CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPHERENWEG57-VAS1 toelichting

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Jachthaven Meerzicht, Rijnsaterwoude’.21.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, om te borgen dat een systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit (art. 13.3 van de planregels). Conclusie De risicobronnen zijn in kaart gebracht. Meest relevant is de A4 in verband met transport van gevaarlijke stoffen over de weg. Het invloedsgebied ligt over het projectgebied, maar de herontwikkeling leidt niet tot onaanvaardbare veiligheidsrisico's. Door bij het verder uitwerken van het bouwplan rekening te houden Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude met het advies van de Veiligheidsregio Hollands Midden, kan een veilig woon- en leefklimaat worden gewaarborgd.

4.9

Bodem

Kader Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de toelichting van een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit te bevatten. In dit artikel staat een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, waarin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Er gelden daarbij andere eisen voor de bestemming wonen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Relatie tot bestemmingsplan Om te bepalen in hoeverre de (water)bodem geschikt is voor de toekomstige functies, is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd door IDDS. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 10 Bodemonderzoek. De resultaten worden hieronder samenvattend toegelicht. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende tussenen interventiewaarden, dient de hypothese 'verdacht' voor het overgrote deel van het plangebied te worden gehandhaafd.

De gehalten zware metalen, PAK en/of minerale olie ter plaatse van dit deel van het plangebied overschrijden de desbetreffende interventiewaarden en geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de omvang en mate van de verontreiniging. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m3 grond of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Het benodigde nader bodemonderzoek wordt in gang gezet. Zodra beschikbaar, zullen de resultaten in deze paragraaf worden verwerkt. Indien noodzakelijk, zullen de gronden worden gesaneerd om deze geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Er worden voldoende financiële middelen gereserveerd om een eventueel benodigde sanering uit te voeren. In relatie tot de waterbodem wordt aanvullend opgemerkt dat in de huidige situatie reeds sprake is van een bestemming 'Water' en van zwemwater in het plangebied (Braassemermeer). Daarom mag worden aangenomen dat de waterbodemkwaliteit ter plaatse van het Braassemermeer geen belemmering vormt voor de beoogde toekomstige functies.

Aangezien de waterbodem wel geroerd en deels gedempt zal worden als gevolg van de herinrichting, is een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 11 Waterbodemonderzoek. Uit het onderzoek blijken de milieuhygiënische kwaliteit en toepassingsmogelijkheden van het vrijkomende slib en de vaste waterbodem per onderzoeksvak. Indien werkzaamheden plaatsvinden (zoals baggeren of ontgraven) in een waterbodem die de interventiewaarde overschrijdt, dient een werkplan (plan van aanpak) te worden opgesteld. Dit werkplan moet worden ingediend bij het bevoegd gezag (waterschap). Voor de verwerking van het slib kunnen mogelijk aanvullende onderzoeksgegevens benodigd zijn. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te borgen dat de benodigde nader bodemonderzoeken worden uitgevoerd (artikel 13.5). Met het aanvullend onderzoek dient ook inzicht te worden verkregen in de omvang van de verontreiniging in de vaste bodem ter plaatse van de beoogde nieuwe burgerwoning, aangezien hier water wordt gedempt en op basis van het waterbodemonderzoek op deze locatie verontreiniging is aangetroffen. Om te borgen dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de nieuwe woonbestemming afdoende is, is een voorwaardelijke verplichting voor ingebruikname van de woning opgenomen (artikel 8.4.3).

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

4.10

Ontplofbare oorlogsresten

Kader De opslag van munitie en/of explosieven valt niet onder het toepassingsgebied van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op de opslag van munitie en/of explosieven is de 'Circulaire Opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik' van toepassing. In tegenstelling tot het Bevi is geen sprake van risicobenadering maar van een effectbenadering bij de opslag van munitie en/of explosieven. Per categorie explosieven zijn aan te houden afstanden onderscheiden. Kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen binnen deze afstanden niet aanwezig zijn. In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten (OO) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een OO is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een OO-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming.

Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied. Conform de Arbowetgeving dient voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden het terrein onderzocht te worden op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hiermee wordt voorkomen dat tijdens werkzaamheden in de bodem ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen die een gevaar voor de werknemers en de openbare orde en veiligheid kunnen vormen. Relatie tot bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 12. De resultaten worden hieronder samenvattend toegelicht. Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto’s en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat er geen indicaties zijn die erop wijzen dat het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. Het onderzoeksgebied is daarom onverdacht bevonden op het aantreffen van OO. Daarom wordt geadviseerd om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en het opsporingsproces naar OO niet verder voort te zetten. Daarnaast wordt geadviseerd om het uitvoerend personeel altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te instrueren per het Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten.

