ODWH Begroting 2026 en MJR 2027 - 2029
Tekst van het document
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 10 april 2025 Status concept
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave
2
1
Inleiding en leeswijzer
5
2
Programma’s Algemeen Programma Milieu Programma Bodem Programma Omgevingsadvies Programma Duurzaamheid Programma Bouwen Programma Randvoorwaardelijke taken
7 7 8 10 11 12 14 15
3
Financieel kader
18
4
Begroting Omgevingsdienst Overzicht van baten en lasten Toelichting begroting Meerjarenraming Reserves en voorzieningen Geprognoticeerde balans EMU-saldo Vennootschapsbelasting (VPB)
23 23 23 26 28 29 30 30
5
Paragrafen Weerstandsvermogen Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen
32 32 34 35 38
6
Ondertekening
38
7
Bijlagen Informatie Verbonden Partijen Begroting naar taakvelden Stemverhouding 2025
40 40 41 42
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 2 van 42
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 3 van 42
1. Inleiding en leeswijzer
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 4 van 42
1
INLEIDING EN LEESWIJZER
Deze begroting en meerjarenraming is de uitwerking van de door de Omgevingsdienst West-Holland uit te voeren programma’s. Voor de begroting zijn de Kadernota en de regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de belangrijkste uitgangspunten. De begroting kent de volgende inhoudelijke hoofdstukken: Hoofdstuk 2. Programma’s De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit verschillende programma’s: Milieu, Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid en Bouwen. Daarnaast kennen we Randvoorwaardelijke taken: taken die noodzakelijk uitgevoerd moeten worden voor verschillende of alle deelnemers, om de deelnemers goed te kunnen bedienen en de dienst goed te laten functioneren. Hoofdstuk 3. Financieel kader In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting. Hierin zijn de nieuwe tarieven opgenomen. Ook lichten we de financierings-systematiek toe, zoals die ook in de Nota Planning en Control is opgenomen. Hoofdstuk 4. Begroting Omgevingsdienst De reguliere werkzaamheden en de uitvoering van de speerpunten leiden tot financiële consequenties in de begroting en in de meerjarenraming. Beide zijn opgebouwd uit taakvelden, die door het BBV zijn voorgeschreven. De verschillende posten lichten we uitgebreid toe. De uren en de bijbehorende lasten hebben we voor de verschillende deelnemers doorgerekend.
Tot slot geeft dit hoofdstuk inzicht in de uitputting van reserves en de te behalen financiële resultaten. Hoofdstuk 5. Paragrafen De paragrafen geven op een aantal door het BBV voorgeschreven onderdelen toelichting op de beheersmatige aspecten. De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de financiële positie van de dienst. Daarbij is er aandacht voor bestuurlijke en financiële risicofactoren. Hoofdstuk 6. Ondertekening Dit hoofdstuk bevat de formele vaststelling van de begroting, die wordt bekrachtigd door middel van handtekeningen. Hoofdstuk 7. Bijlagen De bijlagen die zijn opgenomen geven informatie over de verbonden partijen, een verdeling van de baten en lasten naar de taakvelden en een overzicht van de stemverhoudingen van de deelnemers.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 5 van 42
2. Programma’s
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 6 van 42
2
PROGRAMMA’S ALGEMEEN
De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor twaalf deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Wij leveren een bijdrage aan het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst alle wettelijke milieutaken uit voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en voor de provincie Zuid-Holland. Daarnaast adviseren we over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is de dienst actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals gevaarlijke stoffen, bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. Voor de gemeente Noordwijk en voor de provincie voert de dienst bouwtaken uit. De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Milieu • Bodem • Omgevingsadvies • Duurzaam • Bouwen • Randvoorwaardelijke taken
Van Nota VTH naar Nota Advies, Uitvoering & Handhaving (AUH) (Algemeen) In 2024 hebben we gewerkt aan het opstellen van nieuw uitvoeringsbeleid, dat in 2025 nog ter besluitvorming aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Dit nieuwe beleid omvat alle programma's, met uitzondering van bouwen en randvoorwaardelijke zaken. We maken hierbij de transitie van de Nota VTH (Vergunning, Toezicht & Handhaving) naar Nota Advies, Uitvoering & Handhaving (AUH). Deze naamswijziging onderstreept dat advisering als taak bijdraagt aan robuuste dienstverlening van de dienst en een belangrijk aspect is geworden van de bredere rol van Omgevingsdienst West-Holland. Het doel van de Nota is om beleidsmakers, bedrijven en andere belanghebbenden te ondersteunen bij het naleven van milieuregelgeving en het bevorderen van duurzame methoden of werkwijzen.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 7 van 42
PROGRAMMA MILIEU Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. Daarnaast worden meldingen getoetst en vergunningen verleend. Toezicht bedrijven In 2026 verwachten we dat de toezichtskwaliteit is toegenomen. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) wordt strikter toegepast. Hiernaast gaan we nog meer op basis van een risicoanalyse toezicht houden. Dat betekent dat goede nalevers worden minder vaak gecontroleerd dan bedrijven die zich niet (altijd) aan de regels houden. Met een groter, jonger en robuuster team toezichthouders gaan we sneller en efficiënter werken en worden andere manieren van toezichthouden verder getest en beoordeeld. Ondermijning In 2026 gaan we verder met het project Ondermijning en hebben we het plan om de inspanningen verder op te schalen. Hierbij richten we ons vooral op de gemeenten Voorschoten en Leiden, die hebben aangegeven meer uren beschikbaar te willen hebben voor ondermijningscontroles. Daarnaast gaan we werken aan het verder verbeteren van de samenwerking tussen de gemeenten, het delen van best practices en casussen bij de ondermijningstafels. Verder zal de dienst op aanvraag hulp bieden bij het opzetten van integrale handhavingsacties.
Administratief- en ketentoezicht We verwachten dat met het vaststellen van de samenwerkingsagenda tussen de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten in 2025 het administratief toezicht ook in 2026 verder uit zal breiden. Naast provinciale bedrijven zullen ook gemeentelijke bedrijven administratief onderzoek krijgen. Daarnaast intensiveren we ook het ketentoezicht verder om toezicht op het daadwerkelijk circulair produceren van goederen te kunnen monitoren. Geluid Met het van kracht worden van de Omgevingswet verviel formeel een aantal beleidskeuzes die op basis van de oude wetgeving gemaakt waren. Om een nieuw houvast te creëren is in de loop van 2024 het “afwegingskader geluid omgevingsplan” opgesteld. Dit afwegingskader vormt de basis van de (geluid)advisering die wij als dienst toepassen. Op basis van inbreng van onze deelnemers en op basis van onze eigen ervaringen zal dit kader de komende jaren aangepast en zo nodig geactualiseerd worden. Bodemenergiesystemen De aanleg en het gebruik van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen wordt onder de Omgevingswet een aangewezen milieubelastende activiteit. Door de toename van woningbouwplannen in combinatie met de regionale energiestrategie verwachten we dat er meer van dit soort bodemenergiesystemen zullen komen. We zullen projectmatig meer tijd aan toezicht gaan besteden.
