CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 aangepaste versie

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarrekening 202139.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In de Voortgangsmonitor 2022 zal dit leiden tot een begrotingswijziging. Op dat moment zal blijken of we deze extra kosten op kunnen vangen door meevallers elders of dat de wijziging ten laste van het geraamde begrotingsresultaat zal komen. Bij het opstellen van de Richtnota zullen wij een inschatting maken of de kostenstijging structureel van aard is en omgezet moet worden in een structurele budgetaanpassing.

69

RISICO-INVENTARISATIE EN KWANTIFICERING Het inventariseren en kwantificeren van risico’s heeft conform het bepaalde in de Nota R&W plaatsgevonden. Onderstaand is een overzicht opgenomen, waarbij tevens rekening is gehouden met de hiervoor geschetste ontwikkelingen in het verslagjaar 2021 ten opzichte van de begroting 2021 en de nieuw geïnventariseerde risico’s in 2021, bij het opstellen van de Begroting 2022 en daarna.

Risico’s met financiële consequenties: Omschrijving risico

bedragen* € 1000

Risico (kans x gevolg)

Kans Gevolg Risico Raming klasse schade

Structureel

Incidenteel 2022

Totaal risico's Financieel 1

Wmo

50%

2.1 Reguliere jeugdhulp 2.2 JB/ JR en gesloten jeugdhulp 3

Werk en Inkomen

8 9

pm

pm

pm

0

0

0

pm

pm

0

25

25

25

25

165

0

0

0

0

80-165

pm

146

73

0

0

invest 500 -750

0

0

0

50

50

400

0

0

0

160

160

tlv reserve

0

0

0

0

0

90%

Implementatie omgevingswet Verbonden partijen - algemeen

pm

50

40%

Openbaar groen

pm

235

5.2 Kunstwerken - Noorderhemwegbrug 7

83

70% 90%

Covid-19

165

50%

4 De Tweesprong 5.1 Kunstwerken - Onderzoek - Floraweg 6

50%

136

0

122

122

122

122

2.400

1.387

pm

pm

pm

pm

200

0

100

100

100

100

0

45

45

45

45

pm

0

0

0

0

10.1 Wegen, areaal uitbreiding IBOR 1,6%)- dijkwegen (index wegen Wegen 10.2 10.2 Grietpolderweg Leimuiden 11

ICT

2023 2024 2025

50%

880

440

0

0

0

0

20-50%

150

0

85

85

85

85

pm

pm

pm

pm

523

450

587

587

12 Wethouderspensioenen 13 Wethouders - wachtgeld

80

Gekwantificeerde risico's

2.154

CONCLUSIE WEERSTANDSVERMOGEN BIJ GESIGNALEERDE RISICO’S Op 14 januari 2019 heeft uw raad de ondergrens van de ratio voor het structurele weerstandsvermogen bepaald op minimaal 1. Met een kader van minimaal 1 zijn de structurele risico’s voldoende afgedekt, zonder dat er direct moet worden gesneden in bestaand beleid. Voor de incidentele risico’s is bepaald dat de algemene reserve binnen onze gemeente zodanig groot moet zijn, dat de solvabiliteit minimaal 20% is. De beoordeling van de solvabiliteit komt verderop in deze paragraaf aan de orde bij de beoordeling van de financiële kengetallen. Afweging van de beschikbare weerstandscapaciteit versus de gekwantificeerde risico’s in deze paragraaf leidt tot onderstaande conclusie: Bedrag * €1.000

Incidenteel 2022

Structureel 2023

2024

2025

Beschikbare weerstand (obv begr 2022ev en door raad vastgestelde besluiten)

20.005

1.835

515

-422

-316

Benodigde weerstand

2.154

523

450

587

587

Ratio

9,29

3,51

1,14

-0,72

-0,54

70

CONCLUSIE •

Incidenteel voldoet de ratio ruim aan de door uw raad vastgestelde norm. Met een algemene reserve van € 20 miljoen komt de solvabiliteit eind 2021 uit op 34%. Zie hiervoor ook het financiële kengetal over solvabiliteit in deze paragraaf.

•

Structureel voldoet de ratio de eerste jaren van het meerjarenperspectief. Vanaf 2024 is het verwachte resultaat negatief, waardoor ook de weerstandsratio negatief is. De weerstandsratio voldoet daarmee niet aan de door uw raad vastgestelde ratio. Dit komt door het laatste raadsbesluit inzake de te verwerken extra kosten voor de Jeugdzorg. In deze cijfers zijn de effecten van de Meicirculaire en de andere ontwikkelingen bij de Richtnota nog niet verwerkt. Bij de Richtnota zullen wij een compleet beeld schetsen met de dan actuele cijfers, zodat uw raad weloverwogen besluiten kan nemen om de weerstandsratio op minimaal 1 te handhaven, ook in 2024 en verder.

De grondslagen voor berekening van de ratio’s worden hierna per onderwerp toegelicht. BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in incidentele en structurele capaciteit, zoals vermeld in de Nota R&W: Incidentele weerstandscapaciteit Bedrag * €1.000

A. Incidentele weerstandscapaciteit 1. De algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (reserve grondexploitatie niet gelabeld deel)

Beschikbare weerstandscapaciteit: 3. Stille en geheime reserves:

Theoretische weerstandscapaciteit:

20.005 0

20.005 0

20.005

Toelichting incidentele weerstandscapaciteit: 1. De algemene reserve Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2021 afgerond € 20 miljoen. 2. Bestemmingsreserves De gemeente beschikt over een bestemmingsreserve bouwgrondexploitatie van € 3,5 miljoen (saldo 31-12-2021). Deze reserve moet voldoende van omvang zijn om de berekende risico’s bij verliesgevende plannen af te dekken. In de reserve bouwgrondexploitatie is rekening gehouden met de berekende omvang van deze risico’s. Het volledige saldo is hierdoor voor deze risico’s gelabeld. 3. Stille en geheime reserves We spreken van stille reserves indien activa lagere balanswaarden hebben dan de werkelijke waarde. Geheime reserves zijn activa die helemaal niet meer op de balans staan (boekwaarde nihil) maar die mogelijk nog wel een restwaarde hebben in het economisch verkeer. Hieronder zijn deze activa in twee onderdelen vermeld: 3.1 Gronden: Binnen de bouwgrondexploitaties zijn op dit moment een tweetal grondexploitaties die bij afsluiting naar verwachting een positief resultaat opleveren. Dit zijn voormalig gemeentehuis met een verwacht positief resultaat van € 972.273 en Regenboogweg NWN met een verwacht positief resultaat van € 197.896. Dit resultaat kan nog hoger of lager uitvallen. Als we met het totale risico van € 195.000 rekening houden, dan blijft er een stille reserve over van € 975.169.

