CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPVRIEZEKOOP4EN4A-VAS1 toelichting

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Vriezekoop 4, 4a en 4c, Leimuiden’22.180 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOELICHTING PROJECT

Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

STATUS

vastgesteld

PROJECTNUMMER

NL.IMRO.1884.BPVRIEZEKOOP4EN4A-VAS1

DATUM

31-05-2021

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer

info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

5 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

6 6 7 7 8 9

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend plan Planvorm Uitgangspunten voor het plan Leeswijzer

Planbeschrijving

10

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

10 10 13 13 14

Inleiding Bestaande situatie Ruimtelijke structuur Nieuwe situatie Stijdigheid met vigerend bestemmingsplan

Beleidskaders

16

3.1 3.2 3.3

16 19 26

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Omgevingsaspecten

35

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

35 37 38 40 41 42 45 47 48 49 50 52 55 59

Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Duurzaamheid Externe veiligheid Flora en Fauna Geluid Geur Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Water M.e.r - beoordeling

Juridische planbeschrijving

61

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

61 61 61 62 63 63 63

Planvorm Toelichting op de regels Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overige regels Overgangs- en slotregels

Uitvoerbaarheid

64

6.1

64

Economische uitvoerbaarheid

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 3

6.2 Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

Procedure

65

7.1 7.2 7.3

65 65 65

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 4

Toelichting

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de gronden aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden is voorheen een melkveehouderij geëxploiteerd. Dit voormalige agrarisch bedrijf wordt herontwikkeld tot herenboerderij (een kleinschalig gemengd boerenbedrijf). Daarbij worden de woningen afgesplitst van de agrarische activiteiten. Het initiatief voorziet hiermee in de vraag naar het produceren van duurzaam voedsel en de behoefte aan burgerwoningen in het buitengebied. Het geldende bestemmingsplan betreft 'Buitengebied Oost', zoals gewijzigd vastgesteld op 28 mei 2018 door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. Het plan is bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State terecht gekomen. De uitspraak van 18 maart 2020 is voor de gronden binnen het plangebied niet relevant, derhalve wordt hier niet verder op in gegaan. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd voor 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden', met daarop toegestaan het uitoefenen van een volwaardig agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en een plattelandswoning. De beoogde herontwikkeling voorziet in de realisatie van twee burgerwoningen en een herenboerderij waarbij geen bedrijfswoning is toegestaan. Voorgenomen ontwikkeling kan derhalve niet gerealiseerd worden op basis van het vigerende bestemmingsplan.

Het college van burgemeester en wethouders heeft een positieve grondhouding ingenomen op de twee ingediende principeverzoeken en zodoende de intentie uitgesproken medewerking te willen verlenen aan het beoogde plan. Om de herontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden. De locatie is gesitueerd in het buurtschap Vriezekoop, aan de noordzijde van de rivier de Drecht. Door het plangebied is de weg Vriezekoop Noord gelegen. Deze weg maakt onderdeel uit van het plangebied, maar er zijn geen wijzigingen voorzien. De plattelandswoning en bedrijfswoning zijn aan de zuidzijde van de Vriezekoop Noord gesitueerd en de bedrijfsbebouwing van de voormalige melkveehouderij, waar de herenboerderij wordt beoogd, is aan de noordzijde van deze weg gelegen. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarisch gebied, maar op slechts 500 meter in westelijke richting bereikt men de bebouwde kom van Leimuiden. In noordelijke, westelijke en oostelijke richting grenst het plangebied aan agrarische gronden. In westelijke en oostelijke richting bevinden zich tevens enkele burgerwoningen en een niet-agrarisch bedrijf. De Drecht bevindt zich aan de zuidzijde van het plangebied, met aan de zuidzijde van de Drecht tevens verspreid liggende woningen en een agrarisch bedrijf. In figuur 1.1 is een luchtfoto opgenomen.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 6

Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied. Bron: QGIS, eigen bewerking.

1.3

Vigerend plan

Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden geldt thans het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost’. Dit plan is op 28 mei 2018 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. In paragraaf 2.5 wordt nader in gegaan op het momenteel van kracht zijnde bestemmingsplan 'Buitengebied Oost'.

1.4

Planvorm

Het bestemmingsplan “Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden” heeft in de basis een ontwikkelgericht karakter en is primair gericht op de herontwikkeling van de gronden aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c. Door de ligging van de weg Vriezekoop Noord binnen het plangebied is tevens sprake van een behoudend deel. In het bestemmingsplan wordt de bestemming van de weg exact overgenomen en de herontwikkeling van de voormalige melkveehouderij rechtstreeks mogelijk gemaakt. Bij de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. In de toelichting van dit bestemmingsplan worden de keuzes die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen verantwoord. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Het plan voldoet aan de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012).

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 7

1.5

Uitgangspunten voor het plan

1.5.1 Doel Het doel is om de locatie aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden te herontwikkelen tot een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen. In dit kader wordt het perceel heringericht. De agrarische activiteiten (reguliere melkveehouderij) zijn reeds gestaakt. Onderhavige herontwikkeling heeft tot gevolg dat het gehele object weer in gebruik genomen wordt. In de nieuwe situatie bevindt de woonbestemming zich aan de zuidzijde van de weg Vriezekoop Noord en de agrarische bestemming aan de noordzijde van de weg. Het programma bestaat uit twee burgerwoningen en een agrarisch bedrijf waarbij geen bedrijfswoning is toegestaan.

