CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 ODWH

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Begrotingen 2023 van de gemeenschappelijke regelingen18.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.5.3 Planning & Control Rechtmatigheid Vanaf 2022 moet het bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opnemen (over het begrotingsjaar 2022) in de jaarrekening. Planning & Control is bezig vorm te geven aan het normenkader, de controlematrix, het controleprotocol en de norm / grensbedragen waarbij de verantwoordingsgrens op geconstateerde onrechtmatigheid ligt. Voor de processen die binnen de reikwijdte van de rechtmatigheidsverklaring vallen is een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar de kwalitatieve staat van de procesbeschrijving, worden de beheersmaatregelen in kaart gebracht en de interne controle bepaald. Naar aanleiding van deze acties zijn verschillende activiteiten gestart. Een goed voorbeeld is dat in samenwerking met de inkoopafdeling het gehele inkoopproces is aangepakt en vanaf januari 2022 wordt uitgevoerd. Voor 2022 staan nog meer processen die vallen onder de rechtmatigheidsverantwoording op de planning om aangepakt te worden. Voorfase Inkoop Om te voorkomen dat er nog onrechtmatige inkopen plaatsvinden is in de ERP-omgeving de Voorfase Inkoop ingericht. Het doel van dit proces is dat elke uitgave vooraf wordt getoetst. Het inkoopproces dat hier op volgt kan dan alleen worden gestart nadat de Voorfase positief is afgerond. Het proces Voorfase Inkoop is op 1 januari 2022 geactiveerd.

Inrichting Wiki De dienst maakt gebruik van een vastleggingstool 360 graden wiki om alle werkprocessen in vast te leggen. In 2021 is de dienst gestart met een herinrichting van de wiki om de gebruiksvriendelijkheid te bevorderen. Processen Vanwege de komst van de wetswijziging op rechtmatigheidsverantwoording en het project IM in Control, is 2021 ook het jaar geweest om de focus op de primaire processen te leggen.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

33 / 69

De procesbeschrijving van de zaaktypen is voor 41% gereed, 29% is nog in behandeling en 30% is in afwachting van terugkoppeling. De werkinstructies voor de producten zijn voor 30% gereed en 70% is nog in behandeling. Dit is voornamelijk te verklaren door de veranderingen die er aankomen met de komst van de Omgevingswet. De handleidingen zijn voor 60% gereed en geplaatst in de wiki. Digitale werkplek De aanbesteding voor de ICT-dienstverlening is succesvol afgerond en is gegund. In januari 2022 is het implementatieproject gestart en het zal worden afgerond in juni/juli 2022. Wagenpark Het wagenpark is ook succesvol aanbesteed en gegund. In het kader van duurzaamheid is er voor gekozen het wagenpark in te krimpen en de poolauto’s te vervangen door elektrische voertuigen. Daarnaast gaat er geïnvesteerd worden in 6 oplaadpunten, waar ook gasten hun voertuigen kunnen opladen. Nieuwe website De aanbesteding voor de nieuwe website is succesvol afgerond en heeft er toe geleid dat de huidige website in 2022 vervangen wordt door een nieuwe website. Hierbij is gezocht naar samenwerking met andere Omgevingsdiensten. Dit is gedaan om de uitstraling van de websites te uniformeren. Het uniformeren van de uitstraling heeft ook tot verlaging van de lasten geleid.

4.6. STAAT VAN INVESTERINGEN Tabel 4.7 – Staat van investeringen (in euro’s)

Verbouwing Vondellaan Inventaris, inrichting & apparatuur Totaal

Boekwaarde Bij: Af: Af: Boekwaarde begin investeringen desinvestering Afschrijvingen einde boekjaar boekjaar boekjaar 2021 boekjaar 2021 boekjaar 2021 2021 2021 344.114 24.023 0 33.154 334.983 245.713 197.142 75.948 41.254 325.653 589.827

221.165

75.948

74.408

660.636

4.7. VERBONDEN PARTIJEN Deze paragraaf is niet van toepassing op de dienst.

4.8. GRONDBELEID Deze paragraaf is niet van toepassing op de dienst.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

34 / 69

5. Jaarrekening 2021 5.1. BALANS PER 31 DECEMBER 2021 Hierna wordt via de balans met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het gerealiseerde beleid in 2021. Tabel 5.1 – Balans per 31 december 2021

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

35 / 69

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de financiële verordening en de nota Planning & Control 2020-2023. De toegepaste waarderingsgrondslagen voor de activa en passiva zijn ten opzichte van het voorgaande jaar ongewijzigd gebleven. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van de op de economische levensduur gebaseerde afschrijvingen, zoals bedoeld in artikel 64 van het BBV. De materiële vaste activa worden afgeschreven binnen een termijn en op een wijze, die is vastgesteld door het bestuur in de begroting 2015. Hierin volgt de dienst zowel het beleid van het BBV als de eigen financiële verordening. Vlottende activa De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 63 van het BBV. Vlottende passiva De vlottende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het BBV.

Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. Voorzieningen De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

36 / 69

5.2. TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa Tabel 5.2 – Materiële vaste activa Materiële vaste activa (in euro’s)

Verbouwing Verbouwing Inventaris, Schipholweg Vondellaan inrichting & apparatuur

Aanschafwaarde begin 2021 Bij: investeringen boekjaar 2021 Af: desinvestering boekjaar 2021 Aanschafwaarde einde boekjaar

0

Afschrijvingen t/m 2020 Afschrijvingen boekjaar 2021 Desinvestering afschrijvingen voorgaande jaren Afschrijvingen t/m einde boekjaar

0

Boekwaarde einde boekjaar 2021 Afschrijvingstermijnen

368.922

1.083.478 197.142 0 1.280.620

1.428.377 221.165 0 1.649.542

0 0

785 33.154 0 33.939

913.713 117.202 -75.948 954.967

914.498 150.356 -75.948 988.906

0 8-15 jaar

334.983 10-15 jaar

325.653 3 - 10 jaar

660.636

0 0

344.899 24.023

Totaal

Vlottende activa Tabel 5.3 – Vorderingen op openbare lichamen

Debiteuren Er zijn in 2021 geen vorderingen wegens oninbaarheid op debiteuren afgeboekt.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

37 / 69

Overige vorderingen Tabel 5.4 – Overige vorderingen Overige vorderingen (in euro’s) Overige vorderingen Tussenrekening VISA Eindsaldo boekjaar:

31-12-2021 1.376 2.968 4.344

31-12-2020 29.812 2.800 32.612

31-12-2021 10.829.107 10.829.107

31-12-2020 9.987.620 9.987.620

Schatkistbankieren Tabel 5.5 – schatkistbankieren Schatkistbankieren (in euro’s) Schatkistbankieren Schatkistbankieren

*Dit is kortlopend gepresenteerd, aangezien het saldo altijd direct opeisbaar is. Tabel 5.6 – Drempelbedrag schatkistbankieren Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2021 (1)

Drempelbedrag

250 Kwartaal 1

(3a) = (1) > (2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

(2)

250 Kwartaal 2

1000 Kwartaal 3

1000 Kwartaal 4

205

206

212

191

45

44

788

809

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

20.582 20.582 -

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000

250

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

18.419

18.702

19.479

17.556

90

91

92

92

205

206

212

191

Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenschappelijke regelingen met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal (was 0,75%) met een minimum van € 1 miljoen (was € 250.000).

