CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPSPORTPAD-VAS2 toelichting, regels en verbeelding

Gemeenteraad 16 september 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan ‘Sportpad’ (bestuurlijke lus).30.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Kaag en Braassem

Bestemmingsplan “Sportpad” VASTSTELLING

621.135.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 2 september 2024

GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM

BESTEMMINGSPLAN “SPORTPAD”

TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 621.135.60 datum 2 september 2024 bestand J:\621\135\60\3.projectresultaat

Procedureoverzicht Fase

Datum

Concept

juli 2022

Ontwerp

maart 2023

Vaststelling

september 2024

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting 1.

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer

1

1 1 2

2.

Planbeschrijving

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Historie plangebied Bestaande situatie plangebied Ontwikkelingen Juridische aspecten

3 3 5 9

3.

Ruimtelijke Ordening

12

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

12 13 16 17 19

4

Mobiliteit

20

4.1 Verkeer 4.2 Parkeren

20 21

5

23

Natuur en landschap

5.1 Kader 5.2 Onderzoek 5.3 Conclusie 6

23 25 25

Water

27

6.1 Kader 6.2 Onderzoek 6.3 Conclusie

27 29 33

7

34

Archeologie en cultuurhistorie

7.1 Kader 7.2 Onderzoek 7.3 Conclusie

34 34 34

8

Milieu

35

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8

Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen

35 35 36 37 38 40 44 47

9

Uitvoerbaarheid

9.1 Economische uitvoerbaarheid 9.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.3 Handhavingsaspecten Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14

Masterplan Sportpad, IMOSS, 9 maart 2021 Quickscan verkeersafwikkeling, Sweco, 25 februari 2020 Parkeerbalans Flora- en faunaonderzoek, ABO-Milieuconsult, 11 februari 2022 Aanvullend vleermuisonderzoek spouw, ABO-Milieuconsult, 18 januari 2022 Verkennend bodemonderzoek, ABO-Milieuconsult, 18 november 2021 Verkennend bodemonderzoek deellocatie 4 en nader bodemonderzoek zink, ABO-Milieuconsult, 28 januari 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 6 maart 2023 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 5 september 2022 Nader onderzoek flora en fauna, ABO-Milieuconsult, 26 augustus 2022 Akoestisch onderzoek Padelbanen, het GeluidBuro, 31 juli 2023 Stedenbouwkundig plan, IMOSS, 7 maart 2023 Nota van beantwoording zienswijzen, september 2023 Akoestisch onderzoek Padelbanen V2.0, het GeluidBuro, 19 juni 2024

48

48 48 49

1

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Het Sportpad is het voorzieningencluster met de nadruk op sport en recreatie gelegen tussen het winkelhart van Roelofarendsveen en het centrum van Oude Wetering. Met de groei van de kernen rijst ook de vraag om de verschillende basisscholen en kinderopvanglocaties te clusteren tot een integraal kindcentrum (IKC) en de sportvoorzieningen op peil te brengen. In april 2021 heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem unaniem ingestemd met het ‘Masterplan Sportpad’. Dit masterplan is een gezamenlijk ruimtelijk toekomstbeeld van het Sportpad en geeft richting aan de ontwikkeling van het Sportpad. Om de plannen binnen het Sportpad te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Doel De ontwikkeling past niet binnen de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het noordoosten van Roelofarendsveen en wordt grofweg begrensd door: - bestaande woonbebouwing aan de noord- en westzijde; - de Rembrandt van Rijnsingel in het oosten; - de Alkemadelaan aan de zuidzijde.

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied

De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven. Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

2

1.3

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaat in op, onder andere, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en milieu. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

3

2.

Planbeschrijving

2.1

Historie plangebied De huidige ruimtelijke verschijningsvorm van het Sportpad, te midden van de bebouwing, komt voort uit de gelaagde historie van het gebied. Een aantal belangrijke historische structuren heeft daaraan bijgedragen. De polderstructuur van Googerpolder, met name de Molentocht, is nog leesbaar als westrand van het Sportpad. Ook is op de kaart van 1925 nog de spoorlijn Leiden - Hoofddorp, als verbinding tussen de kernen Roelofarendsveen en Oude Wetering, te zien. Deze lijn - nu de Alkemadelaan - is de zuidelijke begrenzing van het Sportpad, dat omstreeks 1970 wordt aangelegd tussen de twee kernen in. Deze periode laat ook de lintbebouwing in de Googerpolder zien, ten noorden van het Sportpad, en de groei van Roelofarendsveen en Oude Wetering met de aanleg van de woonwijken. In de periode daarna vindt er verdere uitbreiding van de kernen plaats, waardoor het Sportpad inmiddels omsloten wordt door bebouwing.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling Sportpad (bron: Masterplan Sportpad)

