CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023 Holland Rijnland voor gemeenten

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Zienswijzen begrotingen 2025 Gemeenschappelijke Regelingen.23.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.2.1 Regionaal Bureau Leerrecht

Elf van de dertien gemeenten in Holland Rijnland organiseren samen de uitvoerende wettelijke taken rondom leerplicht en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. De missie van het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) Holland Rijnland, is vastgesteld in het beleidsplan RBL Holland Rijnland 2022-2025. Deze luidt: "Iedereen verdient kansen op onderwijs en ontwikkeling. Sommige kinderen en jongeren hebben steun nodig bij het grijpen van die kansen. Wij bieden die steun." Deze missie vertaalt zich in vier operationele doelstellingen: • Steeds meer kinderen en jongeren volgen onderwijs. Als onderwijs niet passend is, werken ze en/of krijgen ze (jeugd)hulp; • Thuiszitters en voortijdig schoolverlaters worden vaker toegeleid naar onderwijs of, als onderwijs niet passend is, naar werk en/of hulpverlening; • Verzuimende leerlingen volgen na onze interventies vaker de lessen; • Jongeren, ouders, scholen en partners waarderen onze dienstverlening steeds beter. Schooluitval is niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch ongewenst. Net als een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang om talenten optimaal te kunnen benutten. Hiervoor werkt het RBL intensief samen met onderwijs, zorg, opdrachtgevende gemeenten en andere ketenpartners.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Primair en voortgezet onderwijs, uitvoering van de Leerplichtwet Het aantal verzuimmeldingen en het aantal thuiszitters blijft toenemen in onze regio. Recente ontwikkelingen (gevolgen van corona, personeelstekorten, Oekraïne-oorlog) maken de opgaven groter. Waar we vorig jaar nog wezen op meldgedrag als belangrijke verklaring voor het toenemend aantal thuiszitters, constateren we nu dat hun aantal echt sterk aan het toenemen is, deels als gevolg van de instroom van nieuwkomers. De consulenten kunnen waarde toevoegen in de casuïstiek en dit wordt ook zo ervaren door scholen. Het RBL Holland Rijnland liep met de formatie tegen grenzen aan nu het aantal thuiszitters zo oploopt en ook het aantal meldingen van ongeoorloofd verzuim weer flink toe is genomen. De case-loads worden steeds groter en RBL-consulenten ervaren een te hoge werkdruk. Formatie-uitbreiding bleek zeer wenselijk.

25

Mbo en voortijdig schoolverlaten (Doorstroompunt) Positief was het iets lagere totaal aantal verzuimmeldingen op het mbo. Daarentegen zagen we een nog verder gestegen verzuimrecidive. De afgelopen jaren is de samenwerking met mboRijnland geïntensiveerd op verschillende niveaus. De signalen van het RBL worden serieus genomen en er wordt ingezet vanuit de cultuur van “Je wordt gemist”. Ook met de andere mbo’s is een goede samenwerking. Het terughoudende uitschrijfbeleid van het mbo tijdens de coronacrisis is aangepast, maar uitschrijven blijft maatwerk. Dat betekent wel een toenemend aantal vsv’ers, na twee jaar (kunstmatige) daling van het aantal vsv’ers in coronatijd. Het RBL bereikt een groot aandeel van de vsv’ers. Het RBL heeft de jongeren benaderd, thuis bezocht en begeleiding aangeboden. Het RBL begeleidt nieuwe en “oud”-vsv’ers naar school én werk. Dit schooljaar zijn door het RBL meer jongeren begeleid naar school én meer jongeren begeleid naar werk. In de groep jongeren van het Praktijk en Voorgezet Speciaal Onderwijs, zien we een grote groep jongeren die na het volgen van onderwijs in begeleiding is bij verschillende partijen. Het RBL is zich aan het voorbereiden om jongeren in de toekomst langer te kunnen monitoren en begeleiden, zoals wordt voorgesteld in de nieuwe wet “Van school naar duurzaam werk” (tot 27 jaar).

De pilots voor de doelgroep 23-27 jaar geven daarvoor steeds meer inzichten. Jongeren, ouders en scholen geven een hoge waardering aan de dienstverlening van het Doorstroompunt.

2.2.2 Woonurgenties

Met het product woonurgenties zorgen we voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen in de regio Holland Rijnland. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Ook in 2023 droeg het team woonurgenties (twee juristen en een ondersteuner) van Holland Rijnland bij aan een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen. Het team vormt de steun en toeverlaat van de onafhankelijke regionale urgentiecommissie. De juristen woonurgenties ontvangen de aanvragen, schrijven preadviezen voor de commissie en verwerken de toekenningen en afwijzingen. Ook hebben zij verweer gevoerd in bezwaar- en beroepsprocedures. In de tussenrapportage hebben we reeds de verwachting uitgesproken minder kosten aan bezwaarschriften te verwachten. Deze besparing heeft drie oorzaken: • Het aantal aanvragen ligt de laatste jaren iets lager dan voorheen. Minder aanvragen betekent ook minder bezwaarschriften; • Daarnaast heeft het team geïnvesteerd in verbetering van de communicatie. Primaire besluiten worden nu geschreven in een duidelijke, vriendelijke en toegankelijke wijze, wat leidt tot minder bezwaarschriften; • Tot slot zijn de kosten per bezwaarschrift teruggebracht door kritisch te kijken naar de kosten per commissie.

2.2.3 Regiotaxi

Holland Rijnland beheert het contract voor de regiotaxi en voert hiertoe overleg met gemeenten, klantorganisaties en vervoerders.