De grondexploitatie van het voormalig gemeentehuis wordt naar verwachting eind 2023 afgesloten. Afhankelijk van het werkelijk resultaat op dat moment vallen deze middelen dan vrij. Daarnaast kan er nog sprake zijn van stille reserve bij de overige gronden. Deze zijn echter beperkt en niet direct beschikbaar. Bovendien fluctueert de marktwaarde en zijn de

71

verkoopkosten op dit moment ook niet goed in te schatten. Voorzichtigheidshalve is de stille reserve hiervoor nu nog niet meegerekend als mogelijke buffer voor incidentele risico’s. 3.2 Opstallen: Gebouwen die niet meer van belang zijn voor de gemeentelijke bedrijfsvoering kunnen worden afgestoten. Voor deze panden zal na verkoop de economische waarde kunnen worden toegevoegd aan de vermogenspositie voor het deel waarmee deze de boekwaarde overstijgt. Voor overige activa is het niet goed mogelijk de in de waarden aanwezige stille of geheime reserves te bepalen, omdat de waarde sterk afhankelijk is van de gebruiksmogelijkheden en de marktvraag. Structurele weerstandscapaciteit: Bedrag * €1.000

2022

2023

2024

2025

B. Structurele weerstandscapaciteit Begrotingsruimte (MJB begroting 2022, incl effecten septembercirculaire en RB extra geld jeugdzorg in 2022 1.835 en 2023)

515

-422

-316

Beschikbare weerstandscapaciteit:

1.835

515

-422

-316

Onbenutte belastingcapaciteit

3.029

3.029

3.029

3.029

Theoretische weerstandscapaciteit:

4.864

3.544

2.607

2.713

Toelichting structurele weerstandscapaciteit De begrotingsruimte/buffer In de begrotingsruimte is de vastgestelde Begroting 2022, inclusief effecten septembercirculaire als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn ook de effecten op de gemeentelijke exploitatie van door de raad genomen besluiten in de periode ná het vaststellen van de begroting meegenomen. Dit betreft de begrotingswijziging behorende bij het raadsbesluit over de extra gelden van de jeugdzorg van 23 maart 2022. De onbenutte belastingcapaciteit Jaarlijks wordt in de Mei/junicirculaire het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld. Dit zogenaamde redelijk peil is voor 2022 vastgesteld op 0,1800. Uitgaande van de laatst vastgestelde WOZ-waarden en de verwachte opbrengsten OZB 2022 is het gewogen gemiddelde tarief voor Kaag en Braassem berekend op 0,1162. De onbenutte belastingcapaciteit kan dan als onderstaand worden berekend: Berekening werkelijk gewogen gemiddelde tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet woningen eigenaren en gebruikers samen Geraamde OZB-opbrengst obv totaal WOZ-waarde Geraamde onderdekking reiniging/ afvalstoffen Geraamde onderdekking riolering Geraamde OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking Gewogen gemiddelde OZB-tarief Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v.

het redelijk peil/ "toelatingstarief artikel 12" Redelijk peil conform meicirculaire 2021 voor toelating artikel 12 Werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente Kaag en Braassem Verschil (=weerstandtarief) Onbenutte belastingcapaciteit (=weerstandtarief * totale WOZ-waarde)

laatste taxatiewaarde € 4.210.939.000 534.234.000 5.754.000 241.550 5.512.450 0,1162

0,1800 0,1162 0,0638

€

3.028.861

72

FINANCIËLE KENGETALLEN Al een aantal jaren maken de financiële kengetallen vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Algemeen beeld Op basis van onderstaande beoordelingen kan worden geconcludeerd dat onze gemeente in het verslagjaar 2021 een redelijke tot goede financiële positie heeft. Vier van de zes kengetallen vallen in de minst risicovolle categorie en scoren daarmee “groen”. Pas als er meerdere kengetallen in de meest risicovolle categorie vallen, kan dit wijzen op een zwakke financiële positie. De aandacht richt zich op basis van onderstaande beoordeling vooral op de kengetallen solvabiliteit (oranje) en belastingcapaciteit (rood). Dit totaalbeeld is gelijk met het totaalbeeld van de afgelopen jaren.

In de “Notitie solvabiliteit en schuldenlast”, besproken in de raadswerkgroep financiën van 8 maart 2017, hebben wij aandacht geschonken aan de drie kengetallen die betrekking hebben op de schuldenpositie van onze gemeente: de netto schuldquote, de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen en de solvabiliteit. Ook hebben we hierin een viertal maatregelen toegelicht, ter verbetering van deze posities. Onderstaande kengetallen geven alleen een beeld over het verslagjaar (begroot en werkelijk) en het voorgaande verslagjaar. In de begroting wordt het meerjarig toekomstbeeld geschetst. Onderstaand hebben we hier wel aandacht aan besteed door steeds in te gaan op het perspectief per kengetal. Dit hebben we gedaan omdat we verwachten dat de schuldenpositie oploopt als gevolg van geplande grote investeringen voor onder meer onderwijshuisvesting, riool, wegen en het Masterplan Sportpad. Om uw raad een goed afgewogen besluit te kunnen laten nemen zijn bij de presentatie en besluitvorming over het Masterplan Sportpad de effecten hiervan op de kengetallen aan uw raad gepresenteerd en zullen wij deze kengetallen ook steeds actualiseren bij vervolgbesluiten. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld:

Jaarverslag jaar 2021

Verloop van de kengetallen Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

netto schuldquote

69%

120%

70%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

61%

111%

59%

solvabiliteitsratio

30%

21%

34%

structurele exploitatieruimte

9%

7%

9%

grondexploitatie

13%

13%

11%

belastingcapaciteit

115%

113%

118%

Kengetallen:

73

1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal: netto schuldquote

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

69%

120%

70%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen In 2021 is de netto schuldquote ruim onder de 90% en is daarmee een stuk gunstiger dan begroot. Met deze waarde van 70% komt het van de gele zone in de groene en kan daarmee aangemerkt worden als minst risicovol. Oorzaak Dat het percentage gunstiger uitvalt dan bij de begroting is voorzien heeft met name te maken met het feit dat er investeringen en uitgaven later plaatsvinden dan gepland. Het gaat hier om de investeringen in wegen, riool en grondexploitaties, die in 2022 zullen plaatsvinden en om uitgaven in verband met Focus met Ambitie waardoor de kortlopende financiering lager is dan geraamd. De grootste post die dit beïnvloedt is de uitgestelde uitgave in verband met de kunstgrasvelden. Daarnaast zijn vervangingsinvesteringen doorgeschoven. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. leningen aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.