Dit om de risico’s, welke gepaard gaan met het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog, te verkleinen. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het beoogde plan.

4.11

Bedrijven en milieuzonering

Kader Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgesteld. Hierdoor wordt in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de belangen van bedrijven en woningen. Zo wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt door de komst van nieuwe woningen. Milieuzonering is een hulpmiddel bij ruimtelijke planvorming. Het is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Richtafstanden In de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. Hierbij worden richtafstanden gegeven per milieutechnisch aspect (geur, stof, geluid en gevaar), waarbij de grootste afstand bepalend is voor de indeling in een milieucategorie.

Figuur 4.9: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering (bron: VNG-brochure) De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In een gemengd gebied is sprake van een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Functiemenging In sommige gevallen wordt niet gewerkt met de systematiek waarbij gebruik wordt gemaakt van richtafstanden. Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven, geldt dit bijvoorbeeld vanwege bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging. Vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies in dergelijke gebieden is de 'standaard' systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemening of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de Staat van Bedrijven (SvB) 'functiemenging' toegepast. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten in categorie A, B en C.

Relatie tot bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling maakt de toevoeging van verblijfsrecreatie met horeca en een (burger)woning mogelijk. Een jachthaven kan hinder veroorzaken naar de omgeving. Aangezien het geldende bestemmingsplan deze functie reeds toestaat, mag worden aangenomen dat een jachthaven inpasbaar is. De bedrijfswoning is eveneens planologisch al toegestaan op de beoogde locatie en maakt onderdeel uit van de inrichting. Deze functies worden daarom niet nader beschouwd. Beoordeeld dient te worden in hoeverre het realiseren van de (burger)woning alsmede de verblijfsrecreatie met horeca inpasbaar is. Milieuzonering in relatie tot geluid Het aspect geluid is in dit kader onderzocht, hiervoor wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek zoals beschreven in paragraaf 4.6 Geluid. Als gevolg van de activiteiten binnen het plangebied (jachthaven, recreatie en horeca) zijn de geluidniveaus bij omliggende woningen berekend alsook bij de recreatiewoningen en -arken. Uit de berekeningen kan worden opgemaakt dat bij de omliggende

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude woningen voldaan wordt aan de grenswaarden uit stap 2 voor een gemengd gebied van de VNG publicatie. Dit geldt voor zowel het langtijdgemiddeld geluidsniveau als het maximaal geluidsniveau. De burgerwoning is een gevoelig object ten opzichten van de jachthaven. Deze staat op minder dan 25 meter afstand van het nieuwe hoofdgebouw. Het geplande scherm bij de nieuwe burgerwoning is afdoende. Het geluidsscherm is geborgd als een verplichte maatregel in de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor een toelichting op milieuzonering in relatie tot geluid wordt verder verwezen naar paragraaf 4.6 Geluid, waaruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling inpasbaar is op dit aspect. Milieuzonering in relatie tot geur, stof en gevaar Hieronder wordt ingegaan op milieuzonering in relatie tot geur, stof en gevaar. Allereerst wordt ingegaan op de menging van functies binnen het plangebied zelf. Daarna wordt ingegaan op de inpasbaarheid van het plan in de omgeving, uitgaande van gemengd gebied. Inpasbaarheid functiemenging binnen het plangebied Op planniveau is sprake van functiemenging.

Op zowel de beoogde verblijfsrecreatieve onderkomens (vergelijkbaar met "Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra") als het beoogde restaurant ("Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.") is categorie A van toepassing. Categorie A bedrijven zijn zodanig weinig milieubelastend, dat de eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven toereikend zijn. De functies zijn zodoende toelaatbaar naast woningen. De beoogde woningen in het plangebied vormen dan ook geen belemmering voor deze functies en vice versa. Inpasbaarheid in relatie tot omgeving Het projectgebied en haar omgeving kan, met haar ligging in de dorpsrandzone van de kern Rijnsaterwoude, getypeerd worden als een gemengd gebied. Woon- en bedrijfslocaties aan het lint wisselen elkaar hier immers af. Het plangebied wordt omringd door overwegend woonfuncties, agrarische gronden en water. Recreatieve bestemming ten oosten van het plangebied Ten oosten, aan de overzijde van de Herenweg, geldt een bestemming 'Recreatie' met aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - watersportvoorzieningen' (waar o.a. een jachthaven is toegestaan). Het betreft Verschuur Watersport, waar verkoop (showroom), onderhoud en stalling van sloepen plaatsvindt.

