NL.IMRO.1884.BPHOFDIJKLAAN13-VAS1 toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade Toelichting
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade Toelichting
Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481
Projectnummer: Versie: Status: Versiedatum:
R201931 i Vastgesteld 25-10-2021
Auteur:
Y. Hidskes <handtekening>
Geaccordeerd:
J. Wildschut <handtekening>
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding en doel ................................................................................................................... 4 1.2. Ligging plangebied ................................................................................................................... 4 1.3. Geldend bestemmingsplan...................................................................................................... 5 1.4. Leeswijzer ................................................................................................................................ 6 2. Planbeschrijving............................................................................................................................... 7 2.1. Bestaande situatie plangebied en omgeving .......................................................................... 7 2.2. Nieuwe situatie........................................................................................................................ 7 2.3. Beeldkwaliteit .......................................................................................................................... 9 3.
Beleidskader .................................................................................................................................. 11 3.1. Rijksbeleid.............................................................................................................................. 11 3.2. Provinciaal beleid: Zuid Holland ............................................................................................ 13 3.3. Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 23 3.4. Conclusie ............................................................................................................................... 24 4. Water ............................................................................................................................................. 25 4.1. Taken en bevoegdheden van Rijnland als waterbeheerder .................................................. 25 4.2. Keur en beleidsregels ............................................................................................................ 25 5. Milieu............................................................................................................................................. 29 5.1.
Bedrijfs- en milieuzonering.................................................................................................... 29 5.2. Geluid .................................................................................................................................... 30 5.3. Geur ....................................................................................................................................... 31 5.4. Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 32 5.5. Externe veiligheid .................................................................................................................. 35 5.6. Bodem ................................................................................................................................... 39 5.7. Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 40 6. Omgevingsaspecten ...................................................................................................................... 41 6.1. Ecologie ................................................................................................................................. 41 6.2.
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 44 6.3. Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.)................................................................................. 49 7. Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 51 7.1. Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 51 7.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 51 7.3. Conclusie ............................................................................................................................... 51 Bijlagen .................................................................................................................................................. 52
Adromi B.V.
R201931
Pagina 3 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
1.
Inleiding
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de Hofdijklaan 13 in Oud Ade. Ter plaatse is een agrarisch bedrijf aanwezig. Vanwege diverse omstandigheden wordt het agrarische bedrijf beëindigd. Met dit bestemmingsplan wordt deze bedrijfsbeëindiging in planologische zin vormgegeven. Concreet is het de bedoeling om de beide woningen die aanwezig zijn in de als beeldbepalend aangemerkte boerderij te bestemmen voor burgerwoondoeleinden. Daarnaast is het de bedoeling om de bouw van vier nieuwe woningen toe te laten. Het is verder de bedoeling om ook ruimte te bieden voor duurzame opwekking en opslag van energie (warmte en/of elektriciteit). Er zal bij uitvoering van dit bestemmingsplan circa 3.490 m² agrarische bedrijfsbebouwing en 6.230 m² terreinverharding worden gesaneerd. 1.1. Aanleiding en doel Het perceel aan de Hofdijklaan 13 wordt momenteel geëxploiteerd als een agrarisch bedrijf door de familie Van der Geest. Het perceel heeft tot op heden een agrarisch gebruik gekend, waarbij het bedrijf ook beschikte over een eigen kaasmakerij. Echter, door de aspecten qua opvolging en de schaalvergroting van de landbouw, is de enig overblijvende optie voor de familie Van Der Geest de beëindiging van het agrarisch bedrijf. De beëindiging van het bedrijf heeft als gevolg dat de agrarische bebouwing geen agrarische functie meer zal kunnen vervullen.
Dit mede omdat de bebouwing voor een deel technisch verouderd is en doordat deze bebouwing qua locatie ook niet geschikt is voor andere agrarische bedrijven. Er bestaan daardoor plannen de agrarische bebouwing te saneren binnen de kaders van het zogenaamde ruimtevoor-ruimte beleid. Ook de op de locatie aanwezige verharding zal worden gesaneerd. Om de bedrijfsbeëindiging financieel haalbaar te maken, zullen vier nieuwe woningen aan de noordzijde van het perceel worden gerealiseerd. Daarnaast zal geïnvesteerd worden in duurzame energieopwekking en -opslag. Er wordt hierbij gekozen voor een ontwerp waarbij de nieuwe woningen visueel aansluiten bij de beeldbepalende, oorspronkelijke boerderij en aangebouwde stal, waardoor het agrarisch ensemble met de huidige karakteristieke boerderij gehandhaafd blijft. Uit overleg met de gemeente Kaag en Braassem is gebleken dat de gemeente in principe wil meewerken aan dit bouwplan. Aangezien de beoogde ontwikkeling op het perceel in de huidige planologische situatie niet mogelijk is, wordt er voorzien in een nieuw bestemmingsplan. De familie Van der Geest heeft in het kader hiervan Adromi B.V. opdracht gegeven om zorg te dragen voor het bestemmingsplan ten behoeve van dit project. 1.2. Ligging plangebied Oud Ade is gelegen in de Provincie Zuid-Holland en maakt deel uit van de gemeente Kaag en Braassem.
Het perceel is gelegen aan de Hofdijklaan, een parallelweg van de Provincialeweg N446. De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom. Ten westen en zuiden bevindt zich de bebouwde kom van Leiderdorp. Aan de noordzijde en oostzijde is sprake van agrarisch gebied. De kern Oud Ade bevindt zich
Adromi B.V.
R201931
Pagina 4 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
op enige afstand ten noorden van de Hofdijklaan 13. Ten zuiden ligt de 380 kV hoogspanningsverbinding Zoetermeer – Leiden. Onderstaande kaartuitsnede geeft een impressie van de situering van het plangebied in de omgeving.
Figuur 1.1: Plangebied indicatief in rood weergegeven (bron: Google Maps).
1.3. Geldend bestemmingsplan Op de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’, vastgesteld door de gemeente Kaag en Braassem en geheel in werking sinds 17-06-2013. De locatie is bestemd voor ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Ook geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 1’. De karakteristieke boerderij heeft daarnaast de functieaanduiding ‘Cultuurhistorische waarden’.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 5 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplankaart, locatie op de karakteristieke boerderij (bron: ruimtelijkplannen.nl).
