NL.IMRO.1884.BPWOUDSEDIJKZUID22-VAS1 bijlagenboek
Tekst van het document
2
NEN5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
2 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
In bijlage 1 zijn de geografische ligging van de onderzochte locatie en een situatietekening opgenomen. In bijlage 6 zijn de foto’s van de locatie opgenomen. Op de locatie is momenteel een wegensteunpunt/ zoutopslag gevestigd. Het terrein is verhard met vloeistofdichte vloeren, asfalt en betonplaten. Tevens zijn diverse gebouwen aanwezig: een kantoor/ werkplaats, een zoutloods en een materieelloods. Daarnaast waren in het verleden een aantal afvalcontainers (voor schroot, groen, hout, puin en restafval) aanwezig op het terrein. Van specifiek belang zijn de aanwezige ondergrondse pekeltanks, de oliewaterafscheider (OBAS) en de vuilwater pompput. Op basis van deze gegevens is een indeling gemaakt in de te onderzoeken deelgebieden binnen de onderzoekslocatie. De algemene locatiegegevens zijn opgenomen in tabel 2.1.
Tabel 2.1: Algemene gegevens onderzoekslocatie Algemene gegevens onderzoekslocatie Locatie omschrijving: Oppervlakte onderzoekslocatie: Bebouwing: Verharding: Kadastrale aanduiding: Eigenaar:
Wegensteunpunt/ zoutopslag 2.030 m2 Overkapping, kantoor/ werkplaats, zoutopslag Asfalt, betontegels, vloeistofdichte vloer, klinkers Gemeente Woubrugge, sectie C, nummer 2794 Provincie Zuid-Holland
In afbeelding 2.2 is een overzichtstekening weergegeven met daarop aangegeven de deelgebieden.
Afbeelding 2.2: Indeling onderzoekslocatie in deelgebieden (bron: PDOK)
2.3
Voormalig gebruik
In onderstaande afbeelding 2.3 zijn historische kaarten opgenomen. Hieruit blijkt dat de locatie tot aan de jaren ’60 van de vorige eeuw een onbebouwd perceel betrof langs een lokale weg. Vanaf de jaren ’60 zijn duidelijk panden en verhardingen terug te vinden op de onderzoekslocatie. In 1997 is het wegensteunpunt voor gladheidbestrijding operationeel
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
3 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
geworden. In de afbeeldingen van 2010 en 2015 zien we de uitbreiding van de verharding en de aanleg van de overkapping/ loods terug.
1950
1960
2010
2015
Afbeelding 2.3: historische kaarten met in rood locatiegrenzen (bron: Topotijdreis)
2.4
Terreinverkenning
Het locatiebezoek is uitgevoerd op 07 december 2020 door de heer R. Slagter. Tijdens het locatiebezoek is gebleken dat er geen bijzonderheden en/of (aanwijzingen van voormalige) activiteiten zijn waargenomen op basis waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem kan zijn beïnvloed, anders dan de vergunde en reeds onderkende activiteiten. Op het terrein zijn diverse kleine boten gestald. De containers zijn niet langer aanwezig. Aan de noordkant van de overkapping blokkeren twee hekken de doorgang tussen het terrein en het talud naar de N207.
2.5
Omgeving
Aan de oostkant van de onderzoekslocatie ligt de provinciale weg N207. Ten noorden bevindt zich de watergang Leidsche Vaart. Het terrein bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom. De panden in de omgeving zijn met name woonhuizen en boerenschuren. De N207 is vanaf de jaren ’60 aanwezig. Eventuele emissies (fijnstof, lood, roet) vanaf de weg kunnen neergedaald zijn op het destijds nog deels onverharde terrein. De kans bestaat dat deze neergedaalde emissies in de bodem terecht zijn gekomen.