Kaderrichtlijn Water (KRW) De KRW is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. In 2000 hebben de landen uit de Europese Unie (EU) deze richtlijn vastgesteld. Al het water in Nederland moet in 2027 een goed leefgebied vormen voor de planten en dieren die er thuishoren. Om aan de normen van de KRW te voldoen, moeten we in Nederland nog veel werk verrichten. Binnen de provincie is een project ‘indirecte lozingen’ opgezet. In eerste instantie op initiatief van de provincie Zuid-Holland, maar dit is in samenwerking met de vijf Omgevingsdiensten breder getrokken.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 8 van 42
Vergunningen zullen dan ook in de komende periode aangepast moeten worden. In het kader van toezicht zullen wij ook watermonsters nemen om de lozingen te controleren. Zeer Zorgwekkende Stoffen In 2026 blijft de Omgevingsdienst West-Holland werken aan de actualisatie en toetsing van vergunningen voor (potentiële) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in opdracht van de provincie. Daarnaast wordt toegezien op de uitvoering van Vermijdings- en Reductieprogramma’s (VRP) bij relevante bedrijven, met als doel deze eind 2026 beoordeeld te hebben. Daarnaast kan de samenwerking tussen OmgevingsdienstNL en RIVM rondom kennisontwikkeling over ZZS leiden tot intensivering van het toezicht in 2026. Wat mag het kosten? Op basis van de uren en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Milieu
Begroting 2026
Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
58.005 € 6.763.383 € 71.000 € 6.834.383 -€ 410.063 € 6.424.320
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 9 van 42
PROGRAMMA BODEM Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de primaire taken van het programma Bodem. Daarnaast informeren en adviseren we gemeenten en provincie vanuit onze expertise over landelijke en regionale vraagstukken. In 2026 ligt onze focus op de nazorglocaties van bodemsanering. Daarnaast schenken we veel aandacht aan kennisontwikkeling en samenwerking in de kennisontwikkeling. Voor de kwaliteit van onze werkzaamheden richten wij ons op de gestelde kwaliteitscriteria en updates die nog zullen worden vastgesteld door het Bestuurlijk Overleg IBP-VTH. Digitalisering, waaronder het digitaal beschikbaar en inzichtelijk maken van geo-bodeminformatie, is cruciaal. Met het ordenen van informatie en het visueel inzichtelijk maken in een 4D-bodemadvies helpen wij onze opdrachtgevers inhoud te geven aan de doelstellingen die volgen uit de principes van ‘water en bodem sturend’. Dit advies maakt onderdeel uit van het integraal omgevingsadvies. Bodemregels in de omgevingsplannen van gemeenten: In het Besluit kwaliteit leefomgeving en de omgevingsverordening staan regels waarbinnen beleidsvrijheid geldt. In 2026 stellen we beleidsadviezen (regels) op over de diverse onderwerpen waarvoor deze beleidsvrijheid geldt. Ook werken we in 2026 aan het omzetten van de regels uit de Nota bodembeheer naar regels in het omgevingsplan.
Nazca en het BRO: De Basisregistratie Ondergrond (BRO) bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw van de Nederlandse ondergrond. In de komende jaren wordt de BRO stapsgewijs voltooid. Per stap bevat de BRO steeds meer gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond. Deze worden geordend op basis van zogeheten ‘registratieobjecten’. In totaal gaat het om circa 26 registratieobjecten. De inhoud is voor een deel vastgesteld en voor een deel nog bespreekbaar. Voorbeelden van registratieobjecten zijn de grondwatermonitoringsput of het geotechnisch sondeeronderzoek. Ander zaken die mogelijk in 2026 verder aan de orde komen: • Gratis ter beschikking stellen van bodeminformatie. • Data in Nazca omzetten naar de Omgevingswet. Aandachtspunten in 2026 In 2026 zullen er naar verwachting voor regulering/vergunningen meer uren gemaakt worden voor de gemeenten en minder voor de provincie. Dit omdat op dat moment het grootste gedeelte van de vóór 2024 ingediende saneringsplannen en BUS-meldingen (Wet bodembescherming) volledig zal zijn afgerond. Wat mag het kosten? Op basis van de uren en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Bodem Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2026 15.617 € 1.820.942 €0 € 1.820.942 -€ 109.257 € 1.711.686
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 10 van 42
PROGRAMMA OMGEVINGSADVIES Het programma Omgevingsadvies geeft integraal advies bij ruimtelijke vraagstukken en bouwplannen. We anticiperen ook richting 2026 op actuele en toekomstige ontwikkelingen binnen de ruimtelijke ordening en milieu. Er zullen ook een aantal thema’s relevanter gaan worden. Denk aan de problematiek rondom Schiphol (natuur, geluid, luchtkwaliteit, etc.), ontwikkelingen rondom woningbouw en de risico’s bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Omgevingswet Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om omgevingsplannen te maken. Er is onder de Omgevingswet veel mogelijk, want gezondheid, duurzaamheid en milieu worden ook meegenomen in de omgevingsplannen. De komende periode gaan wij door met het adviseren over deze plannen. Daarin gaan we, volgens de doelstellingen van Omgevingswet, met meer partijen de samenwerking opzoeken. Energie, ondergrond en archeologie In de omgevingsplannen zullen belangrijke thema’s zoals gezondheid, duurzaamheid en milieu worden meegenomen. Dit maakt dat er vanuit de deelnemers steeds meer behoefte is aan specialistische inzet op het gebied van energie, de ondergrond en archeologie. Schipholadvisering In de komende jaren blijven wij adviseren over het dossier Schiphol.