2.2

Bestaande situatie plangebied Het Sportpad is een voorzieningencluster met een nadruk op sport en recreatie. Het gebied biedt ruimte aan diverse sportvelden, sporthallen en een zwembad. Verschillende verenigingen en (sport)clubs maken gebruik van de voorzieningen binnen het gebied, zie afbeelding 2.2.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

4

Afbeelding 2.2: Luchtfoto huidige situatie

Afbeelding 2.3: Overzicht huidig programma in de bestaande situatie (bron: Masterplan Sportpad)

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

5

Vigerend bestemmingsplan Voor de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Veenwetering’ (vastgesteld 10 februari 2009). Het overgrote deel van het gebied heeft de bestemming ‘Sport,’ ‘Water’ of ‘Verkeer.’ In het noordoostelijk gedeelte van het plangebied komen nog de bestemmingen ‘Wonen,’ ‘Maatschappelijk’ en ‘Groen’ voor. De vigerende, maximale bouwhoogtes voor de sportvoorzieningen volgens het bestemmingsplan zijn: - Sportclubs: 4,5m - Tweesprong: 6m (feitelijke situatie is hoger) - SplotsZ 6,5m De omliggende bebouwing kent een bouwhoogte van 9m, met een goothoogte op 6m. Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader gemaakt.

Afbeelding 2.4: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)

2.3

Ontwikkelingen De aanleiding voor de herontwikkeling van het Sportpad is veelzijdig: - de vraag om vernieuwing van zwembad en sporthal De Tweesprong; - de plannen voor een Integraal Kindcentrum (IKC) van de basisscholen en kinderopvang; - de wens van de overige organisaties om de voorzieningen binnen dit gebied toekomstbestendig te maken.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

6

Gezamenlijk willen alle partijen bijdragen aan het op peil brengen van het sport- en cultuurniveau. De huidige infrastructuur van het Sportpad is niet toereikend voor de intensivering van het gebruik. Dit vraagt om een integrale benadering van programma en verkeer. Voor het gebied aan het Sportpad is daarom recentelijk een masterplan ontwikkeld. Dit masterplan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Het masterplan is de ruimtelijke uitwerking van de door de gebiedspartijen opgestelde gezamenlijke visie. In deze visie komen sport, onderwijs, kinderopvang, cultuur, wonen en zorg samen voor alle inwoners van 0 tot 100 jaar. De voornaamste veranderingen die op de planning staan zijn: - nieuwbouw van sporthal en zwembad; - nieuwbouw Integraal Kindcentrum; - uitbreiding tennisvoorzieningen en aanleg hockeyveld op meest oostelijk gelegen voetbalveld; - nieuwbouw kantine gefuseerde voetbalverenigingen (en wellicht Hockeyclub Alkemade). Met de realisatie van een IKC worden drie basisscholen (De Klimboom, Elckerlyc en De Roelevaer) en twee kinderopvanglocaties (Grote Beer en Zonnewijzer) voorzien van een nieuw onderkomen. Met de verhuizing van deze basisscholen en kinderopvang is er ook sprake van een aantal vrijvallende locaties.

Het is aannemelijk dat op deze locaties op termijn woningen gerealiseerd zullen worden, die tevens als kostendragers kunnen dienen voor het gehele Sportpad-project. De precieze invulling is echter nog niet duidelijk en wordt buiten het kader van dit bestemmingsplan verder onderzocht. 2.2.1 Masterplan - Stedenbouwkundige essentiekaart De stedenbouwkundige essentiekaart (afbeelding 2.5) geeft de richting weer van de ontwikkelingen die zijn voorzien in het masterplan. Niet als blauwdruk, maar als handvatten voor de ontwikkeling. De hoofdopzet van het plan bestaat uit een cluster van nieuwe bebouwing aan de noordzijde van het Sportpad (Tweesprong, IKC) en een aantal sportverenigingen ten zuiden van het Sportpad. De aanjager van de ontwikkelingen in het gebied is de noodzaak voor nieuwe huisvesting van het onderwijs in combinatie met vernieuwing van de Tweesprong. Dit betreft de aanleg van een nieuw zwembad, sporthal en horeca, gepaard met 6.000 m2 onderwijsfunctie en minimaal 3.000 m2 buitenruimte. De combinatie tussen sport, spel en onderwijs wordt gezien als belangrijk ontwikkelperspectief voor de jeugd binnen de gemeente.