1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven en is een planbeschrijving van de beoogde situatie opgenomen. In hoofdstuk 3 is het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat alle aspecten omtrent water. Hoofdstuk 5 beschrijft diverse milieuaspecten als milieuzonering, geluid en luchtkwaliteit. Daarna wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op omgevingsaspecten, welke de ecologie, archeologie en cultuurhistorie omvatten. Ten slotte worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld in hoofdstuk 7.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 6 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
2.
Planbeschrijving
2.1. Bestaande situatie plangebied en omgeving Het perceel is gelegen in het buitengebied op circa 2,5 kilometer ten zuidwesten van de bebouwde kom (dorpskern) van Oud Ade. Tevens ligt het perceel tegen de grens van de bebouwde kom van Leiderdorp aan. Het omliggende gebied ten noorden, oosten en zuiden van het perceel wordt voornamelijk opgemaakt uit agrarisch poldergebied met enige bedrijvigheid, gevestigd aan de Hofdijklaan en de parallelle Provincialeweg. Aan de westzijde wordt het perceel begrensd door de Hofdijklaan met daarnaast de Provincialeweg. Het plangebied grenst echter niet direct aan de Hofdijklaan, gezien er een oprijlaan en weiland van ongeveer 80 meter lang tussen deze weg en het perceel ligt. De twee aanwezige ontsluitingswegen op het perceel komen uit op de Hofdijklaan. Op het perceel is sprake van de oorspronkelijke, beeldbepalende boerderij, waarin twee woningen zijn ondergebracht. Verder is sprake van de nodige verharding en zijn een aantal stallen en schuren aanwezig. In onderstaande figuur is het plangebied indicatief in de directe omgeving weergegeven.
Figuur 2.1: Omgeving plangebied: plangebied indicatief in het rood omlijnd (bron: Google Maps).
2.2. Nieuwe situatie In het kader van de bedrijfsbeëindiging zullen de bestaande niet karakteristieke/beeldbepalende agrarische opstallen worden gesloopt en zal een belangrijk deel van de aanwezige verharding worden
Adromi B.V.
R201931
Pagina 7 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
verwijderd. De te saneren bebouwing bedraagt 3.490 m² en de verwijderen puinverharding heeft een oppervlakte van 6.230 m². De oorspronkelijke boerderij met aangebouwde stal, welke als beeldbepalend zijn aangemerkt in het vigerende bestemmingsplan, blijven behouden. Aan de noordzijde van het agrarische bouwvlak zullen vervolgens vier nieuwe woningen gebouwd worden. Door deze locatie komen de nieuwe woningen op een zo groot mogelijke afstand van de hoogspanningsverbinding direct ten oosten van de locatie. Er wordt gekozen voor een ontwerp waarbij de nieuwe woningen qua uiterlijk aanzien en positie ten opzichte van de karakteristieke boerderij fungeren als stal/schuur, waardoor deze woningen tezamen met de oorspronkelijke boerderij de karakteristieke uitstraling behouden. Qua maatvoering van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met een maximale inhoud van 1.350 m³ en met een gooten bouwhoogte van respectievelijk 3,50 meter en 7,50 meter. Deze maatvoering sluit goed aan bij de opzet van de bestaande beeldbepalende boerderij. De herinrichting zal verder gepaard gaan met het realiseren van groeninpassing en water, passend bij het karakteristieke uiterlijk van de boerderij. De doorvoer van de Leisloot wordt hierbij hersteld. Deze watergang zal mede nodig zijn voor het nat houden van de fundatie van de beeldbepalende boerderij.
Voor het nieuwe oppervlaktewater rondom de nieuwe woonpercelen wordt in overleg met het Hoogheemraadschap uitgegaan van een verhoogd peil, waardoor de (grond)waterstand beter zal aansluiten bij de maaiveldhoogte ter plaatse en eventuele verdroging kan worden tegengegaan door extra regenwater te bufferen. Tevens zal er op het bouwvlak duurzame opwekking en opslag van energie plaatsvinden, welke zal bestaan uit meerdere componenten. De daken van alle nieuwe woningen en bijgebouwen zullen worden voorzien van zonnecollectoren (op het dak van de karakteristieke boerderij zullen in principe geen zonnepanelen geplaatst worden vanwege het feit dat deze boerderij met rieten kap beeldbepalend is). Ook achter de huidige boerderij zullen zonnecollectoren worden geplaatst op het terrein. Het gaat hierbij zowel om fotovoltaïsche panelen als om panelen waarmee zonnewarmte wordt opgevangen. De opgevangen zonnewarmte zal voorzien in de benodigde verwarming en warmwatervoorziening van de woningen in het plangebied. Idem zal de opgewekte elektriciteit primair voor eigen gebruik zijn. Daarnaast is het de bedoeling om opslagvoorzieningen voor zowel warmte als elektriciteit te realiseren ten einde perioden met geen of minder zon te overbruggen. Om deze voorzieningen in onder te brengen kan eventueel een gierkelder worden gehandhaafd van een van de te slopen stallen.
Op dit moment is nog in onderzoek of deze elektriciteitsopslag ook kan worden ondergebracht in een andere (alsdan te handhaven) mestkelder. Indien dit een optie is, zullen in die mestkelder ook de omvormers van de zonnepanelen kunnen worden ondergebracht. Met deze maatregelen zullen alle woningen op deze locatie volledig duurzaam en vrijwel zelfvoorzienend zijn voor wat betreft de behoefte aan warmte en elektriciteit, waarbij de verwachting is dat er surplus opgewekte elektriciteit zal kunnen worden geleverd aan het net. De gronden onder de
Adromi B.V.
R201931
Pagina 8 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
zonnepanelen achter de boerderij zullen worden gebruikt voor hobbymatige beweiding van bijvoorbeeld schapen. 2.3. Beeldkwaliteit In het kader van de ruimte-voor-ruimte (artikel 6.9, lid 3 provinciale omgevingsverordening) zal met de ontwikkeling op de planlocatie worden bijgedragen aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Op de planlocatie zal de niet karakteristieke agrarische bebouwing plaatsmaken voor groen met duurzame energievoorzieningen. De nieuwe woningen zullen voor wat betreft positionering en ontwerp aansluiten bij de historische agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel en daarmee ook in het gebied. Dit zal worden bereikt door toepassing van traditionele bouwmaterialen en ontwerpen welke lijken op schuren behorend bij de beeldbepalende boerderij. Zowel de vervanging van de schuren voor groen als de bebouwing op de locatie van de verharding versterken de landelijke uitstraling van het perceel.
