Omgevingsvisie Kaag en Braassem november 2021
Tekst van het document
Gemeente Kaag en Braassem
32
Er is een rode draad te zien als het gaat om het in stand houden en verbeteren van het groen en blauw in Kaag en Braassem. Net als bij het versterken van de biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling, vraagt ook het klimaatadaptief maken van onze gemeente een gezamenlijke inspanning van inwoners, agrariërs en andere bedrijven en de verschillende overheidsinstanties. Opvang van regenwater en tegelijkertijd koelen Gelukkig geeft een deel van onze inwoners aan open te staan voor dit soort maatregelen. Circa 90% van de respondenten van het inwonerspanel laat weten bereid te zijn om regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van de wc. Het verminderen van het aandeel tegels en verharding in de voor- en achtertuin en daarvoor in de plaats planten, struiken en bloemen plaatsen is nog zo’n maatregel die zoden aan de dijk zet (55% van de respondenten van het inwonerspanel is bereid deze stap te zetten). Net als het eerdergenoemde afkoppelen en het opvangen van regenwater in een regenton. Verder is het mogelijk om zoveel mogelijk groene daken (sedum natuurlijke begroeiing) toe te passen. Hierdoor vang je niet alleen water op en houd je het langer vast, het heeft ook een verkoelend effect. Zowel binnen als buiten.
Deze effecten gelden overigens voor vrijwel al het groen en in het bijzonder bomen: niet alleen doordat ze overdag voor schaduw zorgen maar ook omdat ze ’s nachts de omgeving koelen. Daar komt nog eens bij dat bomen uitstekend water kunnen vasthouden wanneer ze merken dat dit goed is, zeker wanneer de boom een grote kroon en veel bladeren heeft. Vandaar ook dat bomen een belangrijke functie hebben en zoveel mogelijk behouden moeten worden, helemaal binnen de bebouwde kom waar de gevolgen van extreem weer meestal groter zijn dan daarbuiten.
In het document dat beschrijft hoe de openbare ruimte ingericht moet worden, de Leidraad Inrichting van de Openbare Ruimte (LIOR), wordt rekening gehouden met deze waardevolle kwaliteiten van het groen. Zo is er binnen de gemeente de afspraak dat bomen die gekapt worden bij nieuwe ontwikkelingen, in gelijke aantallen gecompenseerd terug moeten komen. Hier bovenop komt het verplichte groen, en ‘nieuwe’ (extra) bomen, die aangelegd of gepoot moeten worden bij bijvoorbeeld nieuwbouw. Dit is noodzakelijk om onze wijken aantrekkelijk en gezond te houden voor de inwoners, en bovendien draagt het stevig bij aan het verbeteren van de biodiversiteit en kunnen we daardoor beter omgaan met het extreme weer van de toekomst. Wat willen we bereiken? - Het groen in Kaag en Braassem zoveel mogelijk behouden, vergroten of ontwikkelen zodat het in de toekomst een bijdrage kan leveren aan het omgaan met klimaatverandering. - De leefomgeving van Kaag en Braassem zo inrichten en onderhouden dat we in de toekomst beter om kunnen gaan met klimaatverandering en extremer weer.
33 Foto: N. Bartels
• Een goede, schone en gezonde luchtkwaliteit Naast een goede waterkwaliteit en een gezonde bodem, is de luchtkwaliteit van groot belang voor onze inwoners. De verwachting is dat de lucht schoner zal worden doordat meer en meer mensen overgaan op elektrisch rijden. Daar staat tegenover dat misschien meer mensen biomassa (via bijvoorbeeld houtkachels) gaan verstoken, wat de kwaliteit zal aantasten. Luchtkwaliteit wordt dus als een afweging meegenomen bij de ruimtelijke ontwikkelingen. Kaag en Braassem ligt vlakbij de luchthaven Schiphol. De economische en maatschappelijke belangen zijn groot. De luchthaven heeft een impact op de omgeving en samenleving. De opgave voor de lange termijn is tot een evenwichtige ontwikkeling te komen van luchthaven en omgeving. Belangrijk is om de balans te behouden en te streven naar verbetering tussen leefbaarheid voor inwoners en het behoud van het internationale netwerk op Schiphol. Dat houdt in: een gemeente waar onze inwoners goed en gezond kunnen wonen, leven en werken en een economisch sterke en bereikbare luchthaven die in samenhang met de omgeving en met behulp van innovatie kan worden ontwikkeld. Wij streven naar het terugdringen van de hinder die inwoners van Schiphol ervaren.
Dat betekent een betere luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast. Wij willen geen uitbreiding van het banenstelsel met een parallelle Kaagbaan en/of andere aanpassingen van het banenstelsel die nadelig uitpakken voor de mensen in Kaag en Braassem. Schiphol mag pas groeien als aantoonbare hinderreductie plaatsvindt. De gemeente is van oordeel dat de grens van het aantal vluchten is bereikt en dat er tot 2023 een ‘pas op de plaats’ moet worden gemaakt. De gemaakte afspraken met Schiphol moeten eerst nagekomen worden en handhaafbaar worden via een wettelijke verankering. In afwachting hiervan en van het onderzoek naar de herziening van het luchtruim en de Luchtvaartnota is voor verdere uitbreiding op de huidige locatie in ieder geval tot 2023 geen draagvlak. De gemeente draagt dit standpunt actief uit richting het ministerie en Schiphol’ • Zo min mogelijk lichthinder Lichthinder kan ontstaan doordat er veel kunstmatig licht in de donkere uren zichtbaar is. Dit treedt vaak op bij sportvelden, tuinbouwkassen, (onoverdekte) paardenbakken. Het kan een negatieve invloed hebben op het woongenot van inwoners, en ook op het gedrag van dieren zoals vleermuizen. Vandaar dat ook lichthinder een fenomeen is dat plaats zal krijgen in de afweging bij nieuwe ontwikkelingen.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN
34
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: A. Kroon
• Goed omgaan met het water Ons water wordt intensief gebruikt. Voor recreatieve vaart, maar ook vanwege de bedrijfsmatige vaart. Bovendien liggen er in sommige delen van Kaag en Braassem verschillende woonarken. Dit legt zijn beslag op ons water en kan, wanneer er onverstandig wordt gehandeld, negatieve gevolgen hebben voor onze waterkwaliteit en de natuur. Daar moeten we dus samen voor waken. • Verantwoord gebruik van drones We zien steeds vaker drones. Het gebruik ervan wordt populairder, bijvoorbeeld om prachtige foto’s te schieten van ons landschap. Maar drones kunnen ook de natuur en het leven van de unieke weidevogels verstoren. Bovendien lopen er vliegroutes van en naar Schiphol over onze gemeente. Het is daarom niet toegestaan om in Kaag en Braassem overal zomaar met een drone te vliegen. • Slim en verstandig duurzame energie opwekken Het opwekken van duurzame energie (zie hoofdstuk 2) is belangrijk voor een toekomstbestendig Kaag en Braassem. We moeten daarbij wel rekening houden met de natuur bijvoorbeeld bij het eventueel plaatsen van windmolens en/of andere mogelijkheden voor duurzame energieopwekking. Windmolens kunnen bijvoorbeeld ook weidevogels en natuurgebieden verstoren.
35
Een dak boven je hoofd hebben is één van de basisbehoeften van de mens. Kaag en Braassem is een mooie woongemeente en dat willen we ook blijven. Een gemeente met aantrekkelijke kernen in het Groene Hart, die zich onderscheidt van andere gemeenten door haar unieke ligging en woonmilieus. Maar de druk op de woningmarkt is groot. Bijvoorbeeld door scheefwonen, een stagnerende doorstroming en een gebrek aan betaalbare koop- en huurwoningen; aspecten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Bovendien vinden we dat alle doelgroepen evenredig aan de behoefte aan bod moeten komen op de woningmarkt. Er is dan ook aandacht voor (het realiseren van) een grote mate aan diversiteit in woningtypes om betaalbaar en geschikt wonen mogelijk te kunnen maken. De leefbaarheid van en ruimtelijke kwaliteit in de kernen staan hoog in het vaandel. De focus voor bouwplannen ligt op ‘passend in de omgeving’.