Toekomstige onderwerpen hierin zijn onder andere de ‘nieuwe natuurvergunning voor Schiphol', de ‘balanced approachprocedure' en het vaststellen van een ‘nieuw Luchthavenverkeersbesluit (LVB)’. Daarnaast is er, met name vanuit het Rijk, een aanhoudende stroom van plannen en documenten over Schiphol waar wij onze gemeenten over blijven adviseren. Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Omgevingsadvies Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2026 33.295 € 3.882.197 € 19.000 € 3.901.197 -€ 234.072 € 3.667.125
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 11 van 42
PROGRAMMA DUURZAAMHEID Het programma Duurzaamheid zorgt voor het uitwerken van de duurzaamheidsvisies van de deelnemers. Daarnaast fungeren we als kennisbank op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Energietransitie en energietoezicht De SPUCK-THE, die in 2025 gestart is, loopt in 2026 door en ook de uitgestelde EPBD III treedt naar verwachting in 2026 in werking. In 2026 verwachten we ook meer werkzaamheden rondom Netcongestie in de regio. We adviseren onze deelnemers en de ondernemers over het warmteprogramma. Duurzame mobiliteit Het thema duurzame mobiliteit is nieuw en gaat lopen vanaf januari 2025. De wet Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) verplicht organisaties met 100 of meer medewerkers om te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van hun medewerkers. In 2026 gaan we van start met het stimuleren van bedrijven om hun CO2 uitstoot omlaag gaan brengen. Duurzaamheidsadvies Onze deelnemende gemeenten zijn gestart met omgevingsplannen. Er volgt een transitieperiode tot 2030. Naast het ondersteunen van de gemeenten op het gebied van regelgeving rondom milieu komen er in 2026 ook een aantal duurzaamheidsregels bij. Denk hierbij aan regels rondom energieopslagsystemen of sloopregels circulaire economie.
Klimaatadaptatie Om onze deelnemers te laten voldoen aan de richtlijnen uit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, waarin staat dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is, zal in 2026 veel tijd worden gestoken in het thema klimaatadaptatie. Hiervoor adviseren we op thema’s als droogte en overstromingen, gaan we stresstesten opstellen en organiseren we risicodialogen met onze deelnemers. Ook intensiveren we de samenwerking tussen de Veiligheidsregio, de GGD en de hoogheemraadschappen. Verder gaan we bedrijventerreinen adviseren op het gebied van klimaatadaptatie. Biodiversiteit Naast het voortzetten van de ingeslagen weg met betrekking tot het Bijenlandschap gaan we in 2026 vaker ‘werk met werk maken’; bij andere project aanhaken binnen de gemeenten of eigen dienst. Circulaire economie In 2026 ontwikkelen we meerdere factsheets voor andere afvalstromen en zetten we een betonconvenant op samen met regio Holland Rijnland. Het convenant houdt in dat betonafval moet worden opgeslagen in de regio en er zal zoveel mogelijk moeten worden hergebruikt. In 2025 start het provincie-breed Circulair loket, dit loopt door in 2026. Vragen komen binnen bij DCMR en alle vragen uit onze regio worden naar ons doorgezet ter beantwoording.
Regionale samenwerking & RES In 2026 gaan we op diverse thema’s een regionale samenwerking met Holland Rijnland, Veiligheidsregio, de GGD en Hoogheemraadschap opzetten. Daarnaast organiseren we samen met deze partners themabijeenkomsten voor deelnemers en zetten we werkgroepen op, op basis van de gekozen thema’s.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 12 van 42
Subsidies, leningen en energiescans In 2026 blijven we monitoren of subsidies nog lopen en welke nieuwe lokale regelingen van start gaan. Daarnaast verwachten we nog nieuwe regelingen te moeten opzetten rondom klimaatadaptatie en levensloopbestendigheid. Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Duurzaam Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2026 10.726 € 1.250.652 € 254.000 € 1.504.652 -€ 90.279 € 1.414.373
Deze kosten zijn exclusief de SPUK-uitkering van ruim € 1.000.000 die we krijgen uitgekeerd. Hierover wordt separaat verantwoording afgelegd aan het Rijk.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 13 van 42
PROGRAMMA BOUWEN Het programma Bouwen heeft als kerntaken de behandeling van vergunningen en toezicht en handhaving op bouw- en gebruiksactiviteiten. Ook het project Sanering wegverkeerslawaai en sloopmeldingen (asbest) maken onderdeel uit van het programma. Bouwtaken De bouwtaken van de gemeente Noordwijk blijven tot 2027 bij de Omgevingsdienst West-Holland. Het is van belang dat de advisering vanuit de gemeente Noordwijk op niveau blijft. Asbestsanering We voeren voor alle deelnemers de wettelijke taken uit op het gebied van asbestsanering (sloop). Om niet-gemelde saneringen in beeld te krijgen, doen we vrije veld- en wijkgerichte controles. We verwachten dat in 2026 de aantallen ongeveer hetzelfde zijn als in voorgaande jaren. Geluidsanering Wij gaan in 2026 door met het uitvoeren van projecten geluidsanering. Op basis van de in 2025 uitgevoerde inventarisatie zullen wij mogelijk een aantal saneringsprojecten opstellen en daar de komende jaren subsidie voor aanvragen. Bibob In 2025 wordt het provinciale Bibob-beleid herijkt. Tot het nieuwe Bibob-beleid van kracht wordt, geven we uitvoering aan het huidige beleid. Ook wordt het Bibob-beleid van de gemeente Nordwijk toegepast bij bouwvergunningverlening.
Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Bouwen Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2026 46.168 € 5.383.189 € 45.000 € 5.428.189 -€ 325.691 € 5.102.497
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 14 van 42
PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN Programma Randvoorwaardelijke taken richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering. Plan van aanpak Robuustheid Een van de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen uit 2021 was dat alle omgevingsdiensten moeten voldoen aan zes criteria voor een robuuste organisatie. Deze robuustheidscriteria zijn essentieel omdat ze bepalen wat een omgevingsdienst minimaal moet kunnen. Het zegt ook iets over hoe stevig een dienst in zijn schoenen staat om grote uitdagingen aan te kunnen. Het gaat dus niet alleen om het voldoen aan de regelgeving, maar ook om het omgaan met complexe vraagstukken zoals de energietransitie, circulair werken en ondermijning. In 2023 is geconstateerd dat geen van de omgevingsdiensten in Nederland voldeed aan de genoemde criteria en dat alle diensten een plan van aanpak dienden op te stellen vóór 1 april 2024 om uiterlijk 1 april 2026 alsnog te voldoen aan de genoemde criteria.