1.5.2 Stedenbouwkundige uitgangspunten In de huidige situatie behoren de melkveehouderij, de bedrijfswoning en de plattelandswoning planologisch tot één bedrijf. Stedenbouwkundig is echter reeds sprake van een verdeling in de locatie door de tussengelegen weg Vriezekoop Noord. Veelal bestaat een agrarisch perceel uit een duidelijk voorerf waarop wordt gewoond, een middenerf waarop de bedrijfsbebouwing zich bevindt en een achtererf waar onder andere opslag van voer plaatsvindt, in de huidige situatie aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden is dit niet het geval. De oorspronkelijke boerderij uit 1743 vormt samen met de plattelandswoning reeds een woonerf. De bedrijfsactiviteiten bevinden zich aan de overzijde van de weg. Hierdoor wordt de bebouwing ten behoeve van de voormalige melkveehouderij stedenbouwkundig als zelfstandig ensemble ervaren. De verspreid liggende kleinschalige bouwwerken tussen de huidige woningen en de voormalige ligboxenstal zorgen voor een verbinding tussen beide. Bij de uitvoering van dit bestemmingsplan dienen de functies 'wonen' en 'werken' stedenbouwkundig van elkaar gescheiden te blijven. Behoud van enkele kleinschalige bouwwerken gelegen tussen de beide functies zorgt voor een verwijzing naar het vroegere functioneren als één agrarisch bedrijf. In paragraaf 2.4.3 wordt de stedenbouwkundige inpassing in de toekomstige situatie beschreven.

1.5.3 Landschappelijke uitgangspunten De oorspronkelijke boerderij en de naastgelegen plattelandswoning zijn met de voorgevel in oostelijke richting gesitueerd. Opgaand groen is hier beperkt waardoor sprake is van zichtlijnen over de Vriezekoop Noord, de Drecht en de agrarische gronden. Aan de westzijde van de oorspronkelijke boerderij is een hooiberg gesitueerd en daaromheen is sprake van opgaande beplanting. Ook aan de noordzijde van de Vriezekoop Noord is sprake van opgaande beplanting op korte afstand van de weg en rondom de bestaande bebouwing. De voormalige ligboxenstal is open in het landschap gesitueerd. Bij de uitvoering van dit bestemmingsplan is landschappelijk een verbetering te realiseren door het opgaand groen aan de westzijde, onder andere in het kader van veiligheid op de Vriezekoop Noord, uit te dunnen. De vestiging van de herenboerderij ter plaatse van de voormalige melkveehouderij zal daarnaast tot gevolg hebben dat onder andere een boomgaard en vruchtstruiken worden aangeplant waardoor het opgaand groen in de toekomstige situatie per saldo zal toenemen. In paragraaf 2.4.4 wordt de landschappelijke inpassing in de toekomstige situatie beschreven.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 8

1.6

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na deze inleiding in hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 komen het beleid en algemene regels van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente aan de orde. In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan verschillende omgevingsaspecten, zoals archeologie en cultuurhistorie, ecologie, water en milieu. Per aspect zijn de van toepassing zijnde regelgeving en het beleid genoemd. Vervolgens zijn de onderzoeken beschreven en conclusies getrokken. Hoofdstuk 5 behelst de juridische opzet en in hoofdstuk 6 wordt de financiële haalbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Ten slotte wordt de bestemmingsplanprocedure in het laatste hoofdstuk nader toegelicht.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 9

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie ter plaatse van het plangebied beschreven. Ook wordt een planbeschrijving gegeven van de beoogde ontwikkeling. Naast de ligging, kenmerken van de omgeving en de ruimtelijke structuur wordt ingegaan op het vigerende bestemmingsplan. Onderdeel van de planbeschrijving is eveneens een beschrijving van enkele uitgangspunten. Dit in aanvulling op de stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten, zoals beschreven in respectievelijk paragraaf 1.5.2 en 1.5.3.

2.2

Bestaande situatie

In paragraaf 1.2 is reeds ingegaan op de ligging van het plangebied. In deze paragraaf wordt de bestaande situatie beschreven. Het plangebied omvat de gronden aan de Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden. Per adres wordt de bestaande situatie toegelicht. Leimuiden, Vriezekoop Noord 4 De oorspronkelijke boerderij dateert van 1743 en functioneert in de huidige situatie als bedrijfswoning bij de voormalige melkveehouderij op het perceel. De gronden aan de Vriezekoop 4 maken onderdeel uit van de volgende kadastale percelen: kadastrale gemeente Leimuiden, sectie B, perceelnummer 1244 en 1380 (LMD02 - B - 1244 en LMD02 - B - 1380).

Figuur 2.1 Oorspronkelijke boerderij aan de Vriezekoop 4 (bron: Vastgoedvanhetland.nl) Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 10

Leimuiden, Vriezekoop Noord 4a Ten zuiden van de oorspronkelijke boerderij, door middel van een tussenlid verbonden met de bedrijfswoning, is de tweede woning in het plangebied gesitueerd. De woning dateert van 1920, is gesitueerd op korte afstand van de Drecht en daardoor vanaf de Vriezekoop Noord nauwelijks zichtbaar. De gronden aan de Vriezekoop 4a maken onderdeel uit van het volgende kadastrale perceel: kadastrale gemeente Leimuiden, sectie B, perceel nummer 1245 (LMD02 - B - 1245).

