CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPVRIEZEKOOP75-VAS1 toelichting (aangepast na aannemen amendement)

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Vriezekoop 75, Vriezekoop 24 en Kerklaan 53, Leimuiden’.18.013 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Vriezekoop 75, Vriezekoop 24 en Kerklaan 53, Leimuiden Gemeente Kaag en Braassem

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1884.BPVRIEZEKOOP75-VAS1

Datum:

2023-09-18

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. R. van der Made MSc.

Kenmerk Buro SRO:

SR220261

Opdrachtgever:

Dhr. Hulsker

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 8 1.4 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 11

2 Planbeschrijving .................................................................................................................................... 12 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................. 12 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 14

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 18 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 18 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 20 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 24 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 25

4 Haalbaarheid ......................................................................................................................................... 28 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 28 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 29 4.3 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 38 4.4 Ecologie ............................................................................................................................................................. 41 4.5 Archeologie ....................................................................................................................................................... 42 4.6 Cultuurhistorie .................................................................................................................................................. 44 4.7 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 44

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 46 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 46 5.2 Toelichting ......................................................................................................................................................... 46 5.3 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 46 5.4 Planregels .......................................................................................................................................................... 46 5.5 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 47

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 48 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 49 7.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro ............................................................................................................................... 49 7.2 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 49

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gronden op het perceel tussen Vriezekoop 73 en 77 te Leimuiden zijn oorspronkelijk in gebruik geweest ten behoeve van sierteelt. Het voornemen is om ter plaatse één vrijstaande woning mogelijk te maken. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een principeverzoek ingediend (d.d. 23 februari 2022), die per brief (d.d. 16 juni 2022) onder voorwaarden positief is beoordeeld door het college van B&W van de gemeente Kaag en Braassem. Om de bouw van één vrijstaande woning mogelijk te maken dient op één of meerdere percelen 1.000 m² gebouwen, 5.000 m² kassen of 22.500 m² boom- en sierteelt gesaneerd of gesloopt te worden, of een combinatie naar rato daarvan. De sierteeltbestemming wordt vervangen door een woonbestemming waar één vrijstaande woning op gebouwd zal worden in ruil voor het saneren van glastuinbouw en sierteelt op diverse adressen/percelen in de gemeente Kaag en Braassem. De initiatiefnemer heeft voldoende glas en sierteelt verzameld voor één bouwrecht. Het college heeft enkele voorwaarden gesteld bij dit besluit:

• •

de woning dient gebouwd te worden conform de voorschriften van het artikel 20 'Wonen' uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'; er dient een afdracht gedaan te worden in het sociale vereveningsfonds om te voldoen aan de eis van 30% sociale woningbouw;

•

er dienen nadere afspraken gemaakt te worden omtrent het stuk grond van de beoogde kavel dat op een perceel ligt dat eigendom is van de gemeente;

•

de functieaanduidingen 'sierteelt' en 'glastuinbouw' dienen volledig te komen te vervallen van de ingebrachte percelen. De eventuele bouwrechten die deze overgebleven aanduidingen nog vertegenwoordigen in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling kunnen vastgesteld worden in een overeenkomst.

Bovendien dienen omwonenden en andere belanghebbenden van de betreffende locatie op de hoogte gebracht te worden van deze plannen. Het initiatief is echter niet passend binnen het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost', vastgesteld op 28 mei 2018. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan waar een nieuwe woning is beoogd is gelegen aan de Vriezekoop tussen nummer 73 en 77 te Leimuiden, ten zuiden van de rivier de Drecht. Deze locatie bevindt zich nabij het buurtschap Bilderdam. De planlocatie is kadastraal bekend onder gemeente Leimuiden, sectie C, perceel 2275 (oppervlakte 2.595 m²). Aanvullend daarop maakt de zuidoever van de Drecht, dat kadastraal bekend is onder gemeente Leimuiden, sectie C, perceel 2268 (gedeeltelijk), onderdeel uit van het plangebied. Navolgende afbeelding geeft het plangebied aan de Vriezekoop 75 (toekomstige nummering) weer, waar met het voorliggende bestemmingsplan een nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt.

5

Globale begrenzing plangebied Vriezekoop 75, sectie C perceelnummer 2268 (gedeeltelijk) en 2275 (bron: Google Maps)

Navolgende afbeeldingen geven de percelen weer die onderdeel uitmaken van voorliggend bestemmingsplan in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling. Op deze percelen worden de glastuinbouw- en sierteeltrechten gedeeltelijk 'wegbestemd'.

Globale begrenzing plangebied Vriezekoop Noord, sectie B perceelnummer 1467, 1679, 1680, 1611 en 1613 (alle gedeeltelijk, bron: Google Maps)

6

Globale begrenzing plangebied Kerklaan 53, sectie A perceelnummer 4404, 4405 en 4406 (Bron: KadastraleKaart.com)

7

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'. Dit bestemmingsplan is op 28 mei 2018 vastgesteld. De navolgende afbeeldingen tonen fragmenten van de verbeeldingen van de relevante percelen van het geldende bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding geeft het geldende bestemmingsplan ter plaatse van Vriezekoop 75 (perceel C2268 (gedeeltelijk) en C2275) weer.

