NL.IMRO.1884.BPWOUDSEJUFFEN-VAS1 toelichting en regels
Tekst van het document
T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl
Bestemmingsplan
De Woudse Juffen, Rijnsaterwoude
Gemeente Kaag en Braassem Identificatie NL.IMRO.1884.BPWOUDSEJUFFEN-VAS1
De Woudse Juffen
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
10 10 12
Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Regionaal en provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
16 16 16 19 24
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Flora & Fauna 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Bedrijf- en milieuzonering 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Water 4.11 Milieueffectrapportage
26 26 28 30 32 36 38 39 41 43 46 49
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 Artikelgewijze toelichting
50 50 51
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 54
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bodem- en asbestonderzoek Bijlage 2 Asbestonderzoek Kinderdagverblijf Bijlage 3 Asbestonderzoek basisschool Bijlage 4 Asbestonderzoek sporthal Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Bijlage 6 Quickscan flora & fauna Bijlage 7 Quickscan flora & fauna (aanvullend onderzoek) Bijlage 8 Aerius rapportage Bijlage 9 Aerius berekening realisatiefase Bijlage 10 Aerius berekening gebruiksfase Bijlage 11 Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 12 Nota van Beantwoording Zienswijzen De Woudse Juffen
56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68
Regels
70
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
71 71 76
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen Waarde - Archeologie - 1 Waterstaat - Waterkering
77 77 78 79 80 83 85
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels
86 86 87 88
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
89 89 90
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Toelichting
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
TN Ontwikkeling & Thunissen B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om ter plaatse van de voormalige scholenlocatie in Rijnsaterwoude woningbouw te realiseren genaamd 'De Woudse Juffen'. De bestaande bebouwing (basisschool, kinderdagverblijf en sporthal) wordt gesloopt ten behoeve van de realisatie van 40 woningen, die op de woonbehoefte in Rijnsaterwoude worden toegespitst én op de hedendaagse klimaatdoelstellingen. Op de locatie geldt het bestemmingsplan 'Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude' (vastgesteld op 17 juni 2013). Het realiseren van 40 woningen alsmede het gebruik daarvan is niet passend binnen, en daarmee in strijd met, de planregels van het daar geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan 'De Woudse Juffen' is opgesteld om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling van de initiatiefnemer op de gewenste locatie mogelijk en ruimtelijk uitvoerbaar is.
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de Rijnsaterwoudse Polder ten westen van de Herenweg te Rijnsaterwoude. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door de Suyderbon. Ten zuidwesten bevindt zich het polderlandschap met aan de westzijde het Braassemermeer en aan de zuidzijde de Leidse Vaart. Het plangebied kent de volgende kadastrale percelen 2968, 2967, 2743, 2206, 1993 en een gedeelte van 3076.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied. Het plangebied is in het rood weergegeven (bron: Pdok.nl)
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan De Woudse Juffen
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude' vastgesteld op 17 juni 2013 door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. Het planinitiatief wordt gerealiseerd op gronden met de enkelbestemmingen 'Maatschappelijk', 'Verkeer', 'Groen', 'Agrarisch', 'Tuin' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Binnen het bouwvlak in het noorden van het plangebied geldt een maximum bouwhoogte van 7 meter en een maximum goothoogte van 4 meter. Binnen het bouwvlak in het zuiden van het plangebied geldt een maximum bouwhoogte van 8 meter.
Afbeelding 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Het plangebied is in het rood weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ten noorden van het plangebied bevindt zich het wijzigingsplan 'Suyderbon II te Rijnsaterwoude' (vastgesteld op 17 september 2019). Aan de zuidoostzijde van het plangebied bevindt zich het bestemmingsplan 'Herenweg 151 Rijnsaterwoude' (vastgesteld op 29 mei 2017). Een gedeelte van het plangebied valt binnen het wijzigingsplan 'Suyderbon II te Rijnsaterwoude' zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Suyderbon II te Rijnsaterwoude'. Het plangebied is in het rood weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Ook valt een gedeelte van het plangebied binnen het bestemmingsplan 'Herenweg 151 Rijnsaterwoude', zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Herenweg 151 Rijnsaterwoude'. Het plangebied is in het rood weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied uitgelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op relevant beleid en regelgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieuaspecten waarbij de haalbaarheid van het project wordt getoetst. Hoofdstuk 5 bevat de juridische beschrijving van het plan. Tenslotte bevat hoofdstuk 6 de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Zoals eerder is gezegd ligt het plangebied in de Rijnsaterwoudse Polder te Rijnsaterwoude. De droogmaking is vanaf 1797 gestart en in 1834 afgerond. Sindsdien is de bebouwing aan de Herenweg geleidelijk toegenomen tot het lintdorp dat Rijnsaterwoude nu is. Eerst met name aan het lint zelf en met een concentratie bij het kruispunt Herenweg - Kerkweg. Vanaf eind jaren '60 zijn ook percelen in de polder ontwikkeld, met name voor woningbouw. In de bestaande situatie bevindt zich in het plangebied een basisschool, kinderdagverblijf en een sporthal. Deze bebouwing is onderdeel van het authentieke lint. Ten zuidwesten wordt het gebied omsloten door polderlandschap. Waarbij aan de zuid-, west- en noordzijde een watergang is gelegen.
