen? We koppelen deze trends aan relevante beleidsmomenten, de focus ligt hier op het systeem als geheel. In het vervolg van dit hoofdstuk (paragraaf 5.3) zoomen we specifiek in op de verdeling van woningen naar doelgroep. Daarbij gaan we na in hoeverre de daadwerkelijke toewijzingen aansluiten op de beleidsdoelstellingen rond bijvoorbeeld starters, senioren en doorstromers. Ook hierbij kijken we naar de effectiviteit van instrumenten. Deze gelaagde aanpak stelt ons in staat om het toewijzingsbeleid zowel kwantitatief als inhoudelijk te beoordelen: niet alleen hoeveel woningen zijn toegewezen, maar ook aan wie.

5.2 Algemene bevindingen 5.2.1 Beleid en toewijzingspraktijk ontwikkelen zich schoksgewijs tussen 2019 en 2024 De periode 2019–2024 laat een sterk wisselend beeld zien in het aantal woningtoewijzingen in Kaag en Braassem. In 2019 en 2020 is het aantal toewijzingen nog stabiel met respectievelijk 242 en 241 woningen. Deze jaren markeren de start van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 en het gemeentelijk beleid voor lokaal maatwerk. Daarmee werd voor het eerst structureel beleidsruimte ingezet voor doelgroepen als jongeren, ouderen, zorgbehoevenden en starters. In nieuwbouwprojecten kon bovendien tot 100% lokaal worden toegewezen.

25

26

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Hoewel het beleid inhoudelijk vernieuwend was, bleef het effect in aantallen beperkt. Dat geeft aan dat beleidsruimte pas effect sorteert als deze ook daadwerkelijk gekoppeld is aan beschikbare en geschikte woningen. De cijfers (zie volgende bladzijde) roepen dan ook de vraag op of de gerealiseerde woningen in die jaren voldoende sociaal en passend waren voor de beoogde doelgroep.

Figuur 1: Woningbouwrealisaties afgezet tegen aantal toewijzingen, 2019-2024 450 384

372

400

339

350 300

300

261

250

242

241

212

200 150 100 50

30

87

80 24

28

2

0 2019

167

127

100 54

296

2020

2021

12

12

2022

2023

Totaal nieuwbouw

Aantal sociale huur

Aantal sociale koop

Aantal toewijzingen

29

0

5

2024

Bron: Gemeente Kaag en Braassem (2025), Woningcorporaties Kaag en Braassem (2025), bewerking Stec Groep (2025).

Het aandeel sociale huur van de totale nieuwbouwproductie schommelt tussen 21% en 34% in, met een piek in 2021 (34%). Over de gehele onderzoeksperiode komt het gemiddelde uit op circa 25%. In 2024 is 0% sociale huur gerealiseerd, wat het meerjarig gemiddelde drukt en de gevoeligheid voor timing en projectmix 3 onderstreept.

Tabel 2: Aandeel sociale huur van de totale nieuwbouwproductie per jaar

Aandeel sociale huur

2019

2020

2021

2022

2023

2024

21%

24%

34%

24%

23%

0%

Bron: Gemeente Kaag & Braassem (2025), bewerking Stec Groep (2025).

5.2.2 Piek in toewijzingen in 2022 komt vooral door gericht aanbod in het sociale segment In 2021 daalt het aantal woningtoewijzingen naar 212. Tegelijk is dat het jaar waarin de eerste maatwerkcyclus afloopt en de opvolgende nog niet in uitvoering is. Ook beleidsmatige impulsen op doorstroming of flexwonen blijven in deze fase uit. In 2022 volgt een duidelijke stijging naar 300 toewijzingen, de hoogste waarde in de reeks. Niet het totale woningaanbod is doorslaggevend, maar het aandeel daarvan dat daadwerkelijk als sociaal te labelen is. De cijfers laten zien dat de effectiviteit van het beleid direct samenhangt met de beschikbaarheid van sociaal en passend woningaanbod.