2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal: netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

61%

111%

59%

Inzicht De gecorrigeerde netto schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorbetaald aan derden is geëlimineerd. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld en is in het verslagjaar 2021 goed.

74

Signaalwaarde De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen draagt dezelfde signaalwaarden als de netto schuldquote. Oordeel: groen In 2021 is de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen goed en is iets verbeterd ten opzichte van 2020 en valt veel gunstiger uit dan begroot. Oorzaak Dat ook dit kengetal gunstiger uitvalt dan bij de begroting werd voorzien heeft dezelfde oorzaak als toegelicht bij het kengetal van de netto schuldquote. Perspectief Hoewel bovenstaande percentages binnen de grenzen van het minst risicovolle gebied blijven en ook zijn gedaald in de afgelopen vier jaar en “groen” scoren, verwachten we wel dat deze percentages in de jaren 2022-2026 verder oplopen als gevolg van geplande grote investeringen voor onder meer wegen, bruggen, onderwijshuisvesting en het Masterplan Sportpad. Bij de Begroting 2023 en bij toekomstige raadsvoorstellen voor grote investeringen (waaronder Sportpad) zal daarom in de presentatie aan uw raad blijvend expliciet aandacht worden besteed aan de gevolgen van deze besluiten voor de financiële positie van de gemeente, zodat uw raad deze informatie mee kan nemen in de besluitvorming.

3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal: solvabiliteitsratio

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

30%

21%

34%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: oranje De solvabiliteitsratio is na een daling in 2019 (in verband met overheveling rioolmiddelen van bestemmingsreserve naar voorziening), van 26% in 2019, 30% in 2020 naar 34% in 2021. De ratio is daarmee een fors stuk hoger dan geraamd. Hoewel de waarde volgens de signaalwaarden “oranje” scoort, is de waarde daarmee wel ruim boven de door uw raad vastgestelde norm van minimaal 20%. Oorzaak De leningenpositie heeft een sterke invloed op de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen en daarmee op de solvabiliteit waarbij het eigen vermogen wordt afgezet tegen het totale vermogen. De leningenpositie in onze gemeente is in belangrijke mate beïnvloed door Braassemerland, waarvoor in de voorliggende jaren aanzienlijke geldleningen zijn aangetrokken. Dat

75

de solvabiliteit gunstiger is dan geraamd komt doordat de extra leningen in verband met de geraamde investeringen nog niet in 2021 zijn aangetrokken door vertraging in het uitgavenpatroon van deze investeringen. Ook heeft de vertraging van de werkzaamheden een positief effect op het resultaat, waardoor ook de solvabiliteit een hogere waarde krijgt. Perspectief Ook hier geldt dat exploitatieoverschotten zorgen voor een toename van het eigen vermogen en daarmee een positief effect hebben op de solvabiliteitsratio. Na 2022 zijn de exploitatieresultaten door het wegvallen van de precarioheffing en de toename van de lasten voor de jeugdzorg fors lager. Het aflossen van geldleningen heeft een positief effect. Met de investeringen in de onderwijshuisvesting en ook andere investeringen voor Focus met Ambitie is de verwachting eerder dat de leningenportefeuille zal toenemen en daarmee ook het balanstotaal. Afhankelijk van hoe zich dit verhoudt tot de toename van het eigen vermogen, zal de solvabiliteit in de periode na 2023 gelijk blijven of verder dalen. Uiteraard bewaken wij de ondergrens hierin.

4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal: structurele exploitatieruimte

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

9%

7%

9%

Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Een positief percentage geeft aan dat de structurele baten van de gemeente toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen Het jaarrekeningresultaat geeft een structureel exploitatieoverschot en krijgt daarmee een “groene” score. De structurele exploitatieruimte is hoger dan begroot. Oorzaak Wij verwijzen u naar de toelichting per programma en per taakveld, waarin uitgebreid is ingegaan op de verschillende oorzaken. Daarnaast is in grote lijnen een toelichting in de inleiding en in het raadsvoorstel bij deze jaarstukken gegeven. Perspectief Het meerjarenperspectief in de Begroting 2022 geeft dankzij de positieve effecten van de septembercirculaire 2021 een positief exploitatiesaldo. Door de laatste tegenvaller in de kosten voor de jeugdzorg is het perspectief voor 2024 e.v. momenteel negatief. Bij de Richtnota 2023 zullen wij ook andere ontwikkelingen met financiële effecten verwerken in het meerjarenbeeld. Te denken valt hierbij aan ontwikkelingen ten aanzien van Focus met Ambitie, wegen, kunstwerken en ICT. Bij de Richtnota hopen wij u meer duidelijkheid te kunnen geven over de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds en de plannen van het Rijk ten aanzien van de opschalingskorting en de

76

bezuinigingen op de jeugdzorg. Zoals landelijk bekend is de verwachting dat er weinig financiële ruimte zal zijn voor grote nieuwe plannen van een nieuwe raad. Voor bijvoorbeeld de onderwijshuisvesting en het Masterplan Sportpad zijn door uw raad al stelposten in onze meerjarenbegroting opgenomen. Uiteindelijk zal wel bij de Richtnota blijken of zonder inzet van extra maatregelen een duurzaam gezond resultaat haalbaar blijft.

