NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 toelichting en regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22F ADERWEG 8, ROELOFARENDSVEEN Gemeente Kaag en Braassem
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
16 maart 2026
IMRO IDN:
NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Park Wijde Aa Aderweg 8 2371 AH Roelofarendsveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 2 juni 2025 21 juli 2025 2 december 2025 16 maart 2026
VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie 1e versie
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Motivering
Motivering
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
4
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Inhoudsopgave Motivering
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
11 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
15 15 16
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 21 30 32
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader Rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
39 39 39 40 41
Hoofdstuk6 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
45 45 55 58 62
Hoofdstuk7 Juridisch kader TAM-omgevingsplan 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels
63 63 63 63
Hoofdstuk8 Participatie 8.1 Participatie omgeving 8.2 Bestuurlijk vooroverleg 8.3 Vaststellingsprocedure 8.4 Beroep
67 67 67 69 69
Hoofdstuk9 Financiële haalbaarheid 9.1 Kostenverhaal 9.2 Nadeelcompensatie
71 71 71
Hoofdstuk10
73
Motivering
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Regels
75
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Algemene regels Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod
76 76 77 80 81 82 83
Hoofdstuk2 Artikel 7 Artikel 8
Functies en activiteiten Groen Recreatie - Verblijfsrecreatie
84 84 86
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologie 1 Waterstaat - Waterkering Vrijwaringszone - molenbiotoop
88 88 90 92
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
93 93 94 95 96
Hoofdstuk5 Artikel 16
Overgangsregels Overgangsrecht
97 97
Bijlagen bij motivering Bijlage 1
Plan-mer-beoordeling
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Notitie stikstofdepositie27 okober 2025
Bijlage 4
Projectberekening stikstofberekeningen
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Weidevogeltoets
Bijlage 7
Samenvatting omgevingsdialoog
Bijlage 8
Nota van beantwoording zienswijzen
6
Inhoudsopgave
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Park Wijde Aa is een vakantiepark aan de Aderweg 8 in Roelofarendsveen. Het recreatiepark omvat momenteel 76 recreatiewoningen en 56 stacaravans. Tevens zijn er 10 toeristische plaatsen voor seizoenkampeerders op het terrein aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om het aantal toegestane recreatieverblijven (144) op het recreatiepark uit te breiden met 22 eenheden tot in totaal 166 verblijfsrecreatieve onderkomens om te kunnen inspelen op de grote behoefte aan verblijfsrecreatie in het Hollandse Plassengebied. Op het recreatiepark zijn op grond van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied West” van de gemeente Kaag en Braassem 144 recreatieverblijven toegestaan. De uitbreiding van de 22 verblijfsrecreatieve onderkomens ten noorden van het bestaande terrein is niet direct mogelijk binnen dit omgevingsplan van rechtswege. Op deze gronden rust de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om een kleine uitbreiding van het recreatiepark mogelijk te maken, omdat er een groeiende behoefte is aan verblijfsrecreatie in de randstad.
Om deze uitbreiding juridisch-planologisch mogelijk te maken is een TAM-omgevingsplan opgesteld, waarin wordt aangetoond dat de uitbreiding met 22 recreatieverblijven met elk een vloeroppervlakte van 60 m² vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inpasbaar is. Gelijktijdig worden de onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden van 68 recreatiewoningen beperkt tot 90 m² vloeroppervlakte en worden de trekkershutten en de paardenstal geschrapt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van Roelofarendsveen. Aan de zuidzijde ligt een dijklichaam met aansluitend de Wijde Aa. Aan de oost-, west- en noordzijde van het plangebied liggen weilanden. Ook aan de overzijde van de Aderweg liggen agrarische gronden. Ten zuidwesten van het plangebied staan vier woningen aan de Aderweg 4, 4a, 6 en 6a. Een situatieschets van het plangebied en omgeving is opgenomen in figuur 1.
Motivering
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Figuur 1: Situatietekening plangebied en omgeving.
