CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1884.BPHERENWEG57-VAS1 toelichting

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Jachthaven Meerzicht, Rijnsaterwoude’.21.668 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 8

Hoofdstuk2 Het initiatief 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 12 15 23

Hoofdstuk4 Nader onderzoek 4.1 Algemeen 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Water 4.5 Ecologie 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 Bodem 4.10 Ontplofbare oorlogsresten 4.11 Bedrijven en milieuzonering 4.12 M.e.r.-beoordeling

29 29 29 30 31 34 37 40 42 44 45 45 48

Hoofdstuk5 Planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen, aanduidingen

50 50 50

Hoofdstuk6

52

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Bewonersinformatie 7.2 Juridische procedures

2

53 53 53

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter hoogte van de Herenweg 57 te Rijnsaterwoude is de jachthaven Meerzicht gevestigd. Omdat de jachthaven verouderd is, bestaat het voornemen ter plaatse een recreatiepark te realiseren waarbinnen diverse voorzieningen worden gehuisvest. Hiertoe wordt een deel van de huidige ligplaatsen voor boten verplaatst, nieuwbouw met recreatie-appartementen, een receptie, restaurant en overdekte ligplaatsen gerealiseerd alsmede twee woningen, 25 recreatie-arken op het water en parkeervoorzieningen. Het beoogd initiatief is ten dele in strijd met de geldende bestemmingsplannen "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" (2013) en "Buitengebied Oost" (2018). Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw planologisch kader opgesteld te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende bestemmingsregeling voor de gewenste ontwikkeling en biedt daarmee een actueel planologisch kader waarmee de ontwikkeling kan worden gefaciliteerd.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied beslaat de adressen Herenweg 45, 55, 57, 59 en 59a te Rijnsaterwoude (gemeente Kaag en Braassem). De locatie is gelegen in het noorden van de kern Rijnsaterwoude. Onderstaande figuur toont de ligging.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied, plangebied bij benadering rood omlijnd (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS) Het plangebied wordt globaal begrensd door: overwegend agrarische gronden en een woning ten noorden; de Herenweg ten oosten; woonpercelen ten zuiden; het Braassemermeer ten westen. Het betreft de kadastrale percelen van de gemeente Rijnsaterwoude (gemeentecode RST00), sectie A, nummers 2520, 2521, 2522, 2604, 2979, 3130, 3131, 3161 en 3162 (gehele percelen) en gedeelten van nummers 2978 en 3139. Onderstaande figuur toont een uitsnede van de locatie in de directe omgeving.

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 1.2: Ligging en begrenzing van het plangebied, plangebied bij benadering rood omlijnd (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden twee bestemmingsplannen. Voor het overgrote deel geldt het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" (2013). Voor een westelijke zone van het plangebied en voor een zone in het zuiden van het plangebied, geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Oost" (2018). Onderstaande figuur toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" en "Buitengebied Oost". De beide bestemmingsplannen en geldende bestemmingen worden vervolgens nader toegelicht.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 1.3: Uitsnede geldende bestemmingsplannen, het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is bij benadering rood omlijnd (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS) "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" (2013) Het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" is op 17 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. De gronden hebben de bestemming 'Recreatie', 'Water', 'Wonen' en 'Tuin'. Het overgrote deel van de bestemming 'Recreatie' is voorzien van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - watersportvoorzieningen'. Er geldt een bouwvlak dat voor maximaal 70% mag worden bebouwd tot bouwhoogten variërend van 7 tot 10 meter. Ter plaatse van het bouwvlak zijn bovendien de functieaanduidingen 'bedrijfswoning' en 'horeca' opgenomen en er worden maximaal 2 wooneenheden toegestaan. Ter plaatse van de woonbestemming is een bouwvlak opgenomen met een maatvoering van maximaal 10 meter bouwhoogte en maximaal 6 meter goothoogte. Er is bovendien een bouwaanduiding 'vrijstaand' opgenomen. De locatie kent de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 3' en in het zuidelijk deel van het plangebied tevens 'Waterstaat Waterkering'.

Enkelbestemmingen De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op dagrecreatie en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - watersportvoorzieningen' voor een jachthaven. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' zijn de gronden mede bestemd voor maximaal één bedrijfswoning danwel het aantal woningen zoals aangeduid met aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden'. Gelet op de maatvoeringsaanduiding 'maximaal aantal wooneenheden: 2', zijn zodoende maximaal 2 woningen toegestaan. Voor de functieaanduiding 'horeca' is geen nadere begrenzing dan wel specificering voor horeca opgenomen. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen, etc. Deze bestemming is opgenomen voor het open water in het plangebied. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn in de basis bestemd voor wonen met bijbehorende tuinen en erven, waarbij niet meer dan 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en bijbehorende voorzieningen.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Dubbelbestemmingen De gronden op de verbeelding aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1' en ‘Waarde - Archeologie 3’ zijn mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Hier mag ten behoeve van andere bestemmingen uitsluitend onder voorwaarden worden gebouwd. In het geval van Waarde - Archeologie 1' gaat het hierbij om: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 150 m²; en/of een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. In het geval van ‘Waarde - Archeologie 3’ zijn de oppervlakteen dieptematen gesteld op respectievelijk 2500 m² en 30 cm. De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het onderhoud en de instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.