5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal: grondexploitatie

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

13%

13%

11%

Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijze veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het verslagjaar 2021 een gezonde grondpositie heeft. Het percentage ligt iets lager dan begroot en is in de afgelopen jaren steeds iets gunstiger geworden. Oorzaak Het percentage is lager dan begroot en lager dan voorgaand verslagjaar en blijft daarmee “groen”. Het percentage is in 2021 voornamelijk gedaald door de beëindiging van grondexploitatie Connexxion Leimuiden met een boekwaarde van € 1,2 miljoen. Deze gronden zijn overgeheveld naar de materiële vaste activa. Voor een toelichting op de grondexploitaties verwijzen wij u naar paragraaf 7. Perspectief Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd en worden de verwachte kosten en opbrengsten en de parameters door de organisatie met een toets van de accountant opnieuw beoordeeld. Verondersteld mag dan ook worden dat de huidige boekwaarden, verminderd met de daarvoor beschikbare verliesvoorzieningen, in de komende jaren kunnen worden “terugverdiend” met de opbrengsten uit de grondverkopen. Naar verwachting zal het percentage in de komende jaren wel wijzigen. We verwachten een daling door het geplande afsluiten van een aantal grondexploitaties, zoals Regenboogweg Nieuwe Wetering Noord en Centrumplan Leimuiden (beide gepland in 2022) en voormalig gemeentehuis Rijnsaterwoude (gepland in 2023).

Anderzijds verwachten we in de verdere toekomst weer een stijging als gevolg van plannen die verband houden met de tweede fase van Masterplan Sportpad.

77

6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:

Verslag 2020

Begroting 2021

Verslag 2021

belastingcapaciteit

115%

113%

118%

Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Bij de afvalstoffenheffing en het rioolrecht wordt in onze gemeente uitgegaan van 100% kostendekkendheid. Bij het rioolrecht zit deze op 100%. Bij de afvalstoffenheffing op 94%. Door hogere inkomsten lag het dekkingspercentage hoger dan begroot. In de begroting 2023 e.v. wordt ook op afval 100% kostendekkendheid nagestreefd. Afwijking van het landelijk gemiddelde vergt een nadere analyse van de hoogte van de lasten die bij deze onderdelen worden gemaakt en de mate/wijze waarin deze worden doorbelast in de tarieven. De capaciteit bij de OZB kan worden afgelezen door het tarief te vergelijken met het landelijk gemiddelde en in absolute zin door de ruimte van het eigen tarief in vergelijking tot de artikel 12-norm (zie hiervoor de onbenutte belastingcapaciteit, in deze paragraaf). Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: rood In onze gemeente ligt de gemiddelde belastingdruk in het verslagjaar 2021 18% boven het landelijk gemiddelde tarief en is daarmee hoog. De waarde is daarmee meest risicovol. Oorzaak OZB Het in onze gemeente gehanteerde OZB-tarief voor woningen ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dat de lasten in absolute zin toch hoger uitvallen ten opzichte van het landelijk gemiddelde zit in het feit dat bij de berekeningen wordt uitgegaan van een landelijke gemiddelde woningwaarde van € 271.000 (waarde 1-1-2020 voor aanslag 2021) terwijl in onze gemeente voor de berekening een gemiddelde waarde van € 347.000 geldt. De hogere woonlasten op dit onderdeel bestaan dus uit een hogere gemiddelde woningwaarde in onze gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. In 2021 steeg de gemiddelde woningwaarde in onze gemeente 16% ten opzichte van 2020, landelijk was de stijging 7%. Deze hogere stijging van de gemiddelde waarde in onze gemeente ten opzichte van de landelijke stijging verklaart de stijging van het kengetal ten opzichte van 2020 (van 115% naar 118%). Afvalstoffenheffing Uw raad heeft besloten om per 1 januari 2018 Diftar in te voeren. 2018 was een overgangsjaar, waarbij eenmalige korting is gegeven op beide tarieven voor afvalstoffenheffing. Ook deze korting heeft bijgedragen aan een lagere belastingdruk dan geraamd.

In de afgelopen drie jaar zijn de kosten voor de verwerking van afvalstoffen sterk gestegen, procentueel meer dan de afvalstoffenheffing. Daardoor is de afvalstoffenheffing niet kostendekkend. Door de snellere groei van het aantal huishoudens dan waar in de begroting vanuit was gegaan lag de kostendekkendheid wel hoger dan begroot. In de komende jaren groeien we naar 100% kostendekkendheid.

78

Rioolheffing De rioolheffing is in onze gemeente fors hoger dan het landelijk gemiddelde. In 2016 is het GRP geactualiseerd en bij de Perspectiefnota 2017 is het tarief naar beneden bijgesteld tot € 262 in 2017. In het in 2016 bijgestelde GRP 2014-2018 wordt voor de tarieven uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 1%, vermeerderd met de prijsindex. Deze groei is ook gehanteerd in het GRP 2019-2023. In 2019 en in 2020 bleek dat het aantal rioolaansluitingen sneller was gestegen dan in het GRP was voorzien. Daarom is ook eind 2021 bij het vaststellen van de tarieven riool opnieuw besloten de tarieven voor 2022 gelijk te laten aan het tarief in 2020 en 2021. Perspectief De totale woonlasten zullen hoger blijven dan het landelijk gemiddelde. Dit komt in onze gemeente door de hogere WOZ-waarden dan landelijke gemiddelden en door de hoge tarieven van de rioolheffing. Dit laatste heeft te maken met het lage aantal inwoners in relatie tot de grondoppervlakte van onze gemeente en de grondsoort. Eind 2018 is het GRP 2019-2023 vastgesteld en jaarlijks is deze met gelijkblijvende tarieven geactualiseerd. Door snellere uitbreiding van het areaal en daarmee het aantal aanslagen was het mogelijk om de indexering achterwege te laten. Door de verwachte kostenstijgingen wordt er per 2023 wel weer een verhoging met de indexering verwacht. Onze afvalstoffenheffing is niet kostendekkend.

Bij het vaststellen van de begroting 2022 en de verordening 2022 is besloten om vanaf 2023 wel 100% kostendekkendheid na te streven. Of daarmee ook de lasten voor de inwoners stijgen is ook afhankelijk van de hoeveelheid afval en het soort afval dat wordt aangeboden door de inwoner en is daarmee gedeeltelijk door de inwoner zelf te beïnvloeden.