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
4 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
2.6
Beschikbare bodeminformatie
2.6.1
Omgevingsvergunning
De opdrachtgever heeft in 2013 een omgevingsvergunning (Gemeente Kaag en Braassem, kenmerk: W20130059, d.d. 21 januari 2013) verkregen voor de activiteiten op de onderzoekslocatie. Hierin is met betrekking tot de bodem opgenomen: 1) Het bodemrisico als gevolg van de aanwezigheid van de OBAS en pekeltanks moet zoveel mogelijk worden beperkt, onder andere door de aanleg van een vloeistofdichte vloer; 2) Een afname in bodemkwaliteit als gevolg van de activiteiten is niet uit te sluiten. Vandaar dat een nul- en eindsituatie vaststelling verplicht is gesteld; 3) Er moet een jaarlijkse grondwatermonitoring plaatsvinden als onderdeel van de lozingsvergunning in het kader van de Waterwet. De lozingsvergunning is in 2014 ingetrokken (Hoogheemraadschap van Rijnland, kenmerk: 14.27369/ V32142, d.d. 24 april 2014). In de beschikking is opgenomen dat vanaf dat moment het bedrijfsafvalwater wordt geloosd op de riolering en het terreinwater afgevoerd naar een natzoutinstallatie. De in het kader van de Waterwet vergunningsplichte lozing op oppervlakte water vond dus niet langer plaats. In paragraaf 2.6.2 onder het kopje ‘compliance audit’ wordt hier verder op ingegaan.
2.6.2
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken
Volgens www.bodemloket.nl zijn binnen of in de directe nabijheid van de onderzoekslocatie diverse onderzoeken uitgevoerd (zie tabel 2.2). Tabel 2.2: Samenvatting beschikbare bodemrapporten bodemloket Nr Adres Locatiecode/ wbb Type onderzoek code 1 Woudsedijk ong. AA064500245/ Verkennend onderzoek (Rayonverblijf ZH188400684 NVN 5740 steunpunt) 2 Woudsedijk-Zuid 22 AA188400571/ Meldingsformulier BUS onbekend evaluatieverslag Meldingsformulier BUS sanering Nader onderzoek
3
4
Glasvezeltracé Gemeente Kaag en Braassem Provinciale weg N207/Woudse-Dijk Rijnsaterwoude
AA188402193/ onbekend AA188400438/ ZH064500077
Verkennend onderzoek NEN 5740 Meldingsformulier BUS saneringsplan
Auteur, kenmerk, datum Lexmond, 96.12348/MR, 01-03-1996 BK Ingenieurs, 141298, 12-09-2014 BK Ingenieurs, 120595BUS, 13-05-2013 BK Ingenieurs 120595NO, 17-04-2013 BK Ingenieurs, 120595, 02-07-2012 Terra Milieu, onbekend, 12-04-2019
Saneringsevaluatie
Almad Eco B.V., M0001059, 18-12-‘06
Monitoringsrapportage
Almad Eco B.V., M0001057, 25-03-‘05 Almad Eco B.V., M0001056, 24-09-‘04 Almad Eco, onbekend, 3112-2000 Almad Eco, onbekend 3112-2000 Almad Eco B.V., AO000105.2, 19-06-2000 Almad Eco B.V., AO000105, 10-03-‘00
Monitoringsrapportage Orienterend bodemonderzoek Saneringsplan Nader onderzoek Nader onderzoek
Hiervan zijn door de opdrachtgever de volgende stukken aangeleverd:
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
5 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
Verkennend bodemonderzoek: BK bodem, 120595, d.d. 2 jul. 2012 Dit bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een voornemen tot het slopen van overkappingen en loodsen, het verwijderen van de oliewaterafscheider en het openbreken van de verharding op het oostelijke deel van de locatie. Er zijn vervolgens onder andere een ondergrondse pekeltank, zoutloods, nieuwe vloeistofdichte vloer en parkeerplaatsen geplaatst en aangelegd. Het kanaal langs de N207 aan de noordoostkant van de onderzoekslocatie is destijds gedempt. Uit het onderzoek blijkt dat er centraal op het terrein en aan de zuidwestkant van de zoutloods respectievelijk matige en sterke verontreinigingen met PAK zijn aangetoond in de ondergrond (0,7 m-mv tot 1,2 m-mv). Ook zijn rondom de zoutloods destijds verhoogde gehalten aan chloride (5.400 en 7.300 mg/kg d.s.)aangetoond in de ondergrond. Het grondwater was licht verontreinigd met chloride en cyanide. De puinfundering is indicatief onderzocht op het voorkomen van asbest en hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen en is ook analytisch geen asbest aangetoond. Wel is op basis van de toetsing van de analyseresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit de puinlaag geclassificeerd als niet toepasbaar. De bepalende parameter hiervoor is PAK. Nader onderzoek: BK bodem, 120595NO, d.d.
