NL.IMRO.1884.BPWOUDSEJUFFEN-VAS1 toelichting en regels
Tekst van het document
(vastgesteld)
31
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Beleidskader
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers.
Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen. De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'. 4.4.2
Doorwerking planinitiatief
Aan de hand van de risicokaart is bepaald of in de nabijheid van het plangebied sprake is van transport van gevaarlijke stoffen of de opslag en productie van dergelijke stoffen. In onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.
32
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 11: Uitsnede risicokaart met plangebied in het groen weergegeven (bron: Atlasleefomgeving) Uit de bovenste risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. A. Op circa 330 meter bevindt zich een propaan opslagtank. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de risicobron; B. Op circa 920 meter bevindt zich een propaan opslagtank. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de risicobron; C. Op circa 800 meter bevindt zich Kempenaar De Graaf B.V.. Uit de beschikbare informatie is onduidelijk wat hier gevestigd is. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de risicobron; D. Op circa 1,5 kilometer bevindt zich een propaan opslagtank. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de risicobron. Tevens ligt het plangebied niet in een invloedsgebied van een spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruik voor het transport van gevaarlijke stoffen.
(vastgesteld)
33
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 12: Uitsnede risicokaart met plangebied in het groen weergegeven (bron: Atlasleefomgeving) Verder bevinden zich in de nabijheid van het plangebied transportroutes voor gevaarlijke stoffen, namelijk de N207 en de rijksweg A4. Afbeelding 12 geeft een uitsnede weer van risicokaart, waarbij de globale ligging van het plangebied in het groen is aangeduid. A. Op circa 3.600 meter afstand bevindt zich de rijksweg A4. De A4 heeft een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer als gevolg van transport van toxische vloeistoffen van de categorie LT3; B. Op circa 600 meter afstand bevindt zich de N207. De N207 heeft een invloedsgebied van 880 meter als gevolg van het transport van toxishce vloeistoffen van de categorie LT2. Bij een calamiteit met toxische stoffen is de kans aanwezig dat er een gifwolk ontstaat die het plangebied kan bereiken. Hiervoor volstaat een beperkte verantwoording inzake de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid, aangezien wordt verwacht dat de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.
Met het bestemmingsplan De Woudse Juffen worden geen functies die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen gerealiseerd. Dit betekent dat de toekomstige bewoners van de woningen zich bij een eventuele dreigende situatie over het algemeen op eigen kracht goed in veiligheid kunnen brengen. Tevens door het tijdig waarschuwen van de aanwezigen met het Waarschuwing- en Alarmering Systeem (WAS) en telefonische dienst NL-Alert kan de externe veiligheid worden geborgd. Vluchtmogelijkheden De woningen in het plangebied zijn gemakkelijk te ontvluchten; men kan via de Suyderbon en de Herenweg het plangebied ontvluchten. De vluchtwegen zijn in afgekeerde richtingen van de risicobronnen. Bestrijdbaarheid In het kader van een effectieve zelfredzaamheid is in artikel 6.3 een nadere eisen regeling
34
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen opgenomen inzake externe veiligheid afsluitbare mechanische ventilatie. Middels artikel 6.3.1 is geborgd dat nieuwbouwwoningen beschikken over een mechanistische ventilatie die handmatig uit te schakelen is. Hiermee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden en gezorgd dat de aanwezigen enkele uren zijn beschermd tegen de effecten van toxische dampen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
(vastgesteld)
35
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.5
Geluid
4.5.1
Beleidskader
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd en deze locatie binnen (één van) de geluidszones van wegverkeer, spoorwegverkeer of industrie valt, moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Onder meer woningen, scholen en ziekenhuizen worden als een geluidsgevoelige bestemming aangemerkt. Wegverkeer Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van de nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Indien dit geluidsniveau wordt overschreden, kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan, de zogenaamde 'hogere waarde'. Tot vaststelling daarvan kan worden besloten, indien uit onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug te brengen onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, niet mogelijk zijn. Voor nieuwe woningen in binnenstedelijke situaties geldt een maximale hogere waarde van 63 dB. Spoorweglawaai Het geluidsniveau ten gevolge van het railverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een spoorweg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 55 dB.