Figuur 2.2 Woning aan de Vriezekoop 4a, met daarachter de woning aan de Vriezekoop 4 (bron: Vastgoedvanhetland.nl) Leimuiden, Vriezekoop Noord 4c Op de locatie aan de Vriezekoop 4c bevindt zich de bebouwing behorende bij de voormalige melkveehouderij. De ligboxenstal is het hoofdgebouw van de melkveehouderij, maar op het perceel zijn daarnaast ook diverse schuren en stallen (houtbouw) opgetrokken. De ligboxenstal heeft een oppervlakte van circa 880 m². De gronden aan de Vriezekoop 4c maken onderdeel uit van het volgende kadastrale perceel: kadastrale gemeente Leimuiden, sectie B, perceelnummer 1380 (LMD02 - B - 1380).

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 11

Figuur 2.3 Voormalige ligboxenstal aan de Vriezekoop 4c (bron: Vastgoedvanhetland.nl)

2.2.1 Bereikbaarheid Het plangebied Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden ligt in het buitengebied van Leimuiden, maar op slechts 500 meter in westelijke richting bereikt men al de bebouwde kom. De provincialeweg N207 is op 1 km afstand van het plangebied te bereiken, waardoor ook de aansluiting op de A4 en A44 goed is. In slechts 5 autominuten bereikt men de oprit van de snelweg A4, waarmee de locatie goed verbonden is met onder andere Amsterdam en Leiden. Binnen een straal van 0,6 km van de projectlocatie is de dichtstbijzijnde bushalte aan de N207 in Leimuiden gelegen. Buslijnen naar Schiphol, Leiden en Alphen aan den Rijn zorgen voor een goede bereikbaarheid van de locatie met het openbaar vervoer. Vanuit de bebouwde kom van Leimuiden is de projectlocatie ook per fiets goed bereikbaar. De Vriezekoop Noord gaat langs de Drecht over in de Raadhuislaan en via deze rustige weg fietst men de bebouwde kom van Leimuiden in.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 12

2.3

Ruimtelijke structuur

De planlocatie ligt in het buitengebied van de gemeente Kaag en Braassem en is onderdeel van de Vriezekoopsche polder. De verkavelingsstructuur in dit gebied is noord-zuidgericht. De Drecht ligt direct aangrenzend aan het plangebied en is oost-westgericht (haaks op de verkavelingsstructuur). De ligging aan de Drecht, de verkavelingsstructuur en de situering van de Vriezekoop Noord zijn bepalend voor de ruimtelijke structuur in het plangebied. Daarnaast hebben de omliggende functies en het grondgebruik tot gevolg dat de bestaande agrarische activiteiten passen in de ruimtelijke structuur van het gebied. Rondom de planlocatie liggen veelal agrarische gronden, enkele burgerwoningen en een niet-agrarisch bedrijf. Het plangebied zelf wordt onderverdeeld in twee delen door de situering van de weg, de Vriezekoop Noord. De oorspronkelijke boerderij, de plattelandswoning en de hooiberg zijn gesitueerd op korte afstand van de Drecht en functioneren reeds als woonerf. De agrarische activiteiten zijn aan de andere zijde van de Vriezekoop Noord gelegen. Door het staken van de reguliere melkveehouderij is dit deel van het plangebied buiten gebruik geraakt en behoeft de bebouwing en het omliggende terrein onderhoud. De situering van de bebouwing is in dit deel van het plangebied afgestemd op de bestaande verkavelingsstructuur.

Op de planlocatie zelf bestaat de huidige ruimtelijke structuur uit meerdere bouwvolumes met een duidelijk onderscheid tussen de woonfunctie en de agrarische functie.

2.4

Nieuwe situatie

Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van de voormalige melkveehouderij met een bedrijfswoning en een plattelandswoning tot een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen mogelijk gemaakt. Het programma na herontwikkeling bestaat uit een agrarisch bedrijf en twee burgerwoningen. Een bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf is uitgesloten.

2.4.1 Ruimtelijke uitgangspunten Door behoud van de agrarische activiteiten op het perceel wijzigt de ruimtelijke structuur van het plangebied in relatie tot het omliggende gebied niet. Vestiging van de herenboerderij heeft tot gevolg dat de gronden en bebouwing weer het oorspronkelijk gebruik krijgen en het risico op verder verval van de bebouwing voorkomen wordt. Het plangebied zelf wordt ruimtelijk al onderverdeeld in twee delen door de situering van de weg, de Vriezekoop Noord. De huidige bouwvolumes blijven in voorliggend bestemmingsplan toegestaan, enkel het gebruik wijzigt. Dit bestemmingsplan heeft derhalve geen invloed op de bestaande ruimtelijke structuur, opgebouwd uit meerdere bouwvolumes, parallel aan de Drecht of afgestemd op de bestaande verkavelingsstructuur, met een duidelijk onderscheid tussen de woon- en de agrarische functie.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 1 3

2.4.2 Functionele uitgangspunten De planlocatie betreft een bestaand agrarisch bedrijf (reguliere melkveehouderij) dat niet meer als zodanig in gebruik is en door herontwikkeling zal bestaan uit een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen. Een bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf is in de nieuwe situatie uitgesloten. De bedrijfswoning en de plattelandswoning zijn in het geldende bestemmingsplan toegestaan waar in voorliggend bestemmingsplan de burgerwoningen bestemd zijn. Functioneel voorziet de wijziging derhalve hoofdzakelijk in een planologische wijziging van het gebruik van de woningen.