1.3
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan ontstaat direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan "Buitengebied West" "Parapluplan algemene afwijkingen"
Raadsbesluit 17 juni 2013 17 juni 2024
Raad van State 27 mei 2015
Bestemmingsplan 'Buitengebied West' In het bestemmingsplan 'Buitengebied West' is het plangebied bestemd voor 'Recreatie Verblijfsrecreatie - Wijde Aa' met een bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn volgende functies toegestaan: a. 144 verblijfsrecreatieve onderkomens met een maximum oppervlakte van 90 m²; b. bijgebouwen bij verblijfsrecreatieve onderkomens met een maximum oppervlakte van 50% van het hoofdgebouw; c. overige gebouwen, waaronder trekkershutten (maximaal 9 m² per stuk) en twee bedrijfswoningen met een gezamenlijk oppervlak van maximum 1.100 m², waarvan maximum oppervlak per gebouw (geen bedrijfswoningen zijnde) 250 m²; d. één paardenstal van 90 m². Aan de buitenrand van het recreatieterrein geldt de bestemming 'Groen'. Aan de zuidzijde, langs de Wijde Aa, ligt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Verder ligt in het oostelijke deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2'. Een klein gedeelte in het zuidelijke
8
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
deel heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. De planontwikkeling is in strijd met de bouw- en gebruiksregels, omdat er maximaal 144 recreatieverblijven zijn toegestaan. De uitbreiding van het vakantiepark met 22 recreatieverblijven is hiermee in strijd. Gelijktijdig worden de onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden van 68 recreatieverblijven beperkt tot 90 m² vloeroppervlakte. Ook worden de trekkershutten en de paardenstal geschrapt. Om aan deze gebiedsontwikkeling medewerking te verlenen is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet geschikt. In verband hiermede is een TAM-omgevingsplan (Tijdelijke Alternatieve Maatregel) nodig, omdat de gemeente nog niet in staat is om een omgevingsplan in STOP/TPOD op te stellen of te wijzigen. De TAM is bedoeld om een gebiedsontwikkeling te kunnen faciliteren die niet via een BOPA kan worden verleend.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Buitengebied West'. Plangebied rood omkaderd. Parapluplan algemene afwijkingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn verschillende wetten met betrekking tot de leefomgeving gebundeld. Ook zijn er verschillende wetten en onderdelen van wetten vervallen. Zo is onder de Omgevingswet de bevoegdheid uit artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijlage II, artikel 4, van het Besluit omgevingsrecht, de zogenaamde 'kruimelgevallenregeling', vervallen. Dit betekent ook dat de verwijzingen in het gemeentelijke 'Afwijkingenbeleid ruimtelijke ordening (juni 2020)' niet meer van toepassing zijn. Dat is hersteld met dit Parapluplan.
Motivering
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. In Hoofdstuk 3 is een planbeschrijving van de nieuwe toestand opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit TAM-omgevingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten fysieke leefomgeving en milieu. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 9 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. In Hoofdstuk 10 is op basis van de voorgaande hoofdstukken gemotiveerd dat er met de nieuwe regeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
10
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
Bestaande situatie omgeving plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van een waterrijk gebied dat deel uitmaakt van het Hollands Plassengebied en dat is gesitueerd in het Groene Hart van de Randstad. De bodem van veen heeft in dit gebied de verschijningsvorm van de plassen, droogmakerijen, de weilanden en de dorpen in grote mate bepaald. De droogmakerijen zijn op een zeer rationele wijze in slagen verkaveld. Opvallend is het niveauverschil tussen de polder en het boezempeil van ongeveer 5 meter. De polders zijn voornamelijk als grasland in gebruik. De polders zijn open van karakter. De boerderijen zijn aan de randen van de polder gesitueerd. De Drooggemaakte Veenderpolder is, zoals de naam al doet vermoeden, een droogmakerij. Deze polder is eens gebruikt voor veenwinning, daardoor vernat en vervolgens weer droog gemalen. De rationele slagenverkaveling in oost-westrichting, staat loodrecht op de bewoningsassen. De Veendermolen is een opvallend oriëntatiepunt. Water- en oeverrecreatie vindt verspreid plaats langs de Wijde Aa. Dit water is grotendeels geschikt voor roeien, kanoën, zeilen, schaatsen, vissen, surfen en sloepvaren. Aan de noordzijde van de Wijde Aa ligt een recreatiepark. Dijklichaam langs Wijde Aa.
De Wijde Aa.
Woningen aan Aderweg 4 en 6.
Woningen aan Aderweg.
Waterberging voor plangebied.
Weidegebied nabij planlocatie.
Bestaande situatie plangebied Park Wijde Aa is gevestigd aan de Aderweg 8 in Roelofarendsveen. Op het recreatiepark, groot circa 6,2 ha, staan 76 recreatieverblijven en 56 starcaravans en chalets. De gasten kunnen gebruik maken van de watersportvoorzieningen op de Wijde Aa. Op het vakantiepark zijn 144 verblijfsrecreatieve onderkomens toegestaan. Het bestemmingsplan maakt voorts trekkershutten en een paardenstal mogelijk. Deze laatste voorzieningen zijn niet gerealiseerd. In figuur 3 is de bestaande situatie van het plangebied opgenomen. De terreinindeling van Park Wijde Aa is weergegeven in figuur 4.