Indien dit geluidsniveau wordt overschreden, kan ook hiervoor onder voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld van 68 dB. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden. Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (hele dag (Lden) en 's nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. 4.5.2
Doorwerking planinitiatief
Op basis van de Wet geluidhinder zijn woningen aangemerkt als gevoelige objecten. Met het bestemmingsplan worden 40 woningen gerealiseerd. Derhalve wordt er getoetst aan de Wet geluidhinder. Wegverkeerslawaai De dijkhuizen, verandahuizen en parkhuizen bevinden zich aan een rustige 30 km/u-weg (Herenweg en Suyderbon). Momenteel is de Suyderbon een doodlopende weg, maar met het vaststellen van onderliggend bestemmingsplan wordt deze weg doorgetrokken richting de Herenweg. Hierdoor ontstaat er een tweede ontsluiting. Gelet op de snelheidslimiet van 30 km/u is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Desalniettemin heeft de gemeente Kaag en Braassem in samenwerking met de initiatiefnemer gekeken naar het wegverkeerslawaai. Uit een indicatieve berekening blijkt dat er een geluidbelasting van maximaal 58 dB (exclusief reductie art. 110 g Wgh) optreedt. In de uitvoering van de woningen wordt rekening gehouden met het plaatsen geluidwering zodat er kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Derhalve wordt geen hinder verwacht op het gebied van wegverkeerslawaai.
36
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen Spoorweglawaai Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een spoorweg. Derhalve wordt er geen hinder verwacht op het gebied van spoorweglawaai. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen industriële geluidsbronnen. Derhalve wordt er geen hinder verwacht op het gebied van industrielawaai. Luchtverkeerslawaai Het plangebied bevindt zich niet in de invloedssfeer van luchthaven Schiphol of een overige luchthaven. Derhalve wordt er geen hinder verwacht op het gebied van industrielawaai. Op basis van bovenstaande conclusies kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(vastgesteld)
37
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.6
Kabels en leidingen
4.6.1
Beleidskader
Het kan voorkomen dat er in of nabij het plangebied planologische relevante kabels en/of leidingen liggen. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen of afvalwaterleidingen. Als dergelijke leidingen in of vlakbij het plangebied voorkomen worden deze als zodanig bestemd. 4.6.2
Doorwerking planinitiatief
Kijkend naar de verbeelding van het bestemmingsplan 'De Woudse Juffen' bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen. Ook met onderhavig bestemmingsplan worden geen planologisch relevante kabels toegevoegd. De ondergrondse infrastructuur wordt optimaal efficiënt aangebracht met lange rechtstanden. De ruimtereservering is conform de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
38
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.7
Bedrijf- en milieuzonering
4.7.1
Beleidskader
In het kader van de Wet milieubeheer en op basis van het principe ‘een goede ruimtelijke ordening’ moet in nieuwe situaties rekening gehouden worden met (wenselijke) afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. In de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een lijst met richtafstanden opgenomen. Deze lijst bevat een overzicht van milieubelastende activiteiten en de daarbij behorende richtafstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De genoemde richtafstanden moeten bij voorkeur worden aangehouden tot milieugevoelige functies, zoals woningen. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De VNG-publicatie uit 2009 kent twee gebiedstype de ‘rustige woonwijk/ rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Rustige woonwijk/rustige buitengebied: een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies, zoals bedrijven of kantoren, voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied. Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemening. Direct naast woningen komen andere functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie
Gemengd gebied
Rustige woonwijk
1
0 meter
10 meter
2
10 meter
30 meter
3.1
30 meter
50 meter
3.2
50 meter
100 meter
4.1
100 meter
200 meter
4.2
200 meter
300 meter
Tabel 1: richtafstanden 'gemengd gebied' en 'rustige woonwijk/ rustig buitengebied' (bron: VNGpublicatie) 4.7.2
Doorwerking planinitiatief
In de bestaande situatie bevindt zich in het plangebied een basisschool, kinderdagverblijf en sporthal. Voor het realiseren van onderhavig plan wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Deze milieubelastende activiteiten kunnen derhalve niet voor hinder zorgen. Adres
Bedrijf
Herenweg J.J. Kroft 76
Omschrijving
SBI-2008
Milieucategori Richtafstand Afstand tot e in meters grens plangebied in meters
Melkrundveeho 0141, 0142 3.2 uderij
Herenweg RVR Landbouwmech 016.1 157a Rijnsaterwoude anisatiebedrijf B.V.
3.1
100
100
50
80
Tabel 2: Overzicht bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied
(vastgesteld)
39
bestemmingsplan De Woudse Juffen Bovenstaande tabel geeft inzicht in de bedrijven- en milieuzoneringen van omliggende bedrijven. Als resultaat blijkt dat voor de omliggende functies de richtafstand wordt gehaald. Kijkend naar de twee gebiedstypes kan het gebied worden aangemerkt als 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. De voorzieningen zijn namelijk gescheiden van de woongebieden. Volgens de VNG-richtafstandenlijst heeft een melkrundveehouderij milieucategorie 3.2, waarbij de geurgeneratie maatgevend is. De richtafstand is 100 meter. Het bouwvlak, waarin de melkveehouderij is gevestigd, ligt op 100 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning in het bouwvlak. Een landbouwmechanisatiebedrijf heeft milieucategorie 3.1, waarbij de geluidgeneratie maatgevend is. De richtafstand is 50 meter. Het bouwvlak, waarin het landbouwmechanisatiebedrijf is gevestigd, ligt op 80 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning in het bouwvlak. Ten slotte zijn ter hoogte van de Herenweg 151 volgens het bestemmingsplan 'Herenweg 151 Rijnsaterwoude' ter plaatse van de specifieke aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 1' bedrijven met milieucategorie 1 op de begane grond toegestaan. In artikel 6 onder c van het bestemmingsplan 'Herenweg 151 Rijnsaterwoude' is een lijst met toegestane activiteiten opgenomen.