2.4.3 Stedenbouwkundig plan Stedenbouwkundig betreft de oorspronkelijke boerderij samen met de plattelandswoning reeds een woonerf. De agrarische bedrijfsactiviteiten bevinden zich aan de overzijde van de Vriezekoop Noord. Enkele verspreid liggende kleinschalige bouwwerken tussen de huidige woningen en de voormalige ligboxenstal zorgen voor een verbinding tussen beide. De stedenbouwkundige opzet blijft in de toekomstige situatie onveranderd. Middels voorliggend bestemmingsplan worden de woon- en werkfunctie niet alleen stedenbouwkundig maar ook planologisch van elkaar gescheiden. Door behoud van enkele kleinschalige bouwwerken gelegen tussen de beide functies wordt verwezen naar het vroegere functioneren als één agrarisch bedrijf.

2.4.4 Landschappelijke inpassing Dit bestemmingsplan voorziet niet in veranderingen in de ruimtelijke structuur of in veranderingen in de stedenbouwkundige opzet. Het opstellen van een landschappelijke inpassing is derhalve niet benodigd. In de bestaande situatie is het plangebied reeds landschappelijk ingepast. Wel maakt de planologische wijziging van het gebruik van de woningen het mogelijk om landschappelijk een verbetering te realiseren. Het boerenerf is de agrarische functie al verloren en behoeft onderhoud. Het weer in gebruik nemen van de bebouwing en gronden zorgt niet alleen voor onderhoud en gebruik van de bebouwing maar ook van de omliggende gronden. De uitwerking van de landschappelijke inpassing vindt echter plaats buiten het kader van dit bestemmingsplan. De vestiging van de herenboerderij ter plaatse van de voormalige melkveehouderij zal tot gevolg hebben dat onder andere een boomgaard en vruchtstruiken worden aangepland waardoor het opgaand groen in de toekomstige situatie per saldo zal toenemen. Bij de verdere uitwerking van deze plannen - buiten het kader van dit bestemmingsplan - wordt aangesloten op de bestaande landschapswaarden.

2.5

Stijdigheid met vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert op dit moment het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost', zoals vastgesteld op 28 mei 2018. Binnen het plangebied gelden de enkelbestemmingen: 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en 'Verkeer'. Daarnaast gelden voor delen van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waterstaat Waterkering'. Op de verbeelding zijn twee bouwvlakken aangegeven welke middels een relatie-teken met elkaar verbonden zijn. Ter plaatse van de bestaande woning met adres Vriezekoop 4a geldt de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning'. Ter plaatste van Vriezekoop 4c - daar waar de bestaande ligboxenstal is gesitueerd - is de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' van kracht.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 1 4

Figuur 2.4 Uitsnede van verbeelding vigerend bestemmingsplan. Bron: QGIS, eigen bewerking. De herontwikkeling tot een kleinschalig agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om dit plan mogelijk te maken is ervoor gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 15

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie (2020) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 3.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 1 6

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' zijn een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.". Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.

Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en plattelandswoning tot een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen. De agrarische activiteiten zijn reeds beeïndigd door het ontbreken van een opvolger en het object heeft enkele jaren te koop gestaan. Ontwikkeling van een herenboerderij en twee burgerwoningen op deze locatie geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied. Doordat dit bestemmingsplan geen uitbreiding van de bestaande bouwmogelijkheden mogelijk maakt, wordt het behoud van landschappelijke waarden gegarandeerd.

Conclusie De Nationale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 17

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 1 januari 2017 geconsolideerd. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening. Relatie tot het bestemmingsplan Met het opstellen van dit bestemmingsplan is het Barro als uitgangspunt genomen. Het initiatief Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden speelt zich af op lokaal niveau en conflicteert niet met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.

Conclusie Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Relatie tot het bestemmingsplan Op basis van artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik.

Ook dient overprogrammering te worden voorkomen. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in niet meer dan 11 woningen, Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 18

die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (bron: uitspraak 201608869/1/R3, kenmerk: ECLI:NL:RVS:2017:1724). De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is hiervoor het uitgangspunt. Onderhavig bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en plattelandswoning tot een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen mogelijk. Het aantal wooneenheden blijft per saldo gelijk. Voor wat betreft het agrarisch bedrijf geldt dat geen sprake is van de uitbreiding van de bestaande bouwmogelijkheden. Voor het voorgenomen plan is in dit kader geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling conform het Bro. Wel bestaat de algemene verplichting tot het aantonen van de nut en noodzaak van het plan. In de opvolgende paragrafen wordt zowel de regionale als de lokale nut en noodzaak van onderhavig initiatief aangetoond. Conclusie Het Besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale omgevingsvisie Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 1 9

gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing.

Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.

Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 20

Figuur 3.2 Soorten ontwikkeling (bron: Provinciale omgevingsvisie) De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling kan worden toebedeeld aan het type ontwikkeling 'inpassing' (zie figuur 3.2), want het voornemen sluit aan bij de gebiedsidentiteit en voegt zich in de bestaande structuur. De herontwikkeling van een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en plattelandswoning tot een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) en twee burgerwoningen kan worden beschouwd als een gebiedseigen ontwikkeling. Om te beoordelen of de ruimtelijke kwaliteit passend is, is de herontwikkeling getoetst aan de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Gekeken is welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op de projectlocatie en welke richtlijnen hierbij horen.