17 april 2013 Naar aanleiding van de aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in het verkennend bodemonderzoek uit 2012 is een (indicatief) nader onderzoek uitgevoerd. Over een oppervlakte van meer dan 90 m2 zijn sterke grondverontreinigingen met PAK aangetoond in de baksteenhoudende zandlaag met een gemiddelde dikte van 0,6 m. Deze verontreinigde zandlaag is onder vrijwel de gehele asfaltverharding aangetroffen. De omvang van de verontreiniging omvat maximaal 50 m3. Er is sprake van een ernstige bodemverontreiniging met PAK. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar de parameter chloride. Op het terrein zijn gehalten aangetoond variërend van 250 mg/kg d.s. tot 5.300 mg/kg d.s.. Deze gehalten zijn te relateren aan de opslag van zout vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw. Er is geen interventiewaarde opgesteld voor chloride en dus kan er niet worden getoetst of op de locatie sprake was van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Nabij de oliewaterafscheider zijn aanvullende werkzaamheden uitgevoerd. Er zijn geen zintuiglijke waarnemingen gedaan van verontreinigingen met minerale olie of vluchtige aromaten. Tevens blijkt uit analyseresultaten van zowel de grond (uit het steekbusmonster) als van het grondwater dat er niet tot nauwelijks verontreinigingen met minerale olie of vluchtige aromaten aanwezig zijn.
In het grondwater zijn enkel (zeer) licht verhoogde concentraties aan xylenen en naftaleen aangetroffen. Afvalwateronderzoek: BK bodem, 120595, d.d. 21 jun. 2013 Ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse pekeltank en OBAS was, gezien de hoge grondwaterstand, een tijdelijke grondwateronttrekking noodzakelijk. Hierbij is rekening gehouden met een eventuele lozing op oppervlaktewater. Hiertoe is een afvalwatermonster genomen en geanalyseerd op diverse lozingsparameters. Uit de resultaten blijkt dat enkel ijzer (6.900 µg/l) in enigszins hoge concentraties aanwezig is in het grondwater. Bus-evaluatieverslag: BK Bodem, ID melding AA188400571, d.d. 12 september 2014 In de periode van 25 maart tot 18 juli 2014 heeft er een BUS sanering plaatsgevonden. Hierbij is de aanwezige PAK verontreiniging voorzien van een duurzame, aaneengesloten afdeklaag. Ten behoeve van de aanleg van de afdeklaag, welke is aangelegd over een oppervlakte van 1.040 m2, is in totaal 114 m3 verontreinigde grond afgevoerd en is 104 m3 verontreinigde grond herschikt onder de bebouwing. Daarnaast heeft aanvulling plaatsgevonden met zand (onder het asfalt) en dijkenklei. De aangebrachte afdeklaag bestaat uit:
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
6 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
Asfalt (590 m2, 15 cm dik) Klinkers/tegels (100 m2, 8 cm dik) Bebouwing (350 m2, 30 cm fundatie) E.e.a. is visueel weergegeven in onderstaande afbeelding 2.4.
Afbeelding 2.4: positionering verschillende afdeklagen na sanering (bron: bus evaluatieverslag)
Compliance Audit In 2018 door Geofoxx een Compliance audit (Geofoxx, 20180416_a1RAP, d.d. 4 mei 2018) uitgevoerd op het perceel. Hieruit is onder andere naar voren gekomen dat onbekend is of de pekeltanks afdoende capaciteit hebben voor het opvangen van al het hemelwater afkomstig van het terrein. Mogelijk wordt er vanuit de pekeltanks water geloosd op oppervlaktewater. Wanneer dit het geval is moet bij voortzetting van de bedrijfsactiviteiten een nieuwe lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Waterwet. Onderzoeken uitgevoerd in de omgeving Gezien de ouderdom van de rapportages en de ligging van de onderzochte locaties in de omgeving worden deze minder relevant geacht dan de aangeleverde stukken van de opdrachtgever. De recentere onderzoeken op de locatie zelf geven reeds een voldoende compleet beeld van de te verwachten bodemkwaliteit. De overige stukken zijn daarom niet opgevraagd bij bevoegd gezag.
