CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPWOUDSEDIJKZUID22-VAS1 bijlagenboek

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22, Woubrugge’.20.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-266

Woudsedijk-Zuid 22 te Rijnsaterwoude

Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.

Bijlage 1.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 1.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan. Bijlage 1.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Bijzonder Provinciale Landschappen’ van de Provincie Noord-Holland.

Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-266

Woudsedijk-Zuid 22 te Rijnsaterwoude

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.1

Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.2 Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.3

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.3 Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk

Bijlage 1.4.3 Houtopstanden Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.

Bijlage 1.5 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 5 te worden gevolgd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-266

Woudsedijk-Zuid 22 te Rijnsaterwoude

Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 1.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van:  Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.  Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen.

Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een activiteitenplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-266

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl

Bijlage 2 KuiperCompagnons (21 november 2023) Stikstofdepositie-onderzoek

NOTITIE Betreft Opdrachtgever Werknummer Datum

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan WoudsedijkZuid Van Schie Architecten 621.143.20 21 november 2023

Aanleiding In opdracht van Van Schie Architecten is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouw van 32 startersappartementen op het adres Woudsedijk-Zuid 22. Deze locatie hoort bij de kern Woubrugge en ligt ten zuidoosten van de kern Rijnsaterwoude. In deze notitie is de stikstofdepositie voor de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. In de volgende hoofdstukken wordt eerst het wettelijk kader behandeld, waarna de ligging van het plangebied en de uitgangspunten van de berekeningen worden beschreven. Daarna worden de berekeningsresultaten gepresenteerd waarna de notitie wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek.

Wettelijk kader De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: 1 Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast; 2 Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000gebieden geen stikstofdepositie wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten.

1/1

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Nieuwkoopse Plassen & De Haeck op een afstand van circa 8 km. Andere stikstofgevoelige natuurgebieden die op vrijwel dezelfde afstand zijn gelegen betreffen, Kennemerland-Zuid, Coepelduynen en Meijendel & Berkheide op een afstand van respectievelijk 15 à 17 km.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Uitgangspunten Zoals hierboven beschreven is, is een berekening uitgevoerd voor de aanleg- en de gebruiksfase. De aanlegfase betreft de periode van de bouw van de woningen en de gebruiksfase is aan de orde nadat de nieuwe woningen zijn opgeleverd. In het onderstaande gedeelte zijn de uitgangspunten van de berekening beschreven.

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Woudsedijk-Zuid 621.143.20 / 21 november 2023

2/5

Aanlegfase In de aanlegfase wordt de stikstofemissie voornamelijk gegenereerd door de (mobiele)werktuigen op de bouwplaats en de verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. Via de opdrachtgever is deze informatie aangeleverd. In bijlage 1 is een overzicht gegeven van het te verwachten gebruik van de mobiele installaties. Dit is berekend aan de hand van eerdere projecten en een worstcase aanname dat het te slopen gebouw een volume van 4500 m3 heeft. Naast de benoeming van de installatie is aangegeven hoeveel uur deze installatie wordt ingezet en wat het diesel en AdBlue gebruik is tijdens het in werking zijn van de installatie. Op de tweede pagina in bijlage 1 is de totale hoeveelheid bouwverkeer gepresenteerd. Dit zijn de wagens van het bouwpersoneel en de wagens om het sloopmateriaal af te voeren. Op basis van het te slopen volume wordt aangenomen dat het volume van het sloopafval een factor 5 kleiner is, dus 900 m3. Uitgaande van 20 m3 per vrachtwagen is dat 45 wagens met sloopafval en 90 verkeersbewegingen. In bijlage 1 is een overzicht gegeven van het gebruik van de mobiele installaties en is de totale hoeveelheid bouwverkeer gepresenteerd. In het onderzoek wordt voor mobiele bronnen gerekend met het gebruik van AdBlue om de emissie van NOx zo laag mogelijk te houden.

De totale hoeveelheid stikstof die door de mobiele installaties en het bouwverkeer wordt geëmitteerd bedraagt 185,2 kilo NOx (stikstofoxiden) en 7,3 kilo NH3 (ammoniak). Voor de onderverdeling van het bouw- en vrachtverkeer is al het vrachtverkeer worstcase beschouwd als een zware vrachtwagen. Op het bouwterrein wordt rekening gehouden met een filepercentage van 100% ten behoeve van het stationair draaien. Het bouwverkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document van Bij12 ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator’ van januari 2023 is dit als volgt omschreven: Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op basis van deze omschrijving is beschouwd dat het verkeer zich via de Woudsedijk-Zuid in westelijke richting afwikkelt en via de Herenweg aansluit op de N207.

