CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 bijlagenboek

Gemeenteraad 16 maart 2026, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: TAM-omgevingsplan ‘Park Wijde Aa, Roelofarendsveen’.20.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4

Resultaten en conclusie

Op basis van het gezamenlijke rekenmodel, besproken in voorgaand hoofdstuk is middels Aerius Calculator de stikstofdepositie berekend op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uit de berekeningen blijkt dat nergens een depositietoename te verwachten is groter dan 0,00 mol/ha/ja. Er is geen vergunningplicht voor een omgevingsvergunning voor een Natuuractiviteit. Het rekenbestand1 wordt als separaat pdf-bestand bij dit rapport geleverd. Cauberg Huygen B.V.

De heer ing. R.F.H. Schoonbrood Senior adviseur

1 AERIUS_projectberekening_20251027120617_S6dDSq21N9bJ_Realisatie22recreatiewoningeneng

Park Wijde Aa Aderweg 8 Roelofarendsveen; onderzoek stikstofdepositie AeriusCalculator 2025

11999-61147-01 27 oktober 2025 Pagina 6

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2025-090

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

F.M. Emmen

2025

Opdrachtgever Verblijfsrecreatiepark Wijde Aa

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

G&G-rapport QS2025-090

Versie V4

Datum 25 september 2025

Gecontroleerd door C.A.M. Van der Heijde

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Heulweg 28

Hazenkoog 35-A

2288 GN Rijswijk

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Inhoud 1

2

3 4

5

6

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

7 7 8 9 10

Aanleiding voor het onderzoek Doel van het onderzoek Ligging van het plangebied Werkzaamheden Leeswijzer

Methode

11

2.1 2.2

11 12

Soorten Gebieden

Aanwezige biotopen Aanwezige beschermde soorten

13 14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

14 14 14 15 17 18 19 20

Planten Vissen Amfibieën Vogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige fauna Conclusie beschermde soorten

Effectbeoordeling en maatregelen

21

5.1 5.2 5.3

21 22 23

Vogels Vleermuizen Conclusie effectbeoordeling

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

24

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

24 24 24 25 25 27

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Weidevogelleefgebied Houtopstanden Overige relevante wetgeving Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

5/48

7

8

Zorgplicht

28

7.1 7.2

28 29

Passende preventieve maatregelen Passende ontwikkelings- en herstelmaatregelen

Conclusies

31

8.1 8.2 8.3

31 32 32

Beschermde soorten Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Zorgplicht

9 Aanbevolen en geraadpleegde literatuur 10 Bijlagen

33 35

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

6/48

1

Inleiding

1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de buitenrand van verblijfsrecreatiepark ‘Park Wijde Aa’, aan de Aderweg 8 te Roelofarendsveen her in te richten. Roelofarendsveen ligt in de gemeente Kaag en Braassem in de provincie Zuid-Holland. Op de locatie worden recreatieunits en parkeerplaatsen gerealiseerd. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna Ow) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (zie Bijlage 1), waaronder een ‘flora- en faunaactiviteit’ (zie Bijlage 1.2.7). In opdracht van Park Wijde Aa heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie.

Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Ow. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken en wordt de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1) gerelateerd tot de plannen besproken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en de noodzaak een omgevingsvergunning beschermde soorten aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

7/48

1.3

Ligging van het plangebied In Figuur 1-1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een groenstrook met aangrenzende graslandpercelen. Het totaaloppervlak omvat circa 1,4 ha terrein en bevindt zich in de landelijke omgeving van Roelofarendsveen. Het plangebied wordt omsloten door landbouwgebied en een recreatiepark. Op 1,1 kilometer afstand ten noorden van het plangebied loopt de A4. Op 280 meter afstand ten zuiden loopt de Wijde Aa, een brede watergang. Op 600 meter afstand ten zuiden van het plangebied ligt natuurreservaat ‘de Plaspolder’. Op 1,7 kilometer ten oosten van het plangebied ligt natuurreservaat ‘De hemmen’, een natuuren recreatiegebied met moerasbossen en rietlanden. Beide gebieden maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Op 11,5 kilometer afstand ten oosten van het plangebied ligt Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck ‘.