Motivering
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Figuur 3: Plangebied in bestaande toestand.
Figuur 4: Terreinindeling bestaande situatie.
12
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Recreatieverblijven gezien vanaf dijklichaam.
Stacaravans gezien vanaf het dijklichaam.
Motivering
Recreatieverblijven in plangebied.
Stacaravans in plangebied.
Gedeelte plangebied vanaf dijklichaam.
Bedrijfsgebouwen van het vakantiepark.
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
14
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Park Wijde Aa wordt in noordelijke richting vergroot met circa 30 meter. De uitbreiding heeft een oppervlakte van circa 1,3 ha. Hierdoor kunnen op Park Wijde Aa 22 extra recreatieverblijven met een vloeroppervlakte van 60 m² worden gerealiseerd in plaats van de thans planologisch toegestane 144 verblijfsrecreatieve onderkomens om te kunnen inspelen op de grote behoefte aan verblijfsrecreatie in het Hollandse Plassengebied. Gelijktijdig worden de onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden van 68 verblijfsrecreatieve onderkomens beperkt tot 90 m² vloeroppervlakte. Ook worden de trekkershutten en de paardenstal geschrapt. Groene inpassing Het plangebied heeft al een groene aansluiting en een behoorlijke hoeveelheid bomen en struiken. Als gevolg van de uitbreiding wordt deze groenzone verplaatst met nieuwe bomen en struiken om de groene uitstraling te behouden. Het plangebied na uitbreiding met groenzone is opgenomen in figuur 5.
Figuur 5: Plangebied na uitbreiding.
Motivering
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Uitbreiding plangebied. Rechts bestaande groenzone rondom vakantiepark.
Waterberging met links te verplaatsen groene omzoming van het vakantiepark.
Gewenste uitbreiding vakantiepark.
Groene omzoming gezien vanaf Aderweg.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Verkeer Het plangebied ligt aan de Aderweg, een wijkontsluitingsweg tussen Roelofarendsveen en Hoogmade. Tevens wordt de weg gebruikt door recreatief langzaam verkeer. Het plangebied heeft een uitrit op de Aderweg. Deze blijft behouden.
De Aderweg.
In- en uitrit naar Park Wijde Aa.
Verkeersgeneratie Het toevoegen van 22 recreatieverblijven brengt een geringe toename van de verkeersgeneratie met zich mee in en rond het gebied. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende
16
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' en 'buitengebied'. In tabel 3.1 is de toename van het aantal verkeersbewegingen opgenomen na uitbreiding van Park Wijde Aa met 22 recreatieverblijven. Tabel 3.1: Verkeersgeneratie uitbreiding Park Wijde Aa met 22 recreatiewoningen. CROW-categorie aantal CROWTotale verkeersgeneratie verkeersgeneratie Bungalowpark (huisjescomplex) 22 2,8 61,60 Totaal
22
62 (afgerond)
De ontwikkeling brengt een extra verkeersgeneratie van 62 voertuigbewegingen per etmaal met zich mee. De toename vindt verspreid over de dag plaats, grotendeels buiten de spitstijden, in de avonduren en weekenden. Deze is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. 3.2.2 Parkeren Voor nieuwe ontwikkelingen wordt de Nota parkeernormen Kaag en Braassem 2018 aangehouden. De parkeerbehoefte van een nieuwbouwontwikkeling of functiewijziging wordt berekend op basis van de parkeernormen zoals genoemd in bijlage 2 van de Nota. De planlocatie maakt op grond van de gebiedsindeling onderdeel uit van 'Buitengebied'. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Parkeerkencijfers. Functies
Norm buitengebied
Bungalowpark (huisjescomplex) 2,1 per bungalow Totaal
Aantal nieuwe recreatieverblijven 22
Aantal parkeerplaatsen 46,2
22
47 pp (afgerond)
De extra parkeerbehoefte is vastgesteld op 47 parkeerplaatsen. Bij elk nieuw recreatieverblijf is een parkeerplaats aanwezig. De resterende 25 parkeerplaatsen worden aangelegd middels uitbreiding van het centraal gelegen parkeerterrein. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen wordt door middel van het opnemen van voorwaarden in de omgevingsvergunning geborgd. Conclusie De verkeersbewegingen van de uitbreiding van het recreatiepark kunnen worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur, omdat de maximum capaciteit ter hoogte van het plangebied nog voldoende ruimte heeft. De parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden opgevangen in het plangebied.
Parkeerterrein voor receptie en bedrijfsgebouw.
Motivering
Parkeerplaatsen bij recreatieverblijven.