De Omgevingsdienst merkt op dat Verschuur Watersport ook boten van kleiner dan 25 meter repareert, daarom is bij de boordeling SBI code 3315 met bijbehorende milieucategorie 4.1 aan deze inrichting gegeven. De richtafstand voor een dergelijk bedrijf is 100 meter in gemengd gebied. Een deel van het terrein van Verschuur Watersport gaat gebruikt worden voor het parkeren van personenwagens en goederen en boten die bestemd zijn voor de jachthaven, worden naar dit terrein aan- en afgevoerd. Voor de beoordeling van de richtafstanden is de recreatieve bestemming aan de overzijde van de Herenweg daarom niet zozeer relevant. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voor een jachthaven milieucategorie 3.1 geldt met een maximale richtafstand van 30 meter in gemengd gebied, waar ruimschoots aan wordt voldaan. De geplande burgerwoning voldoet niet aan de richtafstand van 100 meter voor wat betreft de afstand tot Verschuur Watersport. Deze woning ligt namelijk op een afstand van ongeveer 96 meter van het bestaande gebouw van Verschuur Watersport. De grens waar Verschuur Watersport mag bouwen staat dichterbij op ongeveer 77 meter. Verschuur Watersport wordt niet in haar uitbreidingsmogelijkheden beperkt, omdat er een woning van derden op kortere afstand staat (Herenweg 10). Verschuur Watersport moet ten opzichten van Herenweg 10 voldoen aan de geluidseisen uit het activiteitenbesluit.

De nieuwe burgerwoning komt op een langere afstand te liggen dan de woning van derden aan de Herenweg 10. Hierdoor kan er redelijkerwijs worden aangenomen dat er aan de normen van het activiteitenbesluit wordt voldaan bij de nieuwe burgerwoning. De bedrijfswoning staat op circa 130 meter afstand van het huidige gebouw van Verschuur Watersport. Er zijn geen belemmeringen voor het plaatsen van deze woning. Agrarische activiteiten in de omgeving van het plangebied Daarnaast bevindt zich aan de Herenweg 39 op 50 meter afstand een melkveehouderij de richtafstand hiervoor is 50 meter. Behalve de bovengenoemde inrichtingen zijn er nog een aantal veehouderijen in het

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude gebied die op grotere afstand liggen en daarom geen belemmeringen vormen. Met betrekking tot overige omliggende gronden die in gebruik zijn voor agrarische activiteiten, geldt dat op een kortere afstand dan het plangebied al woningen worden toegestaan. De betreffende bedrijven hebben zodoende al rekening te houden met bestaande woningen, welke maatgevend zijn ten opzichte van de nieuwe (verder weg gesitueerde) te realiseren woning in het plangebied. De nieuwe woning in het plangebied, zal bovendien de agrarische bedrijven daardoor niet verder in de bedrijfsvoering belemmeren dan reeds het geval is. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de burgerwoning kan worden gesproken van een goed woonen leefklimaat. Woningen in de omgeving van het plangebied Tot slot geldt dat de burgerwoning binnen het plangebied in dit kader maatgevend is ten opzichte van omliggende woningen die buiten het plangebied gesitueerd zijn. De binnen het plangebied beoogde verblijfsrecreatie en horeca activiteiten zijn toelaatbaar naast woningen, zoals reeds beschreven onder het kopje 'Inpasbaarheid functiemenging binnen het plangebied'. Ook voor omliggende woningen (zoals de woning aan Herenweg 43) vormt deze bedrijvigheid binnen het plangebied zodoende geen belemmering.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.12

M.e.r.-beoordeling

Kader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Relatie tot bestemmingsplan In eerste instantie dient beoordeeld te worden of het Besluit m.e.r. van toepassing is. De beoogde ontwikkeling bestaat uit een toevoeging van verblijfsrecreatie met horeca en een (burger)woning. Op de verblijfsrecreatie is categorie D.10 uit bijlage D van het Besluit m.e.r. van toepassing:

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D 10 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De structuurvisie, bedoeld De vaststelling van het of uitbreiding van: activiteit betrekking in de artikelen 2.1, 2.2 en inrichtingsplan, bedoeld a. skihellingen, heeft op: 2.3 van de Wet ruimtelijke in artikel 17 van de Wet skiliften, 1°. 250.000 bezoekers ordening, en de plannen, inrichting landelijk kabelspoorwegen en of meer per jaar, bedoeld in de artikelen gebied dan wel een plan bijbehorende 2°. een oppervlakte 3.1, eerste lid, 3.6, eerste bedoeld in artikel 18 van voorzieningen; van 25 hectare of lid, onderdelen a en b, van de Reconstructiewet b. jachthavens. meer, die wet, de vaststelling concentratiegebieden c. vakantiedorpen en 3°. 100 ligplaatsen of van het inrichtingsplan, dan wel bij het ontbreken hotelcomplexen meer of bedoeld in artikel 17 van daarvan het plan bedoeld buiten stedelijke 4°. een oppervlakte de Wet inrichting landelijk in artikel 3.6, eerste lid, zones met van 10 hectare of gebied, het onderdelen a en b, van bijbehorende meer in een gevoelig reconstructieplan, bedoeld de Wet ruimtelijke voorzieningen, gebied. in artikel 11 van de ordening dan wel bij het d. permanente Reconstructiewet ontbreken daarvan van kampeer- en concentratiegebieden en het plan, bedoeld in caravanterreinen, het plan bedoeld in artikel artikel 3.1, eerste lid, of 18 van de van die wet. e. themaparken.

Reconstructiewet concentratiegebieden. De beoogde ontwikkeling valt niet onder de genoemde gevallen. De beoogde ontwikkeling is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, waardoor met een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden volstaan. Het bevoegd gezag beoordeelt of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dit gebeurt aan de hand van wettelijke beoordelingscriteria: 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De kenmerken van mogelijke effecten. De criteria worden nader toegelicht in Bijlage 13 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Door het uitblijven van belangrijke nadelige gevolgen kan worden geconcludeerd dat er geen volledige milieueffectrapportage hoeft te worden doorlopen en dat er geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Conclusie Het bevoegd gezag wordt verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 5 5.1

Planopzet

Algemeen

Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan. Dit betekent dat het bestemmingsplan een actueel planologisch kader biedt voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Op hoofdlijnen is qua bestemmingsplansystematiek zo veel als mogelijk aangesloten op het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude". Het onderhavige plan is opgesteld conform het gestelde in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) die door het Rijk is opgesteld in het kader van het project Digitale Uitwisseling van Ruimtelijke Plannen (DURP), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) die bindende afspraken en aanbevelingen bevat, en het coderingssysteem InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).

5.2

Bestemmingen, dubbelbestemmingen, aanduidingen

Onder een bestemming wordt de bestemming verstaan die ingevolge artikel 3.1 Wro aan gronden wordt toegekend. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies (en bebouwingsmogelijkheden), met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. Opgemerkt wordt dat enkele voorwaardelijke verplichtingen (o.a. met betrekking tot realisatie van het geluidsscherm en het uitvoeren van nader bodemonderzoek) zijn opgenomen in de algemene regels. De algemene regels gelden voor alle bestemmingen uit het plan. Hieronder wordt een korte uitleg gegeven van de diverse bestemmingen en aanduidingen. Recreatie - Verblijfsrecreatie Het overgrote deel van het plangebied is bestemd als 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Binnen deze bestemming zijn dagrecreatie, een jachthaven en verbijfsrecreatieve onderkomens mogelijk. Uitsluitend ter plaatse van de betreffende aanduidingen worden daarnaast ook recreatie-arken, horeca en een bedrijfswoning toegestaan. Horeca is toegestaan tot categorie 2, zoals opgenomen in artikel 1.28 van de regels. De omvang van de diverse functies is in de specifieke gebruiksregels waar nodig nader begrensd. Uiteraard zijn ook bijbehorende voorzieningen toegestaan, zoals een receptie, havenkantoor, parkeervoorzieningen en groen.

In lijn met het geldende bestemmingsplan, worden ook ondergeschikte evenementen mogelijk gemaakt. Ondergeschikt wil zeggen: gebruik dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de toegestane hoofdfuncties (zoals dagrecreatie, jachthaven of horeca). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat onverminderd gemeentelijke regels op evenementen van toepassing zijn. Op basis van de bepalingen uit de APV kan dan ook een evenementenvergunning of melding nodig zijn voor het organiseren van ondergeschikte evenementen. Ter plaatse van het beoogde hoofdgebouw is een bouwvlak opgenomen. Maximale bouw- en goothoogten zijn in de regels vastgelegd. De recreatie-appartementen (verblijfsrecreatieve onderkomens) worden uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, aangezien deze in het hoofdgebouw beoogd zijn. Voor de recreatie-arken op het water is een aparte regeling in de bouwregels opgenomen. Binnen de bestemming Recreatie Verblijfsrecreatie zijn steigers toegestaan voor toegang tot de recreatie-arken en ligplaatsen op het water. Voor het bouwen van de bedrijfswoning zijn aparte bouwregels opgenomen. Voor het gebruik van terrassen bij horeca is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te borgen dat het stemgeluid te allen tijde wordt meegewogen bij het bepalen van de geluidniveaus (zoals ook reeds toegelicht in paragraaf 4.6 Geluid).

