CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.HOFDIJKLAAN73EN75-VAS1 toelichting, regels, verbeelding en bijlagen

Gemeenteraad 20 september 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Hofdijklaan 73-75 Oud Ade14.524 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HOFDIJKLAAN 73-75, OUD ADE Kaag en Braassem bestemmingsplan 20 september 2021

1/2

Hofdijklaan 73-75, Oud Ade

Kaag en Braassem

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1884.HOFDIJKLAAN73EN75-VAS1

19-03-2018 01-07-2021 20-09-2021

concept ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20170635 opdrachtleider:

Dhr. M.P. Kegler auteur(s):

dhr. W. van Vliet dhr. A. Kramer dhr. D. Koster

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

8

1.3

Geldend bestemmingsplan

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beoogde situatie

13

Hoofdstuk 3

Beleidstoets

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

22

3.4

Conclusie

22

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Bedrijven en milieuhinder

23

4.3

Ecologie

25

4.4

Water

28

4.5

Bodem

31

4.6

Externe veiligheid

32

4.7

Luchtkwaliteit

34

4.8

Kabels en leidingen

36

4.9

Archeologie

36

4.10

Wegverkeerslawaai

37

4.11

Verkeer en parkeren

37

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

39

5.1

Algemeen

39

5.2

Inleidende regels

39

5.3

Bestemmingsregels

39

5.4

Algemene regels

40

5.5

Overgangs- en slotregels

41

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

43

6.1

Economische uitvoerbaarheid

43

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

Rho adviseurs voor leefruimte

4

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Memo AERIUS-berekening

Bijlage 2

Uitvoer AERIUS-berekening

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Memo indicatief onderzoek inrichtingslawaai Hofdijklaan 73-75

Bijlage 5

Landschappelijke inpassing

Bijlage 6

Onderbouwing locatie Van Ginkel in relatie tot Ghoybos

Bijlage 7

Vooroverlegreactie Provincie Zuid-Holland

Bijlage 8

Vooroverlegreactie ODWH

Bijlage 9

Vooroverlegreactie Hoogheemraadschap van Rijnland

Bijlage 10

Nota van beantwoording zienswijze

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

69

Artikel 1

Begrippen

69

Artikel 2

Wijze van meten

73

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

75

Artikel 3

Bedrijf

75

Artikel 4

Groen

77

Artikel 5

Water

78

Artikel 6

Wonen

79

Artikel 7

Waarde - Archeologie - 1

81

Hoofdstuk 3

Algemene regels

83

Artikel 8

Antidubbeltelregel

83

Artikel 9

Algemene bouwregels

84

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

85

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

86

Artikel 12

Algemene wijzigingsregels

87

Artikel 13

Overige regels

88

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

89

Artikel 14

Overgangsrecht

89

Artikel 15

Slotregel

90

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

Rho adviseurs voor leefruimte

TOELICHTING

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De adressen Hofdijklaan 73 en 75 vallen binnen het dorpsgebied van Oud Ade en liggen aan de oostrand van de kern Leiderdorp (figuur 1.1). Op de locatie Hofdijklaan 73 bevindt zich een bedrijfswoning. Het hoveniersbedrijf op het achtererf van dit perceel, Van Ginkel West Nederland, heeft als adres Hofdijklaan 75. De eigenaar van perceel Hofdijklaan 73 is sinds 2006 niet meer werkzaam bij dit bedrijf en heeft de bedrijfslocatie in 2010 verkocht aan Van Ginkel. De voormalige bedrijfswoning blijft in het bezit van en in gebruik door de eigenaar van de grond en wordt daarmee functioneel losgekoppeld van het bedrijf. Tegelijkertijd met deze verandering wordt de bedrijfslocatie heringericht en de dient de bestemming te worden afgestemd op het feitelijke gebruik op die locatie, namelijk een hoveniersbedrijf in milieucategorie 3.1. De herinrichting omvat onder meer de realisatie van een extra bedrijfsgebouw en het uitbreiden van het erf van het bedrijf in noordelijke, oostelijke en zuidelijke richting. Ook het woonperceel van de Hofdijklaan 73 wordt vergroot. Deze ontwikkelingen maken aanpassing van het bestemmingsplan op deze locatie noodzakelijk.

De uitbreiding van het bedrijfsterrein hangt samen met de herontwikkeling van het naastgelegen natuur- en recreatiebos het Ghoybos en draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit aldaar, via de tegenprestatie die in ruil voor de verwerving van de gronden wordt geleverd. De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling, mits wordt onderbouwd dat de bestemmingswijziging vanuit ruimtelijk en juridisch-planologisch oogpunt uitvoerbaar is. Dit postzegelbestemmingsplan bevat deze onderbouwing, waar nodig met doorwerking in de regels en verbeelding.

Rho adviseurs voor leefruimte

8

Figuur 1.1 - Ligging van het plangebied in de regio (bron: Google Earth).

1.2

Plangebied

Het plangebied omvat de kadastrale percelen met de adressen Hofdijklaan 73 en 75 te Oud Ade, alsmede de gronden rondom, die met dit bestemmingsplan bij de woon- en bedrijfsbestemming worden gevoegd. In figuur 1.2 is ingezoomd op het plangebied.