79

Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen Introductie De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De gemeente beschikt over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, kunstwerken, riolering, speelvoorzieningen, groen en water. Vanzelfsprekend moeten deze kapitaalgoederen worden onderhouden. Door middel van visies, beleidsplannen en beheerplannen wordt richting gegeven aan het meerjarig beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen. Het onderhoud gebeurt op een sobere en doelmatige wijze, waarbij wordt voldaan aan wettelijke richtlijnen. In 2021 is de openbare ruimte onderhouden aan de hand van het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) 2020-2024, welke 27 januari 2020 is vastgesteld. Overzicht beheerplannen De volgende beheerplannen vormen het uitgangspunt voor het beheer van de openbare ruimte, de gewenste kwaliteit en de hiervoor beschikbare budgetten. Beheerplan

Datum raadsbesluit

Looptijd t/m

Financiële vertaling in begroting

IBOR 2020-2024 Riolering (GRP) Gebouwen (MJOP) 20202024 Civiele kunstwerken

Januari 2020 Q4 2018 Q4 2019

2024 2023 2024

Ja Ja Ja

2018

Ja

Water (Baggerplan)

2014

Actualisatie in 2021, t/m 2025 2023

Ja

KAPITAALGOEDEREN IN OPENBARE RUIMTE

Integraal beheer openbare ruimte Kwaliteitsniveaus: De door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus voor de openbare ruimte zijn gebaseerd op de CROW-standaard voor beeldkwaliteit. Deze kwaliteitsniveaus zijn de basis voor het beheer en de onderbouwing voor de beschikbare budgetten. In de figuur hieronder zijn de in het IBOR 2020-2024 vastgestelde kwaliteitsniveaus per beheercategorie weergegeven. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen betreft civiele kunstwerken, speelvoorzieningen, riolering en gebouwen. Inzet en ambities voor deze beheeronderdelen is vastgelegd in aparte beheerplannen.

80

Wegen Kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd zijn: de CROW-richtlijnen, de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), het eerdergenoemde IBOR en de samenwerkingsovereenkomst met het hoogheemraadschap van Rijnland. De reconstructieprojecten worden gerapporteerd in de Voortgangs- en Verantwoordingsmonitor. In 2021 is uitvoering gegeven aan of zijn voorbereidingen getroffen voor verschillende reconstructies en groot onderhoudsprojecten. Meest in het oog springende project was het groot onderhoud aan de Herenweg in Leimuiden. De gemeenteraad heeft een budget beschikbaar gesteld voor deze urgente onderhoudswerkzaamheden. Het project is in een zeer kort tijdsbestek uitgevoerd en net voor de jaarwisseling afgerond. De werkzaamheden aan met name de Van Klaverweijdeweg en de Willem van der Veldenweg hebben wat vertraging opgelopen, waardoor deze in 2021 niet zijn opgestart. De gesprekken over de exacte kostenverdeling die we voeren met partners die participeren in het project hebben meer tijd in beslag genomen dan vooraf verwacht. Inmiddels zijn de werkzaamheden aan de Willem van der Veldenweg daadwerkelijk van start gegaan. Tot slot, en dat zien we ook bij de kredieten, de rioleringsprojecten en de civiele kunstwerken, lopen we bij de werkzaamheden aan onze wegen ook aan tegen capaciteitsproblemen. Aannemers hebben meer moeite om voldoende mensen te leveren.

Daarnaast heeft het groot onderhoud aan de Herenweg in Leimuiden een stevige ambtelijke inzet gevraagd, waardoor sommige andere projecten een kleine vertraging hebben opgelopen. Deze vertraging verwachten we de komende maanden weer ingelopen te hebben. Riolering De kaders waarbinnen het beheer en onderhoud van de riolering vallen, komen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 - 2023 (GRP). Groen In het afgelopen jaar zijn enkele wijken van de Braassemerland overgedragen aan de afdeling beheer van de gemeente. Tevens is de ontwikkeling IKC de Lei afgerond en is het openbare groen terug in onderhoud bij de gemeente. Hierdoor zijn enkele gegevens ten opzichte van vorig jaar gewijzigd, areaal bomen 2,2% gestegen (+190 st), hagen +3,4% (+628 m1) en heesters en vaste planten +6,2% (8000 m2). Deze wijzigingen hebben nog niet direct gevolgen voor het beheer en onderhoud maar dienen wel meegenomen worden in de actualisatie van de beheerkosten, tevens zijn de kosten voor personeel gestegen aangezien er een extra groenploeg is bijgekomen om het onderhoud uit te voeren. Met name doordat er de komende periode meer ontwikkelingen worden afgerond en er extra groen (en water) in beheer komt bij de gemeente zal hiermee rekening moeten worden gehouden in de begroting.

Water Door de ligging van onze gemeente in het veenweidegebied van Nederland hebben we relatief veel water binnen onze gemeentelijke grenzen. Onderhoud vindt plaats als gevolg van de inspectie die in 2020 uitgevoerd is in opdracht van de gemeente. Tot dat moment was het onduidelijk hoeveel watergangen beschoeid waren en in welke conditie deze zich bevonden. Het totale areaal betreft op dit moment circa 47 km beschoeide watergang, waarvan circa 10 km beschoeiing als gemiddelde beeldkwaliteit D is beoordeeld. Deze zeer slechte beschoeiing zal de komende jaren vervangen moeten worden. Binnen de huidige budgetten hebben we de mogelijkheid om per kalenderjaar ca. 1 km beschoeiing te vervangen. De achterstand op onderhoud zal hiermee gaan oplopen.

81

Civiele kunstwerken Door de aanwezigheid van veel water binnen de gemeentegrenzen bezit de gemeente relatief veel civiele kunstwerken. Naast vaste bruggen zitten er in het areaal tien beweegbare bruggen die jaarlijks geïnspecteerd worden en onderhoud krijgen. Optredende storingen worden verholpen voor zowel de vaste bruggen als de beweegbare bruggen. In 2019 is er verder gewerkt aan het beheerplan 20192023 voor civiele kunstwerken, dit betreft een wijziging van sturen op incident- naar risicogestuurd werken. Onderdeel van dit beheerplan is het op orde brengen van de areaalgegevens en het aantal kunstwerken dat de gemeente in beheer heeft. Instellen voorziening bruggen De Langebrug in Oud Ade is in 2019 lange tijd afgesloten geweest en in 2020 is gestart met het vervangen van de brug. De brug was dusdanig versleten dat vervanging noodzakelijk was. De werkzaamheden zijn in 2021 afgerond. Naar aanleiding van klachten en incidenten is gebleken dat voor de houten bruggen in Woubrugge een herstel noodzakelijk was. Dit is in 2021 uitgevoerd. Dit herstel is gefinancierd uit een getroffen voorziening. Deze voorziening is gevoed door de beoogde uitgaven voor herstel geheel ten laste van het resultaat 2019 te brengen. Gebouwen De gemeente is eigenaar van diverse gebouwen.