In beginsel mogen hier geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken en de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. "Buitengebied Oost" (2018) Het bestemmingsplan "Buitengebied Oost" is op 28 mei 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Kaag en Braassem. De gronden hebben de bestemming 'Water'. De gronden zijn tevens deels voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie 3'. Enkelbestemming De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, (recreatie)verkeer te water, behoud, herstel en ontwikkeling van natuur etc. Binnen deze bestemming zijn bouwregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de waterbeheersing en scheepvaartbegeleiding en voor het bouwen van steigers behorend bij een (bedrijfs)woning of verblijfsrecreatief onderkomen waarvan het bouwvlak aansluit op de bestemming 'Water'. Dubbelbestemmingen De voor 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden kennen vergelijkbare regelingen als de gelijknamige dubbelbestemmingen in het hiervoor beschreven bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude".

Toetsing aan bestemmingsplannen Het beoogde initiatief betreft de herontwikkeling tot jachthaven met (deels overdekte) ligplaatsen voor boten, verblijfsrecreatie (bestaande uit 36 recreatie-appartementen in de nieuwbouw en 25 recreatie-arken op het water), een receptie, een restaurant (maximaal 450 m2 brutovloeroppervlak aan horeca), parkeervoorzieningen, een dienstwoning en een burgerwoning. Op basis van het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" is de jachthaven (met ligplaatsen voor boten en voorzieningen zoals een receptie) alsmede de bedrijfswoning reeds toegestaan. Een burgerwoning is echter niet toegestaan. De beoogde verblijfsrecreatie behoort ook niet tot de toegestane functies. Omdat in het geldende bestemmingsplan geen nadere specificering voor horeca is opgenomen, wordt volledigheidshalve ervan uitgegaan dat horeca in de beoogde omvang eveneens niet is toegestaan. Het beoogde hoofdgebouw en de woning overschrijden daarnaast de daar toegestane bouwhoogten. Ook de recreatie-arken op het water zijn op grond van de bouwregels niet toegestaan. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in strijd is met de geldende bestemmingsplannen op de volgende punten: de functie verblijfsrecreatie is niet toegestaan; de (burger)woning is niet toegestaan; horeca is (in deze omvang) niet toegestaan; de beoogde bouwwerken overschrijden de toegestane bouwregels.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Opgemerkt wordt dat de in het zuidelijk deel van het plangebied gelegen gronden, die in het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" zijn aangewezen voor "Wonen" en "Tuin", in voorliggend bestemmingsplan nagenoeg conserverend worden overgenomen. Hier zijn namelijk geen wijzigingen voorzien die in strijd zijn met de geldende bestemming. Wel is de begrenzing van de betreffende bestemmingen iets aangepast. Enerzijds vanwege het gemeentelijk beleid (bestemming 'Tuin' met 1 meter vergroot zodat de voortuin tot 1 m achter de gevel is bestemd) en anderzijds vanwege beoogde aanpassingen aan de waterkant (verschuiving van grens tussen bestemmingen 'Wonen' en 'Water'). Vanwege de aanpassingen aan de waterkant, maken de gronden onderdeel uit van het inrichtingsplan. Om die reden is ervoor gekozen om de gronden in het zuidelijk deel van het plangebied geheel mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting geeft in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en van het beoogde initiatief. In hoofdstuk 3 wordt het actuele beleidskader (gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau) beschreven. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van de onderzoeken in het kader van de diverse omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planopzet en hoofdstuk 6 en 7 sluiten af met resp. de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 2 2.1

Het initiatief

Huidige situatie

In de huidige situatie is Jachthaven Meerzicht in het plangebied gesitueerd (zie ook onderstaande figuur). Er is bebouwing aanwezig in de vorm van loodsen en een voormalige dienstwoning. Er zijn diverse ligplaatsen voor boten en in het water is een golfbreker aanwezig.

Figuur 2.1: Huidige situatie Jachthaven Meerzicht, vogelperspectief vanaf zuidzijde (bron: Mulderblauw Architecten)

2.2

Toekomstige situatie

De beoogde herontwikkeling voorziet in de volgende functies: jachthaven met ligplaatsen voor pleziervaart (onoverdekte ligplaatsen in de haven alsmede overdekte ligplaatsen in een botenhal); maximaal 36 recreatie-appartementen; maximaal 25 recreatie-arken op het water; maximaal 450 m2 horeca; een bedrijfswoning en een burgerwoning (beide vrijstaand); diverse voorzieningen zoals receptie en parkeerplaatsen. De ontwikkeling omvat een kwaliteitsverbetering van de huidige laagwaardige bebouwing en omgevingskwaliteit. Er wordt gestreefd naar duurzaamheid in inrichting, materialisatie en energieverbruik. De kade langs de havenkom blijft hierbij intact. De bestaande loodsen maken plaats voor een hoofdgebouw (nieuwbouw) met een bouwhoogte van maximaal 11 meter. Dit hoofdgebouw varieert van 1 tot 3 bouwlagen, waarbij bovenop de eerste bouwlaag een parkeerdek wordt gerealiseerd. De ruimte daaronder betreft een botenhal, welke in verbinding staat met het open water en waar ruimte is voor 27 ligplaatsen voor boten. Het hoofdgebouw is verder voorzien voor 36 recreatie-appartementen (max. 60 m2 gebruiksoppervlakte per appartement), een receptie en horeca (een restaurant) van maximaal 450 m2 brutovloeroppervlak. Het bestaande havenkantoor blijft behouden, hier is de bedrijfswoning beoogd. In het noordelijk deel van het plangebied wordt een nieuwe burgerwoning gerealiseerd.