Figuur 1.2 - Plangebied (bron: Google Earth).

Rho adviseurs voor leefruimte

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan op de locatie Hofdijklaan 73 en 75 is het bestemmingsplan 'Buitengebied West' van de gemeente Kaag en Braassem, vastgesteld op 17 juni 2013. Op het perceel rust de bestemming 'Detailhandel' en de functieaanduiding 'tuincentrum' (figuur 1.3). Aan de oost-, zuid- en noordkant is het perceel omringd met als 'Bos' bestemd terrein. Op het perceel is één bedrijfswoning en 1200 m2 aan bebouwd oppervlak toegestaan. Er geldt een archeologische dubbelbestemming, 'Waarde – Archeologie – 1'.

Figuur 1.3 - Huidige planologische situatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd:  hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de ontwikkeling, door zowel de huidige als toekomstige situatie te beschrijven en in te gaan op de aspecten landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit;  het relevante ruimtelijke beleidskader is beschreven in hoofdstuk 3. Hierin is toegelicht op welke manier dit bestemmingsplan past binnen de beleidskaders van de diverse overheden;  de onderbouwingen voor de verschillende omgevingsaspecten, waar nodig ondersteund door onderzoeken of berekeningen, zijn opgenomen in hoofdstuk 4;  hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet van dit bestemmingsplan;  de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden aangesneden in hoofdstuk 6.

Rho adviseurs voor leefruimte

10

Rho adviseurs voor leefruimte

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

In de huidige situatie bevindt zich aan de Hofdijklaan 73 een woning en direct daarachter het hoveniersbedrijf Van Ginkel West Nederland, met als huisnummer 75. De figuren 1.2 en 2.1 geven een impressie van de locatie, resp. vanuit de lucht en vanaf de Hofdijklaan. Op beide foto's is de voormalige bedrijfswoning goed zichtbaar, net als het bos rondom de locatie. Het perceel ligt in de noordwesthoek van het Ghoybos, van oorsprong een productiebos dat gaat worden omgevormd tot een gevarieerd en aantrekkelijk natuur- en recreatiebos. De locatie ligt in een functioneel gemengd gebied aan de westrand van de agglomeratie Leiden. Langs de Hofdijklaan bevinden zich zowel woonfuncties, bedrijven, verblijfsrecreatie, agrarische gronden en bedrijven, horeca, volkstuinen alsook het al genoemde Ghoybos als potentiële recreatieve trekpleister. Direct ten noorden van het plangebied ligt een woning, met daarachter een caravanstalling en een familiecamping met vaste standplaatsen.

Rho adviseurs voor leefruimte

12

Figuur 2.1 - Aanzichten van het perceel vanaf de Hofdijklaan, genomen vanuit het westen en zuidwesten (bron: Google Streetview). De voormalige bedrijfswoning aan de voorkant van het perceel is gebouwd in 2004 en is zelfstandig ontsloten aan de Hofdijklaan. Het hoveniersbedrijf daarachter is via een inrit langs de zuidkant van het plangebied verbonden met de Hofdijklaan. Van Ginkel West Nederland is een hoveniersbedrijf, gespecialiseerd in tuinaanleg en -onderhoud, groenonderhoud, boomverzorging, dak- en gevelbegroeiing, zwemvijvers en natuurlijke waterpartijen, natuurontwikkeling en terreininrichting. Ook is de locatie in Oud Ade de uitvalsbasis van Van Ginkel Interieurbeplanting. Daarnaast is de vestiging een leerbedrijf waar leerlingen en stagiaires een leer-werkplek wordt aangeboden. Naast een kantoor bevinden zich op het terrein enkele gebouwen voor de opslag van werktuigen en materialen.

Figuur 2.2 - Impressie van de bedrijfslocatie van Van Ginkel West Nederland.

Rho adviseurs voor leefruimte

13

2.2

Beoogde situatie

De beoogde ontwikkeling op de locatie Hofdijklaan 73-75 is onder te verdelen in tweeën: 1. planologische actualisatie: het in overeenstemming brengen van de planologische situatie met de feitelijke situatie, namelijk een (hoveniers)bedrijf en een burgerwoning zonder onderlinge functionele binding; 2. uitbreiding woon- en bedrijfsbestemming: het uitbreiden van de bedrijfs- en woonbestemming naar de naastgelegen bosgronden op hetzelfde kavel, waarbij door middel van een tegenprestatie aan de ruimtelijke kwaliteit van het naastgelegen Ghoybos wordt bijgedragen. Planologische actualisatie Zoals reeds geconstateerd in paragraaf 1.3, sluit het geldende bestemmingsplan Buitengebied West niet aan op de feitelijke situatie ter plekke. Er bevindt zich op het perceel namelijk geen tuincentrum, maar een hoveniersbedrijf. Daarnaast is de woning op nr. 73 geen bedrijfswoning meer, maar in gebruik als een burgerwoning die functioneel gezien losstaat van het bedrijf. In dit postzegelbestemmingsplan wordt de bestemmingslegging dan ook herzien. Het perceel krijgt in de nieuwe situatie een woonbestemming (Hofdijklaan 73) en een bedrijfsbestemming voor bedrijven t/m milieucategorie 2, alsmede een hoveniersbedrijf t/m categorie 3.1 (Hofdijklaan 75).