Daarna kan er zeker van worden uitgegaan dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en zeker niet meer is toe te rekenen aan de locatie. Voor de aanlegfase is gerekend voor het beoordelingsjaar 2025. Dit kan ook worden gezien als worstcase omdat de daadwerkelijke bouwperiode langer duurt dan een jaar.

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Woudsedijk-Zuid 621.143.20 / 21 november 2023

3/5

Gebruiksfase De woningen worden gasloos gebouwd en veroorzaken als gevolg van de hoofdverwarming daarom geen emissie tijdens het gebruik. De toepassing van sfeerhaarden en pelletkachels zijn niet mogelijk in een appartementengebouw. De emissie wordt bepaald door de verkeersbewegingen van en naar de woningen. De verkeersgeneratie van de toekomstige situatie is berekend op basis van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Daarbij is uitgegaan van de maximale norm voor 32 woningen in de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop’ in een weinig stedelijke omgeving.

Categorie

Aantal

Minimale norm

Maximale norm

Gemiddeld totaal aantal verkeersbewegingen

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

32

3,7

4,5

131,2

Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie.

Zoals te zien in tabel 1, komt de toekomstige verkeersgeneratie van de nieuwe appartementen uit op 131,2 motorvoertuigbewegingen. Hiervan kan 98% worden beschouwd als licht verkeer (dus 128,6 verkeersbewegingen), 1% middelzwaar en 1% zwaar vrachtverkeer (beide 1,3 verkeersbewegingen). Voor de afwikkeling van het verkeer wordt uitgegaan van de ligging van de parkeerplaatsen ten oosten van nieuwbouw waarbij de ontsluiting plaatsvindt op de Woudsedijk-Zuid. Na de aansluiting op de Woudsedijk-Zuid is ervan uitgegaan dat het verkeer zich voor 66% afwikkelt via de Herenweg in zuidelijke richting en daar aansluit op de N207 en voor 33% via de Herenweg in noordelijke richting van de kern Rijsaterwoude. Het verkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Op basis van deze omschrijving is het verkeer beschouwd via de Herenweg tot de oprit van de N207 en de kruising van de Herenweg met de Kerkweg. Daarna kan er zeker van worden uitgegaan dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en zeker niet meer is toe te rekenen aan de locatie. Voor de gebruiksfase is gerekend voor het beoordelingsjaar 2026. Dit kan ook worden gezien als worstcase omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt.

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Woudsedijk-Zuid 621.143.20 / 21 november 2023

4/5

Berekeningen De resultaten van de berekening van de aanlegfase zijn in bijlage 2 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt. Ook de stikstofemissie tijdens het gebruik van deze woningen, als gevolg van de verkeersproductie, veroorzaakt geen toename van de stikstofdepositie. Deze resultaten zijn in bijlage 3 gepresenteerd. Op basis van de hiervoor beschreven resultaten kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat tijdens de aanleg- en gebruiksfase van deze nieuwbouw geen sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

Conclusie In opdracht van Van Schie Architecten is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de aanlegfase en de gebruiksfase voor de nieuwbouw van 32 appartementen in het bestemmingsplan Woudsedijk 22 in de kern Woubrugge van de gemeente Kaag en Braassem. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden in zowel de aanleg- als de gebruiksfase van deze nieuwe woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project.

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: F. van Avezaath Behandeld door: S. Franken Telefoonnummer: 06-22012330 File: j:\621\143\20\3 projectresultaat\stikstof\notitie stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan woudsedijk-zuid 20231121.docx

Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Woudsedijk-Zuid 621.143.20 / 21 november 2023

5/5

Bijlagen >>>

Bijlage 1 Invoer mobiele installaties en bouwverkeer

Projectnaam: Jaartal aanlegfase: Nummer Omschrijving werktuig Mobiele installaties tijdens de gehele bouwperiode 1 Bouwplaatsvoorzieningen 2 Hijskraan 3 Verreiker 4 Heftruck 5 Hoogwerker 6 Heistelling 7 Mobiele sloopkraan 8 Grondwerk graafmachine (groot) 9 Grondwerk graafmachine (klein) 10

Woudsedijk Zuid 2025 Stageklasse

Bouwjaar

Vermogen [kW]

Brandstofverbruik [liter/uur]

Brandstofverbruik [liter]

Draaiuren [h]

AdBlue verbruik [liter]

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

2014-2018 2014-2018 2014-2018 2014-2018 2014-2018 2014-2018 2014-2018 2014-2018

270 75 26 56 186 150 124 74

27,0 7,5 2,6 5,6 33,0 15,0 11,0 6,2

7020 4650 1581 14784 2310 2700 528 298

260 620 620 2640 70 180 48 48

421 279 95 887 139 162 32 18

Verkeer tijdens de gehele bouwperiode Verkeerscategorie Licht wegverkeer Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer

Voertuigtype Personenauto's, bestelauto's en motoren Vrachtauto's < 20 ton GVW Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers

Aantal voertuigen 855 0 125

Aantal bewegingen 1710 0 250

Bijlage 2 Aerius-berekening aanlegfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

KuiperCompagnons Woudsedijk-Zuid 22, 2481 NB Woubrugge Woudsedijk-Zuid Aanlegfase (2025) 32 sociale huurappartementen incl. sloop bestaande bebouwing RWKqWXapddTb 21 november 2023, 14:18 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Aanlegfase - Beoogd 2025

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage 621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -

RWKqWXapddTb (21 november 2023)

8,1 kg/j

206,0 kg/j

2/7

Projectberekening

621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werktuigen  Verkeersnetwerk

RWKqWXapddTb (21 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

8,1 kg/j 205,0 kg/j 20,8 g/j 1,0 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RWKqWXapddTb (21 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RWKqWXapddTb (21 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Aanlegfase, Rekenjaar 2025 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Werktuigen X:106381,43 Y:467127,27 0,26 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

205,0 kg/j 8,1 kg/j

Hijskraan

Brandstof­verbruik

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 7020 l/j diesel, SCR: ja

Draaiuren AdBlue verbruik

Verreiker

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 4650 l/j diesel, SCR: ja

620 u/j 279 l/j

Heftruck

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, 1581 l/j diesel, SCR: ja

620 u/j 95 l/j

Hoogwerker

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, 14784 l/j diesel, SCR: ja

2640 u/j 887 l/j

Heistelling

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 2310 l/j diesel, SCR: ja

70 u/j

Mobiele sloopkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 2700 l/j diesel, SCR: ja

180 u/j 162 l/j

Grondwerk graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 528 l/j (groot) diesel, SCR: ja

48 u/j

32 l/j

39,3 kg/j NH₃ 1,7 kg/j NOₓ 28,2 kg/j NH₃ 1,1 kg/j NOₓ 11,6 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 93,1 kg/j NH₃ 3,5 kg/j NOₓ 12,6 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 15,5 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 2,9 kg/j

Grondwerk graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 298 l/j (klein) diesel, SCR: ja

48 u/j

18 l/j

NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 1,8 kg/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Bouwverkeer X:106224,81 Y:466976,11 449,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RWKqWXapddTb (21 november 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

260 u/j 421 l/j

Stof Emissie

139 l/j

NOₓ

NH₃ 71,5 g/j Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 15,0 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

1.710,0 /jaar 0,0 /jaar 250,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Bouwverkeer (op bouwterrein) X:106398,16 Y:467144,87 140,81 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 78,7 g/j Hoogte - - NH₃ 5,8 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

1.710,0 /jaar 0,0 /jaar 250,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RWKqWXapddTb (21 november 2023)

7/7

Bijlage 3 Aerius-berekening gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

KuiperCompagnons Woudsedijk-Zuid 22, 2481 NB Woubrugge Woudsedijk-Zuid Gebruiksfase (2026). Verkeersgeneratie van 131,2 verkeersbewegingen voor 32 sociale huurappartementen RYdEFyEZ22h6 21 november 2023, 14:19 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Gebruiksfase - Beoogd 2026

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage 621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -

RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

0,4 kg/j

8,7 kg/j

2/7

Projectberekening

621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j

8,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

621.143.20 BP Woudsedijk-Zuid - Gebruiksfase, Rekenjaar 2026 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

100% verkeerssgeneratie X:106318,55 Y:467097,48 159,54 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

33% verkeerssgeneratie (noord) X:106104,63 Y:467545,49 968,55 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Aantal voertuigbewegingen

128,6 /etmaal 1,3 /etmaal 1,3 /etmaal 0,0 /etmaal

66% verkeerssgeneratie (zuid) X:106213,45 Y:466914,93 Type scherm 338,71 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Links Rechts NOₓ 2,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 73,9 g/j Afstand tot de weg - -

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

85,7 /etmaal 0,9 /etmaal 0,9 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

2,2 kg/j 0,5 kg/j 0,2 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 4,4 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,8 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

43,0 /etmaal 0,4 /etmaal 0,4 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RYdEFyEZ22h6 (21 november 2023)

7/7

Bijlage 3 KuiperCompagnons (november 2023) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

November 2023

Werknummer

621.143.20

Datum

November 2023

Adviseur

KuiperCompagnons

3

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................4 2. Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? .....................................................................................5 3. Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling .................................................5 4. Conclusie ..........................................................................................................................................6

Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling ............................................7

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

4 1.

Inleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen 32 sociale huurappartementen voor lokale, werkende jongeren te realiseren ter plaatse van het perceel aan de Woudsedijk-Zuid 22, te Rijnsaterwoude. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een bedrijvenlocatie, bestaande uit een bedrijfspand en opslag. In de nieuwe situatie wordt de bestaande bebouwing gesloopt en vervangen door 32 huurwoningen verdeeld over vier appartementengebouwen.

Afbeelding 1.1: plangebied bestemmingsplan

Afbeelding 1.2: Stedenbouwkundig ontwerp

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

5 2.

Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient een m.e.r.procedure, een m.e.r.-beoordelingsprocedure of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden. Deze omvang van een ontwikkeling staat beschreven in het Besluit m.e.r. in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde'. Voor het bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid’ is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings-)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.(beoordelings-) plichtig is: 1. D.11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het plangebied kent een oppervlak van circa 1.850 m2. Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 32 nieuwe woningen gerealiseerd. De ontwikkeling blijft zodoende qua omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan-m.e.r.-plichtig. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

3.

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten: 1. Kenmerken project / activiteit Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van in totaal 32 appartementen, bestaande uit een combinatie van studio’s en appartementen in verschillende typen. Er zijn studio’s voorzien met een oppervlakte tot 35 m2 go (type A), en studio’s/appartementen tot 50 m2 go (type B en C). De ontwikkeling blijft zodoende ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied is gelegen aan de Woudsedijk-Zuid. Het plangebied hoort bij de kern Woubrugge en ligt ten zuidoosten van de kern Rijnsaterwoude. Het perceel is circa 1.850 m2 groot. Het plangebied wordt grofweg begrensd door: • Een watergang aan de noordzijde; • de N207 in het oosten; • bestaande woonbebouwing aan de westzijde; • de Woudsedijk-Zuid aan de zuidzijde. Rondom het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Kennemerland-Zuid op een afstand van minimaal 12 km.

Andere stikstofgevoelige natuurgebieden die op vrijwel dezelfde afstand zijn gelegen betreffen Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Meijendel & Berkheide op een afstand van respectievelijk 13 en 14 km. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of een ander beschermd natuurgebied. 3. Samenhang met andere activiteiten De ontwikkeling van het perceel aan de Woudsedijk-Zuid is een op zichzelf staand project, en kent geen samenhang met andere ontwikkelingen of activiteiten.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

6 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. De tabel opgenomen als bijlage I bij deze notitie geeft een samenvatting van de afweging per aspect. . De geïnventariseerde effecten maken het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

4.

Conclusie Uit de afweging van deze verschillende aspecten in bijlage I en de daarbij uitgevoerde onderzoeken blijkt dat als gevolg van de ontwikkeling geen significant nadelige milieueffecten optreden. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Nadelige effecten die eventueel en hooguit in beperkte mate optreden zijn te compenseren, en er is mogelijk ook sprake van positieve effecten. Maatregelen zullen worden uitgevoerd om negatieve effecten te beperken en positieve effecten te stimuleren. De geïnventariseerde effecten maken het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling niet benodigd.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

7 Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling

Afweging relevante milieuaspecten Aspect

Nu

Straks

Uitwerking

Archeologie

+

+

Bedrijven en

±

±

In het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude’ kent het gebied de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’. Hierbij geldt een vrijstellingsgrens van 2500 m2 en 30 -mv. Gezien de voorgenomen ontwikkeling deze grens niet overschrijd is onderzoek niet benodigd. Voor het aspect archeologie worden dan ook geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu verwacht en het uitvoeren van een MER is niet noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied zijn, naast (bedrijfs-)woningen, verschillende agrarische en recreatieve bestemmingen aanwezig in het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast is het plangebied gelegen naast de ontsluitingsweg N207. Om deze reden is het gebiedstype aan te merken als ‘gemengd’.

milieuzonering

Ten noordwesten en ten westen van het plangebied zijn diverse woningen gelegen. Deze woningen vormen geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. Ten oosten van het plangebied ligt de N207 en aan de andere zijde zijn ook diverse woningen gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt ten slotte nog een perceel met de bestemming ‘Recreatie’. Op een afstand van circa 7 meter zijn aan de westkant reeds woningen gelegen. Deze woningen kunnen redelijkerwijs als maatgevend worden beschouwd. Het plangebied ligt op veel grotere afstand (circa 20 meter) van deze bestemming. Daarnaast liggen de nieuw te realiseren woningen op nog ruimere afstand. Deze recreatieve bestemming leidt dan ook niet tot belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. In omgeving van het plangebied zijn een aantal veehouderijen gevestigd. Hiervoor is door De Roever Omgevingsadvies een onderzoek naar geurhinder uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat: - wordt voldaan aan de afstandseisen - de voorgrondbelasting op zijn hoogst 11,8 ouE/m3 bedraagt; - de achtergrondbelasting niet maatgevend is voor het woon- en leefklimaat, maar de voorgrondbelasting.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