Tuin De bestemming 'Tuin' is opgenomen voor de voortuinen bij de woonbestemmingen. Een en ander ter voorkoming van onevenredige gebruiksmogelijkheden in het voorerfgebied. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor een deel van de Herenweg in het plangebied.

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Water De bestemming 'Water' is opgenomen voor het open water in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van steigers en openbare recreatieve voorzieningen en gebruiksregels voor het afmeren en aanleggen van (plezier)vaartuigen. Binnen deze bestemming zijn tevens bruggen toegestaan. Wonen - 1 De bestemming 'Wonen - 1' is conserverend overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Deze bestemming is toegekend aan het zuidelijk deel van het plangebied waar een bestaande (en te handhaven) woning gesitueerd is. Voor de woning is een aanduiding 'vrijstaand' opgenomen. Wonen - 2 De bestemming 'Wonen - 2' is toegekend aan de nieuw te realiseren (burger)woning. Maximale bouwen goothoogten zijn in de regels vastgelegd. Naast wonen, zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen. Het medegebruik van een deel van de woning voor een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan. De hoofdfunctie wonen mag daardoor echter niet worden verdrongen. Voor ingebruikname van de nieuwe woning is een voorwaardelijke verplichting inzake bodem opgenomen, om de bodemkwaliteit ter plaatse te borgen. Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 3 Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden.

Voor bouwwerken of werkzaamheden waarmee vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Deze geldt dan als indieningsvereiste bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' en/of 'uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden'. Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming voorziet in een beschermingsregeling voor de waterkering en de bijbehorende beschermingszone. Voor werkzaamheden binnen deze zone dient nader advies ingewonnen te worden bij het Hoogheemraadschap.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid geldt dat geen reden bestaat om aan de financiële haalbaarheid te twijfelen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Het verhaal van kosten is anderszins verzekerd wanneer tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst wordt gesloten waarin (privaatrechtelijke) afspraken zijn vastgelegd ten aanzien van onder andere planschade en het verhaal van kosten voor het aanpassen van de openbare ruimte.

In dit geval is sprake van een ontwikkeling op een kavel in particulier eigendom. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer, waarmee de gemeente gevrijwaard wordt van mogelijke schadeclaims als gevolg van eventuele planschadeverzoeken.

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bewonersinformatie

In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft op 23 november 2021 een bewonersavond plaatsgevonden, om omwonenden te informeren over de beoogde plannen. Er was gelegenheid voor aanwezigen om vragen te stellen over de beoogde plannen. Naar aanleiding van de bewonersavond zijn de plannen bovendien op diverse onderdelen aangescherpt. Zo is de inrit van het plan meer naar het zuiden verplaatst en de burgerwoning meer naar het noorden verplaatst. Op 12 april 2023 heeft een tweede bewonersavond plaatsgevonden. Hier zijn de plannen nogmaals toegelicht en was ruimte voor de aanwezigen om vragen te stellen. Tijdens de zienswijzenperiode heeft een derde bijeenkomst plaatsgevonden op 22 januari 2024. Verslaglegging van de participatiebijeenkomsten is opgenomen in Bijlage 15 bij deze toelichting.

7.2

Juridische procedures

Bestuurlijk vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voorliggend bestemmingsplan is met de volgende overlegpartners gedeeld: Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Rijnland Veiligheidsregio Hollands Midden Provincie Zuid-Holland heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan. Er is geen sprake van strijdige provinciale belangen. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft verzocht tot aanvullende gegevens, om te kunnen beoordelen in hoeverre het plan gevolgen heeft voor de noordelijke waterkering. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende gegevens aangeleverd en heeft overleg met het hoogheemraadschap plaatsgevonden om de plannen nader toe te lichten en te verfijnen. Voor de werkzaamheden is een watervergunning nodig. Veiligheidsregio Hollands Midden heeft advies uitgebracht in het kader van externe veiligheid, zoals reeds toegelicht in paragraaf 4.8 van deze toelichting.

Naar aanleiding van het advies in een regel in dit bestemmingsplan opgenomen om uitschakelbare mechanische ventilatie te borgen. Zienswijzen Een bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Voorliggend bestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 21 december 2023 ter inzage gelegen. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in Bijlage 16 Nota van beantwoording zienswijzen. Hierbij is aangegeven of en hoe de zienswijzen hebben geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze nota. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het plan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het plan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Toelichting (vastgesteld)

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=46f540eb-82ad-40b8-ba93-bd53d1693c38