CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerpcBPOATankstationN207

Gemeenteraad 3 juli 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Tankstation N207 Vriezenweg Leimuiden’15.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

8.4

Reclamant vindt dat in het plan onvoldoende aandacht besteed wordt aan het voorkomen van zwerfafval, temeer door de aanwezigheid van de laadpalen, automobilisten in de verleiding komen hun afval in de omgeving te laten.

Er zullen bij de realisatie van het onbemande tankstation voldoende afvalbakken / containers geplaatst worden. Het feit dat het een onbemand tankstation is (dus zonder shop) minimaliseert tevens het risico op aanwezigheid van zwerfvuil / afval.

Pagina 24 van 40

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. 8.5

Reclamant ziet de nut en noodzaak van laadpalen niet midden in de polder. Het woon-werkverkeer dat langs het tankstation heeft veelal thuis zelf oplaadmogelijkheden.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie.

Reclamant is voorstander van meer laadpalen in de gemeente, echter in de bebouwde omgeving; laadpalen opnemen in dit plan is een vorm van ‘green washing’ en zou dan ook geen onderdeel moeten zijn de beoordeling en besluitvorming. Indien initiatiefnemer daadwerkelijk aan ‘green washing’ wil doen, dan is het meer dan fair een deel van daardoor gemaakte winsten beschikbaar te stellen aan een goed gemeenschappelijk doel. Immers, het de planlocatie was agrarisch, wordt door het tankstation industrieel qua bestemming en krijgt daardoor een gratis waardestijging. Indiener 9 9.1 Reclamant stelt dat door meer tankstations toe te staan er geen bijdrage wordt geleverd aan klimaatdoelstellingen, verduurzaming en energietransitie en het plan dan ook in strijd is met het raadsakkoord. In het raadsakkoord staat namelijk dat ‘de gemeente in de uitvoering en aanpassing van beleid het aspect duurzaamheid in acht moet nemen door volop in te zetten op meer oplaadpunten voor elektrische voertuigen in plaats van een nieuw tankstations’. 9.2

Reclamant stelt dat tankstations een aflopende zaak zijn. Immers, vanaf 2035 mogen nieuwe auto’s binnen de EU geen CO2 meer uitstoten en worden richting 2035 de uitstootdoelen voor auto’s nog verder teruggeschroefd. Dat betekent dat het nieuwe tankstation voor het tanken

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over strijdigheid met de Omgevingsvisie en het raadsakkoord; Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het

Pagina 25 van 40

9.3

van fossiele brandstof al na korte tijd steeds minder klanten zal hebben, terwijl volgens het voorliggend plan laadpunten op deze locatie langs de N207 niet economisch rendabel zou zijn.

gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie.

Aanwezigheid van het tankstation aan de rotonde, kruising N207 met de Vriezenweg, maakt dat de rotonde nóg onoverzichtelijker en verkeersonveiliger wordt voor zowel automobilisten als fietsers.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect verkeers(on)veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4.

De beoogde toe- en afrit aan de Vriezenweg leidt bovendien tot nóg meer sluipverkeer door Rijnsaterwoude tijdens de avondspits Immers, automobilisten die het tankstation verlaten zullen er dan eerder voor kiezen om door Rijnsaterwoude te rijden in plaats van in de rij te staan om de rotonde op te komen, om vervolgens in de file te staan op de N207 richting Alphen aan en Rijn. Het tankstation leidt ook tot meer sluipverkeer door Leimuiden in de ochtendspits; omdat het tankstation een prijsvechter is zullen veel automobilisten uit de richting van Alphen aan den Rijn daar willen tanken. Dit betekent dat zij de derde afslag op de rotonde nemen en na het tanken er eerder voor zullen kiezen om de Vriezenweg te nemen richting Leimuiden en pas daar de N207 op te rijden in plaats van aan te sluiten in de ochtendfile op de N207 richting de Leimuiderbrug. 9.4

Reclamant stelt dat economische activiteiten zijn voorbehouden aan de bedrijventerreinen,. Reclamant refereert in dat verband aan het raadsakkoord, waarin de gemeente het belang van het Groene Hart erkent en daarmee behoud van het open landschap met bijbehorende waarden van belang acht. O.a. om verrommeling te voorkomen.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect sluipverkeer wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 4. Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft de stelling dat het voornemen in strijd is met gemeentelijk beleid, wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Pagina 26 van 40

9.5

Door het tankstation toe te staan, zullen er navolgend al snel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden met als reden dat ‘deze nieuwe ontwikkelingen aansluiten op de bestaande ontwikkeling’. Te denken valt aan een fastfoodrestaurant, hotel, casino etc. Reclamant geeft hierbij als voorbeeld Den Ruygenhoek aan de A4, maar ook het gebied Roelofarendsveen / Rijpwetering langs de A4.