Uitbreiding woon- en bedrijfsbestemming Het hoveniersbedrijf breidt uit naar de gronden die direct ten noorden, oosten en zuiden van het perceel liggen (zie de inrichtingstekening in figuur 2.3). Deze uitbreiding biedt het hoveniersbedrijf de nodige mogelijkheden voor een duurzame bedrijfsontwikkeling in de nabije toekomst. Het bedrijfsterrein wordt deels heringericht. Deze herinrichting omvat onder meer de realisatie van een nieuw bedrijfsgebouw, de aanleg van een parkeerstrook op eigen terrein, een landschappelijke inpassing met een groene zoom en de aanleg van een sloot achterop het perceel. Deze nieuwe sloot dient tevens als invulling van de watercompensatie die nodig is als gevolg van de toename van de verharding op het bedrijfsterrein. De smalle strook bosgrond tussen de voormalige bedrijfswoning en de woning aan de Hofdijklaan 69 wordt bij de woonbestemming gevoegd, maar blijft buiten het bouwvlak. Het ligt voor de hand om deze gronden als zodanig te bestemmen, omdat deze gronden na de uitbreiding van het bedrijf zijn afgesneden van het Ghoybos en dit bos niet langer een productiefunctie heeft. In de toekomst wordt deze strook grond als tuin bij de woning ingericht.

Rho adviseurs voor leefruimte

14

Figuur 2.3 - Inrichtingstekening van de locatie Hofdijklaan 73-75 in de nieuwe situatie. Landschappelijke inpassing Met de uitbreiding van de bedrijfsbestemming komt deze functie iets dichter bij de omliggende functies te liggen (woning Hofdijklaan 69, camping, Ghoybos). Hierom, en met het oog op de ruimtelijke kwaliteit, wordt een groot deel van de locatie landschappelijk ingepast met een groenstrook (zie figuur 2.4). De groenstrook is aan de noord- en oostkant 4 meter breed en aan de zuidkant 9,5 meter breed (voor meer informatie zie bijlage 5 en 6). Ook wordt het deel van het bedrijfsterrein dat direct aan de Hofdijklaan ligt door een groenstrook afgeschermd. Voor de groenstroken worden de volgende soorten voorgeschreven die ook in het aangrenzende bos voorkomen:  Heesters: 10% Europese vogelkers, 15% Eenstijlige meidoorn, 15% Wilde kardinaalsmuts, 15% Gewone vlier, 15% Gewone hazelaar, 15% Aalbes, 15% Sleedoorn;  Bomen: Gewone Iep, Gewone esdoorn, Zomereik;  Elzenscherm: vanwege de beperkte ruimte wordt aan de noordzijde een elzenscherm voorgesteld. Onderdeel van de inpassing is ook het in stand houden van de watergangen rondom het perceel en het graven van een nieuwe sloot van ongeveer 6 meter breed aan de achter- of oostzijde van het plangebied. Deze landschappelijke inpassing maakt dat de bedrijfsfunctie op deze plek ruimtelijk goed inpasbaar is.

Aan de groenstrook rondom de bedrijfsbestemming is in de regels en op de verbeelding de bestemming 'Groen' toegekend. Deze grond mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het perceel met groenvoorzieningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

15

Figuur 2.4 - Inrichtingstekening landschappelijke inpassing van het plangebied Hofdijklaan 73-75. Bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit van het Ghoybos Momenteel wordt door de gemeente Kaag en Braassem gewerkt aan de ontwikkeling van het Ghoybos, een voormalig productiebos van 20 hectare, tot recreatieve trekpleister en natuurlijke verbinding tussen stad en land. Het inrichtingsplan van het Ghoybos is gebaseerd op een quickscan naar de omvorming van het productiebos tot een gevarieerd natuur- en recreatiebos én op de resultaten van gesprekken met bewoners, verenigingen en bedrijven in en om het bos. Figuur 2.5 toont het ontwerp-inrichtingsplan van het Ghoybos. Bij de ontwikkeling aan de Hofdijklaan 73-75 is geanticipeerd op de ontwikkeling van het Ghoybos en vice versa. Door de landschappelijke inpassing van het plangebied en de te graven sloot aan de achterzijde hiervan, wordt bereikt dat beide functies zich in harmonie met elkaar kunnen ontwikkelen. Daar komt bij dat hoveniersbedrijf Van Ginkel West Nederland bijdraagt aan de ontwikkeling van het Ghoybos door het leveren van een tegenprestatie, in ruil voor de verwerving van de gronden waarnaar het bedrijf uitbreidt. Deze tegenprestatie wordt geleverd in de vorm van een bijdrage aan de fysieke inrichting en onderhoud van het Ghoybos, en daarmee een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

Het beheer en onderhoud door de initiatiefnemer is aanvullend op het beheer en onderhoud door de gemeente. Hierdoor ontstaat er een kwaliteitsverbetering van het Ghoybos.