Verbeelding geldend bestemmingsplan Vriezekoop 75 (plangebied is rood omlijnd), perceel sectie C nummer 2268 (gedeeltelijk) en 2275 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Vriezekoop 75 Leimuiden sectie C nummer 2268 (gedeeltelijk) en 2275 De gronden in de Vriezekoop 75 (percelen C nummer 2268 (gedeeltelijk) en 2275) hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met de functieaanduiding 'sierteelt'. De gehele planlocatie is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Op basis van het archeologisch onderzoek (Transect, rapport 2047, d.d. 7 februari 2019) bevat deze locatie geen archeologische waarden, waardoor een dubbelbestemming archeologie hier niet noodzakelijk is. Voor het zuidelijke deel is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Aangezien het geldende bestemmingsplan de realisatie van een woning op de betreffende locatie niet toestaat, is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Dit perceel zal in zijn geheel bestemd worden als 'Wonen' en de aanduiding 'sierteelt' zal komen te vervallen, om één vrijstaande woning mogelijk te maken. Om de bouw van deze vrijstaande woning mogelijk te maken wordt er op meerdere percelen glastuinbouw en sierteelt gesaneerd of gesloopt om aan de ruimte-voor-ruimteregeling te voldoen.

De sierteelt- en glastuinbouwbestemmingen zullen worden wegbestemd en op enkele locaties zal een woonbestemming opgenomen worden in ruil voor het saneren van glastuinbouw en sierteelt op diverse adressen/percelen in

8

de gemeente Kaag en Braassem. De initiatiefnemer heeft voldoende glas en sierteelt verzameld voor één bouwrecht. Deze percelen worden navolgend behandeld. Onderstaande afbeelding geeft het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de Vriezekoop 24 (percelen 1467, 1679, 1680, 1611 en 1613 (alle gedeeltelijk)) weer.

Verbeelding geldend bestemmingsplan (plangebied is rood omlijnd) percelen sectie B nummers 1467, 1680, 1611, 1613 en 1679 (alle gedeeltelijk, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Vriezekoop Noord Leimuiden sectie B nummer 1467, 1679 en 1680 (alle gedeeltelijk) De percelen 1467, 1679 en 1680 bevatten nu de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. Daarnaast hebben de percelen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1’ en gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De percelen zijn voorzien van de functieaanduiding ‘sierteelt’, die zal worden wegbestemd. Vriezekoop 24 Leimuiden sectie B nummer 1611 en 1613 (alle gedeeltelijk) Perceel 1611 bevat nu grotendeels de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Daarnaast heeft dit perceel ook de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat Waterkering'. Bovendien bevat perceel 1611 de functieaanduiding 'sierteelt'. Dit perceel zal in zijn geheel bestemd worden als ‘Wonen’ en hiermee bij het woonperceel van de Vriezekoop 24 (1613) betrokken worden. Perceel 1613 bevat grotendeels de enkelbestemming 'Wonen' en een klein gedeelte van het perceel heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Daarnaast bevat dit perceel ook de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Dit perceel behoudt/krijgt volledig de bestemming 'Wonen'.

9

Onderstaande afbeelding geeft het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de Kerklaan 53 (percelen 4404, 4405 en 4406) weer.

Verbeelding geldend bestemmingsplan (plangebied is rood omlijnd) percelen sectie A nummers 4404, 4405 en 4406 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Kerklaan 53 Leimuiden sectie A nummer 4404, 4404 en 4406 Perceel 4406 bevat nu de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Daarnaast bevat een deel van dit perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat - Waterkering'. Dit perceel bevat nu de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Van dit perceel zal de functieaanduiding 'glastuinbouw' worden wegbestemd. Dit perceel zal in zijn geheel bestemd worden als 'Wonen', met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’. De bedrijfswoning zal omgezet worden naar een burgerwoning. De percelen 4404 en 4405 bevatten nu de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. Deze percelen bevatten nu de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Van deze percelen zal de functieaanduiding 'glastuinbouw' worden verwijderd. De volgende percelen zijn geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar maken wel onderdeel uit van de ruimte-voor-ruimteregeling. Vriezekoop Noord Leimuiden sectie B nummer 1730 (gedeeltelijk) Dit perceel bevat nu de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden'. Daarnaast bevat dit perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Dit perceel zal worden gesaneerd, en blijft de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' behouden.

Om deze reden is dit perceel geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan, maar wel van de ruimte-voor-ruimteregeling. Herenweg 17 Leimuiden sectie B nummer 1661 Dit perceel heeft nu de enkelbestemming 'Wonen' in het bestemmingsplan '1e Herziening Buitengebied Oost', vastgesteld op 26 oktober 2020. Dit perceel bevat de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen voormalig agrarisch bedrijf’. Dit perceel maakt geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan, maar wel van de ruimte-voor-ruimteregeling. Voor dit perceel is een zogeheten ‘driepartijenovereenkomst' gesloten. In de ‘driepartijenovereenkomst’ hebben de eigenaren van het perceel Herenweg 17, de initiatiefnemer en de

10

gemeente Kaag en Braassem vastgelegd dat zij zijn overeengekomen dat initiatiefnemer 0,378 bouwrecht koopt, waarvoor de verkoper 1.890 m² aan kassen dient te slopen.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid en de relevante wet- en regelgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de participatie, de terinzagelegging en het vooroverleg zijn opgenomen.