Afbeelding 5: Huidige situatie van het te slopen gebouw (kinderdagverblijf) (bron: Google maps)
Afbeelding 6: Huidige situatie van het te slopen gebouw (basisschool) (bron: Google maps)
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 7: Huidige situatie van het te slopen gebouw (sporthal) (bron: Google maps)
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan De Woudse Juffen
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Stedenbouwkundig plan
Het planinitiatief ziet op de realisatie van 40 woningen bestaande uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen, zowel huur als koop, voor verschillende doelgroepen zoals starters, gezinnen, empty-nesters en senioren. Tevens worden er 13 sociale huurwoningen gerealiseerd. Aan de Herenweg wordt de lintbebouwing versterkt met twee dijkwoningen. De huidige entree vanaf de Herenweg wordt behouden en verbreed. Vanaf de Herenweg wordt de zogenoemde 'groene loper' uitgerold naar het achterliggende landschap en Braassemermeer, ofwel het Polderpark. Het parklandschap van De Woudse Juffen gaat geleidelijk over in het polderlandschap. Tevens is het oude slagenlandschap op een zorgvuldige manier teruggebracht in het plan. Door het maximaal toevoegen van groenvoorzieningen wordt een nieuwe gezonde wijk gecreëerd waar mensen graag verblijven. Alle woningen zijn aan het polderpark gesitueerd. Met het bestemmingsplan worden twee dijkhuizen, negen verandahuizen, zeven parkhuizen, negen hofhuizen en dertien polderzicht appartementen gerealiseerd. De bouwblokken vormen één architectonische familie en herbergen tegelijkertijd een gevarieerd programma. De lineaire bouwblokken met de veranda- en parkwoningen versterken de strokenverkaveling van de polder, sluiten naadloos aan op de woningen aan de Suyderbon en oriënteren zich op de groene loper.
Tegenover de parkwoningen bevinden zich twee dwarsblokken met de hofwoningen en de polderzicht appartementen voor starters en senioren. Tussen deze twee dwarsblokken bevindt zich een buurttuin. Daarnaast wordt met voorliggend bestemmingsplan een tiny forest mogelijk gemaakt en worden er mogelijkheden tot spelen in het groen gerealiseerd. Tot slot naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan aangepast en zijn de bewoners en initiatiefnemer gezamenlijk tot een participatievariant gekomen. In afbeelding 8 en 9 is het stedenbouwkundig plan gepresenteerd. Zo is het karrespoor (rijbaan) deels verplaatst.
Afbeelding 8: Sfeerimpressie toekomstige situatie in vogelvlucht (bron: initiatiefnemer)
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 9: Stedenbouwkundig plan (bron: initiatiefnemer) 2.2.2
Landschap
Met de gewenste ontwikkeling wordt het mogelijk om het bestaande polderlandschap met de kenmerkende slagenverkaveling weer beeldbepalend te maken. Met het realiseren van het Polderpark wordt de zichtlijn vanaf de Herenweg naar het achterliggende polderlandschap weer hersteld. Met het toevoegen van lineaire groenstructuren in de vorm van bomenrijen en wadi's wordt er verwezen naar de kenmerkende strokenverkaveling. De reeds bestaande bomen in het plangebied worden behouden of naar een andere locatie in het plangebied verplant. Door het Polderpark slingert het polderpad. Via het polderpad blijven de agrarische percelen bereikbaar. Tevens blijft het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten, doordat de groene berm van het pad aan de westzijde wordt verstevigd via grasbeton of honingmatten. In de afbeelding van paragraaf 6.2.3 is de calamiteitenroute weergegeven. Door het contrast met de lineaire structuren ontstaat er een spannende ruimtebeleving. Het pad is verbonden met de Herenweg en de Suyderbon en is daarmee onderdeel van een grotere wandelroute tussen het Braassemermeer en het lint. 2.2.3
Klimaatadaptatie
Met de gewenste ontwikkeling van de De Woudse Juffen wordt gestreefd naar een veerkrachtig en duurzaam watersysteem dat klimaatverandering en extreme weersomstandigheden kan trotseren. Er wordt gericht op het effectief afkoppelen en verwerken van regenwater, waarbij rekening wordt gehouden met de hoge grondwaterstand die de infiltratiemogelijkheden beperken voor het plangebied. Door het toevoegen van slimme inrichtingsprincipes zoals bermen, wadi's en toevoeging van aanvullend oppervlaktewater wordt hier rekening mee gehouden. Tevens wordt waar mogelijk gewerkt met doorlatende (half)verhardingen en worden er groene daken en groene parkeervakken gerealiseerd. Deze maatregelen vertragen de afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater, waardoor regenwater van daken en verharde oppervlakken de kans krijgt om op een natuurlijke wijze in de bodem te infiltreren waar mogelijk. Dit voorkomt de noodzakelijkheid van een HWA-riool, verspreid de druk op het oppervlaktewaterpeil, en draagt bij aan de aanvulling van het grondwaterpeil tijdens de droge periodes. In paragraaf 4.10 wordt verder ingegaan op het aspect water.