De bestaande golfbreker in het water wordt verlengd, waardoor voldoende ruimte ontstaat voor ten hoogste 25 recreatie-arken. Tot slot zijn 56 onoverdekte ligplaatsen en 8 ligplaatsen voor passanten in het water voorzien. Het terrein rondom het hoofdgebouw wordt heringericht met o.a. groen en parkeren op maaiveld. De bestaande woning aan de zuidzijde van het plangebied blijft behouden. Onderstaande figuren tonen een impressie van de toekomstige situatie.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 2.2: Impressie toekomstige situatie, vogelperspectief vanaf westzijde (bron: Mulderblauw Architecten)

Figuur 2.3: Impressie toekomstige situatie, situatietekening (bron: Mulderblauw Architecten)

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 2.4: Toekomstige situatie (impressie), doorsnede van het hoofdgebouw met recreatie-appartementen, overdekte ligplaats en parkeerdek (bron: Mulderblauw Architecten) In Bijlage 14 Planimpressies zijn situatietekeningen en impressies van het beoogde plan opgenomen. Naar aanleiding van zienswijzen is het ontwerp gewijzigd: het bestaande havenkantoor blijft behouden en de beoogde bedrijfswoning is hier naartoe verplaatst, om meer ruimte voor parkeren op eigen terrein te creëren. In Bijlage 14 wordt zowel het oorspronkelijk ontwerp (ontwerpbestemmingsplan) als het herzien ontwerp (vast te stellen bestemmingsplan) getoond. Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing is een ontwerpvoorstel opgesteld, welke is opgenomen als Bijlage 1 Landschappelijke inpassing bij deze toelichting. In dit ontwerpvoorstel wordt onder meer voorzien in grasparkeren, bomen in kruidenvegetatie en drijvende beplanting rondom de recreatie-arken. Ook is voldoende aandacht voor toepassing van vegetatie en verschillende bomen voor een natuurlijk karakter dat is afgestemd op de landschappelijke omgeving. Op het parkeerdek zullen eveneens groenvoorzieningen aanwezig zijn. Dit alles zorgt er zodoende voor dat het groene karakter van de omgeving gehandhaafd blijft.

Met de beoogde invulling van het plangebied wordt ervoor zorggedragen dat de openheid en structuur alsmede de vergezichten daarin blijven behouden. De relatie met het omliggende gebied zal niet dan wel nauwelijks wijzigen en de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap blijft gehandhaafd. De beoogde ontwikkeling voorziet in functies die over het algemeen juist gebonden zijn aan het buitengebied (zoals verblijfsrecreatie) en de ontwikkeling wordt dan ook passend geacht op deze locatie, welke buiten het bestaand stads- en dorpsgebied is gelegen. Ook zorgt behoud van de jachthaven op deze locatie ervoor dat de relatie tussen stad en buitengebied (en het contactgebied daartussen) niet verloren gaat. Opgemerkt wordt dat het beoogde ontwerp voor het plangebied is gewijzigd naar aanleiding van zienswijzen en daarmee ook de landschappelijke inpassing wijzigt ten opzichte van enkele weergaven in Bijlage 1. Voor het actuele ontwerp wordt verwezen naar Bijlage 14.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het relevante ruimtelijke beleid voor het bestemmingsplan en toont aan dat de ontwikkeling geheel past binnen de geldende beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 3.1: Toekomstperspectief NOVI De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet.

De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Drie afwegingsprincipes Het doel van de NOVI is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: Combineren boven enkelvoudig; Kenmerken & identiteit; Afwentelen voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt de toevoeging van verblijfsrecreatie met horeca en één burgerwoning mogelijk. De toevoeging van verblijfsrecreatie met horeca raakt met name aan nationaal belang 2 (Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit) en nationaal belang 4 (Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving). Ontwikkelingen, zoals de toename van recreatie, vragen immers ruimte en beïnvloeden de leefomgevingskwaliteit.

Daarnaast verleidt een gezond ingerichte leefomgeving mensen tot gezond gedrag en voelen mensen zich er prettig (welbevinden). Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), elkaar ontmoeten en ontspannen. Hierbij hoort ook het stelsel van recreatieve fiets-, wandel- en vaarnetwerken. Toegankelijkheid van water wordt van belang geacht voor ontspanning. Ondanks het geringe aantal woningen wat dit bestemmingsplan toevoegt, kan daarnaast worden gesteld dat met het toevoegen van de (burger)woning een, weliswaar bescheiden, bijdrage wordt geleverd aan het zorgdragen voor een toereikende woningvoorraad (nationaal belang 5).

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. De rol van het Rijk is gelegen in de verantwoordelijkheid voor een goed stelsel van omgevingsrecht. Het Rijk is systeemverantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de burgers en resultaatverantwoordelijk voor de kwaliteit van lucht, bodem en water. Ook is het Rijk verantwoordelijk voor het waarborgen van een goede leefomgevingskwaliteit en voor het tegengaan van hinder en risico’s. Het Rijk streeft naar zo veel mogelijk scheiding van beroepsvaart en recreatievaart. De beoogde ontwikkeling kan een bijdrage leveren aan invulling van deze rijksambities en staat geen van de nationale belangen in de weg. Het beleid voor deze specifieke locatie wordt verder overgelaten aan provincie en gemeente. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen, per onderwerp aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden Relatie tot bestemmingsplan Het Barro kenmerkt zich door een hoog abstractieniveau waarbij het beleid alleen aan de orde is op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. Opgemerkt wordt dat het plangebied vanuit het Rarro (de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) gelegen is in de zone “Radarstations”. Aangezien de beoogde bebouwing bij de herontwikkeling van de jachthaven de maximaal toegestane hoogte van 90 meter niet zal overschrijven, levert de zone “Radarstations” geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling.