Bij de ontwikkeling van het plan is er qua ruimtereservering zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen en behoeften van de andere partijen zoals de jeu de boules- en tafeltennisvereniging, de sportschool en fysiotherapie, die in de huidige situatie letterlijk aan de Tweesprong vast zitten. Goede interne verbindingen zorgen ervoor dat deze partijen aan het Sportpad verbonden blijven. De ontsluiting en het parkeren is gekoppeld aan de meest intensieve functies (Tweesprong en IKC, voetbal en tennis) en vindt plaats vanaf de oostelijke rotonde. Het Sportpad loopt als parkroute en centrale groene drager door het gebied en verbetert de verbindingen tussen de verschillende voorzieningen, pleinen en de omgeving. Een herinrichting met breder profiel en apart voetgangersgedeelte moet zorg dragen voor voldoende capaciteit wanneer het gebied intensief zal worden gebruikt. Centraal in het gebied ligt, als hart van het plan en gekoppeld aan de Tweesprong en het IKC, een groot plein met multifunctioneel gebruik van sport en spel om te ontmoeten en te verblijven.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

7

De voetbalvereniging ligt na de fusie centraal in het gebied met het nieuwe clubgebouw, met uitzicht op de velden rondom en met de mogelijkheid om de hockeyvereniging te huisvesten. De tennisvereniging breidt uit naar de westzijde, waar ruimte is ontstaan door de vervanging van een voetbalveld door een hockeyveld voor enkele tennisvelden en padelbanen. Het evenemententerrein rondom SplotsZ wordt heringericht als plein, met mogelijke inrichting voor overloopparkeren.

Afbeelding 2.5: Stedenbouwkundige essentiekaart (bron: Masterplan Sportpad)

2.2.2 Stedenbouwkundige uitwerking Het masterplan is verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Dit stedenbouwkundig plan is 28 februari 2023 vastgesteld en opgenomen als bijlage 12 bij deze toelichting. Het plan beslaat de ontwikkelingen ten noorden en ten zuiden van het Sportpad en richt zich op een veilige, kind- en gebruikersvriendelijke omgeving waar bewegen en leren centraal staat. De gebouwen staan met hun voorzijde naar het Sportpad en de route is makkelijk, veilig en overzichtelijk zonder veel kruisingen van verkeer. Op afbeelding 2.6 is het totale stedenbouwkundige plan te zien. Bebouwing Het plan voorziet in de volgende nieuwe bebouwing: • Kindcentrum en Tweesprong • Nieuw clubgebouw/kantine EMM’21 Het nieuwe gebouw van het Kindcentrum en de Tweesprong wordt een multifunctioneel gebouw. Waar mogelijk worden ruimtes gedeeld en zijn er interne doorgangen mogelijk. In de basis bestaat het gebouw uit een gedeelte Tweesprong, een gedeelte Kindcentrum, met daartussen het gezamenlijke ‘hart’ van het gebouw. Het gebouw zal verder worden uitgewerkt door een architect. Om de architect in deze fase nog wat ontwerpvrijheid te geven zijn de bouwhoogtes en het bouwvlak die opgenomen zijn in het bestemmingsplan ruimer dan het huidige ontwerp.

Op dit moment is het ontwerp echter technisch nog niet ver genoeg uitgewerkt om te bepalen wat de definitieve bouwhoogtes en omvang van het bouwvlak

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

8

in het bestemmingsplan worden. Op afbeelding 2.7 is te zien hoe het huidige gebouwontwerp zich verhoudt tot de verbeelding van het bestemmingsplan. Het nieuwe clubgebouw van EMM’21 heeft een oppervlakte van 2.800 m2 bvo voor kantine, kleedkamers en overige ruimtes. Sportvelden Bij de sportverenigingen vinden er aanpassingen aan de velden plaats qua ligging, aantal en type, om aan te sluiten bij de toekomstige behoefte. De velden van EMM’21 worden gecentreerd rondom het nieuwe clubgebouw. De twee kleine (jeugd)velden komen aan de zuidzijde van het Sportpad te liggen, direct aan de kantine vast. De overige velden worden ook als kunstgras uitgevoerd zodat ze intensiever bespeeld kunnen worden. Hiermee wordt ruimte geschept voor de inpassing van het hockeyveld van HC Alkemade (gaat op in EMM’21) en een inspeelveld. Tevens schept dit ruimte zodat de tennisvereniging kan uitbreiden. De tennisvereniging breidt uit met enkele tennisvelden en padelbanen. Onderstaande afbeelding (2.6) komt uit het stedenbouwkundig plan van maart 2023. Hierin staan nog slechts twee padelbanen ingetekend, maar inmiddels is duidelijk dat dit vier padelbanen zullen worden. De buitenbanen van de jeu de boulesvereniging blijven gehandhaafd in het plan.

Afbeelding 2.6: Plankaart stedenbouwkundig plan (bron: Stedenbouwkundig plan, 7 maart 2023)

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

9

Afbeelding 2.7: Ontwerp Tweesprong & Kindcentrum Noord versus verbeelding bestemmingsplan (bron: VenhoevenCS architecture+urbanism, 14 augustus 2023)

2.4

Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.