Wat betreft het gestelde over precedentwerking wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Reclamant stelt dat omwonenden door initiatiefnemer alleen mondeling en zonder voorafgaande aankondiging geïnformeerd over het plan. In tegenstelling tot wat in het plan staat, heeft een deel van de omwonenden toen wel degelijk (mondeling) aangegeven bezwaren te hebben tegen het plan.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5

Indiener 10 10.1 Reclamant stelt dat er sprake is va een ontwerpbestemmingsplan dat onvoldoende en onjuist onderbouwd is: zo zijn de overwegingen en conclusies omtrent het aspect verkeersbewegingen op geen enkele wijze onderbouwd. Het is dan ook onduidelijk waar initiatiefnemer ca. 250 verkeersbewegingen per dag op gebaseerd heeft in het ontwerpbestemmingsplan. En uitgaande van ca 250 verkeersbewegingen per dag betekent dat ca 7.500 verkeersbewegingen per week, oftewel 91.000 verkeersbewegingen per jaar. Een dergelijke toename van verkeersbewegingen op ca 90 meter van de woning van client van reclamant is in strijd met een goed woon- en leefklimaat. 10.2

In het plan wordt gesteld dat de voortuigen met een lage snelheid op het terrein van het tankstation en met relatief weinig geluidproductie van en naar de openbare weg rijden. Volgens reclamant is dit niet onderbouwd noch gebaseerd op enig onderzoek.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

De wijze waarop het terrein wordt ingericht ten opzichte van de aan- en afrijroute heeft tot gevolg dat er enkel met lage snelheid over het terrein gereden kan worden. De geluidsproductie – als gevolg van de lage snelheden – op het terrein van het onbemande tankstation kan dan ook geenszins het verkeersgeluid dat momenteel op de N207 door langsrijdend

Pagina 27 van 40

verkeer geproduceerd wordt, overstijgen dan wel versterken. Overigens blijkt uit het advies van de Omgevingsdienst West-Holland - die alle verplichtende onderzoeken heeft beoordeeld m.b.t.. milieutechnische aspecten waaronder geluid - dat er geen sprake is van enige vorm van strijdigheid noch overschrijding van milieutechnische (geluids)normen in relatie tot de omgeving (waarbij de afstand tussen de woning van reclamant en het tankstation 168 meter bedraagt). Van onderbouwing en motivering op dit onderdeel is dan ook wel degelijk sprake Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. 10.3

Wat betreft het aspect ‘lichthinder’ wordt in het plan een veronderstelling geuit louter op basis van een verwachting. Er wordt in het plan dan ook geen rekening gehouden met het feit dat na het tanken veel verkeer terugrijdt de rotonde op om de N207 op de gaan; een deel daarvan zal in de avonduren plaatsvinden en leidt dan ook tot aanzienlijke lichtbelasting voor de client van reclamant.

Van ‘lichthinder zal geen sprake zijn. Er wordt in de luifel led verlichting aanbracht als gebundelde lichtbron naar de grond gericht is en dimt als er geen klanten onder de luifel aanwezig zijn. De zgn. ‘price sign’ (reclamezuil) is ook verlicht, maar enkel zichtbaar vanaf de rijrichtingen op de N207. Vanuit de woningen is deze zuil dan ook niet zichtbaar. Overigens wordt momenteel ook dag en nacht gebruik gemaakt van de rotonde door autoverkeer waar reclamant aangrenzend woont en zorgt een heg voor het huis van reclamant nu al bescherming tegen koplampen van langsrijdend autoverkeer over de rotonde. Lichtoverlast voor huidige percelen en bewoners om / aan de rotonde als gevolg van het onbemande tankstation is per definitie onmogelijk, gelet op de positionering van de op- en afrit van het tankstation; de te realiseren afrit komt in de rijrichting naar de nieuw te bouwen woningen op Vriezenweg 8. Door een aan te brengen grondwal zullen ook deze woningen geen lichtstralen van autokoplampen kunnen ervaren. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 28 van 40