Conclusie Het Barro is niet van toepassing op het plangebied en legt daarmee geen randvoorwaarden op aan de ontwikkeling. Het Barro vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Relatie tot bestemmingsplan De milieutechnische aspecten van dit bestemmingsplan worden behandeld in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting. Vooruitlopend hierop kan worden opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het Bro. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen:

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In beginsel is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen of meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak aan stedelijke voorzieningen gerealiseerd worden. Voorliggend bestemmingspan voorziet in de toevoeging van één woning en ten hoogste 450 m2 brutovloeroppervlak horeca. Deze ontwikkelingen zijn daarom niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Zoals wordt toegelicht in paragraaf 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland, is de toevoeging van verblijfsrecreatie daarnaast niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling, aangezien ontwikkelingen voor buitenstedelijke recreatie in het algemeen juist gebonden zijn aan het buitengebied.

Voor wat betreft de overige functies (jachthaven met bedrijfswoning en bijbehorende voorzieningen) geldt dat deze op grond van het geldende bestemmingsplan reeds zijn toegestaan en om die reden niet zijn aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Wel geldt dat nut en noodzaak van de ontwikkeling dient te worden aangetoond. Het nut en de noodzaak van de toevoeging van een burgerwoning wordt gevonden in de bestaande woonbehoefte. Om in kaart te brengen in hoeverre de beoogde toevoeging van verblijfsrecreatie tegemoet komt aan een bestaande vraag, is een behoefteonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau BRO. Omdat uit gemeentelijk beleid nadrukkelijk voortvloeit dat verblijfsrecreatie dient te beantwoorden aan een vraag, wordt het behoefteonderzoek in de gemeentelijke beleidsparagraaf nader uiteengezet (zie paragraaf 3.4.1 Omgevingsvisie Kaag en Braassem). Conclusie Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op het plan, aangezien er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Per 1 april 2023 is de (geconsolideerde) Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Zeven vernieuwingsambities laten zien waar Zuid-Holland naartoe wil en maken ruimte voor belangrijke ontwikkelingen rond participatie, bereikbaarheid, energie, economie, natuur, woningbouw en gezondheid en veiligheid. Ambitie 1: samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten Ambitie 2: bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor Ambitie 3: schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen Ambitie 4: een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland Ambitie 5: versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving Ambitie 6: sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit Ambitie 7: gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Uitgangspunten fysieke leefomgeving Bij het vormgeven en uitvoeren van bovengenoemde ambities hanteert de provincie de volgende uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving: Streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland. Gebruik van een kwaliteitskaart met richtpunten en gebiedsprofielen. Hierin beschrijft de provincie welke kwaliteiten in welke gebieden worden nagestreefd. Handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling om te beoordelen of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk zijn. Verbeteren van ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van 'verbeteren van ruimtelijke kwaliteit' is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag.

Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang. De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit). Binnen deze spelregels en met dit gedeelde kwaliteitsbeeld is er ruimte voor maatwerk om te komen tot de best mogelijke oplossing voor de gestelde opgave. De provincie beschikt over een kwaliteitskaart die de kwaliteitsambities van de provincie toont en onderdeel is van het Omgevingsbeleid. De kwaliteitskaart staat met de bijbehorende uitwerking in richtpunten aan de basis van de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit, die een handreiking vormen voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. Handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.

Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen: inpassing, aanpassing en transformatie.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 3.2: Inpassen, aanpassen en transformatie (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland) Relatie tot bestemmingsplan Voor onderhavig bestemmingsplan geldt dat de ontwikkeling wordt gekarakteriseerd als 'aanpassing'. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. De beoogde ontwikkeling past immers goed binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar de toevoeging van verblijfsrecreatie en een woning zorgen wel voor een aanvulling op structuurniveau. Aanpassing is sterk gericht op het vergroten van de gebruikswaarde van een gebied. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk de invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Bij de beoogde ontwikkeling zal de ruimtelijke kwaliteit verbeterd worden, door opwaardering van de huidige laagwaardige bebouwing. Toetsing van de ruimtelijke kwaliteit komt verder aan bod in paragraaf 3.3.2. Bovendien geldt dat aan de van toepassing zijnde richtpunten op basis van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zoals hieronder wordt toegelicht. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal kaartlagen met bijbehorende richtpunten.

De diverse kaartlagen van de kwaliteitskaart in relatie tot het plangebied worden hieronder achtereenvolgens besproken. Laag van de ondergrond Het plangebied is grotendeels gelegen in het gebied dat op de kaart 'Laag van de ondergrond' is aangewezen als "veencomplex - veen". Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Bij de planontwikkeling wordt rekening gehouden met de veenondergrond. Ook voor de voorgenomen ontwikkeling is bodemdaling ongewenst. Aan het richtpunt kan worden voldaan. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Op de kaart 'Laag van cultuur- en natuurlandschappen' is het plangebied aan land aangewezen als "droogmakerijenlandschap". Als richtpunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat op land geen grootschalige ingrepen in de verkaveling worden gedaan. De nieuwbouw is in hoofdzaak voorzien op gronden die in de huidige situatie reeds bebouwd zijn. De ontwikkeling is passend binnen de schaal en het patroon van de bestaande verkaveling, waarmee aan het richtpunt wordt voldaan.