3

Projectmix: de afgesproken samenstelling van één woningbouwproject, oftewel welke woningen in welke verhoudingen komen, verdeeld naar categorie en prijs, type en doelgroep, met afspraken over fasering en borging.

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

5.2.3 Terugval in toewijzingen medio 2024 laat kwetsbaarheid van uitvoering zien In 2023 blijft het aantal toewijzingen nog hoog met 296, mede dankzij een bovengemiddelde sociale productie (87 woningen). In 2024 valt het aantal echter fors terug naar 167. Dat lijkt samen te hangen met het vrijwel volledig wegvallen van sociale nieuwbouw: in dat jaar worden slechts 29 woningen opgeleverd, waarvan geen enkele in de sociale huursector. Dit benadrukt dat niet alleen beleidsinzet, maar vooral ook de aard van het woningaanbod bepalend is voor de uitvoering van toewijzingsbeleid. Tegelijkertijd is een hoog bouwvolume op zichzelf geen garantie voor meer toewijzingen. Als het programma grotendeels uit vrije sector of dure koop bestaat, kunnen deze woningen niet worden ingezet voor de doelgroepen waarop het beleid is gericht. Andersom geldt: ook bij stevige beleidsinzet is de werking beperkt als het sociale programma wegvalt. 2024 is daarvan een sprekend voorbeeld: beleidsafspraken bestaan nog steeds, maar zonder nieuwe sociale huurwoningen is het aantal toewijzingen drastisch lager. 5.2.4 Gemeente realiseert sociale bouwdoelen slechts incidenteel De gemeentelijke ambitie om minimaal 30% sociale huur in nieuwbouwprojecten te realiseren wordt in de periode 2019–2024 vrijwel nergens waargemaakt. Alleen in 2021 komt het aandeel met 34% boven de norm.

In alle overige jaren blijft het percentage daaronder, met als dieptepunt het jaar 2024, waarin geen enkele sociale huurwoning is opgeleverd. Deze cijfers wijzen op een structureel tekortschietende doeltreffendheid van het sociale woningbouwbeleid: het gestelde doel wordt stelselmatig niet gehaald. Ook de doelmatigheid is laag, omdat beleidsinstrumenten zoals lokaal maatwerk en urgentietoewijzing afhankelijk zijn van voldoende beschikbaar sociaal aanbod. Zonder dat aanbod blijft de beleidsruimte in de praktijk grotendeels onbruikbaar. Tegelijk verdient dit beeld nuancering. 30% wordt in de opleveringen inderdaad niet gehaald, maar de uitvoeringsruimte is beperkt doordat de gemeente geen eigen grondpositie heeft en dus minder direct kan sturen, doordat de provinciale BSD 4 contouren weinig flexibiliteit bieden voor nieuwe locaties, en doordat lange procedures bij de Raad van State de doorlooptijd van plannen verlengen. Bovendien staat in de woningbouwprogrammering circa 36% sociale huur geprogrammeerd, wat aangeeft dat de beleidsintentie aanwezig is terwijl de vertaling naar feitelijke oplevering achterblijft.. 5.2.5 Vraag blijft groeien, maar beleidsinstrumenten kunnen niet meer leveren In 2024 reageerden maar liefst 408 nieuwe woningzoekenden voor het eerst actief op een sociale huurwoning in Kaag en Braassem.

Daarmee lag de instroom van nieuw woningzoekenden in het sociale segment hoger dan in alle voorgaande jaren. Ook het totaal aantal woningzoekenden bereikte met 755 personen een nieuw hoogtepunt. Mogelijk door herstructeringsplannen woningcorporaties waarbij 160 bewoners nieuwe woonruimte moeten die normaal gesproken Deze cijfers laten zien dat de daling in toewijzingen in 2024 niet komt doordat er minder mensen op zoek zijn, maar doordat zij geen passend aanbod meer kunnen vinden. Er is dus geen sprake van verdringing door een afnemende vraag: woningzoekenden worden niet uit het systeem gedrukt omdat er minder belangstelling is, maar omdat het systeem zelf geen oplossingen meer biedt.