In de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging' behoren deze bedrijven tot categorie A. Deze activiteiten worden gezien als zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving en vormen geen belemmering voor onderhavig planinitiatief. Verder bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen overige milieubelastende functies. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
40
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Beleidskader
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer. Het uitgangspunt bij ruimtelijke planvorming is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreiniging in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aanpak zich vooral op de stoffen stikstofdioxide en fijn stof (PM10 en PM2,5). Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarde liggen. De overige stoffen die in bijlage 2 zijn genoemd liggen over het algemeen ver onder de grenswaarden. De grenswaarden van de stikstofdioxide en fijn stof zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer per p.j. meer dan 50 µg/m3
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
Fijn stof (PM2,5) Tabel 3: Grenswaarden
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Met grof stof wordt rekening gehouden bij de milieuzonering en wordt daarom niet in het kader van luchtkwaliteit meegenomen. Besluit niet in betekenende mate (nibm) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.
Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate, leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10; Een project valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
(vastgesteld)
41
bestemmingsplan De Woudse Juffen 4.8.2
Doorwerking planinitiatief
Het plangebied valt met de realisatie van 40 woningen in één van de categorieën die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en is daarom vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is het planinitiatief getoetst aan de CIMKL-monitor. Onderstaande afbeelding toont aan dat de luchtkwaliteit ter plaatse van voldoende kwaliteit is om te wonen.
Afbeelding 13: Resultaat CIMKL-monitor (bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport) Om de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 te berekenen, heeft de overheid een tool ontwikkeld. Deze is hieronder ingevuld op basis van de verkeersgeneratie van paragraaf 4.9. Zoals in afbeelding 13 is weergegeven is er geen nader onderzoek nodig voor de extra voertuigbewegingen.
Afbeelding 14: Tool niet in bekende mate (bron: Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) Het omgevingsaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
42
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.9
Verkeer en parkeren
4.9.1
Beleidskader
De gemeente Kaag en Braassem kent de 'Nota parkeernormen 2018'. Het doel van de 'Nota parkeernormen 2018' is om te waarborgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd bij onder meer nieuwbouw. De parkeernormen in deze nota hebben betrekking op nieuw- en verbouwplannen, alsmede op de wijziging van functies en/of het gebruik. De toe te passen parkeernormen zijn afhankelijk van de ligging binnen het grondgebied van de gemeente Kaag en Braassem. De gemeente heeft er voor gekozen om de bandbreedte parkeercijfers uit de CROWpublicatie één-op-één over te nemen. Bij nieuwbouw en/of een functiewijziging wordt in overleg met de initiatiefnemer een realistische parkeernorm bepaald, waarbij de minimale parkeernorm als ondergrens dient. Verder geldt voor nieuwbouwlocatie dat parkeerplaatsen in de openbare ruimte mogen worden meegeteld, mits deze openbare ruimte onderdeel is van het plangebied. 4.9.2
Doorwerking planinitiatief
Parkeren De parkeerbehoefte voor de beoogde ontwikkeling is berekend aan de hand van de 'Nota parkeernormen 2018'. Volgens de gebiedenkaart bevindt het plangebied zich in de 'rest bebouwde kom'. In onderstaande tabel zijn het aantal benodigde parkeerplaatsen berekend. Bij het berekenen van de parkeereis wordt op het einde van de berekening afgerond op gehele aantallen. Afronding vindt altijd naar boven plaats. Soort woning
Aantal woningen
Parkeernorm (minimale ondergrens
Doorwerking parkeerbehoefte
Twee-onder-één-kap woning
2
1,5
3
Tussen-/hoekwoning
25
1,3
32,5
Appartement (middelduur)
13
1,2
15,6
Bezoek
40
0,3
12
Totale parkeerbehoefte
64
Tabel 4: het totaal aantal parkeerplaatsen (bron: Nota parkeernormen 2018) Met onderhavig plan worden 64 parkeerplaatsen gerealiseerd en dit is terug te zien in de onderstaande afbeelding. De parkeerplaatsen worden voornamelijk aan de rand van het plangebied in de openbare ruimte gesitueerd. De openbare ruimte is onderdeel van het plangebied, daarom kunnen de parkeerplaatsen worden meegeteld. Voor het parkeren worden verschillende parkeerpockets gerealiseerd uitgevoerd in grasbeton. De parkeerplaatsen zijn slim gepositioneerd, waardoor deze nauwelijks zichtbaar zijn in de omgeving. Daarnaast is de auto te gast in het plangebied waarbij de rijbaan wordt ingericht als karrespoor. Verder is er de mogelijkheid om in de toekomst wanneer de parkeerbehoefte in het gebied afneemt de parkeerplaatsen te veranderen naar groen- of speelvoorzieningen.
