CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

BJ1278 Watertakenplan 2024-2027 Kaag en Braassem BIJLAGENRAPPORT_eindconcept_06112023

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Watertakenplan 2024-2027.25.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

 Bij vervanging of afkoppeling riolering rekening houden met de te verwachten klimaatverandering door de afvoercapaciteit vergroten.  Bij nieuwbouw een gescheiden rioolstelsel aanleggen.  Bij alle soorten projecten waarbij sprake is van werkzaamheden in de ondergrond rekening houden met de risico’s van extreme neerslag en te verwachten grondwaterstanden als gevolg van klimaatverandering. Naast het mogelijk voorkomen van extreme neerslag zullen ook de periodes van droogte mogelijk toenemen in lengte. Hierdoor zakt de grondwaterstand verder uit met risico’s voor funderingen en bodemdaling tot gevolg. De opgave voor de gemeente hierin bevat onder meer:  Herkennen van periodes die leiden tot uitzakken van de grondwaterstand;  Het hebben van voldoende wateraanvoer om peilbeheer te handhaven;  Voldoende dichtheid van sloten om uitzakking van de grondwaterstand in risicogebieden zoveel mogelijk te voorkomen. Beperken van grondwateroverlast en -onderlast De aanpak van grondwateroverlast en -onderlast vindt plaats op basis van de risicokaarten. Hieruit worden aandachtsgebieden geselecteerd waarna gekeken wordt naar structurele oplossingen om de overlast tegen te gaan. Daarnaast wordt er in geval van meldingen en klachten een inventarisatie gemaakt van mogelijke problemen en te nemen vervolgstappen om klachten tegen te gaan.

De meldingen en klachten worden in samenhang met de resultaten van de grondwatersysteemanalyse geanalyseerd. Voorwaarde voor te nemen maatregelen in de openbare ruimte van bestaand bebouwd gebied is dat er sprake is van structureel nadelige gevolgen. Er is sprake van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand wanneer er sprake is van een structureel te hoge of te lage grondwaterstand én de volksgezondheid in het geding is of als er schade ontstaat aan constructies van gebouwen, funderingen, verhardingen of beplanting. Natte kruipruimtes/kelders en tuinen worden niet als schade gezien.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

19

Open

Bij grondwateroverlast in bestaand bebouwd gebied hanteert de gemeente de onderstaande voorkeursvolgorde voor maatregelen:  Vergroten drooglegging en ontwatering door ophoging (of verlaging van het oppervlaktewaterpeil). Hierbij wordt een minimale drooglegging9 van 0,60 meter nagestreefd.  Aanleggen van extra oppervlaktewater (vaak alleen mogelijk bij revitalisering/nieuwbouw).  Aanleg drainagesystemen. Om de gewenste grondwaterstand te bereiken acht de gemeente het doelmatig om in gebieden met te grote afstanden tot oppervlaktewater en zonder bestaande ontwateringsvoorzieningen bij rioolvervanging (in de meeste gevallen) tevens een drainagesysteem inclusief uitleggers aan te leggen. Als sprake is van structurele grondwateroverlast op particulier terrein kan de perceeleigenaar het teveel aan grondwater aanbieden aan de gemeente. De gemeente neemt dit grondwater enkel aan indien zij dit doelmatig acht in verhouding tot (bouwkundige) maatregelen op particulier terrein. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor de afvoer van overtollig grondwater: 1. Naar oppervlaktewater. 2. Naar een niet bemalen openbaar hemelwaterstelsel. 3. Naar openbaar drainagesysteem. 4. Naar een bemalen openbaar hemelwaterstelsel. 5. Naar een bemalen gemengd/vuilwaterstelsel. De kosten voor ontwatering op het perceel zijn voor de perceeleigenaar.

Indien de oorzaken van de geconstateerde grondwaterproblemen behoren tot de verantwoordelijkheid van een perceeleigenaar, treedt de gemeente nadrukkelijk niet op als adviseur voor te nemen maatregelen door de perceeleigenaar op hun eigen terrein. Wel overhandigt de gemeente alle beschikbare (feitelijke) informatie / kennis aan de perceeleigenaar, zodat de perceeleigenaar zelf kan bepalen welke maatregelen op zijn perceel het meest doelmatig zijn. Bij het beoordelen van de afvoermogelijkheden van overtollig grondwater neemt de gemeente ook de werking van de huidige systemen in ogenschouw: de hoeveelheid en samenstelling (zoals aanwezigheid van oer in het grondwater) van het aangeboden grondwater mag de doelmatige werking van bestaande systemen niet aantasten. De gemeente neemt geen maatregelen in openbaar gebied om overlast op particulier terrein tegen te gaan, tenzij de overlast wordt veroorzaakt door hoge/lage grondwaterstanden in openbaar gebied of wanneer op basis van een doelmatigheidsafweging vast is komen te staan dat het treffen van maatregelen in openbaar gebied gezien de omstandigheden de beste oplossing tegen de laagste kosten is om het particuliere probleem op te lossen. In dit laatste geval draagt de particulier de kosten voor aanleg, beheer en onderhoud van de voorzieningen in openbaar gebied.

Voor de bestrijding van grondwateronderlast neemt de gemeente bij een (in het meetnet gemeten) ontwatering groter dan 1,5 meter het initiatief om te onderzoeken wat de oorzaak is van de lage grondwaterstand, of de funderingen een risico lopen op droogval en of er maatregelen mogelijk zijn. Daarnaast wil de gemeente zo veel mogelijk voorkómen dat grondwateronderlast optreedt als gevolg van een (onbedoeld) lek riool en/of grondwateronttrekking. Tijdens reguliere contacten die er zijn tussen waterschap, andere gemeenten, waterleidingbedrijven en provincie worden voorkomende gevallen van grondwateroverlast/onderlast besproken. In de Samenwerkingsovereenkomst met het hoogheemraadschap van Rijnland is overleg over de verantwoordelijkheid bij (grond)wateroverlast en –onderlast een standaard agendapunt. 9

Drooglegging: verticale afstand tussen oppervlaktewaterpeil en maaiveld WATERTAKENPLAN 2024-2027

6 november 2023

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

20

Open

Informeren van inwoners en bedrijven De gemeente is aanspreekpunt (loket) waar vragen en meldingen over problemen met grondwater binnenkomen. Bij meldingen neemt de gemeente de regierol op zich om de oorzaak van de problemen te onderzoeken, het verantwoordelijkheidsvraagstuk in te vullen en oplossingsrichtingen aan te dragen. Bij ingrepen in het openbare gebied (bijvoorbeeld rioolvervanging) informeert de gemeente de haar inwoners voorafgaand aan de werkzaamheden over de mogelijke wijzigingen in de grondwaterstand, maatregelen die de gemeente treft en maatregelen die de bewoners of bedrijven zelf kunnen treffen om grondwateroverlast en / of –onderlast te bestrijden. Kennisontwikkeling De gemeente heeft via een grondwatersysteemanalyse de werking van het grondwatersysteem in beeld gebracht. Deze analyse heeft onder andere geresulteerd in risicokaarten voor de grondwateroverlast en – onderlast. De gemeente heeft een grondwatermeetnet dat sinds 2013 bemeten wordt. De gemeente onderhoudt en exploiteert dit meetnet. De analyseresultaten uit dit meetnet vormen de basis om toekomstige grondwateroverlast en/of –onderlast, zowel bij huidig gebruik als bij toekomstige werken of nieuwbouw tijdig te herkennen en zoveel mogelijk te voorkomen.

De grondwatersysteemanalyse leidt tot meer kennis over en inzicht in de samenhang tussen het grond- en oppervlaktewatersysteem, de rol van (lekke) riolering hierbij alsmede de kwetsbaarheid van bebouwing/funderingen voor grondwaterstandswijzigingen, en dergelijke. Het basis grondwatermeetnet richt zich op het structureel verzamelen van grondwaterstanden. Waar nodig wordt het grondwatermeetnet in de loop van de tijd uitgebreid met extra meetpunten die volgen uit projectmeetnetten (zoals meetpunten die worden geplaatst in het kader van rioolrenovaties, ruimtelijke ontwikkelingsprojecten of funderings-onderzoeken). Hiermee wordt het meetnet geleidelijk aan verdicht en wordt specifiekere grondwatersysteemkennis verzameld.