2.4.1 Planmethodiek De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1); • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); • Algemene regels (hoofdstuk 3); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hierna worden de vier hoofdstukken kort toegelicht. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een groot aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

10

Groen Voor structureel groen is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Aangegeven is dat ter plaatse geen gebouwen mogen worden opgericht. Het groene karakter van deze gronden dient, binnen in het plan gestelde voorwaarden, zoveel mogelijk behouden te blijven. Binnen de bestemming zijn de gronden onder meer bestemd voor de aanleg van groenstroken en beplanting, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Maatschappelijk Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn de gronden bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder onderwijs- en sportfuncties. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat volledig bebouwd mag worden. De toegestane bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Sport De sportvelden zijn voorzien van de bestemming ‘Sport’. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor sport- en recreatievoorzieningen, sportvelden voor buitensporten en bij deze voorzieningen behorende ondergeschikte horeca. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat volledig mag worden bebouwd. De toegestane bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Verkeer De in het plangebied voorkomende wegen, straten en paden met een verkeers- of verblijfsfunctie zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’.

Binnen de bestemming kan medewerking worden verleend aan een herinrichting/herprofilering en zijn onder andere parkeer-, groen- en speelvoorzieningen alsmede waterberging en watergangen mogelijk. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt. Water De watergangen in het plangebied hebben de bestemming ‘Water’ gekregen. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor sloten, vaarten (en daarmee gelijk te stellen waterlopen) en waterpartijen. Ten behoeve van de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht zoals duikers, bruggen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Leiding – Riool Voor de aanwezige riool(pers)leiding(en) in het plangebied is de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen. De betreffende gronden zijn primair bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere bouwwerken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de bouwbepalingen voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemming, op voorwaarde dat advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Ter plaatse van de dubbelbestemming is een (omgevings)vergunning vereist voor het uitvoeren van werkzaamheden die de belangen van de leidingbeheerder kunnen schaden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn.

Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

11

Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. Ook zijn er regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en bestaande afstanden en maten. Daarnaast is in de algemene bouwregels een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Indien op grond van één van de in het voorliggende plan opgenomen bestemmingen wordt gebouwd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het vigerende gemeentelijke parkeerbeleid. Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2018’. Indien deze parkeernota in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan het meest recente gemeentelijke parkeerbeleid. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan. Daarnaast is een regeling opgenomen voor aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven (afwijkingsbevoegdheid) Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen.

Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van openbare nutsvoorzieningen, kunstobjecten en andere nutsgebouwen. Algemene wijzigingsregels Een wijzigingsbevoegdheid is onder voorwaarden opgenomen voor geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmeting van bestemmingsgrenzen met niet meer dan 10%. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.4.2 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd.

In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

12

3.

Ruimtelijke Ordening

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Planspecifiek Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure vallen onder het begrip ‘overige stedelijke voorzieningen’ en zijn ook ladderplichtig. De belangrijkste aanleiding voor de herontwikkeling van het Sportpad is dat met de groei van de kernen ook de vraag rijst om de sportvoorzieningen op peil te brengen. De verschillende verenigingen en gebruikers van de voorzieningen binnen het Sportpad zitten tegen de maximale capaciteit aan en hebben in de bestaande situatie geen ruimte om uit te breiden. De voetbalverenigingen kunnen geen velden missen, de tennisvereniging heeft een wachtlijst en voor beide verenigingen geldt dat er met de Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

13

toename van het aantal bewoners in vooral Roelofarendsveen dringend behoefte bestaat aan meer banen/velden. Ook voor tafeltennisvereniging De Treffers, loopvereniging Plantaris en jeu de boulesvereniging De Boel De Boule zal er in de toekomst behoefte zijn aan uitbreiding waarbij vooral gekeken wordt naar de buitenterreinen die liggen om en naast het gebouw. Met al deze partijen, maar ook met onderwijsinstellingen, omwonenden en andere gebruikers van het gebied, is samengewerkt aan het masterplan. Gezien het voorgaande kan geconstateerd worden dat er een grote behoefte bestaat aan herontwikkeling en uitbreiding van de faciliteiten binnen het Sportpad. Daarnaast ligt het plangebied binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.

De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

14

Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

15

beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Planspecifiek Het plangebied is opgenomen in drie kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Veencomplex – Oude zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen in droogmakerijen een bijdrage leveren aan een duurzame waterhuishouding. Ook is een deel van het plangebied aangeduid als ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Richtpunten hierbij zijn dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden en dat waar mogelijk de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar worden gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Droogmakerijenlandschap (klei)’. Richtpunt is dat ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’.

De volgende richtpunten zijn hierbij relevant: - Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. - Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. - Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. - Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. De ruimtelijke hoofdstructuur van het Sportpad en de omgeving komt voort uit de landschappelijke en stedenbouwkundige morfologie. Belangrijke ruimtelijke dragers zijn de twee oude linten van Oude Wetering en Roelofarendsveen, de een langs het water, de ander te midden van de veenpolder. Dit geeft de opbouw van het landschap van dijk, orthogonale structuur van de droogmakerij (Gogherpolder) en grillige waterstructuur van het veengebied als basis. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een herontwikkeling binnen het bestaande sport- en voorzieningencluster en heeft geen negatieve invloed op de bestaande structuren.

