Eindrapport rekenkameronderzoek Kaag en Braassem armoede
Tekst van het document
Eindrapport rekenkameronderzoek armoedebeleid en schuldhulpverlening Gemeente Kaag en Braassem
Colofon Offertenummer: FC 468 Auteurs:
Sari van Aart Julian Edens Yorick van den Berg Gerard Nieuwe Weme
B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag 070 – 3029500 info@bagroep.nl www.bagroep.nl Den Haag, november 2025
© Copyright B&A B.V. 2025. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.
Inhoudsopgave 1.
Samenvatting onderzoek 1.1
Aanleiding
5
1.2
Centrale vraag
5
1.3
Leeswijzer
5
1.4
Beantwoording centrale onderzoeksvraag
5
1.5
Conclusies
6
1.6
Aanbevelingen
7
1.7
Bestuurlijke reactie
8
2.
Deel 2: nota van bevindingen
12
2.1
Aanleiding
12
2.2
Onderzoeksmodel
12
2.3
Onderzoeksvragen
13
2.4
Normenkader
14
2.5
Onderzoeksverantwoording
15
3.
Bevindingen leefwereld
16
3.1
Inleiding
16
3.2
Onderzoeksmodel
16
3.3
Toetsing normenkader
20
4.
Bevindingen uitvoeringswereld
21
4.1
Inleiding
21
4.2
Bevindingen
21
4.3
Toetsing aan het normenkader
26
5.
Bevindingen beleidswereld
27
5.1
Inleiding
27
5.2
Bevindingen
27
5.3
Toetsing normenkader
33
Bijlage: geraadpleegde bronnen
3
5
35
1 Deel 1: Samenvatting onderzoek
4
1.
Samenvatting onderzoek
1.1 Aanleiding Armoede en schulden nemen landelijk toe, ook in Kaag en Braassem, onder meer als nasleep van de coronacrisis en meer recent de stijging van de energieprijzen. Het aandeel huishoudens met problematische schulden is lager dan het landelijk gemiddelde. Dat geldt ook voor het aandeel mensen zonder werk, met een laag inkomen of met een bijstandsuitkering. Kanttekening bij deze statistieken is dat niet ieder individu of huishouden met problemen van armoede of schulden in beeld is, dat er schaamte kan zijn om hulp te vragen of mensen onbekend zijn met de mogelijkheden van armoederegelingen of schuldhulptrajecten. De ambitie van de gemeente Kaag en Braassem is op dit terrein het versterken van vroegsignalering om schuldenproblematiek te voorkomen. Verder wil de gemeente gezinnen met kinderen die opgroeien in armoede op een laagdrempelige manier informatie bieden over inkomensvoorzieningen. De rekenkamer heeft dit onderzoek uitgevoerd naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid ten aanzien van armoede en schulden.
Wordt iedereen bereikt? Helpt het beleid ook om armoede en schulden te verminderen? En is die aanpak efficiënt of had met een andere inzet van geld en/of beleidsinstrumenten mogelijk meer bereikt kunnen worden? 1.2 Centrale vraag In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: In hoeverre is het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Kaag en Braassem doeltreffend en doelmatig? 1.3 Leeswijzer Deze samenvatting bevat de bevindingen op hoofdlijnen voorzien van een aantal conclusies en aanbevelingen. De uitgebreide onderbouwing en beantwoording van de deelvragen vindt plaats in de navolgende hoofdstukken. De bevindingen daarin vormen de onderbouwing van deze samenvatting. In de bijlagen zijn de geraadpleegde documenten, respondenten, de gehanteerde onderzoeksmethoden, de deelvragen en normen opgenomen. 1.4 Beantwoording centrale onderzoeksvraag De centrale onderzoeksvraag: "In hoeverre is het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Kaag en Braassem doeltreffend en doelmatig?" Het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Kaag en Braassem heeft positieve effecten op de verlichting van financiële stress bij inwoners, maar blijkt in de kern nog onvoldoende doeltreffend.
Uit het onderzoek blijkt dat de ondersteuning vaak helpt om tijdelijke problemen te verlichten, maar structurele oorzaken zoals langdurige schulden, onzekerheid over inkomen of gebrek aan maatwerk blijven bestaan. Inwoners ervaren bovendien knelpunten zoals bureaucratie, trage processen, beperkte proactieve benadering en onvoldoende nazorg. Hoewel er verbeteringen merkbaar zijn sinds de overgang van de PLAN Groep naar de gemeente zelf, blijft de bereikbaarheid van voorzieningen en de duidelijkheid van regelingen problematisch. Daarnaast wordt het maatschappelijk effect van de ondersteuning niet gemeten, waardoor evaluatie en bijsturing lastig zijn. Het ontbreken van gezamenlijke leer- en verbetercycli en het ontbreken van concrete KPI’s bemoeilijken een efficiënte aanpak. Hierdoor is onvoldoende bekend welke doelgroepen niet bereikt worden.
5
Qua doelmatigheid sluiten uitvoeringsplannen grotendeels aan bij het beleid, maar de gemeente mist regie in de samenwerking met partners en inzicht in de daadwerkelijke effecten. Veel inwoners komen via partners of hun sociale kring bij regelingen terecht, niet via de gemeente zelf. De gemeenteraad ervaart beperkte grip en sturing, mede door gebrek aan overzichtelijke informatie en monitoring. Het beleid zet in op bestaanszekerheid en stressvermindering, maar is nog te weinig doeltreffend of doelmatig door beperkte structurele aanpak, regie en monitoring. 1.5 Conclusies Conclusie 1: ondersteuning verlicht situatie inwoners maar lost onderliggende problematiek niet altijd op. De ontvangen ondersteuning draagt bij aan verlichting van de problemen van inwoners maar lost niet altijd de onderliggende problemen op. Structurele oorzaken, zoals langdurige schulden of gebrek aan zekerheid over inkomen, worden onvoldoende aangepakt met de huidige hulp. Knelpunten liggen in de aansluiting tussen het signaleren van problematiek, het inzetten van maatwerkoplossingen en flexibiliteit in (schuldhulp)trajecten, vereenvoudigen van het aanvraagproces, betere bereikbaarheid van ondersteuning en samenwerking tussen partners. Inwoners ervaren na de periode met PLAN Groep een betere kwaliteit van dienstverlening voor schuldhulpverlening.
Conclusie 2: inwoners ervaren voorzieningen gemeente als moeilijk bereikbaar. Inwoners kennen de gemeentelijke regelingen vooral via partners van de gemeente of de eigen sociale kring. Tegelijkertijd geven uitvoerenden aan dat inwoners bepaalde voorzieningen of het op afspraak gaan bij de gemeente soms moeilijk bereikbaar vinden. Daarnaast schamen meerdere gesproken inwoners zich ervoor om hun financiële situatie bespreekbaar te maken en zijn zij bang om gemeentelijke minimaregelingen terug te moeten betalen, mede door de impact van de toeslagenaffaire. Inwoners geven aan dat zij informatie over beschikbare regelingen niet altijd duidelijk vinden en dat sprake is van wisselende aanspreekpunten. De proactieve benadering vanuit de gemeente wordt als beperkt ervaren. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in vroegsignalering, zoals het inzetten van een ‘Vroeg Eropaf’ team. Daarnaast missen inwoners dat medewerkers van de gemeente hen attenderen op eventuele andere regelingen waar zij ook recht op hebben. Conclusie 3: doelen gemeente op armoede zijn vaak concreet, alleen effect op inwoners wordt onvoldoende gemeten Zowel de gemeente als haar partners zien dat hun inspanningen bijdragen aan vermindering van stress bij inwoners en het bieden van perspectief. Het effect van hun handelen meten zij niet, waardoor inzicht in de impact op inwoners ontbreekt.