Oppervlaktewater De kwaliteit van het oppervlaktewater in de bebouwde omgeving en het onderhoud van watergangen is geen specifieke watertaak van gemeenten. Als eigenaar van gronden langs watergangen in de openbare ruimte kan een gemeente wél onderhoudsplichtig zijn. Ook raakt waterkwaliteit aan de kwaliteit en het gebruik van de fysieke leefomgeving, waar de gemeente verschillende taken in heeft (o.a. openbare orde en veiligheid). Het toenemende gebruik van oppervlaktewater als recreatiewater (o.a. zwemmen en varen) stelt eisen aan de waterkwaliteit. Daarover zal de gemeente met de waterkwaliteitsbeheerder afspraken moeten maken: welke waterkwaliteit streven we na en wat is daarvoor nodig?

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

21

Open

Drinkwater Klimaatverandering, toenemende verontreinigingen en een groeiende watervraag zorgen ervoor dat drinkwaterbedrijven steeds meer moeite moeten doen de leveringszekerheid van drinkwater te waarborgen. Als beleidsmaker en vergunningsverstrekker en met een zorgplicht voor inwoners spelen gemeenten een rol bij het waarborgen van de drinkwatervoorziening. De aanwezigheid van schoon en voldoende drinkwater is in Nederland altijd een vanzelfsprekendheid geweest. De laatste jaren zien we dat er grenzen zitten aan de watervoorziening. Bewustwording is ook op dit vlak een aandachtspunt: meer bewust zijn van welke gevolgen drinkwaterverbruik (voorlichting aan bedrijven in huishoudens) en ruimtelijke keuzes (omgevingsbeleid) kunnen hebben voor de drinkwatervoorziening. Ook kan het besparen van drinkwater geïntegreerd worden in de woningbouwopgave. Met maatregelen voor opvang en gebruik van regenwater zorg je ervoor dat huishoudens minder drinkwater gebruiken. Regenwater kun je prima inzetten voor de tuin of het toilet. Bij nieuwbouw is in de huidige tijd veel aandacht voor isolatie, maar veel minder voor regels voor wateroplossingen. Binnen de gemeentegrenzen van Kaag en Braassem zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden of intrekgebieden voor drinkwater gelegen.

Wel heeft de gemeente aandacht voor het schoon houden van water, hetgeen bijdraagt aan het waarborgen van de drinkwaterproductie. Dit doet zij door het scheiden van schone en vuile waterstromen, het reduceren van de frequentie en hoeveelheid riooloverstortingen, infiltratie van hemelwater en het lozen van schoon hemelwater op oppervlaktewater, onder andere door afkoppeling en de ombouw van verbeterd gescheiden naar volledig gescheiden rioolstelsels (waarbij schoon hemelwater niet langer naar de rioolwaterzuivering afgevoerd wordt). Bij uitbreidingsgebieden wordt rekening gehouden met de drinkwatervraag.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

22

Open

Bijlage 1-2

6 november 2023

Reactiebrief Hoogheemraadschap van Rijnland

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

23

Open

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

24

Open

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

25

Open

Bijlage 2-1

Water gerelateerde aspecten Omgevingsvisie

Omgevingsvisie Kaag en Braassem De instrumenten van de Omgevingswet bieden de gemeenten mogelijkheden om in afstemming en samenwerking met het waterschap 'te sturen' op het realiseren van de doelen voor de riolering en het stedelijk waterbeheer. Dat kan via eigen maatregelen in een Water- en rioleringsprogramma (Wrp) cq. Watertakenplan en via juridisch bindende regels voor inwoners en bedrijven in een omgevingsplan. De omgevingsvisie ligt daaraan ten grondslag. Eind 2020 is de eerste Omgevingsvisie voor en van Kaag en Braassem vastgesteld. In 2021 is de Omgevingsvisie op een aantal gebieden nog concreter gemaakt. Zo zijn de belangrijke uitgangspunten van de verschillende gebiedstypen nog verder uitgewerkt. In januari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0 vastgesteld. Onderstaand zijn de in het kader van het Watertakenplan relevante passages uit de Omgevingsvisie opgenomen (beleid gerelateerd aan de gemeentelijke watertaken, zie bijlage 1-1). Met name thema 3 van de Omgevingsvisie is in dit kader van belang: Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem. Dit thema kent 4 opgaven: 1. de resterende biodiversiteit in Kaag en Braassem behouden en werken aan herstel; 2. bodemdaling, al dan niet door veenoxidatie, en haar nadelige gevolgen zoveel mogelijk tegengaan dan wel benuttende biodiversiteit in Kaag en Braassem behouden en versterken; 3.

de veiligheid van het grondwater en de kwaliteit van de bodem waarborgen; 4. ervoor zorgen dat Kaag en Braassem in de toekomst goed om kan gaan met extreme regenval, droogte en hittestress (klimaatadaptatie). Rol van de gemeente Veel van het groen is van de agrariërs en in mindere mate van inwoners en andere organisaties. Verder zorgt het hoogheemraadschap van Rijnland voor een groot deel van het blauw. Dit betekent vooral dat we, om de uitdagingen in het groen en blauw op te pakken, moeten samenwerken. De gemeente ziet dan ook de volgende rollen voor zichzelf weggelegd bij de opgaven rondom biodiversiteit, klimaatadaptatie en bodemdaling:  De gemeente moet het eigen vastgoed klimaatadaptief maken (presterende rol).  Bodemdaling is een opgave waar de gemeente voornamelijk een participerende en samenwerkende rol voor zichzelf ziet weggelegd. Dit omdat deze opgaven (regionale) afstemming en samenwerking vragen met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap Rijnland: een groot deel van het bodemdalingsgebied en omliggend water is van hen en zij hebben hier dus ook dagelijks mee te maken. 53% van de respondenten van het inwonerspanel geeft aan last te hebben (van de gevolgen) van bodemdaling.

Meer dan 40% van het totale landoppervlak van de gemeente Kaag en Braassem is gevoelig voor veenoxidatie, en dus voor bodemdaling; er zijn plekken waar de bodem in totaal met circa 60 centimeter zal dalen in de komende 30 jaar;  Het behoud en herstel van de biodiversiteit is een opgave waar de gemeente een tweeledige rol voorziet, enerzijds vormen onze bermen een groot areaal waar we met beheer de biodiversiteit kunnen stimuleren hierbij is een presterende rol voor de hand liggend. Maar er is ook een participerende en samenwerkende rol omdat deze opgaven (regionale) afstemming en samenwerking vragen met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap Rijnland, want een groot deel van het gebied en omliggend water is van hen en zij zijn verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

26

Open

Ruim 51% van de respondenten in het inwonerspanel geeft aan bereid te zijn om, al dan niet samen met anderen, het openbaar groen te onderhouden. Er is een samenwerkende en participerende rol voor de gemeente om samen de openbare ruimte in te richten en te onderhouden op plekken waar initiatief, draagvlak en energie ontstaat. Omgaan met bodemdaling Een groot deel van Kaag en Braassem (circa 40% van het landoppervlak) bestaat uit veengrond. Deze grondsoort is gevoelig door bodemdaling die op twee manieren kan ontstaan:  Bodemdaling door veenoxidatie in het veenweidegebied. Wanneer veengronden worden ontwaterd en in contact komen met zuurstof, breken ze af en lost de veen als het ware op. Hierdoor zakken veel polders in ons veenweidegebied. Sinds kort is ook duidelijk dat deze vorm van bodemdaling niet alleen zorgt voor een lager maaiveld. Het zorgt er ook voor dat enorme hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten. Bodemdaling door veenoxidatie draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde.  Belasting van de veengrond met zwaarder ophoogmateriaal zoals zand, beton of asfalt. Deze vorm van bodemdaling is vooral terug te zien in gebieden waar gebouwd wordt: de bebouwde kom en bij wegen.