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

38 / 69

Liquide middelen Op de rekening-courant van de BNG Bank is een kredietfaciliteit verstrekt van € 226.890. De dienst heeft een bankgarantie afgegeven van € 176.089 voor de huur van het pand aan de Schipholweg in Leiden. Het huurcontract is per 31 december verlopen en de bankgarantie is op 31 januari 2022 vrijgegeven. Daarnaast is er in 2020 een bankgarantie afgegeven van € 129.055 voor de huur van het pand aan de Vondellaan 55 in Leiden. Tabel 5.7 – Liquide middelen Liquide middelen (in euro’s) Kasgelden BNG rekening 28.50.93.444 BNG rekening bankgarantie Vondellaan VISA Eindsaldo boekjaar:

31-12-2021 247 246.902 129.056 -168 376.037

31-12-2020 247 213.603 129.056 573 343.478

Overlopende activa De overlopende activa betreft uitgaven die betrekking hebben op 2022, maar waarvan de facturen eind 2021 zijn ontvangen. Tabel 5.8 – Overlopende activa Overlopende activa (in euro’s) Huur en servicekosten 1e kwartaal 2022 Lease printers Verzekeringen ICT lasten Overige Eindsaldo boekjaar:

31-12-2021 95.763 5.147 29.689 37.095 2.905 170.598

31-12-2020 99.272 5.011 28.395 16.698 9.007 158.383

Passiva Tabel 5.9 – Eigen vermogen

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

39 / 69

De algemene reserve stijgt in 2021 van € 419.305 naar € 1.383.543. Het maximum van de algemene reserve mag in 2021 € 976.025 bedragen. Dit bedrag is gebaseerd op 5% van de omzet van het betreffende jaar, zoals is vastgesteld in de nota Planning en Control 2020-2023. Het exploitatieresultaat 2021 bedraagt € 567.238 positief. Dit is na verwerking van de volgende mutaties in de reserves: • Toevoeging aan de algemene reserve van € 397.000 met betrekking tot het aanvullen van het weerstandsvermogen. • Onttrekking aan de bestemmingsreserve organisatieontwikkeling van € 90.000. • Onttrekking aan de bestemmingsreserve opleidingen van € 10.000. • Onttrekking aan de bestemmingsreserve gevolgen corona van € 75.000. Dit is ter compensatie van de eenmalige bijdrage voor de medewerkers die voortkomt uit het principeakkoord nieuwe cao voor gemeentepersoneel. Voorzieningen Tabel 5.11 – Voorzieningen Voorzieningen (in euro’s) Voorziening aanvulling WW Eindsaldo boekjaar:

31-12-2021 24.789 24.789

31-12-2020 18.594 18.594

Via de salarissen wordt er maandelijks een bedrag aan de voorziening aanvulling WW toegevoegd volgens de wet regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid. Overige schulden Tabel 5.12 –Overige schulden

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

40 / 69

Overlopende passiva Tabel 5.13 – Overlopende Passiva

•

•

•

Tot 2015 was er voor gevelsanering ISV3 budget beschikbaar. Vanaf 1 januari 2015 stelt het Ministerie van I&W subsidies beschikbaar voor geluidsanering voor woningen die op de landelijke saneringsvoorraadlijst staan. Sinds 2021 is het niet meer mogelijk om een subsidieaanvraag in te dienen. Subsidie voor reeds ingediende projecten blijft beschikbaar. De doorlooptijd van een project duurt circa zes jaar. Enkele subsidies worden verplicht opgenomen in de SiSa-verantwoording. Deze vindt u in bijlage B. Het overgebleven ISV3 budget en het overgebleven ISV2 budget blijven bestemd voor gevelsanering. Deze budgetten worden gebruikt voor woningen die niet op de landelijke saneringsvoorraadlijst staan maar wel aan een weg liggen samen met saneringswoningen. Deze woningen zijn tijdens de inventarisatie per abuis niet op de landelijke saneringsvoorraadlijst gezet. Het Ministerie van I&W stelt alleen subsidie beschikbaar als de woning op de saneringsvoorraadlijst staat. Is dit niet het geval dan zijn de kosten voor de gemeente. De provincie Zuid-Holland heeft voor de periode 2010-2014 een ISV-deelbudget Bodem aan de gemeente Teylingen beschikbaar gesteld. Om aanspraak te kunnen maken op dit deelbudget is op 9 februari 2012 een bestuursovereenkomst ISV3 Bodem gesloten tussen de provincie en de gemeente.

Deze overeenkomst heeft betrekking op de aanpak van de spoedlocaties in de gemeente Teylingen. De sanering van de restverontreinigingen in de Lindenlaan is uitgesteld. Op 18 mei 2017 heeft de dienst een beschikking ernstig, geen spoed genomen voor de resterende verontreiniging in de Lindenlaan. Hiermee is vastgesteld dat de sanering niet meer met spoed hoeft te worden uitgevoerd. Het gereserveerde budget uit de ISV-3 afspraken wordt vastgehouden voor het saneren van de restverontreiniging van de Lindenlaan. De beoogde wegconstructie heeft afgelopen jaar niet plaatsgevonden. Samen met de gemeente Teylingen zal bekeken worden wanneer de wegconstructie nu staat gepland en op welke wijze deze gelden hiervoor worden ingezet.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

41 / 69

•

•

In 2019 is gevolg gegeven aan de wens van de Provincie Zuid-Holland om het verschil in uurtarief dat aan de provincie en aan de overige deelnemers in rekening wordt gebracht op te heffen. Dit verschil in tarief is gebaseerd op de vergoeding van toelages die aan voormalig medewerkers van de provincie uitgekeerd moeten worden. Door het betalen van een afkoopsom van € 395.000 die op basis van een evenwichtige verdeling van risico’s is berekend, stelt de provincie de dienst in staat om vanaf dit jaar met één uurtarief te werken Er zijn afspraken gemaakt met individuele deelnemers om materiële budgetten die dit jaar minder benut zijn, maar waarbij de lasten vooral volgend jaar gerealiseerd worden, als vooruit ontvangen bedrag op de balans te zetten voor gebruik in 2022.