26

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? We zorgen ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. In het contract met de vervoerder hebben we tevens opgenomen te streven naar een volledig emissieloze vervoersdienst. We zorgen hiervoor door stevig contractbeheer met vervoerder(s) voor een kwalitatief hoogstaand systeem van Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem (Regiotaxi). In 2023 heeft de vervoerder niet aan alle in het contract opgenomen afspraken kunnen voldoen op het gebied van punctualiteit en Zero Emissie. Hiervoor heeft Holland Rijnland de vervoerder een malus opgelegd. De (te) ontvangen bedragen betaalt Holland Rijnland door aan de deelnemende gemeenten.

2.2.4 Wat heeft het programma Regionale Uitvoering gekost? Regionale Uitvoering Programmakosten

Primitieve begroting 2023

Begrotings wijzigingen 2023

Begroting 2023 na wijziging

Rekening 2023

Verschil 2023

677.653

276.460

954.113

478.834

475.279

Kosten werkorganisatie

2.174.116

95.072

2.269.188

2.352.307

-83.119

Lasten

2.851.769

371.532

3.223.301

2.831.142

392.160

Bijdragen van derden

-1.301.244

-572.085

-1.873.329

-1.542.163

-331.166

Bijdragen gemeenten

-

-

-

-

-

Baten

-1.301.244

-572.085

-1.873.329

-1.542.163

-331.166

Saldo van baten en lasten

1.550.525

-200.553

1.349.972

1.288.979

60.993

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

1.550.525

-200.553

1.349.972

1.288.979

60.993

Resultaat

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2

27

2.3 Programma Bedrijfsvoering

Onder bedrijfsvoering verstaan we de overhead en de Algemene dekkingsmiddelen. Hieronder lichten we de activiteiten en ontwikkelingen voor het jaar 2023 toe.

2.3.1 Overhead

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) definiëren we overhead als "alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces". De afdeling bedrijfsvoering geeft invulling aan de overheadtaken. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Waar het personeel betreft behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • • • • • •

Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch); Control, informatie- en beveiligingsbeleid; Interne en externe communicatie; Bestuurszaken en (juridische) bestuursondersteuning; Documentatie en informatieverstrekking (DIV); Managementondersteuning primair proces.

Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. In 2023 heeft Holland Rijnland binnen de overhead een tweetal nieuwe taken opgepakt; er is een juridisch medewerker aangetrokken en de senior communicatieadviseur richt zich per 1 oktober ook op Public Affairs. Hiermee heeft de organisatie zich verder geprofessionaliseerd. Andere overheadtaken zoals HRM en ICT voert Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden uit, voorheen Servicepunt71. De bijdrage aan IDA voor het leveren van de bedrijfsvoering komt eveneens terug in het onderdeel bedrijfsvoering. De kosten voor IDA zijn in 2023 hoger uitgevallen dan geraamd in de begroting 2023. Personeel en de continuïteit van de bedrijfsvoering De grootte van de organisatie noopt ertoe de bedrijfsvoering efficiënt te organiseren. Dat houdt in dat posities binnen de organisatie die voorwaardelijk zijn voor de uitvoering van het primaire proces in sommige gevallen bezet zijn door één persoon. Van tijd tot tijd hebben we in 2023 gemerkt dat de bedrijfsvoering van Holland Rijnland op sommige posities kwetsbaar is. In 2023 heeft de organisatie te maken gehad met langdurige uitval wegens ziekte of het niet kunnen invullen van vacatures op belangrijke ondersteunende posities, waar er geen vervanging vanuit de organisatie zelf kon plaatsvinden.

Mede door externe inhuur en tijdelijke urenuitbreiding van medewerkers in dienst is het gelukt de kwaliteit van de bedrijfsvoering op orde te houden. Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere: • De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • ICT-licenties;

28

• Communicatiekosten; • Juridische en organisatieadvies kosten. Juridische en organisatieadvies kosten In 2023 is Holland Rijnland gestart met de actualisatie van de Gemeenschappelijke Regeling als gevolg van de wijziging in de Wet op de Gemeenschappelijke Regeling. Na aanvang met het proces van actualisatie is geconstateerd dat de huidige GR uit 2017 niet enkel technisch, maar op sommige punten ook inhoudelijk niet meer paste bij de taken en bevoegdheden van Holland Rijnland. Holland Rijnland heeft daarom gekozen voor een meeromvattende wijziging die de regeling ook toekomstbestendig maakt. De deelnemende gemeenten hebben aangegeven nauw betrokken te willen blijven bij de actualisatie. De benodigde specialistische kennis hiervoor heeft Holland Rijnland niet in huis. Dit is de aanleiding geweest voor Holland Rijnland om zich in dit proces te laten bijstaan door een adviesbureau. Naast de actualisatie van de Gemeenschappelijke Regeling heeft ook het opstellen van de nieuwe huisvestingsverordening – en het uitvoerig afstemmen hierover met Holland Rijnland Wonen – extra juridische inzet vanuit de organisatie gevergd. Holland Rijnland heeft zich in dit proces laten bijstaan door een juridisch adviseur.

2.3.2 Algemene dekkingsmiddelen

De rentebaten en de middelen die Holland Rijnland ontvangt vanuit de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het programma Algemene Dekkingsmiddelen. De bijdragen van de gemeenten bestaan uit: • Een regulier deel; • De bijdrage voor het Regionaal Bureau Leerrecht (m.u.v. Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop); Overige inkomsten van bijvoorbeeld de provincie of de bijdrage voor het RIF zijn opgenomen in de desbetreffende paragraaf van de jaarstukken.