Deze vorm van bodemdaling kan (plaatselijk) oplopen tot centimeters per jaar een heeft grote gevolgen: wegen verzakken, rioleringsbuizen breken af, er ontstaat wateroverlast of hinder en er kan paalrot optreden in houten funderingen. De veenweidegebieden zijn van economisch belang voor Kaag en Braassem omdat een groot deel van de agrariërs er hun inkomen op verdient. Met name de melkveehouders en de daarvan afgeleide kaasmakerijen zijn afhankelijk van de groene polders. Een continue kunstmatige verlaging van het grondwaterpeil, wat tot op heden vooral wordt toegepast, lijkt op lange termijn niet houdbaar en staat daarom dan ook ter discussie. Het is duidelijk dat het veenweidegebied een gebied is vol details, gemaakt door eeuwenlange interactie tussen mens, water en bodem en dat hierdoor gebiedskennis van wezenlijk belang is bij het vinden van de oplossing. Wat betreft de bodemdaling die ontstaat vanwege belasting: ook daar zullen de oplossingen uit innovatie moeten komen. Het heeft geen zin door te gaan met het opnieuw opbrengen van de bodem met zwaarder ophoogmateriaal om de opgetreden bodemdaling te compenseren. Licht maar sterk of drijvend bouwen, om zo de belasting op de bodem te verminderen, kan het begin van een interessante oplossing zijn. Wat we zeker weten is dat we samen aan de slag moeten.

Met de agrariërs maar ook met vrijwel alle overheden die bij bodemdaling en veenoxidatie betrokken zijn, zoals het hoogheemraadschap Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West-Holland. Functie en kwaliteit oppervlaktewater In onze gemeente liggen meerdere waterlichamen die moeten voldoen aan Europese Richtlijnen: de Kader Richtlijn Water (KRW). In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de KRW in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De KRW beoogt onder meer de bescherming en verbetering van aquatische ecosystemen en duurzaam gebruik van water. Oppervlaktewateren moeten daarom een ‘goede ecologische toestand’ bereiken. Het hoogheemraadschap alleen kan niet zorgen dat de KRW-doelen worden behaald, ook agrariërs en de gemeente hebben hierin een belangrijke rol. Ons water wordt intensief gebruikt. Voor recreatieve vaart, maar ook vanwege de bedrijfsmatige vaart. Bovendien liggen er in sommige delen van Kaag en Braassem verschillende woonarken. Dit legt zijn beslag op ons water en kan, wanneer er onverstandig wordt gehandeld, negatieve gevolgen hebben voor onze waterkwaliteit en de natuur. Daar moeten we dus samen voor waken. Gezonde poldersloten zijn belangrijk voor vissen en amfibieën. Ook helpen de karakteristieke sloten bij het verwerken van al het regenwater: ze zorgen ervoor dat we minder overlast hebben tijdens een heftige 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

27

Open

onweersbui. Een natuurlijke leefomgeving waarin het groen en blauw ecologisch gezond en in evenwicht is, is niet alleen goed voor planten en dieren. Het is ook goed voor ons als mens: het geeft ontspanning en vermindert stress, stimuleert bewegen en het versterkt onze veiligheid doordat we in de toekomst beter om kunnen gaan met extremer weer. Grondwater en bodem - waarborgen veiligheid en kwaliteit De bodem, de ondergrond, het grondwater en het oppervlaktewater zijn nauw met elkaar verbonden en reageren op elkaar. Met opgaven als bodemdaling, de energietransitie, het omgaan met extremer weer en het versterken van de biodiversiteit, is het belangrijk om verstandig om te gaan met onze bodem en ons water. Beslissingen van nu kunnen grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld ons grond- en drinkwater in de komende decennia (trage systemen). Het water komt in alle facetten van de fysieke leefomgeving voor. We leven en wonen ermee samen, verbouwen ons voedsel ermee, en gebruiken het om te douchen en om er op te varen. Water(beschikbaarheid) lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Klimaatverandering en de verschillende opgaven in deze regio zijn een enorme uitdaging waar overheden, bedrijfsleven en inwoners gezamenlijk aan moeten werken.

Keuzes maken (combineren van functies in de ondergrond of meerdere opgaven tegelijkertijd aanpakken) en een duurzaam gebruik van de bodem, ondergrond en water zijn nodig voor een gezonde en veilige leefomgeving waarin onze inwoners kunnen blijven wonen en leven; waarin onze agrariërs en andere bedrijven kunnen blijven werken; waarin de toeristen kunnen blijven recreëren. Wat willen we bereiken?  Het vergroten en verbeteren van de veiligheid van onze leefomgeving, van ons grondwater en dat van onze bodem.  Innovatief en duurzaam bodemgebruik.  Het realiseren van een zo goed mogelijke bodem- en waterkwaliteit Klimaatadaptatie We merken het steeds vaker: periodes van lange droogte, zeer warme zomers en regenbuien met enorme hoeveelheden water in een zeer korte tijd. Het klimaat verandert en dit heeft gevolgen: wateroverlast, het warmer worden van de gebouwde omgeving (‘hittestress’) en een versnelde bodemdaling. Het opvangen en/of beperken van deze gevolgen noemen we: klimaatadaptatie. In Kaag en Braassem treffen we nu al maatregelen om in de toekomst beter om te kunnen gaan met extremer weer en klimaatadaptief te zijn. Zo worden riool- en regenwater bij projecten inmiddels van elkaar gescheiden. Ook koppelen we, tijdens het onderhoud aan de wegen en de riolering, bij zoveel mogelijk mensen de afvoer van hemelwater af.

Dat betekent dat regen die op onze daken valt, niet langer wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, maar naar oppervlaktewater geleid wordt (of, indien de bodemgesteldheid dat toelaat de kans krijgt om in de grond te trekken). Ook leggen we nieuwe wegen en trottoirs slim neer zodat het regenwater uit zichzelf naar een nabijgelegen berm, plantsoen of naar oppervlaktewater kan stromen. De verwachting is dat het weer in Nederland, en dus ook in Kaag en Braassem extremer wordt, waardoor er meer (stevige) maatregelen noodzakelijk zijn. Maatregelen waardoor we meer water voor een tijdelijke periode kunnen opslaan. Dit wordt een uitdaging, want we wonen en werken in bodemdalingsgevoelig gebied waar het grondwaterpeil al relatief hoog staat. Hierdoor kunnen we niet simpelweg al het regenwater in de sloten laten lopen omdat die al snel vol zullen zitten. Dit vraagt om maatregelen van de gemeente in het groen, op de wegen, trottoirs, fietspaden, parkeerplaatsen en in de openbare ruimte waar we spelen en bewegen. Maar ook van inwoners in hun tuinen en op de daken. Van ondernemers op en om de bedrijfspanden, van agrariërs in de polders en van projectontwikkelaars bij nieuwbouw. Wanneer we dat doen, voorkomen we veel van de wateroverlast en hittestress met bijbehorende schade, en vergroten we de veiligheid van onze leefomgeving. 6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

28

Open

Ook het klimaatadaptief maken van onze gemeente vraagt om een gezamenlijke inspanning van inwoners, agrariërs en andere bedrijven en de verschillende overheidsinstanties. 21% van de respondenten vindt dat duurzaamheid te maken heeft met ons milieu, de natuur, klimaat en de bescherming ervan en 73% laat weten dat iedereen hier een bijdrage aan zou moeten leveren. Opvang van regenwater en tegelijkertijd koelen Gelukkig geeft een deel van onze inwoners aan open te staan voor dit soort maatregelen. Circa 90% van de respondenten van het inwonerspanel laat weten bereid te zijn om regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van de wc. Het verminderen van het aandeel tegels en verharding in de voor- en achtertuin en daarvoor in de plaats planten, struiken en bloemen plaatsen is nog zo’n maatregel die zoden aan de dijk zet (55% van de respondenten van het inwonerspanel is bereid deze stap te zetten). Net als het eerdergenoemde afkoppelen en het opvangen van regenwater in een regenton. Verder is het mogelijk om zoveel mogelijk groene daken (sedum - natuurlijke begroeiing) toe te passen. Hierdoor vang je niet alleen water op en houd je het langer vast, het heeft ook een verkoelend effect. Zowel binnen als buiten.