Rho adviseurs voor leefruimte

16

Figuur 2.5 - Ontwerp-inrichtingstekening van het Ghoybos. Het plangebied Hofdijklaan 73-75 is rood omcirkeld.

Rho adviseurs voor leefruimte

17

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidstoets

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte; Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijk beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen draagt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels om de nationale belangen, zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, te beschermen. Deze regels beperken de beleidsvrijheid van decentrale overheden in ruimtelijke plannen, en zien toe op 14 onderwerpen: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13.

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallele Kaagbaan. Toepassing en conclusie De ontwikkeling raakt geen van bovenstaande rijksbelangen. Het rijksbeleid geeft hierdoor geen uitgangspunten voor dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

Rho adviseurs voor leefruimte

18

Omdat er in het geval van de ontwikkeling aan de Hofdijklaan 73-75 sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, namelijk een uitbreiding van een bedrijfsterrein met méér dan 500 m2 aanvullend ruimtebeslag, is een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling nodig. Daarnaast betreft het een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Dit maakt het nodig te onderbouwen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien. Behoefte Van Ginkel West Nederland heeft sinds de start van de bedrijfsactiviteiten aan de Hofdijklaan een gestage groei doorgemaakt. Het personeelsbestand vormt een goede graadmeter van de groei van de vraag naar de diensten die het hoveniersbedrijf levert. Tussen 2003 en 2018 is het personeelsbestand nagenoeg verdubbeld. Gezien de ontwikkelingen in de groene sector – afgemeten aan de toenemende vraag vanuit de maatschappij om het ontwikkelen van groen vanuit ambities op het gebied van duurzaamheid, circulaire economie en klimaatadaptie – wordt ook voor de komende vijf jaar een toename van de vraag verwacht en daarmee een groei in opdrachten en in het personeelsbestand, vooral in de Randstad c.q. West-Nederland. Hiernaast neemt het bedrijf in toenemende mate de rol over van de voormalige sociale werkplaatsen en dient zij de participatiewet ten uitvoer te brengen.

De uitdagingen op dit vlak in de groene sector gaat het bedrijf graag aan. Al in de huidige situatie is de vestiging in Oud Ade een leerbedrijf waar onder meer leerlingen en stagiaires een leer-werkplek wordt aangeboden. Bovenstaande factoren opgeteld is de verwachting gerechtvaardigd dat het personeelsbestand over vijf jaar groeit naar ca. 50 medewerkers. De afgelopen jaren heeft de groei al tot enkele knelpunten in de terreinindeling geleid en om te voorkomen dat deze de komende vijf jaar toenemen, is bedrijfsuitbreiding noodzakelijk. Met de ontwikkeling van het Ghoybos die nu speelt, ligt het tevens voor de hand om beide ontwikkelingen op elkaar af te stemmen en zo te borgen dat beide functies zich de komende 10 jaar in goede harmonie met elkaar kunnen ontwikkelen. Locatie-afweging De bedrijfslocatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied, op een logistiek gezien gunstige locatie vanwaar zowel opdrachtgevers in het buitengebied als in het stedelijk gebied goed te bereiken zijn. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio Leiden bevinden zich vanuit ruimtelijk oogpunt geen geschikte kavels (van ca. 1 ha) waarnaar het bedrijf op korte termijn zou kunnen verplaatsen, met behoud van de bereikbare ligging en met voldoende ruimte voor de beoogde uitbreiding.

Bovendien is de verplaatsing naar een bedrijventerrein om financiële redenen onwenselijk en niet haalbaar, mede met het oog op het extensieve ruimtegebruik van het hoveniersbedrijf. Daarbij komt dat op de locatie aan de Hofdijklaan kansen liggen om met de bedrijfsuitbreiding bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het naastgelegen Ghoybos, en het extra ruimtebeslag ten koste gaat van reststroken voormalig productiebos zonder alternatieve bestemming. Toetsing en conclusie Uit de motivering hierboven volgt dat aan de voorwaarden omtrent behoefte en locatiekeuze kan worden voldaan. De Ladder vormt dus geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

19

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Het relevante provinciale beleid is vastgelegd in de visie Ruimte en Mobiliteit (juli 2014). Bij deze structuurvisie hoort een programma Ruimte (juli 2014). Beide zijn in 2018 geactualiseerd. Op 20 februari 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. Dit betreft een beleidsneutrale omzetting van de visie Ruimte en Mobiliteit en het programma Ruimte. Een belangrijk uitgangspunt in de omgevingsvisie is het tegengaan en actief verbeteren van de ruimtelijke situatie op plekken waar sprake is van (dreigende) verrommeling. Daarbij moet rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap, natuur en cultuurhistorie en moet sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een uitwerking van het provinciale beleid. Door middel van de landschappelijke inpassing is sprake van kwaliteitsverbetering. Toetsing en conclusie Op de kwaliteitskaart van de provincie valt af te lezen dat het plangebied in een groene buffer, aangeduid als 'gebied met een specifieke waarde (categorie 2)' (figuur 3.1). Groene buffers zijn waardevol vanwege hun belang voor de identiteit, geleding en leefkwaliteit van het stedelijk gebied. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van de specifieke waarden.