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
18
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het Rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het TAM-omgevingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is
Motivering
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie.' Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De ontwikkeling voorziet in een kleine uitbreiding van een bestaand recreatiepark met 22 recreatieverblijven. Deze uitbreiding geeft een impuls aan de groeiende behoefte naar verblijfsrecreatie in het Hollandse Plassengebied. De bestaande groenstructuur aan de noordzijde wordt verplaatst, zodat de landschappelijke waarden per saldo niet worden aangetast. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de uitbreiding van het recreatiepark passend. 4.1.2 Nationale belangen De regels van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn per 1 januari 2024 vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (afgekort Bkl). Dit wijzigingsbesluit voorziet erin dat de nieuwe regels met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gecontinueerd in het Bkl en het Omgevingsbesluit.
Het Bkl bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Nationale Omgevingsvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in omgevingsplannen te borgen, wordt met het Bkl bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. Er is geen strijd met de instructiegels van het Rijk. 4.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.
Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
20
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit TAM-omgevingsplan maakt een kleine uitbreiding van Park Wijde Aa mogelijk met 22 recreatieverblijven. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang. In de nieuwe situatie is sprake van een geringe uitbreiding van het vakantiepark met 22 recreatiewoningen. De uitbreiding is beperkt van omvang. De uitbreiding voorziet in een vraag naar voldoende verblijfsrecreatieve onderkomens in het Hollandse Plassengebied, waaraan een tekort is. Toetsing aan de ladder vindt plaats in paragraaf 4.2.2. Geconcludeerd kan worden dat deze uitbreiding in een actuele behoefte voorziet. 4.1.4 Conclusie rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Bkl. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals dat is toegelicht in paragraaf 4.2.2.
De behoefte is aangetoond in paragraaf 4.3.1 (Regionale omgevingsagenda Holland Rijnland 2040). Er is geen strijd met de instructieregels van het Rijk. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.
Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, middenen grootbedrijf, in alle regio's en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn. De nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Het is de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn: 1. Samenwerken aan Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een welvarend Zuid-Holland 5. Naar vitale balans water, natuur en landbouw 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.
Motivering
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Verblijfsrecreatiepark Een verblijfsrecreatiepark heeft een omvang van 25 recreatiewoningen of meer, voor het in stand houden van een langjarige toeristisch-recreatieve verhuur en het bieden van gemeenschappelijke voorzieningen. Een combinatie van vaste en seizoensgebonden verblijfsmogelijkheden is mogelijk. Het terrein heeft een recreatief karakter, gemeenschappelijke voorzieningen en overeenkomstige inrichting. Daarnaast heeft het terrein een juridische gebruiksfunctie die tijdelijk recreatief verblijf, zoals in een recreatiewoning, mogelijk maakt en wordt het terrein bedrijfsmatig geëxploiteerd. Nieuwvestiging of uitbreiding zou gericht moeten zijn op langjarige toeristische verhuur met een divers en onderscheidend regionaal aanbod. Permanente bewoning van recreatiewoningen en toevoegen van nieuwe tweede woningen zijn ongewenst. Daarom worden nieuwe recreatiewoningen alleen toegestaan in bedrijfsmatig beheerde verblijfsrecreatieparken. Een recreatiewoning is een accommodatie bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf, zoals een bungalow, chalet, stacaravan of vakantiehuis, met faciliteiten die vergelijkbaar zijn met een reguliere woning. Bij iedere uitbreiding van het verblijfsrecreatieve aanbod zal het percentage van 30% als richtlijn worden gebruikt.
Toetsing planinitiatief In Park Wijde Aa zijn 144 verblijfsrecreatieve onderkomens toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. De uitbreiding van het park is beperkt tot 22 recreatiewoningen, zijnde afgerond 18%. Het betreft een voortzetting die gericht is op langjarige toeristische verhuur met bedrijfsmatig beheer en toezicht, waarmee permanente bewoning wordt tegengegaan. Het plan is in overeenstemming met de provinciale richtlijnen voor uitbreiding van het vakantiepark. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. De Kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland. Bij elk gebiedskenmerk zijn richtpunten geformuleerd, waar rekening mee moet worden gehouden. De Kwaliteitskaart met de bijbehorende richtpunten zijn een middel om vroeg in het planvormingsproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De kaart is opgebouwd uit vier lagen: laag van de ondergrond laag van de natuur- en cultuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de cultuurhistorie Alle lagen hebben een relatie met elkaar. De laag van de ondergrond gaat over de bodem en de natuurlijke landschapsvormende processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen behandelt de laag van het zichtbare landschap. Deze laag wordt gevormd door eeuwenlang grondgebruik door de mens. De laag van de stedelijke occupatie bestaat uit het stedelijk weefsel van wonen, werken, voorzieningen en de onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de cultuurhistorie over de herkenbaarheid van de geschiedenis van Zuid-Holland.