11

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De gronden aan de Vriezekoop tussen 73 en 77 zijn oorspronkelijk in gebruik geweest ten behoeve van sierteelt. Aan de westzijde van het plangebied is een foliekas gesitueerd. Midden op het perceel en in het noordoostelijk deel is verharding aanwezig. Verder is een windsingel (beplanting) aanwezig. Het overige deel van het perceel bestaat met name uit kortgemaaid gras. Aan de zijde van de rivier de Drecht (noordzijde) en aan de oostzijde bevindt zich een steiger. Er zijn watergangen aan de west- en oostzijde van het perceel gelegen, waarbij aan de oostzijde een kleine insteekhaven aanwezig is. De navolgende afbeeldingen geven een situatietekening en een impressie van het plangebied in zijn huidige situatie weer.

Situatietekening huidige situatie (bron: Teken- en adviesbureau J.M. Zevenhoven, 25 oktober 2018)

12

Impressie plangebied huidige situatie (bron: Teken- en adviesbureau J.M. Zevenhoven, 11 februari 2019)

Het plangebied wordt ontsloten via de Vriezekoop Zuid, die aan de zuidzijde van het plangebied is gelegen. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf. Ten westen van de planlocatie is de woning aan de Vriezekoop 73 gesitueerd. Het plangebied grenst aan de rivier de Drecht. Aan beide zijden van de rivier de Drecht is aan de Vriezekoop bebouwing aanwezig. Dichter bij het buurtschap Bilderdam, in oostelijke richting vanaf het plangebied, neemt de bebouwingsdichtheid toe. De bebouwing in het buurtschap bestaat uit een combinatie van woningen en bedrijven, terwijl nabij het plangebied woningen en (voormalige) agrarische bedrijven aanwezig zijn. De beoogde woning wordt gerealiseerd aan de Vriezekoop 75 (toekomstige nummering). Navolgend worden de percelen weergeven die opgenomen zijn in voorliggend bestemmingsplan ten behoeve van de ruimtevoor-ruimteregeling:

13

Percelen die onderdeel uitmaken van voorliggend bestemmingsplan

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens de bestaande foliekas en windsingel aan de Vriezekoop tussen 73 en 77 te verwijderen. Alle bouwwerken en beplanting die te relateren zijn aan het voormalige sierteeltbedrijf worden, in zoverre dat nog niet gebeurd is, verwijderd. In de toekomstige situatie wordt één vrijstaande woning gerealiseerd. Deze vrijstaande woning en de inrichting van het plangebied zullen voldoen aan de bouwregels zoals die gelden voor de bestemming 'Wonen' in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' (vastgesteld op 28 mei 2018). Dat betekent dat aan de volgende voorwaarden voldaan zal worden:

• •

het aantal toegestane woningen per bestemmingsvlak bedraagt één;

• • •

de maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 6 m en 10 m;

•

bijgebouwen, aanbouwen en overkappingen bij de woning dienen ten minste 1 m terugliggend op de voorgevelrooilijn te worden gebouwd.

de maximale inhoud van de woning (inclusief aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen) bedraagt 750 m³; het bouwvlak mag in geen geval voor meer dan 50% bebouwd worden; voor zover gebouwen niet op de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot deze grens ten minste 2 m te bedragen;

In aanvulling op de bovenstaande voorwaarden, die voortkomen uit de bouwregels van de bestemming 'Wonen' in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost', wordt de beoogde vrijstaande woning op minimaal 8 m afstand van de wegas van de Vriezekoop Zuid gesitueerd. Dit komt voort uit de resultaten van het akoestisch onderzoek wegverkeer (zie toelichting paragraaf 4.2.3).

14

De navolgende afbeelding geeft een situatietekening van een mogelijke invulling van het plangebied in de toekomstige situatie weer.

Situatietekening mogelijke invulling toekomstige situatie (bron: Teken- en adviesbureau J.M. Zevenhoven, 25 oktober 2022)

Het plan is om de bestaande watergangen aan de oost- en westzijde en de steigers aan de noord- en oostzijde ongewijzigd te laten. Daarbij wordt een stuk grond grenzend aan dit perceel en de watergang, dat voorheen in bezit is geweest van de gemeente, aangekocht door de initiatiefnemer. Het gaat om een deel van perceel C2268 dat bij perceel C2275 wordt gevoegd. Het perceel wordt in de toekomstige situatie, gelijk aan de huidige situatie, ontsloten via de Vriezekoop Zuid. Verantwoording glas- en sierteeltrechten Om de bouw van één vrijstaande woning mogelijk te maken dient op één of meerdere percelen 1.000 m² gebouwen, 5.000 m² kassen of 2,25 ha boom- en sierteelt gesaneerd of gesloopt te worden, of een combinatie naar rato daarvan. In dit geval zijn de gebouwen, kassen en boom- en sierteelt afkomstig van meerdere percelen. Navolgend zullen de diverse percelen toegelicht worden. Hieronder is een overzicht van de bouwrechten van de diverse percelen weergegeven.