4

Bestaande stads- en dorpsgebieden

27

28

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Figuur 2: Aantal actief woningzoekenden in Kaag en Braassem 2019-2024 1.000

528 500

685

525

408

239

251

228

244

260

0 2019

2020

755

753

618

2021

Totaal aantal actieve woningzoekende

2022

2023

2024

Instroom actieve woningzoekende

Bron: Woningzoekendenbestand woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025). De actieve woningzoekenden zijn gebaseerd op het veld ‘Eerste reactiedatum’ in het woningzoekendenbestand. Voor elk jaar is geteld hoeveel unieke woningzoekenden in dat jaar voor het eerst actief hebben gereageerd op een woningaanbod. Daarbij is alleen gekeken naar woningzoekenden met een geldige reactiedatum tussen 2019 en 2024. Deze groep is een indicatie van de jaarlijkse instroom op de woningmarkt in Kaag en Braassem.

Welke resultaten levert het beleid doelmatig op? En hoe doeltreffend is de inzet? De beleidsmatige inzet van Kaag en Braassem op woningtoewijzing is de afgelopen jaren duidelijk geïntensiveerd. De gemeente hanteert een uitgebreid instrumentarium om schaarse woningen te verdelen: urgentie, lokaal maatwerk, voorrang op basis van binding en leeftijd. Tegelijkertijd blijft de vraag groeien: het aantal woningzoekenden stijgt, en in 2024 is de instroom hoger dan ooit. Toch daalt juist in datzelfde jaar het aantal toewijzingen scherp en worden er géén sociale huurwoningen opgeleverd. De beleidsmatige werking komt daarmee in een spanningsveld: de gemeente verfijnt haar selectiecriteria, maar heeft steeds minder woningen om te verdelen. Daarmee ontstaat een beleidsmatige spagaat: het instrumentarium groeit, terwijl het fundament (voldoende en passend aanbod) structureel tekortschiet. Die scheefgroei heeft directe gevolgen voor de beleidsbeoordeling: • De doelmatigheid is laag, omdat de beleidsmiddelen niet meer effectief kunnen worden toegepast zonder beschikbaar sociaal woningaanbod. • De doeltreffendheid komt onder druk te staan, omdat het aantal beschikbare woningen daalt terwijl de instroom van woningzoekenden stijgt. Daardoor neemt de kans af dat kwetsbare of beleidsmatig gedefinieerde doelgroepen, zoals urgenten, jongeren of starters uit de gemeente, daadwerkelijk worden bereikt.

In paragraaf 4.4.4 gaan we hier verder op in. Bovendien blijkt uit de realisatiecijfers dat de gemeente haar eigen norm van minimaal 30% sociale huur in nieuwbouwprojecten slechts in uitzonderlijke gevallen bereikt. In meerdere jaren ligt het aandeel sociale huur fors lager, en in 2024 zelfs op 0%. Een toewijzingssysteem kan alleen werken als er ook woningen zijn om toe te wijzen. Zonder structurele verbetering aan de aanbodzijde, dreigt het beleid te verzanden in verdelingslogica zonder maatschappelijk effect.