Figuur 3.1 - Uitsnede met de relevante lagen van de kwaliteitskaart voor het plangebied. Omdat er met de voorgenomen ontwikkeling slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van een bestaande bedrijfsfunctie in een bebouwingslint aan de stadsrand, in een gebied dat tevens door de provincie is aangemerkt als recreatiegebied, kan goed worden onderbouwd dat van aantasting van de groene buffer geen sprake is. Temeer omdat een deel van de uitbreidingszone wordt ingericht als groenstrook in het kader van de landschappelijke inpassing van het perceel. Uit de kwaliteitskaart volgt ook dat het plangebied in een gebied ligt dat is aangewezen als recreatiegebied (zie eveneens figuur 3). Met de uitbreiding van de bedrijfslocatie neemt het beslag dat wordt gelegd op de beschikbare gronden voor recreatie toe. Deze uitbreiding betreft echter het benutten van reststroken voormalig productiebos, die qua ligging (ingeklemd tussen een primaire watergang en de huidige bedrijfslocatie) niet geschikt zijn om voor recreatie te worden aangewend. Daarnaast wordt door het hoveniersbedrijf bijgedragen aan kwaliteitswinst in het gebied, door middel van de tegenprestatie die wordt geleverd in ruil voor de verwerving van de uitbreidingsgronden.

Deze tegenprestatie heeft de vorm van een bijdrage aan de fysieke werkzaamheden in het kader van de inrichting en het onderhoud van het Ghoybos, waarmee wordt bijgedragen aan de recreatieve waarde en de ruimtelijke kwaliteit aldaar (zie paragraaf 2.2 en bijlage 5 en 6).

Rho adviseurs voor leefruimte

20

Omgevingsverordening Zuid-Holland Naast de omgevingsvisie heeft de provincie ook de omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld op 20 februari 2019. De verordening bevat enkele regels die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. Ruimtelijke kwaliteit Het kwaliteitsbeleid van Zuid-Holland is ingestoken als 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten met richtpunten en de gebiedsprofielen. De gebiedsprofielen zijn in samenhang met de decentrale overheden opgesteld. Om te bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is met name de ruimtelijke impact op de gebiedsidentiteit en de bestaande structuur, zoals uiteengezet in het gebiedsprofiel, van belang. Daarvoor wordt onderscheid gemaakt in drie types ontwikkelingen: inpassen, aanpassen en transformeren (zie figuur 3.2).

Figuur 3.2 - Typologie van ontwikkelingen (bron: VRM). Op grond van artikel 6.9.1 worden voorwaarden aan ruimtelijke kwaliteit gesteld voor de verschillende types nieuwe ontwikkelingen. In lid 1 van dit artikel staat onder andere het volgende hierover: "Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen)." Toetsing en conclusie In het geval van de beoogde ontwikkeling aan de Hofdijklaan 73-75 wordt er aangesloten bij de gebiedsidentiteit. De ontwikkeling raakt wel aan de bestaande structuur van het gebied, dat op de kwaliteitskaart als recreatiegebied en groene buffer is aangemerkt. Omdat niet wordt voldaan aan sommige van de richtpunten die volgen uit de kwaliteitskaart - o.a. de vereiste dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de gebruiks- en belevingswaarde en het behouden van de openbaarheid van het gebied is er geen sprake van een inpassing maar van een aanpassing. Voor aanpassingen is het volgende bepaald (art.

6.9b): 'als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid'

Rho adviseurs voor leefruimte

21

De ruimtelijke kwaliteit blijft op het perceel Hofdijklaan 73-75 op kavelniveau nagenoeg gelijk, omdat het extra ruimtebeslag ten behoeve van de woning en het hoveniersbedrijf plaatsvindt op reststroken voormalig productiebos. Het nieuwe bedrijfsterrein wordt zodanig landschappelijk ingepast dat er van een nadelig zichteffect vanaf de Hofdijklaan ook in de nieuwe situatie geen sprake is (zie paragraaf 2.2 en bijlage 5 en 6). Daarnaast wordt door het hoveniersbedrijf bijgedragen aan kwaliteitswinst in het gebied, door middel van de tegenprestatie die wordt geleverd in ruil voor de verwerving van de uitbreidingsgronden. Deze tegenprestatie heeft de vorm van bijdrage aan de fysieke werkzaamheden in het kader van de inrichting van het Ghoybos, waarmee wordt bijgedragen aan de recreatieve waarde en de ruimtelijke kwaliteit aldaar. Gebiedsprofiel Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. Ze zijn samen met de gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partners gemaakt. Het gebiedsprofiel is de regionale vertaling van de kwaliteitskaart en vormt het vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. De locatie Hofdijklaan 73 ligt in het gebiedsprofiel Hollands Plassengebied.