Figuur 3.3 Kwaliteitskaarten Provincie Zuid-Holland In figuur 3.3 is zichtbaar dat het plangebied is gelegen binnen "Bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen" (kaart: laag van de ondergrond) en "Droogmakerij (klei)" (kaart: laag van de cultuur- en natuurlandschappen). De richtpunten voor het bijzonder reliëf zijn: Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 21

Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De richtpunten behorende bij de droogmakerij zijn: Droogmakerijen (klei en veen): De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Droogmakerijen (klei): Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Dit bestemmingsplan heeft geen effect op de richtpunten die voortkomen uit de 'Laag van de ondergrond'. De herontwikkeling heeft niet tot gevolg dat de patronen en het reliëf in het landschap onevenredig nadelig worden beïnvloed. Er kan niet worden voldaan aan de wens om archeologische waarden meer herkenbaar te maken gezien de beperkte archeologische potentie.

Voor wat betreft het richtpunt zoals voortkomen uit de kaart bij de 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen' voorziet de herontwikkeling niet in aantasting van de beleefbaarheid van de droogmakerij. Daarnaast heeft dit plan geen onevenredig nadelige invloed op het behoud van de landschappelijke structuurdragers en begrenzing van de polders. Het te herontwikkelen perceel wordt landschappelijk ingepast (zie ook paragraaf 2.4.4) waarbij aangesloten is op de bestaande verkavelingsstructuur en ruime doorzichten behouden blijven. Bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied wordt aan de van toepassing zijnde relevante richtpunten voldaan. Doordat sprake is van het type ontwikkeling 'inpassing' heeft het plan weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie. Conclusie De provinciale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.2.2 Provinciale omgevingsverordening Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 22

Regels voor ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. In geval van het type ontwikkeling 'inpassing' (zie ook paragraaf 3.2.1) speelt de ontwikkeling zich af op het niveau van een kavel. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten. Ladder voor duurzame verstedelijking Indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen van de Omgevingsverordening.

Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking kan verwezen worden naar een regionale visie waar de behoefte van de stedelijke ontwikkeling al is gemotiveerd. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstelijking, zoals opgenomen in het Bro, ook opgenomen in de verordening om het provinciaal belang bij de toepassing van de ladder te benadrukken. Indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- of dorpsgezicht kan worden voorzien kan gebruik worden gemaakt van de aangewezen locaties in het Programma ruimte. Relatie tot het bestemmingsplan Uit artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland volgt dat een ruimtelijke ontwikkeling moet passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en de ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een wijziging op structuurniveau indien sprake is van een inpassing. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten, zie ook paragraaf 3.2.1. Verder is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zie paragraaf 3.1.3. Derhalve behoeft de ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden.

Echter dient conform de algemene verplichting de nut en noodzaak van het plan aangetoond te worden, dit wordt gedaan in de opvolgende beleidsparagrafen. Conclusie De provinciale Omgevingsverordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 2 3

3.2.3 Programma Ruimte Het Programma Ruimte (20 februari 2019) is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Ook kan het gaan om taken en bevoegdheden van Gedeputeerde Staten. Relatie tot het bestemmingsplan Eén van de doelen opgenomen in het Programma Ruimte is het transformeren van gebieden naar een andere functie, daar waar die functie meer passend is. Zowel vanuit kwalitatief oogpunt als vanuit de behoefte. Hoewel het plangebied in het programma niet is opgenomen als belangrijk transformatiegebied, is wel sprake van een transformatie voor wat betreft de bedrijfs- en plattelandswoning. Het aantal woningen binnen het plangebied wordt niet uitgebreid, maar het gebruik wijzigt van een bedrijfs- en plattelandswoning naar twee burgerwoningen. Ter plaatse van het agrarisch bedrijf is geen transformatie voorzien. Het exploiteren van een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) is reeds toegestaan. Gemeente Kaag en Braassem is gelegen binnen de regio Holland Rijnland. In 2019 is de meest recente Woningbehoefteraming (WBR) gemaakt door de provincie Zuid-Holland.

Volgens de WBR 2019 is woningbehoefte groot. In de gemeente Kaag en Braassem is voor de periode 2020-2025 een gewenste woningvoorraadtoename van 840 woningen opgenomen. Dit betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan wijzigen van de bestemming van de twee woningen in het plangebied. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het Programma Ruimte. Conclusie Het Programma Ruimte staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.2.4 Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland De Regionale Structuurvisie geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 weer in de regio Holland Rijnland. Op 24 juni 2009 heeft het Algemeen Bestuur de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld. Op 28 maart 2012 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de eerste partiële herziening. In de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Regio Holland Rijnland vormt het midwesten van de Randstad. Om de Randstad – en de positie van de regio Holland Rijnland daarin – te versterken, dient gekozen te worden uit diverse projecten van de verschillende gemeenten in de regio. Allereerst moet de regio kiezen voor het versterken, vergroten en profileren van de aanwezige kwaliteiten van het gebied, om vervolgens kansen te benutten voor de toekomst. Kleine kernen problematiek De gemeenten Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Rijnwoude kampen met kleinekernenproblematiek: de voorzieningen in kleine kernen kunnen de concurrentie met voorzieningen in de stad niet aan, waardoor er te weinig draagvlak is om de voorzieningen in stand te houden. Hierdoor wordt de leefbaarheid in kleine kernen bedreigd. Het op peil Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 2 4