Figuur 2.3: impressie stedenbouwkundige opzet (bron: 2BIM)
Adromi B.V.
R201931
Pagina 9 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
Om het beeld van de schuurwoningen kracht bij te zetten is het onwenselijk om rond de schuurwoningen bijgebouwen te situeren. Om dit te voorkomen is ervoor gekozen om een grotere inhoud van de nieuwe woningen toe te laten indien geen vrijstaande bijbehorende gebouwen worden opgericht. Hiermee wordt gestimuleerd dat alle ruimten per woning in één volume / kap worden geplaatst. In de berekening van de maximale inhoud is het uitgangspunt de standaard regeling van maximaal 750 m3 per woning. De 4 nieuwe percelen hebben een oppervlakte van minimaal 2.050 m 2 per perceel. Het bebouwingsgebied is in alle gevallen groter dan 900 m2. Vergunningvrij mag er dus maximaal 150 m2 worden bijgebouwd (300 m2 = 90 m2 bijgebouw + 600 m2 * 10% = 60 m2 = totaal 150 m2). Met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter voor vergunningvrije bijgebouwen kan worden uitgegaan van een gemiddelde bouwhoogte van 4 meter. De maximale inhoud van vergunningvrije bijgebouwen komt daarmee op 600 m3. Gezamenlijk met de standaard 750 m3 is de totale maximale inhoud per nieuwe schuurwoning 1.350 m3. Van belang hierbij is ook dat voor de nieuwe woningen is gekozen voor een lagere hoogtemaat van 3,5 goothoogte en 7,5 meter bouwhoogte, waar standaard voor het buitengebied wordt uitgegaan van een goot- en bouwhoogte van 6 en 10 meter.
Deze lagere bouwhoogte draagt eraan bij dat het beeld van schuurwoningen wordt vormgegeven.
Figuur 2.3: impressie stedenbouwkundige opzet nieuwe woningen (bron: 2BIM)
Adromi B.V.
R201931
Pagina 10 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
3.
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid. Het rijksbeleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte (AMvB Ruimte) wordt in de eerste paragrafen beschreven. Voor het provinciaal beleid wordt gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. In het algemeen wordt het landelijk ruimtelijk beleidskader vertegenwoordigd door: − Nationale Omgevingsvisie(hierna ook NOVI); − Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna ook Barro). 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is toegeschreven op een aantal dringende maatschappelijke opgaven waar Nederland zich voor gesteld ziet. Dit betreft de gevolgen van de klimaatverandering (wateroverlast/droogte, opwarming en zeespiegelstijging), de energietransitie naar duurzame opslag en opwekking, de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, het bereikbaar houden van stedelijk gebied en de inpassing van nieuwe distributiecentra. Verder betreft dit de gelijktijdige versterking van de natuur en de biodiversiteit en het behoud van landbouw en agrarisch landschap.
Deze opgaven moeten volgens de NOVI in samenhang bekeken worden, waarbij de versterking van de omgevingskwaliteit centraal staat. In de NOVI worden daarvoor drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwenteling op toekomstige generaties of op andere gebieden wordt voorkomen. Beoordeling De voor deze ontwikkeling relevante beleidsaspecten uit de Novi zijn in ieder geval: - Het realiseren van een goede omgevingskwaliteit; Hieraan beoogt onderhavige ontwikkeling invulling te geven, mede door uit te gaan van optimale inpassing in het agrarische gebied. - Het waarborgen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Gelet op de uitkomst van de verschillende milieuonderzoeken alsook de door te voeren technische maatregelen kan hier worden voorzien in een gezond en veilig woonmilieu. - De zorg voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Het plan voorziet in een aanwezige behoefte. - Het realiseren van een circulaire economie; Er wordt gekozen voor hergebruikte en eenvoudig her te gebruiken bouwstoffen en gebouwonderdelen. Verder wordt via de te realiseren energievoorzieningen gestreefd naar een
Adromi B.V.
R201931
Pagina 11 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
-
zelfvoorzienende ontwikkeling. Ook het te realiseren voedselbos zal bijdragen aan de ecologische kwaliteit en de zelfvoorzienendheid. Het waarborgen van waterveiligheid en klimaatbestendigheid. Het bouwplan omvat waterbuffering door verhoging van het peil alsook realisatie van nieuw oppervlaktewater. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4.
3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en sinds die tijd enkele malen herzien. In de geconsolideerde versie van het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) Rijksvaarwegen; b) Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c) Kustfundament; d) Grote rivieren; e) Waddenzee en waddengebied; f) Defensie; g) Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h) Elektriciteitsvoorziening; i) Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j) Natuurnetwerk Nederland; k) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; n) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Beoordeling Het bestemmingsplan ‘Hofdijklaan 13, Oud Ade’ heeft geen gevolgen voor de ruimtelijke belangen welke in het rijksbeleid zijn benoemd en is derhalve in overeenstemming met het Barro. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking (ook wel duurzaamheidsladder) als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regeling is laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2017. De duurzaamheidsladder gaat uit van een drietal stappen om te komen tot een zorgvuldige afweging van iedere stedelijke ontwikkeling.
De ontwikkeling dient te voorzien in een behoefte. Als hiervan sprake is moet worden bezien in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door middel van benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Als blijkt dat dit geen mogelijkheid is, moet er worden afgewogen of het gebied passend is ontsloten of als zodanig kan worden ontwikkeld. De locatie is gelegen op bestaand bebouwd gebied buiten de bebouwde kom. Naast de karakteristieke boerderij met aangebouwde stal, is de locatie momenteel verhard met puinverharding en bebouwd met agrarische bebouwing. Vanwege de beperkte schaal en omvang van de beoogde ontwikkeling kan Adromi B.V.