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan De Woudse Juffen 2.2.4
Openbare ruimte
De visie op de openbare ruimte kan worden weergegeven in 'zes lagen': Laag 1: Waardevolle bomen In het inrichtingsplan zijn de waardevolle bomen behouden en ingepast. Deze bomen zijn beeldbepalend in het nieuwe woonmilieu, creëren schaduw tegen hittestress, nestelgelegeheden, enzovoorts. Laag 2: Landschap en polderpark Het oorspronkelijke slagenlandschap tussen de Herenweg en het Braassemermeer is ordenend voor het nieuwe programma. Met lineaire groenstructuren, zoals de wadi’s en de bomenrijen, wordt het landschap als een polderpark doorgezet tot aan de Herenweg. Het slingerende polderpad wordt veel meer openbaar van karakter en versterkt de parkbeleving door een gestabiliseerde halfverharding met een verstevigde groene berm. Door de combinatie van wadi en polderpad blijft de voetganger op enige afstand van de privéterrassen en zullen de bewoners voldoende privacy ervaren en daadwerkelijk aan het park wonen en recreëren. Laag 3: Auto aan de rand Tussen de Suyderbon en aangrenzende bebouwing wordt een tweede ontsluiting naar de Herenweg gerealiseerd. Het verkeer en parkeren wordt aan de rand van het Polderpark opgelost. In het plangebied zelf is het groen beeldbepalend en is de auto te gast. Zo wordt de rijbaan ingericht als een landschappelijk karrespoor. Alle parkeerplaatsen worden groen en infiltrerend en aan het oog onttrokken met een variatie aan gebiedseigen hagen.
In paragraaf 4.9 wordt het aspect verkeer en parkeren verder toegelicht. Laag 4: Kabels en leidingen Kijkend naar de verbeelding van het bestemmingsplan 'De Woudse Juffen' bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen. In paragraaf 4.6 wordt het aspect kabels en leidingen verder toegelicht. Laag 5: Klimaatadaptatie en biodiversiteit De gehele openbare ruimte wordt natuur- en klimaatinclusief ingericht. De wadi’s bufferen het regenwater zodat het geleidelijk kan infiltreren in de bodem. Regenwater infiltreert ook via de groene parkeerplaatsen en infiltratieverhardingen. Met de bestaande en nieuwe bomen wordt voldoende schaduw gecreëerd om hittestress tegen te gaan. Met inheemse beplantingen en ecologisch beheer wordt de gebiedseigen biodiversiteit gestimuleerd. Aanvullend worden alle platte daken in het plan voorzien van groene daken, zowel de woningen als de bergingen. In paragraaf 4.10 wordt het aspect water en in paragraaf 4.3 wordt het aspect flora en fauna verder toegelicht. Laag 6: Groen programma en circulariteit In plaats van een stenen schoolplein komt er een educatieve tuin en een buurttuin. In de groene buitenruimte ontmoeten de bewoners elkaar. De wadi’s worden gecombineerd met spelaanleidingen voor de kinderen, en fitnesstoestellen in het plangebied houden de bewoners vitaal.
In de educatieve tuin en buurttuin is ruimte voor ‘struikroven’ (hergebruik van beplantingen). Enkele objecten van het plein worden hergebruikt in de openbare ruimte. De zandbak wordt een uitkijkpunt, de poefjes worden spelaanleidingen en de tegels worden stapelmuurtjes.
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Afbeelding 10: De openbare ruimte onderverdeeld in 6 lagen (bron: initiatiefnemer)
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid en regelgeving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor onderhavig planinitiatief relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor ontwikkelingen in het plangebied en is daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuzes die in het plan zijn gemaakt.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij de provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. De NOVI is opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking planinitiatief De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau. De ontwikkeling valt derhalve buiten de werking en doelstellingen van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (inmiddels overgegaan in de NOVI) is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het besluit kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijk besluit. De 13 nationale belangen in het Barro zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen.
Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief raakt geen van bovenstaande nationale belangen van het Barro. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan De Woudse Juffen 3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in bestaande of nieuwe stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd, waarbij zorgvuldig ruimtegebruik voorop staat. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014.
De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten uit vaste jurisprudentie: Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt; Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorziening in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt; Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.
Doorwerking planinitiatief Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw en realisatie van 40 nieuwe woningen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt geconcludeerd dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In artikel 1.1.1 onder h van Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Kijkend naar de nabije omgeving van het plangebied is er sprake van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Ten noorden, zuiden en oosten van het plangebied bevindt zich diverse bebouwing ten behoeve van wonen, bedrijvigheid en de daarbij behorende infrastructuur. Er kan worden geconcludeerd dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Daarmee dient in principe alleen de behoefte aan de ontwikkeling te worden onderbouwd. De Woudse Juffen valt binnen de regio Holland Rijnland en de gemeente Kaag en Braassem.
Voor zowel de regio als de gemeente geldt dat de kwalitatieve woningbehoefte hoger is dan de harde plancapaciteit. Dit betekent dat er vraag is naar nieuwe woningen. De bouw van 40 nieuwe woningen sluit aan bij deze aanvraag (zie ook paragraaf 3.3.3).
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
3.3
Regionaal en provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland
Op 3 april 2023 is de Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma door de Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland vastgesteld in het kader van de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie heeft 7 vernieuwingsambities geformuleerd: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.
Naast de 7 ambities benoemt de provincie 18 beleidsdoelen die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. Deze beleidsdoelen zijn weer uitgewerkt in beleidskeuzes. Beleidskeuzes geven veelal thematisch weer welke opgaven er in Zuid-Holland spelen en welke richting de provincie daarmee op wil. Gezamenlijk beschrijven deze ambities en beleidskeuzes de provinciale opgaven en belangen. Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit: de juiste ontwikkeling op de juiste plek De provincie heeft, samen met andere overheden, een zorgtaak voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daartoe behoort ook het sturen op ruimtelijke ontwikkelingen: de juiste ontwikkeling op de juiste plek. Bij de uitwerking van ruimtelijke opgaven is het belangrijk om rekening te houden met de bestaande functies en kwaliteiten in een gebied, de zogeheten gebiedsidentiteit. Daarbij geldt dat nieuwe ontwikkelingen in een gebied de ruimtelijke kwaliteit moeten versterken en tenminste behouden. De provincie stuurt per gebied verschillend op ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang in relatie tot de gebiedsidentiteit. Gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren.