De gemeente heeft het bereik en de effecten van de verschillende regelingen onvoldoende in beeld en weet niet precies welke groep niet wordt bereikt. Het merendeel van de beleidsdoelen is concreet verwoord maar mist een nulmeting en duidelijke streefwaarden. Dit belemmert sturing en evaluatie. Conclusie 4: regie samenwerking met partners ontbreekt Gesproken partners geven aan behoefte te hebben aan meer regie vanuit de gemeente op samenwerking met elkaar en tussen partners, betere onderlinge communicatie en het verminderen van bureaucratische drempels voor inwoners. Hiermee wordt de regie op verbinding bedoeld, bijvoorbeeld het structureel bijeenbrengen van partners in overleggen waar informatie, casussen en gegevens met elkaar worden besproken. Ook is behoefte aan betere monitoring van het effect op inwoners en een laagdrempeliger aanvraagproces. Ten slotte missen gesproken partners een gezamenlijke leer- en verbetercyclus waarin ervaringen worden gedeeld en verbeteringen worden doorgevoerd.
6
Conclusie 5: raad ervaart beperkte grip en sturing op het dossier armoede Het college verantwoordt zich over de resultaten aan de hand van de Adviesraad Sociaal Domein, informatieavonden, informatie van uitvoerders zoals de GGD/huisartsen en een voortgangsmonitor. Raadsleden maken gebruik van deze informatie maar ervaren toch een gebrek aan grip en inzicht in de effecten van de uitvoering. Zij hebben behoefte aan regelmatige evaluaties, jaarlijkse bijeenkomsten en een toegankelijk dashboard met duidelijke cijfers en SMART-geformuleerde doelen. Tegelijkertijd willen zij voorkomen dat zij worden overspoeld met complexe informatie. 1.6 Aanbevelingen Aanbeveling 1: probeer inzicht te krijgen in structurele problematiek inwoners en pas uitvoering daarop aan. Richt de uitvoering meer op het bieden van praktische maatwerkoplossingen en het oplossen van structurele problematiek van inwoners. Bijvoorbeeld door in kaart te brengen welke basisbehoeften ontbreken, zoals een fiets of een laptop. Versterk de aansluiting tussen vroegsignalering en schuldhulpverlening, bied meer flexibiliteit in trajecten, versnel de afhandeling van aanvragen, vereenvoudig het aanvraagproces, verbeter de bereikbaarheid van ondersteuning en versterk de samenwerking tussen partners. Aanbeveling 2: sluit als gemeente aan bij de decentrale inloop van partners in de gemeente.
Verbeter de toegankelijkheid van de ondersteuning door medewerkers van de gemeente fysiek aan te laten sluiten bij lokale initiatieven zoals Tom in de Buurt en de Papierwinkel. Daarmee kan de gemeente zorgen voor een spreiding van inloopmomenten, verdeeld over de gehele gemeente. Hierdoor zorgt de gemeente dat inwoners laagdrempelig en dichtbij om ondersteuning kunnen vragen. Daarbij is het belangrijk om met één vast contactpersoon per inwoner te werken, zodat zij hun verhaal niet steeds opnieuw hoeven te doen en een vast gezicht zien. Dit maakt tegelijkertijd een snelle doorlooptijd mogelijk met nazorg, waardoor meer ruimte is voor maatwerk. Aanbeveling 3: formuleer KPI’s met streefwaarden bij de huidige gemeentelijke doelen en meet dit. Formuleer concrete KPI’s en streefwaarden om de voortgang en het effect van het armoedebeleid meetbaar te maken. KPI’s voor prestaties van het resultaat gaan bijvoorbeeld over of het bereik van de regeling hoger wordt, of het niet bereik van regelingen afneemt en of inwoners de toegang tot regelingen laagdrempelig ervaren. KPI’s voor het meten van het resultaat gaan over het maatschappelijk effect van de ondersteuning. Dit houdt in dat inwoners ervaren dat zij daadwerkelijk geholpen zijn door de regeling(en), of de ondersteuning op hun persoonlijke behoeften aansluit en of hierdoor structureel hun bestaanszekerheid wordt verbeterd.
Dit kan gevraagd worden in nazorggesprekken. Overweeg daarnaast om aan te sluiten bij de Lokale Armoedescan om zo beter zicht te krijgen op de daadwerkelijke situatie van inwoners. Deze scan brengt voor elke regeling het bereik en niet-bereik in kaart. Door meer inzicht in het profiel van niet-gebruikers kan deze groep beter worden benaderd.
7
Aanbeveling 4: introduceer een leer-en verbetercyclus in samenwerking met partners en voer als gemeente regie hierop. Voer regie op samenwerking met partners door een gezamenlijke leer- en verbetercyclus op te zetten. Neem als gemeente het initiatief om op een structurele manier partners met elkaar te verbinden aan de hand van overleggen. Organiseer regelmatig, bijvoorbeeld één keer per kwartaal, overleggen waar complexe casussen worden uitgewisseld en besproken, waar analyse van monitoringsgegevens plaatsvindt en partners ook contacten met elkaar kunnen leggen zodat zij elkaar makkelijker vinden in het veld. Aan de hand hiervan kan doorontwikkeling van uitvoeringplannen en beleid plaatsvinden. Bied daarin partners de ruimte voor eigen initiatieven en innovaties. De gemeente faciliteert hiermee het proces van samen leren, monitoren en verbeteren. Aanbeveling 5: informeer raad regelmatig over effecten en het bereik van de gemeentelijke ondersteuning. Ontwikkel een overzichtelijk dashboard waarin de raad inzicht krijgt in de effecten en het bereik van gemeentelijke regelingen. In dit dashboard moeten ten minste de opgestelde KPI’s over de prestaties en maatschappelijke effecten zoals beschreven in aanbeveling 3 staan. Aan deze KPI’s moet in het dashboard duiding worden gegeven, namelijk een korte uitleg van trends en ontwikkelingen die zichtbaar zijn in de aantallen.
Hierdoor krijgt de raad inzicht in deze trends en ontwikkelingen, waardoor hij beter zijn kaderstellende en controlerende rol kan vervullen. 1.7 Bestuurlijke reactie De Rekenkamer Datum Zaaknummer Uw brief van uw kenmerk Behandeld door Onderwerp
25-11-2025 925264
Ruimte en Sociaal Bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek armoedebeleid en schuldhulp- verlening
Bijlage(n) Geachte leden van de Rekenkamer, Het college heeft met belangstelling uw onderzoeksrapport omtrent het armoedebeleid en schuldhulpverlening in Kaag en Braassem gelezen. Wij danken de Rekenkamer voor het uitgevoerde onderzoek en de heldere aanbevelingen. Het onderzoek bevestigt onze ambitie om inwoners met financiële problemen goed te ondersteunen en armoede structureel terug te dringen. De bevindingen geven ons richting om de uitvoering verder te verbeteren en de samenwerking met partners te versterken. Ten tijde van het rekenkameronderzoek is de gemeente Kaag en Braassem gestart met een heroriëntatie van het sociaal domein. Hiermee pakken we de regie op het gebied van armoede en schuldhulpverlening en halen we de dienstverlening dichterbij. Een aantal aanbevelingen uit dit rapport zijn inmiddels dan ook in ontwikkeling en bevestigt de visie van- uit de heroriëntatie.
8
Reactie op aanbevelingen Aanbeveling 1: inzicht in structurele problematiek en maatwerk Het college onderschrijft het belang van maatwerk. Het is van groot belang om niet alleen acute financiële problemen te verlichten, maar ook structurele oorzaken van armoede en schulden aan te pakken. We werken samen met verschillende uitvoeringspartners binnen deze aanpak en we onderschrijven het belang van goede samenwerking. Hier zullen we ons dan ook blijvend voor inzetten. We zijn verheugd te lezen dat inwoners de kwaliteit van de dienstverlening op het gebied van schuldhulpverlening verbeterd vinden sinds de gemeente Alphen aan den Rijn deze heeft overgenomen van PLAN-groep. Hiermee borgen we de kwali- teit van de dienstverlening en kan er beter worden ingespeeld op maatwerk waar nodig. Dit geldt ook voor de uitvoering van vroegsignalering. De uitvoering van vroegsignalering heeft recent een kwaliteitsimpuls gekregen: er wordt door Tom in de Buurt actief gewerkt aan het oppakken van signalen vanuit o.a. de woningcorporaties, energiemaatschappijen en zorgver- zekeraars. Daarnaast is er structureel overleg tussen de gemeente en de betrokken partijen, waardoor de samenwerking en effectiviteit verder worden versterkt. In uw onderzoek benoemt u verder het vereenvoudigen van het aanvraagproces. Wij zijn blij te kunnen melden dat hier het afgelopen jaar al stappen in zijn ondernomen.