Die gebouwen zijn ook in 2021 beheerd en onderhouden aan de hand van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) dat door de raad is vastgesteld en eens in de vier jaar wordt geactualiseerd. Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van het MJOP wordt jaarlijks in de voorziening onderhoud gebouwen gestort. In 2019 heeft een actualisatie plaatsgevonden van MJOP. Het nieuwe MJOP 2020 – 2024 heeft de raad bij de Begroting 2020 vastgesteld. De vastgoedstrategie is niet veranderd, hierbij gaan we nog steeds uit van ‘afstoten tenzij’. Meest in het oog springende locaties waar we in 2021 afscheid van hebben genomen zijn het voormalige Bonaventuracollege en de voormalige Ignatiusschool. Financiële kaders In onderstaand figuur zijn de geraamde en de werkelijke kosten/opbrengsten voor 2021 van de exploitatie weergegeven:

€4.500 €4.000 €3.500 €3.000 €2.500 €2.000 €1.500 €1.000 €500 €-

Wegen

Begroting 2021 na wijziging

4.725

Riolerin g 2.790

Werkelijke lasten 2021

3.830

2.679

Groen

Water

1.932

449

Openb. verl. 521

1.937

370

554

Kunstw speelvo erken orz. 1.242 121 562

116

*) Bedragen x € 1.000. Dit betreft de lasten en baten per taakveld, inclusief salarislasten en kapitaalslasten.

82

Dat de budgetten 2021 niet volledig zijn besteedm wordt met name veroorzaakt door uitgestelde werkzaamheden bij bruggen door prestatieproblemen en toeleveringsproblemen van een grote leverancier. Bij wegen wordt er geld overgehouden vanwege de werkzaamheden aan de Herenweg die het najaar hebben plaatsgevonden. Bijdrage aan de provincie i.v.m. N207 (300K) is doorgeschoven naar 2022. Degeneratievergoeding (292K) wordt opgelegd zodra een bedrijf de weg openbreekt. Dit gaat op basis van een standaard tarief. Pas een half jaar later kan de weg gerepareerd worden, omdat de grond eerst nog moet zakken. De kosten ontstaan dus pas ver na de opbrengst.

83

Paragraaf 4 – Financiering In de Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 18 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.

RENTERISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2021 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 5,2 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In het onderstaande overzicht is zichtbaar dat de kasgeldlimiet in 2021 niet is overschreden, aangezien de gemeente gedurende het grootste deel van het afgelopen jaar een overschot aan middelen heeft gehad.

84

Kasgeldlimiet 2021

1 jan 2021

vlottende schuld: Kasgeldlening Liquide middelen (1) vlottende schuld:

1 feb 2021

0

1 mrt 2021

0

1 apr 2021

0

1 mei 2021

0

1 jun 2021

0

1 jul 2021

0

1 aug 2021

0

1 sep 2021

0

1 okt 2021

0

bedrag x € 1.000 1 dec 1 jan 2021 2022

1 nov 2021

0

0

0

0

vlottende middelen: Deposito Liquide middelen (2) vlottende middelen:

3.781 3.781

411 411

57 57

2.402 2.402

6.678 6.678

4.056 4.056

7.506 7.506

6.577 6.577

7.937 7.937

5.218 5.218

4.447 4.447

3.331 3.331

-794 -794

(3) netto vlottend (+) of overschot middelen (-)

-3.781

-411

-57

-2.402

-6.678

-4.056

-7.506

-6.577

-7.937

-5.218

-4.447

-3.331

794

(4) gemiddelde van (3)

-1.416

-4.379

-7.340

-4.332

kasgeldlimiet (7) begrotingsomvang 2021 (8) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (5) kasgeldlimiet (7x8)

61.297 8,5% 5.210

61.297 8,5% 5.210

61.297 8,5% 5.210

61.297 8,5% 5.210

-6.626

-9.589

-12.550

-9.542

(6a) ruimte onder de kasgeldlimiet (5>4) (6b) overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2021 € 12,3 miljoen. In 2021 is voor € 11,3 miljoen afgelost; waardoor de renterisiconorm niet is overschreden. Renterisiconorm 2021

t/m 31-3-2021

t/m 30-6-2021

t/m 30-9-2021

t/m 31-12-2021

bedrag x € 1.000 TOTAAL

renterisico op vaste schuld (1a) renteherziening op vaste schuld o/g (1b) renteherziening op vaste schuld u/g (1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) (2) betaalde aflossingen (3) renterisico op vaste schuld (1+2)

0 0 0 10.541 10.541

0 0 0 16 16

0 0 0 0 0

0 0 0 796 796

0 0 0 11.353 11.353

renterisiconorm (4a) begrotingsomvang 2021 (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (4) renterisiconorm (4ax4b)

61.297 20% 12.259

61.297 20% 12.259

61.297 20% 12.259

61.297 20% 12.259

61.297 20% 12.259

(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3) (5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)

906

Rentevisie De Euribor ligt nog altijd onder de 0%. Dat de rente zo laag is, komt vooral doordat de Europese Centrale Bank (ECB) een ruim monetair beleid voert om de economische groei in het eurogebied te ondersteunen. De rentevisie van de BNG is dat de rentetarieven zullen gaan aantrekken en dat de kortetermijnrente zal stijgen naar rond de 0,1% ultimo 2022. Het EONIA rentetarief (daggeldrente rekening-courant schatkist) is dit jaar iets verder gedaald tot rond de -0,50% ultimo 2021. Bij het rijk is de rente, indien die negatief is, bij het uitzetten van gelden (vooralsnog) gelijkgesteld aan nul. De BNG brengt daarentegen vanaf 1 juli 2021 negatieve creditrente in rekening over tegoeden vanaf € 500.000 in rekening-courant. De rente op staatsleningen was vanwege matige vooruitzichten voor de inflatie en economie in Europa negatief maar is wat gaan aantrekken. Hierdoor is het rentepercentage voor langlopende leningen het afgelopen jaar wat gestegen en komt uit 0,61% ultimo 2021 (10 jaar fixe BNG). De rentetarieven van langlopende leningen zijn ondertussen in 2022 flink gestegen en zullen mede onder invloed van een aantrekkende economie, hoge inflatie en een minder actief / beëindigen aankoopbeleid van obligaties van de ECB naar verwachting verder gaan oplopen naar rond de 2% volgend jaar (10 jaar fixe).