Het water in het plangebied is op de kaart 'Laag van cultuur- en natuurlandschappen' aangewezen als "water als structuurdrager", "plassen" en "veen(weide)landschap". Bijbehorende richtpunten zijn de volgende: Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem. Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude ecologische en recreatieve structuur van Zuid-Holland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt. Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Ontwikkelingen in of nabij de plassen dragen bij aan de ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en waterhuishoudkundige kwaliteiten van de plassen en hun omgeving. Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat met de realisatie van recreatie-arken en ligplaatsen in het water, alsmede met de verlenging van de golfbreker, rekening wordt gehouden met de invloed op het watersysteem als geheel.

De ontwikkeling draagt bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Aangezien in de huidige situatie reeds een jachthaven in het plangebied aanwezig is, is de ontwikkeling goed inpasbaar binnen de bestaande structuur. Aan de relevante richtpunten wordt voldaan. Laag van de stedelijke occupatie Op de kaart 'Laag van stedelijke occupatie', is het plangebied aangewezen als "stads- en dorpsrand (200 meter)". Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). De kwaliteit in de overlap (‘contact’) wordt gevonden in een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien hier in elkaar over. Het zijn gebieden met een hybride uitstraling en betekenis, zoals onderhavig recreatiegebied. Tussen het plangebied en het achterliggende landelijk gebied is sprake van groenstructuren die in de toekomstige situatie behouden blijven. De ontwikkeling sluit aan bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap en draagt bij aan een goede dooradering van recreatieve routes. Aan dit richtpunt kan zodoende worden voldaan. Bovendien is het plangebied op deze kaartlaag voorzien van de aanduiding "bouwwerken voor energie-opwekking".

Dergelijke bouwwerken maken geen deel uit van de ontwikkeling, waardoor het bijbehorende richtpunt niet van toepassing is op het plangebied en verder buiten beschouwing wordt gelaten. Laag van de beleving Op de kaart 'Laag van de beleving' is het plangebied niet nader aangeduid. Gebiedsprofiel Tot slot geldt dat het plangebied is gelegen binnen het gebiedsprofiel "Hollands Plassengebied". Dit wordt gekarakteriseerd als een gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap. Provinciale landschappen zijn begrensde landelijke gebieden die binnen de stedelijke invloedsfeer liggen. Ondanks de ligging tussen stedelijke agglomeraties is er vaak sprake van hoge recreatieve en landschappelijke waarden. De ambitie is dat accenten voor nieuwe ontwikkelingen komen te liggen in de provinciale landschappen: toegankelijke en multifunctionele landschappen in de nabijheid van de stad met een hoge gebruiks- en belevingswaarde. De beoogde toevoeging van verblijfsrecreatie en een woning in het plangebied draagt bij aan een versterking van het vrijetijdslandschap. Conclusie Voor zover de richtpunten op basis van de kwaliteitskaart relevant zijn voor de ontwikkeling van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de relevante richtpunten en zodoende in lijn is met het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

3.3.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Met ingang van 1 april 2023 is, naast de Omgevingsvisie, ook de (geconsolideerde) Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening, waarin de beleidskeuzes worden vertaald naar een concrete juridische regeling. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de ladder voor duurzame verstedelijking geldt overigens dat deze op basis van landelijke regelgeving niet van toepassing is, maar dat de provincie de bevoegdheid heeft nadere regels te stellen met betrekking tot de onderbouwing van de (regionale) behoefte, hetgeen de provincie Zuid-Holland in haar verordening heeft gedaan. Relatie tot bestemmingsplan Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. Het plangebied is niet gelegen binnen BSD. De beoogde toevoeging van verblijfsrecreatie en één woning betreft echter geen stedelijke ontwikkeling.

Het begrip stedelijke ontwikkeling is in het Besluit ruimtelijke ordening gedefinieerd als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het gaat dus om een ontwikkeling met stedelijke functies. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet toegepast te worden bij ontwikkelingen met niet-stedelijke functies. Conform de provinciale omgevingsverordening, vallen ontwikkelingen voor buitenstedelijke recreatie, zoals een verblijfsrecreatiepark, buiten toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit zijn immers ontwikkelingen die in het algemeen juist gebonden zijn aan het buitengebied. Bovendien blijkt uit jurisprudentie dat de aard en omvang bepalend is voor een stedelijke ontwikkeling en dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen en/of meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak aan stedelijke functies gerealiseerd worden. De beoogde ontwikkeling voorziet in (slechts) één woning, waardoor ook voor dit onderdeel niet gesproken kan worden van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van de ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.