Figuur 1-1 De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

8/48

1.4

Werkzaamheden De bestemming van het plangebied zal voor een deel worden gewijzigd van ‘groen’ naar ‘recreatie’. Hiermee zal ‘Park Wijde Aa’ worden uitgebreid en zullen binnen het oostelijke deel (rode contouren op onderstaande afbeelding) van het plangebied recreatie-units worden geplaatst en parkeerplaatsen worden aangelegd. De toekomstige wegen en wandelpaden worden met een waterdoorlatende half-verharding aangelegd. Het huidige ‘struinpad’ dat door de groenstrook loopt, zal hierdoor deels worden verlegd. Ten behoeve van deze plannen zal vegetatie binnen de aanwezige groenstrook worden gerooid en zullen enkele bomen worden gekapt en herplant. Hiermee wordt de bestaande bomenrij als het ware verplaatst naar de buitenrand van het vakantiepark in het noordelijke deel van het plangebied. De werkzaamheden vinden gefaseerd plaats, waarbij de nieuwe groenstrook eerst zal worden aangelegd waarna de oude groenstrook deels zal worden verwijderd. Het is de wens van de beheerder om de identiteit van het ‘struinpad’ zoveel mogelijk te behouden; in het verleden is dit pad bewust door de beheerder aangelegd om de natuur de ruimte te geven, bovendien is het pad populair bij recreanten van het park. Bij het aanleggen van de nieuwe groenstrook zal gebruik gemaakt worden van inheemse bomen en struiken.

In het westelijke deel van het plangebied worden vooralsnog geen kapwerkzaamheden uitgevoerd. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem, het opbrengen van grond en het kappen en rooien van bomen en struiken. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen en licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

9/48

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanwezige biotopen in het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of soorten, waarvoor de specifieke zorgplicht van toepassing is, in het plangebied verwacht worden en wordt beoordeeld of passende maatregelen genomen moeten worden. Ten slotte bevat hoofdstuk 8 de conclusies. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunningsaanvraag.

Huidige situatie

Toekomstige situatie

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

10/48

2

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of een vergunning moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is onderzocht in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied ligt en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gericht gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Voor de bronnenstudie wordt naar alle waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2015-2025). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard, de waarde en de relevantie van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning, de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met andere vogels moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook Bijlage 1.2.5).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Naar Rode lijst-soorten (waarvoor de specifieke zorgplicht geldt) is gericht gezocht binnen het gehele plangebied en omliggende 100 meter. Op basis van de aanwezige biotopen wordt in hoofdstuk 7 een inschatting gemaakt of dergelijke soorten voor kunnen komen in het plangebied. Voor deze soorten worden afhankelijk van de situatie passende aanbevelingen gedaan waarmee het plangebied geschikt blijft of schade kan worden beperkt. Voor alle hierboven genoemde soortgroepen geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de algemene zorgplicht welke wordt besproken in hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 16 april 2024 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

11/48

waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd. Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA; https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (Hoofdstuk 4) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyses en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. De aangetroffen biotopen binnen het plangebied worden onderverdeeld in typeringen. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten.

Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke of passende maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of een vergunning dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de ‘InformatieKaart Natuur’ van BIJ12 is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden die horen bij Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

12/48

3

Aanwezige biotopen In dit hoofdstuk worden de aanwezige biotopen beschreven zoals deze in het veld zijn getypeerd: groenstructuren, grasland en wateren en oevers. Groenstructuren Aan de zuidelijke rand van het plangebied bevindt zich een bosschage en bomenrij met soorten als Zwarte els, Beuk, Spaanse aak, Glansmispel, Amerikaans krentenboompje en Wilde lijsterbes en Laurierkers. De bosschage bestaat voor het overgrote deel uit relatief jonge bomen met een geringe stamomtrek. De ondergroei van de bosschage bestaat uit soorten als Klimop en Grote brandnetel. Tussen de bosschages en de bomenrij loopt een pad dat bestemd is voor recreanten van het vakantiepark. In een Zwarte els in het westelijke deel van de bosschage is een vervallen eksternest waargenomen binnen het plangebied. Er werden geen opvallende holtes en spleten in de bomen waargenomen. Er hangen enkele vogelkastjes voor mezen langs het pad. Grasland De overige open ruimte binnen het plangebied bestaat uit graslandpercelen met eutrofe plantsoorten als Gewone paardenbloem, Madeliefje en algemene grassoorten als Engels raaigras. De graslandpercelen worden bemest en begraasd door schapen en paarden. Wateren en oevers Tussen de graslandpercelen liggen ondiepe polderslootjes met onbeschoeide oevers. De oevers zijn begroeid met Liesgras. In de watergang zijn geen waterplanten aanwezig.