In het document dat beschrijft hoe de openbare ruimte ingericht moet worden, de Leidraad Inrichting van de Openbare Ruimte (LIOR), wordt rekening gehouden met de waardevolle kwaliteiten van het groen. Zo is er binnen de gemeente de afspraak dat bomen die gekapt worden bij nieuwe ontwikkelingen, in gelijke aantallen gecompenseerd terug moeten komen. Hier bovenop komt het verplichte groen, en ‘nieuwe’ (extra) bomen, die aangelegd of gepoot moeten worden bij bijvoorbeeld nieuwbouw. Dit is noodzakelijk om onze wijken aantrekkelijk en gezond te houden voor de inwoners, en bovendien draagt het stevig bij aan het verbeteren van de biodiversiteit en kunnen we daardoor beter omgaan met het extreme weer van de toekomst. Wat willen we bereiken?  Het groen in Kaag en Braassem zoveel mogelijk behouden, vergroten of ontwikkelen zodat het in de toekomst een bijdrage kan leveren aan het omgaan met klimaatverandering.  De leefomgeving van Kaag en Braassem zo inrichten en onderhouden dat we in de toekomst beter om kunnen gaan met klimaatverandering en extremer weer. Naast thema 3, bevat ook thema 8 (Veilig Kaag en Braassem) elementen die raken aan de gemeentelijke watertaken: Zorgdragen voor een schone, hele en veilige openbare ruimte Een schone, hele en veilige openbare ruimte (de ruimte die voor iedereen toegankelijk is) draagt bij aan de sociale veiligheid en leefbaarheid.

Wij hebben een rol in onderhoud en handhaving, maar we kunnen meer bereiken als we dit samen aanpakken. Inwoners kunnen een grotere rol krijgen bij het beheer van de openbare ruimte. Zo kunnen ze voor hen belangrijke zaken zelf oppakken en veranderen als ze dat willen. Wij willen daarom de komende periode buurtinitiatieven rondom de woonomgeving stimuleren en faciliteren. Wij maken samen met inwoners de leefbaarheid in onze dorpen. Samen zijn we verantwoordelijk voor een schone, hele en veilige buurt.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

29

Open

Bijlage 3-1

DoFeMaMe Kaag en Braassem

Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Kennisbank Stedelijk Water besteedt aandacht aan doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Inleidend is daarin het volgende opgenomen: Het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe uw gemeente invulling geeft aan haar wettelijke waterzorgplichten. Om dit eenduidig vast te leggen, is de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden ontwikkeld. Deze aanpak is in Nederland al bijna vijftien jaar gemeengoed en heeft inmiddels een breed draagvlak verworven. Ook de Europese norm Buitenriolering NEN-EN752 (ontwerp 2007) houdt deze methodiek aan. Met de beschrijving van doelen en functionele eisen legt u de gewenste situatie van de toestand en het functioneren van afval-, regen- en grondwatervoorzieningen in uw gemeente vast. Door vervolgens maatstaven en de daarbij behorende meetmethoden te formuleren, maakt u de invulling van de gemeentelijke watertaken concreet en toetsbaar. Behalve eisen aan de voorzieningen stelt u ook voorwaarden aan het beheer ervan door de gemeente. Zo kunt u het gewenste functioneren van de voorzieningen realiseren en waarborgen. Ook deze voorwaarden kunt u toetsbaar maken door ze te specificeren in concrete maatstaven en meetmethoden.

Wijziging Door de verbreding van de rioleringszorg naar de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater en de komst van de Waterwet is de focus verbreed en meer gericht op de dienstverlening (de maatschappelijke prestaties) van de infrastructuur. Daarbij is de 'oude' DoFeMaMe-systematiek onverminderd goed bruikbaar om de zorgplichten te vertalen naar concreet meetbare effecten. Namelijk door de doelen niet langer te beperken tot een beschrijving van het gewenste systeemgedrag, maar van de beoogde effecten.

Wij werken volgens deze methodiek en hebben onze doelen onderverdeeld naar de volgende aspecten:  Aspect 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater  Aspect 2: doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater (dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding)  Aspect 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt  Aspect 4: voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater  Aspect 5: minimale overlast voor de omgeving  Aspect 6: voorkomen ontstaan structurele grondwateroverlast De aspecten onderverdeeld naar de zorgplichten: Zorgplicht Aspect Afvalwater 1, 3, 4, 5 (deels). Hemelwater 2 en 5 (deels) Grondwater 6

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

30

Open

Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

Doel 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 1.1

1.2

1.3

Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied, waar afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. In het belang van: volksgezondheid en milieu Beperken van ongewenste lozingen op de riolering. In het belang van: volksgezondheid en milieu

Alle percelen voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling van het afvalwater doelmatiger is.

Controle van alle aansluitingen op riolering en IBA’s (dan wel andere alternatieve voorzieningen)

Naleven lozingsvoorwaarden in de Wm.

De objecten moeten in goede staat zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu

De toestand van waterdichtheid, afstroming of stabiliteit wordt beoordeeld en gebreken worden verholpen (als dit doelmatig is).

Toezicht bij de aanleg van riolering. Ingrijpen bij meldingen of signalen die mogelijk duiden op de aanwezigheid van foutieve aansluitingen. Controle, handhaving, registratie (door milieu inspectie). Visuele inspectie van de rioolleidingen volgens de Europese norm NEN-EN 13508-2 en beoordeling van de resultaten

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

Huidige situatie: alle percelen en woonboten zijn aangesloten op (druk)riolering dan wel voorzien van een IBA indien aansluiting ondoelmatig is gebleken. Nieuwe ontwikkelingen: binnenstedelijk en uitleggebieden aansluiten op riolering, doelmatigheidsafweging in buitengebied Huidige situatie: controle (op foutaansluitingen) en/of handhaving vindt plaats indien daar aanleiding toe is. Nieuwe ontwikkelingen: nieuwe aanleg toetsen op correcte aansluiting/ ongewenste lozingen (huidige werkwijze) Huidige situatie: inspectie en beoordeling 1 keer per 12 jaar. Nieuwe ontwikkelingen: opleverinspectie uitvoeren

Open

Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

Doel 2: Doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater (dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding) 2.1

Nieuwe ontwikkelingen: alleen inzamelen van afstromend hemelwater voor zover dit redelijkerwijs niet op eigen perceel of op openbaar terrein te verwerken is, dan wel af te voeren is naar oppervlaktewater. In het belang van: wateroverlast. Zoveel mogelijk voorkomen van het onnodig afvoeren van schoon hemelwater naar de RWZI In het belang van: volksgezondheid en milieu

Daar waar hemelwater niet op percelen en delen van het openbaar gebied verwerkt kan worden, dan wel af te voeren is naar oppervlaktewater, zijn voorzieningen aanwezig om het overtollig hemelwater in te zamelen.

Controle bij verlenen Omgevingsvergunning bouwen en door middel van toezicht en handhaving.

(hemelwater)beleid bij nieuwe ontwikkelingen / sloop en nieuwbouw voortzetten.

Bij alle percelen en delen van de openbare ruimte waarvan het in te zamelen hemelwater geschikt is voor de lokale waterhuishouding wordt gebruik gemaakt van voorzieningen om het hemelwater terug te brengen naar bodem of oppervlaktewater (mede met het oog op tegengaan verdroging).