5.3. NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN De dienst is voor toekomstige jaren eveneens financiële verplichtingen aangegaan die niet zijn opgenomen in een balanspost. Van deze niet uit de balans blijkende verplichtingen worden hieronder de belangrijke verplichtingen toegelicht. Onder belangrijke verplichtingen verstaan we alle aangegane overeenkomsten waarbij de totale contractwaarde minimaal € 50.000 bedraagt. In 2021 en de voorgaande jaren zijn de volgende contracten met een looptijd langer dan één jaar afgesloten. Hierbij is het drempelbedrag voor de totale contractwaarde € 50.000. Tabel 5.14 – Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

42 / 69

5.4. PROGRAMMAREKENING 2021 Hierna wordt via de programmarekening het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in het jaar 2021 gerealiseerde beleid. Tabel 5.15 –Programmarekening 2021

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

43 / 69

Grondslagen voor de programmarekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de financiële verordening en de Nota Planning en Control 2020-2023. Baten worden verantwoord in het jaar dat zij gerealiseerd zijn. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. De toegepaste waarderingsgrondslagen voor de baten en lasten zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Programmaresultaat De afrekening met de deelnemende gemeenten wordt uitgevoerd conform de afspraken in de Nota Planning en Control 2020-2023. De systematiek houdt voor de deelnemende gemeenten in, dat de kosten van dienstverlening vanuit de dienst doorbelast worden op basis van de werkelijke uren maal een vooraf vastgesteld uurtarief. De dienst heeft een algemene reserve die dient als buffer. De dienst streeft naar een weerstandsvermogen van vijf procent. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Alle baten en lasten die betrekking hebben op het boekjaar en die ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend waren, zijn in het jaarverslag verwerkt.

Onder de opbrengsten verstaan we: de bijdragen van de deelnemende gemeenten, de bijdrage van de overige contractpartners, subsidies en overige inkomsten voor diensten die kunnen worden toegerekend aan het verslagjaar. Zij worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Winsten worden slechts meegenomen wanneer ze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur. Als startmoment van de afschrijving geldt de datum van in gebruik neming van het actief.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

44 / 69

5.5. TOELICHTING OP DE PROGRAMMAREKENING Begrotingswijzigingen 2021 Het streven van de dienst is om (maximaal) één begrotingswijziging per begrotingsjaar aan het algemeen bestuur voor te leggen: de verwerking van de met de deelnemers afgesproken werkplannen. Begrotingswijziging: De begroting 2021 is goedgekeurd in het algemeen bestuur van 13 juli 2020. In het najaar tot begin 2021 zijn op basis van de voorlopige realisatie 2020 en de plannen voor 2021 de definitieve werkplannen voor 2021 vastgesteld. Dit betreft zowel uren als materieel budget. De grootste mutaties in de werkplannen gelden voor Katwijk, Nieuwkoop, Noordwijk en Zoeterwoude. Ook de provinciale aanvullende budgetten zijn verhoogd ten aanzien van de oorspronkelijke begroting 2021. Voor deze mutaties in de werkplannen is een begrotingswijziging gemaakt als onderdeel van de bestuurlijke rapportage. De bestuurlijke rapportage is vastgesteld in het algemeen bestuur van 29 november 2021. Toelichting op de lasten De werkelijke uitgaven zijn lager dan de begroting en de prognose van de bestuurlijke rapportage. De verschillen ten opzichte van de begroting per kostencategorie worden hierna toegelicht. Tabel 5.16 – Salarissen tabel per FTE inhuur en salarissen

Personeelslasten Er is een onderschrijding in de personeelslasten. De posten salarissen, inhuur vacatureruimte, goederen/diensten primaire proces en bijdragen gemeenten/provincie zijn communicerende vaten. • In 2021 hebben we meerdere trainees aangetrokken. Dit is een eerste goede stap in het op sterkte brengen van de vaste formatie. De salarissen zijn per 1 december 2021 met 1,5% gestegen. Hiernaast ontvangen alle medewerkers een corona-onkostenvergoeding van € 300 en een eenmalige uitkering van € 900. Deze overschrijding bedraagt € 173.945. In de baten is de bestemmingsreserve corona met dit doel vrijgevallen. Tevens is er een aantal incidentele uitkeringen geweest door het vertrek van medewerkers en de verkoop van verlofuren. • Daarnaast hebben we een aantal externe medewerkers ingehuurd tegen een lager tarief dan begroot. Voor dit jaar betreft dit nog een incidenteel resultaat, maar wanneer deze trainees als vaste kracht worden aangenomen en we strak blijven sturen op de inhuurtarieven zal dit zeker een structureel karakter krijgen. Zoals eerder toegelicht in paragraaf 3.1 hebben we een forse onderbesteding op het oorspronkelijk afgesproken werk. In de realisatie over heel 2021 is gebleken dat we ten opzichte van het actueel werkplan (begroting inclusief begrotingswijziging) uitkomen op een realisatie van 93%.

Ten opzichte van de prognose (bijgestelde werkplannen naar aanleiding van de individuele gesprekken met onze

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

45 / 69

deelnemers over de perrap) realiseren we over de hele linie 98% van het werk dat we daar hebben afgesproken. De oorzaken van deze onderschrijdingen op de uren, en dus op inhuurlasten, zijn op hoofdniveau beschreven in hoofdstuk 2 van deze jaarstukken. Voor verdere details verwijzen wij naar de eindrapportages van de deelnemers.

Tabel 5.17 – Huren, pachten en huisvestingslasten Huren, pachten en huisvestingslasten (in euro’s)

Huur en servicelasten Overige huisvestingslasten Totaal per boekjaar:

Begroting 2021 A 405.000

Realisatie 2021 B 460.518

144.000 549.000

114.250 574.768

Verschil Werkelijk 2021 2020 A-B -55.518 991.314 29.750 -25.768

240.748 1.232.062

Het nadeel van € 25.768 betreft enerzijds een voordeel van € 29.750 op overige huisvestingslasten. Dit wordt veroorzaakt door een structureel voordeel van € 15.000 op schoonmaak vanwege een nieuwe leverancier door aanbesteding. Daarnaast is thuiswerken bijna het hele jaar de standaard geweest en hebben we nauwelijks gebruik gemaakt van het nieuwe pand aan de Vondellaan. Dit betekent nog een incidenteel voordeel van € 14.750. Het pand geeft anderzijds een nadeel van € 55.518 op de huur en servicelasten. De begrotingswijziging van -€ 22.000 is onjuist geweest. Er is geen rekening gehouden met de afrekening van de servicelasten aan het einde van het jaar 2021. Dit zijn de incidentele lasten die de verhuurder aan het einde van het jaar doorbelast. Deze lasten zijn zowel van 2020 als van 2021 in dit jaar gerealiseerd. Het gaat dan om een incidenteel nadeel van € 22.000 en een nadeel van € 33.518. Dit nadeel betreft structureel de ingeschatte afrekening 2021 en incidenteel de verhoging van de gas- en energieprijzen. Tabel 5.18 – Overige goederen en diensten

De structurele onderschrijding op overige goederen en diensten betreft de telefoonlasten van €42.000. Het restant zijn diverse onderschrijdingen op diverse kantoorlasten door corona en het pas later in het jaar starten van ICT-projecten. Door het voorstel een bestemmingsreserve voor het uitstellen van de ICTprojecten te creëren, wil de dienst de mogelijke gevolgen afdekken zonder dat dat ten koste gaat van de reguliere exploitatie in 2022.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

46 / 69

Overige goederen en diensten primaire proces Tabel 5.19 – Uitsplitsing onderschrijding goederen en diensten primaire proces Onderschrijding goederen en diensten primaire proces (in euro’s)