(vastgesteld)
43
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 15: aantal parkeerplaatsen in het plangebied (bron: initiatiefnemer) Verkeersgeneratie De bestaande ontsluiting vanaf de Herenweg wordt behouden en verbreed. Verder wordt de weg Suyderbon doorgetrokken richting de Herenweg. Via deze twee wegen (Herenweg en Suyderbon) kan het plangebied worden ontsloten. Volgens de 'Nota parkeernormen 2018' valt de gemeente Kaag en Braassem binnen een 'weinig stedelijke' gemeente en het plangebied in de 'rest bebouwde kom'. Omdat de gemeente Kaag en Braassem niet over eigen verkeersgeneratiecijfers beschikt, wordt gebruik gemaakt van de CROW-verkeersgeneratiecijfers. In onderstaande tabel is de bestaande situatie weergegeven. In de CROW is geen verkeersgeneratie voor een basisschool opgenomen. Op basis van de onderstaande berekening bleek in de bestaande planologische situatie het aantal verkeersbewegingen op 208 uit te komen. Dit is exclusief de verkeersgeneratie van de basisschool. Op basis van de CROW-verkeersgeneratiecijfers is voor het berekenen van de verkeersgeneratie voor een basisschool het aantal kinderen benodigd, hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht en hoeveel kinderen overblijven. De voormalige basisschool Kinderarcke is in 2022 verhuisd naar een andere locatie. Op de basischool Kinderarcke zaten circa 119 leerlingen gelijk verdeeld over de boven- en onderbouw.
Aangezien de basisschool sinds april 2022 niet meer in gebruik is, is de exacte verkeersgeneratie moeilijk te bepalen. Functie
Aantal bvo
Maximum Verkeersgeneratie verkeersgeneratie per eenheid/ opp. bvo
Kinderdagverblijf
390 m2
38
148,2
Sporthal
545 m2
10,9
59,4
Totale verkeersbewegingen
208
Tabel 5: het totaal aantal verkeersbewegingen in de bestaande planologische situatie
44
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen In onderstaande tabel is de toekomstige situatie van het aantal verkeersbewegingen weergegeven. Op basis van onderstaande berekening wordt in de toekomst 285 verkeersbewegingen verwacht. Ervan uitgaand dat in de bestaande situatie 208 verkeersbewegingen zijn berekend, neemt het aantal verkeersbewegingen met 77 toe. Er wordt verwacht dat dit aantal minder is aangezien de verkeersgeneratie van de basisschool niet is berekend, omdat het aantal leerlingen van de voormalige basisschool onbekend is. De totale toevoeging van 77 verkeersbewegingen is gering te noemen en op te vangen binnen de bestaande infrastructuur. Soort woning
Aantal woningen
Maximum Verkeersgeneratie verkeersgeneratie per eenheid
Twee-onder-één-kap woning
2
8,2
16,4
Tussen-/hoekwoning
25
7,8
195
Appartement (middenduur)
13
5,6
72,8
Totale verkeersbewegingen
285
Tabel 6: het totaal aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie Het omgevingsaspect parkeren en verkeer vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(vastgesteld)
45
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.10
Water
4.10.1 Beleidskader Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma (NWP) is opgesteld en ontwikkeld om Nederland veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden. Het programma is een opvolging van het NWP 2016-2021 en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (Bprw). Het NWP 2022-2027 geldt daardoor als NWP én als Bprw. Het NWP is een vereiste van de Waterwet, die de Rijksoverheid eens in de 6 jaar een NWP laat opstellen. Omdat de Waterwet is opgegaan in de Omgevingswet, is de NWP opgesteld in de geest van de Omgevingswet. Het voldoet daarmee aan de Waterwet, maar kijkt ook vooruit. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van rijkswateren en rijksvaarwegen, en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijke beleid. Het NWP is daarbij opgedeeld in 3 delen: Deel A: het Nationaal Waterbeleid beschrijft het beleid voor de thema's Klimaatadaptatie, Waterveiligheid, Zoetwaterverdeling en droogte, Waterkwaliteit, Grondwater en Scheepvaart; Deel B: het beheer en de uitvoering van Rijkswaterstaat in de rijkswateren en rijksvaarwegen; Deel C: het gebiedsdeel waar beleid en beheer bij elkaar komen in de context van een gebied. Het beheer en beleid zoals opgenomen in de NWP heeft dus betrekking op rijkswateren en rijksvaarwegen.