5.3 Doelgroepen centraal: wie kreeg daadwerkelijk een woning? Na de analyse van het totaal aantal toewijzingen en woningzoekenden richten we ons nu op de verdeling naar doelgroep. Sinds 2019 hanteert Kaag en Braassem een steeds gerichter beleid om

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

29

specifieke groepen voorrang te geven. In deze paragraaf analyseren we in hoeverre dat beleid effect heeft gehad. We koppelen de beschikbare toewijzingsdata aan beleidsmatig gedefinieerde doelgroepen, zoals opgenomen in de huisvestingsverordening, het huisvestingsplan bijzondere doelgroepen en het lokaal maatwerk. Hieronder tonen we eerst een overzichtstabel van deze doelgroepen en hun ingangsdata. Dit vormt de basis voor de verdere analyse

Tabel 3: Overzichtstabel voorrangsgroepen toewijzingsbeleid Kaag en Braassem Doelgroep

Definitie

Vanaf

Beleidsdocument

Urgenten

Woningzoekende met dringende huisvestingsbehoefte, erkend via een urgentieverklaring.

1 juli 2019

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Regionale binding

Woningzoekenden die minimaal 2 jaar in de regio Holland Rijnland wonen.

1 juli 2019

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Jongeren en ouderen

Leeftijdsgroepen die bij specifieke woonvormen voorrang krijgen. Jongeren t/m 27 jaar en ouderen vanaf 55 jaar.

1 juli 2019

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Mantelzorgers

Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen.

1 juli 2019

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Doorstromers

Huurders die een corporatiewoning achterlaten en daarmee de voorraad ontlasten.

25 november 2019

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

Zorgdoelgroepen

Woningzoekenden met een zorgindicatie of beperking, afhankelijk van zorgzwaarte.

25 november 2019

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

Starters uit de gemeente

Starters met lokale binding, vaak gericht op eerste zelfstandige woonruimte.

25 november 2019

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

Jongeren uit de gemeente

Jongeren t/m 27 jaar met lokale binding, vaak gericht op eerste zelfstandige woonruimte.

25 november 2019

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

Kernbinding

Woningzoekende uit specifieke dorpen binnen Kaag en Braassem krijgen lokaal voorrang.

25 november 2019

Regels Lokaal Maatwerk Kaag en Braassem

Bijzondere doelgroepen

Statushouders, dak- en thuislozen, exgedetineerden, mensen met psychische of verstandelijke beperking, uitstroom uit instellingen, ‘tussen wal en schip’-groep.

1 januari 2021

Huisvestingsplan bijzondere doelgroepen

Starters (2024)

Woningzoekenden die nog niet eerder een sociale huurwoning hebben gehad.

1 januari 2024

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024

Grote gezinnen

Huishoudens met minimaal vijf minderjarige kinderen.

1 januari 2024

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024

Bron: Diverse beleidsdocumenten (zie laatste kolom). Waar definities ontbraken of onduidelijk waren, zijn deze aangevuld op basis van interviews met de gemeente en woningcorporaties. Bewerking Stec Groep (2025).

30

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

5.3.1 Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 Om te bepalen of het regionale beleid werkt, kijken we naar de toewijzingen aan vier doelgroepen: urgenten, woningzoekenden met regionale binding, jongeren en ouderen. Mantelzorgers zijn niet als zodanig geregistreerd in de dataset, daarom is deze groep buiten beschouwing gelaten. We vergelijken de periode vóór en ná de invoering van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 (vanaf Q3 2019). We beoordelen: 1. Of de beschikbare beleidsinstrumenten na invoering van de Huisvestingsverordening vaker zijn toegepast (doelmatigheid) 2. Of dit in praktijk ook heeft geleid tot meer toewijzingen aan de beoogde doelgroepen (doeltreffendheid)

Figuur 3: Toewijzingen verdeeld over doelgroepen uit de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019, periode 2019-2024 in kwartalen 120 113 101

100 80

83

76

60 40

105

63

60

59 47

69 59

66

65

65

50

56

49

45

38

33

56

34

41

25

20 0

Urgenten

Regionale binding

Jongeren

Ouderen

Totaal aantal toewijzingen

Bron: Toewijzingsdataset woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025).