Zo worden inwo- ners tijdens het aanvragen van een minimaregeling nu structureel gewezen op de andere regelingen en kunnen deze met één formulier worden aangevraagd. Aanbeveling 2: aansluiten bij decentrale inloopmomenten Wij zien het belang van laagdrempelige ondersteuning en het versterken van verbinding met lokale initiatieven. Kaag en Braassem heeft echter geen eigen ambtenaren in de uitvoering. De uitvoering van schuldhulpverlening en inkomensondersteuning ligt bij de gemeente Alphen aan den Rijn, die haar eigen werkprocessen bepaalt. Wij zullen deze aanbeveling wel meenemen in de gesprekken met Alphen aan den Rijn en hen uitnodigen om te verkennen of aansluiting bij lokale initiatieven (zoals bijvoorbeeld de Papierwinkel) mogelijk is. Wij zetten in op het faciliteren van deze samenwerking en het creëren van kansen om elkaar te ontmoeten. Zo versterken we de toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners. Aanbeveling 3: formuleren van KPI’s en meten van effecten Het College onderschrijft het belang van het formuleren van concrete KPI’s en streefwaarden voor het monitoren van de voortgang en het effect van het beleid. Momenteel wordt er ge- werkt aan een herziening van onze Dienstverleningsovereenkomst met Alphen aan den Rijn. Samen zijn we aan het verkennen hoe we gezamenlijk kunnen werken aan betere monitoring en effectmeting, bijvoorbeeld via de Lokale Armoedescan.
Aanbeveling 4: leer- en verbetercyclus met partners Wij herkennen het belang van regie op samenwerking en het gezamenlijk leren en verbete- ren. Het college wil deze regierol dan ook verder blijven ontwikkelen. Momenteel wordt er gewerkt aan ‘de heroriëntatie sociaal domein’, waarin de verbinding tussen de uitvoerende partners een belangrijk onderdeel is. Hiermee werken we richting een integrale aanpak, waarbij we onze partners in hun kracht kunnen zetten.
Aanbeveling 5: informeren van de raad over effecten en bereik Wij onderschrijven het belang van een goede informatievoorziening aan de raad. Zoals eer- der aangegeven zien wij het aansluiten bij initiatieven zoals de Lokale Armoedescan als een waardevolle manier om de raad inzicht te geven. Daarnaast wordt de raad via de reguliere P&C-
9
producten geïnformeerd over de effecten en het bereik van de door haar gestelde doelen. In 2026 gaat het college graag met de raad in gesprek om te bespreken of deze informatievoorziening toereikend is, of dat er aanvullende wensen zijn vanuit de raad. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, de gemeentesecretaris,de burgemeester, J.J. Démoed A. Heijstee-Bolt
10
2 Deel 2: nota van bevindingen 11
2.
Deel 2: nota van bevindingen
2.1 Aanleiding Armoede en schulden nemen landelijk toe, ook in Kaag en Braassem, onder meer als nasleep van de coronacrisis en meer recent de stijging van de energieprijzen. Het aandeel huishoudens met problematische schulden is lager dan het landelijk gemiddelde. Dat geldt ook voor het aandeel mensen zonder werk, met een laag inkomen of met een bijstandsuitkering. Kanttekening bij deze statistieken is dat niet ieder individu of huishouden met problemen van armoede of schulden in beeld is, dat er schaamte kan zijn om hulp te vragen of mensen onbekend zijn met de mogelijkheden van armoederegelingen of schuldhulptrajecten. De ambitie van de gemeente Kaag en Braassem is op dit terrein het versterken van vroegsignalering om schuldenproblematiek te voorkomen. Verder wil de gemeente gezinnen met kinderen die opgroeien in armoede op een laagdrempelige manier informatie bieden over inkomensvoorzieningen. De rekenkamer heeft dit onderzoek uitgevoerd naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid ten aanzien van armoede en schulden.
Wordt iedereen bereikt? Helpt het beleid ook om armoede en schulden te verminderen? En is die aanpak efficiënt of had met een andere inzet van geld en/of beleidsinstrumenten mogelijk meer bereikt kunnen worden? Dat hoofdvraag van het onderzoek is: In hoeverre is het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Kaag en Braassem doeltreffend en doelmatig? 2.2 Onderzoeksmodel Voor dit onderzoek veronderstelt de Rekenkamer dat de gemeente een beeld heeft van de risicogroepen in Kaag en Braassem ofwel de opgaven in de ‘leefwereld’. De volgende veronderstelling is dat het beleid en de ambities hierop zijn gebaseerd. Met andere woorden: als dit de maatschappelijke opgave is, dan hebben we deze ambities en doelen. Dit is de ‘beleidswereld’. Vervolgens is de aanname dat het beleid ook vertaald is naar een set van regelingen en aanpakken; de ‘uitvoeringswereld’. De laatste aanname is dat de ‘uitvoeringswereld’ effectief is in de ‘leefwereld’. De risicogroepen worden bereikt en de aanpak leidt tot vermindering van de risico’s op armoede en schulden en daarmee worden beleidsdoelen gerealiseerd. Dat leidt tot het volgende onderzoeksmodel, waarbij we ons plan van aanpak ook op hoofdlijnen hebben weergegeven.
De fasering van het onderzoek en de onderzoeksmethoden is opgebouwd aan de hand van de ‘werelden’. Per wereld wordt gestart met een documentenanalyse gevolgd door interviews met
12
inwoners, uitvoerenden en beleidsmakers- en bepalers. De opbrengsten uit de gesprekken met de bewoners worden betrokken bij de vraagstelling aan de uitvoerenden. En de opbrengsten uit de gesprekken met de uitvoerders worden weer betrokken bij de vraagstelling aan de beleidsmakers- en bepalers. Zo worden de bevindingen verrijkt, steeds vanuit een ander perspectief en kan daarmee de hoofdvraag worden beantwoord. 2.3 Onderzoeksvragen In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: In hoeverre is het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Kaag en Braassem doeltreffend en doelmatig? De onderzoeksvragen zijn geordend langs de onderdelen van het onderzoeksmodel. Leefwereld 1. Hoe heeft de armoede- en schuldenproblematiek zich ontwikkeld? 2. Heeft de gemeente de doelgroepen met armoede en/of schulden voldoende in beeld? 3. In hoeverre leidt de aanpak van Kaag en Braassem tot vermindering van armoede en schulden? Uitvoeringswereld 4. Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering? 5. Hoe verhouden de inspanningen van de gemeente zich tot de bereikte resultaten? Beleidswereld 6. Hoe ziet het beleid ten aanzien van armoede en schuldhulpverlening van Kaag en Braassem eruit? 7. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente zich hierbij gesteld en hoe concreet en meetbaar zijn die geformuleerd? 8. Welk aanvullend beleid is geformuleerd in relatie tot energiearmoede? 9.
Hoe verantwoordt het college zich over de resultaten die op het gebied van armoede en schuldhulpverlening worden bereikt? 10. In welke mate wordt de raad geïnformeerd over het armoede- en schuldenbeleid?
13
2.4 Normenkader In onderstaande tabel zijn per onderzoeksvraag (alleen de oordelende onderzoeksvragen) normen geformuleerd. De onderzoeksvragen zijn geordend naar de onderdelen van het onderzoeksmodel. Onderdeel onderzoeksmodel Leefwereld
Uitvoeringswereld
Vraag
Norm
Hoe heeft de armoede- en schuldenproblematiek zich ontwikkeld? Heeft de gemeente de doelgroepen met armoede en/of schulden voldoende in beeld?