29

2.3.3 Wat heeft het programma Bedrijfsvoering gekost? Bedrijfsvoering

Primitieve begroting 2023

Begrotings wijzigingen 2023

Begroting 2023 na wijziging

Rekening 2023

Verschil 2023

Programmakosten

1.086.406

-1.012.646

73.760

76.989

-3.229

Kosten werkorganisatie

1.513.290

1.672.484

3.185.774

3.524.563

-338.789

Lasten

2.599.696

659.838

3.259.534

3.601.552

-342.018

Bijdragen van derden

-

-170.323

-170.323

-218.018

47.695

Bijdragen gemeenten

-6.148.549

-60.464

-6.209.013

-6.148.550

-60.463

Baten

-6.148.549

-230.787

-6.379.336

-6.366.568

-12.768

Saldo van baten en lasten

-3.548.853

429.051

-3.119.802

-2.765.016

-354.786

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-154.944

-154.944

-154.944

-

Mutatie reserves

-

-154.944

-154.944

-154.944

-

-3.548.853

274.107

-3.274.746

-2.919.960

-354.786

Resultaat

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten per product verwijzen we naar hoofdstuk 4.2

30

3 Jaarverslag Paragrafen 3.1 Lokale heffingen

Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 65 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2023 is een bedrag van circa € 23.790 aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van € 20.000. De onkosten voor het product Woonurgenties worden zodoende voornamelijk gedekt uit de reguliere bijdrage van gemeenten.

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling geheel en gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en ook voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben. Beide begrippen zijn kort toegelicht in onderstaand kader. Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die eventueel kan worden ingezet bij eventuele risico's, zij het dat deze reserve € 11.000 bedraagt. De deelnemende gemeenten worden minimaal driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie worden de gemeenten in staat geacht voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Daarom is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

Risico’s Onder risico's wordt verstaan: alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.

Weerstandscapaciteit Het BBV schrijft niet voor welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed mag hebben op de uitvoering van de programma’s. Voor Holland Rijnland geldt dat enkel de algemene reserve deel uitmaakt van de weerstandscapaciteit; Holland Rijnland heeft de post onvoorzien immers gesteld op nihil. De weerstandscapaciteit bedraagt derhalve € 11.000. Risico's Jaarlijks inventariseert Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn.

31

In de inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet.

Omschrijving risico 1

2

3

4

5

6

Verslechterende financiële positie deelnemende gemeenten per 2026 leidt tot heroverweging bijdrage aan verbonden partijen Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren ment minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar Toegekende indexatie vanuit deelnemende gemeenten loopt achter op de stijging van de kosten De baten van Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt In 2025 gaan we naar verwachting echt van start met de Regionale Investeringsagenda. Dit vraagt om capaciteit van gemeenten en van Holland Rijnland.

Kans / Impact / Score

Beheersmaatregel

Geraamde impact 2025

Wanneer bezuinigingen nodig blijken zal de organisatie een gesprek starten over welke taken de organisatie wel en niet uitvoert

Geen, echter impact 2026 onzeker

1: Holland Rijnland gaat in gesprek met subsidieverstrekkers. 2: Holland Rijnland bepaalt welke activiteiten buiten de taken vallen en voert deze niet meer uit.

€150.000

Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting

Impact afhankelijk van inflatie 2025 Minimaal € 0 Maximaal € 150.000

Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting

€100.000

Afhankelijk van de fasering en rolverdeling uitvoering RIA.

3 / 4 / 12

De inzet voor de RIA vangt Holland Rijnland op binnen de formatie. Mocht aan Holland Rijnland worden gevraagd om projecten namens gemeenten te trekken, dan zal bekeken worden of dit leidt tot een extra capaciteitsvraag in 2025. In 2024 maken we een ronde langs de gemeentesecretarissen om de beschikbare capaciteit voor de RIA in kaart te brengen.

Maximaal € 50.000 per jaar

3/3/9

De provincie heeft tot en met april 2024 middelen hiervoor verstrekt. Deze financiering loopt vooruit op de te verwachten structurele financiering door het ministerie van J&V met oog op de spreidingswet. Op het moment van schrijven van deze begroting is nog niet duidelijk hoe de financiering vanuit rijk of provincie er vanaf mei 2024 e.v. uit zal zien. De verwachting is dat hier in de loop van 2024 meer duidelijkheid over komt. Middelenzijn randvoorwaardelijk om deze taak uit te kunnen (blijven) voeren.

4 / 5 / 20

5 / 4 / 20

3 / 4 / 12

5 / 3 / 15

Huisvesting asielzoekers. Tot en met april 2024 ontvangt Holland Rijnland middelen van de provincie om deze taak uit te voeren.

32

Omschrijving risico 7

Kans / Impact / Score

Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, waarvoor nog geen dekking is. 3/3/9

8

9

Door krapte op de arbeidsmarkt vullen we bepaalde posities binnen de organisatie lastig in. De organisatie lost dit op met externe inhuur wat een grotere druk legt op de begroting Er is niet voorzien in financiële dekking teneinde te voldoen aan zwaardere privacywetgeving (AVG en WPG)

4 / 3 / 12

5 / 2 / 10

Beheersmaatregel

Geraamde impact 2025

Op het moment van schrijven van deze begroting vinden gesprekken plaats met de deelnemers aan de Versnellingstafel over hun financiële bijdrage. Het Rijk, de provincie en Holland Rijnland Wonen hebben al toegezegd een financiële bijdrage te leveren. Van de andere partijen, zoals IVBN, Bouwend Nederland, Hoogheemraadschap. Omgevingsdienst en Dunea, komt binnenkort meer duidelijkheid. Holland Rijnland zal ook een bijdrage leveren vanuit de reeds begrote middelen. De verwachting is dat de financiering van de versnellingstafel daarmee rondkomt.

€ 100.000

Geen directe beheersmaatregel. Holland Rijnland blijft streven naar reguliere invulling van vacatures

€ 50.000

Wanneer de AVG op orde is en in lijn met wet- en regelgeving belegt Holland Rijnland het beheersen van de AVG structureel binnen de huidige formatie

De kosten voor inzet AVG bedragen naar verwachting € 40.000 in 2025

De geïnventariseerde risico’s tellen op tot maximaal € 640.000. Wanneer we de kans dat het risico zich voordoet in ogenschouw nemen vertegenwoordigen de risico’s een waarde van € 510.000. Artikel 11 van het BBV bepaalt dat het aan de provincies en gemeenten zelf is een beleidslijn te formuleren over de in de organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit. In de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is ervoor gekozen dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de organisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Weerstandsratio De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland. Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijk stellen aan de waarde van de risico's bedraagt de weerstandsratio van Holland Rijnland: € 11.000 / € 510.000 = 0,02. Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende.