Waterwet De Waterwet, welke is opgegaan in de Omgevingswet, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Watertoetsproces In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er voor een ruimtelijke ontwikkeling een watertoets verricht te worden. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekking en; de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. De gemeente Kaag en Braassem valt binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap Rijnland. Hoogheemraadschap Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft de veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen.
Voor voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het voorkomen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. In het Waterbeheersplan (WBP6) geeft Rijnland richting aan het waterbeheer in de periode 2022 2027. Dit is een uitwerking van het coalitieakkoord, waarin het bestuur van Rijnland de koers voor de komende jaren heeft uitgezet. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een
46
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen adviserende rol. In de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Keur en beleidsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan: onttrekken en lozen van grondwater; aanbrengen van verhard oppervlak. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Kaag en Braassem 2019 t/m 2023 Op 17 oktober 2018 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Als gevolg van de Omgevingswet is de planverplichting voor het GRP verdwenen. De drie waterzorgplichten (afvalwater-, grondwater, en hemelwaterzorgplicht) blijven overigens bestaan. Afvalwaterzorgplicht Het beleid voor het afvalwater kent twee pijlers: het verminderen van de vervuiling uit de overstorten en een goed beheer van alle voorzieningen zoals het rioolstelsel.
Hemelwaterzorgplicht Ten aanzien van de hemelwaterzorgplicht is het hoofddoel van de gemeente het zorgen voor de inzameling, afvoer en verwerking van hemelwater waarvan men zich wenst te ontdoen. Voor nieuwbouw projecten geldt om hemelwater binnen het plangebied te bergen en/of te infiltreren, gescheiden aan te leveren, naar oppervlaktewater af te voeren en/of binnen het plangebied te bergen. Grondwaterzorgplicht De volgende vier doelen staan centraal bij de invulling van de grondwaterzorgplicht: Voorkomen van grondwateroverlast en -onderlast; Beperken van grondwateroverlast en -onderlast; Informeren van inwoners en bedrijven; Kennisontwikkeling. 4.10.2 Doorwerking planinitiatief Zoals eerder in paragraaf 2.2.3 is beschreven wordt er met onderhavig bestemmingsplan gestreefd naar een veerkrachtig en duurzaam watersysteem dat klimaatverandering en extreme weersomstandigheden kan dragen. In verband met de hoge grondwaterstand in het gebied wordt regenwater effectief afgekoppeld en verwerkt. In tabel 6 is de verwerkingscapaciteit per inrichtingsprincipe terug te vinden. In de tabel is af te lezen dat het plangebied in totaal een verwerkingsvolume van 472 m3 heeft. Dit is meer dan de opgave die voor het plangebied geldt (400 m3). Van de 472 m3 wordt 416 m3 aan de hand van bijvoorbeeld groene daken en groene parkeerplaatsen vertraagd afgekoppeld naar oppervlaktewater.
56 m3 van de 472 m3 wordt afgekoppeld naar de wadi/ en toegevoegd oppervlaktewater.
(vastgesteld)
47
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Inrichtingsprincipe Oppervlakte m2 s
Verwerkingsvolu me (m3)
Aandeel van het Netto verwerkingsvolume bergingsopgave (%) (m3)
Wadi
223
14
3
13,9
Gewoon dak
1.045
63
13
62,7
Groen dak
796
48
10
39,8
Tuinen
757
45
10
37,9
Parkeervakken
711
43
9
35,6
Wegen
1.108
66
14
66,5
Pad halfverhard
504
30
6
25,2
Pad verhard
500
30
6
30,0
Openbaar groen
2.216
28
88,6
100%
400 m3
Plangebied (totaal) 7.868 m
133 2
472 m
3
Tabel 7: verwerkingscapaciteit per inrichtingsprincipe Met bovenstaande inrichtingsprincipes is het niet noodzakelijk om een hemelwaterafvoer (HWA) riool aan te leggen, wordt de druk op het oppervlaktewaterpeil verspreid en wordt tijdens droge periodes bijgedragen aan de aanvulling van het grondwaterpeil. Verder wordt er onderzoek gedaan naar de haalbaarheid en draagvlak voor het realiseren van een regenwateropslagtank voor het bergen van regenwater en het gebruik van dit water als spoelwater voor de toiletten van de woningen. In onderstaande afbeelding is de regionale waterkering legger te zien. Zoals in de afbeelding te zien is ligt een gedeelte van het plangebied in de kern- en beschermingszone. Kijkend naar de verbeelding is ter plaatse van de regionale waterkering ook de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Verder zijn in de legger van de primaire waterkering, ondersteunende kunstwerken en oppervlaktewateren geen bijzonderheden aangegeven.