Kwaliteitskaart De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex - veen. Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze
22
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel van een droogmakerij (veen) (figuur 6). Een aantal droogmakerijen is niet geheel uitgeveend. Ten opzichte van de droogmakerij met klei als ondergrond is de droogmakerij met veen in de ondergrond waterrijker, vaak kleinschaliger (vooral de kavelmaat) van opzet en is de bodem minder draagkrachtig. Dit is terug te zien in het gebruik en het beeld van de droogmakerijen. Als richtpunt wordt aangehouden behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Het dijklichaam naast de Wijde Aa is aangeduid als ringdijk/ringvaart. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied aangeduid als 'Verblijfsrecreatiegebieden' (figuur 6). Verblijfsrecreatiegebieden variëren van relatief open en groene campings tot terreinen met stacaravans en complexen met recreatiebungalows en bijbehorende voorzieningen. Er is sprake van een tendens tot herstructurering en opwaardering, waarbij campings worden bebouwd, stacaravans worden vervangen door bungalows, of bungalowterreinen worden heringericht.
Bij verblijfsrecreatiegebieden is van belang dat ze een aantrekkelijke, recreatieve uitstraling hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed passen in hun omgeving. Als richtpunt wordt aangehouden dat verblijfsrecreatiegebieden een recreatief karakter hebben en qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed passen in hun omgeving. Op de Laag van de cultuurhistorie is het plangebied niet specifiek aangeduid. Toetsing aan kwaliteitskaart Dit TAM-omgevingsplan maakt een kleine uitbreiding van een recreatiepark mogelijk met 22 recreatieverblijven, waarbij tevens een herstructurering en opwaardering van het vakantiepark mogelijk wordt gemaakt. De geringe uitbreiding gaat gepaard met een verplaatsing van de bestaande groenzone aan de noordzijde van het plangebied. De recreatieve uitstraling blijft in stand qua locatie, schaal en inrichting. Door het verplaatsen van de groenzone worden de landschappelijke waarden niet onevenredig aangetast. Deze uitbreiding tast de richtpunten niet aan.
Figuur 6: Links uitsnede Kwaliteitskaart: 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen' en rechts uitsnede kaart 'Laag van de stedelijke occupatie'. Het plangebied is zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De uitbreiding van Park Wijde Aa met 22 recreatieverblijven is in overeenstemming met de opgave natuur en recreatie. De richtpunten zijn niet in het geding. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.
Motivering
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de 'Zuid-Hollandse Omgevingsverordening' vastgesteld. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie in werking getreden. In de verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Omgevingswet opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 7.45 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in te gaan op de motivering in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Park Wijde Aa betreft een bestaand recreatiepark dat momenteel bestaat uit 144 recreatieverblijven. Dit TAM-omgevingsplan maakt een kleine uitbreiding van Park Wijde Aa mogelijk met 22 recreatieverblijven. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang.
De uitbreiding met 22 verblijfsrecreatieve onderkomens is beperkt van aard, waarmee het totaal aantal verblijven uitkomt op 166. Dit betekent een groei van circa 15%. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. ABRvS 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1816 en ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3018) volgt dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een uitbreiding van beperkte omvang niet alleen moet worden gekeken naar de absolute toename, maar vooral naar: De verhouding tot de bestaande situatie: Een uitbreiding met 22 verblijven op een bestaand park van 144 verblijven is proportioneel en leidt niet tot een wezenlijke schaalvergroting. De landschappelijke inpassing: De uitbreiding wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast door middel van aanvullende groenstructuren, zodat de uitbreiding geen onevenredige ruimtelijke of visuele impact heeft op het omliggende landschap. De verkeerskundige effecten: De verwachte extra verkeersbewegingen als gevolg van de uitbreiding kunnen worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur van het park en de directe omgeving. Er is geen sprake van een zodanige toename van verkeersintensiteit dat dit leidt tot ontwrichting van de bestaande infrastructuur.