RRE Opdrachten provincie Materiële lasten deelnemers Aanvullende oprdrachten

166.439 156.242 188.508 -46.651 464.538

Het budget voor goederen en diensten in het primaire proces laat een verschil zien van € 464.538 ten opzichte van de begroting. Dit zijn in opdracht van de deelnemers uitgevoerde projecten. Een groot deel van dit verschil betreft een onderschrijding van de provinciale opdrachten zoals spoed- en nazorg en Briks die zijn opgenomen in de begroting. Ook is de uitvoering van RRE te hoog ingeschat. Door corona is het moeilijker geweest de vouchers onder de aandacht te brengen bij de bewoners. De materiële lasten voor de deelnemers zijn ook achtergebleven op de begroting. Vooral op het materiële budget van de provincie en de duurzaamheidssubsidies van Noordwijk vindt een onderschrijding plaats. Voor details per deelnemer verwijzen wij u naar de eindrapportages van onze deelnemers. De overschrijding bij de aanvullende opdrachten wordt veroorzaakt door de niet begrote projecten zoals de Pilot Leidse regio en het project Beaumix N206. Tabel 5.20 – Overige goederen en diensten (eigen bedrijfsvoering)

Overige goederen en diensten Het onderdeel overige goederen en diensten omvat het merendeel van de materiële uitgaven van de organisatie, zoals ICT-kosten en overige kosten. Deze overige kosten zijn onder andere autokosten, schoonmaakkosten, salarisadministratie en overige personele kosten (onder meer kosten voor opleidingen, dienstreizen, vergaderingen, outplacement). Het budget voor overige goederen en diensten kent een voordeel van € 123.463 ten opzichte van de begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het werken tijdens een pandemie. De doorontwikkeling van de dienst en de herziening van informatiemanagement zijn zeker in gang gezet, maar de grootste investering zal plaatsvinden in 2022, zodat zowel de datakwaliteit als de bedrijfsvoering in de loop van 2022 weer op het gewenste niveau zijn. Voor de herziening van informatiemanagement stellen we aan het bestuur voor een bestemmingsreserve te vormen van € 500.000.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

47 / 69

Tabel 5.21 – Subsidies Subsidies (in euro’s)

Subsidies Totaal per boekjaar:

Begroting Realisatie 2021 2021 A B 500.000 713.810 500.000 713.810

Verschil Werkelijk 2021 2020 A-B -213.810 540.214 -213.810 2.488.042

De subsidie-inkomsten zijn € 213.810 hoger dan begroot. De posten Subsidie ISV en BSV zijn opgenomen in de begroting voor € 500.000. Deze subsidies zijn budgettair neutraal. De opbrengsten zijn opgenomen onder de post subsidies bij de baten. Tabel 5.22 – Afschrijvingslasten Afschrijvingen (in euro’s)

Begroting 2021 A 16.000 40.000 122.000 10.000 188.000

Inventaris Verbouwingen Schipholweg Automatisering divers Afschrijvingslasten primair proces Overige afschrijvingslasten Totaal per boekjaar:

Realisatie 2021 B 10.239 33.154 96.156 10.796 11 150.356

Verschil Werkelijk 2021 2020 A-B 5.761 16.710 6.846 421.794 25.844 104.394 -796 0 -11 0 37.644 542.898

In 2021 hebben wij in de begroting diverse investeringen opgenomen. Deze investeringen zijn grotendeels later in het jaar gedaan, waardoor de afschrijvingslasten lager zijn dan begroot. Toelichtingen op de baten In 2021 zijn de werkelijke baten lager dan de geraamde baten. Dit is voornamelijk te verklaren door het feit dat de bijdrage van de gemeenten en provincie grotendeels bepaald wordt door de realisatie van de uren en de materiële lasten die rechtstreeks voor rekening van één of meerdere deelnemers worden gebracht. Zowel de uren als de materiële lasten zijn lager uitgevallen dan begroot. In bijlage C wordt de samenvatting uren en bijdrage per deelnemer nader zichtbaar gemaakt. Ook vindt u een gedetailleerd overzicht per deelnemer terug in de eindrapportage van 2021. In deze eindrapportage geven we uitgebreid inzicht in de geraamde uren en materiële lasten en de werkelijke uren en materiële lasten. Het saldo vormt de afrekening van meer- en minderwerk per deelnemer. Tabel 5.23 – Bijdrage gemeenten/ provincie De onderschrijding wordt veroorzaakt door: Deelnemersbijdragen (in euro's)

Deelnemersbijdragen Aanvullende opdrachten Provincie RRE

Begroting 2021 A

Werkelijk B

Verschil A-B

17.628.000 1.377.000

16.197.852 1.024.259

1.430.148 352.741

1.062.108 20.067.108

913.120 18.135.231

148.988 1.931.877

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

48 / 69

De posten salarissen, inhuur vacature, goederen en diensten primaire proces, bijdrage gemeenten/provincie en overige inkomsten zijn communicerende vaten. De afwijking tussen de begroting en de realisatie op de deelnemersbijdragen bedraagt € 1.931.877. Zoals eerder toegelicht in paragraaf 3.1 en bij de personeelslasten, hebben we een forse onderbesteding op het oorspronkelijk afgesproken werk. In de realisatie over heel 2021 is gebleken dat we ten opzichte van het actueel werkplan (begroting inclusief begrotingswijziging) uitkomen op een realisatie van 93%. Ten opzichte van de prognose (bijgestelde werkplannen naar aanleiding van de individuele gesprekken met onze deelnemers over de perrap) realiseren we over de hele linie 98% van het werk dat we daar hebben afgesproken. De oorzaken van deze onderschrijdingen op de werkzaamheden zijn op hoofdniveau beschreven in hoofdstuk 2 van deze jaarstukken. Tabel 5.24 –Overige inkomsten Overige inkomsten (in euro's)

Briks t.b.v. DCMR Schiphol Pilot Leidse Regio Huur RDOG Schipholweg Detachering Zoeterwoude Afwikkeling Externe Veiligheid Opdrachten Holland Rijnland Beaumix N206 Omgevingsdienst Nederland Bodeminformatie Dwangsommen USZO vergoedingen Divers

Begroting 2021 A

0 0 0 0 0 0 0 0 0 15.000 0 0 0 15.000

Werkelijk B

96.005 9.464 19.000 133.824 26.046 31.324 60.068 42.352 66.215 35.435 81.542 8.260 33.230 642.765

Verschil A-B

-96.005 -9.464 -19.000 -133.824 -26.046 -31.324 -60.068 -42.352 -66.215 -20.435 -81.542 -8.260 -33.230 -627.765

De overige inkomsten laat een incidentele overschrijding van € 627.765 zien. We hebben diverse inkomsten verkregen door werkzaamheden uit te voeren voor de bovengenoemde aanvullende opdrachten. Daarnaast hebben we het pand aan de Schipholweg dit jaar nog voor een deel kunnen verhuren aan de RDOG in verband met hun coronawerkzaamheden. Tabel 5.25 – Specificatie overschrijding overige subsidie-inkomsten

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

49 / 69

De subsidie-inkomsten zijn € 212.705 hoger dan begroot. De subsidies zijn budgettair neutraal. De lasten zijn opgenomen onder de post subsidies. Tabel 5.26 – Onttrekking aan reserves Onttrekking aan reserves (in euro’s) Vrijval organisatieontwikkeling (bestemmingsreserve Vrijval opleidingen (bestemmingsreserve) Vrijval gevolgen Corona (bestemmingsreserve) Totaal per boekjaar:

Realisatie 2021 90.000 10.000 75.000 175.000

De onttrekkingen aan de bestemmingsreserves hebben betrekking op de vorig jaar gereserveerde bedragen wegens door corona uitgestelde activiteiten. Deze activiteiten hebben dit jaar alsnog plaatsgevonden. De bestemmingsreserve gevolgen corona is vrijgevallen door de salarislasten die betrekking hebben op het principeakkoord nieuwe cao.