R201931
Pagina 12 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
evenwel niet worden gesproken van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Los hiervan geldt dat er voldoende behoefte is aan nieuwe woningen in Oud Ade, waarbij het voor de hand ligt om de ontwikkeling vorm te geven binnen het bouwvlak van het te beëindigen agrarische bedrijf. Beoordeling Het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4. Luchthavenindeling Schiphol Het luchthavenindelingbesluit (Lib) is een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol vastgesteld, waarmee binnen het zogenaamd ‘beperkingengebied’ grenzen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die grenzen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van luchthaven Schiphol. Een deel van de gemeente Kaag en Braassem valt onder dit beperkingengebied. De locatie van dit bestemmingsplan ligt ongeveer 3,5 kilometer buiten de grens van het beperkingengebied. Beoordeling Het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door de Luchthavenindeling Schiphol. 3.2. Provinciaal beleid: Zuid Holland De Provincie wil haar beleid eenvoudiger, transparanter en toegankelijker maken voor initiatiefnemers in Zuid-Holland.
Daarom heeft de Provincie de Omgevingsvisie opgesteld, laatstelijk gewijzigd op 1 juni 2020 en geconsolideerd op 1 juli 2020. 3.2.1. Omgevingsvisie Met de Omgevingsvisie anticipeert de Provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de Provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd: − de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); − het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); − het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); − het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; − de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. De Provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit, waarbij Zuid-Holland slimmer, groener en sterker dient te worden.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 13 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
De visie geeft aan dat de economie van Zuid-Holland is gebaseerd op fossiele brandstoffen. De Provincie zet in op verduurzaming van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen. De visie geeft daarnaast aan dat de Provincie moet inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering, niet in de laatste plaats de te verwachten stijging van de zeespiegel. Daarnaast staat de Provincie de komende decennia ook voor de vergrijzing als (tijdelijke) demografische verandering. De Provincie wil daarbij ontwikkelingen samen met andere partijen oppakken, waarbij de drie volgende sturingsprincipes worden gehanteerd: 1) Gebiedsgericht: De Provincie komt met elk gebied tot een aanpak op maat. Zuid-Holland bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen opgaven. Specifieke opgaven ontstaan in interactie met de omgeving. Die specifieke opgaven vragen elk om hun eigen vorm van sturing. 2) Uitgaan van passend schaalniveau: De Provincie vormt allianties op het schaalniveau van de specifieke opgave. Allianties op verschillende niveaus zijn nodig. De Provincie werkt met partners op lokaal, regionaal, provinciaal en landsdeelniveau en kijkt waar nodig ook over landsgrenzen heen. 3) Ruimte voor differentiatie: Waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels. Dat gebeurt alleen als per saldo sprake is van voldoende positieve ontwikkeling.
De Provincie wil ruimte laten voor verschil, experimenten toelaten, maatwerkoplossingen zoeken en omgaan met onzekerheid. In de visie worden daarbij de volgende richtinggevende ambities geformuleerd: ‒
Naar een klimaatbestendige delta De Provincie wil de fysieke leefomgeving klimaatbestendig inrichten. Dit houdt in dat ook extreme weersomstandigheden niet mogen leiden tot onnodige schade. Dit dient onder meer te worden bereikt door meer ruimte te creëren voor water, het voorkomen van hittestress, het tegengaan van bodemdaling in veengebieden en het optimaal benutten van voorhanden zoetwater.
‒
Naar een nieuwe economie: the next level De economie van de Provincie Zuid-Holland wordt met name gedragen door Rotterdam als het grootste haven-industriële complex van Europa en het Westland als grootste glastuinbouwcluster van de wereld. De Provincie geeft aan dat de industriële sectoren zich bevinden aan het einde van een levenscyclus. De Provincie wenst een transformatie naar een digitale en schone economie: van een fossiele economie naar een circulaire economie.
‒
Naar een levendige meerkernige metropool Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal woningen te realiseren en tegelijkertijd dient de bestaande woningvoorraad te worden verduurzaamd. De woningbouwopgave dient evenwel gestalte te krijgen in combinatie met de verbetering bereikbaarheid, woonkwaliteit en leefklimaat. Het leef- en vestigingsklimaat kan ook versterkt worden door stad en land goed te verbinden, waarbij het aan steden grenzende landelijk gebied kan dienen als proeftuin voor nieuwe oplossingen op terreinen als klimaat, energie en voedsel.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 14 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
‒
Energievernieuwing Vanwege de aanwezige bedrijvigheid is Zuid-Holland een van de meest energie intensieve regio’s van Europa. De Provincie streeft naar een energietransitie waarbij energie uit hernieuwbare bronnen wordt gewonnen en energie optimaal wordt benut, zoals door toepassing van restwarmte van industriële bedrijvigheid in woningen en de glastuinbouw. De Provincie biedt hierbij ruimte aan lokale initiatieven, maar zal in principe niet zelf het voortouw nemen.
‒
Best bereikbare Provincie Er is sprake van de nodige druk op de infrastructuur, zowel wat betreft goederenverkeer als woon-werk verplaatsingen. Een verbetering van de bereikbaarheid is evenwel nodig met het oog op het behoud van de concurrentiepositie. Tegelijkertijd dient de mobiliteitssector schoner te worden om de nationale doelstellingen voor klimaat en luchtkwaliteit te halen. De Provincie zet ook in op de versterking van het openbaar vervoer, vervoer over het water en gebruik van de fiets.
‒
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Het landschap en de biodiversiteit staan onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en de klimaatverandering. Ook de beschikbare ruimte staat onder druk door de behoefte aan meer woningen en ruimte voor bedrijvigheid. Behoud van een aantrekkelijk landelijk gebied vormt ook een belangrijke factor voor bewoners, bedrijven en toeristen. Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl. De Provincie ZuidHolland wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Aantrekkelijke landschappen reiken tot in de stad en het stedelijk gebied reikt tot in de landschappen. De Provincie streeft naar een zachte overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied (kernrandzone).
‒
Verbeteren omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de Provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Het gaat het hier om zowel ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) als milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).