Huidige werkwijze voortzetten, inzetten op afkoppeling particuliere verharding op projectbasis

2.3

De instroming in riolen via kolken moet ongehinderd plaatsvinden. In het belang van: wateroverlast

Hinder en wateroverlast als gevolg van disfunctioneren kolken minimaliseren

2.4

De objecten moeten in goede staat zijn. In het belang van: volksgezondheid (veiligheid) Hemelwater mag alleen worden afgevoerd via een stelsel dat daarvoor ontworpen is, dus niet via voorzieningen die alleen voor DWA zijn ontworpen zoals vuilwaterriolering bij vrijverval stelsels, druk-, vacuüm- en luchtpersrioleringsstelsels. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.

De toestand van waterdichtheid, afstroming of stabiliteit wordt beoordeeld en gebreken worden verholpen (als dit doelmatig is).

- Inventariseren afkoppelkansen - Mogelijkheid van afkoppelen en realisatie RWA afvoerleidingen meenemen bij ingrepen in openbare ruimte - Particulieren en bedrijven stimuleren verhard oppervlak af te koppelen. Preventief straatvegen en reinigen van kolken Bij meldingen en signalen van verstopte en defecte kolken adequaat handelen Visuele inspectie van de rioolleidingen volgens de Europese norm NEN-EN 13508-2 en beoordeling van de resultaten Controle draaiuren gemalen en handhaving indien daar aanleiding voor is (vermoeden, disfunctioneren, toename storingen/ elektriciteitsverbruik).

2.2

2.5

6 november 2023

Verpompte hoeveelheden in stelsels voor DWA komen overeen met de afvalwaterproductie bij droogweer.

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

Periodiek en planmatig schoonhouden van straatkolken zodanig dat deze functioneel zijn/blijven en het gehele jaar door functioneren. Huidige situatie: inspectiestrategie voortzetten. Opleveringsinspectie uitvoeren. Controle op foutaansluitingen in buitengebied (en in DWA stelsels), eventueel in combinatie met inzicht in kwaliteit stelsel (2.4) indien daar aanleiding toe is. Focus op drukrioleringssystemen.

Open Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

2.6

Gemiddeld niet vaker dan 1 keer per 2 jaar in geringe mate water-op-straat (theoretisch, bui08) wordt geaccepteerd. Dit mag niet leiden tot overlast / schade. Hierbij rekening houden met klimaatverandering door maatregelen ‘zwaarder’ uit te voeren dan noodzakelijk voor de ‘norm’.

Hydraulische berekening volgens Kennisbank Stedelijk Water module C2100 met een bui die een theoretische herhalingstijd heeft van één keer per 2 jaar.

Norm is geen overlast (en schade) bij bui08. Inventariseren gevoelige locaties (in het kader van een periodiek op te stellen SSW). Doelmatige maatregelen treffen om de kans op wateroverlast te reduceren ook met het oog op klimaatverandering. Werk met werk maken is daarbij uitgangspunt. Overleg met HHR is essentieel in verband met peilbeheer

Doel 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt 3.1

3.2

3.3

Geen nadelige gevolgen als gevolg van een te beperkte afvalwaterafvoercapaciteit tijdens droogweer omstandigheden. In het belang van: volksgezondheid en milieu De afstroming dient gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu

Bij nieuwbouw, nieuwe ontwikkelingen: ontwerp zodat overlast wordt voorkomen. Optimaal stelselontwerp conform LIOR en “ontwerpgrondslagen” Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED).

Hydraulische berekening volgens module C2100. Toetsen van bestaand afvalwaterriool, drukriool indien debiet als gevolg van uitbreiding / ontwikkelingen toeneemt.

Toetsen of uitbreidingen geen negatief effect hebben op bestaande stelsel(s).

- Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (als dit doelmatig is). - Ingrijpmaatstaven voor zand/vuilophoping, obstakels en vuilafzetting worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is). - Inslagpeilen van gemalen moeten onder binnen onderkant (BOK) laagst aanvoerend riool liggen. - Ontwerpen van leidingstelsels moeten voldoen aan de eisen die de LIOR daaraan stelt.

- Er vindt terugkoppeling plaats over bevindingen tijdens inspecties, beheer en onderhoud gemalen. Ook informatie via Te-Tec voorhanden. - Gevoelige locaties zijn bekend, wordt op geanticipeerd door extra onderhoud.

Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de zuiveringsinrichting te bereiken. In het belang van: volksgezondheid en milieu

Afvalwater en gemengd rioolwater verblijft niet langer dan 24 uur in de gemeentelijke riolering.

- Visuele inspectie van rioolleidingen volgens de Europese norm NEN-EN 13508-2. - Toetsen van ontwerpen o.a. op correct toepassen van de LIOR - Waarnemingen tijdens beheer en onderhoud gemalen - extra aandacht voor gevoelige plekken voor vuilophoping, kans op verstoppingen. Berekening van netto berging en ledigingstijd van gemengde vrijverval rioolstelsels.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Open

Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

Doel 4: voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater 4.1

De vuiluitworp door overstorten van gemengd rioolwater op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: waterkwaliteit, volksgezondheid en milieu

Aanpassingen van gemengde rioolstelsels of veranderingen in de belasting van de gemengde rioolstelsels mogen niet leiden tot een toename van de vuiluitworp.

Overstorten en rioolgemalen van gemengde rioolstelsels monitoren Voorschriften stellen aan ruimtelijke ontwikkelingen een aanpassingen van de bestaande riolering.

4.2

De vuiluitworp door regenwaterlozingen op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: waterkwaliteit, volksgezondheid en milieu

Alleen schoon regenwater mag worden geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater.

4.3

Voldoende inzicht hebben in de kwantiteit, kwaliteit en het functioneren van de riolering en de objecten. In het belang van: volksgezondheid, waterkwaliteit, milieu en efficiency

De opgave onderzoek, onderhoud en maatregelen is bekend en afgestemd op het GRP/ Wtp.

Gemeente toetst bij ontwerp van HWAstelsel of infiltratievoorzieningen of verwachte kwaliteit het afstromende hemelwater voldoende is om direct of indirect te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. Uitgangspunt daarbij is dat hemelwater in principe schoon is, tenzij. Bij meldingen of signalen van uitstroom van vuil bij regenwateruitlaten doet de gemeente onderzoek en neemt de gemeente maatregelen. Opstellen en jaarlijks actualiseren van een operationeel programma

4.4

4.5

6 november 2023

In een eenvoudig toegankelijk beheersysteem is vastgelegd welke objecten aanwezig zijn en wat relevante kenmerken zijn. Data is actueel, betrouwbaar en compleet. In een toegankelijk telemetrie- en procesautomatiseringssysteem is de aanwezigheid en functioneren van pompen en toebehoren van rioolgemalen vastgelegd. Het systeem bevat actuele, betrouwbare en complete gegevens over relevante kenmerken van de objecten, bedrijfsinstellingen, meetdata en storings- en onderhoudshistorie.

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

Opstellen van revisie na aanleggen nieuwe werken; revisie binnen drie maanden verwerken in beheersysteem; rioolbeheer Doorlopend bijwerken van het telemetriesysteem

4

Programma Meten & Monitoren regionale samenwerking BOWA/ISARIZ. Stelsel voldoet aan de eisen van het waterschap AGV. Door middel van de webapplicatie ‘Duurzaam Ontwikkelen’ stellen wij eisen aan het toepassen van de voorkeursvolgorde bij ruimtelijke ontwikkelingen en reconstructie van de openbare ruimte.

Inhaalslag data- en revisieverwerking stelsel heeft in 2022-2023 plaatsgevonden. Actueel houden van de data heeft prioriteit. Met Te-Tec real-time inzicht in het functioneren van pompen en storingen.

Open Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

Doel 4 (vervolg): voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater 4.6

4.7

Vervolg: Voldoende inzicht hebben in de kwantiteit, kwaliteit en het functioneren van de riolering en de objecten. In het belang van: volksgezondheid, waterkwaliteit, milieu en efficiency

Het inzicht in relevante systeemkenmerken (berging, afvoercapaciteit, vuilemissie, etc.) is betrouwbaar en niet ouder dan 10 jaar. De staat van vrijverval rioolleidingen is bekend; de resultaten van uitgevoerde inspectie kunnen worden geraadpleegd via het beheersysteem.