A. Urgenten Licht stijgend aandeel toewijzingen na invoering beleid In de kwartalen vóór invoering van het nieuwe beleid (Q1 en Q2 van 2019) ging geen enkele toewijzing naar urgenten (0%). Na invoering is het aandeel urgenten licht gestegen: vanaf Q4 2019 zien we dat in verschillende kwartalen 1% tot 2% van de toewijzingen naar deze doelgroep ging. Daarmee is er sprake van een zekere inzet van het instrument, in contrast met de nulmeting in 2019. Doelmatigheid en doeltreffendheid: instrument wordt vaker toegepast, maar effect blijft gering De doelmatigheid is daarmee toegenomen: urgentie wordt na invoering vaker toegepast, al blijft dit beperkt tot een klein aandeel van de totale toewijzingen. De doeltreffendheid is minder goed aantoonbaar, omdat het aandeel urgenten weliswaar stijgt ten opzichte van de uitgangssituatie, maar structureel laag blijft en geen opwaartse trend laat zien over de jaren heen. Disclaimer: daarbij geldt dat we geen inzicht hebben in het totaal aantal urgenten binnen de gemeente. In dit onderzoek beperken we ons tot de urgenten die in Kaag en Braassem zelf zijn

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

gehuisvest. Het is echter goed mogelijk dat inwoners met een urgentieverklaring uit Kaag en Braassem elders in de regio Holland Rijnland een woning toegewezen hebben gekregen. Dit past binnen de systematiek van het regionale toewijzingsbeleid, waarin urgenten in principe overal binnen de regio terecht kunnen komen. De Regionale Urgentiecommissie Holland Rijnland bepaald per aanvraag of er sprake is van urgentie. Uit het jaarverslag 2024 van de Regionale Urgentiecommissie Holland Rijnland blijkt dat er 273 urgentie-aanvragen werden gedaan in 2024. Daarvan zijn er 149 toegekend. In heel 2024 is er één urgent geplaatst in gemeente Kaag en Braassem. B. Regionale binding Aandeel toewijzingen stijgt van nul naar substantieel na invoering beleid Voor woningzoekenden met regionale binding zien we een scherp verschil tussen de periode vóór en na juli 2019. In de eerste twee kwartalen van 2019 is geen enkele woning toegewezen op basis van dit criterium (0%). Vanaf Q3 2019 stijgt het aandeel direct, oplopend tot 16% in 2020 en een piek van 24% in Q2 2021. Ook in de jaren erna blijft een substantieel aandeel van de toewijzingen naar kandidaten met regionale binding gaan, met percentages die doorgaans tussen de 8% en 15% liggen. Alleen in enkele kwartalen vanaf eind 2022 zien we een terugval, met zelfs 0% in Q4 2023.

Doelmatigheid en doeltreffendheid: vaker toegepast, structureel effect onzeker Deze cijfers wijzen op een duidelijke beleidsinzet ná invoering van het nieuwe kader. Het gebruik van dit instrument is aantoonbaar doelmatiger geworden: regionale binding wordt sindsdien regelmatig toegepast, mogelijk ook via lokaal maatwerk. De stijgende aandelen wijzen bovendien op een zekere doeltreffendheid: het beleid heeft geleid tot betere toegang voor deze doelgroep. De terugval in 2023 en het wisselende niveau in 2024 roepen wel de vraag op of het effect structureel is. C. Jongeren Jongeren krijgen structureel een zeer laag aandeel toewijzingen Sinds 2019 ligt het aandeel toewijzingen aan jongeren (t/m 27 jaar 5) in Kaag en Braassem vrijwel voortdurend laag. In 2019 ligt het aandeel op 0–3%, in 2020 op 0–8% en in 2021 vrijwel op 0% (met alleen 4% in Q4). In 2022 stijgt het aandeel licht naar waarden van 1–6%, gevolgd door kwartalen van 2–8–7–0% in 2023. In 2024 loopt het aandeel uiteen van 4% in Q1 tot een piek van 10% in Q3. Daarmee blijft het aandeel jongeren structureel zeer beperkt en alleen incidenteel zichtbaar. Doelgroep jongeren groeit fors in actieve woningzoekende Het aantal jongeren dat actief reageert op woningen stijgt duidelijk tussen 2019 en 2024. In 2019 telde het systeem doorgaans 30–40 actieve jongeren per kwartaal, met een instroom van 4–12 nieuwe jongeren.