10.4

In paragraaf 7.2 van het ontwerpbestemmingsplan wordt ten aanzien van participatie aangegeven dat gesprekken met omwonenden hebben geleid tot uiteenlopende reacties. Dat is volgens reclamant onjuist; verreweg de meeste omwonenden hebben namelijk te kennen gegeven tegen het plan te zijn. Van een reëel participatietraject is dan ook geen sprake geweest. 10.5 Nut en noodzaak van dit tankstation ontbreekt; binnen een straal van 1,5 kilometer staan al twee tankstations. Buiten die straal in de directe omgeving staat er nog 5 tankstations, allemaal bereikbaar binnen een straal van ca 5 a 6 kilometer. Ook hieruit blijkt dat er met dit ontwerpbestemmingsplan geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening en er van onderbouwing geen sprake is. Indiener 11 11.1 Reclamant stelt dat er geen tekort aan tankstations in Leimuiden / Rijnsaterwoude is. Binnen een afstand van 2 kilometer staan al twee tankstations. De lokale noodzaak is dan ook laag en zal het tankstation voornamelijk door forenzen gebruikt worden en leiden tot een verkeerstoename.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

11.2

Wat betreft het verkeer dat van de N207 af zal moeten merkt reclamant op dat deze automobilisten met name in de spituren geneigd zullen zijn via de Vriezenweg (en vervolgens via de Herenweg door de dorpskernen) te rijden om vervolgens opnieuw aan te sluiten op de N207.

Er is geen causaal verband tussen de komst van het onbemande tankstation en een toename van sluipverkeer. Immers, ook zonder de aanwezigheid kan de route desgewenst als ‘sluiproute’ fungeren voor automobilisten. Daarbij wordt een sluiproute niet aantrekkelijker als er sprake is van een 30 km weg, verkeersobstakels en de op- en afrit van de rotonde. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

11.3

Volgens reclamant is een tankstation op de planlocatie een dissonant in het aanwezige open (landelijke)

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt

Pagina 29 van 40

11.4

landschap. Het open landschap dient behouden te worden en daarbij schept medewerking aan dit plan een precedent; een onbemand tankstation krijgt een shop, wordt fast food en voor men het doorheeft is de omgeving van de Vriezenweg veranderd in een industrie- en horecaterrein zoals bij de kruising N207/N208 in Lisse.

kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Met voorliggend plan wordt weidegebied bestraat in de nadagen van het rijden op fossiele brandstoffen. Reclamant vraagt zich dan ook af of de eigenaar over ca 15 jaar als er geen noodzaak en vraag is naar fossiele brandstoffen, actief in bedrijf zal zijn.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Wat betreft het gestelde over precedentwerking wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

11.5

Reclamant stelt dat de realisatie van het tankstation in strijd is met de gemeentelijke doelstellingen , te weten duurzaamheid, verkeersveiligheid en behoud van het landschap.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over strijdigheid met de Omgevingsvisie en het raadsakkoord; Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Indiener 12 12.1 Reclamant is ten tijde van de actualisatie van de N207 als Verkeerscommissie Leimuiden actief betrokken geweest bij het zgn. ‘versnellingskamertraject’ en had betrekking op de doorstroming op de N207 en gevolgen daarvan voor de ontsluiting van Leimuiden en Rijnsaterwoude op de N207. Reclamant benadrukt dat naast de provinciale actualisatie van de N207, de Vriezenweg ook een belangrijke rol vervult als ontsluitingsweg richting Alphen aan de Rijn tijdens de ochtendspits vanuit Leimuiden. Ook is de Vriezenweg van essentieel belang voor de ontsluitingsmogelijkheden van de recreatieve ontwikkelingen die op de locaties ‘Struyck’ en ‘Jachthaven

De provincie heeft kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen het onbemande tankstation op voorgenomen locatie en ziet de realisatie van een onbemand tankstation dan ook geenszins als een ongewenste ontwikkeling. In de aanloop naar uitwerking van voorliggend voornemen heeft de provincie – vanuit het sturingsprincipe maatwerk – kenbaar gemaakt dat vanuit verkeerstechnisch en stedenbouwkundig oogpunt realisatie an een tankstation op deze locatie niet als een belemmering beschouwd wordt. De beoogde (her)ontwikkeling van dit perceel past binnen de provinciale Omgevingsvisie, is in lijn met de provinciale ambities, heeft ruimtelijke kwaliteitsverbetering tot gevolg, draagt bij aan de versterking van de infrastructuur Pagina 30 van 40

Vasn Grieken’ bij Rijnsaterwoude plaatsvinden.

voor het deel van de N207 waar voorliggende planlocatie zich bevindt, en sluit daarmee dan ook aan bij de provinciale gebiedsprofielen.