De kenschets van dit gebied wordt onder meer als volgt omschreven: 'Het Hollands Plassengebied is gelegen in het noordwesten van het Groene Hart tussen binnenduinrand, Oude Rijn, Meije, Kromme Mijdrecht en de Haarlemmermeerpolder. De combinatie van de hoge ligging van het boezemwater ten opzichte van de lagere omringende polders, het grote aantal molens en het vele water is uniek en draagt sterk bij aan de ultieme ‘Nederland Waterland’-ervaring: het besef dat je onder de zeespiegel staat. Van grote betekenis voor dit typisch Hollandse open landschap is de ontginning van de veenbodem en het daaraan gekoppelde watersysteem. De plassen, weilanden, droogmakerijen en zelfs de dorpen hebben hun verschijningsvorm te danken aan het (al dan niet afgegraven) veen. Het Hollands Plassengebied heeft een ‘luw’ karakter ten opzichte van de haar omringende stedelijke omgeving.' De volgende kenmerken zijn voor deze locatie in het bijzonder relevant:  Herkenbaar waterrijk veen(weide)  Linten blijven linten  Werkgebieden met karakter  Gevarieerd en verbindend kwaliteitslandschap Toetsing en conclusie De aard en schaal van de voorgenomen ontwikkeling is zodanig dat deze geen afbreuk doet aan de relevante gebiedskenmerken. Met betrekking tot de kenmerken 'werkgebieden met karakter' en 'gevarieerd en verbindend kwaliteitslandschap' levert deze ontwikkeling een bijdrage.

Rho adviseurs voor leefruimte

22

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Kaag en Braassem Op 26 oktober 2020 is de Omgevingsvisie van de gemeente Kaag en Braassem vastgesteld. Hierin zijn de ambities en opgaven van de gemeente voor de komende jaren opgenomen. De Omgevingsvisie beschrijft hiernaast de opgaven per gebied. Toetsing en conclusie De locatie is in de Omgevingsvisie opgenomen als Buitengebied - Veenweide. Op deze gronden is het behouden van de bestaande landschappelijke structuur en kwaliteit van belang. Hiernaast is het doel om op deze gronden bodemdaling tegen te gaan. Het feit dat met deze ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van het Ghoybos tot natuur- en recreatiebos, door middel van de voornoemde tegenprestatie, sluit aan bij de Veenweide die op de kaart uit de gemeentelijke Omgevingsvisie op dit gebied is geprojecteerd.

3.4

Conclusie

Zowel op rijksniveau als op provinciaal en gemeentelijk niveau vormt het beleid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

23

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

Om te kunnen stellen dat er met het toestaan van de gewenste ontwikkeling sprake is van 'goede ruimtelijke ordening', moet worden getoetst of die op grond van de milieuaspecten toelaatbaar is. In de navolgende paragrafen worden de relevante aspecten behandeld. Besluit milieueffectrapportage Gelet op de aard, ligging en omvang van het plan alsmede feit dat er geen extra bebouwing mogelijk gemaakt wordt maar alleen sprake is van een (beperkte) functiewijziging is er geen sprake van een activiteit zoals bedoeld in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage.

4.2

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.

Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Het gebied kan gezien de omliggende functies - caravanstalling, recreatieterrein en sportvelden getypeerd worden als gemengd gebied. Voor een hoveniersbedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 geldt een richtafstand van 30 meter ten opzichte van woningen in gemengd gebied. Het maatgevende aspect betreft hier geluid. Voor geur geldt een richtafstand van 10 meter. De te bestemmen burgerwoning ligt op een afstand van circa 23 meter, waarmee niet wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid. Daarom is akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldaan wordt aan de richtwaarden van de VNG-brochure en aan de grenswaarden

Rho adviseurs voor leefruimte

24

uit het Activiteitenbesluit. Het maximaal geluidniveau voldoet in de dag- en avondperiode aan de geldende richt-/grenswaarden. In de vroege ochtend tussen 06:00 en 07:00 wordt de richtwaarde van 60 dB(A) overschreden met 1 dB(A) ten gevolge van het sluiten van autoportieren op het parkeerterrein. Het is niet mogelijk om de bestelbusjes in de vroege ochtend ergens anders te laten parkeren, omdat daar nu geen plek voor is. Zoals gezegd zal het parkeren in de toekomstige situatie waarschijnlijk op grotere afstand van de woning worden gedaan. De situatie wordt in de huidige situatie aanvaardbaar geacht, omdat het gaat om een overschrijding van slechts 1 dB(A), gedurende een beperkt aantal parkeerbewegingen, namelijk alleen bij het parkeren op de plaatsen die het dichtst bij de woning liggen. De geluidpieken zullen naar verwachting geen ontwaakreacties veroorzaken in de woning. Om planologisch te waarborgen dat de geluidsituatie ter plaatse van de woning ook in de toekomst niet verslechterd, is in hoofdstuk 3 van de regels (algemene bouwregels) een regeling opgenomen die herbouw van een woning buiten de bestaande fundamenten verbiedt. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken.

Als voorwaarde geldt onder meer dat de nieuwe locatie milieutechnisch inpasbaar moet zijn, waaronder onder meer wordt verstaan dat omliggende bedrijven niet in hun uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden mogen worden beperkt. Dit maakt herbouw in de richting van het bedrijf in de huidige planologische situatie onmogelijk.