Vanaf 2021 neemt zowel het totaal als de instroom fors toe: het aantal nieuwe actieve woningzoekende jongeren stijgt naar 16–35 per kwartaal en het totaal aantal actieve woningzoekende jongeren groeit door naar 80–100 in 2024. De doelgroep jongeren wordt daarmee structureel groter en prominenter in het woningzoekendensysteem. Doelmatigheid en doeltreffendheid: spanning tussen zichtbaarheid en kans Beleidsmatig leidt dit tot een paradox. Enerzijds zijn jongeren als doelgroep steeds nadrukkelijker zichtbaar in het woningzoekendensysteem; ze schrijven zich vaker in en reageren vaker. Anderzijds blijkt uit de cijfers dat hun feitelijke kans op een toewijzing zeer beperkt is gebleven en

5

In het woningzoekendenbestand is deze groep geselecteerd op basis van de leeftijd van de oudste aanvrager.

31

32

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

de laatste jaren nauwelijks is toegenomen. Dit wijst op een lage doeltreffendheid van het beleid: de maatschappelijke doelstelling om jongeren beter te huisvesten wordt niet gerealiseerd. Ook de doelmatigheid staat onder druk. De regionale huisvestingsverordening is in potentie aanwezig , maar jongeren komen desondanks slechts mondjesmaat aan bod. Dit sluit ook aan bij het beeld uit de regio: jongeren behoren tot de leeftijdsgroepen met de allerlaagste slaagkans op een woning (2,8% in 2024). Daarmee zijn zij structureel de kwetsbaarste doelgroep binnen de woonruimteverdeling.

Figuur 4: Aantal (actief) woningzoekende jongeren (t/m 27 jaar), 2019-2024 120

80

58

60 40 20 0

99

91

100

46

37 21 4

29

34

10 9

38

66 68 66

70

85 60

50 54 48

46 44

12 14 14 15 14

68

80 80 80

25

19

Nieuwe woningzoekende jongeren

24

18 20 16 18 17

29 25

32 35 35 16 20

Actieve woningzoekende jongeren

Bron: Woningzoekendenbestand woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025). De actieve woningzoekenden zijn gebaseerd op het veld ‘Eerste reactiedatum’ in het woningzoekendenbestand. Voor elk jaar is geteld hoeveel unieke woningzoekenden in dat jaar voor het eerst actief hebben gereageerd op een woningaanbod. Daarbij is alleen gekeken naar woningzoekenden met een geldige reactiedatum tussen 2019 en 2024. Deze groep is een indicatie van de jaarlijkse instroom op de woningmarkt in Kaag en Braassem.

D. Ouderen Ouderen krijgen slechts incidenteel een groot aandeel toewijzingen Het aandeel toewijzingen aan ouderen (55 jaar en ouder) laat in de periode 2019–2024 een grillig patroon zien. In 2019 ligt het aandeel tussen de 2 en 14%. In 2020 blijft dit niveau laag, met waarden van 2 tot 6% per kwartaal. In 2021 is er een uitschieter zichtbaar: in het derde kwartaal wordt 48% van de woningen aan ouderen toegewezen. Daarna daalt het aandeel weer, met in 2022 en 2023 veelal percentages van 0 tot 7% per kwartaal. In 2024 lopen de waarden opnieuw uiteen: van 2% in Q3 tot een piek van 20% in Q1. Van een structureel hoog aandeel ouderen is daarmee geen sprake; de cijfers bewegen vooral tussen incidentele pieken en langdurige lage waarden. Een mogelijke verklaring voor de pieken is de samenhang met de oplevering van nieuwbouw waarbij vaak lokaal maatwerk voor ouderen wordt ingezet. Doelgroep ouderen blijft beperkt maar piekt in 2024 De instroom van nieuwe actieve woningzoekende ouderen varieert sterk: van lage kwartalen met circa 7 nieuwe woningzoekenden (bijvoorbeeld in Q2 2020) tot pieken richting 30 per kwartaal (zoals in Q1 2020). Zie figuur 5 op de volgende bladzijde. Het totaal aantal actieve woningzoekende ouderen beweegt tussen een dieptepunt van ongeveer 22 in Q4 2019 en pieken van 58 tot 63 in 2024.