5.6. WET NORMERING TOPINKOMENS Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan (artikel 2.3 van de WNT). Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de dienst van toepassing zijnde regelgeving: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Een uitgebreid overzicht vindt u in bijlage A Wet Normering Topinkomens.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

50 / 69

Ondertekening Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van Omgevingsdienst West-Holland d.d. 9 mei 2022,

De voorzitter,

de secretaris,

Y. Peters-Adrian

M.E. Krul-Seen

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

51 / 69

Bijlagen

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

52 / 69

BIJLAGE A: WET NORMERING TOPINKOMENS Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan (artikel 2.3 van de WNT). Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de dienst van toepassing zijnde regelgeving: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum in 2021 voor dienst is € 209.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2021 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Bedragen x € 1

mevrouw M. Krul

Functiegegevens

directeur

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021

1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

117.273

Beloningen betaalbaar op termijn

20.375

Subtotaal

137.648

Individueel WNT-maximum

209.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t. 137.648 N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2020 Functiegegevens 2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020

1/1 - 31/12

Omvang dienstverband 2020 (in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

106.644

Beloningen betaalbaar op termijn

19.230

Subtotaal

125.874

Individueel WNT-maximum

201.000

Totaal bezoldiging 2020

125.874

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

53 / 69

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

WNT gegevens 2021 Naam topfunctionaris Functie mevrouw Hoekstra AB lid, wethouder Hillegom 1/1 - 31/12 heer De Jong AB lid, wethouder Hillegom 1/1 - 31/12 mevrouw Peters-Adrian Voorzitter DB en AB, wethouder Kaag en Braassem 1/1 - 31/12 mevrouw Van der Meer AB lid, wethouder Kaag en Braassem 1/1 - 31/12 heer Nagtegaal AB lid, wethouder Katwijk 1/1 - 31/12 heer Mostert AB lid, wethouder Katwijk 1/1 - 31/12 De heer North DB en AB lid, Wethouder Leiden 1/1 - 31/12 mevrouw Jordan AB-lid, raadslid Leiden 1/1 - 31/12 heer Van Woudenberg AB lid, wethouder Leiderdorp 1/1 - 31/12 mevrouw Van Elburg AB lid, raadslid Leiderdorp 1/1 - 31/12 heer Van der Laan DB en AB lid, wethouder Lisse 1/1 - 31/03 heer van Haaster DB en AB lid, wethouder Lisse 1/4 - 31/12 heer Meiland AB lid, raadslid Lisse 1/1 - 31/12 heer Elkhuizen AB lid, wethouder Nieuwkoop 1/1 - 31/12 Mevrouw A.

Ingwersen AB lid, wethouder Nieuwkoop 1/1 - 31/12 de heer Alkemade DB en AB lid, Wethouder Noordwijk 1/1 - 31/11 heer Duijndam AB lid, raadslid Noordwijk 1/1 - 31/12 heer Glasbeek AB lid, wethouder Oegstgeest 1/1- 31/12 heer Welling AB lid, raadslid Oegstgeest 1/1- 31/12 Mevrouw Hooij AB lid, wethouder Teylingen 1/1- 31/13 mevrouw Wietsma-Biesbroek AB lid, raadslid Teylingen 1/1 - 31/12 mevrouw Spil AB lid, wethouder Voorschoten 1/1 - 31/13 heer Cramwinckel AB lid, wethouder Voorschoten 1/1 - 31/12 heer Bouter AB lid, wethouder Zoeterwoude 1/1 - 31/11 Mevrouw Van der Kooi- van den Kolk AB lid, raadslid Zoeterwoude 1/1 - 31/12 Mevrouw A. Bom-Lemstra DB en AB lid, gedeputeerde PZH 1/1 - 30/04 heer Stolk DB en AB lid, gedeputeerde PZH 1/5 - 31/13 Mevrouw J. Baljeu AB lid, gedeputeerde PZH 1/1 - 31/12

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking zijn niet van toepassing. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2021 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

54 / 69

BIJLAGE B: SISA-BIJLAGE 1. SiSa-Bijlage 2021

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

55 / 69

BIJLAGE C: TOELICHTING EINDAFREKENING EN FRICTIELASTEN

Onder-/overOpdrachtgever

Hillegom

schrijding in % t.o.v. In % t.o.v. in uren in uren begroting bijgestelde t.o.v. t.o.v. inclusief werkplann begroting begroting begrotings en perrap wijziging 99% 105% -60 330

Bijdrage 2021

Betaalde Eindvoor- afrekening schotten 2021 *

724.189

731.316

-7.127

Kaag en Braassem

101%

95%

72

-582

1.003.835

989.884

13.951

Katwijk

89%

97%

-676

-199

536.398

604.107

-67.709

Leiden

90%

96%

-3.423

-1.134

2.802.950

3.131.987

-329.037

Leiderdorp

94%

97%

-316

-149

501.857

538.764

-36.907

Lisse

94%

100%

-408

13

584.304

678.531

-94.227

Nieuwkoop

93%

97%

-822

-272

985.755

1.052.960

-67.205

Noordwijk

100%

100%

-33

154

4.801.901

4.973.080

-171.179

Oegstgeest

83%

88%

-913

-624

448.296

516.633

-68.337

Teylingen

82%

100%

-4.640

15

898.332

897.989

343

Voorschoten

101%

99%

84

-140

263.363

291.529

-28.166

Zoeterwoude

84%

97%

-511

-75

661.265

721.847

-60.582

Provincie Zuid** Holland Eindtotaal

88%

89%

-788

-713

1.985.408

2.476.844

-491.436

93% 98% -12.432 -3.375 * - door ODWH nog te betalen / + door ODWH nog te ontvangen

16.197.852 17.605.471 -1.407.619

** bijdrage en betaalde voorschotten is inclusief additionele opdrachten Provincie (zie eindrapportage Provincie voor specificatie)

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

56 / 69

BIJLAGE D: PROGRAMMAREKENING NAAR TAAKVELDEN Programmatoerekening

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

57 / 69

BIJLAGE E: RAPPORTAGE KWALITEITSCRITERIA 2.1 Samenvatting Uit deze rapportage blijkt dat de dienst de kwaliteit van uitvoering borgt zoals beschreven in de Wet VTH. Voor het overgrote deel kan de dienst zelfstandig voldoen aan de Kwaliteitscriteria. De systematiek van de wet staat toe dat organisaties mogen afwijken van deze standaardcriteria, indien zij niet zelfstandig kunnen voldoen. Men dient dan te motiveren op welke wijze de kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd om te voldoen aan de Wet VTH. Voor de onderdelen waar we niet zelfstandig voldoen, zijn de oplossingen beschreven in paragraaf 2.1 en 2.2. Deze oplossingen bestaan voor een groot deel uit samenwerkingsafspraken en inhuur van extra deskundigheid. Deze inhuur voor collegiale toetsen en specifieke klussen is beperkt nodig. 1. Inleiding Uitvloeisel van de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving is een jaarlijkse rapportageplicht van de dienst aan haar opdrachtgevers over de kwaliteitscriteria (formeel “Kwaliteitscriteria”) zoals die zijn vastgesteld. Door wisselingen in aantallen bedrijven, controlefrequenties en personeelswisselingen kunnen de resultaten jaarlijks enigszins verschillen. Doel van de rapportage is dat de opdrachtgevers weten of de dienst voldoet aan deze kwaliteitscriteria, of dat (conform de methodiek) gemotiveerd wordt afgeweken.