In het noordoostelijke deel van het plangebied bevindt zich een uitgegraven waterpartij met weinig oeverbegroeiing.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

13/48

4

Aanwezige beschermde soorten In dit hoofdstuk worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld-bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

4.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor de genoemde soorten. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd. bemest en is het te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.

4.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van geschikt biotoop.

4.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Rugstreeppad en Vroedmeesterpad waargenomen (NDFF 2015-2025). Rugstreeppad en Vroedmeesterpad zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). De Rugstreeppad werd op 1,5 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied vastgesteld buiten de bebouwde kom van Ofwegen (NDFF 2015-2025). In de omgeving van het plangebied is in het verleden Vroedmeesterpad aangetroffen (NDFF 2015-2025), op 1,5 kilometer afstand van het plangebied. Het plangebied ligt ver buiten het natuurlijke verspreidingsgebied (https://www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen) van deze soort en het betreft daarom waarschijnlijk uitgezette of aangevoerde exemplaren. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van beide soorten. Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor algemene soorten amfibieën zoals Groene kikker (Bastaardkikker en Meerkikker), Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander. Al deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Zuid-Holland

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

14/48

‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. Rugstreeppad Het plangebied is niet geschikt voor Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, er is geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort.

4.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Krakeend, Wilde eend, Bruine kiekendief, Scholekster, Zwartkop, Merel, Tjiftjaf, Vink, Houtduif en Ekster (cat.5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals Houtduif, Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. In het water en de oevers langs het plangebied kunnen water- en moerasvogels broeden als Wilde eend en Meerkoet. Het is mogelijk dat in de bomen categorie 5-soorten broeden als Ekster en Zwarte kraai. De aanwezige nestkasten in het plangebied kunnen ook gebruikt worden door categorie 5soorten als Koolmees en Pimpelmees.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

15/48

Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele Huismussen (cat. 2) waargenomen in het vakantiepark op ongeveer 100 meter ten zuiden van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus (cat. 2), Gierzwaluw (cat. 2), Sperwer (cat. 4), Havik (cat. 4), Buizerd (cat. 4), Wespendief (cat. 4), Slechtvalk (cat. 3), Ransuil (cat. 4), Kerkuil (cat. 3), Steenuil (cat. 1), Roek (cat. 2), Ooievaar (cat. 3) en Grote gele kwikstaart (cat. 3) vastgesteld. De Huismus broedt of heeft gebroed in het vakantiepark op ongeveer 130 meter van het plangebied. Van Gierzwaluw is een populatie bekend in de dorpskern van Woubrugge (NDFF 2015-2025). De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan. Sperwer (cat. 4) is tweemaal (jagend) waargenomen in het geriefbos ten zuiden van het plangebied. Er zijn geen nest-indicerende waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied bekend. Van Ransuil (cat. 4) is een territorium bekend aan de overzijde van de Wijde Aa op circa 500 meter afstand. De overige bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 20152025). De soorten broeden niet in de directe omgeving van het plangebied.

Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het waargenomen vervallen eksternest in de bosschage in het noordwesten van het plangebied kan in gebruik zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer, Boomvalk en Ransuil. De Huismus stelt aan zijn leefgebied verschillende eisen zoals de aanwezigheid van dekking biedende struiken, voedselvoorzieningen (voederplekken of kruidenrijke overhoeken) en open zandplekken voor het nemen van zandbaden. In de dichte groenstrook binnen het plangebied ontbreekt overzicht op de omgeving, waardoor het risico op predatie door roofvogels of marterachtigen groter wordt. Daarnaast ontbreken er open zandplekken. De belangrijke en relevante voorwaarden voor het leefgebied van Huismus bevinden zich meer in het midden van het vakantiepark. In dit deel van het vakantiepark liggen alle belangrijke elementen op een kleinere afstand van elkaar, tevens is hier het risico op predatie een stuk lager. Het aan de buitenrand van het vakantiepark gelegen plangebied biedt vanwege deze redenen geen essentieel leefgebied voor de Huismus.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

16/48

FiguurbeschrijHet eksternest kan in gebruik zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer, Ransuil en Boomvalk.