Foto: R. Looijenstein
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
4
Wonen in Kaag en Braassem
ACHTERGROND
Gemeente Kaag en Braassem
36
Samenstelling gemeente in relatie tot de woningmarkt Het rapport ‘Woningmarktonderzoek Kaag en Braassem’ uit augustus 2019 stelt dat er in Kaag en Braassem 11.240 huishoudens zijn en dat de bewoonde woningvoorraad bestaat uit circa 10.840 (zelfstandige) woningen. De volledige woningvoorraad is met bijna 11.300 woningen groter, maar een deel wordt niet bewoond door frictieleegstand (verhuizing, renovatie, etc.) of structurele leegstand. 38% van die huishoudens zijn gezinnen (landelijk 33%), maar mede door de vergrijzing en echtscheidingen kent onze gemeente ook veel eenpersoonshuishoudens. Veel jongeren trekken bovendien weg uit de gemeente. Circa 40% van de sociale huurwoningen wordt bewoond door scheefwoners. Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma in Kaag en Braassem is, ook per kern, in lijn met de provinciale bevolkingsprognose. Om voor de juiste doelgroepen te bouwen, zouden volgens het onderzoek de nieuwbouwplannen tot 2025 voor twee derde moeten bestaan uit grondgebonden koop, 11% grondgebonden huur en de rest appartementen met lift of seniorenwoningen/gelijkvloerse woningen. 50% van de respondenten uit het inwonerspanel vindt dat er het meeste behoefte is aan koopwoningen in onze gemeente en dan met name starterswoningen (64%). De andere helft (47%) is van mening dat er meer behoefte is aan huurwoningen, maar ook dan vooral in de categorie starterswoningen (50%).
82% van de respondenten uit het panel is het bovendien (zeer) eens met de stelling dat een starter uit het dorp voorrang moet krijgen voor een woning ten opzichte van iemand van buiten het dorp. Deze cijfers geven aan waar de focus zou moeten zitten en bevestigen onze doelstellingen. Huisvesting van specifieke doelgroepen Met ingang van 2021 krijgt de gemeente een nieuwe verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Per jaar zijn hiervoor ongeveer vijftien goedkope één- of tweekamerwoningen nodig. Daarnaast zorgt de komst en aanwezigheid van (arbeids)migranten naar onze regio voor een groot huisvestingsvraagstuk. ‘Passend in de omgeving’ bouwen Als we het woningtekort op willen lossen, dan moeten er keuzes gemaakt worden zoals: ‘inbreiden of uitbreiden?’ en ‘gaan we de hoogte in?’. Met de stelling ‘Om het woningtekort aan te pakken mag er hoger worden gebouwd dan drie lagen’ is 50% van de respondenten het (zeer) oneens. Daarentegen is 39% het hiermee (zeer) eens. We zien voor dit hoofdstuk de volgende opgaven die bovendien niet los van elkaar kunnen worden gezien: - woningbouwplannen richten op de behoefte; - doorstroming bevorderen; - huisvesting voor specifieke/bijzondere doelgroepen realiseren; - het definiëren van wat passend is in de omgeving.
1
Hoofdstuk titel over één of twee regels 37
Foto: J. Kret
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM
De gemeente heeft de rechtmatige rol om planologische maatregelen (zoals omgevingsvergunningen) vast te stellen, ook na de invoering van de Omgevingswet. Dit biedt rechtszekerheid voor grondeigenaren. Daarnaast hebben we de verantwoordelijkheid om woningen te ontwikkelen voor onze inwoners. Dit doen we in samenwerking met inwoners, ontwikkelaars, woningcorporaties en andere stakeholders. Omdat we weinig grond in eigendom hebben en ervoor gekozen hebben een regiegemeente te zijn, zijn we hier vaak niet leidend in. Wel kunnen we kaders stellen en stimuleren door in gesprek te gaan met ontwikkelaars. In de realisatie van de opgaven bij wonen hebben wij verschillende rollen: - We voorzien inwoners van de juiste informatie. We geven aan waar behoefte aan is. Daarnaast attenderen wij initiatiefnemers op het beleid dat wij of andere (overheids)partijen hebben vastgesteld (samenwerkende overheid). Hierbij kan gedacht worden aan de eis van 30% sociale woningbouw en de Doelgroepenverordening. Ten slotte sturen we meer op de kwaliteit van ontwikkelingen - zoals de juiste woningtypes voor de beoogde doelgroepen - en niet enkel op kwantiteit. - We nemen initiatiefaanvragen in behandeling, beoordelen deze en begeleiden inwoners bij het traject dat zij moeten doorlopen (rechtmatige overheid).
GEWENSTE BEWEGING Met de omgevingsvisie zien we voor dit onderwerp de volgende beweging: - van focus op kwantiteit… naar focus op kwaliteit; - van algemene regelingen… naar het leveren van maatwerk; - van meerdere bestemmingsplannen… naar één omgevingsplan.
WONINGBOUWPLANNEN RICHTEN OP DE BEHOEFTE
Gemeente Kaag en Braassem
38
We zoeken een balans tussen bouwen voor ‘bovenregionale vraag’, ‘regionale vraag’ en ‘de eigen inwoners’. Het woningbouwproject Braassemerland voorziet bijvoorbeeld gedeeltelijk ook in het huisvesten van mensen van buiten onze regio. Nieuwbouwplannen in de kernen zijn vaak bedoeld voor de eigen inwoners en hier zijn nu al verschillende vormen van maatwerk om dit te waarborgen. De ambitie in Kaag en Braassem is: iedereen binnen een redelijke termijn een passende woning op de juiste plek. In de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland en de bijbehorende, meest recente woningbehoefteraming (trendraming) zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad. Elke te bouwen woning wordt afgestemd met Holland Rijnland en met name regio Oost (Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem). Het aantal woningen dat we volgens deze raming nog mogen bouwen in regio Oost is beperkt. We houden dan ook zelf de controle over de algehele woningbouwplanning en sturen daarom meer en meer op de kwaliteit van plannen. Bijvoorbeeld door: - het toevoegen van een woningtype dat ontbreekt of waar behoefte aan is in de gemeente; bijvoorbeeld zorg-/ seniorenwoningen (levensloopbestendig) en goedkope koopof (sociale) huurwoningen (Regionale Woonagenda, 2018), maar ook middeldure huur- en betaalbare koopwoningen (t.b.v. jongeren/starters/middeninkomens);
- het zoeken naar een oplossing voor een onwenselijke activiteit; bijvoorbeeld een bedrijf met een hoge milieucategorie en/of binnen een dorpskern; - het realiseren van ruimtelijke kwaliteitswinst; bijvoorbeeld in het kader van ‘ruimte voor ruimte’ en/of het slopen van vervallen bebouwing. We hebben met de regio Holland Rijnland afspraken gemaakt omtrent sociale woningbouw. 25% van het totale woningbouwprogramma per gemeente dient zodoende te bestaan uit sociale huurwoningen. Wij hebben zelf de doelstelling gesteld om 30% van de totale bouwproductie per jaar uit te voeren als sociale woningbouw: 25% sociale huur en 5% sociale koop. Die 5% sociale koop is eventueel in te wisselen voor 20% betaalbare koop (tot €250.000). Echter, vanwege de vele eisen/voorwaarden omtrent (de toewijzing van) sociale woningbouw is het realiseren van sociale woningbouw binnen kleine woningbouwontwikkelingen (11 woningen of minder) ruimtelijk niet wenselijk of door regelgeving onmogelijk. Daarom wordt bij dergelijke plannen het percentage sociale woningbouw ‘afgekocht’ door de verschuldigde bijdrage te storten in het sociale vereveningsfonds. Met dit geld kan het fonds sociale woningbouwprojecten faciliteren door bijvoorbeeld grond te kopen of corporaties te helpen tot een sluitende exploitatie te komen.