Het format van de rapportage is vastgesteld in het Algemeen Bestuur (op 31 oktober 2016). De rapportage wordt jaarlijks aan het jaarverslag toegevoegd en kan gebruikt worden door het bevoegd gezag om de kwaliteit van de uitvoering te beoordelen en is bruikbaar voor verslaglegging aan de Gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten. Begin 2017 werd gestart met een vernieuwing van de VTH kwaliteitscriteria versie 2.1. De versie 2.2 van de kwaliteitscriteria heeft najaar 2018 ter (informele) consultatie voorgelegen. Inmiddels zijn de verbetersuggesties doorgevoerd voor 27 deskundigheidsgebieden zoals vermeld in de nieuwste set (2.2) VTH kwaliteitscriteria. In 2019 is de vernieuwing van de kwaliteitscriteria bestuurlijk vastgesteld en zijn de VTH-kwaliteitscriteria 2.2 op 1 juli 2019 in werking getreden. In deze rapportage wordt op de 2.2 set gerapporteerd. In 2021 werd opnieuw een gewijzigde versie verwacht, mede in verband met de komst van de Omgevingswet. In afwachting van deze set criteria is gewacht met het aanbesteden van een grootschalige meting, zodat direct bij invoering van de nieuwe versie van de Kwaliteitscriteria een complete meting kan worden uitgevoerd. 2. Stand van zaken In de volgende paragrafen wordt aangegeven hoe de dienst per 31 december 2021 voldoet aan de kwaliteitscriteria.

De kwaliteitscriteria bevatten criteria voor kritische massa, procescriteria en criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten (zie achtergrondinformatie in paragraaf 2.3). De beide tabellen geven in een oogopslag de stand van zaken weer. In de begeleidende tekst worden vervolgens acties en afwijkingen toegelicht. Deelname aan collegiale toetsing vanuit het vakberaad VTH door alle Omgevingsdiensten. De dienst neemt deel aan het programma collegiale toetsing vanuit het vakberaad VTH. Het doel van de collegiale toets is omgevingsdiensten, gemeenten en provincies te helpen bij het borgen van de kwaliteit die bijvoorbeeld ook vastgelegd is in de verordeningen VTH. Daarin borgen gemeenten en provincies de kwaliteit van de vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

58 / 69

In 2019 zijn de bevindingen uit de toetsing in 2018 opgepakt, waaronder het opstellen en bestuurlijk vaststellen van het (wettelijke verplichte) gemeentelijk uitvoeringsbeleid VTH. Aan dit uitvoeringsbeleid is het onderdeel vergunningen toegevoegd. De collegiale toets bij de dienst is in 2021 weer uitgevoerd. 2.1 Kritische massa Het kunnen voldoen aan de criteria van kritische massa is een dynamisch proces. Bedrijven kunnen vertrekken of andere activiteiten ontwikkelen en medewerkers kunnen de organisatie verlaten of andere functies betrekken. Met behulp van onderstaande tabel geven we voor de verschillende deskundigheidsgebieden aan waar de dienst voldoet, acties opgestart zijn om te voldoen, waar gemotiveerd wordt afgeweken van de Kwaliteitscriteria, of waar we kwaliteit van de uitvoering borgen door middel van samenwerking/uitbesteding (zie legenda kleurencodes). Het kan ook voorkomen dat de dienst een bepaalde taak niet uitvoert. Toelichting bij Tabel 1: • Kolommen ”opleiding, ervaring en kennis": het huidige oordeel is gebaseerd op eigen onderzoek van de personeelsdossiers en gesprekken met medewerkers. De dienst is een project gestart om dit oordeel onafhankelijk te laten valideren, in 2022 vindt hiervan de aanbesteding plaats. • Kolom “frequentie”: Geeft aan of wij voldoen aan de minimale frequentie waarmee de taak zelfstandig uitgevoerd dient te worden (bijv.

20 bedrijfscontroles per medewerker per jaar) • Kolom “aantal”: Geeft aan of wij voldoen aan het minimaal aantal medewerkers met omschreven deskundigheid en frequentie waarover een organisatie dient te beschikken. 2.1.1 Acties gestart om te voldoen (gele vlakken in de tabel) De genoemde generieke acties bij deze taken richten zich op het op peil brengen van de opleiding, kennis en ervaring van medewerkers. Dit is continu, proces. Inmiddels is ter ondersteuning een strategisch personeelsbeleidsplan vastgesteld die deze acties mede zal initiëren. In 2021 zijn op diverse thema’s trainingen verzorgd en gevolgd. Sowieso is dit een dynamisch gegeven afhankelijk van wisselingen in het personeelsbestand. 2.1.2 Gemotiveerd afwijken (blauwe vlakken in de tabel) De systematiek van de wet staat toe dat organisaties gemotiveerd mogen afwijken van de standaardcriteria. Daar waar een organisatie niet zelfstandig kan voldoen aan de criteria kan men motiveren op welke wijze dit wordt opgelost. Hieronder wordt per item de motivering weergegeven die wij hanteren om af te wijken van de standaard en hoe we dit oplossen binnen of buiten de organisatie. Het betreft de afwijkingen t.a.v. frequentie en aantallen, dus de blauwe vlakken in de tabel. De nummering verwijst naar de betreffende onderwerpen in de tabel.