4.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden geen beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren waargenomen (NDFF 2015-2025). Tijdens het veldbezoek werd een Haas waargenomen. Deze soort is in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1). Bunzing werd op 260 meter afstand ten noordwesten van het plangebied zowel dood als levend waargenomen langs de Aderweg. Wezel en Hermelijn werden op circa 700 meter afstand ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Wijde Aa vastgesteld (NDFF 2015-2025). De soorten werd waargenomen nabij de jachthaven en camping ‘Wijde Aa’. Van de Bunzing zijn meerdere waarnemingen bekend. Hierboven worden de waarnemingen die het dichtst bij het plangebied werden gedaan genoemd. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Vos, Haas, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in ZuidHolland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Er zijn geen waarnemingen van Steenmarter in de 8 kilometerhokken rondom het plangebied bekend.

Steenmarter wordt in het plangebied niet verblijvend verwacht vanwege het ontbreken van geschikte bebouwing in de directe omgeving, dichte houtstapels en houtwallen. Om het struinpad voor recreanten toegankelijk te houden wordt de opgaande vegetatie aan weerszijden van het pad door medewerkers van het park gesnoeid en beheerd. Tevens zijn in het struinpad regelmatig recreanten uit het vakantiepark aanwezig die hier hun hond uitlaten, waardoor noodzakelijke rust voor de dieren ontbreekt. De lijnvormige structuur en (nachtelijke) rust van het struinpad en de bomenrij biedt mogelijk wel geschikt biotoop voor migrerende of zwervende Steenmarters om incidenteel

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

17/48

te doorkruisen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van essentieel leefgebied vanwege het ontbreken van potentie voor verblijfplaatsen in de directe omgeving en het bekende verspreidingsgebied.

4.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 20152025). Het betreft Gewone dwergvleermuis en Meervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis zijn in de dorpskern van Woubrugge, op ongeveer 1,7 kilometer afstand van het plangebied enkele kraamverblijven met minimaal 30 individuen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Van de Meervleermuis zijn geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied bekend (NDFF 2015-2025). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen.

De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat ter plaatse geen bebouwing en bomen met geschikte holtes of spleten aanwezig zijn. In de recreatiehuisjes van het park, parallel gelegen aan het struinpad, kunnen wel vleermuizen verblijven. De dieren kunnen zich ophouden in de spouwmuur en onder randpannen van de huisjes. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken en de begroeiing kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Het plangebied kan onderdeel uitmaken van een vliegroute van vleermuizen. Met name de lijnvormige structuren zoals bosschages en bomenrijen kunnen onderdeel uitmaken van een langere landschapslijn en daarmee onderdeel zijn van een vliegroute van vleermuizen.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

18/48

4.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er is één waarneming bekend van Ringslang (reptiel) op 1,4 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied (NDFF 2015-2025). Deze soort wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied In het plangebied ontbreekt geschikt habitat voor de Ringslang. Er zijn plaatselijk geen geschikte natte terreindelen met begroeide oeverzones en hopen riet, maaisel of aangespoeld materiaal waar Ringslang kan jagen en zich kan voortplanten.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

19/48

4.8

Conclusie beschermde soorten Op grond van §4.1 t/m §4.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 4-1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 5 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Tabel 4-1 Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soorten.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Planten Vissen Amfibieën Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige beschermde fauna

Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk aanwezig in plangebied

Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied

nee nee NDFF veldbezoek, NDFF NDFF

nee nee nee ja

nee NDFF nee

incidenteel ja nee

nee nee nee Ja, niet-jaarrond beschermde nesten Ja, jaarrond beschermde nesten (Sperwer, Boomvalk, Ransuil) nee Ja, foerageergebied, vliegroute nee

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

ja

20/48

5

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 4-1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

5.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het kappen en rooien van bomen en struiken, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 1 maart tot 1 september. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten, ieder aanwezig actief nest is beschermd ongeacht de periode van het jaar. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.

‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Ekster, Zwarte kraai, Koolmees en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Het aangetroffen nest in de boom kan in gebruik zijn door uilen en roofvogels zoals Boomvalk, Sperwer en Ransuil. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

21/48

het plangebied betrokken te worden. Veranderingen in het plangebied, zoals nieuwbouw van recreatie-units en aanleg van parkeerplaatsen, toenemende recreatiedruk (verstoring) en bomenkap, kunnen ertoe leiden dat een nest in onbruik raakt en zijn ecologische functionaliteit verliest. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een vergunning te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

5.2

Vleermuizen Verblijfplaatsen In de vakantiehuisjes naast het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord. Foerageergebied Het potentiële foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied betreft vanwege de grootte en geschiktheid van het plangebied mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar terreingebruik is noodzakelijk. Afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie dient mogelijk een vergunningsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Vliegroutes De potentieel aanwezige vliegroute voor vleermuizen binnen aan het plangebied betreft vanwege de ligging en aanwezige lijnstructuren mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar terreingebruik is noodzakelijk. Afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie dient mogelijk een vergunningsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

22/48

5.3

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Boomvalk, Sperwer en Ransuil en vleermuizen. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 5 1 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek dient te worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Aanbevolen wordt de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (grofweg 1 maart tot 1 september) óf het plangebied voor de broedperiode ongeschikt te maken voor niet-jaarrond beschermde broedvogels. Tabel 5-1 Periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. * = Te combineren met andere bezoeken. Soort/Soortgroep onderzoeksperiode Aantal bezoeken Vogels Sperwer half maart – juni 2-4 Ransuil half maart – juni 2-4 Boomvalk mei – augustus 2-4 Vleermuizen Alle soorten

Gebiedsfunctie vliegroutes, foerageergebied

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

Periode april – november

Aantal bezoeken 2*

23/48

6

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstukken4 en5 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Omgevingswet kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3.4). In de bepalingen die staan uitgewerkt in de Ow kunnen gebieden ook beschermd zijn als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Beschermd Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

6.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 11 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (zie Figuur 6-1). Gezien de grote afstand, afscherming door groengebieden en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is door een andere partij een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden (evt. bronverwijzing Aeriusberekening andere partij). Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorende .pdf-bestanden.

6.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 6-1). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

6.3

Weidevogelleefgebied Gezien de ligging van het plangebied binnen bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied is een toetsing van de gevolgen van dit plan zeker aan de orde. Deze toetsing wordt separaat uitgevoerd en aangeleverd.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

24/48

6.4

Houtopstanden Er wordt volgens de plannen mogelijk een rijbeplanting van meer dan 20 bomen en buiten de bebouwde kom gelegen beplanting gekapt die groter dan 1000 m² is en daarmee geldt als houtopstand. Als een houtopstand gekapt dient te worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Op deze kap- en herplantplicht bestaan enkele uitzonderingen. Voor het kappen van populieren of wilgen langs (water)wegen geldt dit bijvoorbeeld niet. De Ow verleent aan Gedeputeerde Staten en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de bevoegdheid een vergunning te verlenen van de meld- en herplantplicht. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag, de Provincie Zuid-Holland.

6.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

25/48

Figuur 6-1 Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, belangrijk weidevogelgebied en het NNN.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

26/48

6.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Ow of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Gezien de ligging van het plangebied binnen bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied is een toetsing van de gevolgen van dit plan zeker aan de orde. Deze toetsing wordt separaat uitgevoerd en aangeleverd. Het geplande project leidt mogelijk tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. Er wordt volgens de plannen mogelijk een rijbeplanting van meer dan 20 bomen en buiten de bebouwde kom gelegen beplanting gekapt die groter dan 1000 m² is en daarmee geldt als houtopstand. Als een houtopstand gekapt dient te worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden.