In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verbonden worden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken voor elk deelgebied zijn terug te vinden in het landschapsgericht beleid (voorheen het ruimtelijk kwaliteitsbeleid). Hierin is opgenomen welke richtpunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in welk landschap gelden. De basis ligt in het (type) landschap en de uitwerking in een specifiek gebied. Hiervoor zijn de gebiedsprofielen en de gebiedsgerichte richtpunten. Doorwerking planinitiatief Zoals hierboven is benoemd heeft de provincie Zuid-Holland beleidskeuzes geformuleerd. Voor het plangebied gelden een aantal beleidskeuzes waaronder: landschap, naar een klimaatbestendig ZuidHolland, ruimtelijke kwaliteit en wonen. Aan deze beleidskeuzes is het planinitiatief getoetst. Landschap De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de vier groepen landschappen: kustlandschap, veen(weide)landschap, deltarivierenlandschap en stedelijk landschap. De provincie wil de intrinsieke waarde van de verschillende landschappen behouden, beschermen, op
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan De Woudse Juffen passende wijze benutten en beleefbaar maken. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden afgewogen welke ontwikkelingen in welk landschap wenselijk zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het in standhouden, benutten, beleven en versterken van bestaande gebiedskwaliteiten. Met het bestemmingsplan De Woudse Juffen wordt het polderlandschap met de kenmerkende slagenverkaveling weer beeldbepalend. Met het realiseren van het Polderpark wordt de zichtlijn tussen het lint en het achterliggende landschap hersteld en rolt de groene loper vanuit het omliggende landschap zo de wijk in. De lineaire groenstructuren in de vorm van bomenrijen en wadi's zijn een zichtbare verwijzing naar de kenmerkende strokenverkaveling. Binnen het Polderpark is een buurttuin en een uitkijkpunt met uitzicht op de polder. Toekomstige parkeerplaatsen worden groen geïnfiltreerd verscholen achter gebiedseigen hagen. Tevens versterken de twee dijkwoningen aan de Herenweg de lintbebouwing. De ontwikkeling van De Woudse Juffen draagt bij aan het beleven en versterken van de bestaande gebiedskwaliteiten behorend tot het veenweidelandschap/polderlandschap. Naar een klimaatbestendig Zuid-Holland De provincie wil dat Zuid-Holland een fijne plek blijft om te werken, wonen en recreëren, ook als omstandigheden veranderen.
Daarom nemen we nu maatregelen om ons voor te bereiden op klimaatopgaven als weersextremen (hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen), zeespiegelstijging en bodemdaling. Verder investeert Zuid-Holland in een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor mens en natuur. Met de ontwikkeling van De Woudse Juffen wordt er naar een veerkrachtig en duurzaam watersysteem gestreefd. Er wordt een veerkrachtig en duurzaam watersysteem voor het opvangen van regenwater gerealiseerd. In de openbare ruimte worden slimme inrichtingsprincipes toegepast zoals verlaagde straten, openbaar groen zoals bermen, wadi's en het toevoegen van aanvullend oppervlaktewater, doorlatende (half)verhardingen, groene daken en groene parkeervakken. Naast de waterbeheersing is het actief betrekken van bewoners bij het duurzaam beheer van regenwater een uitgangspunt. Daarnaast is er ruimte gecreëerd voor een tiny forest en buurttuin. Groen speelt een belangrijke rol in De Woudse Juffen, derhalve worden toekomstige bewoners gestimuleerd om hun tuin deels onverhard aan te leggen. Op deze manier worden bewoners gestimuleerd om actief bij te dragen aan het vergroenen van de omgeving en wordt er een groene oase voor mens en natuur gecreëerd.
Deze elementen dragen niet alleen bij aan het vergroten van de biodiversiteit en het verminderen van hittestress, maar voegen ook een esthetisch aantrekkelijk aspect toe aan de wijk. De klimaatadaptieve maatregelen houden voldoende rekening met de beleidskeuze naar een klimaatbestendig Zuid-Holland. De verdere watermaatregelen en ambities worden besproken in paragraaf 4.10. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. De ruimte is beperkt, derhalve is het van belang om zorgvuldig met de ruimte om te gaan. Met het beoogde plan wordt de bestaande bebouwing in het plangebied gesloopt en worden er 40 nieuwe woningen gerealiseerd. De ruimtelijke impact van de beoogde ontwikkeling op het gebied is klein, omdat de ontwikkeling, zoals hierboven is beschreven, past bij de schaal en aard van het gebied.
Het bestemmingsplan De Woudse Juffen sluit sterk aan bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap. Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen, waaronder bijzondere doelgroepen en de doelgroepen van woningcorporaties. Tot de bijzondere doelgroepen behoren personen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, urgent woningzoekenden, senioren, vergunninghouders, ex-gedetineerden, jongeren en studenten, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. De Woudse Juffen moet een gevarieerd, evenwichtig en passend woonaanbod voor starters en doorstromers, woonachtig in de omgeving, creëren met een woonprogramma voor sociale huur en betaalbare woningen in het middensegment. Verder zijn alle woningen en appartementen flexibel en levensloopbestendig. De woningen zijn flexibel indeelbaar, afhankelijk van de behoefte of levensfase van de koper. Het bestemmingsplan De Woudse Juffen draagt bij aan passende woningen voor diverse doelgroepen.