Bij woningbouwontwikkelingen van 12 woningen of meer is het percentage sociale woningbouw een harde eis en kan dit niet worden ‘afgekocht’.
We sluiten in principe op voorhand geen enkel woningtype uit, omdat er altijd sprake kan zijn van onvoorziene uitzonderingen, maar we richten ons wel zoveel mogelijk op de behoefte. Zo zien we steeds vaker dat inwoners zelf met een groep opdracht geven voor nieuwbouw: Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Ook de levensloopbestendigheid van woningen staat op ons netvlies. Zodra een woning als levensloopbestendig wordt aangevraagd, nemen we voorwaarden (o.a. drempelloos en brede deurkozijnen) hiervoor op in de vergunning. Daarnaast is ook het woningtype tiny house in opkomst. Als gemeente staan we positief tegenover dit woonconcept, al zullen we deze woonvorm niet snel zelf realiseren. Het is aan initiatiefnemers zelf om over te gaan op realisatie op een eigen stuk grond. Wat betreft woningtypen zijn we wel terughoudend als het gaat om bedrijfswoningen en woonboten. Voor het eerste type geldt dat de noodzakelijkheid en doelmatigheid aangetoond moet worden en dat tweede bedrijfswoningen nagenoeg zijn uitgesloten.
Voor woonboten geldt in principe een uitsterfbeleid, wat betekent dat er geen nieuwe woonarken meer worden toegestaan en de ligplaats over het algemeen verdwijnt zodra een woonboot wordt verplaatst. Als het gaat om tijdelijke woningen dan zou dat in elk gebiedstype mogelijk moeten zijn, mits dit geen belemmeringen oplevert (bijvoorbeeld voor omliggende bedrijven). Vrijkomende locaties in bijvoorbeeld glastuinbouwgebieden zouden waar mogelijk in eerste instantie ingezet moeten worden ten behoeve van woningbouw en pas daarna voor de inpassing van groen of duurzame energieopwekking.
DOORSTROMING BEVORDEREN Op dit moment zit de woningmarkt in onze gemeente vast. Ouderen blijven langer in een grote woning wonen, omdat een kleinere woning niet beschikbaar is of omdat de huurlasten van de nieuwe woning te hoog zijn. Starters kunnen (vervolgens) niet of nauwelijks een woning kopen en worstelen zodoende ook met de betaalbaarheid van woningen. Deze doelgroep blijft daarom ook langer in een sociale (huur)woning zitten dan gewenst. In theorie is binnen Kaag en Braassem het aandeel sociale woningen in evenwicht met het aandeel huishoudens dat hier qua inkomen op aangewezen is. Echter, feitelijk wonen er in ongeveer 40% van de sociale huurwoningen huishoudens die inmiddels een inkomen hebben boven de inkomensgrens voor een sociale huurwoning. Deze huishoudens noemen we ook wel ‘scheefwoners’. Het is zaak dit scheefwonen te beperken.
39
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Het bouwen van huurwoningen gebeurt meestal in samenwerking met de woningcorporaties. De bouwplanning van sociale huurwoningen leggen we daarom vast in prestatieafspraken met die corporaties. Voor sociale woningen geldt de Doelgroepenverordening. Die geeft bijvoorbeeld aan dat de koop- en huurwoningen toegewezen worden aan inwoners uit Kaag en Braassem met een beperkt inkomen en bepaalt dat deze respectievelijk minimaal tien en twintig jaar voor de juiste doelgroep(en) beschikbaar blijven.
Gemeente Kaag en Braassem
40
Een manier om doorstroming op de woningmarkt te stimuleren en bovendien starters en spoedzoekers van woonruimte te kunnen voorzien, is om op korte termijn de juiste woningtypes te realiseren. Een dergelijk woningtype zou lage middenhuur (±€800,-) kunnen zijn (Woningmarktonderzoek Kaag en Braassem, 2019), maar hiervoor zijn we afhankelijk van projectontwikkelaars en corporaties. Dit alleen zal ook niet voldoende zijn, omdat inwoners niet gedwongen kunnen worden te verhuizen. Er zijn dan ook andere instrumenten nodig om de doorstroming te bevorderen, zoals het invoeren van een standaard inkomenstoets.
HUISVESTING VOOR SPECIFIEKE/BIJZONDERE DOELGROEPEN REALISEREN Wij krijgen als gemeente steeds meer verantwoordelijkheden en hebben zodoende te maken met verschillende huisvestingsvraagstukken. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten die zich hier – al dan niet tijdelijk (seizoenarbeiders) – willen vestigen, maar op dit moment aangewezen zijn op de reguliere woningmarkt. Onze ondernemers kunnen niet zonder deze arbeidsmigranten en wij zetten ons dan ook in voor de realisatie van goede, veilige en menswaardige huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente. In 2018 is hiervoor de ‘Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten’ opgesteld. Deze beleidsregel is van toepassing op de logiesgewijze huisvesting van arbeidsmigranten op locaties binnen de verschillende gebiedstypen van de gemeente.
Naast deze specifieke doelgroep, onderscheiden we ook vijf zogeheten ‘bijzondere doelgroepen’: 1. De uitstroom vanuit intramurale zorg. Met ingang van 2021 krijgen gemeenten een nieuwe verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met de hervorming van de zorg gaan steeds meer mensen zelfstandig wonen, ook mensen met psychische problemen. Zij gaan steeds meer zelfstandig of geclusterd wonen met ambulante begeleiding in plaats van in intramurale voorzieningen. Daarmee is er dus ook minder behoefte aan grote, dure zorginstellingen. 2. Mensen die voor veel overlast zorgen in hun woonomgeving en dus beter in een prikkelarme omgeving kunnen wonen. Daarbij denken we aan geschikte woonlocaties in zogeheten ‘skaeve huse’, vaak in de vorm van een containerwoning. 3. De ‘tussen wal en schip groep’. Er bestaat een groep inwoners die niet in aanmerking komt voor de huidige urgentieregeling of contingent-woningen. Voor deze groep wordt gezocht naar een flexibel aanbod om hen te voorzien van een woning. 4. Wonen mogelijk maken bij dakloosheid. Deze maatschappelijke opvang vraagt eveneens om passende, flexibele woonvormen. 5. Statushouders. Er is een landelijke regeling die voorziet in de huisvesting van statushouders binnen de gemeente.
o het bouwen van betaalbare woningen voor ouderen, starters en jongeren om zo de doorstroming te stimuleren; o het realiseren van geschikte woonvoorzieningen voor bijzondere doelgroepen; o het realiseren van flexibele, tijdelijke woonconcepten om acute woonproblemen op te lossen; o het verzorgen van humane huisvesting voor arbeidsmigranten.
HET DEFINIËREN VAN ‘WAT IS PASSEND IN DE OMGEVING?’ Bouwen in een tijd van schaarse mogelijkheden vraagt om duidelijke keuzes. Voor wie bouwen we, waar bouwen we en wat bouwen we? Voor wie? We bouwen voor alle doelgroepen, maar hebben op basis van woononderzoeken een extra focus op jongeren, starters en senioren. Het inwonerspanel ondersteunt dit. Daarnaast proberen we scheefwoners door te laten stromen op de woningmarkt. Ook de mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen zijn nadrukkelijk in beeld en proberen we te huisvesten.
We gebruiken de mogelijkheden van lokaal maatwerk om inwoners van Kaag en Braassem voorrang te geven bij de toewijzing van zowel nieuwe als bestaande woningen. Mooi voorbeeld hiervan zijn de prestatieafspraken die gemaakt zijn met de woningcorporaties. 41
Waar? We sluiten geen enkel dorp uit van woningbouwinitiatieven. Grootschalige woningbouw – meer dan 11 woningen – concentreert zich voornamelijk in de kernen waar voorzieningen zijn (Roelofarendsveen, Oude Wetering, Leimuiden en Woubrugge) en die zijn aangemerkt als ‘centrum dorps’ (zie hoofdstuk 9). We bouwen bij voorkeur binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (‘inbreiden’), dan wel de bebouwde kom en in de nabijheid van openbaar vervoer. De definitie van bestaand stads- en dorpsgebied is “Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Deze definitie van de provincie Zuid-Holland is leidend, de BSD-kaart is indicatief. Op de kaarten als bijlagen bij hoofdstuk 9 Gebiedstypen komt de contour van ‘centrum dorps’ en ‘landelijk dorps’ overeen met die BSD-contour. Echter, het aantal geschikte en overgebleven inbreidingslocaties is beperkt. Het kan dan ook zomaar zo zijn dat we in overleg moeten treden met de provincie om buiten de BSD-contour te bouwen of dat we met bouwplannen de hoogte in moeten.