In onderstaande tabel worden de relevante onderdelen in kaart gebracht en voorzien van toelichting op de relatie tot het plangebied.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Artikel

Relevantie

Relatie tot plangebied

Artikel 3.36 Vrijstellingen Dit artikel heeft betrekking op Voor zover ontgrondingen op land ontgrondingen ontgrondingen op land en in regionale en/of in regionale wateren wateren. In het artikel worden categorieën plaatsvinden, zal bij de beoogde van ontgrondingen weergegeven waarvoor ontwikkeling rekening gehouden vrijstelling wordt verleend van het het worden met de bepalingen uit de verbod van artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet en de eventueel Ontgrondingenwet. van toepassing zijnde vrijstellingen uit de provinciale Omgevingsverordening. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied

In lid 8 van artikel 6.9 is bepaald dat Zoals toegelicht, wordt de ontwikkelingen ter plaatse van het beoogde ontwikkeling getypeerd plangebied mogelijk gemaakt kunnen als 'aanpassen'. De ontwikkeling worden die vallen onder noemer inpassen, kan op basis van het provinciaal aanpassen of transformeren en die in beleid zodoende mogelijk gemaakt overeenstemming zijn met artikel 6.9a. worden, mits deze in Op grond van artikel 6.9a is een overeenstemming is met artikel ontwikkeling op de projectlocatie 6.9a. Dit vormt zodoende een toegestaan, "mits de openheid en het randvoorwaarde om de groene karakter van het landschap niet ontwikkeling mogelijk te maken in onevenredig wordt aangetast, blijkens een overeenstemming met provinciaal afdoende motivering die tevens ingaat op beleid. In paragraaf 2.2 is de de keuze voor een locatie buiten landschappelijke kwaliteit reeds bestaand stads- en dorps gebied." nader toegelicht, waarbij de relevante kwaliteiten nader zijn gemotiveerd.

Artikel 6.10d Bereikbaarheid

Een bestemmingsplan voor een nieuwe In paragraaf 4.2 Verkeer en ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te parkeren wordt nader ingegaan op houden met de gevolgen van die de bereikbaarheid. ontwikkeling voor de bereikbaarheid.

Artikel 6.10e Permanente bewoning recreatiewoningen

Een bestemmingsplan voor een verblijfsrecreatiepark op de projectlocaite met een omvang van 12 of meer recreatiewoningen, dient permanente bewoning of functiewijziging naar wonen uit te sluiten.

20

In de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat permanente bewoning van verblijfsrecreatie is uitgesloten.

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Artikel 6.20 Bescherming recreatietoervaartnet

Het water binnen het plangebied is Voor de beoogde ontwikkeling aangeduid als recreatieve vaarverbinding geldt dat in het water (dat is op kaart 12 in bijlage II van de provinciale aangeduid als recreatieve omgevingsverordening. Een vaarverbinding) geen beperkingen bestemmingsplan voor deze gronden, kan van de recreatieve bevaarbaarheid voorzien in nieuwe ruimtelijke oplevert ten opzichte van het ontwikkelingen voor zover: 1) de huidige gebruik. In de huidige ontwikkeling geen beperking oplevert van situatie zijn de gronden achter de de recreatieve bevaarbaarheid van de golfbreker reeds in gebruik als vaarweg rekening houdend met het huidig jachthaven. De realisatie van gebruik; of 2) de ontwikkeling is gericht recreatie-arken zorgt niet voor op verbetering en versterking van de extra belemmeringen voor de bevaarbaarheid of de recreatieve waarden recreatieve bevaarbaarheid. De van de vaarweg. herontwikkeling van de jachthaven met ligplaatsen draagt juist bij aan de recreatieve waarden van de vaarweg.

Artikel 6.22 Regionale waterkeringen

Langs het plangebied loopt een regionale Ter plaatse van (de waterkering klasse III (norm: gem. beschermingszone van) de overschrijdingskans 1/100 jaar). Op grond waterkering is in dit van artikel 6.22 dient een dergelijke bestemmingsplan een waterkering alsmede de dubbelbestemming opgenomen. In beschermingszone daarvan als zodanig paragraaf 4.4 Water wordt nader worden bestemd in een ingegaan op de waterkering. bestemmingsplan. Hierbij geldt dat geen belemmeringen mogen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering.

Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering

In een bestemmingsplan wordt rekening Op dit moment is nog geen gehouden met de gevolgen van de risico’s sprake van een concreet bouwplan van klimaatverandering tenminste voor dat naast de regels uit de zover het betreft de risico’s ten aanzien verordening kan worden gelegd. van: wateroverlast door overvloedige Wel zullen PV-panelen worden neerslag, overstroming, hitte, droogte, toegepast. Bij de verdere alsmede de effecten van deze risico’s op uitwerking van het bouwplan wordt het risico van bodemdaling. aandacht besteed aan klimaatadaptatie, waarbij de op dat moment geldende regelgeving en beleidsregels in acht worden genomen.

Artikel 6.39 Peilbesluit

Middels dit artikel wordt het De beoogde herontwikkeling heeft waterschapsbestuur verplicht om één of geen gevolgen voor het verplichte meer peilbesluiten vast te stellen voor het peilbesluit. oppervlaktewaterlichaam.

Diverse artikelen met betrekking tot watersystemen / regionale wateren (waterschappen)

Het waterschap is belast met het beheer Het plangebied is gelegen in het van het watersysteem. In de betreffende beheersgebied van artikelen van de provinciale Hoogheemraadschap van Rijnland. omgevingsverordening worden Op het aspect water wordt nader verplichtingen en bevoegdheden van het ingegaan in paragraaf 4.4 Water waterschap vastgelegd, bijvoorbeeld met van dit bestemmingsplan. betrekking tot het beheerplan van waterschappen en normen voor bergingsen afvoercapaciteit van regionale wateren.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Diverse artikelen met De noordelijke 'punt' van het plangebied betrekking tot ontgassen is aangewezen als 'ontgassen van van binnenschepen binnenschepen' op kaart 13 (Veiligheid) van de provinciale omgevingsverordening. In de omgevingsverordening worden verboden en regels gesteld met betrekking tot het ontgassen van bepaalde stoffen.