Kwaliteitsverbetering: De uitbreiding draagt bij aan de kwaliteitsverbetering van het park als geheel, doordat hiermee de exploitatie toekomstbestendiger wordt gemaakt, wat ten goede komt aan de beleving en het comfort van gasten. Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding voldoet aan de eisen van een beperkte uitbreiding in de zin van het provinciale beleid en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is geen sprake van een nieuw recreatiepark of een zodanige schaalvergroting dat de uitbreiding in strijd is met het verbod op nieuwe parken. Het plan voorziet in de vraag naar voldoende verblijfsrecreatieve onderkomens in het Hollandse Plassengebied, waaraan een tekort is. Geconcludeerd kan worden dat deze uitbreiding in een actuele behoefte voorziet. Ruimtelijke kwaliteit De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in paragraaf 7.3.7. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen. Op grond van artikel 7.43c van de Omgevingsverordening (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1.
Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.
24
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'Verblijfsrecreatiegebieden'. Het recreatiepark wordt in geringe mate in noordelijke richting uitgebreid met 22 recreatieverblijven. Gelijktijdig vindt er een herstructurering en opwaardering plaats, waarbij de onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden van 68 recreatiewoningen worden beperkt tot 90 m² vloeroppervlakte. Het recreatiepark krijgt een aantrekkelijke uitstraling dat passend is. De buitenrand wordt voorzien van een groene zone met inheemse, streekeigen soorten, zodat de uitbreiding landschappelijk wordt ingepast. Door de situering worden doorzichten niet beperkt. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied maakt op grond van artikel 7.42, lid 5 onderdeel uit van een belangrijk weidevogelgebied in beschermingscategorie 2 (figuur 7).
Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, lid 5, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder inpassen of aanpassen. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit), een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting op grond van artikel 7.43g (waaronder compensatie weidevogelgebieden) gecompenseerd. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Toetsing plan aan belangrijk weidevogelgebied In verband met de uitbreiding van het plangebied binnen een belangrijk weidevogelgebied is het effect op weidevogelbelangen getoetst door Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot te Rijswijk (rapport van 7 juli 2025). In paragraaf 6.3.3 wordt hierop nader ingegaan. Uit de toetsing blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot een vermindering van belangrijk weidevogelgebied. Compensatie is niet nodig. Beschermingscategorie 3 'Buitengebied' Het plangebied maakt op grond van artikel 7.42, lid 3 onderdeel uit van het buitengebied in beschermingscategorie 3 (figuur 7).
Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. Op grond hiervan kan een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing plan aan beschermingscategorie 3 Het vakantiepark wordt in noordelijke richting uitgebreid met circa 1,3 ha. Er worden 22 recreatieverblijven toegevoegd op het recreatiepark waar al 144 recreatieverblijven zijn toegestaan. Deze ontwikkeling betreft geen grootschalige ontwikkeling. Evenmin wordt de openheid en structuur van het landschap en vergezichten hierdoor aangetast.
De herkenbaarheid van het landschap blijft in stand. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. Er is geen strijd met deze artikelen van de
Motivering
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Omgevingsverordening. Regionale waterkeringen Op grond van artikel 2.13 (aanwijzing en geometrische begrenzing regionale waterkeringen) mogen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. Toetsing aan regionale waterkeringen In onderhavige situatie is er sprake van een uitbreiding van een vakantiepark met 22 recreatieverblijven in het noordelijk deel van het recreatiegebied. De omgevingswaarden voor veiligheid van regionale waterkeringen zijn hierbij niet in het geding, omdat de uitbreiding ruim buiten de geometrische begrenzing van de waterkering ligt (figuur 7). Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
Figuur 7: Links uitsnede kaart 16 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' (artikel 7.42) en rechts uitsnede kaart 10 'Regionale waterkeringen - veiligheid' (artikel 2.13) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Molenbiotoop In artikel 7.72, lid 1 (Bescherming molenbiotoop) is opgenomen dat een omgevingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 23 in bijlage II, in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen garandeert en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: 1. voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; 2.
voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In afwijking van het eerste lid is op grond van lid 2 het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van: a. een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn
26
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of b. een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop , waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. Toetsing planinitiatief Poldermolen 'Veendermolen' aan de Aderweg 2 in Roelofarendsveen is een ronde molen, grondzeiler. De molen geldt als een gezichtsbepalend element op het dijklichaam. De molen dateert van 1934. Sinds 1958 herbergt deze molen tevens zeilschool 'De Wijde Aa'. Het plangebied ligt achter het dijklichaam ten westen van deze molen in de buitenste zone van de molenbiotoop (figuur 8). De afstand tussen de molen en de uitbreiding van het vakantiepark bedraagt minimaal 250 meter. De molen heeft een stellinghoogte van 0,5 meter en een vlucht (lengte van de roeden) van 27,20/27,35 meter. Het snijpunt op 250 meter (1:100-lijn) is tenminste 2,5 meter. Hierbij is geen rekening gehouden met het verschil in peilhoogte tussen de molen en het circa 5 meter lager gelegen plangebied. Ter plaatse van de uitbreiding van het recreatiepark geldt derhalve een maximum bouwhoogte van 7,5 meter.