15

Vriezekoop Noord Leimuiden sectie B nummer 1730 (gedeeltelijk) Het betreft een perceel met een oppervlak van 3.918 m² waarvan 3.167 m² al gedurende zeer lange tijd in gebruik is als sierteelt. Dit perceel zal gesaneerd worden en daarmee worden terug gebracht naar 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Dit perceel maakt geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan, maar wordt wel ingezet voor de ruimte-voor-ruimteregeling. Vriezekoop Noord Leimuiden sectie B nummer 1467 (gedeeltelijk) Het betreft een perceel met een oppervlak van 6.198 m² waarvan 4.348 m² de functieaanduiding 'sierteelt' heeft. Van dit perceel zal de functieaanduiding 'sierteelt' worden verwijderd. Vriezekoop Noord Leimuiden sectie B nummer 1679 (gedeeltelijk) Het betreft een perceel met een oppervlak van 10.230 m² waarvan 241 m² de functieaanduiding 'sierteelt' heeft. Van dit perceel zal de functieaanduiding 'sierteelt' worden verwijderd. Vriezekoop 24 Leimuiden sectie B nummers 1680, 1611, 1613 (alle gedeeltelijk) Ook voor de percelen 1680 en 1611 wordt de aanduiding 'sierteelt' wegbestemd. De percelen 1611 en 1613 krijgen de bestemming 'Wonen'. Vriezekoop tussen 73 en 77 Leimuiden sectie C nummers 2268 (gedeeltelijk) en 2275 Dit betreft het perceel, ook wel als Vriezekoop 75 aangeduid, waar het voornemen is één vrijstaande woning mogelijk te maken. 2.863 m² heeft de functieaanduiding 'sierteelt'.

Dit perceel zal in zijn geheel bestemd worden als 'Wonen'. Herenweg 17 Leimuiden sectie B nummer 1661 Voor dit perceel is een zogeheten 'driepartijenovereenkomst' gesloten. In deze overeenkomst is vastgelegd dat het slopen en verwijderen van 6.890 m² aan kassen bij Herenweg 17 te Leimuiden, op basis van de ruimte-voor-ruimteregeling in het bestemmingsplan '1e herziening Buitengebied Oost', een aandeel bouwrecht van 1,378 vrijstaande woning vertegenwoordigt in het buitengebied van de gemeente Kaag en Braassem. In de 'driepartijenovereenkomst' hebben de eigenaren van het perceel Herenweg 17, de initiatiefnemer en de gemeente Kaag en Braassem vastgelegd dat zij zijn overeengekomen dat initiatiefnemer 0,378 bouwrecht koopt, waarvoor door de verkoper 1.890 m² aan kassen zullen worden gesloopt ter plaatse van Herenweg 17 te Leimuiden. Kerklaan 53 Leimuiden sectie A nummers 4404, 4405 en 4406 Enige jaren geleden is de eigenaar gestopt met het kweken van anjers en sindsdien is de bedrijfsruimte als bergruimte benut. Toen de kas veel stormschade opliep is in 2018 besloten te slopen en te renoveren. Voor de nieuwe loods en kas is in 2018 een vergunning verleend. De herbouw is gedeeltelijk uitgevoerd met de bouw van de nieuwe loods van ca. 225 m². De vergunde nieuwe kas van ca. 2.000 m² is niet herbouwd. De

16

2.000 m² vergunde maar niet gebouwde kas (glas) wordt ingezet voor ruimte-voor-ruimte. Dat betekent dat de 2.000 m² te bouwen kas, ter vervanging van de gesloopte kas, niet gebouwd zal worden. Daarnaast zal van de percelen A 4404 en 4405 de functieaanduiding 'glastuinbouw' worden verwijderd. Van de 2.000 m² glas is voor 755 m² glas oftewel 0,151 bouwrecht de initiatiefnemer overeengekomen om dit over te nemen van verkopende partij. Het resterende deel 1.245 m² oftewel 0,249 bouwrecht is in de toekomst te gebruiken door een andere koper. Dit zal worden vastgelegd in een overeenkomst tussen eigenaar en gemeente. Voor perceel 4406 wordt de bestemming 'Wonen' opgenomen met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf', aangezien het gaat om een bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning.

17

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Het onderhavige initiatief draagt in algemene zin bij aan de als derde en vierde genoemde prioriteit. Maar gezien de aard en omvang van het project is de Nationale Omgevingsvisie niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ die op 1 juli 2017 in werking is getreden. De ‘treden van de ladder’ worden in artikel 3.1.6, leden 2 – 4 Bro als volgt omschreven: 2.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die

18

3.

4.

ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen. Het voorgenomen plan wordt, met de realisatie van één woning, niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Gemeenten die (deels) liggen binnen het beperkingengebied rondom Schiphol moeten rekening houden met beperkingen die worden gesteld aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen staan in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). De regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en bij het beoordelen van aanvragen om een omgevingsvergunning. Planspecifiek Het deel van het plangebied waar een nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt (Vriezekoop tussen 73 en 77) ligt in zone 4 en 5 van het beperkingengebied, zoals genoemd in het LIB.

In deze zone zijn gelet op de geluidbelasting beperkingen gesteld aan geluidgevoelige gebouwen. Uit de Nota van toelichting behorende bij het LIB staat dat, in uitzonderingsgevallen, van het hiervoor genoemde verbod kan worden afgeweken op grond van artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. Daarbij gelden conform artikel 2.2.1c van het LIB de volgende uitzonderingen: a. b. c.

d.

e.

bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw; toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan 3 woningen per bouwplan; een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de functie en bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar nietgeluidgevoelig; herstructurering van een bestaand stedelijk gebied, indien dit niet leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied; nieuwbouw van een bedrijfswoning, voor zover de noodzaak daarvan is aangetoond (regel uit LIB 4).

19

Het voorgenomen plan betreft een toevoeging van één woning binnen lintbebouwing. Een verklaring van geen bezwaar is daarmee niet vereist. Daarnaast moet op grond van artikel 2.2.1d van het LIB gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond. Het risico van een vliegtuigongeval neemt toe naarmate de intensiteit van het ruimtegebruik toeneemt. Bij het voorgenomen plan neemt de intensiteit van het ruimtegebruik nauwelijks toe. Van belang hierbij is ook de aanwezigheid van gevaarlijke of ontplofbare objecten op de grond, waardoor vervolgschade kan ontstaan. In en nabij het plangebied ontbreken deze objecten. De kans op een vliegtuigongeval nabij het plangebied is zeer klein. Deze kans is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de zone 3 van het beperkingengebied. Een kans van 1 op de 1 miljoen per jaar is dusdanig gering dat het risico aanvaardbaar wordt geacht. Om de risico's bij een vliegtuigongeval zo laag mogelijk te houden kunnen maatregelen ten behoeve van de bestrijdbaarheid van de gevolgen, zoals het verbeteren van vlucht- en toegangswegen voor hulpdiensten, en de zelfredzaamheid van personen, zoals voorlichting, rampenbestrijdingsplannen en oefeningen, getroffen worden.

Het plangebied is goed te ontvluchten en goed bereikbaar voor hulpdiensten. Het uitgangspunt voor de beoogde woning is dat bewoners zichzelf en anderen goed kunnen redden. Er worden geen functies voorzien voor personen met een minder fysieke gesteldheid, die daardoor een beperkte zelfredzaamheid hebben. Verder is het advies aan personen om bij een vliegtuigongeval niet te gaan kijken, afstand te houden bij brand vanwege hitte, giftige rook en mogelijk vrijkomende gevaarlijke stoffen en 112 te bellen.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 2 december 2022. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

•

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;

• •

de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;

• • • •

de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;

2.

Ambities en sturing

het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.

De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:

20

• • • • • •

naar een klimaatbestendige delta;

3.

Omgevingskwaliteit

naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:

•

een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;

•

een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;

•

een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.

4.

Beleidskeuzes

De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid-Holland). Planspecifiek 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.

Ambities en sturing

De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.

Omgevingskwaliteit

Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullende de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Het plangebied bevindt zich in een veencomplex. Binnen het veengebied zijn er plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van één woning. Met de ontwikkeling dient zorg gedragen te worden voor het behoud van het veengebied en het beperken van de bodemdaling. Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van relatief kleine aard waarbij het veencomplex niet aangetast zal worden.

21

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied bevindt zich in een 'droogmakerijenlandschap (klei en veen)'. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. In sommige gebieden is de (historische) relatie tussen droogmakerij en molengang (toentertijd om diepere plassen droog te malen) nog herkenbaar. Dit zijn bijzondere elementen in het ZuidHollandse landschap. Richtpunten voor droogmakerijen zijn:

•

De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land (klei en veen).

•

Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders(klei en veen).

•

Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten (klei).

De nieuwe bebouwing wordt geplaatst binnen de bestaande structuren en niet in het landschap. Tevens betreft de ontwikkeling een perceel waar in het verleden bebouwing heeft gestaan. Geconcludeerd wordt dat droogmakerijen niet worden aangetast met de beoogde ontwikkeling. 4.

Beleidskeuzes

De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze ’behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit’. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Hollands Plassengebied'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart. Herkenbare waterrijk veen(weide) Rond de Kagerplassen liggen de oudste veenontginningen van het Groene Hart (vermoedelijk 8e eeuw) gekenmerkt door grillige, blokvormige verkaveling met verspreide bebouwing en een zeer waterrijk karakter. De ambitie van de provincie is om het specifieke karakter van de blokverkaveling te handhaven en te versterken door het in stand houden en beleefbaar houden van bestaande sloten en de specifieke blokvorm van de kavels. Aangezien de beoogde ontwikkeling slechts één woning betreft, zullen de kwaliteiten van het plangebied verder niet aangetast worden. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie.