Met 0,02 is de weerstandscapaciteit van Holland Rijnland ruim onvoldoende om de financiële risico's af te dekken. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet.

33

Normering Weerstandsratio

Uitstekend

Ruim voldoende

Voldoende

Matig

Onvoldoende

Ruim onvoldoende

>2

1,4 < 2,0

1,0 < 1,4

0,8 < 1,0

0,6 < 0,8

< 0,6

Ratio Weerstandvermogen

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarrekening 2022

Begroting 2023

Jaarrekening 2023

Netto schuldquote

-11,8%

-20,4%

-11,0%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-11,8%

-20,4%

-11,0%

Solvabiliteitsratio

3,5%

2,8%

3,2%

Structurele exploitatieruimte

-8,8%

0,0%

-4,2%

Financiële kengetallen:

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie. Voor de jaarrekening 2023 geldt een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, houdt ook rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgeeft. Omdat Holland Rijnland geen leningen uitgeeft, is dit gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk deel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen. Aangezien Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.

Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is. Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening.

34

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio’s kunnen worden afgezet. Normering financiële kengetallen:

Voldoende

Matig

Onvoldoende

Netto schuldquote

< 100%

100% > < 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 100%

100% > < 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

30% < > 50%

< 30%

Structurele exploitatieruimte

> 0,6%

0% > < 0,6%

0%

Risico’s uit de reguliere bedrijfsvoering In de begroting is een tweetal risico’s benoemd voor de bedrijfsvoering: automatisering- of datalekken en aanbestedingsprocedures. Er hebben zich geen datalekken of automatiseringsproblemen voorgedaan. In 2023 hebben we wel gezien dat Holland Rijnland kosten heeft gemaakt voor begeleiding van aanbestedingsprocedures waar deze niet in de dienstverlening van IDA waren opgenomen. Extra lasten voor inhuur en RIA Een aantal risico’s die niet waren voorzien in begroting hebben zich wel voorgedaan. Het betreft hier de eerder genoemde (tijdelijke) vervanging van personeel met externe inhuur. Daarnaast heeft Holland Rijnland extra voorbereidende werkzaamheden voor de Regionale Investeringsagenda moeten uitvoeren, onder andere door de benodigde zorgvuldige afstemming in de besluitvormingsprocedure. Hoge inflatie leidt tot incidenteel nadeel Een ander niet benoemd risico dat zich wel heeft voorgedaan betreft de situatie waarin de in 2023 opgetreden prijsstijging hoger is dan de indexatie van de gemeentelijke bijdrage op basis van de Kaderbief 2023. In het verantwoordingsjaar 2023 was de prijsstijging van de personele en materiële lasten respectievelijk 7,0% en 5,9%, waar de gemeentelijke bijdrage is geïndexeerd met 3,7% en 2,4%.

Aangezien Holland Rijnland voor dit verschil achteraf wordt gecompenseerd ontstaat er geen structureel tekort, maar dit verschil leidt in de jaarrekening wel tot een incidenteel nadeel op zowel de personele als materiële lasten.

3.3 Financiering

In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2023. Holland Rijnland beschikte in 2023 niet over korte of lange leningen, noch heeft Holland Rijnland geld uitgeleend aan derden. Voor Holland Rijnland is de renteontwikkeling met name relevant voor de hoogte van de gerealiseerde rentebaten. Beleidsverantwoording treasury De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar bepaald. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties.

35

De treasury-functie binnen Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringsmiddelen in portefeuille. Wel heeft Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in de schatkist van het Rijk. Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2023 weergegeven: Kasgeldlimiet (x € 1.000)

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

Gemiddelde Vlottende schuld (1)

105

345

176

0

Gemiddelde Vlottende middelen (2)

30471

28764

30126

34495

Saldo (3) (+ = schuld / - = overschot)

-30365

-28418

-29950

-34495

661

661

661

661

31026

29079

30611

35156

0

0

0

0

Begrotingsbedrag

8058

8058

8058

8058

Percentage

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

661

661

661

661

Kasgeldlimiet (4) Ruimte onder de kasgeldlimiet (4) > (3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4) < (3)

Toegestane kasgeldlimiet

In 2023 overschreden we de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2023 weergegeven: Omschrijving

2022

2023

Begrotingstotaal

10.230.327

8.058.442

20%

20%

2.046.065

1.611.688

0

0

2.046.065

1.611.688

Wettelijk percentage Renterisiconorm Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm

Holland Rijnland heeft geen langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm.

36

Schatkistbankieren Gedurende 2023 zijn de overtollige middelen afgestort in de schatkist van het Rijk om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Holland Rijnland buiten de schatkist van het Rijk heeft aangehouden.

3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 Algemeen

Organisatie Holland Rijnland De ambtelijke organisatie van Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in twee programma’s, tevens afdelingen: Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht.

Organogram Holland Rijnland

Secretaris-directeur De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers. Strategie & Beleid In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse

37

leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telde in 2023 12,6 FTE (Formatie 2023 13,5 FTE). Regionale Uitvoering De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telde in 2023 29,9 FTE (Formatie 2023 27,9 FTE). Bedrijfsvoering De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk- en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Holland Rijnland gaat het hierbij om de: • • • • •

Financiële administratie; ICT; HRM; Juridische zaken; Inkoop/aanbesteding.

