CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.JULIANALAAN68EN70-VAS2 toelichting

Gemeenteraad 2 juni 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Julianalaan 68-70, Kaag’ (bestuurlijke lus).20.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

48

- Restcapaciteit De gemeten intensiteiten in combinatie met de capaciteit op de pont bepalen de restcapaciteit:

• •

ochtendspits: o richting Buitenkaag: 104 – (37 + 38) = 29 auto’s; o richting Kaag: 104 – 54 = 50 auto’s. avondspits: o richting Buitenkaag: 112 – 67 = 45 auto’s; o richting Kaag: 116 – 69 = 47 auto’s.

- Verkeersgeneratie In het verkeersonderzoek van Goudappel zijn de resultaten van de verkeersgeneratieberekening uiteengezet, waarbij ook rekening is gehouden met andere projecten op Kaag (Julianalaan 19, Julianalaan 55 en Irenelaan 3a). Hieruit blijkt dat per saldo sprake zal zijn van een toename van de verkeersgeneratie van 131 motorvoertuigen per etmaal. Hierbij bedraagt de extra verkeersgeneratie gedurende de maatgevende spitsperioden 14 auto's richting Buitenkaag en 19 auto's richting Kaag. 1. 2.

De restcapaciteit van de pont gedurende de ochtendspits bedraagt 29 auto’s richting Buitenkaag. De extra verkeersgeneratie van 14 auto’s kan daarmee verwerkt worden. De restcapaciteit van de pont gedurende de avondspits bedraagt 47 auto’s richting Kaag. De extra verkeersgeneratie van 19 auto’s kan daarmee verwerkt worden.

Dit betekent dat er ook restcapaciteit beschikbaar is tijdens de bouwfase voor het bouwverkeer van/naar het plangebied. Op basis van eerdere tellingen bleek al dat de capaciteit van de pont voldoende was en op basis van de nieuwe rapportage en met beschouwing van de andere (later bijgekomen) ontwikkelingen blijkt dat er nog steeds voldoende capaciteit op de pont aanwezig is. Verkeersafwikkeling De verkeersgeneratie van de woningen heeft ook een effect op de Julianalaan. Alle wegen op het eiland Kaag kunnen aangeduid worden als ‘erftoegangsweg binnen de bebouwde kom’, met een maximumsnelheid van 30 km/u. De Julianalaan vormt de verbinding tussen de veerpont en de andere wegen op het eiland en is de straat waar het onderhavige plangebied zich aan bevindt. Over een lengte van ongeveer 350 meter varieert de breedte van de Julianalaan tussen de 3,1 en 3,8 meter. Vanuit verkeersveiligheid is het wenselijk om de verkeersdruk op een weg met een dergelijke breedte zonder trottoir zo laag mogelijk te houden. Als verkeersveilige maximumintensiteit geldt 1.000 motorvoertuigen per etmaal, vergelijkbaar met een woonerf. In 2020 bedroeg de intensiteit van de Julianalaan 820 motorvoertuigen per etmaal. De ontwikkeling levert een stijging van de verkeersgeneratie op van 131 motorvoertuigbewegingen. De toekomstige verkeersdruk wordt daarmee (820 + 131 =) 951 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

Dit is passend binnen de maximumintensiteit van 1.000 motorvoertuigbewegingen. Conclusie Het bovenstaande onderzoek toont aan dat, hoewel er sprake is van een toename in de verkeersgeneratie, de pont en de Julianalaan de toename in motorvoertuigbewegingen kunnen opvangen. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering zal ondervinden van het aspect verkeer. Aanvulling Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State (Uitspraak 202206845/1/R3, d.d. 29 januari 2025) is door Goudappel een nader onderzoek uitgevoerd naar de pont en de verkeersgeneratie op het eiland. Dit onderzoek is als bijlagen bij toelichting, bijlage 12 bijgevoegd.

49

4.7.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. De gemeente Kaag en Braassem heeft haar eigen parkeerbeleid vastgelegd in de Nota parkeernormen (2018). Bovengenoemde CROW kencijfers dienen als uitgangspunt voor de nota, waarmee de normen hetzelfde zijn. In de nota wordt echter meer specifiek ingegaan op de toepassing van deze normen binnen de gemeente. Voorts is een kaart met gebiedsindeling opgenomen.

Onderhavig plangebied valt op deze kaart binnen de zone 'rest bebouwde kom'. Planspecifiek Conform de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Kaag en Braassem zijn er tussen de 1,7 en 2,5 parkeerplaatsen benodigd ten behoeve van appartementen groter dan 120 m². In toelichting paragraaf 2.2 is een overzicht opgenomen van de oppervlakte per appartement. Alle appartementen vallen binnen de categorie >120 m². Dit betekent dat in totaal (10*1,7 en 10*2,5) tussen de 17 en 25 parkeerplaatsen benodigd zijn. Zoals reeds aangegeven voorziet het plan in 20 parkeerplaatsen, waarmee het plan voldoet aan de gemiddelde parkeernormen die gelden binnen de gemeente Kaag en Braassem.