Beschrijvende vraag geen norm.
In hoeverre leidt de aanpak van Kaag en Braassem tot vermindering van armoede en schulden?
De gemeente heeft het beleid afgeleid van een analyse (kwalitatief en kwantitatief) van de risicogroepen op armoede en schulden. De gemeente kan op basis van feiten aantonen dat de gekozen aanpak leidt tot vermindering van armoede en schulden.
Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering?
Hoe verhouden de inspanningen van de gemeente zich tot de bereikte resultaten?
Beleidswereld
Hoe ziet het beleid ten aanzien van armoede en schuldhulpverlening van Kaag en Braassem eruit? Welke beleidsdoelen heeft de gemeente zich hierbij gesteld en hoe concreet en meetbaar zijn die geformuleerd? Welk aanvullend beleid is geformuleerd in relatie tot energiearmoede?
14
De uitvoerende professionals zijn bekend met het beleid. De doelstellingen van de gemeenten zijn vertaald in een concrete opdracht aan de uitvoerende professionals met afspraken over monitoring en verantwoording. De samenwerking tussen uitvoeringspartners is geborgd in afspraken en werkwijzen. Sprake is van een leer- en verbetercyclus tussen uitvoeringsprofessionals De gemeente maakt inzichtelijk wat het doelbereik is, zowel op het niveau van uitgevoerde activiteiten, ingezette maatregelen en aanpakken als behaalde maatschappelijke effecten. De gemeente heeft in beeld welk deel van de (potentiële) doelgroep daadwerkelijk bereikt is met de ingezette regelingen en aanpakken. Beschrijvend, geen norm.
De gemeente hanteert concrete en meetbare doelen in het beleid.
Beschrijvend, geen norm.
Onderdeel onderzoeksmodel
Vraag
Norm
Hoe verantwoordt het college zich over de resultaten die op het gebied van armoede en schuldhulpverlening worden bereikt?
De raad ontvangt periodiek informatie over het doelbereik van het ingezette beleid.
In welke mate wordt de raad geïnformeerd over het armoede- en schuldenbeleid?
De raad stuurt op basis van deze ontvangen informatie om het doelbereik van armoedebeleid te vergroten.
2.5 Onderzoeksverantwoording Scope en reikwijdte Dit onderzoek richt zich op het beleid en de uitvoering van armoede en schuldhulpverlening. Voor het onderzoek is met 19 inwoners gesproken. Hiermee kan zeker geen aantoonbaar causaal verband worden gemaakt. Wel geven deze interviews een goede indicatie van de ervaringen van inwoners. Doordat de bevindingen van deze gesprekken ook zijn getoetst in de gesprekken met de uitvoerders en beleidsmakers, geeft dit een aannemelijke indicatie van het effect voor de inwoners van het beleid van de gemeente. Veldwerk leefwereld In het onderzoek is gestart met onderzoek onder 19 inwoners die gebruik hebben gemaakt van gemeentelijke ondersteuning betreft armoedebeleid en schuldhulpverlening. De inwoners zijn in een interview gevraagd naar hun ervaringen met de ondersteuning die zij hebben gekregen. Veldwerk uitvoeringswereld In deze fase is gestart met een analyse van relevante beleids- en uitvoeringsdocumenten om een beeld op te bouwen van de beleids- en uitvoeringswereld. De gebruikte documenten zijn in de bijlage opgenomen. De volgende stap bestond uit het organiseren van zogenaamde ‘ontwikkelkamers’ met betrokken uitvoerders van gemeente en partners die direct betrokken zijn met het leveren van voorzieningen aan de inwoners. Aan deze uitvoerders zijn de bevindingen uit de gesprekken met de bewoners voorgelegd.
Ook is gevraagd om de ontwikkelpunten te benoemen die de huidige uitvoering in de weg staan. En of de inrichting en de ontwikkelpunten een beter doelbereik in de weg staan. Zo hebben zij gereflecteerd op de uitvoeringspraktijk en de bereikte resultaten. De gesproken uitvoerders zijn opgenomen in de bijlage. Veldwerk beleidswereld Met de uitkomsten van de interviews met inwoners, de ontwikkelkamer met de uitvoerders en de documentenanalyse in de hand zijn drie groepsgesprekken met beleidsmakers en verantwoordelijk wethouder(s) georganiseerd. De gesproken beleidsmakers zijn opgenomen in de bijlage. Groepsgesprek vertegenwoordiging raad Tijdens het groepsgesprek met de raad is ingegaan op de rollen die de raad heeft bij de uitvoering van het sociaal domein in kaderstelling en controle. Met hen is teruggeblikt op hoe de raad nu kaders heeft verstrekt en stuurt op het sociaal domein en hoe de raad deze sturing wenst vorm te geven in de toekomst.
15
Analyse en rapportage De bevindingen uit alle voorgaande fasen zijn geanalyseerd en vastgelegd in een nota van bevindingen. Deze is voor ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor teruggelegd.
3.
Bevindingen leefwereld
3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de bevindingen over de ontwikkeling van de armoedeproblematiek in Kaag en Braassem. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 1. Hoe heeft de armoede- en schuldenproblematiek zich ontwikkeld? 2. Heeft de gemeente de doelgroepen met armoede en/of schulden voldoende in beeld? 3. In hoeverre leidt de aanpak van Kaag en Braassem tot vermindering van armoede en schulden? 3.2 Onderzoeksmodel 1. Hoe heeft de armoede- en schuldenproblematiek zich ontwikkeld? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Het percentage inwoners met een inkomen op of onder het sociaal minimum is lager dan het landelijk gemiddelde. De Burgemeesterswijk kent gemiddeld de laagste inkomens. ▪ In 2020 had 7,1% van de inwoners van 18-64 jaar risicovolle of problematische schulden (regionaal 5,6%). Het is de verwachting dat dit de jaren daarna verder toegenomen is. ▪ De gemeente heeft het bereik en de effecten van de verschillende regelingen onvoldoende in beeld en heeft geen zicht op de inwoners die niet bereikt worden.
▪ Inwoners van niet Nederlandse achtergrond ervaren vaak digitale problemen en hier zit ook wantrouwen jegens de overheid vanwege de slachtoffers van de toeslagenaffaire. ▪ Professionals horen van inwoners dat de voorzieningen in Alphen aan den Rijn voor inwoners soms moeilijk bereikbaar is.
Onderbouwing Perspectief beleid In de Maatschappelijke Agenda 2024-2027 geeft de gemeente aan dat er in de gemeente Kaag en Braassem minder mensen met laag inkomen dan landelijk zijn maar dat er veel verschil tussen wijken is. Het percentage huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum is in de gemeente Kaag en Braassem 96%. Dit is 3% hoger dan het landelijk gemiddelde. Het gemiddeld jaarinkomen van de inwoners is € 31.000 en is hoger dan dat van de gemiddelde Nederlander. Het gemiddeld inkomen op wijkniveau toont grote verschillen tussen de wijken, variërend van € 22.300 in de Burgemeesterswijk tot € 40.500 op Kaageiland. Een groep die vaak buiten beeld is, is de groep mensen met een betaalde baan, die te weinig verdienen om van rond te komen. Van alle volwassenen in armoede (landelijk) heeft een derde betaald werk als belangrijkste eigen inkomensbron. De afgelopen jaren is de werkloosheid in de gemeente afgenomen: in 2022 was 2,8% van de inwoners (die potentieel actief kunnen zijn op de arbeidsmarkt) werkloos. In 2019 was dit 3,4%. Landelijk lag het percentage werklozen in 2022 op 3,5%. Momenteel (begin 2025) is dit aantal
16
280 wat een lichte daling is ten opzichte van 2023, maar nog steeds een forse stijging ten opzichte van 2020. De CBS-cijfers voor de ontwikkeling van problematische schulden in de gemeente Kaag en Braassem vanaf 2015 1 laten zien dat tussen 2015 en 2021 dit vrij stabiel was en dit schommelde tussen 4,4 en 4,8%. Echter sinds 2021 is een toename naar 6,4% in 2024. (4,8% in 2021, 5,3% in 2022, 6% in 2023 en 6,4 % in 2024). Dit is altijd nog aanmerkelijk lager dan het landelijk gemiddelde dat in 2024 op 8,9% ligt, maar de stijging tussen 2021 en 2024 is groter in de gemeente Kaag en Braassem dan die van het landelijk gemiddelde. Gemeentelijke respondenten geven aan dat sinds Corona meer ondernemers verwikkeld zijn in schuldenproblematiek en dat meer particulieren in de problemen komen door hogere kosten. Beleidsmedewerkers geven aan dat moeilijk grip te krijgen is op de omvang doelgroep door verouderde CBS-data en het ontbreken van de juiste gegevens. Zij hebben het bereik en de effecten van de verschillende regelingen onvoldoende in beeld en hebben geen zicht op de inwoners die niet bereikt worden maar wel in aanmerking komen voor gemeentelijke regelingen. De gemeente kan daarom op dit moment niet aantonen dat de gekozen aanpak leidt tot vermindering van armoede en schulden.