De Ow verleent aan Gedeputeerde Staten en de minister van Natuur en Stikstof de bevoegdheid een vergunning te verlenen van de melden herplantplicht. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag, de Provincie Zuid-Holland.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

27/48

7

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de algemene zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Voor soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn en vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, nationaal beschermde soorten en voor soorten die opgenomen zijn op de Rode lijsten, geldt de specifieke zorgplicht. Ook natuurlijke habitats of belangrijke leefgebieden van deze soorten vallen onder de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Eventueel in het plangebied verwachte soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten worden ook besproken in Hoofdstuk4 en Hoofdstuk5. Aangezien natuurlijke habitats en belangrijke leefgebieden voor deze soorten ook vallen onder de specifieke zorgplicht en deze onder de geplande werkzaamheden mogelijk worden aangetast, wordt hier ook rekening mee gehouden bij de hieronder beschreven maatregelen. Met behulp van passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen in het plangebied kunnen negatieve gevolgen voor soorten worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. De te nemen maatregelen worden besproken in relatie tot de werkzaamheden en de in het plangebied aanwezige biotopen (zie §1.4 en hoofdstuk3). Ook worden maatregelen ter bevordering van in het wild levende soorten en hun leefomgeving geadviseerd.

In het plangebied zijn biotopen aanwezig waar mogelijk soorten waarvoor de specifieke zorgplicht geldt voorkomen, namelijk groenstructuren, wateren en oevers en grasland. In het plangebied kan vanwege de aanwezigheid van biotoop rekening worden gehouden met de volgende kwetsbare en bedreigde soorten: Bunzing, Hermelijn en Wezel. In §7.1 en §7.2 worden maatregelen genoemd ten behoeve van de algemene en specifieke zorgplichten. Deze maatregelen zijn bevorderend voor de natuur en zijn in deze situatie ook toepasbaar om mogelijke negatieve effecten op in het plangebied voorkomende Rode Lijstsoorten te voorkomen.

7.1

Passende preventieve maatregelen Teneinde de (specifieke) zorgplicht na te leven dient men voorafgaand en tijdens de werkzaamheden met betrekking tot de aanwezige biotopen (zie hoofdstuk3) de volgende preventieve maatregelen te nemen:  Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal moet gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om het plangebied te ontvluchten en een alternatief leefgebied te benutten in de (directe) omgeving.  Groenvoorzieningen moeten tijdens de werkzaamheden en het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen zoveel mogelijk worden ontzien. Bij het werk kunnen zo klein mogelijke werkbreedtes gebruikt worden. Tevens kan men steeds dezelfde bouwwegen en paden voor zowel vervoer, aanvoer en afvoer gebruiken.  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden moet richting te behouden leefgebied van fauna gewerkt worden zodat dieren niet ingesloten raken en een grotere kans hebben het werkgebied te ontvluchten. Om negatieve effecten voor grondgebonden fauna te

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

28/48

verminderen kan de vegetatie eerst 10 centimeter worden afgemaaid waarna het perceel een nacht met rust gelaten wordt voordat de vegetatie volledig verwijderd wordt.  Het verwijderen van groenvoorzieningen kan zoveel mogelijk beperkt worden en na de werkzaamheden kan de vegetatie op vergelijkbare wijze met dezelfde soorten aangeplant worden, op dezelfde locaties als waar groenvoorzieningen verwijderd worden. Bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen moet een zo smal mogelijke werkbreedte aangehouden worden.  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk gebruikt worden om insporing en potentiële verstoring van dieren en planten te beperken.  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig gewerkt worden dat de meest gevoelige periodes van te verwachten soorten (vooral voortplantings- en winterrustperiodes) vermeden worden.  Bij de werkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt om verstoring van nachtactieve soorten te beperken.

7.2

Passende ontwikkelings- en herstelmaatregelen Omdat bij de plannen groenstructuren worden verwijderd en nieuwbouw wordt gerealiseerd waar eerder groen aanwezig was, worden hieronder enkele ontwikkelings- en of herstelmaatregelen waarmee de regels omtrent de specifieke zorgplicht na kunnen worden geleefd besproken. Met behulp van de hieronder beschreven maatregelen kan de natuur in het plangebied ontwikkeld- en of hersteld worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe situatie de ruimte. Aanvullend zijn er veel (https://www.checklistgroenbouwen.nl/) websites beschikbaar met tips en informatie over groen bouwen en het natuurlijk inrichten van de omgeving. Bij de uitvoer van de plannen dienen vanwege het voorkomen van soorten waarvoor de specifieke zorgplicht geldt de volgende maatregelen te worden genomen:  Het (aanvullend) plaatsen van speciale vleermuiskasten aan bomen en in gevelmuren en het geschikt maken of openhouden van spouwmuren ten behoeve van verblijvende vleermuizen.  Het gebruiken van vleermuisvriendelijke verlichting en inschijnen waar mogelijk te voorkomen door deze enkel naar de grond te richten. In de huidige situatie wordt al gebruik gemaakt van gedimde terreinverlichting.  Het aanleggen van verblijfsvoorzieningen ten behoeve van grondgebonden zoogdieren (zoals Bunzing, Hermelijn en Wezel), zoals zoogdierkasten en/of takkenrillen.