houden van de leefbaarheid in kleine kernen in de regio is een speerpunt. Relatie tot het bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in het buurtschap Vriezekoop, dat is aan te merken als kleine kern in Leimuiden in gemeente Kaag en Braassem. De ontwikkeling voorziet onder meer in de exploitatie van een kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf (herenboerderij) op de locatie van een voormalige reguliere melkveehouderij. De herenboerderij zal bestaan uit zo'n 150 à 200 leden (huishoudens) uit de omgeving. Op de boerderij is een boer in dienst die zo duurzaam mogelijk voedsel produceert voor de leden. Wekelijks zijn er momenten waarop de leden het voedsel kunnen komen ophalen. Hierdoor ontstaat binding tussen de leden en brengt dit 200 huishoudens in direct contact met het buitengebied van Leimuiden. Binnen het plangebied wordt tevens in een kleinschalige horeca- en detailhandelsfunctie voorzien. Voedsel van de herenboerderij kan hierdoor ook bij de boerderij door bijvoorbeeld toeristen en (toekomstige) leden worden genuttigd. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de leefbaarheid in en nabij kleine kernen. Conclusie De Regionale Structuurvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.2.5 Energieakkoord Holland Rijnland 2017 - 2025 De gemeenten in de regio Holland Rijnland hebben een gemeenschappelijke ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. De verschillende gemeenten verwachten dat zij door regionale inzet op energiebesparing, duurzame energieopwekking, het faciliteren van de warmtetransitie en innovatie, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan deze ambitie. De regionale ambitie is om in 2050 energieneutraal te zijn en bij te dragen aan de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van klimaat en energie. De definitie van energieneutraal die gehanteerd wordt is: het energieverbruik binnen de regio wordt volledig gedekt door energie uit duurzame energiebronnen of restbronnen, waarvan minstens 80% uit Holland Rijnland komt. De resterende 20% wordt ingevuld door onder andere restwarmte of geothermie uit de nabijheid van de regio Holland Rijnland. Relatie tot het bestemmingsplan De mogelijkheden voor het verduurzamen van de bestaande bebouwing binnen het plangebied worden bekeken. De uitwerking hiervan vindt plaats buiten het kader van dit bestemmingsplan. Ter plaatse van de agrarische activiteiten in het kader van de herenboerderij wordt in vergelijking met de reguliere melkveehouderij een verduurzaming gegarandeerd. Op het kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf wordt het vee (koeien, varkens en kippen) buiten gehouden.

Wel is er de beschikking over een mobiele huisvesting, zoals bijvoorbeeld de kipcaravan. Daarnaast wordt geen kunstmest en pesticiden meer gebruikt. Conclusie Het Energieakkoord Holland Rijnland staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 25

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Maatschappelijke Ruimtelijke Structuurvisie 2025 De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 12 december 2011 de Maatschappelijke Ruimtelijke Structuurvisie (MRSV) 2025 vastgesteld. De MRSV is de gemeentelijke visie op de maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente tot 2025. In 2017 is de structuurvisie geactualiseerd. De MRSV integreert het beleid vanuit verschillende beleidssectoren tot een logisch en samenhangend geheel. De MRSV biedt een beleidslijn op hoofdlijnen, opgesteld vanuit de gedachte dat de gemeente zich niet (meer) tot in detail met alles gaat bemoeien. Voor zaken en activiteiten waar de gemeente de komende jaren nog wel een duidelijke verantwoordelijkheid heeft of wil hebben, moet aanvullend beleid worden ontwikkeld. Voor dit aanvullende beleid geldt de MRSV als basis. De MRSV is in lijn gebracht met de beleidsdoelen van het Rijk en de provincie Zuid-Holland. Op regionale schaal zijn de beleidsdoelen van Holland Rijnland in deze MRSV geïntegreerd. De hoofdkoers van de gemeente is ‘behoud door ontwikkeling’. Dit betekent dat wordt ingezet op het behouden en versterken van de kernkwaliteit als landelijke gemeente. De gemeente maakt in de MSRV vijf strategische keuzes: 1. delen verantwoordelijkheid; de gemeente neemt niet zelf het initiatief maar faciliteert; 2. wonen in alle kernen: de kwaliteit van samen leven staat voorop.

Elke kern in de gemeente heeft zijn eigen kracht en karakter. De gemeente heeft aandacht voor de samenstelling van de woningmarkt. Voor nieuwe woningbouwplannen is daarom de keuze gemaakt om van de 30% sociale woningen, 25% sociale huurwoningen en 5% sociale koopwoningen na te streven. 3. ruimtelijke kwaliteit belangrijk, maar niet altijd voorop; diverse ruimtelijke opgaven gaan op termijn een aanzienlijke claim leggen op het landschap. Ook de regionale en gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid betekenen dat energiebronnen zoals windmolens en zonnevelden in het polderlandschap kunnen verschijnen. Vanwege genoemde ruimtelijke opgaven is het niet altijd mogelijk om het behoud van open landschap voorop te stellen. Bij elke potentiële ruimtelijke ontwikkeling dient een afweging te worden gemaakt, waarbij wordt gestreefd naar creativiteit en multifunctioneel ruimtegebruik. 4. ontwikkeling door beheer; de focus komt steeds meer te liggen op de ontwikkeling van kleinschalige herstructureringen binnen de bestaande woonomgeving. In de stuctuurvisie is een ruimtelijke ontwikkelingsbeeld omschreven, waarbij een kaart is opgenomen met diverse beleidsvelden, zie figuur 3.4. Hieronder worden een aantal voor het plangebied relevante beleidsvelden uitgelicht.

Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 2 6

Figuur 3.4 Kaart bij ruimtelijk ontwikkelingsbeeld (Bron: Maatschappelijke Ruimtelijke Structuurvisie 2025) Droogmakerij De droogmakerijen zijn grootschalige open polders. Het primaire grondgebruik is landbouw, zowel akkerbouw als veeteelt. Er is volop ruimte voor schaalvergroting. Sommige bedrijven gaan stoppen, andere bedrijven kunnen verdubbelen in grootte. Ook hier is ruimte voor recreatie, maar anders dan in Kaag en Braassem West. De recreatie is nadrukkelijk gekoppeld aan de linten langs de Wijde Aa en de Drecht. Het gaat dan om recreatieve routes, met daarbij trekpleisters. In deze accenten is behalve aandacht voor de recreatieve kant ook nadrukkelijk aandacht voor verhoging van de land schaps- en natuurwaarde. Drechtzone De Drecht is een langgerekt bebouwingslint met een hoge natuurwaarde. Verspreid langs het lint staan woningen op het bovenland afgewisseld met agrarische bedrijven in de polder. Het is een recreatieve route voor fietsers, wandelaars en watersporters. Er is beperkt ruimte voor recreatie met aandacht voor het behouden van flora en fauna. De bedrijven hebben vooral een agrarische functie, incidenteel hebben zij ook een recreatieve functie. Zo worden er bed and breakfasts gerund, consumpties of streekproducten verkocht in een boerenlandwinkel of kampeermogelijkheden geboden. Onderaan de dijk is ruimte voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling.

Oeverrecreatie extensief Extensieve recreatiegebieden kennen wandel- en fietsroutes of een picknickplaats. Er zijn elementen die de beleving van de relatief rustige omgeving mogelijk maken. Hier ligt het accent vooral op natuur en landschap. Deze gebieden zijn (beperkt) toegankelijk voor voorbijkomende wandelaars en fietsers of per boot. Een enkele voorziening in de vorm van een vlonderpad of vogeluitkijkpunt geeft een extra recreatieve waarde en verhoogt de Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 27

natuur- en belevingswaarde van het landschap. Dorpsperspectieven De gemeente Kaag en Braassem is opgebouwd uit verschillende dorpskernen, waaronder Bilderdam en Leimuiden. Bilderdam is een buurtschap gelegen in Leimuiden en behoort tot het landelijk gebied van Leimuiden. Er wordt niet ingegaan op Vriezekoop, dat tevens een buurtschap in Leimuiden in het landelijk gebied is. Hieronder wordt ingegaan op het dorpsperspectief van Bilderdam, gezien dit een soortgelijk karakter als Vriezekoop bevat. Bilderdam Kenmerkend voor Bilderdam is de bebouwingslint langs de Drecht en de binding met het water, dit is een karakterstiek kenmerk dat behouden dient te blijven. Vanuit de inwoners van Bilderdam is de wens dat de schoonheid en het kleinschalige karakter van het dorp behouden blijft en dat er aandacht is voor recreatieve verbindingen met omliggende gemeenten. Relatie tot het bestemmingsplan De herontwikkeling binnen het plangebied sluit aan op de MRSV, namelijk door het behouden en versterken van de kernkwaliteit als landelijke gemeente. Dit bestemmingsplan gaat niet gemoeid met uitbreiding van de bestaande ontwikkelingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf, maar heeft wel tot gevolg dat de agrarische activiteiten op het perceel kunnen worden voortgezet. De vestiging van een herenboerderij zorgt voor behoud van de agrarische functie.

Doordat binnen het plangebied wordt voorzien in een kleinschalige horeca- en detailhandelsfunctie krijgt het agrarisch bedrijf aan de Drecht tevens een (beperkte) functie als trekpleister voor recreanten. Hoewel in de MRSV niet specifiek ingegaan wordt op het buurtschap Vriezekoop, kan worden gesteld dat de herontwikkeling binnen het plangebied aansluit op het perspectief voor Bilderdam. De gronden zoals direct aan de Drecht gelegen betreffen in de huidige situatie de bedrijfs- en plattelandswoning behorende bij het agrarisch bedrijf. Dit bestemmingsplan wijzigt de functie van deze woningen in twee burgerwoningen, maar resulteert niet in extra ontwikkelingsmogelijkheden. Hierdoor wijzigt er niet tot nauwelijks iets aan de structuur van de Drechtzone. Conclusie De MRSV staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.3.2 Omgevingsvisie Kaag en Braassem Op 26 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem de Omgevingsvisie vastgesteld. Met de omgevingsvisie wil de gemeente Kaag en Braassem samenwerking vanuit een gezamelijke verantwoordelijkheid verder uitdragen. De omgevingsvisie is opgedeeld in een aantal grote thema's. Binnen de thema's is een aantal opgaven geformuleerd, waarbij eventuele doelen worden benoemd. De thema's betreffen: duurzaamheid; natuur, water en lucht; wonen; Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 28