Om voldoende flexibiliteit in het ontwikkelproces in te bouwen wat betreft het stapelen van functies, laat het masterplan meer ruimte voor de hoogte van de bebouwing dan in het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Hiermee wordt kostbare ruimte gespaard voor de gedeelde functies in de openbare ruimte. De (accenten in) bouwhoogtes passen binnen de stedelijke structuur. De kenmerkende kwaliteit van het Sportpad is de groenblauwe structuur die door het gebied loopt. De parkachtige opzet met de watergang en bomenrijen vormt een aantrekkelijk beeld en dit beeld wordt met voorliggende ontwikkelingen doorgezet richting het huidige parkeerterrein bij SplotsZ. De groene ruimte om het Sportpad vormt in het stedenbouwkundig plan de centrale groene drager van het plan: een raamwerk dat de omliggende functies verbindt. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de richtpunten uit de provinciale kwaliteitskaarten.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

16

Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 De Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland geeft de grote lijnen weer van de door gewenste richting en duidt de grote projecten aan waar de deelnemende gemeenten aan willen werken. De Regionale Structuurvisie is een product van intensieve samenwerking van de vijftien gemeenten in Holland Rijnland. Ze laat zien hoe sterk de gezamenlijke gemeenten kunnen zijn en hoe belangrijk het is dat deze met elkaar de toekomst ingaan. De visie levert een bijdrage aan het denken over de toekomst van de Randstad. In deze Regionale Structuurvisie wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Op basis van deze visie worden de onderstaande zeven kernbeslissingen geformuleerd. Deze kernbeslissingen geven de belangrijkste keuzes weer: • Holland Rijnland is een top woonregio; • Leiden vervult een regionale centrumfunctie; • Concentratie stedelijke ontwikkeling; • Groen-blauwe kwaliteit staat centraal; • Het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open; • Twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports; • Verbetering van de regionale bereikbaarheid. Planspecifiek De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de uitwerking van de derde en vierde kernbeslissing.

De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied en sluit aan bij de kenmerkende kwaliteit van het Sportpad als de groenblauwe structuur die door het gebied loopt. Gesteld kan worden dat het initiatief aansluit op de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

17

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Kaag en Braassem De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 26 oktober 2020 de Omgevingsvisie Kaag en Braassem vastgesteld. In deze brede visie verbindt de gemeente de fysieke leefomgeving en het sociale domein aan elkaar. Met de omgevingsvisie wil de gemeente borgen wat goed gaat en inzetten op verdere vernieuwing en ontwikkeling waar dit nodig is. Per onderwerp zijn opgaven weergegeven en is aangegeven met welke doelen de gemeente deze opgaven wil bereiken. Verder is de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld, met bijbehorende kenmerken en waarden. Planspecifiek Een aantal thema’s binnen de omgevingsvisie zijn relevant voor het Sportpad: - Energie en grondstoffen: de toekomstige vraag naar energie (warmte, elektra en brandstof) en bijbehorende infrastructuur verduurzamen. Concreet ligt er de opgave om o.a. in sportkantines en scholen minder energie te gebruiken. Daarnaast willen we werken aan een kringloopeconomie waarin duurzaam geproduceerde en hernieuwbare grondstoffen en materialen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor de nieuwbouw van de school. - Natuur, water en lucht: de resterende biodiversiteit behouden, werken aan herstel, bodemdaling tegengaan, de veiligheid van het grondwater en de kwaliteit van de bodem waarborgen en ervoor zorgen dat Kaag en Braassem in de toekomst goed om kan gaan met extreme regenval, droogte en hittestress.

Hiervoor ligt de opgave om natuurinclusief te bebouwen en de toepassing van inheemse beplanting voor het aantrekken van diverse vogel- en diersoorten, naast het groen zoveel mogelijk te behouden, te vergroten en te ontwikkelen en gebieden zo in te richten dat de omgeving weerbaar is tegen de effecten van klimaatverandering. - Wonen: er ligt een woningbouwopgave voor alle kernen met ontwikkelingen die passen bij de aard en schaal van het gebied. Onderdeel van de woningbouwopgave is de ruimte voor recreatie en andere voorzieningen (zoals sport) die een prettige leefomgeving maken. - Gezonde economische ontwikkeling: naast voorzien in werkgelegenheid ook de profilering als recreatiegemeente met ruimte voor evenementen. - Sociaal: bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl. De inrichting van de buitenruimte stimuleert inwoners van alle leeftijden om te spelen en te bewegen. Het creëren van een veilige omgeving voor kinderen om op te kunnen groeien met een samenhangend aanbod van onderwijs, kinderopvang, sport en cultuur. Hierbij zijn verenigingen belangrijke ontmoetings- en netwerkplekken. Sport, spel, cultuur, muziek, dans, etc. hebben een belangrijk positief effect op leefbaarheid en gezondheid.