Figuur 4.1 - Aanduiding van de richtafstanden op de luchtfoto. Het gele vlak geeft aan welk deel van het bedrijfsperceel binnen de richtafstand van 30 meter vanaf woning ligt. Naast het hoveniersbedrijf in het plangebied zijn in de nabije omgeving ook diverse milieuhinderlijke functies gelegen. Aan de zuidwestkant van de woning zijn sportvelden met verlichting aanwezig. Voor een sportveldcomplex met verlichting geldt een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. De woning in het plangebied ligt op meer dan 100 meter afstand. Ter plaatse van de woning zal dan ook geen sprake zijn van milieuhinder ten gevolge van de sportvelden. Ten noorden van het plangebied is een caravanstalling aanwezig. De VNG-uitgave kent geen specifieke omschrijving voor caravanstalling maar kan worden vergeleken met de categorie 'opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) milieucategorie 2' met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De caravanstalling ligt op 23 meter van de woning in het plangebied. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Naast de caravanstalling is ook een familiecamping gelegen. Het campingterrein heeft de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met de aanduiding 'svr-categorie 3'. Op grond van deze bestemming is alleen tijdelijk recreatief verblijf mogelijk. Voor een kampeerterrein geldt een richtafstand van 30 meter in een gemengd gebied.

De afstand tot de woning in het plangebied bedraagt meer dan 50 meter. Aan de richtafstand wordt dan ook ruimschoots voldaan. Rho adviseurs voor leefruimte

25

Verblijfsrecreatie is volgens de VNG-publicatie niet alleen een milieuhinderlijke functie, maar ook een milieugevoelige functie. Voor een hoveniersbedrijf is het maatgevende aspect geluid. Verblijfsrecreatie is conform de Wet geluidhinder geen geluidgevoelig object. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een nadere afweging gemaakt. De uitbreiding van hoveniersbedrijf Van Ginkel West Nederland B.V. heeft niet tot nauwelijks effect op het verblijfsklimaat op het verblijfsrecreatief terrein, gezien de volgende omstandigheden:  De afstand tussen het verblijfsrecreatief terrein en het bestemmingsvlak Bedrijf is in de nieuwe situatie ruim 12 meter. De bestaande sloot die de percelen scheidt blijft gehandhaafd.  Rondom het bedrijfsperceel wordt een groene zoom van 4 meter breed aangelegd.  De voornaamste bedrijfswerkzaamheden, waaronder tuinaanleg en -onderhoud, natuurontwikkeling en terreininrichting, vinden extern plaats.  De geluidshinderlijke activiteiten die wél op het terrein plaatsvinden, zijn met name verkeersbewegingen die aan de zuidkant van het bedrijfsperceel plaatsvinden, op tientallen meters van het verblijfsrecreatief terrein en afgeschermd door bedrijfsgebouwen.

Conclusie Ter plaatse van de woning in het plangebied zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven in de omgeving worden door de woning niet in de bedrijfsvoering beperkt. Daarnaast leidt de uitbreiding van het hoveniersbedrijf niet tot milieuhinder ter plaatse van de woning in het plangebied en het campingterrein ten noorden van het plangebied.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

Rho adviseurs voor leefruimte

26

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.

Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.

Rho adviseurs voor leefruimte

27

Zorgplicht Ten aanzien van soortenbescherming geldt de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, gebieden met strategische reservering natuur en weidevogelgebieden. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied De Wilck, ligt op een afstand van circa 5,1 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt op een afstand van circa 720 meter (zie figuur 4.2).

Figuur 4.2 - Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van beschermde natuurgebieden. Bron: Interactieve atlassen en kaarten, Provincie Zuid-Holland Het plangebied is niet gelegen in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Vanwege deze grote afstand zijn effecten als verstoring, versnippering, verdroging etc. op voorhand uitgesloten. Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn op dergelijke afstanden niet op voorhand uit te sluiten. Daarom zijn de depositie-effecten op Natura 2000 bepaald van de aanlegfase en de gebruiksfase, zie bijlage 1 en 2. Uit de berekening blijkt dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en typen uit Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Ter plaatse van het plangebied zal een extra bedrijfsgebouw en parkeerplaats worden aangelegd. De bomen zijn voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan gerooid. Onderzoek naar aanwezige beschermde soorten is derhalve niet zinvol. Verder vinden in het plangebied geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats die mogelijk negatieve gevolgen hebben op beschermde soorten.

Rho adviseurs voor leefruimte

28

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.4

Water

Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Omgevingsverordening Waterschapsbeleid Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld.

In het WBP5 wordt richting gegeven aan het waterbeheer in de periode 2016 -2021. Daarmee realiseert Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord, zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast, er een goede waterkwaliteit ontstaat, het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:  waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);  watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken);  andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen);  de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan het onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak.