Er vindt geen aantasting van de ruimtelijke kwaliteit plaats en er wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland en in lijn is met de provinciale ambities.

22

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 2 december 2022 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Planspecifiek Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat 'een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

b.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.'

Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Sub b is niet van toepassing, omdat de betreffende locatie niet groter dan 3 ha is. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.

b.

c.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt op het niveau van een kavel en past bij de aard en de schaal van het gebied. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. Regionale waterkering Op de kaart waterveiligheid is te zien dat het plangebied is gelegen nabij een regionale waterkering (Vriezekoop). Aan de zuidzijde van het plangebied overlapt een strook van circa 8 m breed met de aanduiding 'regionale waterkering'. Omdat waterveiligheid een provinciaal belang is, zijn in de verordening regels opgenomen voor de bescherming van regionale waterkeringen. In bestemmingsplannen dient

23

rekening te worden gehouden worden met het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. Met de beoogde ontwikkelingen wordt niet in de zone met aanduiding 'regionale waterkering' gebouwd. Conclusie Gezien het voorgaande kan er geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 De kern Kaag maakt onderdeel uit van de regio Holland Rijnland, waarvoor de betrokken gemeente gezamenlijk een visie hebben ontwikkeld om te werken aan de toekomst van deze regio. De regio wil op de scharnierplek tussen de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad een gebied zijn waar wordt gewerkt aan kwaliteit en waar het goed wonen, werken en recreëren is, met een uitstraling die verder gaat dan de regioof landsgrenzen. De Regionale Structuurvisie geeft de grote lijnen weer van de door gewenste richting en duidt de grote projecten aan waar de deelnemende gemeenten aan willen werken. De Regionale Structuurvisie is een product van intensieve samenwerking van de vijftien gemeenten in Holland Rijnland. Ze laat zien hoe sterk de gezamenlijke gemeenten kunnen zijn en hoe belangrijk het is dat deze met elkaar de toekomst ingaan. De visie levert een bijdrage aan het denken over de toekomst van de Randstad. In deze Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Op basis van deze visie worden de onderstaande zeven kernbeslissingen geformuleerd. Deze kernbeslissingen geven de belangrijkste keuzes weer: a. b. c. d. e. f. g.

Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; Concentratie stedelijke ontwikkeling; Groen-blauwe kwaliteit staat centraal; Het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open; Twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports; Verbetering van de regionale bereikbaarheid.

Planspecifiek Het voorgenomen plan, dat bestaat uit de realisatie van een vrijstaande woning, wordt gerealiseerd nabij het bestaand stedelijk gebied (buurtschap Bilderdam). Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de kernpunten tot concentratie van stedelijke ontwikkeling (c) en de ambitie om als topwoonregio te fungeren (a). Daarbij wordt de groenblauwe kwaliteit van het gebied (d) niet uit het oog verloren. 3.3.2 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017 In de Regionale Woon Agenda 2017 'Kwaliteit voor kwantiteit' voor de regio Holland Rijnland (vastgesteld op 14 maart 2018) is de kwalitatieve koers voor woningmarkt op regionaal, subregionaal en lokaal niveau geschetst. De regionale woonagenda helpt gemeenten bij de afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en vormt een onderbouwing voor plannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. In de regio Holland Rijnland is snel vraag naar meer woningen die kwalitatief aansluiten bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Om aan deze ambitie te kunnen voldoen en tegelijkertijd de woonaantrekkelijkheid van de regio te behouden heeft de regio Holland Rijnland de volgende keuzes gemaakt:

24

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

tempoversnelling noodzakelijk, zeker voor de korte termijn; groei vraagt goede ruimtelijke ordening, balans tussen inbreiding en uitbreiding met prioriteit voor inbreiding; een kwalitatief programma dat borgt dat verdringing beperkt is; bevorderen doorstroming voor een betere werking van de woningmarkt; een programma dat recht doet aan de behoefte aan verschillende woonmilieus, centrumstedelijk, suburbaan en dorps/landelijk; groeien met aandacht voor duurzaamheid en bodemdaling; langer zelfstandig wonen met zorg faciliteren; bereikbaar bouwen; solidariteit.