In de provinciale rapportage omtrent de actualisatie van de N207 staat dat de rotonde waar het tankstation aan komt te liggen reeds als knelpunt beschouwd dient te worden, laat staan bij nog meer, ook kruisende verkeersbewegingen (als gevolg van het tankstation). Daarbij is voorliggend plan in strijd met de provincie voornemens om de verkeersdoorstroming te verbeteren door in de toekomst de rotonde te wijzigen in een kruising. Immers, om de kruising te realisering ter vervanging van de rotonde moeten zowel Heilige Geestlaan als de Vriezenweg verbreed worden. Het kan dan ook niet zijn dat de provincie geen bezwaar heeft tegen voorliggend plan om een tankstation aan de Vriezenweg / N207 te realiseren.

Na realisatie van het onbemande tankstation, zullen de automobilisten die nu ook over dat deel van de N207 rijden in het kader van woon/werkverkeer met eenzelfde aantal verkeersbewegingen van dat deel van de N207 gebruik maken. Let wel, het betreft een deel van de N207 waar momenteel sprake is van een acceptabele verhouding tussen de huidige verkeersintensiteit in verhouding tot de wegcapaciteit. Dat de aanwezigheid van het onbemande tankstation per definitie zal leiden tot een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen wordt dan ook als zeer onwaarschijnlijk geacht. Indien de provincie in de toekomst zou besluiten de rotonde te vervangen door een kruising, blijft de ruime afstand tot de op- en afrit van het tankstation onveranderd en maakt dat de aanwezigheid van het tankstation geen invloed heeft op de verkeersbewegingen op dat moment. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

12.2

De aantallen van ca 250 verkeersbewegingen per dag worden gemarginaliseerd, niet in betekenende mate, zie de bijlage NO2 berekeningen bij stikstofdepositie. Alles wijst in dat verband op groei: toename aantal vrachtauto’s die komen tanken, aanpassing van het terrein, een verdubbeling van het aantal opstelplaatsen voor fossiele brandstoffen (van 4 naar 8) evenals een uitbreiding naar 26 laadstations. E.e.a. vergroot de impact op zowel de verkeersdoorstroming op de N207, de ontsluiting vanuit Leimuiden / Rijnsaterwoude evenals de neerslag van stikstof.

Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Overigens concludeert reclamant dat het elektrisch laden niet is

Pagina 31 van 40

12.3

12.4

12.5

meegenomen qua berekeningen in het haalbaarheidsonderzoek. Ook de noodzakelijke aanwezigheid van een shop bij het elektrisch laten is niet meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek. Door de aanwezige bebouwing in het lint en de extra te vergunnen woningen op twee bouwvlakken naast het tankstation ontstaat er een dichtbebouwd lint en is er sprake van een inbreuk op de landschappelijke waarden. Er wordt in voorliggend geval voorbij gegaan aan de infrastructurele consequenties en de beperkende gevolgen voor de leefomgeving en laat in dit geval het ondernemersbelang prevaleren. Reclamant zet dan ook vraagtekens bij het verlenen van bestuurlijke medewerking aan deze investering in de vorm van een tankstation dat een waardestijging van 700.000 euro (van 300.000 euro naar 1 miljoen euro ) vanuit de benadering ‘ja, tenzij er geen behoefte aan is’ in plaats van de ‘ja tenzij’ benadering. Het ‘achterland’ waar in het haalbaarheidsonderzoek aan wordt gerefereerd is reeds voorzien van voldoende tankmogelijkheden. Ook wordt er ten onrechte in het haalbaarheidsonderzoek gesteld dat bij de tankstations ‘Esso N207 Leimuiden’ en ‘Haan bij Alphen aan de Rijn’ geen terugrijd mogelijkheden zijn.