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen De beoogde opzet en gebruik van het gebied De Woudse Juffen sluit aan op de omgevingsvisie ZuidHolland. 3.3.2
Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is geactualiseerd en vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid-Holland en op 1 april 2023 in werking getreden. De omgevingsverordening vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Onderdeel van Afdeling 6.2 zijn de artikelen Ruimtelijke Kwaliteit (6.9) en stedelijke ontwikkelingen (6.10). Doorwerking planinitiatief Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Voor dit bestemmingsplan geldt dat er een bouwplan mogelijk wordt gemaakt dat binnen de categorie 'inpassen' valt. In artikel 6.9 lid 5 sub a staat hierover het volgende: Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; Tevens valt het plangebied binnen de beschermingscategorie 3 Buitengebied, waarbij geldt dat er kan worden voorzien in ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast. Zoals reeds geconcludeerd in paragraaf 3.3.1 is er sprake van inpassing voor dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 6.9 van de Omgevingsverordening. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen De provincie hanteert de volgende eis voor nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 6.10 lid 1 sub a wordt het volgende benoemd: a. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. b. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie.
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan De Woudse Juffen c.
Gedeputeerde Staten kunnen bij de vaststelling van een regionaal woningbouwprogramma aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen, mits het regionaal woningbouwprogramma past in de regionale woonvisie en de regionale woonvisie een uitwerking bevat van de in de provinciale omgevingsvisie genoemde doelstellingen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie en het regionale woningbouwprogramma bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. d. Gedeputeerde Staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Om de voorgestelde ontwikkeling binnen de regels van de Omgevingsverordening te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen wordt. In paragraaf 3.2.3 wordt er getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Zoals in de leden b en c is vastgelegd dient het woningbouwprogramma dat mogelijk wordt gemaakt in overeenstemming te zijn met de regionale woningbouwafspraken. De Woudse Juffen valt binnen de woningbouwregio Holland Rijnland.
In paragraaf 3.3.3 zal worden toegelicht dat het woningbouwprogramma past binnen de gemaakte regionale afspraken. Ook wordt het woningbouwprogramma qua behoefte getoetst aan de gemeentelijke woonvisie (paragraaf 3.3.3). Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen 3.3.3
Regionale Woonagenda Regio Holland Rijnland
De gemeenten in de woonregio Holland Rijnland hebben op 1 mei 2023 de Regionale Woonagenda (RWA) vastgesteld. De RWA is een uitwerking van de Omgevingsagenda. Het doel van de Woonagenda is het wonen in de regio Holland Rijnland te versterken. Dit gebeurt door enerzijds meer te sturen op een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt. Anderzijds het maken van keuzes die de kwaliteit van wonen in de regio versterken. Daarbij worden specifieke opgaven aan de orde gesteld, zoals het bouwen van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking en bijzondere doelgroepen als gevolg van de extramuralisering en de huisvestingsopgave voor groepen die tussen wal en schip vallen. Een nieuwe RWA helpt de gemeenten, door het geven van kaders en richting, bij het realiseren van deze opgaven. Vergeleken met de prognose uit 2019 valt de provinciale Woningbehoefte raming uit 2021 aanzienlijk hoger uit. De woningbehoefte komt uit op 30.500 nieuwe woningen vergeleken met 22.800 in de vorige prognose. Dit houdt in dat er per jaar 3.000 woningen netto dienten te worden toegevoegd. Het aantal te bouwen woningen op basis van de provinciale prognose zijn verdeeld over de drie subregio's. Voor de subregio Oost, waar de gemeente Kaag en Braassem onder valt, is er een woningbehoefteraming opgesteld met een bandbreedte van 9.500 tot 11.000 woningen.
In de subregio Oost is er tot 2030 sprake van een toekomstige behoefte aan sociale huurwoningen tot circa plus 1.925 woningen. Om aan de behoefte te kunnen voldoen dient minimaal 30% van het nieuwbouwprogramma ten behoeve van sociale huur te worden gerealiseerd. Daarnaast is er de wens om voor de doelgroepen lage- en middeninkomens passende betaalbare woningen te realiseren. Doorwerking planinitiatief De gemeente Kaag en Braassem kent nog voldoende behoefte om nieuwe woningen te realiseren. Middels voorliggend bestemmingsplan worden 40 woningen toegevoegd aan de harde plancapaciteit. Het programma met in totaal 40 woningen is divers en zeer complementair en bestaat uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen, zowel huur als koop, voor verschillende doelgroepen, zoals starters, gezinnen, empty-nesters en senioren. Maar ook betaalbare woningen voor het middensegment. Tevens worden er 13 sociale huurwoningen gerealiseerd dit is meer dan 30% van het nieuwbouwprogramma. Daarmee wordt de keuzemogelijkheid van het woonaanbod vergroot. Het planinitiatief is daarom passend binnen de regionale woonagenda en op basis daarvan ook binnen de provinciale Omgevingsverordening zoals beschreven in paragraaf 3.3.2.