De gemeente heeft de wens om meer data-gestuurd te werken, maar het koppelen van verschillende soorten data is vanwege privacy problemen lastig. Perspectief inwoners (leefwereld) Bij gesproken inwoners zijn grote verschillen in kennis over beschikbare regelingen. Sommigen zijn goed geïnformeerd via instanties (Papierwinkel, Driemaster) en anderen niet. Meerdere inwoners geven aan dat ze een aarzeling voelen om hulp te vragen uit schaamte of twijfel over recht op ondersteuning. Perspectief professionals (uitvoeringswereld) Professionals van de gemeente en partners geven aan dat de gemeente sinds kort bijstandsontvangers informeert over beschikbare ondersteuning via een jaargesprek. Wel zien zij uitdagingen in het bereiken van alle huishouders die ondersteuning nodig hebben zoals ouders met een niet-Nederlandse achtergrond. Deze inwoners ervaren vaak digitale problemen en hier zit ook wantrouwen richting de overheid vanwege de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Daarnaast heeft de gemeente meerdere kernen en is slecht in één kern het gemeentehuis direct bereikbaar. Professionals horen van inwoners dat de voorzieningen in Alphen aan den Rijn voor inwoners soms moeilijk bereikbaar, met extra kosten en lange reistijden. Ook geven professionals aan dat de gemeente Kaag en Braassem niet over een specifieke telefoonlijn voor financiële vragen beschikt.
Wel kunnen inwoners van Kaag en Braassem terecht bij de Helpdesk Geldzaken van de gemeente Alphen aan den Rijn, maar mogelijk is dit niet laagdrempelig genoeg.
1 https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/
17
2. Heeft de gemeente de doelgroepen met armoede en/of schulden voldoende in beeld? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De gemeente heeft degenen die al bereikt worden met gemeentelijke regelingen goed in beeld. ▪ De gemeente heeft een beeld van de risicogroepen over armoede en schulden. Zij heeft hier haar beleid van afgeleid. ▪ Partners van de gemeente geven aan dat niet alle doelgroepen in beeld zijn die in aanmerking kunnen komen voor ondersteuning. Veel inwoners schamen zich ervoor om hun financiële situatie bespreekbaar te maken en zijn bang om gemeentelijke minimaregelingen terug te moeten betalen, bijvoorbeeld door de impact van de toeslagenaffaire. ▪ Doelgroepen die onvoldoende in beeld zijn, zijn jongeren met schulden en werkende armen.
Onderbouwing De gemeente heeft degenen die al bereikt worden met gemeentelijke regelingen goed in beeld. Zij probeert bij een signaal vanuit ‘Tom in de Buurt’ de inwoner die ondersteuning nodig heeft in een vroeg stadium te bereiken. Ook door de energietoeslag zijn meer mensen in beeld gekomen. Statushouders die zich vestigen in de gemeente zijn vanaf het moment van vestigen in beeld en worden in het verdere proces door gemeente en partners begeleidt. De gemeente heeft vanuit de inwoners die bereikt worden en de voorhanden data de risicogroepen op armoede en schulden in beeld. Zij heeft hier haar beleid op afgeleid. Echter een gedetailleerde analyse (kwalitatief en kwantitatief) van de risicogroepen op armoede en schulden is niet aangetroffen, waardoor niet alle doelgroepen in beeld zijn die in aanmerking kunnen komen voor ondersteuning. Partners van de gemeente geven aan dat veel inwoners zich schamen om hun financiële situatie bespreekbaar te maken zijn bang om gemeentelijke minimaregelingen terug te moeten betalen, bijvoorbeeld door de impact van de toeslagenaffaire. Gemeentelijke professionals vermoeden dat de doelgroep die hulp nodig heeft groter is dan de groep die nu bereikt wordt. Als voorbeelden noemen zij hierin jongeren met schulden waarvoor recent ook een pilot is gestart en de werkende armen.
Een andere groep inwoners die vermoedelijk niet worden bereikt zijn de werknemers van productiebedrijven. Er zijn volgens professionals veel productiebedrijven in de gemeente en de meeste medewerkers wonen in de gemeente. Deze praktisch geschoolde mensen verdienen vaak minder en komen mogelijk wel in aanmerking voor ondersteuning via de regelingen maar vragen dit niet aan. 3. In hoeverre leidt de aanpak van Kaag en Braassem tot vermindering van armoede en schulden? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Inwoners kennen de gemeentelijke regelingen vooral via partners van de gemeente ▪ Het merendeel van de inwoners bereikt de gemeentelijke regelingen via partners van de gemeente. Slechts een enkeling weet de regelingen zelf aan te vragen. ▪ De ontvangen ondersteuning draagt bij aan verlichting van de problemen van inwoners, maar lost niet altijd de onderliggende problemen op. ▪ Een aantal inwoners geeft aan niet geholpen te zijn door de ondersteuning. Dit waren vooral inwoners die ondersteuning kregen via de PLAN groep. ▪ Inwoners geven aan dat zij beschikbare regelingen niet altijd duidelijk vinden en dat er sprake is van wisselende aanspreekpunten. Inwoners ervaren een beperkte proactieve benadering vanuit de gemeente.
▪ Volgens gesproken inwoners kan de gemeente haar uitvoering verbeteren door het instellen van een vast contactpersoon per huishouden, door meer maatwerk te leveren, een snellere doorlooptijd te hanteren, betere communicatie te geven en nazorg in te zetten als het traject voorbij is. ▪ Volgens CBS-cijfers is het aantal huishouders met een inkomen tot 130% gestegen van 2016 tot 2023 van 1200 naar 1300 huishoudens.
18
Onderbouwing In deze paragraaf worden de bevindingen van de gesproken inwoners weergegeven in hoeverre dit voor hen heeft geleid tot vermindering van armoede en schulden. In totaal zijn 19 inwoners gesproken. De gesproken inwoners zijn alleenstaand of samenwonend, vaak met kinderen. Zij kwamen in de problemen door: • Scheiding • Schulden • Faillissementen • Gezondheidsproblemen • Administratieve fouten en wisselend inkomen • Parttime werk vanwege zorgtaken of door de beperkte financiële voordelen die zij zagen bij meer uur werken Dit betekende voor hun dagelijks leven dat zij veel financiële stress ervaarden omdat zij steeds een afweging tussen noodzakelijke uitgaven moesten maken. Verder hebben zij vaak beperkte ruimte voor extra’s, zoals sport of ontspanning en ervaren zij schaamte, onzekerheid en verlies van zelfstandigheid bij schulden. Bekendheid met de gemeentelijke regelingen en ondersteuning Bij gesproken inwoners zijn grote verschillen in kennis over beschikbare regelingen. Sommigen (4 van de 19 gesproken inwoners) zijn zelf goed geïnformeerd, anderen (11 van de gesproken inwoners) zijn goed geïnformeerd via partners (Papierwinkel, Driemaster) en weer anderen (4 van de gesproken inwoners) geven aan niet goed bekend te zijn met de verschillende beschikbare regelingen. Van de 19 gesproken inwoners hebben 2 inwoners zelf de gemeente kunnen benaderen voor ondersteuning.