De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestond in 2023 uit 11,0 FTE (Formatie 2023 12,9 FTE). Daarvan is 4,0 FTE ingevuld door de secretaris-directeur en de managers Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering, die in het verantwoordingsjaar 2023, conform BBV, tot overhead worden gerekend. In 2023 was de totale inzet voor Holland Rijnland exclusief inhuur: 53,5 FTE (Formatie 2023: 54,4) Beleidsindicatoren Met de voorgeschreven beleidsindicatoren van het BBV is het via de website 'waarstaatjegemeente.nl' beter mogelijk de resultaten van gemeenten onderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overheadgerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren: Beleidsindicator

Eenheid

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

0,09

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

0,09

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 12,91

Externe inhuur

Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur

32,1%

Overhead

% van de totale lasten

29,4%

38

2023

In de begroting is geen externe inhuur opgenomen. In de realisatie zien we daarentegen dat de lasten voor externe inhuur fors zijn geweest in 2023. Holland Rijnland maakt gebruik van externe inhuur om twee redenen: (1) inzet op producten en activiteiten die tijdelijk van aard zijn ten behoeve van het primaire proces en (2) tijdelijke vervanging (bijvoorbeeld in geval van ziekte) of invulling van lastig invulbare vacatures. De inzet van externe inhuur op het primaire proces bedroeg in 2023 ongeveer 1,5 miljoen euro, afgerond 22% van de loonsom. De overige 10,1% externe inhuur betrof tijdelijke invulling van structurele formatieplekken, opgeteld ongeveer € 700K. Onvoorzien Artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland bepaalt dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Om deze reden is onvoorzien geraamd op nihil.

3.4.2 Rechtmatigheid

Vanaf verantwoordingsjaar 2023 legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af aan het Algemeen Bestuur. Voorheen legde de accountant deze verantwoording af. Hiertoe heeft het Dagelijks Bestuur het rechtmatig handelen van de organisatie op de drie criteria getoetst: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium. In de rechtmatigheidsverantwoording in paragraaf 4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten is opgenomen dat het Dagelijks Bestuur een onrechtmatigheid van € 1.500.869 heeft geconstateerd. De rapportagegrens bedraagt € 106.505, waardoor de geconstateerde afwijking boven deze grens uitkomt en toegelicht wordt in deze paragraaf Bedrijfsvoering. Rechtmatigheidsverantwoording

Bedrag

1A. Overschrijding lasten programma’s

380.697

3. Onder- en overschrijding van de baten en lasten

1.020.172

Begrotingscriterium

1.400.869

Verstrekte subsidies cofinanciering

100.000

Voorwaardencriterium

100.000

M&O criterium

0

Totale onrechtmatigheden

1.500.869

Het begrotingscriterium toetst in hoeverre er onder- overschrijdingen hebben plaatsgevonden in het verantwoordingsjaar op zowel de lasten als de baten. Afwijkingen groter dan 1% van het begrotingstotaal die niet tijdig zijn gemeld aan het Algemeen Bestuur merken we aan als een onrechtmatigheid. Om de toets uit te voeren maken we onderscheid tussen verschillende categorieën, af te lezen in bovenstaande tabel. Categorie 3 bestaat uit de onderschrijding van de baten en lasten. Hoewel deze categorie op zichzelf geen begrotingsonrechtmatigheid betreft merken we dit nu wel als onrechtmatig aan omdat deze afwijkingen niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. Dit gaat om een bedrag van € 1.020.172.

39

Categorie 1A betreft de overschrijding van de lasten op de programma’s. Deze categorie is gecorrigeerd voor een bedrag van € 1.424.155; bij deze overschrijdingen op de lasten staan er even zo hoge baten tegenover. Dit betreffen baten voor het Regionaal Investeringsfonds, Huisvesting asielzoekers en werkzaamheden van een projectleider die doorbelast zijn aan de gemeente Alphen aan den Rijn. Wat resteert op categorie 1A is een onrechtmatigheid van € 380.697. Deze overschrijding valt uiteen in een overschrijding op het programma Strategie en Beleid van € 40.000 en overschrijding op het programma Bedrijfsvoering van € 340.000. De € 40.000 van Strategie & Beleid is voor het grootste deel te verklaren door de extra gerealiseerde lasten op de producten Regionale Investeringsagenda vanwege de extra werkzaamheden die zijn voortgekomen uit de zorgvuldige afstemming hierop. De € 340.000 op Bedrijfsvoering kunnen we toeschrijven aan de extra kosten die Interne Dienstverlening en Advisering (IDA, voorheen Servicepunt71) in rekening heeft gebracht bij Holland Rijnland.

Deze meerkosten vallen uiteen in ICT (toename aantal ICT-accounts als gevolg van een hogere bezetting/toename aantal parttimers bij HR), Inkoop (niet begrootte inzet voor inkoop/aanbestedingstrajecten zoals accountant), HRM (meer ondersteuning als gevolg van toegenomen door- en uitstroom van ons personeel) en krapte op arbeidsmarkt (IDA-bedrijfsvoeringsfuncties werden ingevuld met duurdere inhuur). Daarnaast hebben niet begrote juridische advieskosten en de verplichte voorziening verlofsparen geleid tot extra kosten. Het voorwaardencriterium toetst in hoeverre alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving (normenkader). Voor het voorwaardencriterium betreft de onrechtmatigheid één subsidievaststelling van € 100.000, waarbij geen accountantsverklaring is toegevoegd waar dat wel had gemoeten. Het Misbruik en Oneigenlijk Gebruik criterium houdt in dat het orgaan effectieve maatregelen heeft genomen om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Op dit criterium zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Beheersmaatregelen om eventuele onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen In de nieuwe financiële verordening heeft Holland Rijnland een bepaling opgenomen die de gelegenheid biedt om in de laatste vergadering van het Algemeen Bestuur de begroting te wijzigen, en hiermee eventuele overschrijdingen tijdig door het Algemeen Bestuur te laten autoriseren. Vanzelfsprekend zal Holland Rijnland verder het Algemeen Bestuur tijdig informeren wanneer we verwachten dat de organisatie de geautoriseerde budgetten overschrijdt. Een verbeterslag op de interne sturing en beheersing van de organisatie door middel van het op meer regelmatige basis voeren van voortgangsgesprekken zal het gemakkelijker maken dit tijdig te signaleren en te melden aan het Algemeen Bestuur.