Periodiek opstellen Systeemoverzicht Stedelijk Water Planmatige visuele inspectie van rioolleidingen; verwerken van rioolinspectieresultaten in het beheersysteem binnen 3 maanden na oplevering van de inspectie.

In de planperiode worden SSW-en opgesteld (middels het actualiseren en uitbreiden van de bestaande BRP-en) Rioolinspectieresultaten zijn beschikbaar in het beheersysteem.

Doel 5: Minimale overlast voor de omgeving 5.1

5.2

5.3

De bedrijfszekerheid van hoofdgemalen en andere objecten dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.

- Storingen van hoofdrioolgemalen dienen binnen 12 uur verholpen te zijn of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn. - Vuilwatergemalen in een gebied met externe overstorten dienen te zijn uitgerust met een reserve pomp. - Gemalen zijn voorzien van een automatische storingsmelding.

Adequaat doorgeven storingen aan de buitendienst/onderhoudsmonteur. Afspraken met waterschap over verhelpen storingen waterschapsgemalen. Periodiek beheer en onderhoud conform overeengekomen frequenties.

De bedrijfszekerheid van drukrioolgemalen dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu. Voorkomen van stankoverlast bij gemalen en riool. In het belang van: overlast burger Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. In het belang van: overlast burger

Storingen van drukrioolgemalen (pompunits) dienen binnen 12 uur verholpen te zijn of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn.

Adequaat doorgeven storingen aan de buitendienst/onderhoudsmonteur. Periodiek beheer en onderhoud conform overeengekomen frequenties.

Geen constatering van overlast door stank.

Adequaat reageren bij melding over overlast door stank en terugkoppelen aan de melder. Procedures voor afstemming

6 november 2023

Afstemming met andere werkzaamheden, bereikbaarheid handhaven, communicatie met bewoners.

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

5

Binnen 12 uur moet er een zodanige (nood) oplossing gerealiseerd zijn dat de vuilwaterafvoer weer geborgd is.

Huidige werkwijze continueren

Reguliere werkwijze. Externe communicatie is speerpunt.

Open

Functionele eisen

Maatstaven

Meetmethoden

Opmerking

Meten grondwaterstanden in bebouwd gebied, registreren en beheren meetdata, storingen bij peilbuizen verhelpen en meetdata valideren.

Plaatsen van peilbuizen indien nader inzicht gewenst is (naar aanleiding van meldingen).

Doel 6: Voorkomen ontstaan structurele grondwateroverlast 6.1

6.2

6.3

6.4

Voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding In het belang van: (grond)wateroverlast

Grondwateroverlast in nieuwbouwsituaties voorkomen. In het belang van: (grond)wateroverlast

Bewoners kunnen terecht voor vragen en/of klachten met betrekking tot grondwater. En zorgvuldig afhandelen meldingen door gemeente In het belang van: wet- en regelgeving Zoveel mogelijk voorkomen en beperken van (aan de bestemming gebonden) structurele grondwateroverlast. In het belang van: (grond)wateroverlast

6 november 2023

De gemeente verzamelt gegevens van grondwaterstanden. Locaties met structurele grondwateroverlast zijn bekend.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn in overeenstemming met het Bouwbesluit 2012 (in een nieuwbouwwoning dient de begane grondvloer volgens het bouwbesluit dampdicht te worden gebouwd). Bewoners kunnen bij gemeente terecht voor vragen en meldingen over het ondiepe grondwater in de gemeente. Binnengekomen meldingen worden door de gemeente geregistreerd. De gemeente draagt zorg voor een goede samenwerking tussen de betrokken overheden indien de verantwoordelijkheid voor een melding geheel of gedeeltelijk ligt bij de waterbeheerder/ waterschap of grondwaterbeheerder/gemeente. De particulier is primair verantwoordelijk voor maatregelen op eigen terrein. Bij meldingen toetst de gemeente – naast de eigen verantwoordelijkheid van de particulier – aan de definitie van grondwateroverlast zoals vastgelegd in dit GRP. Indien er na beoordeling door de gemeente sprake is van grondwater-overlast op particulier terrein in relatie tot de bestemming en deze zich redelijkerwijs niet op een andere wijze van het grondwater kan ontdoen, wordt in overleg een doelmatige oplossing gezocht.

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

Bij nieuwbouwplannen voorkeursvolgorde. Voorkeur: voorbelasten en/of ophogen van het maaiveld (tot een drooglegging van 1 meter en 15 cm zettingsspeling).

Communiceren en toetsen in/bij:  bestemmingsplan;  ontwerp- en inrichtingsplan;  bouwplannen per kavel.

Klachtenregistratie via gemeentelijk systeem

Inwoner kan terecht bij gemeente met vragen en/of meldingen over (grond)water.

Grondwaterbeleid is vastgelegd. Registreren meldingen; onderzoek n.a.v. melding; uitvoeren (kosten-)effectieve maatregelen

Voorkomen nieuwe overlast ook bijvoorbeeld door het, indien daar aanleiding toe is, meeleggen van drainage bij rioolvervanging en monitoren bij relining (conform huidige werkwijze).

6

Open

Bijlage 3-2

Evaluatie huidig GRP – maatregelen en investeringen

Opgedane ervaring met particuliere afkoppeling De projectleiders van een zestal projecten is geïnterviewd over hun ervaring met de participatiegraad van particulieren bij projecten waarbij de gemeente voornemens was de voorzijde van het dakoppervlak van de woningen gelijktijdig af te koppelen. Daarnaast zijn de kosten in beeld gebracht en vergeleken met de uitgangspunten. Participatiegraad Uit de projecten die de afgelopen twee jaren uitgevoerd zijn wordt geconcludeerd dat de participatiegraad hoog is. Meer dan 80% van de inwoners is bereid om mee te werken / de gemeente toestemming te verlenen de werkzaamheden op particulier terrein uit te (laten) voeren. In het GRP was de mogelijkheid open gehouden om (middels een hemelwaterverordening met gebiedsaanwijzing) afkoppeling bij bestaande bebouwing te verplichten. Gezien de hoge participatiegraad bij de uitgevoerde projecten is besloten om de ingeslagen weg te continueren (participatie op basis van vrijwilligheid). Tijd en kosten Het kost relatief veel tijd, energie en kosten om de bewoners mee te nemen in het proces en te overtuigen. Over het algemeen volstaat het eenmalig voorlichten en (direct) laten ondertekenen van een overeenkomst niet. Daar dient in het communicatietraject rekening mee gehouden te worden. In de praktijk blijken de kosten per woning hoger te zijn dan waar in het GRP van uitgegaan was.