Reclamant vraagt zich dan ook af of de investering in een tankstation op voorgenomen planlocatie wel zo noodzakelijk is; een investering in een vervuilend benzinestation met fossiele brandstof, een aflopende energiebron, op een mooie open plek in de polder met agrarische bestemming en landschapswaarden; dit alles op een weg met voornamelijk woon/werkverkeer en voldoende benzinestations in de omgeving, op goedkopere en redelijke afstand. Reclamant heeft ook vernomen dat belanghebbenden in het participatietraject niet serieus betrokken zijn en hun reacties niet terug te vinden zijn in voorliggend plan. Zo heeft reclamant geen

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie. Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5

Pagina 32 van 40

schriftelijk verslag kunnen vinden met de reacties en waarin wordt aangegeven welke invloed de reacties op het initiatief hebben gekregen. Indiener 13 13.1 Reclamant stelt dat door meer tankstations toe te staan er geen bijdrage wordt geleverd aan klimaatdoelstellingen, verduurzaming en energietransitie en het plan dan ook in strijd is met het raadsakkoord. In het raadsakkoord staat namelijk dat ‘de gemeente in de uitvoering en aanpassing van beleid het aspect duurzaamheid in acht moet nemen door volop in te zetten op meer oplaadpunten voor elektrische voertuigen in plaats van een nieuw tankstations’. 13.2

13.3

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over strijdigheid met de Omgevingsvisie en het raadsakkoord; Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Reclamant stelt dat tankstations een aflopende zaak zijn. Immers, vanaf 2035 mogen nieuwe auto’s binnen de EU geen CO2 meer uitstoten en worden richting 2035 de uitstootdoelen voor auto’s nog verder teruggeschroefd. Dat betekent dat het nieuwe tankstation voor het tanken van fossiele brandstof al na korte tijd steeds minder klanten zal hebben, terwijl volgens het voorliggend plan laadpunten op deze locatie langs de N207 niet economisch rendabel zou zijn.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie.

Aanwezigheid van het tankstation aan de rotonde, kruising N207 met de Vriezenweg, maakt dat de rotonde nóg onoverzichtelijker en verkeersonveiliger wordt voor zowel automobilisten als fietsers.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect verkeers(on)veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4.

De beoogde toe- en afrit aan de Vriezenweg leidt bovendien tot nóg meer sluipverkeer door Rijnsaterwoude tijdens de avondspits Immers, automobilisten die het tankstation verlaten zullen er dan eerder voor kiezen om door Rijnsaterwoude te rijden in plaats van in de rij te staan om de rotonde op te komen, om vervolgens in de file te staan op de N207 richting Alphen aan en Rijn. Het tankstation leidt ook tot

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect sluipverkeer wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 4. Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 33 van 40

meer sluipverkeer door Leimuiden in de ochtendspits; omdat het tankstation een prijsvechter is zullen veel automobilisten uit de richting van Alphen aan den Rijn daar willen tanken. Dit betekent dat zij de derde afslag op de rotonde nemen en na het tanken er eerder voor zullen kiezen om de Vriezenweg te nemen richting Leimuiden en pas daar de N207 op te rijden in plaats van aan te sluiten in de ochtendfile op de N207 richting de Leimuiderbrug. 13.4

13.5

Reclamant stelt dat economische activiteiten zijn voorbehouden aan de bedrijventerreinen,. Reclamant refereert in dat verband aan het raadsakkoord, waarin de gemeente het belang van het Groene Hart erkent en daarmee behoud van het open landschap met bijbehorende waarden van belang acht. O.a. om verrommeling te voorkomen.

Voor wat betreft de stelling dat het voornemen in strijd is met gemeentelijk beleid, wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Door het tankstation toe te staan, zullen er navolgend al snel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden met als reden dat ‘deze nieuwe ontwikkelingen aansluiten op de bestaande ontwikkeling’. Te denken valt aan een fastfoodrestaurant, hotel, casino etc. Reclamant geeft hierbij als voorbeeld Den Ruygenhoek aan de A4, maar ook het gebied Roelofarendsveen / Rijpwetering langs de A4.

Wat betreft het gestelde over precedentwerking wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Reclamant stelt dat omwonenden door initiatiefnemer alleen mondeling en zonder voorafgaande aankondiging geïnformeerd over het plan. In tegenstelling tot wat in het plan staat, heeft een deel van de omwonenden toen wel degelijk (mondeling) aangegeven bezwaren te hebben tegen het plan.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5

Indiener 14 14.1 Reclamant stelt dat door meer tankstations toe te staan er geen bijdrage wordt geleverd aan klimaatdoelstellingen, verduurzaming en energietransitie en het plan dan ook in strijd is met het raadsakkoord.