Als voorschot daarop hebben we zelf een tweede contour opgenomen (de lichtere arcering ‘kernen’ op de kaarten), die de in onze ogen logische uitbreidingsruimte bij de verschillende dorpen illustreert. Zie voor een gedetailleerde toelichting de beschrijving van de gebiedstypen en dorpsperspectieven in hoofdstuk 9.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Wat willen we bereiken? Deze alinea betreft een samenvatting van hetgeen we willen bereiken voor bovenstaande drie opgaven tezamen. - Passend aanbod bieden voor al onze inwoners, jong en oud, met en zonder beperking en statushouders, zodat zij in Kaag en Braassem kunnen blijven wonen, of binnen een redelijke termijn een woning vinden. Voor hen is voldoende woonruimte aanwezig, die past bij hun levensfase, inkomen en mogelijke ondersteuningsvraag. Daarom zetten we in op:
Gemeente Kaag en Braassem
42
Het gaat dan eigenlijk altijd om het bouwen aan de dorpsranden op zoek naar natuurlijke grenzen om dorpen ‘af te maken’, zodat de impact op het open landschap beperkt blijft. Het belang van een goede landschappelijke inpassing is groot. Bij een eventuele ontwikkeling aan een dorpsrand moet dan ook extra aandacht besteed worden aan de geleidelijke overgang tussen woonwijk en open landschap. We gaan geen ‘nieuwe dorpen stichten’ midden in de polder. Daarnaast is het niet wenselijk om te bouwen binnen gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling. Op dat onderwerp is nog een flinke innovatieslag nodig om in deze gemeente duurzaam te kunnen wonen. Met andere woorden: ‘inbreiden waar het kan, uitbreiden waar het moet’. Wat (is passend in de omgeving)? Deze vraag bekijken we per initiatief en het antwoord kan dus ook per geval verschillen. Ontwikkelingen zijn vaak maatmerk en hoofdmoot is dat de ontwikkeling fysiek gezien ‘passend is in de omgeving’. Dat gaat bijvoorbeeld om bouw- en goothoogtes, woningtypes en de situering in de bestaande omgeving. Een stedenbouwkundige moet elk nieuwbouwvoorstel beoordelen en positief onderbouwen. In specifieke gevallen kan er een beeldkwaliteitsparagraaf geëist worden. Het is goed om te beseffen dat uitbreiding en hoogbouw (hoger dan vier lagen dan wel 12/13 meter) geen doelen op zich zijn, maar voortkomen uit het volkshuisvestingsvraagstuk.
De beschikbare ruimte voor woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied is zogezegd beperkt en dus sluiten we hoogbouw met name in de centrum dorpse kernen Leimuiden, Oude Wetering, Roelofarendsveen en Woubrugge niet uit. De kleinere kernen, aangemerkt als landelijk dorps, zijn minder geschikt voor hoogbouw.
Hoogbouw binnen uitbreidingen als Braassemerland of aan de dorpsranden is bespreekbaar, bijvoorbeeld om verdere aantasting van het open landschap te voorkomen. In alle gevallen stellen we duidelijke voorwaarden bij hoogbouwinitiatieven en toetsen we aan aspecten als schaduwwerking, alzijdigheid (architectuur) en de vormgeving van de openbare ruimte. Begin 2021 is de ‘Visie op hoogbouw en inbreiden/uitbreiden’ voor de hele gemeente vastgesteld, waarin dieper ingegaan wordt op wat wij als gemeente verstaan onder hoogbouw en hierin komen ook alle aspecten waar aan getoetst zal worden aan de orde. Ten slotte is het aantal woningen dat we de komende jaren nog mogen bouwen volgens de woningbehoefteraming beperkt. Bij nieuwe ontwikkelingen – en dan bedoelen we dus niet de woningbouwplannen die al zijn goedgekeurd door de provincie – sturen we tegenwoordig dan ook meer op kwaliteit in plaats van enkel op kwantiteit. Met de kwaliteit van plannen bedoelen we het juiste woningtype voor de doelgroepen die we willen voorzien van een passende woning, want uiteraard zijn alle nieuwbouwwoningen in onze gemeente van een hoge kwaliteit wat betreft materiaalkeuze en duurzaamheid. We verliezen de aantallen niet uit het oog. Het gaat dan ook niet om een nieuwe doelstelling, maar om een aangescherpte doelstelling: voldoende bouwen met de juiste kwaliteit.
Wat willen we bereiken? - Het bouwen van de juiste hoeveelheid passende woningen. - Kansen vergroten op een woning voor inwoners van Kaag en Braassem door het toepassen van lokaal maatwerk waar mogelijk. - Het behoud of bij voorkeur verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het woon- en leefklimaat door op de juiste plek te bouwen.
SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN
• Wij houden rekening met de omgeving Bij de realisatie van nieuwe woningen moet er op basis van de wet- en regelgeving altijd sprake zijn van een goed woonen leefklimaat. Zo moet bijvoorbeeld zowel de lucht- als de bodemkwaliteit geschikt zijn om te wonen. Daarnaast mag er geen sprake zijn van (overmatige) geur-, geluid-, licht- en/of trillinghinder. Ook is er aandacht voor de grenswaarden in het kader van externe veiligheid, bijvoorbeeld ten opzichte van een lpg-tankstation of transportroute van gevaarlijke stoffen. In het kader van een gezonde en veilige leefomgeving zijn we kritisch op het gebruik van houtkachels, drones en het hobbymatig houden van dieren. Ook houden we rekening met de beperkingenzones (o.a. de contouren vanuit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol) die van toepassing zijn voor onze gemeente.
• Ruimte voor recreatie en bedrijvigheid Er is bij woningen ruimte voor andere activiteiten zoals recreatie (bijv. bed & breakfast) of bedrijvigheid (bedrijf of beroep aan huis). De mate waarin dat mogelijk is verschilt per gebied. In alle gevallen moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en wegen we de verkeersaantrekkende werking goed mee. Daarnaast mogen bij de oprichting van nieuwbouwwoningen bestaande omliggende bedrijven niet beperkt worden in hun bedrijfsactiviteiten en (uitbreidings)mogelijkheden. Aan de andere kant mogen diezelfde nabijgelegen bedrijven geen belemmering vormen voor het woonen leefklimaat van de nieuwe woning(en).
43
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
De specifieke uitgangspunten vormen een kader voor nieuwe ontwikkelingen en zijn een kapstok voor het opstellen van het omgevingsplan. Op dit moment is het grondgebied binnen de gemeentegrenzen nog onderverdeeld in een vijftiental bestemmingsplannen (kleine postzegelplannen niet meegerekend). In bestemmingsplannen is voor de gehele gemeente vastgelegd wat de gebruiks- en bouwregels zijn. Die regels kunnen voor elk bestemmingsplan net iets anders zijn. Met de invoering van de Omgevingswet worden uiteindelijk al die losse bestemmingsplannen omgezet naar één omgevingsplan en zullen we gaan werken met een onderverdeling van de gemeente in gebiedstypen (zie hoofdstuk 9).
• Nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van een gebied De gemeente Kaag en Braassem is een welstandsluwe gemeente, maar dat betekent niet dat alles mogelijk is. Ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van een gebied. Bovendien zijn we extra zuinig op het beperkte lijstje van karakteristieke panden (voorheen gemeentelijke monumenten) en de linten die aangemerkt zijn als karakteristiek gebied (voorheen beschermd dorpsgezicht) in onze gemeente. Het onderhouden van dergelijke panden gaat meer geld kosten en het wordt steeds lastiger voor particulieren om dit op te brengen. Het splitsen van karakteristieke woningen kan een bijdrage leveren aan het behoud van deze panden. Nieuwe ontwikkelingen moeten altijd voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke Nota Parkeernormen. Parkeren mag in principe niet ten koste gaan van openbaar groen en bovendien proberen we gezonde mobiliteit zoveel mogelijk te stimuleren.
44
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: N. Bartels
• We maken ons hard voor een prettige leefomgeving die schoon, heel en veilig is De fysieke leefomgeving heeft effect op hoe inwoners hun leefomgeving ervaren, op hun welzijn en veiligheidsgevoel. Hier houden we rekening mee bij woningbouwplannen en woningtoewijzing. Aan de hand van de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) sturen we bijvoorbeeld op de vormgeving van de openbare ruimte die bij ons in beheer komt. Zo zorgen we onder meer voor voldoende openbaar groen. Hierdoor kan de huizenprijs per woning wel stijgen en dus komt de doelstelling van betaalbare woningen soms onder druk te staan. Dit vraagt om het maken van keuzes, want de doelstelling om passend woningaanbod te bieden voor al onze inwoners weegt wellicht zwaarder dan de eis voor het aantal vierkante meters groen uit de LIOR. We hechten bovendien veel waarde aan goed bereikbare en verkeersveilige kernen. We stimuleren het langer thuis blijven wonen, mede door het creëren van veilige loop- en fietsroutes naar bijvoorbeeld de winkels of de huisarts. Ten slotte proberen we sluipverkeer zoveel als mogelijk tegen te gaan.
• Aandacht voor duurzaamheid in relatie tot de fysieke omgeving Wat betreft de opwekking van duurzame energie zetten we in op het zo efficiënt mogelijk benutten van alle voor zonnepanelen geschikte daken. Woningen moeten gasloos worden gebouwd en nieuwe woonwijken richten we zoveel mogelijk klimaatadaptief en natuurvriendelijk in. Wat betreft uitbreiding aan de dorpsranden, gaat de voorkeur uit naar woningbouw en niet naar bijvoorbeeld zonnevelden.
45
Door de strategische ligging van Kaag en Braassem aan de rijksweg A4 en in de buurt van Schiphol is de gemeente een aantrekkelijke vestigingslocatie voor bedrijven. Behalve door verschillende bedrijventerreinen kenmerkt onze gemeente zich met name door de meerdere duurzame glastuinbouwgebieden en het grote aanbod aan recreatieve voorzieningen. Met de ontwikkeling van bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden en de recreatieve sector willen we in de aankomende jaren kansen benutten en onze economie gezond houden. Naast de ruimtelijke inpassing is ook van belang om het onderwijs aan te laten sluiten op de vraag vanuit de arbeidsmarkt en is de inburgering van nieuwkomers vanuit het buitenland een belangrijke opgave.
Foto: T. Geevers
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
5
Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem
Gemeente Kaag en Braassem
46
ACHTERGROND
ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM
Werkgelegenheid binnen de zakelijke dienstverlening (29,2%) en de industrie (22%) zijn sterk vertegenwoordigd in Kaag en Braassem. Het aantal banen in Kaag en Braassem is sinds 2013 toegenomen. Eind 2017 waren er 9.290 banen in de gemeente Kaag en Braassem. 74% van de inwoners van Kaag en Braassem werkt buiten de eigen gemeente. De werkloosheid en het aantal inwoners met een bijstandsuitkering nemen sinds 2018 af. De financiële dienstverlening is de sterkst groeiende bedrijfstak. De landbouw, bosbouw en visserij en de handel nemen iets af. Uit regionaal onderzoek blijkt dat de behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen voor de gemeente ongeveer 5 à 10 hectare is.
Als gemeente hebben wij de rechtmatige rol om planologische mogelijkheden te bieden voor bedrijventerreinen en bedrijfsmatige functies. Dit doen wij niet alleen. We werken samen met ondernemers en faciliteren waar mogelijk. We hebben als organisatie ook de taak om een gezond vestigingsklimaat te creëren en te behouden. Door samen te werken met georganiseerde en niet-georganiseerde partijen bieden wij ruimte en ondersteuning aan een maatschappelijk- of economisch initiatief. Er wordt gezocht naar de dynamiek en inhoud van initiatieven, waarin de inwoners en ondernemers de doeners zijn en de gemeente hier en daar bijstuurt. Door te sturen op de vraag en het aanbod van de inwoners kan er worden gewerkt naar een inclusieve samenleving. Als gemeente moeten wij aan de voorkant een aantal kaders bepalen (rechtmatige overheid) en daarna een stapje terug doen (participerend) om initiatiefnemers de ruimte te geven.
‘Wat vinden onze inwoners?’ 59% van de inwoners ziet de toeristische sector als een waardevolle toevoeging aan de gemeente, maar het mag volgens 75% van de inwoners niet ten koste gaan van groen en natuur. Ongeveer de helft van de inwoners vindt dat de werkgelegenheid in de gemeente ruim voldoende is. 11% vindt het onvoldoende. Met name personen van 60 jaar of ouder vinden het positief dat er wordt ingezet op het bevorderen van de recreatie. 99% van de inwoners vindt dat de gemeente volledig of deels verantwoordelijk is voor een samenleving die open staat voor iedereen en waarin iedereen mee kan doen. We zien hierbij de volgende opgaven: - een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven zijn en blijven; - de economische sector verbeteren zodat iedereen meedoet in de maatschappij; - Kaag en Braassem blijven profileren als recreatiegemeente.
Hoofdstuk titel over één of twee regels 47 Foto: J. Kret
We willen dit doen door ondernemers te stimuleren en nieuwe bedrijven de kans te geven. Specifiek is daarbij aandacht voor: Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen dragen onder andere bij aan meer werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen. De huidige bedrijventerreinen Veenderveld, de Lasso en Drechthoek zijn over het algemeen goed bereikbaar en kennen een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Er is alleen weinig ruimte om uit te breiden of te ontwikkelen in het ondernemen, terwijl ondernemers daar wel behoefte aan hebben. We streven naar optimaal ruimtegebruik van bestaande terreinen, stimuleren van nieuwvesting van arbeidsintensieve bedrijven en zetten ook in op het zoeken naar geschikte locaties voor het realiseren van enkele hectares nieuw bedrijventerrein. Zo is de komst van Drechthoek II weer een stap dichterbij gekomen en hebben we in het begin van 2020 gronden ten westen van de N445 nabij Nieuwe Wetering aangewezen in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten, ten behoeve van de realisatie van een nieuw bedrijventerrein aldaar.
Detailhandel De gemeente ondersteunt de versterking van de detailhandel in de hoofdwinkelgebieden, en in de verschillende kernen gaan we de vestiging van winkelbedrijven buiten de winkelconcentratiegebieden tegen. Een compleet aanbod van voorzieningen maakt dorpscentra aantrekkelijk, maar daar hoort ook een goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid bij. Dat is voor alle partijen interessant. Ondernemers profiteren van een concentratie van winkelbedrijven door de extra toestroom van koopkracht naar die gebieden en inwoners hebben baat bij een compleet aanbod van voorzieningen. Ook de passant/recreant is voor de detailhandel van belang. De ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van evenementen en andere activiteiten om het winkelgebied extra aantrekkelijk te maken. Het dorpshart van Leimuiden en het centrumgebied van Roelofarendsveen worden ontwikkeld. Detailhandel op bedrijventerreinen of in het buitengebied is niet toegestaan, met uitzondering van perifere en volumineuze detailhandel en de verkoop van streekproducten.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
EEN AANTREKKELIJK VESTIGINGSGEBIED VOOR BEDRIJVEN ZIJN EN BLIJVEN
48
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: N. Bartels
Glastuinbouw Kaag en Braassem maakt onderdeel uit van de Greenport Aalsmeer en we willen werken aan nieuwe mogelijkheden om glastuinbouw een kansrijke toekomst te geven. Gemeente, ondernemers en belangenorganisaties zetten samen in op thema’s als duurzaamheid, kennis, intensivering, huisvesting, innovatie, onderwijs en specialisatie. Met innovatieve activiteiten stimuleren we ondernemers gezond te ondernemen. We bieden ook mogelijkheden voor kleine aan glastuinbouw gerelateerde bedrijvigheid, binnen de richtlijnen van verschillende overheidsinstanties. De focus ligt op het concentreren van glas in de vier duurzame glastuinbouwgebieden: De Baan-Sotaweg in Roelofarendsveen en Oude Wetering, Geestweg-Floraweg in Roelofarendsveen, Derde Tuinbouwgebied in Nieuwe Wetering en het glastuinbouwgebied aan de westkant van Woubrugge. Buiten deze contouren zal versnipperd glas langzaam uit het straatbeeld verdwijnen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de ruimte voor ruimte-regeling. Dit biedt ruimte aan vervolgactiviteiten die passend zijn in de omgeving.
