NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 toelichting en regels
Tekst van het document
Regels
81
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 5
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
82
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 6
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet te verrichten voor zover het gaat om: a. het bouwen van een bouwwerk; en b. het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Regels
83
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 2 Artikel 7
Functies en activiteiten
Groen
7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen'. 7.2 Functieomschrijving De voor 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. groenvoorzieningen ten behoeve van landschappelijke inpassing; b. beplantingen; c. wandel- en fietspaden; d. bij de functie behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.3
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten bouwwerken
7.3.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 7.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is niet meer dan 2 m. 7.4
Functieregels voor gebruik
7.4.1 Verbod Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 'Groen' genoemde functies van de gronden. 7.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plan gelden de volgende regels: a. de groensingel -met inheemse, streekeigen soorten- dient uiterlijk het eerstvolgende plantseizoen na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan te worden gerealiseerd; b. de landschappelijke inpassing dient vervolgens duurzaam in stand te worden gehouden door de exploitant van het perceel. 7.5
Omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden
7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van opgaande beplanting, vellen/rooien van houtopstanden. 7.5.2 Beoordelingsregels De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 7.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke inpassing niet onevenredig wordt aangetast, hetgeen door de aanvrager aangetoond dient te worden. 7.5.3 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 7.5.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de functie; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
84
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.
Regels
85
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 8
Recreatie - Verblijfsrecreatie
8.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. 8.2 Functieomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. verblijfsrecreatieve onderkomens zoals genoemd in lid 2.33; b. overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van groepsaccommodatie en ten behoeve van beheer, onderhoud en exploitatie van het terrein; c. bedrijfswoningen; d. bij deze functie behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen en paden, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater. 8.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten bouwwerken Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de functie worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; b. per bouwvlak mag 1 insteekhaven met steiger gebouwd worden, waarbij voor de steiger de volgende maatvoering geldt: maximale breedte 1 m, maximale lengte 5 m en maximale diepte 3 m; c. overigens geldt het volgende: max. max. oppervlak aantal verblijfsrecreatieve 90 m² bouwop76 onderkomens pervlakte (incl.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) verblijfsrecreatieve 90 m² vloeropper- 68 onderkomens vlakte (incl. aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) verblijfsrecreatieve 60 m² vloeropper- 22 onderkomens vlakte (incl. aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) bijgebouwen bij 50% van het verblijfsrecreatieve hoofdgebouw onderkomens
max. inhoud
overige gebouwen, gezamenlijk max. 2 waaronder oppervlak max. bedrijfs2 bedrijfswoningen 1100 m , waarvan woningen (incl. aan- en max. oppervlak bijgebouwen en per gebouw (geen overkappingen) bedrijfswoning zijnde) 250 m2
750 m³ per 4,5 m bedrijfswoning (inclusief aanen bijgebouwen)
86
max. goothoogte 3,5 m
max. bouwhoogte 6m
3,5 m
6m
3m
4m
3m
gelijk of lager dan het hoofdgebouw, tot maximaal 5 m 8m
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
aan- en bijgebouwen en overkappingen erf- en terreinafscheidingen: - voor de voorgevelrooilijn - elders overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3,5 m
4,5 m
1m 2m 3m
d. in afwijking van het gestelde onder c geldt dat, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouw- en goothoogte' de goot- en bouwhoogte respectievelijk ten hoogste 6 m en 10 m mogen bedragen. 8.4 Functieregels voor gebruik Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het is verboden verblijfsrecreatieve onderkomens dan wel andere gebouwen te gebruiken voor permanente bewoning, met uitzondering van de bedrijfswoningen; b. het is verboden nieuwe verblijfsrecreatieve onderkomens te bouwen en gebruiken ten behoeve van de functie zonder realisatie en instandhouding van de functie 'Groen' rondom de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'.