85

De gemiddelde rente over de leningenportefeuille bedroeg in 2021 1,75%. Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, is de gemiddelde rente over de leningenportefeuille nog steeds hoger dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Maar door de aantrekkende rente op de kapitaalmarkt is de verwachting dat de gemiddelde rente over de leningenportefeuille zal gaan stabiliseren of stijgen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen tegen een (on)gunstiger rentetarief.

KREDIETRISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,2 miljoen in 2021. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (EONIA/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). De stand in de schatkist per 31 december 2021 is voor de gemeente € 51.939 (r/c saldo) en € 0 (depositosaldo). In onderstaande tabel is zichtbaar dat gerekend over een heel kwartaal het op dagbasis buiten de schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger is dan het drempelbedrag ad € 1,2 miljoen.

bedrag x €1.000 Gemiddeld buiten de schatkist aangehouden bedrag 2021

1e kwartaal

334

2e kwartaal

361

3e kwartaal

397

4e kwartaal

330

Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2021 is er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde van € 4,7 miljoen. Daarnaast is een obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Reden is dat Alliander forse investeringen verwacht in het kader van het Klimaatakkoord en deze groei (voor)gefinancierd dient te worden. Daarom heeft Alliander een kapitaalinjectie nodig om het eigen vermogen te versterken; zodat Alliander financiering kan aantrekken op de markt tegen aantrekkelijke rente. Voor het versterken van het eigen vermogen heeft Alliander een beroep op haar aandeelhouders gedaan met het verzoek naar rato een obligatielening beschikbaar te stellen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat eind 2021 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak.

Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 1,7 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op). Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 40,9 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het

86

verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Tot en met juli 2021 had het WSW met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting MeerWonen’, tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond ( =wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)). WSW staat borg voor deze leningen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In verband met de veranderde werkwijze van de achtervang heeft de WSW vanaf 1 augustus 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten met alle gemeenten; waarbij alle contracten per die datum gelijk zijn getrokken.

Hierbij worden de nieuwe leningen via een verdeelsleutel toegewezen aan de gemeenten waar de corporatie werkzaam is. Voorheen werd een lening 1 op 1 gekoppeld aan een gemeente.

GEMEENTEFINANCIERING __________________________________________________________________________ Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het gerealiseerde EMU-saldo over boekjaar 2021 + € 2,9 miljoen (= overschot).

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Uit de jaarcijfers 2021 is een financieringsoverschot van € 1,5 miljoen zichtbaar (excl. jaarrekeningresultaat). Dit zal voornamelijk ingezet worden voor de financiering van de bouwgrondcomplexen ad € 7,9 miljoen. In 2021 hebben we geldleningen afgelost en geherfinancierd, samen € 10 miljoen (vnl. in het verleden aangegane niet tussentijds aflosbare leningen voor onroerendgoedtransacties). Daarnaast zijn er verder geen kortlopende leningen aangetrokken.

87

Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille 2021: bedrag x € 1.000 Mutaties in de leningenportefeuille 2021

Stand per 1 januari

51.024

Nieuwe leningen

10.000

Reguliere aflossingen

11.353

Vervroegde aflossingen

0

Stand per 31 december

49.671

Gemiddeld rentepercentage

1,75%

In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.

RENTETOEREKENING EN RENTERESULTAAT __________________________________________________________________________ Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 1,18%); waarbij het renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond (= 1,00%). Het financieringsresultaat voor 2021 komt dan uit op € 131.227 nadelig. De rekenrente in 2021 is hiermee nog steeds hoger dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, is het niet mogelijk direct volledig mee te bewegen met de rente op de kapitaalmarkt. Maar door de aantrekkende rente op de kapitaalmarkt is de verwachting dat ook de rekenrente zal gaan stabiliseren of stijgen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen tegen een (on)gunstiger rentetarief.

88

Renteschema 2021

€ 917.516

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)

-/-

€ 219.920

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€ 273.496 € 644.020

Saldo rentelasten en rentebaten

-/-

-€ 174.692 -/-

€ 45.228 € 598.792

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€0

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

€ 278.570

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€ 877.361

1,18%

€ 746.134 € 131.227

1,00%

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

0,18%

89

Paragraaf 5 – Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners, beleids- en bestuurlijke processen als de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. De bedrijfsvoering en de daarbij behorende interne ondersteunende en dienstverlenende disciplines zijn: • Control • Financiën • Juridische zaken • HRM / Personeel en organisatie • Communicatie • Documentaire informatievoorziening • Facilitaire zaken • Informatie- en gegevensbeheer (ICT) • Burgerzaken • Vergunningen, toezicht en handhaving • Klantcontactcentrum Met uitzondering van ICT en Control is de bedrijfsvoering bij de gemeente Kaag en Braassem ondergebracht binnen één afdeling. Control is belegd in een afzonderlijke eenheid met een onafhankelijke positie in de organisatie en valt rechtstreeks onder de gemeentesecretaris. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2021 naast de reguliere werkzaamheden extra inspanningen hebben geleverd om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren.