Hiervoor wordt ingezet op: laagdrempelig en toegankelijk aanbod, sterke organisaties, match tussen aanbod en vraag naar vrijwilligers en verbinding tussen sport en ondersteuningshulp. - Mobiliteit: integraal oppakken van mobiliteitsvraagstukken, met als uitgangspunt een goede leefbaarheid. Er gelden voorwaarden voor bereikbaarheid en voldoende parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen en voor het vergroten van verkeersveiligheids(gevoel) in het algemeen. Stimuleren van duurzame mobiliteit en de fiets (ook vanwege het positieve effect op inwoners) door respectievelijk te voorzien in uitbreiding van het aantal laadpalen en het fietspadennetwerk op te waarderen. - Veiligheid: vergroten van de veiligheid in de leefomgeving met een schone, hele en veilige openbare ruimte. - Gebiedstype: het Sportpad valt binnen de kern Roelofarendsveen onder het type centrum dorps, waarin het voorzieningenniveau in stand wordt gehouden en verder opgewaardeerd met een veilige, leefbare en klimaatadaptieve omgeving.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

18

-

Dorpsperspectief: centraal gelegen tussen de kernen bevindt zich het Sportpad. Een deel van de inwoners beschouwt deze locatie als het hart van de woonkern. Voor dit gebied is met alle betrokken partijen hard gewerkt aan een masterplan waarin de nieuwe, toekomstbestendige indeling wordt vormgegeven. Hierbij wordt o.a. nagedacht over de toekomst van de Tweesprong en de mogelijkheden om een nieuw Integraal Kindcentrum (IKC) een plek in dit gebied te geven. Het masterplan is de ruimtelijke uitwerking van de door de gebiedspartijen opgestelde visie. In deze visie komen sport, onderwijs, kinderopvang, cultuur, wonen en zorg samen voor alle inwoners van 0 tot 100 jaar. Gelet op het voorgaande draagt de ontwikkeling bij aan de ambities en uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.4.2 Welstandsnota Op 6 september 2010 heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem een nieuwe welstandsnota vastgesteld. De welstandsnota bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden en het legt voor bepaalde gebieden beoordelingskaders vast. Dit is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden. Er zijn criteria benoemd die bijdragen dat de toekomstige bebouwing past in de omgeving. De gemeentelijke welstandsnota richt zich daarmee op bestaande karakteristieken.

In het welstandsbeleid heeft de initiatiefnemer veel vrijheid. Dit betekent dat er in principe geen welstandstoets wordt gedaan, met uitzondering van de monumenten, karakteristieke panden en karakteristieke gebieden. Uitgangspunt voor het welstandsbeleid is dat de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en gebieden beschermd worden. Alle bouwwerken aan- of bij (het perceel van) een monument of in een beschermd dorpsgezicht zijn vergunningsplichtig. Deze vergunningsplichtige gebieden zijn weergegeven op de welstandskaart. Planspecifiek Het plangebied is gelegen in een welstandsluw gebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumenten of karakteristieke panden aanwezig. Tevens maakt het plangebied geen onderdeel uit van een karakteristiek gebied (voorheen beschermd dorpsgezicht). Aan de ontwikkeling worden vanuit het gemeentelijk welstandsbeleid geen nadere voorwaarden gesteld. 3.4.3 Nota Parkeernormen 2018 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2018’, die op 15 maart 2018 in werking is getreden. Het doel van deze beleidsnota is om voor de gehele gemeente - per gebied en per functie - de parkeernormen voor de komende jaren vast te leggen. Tevens is aangegeven op welke wijze de parkeernormen gehanteerd dienen te worden.

Het doel hiervan is te waarborgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen (woningen, bedrijven, sport, recreatie, enzovoort) in Kaag en Braassem. De parkeernormennota heeft niet tot doel om eventuele bestaande parkeerproblemen op te lossen. Dit betekent concreet dat bestaande functies niet aan de normen uit deze nota hoeven te voldoen. Met de parkeernota worden de volgende effecten beoogd: • Het waarborgen van de bereikbaarheid; • Het waarborgen van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit; • Het voorkomen van verkeersonveiligheid door ongewenste parkeersituaties die (mogelijk) gevaarlijke situaties kunnen opleveren; • Het op gelijke en voor iedereen duidelijke wijze beoordelen van de benodigde parkeervoorzieningen bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

19

Iedere ruimtelijke ontwikkeling heeft een eigen parkeerbehoefte. Als er geen voorwaarden aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling worden gesteld, zal de parkeerbehoefte op de openbare ruimte worden afgewenteld, terwijl deze niet altijd voorziet in voldoende parkeeraanbod. Dit kan leiden tot overlast bij de bestaande en toekomstige gebruikers van de openbare ruimte. Door parkeernormen te hanteren wil de gemeente enerzijds voorkomen dat er parkeeroverlast ontstaat als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en anderzijds tracht de gemeente de bereikbaarheid van nieuwe functies te waarborgen. Planspecifiek In dit bestemmingsplan is een specifieke regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij getoetst wordt aan de (minimale) parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2018. Parkeren binnen het plangebied wordt geheel op eigen terrein opgelost, zie ook paragraaf 4.2. Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2018. 3.5

Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

20

4

Mobiliteit

4.1

Verkeer Ingenieursbureau Sweco heeft een quickscan uitgevoerd naar de verkeersstructuur en de gevolgen van het uitbreiden van het programma. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Huidige situatie De voorzieningen in en rond het sportcomplex worden in de huidige situatie via drie toegangen ontsloten. De gebouwde voorzieningen aan de noordzijde worden ontsloten via de Sotaweg en Lucas van Leydenlaan, de sportvelden via een directe toegang vanaf de Alkemadelaan (westzijde) en via het Sportpad dat aansluit op de Rembrandt van Rijnsingel (oostzijde). De functies rondom de Tweesprong kennen de hoogste verkeersintensiteit en hier zijn de meeste parkeerplaatsen. De huidige toegangsroute hiervoor gaat via de lus door de woonwijk heen. De overige entrees bevinden zich zogezegd aan de oostzijde (Rembrandt van Rijnsingel) en de zuidzijde (Alkemadelaan). In de huidige situatie genereren de voorzieningen circa 1.450 tot 1.650 mvt/etm. Het Sportpad is een langzaamverkeersschakel voor de omgeving. Echter, de aantakkingen aan de zuiden westzijde zijn onvoldoende geschikt voor fietsers. De onderdoorgang onder de Alkemadelaan is krap, met lastige hoeken en hellingbanen. De aansluiting aan de westzijde is onzichtbaar bij het benaderen van het Sportpad.

Toekomstige situatie Als gevolg van de herstructurering en uitbreiding van het (sport)complex zal de omvang en afwikkeling van het autoverkeer van en naar de voorzieningen veranderen. Alle voorzieningen samen generen circa 3.000 tot 3.400 mvt/etm. Dit houdt in dat er sprake is van een verdubbeling van het aantal ritten van en naar het complex. De verkenning van de verkeerafwikkeling vindt in principe plaats voor de drukste uren op de werkdagen (de ochtend- en avondspits). Op dat moment zijn niet alle voorzieningen in gebruik en de drukste uren voor de aanwezige en beoogde voorzieningen vallen niet allemaal samen met de maatgevende spitsuren voor het reguliere verkeer. Zo ligt de haal- en brengpiek voor het scholencomplex vooral in de ochtendspits en de pieken voor de sportaccommodaties in de vroege avond en/of weekenddagen. In de verkeerskundige quickscan zijn drie verschillende scenario’s onderzocht. De verkenning van de verkeersafwikkeling in de drie scenario’s leidt tot de volgende conclusies: - De ontsluiting van het (sport)complex is in principe in alle scenario’s mogelijk. De oostelijke rotonde op de Alkemadelaan kan het verkeer goed verwerken. - Gezien de omvang van de verkeerstromen van en naar het nieuwe complex is een directe ontsluiting op de Alkemadelaan gerechtvaardigd.

Een ontsluiting van het sportcomplex aan de westzijde (bij het huidige parkeerterrein) is dan de meest voor de hand liggende. - Een scenario met volledige ontsluiting op de Rembrandt van Rijnsingel is wel mogelijk, maar leidt tot een onevenredig verkeersaanbod op de Rembrandt van Rijnsingel als ontsluiting van dit deel van de woonwijk. - Een scenario met alleen een Kiss & Ride langs de Alkemadelaan is minder gewenst. Het splitsen van de ‘haal-en-breng’-voorziening kan leiden tot misbruik van de Kiss & Ride met als gevolg dat deze onvoldoende capaciteit heeft en leidt tot stilstaande auto’s op de Alkemadelaan. - Een scenario met een ontsluiting aan de westzijde voor alle voorzieningen (met uitzondering voor de tennisvelden) sluit goed aan bij de omvang van de verkeerstroom van en naar het complex. Deze ontsluiting is alleen mogelijk bij een beperking van het gebruik (rechtsaf-in en rechtsaf-uit) in Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

21

combinatie met een fysieke scheiding tussen de rijstroken op de Alkemadelaan die het linksaf-slaan naar en vanaf het parkeerterrein onmogelijk maakt. Een fysieke scheiding tussen de rijstroken is ook noodzakelijk bij de Kiss & Ride-voorziening. Op basis van voorgaande conclusies is de verkeersstructuur voor het gebied verder uitgewerkt. De ontwikkeling gaat uit van één centrale parkeervoorziening. De ontsluiting vindt plaats via de Rembrandt van Rijnsingel en de oostelijke rotonde. De capaciteit is hiervoor toereikend. De opzet ontlast de verkeersdrukte op de Lucas van Leydenlaan. Ook komt er een nieuwe ontsluiting voor langzaamverkeer. Hierbij ligt de nadruk op centrale dooradering en een goede verbinding naar omliggende wijken, Aan de Braassem, centrum en het scholencluster.