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling van één woning draagt bij aan de kwantitatieve behoefte aan woningen in de regio. Specifiek voor de gemeente Kaag en Braassem bestaat er een behoefte van 940 woningen in het type 'luxe woonwijk, dorps, landelijk'. Deze behoefte komt in de gemeente Kaag en Braassem volledig voor rekening van een dorps woonmilieu. Voorliggend plan maakt één vrijstaande woning in een landelijke omgeving mogelijk, waarmee wordt aangesloten op de specifieke behoefte aan dit type woningen. Het voorgenomen plan heeft een positieve invloed heeft op de keuzes 2, 4 en 5. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in kwalitatieve en kwantitatieve zin bijdraagt aan de regionale woningbehoefte.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Kaag en Braassem De raad van de gemeente Kaag en Braassem heeft op 24 januari 2022 de 'Omgevingsvisie Kaag en Braassem' vastgesteld. De omgevingsvisie betreft de strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Kaag en Braassem. De toekomst van de fysieke leefomgeving wordt daarbij vanuit een integraal perspectief benaderd. Dat wil zeggen dat sociale, economische en fysieke vraagstukken in samenhang worden beschouwd en vervolgens vertaald naar de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie gaat in op verschillende thema's zoals recreatie, natuur, onderwijs, mobiliteit, gezondheid, wonen, landbouw, economie en duurzaamheid. Verder is de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld. Voor de verschillende gebieden zijn de kenmerken en waarden bepaald, zodat het duidelijk is hoe zo’n gebied eruit ziet en wat het beeld voor de toekomst is. De gemeente Kaag en Braassem wil met de omgevingsvisie samenwerking verder uitdragen en stimuleren tussen organisaties, inwoners en de gemeente. Samenwerken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ieder vanuit zijn eigen rol. Doordat de rol van de gemeente steeds verschillend is, wordt per opgave, per thema of per taak aangegeven welke rol de gemeente zal innemen. In de omgevingsvisie staan volgende thema's centraal:

• • • • • •

energie & grondstoffen in Kaag en Braassem; natuur, water en lucht in Kaag en Braassem; wonen in Kaag en Braassem; gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem; sociaal Kaag en Braassem; veilig Kaag en Braassem.

In de omgevingsvisie wordt per thema aangegeven wat de gewenste beweging is en wat men wenst te bereiken. Dit resulteert vervolgens in specifieke uitgangspunten voor een bepaald thema.

25

Gebiedstypen Naast de bovengenoemde thema's wordt in de omgevingsvisie de gemeente opgedeeld in vier verschillende soorten gebieden, namelijk het buitengebied, glastuinbouwgebieden, bedrijventerreinen en de kernen. Binnen ieder gebiedstype spelen verschillende belangen en thema’s. In de omgevingsvisie wordt per gebiedstype een beschrijving van het gebied gegeven met de doelen en de specifieke uitgangspunten waarbinnen deze doelen bereikt moeten worden. Dorpsperspectief Leimuiden Tevens is er voor Leimuiden een dorpsperspectief opgenomen. Leimuiden ligt op een strategische plek bij wegen en water. De relatie met dit water kan meer gezocht worden en mag ook beter zichtbaar worden. Rondom Leimuiden vinden we open landschap. De gemeente Kaag en Braassem streeft het behoud van dit open landschap zoveel mogelijk na. De scheidslijn tussen bebouwing van de kern en het open landschap kan een groengordel worden rondom Leimuiden. Er zijn binnen deze kern al de nodige woningbouwinitiatieven in de afgelopen en aankomende jaren, maar de meest logische plek voor eventuele woningbouw in de toekomst zou nog in westelijke richting zijn. Dorpsperspectief Bilderdam Dit buurtschap bestaat uit een bebouwingslint langs de Drecht en heeft nadrukkelijk die binding met het water. De omgeving van Bilderdam is daardoor ook aantrekkelijk voor recreanten.

Er moet daarom aandacht zijn voor recreatieve verbindingen met omliggende gemeenten. Het is wenselijk de laatste (agrarische) bedrijfspercelen ter hoogte van Bilderdam te saneren om zo het woonlint te versterken. Het behoud van dit kenmerkende karakter staat voorop. Planspecifiek Het aantal geschikte en overgebleven inbreidingslocaties is beperkt. Het kan dan ook zomaar zo zijn dat de gemeente soms buiten de BSD-contour moet bouwen. Als voorschot daarop is in de Omgevingsvisie een tweede contour opgenomen (de lichtere arcering ‘kernen’ op de kaarten), die de in de ogen van de gemeente logische uitbreidingsruimte bij de verschillende dorpen illustreert. De planlocatie langs de Vriezekoop valt binnen die contour. In de Omgevingsvisie staat bovendien expliciet dat het wenselijk is om de laatste (agrarische) bedrijfspercelen ter hoogte van Bilderdam te saneren om zo het woonlint te versterken. Op meerdere plekken in de Omgevingsvisie wordt bovendien de ruimte-voor-ruimteregeling genoemd als optie om versnipperde glastuinbouw- en sierteeltlocaties in het buitengebied ‘op te ruimen’. Het realiseren van één woning levert een bijdrage aan de woningmarkt binnen het buurtschap Bilderdam en de gemeente Kaag en Braassem. Gesteld kan worden dat het initiatief past binnen de ambities van de Omgevingsvisie Kaag en Braassem.