De bouwhoogte van de nieuwe recreatieverblijven is maximaal 6 meter. Mitsdien kan hieraan medewerking worden verleend op grond van artikel 7.72, lid 1 onder b sub 1. Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden In artikel 7.79b is opgenomen dat een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 26 in bijlage II. Toetsing aan hoofdfietsnetwerk De planontwikkeling heeft geen consequenties voor het noordelijk gelegen recreatief fietsnetwerk van de Aderweg, omdat de bebouwing ruim buiten de geometrische begrenzing van kaart 27 'hoofdfietsnetwerk en lange wandelpaden' ligt (figuur 8). Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
Figuur 8: Links uitsnede kaart 23 (Cultureel Erfgoed) en rechts uitsnede kaart 26 (Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden). Het plangebied is zwart omkaderd. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 7.3.6a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 7.41a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling.
Motivering
27
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Dit plan maakt een kleine uitbreiding van Park Wijde Aa mogelijk met 22 recreatieverblijven. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 7.45 van de Omgevingsverordening (ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 7.43c, lid 2 (aanpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit) en artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied); het plan in overeenstemming is met artikel 7.43g (compensatie weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad of karakteristieke landschapselementen) van de Omgevingsverordening, zoals dat is aangetoond in paragraaf 6.3.2 (flora- en fauna).
het plangebied buiten de geometrische begrenzing van de regionale waterkering ligt, zoals genoemd in artikel 2.13 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (regionale waterkeringen); het plan in overeenstemming is met artikel 7.72 van de Omgevingsverordening (bescherming molenbiotoop); het plangebied buiten de geometrische begrenzing van het hoofdfietsnetwerk ligt, zoals genoemd in artikel 7.79b van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Er is geen strijd met de instructieregels van de provincie. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.2.3 Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 29 mei 2012 het gebiedsprofiel Hollandse Plassen vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen.
Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Verschijningsvorm landschap In het Hollands Plassengebied is grofweg een tweedeling te zien tussen veenweidegebieden en droogmakerijen. De veenweidegebieden liggen hoger dan de droogmakerijen en kennen een grote functiemenging. In deze gebieden bevinden zich graslanden voor de melkveehouderij, oude lintdorpen, (glastuinbouw)bedrijven, natuurgebieden en relatief veel opgaand groen in vergelijking met de droogmakerijen. De droogmakerijen hebben een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met melkveehouderij en akkerbouw. De overgang tussen veenweide en droogmakerij is veelal abrupt door het grote hoogteverschil. Water als structuurdrager De plassen bestaan uit natuurlijke meren met grillige oevers, ontstaan door oeverafslag en erosie van oude veenstromen (Kagerplassen, Braassemermeer, Wijde Aa), zandwinningsplassen ('t Joppe) en verveningsplassen, ontstaan door turfwinning (Langeraarsche Plassen en Nieuwkoopse Plassen).
Uitgezonderd de Langeraarsche Plassen bindt het boezemstelsel de plassen aan elkaar en is aangelegd om het overtollige uit de polders gepompte water op te vangen en af te voeren. Het grote aantal molens, ooit opgetrokken om het water vanuit de polders in de boezems te pompen, zijn nu vooral oriëntatiepunten voor zeilers en andere recreanten.
28
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Ontwikkeling Het Hollands Plassengebied kent soms een hoge (water)recreatiedruk en dit zal in de toekomst vermoedelijk toenemen. Het grote tekort aan ligplaatsen leidt tot ontwikkeling van nieuwe jachthavens. Verdichting van de oevers vindt plaats door recreatieve ontwikkelingen, woonboten en nieuwbouw. Door de klimaatverandering zullen mogelijk ingrepen gedaan worden in en om de watergangen om de veiligheid blijvend te waarborgen. Beleving Gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap In het vrijetijdslandschap draait het om de recreatieve beleving. Het gaat om een verscheidenheid aan gebieden, verbindingen en bestemmingen. Het Hollands Plassengebied heeft met zijn open landschap en plassen een aantal onderscheidende toeristisch-recreatieve kernkwaliteiten. (Water-) recreanten en streekproducten (waaronder Boeren-Leidsche kaas en boter en snijtulpen) dragen bij aan de vitaliteit van de lokale economie. Veel tradities in het gebied zijn gekoppeld aan het water: IJszeilvereniging Braassemermeer is oudste van de wereld. De scheepswerven en de Koninklijke Watersportvereniging De Kaag behoren tot de oudste van Nederland. Ontwikkeling Op dit moment is er nog sprake van een klein en weinig samenhangend aanbod aan voorzieningen voor dag- en verblijfsrecreatie zoals pleisterplaatsen en bezoekpunten.