Vanaf uiterlijk 1 juli 2024 is het varend ontgassen van tankschepen vergaand verboden op grond van het Scheepsafvalstoffenbesluit (SAB). Naar verwachting wordt het plangebied na beoogde herontwikkeling pas na deze datum in gebruik genomen, zodat Varend ontgassen is onwenselijk en de toekomstige gebruikers in het mogelijk schadelijk voor omwonenden, de gebied geen hinder zullen bemanning van schepen en het milieu. ondervinden van ontgassen van Voor sommige stoffen (o.a. benzine, binnenschepen. Tot slot geldt dat benzeen) geldt een wettelijk verbod op ontgassen van binnenschepen ontgassen. Een vergaand verbod op geen onderdeel vormt van de (varend) ontgassen van andere gevaarlijke toekomstige activiteiten binnen het stoffen in de buitenlucht is in plangebied van dit voorbereiding. bestemmingsplan, zodat ook vanuit dat oogpunt beschouwd geen strijd met de omgevingsverordening ontstaat.

Conclusie De ontwikkeling is getoetst aan de relevante bepalingen uit de provinciale Omgevingsverordening. Geconcludeerd kan worden het plan in lijn is met de regels die op dit project of op deze locatie van toepassing zijn. 3.3.3

Perspectief Toerisme Zuid-Holland 2030 (2018)

De provincie Zuid-Holland stelt als ambitie dat iedere Zuid-Hollander profiteert van toerisme in 2030. Dit willen zij tot stand brengen door onder meer de volgende uitgangspunten: Het benutten van toeristische troeven. Dat kan door deze beter te verbinden met het regionale aanbod. De steden kunnen worden benut als hubs om het voorzieningenniveau binnen de stad en de omgeving te versterken. Het versterken van omgevingskwaliteit. Investeren in de kwaliteit van bestemmingen, vervoersnetwerken en voorzieningen is gewenst om de toeristische belevingswaarde van Zuid-Holland te versterken. Met name de kwaliteit van de verblijfsvoorzieningen vraagt om aandacht. Het versterken van duurzaam toerisme. Het vanuit eigen identiteit en kracht ontwikkelen van bestemmingen met respect voor mens en omgeving wordt steeds belangrijker. NB. Tekst ontleend uit bijlage 2. Relatie tot bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de hierboven genoemde uitgangspunten. De toevoeging van verblijfsrecreatie in het plangebied biedt kansen om bij te dragen aan een betere benutting van het toeristisch aanbod, versterking van de omgevingskwaliteit en duurzaam toerisme. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het Perspectief Toerisme Zuid-Holland. 3.3.4

Marktverkenning verblijfstoerisme provincie Zuid-Holland (2018)

In 2018 genereerde het verblijfstoerisme in Zuid-Holland 12,4 miljoen persoonsovernachtingen. De gerelateerde bestedingen bedroegen toen ruim 2 miljard euro. Het aandeel van de hotels is in deze provincie veruit het hoogste. Het strand en de metropoolsteden hebben internationale aantrekkingskracht, het hotelaanbod is van hoog niveau en er worden innovatieve concepten ontwikkeld, aldus het onderzoek. NB. Tekst ontleend uit bijlage 2.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Relatie tot bestemmingsplan Ten aanzien van de regio 'Landelijk Zuid-Holland' (waaronder Braassemermeer) wordt in het onderzoek geconcludeerd dat het perspectief van veel bedrijven onder druk staat, mede door de kleinschaligheid en matige innovatie. Diverse vakantiewoningen wordt niet-toeristisch gebruikt (o.a. permanente bewoning). Voor de bungalowsector wordt verwacht dat de marktvraag (vanaf 2018) harder zou groeien dan in het verleden. Dit deels door recente vernieuwingen in het aanbod. De binnenlandse gast krijgt de provincie opnieuw in beeld en zo ontstaan mogelijkheden om de marktgroei te verruimen. In het onderzoek wordt tussen 2018 en 2023 een marktruimte van totaal +421 recreatiewoningen in de gehele provincie geraamd. Bureau BRO merkt op dat deze ramingen weliswaar pre-corona waren, maar dat de markt zich inmiddels reeds hersteld lijkt te hebben en overnachtingscijfers liggen nu al hoger dan in 2019. De marktruimte voor nieuwe recreatiewoningen is voor de komende jaren waarschijnlijk dus beduidend ruimer dan berekend in 2018 (zie ook bijlage 2 voor de rapportage van BRO). De beoogde ontwikkeling voorziet in een toevoeging van verblijfsrecreatie en voorziet daarmee in een bestaande vraag. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de provinciale marktverkenning.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Kaag en Braassem

Eind 2020 is de eerste Omgevingsvisie voor en van Kaag en Braassem vastgesteld. In 2021 is de Omgevingsvisie op een aantal gebieden nog concreter gemaakt. Zo zijn de belangrijke uitgangspunten van de verschillende gebiedstypen nog verder uitgewerkt. In januari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0 vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat in op zaken als recreatie, natuur, onderwijs, mobiliteit, gezondheid, wonen, landbouw, economie en duurzaamheid. In de visie verbindt de gemeente de fysieke leefomgeving en het sociale domein aan elkaar en wordt, waar het kan, zoveel mogelijk de regie gegeven aan haar inwoners en professionals. Hieronder worden de thema's uit de Omgevingsvisie die verband houden met de beoogde ontwikkeling geduid en toegelicht. Met name de gemeentelijke visie op het woonbeleid is voor onderhavig plan van belang. Daarnaast wordt ingegaan op het gebied waarbinnen de wijziging plaatsvindt, in samenhang met de gemeentelijke visie binnen het betreffende gebied. Gebiedstype De gemeente Kaag en Braassem heeft haar grondgebied in de Omgevingsvisie onderverdeeld in een aantal gebiedstypen, te weten: buitengebied; glastuinbouw; bedrijventerrein; kernen; infrastructuur en beperkingenzones. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is hoofdzakelijk gelegen in gebiedstype 'Kernen'.