3.5 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) officieel ingegaan en (gedeeltelijk) in werking getreden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob, is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen

40

recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken. Naast deze actieve informatieverstrekking, veranderen er ook zaken rond informatieverzoeken. Wobverzoeken heten voortaan Woo-verzoeken. De termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek blijft vier weken, maar kan bij een omvangrijk of complex verzoek met maximaal twee weken worden verlengd (in plaats van vier weken onder de Wob). Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Voor Holland Rijnland is de bedrijfsjurist de contactpersoon. Deze helpt bij de beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie door burgers en journalisten. In 2023 heeft Holland Rijnland geen verzoeken in dit kader ontvangen.

41

42

4 Jaarrekening 2023

43

4.1 Balans en toelichting op de balans 4.1.1 Balans ACTIVA

31-12-2022

Immateriële vaste activa Materiële vaste activa - Overige investeringen met een economisch nut

31-12-2023 0

0

33.716

25.287

33.716

Financiële vaste activa Totaal Vaste activa

Voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

25.287 0

0

33.716

25.287

0

0

43.727.315

34.404.631

- Vorderingen op openbare lichamen

875.304

305.230

- Schatkistbankieren rekening-courant

42.813.020

33.843.713

38.991

255.687

- Overige vorderingen Liquide middelen

560.815

- Kassaldi - Bank- en girosaldi

122.867

0

0

560.815

122.867

Overlopende activa

1.107.646

1.439.049

- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

401.581

355.099

- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

706.066

1.083.949

Totaal Vlottende activa

45.395.777

35.966.547

Totaal ACTIVA

45.429.493

35.991.834

44

PASSIVA

31-12-2022

Eigen vermogen

31-12-2023

1.609.435

- Algemene reserve

1.147.570

10.577

10.577

- Bestemmingsreserves

1.811.097

1.753.543

- Gerealiseerd resultaat

-212.239

-616.550

Voorzieningen

0

- Voorzieningen met een verplichting

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar

125.269 125.269

0

0

Totaal Vaste passiva

1.609.435

1.272.839

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar

14.039.592

984.896

- Kasgeldleningen

0

0

- Overige schulden

14.039.592

984.896

Overlopende passiva

29.780.466

33.734.099

- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

2.850.020

3.164.458

- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

26.930.445

30.569.641

- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

0

0

Totaal Vlottende passiva

43.820.058

34.718.994

Totaal PASSIVA

45.429.493

35.991.834

0

0

Borg- en garantstellingen

45

4.1.2 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling

Inleiding De jaarrekening 2023 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluitbegroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van activa, zie verderop bij ’Overige investeringen met economisch nut’. Baten en Lasten De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

Denk daarbij aan componenten zoals ziektekostenpremies ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Lastenneming groenprogramma Op basis van de aangepaste comptabiliteitsvoorschriften zijn de subsidielasten voor het groenprogramma toegerekend naar rato van de voortgang van de individuele projecten. Pensioenen Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds). Vennootschapsbelasting (vpb) Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2023. Voor de activiteiten jeugdhulp, Regionaal Bureau Leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland. Grondslag Rechtmatigheid Het normenkader rechtmatigheid met betrekking tot 2023 is op 3 april 2024 met terugwerkende kracht vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

De verantwoordingsgrens is een door het Algemeen Bestuur vastgesteld bedrag, waarboven het Dagelijks Bestuur de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens valt binnen de

46

bandbreedte van 0% tot 1% van de totale lasten van Holland Rijnland, inclusief de dotaties aan de reserves.

4.1.3 Toelichting op de balans

Toelichting op de activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt. Op basis van artikel 12 van de financiële verordening van Holland Rijnland over het waarderingsen afschrijvingsbeleid van de vaste activa wordt de afschrijvingstermijn bepaald. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, met een ondergrens van € 20.000 worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal: • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair; • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur; • 5 jaar voor software. De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- Overige investeringen met een economisch nut

33.716

25.287

Totaal Materiele vaste activa

33.716

25.287

Materiele vaste activa

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut.

Boekwaarde DesAf01-01-2023 Investeringen investeringen schrijvingen

Bijdragen van AfBoekwaarde derden waarderingen 31-12-2023

Meubilair 2016

33.716

-

-

8.429

-

-

25.287

Totaal

33.716

-

-

8.429

-

-

25.287

Er zijn geen investeringen gedaan in 2023.

47

Vlottende activa • Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist - Debiteuren algemeen - Nog te ontvangen bedragen Totaal Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

875.304

305.230

42.813.020

33.843.713

38.991

255.687

0

0

43.727.315

34.404.631

• Schatkistbankieren Conform de wet FIDO is Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen boven de doelmatigheidsdrempel aan te houden in de schatkist van het Rijk. Voor 2023 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 1.000.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). Het saldo Schatkistbankieren is sterk afgenomen doordat op 1 januari 2023 de verzelfstandiging van Serviceorganisatie Zorg (voorheen TWO Jeugdhulp) een feit was. De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buiten de Rijks Schatkist zijn gehouden, zijn: Middelen buiten 's Rijks Schatkist

2023

Kwartaal 1

62.433

Kwartaal 2

972

Kwartaal 3

208.296

Kwartaal 4

155.865

Geconcludeerd kan worden dat over 2023 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden. • Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

0

0

- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

560.815

122.867

Totaal Liquide middelen

560.815

122.867

Liquide middelen - Kassaldi

48

• Overlopende activa De overlopende activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

401.581

355.099

- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

706.066

1.083.949

1.107.646

1.439.049

Overlopende activa

Totaal Overlopende activa

Verloopoverzicht overlopende activa Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren.