3.4.2 Duurzaamheidsagenda 2016-2020 In april 2016 is de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 vastgesteld. Aandacht voor duurzaamheid is nodig voor een aantrekkelijke en leefbare gemeente. De agenda geeft een overzicht van acties en bevat voorstellen voor projecten die bijdragen aan duurzaamheid. De gemeente Kaag en Braassem stelt hierin twee ambities centraal. Eerste ambitie: samenwerken aan en communiceren over duurzaamheid De gemeente heeft de ambitie om in de nieuwe beleidsperiode vooral als partner samen te werken met andere partijen aan lokale projecten op het gebied van duurzaamheid. De gemeente gaat duurzame initiatieven uit de samenleving actief ondersteunen. Om deze ambitie te bereiken wordt de samenwerking gezocht met het Duurzaamheidsplatform Kaag en Braassem. Dit platform bestaat uit geïnteresseerde inwoners, bedrijven en organisaties die kennis en ervaring hebben met duurzaamheidsonderwerpen. Het Duurzaamheidsplatform heeft een adviserende rol en zal daarnaast projecten en acties in gang zetten in de gemeente Kaag en Braassem. Tweede ambitie: Energie, mobiliteit, circulaire economie, water en groen en de gemeentelijke organisatie De tweede ambitie van de gemeente gaat in op maatregelen voor een duurzamere gemeente. Inhoudelijk zijn de prioriteiten energie, mobiliteit, circulaire economie (afval), water en groen en het verduurzamen van

26

de gemeentelijke organisatie. Aan iedere prioriteit zijn concrete maatregelen gekoppeld om de ambitie richting te geven. Planspecifiek In de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 wordt gestuurd op 'energiebewust gedrag' bij zowel grote als kleinschalige ontwikkelingen. De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een vrijstaande woning in het lint van de Vriezekoop. De gemeente Kaag en Braassem streeft naar duurzame ontwikkelingen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij dit streven. Qua duurzaamheid zal het plan voldoen aan het Bouwbesluit. Hiermee wordt de woning gasloos en bijna energieneutraal gebouwd. 3.4.3 Nota Inbreidingslocaties Op 7 februari 2011 heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem de Nota Inbreidingslocaties vastgesteld. De ‘Nota Inbreidingslocaties’ heeft als doel om een ruimtelijk beleidskader te bieden aan woningbouwinitiatieven binnen de rode contour. Hierdoor worden deze uniform en transparant beoordeeld. Er wordt in de nota een beschrijving gegeven van de bestaande stedenbouwkundige situatie en kwaliteiten binnen elke kern. Uitgangspunt is om nieuwe initiatieven aansluiting te laten vinden bij deze bestaande situatie en kwaliteiten. Hiervoor wordt een afwegingskader gegeven, waardoor ruimtelijke beslissingen gemotiveerd kunnen worden genomen.

Dit leidt tot een duurzame ruimtelijk/functionele ontwikkeling van de locaties zelf en de kern als geheel. De nota geeft geen kant en klaar antwoord op de wenselijkheid van een initiatief. De beschreven gebiedskenmerken en samenhangende waardeoordelen gelden als basis voor het verdere onderhandelingsen ontwerptraject bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het kader biedt de gemeente enerzijds houvast om te kunnen sturen op kwaliteit, maar zorgt anderzijds ook voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op (markt)ontwikkelingen. Planspecifiek De Nota Inbreidingslocaties is van toepassing op zelfstandige ontwikkelingen waar sprake is van sloop en nieuwbouw of het bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de voormalige rode contouren van de kernen. Het buurtschap Bilderdam is niet opgenomen op de kaarten in de Nota Inbreidingslocaties. Er worden voor dit gebied dan ook geen concrete richtlijnen gegeven en ook een beschrijving van Bilderdam ontbreekt in de nota. Daarmee is de Nota Inbreidingslocaties niet van toepassing op het initiatief.

27

4 Haalbaarheid In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet het aantoonbaar zijn dat een nieuwe ontwikkeling, die afwijkt van het geldend bestemmingsplan, uitvoerbaar is. Hiervoor moeten de milieutechnische gevolgen in beeld gebracht worden. In dit hoofdstuk worden per milieuaspect de gevolgen beschreven en de eventueel noodzakelijke onderliggende haalbaarheidsonderzoeken toegelicht.

4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

• •

door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;

•

de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (artikel 7.28 Wet milieubeheer).

het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) volgt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene

28

wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij mogen de bestaande planologische mogelijkheden worden meegewogen bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Op de planlocatie aan Vriezekoop tussen 73 en 77 is in de huidige situatie geen woning aanwezig en hebben de gronden de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met de functieaanduiding 'sierteelt'. Er hoeft geen nauwelijks bebouwing te worden gesaneerd op deze locatie. De oprichting van een vrijstaande woning aan de Vriezekoop tussen 73 en 77 is planologisch gezien een kleine toename ten opzichte van de huidige situatie. De wijziging is naar aard en omvang beperkt. Er kan dan ook gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Om de bouw van deze vrijstaande woning mogelijk te maken wordt er op meerdere percelen glastuinbouw en sierteelt gesaneerd of gesloopt om aan de ruimte-voor-ruimteregeling te voldoen. De sierteelt- en glastuinbouwbestemmingen zullen worden wegbestemd en op enkele locaties zal een woonbestemming opgenomen worden in ruil voor het saneren van glastuinbouw en sierteelt op diverse adressen/percelen in de gemeente Kaag en Braassem. De activiteiten vallen niet onder één van de activiteiten uit onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=54446924-cfb3-4a85-a964-67abe2492482