Er wordt gewerkt aan het verbinden van diverse vaar-, wandel- en fietsroutenetwerken door middel van doorontwikkeling van toeristische overstappunten. Verbreding van wegen, nieuwe woonlocaties, maar ook bijvoorbeeld golfterreinen kunnen (nieuwe) obstakels in het recreatief netwerk vormen doordat recreatieve verbindingen niet genoeg gewaarborgd worden. Er liggen verspreid door het gebied veel bootjes door een tekort aan jachthavens. Ambities Ontwikkeling van het vrijetijdslandschap tot een samenhangend, gevarieerd, verbindend en aantrekkelijk stelsel van gebieden en routes op de schaal van de provincie. Ingezet moet worden op het aanleggen van ontbrekende schakels en verbeteren van het bestaande recreatieve netwerk. Accenten voor nieuwe ontwikkelingen komen te liggen in de provinciale landschappen: toegankelijke en multifunctionele landschappen in de nabijheid van de stad met een hoge gebruiks- en belevingswaarde. Bij verdere ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met onder andere het opwaarderen van bestaande terreinen, waar nodig toevoegen van nieuw stedelijk groen of recreatiegebied. Ambities voor recreatiegebieden (verblijf) Dit zijn terreinen die veelal geprivatiseerd zijn en een eigen interne structuur kennen.
Bij ontwikkelingen is het wenselijk de volgende punten mee te nemen: verblijfsrecreatiegebieden gaan op in hun omgeving en doen hier geen afbreuk aan de landschappelijke kenmerken ter plaatse zijn uitgangspunt voor ontwerp en inrichting het versterken van het waterrijke karakter van de Hollandse Plassen openbare toegankelijkheid en de aansluiting op het recreatieve netwerk. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Park Wijde Aa is een bestaand vakantiepark. Om in te spelen op de toenemende vraag naar verblijfsrecreatie in het Hollandse Plassengebied wordt het park herontwikkeld tot een bungalowpark. Op het terrein zijn al 144 recreatieverblijven toegestaan. De uitbreiding met 22 recreatieverblijven wordt landschappelijk ingepast met een robuuste (te verplaatsen) groenzone aan de noordzijde van het plangebied. Dit is een uitgangspunt voor ontwerp en inrichting geweest. Hierdoor worden de landschappelijke kenmerken ter plaatse in stand gehouden. De ontwikkeling is passend, temeer daar het bestaande recreatiegebied al als zodanig in gebruik is en de uitbreiding in oppervlakte (circa 1,3 ha) relatief beperkt is. De uitbreiding wordt landschappelijk ingepast, waarbij de bestaande kavelstructuur wordt gerespecteerd.
Motivering
29
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen
Conclusie De uitbreiding van het vakantiepark aan de Aderweg 8 in Roelofarendsveen met 22 recreatieverblijven voorziet in de groeiende vraag naar verblijfsrecreatie in het Hollandse Plassengebied. De uitbreiding wordt landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van het vakantiepark dat wordt opgewaardeerd (hersteld) zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Deze functie is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale omgevingsagenda Holland Rijnland 2040 De Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland 2040 (ROA, 11 juni 2021) bespreekt hoe op integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek kunnen krijgen in de regio of waar keuzes gemaakt moeten worden. Deze omgevingsagenda helpt bij het maken van richtinggevende keuzes voor de toekomst. De verschillende ruimte-vragende activiteiten in Holland Rijnland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat leidt tot de integrale hoofdopgave: zoeken naar balans. De regio Holland Rijnland wil hoogwaardig en duurzaam verstedelijken en knooppunten versterken. Investeringen in de OV-knoop Leiden zijn cruciaal voor de ontwikkeling van Holland Rijnland. In combinatie met de verdere verstedelijking verrijkt de regio de kwaliteiten van het diverse landschap in Holland Rijnland in het stedelijk en landelijk gebied: cultuurhistorie en -erfgoed, recreatie en toerisme, gezondheid, circulaire economie, natuur. Dit wil zeggen dat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling slim moet worden ingepast en aan de slag moet worden gegaan met de meervoudige transitieopgaven: verduurzaming van de land- en tuinbouw, versterken van de biodiversiteit, klimaatadaptatie, waterbeheer en de energievoorziening. Innovatiekracht is een belangrijke voorwaarde voor de gewenste brede regionale ontwikkeling.