De oorzaak dat de dienst voor een aantal branches niet voldoet aan de criteria voor frequentie van taakuitvoering en aantal gespecialiseerde medewerkers ligt voornamelijk aan het te kleine aantal bedrijven in die branche. Hierdoor kunnen we te weinig “vlieguren” maken. Het betreft de volgende branches. Voor het onderdeel asbest is deze taak overgedragen naar de dienst en zijn wij in staat om dit zelf uit te voeren. Tabel 1: deskundigheid 2021 Deskundigheidsgebied

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

59 / 69

Generieke deskundigheden 1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3. Vergunningverlening milieu 3.1. VV Procesindustrie 3.2. VV Afval 3.3. VV Agrarisch 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO 5. Toezicht en handhaving milieu 5.1. T&H Procesindustrie 5.2. T&H Afval 5.3. T&H Agrarisch 5.4. T&H BRZO 6. Toezicht en handhaving bodem 7. toezicht en handhaving groen wetten

Opleiding

Ervaring

Kennis

Frequentie

Aantal

Geen taak ODWH: uitgevoerd door de DCMR Geen taak ODWH: Uitgevoerd door OD-ZHZ

Juridische deskundigheden 8. Juridische aspecten vergunningverlening 9. Juridische aspecten handhaving Bouwsamenwerking Leidse regio

10. Juridische besluiten afwijkingsbesluiten 11. Ketentoezicht 12. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 13. Bouwfysica 14. Brandveiligheid 15. Constructieve veiligheid 16. Bouwakoestiek 17. Sloop en asbest

Uitbesteed aan extern bureau uitgevoerd door de brandweer via Bouwsamenwerking Leidse regio aan Leiden Uitbesteed aan extern bureau

Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 18. Afvalwater (indirecte lozingen) 19. Bodem, bouwstoffen, water 20. Externe veiligheid 21. Geluid (milieu- en bouw) 22. Groen en ecologie (als onderdeel van de beoordeling van Wabo vergunning- aanvragen) 22A. Groen en ecologie (Vergunningverlening Wet natuurwetbescherming) 23. Luchtkwaliteit 23.1 uitvoeren onderzoek 23.2. beoordelen en interpreteren van rapportages 23.3. beoordelen geurrapportages Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening 24. Stedenbouw en inrichting openbare ruimte 25. Exploitatie en planeconomie 26. Cultuurhistorie 27. Energiebesparing en duurzaamheid

Geen taak ODWH: uitgevoerd door OD-Haaglanden Uitbesteed aan extern bureau

Geen taak ODWH Geen taak ODWH Geen taak ODWH

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

60 / 69

Tabel 1: deskundigheid 2022 Criteria van kritische massa

Er wordt voldaan aan de KC 2.2 Acties gestart om te voldoen Gemotiveerde afwijking Samenwerking /uitbesteed geen Taak ODWH Tabel 2 kleurcodes bij tabel 1

Ad 3.1. VV Procesindustrie Frequentie en aantal op puur procesindustrie wordt niet gehaald (te weinig procedures). De dienst heeft vier procesindustriebedrijven in deze klasse. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Door de vergunningverleners wordt voor de procesindustrie en veiligheid samengewerkt met de DCMR. Aanvullende zijn opleidingen verzorgt voor alle medewerkers van toezicht en vergunningverlening milieu voor (externe) veiligheid en opslag gevaarlijke (afval)stoffen. Voor nieuwe medewerkers betreft dit een meerdaagse cursus. Ad 3.2. VV Afval Er zijn voldoende gemeentelijke en provinciale bedrijven afvalverwerkende bedrijven in de regio die in deze categorie vallen. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Procedures worden momenteel behandeld door gekwalificeerde inhuur en een ervaren medewerker. Er is opleiding gegeven aan alle vaste en inhuur medewerkers. Het openstellen van vacatureruimte heeft helaas niet geresulteerd in extra formatie. Cursussen en opleiding over afval staan met name in het teken van de Omgevingswet. In 2022 wordt een uitwisselingsproject gestart in de Provincie Zuid-Holland, waarbij gezamenlijk controles worden uitgevoerd bij elkaar bedrijven. De DCMR is hiervan projecttrekker. Ad 3.3. VV agrarisch klasse II en III (type C) Er lopen verschillende procedures, waardoor op dit moment aan de criteria wordt voldaan.

De dienst heeft zes agrarische bedrijven in deze categorie. Deze bevinden zich in de gemeente Nieuwkoop (3) en Kaag en Braassem (3). Door dit beperkte aantal kan het voorkomen, dat voor vergunningverlening minder tijd besteed wordt aan deze categorie. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Er zijn voldoende procedures bij bedrijven, die net buiten deze categorie vallen. Voor deze bedrijven, zijn veel van dezelfde thema’s, wetgeving en vraagstukken relevant. Omdat ook voor de portefeuille Omgevingsadvies gebruik wordt gemaakt van de kennis van de vergunningverleners voor agrarisch onderwerpen is er voldoende kennis- en ervaringsopbouw bij de medewerkers. Ad 5.1. T&H Procesindustrie Frequentie en aantal wordt niet gehaald vanwege onvoldoende bedrijven, die binnen ons werkgebied gevestigd zijn. Er zijn slechts onvoldoende bedrijven in deze klasse. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Per 1 januari 2018 is er een samenwerkingsovereenkomst tussen de vijf omgevingsdiensten in ZuidHolland afgesloten, waarin kennisborging is opgenomen. Omdat de fysieke bedrijfsbezoeken de afgelopen 2 jaar minder zijn geweest is de samenwerking minder tot wasdom gekomen dan gehoopt. Nu de coronamaatregelen het binnenkort weer mogelijk lijken te maken, zal de samenwerking verder vorm krijgen. Wij participeren actief om de kwaliteit borgen.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

61 / 69

Ad 5.3. T&H Agrarisch De dienst heeft zes agrarische IPPC-bedrijven in deze klasse. Door de inzet van een beperkt aantal medewerkers die toezicht houden bij deze bedrijven, is de kennis- en ervaringsopbouw meer dan voldoende. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Vanwege problemen, naleefgedrag en dat er zijn voldoende agrarische controles worden uitgevoerd bij soortgelijke bedrijven met dezelfde problematiek, wordt voldaan aan de ervarings- en deskundigheidseisen. Ad 10. Bouwtaken in de Leidse regio Met de gemeenten in de Leidse regio (Zoeterwoude, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Servicepunt 71) is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten om voor de bouw gerelateerde taken de kwaliteit te garanderen. De Kwaliteitscriteria 2.2 zijn ook hier het vertrekpunt. Ad 11. Ketentoezicht Frequentie en aantal worden niet gehaald vanwege te weinig praktische mogelijkheden voor onderzoek. De coronacrises gooide namelijk roet in het eten. Projecten, gericht op ketentoezicht, hebben geen doorgang gevonden. Data-analyse voor informatie-gestuurd handhaven vindt voor regulier toezicht gewoon plaats. Hiermee wordt voor een belangrijk deel invulling gegeven aan de ervaringsopbouw binnen de dienst. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Zie vorenstaande. Ad 12 BOA (Buitengewoon Opsporingsambtenaar) Frequentie wordt gehaald.