Onze dienst heeft ervoor gekozen om alle criteria, ook al voldoen we wel aan de KPI’s, in het plan van aanpak Programma Robuustheid aan de orde te stellen, omdat we van mening zijn dat het altijd anders of beter kan. In 2025 zullen de meeste werkzaamheden worden uitgevoerd van dit plan van aanpak met een doorloop naar het 1e kwartaal van 2026. De verwachting is, ook van het ministerie van I&W, dat de dienst per 1 april 2026 robuust zal zijn. Bibob De laatste jaren is ondermijning een belangrijk bestuurlijk thema geworden. Daarom werken we steeds actiever samen met diverse partners en andere omgevingsdiensten om het team Bibob nog beter te faciliteren. Ons doel is een integrale benadering van de opsporing van verborgen criminaliteit in de regio om zo de ondermijnende invloed tegen te gaan. Binnen het programma Randvoorwaardelijk is de dekking voor de coördinatie van deze onderzoeken geregeld. Kennisgroepen Om ervoor te zorgen dat onze kennis breder wordt gedeeld zijn kennisgroepen opgericht. De kennis die bijvoorbeeld bij een vergunningprocedure wordt opgedaan wordt breder gedeeld, zodat de uitvoering efficiënt kan plaatsvinden. Onder andere de volgende kennisgroepen zijn opgericht: Omgevingsveiligheid, Jurisprudentie, Geluid. Daar waar nodig worden ook kennissessies met de opdrachtgevers georganiseerd.
Werken aan innovatie De ontwikkeling van producten en diensten voor de uitdagingen van individuele deelnemers en de regio gebeurt, als onderdeel van het Programma Robuustheid, aan de hand van een innovatiekalender. Deze kalender geeft inzicht in hoe innovatie is gepland en georganiseerd, zowel op maat voor individuele deelnemers als op breder niveau, zoals de ontwikkeling van een gelijk speelveld. Hierdoor worden prioriteiten in capaciteit en budget duidelijk en wordt voorkomen dat innovatie ten koste gaat van het primaire proces. De kalender wordt mede bepaald door gezamenlijke projecten met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, met als doel om niet alleen de innovatiekosten te beperken, maar ook waar mogelijk een multipliereffect te creëren.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 15 van 42
Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2025 zijn de lasten: Programma Randvoorwaardelijk Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers Taakstelling 6% Totaal bijdrage deelnemers
Begroting 2026 24.409 € 2.846.089 € 168.000 € 3.014.089 -€ 180.845 € 2.833.244
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 16 van 42
3. Financieel kader
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 17 van 42
3
FINANCIEEL KADER
Voor deze begroting vormt het Dienstplan 2025 de basis. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers, en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan van een jaar is een vaste bijlage bij de Kadernota voor het volgende jaar. Gemeenschappelijke Regelingen en het BBV Voor verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen zoals de Omgevingsdienst West-Holland, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van kracht. Belangrijke aandachtspunten zijn de uniforme taakvelden en de berekening van de overhead. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op totaalniveau, inclusief lasten, baten en reservemutaties, wat zorgt voor een integrale financiële sturing. Uniforme taakvelden BBV Voor de begroting en de jaarrekening schrijft het BBV voor dat de baten en lasten worden ingedeeld naar uniforme taakvelden. De taakvelden kennen een indeling, die in overeenstemming is met de indeling die de gemeenten en de provincie hanteren. Het overzicht van de verschillende taakvelden die betrekking hebben op de dienst is hieronder opgenomen (de nummering is conform het BBV en uniform): 0.1 Bestuur Dit betreft de lasten van de accountant. Het BBV schrijft voor om de accountantscontrole onder het taakveld Bestuur op te nemen.
0.4 Ondersteuning organisatie (overhead) Eén van de voorschriften in het BBV is het centraal begroten en ramen van de overhead. De definitie van overhead is beschreven in de “Notitie Overhead” van de commissie BBV. Onder overhead wordt verstaan alle lasten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hieronder vallen ook de baten verwacht vanuit renteopbrengsten en eventuele overige inkomsten. 7.4 Milieubeheer Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke en provinciale taken ter bescherming van het milieu. De personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu, Duurzaam en Bodem zijn hieraan toegerekend. De ICT-lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project-, subsidie- en materiële lasten zijn ook meegenomen. De baten bestaan uit de deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Milieubeheer zijn volledig toegerekend. 8.1 Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ordening bestaat uit het adviseren over- en begeleiden van oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, op het gebied van milieu, bodem en duurzaamheid. De personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Omgevingsadvies zijn hieraan toegerekend. De ICT-lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen.
De baten bestaan uit de deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Ruimtelijke Ordening die volledig worden toegerekend.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 18 van 42
8.3 Wonen en Bouwen Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. De personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen zijn hieraan toegerekend. De ICT-lasten en overige lasten zijn pro rato toegerekend. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. De baten bestaan uit de deelnemersbijdragen en de overige inkomsten alsmede de materiële- en projectlasten voor Wonen en Bouwen die volledig worden toegerekend. Kadernota De uitgangspunten uit de Kadernota 2026 hebben we in deze begroting verwerkt. De uurtarieven zijn met 2,25 % geïndexeerd, volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM). De Provincie Zuid-Holland heeft daarnaast de Uitgangspunten begrotingskaders 2026 gemeenschappelijke regeling ODWH vastgelegd in haar brief aan de dienst. De Kadernota 2026 is in het algemeen bestuur op 10 maart 2025 vastgesteld. Uurtarief deelnemers Conform de vastgestelde indexering gaan wij uit van een standaard uurtarief van € 116,60 voor de deelnemers. Dit is als volgt berekend: Tarief begroting Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
▪
▪
2025 € 104,35 9,25% € 9,65 € 114,00
2026 € 114,00 2,25% € 2,60 € 116,60
De uurtarieven zijn met 2,25% geïndexeerd, volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM). Het uurtarief 2026 voor de programma’s komt daarmee op €116,60. De indexaties van de tarieven in de meerjarenraming vinden plaats op basis van de meerjarige inschatting in lijn met het Centraal Plan Bureau (CPB).