Dergelijke takkenrillen, evenals hagen, schermen en dergelijke, kunnen ook worden gebruikt voor het afschermen van te behouden leefgebied.  Het plaatsen van insectenhotels aan gevelmuren of in de omgeving van tuinen en groenstructuren.  Beplanten, terugplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals Eenstijlige meidoorn, Wilde liguster, Gewone vlier, Sleedoorn en Klimop, welke vogels en insecten als vlinders, wilde bijen en zweefvliegen kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, (spits)muizen en vleermuizen.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

29/48

 Indien bij de inrichting van het plangebied ook gemetselde muren gerealiseerd worden kunnen hierbij speciale materialen toegepast worden die veel sneller dan gebruikelijk een groeiplaats bieden voor muurplanten als Muurvaren, Tongvaren en Steenbreekvaren.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

30/48

8

Conclusies

8.1

Beschermde soorten  Het plangebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.  Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen vrijgestelde soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte vrijgestelde soorten hoeft geen vergunning te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan.  In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Het broedseizoen betreft de periode dat actieve nesten van vogels aanwezig zijn. Een vergunning is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt (normaliter) grofweg van 1 maart tot 1 september.  Het aangetroffen nest in de boom kan in gebruik zijn door uilen en roofvogels zoals Boomvalk, Sperwer en Ransuil. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar nesten en nestlocaties van deze vogelsoorten noodzakelijk (zie voor de onderzoeksperiode Tabel 5-1 ).

Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een vergunningsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.  Voor incidenteel aanwezige beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren.  Het potentiële foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied betreft vanwege de grootte en geschiktheid van het plangebied mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar terreingebruik is noodzakelijk (zie voor de onderzoeks-periode Tabel 5-1 ).

Afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie dient mogelijk een vergunningsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  De potentieel aanwezige vliegroute voor vleermuizen binnen het plangebied betreft vanwege de ligging en aanwezige lijnstructuren mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar terreingebruik is noodzakelijk (zie voor de onderzoeks-periode Tabel 5-1 ). Afhankelijk van de uitkomsten van de

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

31/48

inventarisatie dient mogelijk een vergunningsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.

8.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving  Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Ow of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.  Gezien de ligging van het plangebied binnen bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied is een toetsing van de gevolgen van dit plan zeker aan de orde. Deze toetsing wordt separaat uitgevoerd en aangeleverd.  Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is door een andere partij een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden (evt. bronverwijzing Aeriusberekening andere partij). Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorende .pdf-bestanden.  Er wordt volgens de plannen mogelijk een rijbeplanting van meer dan 20 bomen en buiten de bebouwde kom gelegen beplanting gekapt die groter dan 1000 m² is en daarmee geldt als houtopstand. Als een houtopstand gekapt dient te worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden.

De Ow verleent aan Gedeputeerde Staten en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de bevoegdheid een vergunning te verlenen van de meld- en herplantplicht. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag, de Provincie Zuid-Holland.

8.3

Zorgplicht  Teneinde het naleven van de algemene en specifieke zorgplicht voor kwetsbare en bedreigde soorten kan men gebruikmaken van genoemde passende preventieve maatregelen en passende ontwikkelings- en herstelmaatregelen (zie hoofdstuk 7).