Uitgangspunt GRP: de kosten van het tracé van de hoofdriolering tot en met het ontstoppingsstuk horen bij het reguliere project en alleen de gemiddeld 4 meter leiding in de voortuin valt onder de eenheidsprijs van €400 per woning. In de praktijk is het niet eenvoudig om de meerkosten exact inzichtelijk te maken, deels doordat er tegen uitvoeringsproblemen aangelopen wordt (zoals ligging leidingen, hoogte, kruisingen, schone grond verklaring, verharding/beplanting) en deels doordat de meerkosten voor communicatie en voorlichting niet apart inzichtelijk te maken zijn. Desondanks is in beeld gebracht wat de gemiddelde afkoppelkosten per woning zijn voor alle projecten die de afgelopen jaren uitgevoerd zijn. Uitgaande van gemiddeld 30 vierkante meter dakoppervlak per woning (alleen de voorzijde wordt afgekoppeld), bedragen de kosten €862 per woning. Gezien de toename van het aantal projecten waarbij de komende jaren een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd wordt is geadviseerd het jaarlijkse krediet structureel te verhogen tot € 100 duizend per jaar. Daarnaast dient de afkoppeling vroegtijdig en uniform meegenomen te worden in de planvorming, aanbesteding en communicatie. Naast de informatiefolder en -avond(en), is dikwijls een persoonlijk gesprek nodig. Daar dient in de VAT kosten rekening mee gehouden te worden.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

Open

Stand van zaken uitvoering GRP 2019-2023 Opgave In het Gemeentelijk Rioleringsplan Kaag en Braassem 2019-2023 zijn de volgende speerpunten opgenomen: -

-

De stijging van de rioolheffing beperken tot 1,0% exclusief indexatie. Anticiperen op klimaatverandering door: o Bij rioolvervangingen en andere ingrepen in de openbare ruimte gescheiden stelsels aan te leggen mits doelmatig; o Ook particuliere oppervlakken projectmatig af te koppelen o Nader onderzoek te verrichten naar het samenspel tussen riolering en oppervlaktewater (samen met het hoogheemraadschap) o Bij slechte riolen wordt altijd de afweging gemaakt of relining een passend alternatief is voor vervanging. Bij circa 30% van de ingrepen wordt relining toegepast. Dit is goedkoper en leidt tot minder overlast. Samenspel met kwaliteit weg en wateroverlastknelpunt (BRP maatregel). Het beheer en onderhoud een kwaliteitsimpuls te geven, met name door structurele periodieke BRL en NEN keuringen van pompen en gemalen. Doel is minimaal 25% minder storingen.

Ontwikkeling rioolheffing De rioolheffing is minder hard gestegen dan voorzien in het GRP. De lasten voor de inwoners zijn daardoor lager dan voorzien. De grondslag voor de rioolheffing is de capaciteit van de watermeter. De achterliggende gedachte is dat bij een grote capaciteit (meer dan 3,5 m3/uur) ook het jaarlijks waterverbruik hoog is, waardoor een hogere rioolheffing gerechtvaardigd is. In voorkomende gevallen is deze correlatie niet aanwezig. Hier zijn enkele bezwaren tegen geuit. Voorgesteld wordt dit aspect te koppelen aan de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG. Daarin worden 3 varianten voorgesteld: rioolheffing op basis van een vast bedrag, naar de waarde in het economisch verkeer en de rioolheffing naar vast bedrag en naar waterverbruik (bijvoorbeeld eigenaren-, respectievelijk gebruikersdeel). Een van de redenen voor het bevriezen van de rioolheffing in 2021 is dat de heffing maximaal 100% kostendekkend mag zijn. Er was een tijdelijke vertraging in de uitvoering van projecten; door projecten integraal op te pakken is de voorbereidingstijd langer waardoor de geraamde investeringen opschuiven in de tijd. Dit effect is in 2020 versterkt door de Covid-19 pandemie. Daarnaast spelen personele capaciteit (beschikbaarheid) een rol, zowel intern als extern (voorbereiding en uitvoering).

Vanaf 2022 wordt het investeringsniveau naar verwachting weer gehaald. Het inzicht in de kwaliteit van de assets (zowel wegen als riolering) is up to date als gevolg van uitgevoerde inspecties, integrale projecten worden voorbereid en openstaande kredieten weggewerkt. Dit geldt ook voor de uitvoering van de zogenaamde BRP-investeringen; maatregelen om het rioleringssysteem functioneren te verbeteren waardoor het beter bestand is tegen extreme(re) neerslag (zowel afkoppeling, extra overstorten, leiding verruiming, etc.). Dit zijn maatregelen die grotendeels niet autonoom uitgevoerd worden, maar meeliften met andere ingrepen in de openbare ruimte. In 2021 is er een inhaalslag gemaakt en door uitvoering van de bomenbuurt vanaf 2022 wordt realisatie verder versneld. Aandachtspunt is de stijgende prijzen van arbeid en grondstoffen. Dat geldt voor bouwmaterialen (hout, beton, e.d.), maar nu ook voor fossiele brandstoffen. In combinatie met een krappe arbeidsmarkt (war on talent), leidt dit naar verwachting tot oplopende (aanneem)prijzen.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

Open

Anticiperen op klimaatverandering De overstromingen in Duitsland, België en Limburg in 2021 hebben de urgentie van klimaatverandering benadrukt. Conform het Nationale Deltaplan en de Adaptatie Strategie (NAS) wordt vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening gehouden met weersextremen. In het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan betreft dat vooral de aspecten wateroverlast en droogte. Het waterschap (en Rijk) heeft met name een rol in het voorkomen van overstromingen. Voor het aspect hitte wordt vooral als meekoppelkans gezien. Kaag en Braassem heeft een omgevingsvisie opgesteld waarin water een belangrijke rol speelt. Deze omgevingsvisie dient als leidraad voor de volgende stappen in het proces van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA); de stresstesten zijn uitgevoerd. Deze resultaten worden met het College besproken en in het kader van de omgevingsvisie zijn belanghebbenden betrokken en is de waardevolle input verwerkt. Gemeente en HHR hebben een werkgroep ingesteld om de problematiek van Noord- en Zuideinde in kaart te brengen, te analyseren en oplossingsrichtingen (mitigatieplannen) te inventariseren. Dit proces loopt momenteel. Bij rioolvervangingsprojecten, herstructurering en groot onderhoud wegen wordt, zoals bovenstaand beschreven, rekening gehouden met weersextremen.

Dit vertaalt zich in de overweging of concrete (additionele) maatregelen doeltreffend en doelmatig zijn. Te denken valt aan afkoppeling van verhard oppervlak, de realisatie van een gescheiden rioolstelsel, wegprofielaanpassing, de aanleg van onder- of bovengrondse berging en/of de aanleg van drainage of infiltratieriolen. Zoals aangegeven onder ‘Opgedane ervaring met particuliere afkoppeling’ is er bij veel rioolvervangingsprojecten afgekoppeld, zowel op openbaar gebied als particuliere dakoppervlakken. In voorkomende gevallen is het niet doelmatig om aanvullende maatregelen te treffen en is relining van riolen doelmatiger (uiteraard in samenspel met de kwaliteit van de weg en afstemming met andere disciplines: zijn ingrepen in de openbare ruimte voorzien?). Dit is de afgelopen jaren voortvarend opgepakt waardoor slechte (deel) rioolstrengen hersteld zijn en risico’s op instorting en milieuverontreiniging gereduceerd. Er wordt circa 30% van de riolen niet vervangen maar gerelined. Kwaliteitsimpuls Er is / wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan de dienstverlening (zaaknummer 41889 Ontwikkelingen buitendienst en formatie): de taken van de buitendienst worden tegen het licht gehouden (wat moeten, kunnen en willen we zelf doen), het specialistenmodel wordt ingevoerd en de formatie wordt daarop afgestemd.

In totaal zijn er vanaf 2022 vier monteurs (in opleiding) aanwezig voor de reguliere werkzaamheden en calamiteiten. Het in eigen beheer uitvoeren van de NEN en BRL keuringen en inspecties maakt daar eveneens onderdeel van uit. Deze impuls vergroot de betrokkenheid en het inzicht in kwaliteit en functioneren van de pompen en gemalen, leidt tot preventief handelen, met als doel het terugdringen van het aantal storingen, meldingen en klachten. De werkzaamheden en verantwoordelijkheden van de buitendienst(medewerkers) is in 2021 vastgelegd in het Bedrijfsvoeringsplan rioolgemalen. Op basis van dit plan hebben de betreffende (piket)medewerkers een aanwijzing ontvangen. Hierin staat omschreven welke werkzaamheden uitgevoerd mogen worden door welke functionaris en welke opleiding/ voorlichting/ beschermingsmiddelen daarvoor nodig zijn. Dit om de veiligheid van de medewerkers (en externen) te beschermen en op een eenduidige gestructureerde wijze te werken.

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Open

Tabel van de in het GRP (2018) voorziene maatregelen in de voorbije planperiode en de stand van zaken: Nr.