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
7 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
2.6.3
Gebiedsgericht bodembeleid
De gemeente Kaag en Braassem heeft geen Nota bodembeheer of bodemkwaliteitskaart opgesteld. Wel is er een functiekaart aanwezig. Hieruit blijkt dat de locatie valt in een gebied met functieklasse wonen.
2.6.4
PFAS
Volgens het Tijdelijke Handelingskader (Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie d.d. 8 juli 2019, laatst herzien d.d. 2 juli 2020) mag hergebruik van de grond afkomstig van een (onderzoeks)locatie alleen plaatsvinden als de vrijkomende grond tevens is onderzocht op PFAS. Gemeenten binnen het gebied van Omgevingsdienst West-Holland, waaronder gemeente Kaag en Braassem, hebben hun bodemkwaliteitskaarten nog niet geactualiseerd met PFAS en zullen het generieke beleid volgen tot een definitief handelingskader is vastgesteld. Aangezien vooralsnog geen graafwerkzaamheden worden voorzien en de locatie niet verdacht is op het voorkomen van PFAS, is in overleg met de opdrachtgever besloten PFAS niet mee te in het onderzoek.
2.6.5
Asbest
In het verleden is asbest toegepast in o.a. daken, funderingslagen van wegen en beschoeiingen. Vanaf 1994 is de toepassing van asbest verboden. In 1997 heeft een herinrichting van het terrein plaatsgevonden en zijn het kantoor, de zoutloods en de materieelloods aangelegd (bron: BAG) en is het terrein verder ingericht. Het is derhalve niet aannemelijk dat er asbesthoudende materialen verwerkt zijn in de aanwezige panden. Wanneer op de onderzoekslocatie bijmengingen met puin in de grond worden aangetroffen en deze puinbijmenging op basis van samenstelling, ouderdom en/ of herkomst niet als onverdacht kan worden aangemerkt, dient, mede op grond van een uitspraak van de Raad van State (16 november 2016), het onderzoek formeel te worden uitgebreid met asbest. Puin (ongedefinieerd) wordt standaard gezien als asbestverdacht. Gedefinieerd puin is afhankelijk van de samenstelling (wel/geen bouw- sloopafval, leeftijd materiaal tussen 1945 1980) wel of niet als zijnde asbestverdacht te beschouwen. In het indicatieve onderzoek van BK uit 2012 is geen asbest aangetoond in de puinlaag. Bovendien is deze meest verdachte laag afgedekt door een asfalt- of vloeistofdichte vloer. Er zijn vooralsnog geen gezondheidsrisico’s als gevolg van een eventuele asbesthoudende puinlaag. Opgemerkt wordt dat onderzoek naar puin geen onderdeel uitmaakt van het NEN 5740 protocol voor bodem.
In overleg met de opdrachtgever wordt onderzoek naar asbest vooralsnog achterwege gelaten.
2.7
Bodemopbouw en geohydrologie
Tabel 2.3 geeft schematisch de globale, geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie weer, bepaald op basis van een representatieve TNO-boring (REGIS II v2.2) uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
8 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0.00 m - 10.96 m
Formatie Complexe eenheid
10.96 m - 14.99 m
Boxtel
14.99 m - 31.66 m
Kreftenheye
31.66 m – 37.34 m
Urk
37.34 m – 48.99 m
Sterksel
Samenstelling zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen midden en grof zand, met weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen midden en grof zand, met weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen
Geohydrologische eenheid Watervoerend pakket Watervoerend pakket
Watervoerend pakket
Watervoerend pakket
Watervoerend pakket
De freatische grondwaterstand wordt verwacht op circa 0,7 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). Op de locatie is geen sprake van kwel. Aan de noordkant van de locatie is een watergang aanwezig (kanaal). De verwachting is dat de lokale grondwaterstroming noordelijk gericht zal zijn. Op basis hiervan en de aard van het onderzoek, wordt een verdere uitwerking van de regionale geohydrologische gegevens niet relevant geacht.