Naast diverse aandachtspunten die voor de gehele Provincie van toepassing zijn zoals het beheer van recreatievoorzieningen en behoud en versterking van de biodiversiteit, versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het werken aan duurzame energie in de vorm van windmolens en zonne-energie, zijn er nog enkele uitgangspunten opgenomen in de omgevingsvisie welke specifiek van toepassing zijn voor de regio waarin de planlocatie gelegen is. Enkele relevante uitgangspunten zijn: ‒
Behoud en versterken landschappen De Provincie wil de verschillende functies in de groene ruimte beter verweven en een betere relatie creëren tussen stad en land, zodat de gebruiks-, toekomst- en belevingswaarde van de
Adromi B.V.
R201931
Pagina 15 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
verschillende landschappen kan worden behouden en worden versterkt. Door de kwaliteit van de groene ruimte te versterken, sluit de ruimte aan op de vraag van bewoners en gebruikers en kan het landschap een bijdrage leveren aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van de Provincie. Een integrale benadering en gebiedsgerichte aanpak komt zowel de economische vitaliteit als de ruimtelijke kwaliteit ten goede. Gezien de ligging van het project in het landelijk gebied met de veenlandschappen, waarbij de nieuwe bebouwing wordt geplaatst binnen de bestaande structuur, is het behoud en het versterken van het landschap een relevant punt voor het plangebied. ‒
Zonne- en windenergie De Provincie wil het gebruik van zonne- en windenergie als duurzame vormen van energieopwekking stimuleren en actief faciliteren, omdat deze vormen van duurzame energie noodzakelijk zijn om de provinciale doelstellingen te behalen en een groeiende bijdrage te leveren aan de productie van hernieuwbare energie. Ditzelfde geldt ook voor het gebruik van warmtecollectoren. Op de planlocatie zullen zonnepanelen, warmtecollectoren en een windturbine geplaatst worden om alle aanwezige woningen van duurzame energie te voorzien.
‒
Restaureren en herbestemmen van monumenten Cultuur en erfgoed zijn belangrijke factoren om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. De Provincie wil daarom haar unieke erfgoed behouden en beschermen voor toekomstige generaties door middel van onder andere het restaureren en herbestemmen van dit cultureel erfgoed. De boerderij is in de gemeente Kaag en Braassem erkend als beeldbepalend. Door de restauratie van dit monument, in combinatie met de sanering van de bedrijfsbebouwing en aanleg van bijpassende nieuwe woningen, zal aan de boerderij een herbestemming gegeven worden en zal de cultuurhistorische uitstraling van het perceel worden versterkt.
Boordeling De ontwikkeling betreft de sanering van een voormalig agrarische bedrijfscomplex met in plaats daarvan aan te bouwen nieuwe woningen in de bouwstijl passend bij de beeldbepalende karakteristieke boerderij en waarbij ook alle energie duurzaam zal zijn door gebruik van warmtecollectoren en zonnepanelen voor elektriciteit. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit en de duurzaamheidsdoelen ten goede. De beoogde ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie ZuidHolland. Kwaliteitskaart Bijlage 1 van de Omgevingsvisie betreft de kwaliteitskaart. Deze kaart is voor de Provincie een belangrijk middel om ruimtelijke ontwikkeling te sturen zodat deze een bijdrage kunnen leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt is het verbinden van nieuwe ontwikkeling aan de bestaande gebiedskenmerken,
Adromi B.V.
R201931
Pagina 16 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
welke zijn opgenomen in de kwaliteitskaart. Ruimtelijke kwaliteit wordt door de Provincie gezien als het fysieke resultaat van menselijk handelen, natuurlijke processen en de wisselwerking daartussen. De kaart is ingedeeld in vier verschillende lagen waarin de waarden en kenmerken zijn opgenomen: 1. Laag van de ondergrond 2. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen 3. Laag van de stedelijke occupatie 4. Laag van de beleving De laag van de ondergrond heeft betrekking op de natuurlijke (landschapsvormende) processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen refereert naar het zichtbare landschap, dat is gevormd door eeuwen lang (agrarisch) gebruik van het landschap door de mens. Stedelijke occupatie gaat over de dorpen en steden in het landschap, alsmede het netwerk wat ze verbindt. De laag van de beleving gaat over de identiteit en (recreatieve) beleving. De lagen hebben een relatie met elkaar en voor iedere plek zijn meerdere lagen van toepassing. De belangrijkste kenmerken voor iedere laag zijn opgenomen en verder uitwerkt in richtpunten die meegenomen kunnen worden bij de vormgeving van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 1. Laag van de ondergrond Deze laag bestaat uit de geomorfologische kenmerken, de bodem en het water.
Voor de Provincie Zuid-Holland is hier een indeling gemaakt voor de drie verschillende type gebieden: kust (stand, duinen, strandwallen en strandvlakten), de natte veengronden en het watergebied van de delta. Water is een belangrijk onderdeel in het bepalen van de landschappelijke identiteit van de Provincie Zuid-Holland. Door het water beleefbaar en toegankelijk te maken kan de recreatieve gebruikswaarde van het water worden vergroot. De locatie is gelegen in het rivierdeltacomplex (jonge zeeklei) nabij het veencomplex (oude zeeklei). Voor dit type ondergrond geldt de richtlijn dat de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. De richtpunten van het veencomplex hebben betrekking op het zorg dragen voor het behoud van veen en het beperken van de bodemdaling. Met de beoogde ontwikkeling worden de natuurlijke processen niet verstoord, maar juist versterkt door de doorvoer van de Lei sloot. Dit zorgt dat de bodem rondom de ontwikkeling nat zal blijven, waardoor de dynamische natuurlijke processen ondersteund worden en waardoor het veen behouden blijft en bodemdaling wordt voorkomen. 2.