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

32/48

9

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur ANDREWS, H., 2018. Bat roosts in trees: a guide to identification and assessment for tree-care and ecology professionals. Pelagic Publishing, 20-22 Wenlock Road, London. BACKES, C.W., BOEREMA, L., FRERIKS, A.A., FRINS, R.H.W., HATTUM, T. VAN, ONRUST, F. & WARENDORF, F.C.S., 2024. Natuur in de Omgevingswet. Boom, Den Haag. BIJLSMA, R.G., 1993. Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BOS, F., BOSVELD, M., GROENENDIJK, D., SWAAY C. VAN, WYNHOFF, I. & DE VLINDERSTICHTING, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea. – Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. BROEKHUIZEN, S., SPOELSTRA, K., THISSEN, J.B.M., KANTERS K.J. & BUYS, J.C. (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & DELFT, J.C.W. VAN, (RAVON, RED), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., HELVERSEN, O. VON & NILL, D., 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en NoordWest Afrika.

Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. GITTENBERGER, E. & JANSSEN, A.W. (RED.), 2004. De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. – Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KRANENBARG, J., HERDER, J.E., EMMERIK, W.A.M. VAN & GROEN, M. (RED), 2022. Visatlas van Nederland. Stichting RAVON, Sportvisserij Nederland & Noordboek, Gorredijk. LIMPENS, H., MOSTERT, M. & BONGERS, W. (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. NETWERK GROENE BUREAUS, 2023. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Netwerk Groene Bureaus, Odijk. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE, 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata) – Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. TWISK, P., DIEPENBEEK, W. VAN & BEKKER, J.P., 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. VINK, J., VOLLAARD, P. & ZWARTE, N. VAN, 2023. Stadsnatuur bouwen.

nai010 uitgevers, Rotterdam.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

33/48

VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR), 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. WARING P. & TOWNSEND, M., 2015. Nachtvlinders: de nieuwe veldgids voor Nederland en België. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

34/48

10 Bijlagen Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Verblijfsrecreatiepark Park Wijde Aa te Roelofarendsveen QS2025-090

35/48

Bijlage 1 Bijlage 1.1

Huidige natuurwetgeving Omgevingswet (Ow)

De Omgevingswet (Ow) is het nationale wettelijke kader waarin onder andere de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen. De Wnb op haar beurt is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet destijds zijn samengevoegd. De overgang van de Wnb naar de Ow verloopt beleidsneutraal. Dat betekent dat veel regels die golden onder de Wnb ook onder de Ow gelden. De Ow bundelt alle wetten die gaan over regels met betrekking tot activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bouw, infrastructuur, natuur, milieu, lucht, water, bodem en cultureel erfgoed. In de Ow is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming, die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De basisregels zoals de doelen van de wet, de algemene zorgplicht, regels van zogenaamde kerninstrumenten, vergunningplicht, verantwoordelijkheden en taken van bevoegde gezagen, bevoegdheidsverdeling en overige instructieregels, staan allemaal in de Ow. De doelstellingen van de Ow baseren zich op de erkenning van de intrinsieke waarde van de natuur. Vanwege deze intrinsieke waarde is de wet gericht op het in stand houden en bereiken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en een hoge omgevingskwaliteit.

Een andere doelstelling van de Ow is het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningsverlening en handhaving. Het stelsel Ow bestaat uit een algemene wettekst (de Ow zelf) dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), zogenaamde uitvoeringswetten, en de Omgevingsregeling. Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) In het stelsel Ow staat de regelgeving uitgewerkt in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Deze zijn:  Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); hierin staan de algemene regels voor Natura 2000en flora- en fauna-activiteiten waaronder de vergunningplicht (voor overheden en initiatiefnemers) en de regels voor de aanwijzing van vergunningsvrije gevallen en mogelijkheden voor maatwerk.  Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); hierin staat de uitwerking van algemene regels voor bouwwerken die rechtstreeks werken, eveneens voor initiatiefnemers en overheden. Het Bbl is de vervanger van het Bouwbesluit.  Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de uitwerking van normen en instructieregels voor bestuursorganen, waaronder de kaders voor vergunningverlening, zoals beoordelingsregels.

 Omgevingsbesluit (Ob); hierin staan regels voor initiatiefnemers en bestuursorganen, onder meer met betrekking tot bevoegdheden, totstandkomingsprocedures en handhavingsbepalingen. De Omgevingsregeling (Or) bestaat naast de AMvB’s voor de uitwerking van de administratieve en technische regels. Het invoeringsbesluit regelt het overgangsrecht, wijzigingen in bestaande besluiten en aanpassingen van de AMvB’s. Bijlage 1.1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=317a87ab-c527-44a3-8874-cbaf540dde4e