Omschrijving maatregel

Jaar uitvoering

Afvalwaterzorgplicht A1

Pilot analyseren functioneren drukrioolstelsel

2019

A2

Jaarlijks onderzoek functioneren drukrioolstelsel

2020-2023

A3

Optimaliseren drukrioolstelsels (n.a.v. A1-A2)

A4

Opsporen en (laten) herstellen HWA op drukriolering

2019-2023

A5

DWAAS/HAAS onderzoek (initiatief HHR)

2020

A6

Reiniging en inspectie vrijvervalriolering

jaarlijks

A7

Inmeten geometrie riolering (alle putten)

2021

A8

Onderhoudskosten IBA's vanaf 2019

jaarlijks

A9

Onderzoek ombouw bestaande IBA systemen

2022

A10

Preventief beheer/onderh. pompen en gemalen (incl. BRL/NEN) Levering pompen beschouwen als investering

jaarlijks 2019

A13

Aanstellen installatie-, werkverantwoordelijke en ploegleider Opleiding installatie-, werkverantwoordelijke en ploegleider Beheer en onderhoud randvoorzieningen (jaarlijks)

A14

Rioolvervanging inclusief relining

2019-2023

A15

Pers- en drukriolering vervanging (leidingen)

na planperiode

A16

Gemalen bouwkundige vervanging

2019-2023

A17

Gemalen elektromechanische vervanging (incl. RVZ)

2019-2023

A18

Pompunits bouwkundige vervanging

2019-2028

A19

Pompunits elektromechanische vervanging

2019-2023

A20

Centrale verdeelkasten bouwkundige vervanging

2019-2023

A21

Centrale verdeelkasten binnenwerk vervanging

2019-2023

A22

Randvoorzieningen bouwkundige vervanging

na planperiode

A23

Vervangen hijskettingen (tijdens reguliere inspecties)

jaarlijks

A24

IBA's vervanging

na planperiode

A11 A12

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

2019 jaarlijks

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

Open

Nr.

Omschrijving maatregel

Jaar uitvoering

Hemelwaterzorgplicht H1

Watersysteemanalyse

2019-2020

H2-1

BRP Maatregelen categorie 1 tot en met 3

2019-2023

H2-2

BRP Maatregelen cat. 4 (meeliften)

2019-2028

H3

Hemelwaterstructuurplan

2019

H4

Onderzoek lamellenfilters

2021

H5

Onderzoek ombouw verbeterd naar gescheiden stelsel

2021

H6

Particuliere afkoppeling bij aanleg gescheiden stelsel

jaarlijks

Tussenevaluatie participatiegraad particuliere afkoppeling Grondwaterzorgplicht H7

2022

G1

Grondwateradvies, inclusief controle en sturing op ontwerpen/handhaving

Jaarlijks

G2

Beheer en onderhoud grondwatervoorzieningen

Jaarlijks

G3

Gebruiken risicokaarten bij verhelpen en voorkomen grondwateroverlast/onderlast

Jaarlijks

G4

Inhuur extern bureau voor onderzoek n.a.v. meldingen grondwateroverlast en/of –onderlast door burgers en/of Initiatief onderzoek grondwateronderlast (extern)

Jaarlijks

G5

Jaarlijks

G7

Inrichten grondwaterloket / website en voorlichting burgers (alternatief) Onderhoud en exploitatie basis grondwatermeetnet

G8

Uitbreiding grondwatermeetnet (aanleg)

Jaarlijks

G9

Calamiteiten (uitgangspunt is 1 calamiteit per jaar)

Jaarlijks

G10

Actualiseren (1x per 5 jaar) grondwaterbeleid

Jaarlijks

G11

Aanleg grondwatervoorzieningen (zoals drainage)***

Jaarlijks

G1-11

Benodigde tijdbesteding (uren gemeentelijk of extern medewerker)

Jaarlijks

G6

Jaarlijks Jaarlijks

Algemeen ALG1

Tussenevaluatie GRP

2021

ALG2

Jaarlijkse financiële verantwoording GRP

Jaarlijks

ALG3

Jaarlijks

ALG4

Post inhuur derden ophogen, ook voor Grondwater (totaal 750 uur per jaar, regie) Nieuw GRP

ALG5

Omgevingsvisie

2020

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

2023

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

5

Open

Bijlage 4-1

Waterschapsverordening Rijnland

Hoogheemraadschap van Rijnland heeft haar Waterschapdsverordening, Onderhoudsverordening en Delegatiebesluit op 31 mei 2023 vastgesteld. Klimaatbestendige regels Hoogheemraadschap van Rijnland De vervanger van de Keur is de Waterschapsverordening. In de Waterschapsverordening staan regels om de sloten, rivieren, meren, plassen, de dijken en de gemalen in het gebied van Rijnland te beschermen. Zo houden we met z’n allen het watersysteem schoon en veilig. Kortom, in de verordening staat wat je wel mag en wat je niet mag doen als inwoner of bedrijf. De Waterschapsverordening is één van de eisen van de nieuwe Omgevingswet, beide treden per 1 januari 2024 in werking. Nieuw in de Waterschapsverordening zijn de verplichte klimaatbestendige regels voor nieuwe grootschalige gebiedsontwikkelingen waar onder andere provincies, gemeenten en projectontwikkelaars mee te maken krijgen. Deze klimaatbestendige regels moeten ervoor zorgen dat een gebied zo wordt ingericht dat het goed voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering De verplichte regels zijn van toepassing op nieuwe, grote gebiedsontwikkelingen (>5.000 m2) en zijn gericht op specifieke doelen. Zoals het voorkomen van overlast door extreme neerslag en langdurige droogte, het zoveel mogelijk vasthouden van neerslag voor nuttig gebruik en het scheppen van een gezonde leefomgeving.

Daar zijn voor onze regio wel al richtlijnen voor gemaakt, maar die zijn (nu nog) niet verplicht. Landelijk wordt er ook aan regels en richtlijnen gewerkt. Rijnland loopt daar dus op vooruit, om nu al stappen te kunnen maken binnen haar gebied. Het zijn vooral provincies, gemeenten en projectontwikkelaars die met de regels te maken krijgen. Link naar informatie over de Waterschapsverordening: Waterschapsverordening | Hoogheemraadschap van Rijnland - Hoogheemraadschap van Rijnland

6 november 2023

WATERTAKENPLAN 2024-2027

BJ1278-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

6

Open

Bijlage 4-2

Geen afkoppelverplichting bestaand stedelijk gebied

In bestaand stedelijk gebied is hemelwater veelal aangesloten op de gemengde riolering. De gemeente Kaag en Braassem kent voor deze situaties geen verplichting voor particulieren om dit hemelwater op termijn zelf op eigen terrein te verwerken. De redenen voor het niet verplicht stellen van het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein, zijn:  Om aan de milieueisen te voldoen, is het afkoppelen van verhard oppervlak van particulier terrein niet noodzakelijk. De gemeente voldoet aan de basisinspanning voor de gemengde rioolstelsels.  Verwerking van hemelwater op eigen perceel is vaak beperkt of niet mogelijk, vanwege de hoge grondwaterstand of door de afwezigheid van oppervlaktewater nabij het perceel.  De risico’s voor het milieu worden beperkt, in verband met het gebruik van onkruidbestrijdings- en schoonmaakmiddelen door particulieren.  Het gescheiden aanbieden van afvalwater en hemelwater brengt vaak hoge kosten voor de perceeleigenaar met zich mee, waardoor de maatschappelijke kosten en baten niet in redelijke verhouding tot elkaar staan.  De handhavende taak van de gemeente blijft hierdoor beperkt. Indien de gemeente het bestaande gemengde riool in de straat vervangt door een gescheiden stelsel, wordt van de burger verwacht dat meegewerkt wordt aan afkoppeling van de voorzijde van de woning. Communicatie hierover wordt project specifiek ingestoken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b2cba079-3248-4a3f-adab-397c3afb19fc