Laag van cultuur- en natuurlandschappen Deze laag heeft betrekking op het zichtbare landschap, waarin het agrarische landschap bepalend is voor het buitengebied in de Provincie, zoals het weidegebied. De combinatie van de gebruikswaarde en belevingswaarde staat centraal. Voor het plangebied zijn de richtpunten voor veen(weide)landschappen relevant.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 17 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
3. Laag van de stedelijke occupatie Deze laag wordt opgemaakt uit het bebouwde gebied van steden, dorpen en de netwerken van (vaar-, spoor- en motorverkeer-)wegen en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten bij de eigen identiteit van een gebied, zodat de identiteit kan worden behouden of versterkt. Het behouden van het contrast tussen de verschillende gebieden is eveneens van belang. De planlocatie ligt op de grens van twee zones, namelijk de zone ‘Stads- en dorpsranden’ en ‘Plangebied’. Stads- en dorpsranden zijn de zones van bebouwd gebied en landschap. Uitgangspunt voor ontwikkelingen in deze gebieden is het contact wat moet bestaan tussen het bebouwde gebied en het landschap. In het geval van het plangebied is er sprake van een scherp contrast tussen bebouwing en landschap. De zone ‘Plangebied’ geeft ruimte aan bouwwerken voor energieopwekking, mits de effecten en invloed binnen de (wijde) omgeving aanvaardbaar zijn. Het bestemmingsplan zorgt voor een sterkere verbinding tussen het bebouwde gebied en het landschap, doordat de nieuwe woningen het reeds aanwezige scherpe contrast doen verminderen: het obstructieve karakter van de Provincialeweg wordt teruggedrongen.
Daarnaast voldoet het bestemmingsplan ook aan de uitgangspunten van de zone ‘Plangebied’: de te plaatsen zonnepanelen en windturbine zorgen voor nieuwe vormen van energieopwekking, waarbij de zonnepanelen uit het zicht vanaf de openbare weg liggen en de windturbine het zicht op de wijde omgeving niet verslechtert. 4. Laag van de beleving Deze laag gaat over het behouden van waardevolle elementen in het landschap en het combineren hiervan om de recreatieve gebruikswaarde van de Provincie te vergroten. Het zijn unieke stukjes landschap die vertellen over de historie en ontwikkeling van de Provincie en bijdragen aan de identiteit en toeristische kwaliteit. Veel recreatiegebieden bevinden zich op de overgang van het stedelijk en landelijk gebied. De kwaliteit van deze gebieden kan versterkt worden door de continuïteit, beleefbaarheid en robuustheid van deze gebieden te vergroten. Het perceel bevindt zich in een ‘Groene buffer’ zone. Dit is een niet-verstedelijkt landschap tussen of grenzend aan steden. In deze zone blijft de kwaliteit van niet-verstedelijkt gebied behouden: er vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats en de nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
De ontwikkelingen in het bestemmingsplan zorgen ten eerste voor een hogere recreatieve gebruiks- en belevingswaarde, doordat de ruimtelijke kwaliteit van het perceel toeneemt en de uitstraling van karakteristieke boerderij wordt versterkt. Ook zorgt de versterkte karakteristieke uitstraling van de boerderij voor een hogere contrastkwaliteit met het stedelijke gebied.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 18 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
Gebiedsprofiel Gebiedsprofielen bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse om de kwaliteiten van het gebied te behouden of te versterken. Een gebiedsprofiel staat tussen de kwaliteitskaart van de structuurvisie en de beeldkwaliteitsplannen van de lokale overheden in. Hollands Plassengebied De Provincie Zuid-Holland heeft voor het Hollands Plassengebied een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tevens als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk.
Landschappelijke eenheden Het Hollands Plassengebied is een karakteristiek, typisch Hollands open landschap waarin zich onder andere plassen, molens, oude lintdorpen en natuurgebieden bevinden. Het is een waterrijk veengebied en de verschijningsvormen van vele landschappelijke elementen (plassen, weilanden en zelfs de dorpen) zijn ontstaan door het al dan niet afgraven van veen. Ambitiebeeld Eén van de hoofdambities is het versterken of behouden van de landschappelijke diversiteit en het typische veen(weide)karakter. Specifiek op locatie, waar sprake is van blokverkaveling, wordt dat vertaald in het behoud en versterking van de (blok)verkaveling door de bestaande sloten en specifieke blokvorm in stand te houden en door het behoud van het beeld van gebiedseigen groen en bebouwing. Bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving De Provincie zet in op de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving: een samenleving die zo veel mogelijk gebruik maakt van duurzame energiebronnen en zo zuinig mogelijk omgaat met energie. Door ruimtelijke reserveringen te maken voor de benodigde netwerken en via haar vergunningen- en concessiebeleid, draagt de Provincie hieraan bij. Blikvanger is het warmtenet, waarbij restwarmte uit de Rotterdamse mainport gebruikt kan worden om kassen mee te verwarmen en steden kunnen worden voorzien in de warmtebehoefte.
De Provincie staat positief tegenover vergelijkbare projecten, onder andere ook voor en door kleinschalige initiatieven. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij onderscheidt de Provincie drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen:
Adromi B.V.
R201931
Pagina 19 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
1.
Inpassing: Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied, een toevoeging van een woning in een lint of de opknapbeurt van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de Provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de relevante richtpunten.
2.
Aanpassing: Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet zoals bij de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Aanpassing is sterk gericht op het vergroten van de gebruikswaarde van een gebied. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk de invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de Provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
3.
Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied, een nieuwe gebiedsidentiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en kenmerken. De impact van deze plannen op een gebied is enorm. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is de rol van de Provincie groot aangezien er bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding is. De betrokkenheid van de Provincie zal gericht zijn op een actieve behartiging van die doelen en op een kwalitatief zo goed mogelijk resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint.
Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Beoordeling Er is sprake van een aanpassing van een agrarische inrichting van een perceel naar een inrichting gebaseerd op de aanleg van een beperkt aantal nieuwe woningen. Deze aanpassing zal samenhangen met een vergroting van de gebruikswaarde van het gebied en een afname van het (agrarisch) transport van en naar het perceel. Nieuwe ontwikkelingen op het perceel mogen niet afdoen aan de bestaande structuur. Ook moet het perceel als visueel eiland binnen het veenweidelandschap zichtbaar blijven in het gebied.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 20 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
Het gebiedsprofiel Hollands Plassengebied beschrijft en visualiseert de voor het gebied kenmerkende ruimtelijke elementen welke van bovenregionaal belang zijn. Voorbeelden van kenmerkende ruimtelijke elementen zijn: de verkavelings- en waterstructuur, linten en bovenlanden, beplantingen, herkenbare dijken, zichtbaarheid van het water in de vorm van sloten en boezems, en openheid. Het gebiedsprofiel geeft een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Ze beschrijven tevens ambities die richting geven aan de ontwikkeling van de kenmerken. Van belang voor het plangebied is het behouden van de verkavelings- en waterstructuur en de beplantingen. Door de bebouwing aan te laten sluiten bij de bestaande bebouwing (de boerderij), door de doorvoer van de Lei sloot en door de aanplanting van nieuw groen, kan met voorliggend plan een bijdrage worden geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. In onderhavig plan wordt duurzame opwekking van elektriciteit en warmte toegelaten door middel van zonnecollectoren en een kleine windturbine. Verder wordt ook de mogelijkheid geboden om energie op te slaan. Optie is om hiervoor de kelders in te zetten van de huidige stallen, zodat de ruimtelijke impact hiervan beperkt is. 3.2.2. Omgevingsverordening De Omgevingsvisie zelf is alleen bindend voor de Provincie.