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan De Woudse Juffen
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2021
De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 24 januari 2022 de Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2021 vastgesteld. Deze omgevingsvisie komt voort uit de nieuwe Omgevingswet en zal na vaststelling tot de inwerkingtreding hiervan als structuurvisie dienen. De gemeente Kaag en Braassem heeft de omgevingsvisie in een aantal grote thema's opgedeeld. Binnen elk thema is een aantal opgaven geformuleerd. Hieronder volgen de thema's: Samenwerken in en aan Kaag en Braassem; Energie en grondstoffen in Kaag en Braassem; Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem; Wonen in Kaag en Braassem; Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem; Sociaal Kaag en Braassem; Mobiliteit in Kaag en Braassem; Veilig Kaag en Braassem. Verder is de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld. Voor de verschillende gebieden zijn er kenmerken en waarden bepaald, zodat het duidelijk is welke waarden van belang zijn en hoe deze waarden zich tot de toekomst verhouden. Doorwerking planinitiatief Voor vaststelling van het bestemmingsplan zijn de thema's wonen, natuur, water en lucht en energie en grondstoffen van belang. Wonen De leefbaarheid van en ruimtelijke kwaliteit in de kernen staan hoog in het vaandel. De focus voor bouwplannen ligt op ‘passend in de omgeving'. Er is behoefte aan zorg-/seniorenwoningen (levensloopbestendig) en goedkope koop- of (sociale) huurwoningen.
Maar ook middeldure huur- en betaalbare koopwoningen ten behoeve van jongeren, starters en middeninkomens. Zoals reeds in paragraaf 3.3.3 is benoemd worden er verschillende woningtypes voor diverse doelgroepen gerealiseerd. Alle woningen en appartementen in De Woudse Juffen zijn geschikt voor de toekomst. De woningen zijn flexibel indeelbaar, afhankelijk van de behoefte of levensfase van de koper. Voor minder mobiele bewoners bestaat de mogelijkheid om een traplift te installeren. De gemeente Kaag en Braassem heeft de doelstelling om 30% van de totale bouwproductie per jaar uit te voeren als sociale woningbouw. Met onderhavig bouwplan worden 13 sociale huurwoningen gerealiseerd, daarmee wordt voldaan aan de eis van 30% sociale woningbouw. Energie en grondstoffen De gemeente Kaag en Braassem heeft verschillende duurzaamheidsopgaven opgesteld zoals het besparen op energie, het zelf opwekken van groene stroom, het verminderen van afval en het recyclen en duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen. Bij De Woudse Juffen draait alles om het creëren van een gezonde leefomgeving met respect voor de natuur en de omgeving. De woonwijk is ontworpen met oog voor de natuur en het milieu. Voor de woningen en de inrichting wordt er gebruik gemaakt van duurzame materialen met een lange levensduur. Verder worden gebruikte materialen zoveel mogelijk gerecycled en hergebruikt.
Het voornaamste streven is om de woningen van De Woudse Juffen op te leveren met hogere duurzaamheidsambities. Tevens heeft elke koper de mogelijkheid om de woning verder te verduurzamen door extra PV-panelen te realiseren. Natuur, water en lucht De gemeente Kaag en Braassem heeft een aantal opgaven in het groen en blauw, waaronder de resterende biodiversiteit in Kaag en Braassem behouden en werken aan herstel. Een andere opgave is ervoor zorgen dat in de toekomst goed kan worden omgegaan met extreme regenval, droogte en hittestress (klimaatadaptatie). In De Woudse Juffen wordt er zo min mogelijk verharding aangebracht. Door het planten van waardplanten en insectvriendelijke beplanting wordt de biodiversiteit in het plangebied behouden en gestimuleerd. Ook worden er maatregelen getroffen om verschillende faunasoorten in het plangebied te stimuleren door het toevoegen van nestgelegenheden voor de dwergvleermuis, huismus en gierzwaluw, vogelhuisjes en een bijenhotel. Verder worden de gekapte bomen gecompenseerd en worden er 0,45 bomen per woning gerealiseerd in plaats van de 24
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen voorgeschreven regel van 0,40 bomen per woning. Bomen vervullen een belangrijke functie voor het tegengaan van hittestress, maar ook in het aantrekken van meerdere diersoorten. Derhalve wordt in het polderpark een variëteit aan boomsoorten gepland om een geschikt leefgebied voor insecten, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen te creëren. Tevens is er balans tussen natte en droge oppervlakten wat een positief effect heeft op verschillende habitats. In paragraaf 2.2.3 wordt uitgelegd hoe er met waterberging tijdens (extreme) regenval wordt omgegaan. Gebiedstype Het plangebied valt binnen het gebiedstype 'landelijk dorps' hiervoor geldt het uitgangspunt dat ontwikkeling omtrent woningbouw moeten passen binnen de aard en schaal van de omgeving. Zoals eerder in paragraaf 3.3.1 is geformuleerd wordt hieraan voldaan. Het doel is het realiseren van een passende woning voor iedereen. Voor Rijnsaterwoude ligt de nadruk op het behoud van het bestaande karakter. Maar eventuele vrijkomende locaties bieden vervolgens eveneens mogelijkheden tot kleinschalige woningbouw. De herontwikkeling van de voormalige scholenlocatie naar 40 nieuwbouwwoningen is in lijn met dit beleid. Het toevoegen van woningen is van belang om de vergrijzing in het dorp tegen te gaan.