50

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

5.2 Toelichting De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.3 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

5.4 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in Hoofdstuk II. Ten slotte regelt Hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. In de volgende paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen behandeld. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd:

• • • • • • •

bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).

51

5.5 Wijze van bestemmen Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende (dubbel)bestemmingen: Horeca Het bestaande pand Julianalaan 66 behoudt de bestemming 'Horeca'. Het gaat hierbij om horeca in ten hoogste horeca categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten. Ten behoeve van deze functie zijn een bedrijfswoning en een terras toegestaan. Op de verbeelding is tevens een aanduiding opgenomen voor de geprojecteerde parkeergarage. Voor wat betreft de bouwmogelijkheden wordt uitgegaan van het bestaande hoofdgebouw en mag de gooten bouwhoogte maximaal resp. 4 en 7 m bedragen. Water Het wateroppervlak dat onderdeel is van de Kagerplassen en het deel van het plangebied waar wateroppervlak wordt aangelegd is bestemd als 'Water'. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Met uitzondering van keermuren en steigers en een geluidscherm, zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Zo zijn aanlegsteigers toegestaan met een maximale diepte van 25 meter, gemeten vanaf de bestemming 'Wonen - 1'. Met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dient in het zuidoostelijke deel van het plangebied, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', een geluidscherm met een hoogte van minimaal 3 meter te worden gerealiseerd. Dit is ook geregeld via een voorwaardelijke verplichting. Wonen - 1 Het plangebied is nagenoeg geheel voorzien van de bestemming 'Wonen - 1'.

De beoogde bebouwing is vervat in een drietal bouwvlakken, waarbinnen alle bebouwing moet worden geplaatst, conform de aangegeven typologie ('gestapeld' en 'vrijstaand'). Daarbij is de maximale goot- en bouwhoogte geregeld: aan de kant van de Julianalaan bedraagt deze maximaal resp. 5 en 7 m en voor de twee appartementengebouwen wordt uitgegaan van maximaal resp. 10 en 11 m. Verder is het maximale aantal wooneenheden per bouwvlak vastgelegd. Op de verbeelding is tevens een aanduiding opgenomen voor de geprojecteerde parkeergarage. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, zijn maximale maatvoeringen opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen tot een bouwhoogte van 1 m mogen worden opgericht. In de gebruiksregels worden eisen gesteld aan aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden (bedrijfs)activiteiten. Verder zijn er mogelijkheden voor een bed & breakfast. Daarnaast zijn met het oog op de akoestische situatie twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. De ene voorziet in de realisering van dove gevels. Het betreft de oostgevel van het zuidelijke appartementengebouw en de zuid- en oostgevels van de vrijstaande woning. De andere voorwaardelijke verplichting betreft een afscherming van de zuidgevel van dat gebouw; hier dient te worden voorzien in een gebouwgebonden afscherming, zoals ook bedoeld in het akoestische onderzoek.

Voorts is in de Algemene bouwregels een regeling opgenomen waarmee veiliggesteld wordt dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid, ook bij toekomstige veranderingen. Waarde - Archeologie De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' beschermd de archeologische waarden in het plangebied. Bij ingrepen in de bodem is in verschillende gevallen een aanvullende omgevingsvergunning nodig. Waarde - Beschermd dorpsgezicht De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' ziet toe op het behoud, het herstel en de bescherming van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en bebouwingsbeeld zoals omschreven in het aanwijzingsbesluit tot beschermd dorpsgezicht.

52

Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' ziet toe op het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Algemene aanduidingsregels Uit het geldende bestemmingsplan is de aanduiding 'vrijwaringszone - oeverstrook' overgenomen. Deze zijn bedoeld voor het uitvoeren van beheer en onderhoud en de toegankelijkheid voor hulpdiensten vanaf de wal. Tevens is de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' opgenomen, met het oog op bescherming en behoud van de zichtlijnen voor de scheepvaart en de bedienings- en begeleidingsobjecten.

53

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek De gemeente heeft ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten. In deze overeenkomst wordt onder andere de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het ruimtelijke plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