Uurtarief BIP De dienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt. Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een kostendekkende vergoeding per aanvraag. Tarief per aanvraag BIP Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2025 € 47,27 9,25% € 4,37 € 51,64
2026 € 51,64 2,25% € 1,16 € 52,80
Financieringssystematiek De lasten van de dienst berekenen we door aan de deelnemers, op basis van werkelijk gerealiseerde uren tegen het geldende uurtarief, vermeerderd met materiële lasten. Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het bedrijfsresultaat. Hierbij houden we eerst rekening met het bereiken van de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 19 van 42
De wijze waarop de bijdrage van de deelnemers geïnd wordt blijft ongewijzigd. De dienst stuurt voorschotnota’s op basis van de goedgekeurde werkplannen. De voorschotnota’s zijn gebaseerd op de onderstaande percentages: Eerste kwartaal Tweede kwartaal Derde kwartaal Vierde kwartaal
25% van de begroting 30% van de begroting 25% van de begroting 20% van de begroting
Taakstelling De commissie FKGRHM heeft voor de begroting van 2026 een taakstelling van 6% voorgesteld ten opzichte van 2025. Eventuele frictiekosten moeten afzonderlijk worden verantwoord en via een apart besluit aan het algemeen bestuur worden voorgelegd, waarbij incidentele dekking door gemeenten kan worden aangevraagd. De commissie FKGRHM adviseert de taakstelling in te vullen op basis van beïnvloedbare lasten, zoals met Berenschot is geïnventariseerd. Zoals ook met Berenschot is gedeeld ziet de dienst op korte termijn geen concrete mogelijkheden om langs deze lijn te bezuinigen. Immers, recent heeft de dienst in het kader van de robuustheid ook al een verhoging van opleidingsbudget naar 3% en een innovatiebudget van 1% door herschikking binnen de begroting moeten verwezenlijken, en de marges waren al klein. Dit betekent echter niet dat de dienst de taakstelling niet wil invullen, maar voorstelt om dit op een geheel andere wijze te realiseren. De dienst wil de totale begroting voor 2026 en volgende jaren met 6% verlagen via drie sporen: 1) Het inmiddels structureel optredende positieve exploitatieresultaat van om en nabij 3% in een jaar inbrengen in de begroting van twee jaar later. 2) Uitgaan van 3% planningsoptimisme in de werkplannen; omdat de begroting van een jaar is gebaseerd op de werkplannen van het jaar daarvóór, kan de begroting beperkt worden tot 97%.
3) Het combineren van deze twee werkwijzen levert een begrotingsbeperking op van 6% in de eerste twee jaar. Vanaf 2028 is dit zeer waarschijnlijk nog maar 3%: toepassing van spoor 2 maakt dat de voeding van spoor 1 wegvalt. Maar de dienst heeft dan twee jaar langer de tijd om voor 3% aan structurele bezuinigingen/lastenbeperkingen te realiseren en ziet daar mogelijkheden voor. In 2025 zal er een plan van aanpak worden opgesteld door de dienst hoe invulling gegeven gaat worden aan deze taakstelling met als doel om vanaf 2028 de structurele lasten en structurele baten in balans te hebben. Kanttekeningen: • De wijze waarop de dienst de begrotingsbeperking wil realiseren is frictiekostenvrij. • Een ingrijpende cao-wijziging in dit en/of volgend jaar zal de dienst niet ook nog voor eigen rekening kunnen invullen. • In het voorstel kon nog geen rekening worden gehouden met een recent besluit van de gemeente Noordwijk om de bouwtaken per 1 januari 2027 zelf uit te gaan voeren. De financiële gevolgen daarvan zijn nog onbekend. Risico voor de robuustheid van de dienst is als gevolg hiervan zeer gering: bouwtaken tellen noch financieel, noch voor het kwaliteitsniveau van de dienst mee in de totaliteit. Productiviteitsnorm Vanaf 2025 is de productiviteitsnorm vastgesteld op 1.365 uur per fte per jaar op basis van een 36urige werkweek.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 20 van 42
Ontwikkelingen en actualiteiten Een aantal ontwikkelingen is niet opgenomen in de begroting en de meerjarenbegroting. Van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de te verwachten inzet of er is nog onvoldoende afstemming met de deelnemers geweest. Het gaat met name om CAO ontwikkelingen. De huidige CAO gemeenten/SGO loopt op 1 april 2025 af. Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn de onderhandeling voor de nieuwe CAO gemeenten reeds gestart. De uiteindelijke uitkomst van deze CAO kan gevolgen hebben voor het realiseren van de gevraagde taakstelling. Wij houden de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten en zullen de gevolgen verwerken in de begroting 2026 via een begrotingswijziging. Eventuele gevolgen van toekomstige CAO ontwikkelingen zijn niet meegenomen in de begroting.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 21 van 42
4.Begroting Omgevingsdienst
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 22 van 42
4
BEGROTING OMGEVINGSDIENST Overzicht van baten en lasten
Baten en Lasten (bedragen x €1000) Baten 4.3.1 - Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 - Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.4 - Inkomensoverdrachten - provincies 4.3.6 - Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.8 - Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 5.1 - Rente Totaal Baten Lasten 1.1 - Salarissen en sociale lasten 3.5.1 - Ingeleend personeel 3.8 - Overige goederen en diensten 4.2 - Subsidies 7.3 - Afschrijvingen Totaal lasten
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-€ 1.098 -€ 17.766 -€ 3.263 -€ 362 -€ 124 -€ 595 -€ 23.208
-€ 1.256 -€ 19.229 -€ 3.487 -€ 23 €0 -€ 350 -€ 24.345
-€ 987 -€ 18.413 -€ 3.523 -€ 58 €0 -€ 350 -€ 23.331
€ 14.707 € 4.061 € 3.530 € 393 € 314 € 23.006
€ 16.071 € 3.095 € 4.008 € 978 € 193 € 24.345
€ 16.045 € 3.144 € 4.026 € 760 € 45 € 24.020
Saldo Baten en Lasten
-€ 202
€0
€ 689
Bestemming resultaat 7.1 - Mutatie reserves Saldo na bestemming
-€ 141 -€ 343
€0 €0
-€ 689 €0
TOELICHTING BEGROTING 4.2.1 Toelichting op de lasten Hieronder geven wij per lastencategorie en taakveld een toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begrote lasten. Salarissen en sociale lasten Dit zijn de lasten voor de salarissen, sociale lasten en overige lasten voor personeel. Ook het opleidingsbudget valt hieronder. Het bedrag voor 2026 is gebaseerd op de indexatie van het FKGRHM en de salariskosten van de actuele bezetting binnen de organisatie. Er is in 2024 meer vast personeel in dienst gekomen wat resulteert in een afname op inhuur. Ingeleend personeel De omvang van het vaste personeel, mede ingegeven door de krapte op de arbeidsmarkt, is nog onvoldoende om de gevraagde capaciteit volledig te leveren, daarom is inzet vanuit de flexibele ruimte noodzakelijk. Het begrote bedrag is berekend op basis van de benodigde bezetting minus de vaste bezetting en de gemiddelde kosten per inhuurkracht. Voor 2026 is het bedrag lager ingeschat dan de realisatie in 2024. De reden hiervoor is dat er meer vaste personeel in dienst is gekomen en er hierdoor minder inhuur nodig zal zijn in 2026.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 23 van 42
Overige goederen en diensten Huisvesting Dit zijn lasten die betrekking hebben op kantoorruimten, zoals huur, onderhoud, schoonmaaklasten, belastingen en verzekeringen. De kosten die zijn begroot liggen redelijk in lijn met de realisatie in 2024. ICT Dit zijn lasten die betrekking hebben op het aanschaffen van hardware- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers. Ook projecten die vallen onder het informatiseringtraject valt hieronder. Dit houdt in dat er nader zal worden geïnvesteerd in het ontwikkelen en automatiseren van de systemen binnen de organisatie. Overige kosten Dit zijn lasten die organisatie gebonden zijn als adviesbureaus, accountant, contributies en lidmaatschappen, telefoons, kantoorbenodigdheden en wagenpark. Ook het innovatiebudget en ontwikkelingsbudget vallen hieronder. Dit veroorzaakt voornamelijk de stijging ten opzichte van de realisatie 2024. Materiële lasten deelnemers Dit zijn de lasten gemaakt voor de deelnemers en met de jaarlijkse eindafrekening worden doorbelast aan de deelnemers. Subsidies Dit zijn lasten voor de geluidssaneringsprojecten en de SPUK projecten. Deze lasten worden vergoed uit de subsidiegelden die wij ontvangen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en hebben daardoor geen effect op het resultaat aan het einde van het jaar.
Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke gedane investeringen en de verwachte investeringen in de komende jaren. De afschrijvingskosten liggen in de begroting aanzienlijk lager als gevolg van de versnelde afschrijving die heeft plaatsgevonden in 2024 op de inventaris, ICT, apparatuur en overige activa. Vanaf 2025 zal er alleen nog worden afgeschreven op de verbouwingen. 4.2.2 Toelichting op de baten Hieronder geven wij per opbrengstcategorie en taakveld een toelichting op de begrote baten. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op de uren en materiële lasten uit de goedgekeurde werkplannen 2025 die zijn opgenomen in het Dienstplan 2025 en tegen het tarief dat via de Kadernota 2026 is gecommuniceerd. De nadere toelichting op de uren is terug te vinden in de werkplannen van de deelnemer. Wij wijzen erop dat het aantal begrote uren per deelnemer voor het jaar 2026 gelijk blijft aan het Dienstplan 2025. Het aantal uren zal niet afnemen als gevolg van de taakstelling die is opgelegd door het FKGRHM. Bij het opstellen van de werkplannen 2026 zullen de wijzigingen die hieruit voortkomen meegenomen worden in de begrotingswijziging van 2026.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 24 van 42
Uren per deelnemer Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
Realisatie 2024 Begroting 2025 Dienstplan 2025 Begroting 2026 8.546 8.388 8.882 8.882 12.670 11.709 11.794 11.794 8.991 7.676 10.211 10.211 31.812 33.014 33.102 33.102 5.413 5.827 5.826 5.826 7.283 7.644 7.598 7.598 11.704 12.001 11.894 11.894 44.729 48.376 48.204 48.204 6.347 6.055 5.890 5.890 23.444 23.517 24.317 24.317 11.049 10.798 10.796 10.796 4.322 3.438 4.295 4.295 5.600 6.585 5.411 5.411 181.909 185.025 188.220 188.220
De bijdragen per deelnemer zijn in euro’s aangegeven in onderstaande tabel. Wij wijzen hier op de uitgangspunten die eerder zijn benoemd. Met inachtneming van de taakstelling met zicht op het aankomende Ravijnjaar wordt er in 2026 een korting gegeven van 6% (€1.3 miljoen euro) op de totale bijdrage van de werkplannen. Bijdrage per deelnemer (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
Realisatie 2024 € 900 € 1.369 € 963 € 3.360 € 596 € 766 € 1.271 € 5.065 € 710 € 2.483 € 1.161 € 460 € 721 € 19.825
Begroting 2025 € 976 € 1.354 € 895 € 3.849 € 687 € 894 € 1.393 € 5.893 € 710 € 2.755 € 1.253 € 411 € 880 € 21.950
Dienstplan 2025 € 1.029 € 1.361 € 1.182 € 3.849 € 679 € 882 € 1.378 € 5.726 € 685 € 2.853 € 1.251 € 499 € 640 € 22.014
Begroting 2026 € 1.052 € 1.392 € 1.209 € 3.935 € 694 € 902 € 1.409 € 5.852 € 701 € 2.916 € 1.279 € 510 € 654 € 22.505
Korting 6% Bijdrage 2026 € 63 € 989 € 84 € 1.309 € 73 € 1.136 € 236 € 3.699 € 42 € 653 € 54 € 848 € 85 € 1.324 € 351 € 5.500 € 42 € 659 € 175 € 2.741 € 77 € 1.202 € 31 € 479 € 39 € 615 € 1.352 € 21.154
Overige en aanvullende baten De overige aanvullende baten is een inschattingen van de aanvullende opdrachten vanuit de Provincie Zuid-Holland, gemeenten en overige overheden (o.a. DCMR). Daarnaast bestaat het ook uit subsidies vanuit het Rijk (SPUK en BSV geluidsaneringsprojecten) en overige inkomsten waaronder UWV vergoedingen en rente-inkomsten. Rijksoverheden gaan steeds meer specifieke uitkeringen en subsidies verstrekken aan omgevingsdiensten. Deze worden gegeven onder bepaalde voorwaarden en ten behoeve van een bepaald belang waarover wij verantwoording moeten leggen. Deze hebben in beginsel een incidenteel karakter, maar doordat ze jaarlijks steeds terugkeren vormen zij een (structurele) stroom van inkomsten. Voor zover deze opdrachten een structureel karakter hebben (meer dan 3 jaar) kunnen deze gebruikt worden als dekking voor structurele lasten (met name op het gebied van personeel).