Daarnaast is met de visie ook een provinciale Omgevingsverordening opgesteld, waarvan de inhoud bindend is voor lagere overheden. Gelijktijdig met de Omgevingsvisie wordt de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld, herzien en geconsolideerd. De volgende artikelen uit deze Verordening zijn relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In principe kan een ruimtelijke ontwikkeling worden toegelaten waarmee geen wijzigingen op structuurniveau worden voorzien en de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. In het geval dat er wel wijzigingen plaatsvinden op structuurniveau, worden deze ontwikkelingen alleen toegestaan als er sprake is van zorgvuldige inbedding in de omgeving. Uitzonderingen hierop zijn gebieden waarvoor beschermingscategorieën zijn opgenomen. In dit geval kan de transformatie van het agrarische bedrijf binnen de gestelde kaders van de Omgevingsverordening worden beschouwd als een transformatie binnen de bestaande gebiedsidentiteit (artikel 6.9 eerste lid onder a Omgevingsverordening). De herontwikkeling van het perceel betekent een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, doordat het terrein een nuttige en aanvullende invulling krijgt.
Ook de duurzame sanering van de onbruikbare agrarische bebouwing en de verwijdering van verharding verbeteren de ruimtelijke kwaliteit, waardoor voldaan wordt aan de aanvullende maatregelen beschreven in artikel 6.9 derde lid. Voor wat betreft ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling is in het ontwerp van de nieuwe bebouwing rekening gehouden met de materiaalkeuze, de bouwvormen en -stijlen van de beeldbepalende boerderij, waardoor de nieuwe bebouwing past bij het karakter van de agrarische bebouwing. Met betrekking tot de beschermingscategorieën ligt de planlocatie in een gebied met beschermingswaarde, namelijk een gebied met beschermingscategorie 2 (groene buffer). Het gaat in Adromi B.V.
R201931
Pagina 21 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
dit geval echter om een uitgezonderde ontwikkeling in het Programma ruimte (hoofdstuk 2.2), waarbij een agrarisch gebied (het perceel) wordt getransformeerd naar een andere functie (woning). Deze functie is meer passend in kwaliteit (zoals hierboven beschreven) en passend vanuit de behoefte naar woningen in de gemeente Kaag en Braassem.
Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsverordening beschermingscategorieën, plangebied indicatief in het rood weergegeven (bron: ruimtelijkplannen.nl).
Artikel 6.39 Peilbesluit In peilbesluiten wordt door het Hoogheemraadschapsbestuur (hoogheemraadschap van Rijnland) het waterpeil van de oppervlaktewaterlichamen bepaald. De peilbesluiten verschillen per locatie (bijvoorbeeld per polder), moeten actueel zijn en in ieder geval rekening houden met veranderingen ter plaatse en met de aanwezige functies en belangen. Het plangebied ligt in een gebied met verplichte peilbesluiten. In het specifiek gaat het om het Peilbesluit Roodemolenpolder, waar het waterpeil in de zomer overeenkomstig is op NAP -1,12m en in de winter op NAP -1,32m. De beoogde ontwikkeling omvat het doorvoeren van de Lei sloot. Deze doorvoering zorgt voor een gezonder oppervlaktewater, alsmede een instandhouding van het waterpeil. Het waterpeil in de doorgevoerde sloot zal daarbij voldoen aan het peilbesluit. Beoordeling Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. 3.2.3. Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020 (ontwerp) Op 6 oktober 2020 is het ontwerp verschenen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020. In deze aanpassing van de omgevingsverordening wordt, voor zover relevant voor onderhavig plan, in artikel 6.50 voorgeschreven dat aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van de
Adromi B.V.
R201931
Pagina 22 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
risico’s van klimaatverandering. Hierbij worden specifiek de aspecten wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte benoemd. Beoordeling Relevant is dat qua peilhoogte wordt aangesloten bij het peil van de omgeving, waardoor sterke (af)stroming bij hevige regenval met bijbehorende risico’s wordt voorkomen. Het nieuwe te realiseren oppervlaktewater zal enerzijds worden aangesloten aan het poldersysteem, waardoor het Hoogheemraadschap deze grotere oppervlaktewatervoorraad ook kan inzetten in perioden van droogte. Anderzijds wordt voor het nieuwe oppervlaktewater rondom de nieuwe woningen gekozen voor een hoger peil (zie ook paragraaf 2.2). Op deze wijze wordt extra regelwater gebufferd en wordt eventuele verdroging als gevolg van extreme klimaateffecten voorkomen. De woningen worden daarbij zodanig ontworpen dat sterke opwarming van ruimten in warme perioden zo energetisch optimaal kan worden tegengegaan. Het overstromingsrisico ter plaatse voldoet aan de normen die het Hoogheemraadschap hierbij in acht neemt. Gelet op de centrale ligging en het geringe hoogteverschil in de polder zal er in geval van een overstroming enige tijd zijn om te ontvluchten. De aanwezige infrastructuur kan hierbij worden gebruikt. 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Omgevingsvisie De gemeenteraad van Kaag en Braassem heeft op 26 oktober 2020 de Omgevingsvisie vastgesteld.