De andere 17 inwoners zijn via partners, zoals de huisarts, de school, de Driemaster/papierwinkel, de woningbouwcoöperatie en de Voedselbank bij de gemeente terecht gekomen. Meerdere inwoners geven aan dat ze een aarzeling voelen om hulp te vragen uit schaamte of twijfel over recht op ondersteuning. Effect van ondersteuning Van de 19 gesproken inwoners geven 14 inwoners aan dat de ondersteuning die zij hebben gekregen via de regeling positief uitpakt doordat zij minder financiële stress ervaren, hun kinderen weer mee kunnen doen of dat dit ademruimte geeft. Echter geven meerdere inwoners aan dat dit hun onderliggende problemen niet altijd oplost. De andere 5 inwoners geven aan niet goed geholpen te zijn en ervaren geen verbetering in hun situatie. De gesproken inwoners ontvingen onder andere ondersteuning via schuldhulpverlening, jeugdfondsen, bijzondere bijstand en de voedselbank. Sommigen (9 van de 19 gesproken inwoners) ervaren de hulp als waardevol en goed georganiseerd, terwijl anderen (10 van de 19 gesproken inwoners) klagen over gebrek aan maatwerk, bureaucratie of het ontbreken van nazorg. Dit laatste komt voornamelijk doordat zij ondersteuning kregen via de uitvoering van de gemeente door de PLAN-groep. Nu recent de gemeente dit heeft overgenomen ervaren inwoners duidelijk kwalitatieve verbeteringen in de uitvoering.
Verbeterpunten Inwoners (15 van de 19 gesproken inwoners) geven aan dat zij beschikbare regelingen niet altijd duidelijk vinden, dat er sprake is van wisselende aanspreekpunten. Inwoners ervaren dat de gemeente hen niet actief benaderd en dat de houding van de gemeente voornamelijk reactief is.
19
Volgens gesproken inwoners kan de gemeente haar uitvoering verbeteren door: • Het instellen van een vast contactpersoon per huishouden, • Door meer maatwerk te leveren, zodat ondersteuning aansluit bij de problemen van de inwoner, • Een snellere doorlooptijd te hanteren, • Betere communicatie te geven en • Nazorg in te zetten als het traject voorbij is. Hierbij moet vermeld worden dat een aantal partners een opdracht uitvoeren namens de gemeente en fungeren daarmee als onderdeel van de gemeentelijke dienstverlening. Bijvoorbeeld de regelingen zoals die van het jeugdfonds, het volwassenenfonds en de stichting leergeld zijn alleen via de partner Driemaster aan te vragen door inwoners. Toekomstverwachting Als toekomstverwachting geven geïnterviewde inwoners aan dat zij streven naar financiële stabiliteit en de aflossing van schulden. Zij hopen op betere toekomstkansen voor hun kinderen, zoals onderwijs en sport. Inwoners verwachten van de gemeente hen inzicht biedt in de mogelijke ondersteuning. Daarnaast verwachten inwoners dat de ondersteuning blijvend is zolang dat nodig is. Vanuit de cijfers van het CBS blijkt dat het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum in 2016 het aantal 1200 huishouders was en is gestegen tot 1300 huishoudens in 2023.
3.3 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet of beperkt: dit betekent dat op geen enkele wijze of beperkt wordt voldaan aan de norm. Rode kleur • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. Oranje kleur • Voldoet: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte of geheel wordt voldaan aan de norm. Groene kleur Normen De gemeente heeft het beleid afgeleid van een analyse (kwalitatief en kwantitatief) van de risicogroepen op armoede en schulden.
De gemeente kan op basis van feiten aantonen dat de gekozen aanpak leidt tot vermindering van armoede en schulden.
20
Toetsing Voldoet merendeels. De gemeente heeft het beleid afgeleid van een algemene analyse van de risicogroepen. Echter dit is voornamelijk op basis van de inwoners die bekend zijn bij de gemeente. De gemeente heeft degenen die niet bereikt worden en wel in aanmerking komen niet voldoende in beeld, bijvoorbeeld jongeren met schulden en werkende armen. Voldoet niet. De gemeente monitort niet op effecten van de regelingen en haar beleid. Zij kan daarom niet aantonen dat de gekozen aanpak leidt tot vermindering van armoede en schulden.
4.
Bevindingen uitvoeringswereld
4.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de bevindingen over de ontwikkeling van de armoedeproblematiek in Kaag en Braassem. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen behandeld: 4. Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering? 5. Hoe verhouden de inspanningen van de gemeente zich tot de bereikte resultaten? 6. Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering? 4.2 Bevindingen 4. Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De uitvoeringsplannen sluiten grotendeels aan op het beleid, maar er zijn knelpunten in de samenwerking en uitvoering. ▪ Partners hebben behoefte aan meer regie door de gemeente, verbetering van communicatie onderling en het verminderen van bureaucratische drempels voor inwoners. Ook is behoefte aan betere monitoring en een efficiënter aanvraagproces.
▪ Tegenstrijdigheden en knelpunten in de uitvoering zitten in de verschillende werkwijzen per gemeente, trage communicatie, financiële beperkingen, digitale drempels en afhankelijkheid van gemeentelijke minimaregelingen ▪ Verbeteringen liggen in de aansluiting tussen vroegsignalering en schuldhulpverlening, de behoefte aan meer maatwerk en flexibiliteit in trajecten, snellere verwerking van aanvragen, vereenvoudiging van het aanvraagproces, betere bereikbaarheid van ondersteuning en versterkte samenwerking tussen partners om hulp efficiënter te bieden.
Onderbouwing Inrichting van de uitvoering Perspectief gemeente (MAG, schuldhulpverlening, beleidsmedewerkers, wethouder) en partners In de Maatschappelijke Agenda 2024-2027 ‘Het organiseren van verbinding’ beschrijft de gemeente dat zij samenwerkt met partners binnen en buiten de keten omdat maatschappelijke ondersteuning vraagt om integrale oplossingen. De gemeente verwacht daarbij van haar partners dat zij: • Bijdragen aan de doelen van de MAG; • Een laagdrempelig en collectief aanbod van hulp en ondersteuning realiseren; • Gezamenlijk plannen maken voor complexe vraagstukken (zoals 18-/18+ en vrijwilligerswerk); • Inwoners goed informeren over activiteiten en ondersteuning; • Samenwerken met verenigingen, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. De gemeente vervult hierbij drie hoofdrollen: • Opdrachtgever: zij stuurt via inkoop, subsidies en overeenkomsten op afspraken met uitvoerende organisaties. • Partner/ketenregisseur: zij verbindt en faciliteert samenwerking tussen partijen om een sluitende keten te vormen. • Samenwerkingspartner: zij voert zelf taken uit, zoals vergunningverlening, en werkt direct samen met partners.
21
De uitvoeringsplannen van de gemeente en haar partners zijn gericht op schuldhulpverlening, inkomensregelingen en sociale ondersteuning voor inwoners. Het doel is om mensen met financiële problemen te helpen, hun zelfredzaamheid te vergroten en sociale uitsluiting te voorkomen. Hoewel deze plannen grotendeels aansluiten bij het beleid, zien zowel gemeentelijke uitvoerders als partners verbeterpunten in de samenwerking en uitvoering. De uitvoering van schuldhulpverlening en inkomensregelingen heeft de gemeente Kaag en Braassem uitbesteed aan de gemeente Alpen aan den Rijn. In de samenwerking met de partners ziet de gemeente Kaag en Braassem een gelaagd partnerschap. Er zijn partners aangetrokken omdat de gemeente de kennis zelf niet in huis had. Verder voeren bepaalde organisaties wettelijke taken uit, zoals de Driemaster en Tom in de buurt die het welzijnswerk uitvoeren in de gemeente. Anderen partners ondersteunen indirect (zoals de voedselbank) en weer anderen hebben een taak in vroegsignalering van problemen (zoals scholen en huisartsen). Volgens de gemeente is het voordeel hiervan dat de uitvoering bij professionals ligt. Inwoners worden goed geholpen alleen ziet de gemeente ook dat zij hier actief op moet blijven sturen en bijsturen daar waar nodig. De gemeente is zich bewust dat zij niet enkel de opdracht moet wegzetten bij partners en klaar.