Regels
87
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 3 objecten Artikel 9
Regels ter bescherming van waarden en
Waarde - Archeologie 1
9.1 Voorrangsregeling De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2. 9.2 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1'. 9.3 Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden. 9.4 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen voor de in 9.3 genoemde functie(s) uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) mag - met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2.
de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwplan met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 9.5
Omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden
9.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functie Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
88
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
9.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 9.5.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 9.4 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 9.5.3 Beoordelingsregels De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 9.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.
de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
Regels
89
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 10
Waterstaat - Waterkering
10.1 Voorrangsregeling De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2. 10.2 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Waterstaat Waterkering'. 10.3 Functieomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - primair bestemd voor de waterkering. 10.4 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten bouwwerken In afwijking van Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'Waterstaat - Waterkering' de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.3 genoemde functie geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b.
ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functie(s) mag - met inachtneming van de voor de betrokken functie(s) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 10.5
Specifieke beoordelingsregels omgevingsplanactiviteiten bouwwerken
10.5.1 Ten behoeve van de genoemde functie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.4 onder a, voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijn, die noodzakelijk zijn in het kader van waterstaatsbelang. 10.5.2 Ten behoeve van andere geldende functies Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.4 onder b, indien de bij de betrokken functie behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; ter beoordeling dient de aanvrager hiertoe een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren. 10.6
Omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden
10.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende functies: a. ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren; b. aanbrengen opgaande beplantingen; c. aanleg van verharde wandel-, fiets- en ruiterpaden en (half-)verhardingen > 50 m² (niet zijnde kavelpaden); d. dempen, graven, vergroten of herprofileren van waterlopen.
90
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
10.6.2 Beoordelingsregels De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 10.6.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de werken en werkzaamheden: a. normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de functie betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 10.6.3 Uitzondering vergunningplicht De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor het waterkeringsbelang, zoals bedoeld in lid 10.3, niet onevenredig wordt of kan worden aangetast; ter beoordeling dient de aanvrager hiertoe een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren.
Regels
91
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 11
Vrijwaringszone - molenbiotoop
11.1 Voorrangsregeling De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2. 11.2 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Vrijwaringszone molenbiotoop'. 11.3 Functieomschrijving De voor 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van de functie van de molen als werktuig. 11.4 Bouwregels In afwijking van Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen bebouwing of beplanting toegelaten, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wieken; b. binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, geldende volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: \ 1. voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken; 2.
voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken. c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van dit lid onder a en b indien: 1. een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of 2. een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop als bedoeld in artikel 7.71, tweede lid van de Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. d. indien op grond van Hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge dit lid onder a t/m c, prevaleert de maximum toelaatbare bouwhoogte van Hoofdstuk 2.
92
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Algemene regels
Algemene bouwregels
12.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 12.2 Omgevingsplanactiviteit ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. binnen het plangebied mag onder hoofdgebouwen ondergronds worden gebouwd; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,2 m onder peil; c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a ten behoeve van het ondergronds bouwen buiten de grenzen van het hoofdgebouw, mits er bovengronds geen sprake is van een visueel effect.
Regels
93
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
13.1 Gebruik strijdig met functie Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van recreatieve onderkomens voor permanente bewoning; b. de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats voor onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden; c. buitenopslag buiten het bouwvlak; buitenopslag binnen het bouwvlak mag niet hoger zijn dan 4 m, tenzij in Hoofdstuk 2 anders is bepaald; d. het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie en de exploitatie van een seksinrichting.
94
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
14.1 Omgevingsplanactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen. c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de functie gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Regels
95
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Artikel 15
Overige regels
15.1 Voldoende parkeergelegenheid Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan het bevoegd gezag pas een omgevingsvergunning verlenen voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of het gebruiken van gronden en/of de omgevingsplanactiviteit afwijken omgevingsplan als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en voldoende laad- en losvoorzieningen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen, indien: a. voldaan wordt aan de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels van de gemeente en diens rechtsopvolger met betrekking tot het parkeren en laden en lossen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning. 15.2 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van het bepaalde in 15.1, indien dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een bouwwerk, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.
96
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 5 Artikel 16
Overgangsregels
Overgangsrecht
16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 16.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 16.1 sub a met maximaal 10%. c. 16.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 16.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 16.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 16.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels
97