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over strijdigheid met de Omgevingsvisie en het raadsakkoord;

Pagina 34 van 40

14.2

14.3

In het raadsakkoord staat namelijk dat ‘de gemeente in de uitvoering en aanpassing van beleid het aspect duurzaamheid in acht moet nemen door volop in te zetten op meer oplaadpunten voor elektrische voertuigen in plaats van een nieuw tankstations’.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Reclamant stelt dat tankstations een aflopende zaak zijn. Immers, vanaf 2035 mogen nieuwe auto’s binnen de EU geen CO2 meer uitstoten en worden richting 2035 de uitstootdoelen voor auto’s nog verder teruggeschroefd. Dat betekent dat het nieuwe tankstation voor het tanken van fossiele brandstof al na korte tijd steeds minder klanten zal hebben, terwijl volgens het voorliggend plan laadpunten op deze locatie langs de N207 niet economisch rendabel zou zijn.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie.

Aanwezigheid van het tankstation aan de rotonde, kruising N207 met de Vriezenweg, maakt dat de rotonde nóg onoverzichtelijker en verkeersonveiliger wordt voor zowel automobilisten als fietsers.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect verkeers(on)veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4.

De beoogde toe- en afrit aan de Vriezenweg leidt bovendien tot nóg meer sluipverkeer door Rijnsaterwoude tijdens de avondspits Immers, automobilisten die het tankstation verlaten zullen er dan eerder voor kiezen om door Rijnsaterwoude te rijden in plaats van in de rij te staan om de rotonde op te komen, om vervolgens in de file te staan op de N207 richting Alphen aan en Rijn. Het tankstation leidt ook tot meer sluipverkeer door Leimuiden in de ochtendspits; omdat het tankstation een prijsvechter is zullen veel automobilisten uit de richting van Alphen aan den Rijn daar willen tanken. Dit betekent dat zij de derde afslag op de rotonde nemen en na het tanken er eerder voor zullen kiezen om de Vriezenweg te nemen richting Leimuiden en pas daar de N207 op te rijden in plaats van aan te sluiten in de

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect sluipverkeer wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 4. Voor wat betreft het gestelde over verkeersbewegingen en verkeersintensiteit wordt voor het overige kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 35 van 40

ochtendfile op de N207 richting de Leimuiderbrug. 14.4

14.5

Reclamant stelt dat economische activiteiten zijn voorbehouden aan de bedrijventerreinen,. Reclamant refereert in dat verband aan het raadsakkoord, waarin de gemeente het belang van het Groene Hart erkent en daarmee behoud van het open landschap met bijbehorende waarden van belang acht. O.a. om verrommeling te voorkomen.

Voor wat betreft de stelling dat het voornemen in strijd is met gemeentelijk beleid, wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Door het tankstation toe te staan, zullen er navolgend al snel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden met als reden dat ‘deze nieuwe ontwikkelingen aansluiten op de bestaande ontwikkeling’. Te denken valt aan een fastfoodrestaurant, hotel, casino etc. Reclamant geeft hierbij als voorbeeld Den Ruygenhoek aan de A4, maar ook het gebied Roelofarendsveen / Rijpwetering langs de A4.

Wat betreft het gestelde over precedentwerking wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Reclamant stelt dat omwonenden door initiatiefnemer alleen mondeling en zonder voorafgaande aankondiging geïnformeerd over het plan. In tegenstelling tot wat in het plan staat, heeft een deel van de omwonenden toen wel degelijk (mondeling) aangegeven bezwaren te hebben tegen het plan.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5

Indiener 15 15.1 In de toelichting van het wordt gesproken van ca 250 voertuigen per dag die het tankstation zullen bezoeken; een ongewenste ontwikkeling van gemiddeld elke 5 tot 6 minuten een auto die het tankstation op- en afrijdt. Dit aantal zou zelfs kunnen verdubbelen in de toekomst. Het extra verkeer dat het tankstation veroorzaakt leidt tot verkeersonveilige situaties Reclamant merkt in dat verband ook op dat de elektrische auto’s. motorfietsen en kleine vrachtwagens niet zijn meegenomen in de opgenomen berekeningen van het plan.