Rho adviseurs voor leefruimte

29

Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij horende uitvoeringsregels. De Keur gaat uit van een “ja, tenzij” benadering; handelingen met een klein risico vallen onder de zorgplicht en kunnen zonder vergunning of melding worden uitgevoerd. Voor handelingen met een groter risico of in expliciet benoemde situaties zijn er algemene regels met voorwaarden van kracht of is een watervergunning vereist (zie http://www.rijnland.net/regels/keur-en-uitvoeringsregels) De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Raadpleeg daarvoor de vergunningencheck via www.rijnland.net. Hemelwater Indien een toename van het verhard oppervlak plaats vindt, dient de initiatiefnemer een oppervlak ter grootte van minimaal 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak te reserveren voor extra open water. Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem. Aangezien er in het plangebied watergangen aanwezig zijn, moet de compensatie worden gevonden in het graven van water. Alternatieve maatregelen kunnen pas worden toegepast wanneer het graven van open water niet mogelijk is en in overleg.

Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29 a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het bestuursakkoord waterketen 2007) geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d. huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d: 1. zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; 2. lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht; De gemeente kan gebruikmaken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Huidige situatie Algemeen In de huidige situatie is een bedrijfswoning en hoveniersbedrijf aanwezig. Het plangebied is grotendeels verhard. Bodem en grondwater De bodem van het plangebied bestaat uit kleidek op veen. Ter plaatse is sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 0,4 meter beneden het maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand varieert tussen 0,5 en 0,8 meter beneden het maaiveld.

Rho adviseurs voor leefruimte

30

Waterkwantiteit Het plangebied wordt ten noorden begrensd door een overige watergang en ten westen en zuiden door een primaire watergang. Beide type watergangen hebben zowel een kern- als beschermingszone (figuur 4.3). Binnen deze beschermingszones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden.

Figuur 4.3 - Watergangen nabij plangebied. Bron: Legger Hoogheemraadschap van Rijnland Veiligheid en waterkeringen Het huidige bedrijfsperceel is niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bedrijfswoning en hoveniersbedrijf zijn aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Toekomstige situatie Algemeen Ter plaatse van het plangebied worden de volgende ontwikkelingen mogelijk gemaakt:  

Functioneel loskoppelen van bedrijfswoning en bedrijf en vergroten van het woonperceel; Herinrichten van de bedrijfslocatie, waaronder de realisatie van een extra bedrijfsgebouw, uitbreiding van het erf, aanleg van een parkeerstrook, landschappelijke inpassing met een groene zoom en de aanleg van een sloot achterop het perceel; Afstemmen bestemming plangebied op het feitelijk gebruik van de locatie.

Waterkwantiteit Indien sprake is van een toename van verharding van meer dan 500 m2 moet 15% van de toename worden gecompenseerd in de vorm van open water in hetzelfde peilgebied. De nieuwe sloot achterop het perceel dient als invulling van de watercompensatie die nodig is als gevolg van de toename van de verharding op het bedrijfsterrein. Deze nieuwe sloot heeft een oppervlak van circa 230 m2. Uitgaande van een compensatie-eis van 15%, mag het verhard oppervlak in dit geval toenemen met ten hoogste 1.530 m2. De toename van de verharding in de nieuwe situatie overschrijdt deze drempel niet. De watercompensatie in de vorm van de nieuwe sloot voorziet daarmee in de compensatie-eis.

Rho adviseurs voor leefruimte

31

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Zorgplicht en preventieve maatregelen voor hemelwater Voor de behandeling van hemelwater wijst Rijnland op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven 'end-of-pipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen.

Door bijvoorbeeld:  duurzaam bouwen;  het toepassen van berm- of bodempassage;  toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen;  het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zand-slibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel;  adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen);  het toepassen van duurzaam onkruidbeheer;  de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist gebruik hiervan;  het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding. Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of – als laatste keus – aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe'-aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP.

Water en Waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan wordt het oppervlaktewater in het plangebied bestemd als 'Water'. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Ter compensatie van de toename van verharding wordt een sloot aangelegd. Ten behoeve van de realisatie van de sloot is bovendien een vergunning op basis van de Keur noodzakelijk.

4.5

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

32

Onderzoek en conclusie In 2002 is ter plaatse van het plangebied bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Uit het bodemonderzoek dat in 2002 is uitgevoerd, blijkt dat in de bodem milieuvreemde stoffen aanwezig zijn, maar de aangetroffen licht verhoogde waarden zijn dusdanig laag dat het plangebied geschikt is voor het gebruik ten behoeve van wonen en bedrijf. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg. In principe is het bodemonderzoek verouderd. In afstemming met de Omgevingsdienst West-Holland is beoordeeld dat er geen hernieuwd bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd ter plaatse van het woonhuis wat betreft de planologische omzetting van een bedrijfs- naar een burgerwoning. Voor de voorgenomen ontwikkeling uitbreiding van de bedrijfsbestemming dient een bodemonderzoek conform de NEN 5740 (laatste versie) te worden uitgevoerd. Dit bodemonderzoek kan worden ingediend bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en dient ter beoordeling te worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst.

4.6

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het

Rho adviseurs voor leefruimte

33

PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=84b3b448-99a3-4b99-975f-b84e15fe65b7