Daarnaast ligt het deel van het plangebied dat het wateroppervlak beslaat binnen gebiedstype 'Buitengebied'. Kernen De gemeente Kaag en Braassem bestaat uit elf kernen. Behalve door verschillende bedrijventerreinen kenmerkt de gemeente zich met name door de meerdere duurzame glastuinbouwgebieden en het grote aanbod aan recreatieve voorzieningen. De kernen zijn de gebieden binnen de gemeente waar onder andere veel ruimte is voor winkels, horeca, sport en wonen. Iedere kern heeft een eigen identiteit met eigen karakteristieken. Deze worden per kern benoemd en uitgewerkt in de dorpsperspectieven. Daarnaast worden de kernen onderverdeeld in 'Centrum Dorps' en 'Landelijk Dorps'. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is deels aangemerkt als 'Kernen' en is gelegen nabij het gebiedstype 'Landelijk Dorps'.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 3.3: Gebiedstypekaart (bron: Omgevingsvisie Kaag en Braassem) Voor het gebiedstype 'Kernen', waar het oostelijk deel van het plangebied is gelegen, geldt het volgende. Op het gebied van recreatie wil de gemeente Kaag en Braassem zoveel mogelijk inzetten op verblijfsrecreatie met daaraan ondersteunend dagrecreatieve voorzieningen, zoals horeca. Kleinschalige verblijfsrecreatie is mogelijk, bijvoorbeeld een B&B aan huis. Grootschalige verblijfsrecreatie (meer dan 20 recreatiewoningen) is binnen de kernen in beginsel niet mogelijk. Buitengebied Daarnaast is de projectlocatie gelegen aan het Braassemermeer. Het Brassemermeer is onderdeel van gebiedstype 'Buitengebied'. Het buitengebied beslaat qua oppervlak het grootste deel van de gemeente, die deel uitmaakt van het Groene Hart. De groene uitstraling van het gebied is dan ook kenmerkend. Voor wat betreft recreatie wil Kaag en Braassem aantrekkelijk zijn voor de eigen inwoner, dan wordt het vanzelf ook aantrekkelijk voor recreanten van buiten de gemeente. Er wordt voornamelijk ingezet op dagrecreatie (wandelen, fietsen en varen) die wordt ondersteund door daghoreca (het drinken van een kopje koffie of lunchen), maar er wordt ook ruimte geboden voor kleinschalige verblijfsrecreatie.

Voor grootschalige verblijfsrecreatie (meer dan 20 recreatiewoningen) is er weinig ruimte in de gemeente, maar de ontwikkeling hiervan wordt ook niet volledig uitgesloten. Voor sommige gebieden is grootschalige verblijfsrecreatie wel op voorhand al uitgesloten vanwege bijvoorbeeld de cultuurhistorische en/of natuurwaarden. Binnen het buitengebied worden de volgende gebieden onderscheiden: veenweide, droogmakerij, Wijde Aa zone, Drechtzone, Kagerplassen-gebied en de agrarische linten. Het plangebied ligt aan het Braassemermeer, waar geen specifieke uitgangspunten voor ontwikkelingen gelden. De locatie betreft geen uitsluitingsgebied voor grootschalige verblijfsrecreatie.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herenweg 57 te Rijnsaterwoude

Figuur 3.4: Uitsnede gebiedstypenkaart Omgevingsvisie Kaag en Braassem (bron: omgevingsvisie-kaag-en-braassem-kuipercompagnons.hub.arcgis.com/) Recreatie en omgeving De recreatieve sector is een van de belangrijke economische motoren van de gemeente. Het gebied is aantrekkelijk voor zowel recreanten als inwoners die beleving, ontspanning, ruimte en/of rust zoeken. De gemeente wil zich blijven profileren als recreatiegemeente en wil daarom recreatieve initiatieven blijven stimuleren, rekening houdend met de groenblauwe structuur en de schoonheid van zowel het buitengebied als de kernen. Bestaande watersport- en recreatiebedrijven krijgen ruimte om te groeien. Er moet een goede balans zijn tussen de vraag van de recreant en het aanbod van recreatie. Als mensen hier willen verblijven dan moet dat wel mogelijk zijn. Kleinschalige mogelijkheden zoals enkele recreatiewoningen, b&b's en nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, eventueel in combinatie met dagrecreatie, behoort tot de mogelijkheden. Algehele doelstelling is het behoud van en waar mogelijk investeren in recreatieve voorzieningen, met oog voor de te ontwikkelen en waar mogelijk te versterken biodiversiteit. Daarbij is het essentieel dat deze voorzieningen passen binnen de omgeving en een kwaliteitsimpuls geven aan het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=46f540eb-82ad-40b8-ba93-bd53d1693c38