8 De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 11,8 ouE/m3. De geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied bedraagt 2,0 ouE/m3. Aan deze geurnorm wordt niet voldaan. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer de (op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dan wel een geurverordening geldende) geurnorm wordt overschreden, dit niet per definitie inhoudt dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Het bevoegd gezag beslist of deze waarde voor de voorbelasting aanvaardbaar is voor deze situatie. Hierbij kan het bevoegd gezag betrekken dat: - de geurbelasting niet verder toe kan nemen omdat sprake is van een overbelaste situatie; - wordt voldaan aan de afstandseisen; - er geen significante invloed is vanwege andere veehouderijen in de omgeving; - de toekomstige bewoners geursituatie kunnen meewegen in hun overweging zich ter plaatse te vestigen (met als voorwaarde dat de mogelijke toekomstige bewoners vooraf over de geursituatie geïnformeerd worden).

Bodem

±

±

Gezien het voorgaande vormen bedrijven en veehouderijen in de omgeving geen belemmering voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen in het plangebied. Omdat er reeds geurgevoelige objecten op kleinere afstand van de veehouderijen in de omgeving aanwezig zijn, worden deze veehouderijen niet beperkt in hun mogelijkheden en worden de belangen van deze veehouderijen niet geschaad. In de omgeving zijn reeds woningen aanwezig de min of meer net zo maatgevend voor de bedrijven als de nieuwe appartementen. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van de ontwikkeling en gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. In opdracht van de provincie Zuid-Holland, Dienst Beheer Infrastructuur, heeft Geofoxx in december 2020, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Woudsedijk Zuid 22 te Woubrugge. De omgevingsdienst West-Holland heeft echter geconcludeerd dat dit onderzoek met een ander doel is opgesteld, namelijk de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, en dat het rapport niet zondermeer bruikbaar is voor de woningbouwontwikkelingen op de locatie. In dit kader heeft Terra Milieu het bestaande bodemonderzoek geactualiseerd en toegespitsts op de nieuwe bestemming van woningbouw. De belangrijkste resultaten uit het onderzoek worden hieronder beknopt omschreven.

Op de locatie zijn verontreinigingen van PAK, cyanide en chloride aanwezig. De verontreinigingen zijn grotendeels afgedekt met

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

9 een duurzame, aaneengesloten afdeklaag. De PAK verontreiniging in concentraties boven de tussenwaarde is in 2021 grotendeels over het gehele terrein aangetroffen. Er is sprake van een heterogene aanwezige verontreiniging. Aangezien de omvang van de verontreinigingen grotendeels zijn vastgelegd heeft het uitvoeren van aanvullende bodemonderzoeken géén meerwaarde.

Bezonning

±

±

Brandveiligheid

+

+

Cultuurhistorie

±

±

Duurzaamheid

±

±

Voorafgaand aan de nieuwbouw zal de duurzame afdeklaag (deels) moeten worden verwijderd of worden veranderd. Voorafgaande aan de nieuwbouw zal daarom een saneringsplan of een nieuwe BUS-melding moeten worden gedaan. Hierbij zullen ook de matige verontreinigingen op het noordoostelijke en het noordwestelijke deel van de ontwikkelingslocatie moeten worden meegenomen. De eventuele saneringskosten zullen volledig worden gedekt door de initiatiefnemer. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. In het ontwerp van de appartementengebouwen is rekening gehouden met het aspect bezonning en daglichttoetreding. Tussen de nieuwe bouwvolumes onderling en ten opzichte van bestaande bebouwing is sprake van voldoende afstand. De ontwikkeling leidt niet tot belangrijke negatieve milieueffecten op het gebied van bezonning, binnen het plangebied en in de omgeving. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Er wordt voldaan aan de brandvoorschriften uit het Bouwbesluit. Daarmee is de bescherming van mensen binnen het plangebied gewaarborgd. De ontwikkeling heeft geen invloed op de brandveiligheid buiten het plangebied. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