De glastuinbouw in Kaag en Braassem kent zorgen en uitdagingen. Wij staan voor onze duurzame glastuinbouwgebieden, maar moeten ook kijken naar de haalbaarheid hiervan. Voor het tuinbouwgebied Geestweg-Floraweg maken we daarom een gebiedsinventarisatie als basis voor een reële toekomstvisie. Met de uitkomsten van de gebiedsinventarisatie gaan we het gesprek aan met andere (overheids-)instanties als de Greenport Aalsmeer, Hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie ZuidHolland en de LTO over de vervolgstappen. Uiteraard worden ook de lokale ondernemers nauw betrokken bij eventuele vervolgstappen. Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden voor percelen binnen het duurzame glastuinbouwgebied zonder toekomstperspectief. We gaan het gesprek aan met de provincie, de LTO en de Greenport om te kijken of we op dergelijke percelen die aan de woonkern grenzen bijvoorbeeld woningbouw (voor de juiste doelgroep) kunnen realiseren.
49
Bij nieuwbouwplannen, reorganisatie of ideeën voor het intensiveren van de onderneming kijken we samen met de initiatiefnemer en andere belanghebbenden naar de mogelijkheden voor ontwikkeling, maar ook in hoeverre het initiatief passend is in de omgeving en voorziet in een goede samenwerking tussen verschillende functies in de omgeving. De agrarische sector speelt ook een belangrijke rol in de energietransitie door het mogelijk plaatsen van windturbines of zonnepanelen.
Schiphol In onze regionale economie speelt Schiphol een belangrijke rol. Naast de invloed op onze leefomgeving, zoals geluid en lucht, is Schiphol als belangrijke mondiale en Europese hub van belang voor onder meer de logistieke bedrijvigheid. Ook de in onze gemeente gevestigde ondernemers in de (glas)tuinbouw profiteren van de exportmogelijkheden die Schiphol biedt in combinatie met twee Flora Holland bloemenveilingen op korte afstand (Aalsmeer en Rijnsburg). Met de A4 en A44 heeft onze gemeente goede verkeersverbindingen met Schiphol, wat ook kansen biedt aan ondernemers in de (verblijfs) recreatieve/toeristische sector. Omdat Schiphol kansen biedt aan ondernemers vergroot het de (al bestaande) druk op ruimte op onze bedrijventerreinen. Steeds vaker zien we dat ondernemers actief zijn op het gebied van Schiphol Parking waarbij parkeerplaatsen voor vliegreizigers worden aangeboden inclusief luchthaventransfer. Andere ondernemers hebben (mede) hierdoor minder mogelijkheden om te groeien. Waar niet gepast wordt Schiphol Parking op bedrijventerreinen ontmoedigd. Buiten de bedrijventerreinen is Schiphol Parking niet toegestaan.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Agrariërs Naast de glastuinbouwsector en de bedrijven is landbouw van oudsher een belangrijke economische drager voor de gemeente. De agrariër is er niet alleen voor de productie van voedsel, maar heeft bovendien een belangrijke rol in het beheer van de natuur en het landschap. Door in te zetten op een verbrede landbouw, waar met name in het veenweidegebied ook recreatieve nevenactiviteiten mogelijk worden gemaakt, kunnen wij de versnippering van landbouwgrond tegen gaan en inzetten op een vitaal ondernemingsklimaat voor de agrariërs.
Gemeente Kaag en Braassem
50
Wat willen we bereiken? - De glastuinbouw concentreren in duurzame glastuinbouwgebieden. - De detailhandel concentreren in dorpscentra. - Meer vestigingsmogelijkheden voor het uitbreiden van bedrijven. - Meer mensen werken binnen de gemeentegrenzen. - Vitaal ondernemersklimaat voor agrariërs.
DE ECONOMISCHE SECTOR VERBETEREN ZODAT IEDEREEN MEE KAN DOEN IN DE MAATSCHAPPIJ Iedereen in Kaag en Braassem moet zelfredzaam kunnen zijn en mee kunnen doen in onze maatschappij. Dat begint al door de jeugd een goede kans te geven, in te zetten op zorgeloos kind zijn en sport en bewegen mogelijk te maken voor iedereen. Voor een goede aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt worden jongeren in de regio bewust gemaakt van de positie op de arbeidsmarkt. Jongvolwassenen en volwassenen kunnen, naargelang behoefte, ondersteunt worden in hun financiële vaardigheden. Daarnaast wordt er door nauwe samenwerking tussen partners ingezet op duurzame uitstroom uit de uitkering.
Betere aansluiting vanuit onderwijs Op dit moment kampt Zuid-Holland met één van de grootste arbeidstekorten van Nederland. Eén op de vijf bedrijven kan onvoldoende gekwalificeerd personeel krijgen en dreigt daarmee economisch gezien niet te kunnen groeien. Ondernemers, werkgevers, werknemers, onderwijs en gemeente werken samen om de vraag naar en aanbod van werk in balans te krijgen en houden. Op die manier zijn er straks voldoende en gekwalificeerde mensen beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Een optimale publiekprivate samenwerking kan bijdragen aan een werknemersbestand dat in balans is en waar ook werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt deel van uitmaken. Inburgering, schuldhulpverlening en preventie Nieuwkomers uit het buitenland moeten zo snel mogelijk mee kunnen doen in Kaag en Braassem. De snelste weg is het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan. Per 1 januari 2021 is een nieuwe Wet inburgering van kracht, waarin de gemeente de verantwoordelijkheid krijgt voor taalonderwijs. Statushouders krijgen zes maanden een financiële tegemoetkoming en krijgen in die tijd ondersteuning op het gebied van financiële vaardigheden (schuldhulppreventie). We investeren samen met verschillende organisaties en partijen in preventie en vroegsignalering van schulden voor alle inwoners van de gemeente om langdurige schuldtrajecten voor te zijn.
Waar nodig bieden we eenieder schuldhulpverlening aan.
KAAG EN BRAASSEM BLIJVEN PROFILEREN ALS RECREATIEGEMEENTE De recreatieve sector is een van de belangrijke economische motoren van de gemeente. Kaag en Braassem heeft dit potentieel te danken aan de unieke ligging in het Hollands Plassengebied en het Groene Hart. Het gebied is aantrekkelijk voor zowel recreanten als inwoners die beleving, ontspanning, ruimte en/of rust zoeken. We hebben enkele jaren geleden de ambitie uitgesproken ons meer te profileren en manifesteren als recreatiegemeente. We hebben de afgelopen jaren dan ook een recreatieve impuls gezien. Het doel is nu om Kaag en Braassem op het gebied van recreatie en toerisme aantrekkelijk te houden voor de recreant, ondernemer en inwoner. Hoe? Door recreatieve initiatieven te blijven stimuleren, rekening houdend met de groenblauwe structuur en de schoonheid van zowel ons buitengebied als de kernen.