economie; sociaal domein; mobiliteit, en veiligheid. In de omgevingsvisie wordt tevens onderscheid gemaakt in een viertal gebiedstypen, namelijk het buitengebied, de glastuinbouwgebieden, bedrijventerreinen en de kernen. Per gebied wordt een beschrijving van het gebied gegeven in de visie, met bijbehorende doelen en uitgangspunten. Buitengebied Het buitengebied beslaat qua oppervlakte het grootste deel van de gemeente Kaag en Braassem. Binnen het buitengebied worden de volgende gebieden onderscheiden: veenwijde, droogmakerij, Wijde Aa zone, Drechtzone, Kagersplassen-gebied en de agrarische linten. In figuur 3.5 is de kaart 'Gebiedstype Buitengebied' opgenomen. Het plangebied is gelegen in het noordwesten van de gemeente Kaag en Braassem en is figuur 3.5 aangegeven met een zwarte stip. Het plangebied ligt in de droogmakerij, de Drechtzone en de agrarische linten. Deze gebieden worden hieronder uitgelicht.

Figuur 3.5 Gebiedstypen in het buitengebied (Bron: Omgevingsvisie Kaag en Braassem) Droogmakerij De droogmakerijen zijn grootschalige open polders en worden voornamelijk gebruikt als agrarisch productielandschap. Het primaire grondgebruik is landbouw, bestaande uit zowel akkerbouw als veeteelt. De specifieke uitgangspunten voor dit gebied zijn: Activiteiten zoals zelfstandige horeca, (grootschalige) evenementen, recreatie en Mees Ruimte & Milieu | Vriezekoop 4, 4a en 4c te Leimuiden

Pagina | 2 9

woningbouw kunnen alleen incidenteel voorkomen, voornamelijk binnen de agrarische linten. Binnen het gebied is ruimte voor schaalvergroting van agrarische bedrijven. Planologisch wordt er daarom ruimte geboden op het gebied van geur, geluid, mestopslag en dierenverblijven. Binnen de droogmakerij is er ruimte voor recreatie, nadrukkelijk gekoppeld aan linten langs de Wijde Aa en de Drecht. Het gaat dan om recreatieve routes, met daarbij trekpleisters zoals een agrarisch bedrijf waarbij de recreatie tot een volwaardige tweede hoofdtak is geworden. Deze trekpleisters zijn via de N207 en de N446 goed bereikbaar. Voorwaarde bij bovengenoemde accenten is dat er ook nadrukkelijk aandacht is voor verhoging van de landschaps- en natuurwaarden. Drechtzone De Drechtzone is een langgerekt bebouwingslint met een hoge natuurwaarde. Verspreid langs het lint staan woningen op het bovenland afgewisseld met agrarische bedrijven in de polder. Het is een recreatieve route voor fietsers, wandelaars en watersporters. Veel van de gronden bovenaan de dijk bevatten natuurwaarden. De agrarische bedrijven liggen onderlangs de dijk. De bedrijven hebben vooral een agrarische functie, incidenteel hebben zij ook een recreatieve functie. Zo worden onder andere consumpties of streekproducten verkocht in een boerenlandwinkel.

De specifieke uitgangspunten voor dit gebied zijn: Er is beperkt ruimte voor recreatie met aandacht voor het behouden van flora en fauna. Bij (voormalige) boerderijen en woningen kunnen natuur en landschapselementen zoals fruitboomgaarden worden aangelegd. Onderaan de dijk is ruimte voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling. Het saneren van (agrarische) bedrijfsbestemmingen die incidenteel het lint onderbreken ten behoeve van kleinschalige woningbouw (bijv. ruimte voor ruimte) of natuurontwikkeling is wenselijk. Agrarische Linten In het buitengebied zijn er enkele linten die door de jaren heen zijn ontstaan en zich onderscheiden van het open landschap door een hogere bebouwingsdichtheid. Naast de agrarische activiteiten kennen ze ook woon-, bedrijfs- en recreatieve bestemmingen. Behoud van de linten is het uitgangspunt. De specifieke uitgangspunten voor dit gebied zijn: Binnen deze linten is er naast de agrarische activiteit ook ruimte voor recreatieve activiteiten en incidenteel het toevoegen van een woning. Dit mits er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitswinst (bijv. ruimte voor ruimte of het saneren van een bedrijfsbestemming), en/of er gebouwd wordt voor de doelgroepen waar behoefte naar is volgens de Regionale Woonagenda. Versterking/verbetering van de voor het gebied kenmerkende biodiversiteit wordt ook gezien als ruimtelijke kwaliteitswinst.

Nieuwe (niet-agrarische) bedrijfsactiviteiten zijn binnen deze linten, net als in het gehele buitengebied, niet wenselijk en moeten zoveel mogelijk op de bedrijventerreinen gerealiseerd worden. Relatie tot het bestemmingsplan De herontwikkeling binnen het plangebied sluit aan op de specifieke uitgangspunten van zowel de droogmakerij, van de Drechtzone als van de agrarische linten. De vestiging van het kleinschalig gemengd agrarisch bedrijf zorgt voor behoud van de agrarische functie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b0303cf6-2512-4237-8650-c0fc13f76d47