Op grond van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland zijn er in het voorliggende plangebied en de directe omgeving geen cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren aanwezig. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Met de nieuwe appartementengebouwen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid, klimaat en energie. Zo worden de woningen gasloos gebouwd, en wordt voldaan aan de BENG-eisen. Waar nodig en mogelijk wordt in het ontwerp van de nieuwe bebouwing en buitenruimte rekening gehouden met een klimaatadaptieve inrichting.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

10

Ecologie

±

-

De ruimte rondom en tussen de bebouwing wordt voorzien van groen en water, wat kan zorgen voor verkoeling c.q. het tegengaan van hittestress. Het realiseren van extra oppervlaktewater (uitbreiding van de bestaande watergang) en onverharde oppervlakten (waaronder mogelijk parkeerplaatsen in halfverharding) zorgt voor de opvang en afvoer van hemelwater. Met het oog op klimaatadaptatie wordt daarmee in ieder geval voorzien in voldoende waterberging, waarmee negatieve effecten door overvloedige neerslag (wateroverlast) in het plangebied en de omgeving worden ondervangen. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden ten gevolge van de ontwikkeling. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Door onderzoeksbureau Van der Goes en Groot is een ecologische quickscan uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat er verblijvende vleermuizen in het plangebied kunnen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Uit dit onderzoek blijkt dat vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, het niet nodig is om ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb.

Het plangebied maakt geen onderdeel uit en ligt niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Ook ligt het niet op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Het gebied maakt ook geen deel uit van een ander beschermd natuurgebied. Wel liggen rondom het plangebied diverse Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Kennemerland-Zuid op een afstand van minimaal 12 km. Andere stikstofgevoelige natuurgebieden die op vrijwel dezelfde afstand zijn gelegen betreffen Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Meijendel & Berkheide op een afstand van respectievelijk 13 en 14 km. Voor het voorliggende plan heeft KuiperCompagnons een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden in zowel de aanleg- als de gebruiksfase van deze nieuwe woningen.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

11

Energie

±

±

Externe veiligheid

±

±

Dit betekent dat significant negatieve effecten op de bescherming van soorten en op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot nadelige effecten voor het milieu. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk. Zie onder ‘Duurzaamheid’. Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: • Vervoer gevaarlijke stoffen over de N207. Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied voor het groepsrisico aanwezig van 200 meter, een invloedsgebied 355 meter voor GF3 (LPG) en een invloedsgebied voor toxische stoffen van 880 of 4.000 meter. De locatie is gelegen binnen het verantwoordingsgebied van de N207. De hoogte van het groepsrisico is inzichtelijk gemaakt op basis van de vuistregels uit de HART, routetype weg buiten de bebouwde kom (80 km/uur). Op basis van deze methode is berekend de planlocatie ingericht kan worden als verblijfsgebied voor circa 50 personen zonder dat dit een belemmering vormt voor het groepsrisico.

In de toelichting van het bestemmingsplan is daarnaast een beschrijving gegeven van de aspecten 'zelfredzaamheid' en 'bestrijdbaarheid'.

Geluid

±

-

Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat bij de nieuwe invulling van het plangebied geen sprake is van belangrijke negatieve gevolgen op het gebied van externe veiligheid. De ontwikkeling voorziet niet in nieuwe risicobronnen, die leiden tot externe veiligheidsrisico’s in de omgeving. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. KuiperCompagnons heeft in dit kader van de ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat alleen het verkeer op de N207 een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan voorkeursgrenswaarde. Aan de zijde van de N207 wordt op diverse gevels eveneens de maximale ontheffingswaarde van 63 dB overschreden. Op die plaatsen moet een dove gevel worden toegepast. Uit het onderzoek naar maatregelen blijkt dat een scherm van 200 m lang en 3 m hoog langs de

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

12 N207 er toe leidt dat geen dove gevels meer noodzakelijk zijn. Om bij alle woningen aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen zijn echter zeer hoge en lange geluidschermen noodzakelijk. De toepassing van een stiller wegdek leidt tot een geluidsreductie van enkele dB’s en leidt er niet toe dat geen dove gevels noodzakelijk zijn, dat het aantal hogere waarden significant kan worden beperkt en dat kan worden voldaan aan de voorwaarden uit het hogere waarden beleid. Verder blijkt dat de lagere geluidsbelasting op de stille zijde vooral wordt bereikt door de clustering van de nieuwbouw inclusief een scherm tussen deze nieuwbouw. Deze geluidsreductie is veel hoger dan de geluidsreductie van een scherm of de toepassing van een stiller wegdek. Bij de meeste woningen is in dat geval sprake van een geluidsluwe gevel maar niet bij alle woningen. Voor een aantal woningen zijn daarom aanvullende (bouwkundige) maatregelen noodzakelijk om een geluidsluwe gevel te realiseren. Eveneens is sprake van een geluidsbelasting die hoger is dan 58 dB zodat een motivatie moet worden opgesteld om een hogere waarde dan 58 dB vast te stellen. Omdat de hogere waarde hoger is dan 53 dB moet aandacht worden besteed aan akoestische compensatie.