Daarmee is de doelgroep wisselend van omvang, maar blijft zij in absolute zin beperkt vergeleken met andere groepen.

40

33

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

Doelmatigheid en doeltreffendheid: ouderen profiteren slechts incidenteel en kansen blijven wisselend Ook bij ouderen laten de cijfers zien dat beleidsmatige inzet zich niet vertaalt in structurele resultaten. Incidenteel profiteren ouderen van een groot aandeel toewijzingen, maar in de meeste kwartalen is hun aandeel beperkt en fluctuerend. Dat maakt de doelmatigheid van het beleid kwetsbaar: de middelen bereiken de doelgroep slechts onregelmatig. De doeltreffendheid is evenmin overtuigend. Ondanks dat ouderen in absolute aantallen een substantiële groep vormen en beleidsmatig worden beschouwd als kansrijke doelgroep voor doorstroming, blijft hun feitelijke kans op een woning sterk afhankelijk van uitzonderlijke pieken. Daarmee wordt de beleidsdoelstelling om ouderen structureel beter te bedienen slechts ten dele waargemaakt. Tegelijkertijd gaat het hier om een zeer kritische doelgroep die niet zomaar een oude (vaak grotere) woning achterlaat. De gemeente is daarom voornemens om gezamenlijk met de woningcorporaties de inzet van doorstroommakelaars te introduceren.

Figuur 5: Aantal (actief woningzoekende) ouderen (vanaf 55 jaar), 2019-2024 120 100 80 60 40

58 46

43

33 22

20 0

64

58 55

13 16

8

21

41

32 32 36 30 7

13

19

11 8

Nieuwe woningzoekende ouderen

48

15

53 49

7

40 39

13 11 14 14

63 49

58

41 43

22 8

10 11 14

34 37 24 26 27

Actieve woningzoekende ouderen

Bron: Woningzoekendenbestand woningcorporaties (2025), bewerking Stec Groep (2025). De actieve woningzoekenden zijn gebaseerd op het veld ‘Eerste reactiedatum’ in het woningzoekendenbestand. Voor elk jaar is geteld hoeveel unieke woningzoekenden in dat jaar voor het eerst actief hebben gereageerd op een woningaanbod. Daarbij is alleen gekeken naar woningzoekenden met een geldige reactiedatum tussen 2019 en 2024. Deze groep is een indicatie van de jaarlijkse instroom op de woningmarkt in Kaag en Braassem.

Welke resultaten levert het beleid doelmatig op? En hoe doeltreffend is de inzet? De cijfers laten zien dat de werking van het toewijzingsbeleid in Kaag en Braassem sterk uiteenloopt per doelgroep. Voor urgenten geldt dat het instrument na invoering wordt toegepast. Dit vertaalt zich in een aandeel van hooguit 1–2% van de totale toewijzingen. De inzet is doelmatig. De inzet is niet doeltreffend omdat het structureel een laag aantal toewijzingen betreft. Daarbij speelt een registratierisico: een deel van de urgenten wordt waarschijnlijk via andere routes gehuisvest, wat in de monitoring niet zichtbaar wordt.

Wonen op maat: huisvesting van doelgroepen in gemeente Kaag en Braassem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5a3b1c83-fa81-4540-9d55-d4ace8680ad4