Afbeelding 4.1: Overzicht van de langzaamverkeerscirculatie (bron: Stedenbouwkundig plan, 7 maart 2023)

4.2

Parkeren Het Sportpad heeft in de huidige situatie drie parkeerterreinen (372 parkeerplaatsen totaal) en is via een noord-, west- en oostelijke toegang bereikbaar. Het toekomstige benodigde aantal parkeerplaatsen verschilt per functie. Het Kindcentrum heeft een grote verkeerspiek bij het halen en brengen. Op basis van het aantal leerlingen zijn er ca. 130 plaatsen nodig. Het heeft echter de voorkeur om met gespreide starttijden te werken om zo de verkeersdruk te beperken: dan is er ca. 40% reductie mogelijk en zijn er 78 plekken nodig in beperkt tijdsbestek. Voor het personeel zijn er 122 plekken nodig. Voor de overige (sport)functies zijn er gezamenlijk ca. 240 plekken nodig, met name in de avond en in het weekend. Zoals hiervoor al benoemd gaat de ontwikkeling uit van één centrale, grote parkeervoorziening voor het gebied om parkeerplaatsen optimaal (dubbel) te benutten in tijd en ruimte. Dit parkeerterrein bestaat uit 228 parkeerplaatsen. De centrale parkeerplaats heeft een directe koppeling met de meest verkeersintensieve functies (Tweesprong en IKC, voetbal en tennisvereniging).

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

22

Een deel van het parkeerterrein is zowel Kiss & Ride-zone (tijdens de ochtend- en middagspits), onderdeel van het multifunctionele speelterrein (overdag) en als afzetpunt voor de sportverenigingen (‘s avonds en in het weekend). Daarnaast wordt er bij de sportschool voorzien in 25 parkeerplaatsen. Het aantal vergunningparkeerplaatsen blijft hier gehandhaafd. In totaal voorziet het plan in 275 (vaste) parkeerplaatsen en 48 tijdelijke/multifunctionele parkeerplaatsen. De parkeerplaats voldoet qua aantallen aan de gestelde kaders uit de gemeentelijke parkeernota (2018) met inachtneming van de mogelijkheden van dubbelgebruik. Bij grote (sport)evenementen kan het terrein bij SplotsZ worden ingezet als overloopparkeerterrein. De parkeerbalans is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting.

Afbeelding 4.2: Overzicht van het parkeren (bron: Stedenbouwkundig plan, 7 maart 2023)

Fietsparkeren Elke functie heeft een behoefte voor voldoende fietsparkeerplaatsen. Binnen de gemeente is er geen specifiek beleid t.a.v. fietsparkeren, waardoor de richtlijnen van het CROW worden gevolgd. Voor de parkeerbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen het Kindcentrum, waarvoor de parkeerplekken binnen de bouwenvelop zullen worden opgelost, en de sportfuncties (verenigingen en Tweesprong). Het Kindcentrum heeft in totaal gemiddeld 630 fietsparkeerplaatsen nodig voor de scholieren en gemiddeld 50 fietsplekken voor het personeel. De sportfuncties gezamenlijk hebben ca. 500 fietsparkeerplekken nodig. De fietsplekken worden verspreid door het gebied langs het Sportpad gepositioneerd, zodat elke vereniging plekken in de buurt heeft. Centraal in het gebied komt een grote gemeenschappelijke fietsparkeerplaats: langs de randen van de buitenruimte bij de Tweesprong, en bij de voetbalvereniging. Hier liggen de meeste functies aan en zo is de uitwisseling van gebruik het grootst. Voor de openbare fietsplekken worden fietsleunhekken (‘fietsnietjes’) toegepast conform de leidraad inrichting openbare ruimte. Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

23

5

Natuur en landschap

5.1

Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.

5.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.

Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ✓ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: • de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

24

3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Kaag en Braassem is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).

Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 5.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 5.1.3 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de Rijksoverheid).

Bestemmingsplan “Sportpad” Toelichting Vaststelling

25

5.2

Onderzoek

5.2.1 Soortenbescherming Door onderzoeksbureau ABO-Milieuconsult is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. Ook heeft een nadere inspectie plaatsgevonden naar de aanwezige spouwen in het plangebied, om te beoordelen of deze geschikt zijn voor vleermuizen. Dit onderzoek is als bijlage 5 opgenomen. De belangrijkste resultaten zijn beschreven in deze paragraaf. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. Hiervoor is door ABO-Milieuconsult een nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Uit het nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten blijkt dat alle grote nesten in het plangebied in gebruik zijn door eksters. Deze nesten zijn niet jaarrond beschermd. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Wel moet rekening gehouden worden met het broedseizoen. Daarnaast blijkt dat er zijn geen vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Ook hiervoor hoeft dus geen ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Nadelige effecten op overige beschermde flora en fauna kunnen worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=22d6bd11-27ee-442a-b92e-4d8cf1267ece