De in het rapport van het akoestisch onderzoek aangegeven maatregelen (dove gevels, geluidsscherm, afgeschermde slaapkamergevels, de geluidsluwe gemeenschappelijke buitenruimte en de geluidscompensatie) zijn vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan (artikel 5.2). In het kader van het bestemmingsplan wordt een hogere waarde procedure doorlopen. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van een hogere waarde zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. De hogere waarden moeten zijn vastgesteld voordat het bestemmingsplan kan worden vastgesteld.

Groen

±

±

Hiermee is het voorkomen van belangrijke milieueffecten en de bescherming van toekomstige bewoners binnen het plangebied voldoende gewaarborgd. Gezien de omvang van de ontwikkeling en de bestaande verkeersintensiteiten en geluidbelasting in de omgeving, zal de ontwikkeling niet leiden tot significant negatieve milieueffecten op de omgeving. Daarom is het uitvoeren van een MER voor geluid niet noodzakelijk. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit bedrijvenlocatie met een bedrijfspand en opslag.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

13

Luchtkwaliteit

Mobiliteit

±

±

±

±

In de toekomstige situatie wordt dit deels vervangen door nieuwe bebouwing en verharding. De delen van het plangebied daar omheen worden grotendeels groen ingericht. Deze groenstructuren worden in het bestemmingsplan ook vastgelegd middels een groenbestemming. Voor ecologische waarden, zie ‘Ecologie’. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg in beginsel aan te merken is als een ontwikkeling die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De realisatie van 32 woningen blijft ruim onder criterium, en past zodoende binnen de term 'NIBM' bijdragend aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daarom niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn daarnaast de jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden in de omgeving niet worden overschreden. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Op basis van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstigbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend.

Daarbij is uitgegaan van 32 woningen in de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop’. Hieruit volgt dat de toekomstige verkeersgeneratie van de nieuwe appartementen circa 131 motorvoertuigbewegingen bedraagt. De woningen zullen worden ontsloten via de Woudsedijk-Zuid richting de Herenweg. Deze wegen beschikken over voldoende capaciteit om de lichte toename aan verkeersbewegingen op te vangen. Daarnaast ligt de locatie op zeer korte afstand van de N207. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Wat betreft parkeren is gebruik gemaakt van de ‘Nota parkeernormen 2018’. De beoogde ontwikkeling bestaat uit jongerenhuisvesting, klein van opzet met een oppervlakte variërend tussen 35 en 50 m2. Deze ontwikkeling is niet eenduidig in te delen in de functiecategorieën uit de Nota parkeernormen 2018 en CROWpublicatie. In dit kader is voor de voorgenomen ontwikkeling een aparte parkeermemo opgesteld en afgestemd met de gemeente, om te komen tot een passende parkeeroplossing. Daarbij is overeengekomen de categorie ‘kamerverhuur (zelfstandig en niet-zelfstandig)’ te hanteren voor

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

14 de woonruimtes van 35 m2 gebruiksoppervlak. Dit betekent een parkeernorm van minimaal 0,6 parkeerplaats per woonruimte. Voor de grotere woonruimtes is in overleg tussen initiatiefnemer en gemeente bepaald deze onder ‘etage goedkoop <65 m2’ te scharen, met een parkeernorm van minimaal 1,2 parkeerplaats per woonruimte.

Ruimtelijke kwaliteit

Water

±

±

±

±

Met behulp van deze parkeernormen is voor de voorgenomen ontwikkeling de parkeerbehoefte berekend (29 parkeerplaatsen). In de verkavelingstekening voor het perceel is voorzien in een sluitende parkeeroplossing. De benodigde parkeerplaatsen worden binnen het plangebied gerealiseerd. De ontwikkeling leidt zodoende niet tot negatieve effecten op de omgeving. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit bedrijvenlocatie met een bedrijfspand en opslag en kent weinig bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Voor de nieuwe inrichting is een zorgvuldig stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Het ontwerp van de gebouwen zal qua bouwvorm en architectuur worden afgestemd op en ingepast in de omgeving. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het totale oppervlak aan verharding af. Daarnaast worden er halfverhardingen aangebracht ten behoeve van de parkeerplaatsen. Gezien het totale oppervlak aan verharding afneemt is watercompensatie niet benodigd. Wat betreft de overige wateraspecten, zoals uiteengezet in de toelichting van het bestemmingsplan, leidt de ontwikkeling niet tot belangrijke negatieve (milieu)gevolgen.

Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie m.e.r. – Bestemmingsplan ‘Woudsedijk-Zuid 22’

Bijlage 4 Geofoxx (15 juni 2021) Verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek

Woudsedijk Zuid 22 te Woubrugge

Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur de heer J.R. Herfst Postbus 90602 2509 LP 's-Gravenhage Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE Tilburg 013 - 458 21 61 Status Versie 2 - definitief Datum 15 juni 2021 Projectnummer 20201352/AYSC Documentkenmerk 20201352_a2RAP

Auteur Mevrouw A.P. Schenk Paraaf:

Kwaliteitscontrole en vrijgave Mevrouw M. Bennen Paraaf:

Verkennend bodemonderzoek Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.1 Algemeen 2.2 Locatiegegevens en huidig gebruik 2.3 Voormalig gebruik 2.4 Terreinverkenning 2.5 Omgeving 2.6 Beschikbare bodeminformatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie 2.8 Conclusie vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.9 Onderzoeksopzet

2 2 2 3 4 4 5 8 9 10

3

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden 3.1 Kwaliteit 3.2 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden

12 12 12

4

Resultaten onderzoek 4.1 Resultaten veldonderzoek 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek

14 14 16

5

Interpretatie resultaten 5.1 Inleiding 5.2 Interpretatie resultaten grond 5.3 Interpretatie resultaten grondwater 5.4 Fundatielaag 5.5 Wetgeving

18 18 18 19 20 20

6

Samenvatting, conclusies en advies 6.1 Samenvatting 6.2 Conclusie en advies

21 21 22

Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Geografische ligging locatie 1.2 Situatietekening 1.3 Boorplan 2 Boorstaten 3 Analyseresultaten 4 Toetsingscriteria en -tabellen 5 Toelichting bodemonderzoek 6 Foto’s 7 Onafhankelijkheidsverklaring veldwerker

Projectnummer

Datum

20201352/AYSC

juni 2021

-/-

Verkennend bodemonderzoek Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge

1

Inleiding

In opdracht van de provincie Zuid-Holland, Dienst Beheer Infrastructuur, heeft Geofoxx in december 2020, als onafhankelijk adviesbureau1, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de beëindiging van de vergunde bedrijfsactiviteiten en de voorgenomen transactie (verkoop) van de locatie. De diverse vergunde activiteiten zijn in 2017 reeds beëindigd. Het onderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen. Aan de hand van de resultaten wordt enerzijds getoetst of de vergunde activiteiten een negatief effect hebben gehad op de bodemkwaliteit en anderzijds of de aangetroffen bodemkwaliteit (juridische en/of financiële) consequenties heeft voor de voorgenomen transactie. Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de Nederlandse Norm 'Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' (NEN 5740). Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen uit de Nederlandse Norm (NEN 5725). In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet, de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek, het chemisch onderzoek, de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies. Dit rapport betreft een herziene versie.

Hiermee komt het voorgaande rapport (Geofoxx, kenmerk: 20201352_a1RAP, d.d. 22 januari 2021) te vervallen.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.

1 / 23

Verkennend bodemonderzoek

Woudsedijk zuid 22 te Woubrugge

2

Vooronderzoek en onderzoeksstrategie

2.1

Algemeen

Het doel van een vooronderzoek is het verzamelen van inzichten over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw en geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In de NEN57252 wordt onderscheid gemaakt in algemene en specifieke onderzoeksaspecten die verzameld moeten worden. Voor dit vooronderzoek geldt dat specifieke informatie verzameld moet worden over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek en over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek. Het vooronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, die zal leiden tot een onderzoekshypothese. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd.

2.2

Locatiegegevens en huidig gebruik

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Woudsedijk-Zuid 22 te Woubrugge. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Woubrugge, sectie C, nummer 2794. Het perceel omvat momenteel het wegensteunpunt (westzijde van N207), een talud naar de N207 en een veld aan de oostzijde van de N207. Enkel het terrein van het wegensteunpunt zal in dit stadium te koop worden aangeboden. In afbeelding 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 2.1: Onderzoekslocatie in blauw (bron: PDOK)

De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2.030 m2. De locatie bevindt zich aan de rand van een woonkern. Ten noorden wordt de locatie ingesloten door de watergang Leidsche Vaart. Aan de oostkant wordt de onderzoekslocatie begrensd door het talud langs de N207.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5ea8436c-fac8-4c0c-912e-b7d38755e5d8