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Voor wat betreft het gestelde over het aspect verkeers(on)veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.4. Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 36 van 40

15.2

15.3

15.4

15.5

De Wassenaarsche polder wordt gekenmerkt door een open landschap. Plaatsing van een luifel van ruik 5,30 meter en een reclamezuil van 4,5 tot 5 meter hebben impact op het landschap. Daarbij hebben deze tankstations een industrieel uiterlijk met opvallende kleuren en een verlicht logo. Reclamezuilen zijn in de praktijk voorzien van felle cijfers en felle kleuren. Dit alles zal van grote afstand zichtbaar zijn. Lichtmasten van 5,5 meter hoog en de verlichting in del luifel zelf zullen het gebied tijdens zonsondergang het plangebied en omgeving fel verlichten. Reclamant vindt dan ook dat door het industriële karakter en de lichtvervuiling het aanzien van de Wassenaarsche polder aantast en tus niet passend is in dit gebied. De behoefte waar in voorzien wordt volgens het plan, komt vooral voort uit het feit dat het een onbemand tankstation is met daarmee lagere prijzen. Een ander argument is dat er aan de westkant van de N207 binnen 30 kilometer geen tankstations zijn. Echter aan de oostzijde van de N207 zijn er binnen 2 kilometer al 2 tankstations en binnen een straal van 8 kilometer nog eens 2 tankstations. Oftewel,. Er zijn momenteel voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig, ook met een concurrerende prijsstelling. Tankstations genereren ook afval.

Vaak word het afval wel door de bezoekers in de afvalbak gedeponeerd, echter een tankstation midden in de polder zal de wind er voor zorgen dat afval alsnog de polder inwaait en zwerfvuil ontstaat. Dat er gerookt wordt door gebruikers van de laadpalen zal ook tot zwerfvuil in de polder leiden.

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Het realiseren van dit tankstation biedt geen extra werkgelegenheid aan de inwoners van de gemeente. De winsten van verhuur van de ondergrond en exploitatie blijven ook niet binnen de gemeentegrenzen. Enig

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan. Wat betreft het gestelde over lichthinder wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.6 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Er zullen bij de realisatie van het onbemande tankstation voldoende afvalbakken / containers geplaatst worden. Het feit dat het een onbemand tankstation is (dus zonder shop) minimaliseert tevens het risico op aanwezigheid van zwerfvuil / afval. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 37 van 40

voordeel van het tankstation is de mogelijkheid voor autobezitters die goedkoop willen tanken.

Kortheidshalve wordt tevens verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

15.6

In de toelichting van het plan staat dat het tankstation een oppervlakte heeft van ca. 5.400 vierkante meter. Op de verbeelding van het plan wordt een scheidingslijn getrokken dwars door een gebouw die nu op het perceel staat. Dat komt ongeveer overeen met de vermelde oppervlakte. Dit betekent dat het gebouw gesloopt zou moeten worden om dit plan te realiseren. In het rapport Blom ecologie wordt hier geen rekening mee gehouden. In het rapport worden op bepaalde afbeeldingen andere scheidslijnen gehanteerd. De daadwerkelijke begrenzing is dan ook onduidelijk. Indien de grens daadwerkelijk over het gebouw ligt, dan is aanvullend onderzoek naar mogelijke aanwezigheid van beschermede diersoorten noodzakelijk.

Qua begrenzing conflicteert voorgenomen planlocatie van het tankstation geenszins met het naastgelegen perceel Vriezenkoop 8 te Leimuiden, waar planologisch juridisch twee vrijstaande woningen gerealiseerd mogen worden nadat de huidige op dat perceel aanwezige bebouwing volledig gesloopt is. Er is dan ook geen sprake van begrenzingen die (in de nieuwe situatie) over bepaalde bebouwing heen loopt. Op basis van de begrenzing zoals deze op de verbeelding van het voorliggend ontwerpbestemmingsplan op aanvraag is aangeduid heeft de Omgevingsdienst West-Holland alle aangeleverde verplichte onderzoeken (o.a. het Flora –en Faunaonderzoek) beoordeeld en verwoord in een advies. Uit dit advies blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot afbraak en aantasting van de natuurwaarden ter plaatse, noch een bedreiging oplevert voor beschermde diersoorten. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Indiener 16 16.1 Initiatiefnemer heeft de bevindingen van het participatietraject niet volledig en incorrect weergegeven in het plan.