2.8
Conclusie vooronderzoek en onderzoeks strategie
2.8.1
Conclusie
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is de relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt over de kans op een bodemverontreiniging. Vanwege het jarenlang intensief gebruik van de locatie is een diffuus, heterogene bodemverontreiniging niet uitgesloten. In het verleden is op de locatie een sterke verontreiniging met PAK aangetoond en uit het BUS-evaluatieverslag blijkt dat bij de sanering een deel van de verontreinigde grond op locatie is herschikt en slechts een beperkte hoeveelheid van de verontreinigde grond is afgevoerd. Tevens kunnen de strooizoutactiviteiten, OBAS, pekeltank en pompput mogelijke bronnen zijn van een bodemverontreiniging met minerale olie producten, chloride en cyanide.
2.8.2
Onderzoeksstrategie
Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging vanwege de aanwezigheid van vergunde activiteiten, de jarenlange belasting van de locatie (intensief gebruikte locatie). Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat op de locatie meerdere deellocaties zijn te onderscheiden, met elk een eigen onderzoekshypothese. In tabel 2.4 zijn de deellocaties, de oppervlakte en de bijbehorende strategie opgenomen.
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
9 / 23
Verkennend bodemonderzoek
Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge
Bij het opstellen van het onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van de NEN5740/A1 3. Op basis van de hypothese wordt de locatie onderzocht volgens een combinatie van de volgende strategieën: voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP); voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO); voor een verdachte locatie met een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Aanvullend op het bodemonderzoek wordt de puinlaag indicatief onderzocht en bemonsterd voor een uitlogingsanalyse om een inschatting te verkrijgen van de herbruikbaarheid van de puinlaag. Tabel 2.4: Deellocatie met bijbehorende onderzoekshypothese en -strategie Deellocatie Omschrijving 1.
Containers
Oppervlakte (m2) 110
2.
Pekeltanks
<20
3.
OBAS
<10
4.
Kantoor/ werkplaats Met strooizout belast oppervlakte (vloeistofdichte vloer) Pompput
200
Resterende oppervlakte
5.
6. 7.
2.9
Hypothese
Strategie
Verdacht, plaatselijk in de bovengrond
VEP
Verdacht op chloride, barium, cyanide, VEP-OO plaatselijk in de ondergrond en het grondwater Verdacht op min. olie, chloride, barium en VEP cyanide, plaatselijk in de bovengrond, ondergrond en het grondwater VED-HE-NL
820
Niet geheel onverdacht, gezien het intensieve gebruik van het terrein Verdacht op standaard parameters incl. barium, chloride en cyanide, plaatselijk in de bovengrond en het grondwater
<10
Verdacht op chloride, barium en cyanide
VEP
860
Verdacht, diffuus verspreid in de bovengrond
VED-HE-NL
VED-HE-NL
Onderzoeksopzet
Aan de hand van de gekozen onderzoeksstrategieën is in de navolgende tabel 2.5 de daarvoor benodigde onderzoeksinspanning weergegeven. Voor de deellocatie kantoor/ werkplaats is gekozen voor een geringe onderzoeksinspanning. Dit op basis van het relatief onverdachte karakter van de deellocatie en het voorkomen van (ongewenste) inpandige boringen. Met een stroomafwaarts gelegen peilbuis en een boring direct langs de opslag van chemicaliën (verf) kan een afdoende beeld worden verkregen van eventuele bodemverontreinigingen. In bijlage 1.3 is het boorplan opgenomen. In paragraaf 3.2 zijn de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden beschreven.
3
NEN 5740/A1 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, februari 2016)
Projectnummer
Datum
20201352/AYS
juni 2021
10 / 23