AMBTELIJKE ORGANISATIE EN PERSONEEL EN ORGANISATIE

__________________________________________________________________________ De ambtelijke organisatie van onze gemeente is een professionele organisatie die dienstbaar is aan de samenleving en het bestuur van Kaag en Braassem. Drie jaar geleden zijn we begonnen met een verdere doorontwikkeling van de organisatie. Deze organisatie: • heeft een regiefunctie bij de ontwikkeling en uitvoering van maatschappelijke en ruimtelijke taken; • bereikt efficiënt, effectief en klantgericht maatschappelijke doelen door samen te werken; • benut en stimuleert eigen verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en instellingen; • communiceert open en duidelijk; • heeft aandacht voor de vraag naar en het leveren van producten en diensten; • ontvangt waardering van de inwoner voor de producten en dienstverlening die worden geleverd en zij laat leveren. De huidige organisatiestructuur moet ons helpen toe te groeien naar een organisatie die bestaat uit een vaste kern met daaromheen een flexibele schil die wordt geactiveerd afhankelijk van de vraag. Zo kan de organisatie altijd kwalitatief goede invulling geven aan taken en rollen die op dat moment gevraagd worden.

90

Op dit moment beschikt de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 153,90 fte incl. 2,22 FTE griffie.= Dit is 5,52 FTE per 1000 inwoners. Van deze 153,90 fte is momenteel 9,08 fte vacant. Dit houdt dus in dat de bezetting 144,82 fte bedraagt wat per 1000 inwoners 5,19 FTE betekent. Omdat de gemeentelijke organisatie een aantal vacatures kent wordt extern ingehuurd om deze vacatures deels in te vullen. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. Onder externe inhuur vallen ook de kosten voor onderhoud in de buitenruimte en schoonmaak die worden uitgevoerd door Rijnvicus. In totaal bedroeg de externe inhuur in 2021 € 1.623.545. Ten opzichte van de totale loonsom van € 10.954.850 is dit 14,82%. Binnen de afdeling Bedrijfsvoering zijn alle bedrijfsvoeringstaken van de ambtelijke organisatie ondergebracht. Het merendeel van de activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering wordt tot de overhead gerekend. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten uit de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead bedraagt in 2021 € 7.827.854. Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten, zijnde € 69.158.039 bedraagt dit percentage 11,3%.

Uitgedrukt per inwoner bedragen de apparaatskosten € 281 per inwoner.

FINANCIËN

__________________________________________________________________________ In de afgelopen jaren hebben we de P&C-cyclus en -producten vernieuwd. Dit heeft als doel de raad beter te bedienen en daarbij de informatie te geven die nodig is om heldere kaders te kunnen stellen, de voortgang scherper te controleren en de mogelijkheid te bieden om sneller bij te sturen, indien nodig. Daarnaast heeft de vernieuwing van de planning & control functie tot doel om de financiële sturing in de ambtelijke organisatie te versterken. De jaarrekening over 2021 zal te raadplegen zijn via www.jaarrekeningkaagenbraassem.nl en de begroting voor 2022 is te raadplegen via www.begrotingkaagenbraassem.nl. In het afgelopen jaar hebben we voor grote uitdagingen gestaan om de begroting 2022 reëel en structureel sluitend te krijgen. Het wegvallen van de inkomsten uit de precarioheffing op kabels en leidingen en de toenemende kosten in het sociaal domein en de onduidelijkheid over de inkomsten van het Rijk waren redenen tot zorg. Door steeds tijdig en op een transparante wijze uw raad hierover te informeren en door een aantal zeer constructieve bijeenkomsten met de financieel specialisten uit uw raad hebben we in nauwe samenwerking een mooie begroting voor 2022 kunnen vaststellen. Een reëel en structureel sluitende begroting, waarin ook financiële dekking is voor nieuw beleid en mooie ambities van uw raad.

ICT EN INFORMATIEBEHEER

__________________________________________________________________________ Met ingang van 1 januari 2018 is de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem (BVO) in werking getreden, de samenwerking op het gebied van ICT en automatisering. Uitgangspunt voor de samenwerking is standaardisatie van de I&A-dienstverlening, inclusief de bijbehorende standaardinrichting van de gemeentelijke werkprocessen en het daarbij passende applicatielandschap. De samenwerking heeft als beoogd doel om voor beide gemeenten voordelen te behalen. Hierbij kan gedacht worden aan: • Integratie op procesniveau (zoveel als mogelijk dezelfde applicaties en bijbehorende werkprocessen) om zo meer kwaliteit en efficiency te behalen. • Integratie tussen beide gemeenten in andere werkvelden wordt hierdoor eenvoudig. • De grotere schaal zorgt voor inkoopvoordeel en een betere onderhandelingspositie bij leveranciers. • De grotere schaal maakt het ook mogelijk om specialistische I&A-expertises (als informatieplanning en security management) volwaardig in te vullen en goed te organiseren en daarmee zal de

91

samenwerking beter in staat zijn de noodzakelijke en ambitieuze digitale overheidsagenda te volgen. • Samenwerking noodzaakt een nog verdere professionalisering van de I&A-dienstverlening, uitbouw van de regierol en werken met servicelevels. Twee belangrijke ontwikkelingen die in 2021 hebben plaatsgevonden: • •

De producten- en dienstencatalogus (PDC) is vastgesteld. In de PDC staan alle producten en diensten die de BVO aan ons levert. I-dienstverlening vanuit de BVO wordt anders ingericht. Hoe dit wordt ingericht en welke financiële consequenties daaraan vastzitten is nog niet duidelijk. In de risicoparagraaf bij de begroting 2022 is een bedrag van € 85.000 gereserveerd voor deze ontwikkeling. Nadere uitwerking volgt in 2022.

Informatieveiligheid Met de VNG-resolutie ‘Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente’ van november 2013 hebben gemeenten afgesproken om de informatiebeveiliging op orde te krijgen en te houden. Eén van de afspraken in de resolutie was dat elke gemeente in het jaarverslag een aparte paragraaf opneemt over informatiebeveiliging, waarin het college verantwoording aflegt aan de gemeenteraad over informatiebeveiliging in brede zin (‘horizontale verantwoording’). Er zijn ook afspraken gemaakt met het rijk voor de ENSIA-verantwoording informatiebeveiliging (‘verticale verantwoording’). ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit en betekent eenmalige informatieverstrekking en eenmalige IT-audit. ENSIA is ingevoerd in 2017 en heeft tot doel het ontwikkelen en implementeren van een zo effectief en efficiënt mogelijk ingericht verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten wordt hiermee verder geprofessionaliseerd door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke p&ccyclus. Hierdoor heeft het gemeentebestuur meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan hier ook beter op sturen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=0e8e8c2c-7943-4897-a934-911e153db8bd