Deze omgevingsvisie geeft de toekomstige ontwikkelingen weer en dient als het actuele toetsingskader voor maatschappelijke en ruimtelijke plannen. In de omgevingsvisie is vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake dient te zijn van participatie. Verder worden per beleidsveld ambities geformuleerd. Zo zijn er ambities geformuleerd op het vlak van energiebesparing en het realiseren van zon op daken waarbij gemiddeld sprake dient te zijn van minimaal 6 zonnepanelen per woning in Kaag en Braassem. Verder wordt gestreefd naar behoud en versterking van de biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling door oxidatie van veen, klimaatadaptatie en behoud van bodem- en (grond)waterkwaliteit. Voor wat betreft de woonopgave wordt zo veel mogelijk gekozen voor maatwerk voor specifieke doelgroepen alsook maatwerk en kwaliteit voor wat betreft de inpassing van nieuwe woningen in de omgeving. Daarnaast wil de gemeente de mobiliteit optimaliseren, zonder dat dit ten koste gaat van de verkeersveiligheid. In de context van onderhavige ontwikkeling is van belang dat wordt gekozen voor een maatwerkoplossing, waarbij de beeldkwaliteit van het agrarische ensemble wordt behouden. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.
Er zal ook sprake zijn van de duurzame opwekking en opslag van elektrische energie en warmte, waardoor alle woningen in het plangebied (vrijwel) zelfvoorzienend kunnen worden op dit vlak. Daarnaast zal worden gekozen voor het realiseren van extra oppervlaktewater, ook al is geen sprake van een wateropgave. Hierdoor wordt de biodiversiteit vergroot, aangezien dit nieuwe water meer dan alleen een functie voor de waterhuishouding zal vervullen. Ook het verhogen van de grondwaterstand draagt bij aan een betere klimaatadaptatie en het tegengaan van veenoxidatie, verwezen wordt naar 4.2. Qua bereikbaarheid bevindt de planlocatie zich direct aan de doorgaande weg (N446) en op 500 meter van een bestaande buslijn. Ontsluiting kan
Adromi B.V.
R201931
Pagina 23 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
echter veilig plaatsvinden via de parallelweg en niet via de hoofdbaan. De beoogde ontwikkeling zal de bereikbaarheid van de omgeving niet verslechteren. Parkeren kan en zal gebeuren op eigen terrein. Verder zijn de nodige ambities geformuleerd op het vlak van recreatie, economie en bedrijvigheid, gezondheid, veiligheid en vergrijzing, welke niet van belang zijn in relatie tot onderhavige ontwikkeling, zij het dat het de bedoeling is om leeftijdsbestendig te bouwen. Veenweide Het plangebied maakt deel uit van het veenweidegebied van de gemeente. In de omgevingsvisie staat voor dit gebied voorop dat het bestaande cultuurhistorisch waardevolle karakter van het gebied wordt behouden en bodemdaling wordt tegengegaan. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats met respect voor de bestaande landschappelijke structuur en beeldkwaliteit van het gebied. Er is geen sprake van aantasting van de bestaande landschappelijke waarden en daarnaast wordt ook gekozen voor verhoging van het waterpeil wat bijdraagt aan het behoud van het veenweidegebied. 3.3.2. Welstandsnota Kaag en Braassem Uitgangspunt voor het welstandsbeleid van de gemeente Kaag en Braassem is dat in reguliere situaties geen welstandstoets plaatsvindt, maar dat enkel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en gebieden beschermd worden.
Bouwplannen die betrekking hebben op monumenten en beschermde dorpsgezichten worden voorgelegd voor advisering aan de Monumentencommissie en/of de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Beoordeling In dit kader is van belang dat de in het plangebied aanwezige oorspronkelijke boerderij, die als beeldbepalend is aangemerkt, gehandhaafd blijft. 3.4. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de gewenste ontwikkelingen aan de Hofdijklaan 13 inpasbaar zijn in het provinciale en gemeentelijke beleid. Er is sprake van de met dit beleid beoogde ruimtelijke kwaliteitswinst door de agrarische bebouwing en verharding te saneren, door nieuw groen en duurzame energievoorzieningen te realiseren en door landschappelijke inpassing van de ruimte-voor-ruimte woningen te creëren.
Adromi B.V.
R201931
Pagina 24 van 52
Bestemmingsplan Hofdijklaan 13 Oud Ade
4.
Water
4.1. Taken en bevoegdheden van Rijnland als waterbeheerder In het plangebied is het hoogheemraadschap van Rijnland het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en grondwater. Dit beheer heeft drie hoofddoelen: veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Het Waterbeheersplan (WPB5) is in 2016 vastgesteld, waarin het hoogheemraadschap richting geeft aan het waterbeheer in de periode van 2015 – 2021. Veiligheid tegen overstromingen Cruciaal voor de veiligheid is dat de waterkeringen hoog en stevig zijn en dat blijven. Ook dient er rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige dijkverbeteringen. Voldoende water Het complete watersysteem moet goed en adequaat beheerd en ingericht worden om het Rijnland van voldoende water te voorzien. Watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, duikers en stuwen, moeten daarbij op orde zijn en toekomstbestendig worden gemaakt rekening houdend met klimaatverandering. Gezond water Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water. Deze betreffen het reguleren van lozingen op oppervlaktewater en het zuiveren van afvalwater. Met betrekking tot het zuiveren van afvalwater beheert het hoogheemraadschap rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Europese regelgeving stelt hierbij de kaders in de Kaderrichtlijn Water.
Naast reeds genoemde taken en bevoegdheden dragen ook het voorkomen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren in grote mate bij aan gezond water. 4.2. Keur en beleidsregels Het hoogheemraadschap van Rijnland is als Hoogheemraadschap op grond van de Waterwet bevoegd om regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden via een eigen verordening: de Keur. Deze handelingen die uitgevoerd worden in of nabij of met betrekking tot: − − − − − −
waterkeringen (o.a. dijken en kaden); watergangen (o.a. kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden; onttrekken en lozen van grondwater; aanbrengen van verhard oppervlak.
Rijnland heeft sinds 1 juli 2015 een nieuwe Keur met daarbij horende Uitvoeringsregels. In deze regels staan voorwaarden voor werkzaamheden die bewoners en bedrijven willen uitvoeren bij water en dijken. Voor eenvoudige werkzaamheden met weinig risico geldt een zorgplicht, voorwaarden voor handelingen met een beperkt risico staan beschreven in de Algemene regel en in de Beleidsregel staan voorwaarden voor activiteiten met een groter risico.