Bestaande watersport- en recreatiebedrijven krijgen ruimte om te groeien en nieuwe bedrijven in de dag- en verblijfsrecreatieve sector krijgen de kans om zich te vestigen. Fiets- en wandelroutes worden behouden, en waar mogelijk wordt gekeken waar wandelpaden en verbindingen kunnen worden uitgebreid. Er moet een goede balans zijn tussen de vraag van de recreant en het aanbod van recreatie. Als mensen hier willen verblijven dan moet dat wel mogelijk zijn. Kleinschalige mogelijkheden zoals enkele recreatiewoningen, b&b’s en nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, eventueel in combinatie met dagrecreatie, behoort tot de mogelijkheden. Agrarische bedrijven krijgen namelijk de mogelijkheid meerdere vormen van (verblijfs)recreatie als nevenfunctie uit te voeren. Zo houden we het platteland vitaal en leefbaar. Incidenteel kan een agrarisch bedrijf zelfs een volwaardige tweede recreatieve bedrijfstak voeren als dit het waardevolle en open landschap niet schaadt. Algehele doelstelling is het behoud van en waar mogelijk investeren in recreatieve voorzieningen, met oog voor de te ontwikkelen en waar mogelijk te versterken biodiversiteit. Daarbij is het essentieel dat deze voorzieningen passen binnen de omgeving en een kwaliteitsimpuls geven aan het gebied.
We kijken dus per gebiedstype wat mogelijk is en gaan binnen natuurgebieden en bedrijventerreinen terughoudend om met nieuwe recreatieve ontwikkelingen, al dan niet in combinatie met wonen of langdurig verblijven. Wat willen we bereiken? - Het behoud van en waar mogelijk investeren in recreatieve voorzieningen. - Het mogelijk maken van nevenfuncties voor agrarische bedrijven.
51
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Wat willen we bereiken? - Ondernemers/werkgevers, werknemers, onderwijs en gemeente werken samen om de vraag naar en aanbod van werk (huidig en toekomstig) in balans te krijgen en houden, waarbij het gaat om kwaliteit en kwantiteit. - Alle inwoners hebben een fatsoenlijk bestaansniveau en zijn financieel zelfredzaam, doordat zij werken naar vermogen, bij voorkeur in een regulier betaalde baan. Wij zetten daarom in op het aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN De specifieke uitgangspunten vormen een kader voor activiteiten en ontwikkelingen.
Gemeente Kaag en Braassem
52
• Hoe gaan we om met evenementen? In de gemeente Kaag en Braassem worden veel evenementen georganiseerd. Dag-evenementen op kleine schaal worden afgewisseld met grotere evenementen die meerdere dagen duren en zelfs een terugkerend karakter hebben. Om de leefbaarheid in onze kernen, agrarische linten en het buitengebied te behouden en een evenement voor iedereen aantrekkelijk te maken, zal er bij de beoordeling van aanvragen worden gekeken naar: o eventuele hinder in de vorm van geluid, trillingen, geur of licht; o de impact op het woon- en leefgebied van inwoners; o de impact op de in de gemeente aanwezige flora en fauna. •
e hebben aandacht voor de omgeving bij de ontwikkeling W van nieuwe bedrijventerreinen. Bereikbaarheid, milieubelastende activiteiten, duurzaamheid en waterberging (zie ook hoofdstuk 3) zijn belangrijke aandachtspunten. Ook moet de ontwikkeling passen bij de aard en schaal van het gebied. Daarnaast moet het voorzien in het behoud en waar mogelijk verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Bij voorkeur wordt er aangesloten bij bestaande bedrijventerreinen of glastuinbouwgebieden.
Foto: R. Looijenstein
53
De inwoners van Kaag en Braassem zijn betrokken bij elkaar en bij hun omgeving. Veel inwoners zetten zich in voor een ander of voor een vereniging. Wij waarderen deze betrokkenheid en dit enthousiasme. We willen hier de komende jaren meer ruimte aan bieden en deze betrokkenheid blijven faciliteren en ondersteunen. Toch zien wij ook dat steeds meer inwoners, al dan niet tijdelijk, in de knel komen; door de ontwikkelingen in de samenleving die ze niet meer bij kunnen houden, door fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen, door financiële problemen of door andere omstandigheden. Vaak kunnen ze een beroep doen op familie en vrienden, maar soms is dat ook niet meer voldoende. Dan zorgen wij als gemeente ervoor dat er voldoende hulp en ondersteuning is waarop mensen een beroep kunnen doen. Zo bundelen we als inwoners, organisaties, professionals en gemeente onze krachten om samen te zorgen voor een sociaal Kaag en Braassem. Een gemeente waar iedereen erbij hoort en gelijkwaardig en volwaardig mee mag doen, ongeacht iemands beperking of chronische ziekte (zoals omschreven in o.a. het VN Verdrag Handicap).
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
6
Sociaal Kaag en Braassem
ACHTERGROND
Gemeente Kaag en Braassem
54
Merendeel inwoners ervaart goede gezondheid, maar aantal gezondheidsbedreigende factoren neemt toe Het merendeel van onze inwoners ervaart een goede gezondheid. Wel zien we ontwikkelingen die de gezondheid en het welzijn van onze inwoners bedreigen, zoals een toename van eenzaamheid, angst, depressie en ongezonde leefstijl en een toename van het aantal mensen met dementie (met 10%): - meer dan de helft van onze inwoners heeft overgewicht; - 21% van onze inwoners van 18-65 jaar rookt; - 38% van onze volwassen inwoners drinkt overmatig tot zwaar; - 4,3% van onze volwassen inwoners gebruikt harddrugs; - 10% volwassenen voelt zich ernstig eenzaam. Ook jongeren voelen zich geregeld eenzaam; en - circa 50% van onze inwoners heeft een matig tot hoog risico op angst of depressieve klachten. Huiselijk geweld een blijvend probleem Landelijk krijgt 45% van de mensen tussen zijn 18de en 70e jaar te maken met huiselijk geweld en kindermishandeling. In het eerste half jaar van 2019 zijn in onze gemeente 45 meldingen gedaan. Dit is nagenoeg gelijk aan gemeenten van vergelijkbare omvang, waarbij het wel gaat om een relatief hoog percentage (vergeleken met andere gemeenten) ouderenmishandeling en kindermishandeling in combinatie met (v)echtscheiding.
Relatief hoog beroep op opvoedondersteuning en jeugdhulp Circa 30% van de ouders in Kaag en Braassem had in 2017 behoefte aan hulp of advies in verband met zorgen over opvoeden van kinderen in leeftijd van 0 tot en met 18 jaar. Een groot deel van deze vragen kon binnen het CJG worden afgehandeld.
Voor een deel van de vragen over opvoeden en opgroeien is jeugdhulp nodig. In onze gemeente maakte in 2018 13,4% van de jongeren gebruik van jeugdhulp. Dit is een relatief hoog percentage (ten opzichte van het landelijk gemiddelde). Uit recente cijfers van GO! voor jeugd blijkt dat 40% van de kinderen die jeugdhulp ontvangen in een scheidingssituatie verkeert. In onze gemeente wonen circa 300 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Vergrijzing, aantal mensen met dementie neemt toe, druk op mantelzorg wordt groter Circa 20% van onze inwoners heeft een leeftijd van 65+. Dit percentage zal de komende jaren nog verder toenemen. Als gevolg van de vergrijzing zal ook het aantal mensen met dementie aanzienlijk stijgen. Het is de verwachting dat in 2020 circa 450 inwoners van onze gemeente dementie zullen hebben en in 2040 circa 875. De zorg voor mensen met dementie ligt voor een groot deel bij de directe omgeving, bij de mantelzorgers. Overbelasting en eenzaamheid zijn daarbij risico’s, voor alle mantelzorgers. Mantelzorger zijn is niet altijd een bewuste keuze. Het overkomt je en je ziet het als een vanzelfsprekendheid. De duur en de intensiteit van de verleende hulp is de afgelopen jaren toegenomen.