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 25 van 42
Overige inkomsten (x €1.000) Provincie Zuid-Holland (aanvullend) Gemeenten Overige overheden Rijk (subsidies) Overige inkomsten Rente-inkomsten Totaal
Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 € 780 € 732 € 782 € 424 € 35 €0 € 324 € 23 € 58 € 1.098 € 1.256 € 987 € 162 €0 €0 € 595 € 350 € 350 € 3.383 € 2.396 € 2.177
De aanvullende opdrachten van de Provincie Zuid-Holland bestaan voornamelijk uit werkzaamheden gerelateerd aan Spoed en nazorg, Briks-advisering, Grondwatersaneringstaak en Bijenlandschap. Aanvullend budget PZH (x €1.000) Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Spoed en nazorg € 337 € 450 € 500 Briks-advisering € 13 € 50 € 50 E-PRTR €3 €0 €0 Extra inzet ZZS € 19 €0 €0 Grondwatersaneringstaak € 62 € 82 € 82 Bijenlandschap € 161 € 150 € 150 Netwerk nieuwe energie € 15 €0 €0 Gezonde en veilige circulaire economie € 42 €0 €0 Monitoring bijenlandschap € 25 €0 €0 Projectleiding AT-pool € 69 €0 €0 Meerjaren agenda versterking omgevingsveiligheid €8 €0 €0 Circulair betonakkoord 2024 €8 €0 €0 Financiële bijdrage Schiphol rapportage €1 €0 €0 Actieprogramma KRW doelrealisatie Indirecte lozingen € 17 €0 €0 Totale opbrengsten € 780 € 732 € 782
MEERJARENRAMING Korte toelichting op meerjarenbegroting De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: • Er is uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket en gaan voor de komende jaren uit van hetzelfde aantal uren als het Dienstplan 2025. • Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 26 van 42
Overzicht van baten en lasten (bedragen x €1000) Baten 4.3.1 - Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 - Inkomensoverdrachten - gemeenten 4.3.4 - Inkomensoverdrachten - provincies 4.3.6 - Inkomensoverdrachten - overige overheden 4.3.8 - Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 5.1 - Rente Totaal Baten Lasten 1.1 - Salarissen en sociale lasten 3.5.1 - Ingeleend personeel 3.8 - Overige goederen en diensten 4.2 - Subsidies 7.3 - Afschrijvingen Totaal lasten Saldo Baten en Lasten
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-€ 750 -€ 18.821 -€ 3.502 -€ 60 €0 -€ 350 -€ 23.483
-€ 750 -€ 19.235 -€ 3.414 -€ 61 €0 -€ 350 -€ 23.810
-€ 750 -€ 19.661 -€ 3.477 -€ 62 €0 -€ 350 -€ 24.300
€ 16.355 € 2.878 € 4.144 € 750 € 50 € 24.177 € 694
€ 16.722 € 2.085 € 4.198 € 750 € 55 € 23.810 €0
€ 17.045 € 2.179 € 4.266 € 750 € 60 € 24.300 €0
-€ 694 €0
€0 €0
€0 €0
Bestemming resultaat 7.1 - Mutatie reserves Saldo na bestemming
Overzicht van de baten per gemeente en overige inkomsten Deelnemersbijdrage (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland (aanvullend) Gemeenten Overige overheden Rijk (subsidies) Overige inkomsten Rente inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 € 1.011 € 1.033 € 1.056 € 1.338 € 1.368 € 1.398 € 1.162 € 1.187 € 1.214 € 3.781 € 3.865 € 3.951 € 667 € 682 € 697 € 867 € 886 € 906 € 1.354 € 1.384 € 1.415 € 5.621 € 5.743 € 5.868 € 673 € 688 € 704 € 2.802 € 2.864 € 2.927 € 1.229 € 1.256 € 1.284 € 490 € 501 € 512 € 628 € 642 € 656 € 21.623 € 22.099 € 22.588 € 700 €0 € 60 € 750 €0 € 350 € 23.483
€ 550 €0 € 61 € 750 €0 € 350 € 23.810
€ 550 €0 € 62 € 750 €0 € 350 € 24.300
De aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland bestaat uit: Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering Bijenlandschap Totale opbrengsten
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 € 500 € 500 € 500 € 50 € 50 € 50 € 150 €0 €0 € 700 € 550 € 550
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 27 van 42
RESERVES EN VOORZIENINGEN Het meerjarig beeld van de reserves en voorzieningen ziet er als volgt uit: Eigen vermogen (x €1.000) Algemene reserve Bestemmingsreserve personele ontwikkeling Bestemmingsreserve Opleidingsbudget Bestemmingsreserve Innovatiebudget Onverdeeld resultaat Totaal eigen vermogen
2024 € 1.037 € 80 € 26 € 216 € 343 € 1.702
2025 € 1.702 €0 €0 €0 €0 € 1.702
2026 € 1.702 €0 €0 €0 -€ 689 € 1.013
2027 € 1.013 €0 €0 €0 -€ 694 € 319
2028 € 319 €0 €0 €0 €0 € 319
2029 € 319 €0 €0 €0 €0 € 319
Voorzieningen (x €1.000) Voorziening verlofsparen Voorziening premie aanvullen WW Totaal voorzieningen
2024 € 355 € 40 € 395
2025 € 455 € 40 € 495
2026 € 555 € 40 € 595
2027 € 655 € 40 € 695
2028 € 755 € 40 € 795
2029 € 855 € 40 € 895
In de kadernota 2026 heeft de dienst aangegeven hoe zij invulling denkt te geven aan de taakstelling vanuit de FKGRHM. Deze taakstelling is vastgesteld op 6% en zal op de volgende manier ingevuld worden. De lasten zullen vanaf 2026 structureel verlaagd worden met 3%. In de periode 2025-2027 zal de dienst zich inspannen om per 2028 de lasten structureel verlaagd te hebben met 6% (inclusief 3% genoemd bij 1). 3. De structurele baten zullen vanaf 2026 met 6% verlaagd worden via van een korting op het dienstplan. 1. 2.
Dit betekent dat voor 2026 er een tekort ontstaat van 3%. Bij de jaarrekening 2024 die tegelijkertijd met de begroting 2026 wordt besproken in het AB van 14 juli 2025 zal het voorstel gedaan worden om de saldo’s van de bestemmingsreserve per 31-12-2024 en het resultaat over 2024 toe te voegen aan de algemene reserve. Deze toevoeging is verwerkt in de kolom mutatie 2025 en achten wij noodzakelijk om de taakstelling van 6% te bekostigen voor een gedeelte te bekostigen. In de begroting 2026 zijn de lasten van de dienst structureel verlaagd met 3%. Voor de overige 3% heeft de dienst de inspanningsverplichting om deze per 2028 structureel in te vullen. Voor 2024 is het voorstel het overschot in de algemene reserve van circa 3% toe te voegen aan een bestemmingsreserve “Bestemmingsreserve taakstelling”. Dit bedrag wordt verwerkt in de begroting van twee jaar later (2026 en 2027). Hiermee wordt financiële dekking geboden, zodat de organisatie continuïteit kan waarborgen en niet overhaast hoeft te bezuinigen zonder een weloverwogen besluit en langetermijnplanning. Na besluitvorming zal deze bestemmingsreserve “Bestemmingsreserve taakstelling” worden onttrokken aan de algemene reserve. De algemene reserve zal dan per 31-122024 een saldo van € 1.037.000 bedragen.