Met voorliggend bestemmingsplan worden diverse type woningen voor verschillende doelgroepen gerealiseerd wat de doorstroming kan bevorderen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggend bestemmingsplan in lijn is met de Omgevingsvisie van de gemeente Kaag en Braassem.
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Hoofdstuk 4 4.1
Bodem
4.1.1
Beleidskader
Milieu- en omgevingsaspecten
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen regels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de bodemkwaliteit en de voorgenomen bestemming met elkaar in overeenstemming dienen te zijn. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt zo nodig middels een historisch onderzoek (eventueel aangevuld met een nader bodemonderzoek) bepaald. Het is niet toegestaan om te bouwen op verontreinigde grond. Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu en gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen. Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. 4.1.2
Doorwerking planinitiatief
In juli 2022 is door Grondslag B.V. een verkennend bodem- en een asbestonderzoek binnen het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn in de mengmonsters van de boven- en ondergrond lichte verhogingen aan metalen en PCB aangetoond. Verder zijn ter plaatse van de gedempte sloot maximaal lichte verhogingen aangetoond. De grond wordt indicatief beoordeeld als ‘klasse Industrie’. Met uitzondering van de ondergrond ter plaatse van de gedempte sloot voldoet indicatief zowel de boven- als ondergrond maximaal aan klasse ‘wonen’. Ten noorden van het plangebied is een voormalige bovengrondse tank aanwezig geweest. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er ter plaatse van de voormalige tank geen verhoogde gehalten van minerale olie zijn gemeten. In het grondwater ter plaatse zijn maximaal lichte verhogingen aan metalen aangetoond, en geen olie of aromaten. Daarnaast is het aanwezige asfalt geanalyseerd op PAK. Uit de analyse blijkt dat het asfalt herbruikbaar is. Uit de resultaten van het asbestonderzoek blijkt dat er geen asbest in de bovengrond is aangetroffen. Verder is tijdens de bemonstering geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de opgeboorde fundatie. Verder is de bebouwing van het kinderdagverblijf, basisschool en sporthal onderzocht naar aanwezige asbest.
Kinderdagverblijf Op 6 november 2013 heeft Alphaplan BV. een volledige asbestinventarisatie uitgevoerd. In het kinderdagverblijf zijn drie asbestverdachte materialen aangetroffen en bemonsterd. Er is geadviseerd om de beplating op de deur van de cv-ruimte op korte termijn te saneren. In Bijlage 2 is het asbestonderzoek opgenomen. Basisschool Op 9 januari 2013 heeft Solidé Projectadvies BV. een asbestinventarisatie uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn in het bouwwerk asbestbronnen aangetroffen. Er wordt geadviseerd om een aanvullende 'Lucht-Risicobeoordeling' conform NEN 2991 te laten uitvoeren. Ten slotte wordt geadviseerd om aan de asbesthoudende toepassing geen werkzaamheden te laten verrichten. In Bijlage 3 is het asbestonderzoek opgenomen.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen Sporthal Op 10 maart 2014 heeft Alphaplan BV. een onvolledige asbestinventarisatie uitgevoerd. De uitkomst is onvolledig, omdat niet alle ruimten zijn onderzocht. In het gebouw is asbestverdacht materiaal aangetroffen en bemonsterd. Omdat niet alle ruimten zijn onderzocht wordt geadviseerd om een aanvullend asbestonderzoek (type A) te laten uitvoeren. Tevens in geval van sloop of renovatie van het gebouw wordt geadviseerd om een asbestinventarisatie (type B) ten behoeve van de constructie te laten uitvoeren. In Bijlage 4 is het asbestonderzoek opgenomen. Uit het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling van de locatie en de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel dient er nog aanvullend asbestonderzoek naar de bebouwing van de basisschool en sporthal te worden uitgevoerd.
(vastgesteld)
27
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1
Beleidskader
Het nationale beleid voor archeologie is afkomstig uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd. Dit is gedaan in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007. Sinds de Wamz hebben gemeenten een zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is ook verwerkt in de Erfgoedwet sinds 1 juli 2016. In de toekomst zal de zorgplicht verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het archeologisch erfgoed in de bodem moet zoveel mogelijk behouden worden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Dit moet gedaan worden met archeologisch onderzoek. Het archeologisch belang moet vanaf het begin meewegen in de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. 4.2.2
Doorwerking planinitiatief
4.2.2.1 Archeologie Het plangebied kent binnen het geldend bestemmingsplan 'Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude' een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1'. Bij grondroerende werkzaamheden van meer dan 150 m 2 of dieper dan 0,30 meter onder peil dient een archeologisch onderzoek overlegd te worden. De beoogde bouwwerkzaamheden binnen het plangebied zullen deze drempelwaarde aanzienlijk overschrijden. Derhalve is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk. In mei 2022 is een archeologisch vooronderzoek binnen het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5 bij dit bestemmingsplan. Het archeologische onderzoek bestaat uit een archeologie bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO) in de vorm van een booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicum. Theoretisch gezien kunnen er ook in de top van de getijdeafzettingen van het Laagpakket van Wormer archeologische resten uit het Laat-Neolithicum aanwezig zijn, omdat de grond eventueel droog genoeg voor bewoning was geweest. Hierdoor is er sprake van een middelhoge archeologische verwachting uit het Neolithicum. Het oostelijk deel van het plangebied ligt aan het historisch ontginningslint van Rijnsaterwoude. Het ontstaan van dit lint is reeds terug te voeren in de Late Middeleeuwen.