Wat betreft het gestelde over participatie en communicatie wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 6.5 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

16.2

De planlocatie staat bekend om zijn frisse en mooie doorkijk over het groene landschap wat helemaal past in de gemeentelijke omgevingsvisie. Het gaat hier om behoud van karakteristiek en cultuurhistorisch

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Pagina 38 van 40

16.3

open weidelandschap dat met de komst van het tankstation verstoort wordt.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Het plan komt niet overeen met de in de gemeentelijke omgevingsvisie geformuleerde doelstelling om ‘te streven naar vijftig procent minder gebruik van primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) in 2030.’ Het plaatsen van laadpalen in de polder is in strijd met wat de gemeentelijke omgevingsvisie over laadpalen stelt. Immers, laadpalen dienen juist in bebouwd gebied geplaatst te worden, waardoor er hoger rendement is. Het lijkt er dan ook op dat in dit plan er juist sprake kan zijn van ‘green washing’. gemeentelijke omgevingsvisie, aangezien in de visie staat dat laadpalen in bebouwd gebied

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over strijdigheid met de Omgevingsvisie en het raadsakkoord; Kortheidshalve wordt tevens verwezen naar de beantwoording van 1.2 wat betreft het gestelde over laadpalenvoorzieningen en energietransitie. Wat betreft het gestelde over het aantoonbaar gemaakte nut en noodzaak wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.2 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Overigens gaat het plan uit van 6 laadpunten met de kans op uitbreiding naar 26, echter reclamant telt er 32. De laadpalen zullen tevens een belasting vormen voor het huidige energienet en gaat daarmee ten koste van laadpalen binnen de bebouwd gebied. Ook dient de toename van stikstof niet onderschat te worden. 16.4

16.5

Het tankstation zal een aanslag zijn op natuur, vervuiling, zwerfvuil en het gevaar dat het een hangplek wordt met overlast tot gevolg. In het plan wordt gesproken over een verlichte luifel van 130 vierkante meter (4 tank opstelplaatsen) en een mogelijkheid deze te verdubbelen naar 260 vierkante meter (8 opstelplaatsen). De bijna 5 meter hoge verlichte zuil zal een punt van ergernis worden door de negatieve impact op het landschap. Er is in voorliggend geval dan ook geenszins sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Het plan zal dan ook ten koste gaan van de mooie groene landerijen en verre doorkijken. Wat betreft het in de toekomst voorzien in een waterstofstation merkt reclamant op dat dit andere milieuvereisten met zich mee brengt..

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4 Wat betreft het gestelde over lichthinder wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.6. Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Wat betreft het gestelde over waterstof wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 2.1 en 2.8

Pagina 39 van 40

Waterstof is in die zin vergelijkbaar met een LPG station, hetgeen niet onbemand mag zijn. Door er ook waterstofstation van te maken kan er niet meer gesproken worden van een klein tankstation. Indiener 17 17.1 Het tankstation, waarvan er in de nabije omgeving al meerdere staan, zal een aantasting en bedreiging zijn van het aanwezige cultuurlandschap.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

17.2

In de Landschapsvisie N207 van 2011 wordt het gebied aangeduid als een ‘Mooi Zuid-Holland Route’. In dat kader is de provinciale weg destijds dan ook voorzien van brede (midden)bermen en mooie verlichting. Voorliggend plan is in strijd met deze Landschapsvisie N207. Immers, overdags is er sprake van horizonvervuiling en ’s nachts sprake van enorme lichtvervuiling. Dit terwijl in de visie juist zoveel aandacht aan verlichting is besteed.

Wat betreft het gestelde over lichthinder wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.6.

Het tankstation heeft een nadelige uitwerking op de flora en fauna ter plaatse. Thema’s als bodemdaling zou een extra reden moeten zijn de agrarische functies in de droogmakerijen zo min mogelijk aan te tasten.

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Aantasting van deze polder door dit tankstation is niet alleen een aanslag op de cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische waarden, maar doet daarmee ook afbreuk aan de recreatieve functie van een gebied.

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

17.3

17.4

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4

Wat betreft het gestelde over de inbreuk op het landschap en natuurwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van 1.3 en de beantwoording van 2.4 Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Dit punt van de zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing/aanvulling van het bestemmingsplan.

Pagina 40 van 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=4ca461f0-b6c0-4c00-984d-a0549e5a1e8f