De grootste opgaven op het gebied van welzijn en zorg zijn: - het bevorderen en beschermen van de gezondheid van de inwoners; - het bieden van een goede basis en gelijke kansen voor kinderen; - het bieden van een vangnet en ondersteuning aan onze inwoners; - het voorkomen dan wel duurzaam oppakken van huiselijk geweld en kindermishandeling.
55 Foto: J. Vergeer
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM Wij vervullen binnen de opgaven in Sociaal Kaag en Braassem diverse rollen. Wij zijn vooral regisseur; we sturen op de doelen die we willen bereiken en laten de uitvoering aan professionals en inwoners. Als het gaat om de samenwerking met organisaties nemen we met name de rol van presterende overheid op ons: we zorgen (door inkoop of subsidiering) voor een toereikend aanbod aan gezondheidsbevorderende en -beschermende maatregelen, welzijn, hulp en ondersteuning. We stellen daarbij doelen en laten de uitvoering aan de professionals. Waar nodig faciliteren wij daarbij de samenwerking tussen ketenpartners, brengen wij partijen samen en doen een beroep op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. En nemen we onze eigen verantwoordelijkheid daar waar het gaat om voorwaarden te scheppen voor een inclusieve samenleving. De toenemende complexiteit van maatschappelijke vraagstukken en de afname van financiële middelen vragen om een gemeente die verbindt en de krachten van inwoners en organisaties benut en versterkt. Wij staan daarom open voor initiatieven uit de samenleving en bieden ruimte aan onze inwoners om bij te dragen aan de doelen, opgaven en beweging binnen Sociaal Kaag en Braassem.
Samenspel gemeente, verenigingen en professionele organisaties Vrijwilligersorganisaties hebben een belangrijke rol in onze samenleving. Hieronder verstaan we ook verenigingen. Verenigingen worden gedragen door vrijwilligers. Daarom spreken we hier over vrijwilligersorganisaties. Vrijwilligersorganisaties dragen bij aan het welzijn van onze inwoners en aan de doelen van deze omgevingsvisie. Om dit mogelijk te (blijven) maken, faciliteren wij, samen met onze gecontracteerde partners, bij het oplossen van de vraagstukken waar de organisaties mee worstelen.
Dit kan zijn door mee te denken, verbindingen te leggen of op andere wijze. Wij blijven hiervoor in contact met onze vrijwilligers(organisaties).
In deze omgevingsvisie ligt het accent, als we het hebben over gezondheid, niet zozeer op (de afwezigheid van) ziekte en beperkingen, maar veel meer op de veerkracht van onze inwoners om om te gaan met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven (positieve gezondheid). Het gaat hierbij onder andere om regie op het eigen leven, kwaliteit van leven en het kunnen meedoen in de samenleving. De leefstijl van onze inwoners kan hier invloed op hebben. Bij leefstijl gaat het om gunstig gedrag voor de gezondheid zoals sport en bewegen, maar ook om ongunstig gedrag zoals roken, (overmatig) alcohol- en drugsgebruik en ongunstig gewicht (onder- en overgewicht). Wij willen een gezonde leefstijl voor jong en oud bevorderen, waarbij we erkennen dat ouders een belangrijke voorbeeldfunctie voor hun kinderen hebben.
56
Gemeente Kaag en Braassem
BEVORDEREN EN BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID VAN ONZE INWONERS
GEWENSTE BEWEGING Met de omgevingsvisie willen we de beweging die wij al eerder (met de MAG) hebben ingezet, verder laten groeien. Een beweging: - van zorgen voor … naar zorgen dat; - van gelijkheid/uniformiteit en eenheid … naar differentiatie en diversiteit; - van reactief … naar proactief; - van de kwaal centraal … naar de oplossing centraal; - van dure, specialistische, individuele zorg … naar ondersteuning in en door de samenleving; - van aanbodgericht … naar vraag-/behoeftegericht, maatwerk; - van focus op ziekte en zorg … naar aandacht voor gezondheid en gedrag.
Gezondheid kan ook worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals luchtkwaliteit, de leefomgeving en gezondheidsbevorderende voorzieningen. Als gemeente zetten we ons daarom in om gezondheid in alle keuzes die wij maken als belang mee te nemen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om aanpassingen aan de fysieke leefomgeving, zoals het aanleggen van veilige fietsverbindingen om fietsen te bevorderen. Maar ook om veilige looproutes naar bijvoorbeeld winkels en huisartsen voor kwetsbare inwoners (in het kader van langer thuis wonen). En om voldoende groen en ruimte te realiseren voor het bevorderen van een gezonde leefomgeving.
Hoofdstuk titel over één of twee regels 57 57 Foto: M. van der Zwaan
HET BIEDEN VAN EEN GOEDE BASIS EN GELIJKE KANSEN VOOR KINDEREN Wij willen de kinderen in onze gemeente een goede basis en gelijke kansen bieden. Zij moeten veilig kunnen opgroeien en hun talenten kunnen ontwikkelen om, nu en later, naar vermogen te kunnen
meedoen en bijdragen aan de samenleving. We zien hierin een grote rol voor de ouders. Zij zijn eerstverantwoordelijk. Wij gaan een samenhangend aanbod voor onze jeugd en jongeren organiseren, waarbij onderwijs (en kinderopvang), welzijn, preventie en jeugdhulp lokaal samenwerken. We zetten in op integrale kindcentra en laagdrempelige voorzieningen. Niet voor alle kinderen zijn een goede basis en gelijke kansen vanzelfsprekend. Door armoede, achtergrond, beperkingen of aandoeningen kunnen zij tegen grenzen aanlopen. Waar mogelijk willen wij deze grenzen slechten. Ook huiselijk geweld en kindermishandeling spelen een rol in de vorming van onze jeugd. De leden van de gezinnen en huishoudens waar het hier om gaat zijn in veel gevallen niet, of wisselend gemotiveerd om ondersteuning, hulp of behandeling te zoeken bij het oplossen van hun problemen. De problematiek wordt in een aantal gevallen van generatie op generatie wordt doorgegeven. Uit onderzoek blijkt dat bij kinderen die zijn mishandeld of verwaarloosd de kans drie keer groter is dat zij in de toekomst hun kinderen mishandelen dan bij kinderen die deze ervaring niet hebben.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Wat willen we bereiken? - Inwoners hebben een voldoende sociaal netwerk, waar ze - waar nodig - op terug kunnen vallen. We zetten ons in om sociaal isolement en eenzaamheid te voorkomen of verminderen. - Inwoners van alle leeftijden hebben een gezonde en actieve leefstijl. We zetten in op: o het stabiel houden van het aantal inwoners dat aan de beweegnorm voldoet; o een afname van het aantal inwoners dat rookt; o een afname van het aantal inwoners met overgewicht; o een afname van het aantal volwassenen dat te veel drinkt; o een afname van het aantal jongeren dat (te veel) drinkt; o een afname van het drugsgebruik onder jongeren en volwassenen. - De inrichting en ruime opzet van onze buitenruimte stimuleert inwoners van alle leeftijden om te spelen en bewegen.
Hoofdstuk titel over één of twee regels 58
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: M. De Jong-Camfferman
Wat willen we bereiken? - We stimuleren kinderen om al op jonge leeftijd sociaal actief te zijn. Elk kind moet kunnen meedoen aan sport en cultuur, ook als ouders niet over voldoende middelen beschikken. - Inwoners en professionals herkennen en erkennen tijdig problemen bij het opvoeden/opgroeien en handelen hiernaar. - Voor jeugdigen en/of hun ouders is er tijdig passende hulp beschikbaar, waarbij ouders zoveel mogelijk zelf de regie houden/ krijgen en zelf verantwoordelijkheid nemen. - Kinderen moeten in een veilige omgeving kunnen opgroeien en een goede start kunnen maken in hun leven. Daarom zetten we in op: o Integrale samenwerking en preventieve inzet rond de eerste 1000 dagen van een kind. o het voorkomen, signaleren en het duurzaam aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling; o het voorkomen van en begeleiden bij conflictscheidingen.