De gemeente moet de regie blijven voeren op de opdracht die er ligt. Aansluiting uitvoering op gemeentelijk beleid Perspectief gemeente (schuldhulpverlening) Inwoners kunnen terecht bij de Helpdesk Geldzaken voor advies. Afhankelijk van hun situatie krijgen ze ondersteuning van een budgetcoach of worden ze doorverwezen naar verdere schuldhulpverlening. Bij problematische schulden wordt gewerkt met stress-sensitieve en motiverende gespreksvoering om de oorzaak van de problemen te achterhalen. Vervolgens kan bewindvoering, budgetbeheer of financieel beheer worden ingezet om stabiliteit te bieden. Deze aanpak sluit volgens gesproken medewerkers aan bij het gemeentelijk beleid, dat gericht is op toegankelijke en efficiënte schuldhulpverlening. De gemeente werkt met een standaardroute en evalueert regelmatig of de dienstverlening voldoet aan de behoeften van inwoners. Budgetbeheer wordt vaak gecombineerd met schuldhulpverleningstrajecten van anderhalf jaar, waarna een nazorgperiode volgt. Door deze aanpak kunnen inwoners beter financieel zelfstandig blijven. Toch zijn er verbeterpunten. De doorstroom van vroegsignalering naar schuldhulpverlening moet beter gemeten worden. Ook hoort de uitvoering dat inwoners ervaren dat de dienstverlening soms traag is en dat de communicatie met de gemeente beter kan.
Perspectief partners Naast de gemeente spelen verschillende organisaties een belangrijke rol in de uitvoering van sociale ondersteuning. Zo richten het Jeugdfonds en Leergeld zich op de sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Ze helpen bij deelname aan activiteiten zoals zwemles en sport, waardoor kinderen zich beter ontwikkelen en sociale contacten opbouwen. Dit draagt bij aan het gemeentelijk beleid om kansenongelijkheid te verminderen. Tom in de Buurt ondersteunt kinderen en jongeren bij hun mentale en fysieke gezondheid, onder andere via sportactiviteiten zoals kickboksen. Er zijn wel beperkingen in de financiering, waardoor sommige activiteiten zoals zomerkampen niet altijd worden vergoed. Dit kan ervoor zorgen dat sommige kinderen buiten de boot vallen. Driemaster signaleert problemen en beheert het Noodfonds, waarmee inwoners financiële hulp kunnen krijgen. In de praktijk blijkt dat weinig mensen hiervan gebruikmaken, mogelijk door gebrek aan bekendheid. De gemeente kan hierin een actievere rol spelen door meer bekendheid te geven aan deze mogelijkheid. De Kledingbank verstrekt gratis kleding aan inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Dit draagt bij aan armoedebestrijding.
22
Partners benoemen dat zij aansluiten op het gemeentelijk beleid maar dat er ruimte is voor verbetering. De samenwerking met de gemeente kan efficiënter. Er is behoefte aan meer vaste contactpersonen binnen de gemeente om communicatieproblemen te voorkomen. Verder is onvoldoende afstemming tussen organisaties, waardoor sommige inwoners niet altijd de hulp krijgen die ze nodig hebben. Ook ontbreekt volgens uitvoerders van partners een sociale kaart. Zowel inwoners als partners zijn niet altijd op de hoogte van de beschikbare hulp, waardoor organisaties soms langs elkaar heen werken. Manier van samenwerken in uitvoering Perspectief gemeente (schuldhulpverlening) en partners De samenwerking tussen de gemeente en partners verloopt goed, maar er zijn knelpunten. Zo geven partners aan dat er veel wisselingen in contactpersonen zijn bij de gemeente, waardoor organisaties steeds opnieuw hun situatie moeten uitleggen. Verder werkt de gemeente werkt traag bij het verwerken van aanvragen en het nakomen van afspraken. Ook belemmert de privacywetgeving (AVG) soms doorverwijzing, waardoor inwoners niet altijd snel geholpen kunnen worden. Ondanks deze knelpunten is de samenwerking tussen gemeente en partners van belang en zorgt deze ervoor dat inwoners beter ondersteund worden.
Doordat de gemeente samen optrekt met partners zien voornamelijk partners dat stress bij inwoners voor inwoners wordt verminderd door hun inzet. Ook kunnen zij inwoners beter begeleiden naar ondersteuning, zoals schuldhulpverlening. Verbeterpunten liggen het sneller uitvoeren van afspraken en minder bureaucratische drempels creëren voor inwoners Tegenstrijdigheden en knelpunten in uitvoering Hoewel de uitvoeringsplannen in grote lijnen aansluiten op het beleid, zijn er tegenstrijdigheden en knelpunten die uitvoerende medewerkers en partners ervaren: • Verschillende werkwijzen per gemeente: de samenwerking met en regie van de gemeente Kaag en Braassem verschilt van die van Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop. Dit terwijl de uitvoeringsorganisaties actief zijn in alle drie de gemeenten. Dat leidt tot verwarring bij inwoners en organisaties. • Trage communicatie en bureaucratie: verder wordt ervaren dat de gemeente soms traag in de uitvoering van afspraken. Bijvoorbeeld bij de Kledingbank, waar subsidies niet op tijd beschikbaar waren door administratieve vertragingen. Hierdoor kunnen inwoners niet altijd op tijd geholpen worden. De gemeente Kaag en Braassem heeft de uitvoering van het verstrekken van subsidies binnen het sociaal domein, waaronder de subsidie aan de kledingbank, belegd bij de Driemaster.
• Financiële beperkingen en administratieve drempels: inwoners kunnen niet altijd gebruikmaken van alle voorzieningen die er zijn, bijvoorbeeld omdat ze hun reiskosten naar Alphen aan den Rijn zelf moeten betalen. Daarnaast kunnen kinderen vaak maar voor één activiteit ondersteuning krijgen, terwijl meerdere activiteiten belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. • Digitale drempels: veel inwoners hebben moeite met het digitaal invullen van aanvragen. Dit belemmert de toegang tot hulp. • Afhankelijkheid door gemeentelijke minimaregelingensysteem: gezinnen blijven door de gemeentelijke minimaregelingensystematiek juist afhankelijk van de gemeente. Dit maakt dat armoedebestrijding soms voelt als "dweilen met de kraan open".
23
Verbeterpunten in uitvoering Perspectief gemeente (schuldhulpverlening) Medewerkers van de schuldhulpverlening geven aan dat verbeteringen mogelijk zijn in de manier waarop vroegsignalering en schuldhulpverlening op elkaar aansluiten. Op dit moment is het lastig om goed te meten hoeveel mensen vanuit de vroegsignalering daadwerkelijk doorstromen naar een schuldhulpverleningstraject. Door dit beter in kaart te brengen, kan de gemeente gerichter inspelen op de behoeften van inwoners. Daarnaast is er behoefte aan meer maatwerk en flexibiliteit binnen schuldhulpverleningstrajecten. Niet iedereen heeft baat bij hetzelfde standaardtraject; sommige inwoners hebben bijvoorbeeld slechts een kortdurende begeleiding nodig, terwijl anderen langdurige ondersteuning nodig hebben om hun financiële situatie stabiel te krijgen. Ook kan de verwerking van aanvragen sneller en efficiënter, zodat inwoners eerder de hulp krijgen die ze nodig hebben. Perspectief partners Ook voor de samenwerkende partners zijn er verbeterpunten. Zo is het belangrijk dat er meer tijd en aandacht wordt besteed aan het opvolgen van signalen, vooral in samenwerking met partijen zoals Tom in de Buurt. Daarnaast kan het aanvraagproces voor hulpvoorzieningen eenvoudiger. Op dit moment moeten gezinnen vaak meerdere formulieren invullen voor verschillende regelingen.