54

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een voorontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Participatie Initiatiefnemer heeft het initiatief voorgelegd aan de bewoners/eigenaars van omliggende panden aan de Julianalaan en Beatrixlaan, aan de Stichting Promotie Kaag en aan de Eilandraad van Kaag. De reacties zijn overwegend positief, maar er zijn ook zorgen/bezwaren. Eén van de bewoners/eigenaars is van mening dat de bebouwing te dicht bij de erfgrens komt. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de beoogde bebouwing op circa 4 m van de erfgrens en op een grotere afstand tot de erfgrens gesitueerd zal zijn dan in de bestaande situatie het geval is. Een andere bewoner/eigenaar is bezorgd over de toename van de verkeersintensiteit en de parkeerdruk. Ook zijn zorgen geuit over de toegenomen drukte op de pont. Uit het onderzoek van Goudappel (zie toelichting paragraaf 4.7.1) blijkt dat de capaciteit van de Julianalaan en de pont voldoende is om te toename te verwerken. De parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgelost door een parkeergarage te realiseren. Zoals uit toelichting paragraaf 4.7.2 blijkt bevat deze parkeergarage voldoende parkeerplaatsen om aan de gemeentelijke parkeernormen te voldoen. Ten slotte vraagt een andere bewoner/eigenaar aandacht voor de hoge muur die in de bestaande situatie aanwezig is. In het plan zal deze muur gesloopt worden. Naast de toenemende drukte op de pont is de bouwhoogte het voornaamste bezwaar van de direct omwonenden.

Zo heeft een aantal direct omwonenden bezwaar gemaakt op het bouwplan waar de gemeente reeds haar goedkeuring op heeft verleend en waar het ontwerpbestemmingsplan op was geschreven. Om te onderzoeken of er ook een alternatief mogelijk is dat aansluit op de wensen van deze directe omwonenden is er een traject met hen doorlopen waarin alle zorgen zijn besproken en wat een vertaalslag heeft gekregen in het onderhavige aangepaste bestemmingsplan.

7.3 Overleg artikel 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro op 21 maart 2019 voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland en het hoogheemraadschap van Rijnland. Ook is het bestemmingsplan op 30 november 2020 nog naar Veiligheidsregio Hollands Midden gestuurd.

55

De provincie Zuid-Holland geeft in haar reactie d.d. 10 april 2019 aan dat er, ondanks de ligging in beschermingscategorie 1 (kroonjuweel cultureel erfgoed), vanuit ruimtelijke kwaliteit geen strijdigheid met het provinciaal beleid is. Verder vraagt de provincie aandacht voor de gedeeltelijke ligging van het plangebied in de vrijwaringszone van een provinciale vaarweg. Naar aanleiding hiervan is toelichting paragraaf 3.2.2 aangevuld en de aanduiding 'vrijwaringszone - oeverstrook' toegekend aan de gronden waar de beoogde bebouwing niet de oeverconstructie vormt. Het hoogheemraadschap van Rijnland vraagt in zijn reactie d.d. 19 april 2019 om het aanpassen van de begrenzing van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. De aanpassing is doorgevoerd in het voorliggende bestemmingsplan. Daarnaast is toelichting paragraaf 4.3 naar aanleiding van de vooroverlegreactie aangevuld ten aanzien van de verhardingstoename. De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) gaat in op het aspect fysieke veiligheid (reactie d.d. 20 december 2020). Om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten te beperken en/of de zelfredzaamheid van de aanwezigen en het optreden van de hulpdiensten te verbeteren, vraagt VRHM aandacht voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten en voor de aanwezigheid van voldoende blusvoorzieningen.

Voorts wordt geconstateerd dat de opkomsttijd van de brandweer naar het plangebied met circa éen minuut wordt overschreden. Geadviseerd wordt om deze geringe overschrijding te accepteren, mede gezien de realisatie van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen welke (behoren te) voldoen aan het nieuwbouwniveau van het Bouwbesluit. Naar aanleiding hiervan is toelichting paragraaf 4.2.5 aangevuld.

7.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Julianalaan 68-70, Kaag’ heeft van 23 januari t/m 4 maart 2020 ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal 15 zienswijzen ontvangen. Naar aanleiding van deze zienswijzen is het stedenbouwkundige plan ingrijpend aangepast. Dat heeft ook tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan geleid. Verder kwam naar voren dat er ook zorgen waren over de toename in verkeer, de druk op de pont en het parkeren. In dit aangepaste bestemmingsplan is hier extra aandacht aan besteed. De ontwikkeling leidt tot een toename in de verkeersgeneratie, maar zoals blijkt uit toelichting paragraaf 4.7.1, kan de Julianalaan de verwachte toename in de verkeersgeneratie opvangen. Ditzelfde geldt voor de pont naar Buitenkaag. Tevens wordt het plan van een parkeergarage voorzien waar de benodigde parkeerplaatsen in worden gerealiseerd. Omdat de zienswijzen tot grote aanpassingen hebben geleid en de terinzagelegging reeds twee jaar geleden heeft plaatsgevonden is er voor gekozen het aangepaste ontwerpbestemmingsplan opnieuw ter inzage te leggen. Dat is van 14 april t/m 25 mei 2022 gebeurd. In deze periode zijn nog eens 11 zienswijzen ontvangen. In de als bijlagen bij toelichting, bijlage 11 bijgevoegde 'Nota van beantwoording zienswijzen' zijn de zienswijzen weergegeven en van een gemeentelijke reactie voorzien.

Per zienswijze is aangegeven of deze heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=57af1be6-4904-44a8-8cfc-096940f17ec6