Wij verwachten dat we vanaf 2028 de bezuiniging vanuit de taakstelling hebben ingevuld en het weerstandniveau weer uitkomt op 5%.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 28 van 42
GEPROGNOTICEERDE BALANS De werkelijke balans voor het jaar 2024 en de geprognotiseerde balans voor de jaren 2025 tot en met 2029 ziet er als volgt uit: Balans (x €1.000) Totaal vaste activa Totaal vlottende activa Totaal activa Totaal eigen vermogen Totaal voorzieningen Totaal vlottende passiva Totaal passiva
2024 € 253 € 14.985 € 15.238 € 1.702 € 395 € 13.140 € 15.238
2025 € 726 € 15.872 € 16.598 € 2.206 € 392 € 14.000 € 16.598
2026 € 267 € 15.341 € 15.608 € 1.013 € 595 € 14.000 € 15.608
2027 € 267 € 14.747 € 15.014 € 319 € 695 € 14.000 € 15.014
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
2028 € 262 € 14.852 € 15.114 € 319 € 795 € 14.000 € 15.114
2029 € 252 € 14.962 € 15.214 € 319 € 895 € 14.000 € 15.214
pagina 29 van 42
EMU-SALDO De begroting van de Omgevingsdienst West-Holland is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. In EMU-termen betekent een negatief saldo dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten.
1 2 3 4
5
6
7 8 9
10
11 a b
Omschrijving EMU Saldo (x €1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). (Een nadelig saldo wordt negatief weergegeven). Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan). Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten. Verkoop van effecten. Gaat u effecten verkopen? (ja/nee).
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? Berekende EMU-saldo
Realisatie 2024
+
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029
€ 343 € 314
€0 € 193
-€ 689 € 45
-€ 694 € 50
€0 € 55
€0 € 60
€ 196
€ 255
€ 50
€ 50
€ 50
€ 50
€ 395
€ 392
€ 595
€ 695
€ 795
€ 895
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
€ 66
-€ 454
-€ 1.289
-€ 1.389
-€ 790
-€ 885
+ -
+
+
+ -
-
VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) Voor wettelijke taken en plustaken zijn de omgevingsdiensten vrijgesteld van VPB plicht.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 30 van 42
5.Paragrafen
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 31 van 42
5
PARAGRAFEN
In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor de dienst zijn alleen de paragrafen Financiering, Bedrijfsvoering en Risicoparagraaf van toepassing. Alleen de relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de Omgevingsdienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland ook direct onder druk. Daarom heeft de Omgevingsdienst West-Holland op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten vastgesteld voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het plan van aanpak Programma Robuustheid is opgenomen dat de dienst een voorstel maakt voor een hernieuwde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement, die meer aansluit bij de actualiteit. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's.
Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de Omgevingsdienst West-Holland. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a. het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's. 5.1.1 Omvang weerstandsvermogen Uit de risico-inventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt dat de omvang van het weerstandsvermogen boven de maximale omvang van de reserve valt, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. De maximale omvang van de algemene reserve mag 5% van de verwachte omzet bedragen. Dit bedraagt: Bepaling omvang weerstandsvermogen (x €1.000) Verwachte omzet Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve
Begroting 2026 € 23.331 5% € 1.167
Op basis van de risicoanalyse en inschatting wordt de risico impact bepaald. Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om deze impact op te vangen.
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 32 van 42
Bepaling vrije ruimte algemene reserve (x €1.000) Verwachte algemene reserve Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve
Begroting 2026 € 1.702 € 750 € 952
In de onderstaande paragrafen staat de volledige inventarisatie van de risico's nader uitgewerkt. Vervolgens is de verwachte omvang van de risico's ingeschat, rekening houdend met doorgevoerde beheersmaatregelen. Op basis van de spelregels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vervolgens de financiële impact van het risico bepaald. De omvang van de risico impact geeft uiteindelijk de benodigde omvang van de algemene reserve weer. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten de risico’s toch plaats vinden, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie. 5.1.2 Risicomanagement In de tabel hieronder zijn alle risico’s volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico’s, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. De bedragen zijn onderdeel van de eerdere risico-impactbepaling. Risico Naam risico S1.
S2. S3.
S4.
I5.
S6.
S7.
I8.
Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie. Dwangsom bij te late beslissing (Wet dwangsom en beroep) Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen. Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren (robuustheid). De implementatie van de omgevingsdienst is voltooid. We gaan ontdekken hoe hoog de risico’s zijn. De dienst heeft te maken met een stuwmeer niet opgenomen verlofuren. Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. (Informatisering kosten) De gemeente Noordwijk heeft besloten om per 1 januari 2027 de bouwtaken weer zelfstandig uit te voeren.
Toelichting gekozen aanpak Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de kadernota. Accepteren: Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt.
Risico X € Risico1.000 klasse
Restrisico X € 1.000
€0
75%
€0
€0
5%
€0
Overdragen: Hiervoor is een standaard rechtsbijstandsen aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Verminderen: De dienst werft actief op de arbeidsmarkt via “Werken in het Westen” en digitale kanalen. De samenwerking “Betere Wereldbaan” bevordert de samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten.
€0
5%
€0
€ 700
50%
€ 350
Accepteren: In samenspraak met onze partners evalueren we de implementatie en waar nodig sturen we bij.
€ 200
25%
€ 50
€ 400
75%
€ 300
€ 500
10%
€ 50
Verminderen: De organisatie stuurt op het verminderen van de stuwmeren op een verantwoordelijke manier. Verminderen: Hoewel het huidige informatisering project is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en kansen te anticiperen. Overdragen: Op dit moment wordt onderzocht welke gevolgen dit heeft voor de dienst. De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wil terugnemen. Zij zullen dan frictiekosten dienen te betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend uurtarief.
€ 0 75%
Totaal risico impact
Agendapunt 5 DB 7 april 2025: Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (2025036403)
pagina 33 van 42
€0 € 750
5.1.3 Financiële kengetallen Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten, in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de Omgevingsdienst niet van toepassing. Kengetallen Realisatie 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Netto schuldquote -8% -8% -6% Solvabiliteitsratio 14% 16% 10% Structurele exploitatieruimte -9% -3% -9%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de ontwikkelingen in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH (IPB-VTH) en dan met name de robuustheidscriteria op het gebied van opleidingen en innovatie heeft de dienst te maken met een structureel tekort binnen de exploitatie. Dit kan voor nu worden opgevangen door incidentele baten, echter is dit in het meerjarig perspectief geen gezonde situatie. Daarnaast is de taakstelling van 6% het gevolg van het hogere percentage vanaf 2026.