Omschrijving specifieke uitkering

Saldo per 01-01-2023

Toevoegingen Afboekingen

69.682

224.361

69.000

0

236.843

Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2020

69.000

Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2021

69.000

69.000

Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2022

26.738

26.738

Totaal Overlopende activa

0

35.000

401.581

92.630

49

430

Saldo per 31-12-2023

Leader

Versnellingstafel Woningbouw Holland Rijnland

57.630

Ontvangen bedragen

35.000 430

138.682

355.099

Toelichting op de passiva Vaste passiva • Reserves Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (dat is een taak opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en jaarlijks voorkomend in de exploitatie), dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw worden begroot worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- Algemene reserves

10.577

10.577

- Bestemmingsreserves

1.811.097

1.753.543

Totaal Reserves

1.821.674

1.764.120

- Gerealiseerd resultaat

-212.239

-616.550

Totaal Eigen vermogen

1.609.435

1.147.570

Eigen vermogen

Staat van reserves Reserves

Saldo per 31-12-2022

Resultaatbestemming 2022 Toevoeging

Onttrekking

Saldo per 01-01-2023

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Saldo per 31-12-2023

Algemene reserve Algemene Reserve

10.577

0

0

10.577

0

0

10.577

Totaal Algemene reserve

10.577

0

0

10.577

0

0

10.577

Reserve Regionaal Bureau Leerrecht

213.012

0

0

213.012

0

0

213.012

Reserve Cofinanciering

782.280

0

22.265

760.015

0

0

760.015

Reserve Onderwijsarbeidsmarkt

98.653

0

0

98.653

0

0

98.653

Reserve Budgetoverheveling

154.944

0

0

154.944

0

154.944

0

Reserve Regionale energiestrategie (RES)

562.208

0

77.875

484.333

197.530

0

681.863

Totaal Bestemmingsreserves

1.811.097

0

100.140

1.710.957

197.530

154.944

1.753.543

Totaal Reserves

1.821.674

0

100.140

1.721.534

197.530

154.944

1.764.120

Bestemmingsreserves

50

Reserves Algemene Reserves Doel van de reserve: Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten. Mutaties 2023: Storting: Geen Onttrekking: Geen Reserve Regionaal Bureau Leerplicht Doel van de reserve: Ter dekking onverwachte kosten. Mutaties 2023: Storting: Geen Onttrekking: Geen Reserve cofinancieringsfonds Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten. Mutaties 2023: Storting: Geen Onttrekking: € 22.265 conform resultaatbestemming 2022 Reserve onderwijsarbeidsmarkt Doel van de reserve: Activiteiten onderwijsarbeidsmarkt. Mutaties 2023: Storting: Geen Onttrekking: Geen Reserve Budgetoverheveling Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar. Mutaties 2023 : Storting: Geen Onttrekking: € 154.944 conform TuRap 2023 Reserve Regionale Energiestrategie (RES) Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming worden gestort in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken. Mutaties 2023: Storting: € 197.530 conform TuRap 2023 Onttrekking: € 77.875 conform resultaatbestemming 2022

51

• Voorzieningen Volgens het BBV worden voorzieningen gevormd voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; • Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; • De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. • De van derden verkgregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van voorschotbedragen ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- Voorzieningen met een verplichting

0

125.269

Totaal Voorzieningen

0

125.269

Voorzieningen

De omvang van voorzieningen is afgestemd op het verwachte risico. Per voorziening is in de toelichting aangegeven wat de (kwantitatieve) grondslag is voor de omvang van de voorziening. Het verloop van de voorzieningen in 2023 wordt in onderstaand overzicht weergegeven:

Voorzieningen

Saldo per 01-01-2023

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Saldo per 31-12-2023

Voorziening Verlofsparen

0

98.000

0

98.000

Voorziening personeelslasten

0

17.000

0

17.000

Voorziening Malus HR-deel 2023

0

10.269

0

10.269

Totaal Voorzieningen

0

125.269

0

125.269

• Voorziening Verlofsparen Vanaf het kalenderjaar 2022 is in de cao Gemeenten en SGO opgenomen dat werknemers verlof kunnen sparen door verlof aan te merken als spaarverlof. Als spaarverlof aangemerkt bovenwettelijk verlof verjaart met deze wijziging niet meer, waardoor werknemers dit kunnen opsparen en op een voor hen gewenst moment kunnen opnemen. Het BBV schrijft voor te moeten voorzien voor (de toename in) het bovenwettelijk verlof (inclusief IKB), tenzij kan worden beredeneerd dat het saldo structureel gelijk blijft. Holland Rijnland stelt dat in het geval van een toename van 5% of meer geen sprake is van een structureel gelijkblijvend saldo. In dat

52

geval moet Holland Rijnland de waarde van het toegenomen deel toevoegen aan de voorziening. Voor 2023 is de waarde bepaald op € 98.000. • Voorziening personeelslasten In sommige situaties anticipeert Holland Rijnland op extra personeelslasten in een opvolgend jaar die niet binnen de begroting vallen. Voor deze lasten treft Holland Rijnland een voorziening. • Voorziening Malus HR-deel 2023 Holland Rijnland heeft in 2023 een malus opgelegd aan de vervoerder van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoersysteem. Deze malus bestaat uit een WMO-deel dat Holland Rijnland uitkeert aan de deelnemende gemeenten en een Holland Rijnland deel. Op dit moment is niet zeker in hoeverre het Holland Rijnland deel van de malus verrekend wordt met de ontvangen CVV subsidie vanuit de provincie Zuid Holland. Om deze reden treffen we een voorziening ter hoogte van het HRdeel van de malus.