Afbeelding 16: Legger Hoogheemraadschap van Rijnland 'regionale waterkering' plangebied in het groen weergegeven (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland) Tijdige afstemming met het Hoogheemraadschap van Rijnland met betrekking tot de woningen die in de regionale waterkering vallen, voorkomt eventuele knelpunten en borgt tijdig passende oplossingen. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft in een vooroverlegreactie aangegeven dat er geen bezwaren zijn tegen het bestemmingsplan. Zoals hierboven is benoemd ligt een deel van het plangebied binnen de kern- en beschermingszone van een regionale waterkering. Voor het bouwen in deze zone dient een watervergunning te worden aangevraagd. Ten slotte dient te allen tijde te worden getoetst aan de op dat moment geldende Keur/Waterschapverordening van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
48
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.11
Milieueffectrapportage
4.11.1 Beleidskader Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen, waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit de C- en D-lijst geldt een m.e.r.-plicht respectievelijk m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een voorgenomen ontwikkeling activiteiten bevat zoals opgenomen in de D-lijst van het besluit m.e.r. (kolom 1), maar beneden de drempelwaarden in deze lijst (kolom 2), dan is er een vormvrije m.e.r.-beoordeling mogelijk. In overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit wordt beoordeeld of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Overigens moet daarnaast worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempelwaarden ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken.
Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart zal moeten worden. 4.11.2 Doorwerking planinitiatief De beoogde ontwikkeling past binnen bijlage D (categorie 11.2) van het Besluit m.e.r. Gezien de omvang van het plan worden de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D (categorie 11.2) niet gehaald en kan worden volstaan met een zogenoemde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Door de wijziging in de wetgeving per juli 2017 dient ook in deze gevallen door het bevoegd gezag een besluit te worden genomen dat geen volledige m.e.r.-procedure benodigd is. Hiervoor dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis van de toelichting van het bestemmingsplan en de uitgevoerde milieuonderzoeken en de cumulatie met overige ontwikkelingen binnen de gemeente Kaag en Braassem. De opgesteld aanmeldnotitie is bijgevoegd als Bijlage 11.
(vastgesteld)
49
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de bestaande situatie in het plangebied juridisch is vertaald. Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en de regels. De regels bevatten regels voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richting bouwwerken.De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, de toelichting maakt juridisch gezien geen deel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. De regels van dit uitwerkingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. In voorliggend bestemmingsplan is gekozen voor een globale wijze van bestemmen van het beoogde nieuwe woongebied. Het bestemmingsplan biedt voldoende rechtszekerheid voor alle belanghebbenden, maar geeft nog voldoende flexibiliteit en ruimte om de ontwikkeling verder vormt te geven.
50
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
5.2
Artikelgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden begrippen waar nodig beschreven om zodoende interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de regels worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet dan wel niet vaak voorkomt in het 'normale' spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hier worden de bestemmingsregels weergegeven van de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer', 'Wonen', 'Waarde - Archeologie - 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is gegeven aan het openbaar gebied. Binnen deze bestemming zijn naast groenvoorzieningen, erven en tuinen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, evenementen, waterhuishoudkundige- en klimaatadaptieve voorzieningen alsmede parkeerplaatsen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' toegestaan. Artikel 4 Tuin De bestemming 'Tuin' is gegeven aan de gronden behorende bij de aangrenzende hoofdgebouwen. Binnen deze bestemming zijn bijbehorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, paden, water en groen toegestaan. Verder zijn er regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde.
Artikel 5 Verkeer De bestemming 'Verkeer' is gegeven aan de hoofdwegenstructuur ofwel woonstraten. Binnen deze bestemming zijn naast wegen, straten en paden, tevens voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, bermen en beplanting, straatmeubilair, waterlopen en waterpartijen, oeververbindingen, evenementen, in- en uitritten en waterhuishoudkundige- en klimaatadaptieve voorzieningen toegestaan. Verder zijn er regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde. Ten slotte is er een specifieke gebruiksregel opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 6 Wonen De bestemming 'Wonen' regelt de invulling van het woongebied. Binnen deze bestemming is wonen en de uitoefening van een aan huis verbonden beroep alsmede tuinen en erven en ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' een parkeervoorziening toegestaan. De bestemmings- en bouwregels zijn gebaseerd op het beoogde bouwplan. Er zijn regels opgenomen over de maximale bouw- en goothoogte. Ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. Indien er geen aanduiding is opgenomen mogen uitsluitend rijwoningen worden gerealiseerd.
Naast regelingen voor hoofdgebouwen zijn tevens regels ten aanzien van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde, overkappingen en dakkapellen opgenomen. Daarnaast zijn er algemene specifieke gebruiksregels en gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden beroep en parkeren opgenomen. Ten slotte is ten behoeve van bedrijf aan huis een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.