Veelal richten de BSBm onderzoek zich op het asbestverwijderingsbesluit, maar vanuit bodem en milieu neemt de vraag toe. Er is een nieuwe impuls gegeven aan naleving van de Landelijke handhaving strategie, medewerkers zijn aanvullen geïnstrueerd, registratie vind plaats en ook afwijkingen worden geregistreerd. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Verplichte cursussen, training en bespreken van casuïstiek. Ad 18. Afvalwater (indirecte lozingen) Frequentie en aantal is beperkt gebleven, vanwege het uitblijven van fysiek toezicht bij bedrijven. Controles werden de afgelopen jaren veelal administratief uitgevoerd. . Wat doen we om de kwaliteit te borgen? De monstername en de interpretatie van de data is uitbesteed aan een extern bureau, de hiermee gemoeide kosten zijn gebudgetteerd. Meldingen en besluiten worden adequaat behandeld door medewerkers met voldoende kennis en ervaring op dit specifieke onderdeel. Er is een opleidingstraject afgerond, maar voor vergunningverlening staan voor 2022 twee opleidingen gepland. Voor monsterneming en de bijbehorende interpretatie is het toezicht geïntensiveerd. Daarnaast heeft de dienst een kennis-team afvalwaterwater en samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ad 20. Externe Veiligheid

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

62 / 69

Frequentie en aantal worden niet gehaald, omdat er weinig bedrijven binnen onze regio zijn gevestigd, waarvan het toezicht aan onze dienst is opgedragen. De mogelijkheid om QRA’s (kwantitatieve risicoanalyses) op te stellen en/ of te beoordelen is hierdoor klein. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Via het EV-netwerk binnen de provincie wordt samengewerkt om de benodigde kennis te ontwikkelen. Door het aanstellen van een extra medewerker binnen de dienst, is de EV-taak beter geborgd. Ad 22. Groen en Ecologie Frequentie en aantal voor het onderdeel Wabo-vergunningen, anders dan bouw is beperkt. Vanwege onze rol voor de portefeuille Omgevingsadvies, vergunningverlening bouwen en duurzaamheidsprojecten wordt er erg echter veel kennis en ervaring opgebouwd. Doordat het ecologisch team steeds groter wordt, is ook de borging van kennis en werk geen zorgpunt. Wat doen we om de kwaliteit te borgen? Bij bouw zal deze proces-stap worden beter worden geïntegreerd. 2.2 Stand van zaken procescriteria en criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten De procescriteria zijn gebaseerd op de dubbele beleidscyclus van de BIG-8. Een toets op de procescriteria is tevens een toets op de inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten. In tabel 2 wordt beschreven welke oplossingen we kiezen om te zorgen dat we voldoen aan de kwaliteitscriteria.

Tabel 2: Procescriteria en criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten VV

T&H

Toelichting

1. Rapportage en Evaluatie Verantwoording van prestaties, mensen en middelen Probleem analyse VV (incl afhandelen meldingen Probleem analyse T&H Vergelijking en auditing

begroting P&C Vergunningen- en actualisatieplan Uitvoeringsbeleid T&H KPI's en werkplannen

2. Strategisch beleidskader Prioriteit en meetbare doelstellingen VV Prioriteit en meetbare doelstellingen T&H

Vergunningenplan Uitvoeringsbeleid

3. Operationeel beleidskader Strategie en basiswerkwijze Beleid R.O. t.a.v. VV Objectieve criteria beoordelen en beslissen VV Naleefstrategie T&H Toezicht strategie Sanctiestrategie Gedoogstrategie

taak gemeenten Vergunningenplan Beleid ODWH, op basis landelijk beleid Beleid ODWH, op basis landelijk beleid Beleid ODWH, op basis landelijk beleid Beleid ODWH, op basis landelijk beleid

4. Planning en controle Borging personele en financiële middelen Uitvoeringsprogramma VV en T&H Organisatorische condities kwaliteitsborging 5. Voorbereiden Protocollen en werkinstructies VV Protocollen en werkinstructies T&H Protocollen voor communicatie en informatiebeheer

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

Begroting en kadernota, personeelsschouw werkplannen werkplannen mandaat/werkafspraken/ inrichting werkproces PB inrichting PB en zaakgericht werken inrichting PB en zaakgericht werken communicatie protocollen en werkafspraken

63 / 69

interne en externe afstemming

P&C-cyclus, periodieke rapportages / IMR

6. Uitvoering Uitvoering ondersteunende voorzieningen VV en T&H

werkplannen

7. Monitoren Monitoring

P&C-cyclus, periodieke rapportages / IMR

Kleurcodes in tabel 2: Voldoet aan KC 2.2. acties gestart om te voldoen niet van toepassing geen taak ODWH

Toelichting op Tabel 2: oplossingen voor procescriteria en inhoudelijke kwaliteit Gele blokjes met cijfers Niet alle elementen van dit criterium worden gehaald, met name de koppeling bedrijven/zaak medewerker/kennisdragers is niet voldoende geborgd. De dienst werkt zaakgericht. Hiermee zijn de te volgen procedures vastgelegd in een digitale workflow.

1. Achtergrondinformatie kwaliteitscriteria De kwaliteitscriteria bevatten criteria voor kritische massa, procescriteria en criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten. Deze worden hieronder beschreven: De kwaliteitscriteria bevatten criteria voor: 1. Kritische massa Kritische massa criteria geven onder andere aan welke capaciteit, kennis en ervaring tenminste in een organisatie aanwezig moet zijn om de VTH-taken goed uit te voeren. Op hoofdlijnen bestaat de kritische massa uit de onderstaande elementen. • Deskundigheid - Minimale basisopleiding medewerkers. - Minimale jaren werkervaring nodig om zelfstandig de taak uit te kunnen voeren. - Minimale aanvullende kennis, in aanvulling op de opleidingen. • Continuïteit - Minimale frequentie waarmee de taak zelfstandig uitgevoerd wordt. - Minimaal aantal medewerkers met omschreven deskundigheid en frequentie waarover een organisatie dient te beschikken. - Borging waar de taken uitgevoerd moeten worden (binnen overheid of uitbesteed). 2. Procescriteria Voor de totstandkoming van producten zoals vergunningen, controles en handhavingsacties zijn diverse werkprocessen nodig. Transparantie en bestuurlijke vastlegging spelen daarin een belangrijke rol. De procescriteria samen leiden tot een sluitende cyclus en kwaliteitsborging. Daarbij is de “BIG-8” gehanteerd (beleidslevenscyclus). 3.

Criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten Deze criteria bepalen de minimale ondergrens binnen de werkprocessen. Het gaat bijvoorbeeld om criteria met betrekking tot de diepgang waarmee getoetst wordt, het gebruik van de landelijke sanctiestrategie en (landelijke) prioriteiten.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

64 / 69

Bij het toetsen aan de Kwaliteitscriteria zijn er twee mogelijkheden om de kwaliteitseisen van de Wet VTH te voldoen. De eerste is om te ‘voldoen’ (to comply). Dit betekend dat er zowel aan frequentie van toezicht, als ervaringsopbouw voldoende tijd wordt besteed. Hierbij is geen verdere actie nodig. Het is echter mogelijk dat op basis van de opbouw van het bedrijvenbestand binnen de regio niet voldaan kan worden aan de kwaliteitscriteria. In dit geval wordt gezocht naar alternatieve oplossingen, zoals samenwerking, collegiale toetsing of uitbesteding. In de gevallen waarin niet wordt voldaan dient er gemotiveerd te worden aangegeven hoe toch het kwaliteitsniveau van de Wet VTH kan worden geborgd (to explain). Bijvoorbeeld door het periodiek uitvoeren van collegiale toetsen op specifieke dossiers door externe partijen.

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

65 / 69

BIJLAGE F: CONTROLEVERKLARING

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

66 / 69

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

67 / 69

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

68 / 69

Agendapunt 4 DB 11 april 2022: Jaarverslag 2021 (202208050)

69 / 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=743cda7c-5bc7-4ccc-92f1-e5d7af6365cd