Een meer gestroomlijnd systeem, waarbij inwoners met één aanvraag toegang krijgen tot meerdere vormen van ondersteuning, zou een oplossing kunnen bieden. Verder speelt de bereikbaarheid van ondersteuning een rol. Niet alle inwoners hebben de (financiële) middelen om naar hulplocaties te reizen, bijvoorbeeld het gemeentehuis in Alpen aan den Rijn. Een mogelijke verbetering zou zijn dat de gemeente reiskosten vergoedt voor inwoners. Tot slot kan de samenwerking tussen partners versterkt worden om versnippering van hulp te voorkomen. Partners geven aan dat zij soms aan vergelijkbare vraagstukken werken. Door beter samen te werken en informatie uit te wisselen, kan de hulp efficiënter en effectiever worden ingezet. 5. Hoe verhouden de inspanningen van de gemeente zich tot de bereikte resultaten? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Zowel de gemeente als partners zien dat hun inspanningen stress bij inwoners verminderen en hen perspectief bieden. Het effect van handelen wordt niet gemeten, waardoor inzicht in resultaten ontbreekt. ▪ Inwoners ervaren na de periode met PLAN groep betere kwaliteit dienstverlening.
Onderbouwing Perspectief gemeente (schuldhulpverlening, beleidsmedewerkers) De gemeente communiceert via verschillende kanalen. Communicatie via Facebook, LinkedIn, lokale kranten en bladen, bushokjes, flyers, kwartaalcampagnes en meewerken aan interview als het om onze doelgroep gaat. Verder geven medewerkers van de gemeente voorlichting bij woningbouwverenigingen, scholen en werkgevers. Medewerkers van schuldhulpverlening zien dat het effect op inwoners is dat inwoners een perspectief krijgen, zelfs voordat een oplossing wordt geboden. Dat stelt hen gerust. Soms lukt het niet om inwoners volledig zelfstandig te maken, waardoor bijvoorbeeld bewindvoering een optie blijft. De samenwerking met partners bestaat uit korte lijnen en een effectieve aanpak. Inwoners ervaren een betere dienstverlening na de periode van PLAN groep en krijger sneller hulp. Binnen de gemeente merken medewerkers dat er meer flexibiliteit en maatwerk wordt toegepast. De gemeente monitort het bereik en signaleert trends maar het blijft een uitdaging om de volledige omvang van de doelgroep in kaart te brengen. CBS-data lopen achter en het verkrijgen
24
van actuele en volledige gegevens is ingewikkeld. Dit bemoeilijkt monitoring. Hoewel duidelijk is hoeveel mensen worden bereikt, blijft onduidelijk hoeveel mensen niet worden bereikt. Er bestaat binnen de gemeente een wens om meer data gestuurd te werken. Idealiter zouden verschillende databronnen worden gekoppeld maar vanwege privacywetgeving is dit niet altijd mogelijk. Bovendien brengt data gestuurd werken aanzienlijke kosten met zich mee, aangezien het beheer en onderhoud vereist. Perspectief partners Partners zien dat het effect van hun handelen stress verminderd wat belangrijk is omdat stress kan leiden tot gezondheidsklachten. Het is belangrijk dat mensen minder afhankelijk worden van dure zorg. Daarnaast zorgen de partners voor overzicht voor de inwoners. Meerdere partners geven aan dat zij hun resultaten nog niet monitoren. Dit willen zij in de toekomst doen met behulp van een dashboard. Daarnaast willen zij samen met de gemeente meer opgavegericht werken. Op dit moment ervaren zij voldoende vrijheid om hun eigen werkwijze vorm te geven en zien zij hiervan ook de effecten in de praktijk. Alleen zij ervaren niet dat zij gezamenlijk aan één gedeelde opdracht of doel werken. Een van de redenen hiervoor is dat de beschikbare financiële middelen beperkt zijn. Over het algemeen is er voldoende budget om inwoners ondersteuning te bieden bij hun hulpvraag.
Het wordt lastiger wanneer partners ruimte willen creëren voor extra activiteiten, zoals aanvullende programma’s voor kinderen. Verder zijn er pilots die partners graag zouden willen ontwikkelen, zoals één aanvraag via DigiD. Maar daarvoor beschikken partners niet over de benodigde financiële middelen. De gemeente biedt hier ook geen ondersteuning voor. Partners moeten verschillende soorten financieringsbronnen aankloppen zoals fondsen om de financiële middelen te krijgen. Ten slotte zien partners dat de gemeente zicht heeft op een deel van de doelgroep. Vooral op inwoners die al bekend zijn, zoals inwoners die gemeentelijke belastingen betalen. Als zij niet betalen, wordt dit snel opgemerkt via vroegsignalering. Partners missen dat de gemeente contact opzoekt met inwoners, bijvoorbeeld via een fysiek krantje of brochure. Verder benoemden meerderen dat zij een laagdrempelige, speciale hulplijn missen voor inwoners met financiële vragen. Volgens hen zou zo een hulplijn ervoor kunnen zorgen dat de toegang naar hulp voor inwoners laagdrempeliger wordt en zij de hulp makkelijker weten te vinden. Hierbij speelt wel dat meerdere partners zien dat inwoners zelf minder snel actief hulp zoeken en financiële problemen binnen de familie houden. Ook voor kinderen zien partners uitdagingen. Leerachterstanden nemen toe, maar er is onvoldoende tijd en geld om hier iets aan te doen.
25
4.3 Toetsing aan het normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet of beperkt: dit betekent dat op geen enkele wijze of beperkt wordt voldaan aan de norm. Rode kleur • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. Oranje kleur • Voldoet: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte of geheel wordt voldaan aan de norm. Groene kleur Normen De uitvoerende professionals zijn bekend met het beleid.
De doelstellingen van de gemeente zijn vertaald in een concrete opdracht aan de uitvoerende professionals met afspraken over monitoring en verantwoording.
De samenwerking tussen uitvoeringspartners is geborgd in afspraken en werkwijzen.
Sprake is van een leer- en verbetercyclus tussen uitvoeringsprofessionals. De gemeente maakt inzichtelijk wat het doelbereik is, zowel op het niveau van uitgevoerde activiteiten, ingezette maatregelen en aanpakken als behaalde maatschappelijke effecten.
De gemeente heeft in beeld welk deel van de (potentiële) doelgroep daadwerkelijk bereikt is met de ingezette regelingen en aanpakken.
26
Toetsing Voldoet grotendeels. Uitvoerende medewerkers van de gemeente in de schuldhulpverlening zijn bekend met het beleid en voeren dit uit conform de afspraken. De uitvoering sluit aan op het beleid. Partners zijn ook bekend met gemeentelijk beleid, maar zien verbeterpunten om hun werkwijzen beter op het beleid aan te laten sluiten. Voldoet beperkt. De doelstellingen van de gemeente zijn volgens uitvoerenden niet vertaald in een concrete opdracht. Partners geven aan dat zij het missen te werken aan een gezamenlijke ‘opdracht’ en willen graag opgavegericht met de gemeente werken. Over monitoring zijn afspraken. Dit gebeurt door interne evaluaties, feedback van inwoners en een jaarlijkse verantwoordingscyclus. Voldoet grotendeels. Zowel uitvoerende medewerkers van de gemeente in de schuldhulpverlening als medewerkers van partners geven aan dat de samenwerking goed verloopt. Partners ervaren vrijheid in het invullen van hun werkwijzen vanuit de gemeente. Het gevoel van samenwerken aan één opdracht ontbreekt bij partners. Voldoet beperkt. Er is geen sprake van een structurele leer- en verbetercyclus tussen uitvoeringsprofessionals van gemeente en partners. Voldoet niet. Uitvoerende medewerkers van de gemeente in de schuldhulpverlening geven aan het effect van de uitvoering op inwoners niet wordt gemeten.