(vastgesteld)
51
bestemmingsplan De Woudse Juffen Artikel 7 Waarde - Archeologie - 1 Deze dubbelbestemming regelt de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Voor het afwijken dient de aanvrager aan de hand van een archeologisch onderzoek aan te tonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waardevolle objecten worden aangetast. Daarnaast is het voor enkele werkzaamheden verboden om zonder omgevingsvergunning deze uit te voeren, hiervoor gelden ook weer uitzonderingen. Artikel 8 Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming regelt het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en anderen voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Voor het afwijken dient de aanvrager een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren. Daarnaast geldt voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.
Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden. Het gaat bijvoorbeeld om extra bouwmogelijkheden voor ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen zoals balkons en kozijnen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Artikel 11 Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
52
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 6 6.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast is tevens de Grondexploitatiewet van toepassing als een plan voorziet in het juridisch-planologisch faciliteren van bouwplannen, zoals bepaald in het Bro. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van een plan, zoals opgenomen in het Bro. Dit betekent dat er voor dit plan ook een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Echter kan op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro ook door de gemeenteraad besloten worden om geen exploitatieplan vast te stellen, indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Voor voorliggend bestemmingsplan is het kostenverhaal verzekerd door het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Kaag en Braassem. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
(vastgesteld)
53
bestemmingsplan De Woudse Juffen
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Omgevingsdialoog
Op basis van participatie worden bewoners gevraagd om hun lokale kennis en ervaringen te delen zodat De Woudse Juffen straks een plek voor iedereen is. Voor de kennismaking zijn allereerst de stakeholders in kaart gebracht, waarna er persoonlijke gesprekken worden gehouden. Tijdens de kennismaking wordt een website gelanceerd waar meer informatie over het participatieproces en het plan te vinden is. De kennismaking wordt gevolgd door een fase waarin actief wordt geparticipeerd. Aan de hand van werksessies en bijeenkomsten worden reacties verzameld. Vervolgens wordt tijdens de buurtbijeenkomsten de verwerkte reacties in het plan gepresenteerd en zal er een participatieverslag worden opgesteld. 6.2.2
Formele procedure stappen
De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst aan het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan een breed gedragen en haalbaar bestemmingsplan. Bij het vooroverleg met de reguliere overlegpartners wordt daarom ook de dorpsraad betrokken. De reacties uit zowel het vooroverleg als de zienswijzenperiode worden voorzien van een beantwoording en afgewogen in het bestemmingsplan. 6.2.3
Resultaten wettelijk vooroverleg
Een voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de Rijksoverheid, de provincie en het waterschap. Het voorontwerpbestemmingsplan is aangeboden aan de volgende betrokken overheden en instanties: 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Rijnland; 3. Omgevingsdienst West-Holland; 4. Veiligheidsregio Hollands Midden. Van de genoemde instanties hebben alleen Omgevingsdienst West-Holland, Hoogheemraadschap van Rijnland en de Veiligheidsregio Hollands Midden een inhoudelijke reactie gegeven. De provincie Zuid-Holland heeft geen inhoudelijke reactie gegeven inzake het toegestuurde voorontwerp. Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bestemmingsplan De Woudse Juffen. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding, mits een aantal aandachtspunten worden meegenomen aangaande onderhoudsplichtigen watergangen in het plangebied, voorkomen van wateroverlast door toenemend verhard oppervlak, klimaatadaptief bouwen, ontwikkelingen in waterkering zone, plaatsen van bomen en verharding in de kern- en beschermingszone van de waterkering, grondwaterontrekking, grondwater beregeningsbron, aanleg WKO (warmte- en koudeopslag) en lozing bij een open bodemenergiesysteem.
Ten slotte voor de werkzaamheden (bouwen in een waterkering) is een watervergunning benodigd. Aanvragen voor een vergunning dienen te worden getoetst aan de op dat moment geldende Keur/Waterschapverordening. Veiligheidsregio Hollands Midden a. Bereikbaarheid In het kader van effectieve inzet van de brandweer en overige hulpdiensten sluiten de wegen binnen het plangebied aan op de afmetingen zoals beschreven in het beleidsdocument 'Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRHM' (versie september 2023). Tevens zijn er voldoende opstelplaatsen binnen het plangebied. In de onderstaande afbeelding zijn de opstelplaatsen en de bereikbaarheid van het terrein voor hulpdiensten weergegeven.