Op basis van historische kaarten worden in het plangebied geen bebouwingsresten uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd verwacht, maar deze zijn evenwel niet uit te sluiten wegens de ouderdom van het ontginningslint. Door het ontbreken van historische ophooglagen of anderszins relevante archeologische lagen kan op basis van het veldonderzoek worden geconcludeerd dat het plangebied een lage verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit alle periodes heeft. Ten slotte blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' gehandhaafd. Met het bestemmingsplan De Woudse Juffen is reeds aangetoond dat het plan, in het kader van het aspect archeologie, uitvoerbaar is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
28
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen 4.2.2.2 Cultuurhistorie Op basis van de cultuurhistorische Atlas van Zuid-Holland bevinden zich binnen het plangebied geen monumenten of cultuurhistorische waardevolle elementen. Daarmee is uitgesloten dat de ontwikkeling eventuele monumentale waarden aantast. Het plangebied wordt gekarakteriseerd door de lintbebouwing aan de Herenweg en het achterlandschap. In paragraaf 3.3.1 wordt duidelijk gemaakt dat het bestaande karakter en gebiedskwaliteiten worden geborgd en versterkt met onderliggend bestemmingsplan. Derhalve vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(vastgesteld)
29
bestemmingsplan De Woudse Juffen
4.3
Flora & Fauna
4.3.1
Beleidskader
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten, te weten de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd. Verantwoording soortenbescherming De toets aan de natuurwetgeving is een getrapte toets. Allereerst is een quickscan flora en fauna (natuurtoets) nodig. Op basis van de conclusies van de quickscan wordt al dan niet een vervolgonderzoek uitgevoerd (bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van vleermuizen of andere beschermde soorten). Wanneer negatieve effecten worden verwacht, kan het plan soms toch onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld door het nemen van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, uitgevoerd worden. Als negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden, is meestal een ontheffing nodig van de provincie. Verantwoording gebiedsbescherming Op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden (uitgesplitst in Habitatrichtlijngebieden en Vogelrichtlijngebieden). Binnen de diverse Natura 2000-gebieden is sprake van een aantal stikstofgevoelige habitattypen. 4.3.2
Doorwerking planinitiatief
Door Natuur-Wetenschappelijk Centrum is in september 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd binnen het plangebied, bijgevoegd als Bijlage 6. Op 21 oktober 2022 is binnen het plangebied nog een aanvullend onderzoek naar flora en fauna uitgevoerd, bijgevoegd als Bijlage 7. 4.3.2.1 Soortbescherming Om de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen en in de nabijheid van het plangebied te beoordelen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan is bijgevoegd als Bijlage 6 bij dit bestemmingsplan. Uit de quickscan is gebleken dat een nader onderzoek naar de vleermuis, de huismus en de steenmarter noodzakelijk wordt geacht. Ten aanzien van flora zijn er geen beschermde soorten waargenomen waardoor er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen zijn. Ten slotte geldt voor alle plant- en diersoorten de Zorgplicht. Te allen tijde dient gewerkt te worden conform de Zorgplicht. Aanvullend ecologische onderzoek Er heeft zowel in het voor- als in het najaar een nader onderzoek plaatsgevonden naar de vleermuis, de huismus en de steenmarter. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7 bij dit bestemmingsplan. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen huismussen zijn waargenomen of gehoord. Derhalve kan worden uitgesloten dat het plangebied een essentieel leefgebied is voor de huismus.
Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen van de steenmarter op de cameravallen vastgelegd. Ook zijn geen rust- en voortplantingsplaatsen of sporen gevonden. Derhalve kan worden uitgesloten dat het plangebied een essentieel leefgebied is voor de steenmarter. In het onderzoeksgebied zijn er een viertal soorten vleermuizen waargenomen. Er bevinden zich echter geen vleermuisverblijfplaatsen en er is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. Derhalve kan worden uitgesloten dat met het vaststellen van het bestemmingsplan er sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dienen onderstaande zorgplichtmaatregelen in acht te worden genomen: Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen van vogels worden gestart. Het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet rekening gehouden worden met de periode tussen half februari en half augustus. In gebruik zijnde nesten zijn altijd beschermd, ook buiten deze periode;
30
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Woudse Juffen
Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.
4.3.2.2 Gebiedsbescherming Naast de quickscan flora en fauna en de nadere soortenonderzoeken is ook een verantwoording ten aanzien van beschermde gebieden noodzakelijk. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast is het plangebied niet aangewezen als belangrijk weidevogelgebied en zijn er geen karakteristieke landschapselementen in het plangebied aanwezig. Het plangebied ligt op circa 9 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck'. Dit betreft een stikstof overbelast gebied. Vanwege deze afstand en de tussenliggende bebouwing zijn negatieve effecten als gevolg van bijvoorbeeld trillingen, geluid en licht uit te sluiten. Vanwege deze nabije ligging is wel een Aerius-berekening uitgevoerd. Uit deze berekening is gebleken dat een negatief effect op Natura 2000-gebieden als gevolg stikstofdepositie van de voorgenomen activiteiten uitgesloten kan worden. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 8. De berekening van de realisatiefase is in Bijlage 9 opgenomen. De berekening van de gebruiksfase is in Bijlage 10 opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het aspect flora & fauna geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan en de realisatie van het beoogde bouwplan. Wel dient voor alle in het wild levende planten- en diersoorten de zorgplicht in acht te worden genomen.