53

Vlottende passiva • Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Het saldo van gemeenten ontvangen voorschotten jeugdzorg heeft een boekwaarde met het saldo € 0, doordat op 1 januari 2023 de verzelfstandiging van Serviceorganisatie Zorg (voorheen TWO Jeugdhulp) een feit was. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- Crediteuren

828.280

601.619

- Overige schulden

486.365

383.277

- Van gemeenten ontvangen voorschotten jeugdzorg

12.724.947

0

Totaal Netto vlottende schulden

14.039.592

984.896

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden

• Overlopende passiva Met ingang van 1 januari 2008 schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor, dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak of project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden), dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden. De eerste post in de tabel overlopende passiva bedraagt € 3.164.458. Hiervan bestaat € 2.257.258 uit RIF gelden die als lasten genomen zijn, maar waarvan de uitbetaling nog moet plaatsvinden wanneer de projecten gereed zijn. Boekwaarde 31-12-2022

Boekwaarde 31-12-2023

- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

2.850.020

3.164.458

- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)

26.930.445

30.569.641

- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

0

0

29.780.466

33.734.099

Overlopende passiva

Totaal Overlopende passiva

54

Staat van overlopende passiva De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken, is als volgt.

Omschrijving

Saldo per 01-01-2023

Toevoeging

Saldo per 31-12-2023

RIF gelden

25.724.122

5.872.514

3.822.767

27.773.869

RIF rente

1.072.197

917.132

0

1.989.329

Subtotaal RIF-project:

26.796.319

6.789.646

3.822.767

29.763.198

Besteding

LEADER - subsidie 2023-2024

20.000

20.000

0

Aanpak jeugdwerkloosheid

102.926

51.413

51.513

Genoegdoening PZH voor de Duinpolderweg

60.000

60.000

SPUK Regionale Energie Strategie

489.473

489.473

VSV Leiden

7.266

7.266

Groene Klaver

14.760

14.760

Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi 2023

388.000

248.586

139.414

Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 2022

11.200

Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid 2023

0

602.961

570.145

32.816

134.126

1.562.460

890.144

806.442

26.930.445

8.352.106

4.712.911

30.569.641

Subtotaal Projecten programma inhoudelijke agenda: Totaal Overlopende passiva

11.200

4.1.4 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Onderwerp / omvang van de verplichting * Huur van het pand Schuttersveld 9 (1e verdieping, incl. servicekosten) / huurovereenkomst vanaf 01-03-2021 en loopt tot en met 28 februari 2031. Kosten per jaar circa € 225.000 incl BTW. * Dienstverleningsovereenkomst met Gemeente Leiden. De overeenkomst loopt tot 31 december 2025. Totale waarde 2024 en 2025: € 1.870.000 * Waarde van het restant verlofuren over 2023 à € 190.000 * Geen overschrijdingen van de Wet Normering Topinkomens (WNT) Nadere informatie over de WNT is opgenomen in het overzicht 'Wet normering bezoldiging top-functionarissen in de publieke en semi-publieke sector'.

55

4.2 Overzicht van baten en lasten Primitieve begroting 2023

Naar programma Strategie en Beleid

Begrotings wijzigingen 2023

Begroting 2023 na wijziging

Rekening 2023

Verschil 2023

Lasten

2.606.977

1.363.119

3.970.096

5.432.930

-1.462.834

Baten

-608.649

-1.634.203

-2.242.852

-3.382.929

1.140.077

1.998.328

-271.084

1.727.244

2.050.001

-322.757

Lasten

2.851.769

371.532

3.223.301

2.831.142

392.160

Baten

-1.301.244

-572.085

-1.873.329

-1.542.163

-331.166

1.550.525

-200.553

1.349.972

1.288.979

60.993

Lasten

2.599.696

659.838

3.259.534

3.601.552

-342.018

Baten

-6.148.549

-230.787

-6.379.336

-6.366.568

-12.768

Saldo

-3.548.853

429.051

-3.119.802

-2.765.016

-354.786

Totaal lasten

8.058.442

2.394.489

10.452.931

11.865.623

-1.412.692

Totaal baten

-8.058.442

-2.437.075

-10.495.517

-11.291.659

796.142

Saldo van baten en lasten

0

-42.586

-42.586

573.964

-616.550

Toevoeging aan reserves

-

197.530

197.530

197.530

0

Onttrekking aan reserves

-

-154.944

-154.944

-154.944

-

Mutatie reserves

-

42.586

42.586

42.586

0

Resultaat

0

0

0

616.550

-616.550

Saldo Regionale Uitvoering

Saldo Bedrijfsvoering

56

4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Toelichting programma Strategie en Beleid

Primitieve begroting 2023

Product Fondsen en Subsidies

Begrotings wijzigingen 2023

Begroting 2023 na wijziging

Rekening 2023

Verschil 2023

Lasten

1.137.896

167.803

1.305.699

2.576.494

-1.270.795

Baten

-608.649

-170.474

-779.123

-2.040.118

1.260.995

529.247

-2.671

526.576

536.376

-9.800

Lasten

93.306

1.265.012

1.358.318

1.167.790

190.528

Baten

-

-1.328.966

-1.328.966

-1.026.340

-302.626

93.306

-63.954

29.352

141.450

-112.098

Lasten

204.955

274.983

479.938

539.807

-59.869

Baten

-

-124.763

-124.763

-221.908

97.145

204.955

150.220

355.175

317.899

37.276

Lasten

-

453.414

453.414

538.323

-84.909

Baten

-

-

-

-

-

-

453.414

453.414

538.323

-84.909

Lasten

1.051.145

-964.663

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=1a155651-7b23-4105-a025-8b891acccf5c