54
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 17: weergave van de opstelplaatsen (zie rode kaders) en de ligging van de wegen binnen het plangebied b. Bluswatervoorziening Zowel de offensieve als de defensieve bluswatervoorziening is afdoende. Nabij het plangebied is een offensieve bluswatervoorziening aanwezig (brandkraan). Deze brandkraan is toereikend voor het voorste gedeelte van het plangebied. Daarbij is ook een geboorde put aanwezig en deze is toereikend voor het achterste gedeelte van het plangebied. c. Opkomsttijd Op basis van het regionale dekkingsplan valt het plangebied binnen de classificatie 'categorie 3' met overheersende kenmerk 'verspreid liggende woningen'/'verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen'. De beoogde ontwikkeling past binnen dit profiel en de vastgesteld categorie. De referentiewaarde voor deze categorie is 15 minuten. De daadwerkelijke opkomsttijd bedraagt 10 minuten. Er zijn in het kader van het dekkingsplan geen aanvullende voorzieningen benodigd, de te verwachten preventieve voorzieningen en opkomsttijd voldoen aan de uitgangspunten van het dekkingsplan. d. Externe veiligheid In het geval van een externe calamiteit, zoals een toxische gifwolk, wordt er geadviseerd om de bouwwerken te voorzien is mechanische ventilatie dat kan worden afgeschakeld. In artikel 6.3 is een nadere eisen opgenomen inzake de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie. 6.2.4
Resultaten inspraak op ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder mondeling of schriftelijk een zienswijze kunnen indienen bij de gemeenteraad naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de terinzagelegging zijn in totaal 7 zienswijzen ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording Zienswijzen De Woudse Juffen, welke is opgenomen als Bijlage 12. Tot slot naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan aangepast en zijn de bewoners en initiatiefnemer gezamenlijk tot een participatievariant gekomen.
(vastgesteld)
55
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlagen bij toelichting
56
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 1
(vastgesteld)
Bodem- en asbestonderzoek
57
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 2
58
Asbestonderzoek Kinderdagverblijf
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 3
(vastgesteld)
Asbestonderzoek basisschool
59
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 4
60
Asbestonderzoek sporthal
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 5
(vastgesteld)
Archeologisch onderzoek
61
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 6
62
Quickscan flora & fauna
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 7
(vastgesteld)
Quickscan flora & fauna (aanvullend onderzoek)
63
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 8
64
Aerius rapportage
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 9
(vastgesteld)
Aerius berekening realisatiefase
65
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 10
66
Aerius berekening gebruiksfase
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 11
(vastgesteld)
Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling
67
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Bijlage 12 Juffen
68
Nota van Beantwoording Zienswijzen De Woudse
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
(vastgesteld)
69
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Regels
70
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'De Woudse Juffen' van de Gemeente Kaag en Braassem; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML bestand NL.IMRO.1884.BPWOUDSEJUFFEN- VAS1 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huis verbonden beroep
de uitoefening van een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied in een woning of bijgebouw, waarbij de woning overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
achtererfgebied
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.7
afhankelijke woonruimte
een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8
antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9
balkon
open buitenruimte met balustrade uitkragend aan de verdieping van het aangrenzend hoofdgebouw; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11
bebouwingspercentage
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel;
(vastgesteld)
71
bestemmingsplan De Woudse Juffen 1.12
bedrijf aan huis
een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder; 1.13
bestaand
bij bouwwerken: bestaand op het moment dat de ter inzage legging van dit bestemmingsplan als ontwerp, dan wel dat tijdstip vergund; na dat tijdstip mag worden gebouwd krachtens de Woningwet, waarbij de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk voor dat tijdstip is ingediend. bij gebruik: bestaand ten tijde van het in kracht worden van het bestemmingsplan; 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bijbehorende bouwwerken
hieronder worden begrepen: aanbouw/uitbouw een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikt bouwmassa vormt; bijgebouw een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwlaag
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap; 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bij woningen betreft dit het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen en aangrenzend water tot de erfgrens; 1.21
72
bouwvlak
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23
carport
een overkapping, voorzien van een dak en ten hoogste twee wanden, door zijn plaatsing, indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor het stallen van motorvoertuigen; 1.24
dakterras
een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een bijbehorende bouwwerk voorzien van een afscheiding; 1.25
dakkapel
een uitstekend dakvenster welke geplaatst is op een hellend dak en aan alle zijden omsloten is door dit hellende vlak; 1.26
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; 1.27
dienstverlening
het verrichten van arbeid ten behoeve van anderen; 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29
gestapelde woning
een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.30
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31
horeca
een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; 1.32
huishouden
een aantal door eerstegraads familie- of vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin of een gezin met inwonende familieleden) die continue een eenheid vormt; 1.33
kantoren
een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard; 1.34
ondergronds bouwwerk
(vastgesteld)
73
bestemmingsplan De Woudse Juffen een gedeelte van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden maaiveld; 1.35
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één wand en een (overwegend) gesloten dak, dan wel een dakoverstek groter dan 0,75 meter;
1.36
voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatste van die hoofdtoegang; voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld voor het begin van de bouw;
1.37
peil
perceelsgrens